This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52025XC04196
Publication of the communication of an approved standard amendment to a product specification of a geographical indication in accordance with Article 5(4) of Commission Delegated Regulation (EU) 2025/27
Bekendmaking van de mededeling van een goedgekeurde standaardwijziging van een productdossier van een geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie
Bekendmaking van de mededeling van een goedgekeurde standaardwijziging van een productdossier van een geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie
PUB/2025/528
PB C, C/2025/4196, 28.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4196/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/4196 |
28.7.2025 |
Bekendmaking van de mededeling van een goedgekeurde standaardwijziging van een productdossier van een geografische aanduiding overeenkomstig artikel 5, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie (1)
(C/2025/4196)
MEDEDELING VAN DE GOEDKEURING VAN EEN STANDAARDWIJZIGING
(artikel 24 van Verordening (EU) 2024/1143)
“Buzet”
PDO-FR-A0148-AM02 — 8.5.2025
1. Naam van het product
“Buzet”
2. Type geografische aanduiding
|
☒ |
Beschermde oorsprongsbenaming (BOB) |
|
☐ |
Beschermde geografische aanduiding (BGA) |
|
☐ |
Geografische aanduiding (GA) |
3. Sector
|
☐ |
Landbouwproducten |
|
☒ |
Wijnen |
|
☐ |
Gedistilleerde dranken |
4. Land waartoe het geografische gebied behoort
Frankrijk
5. Autoriteit van de lidstaat die de standaardwijziging meedeelt
Ministère de l’agriculture, de l’alimentation, de la pêche, de la ruralité et
de l’aménagement du territoire
Direction Générale des Politiques Agricoles, Agroalimentaires et des
Territoires
6. Kwalificatie als standaardwijziging
De wijzigingen van dit productdossier zijn standaardwijzigingen, zoals gedefinieerd in artikel 24, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1143.
De aanvraag tot wijziging van de BOB “Buzet” heeft geen betrekking op een van de drie gevallen waarin sprake is van een wijziging op het niveau van de Unie. Dus is er geen sprake van de volgende situaties:
|
a) |
een wijziging in de naam of in het gebruik van de naam, of van de producten of van de categorie producten die met de geografische aanduiding worden aangeduid; |
|
b) |
de wijziging dreigt het verband met het geografische gebied teniet te doen; |
|
c) |
de wijziging leidt tot verdere beperkingen op het in de handel brengen van het product. |
Bijgevolg zijn de Franse autoriteiten van mening dat het bij de aanvraag om een “standaardwijziging” gaat.
7. Beschrijving van de goedgekeurde standaardwijziging(en)
7.1. Opneming van rassen die van belang zijn voor aanpassingsdoeleinden
In hoofdstuk I van het productdossier is in deel V, punt 1 — Wijnstokrassenbestand, de lijst van druivenrassen aangevuld voor:
|
— |
De productie van witte wijnen, met de druivenrassen: floréal B, voltis B en souvignier gris B |
|
— |
De productie van rode en roséwijnen, met de druivenrassen: syrah N, marselan N, nielluccio N, tempranillo N, vidoc N en artaban N |
Bovengenoemde rassen mogen hoogstens 5 % uitmaken van het wijnstokrassenbestand en hoogstens 10 % van de assemblages.
Om de vermindering van de fytosanitaire input in de bewoonde/verstedelijkte gebieden te bevorderen, de oppervlakten:
|
— |
beplant met vidoc N, artaban N, floreal B, voltis B en souvignier gris |
|
— |
en die zich op minder dan 20 meter afstand van de in het Franse wetboek van landbouw en zeevisserij genoemde plaatsen bevinden, worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van de oppervlakten met rassen die “van belang zijn voor aanpassingsdoeleinden” waarvoor een maximum van 5 % geldt voor het in de BOB aangegeven areaal van het bedrijf. |
De toevoeging van deze rassen is een van de oplossingen waarvoor is gekozen in reactie op de klimaatverandering en het verminderde gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze als secundaire rassen geïntroduceerde rassen sluiten aan bij het profiel van de onder de benaming vallende wijnen en zijn beter bestand tegen droogte en schimmelziekten. Daardoor hoeven minder gewasbeschermingsmiddelen te worden gebruikt.
