EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.12.2025
COM(2025) 751 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2025
Balans van de uitvoering van de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de grondrechten in de EU
Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2025
Balans van de uitvoering van de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de grondrechten in de EU
Inhoudsopgave
1.Inleiding
2.De effectieve toepassing van het Handvest door de lidstaten waarborgen
3.Organisaties uit het maatschappelijk middenveld, rechtenverdedigers en beoefenaren van juridische beroepen macht geven
4.Het gebruik van het Handvest als kompas voor EU-instellingen stimuleren
5.De mensen bewuster maken van hun rechten uit hoofde van het Handvest
6.Conclusie
1.Inleiding
In 2025 bestaat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) 25 jaar. In het Handvest, dat op 7 december 2000 in Nice werd afgekondigd, zijn de grondrechten verankerd van iedereen in de Europese Unie. Burger- en politieke rechten, evenals economische en sociale rechten worden hierin herbevestigd en samengebracht, en in de EU-context omgezet. Het Handvest benadrukt de rol van de grondrechten als de fundamentele waarden van de EU, die zowel de EU-instellingen als de EU-lidstaten moeten respecteren bij de toepassing van het EU-recht.
In 2020 heeft de Europese Commissie haar strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU (de “strategie inzake het Handvest”) gepresenteerd, waarin de noodzaak werd erkend om de rechten en beginselen van het Handvest voor iedereen werkelijkheid te maken. De strategie inzake het Handvest is van 2020 tot 2030 van toepassing en berust op een doeltreffende samenwerking tussen de Commissie en de belanghebbenden die centraal staan in het versterken van de uitvoering en toepassing van grondrechten, dat wil zeggen nationale, regionale en lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers, rechtsbeoefenaars en EU-instellingen. De strategie is ook gericht op de noodzaak het publiek te informeren over de grondrechten en de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn bij schending van de grondrechten.
De afgelopen jaren is de nadruk sterker komen te liggen op de bevordering en bescherming van de grondrechten in de gehele EU. De grondrechten van het Handvest — met zijn componenten menselijke waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerrechten en justitie — vormen de kern van de wetgeving en het beleid van de EU en weerspiegelen onze gezamenlijke inzet voor een democratische en rechtvaardige samenleving. Tijdens de eerste vijf jaar van de uitvoering van de strategie is nieuwe EU-wetgeving vastgesteld waarbij specifieke grondrechten worden beschermd en bevorderd. In deze wetgeving zijn enkele van de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van de grondrechten nader uitgewerkt en hebben groepen belanghebbenden, zoals onafhankelijke organen voor de grondrechten en het maatschappelijk middenveld, de taak gekregen om de toepassing van het Handvest te ondersteunen door middel van hun rol bij de toepassing van het relevante EU-recht.
Vooruitgang op het gebied van de bescherming van de grondrechten kan echter niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. De mechanismen ter bescherming van deze rechten moeten te allen tijde blijven werken en er zijn aanhoudende inspanningen op alle niveaus nodig om de bescherming van de rechten van het Handvest te waarborgen en te versterken.
|
Wanneer is het Handvest van toepassing?
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 kreeg het Handvest dezelfde juridische waarde als de Verdragen, d.w.z. het EU-recht waarop EU-wetgeving en -beleid zijn gebaseerd. De EU-instellingen, -organen en -agentschappen moeten het Handvest naleven bij al hun activiteiten, net als de lidstaten wanneer ze het EU-recht uitvoeren.
De lidstaten passen het EU-recht toe wanneer ze:
- uitvoering geven aan EU-wetgeving door nationale omzettingsmaatregelen vast te stellen;
- wetgeving vaststellen op domeinen waarop het EU-recht specifieke verplichtingen oplegt of een afwijking toestaat;
- specifieke maatregelen vaststellen ter verwezenlijking van het doel van een EU-handeling, wanneer ze krachtens de betrokken handeling daartoe bevoegd zijn;
- financieringsprogramma’s van de EU uitvoeren overeenkomstig de regels voor EU-financiering.
|
Dit jaar biedt het verslag over het Handvest een belangrijke gelegenheid om de balans op te maken van de uitvoering van de strategie inzake het Handvest. Met dit verslag wordt een overzicht gegeven van de maatregelen die tussen 2020 en 2025 zijn genomen om de toepassing van het Handvest op EU-niveau en in de lidstaten te versterken. In het verslag wordt daarnaast gewezen op de resterende uitdagingen in dit verband en wordt aangegeven waar verdere inspanningen nodig zijn, waarbij verbeterpunten worden voorgesteld en nauwere samenwerking tussen de EU-instellingen, de lidstaten en andere belanghebbenden voor de tweede helft van de uitvoering van de strategie wordt ondersteund.