Het punt “Wijndruivenrassen” van het enig document is aangevuld.
7.2. Wijziging van de voorschriften inzake het aandeel van de druivenrassen op het bedrijf
Deze nieuwe voorschriften inzake het aandeel van de druivenrassen op het bedrijf maken het mogelijk om flexibeler te worden en meer gebruik te maken van secundaire rassen, waarvan sommige nu beter kunnen worden aangepast aan bepaalde bodemsoorten en aan de nieuwe weersomstandigheden.
Voor rode en roséwijnen is het aandeel secundaire rassen gestegen van 10 tot 30 % van de wijnstokrassen. De secundaire rassen zijn harder en voegen zuurgraad toe. Ze zouden een tegenwicht kunnen vormen voor de merlot, waarvan het alcoholhoudend vermogen toeneemt en de gevoeligheid voor ziekten groter is. Assemblage met secundaire rassen zou het mogelijk maken de wijnen frisheid en rondheid te geven en tegelijkertijd de stijl van de benaming “Buzet” te behouden.
Voor witte wijnen is het voorschrift dat de secundaire rassen onderscheidt van de belangrijkste druivenrassen in de wijnstokrassen geschrapt. Bovendien zou de assemblage met secundaire rassen ook een interessant aromatisch palet opleveren. In overeenstemming met deze wijziging om de voorschriften inzake het aandeel van de druivenrassen op het bedrijf te schrappen, is de lijst van toegestane rassen voor witte wijnen gewijzigd.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
7.3. Beheer van de wijngaard: Regels voor het opbinden en de hoogte van het opgebonden gebladerte
Voor de productie van 1,4 m2 druiven is de regel inzake de hoogte van het opgebonden gebladerte geschrapt en vervangen door een verhouding bladeren/fruit van 1 m2 uitwendig vegetatiedek. Het doel is de rijpheid van de druiven te controleren door een fysiologisch evenwicht op de wijnstok te bevorderen en zo de hoeveelheid bladeren aan te passen om 1 kg druiven te laten rijpen.
Dit is een van de gevolgen van de klimaatverandering voor het profiel van wijnen met een hogere alcoholgraad, wat indruist tegen de maatschappelijke verwachtingen en het evenwicht van de wijnen.
De bepaling inzake de regels voor opbinden is geschrapt in het kader van de overgangsmaatregel in overeenstemming met de wijziging.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
7.4. Assemblage van de druivenrassen
De regel die voorziet in een minimumaandeel van 90 % van de belangrijkste rassen in de assemblage is verlaagd tot 70 % voor rode en roséwijnen.
Voor witte wijnen mag het aandeel van de rassen muscadelle B, sauvignon B, sauvignon gris G en sémillon B in de assemblage van elke partij bij de verpakking niet minder dan 70 % bedragen.
Deze wijziging vindt plaats ten gunste van de secundaire rassen, waardoor hun aandeel in witte, rode en roséwijnen tot 30 % wordt verhoogd in plaats van tot 10 %. Het verzoek gaat vergezeld van de wijziging van de voorschriften inzake het aandeel van de druivenrassen op het bedrijf. Het deelt het streven naar flexibiliteit in het licht van de klimaatverandering en de toevoeging van zuren door de secundaire rassen. Deze wijzigingen hebben geen significante gevolgen voor het productprofiel.
De volgende punten van het enig document zijn gewijzigd: Verband met het geografische gebied.
7.5. Oenologisch procedé: gebruik van houtskool voor oenologische doeleinden
Het verbod op het gebruik van houtskool voor oenologische doeleinden voor roséwijnen is afgeschaft.
Het gebruik van houtskool voor oenologische doeleinden in de most is toegestaan voor maximaal 20 % van het volume van de door de betrokken wijnbereider uit de desbetreffende oogst bereide roséwijn.
Het doel is de kleur van de roséwijnen te beheersen in de context van de opwarming van de aarde, die leidt tot de accumulatie van meer suikers en een vermindering van de zuurgraad die gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, en met name leidt tot een aanval van schimmels.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Specifieke oenologische procedés.
7.6. Capaciteit van de gistingsruimte
Er is een nieuwe methode ingevoerd voor de berekening van de wijnbereidings- en opslagcapaciteit voor rode, rosé- en witte wijnen.
De reden hiervoor is dat steeds meer marktdeelnemers opbrengsten produceren die onder het productdossier liggen vanwege klimaatdreigingen. De capaciteit van de gistingsruimte komt overeen met 1,5 (voor witte en roséwijnen) of 2 (voor rode wijnen) maal de gemiddelde vijfjarige opbrengst van de laatste oogsten van het bedrijf. De opbrengst van de laatste oogsten is gedaald en vereist een aanpassing van de capaciteit van de gistingsruimte.
Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het enig document.
7.7. Bijwerking van de geografische code
De gemeenten van het geografisch gebied zijn bijgewerkt op basis van de officiële geografische code 2024. Deze wijziging houdt geen wijziging in van het geografische gebied van de benaming.
Het volgende punt van het enig document is gewijzigd: Afgebakend geografisch gebied.
7.8. Verwijzingen
De gegevens van het INAO zijn bijgewerkt.
De bepaling betreffende de controle van het productdossier is gewijzigd.
Deze wijzigingen zijn niet van invloed op het enig document.
ENIG DOCUMENT
1. Naam van het product
Buzet
2. Type geografische aanduiding
BOB — beschermde oorsprongsbenaming
3. Categorieën wijnbouwproducten
|
1. |
Wijn |
3.1. Code van de gecombineerde nomenclatuur
22 — DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN
2204 — Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan bedoeld bij post 2009
4. Beschrijving van de wijn(en)
4.1. Witte wijnen
De wijnen hebben na gisting een gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose en fructose) van ten hoogste 3 gram per liter. Het totaal alcoholvolumegehalte van de witte wijnen mag na verrijking niet hoger liggen dan 12,5 %. Het gehalte aan vluchtige zuren en het totaalgehalte aan zwaveldioxide komen overeen met de in de Europese regelgeving vastgestelde gehalten. Het minimale natuurlijke alcoholvolumegehalte is vastgesteld op 10 % voor witte wijnen. De andere kenmerken komen standaard overeen met die welke in de Europese regelgeving zijn vastgelegd. De droge witte wijnen van de rassen sauvignon B en sauvignon gris G zijn vrij delicaat en licht en onderscheiden zich door hun lichte kleur, hun eenvoudige fruitaroma’s en het frisse gevoel dat voortvloeit uit hun zuurgraad. Wanneer de druivenrassen muscadelle B en met name sémillon B de assemblage domineren, zijn de wijnen meer aromatisch en rond, en worden gekenmerkt door de intensiteit van hun aroma’s van specerijen, geroosterd brood of exotisch fruit. De vettere textuur zorgt voor een goed evenwicht.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: — |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
4.2. Rode en roséwijnen
De rode wijnen hebben in het verpakkingsstadium een appelzuurgehalte van ten hoogste 0,4 gram per liter. De wijnen hebben na gisting een gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose en fructose) van hoogstens 3 g/l. De rode en roséwijnen hebben na verrijking een totaal alcoholvolumegehalte van ten hoogste 13 %. Het gehalte aan vluchtige zuren en het totaalgehalte aan zwaveldioxide komen overeen met de in de Europese regelgeving vastgestelde gehalten. Het minimale natuurlijke alcoholvolumegehalte is vastgesteld op 10,5 % voor rode en roséwijnen. De andere kenmerken komen standaard overeen met die welke in de Europese regelgeving zijn vastgelegd. De rode wijnen zijn fruitig en genereus tot aromatisch en vlezig. De eerste wijnen, die worden verkregen door assemblages van merlot N en cabernet franc N, hebben een geur die wordt gedomineerd door fruitaroma’s evenals tanninen, maar subtiel genoeg om jong te kunnen worden gedronken. De tweede wijnen, waarin de cabernet sauvignon N in de meerderheid is, zijn volle wijnen met krachtige en complexe aroma’s van fruit en specerijen, soms met licht gerookte toetsen. Ze hebben een goede tanninestructuur, die na een paar jaar veroudering nog beter tot zijn recht komt, met een fluweelachtige sensatie in de mond. De roséwijnen, die voornamelijk worden gemaakt van de druivenrassen cabernet franc N en cot N, zijn fruitige en levendige wijnen met aroma’s van fruit en bloemen, met een bepaald rijk mondgevoel. Hun milde zuurgraad geeft ze een aangename levendigheid.