De Commissie heeft gegevens verzameld voor dit verslag door middel van diverse gerichte raadplegingen en een verzoek om input. Dit verslag is gebaseerd op een kwalitatieve beoordeling van de feedback op de raadpleging, waaronder gerichte online raadplegingen met: i) lidstaten; ii) contactpunten voor het Handvest; iii) lokale en regionale overheden; iv) het Europees netwerk van nationale mensenrechteninstituten (ENNHRI), het Europees netwerk van nationale organen voor de bevordering van gelijke behandeling (Equinet) en het Europees netwerk van ombudsmannen en hun leden; v) rechters en andere rechtsbeoefenaars, aanbieders van justitiële opleidingen en hun netwerken; vi) diensten van de Commissie en vii) het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA). Een online raadpleging van maatschappelijke organisaties werd uitgevoerd via het platform voor de grondrechten van het FRA, evenals een reeks bijeenkomsten in het kader van deze raadpleging.
2.De effectieve toepassing van het Handvest door de lidstaten waarborgen
De lidstaten spelen een sleutelrol bij de uitvoering en toepassing van het Handvest, waarbij de nationale autoriteiten de grondrechten onverkort toepassen wanneer zij het EU-recht uitvoeren. In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie zich er daarom toe verbonden haar partnerschap met de lidstaten te versterken om de doeltreffende uitvoering en toepassing van het Handvest te waarborgen door schendingen van de grondrechten te voorkomen, het bewustzijn van de grondrechten te bevorderen, de coördinatie te vergroten en de handhaving te waarborgen.
2.1.Contactpunten voor het Handvest
Om te zorgen voor een doeltreffende coördinatie en samenwerking bij de toepassing van het Handvest, heeft de overgrote meerderheid van de lidstaten een nationaal contactpunt voor het Handvest aangewezen. De Commissie heeft hun werk ondersteund door informatiebijeenkomsten en uitwisselingen van beste praktijken te organiseren, zowel online als fysiek, en door nieuws over het Handvest te delen. Om deze inspanningen verder te versterken, zal de Commissie de werkzaamheden van de contactpunten voor het Handvest organiseren als een netwerk van de Commissie om regelmatig van gedachten te wisselen over de uitvoering en toepassing van het Handvest.
Nationale overheden zijn het best in staat om te bepalen hoe de taken van de contactpunten voor het Handvest moeten worden georganiseerd om de coördinatie van de grondrechten in hun nationale kader doeltreffend te verbeteren. De raadplegingen duiden er ook op dat de contactpunten nauwere betrekkingen zouden kunnen onderhouden met organen voor de grondrechten, het maatschappelijk middenveld en lokale en regionale overheden. Daarom verzoekt de Commissie de lidstaten de informatieverstrekking, de bewustmaking en de capaciteitsopbouw voor het Handvest op nationaal niveau te versterken, mede door de activiteiten van de contactpunten voor het Handvest te ondersteunen en door het maatschappelijk middenveld en nationale mensenrechteninstituten hierbij te betrekken.
2.2.Bevordering van opleiding over het Handvest
In de strategie inzake het Handvest wordt de lidstaten gevraagd het gebruik van en de bekendheid met het Handvest te verbeteren door de ontwikkeling van begeleiding en opleiding voor nationale, regionale en lokale overheden en het delen van beste praktijken, en om wederzijds leren met betrekking tot het Handvest aan te moedigen. Hoewel de helft van de lidstaten specifieke opleidingen over het Handvest heeft georganiseerd, is er meer gerichte training nodig om ervoor te zorgen dat alle relevante autoriteiten voldoende kennis hebben van de grondrechten. De Commissie zal deze inspanningen verder ondersteunen door een programma voor wederzijds leren over het Handvest op te zetten om nationale belanghebbenden te ondersteunen bij het uitvoeren en toepassen van het Handvest door middel van collegiale uitwisselingen, workshops en de transnationale uitwisseling van beste praktijken.