Algemene analytische kenmerken
|
— |
Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent): — |
|
— |
Minimale totale zuurgraad: — |
|
— |
Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter): — |
|
— |
Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter): — |
5. Wijnbereidingsprocedés
5.1. Specifieke oenologische procedés
5.1.1. Specifiek oenologisch procedé
Voor de bereiding van roséwijnen is het gebruik van houtskool voor oenologische doeleinden voor de most toegestaan tot maximaal 20 % van het volume roséwijnen dat door de betrokken wijnmaker voor de betrokken oogst is bereid. Voor de rode wijnen zijn subtractieve verrijkingstechnieken toegestaan tot een maximale concentratie van 10 %. De verhoging van het natuurlijke alcoholvolumegehalte van de te behandelen partij mag niet meer bedragen dan 1 % vol. Wijn na verrijking mag niet meer bedragen dan het totale alcoholvolumegehalte van 12,5 % voor witte wijnen en 13 % voor rode en roséwijnen. Naast de bovenvermelde bepalingen moeten de wijnen, wat de oenologische procedés betreft, ook voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld op Europees niveau en in het Franse wetboek van landbouw.
5.1.2. Teeltwijze
De minimale beplantingsdichtheid bedraagt 4 000 wijnstokken per hectare. De afstand tussen de rijen mag niet meer dan 2,5 meter bedragen. Elke wijnstok beschikt over een grondoppervlak van maximaal 2,50 vierkante meter. Deze oppervlakte wordt verkregen door de afstand tussen de rijen te vermenigvuldigen met de afstand tussen de wijnstokken.
De wijnstokken worden gesnoeid volgens de enkele of dubbele Guyot-snoei of kort gesnoeid (cordon de Royat-snoei).
Elke stok mag maximaal 13 ogen hebben.
Irrigatie mag worden toegestaan.
5.2. Maximumopbrengsten
66 hectoliter per hectare
6. Afgebakend geografisch gebied
De oogst van de druiven, de vinificatie en de wijnbereiding vinden plaats op het grondgebied van de hierna genoemde gemeenten van het departement Lot-et-Garonne: Ambrus, Anzex, Barbaste, Bruch, Buzet-sur-Baïse, Calignac, Caubeyres, Damazan, Espiens, Feugarolles, Lavardac, Leyritz-Moncassin, Moncaut, Montagnac-sur-Auvignon, Montesquieu, Montgaillard-en-Albret, Nérac, Pompiey, Puch-d’Agenais, Razimet, Saint-Léon, Saint-Pierre-de-Buzet, Sainte-Colombe-en-Bruilhois, Sérignac-sur-Garonne, Vianne, Villefranche-du-Queyran en Xaintrailles.
7. Wijndruivenrassen
|
|
Abouriou B |
|
|
Artaban N |
|
|
Cabernet franc N |
|
|
Cabernet-Sauvignon N |
|
|
Colombard B |
|
|
Cot N — Malbec |
|
|
Floreal B |
|
|
Gros Manseng B |
|
|
Marselan N |
|
|
Merlot N |
|
|
Muscadelle B |
|
|
Nielluccio N — Nielluciu |
|
|
Petit Manseng B |
|
|
Petit Verdot N |
|
|
Sauvignon B — Sauvignon blanc |
|
|
Sauvignon gris G — Fié gris |
|
|
Sémillon B |
|
|
Souvignier Gris B |
|
|
Syrah N — Shiraz |
|
|
Tempranillo N |
|
|
Vidoc N |
|
|
Voltis B |
8. Beschrijving van het (de) verband(en)
Het geografische productiegebied bevindt zich in Gascogne, in het departement Lot-et-Garonne nabij de samenloop van de rivieren Garonne en Lot, halverwege Toulouse en Bordeaux, dicht bij Agen en Marmande. Het productiegebied wordt in het noorden begrensd door de Garonnevallei en is circa 40 kilometer breed en circa 15 kilometer diep. In het westen wordt het gebied begrensd door het enorme bosareaal van de Landes. Het eolische zand dat naar het bos van de Landes drijft, wordt richting het oosten een halt toegeroepen dankzij het hydrografisch systeem van Gélise-Baïse, dat tot aan Barbaste de exacte grens aangeeft van de voorwaartse beweging hiervan en die van het productiegebied. Het productiegebied van Buzet is beperkt tot het zuiden van Nérac waar tertiaire geologische molasseformaties voorkomen waarin tijdens het aquitanien witte en grijze kalksteenlagen zijn geïntegreerd. In het quartair heeft de Garonne verschillende niveaus van klei-grindterrassen in dit gebied afgezet. Hierdoor is het reliëf milder geworden en is er sprake van een zacht glooiend heuvellandschap met aan de voet van de hellingen een dagzoom van hard kalksteen die een bebost uitsteeksel vormt. Op pedologisch vlak zorgen de grijze kalkbodems voor vrij dunne, goed afwaterende bruine kalkrijke bodems. De gronden op molasse uit het aquitanien zorgen voor diepere bodems met de lokale naam “terrefort” met een variabel kleigehalte met een goede watertoevoer. De bodems op de middelste terrassen zijn podsolgronden van het type zanderige leemgrond. Wanneer het bovenste deel van de bodem is afgekapt, verschijnt de horizontale afzettingenaardlaag, die rijk is aan klei en ijzeroxide en zorgt voor karakteristieke bodems met een rode kleur die “rougets” worden genoemd. Tot slot bestaan de bodems van de bovenste terrassen op de hoogste delen van de hellingen uit klei- en grindafzettingen die aan de oppervlakte komen samen met een dun slibhoudend deel dat met de wind is meegevoerd. Het klimaat is een oceaanklimaat met een lichte neiging naar het meridionale klimaat. De oceanische component is grotendeels overheersend met gematigde en vochtige westenwinden die leiden tot een mild klimaat en regen met neerslagpieken in mei en december. De lichte neiging naar het meridionale klimaat komt tot uiting in de herfst met het opstijgen, vanaf de Middellandse Zee via de Garonnevallei, van de autan, de warme en uitdrogende wind, die de Atlantische storingen terugduwt naar het noorden.