Het FRA heeft de toepassing van het Handvest op nationaal niveau ondersteund door middel van gegevensverzameling en -analyse, onder meer in zijn verslagen over de grondrechten en Charterpedia. Om de uitwisseling van beste praktijken met betrekking tot het Handvest mogelijk te maken, organiseren het FRA en de Commissie sinds 2023 een jaarlijks online CharterXchange-evenement, waarin praktijkbeoefenaren en andere geïnteresseerde deelnemers, waaronder nationale overheden, samenkomen om ervaringen uit te wisselen en de uitdagingen en kansen met betrekking tot de toepassing van het Handvest te bespreken.
De Commissie en het FRA hebben opleidingsprogramma’s en -materiaal over het Handvest ontwikkeld en zullen bekendheid blijven geven aan de bestaande materialen, informatie en instrumenten. De lidstaten wordt verder verzocht om informatie- en opleidingsmateriaal over het Handvest te ontwikkelen in hun nationale talen, waarbij, in voorkomend geval, ook de hulpmiddelen van het FRA over het Handvest worden vertaald en aangepast aan het nationale kader.
2.3.Op nationaal niveau vaker gebruikmaken van effectbeoordelingen met betrekking tot de grondrechten
In de strategie inzake het Handvest werden de lidstaten verzocht effectbeoordelingen en procedures van onderzoek van wetgeving te gebruiken om ervoor te zorgen dat initiatieven voor de uitvoering van het EU-recht voldoen aan het Handvest. Sommige lidstaten hebben richtsnoeren ontwikkeld en maken gebruik van adviesorganen en openbare raadplegingen om te helpen bij de toepassing van het Handvest, terwijl ministeries en parlementaire organen ook een centrale rol spelen om te onderzoeken en te controleren of wetgevingsvoorstellen voldoen aan het Handvest. Tegelijkertijd heeft onderzoek van het FRA aangetoond dat de effecten van wetgevingsvoorstellen op de grondrechten niet systematisch worden beoordeeld en dat evaluaties achteraf eerder uitzondering dan regel zijn. Dit duidt op de noodzaak om nationale overheden te blijven ondersteunen bij het beoordelen van de mogelijke effecten op de grondrechten van nationale wetgeving ter omzetting van EU-verplichtingen, wanneer deze omzettingsmaatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor de rechten van het Handvest. De Commissie verzoekt de contactpunten voor het Handvest relevante middelen en informatie te verspreiden voor beleidsmakers op nationaal en lokaal niveau om hen te helpen bij de uitvoering van dergelijke effectbeoordelingen.
2.4.Rol van lokale en regionale overheden
Het Handvest wordt gebruikt door lokale en regionale overheden, en het kader voor mensenrechtensteden van het FRA wordt nuttig geacht om hen te helpen op grondrechten gebaseerde actieplannen en netwerken te ontwikkelen. Er worden specifieke opleidingsinstrumenten ontwikkeld als onderdeel van het RIGHTSCITIES-project, dat wordt gefinancierd in het kader van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV). De Commissie helpt sinds 2021 lokale en regionale overheden het Handvest te bevorderen aan de hand van de oproep tot stedenbanden in het CERV-programma. Stedenbanden creëren mogelijkheden voor samenwerking tussen gemeenten in verschillende landen, waardoor lokale overheden gedeelde uitdagingen kunnen aanpakken vanuit het gezichtspunt van het Handvest. Projecten in dit verband waren onder meer gericht op non-discriminatie, inclusie, democratische participatie, gendergelijkheid en de rechten van personen die tot minderheden behoren.
Er is echter meer informatie nodig over de meerwaarde van het Handvest in vergelijking met andere instrumenten inzake mensenrechten en wanneer het Handvest van toepassing is op lokaal niveau. Uit de raadplegingen blijkt een behoefte aan verdere praktische ondersteuning, zoals aangepaste opleidingen, bewustmaking en financiering. De Commissie verzoekt de lidstaten dan ook de lokale en regionale overheden te ondersteunen bij de toepassing van het Handvest, bijvoorbeeld door het verder uitwerken van het materiaal dat in het kader van het RIGHTSCITIES-project is ontwikkeld.
2.5.Preventie, toezicht en handhaving
Krachtens het EU-recht dragen nationale overheden de hoofdverantwoordelijkheid voor de correcte toepassing van het EU-recht. Nationale rechtbanken spelen een sleutelrol bij de handhaving van het Handvest door EU-recht toe te passen en uit te leggen binnen de nationale rechtsorde. Het mechanisme van de prejudiciële beslissing stelt een dialoogmechanisme in tussen het Hof van Justitie van de Europese Unie en nationale rechtbanken om ervoor te zorgen dat EU-recht, waaronder het Handvest, op uniforme wijze wordt uitgelegd.
De Commissie heeft in de strategie inzake het Handvest het belang benadrukt van een doorlopende dialoog met de lidstaten om schendingen van grondrechten te voorkomen. Deze dialoog vindt met name plaats in beleidsspecifieke werkgroepen en in het kader van activiteiten op het gebied van wederzijds leren. Tegelijkertijd heeft de Commissie bevestigd dat zij vastbesloten is om de toepassing van het Handvest en de daarmee verband houdende EU-wetgeving te monitoren en van nabij toezicht te houden op gevallen waarin een lidstaat stelselmatig verzuimt het Handvest toe te passen bij de uitvoering van het EU-recht. De afgelopen jaren heeft de Commissie inbreukprocedures ingeleid met betrekking tot de eerbiediging van specifieke rechten van het Handvest, zoals het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, de bescherming van persoonsgegevens, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, het recht op vrijheid van vreedzame vergadering, de vrijheid van vereniging, non-discriminatie op grond van nationaliteit, geslacht of seksuele gerichtheid, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit van de media, het recht op een wettelijk verschoningsrecht en het vermoeden van onschuld.
De Commissie heeft vanaf 2021 jaarverslagen gepubliceerd over de toepassing van het Handvest, waarbij steeds de effecten van het Handvest op bepaalde beleidsgebieden worden onderzocht. De strategie inzake het Handvest en de jaarlijkse verslagen over de toepassing van het Handvest maken deel uit van een bredere EU-inspanning om de fundamentele waarden, waaronder de eerbiediging van de mensenrechten, de rechtsstaat, democratie en gelijkheid, te versterken. Hieronder vallen ook de jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat, het Actieplan voor Europese democratie, het pakket voor de verdediging van de democratie, verslagen over het EU-burgerschap, het Europees schild voor de democratie, de strategie voor het maatschappelijk middenveld en strategieën om tegemoet te komen aan de behoeften van specifieke groepen houders van rechten.
Bij het opstellen van de jaarverslagen over de toepassing van het Handvest werkt de Commissie samen met andere EU-instellingen en -agentschappen, met name het FRA, om informatie en gegevens te verzamelen voor de verslagen, en voert zij brede raadplegingen van belanghebbenden uit. De verslagen over het Handvest zijn waardevolle instrumenten om de relevantie van de grondrechten op verschillende beleidsterreinen te benadrukken, en herinneren tegelijkertijd aan het brede toepassingsgebied en de toepasselijkheid van het Handvest. De verslagen worden ook nuttig geacht voor het maatschappelijk middenveld en de rechterlijke macht, aangezien hiermee wordt voorzien in regelmatige samenvattingen van relevant EU-recht, een leidraad voor pleitbezorging ter ondersteuning van de grondrechten en, in het algemeen, een bevestiging van de erkenning van de bestaande uitdagingen. Belanghebbenden verzoeken echter wel de bruikbaarheid van de verslagen als toezichtsinstrument te vergroten, met name door voor te stellen om de nadruk te leggen op het beschermen van specifieke rechten van het Handvest; en om verwijzingen naar rechterlijke beslissingen op te nemen.