De samenloop van de Baïse en de Gélise aan de grens van de gemeenten Lavarde en Barbaste is de grootste splitsing in het zuiden van de Garonne. In het handvest van de stad Buzet, dat dateert van de middeleeuwen, staat dat wijn een essentieel product van het leven van de stad is. In feite heeft de regio Buzet altijd een commerciële bedrijvigheid gekend, die zich vervolgens stroomafwaarts en in de richting van Bordeaux ontwikkelde met de binnenvaart op de Baïse, vervolgens op de Garonne en ten slotte via het zijkanaal naar de Garonne in 1856. In 1884-1885 werden ondanks de phylloxera meer dan duizend vaten per maand over de rivier vervoerd. Na de phylloxera krijgt de wijnbouw te maken met economische malaise die nog erger wordt door de crises tijdens het interbellum. De edele druivenrassen van Vitis vinifera worden vervangen door direct producerende hybriden of rassen met een hoge opbrengst die worden aangeplant in de rijke bodems van de Baïse-vallei. De wederopleving komt in 1946 met de oprichting van een beschermingsvereniging, gevolgd door de oprichting van de coöperatieve wijnkelder en het verkrijgen van de status van “appellation d’origine vin délimité de qualité supérieure” in 1953. De Buzet wordt aldus het symbool van renaissance voor wijnen uit de Haut-Pays Bordelais. In 1948 zijn de geschillen tussen de wijnbouwers voor de rechtbank van Nérac beëindigd. In het arrest van 31 juli 1948 wordt het eerste productiegebied afgebakend over een kern van zes gemeenten. Pas op 11 april 1967 zal de rechtbank van Agen het productiegebied in zijn huidige samenstelling en de productie van roséwijnen erkennen. In 1973 erkent de A.O.C. de inspanningen van de wijnbouwers en is de coöperatieve wijnkelder de eerste die een gedifferentieerde betaling voor druiven in het departement invoert op basis van kwalitatieve criteria (rijpheid, lading, gezondheidstoestand enz.).
Hoewel de coöperatieve wijnkelder bestaat uit meer dan 200 producenten en 95 % van de totale productie, heeft een tiental particuliere kelders de rechtstreekse verkoop ontwikkeld, waardoor het assortiment en de klantenkring van Buzet-wijnen zijn vergroot. Met 72 % van de productie biedt het assortiment rode wijnen een breed scala aan wijnen, van fruitige en genereuze wijnen tot aromatische en vlezige wijnen. De eerste wijnen, die worden verkregen door assemblages van merlot N en cabernet franc N, hebben een geur die wordt gedomineerd door fruitaroma’s evenals tanninen, maar subtiel genoeg om jong te kunnen worden gedronken. De tweede wijnen, waarin de cabernet sauvignon N in de meerderheid is, zijn volle wijnen met krachtige en complexe aroma’s van fruit en specerijen, soms met licht gerookte toetsen (geroosterd brood, koffie, vanille enz.). Ze hebben een goede tanninestructuur, die na een paar jaar veroudering nog beter tot zijn recht komt, met een fluweelachtige sensatie in de mond.
In een gestage opkomst en met 25 % van de productie, zijn de meeste roséwijnen, die voornamelijk worden gemaakt van de druivenrassen cabernet franc N en cot N, fruitige en levendige wijnen met aroma’s van fruit en bloemen en met een bepaald rijk mondgevoel. Hun milde zuurgraad geeft ze een aangename levendigheid. Altijd droog en fruitig, maar met een deel van de druivenrassen merlot N en cabernet sauvignon N in de assemblage staan sommige roséwijnen dicht bij de “clairets” en zijn ze soepeler in de mond, met een overheersend fruitig aroma en een zoete smaak. De droge witte wijnen van de rassen sauvignon B en sauvignon gris G zijn tamelijk delicaat en licht en worden gekenmerkt door hun lichte kleur, eenvoudige fruitaroma’s en het gevoel van frisheid als gevolg van hun zuurgraad. Als de druivenrassen muscadelle B en met name sémillon B de assemblage domineren, zijn de wijnen aromatischer en ronder, en worden ze gekenmerkt door de intensiteit van hun aroma’s van specerijen, geroosterd brood of exotisch fruit. De vettere textuur zorgt voor een goed evenwicht. Voor elke kleur wijn mag het aandeel van de secundaire rassen in de assemblage niet meer dan 30 % bedragen. De percelen op het hoogterras, met een sterke aanwezigheid van kiezelzand van de Garonne die een doeltreffende natuurlijke afwatering van de bodem en hun eerdere opwarming in het voorjaar mogelijk maken, zijn bijzonder gunstig voor de wijnbouw. Op deze percelen bereiken de meest late rassen zoals cabernet franc N en cabernet sauvignon N hun fenologische rijpheid en vormen de basis van de cuvées van de meest robuuste rode wijnen. In deze omstandigheden komt de aromatische kracht van de rassen sauvignon B en sauvignon gris G volledig tot uitdrukking. De percelen op de middelhoge terrassen, met hun uitgeputte, schrale bodems van zanderige leemgrond, zijn geschikt om de groeikracht van de wijnstokken goed te beheersen, met name wat betreft de opbrengsten, en zijn bijzonder geschikt voor de druivensoorten cabernet franc N en cot N, vooral voor de productie van roséwijnen. Percelen met “terrefort”-bodems die zijn ontwikkeld op kleiachtige molasse, en kalkhoudende “terrefort”-bodems afkomstig van de degradatie van lacustrische kalksteen, zijn de bodems die het moeilijkst te beheren zijn. Door de ontwikkeling van de beheerde begroening kan er met de wijnstokken worden geconcurreerd en kan zo de groeisterkte van de belangrijkste rassen, en met name van het ras merlot N, worden ingeperkt. In deze omstandigheden geven de rassen sémillon B en muscadelle B de wijnen body en smeuïgheid.
De terugkeer van “Buzet”-wijn tot de kwaliteitswijnen was alleen mogelijk vanwege de volharding van een groep mannen die zijn wijnstokrassenbestand heeft kunnen aanpassen. Tegelijkertijd hebben de ontwikkeling van een handelsstructuur en de rechtstreekse verkoop aan particulieren bijgedragen tot de reputatie van de wijnen. Vanaf het einde van de middeleeuwen hebben monniken, geestelijken en priors bijgedragen tot een betere beheersing van de teeltmethoden en wijnbereidingsprocedés. De kapitelen van de kerk van Damazan, versierd met druiventrossen, tonen de monastieke oorsprong van de wijngaarden.
Historisch gezien heeft deze wijngaard in het “Haut-Pays” van Bordeaux geen sterke identiteit, omdat de wijnen onder de naam “Bordeaux” werden verkocht nadat ze via de Garonne waren vervoerd. De verwijzing naar “Buzet”-wijnen komt echter voor in een tariefovereenkomst, ondertekend door de koning van Engeland op 12 december 1284. Het Groothertogdom Albret, waarvan de hoofdstad Nérac was en het geografische gebied omvatte, was verbonden met het Koninkrijk Navarra. Hendrik van Navarra, prins van Albret en de toekomstige koning Hendrik IV, bracht daar een deel van zijn jeugd door en zijn hof leefde er een luxueus leven en genoot van de lokale wijn.
9. Andere essentiële voorwaarden (verpakking, etikettering, andere vereisten)
Rechtskader:
Nationale wetgeving
Soort aanvullende voorwaarde:
Aanvullende bepalingen betreffende de etikettering
Beschrijving van de voorwaarde:
Alle facultatieve aanduidingen worden op de etiketten aangegeven in lettertekens die maximaal tweemaal zo hoog, breed en dik zijn als de lettertekens van de gecontroleerde oorsprongsbenaming.
Op het etiket van wijn met de gecontroleerde oorsprongsbenaming “Buzet” mag de grotere geografische eenheid “Sud-Ouest” worden vermeld. Deze grotere geografische eenheid mag eveneens worden vermeld in reclamefolders en op alle soorten verpakkingen. De lettertekens van de vermelding van de grotere geografische eenheid mogen noch hoger, noch breder zijn dan de lettertekens van de naam van de beschermde oorsprongsbenaming.
Link naar het productdossier
https://info.agriculture.gouv.fr/boagri/document_administratif-556dff9f-9af7-429e-bf37-5badc2bef0c6
(1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/27 van de Commissie van 30 oktober 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de registratie en bescherming van geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 (PB L, 2025/27, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/27/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/4196/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)