De Commissie zal nagaan hoe de verslagen over het Handvest verder kunnen worden ontwikkeld om een gedetailleerder overzicht te geven van de belangrijkste ontwikkelingen met betrekking tot de toepassing van specifieke rechten van het Handvest in verband met het geselecteerde thema, met inbegrip van relevante rechterlijke beslissingen. De Commissie zal haar bevindingen ondersteunen met relevante gegevensindicatoren, indien beschikbaar, van Eurostat en andere relevante bronnen. Zij zal een haalbaarheidsstudie uitvoeren om verdere mogelijkheden te analyseren om het toezicht op de grondrechten in het kader van de jaarlijkse thematische verslagen over het Handvest te versterken. Deze aspecten zullen ook worden besproken in het kader van het nieuwe platform voor het maatschappelijk middenveld dat in 2026 zal worden opgericht.
De raadplegingen laten zien dat de follow-up van de verslagen over het Handvest op nationaal niveau beperkt is gebleven. Daarom verzoekt de Commissie de lidstaten om hun inspanningen voor de follow-up van de verslagen over het Handvest op te voeren, in het bijzonder door evenementen te organiseren met relevante groepen belanghebbenden om het onderwerp van het jaarverslag in het nationale kader te bespreken.
De Commissie heeft eveneens het Europees Parlement en de Raad verzocht inhoudelijke discussies te organiseren als follow-up van de verslagen over het Handvest. In 2021 nam de Raad Conclusies van de Raad over een striktere toepassing van het Handvest aan, met een uiteenzetting van maatregelen die de lidstaten kunnen nemen ter ondersteuning van de uitvoering van de strategie. De Raad heeft de Commissie elk jaar gevraagd de bevindingen van het verslag over het Handvest aan de lidstaten te presenteren en conclusies van de Raad aangenomen met verdere aanbevelingen over het onderwerp van het verslag.
De Commissie heeft in de strategie ook het Europees Parlement en de nationale parlementen aangemoedigd om interparlementaire samenwerking over de toepassing van het Handvest op te zetten. Zij verzoekt het Europees Parlement nogmaals de nationale parlementen te betrekken bij het versterken van de toepassing van het Handvest, onder meer door een interparlementaire coördinatievergadering over de toepassing van het Handvest te organiseren. De Commissie staat klaar om de ontwikkeling van dit initiatief te ondersteunen.
2.6.De bescherming van de waarden van het Handvest waarborgen met gebruik van EU-middelen
EU-financiering is van cruciaal belang om de uitvoering van EU-beleid te ondersteunen. Om ervoor te zorgen dat de uitvoering van EU-middelen in overeenstemming is met het Handvest, bevat de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) een horizontale “randvoorwaarde” inzake de doeltreffende toepassing en uitvoering van het Handvest (horizontale randvoorwaarde inzake het Handvest). De horizontale randvoorwaarde inzake het Handvest vereist dat de lidstaten regelingen treffen om ervoor te zorgen dat programma’s die worden ondersteund door fondsen die onder de GB-verordening vallen, voldoen aan het Handvest in alle fasen van de programmering en uitvoering. Ze worden aangemoedigd maatschappelijke organisaties bij deze regelingen te betrekken, zoals onafhankelijke organen voor de grondrechten. Lidstaten zijn tevens verplicht regelingen te treffen om aan de toezichtcomités gevallen te melden van niet-naleving van het Handvest door operaties die worden ondersteund door het Handvest en klachten betreffende het Handvest.
De Commissie zal blijven controleren of de horizontale randvoorwaarde inzake het Handvest gedurende de programmeringsperiode wordt nageleefd, en zal naargelang het geval de nodige maatregelen nemen om naleving te waarborgen. De raadplegingen wijzen echter op een behoefte aan meer informatie en richtsnoeren om de nationale en regionale overheden die EU-fondsen beheren te helpen bij de toepassing van het Handvest, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden via opleidingsmodules, capaciteitsopbouw of de uitwisseling van beste praktijken. Overeenkomstig de toezegging die in de strategie inzake het Handvest is gedaan, is dit richtsnoer gepubliceerd in de vorm van een handleiding om nationale en regionale overheden en organen te begeleiden bij het waarborgen van een coherente en doeltreffende uitvoering van de horizontale randvoorwaarde inzake het Handvest. De Commissie zal de handleiding laten vertalen in de officiële EU-talen om ervoor te zorgen dat deze toegankelijk is voor nationale belanghebbenden. De Commissie zal ook onderzoeken of er in het kader van de volgende MFK verdere actie nodig is, zoals activiteiten voor capaciteitsopbouw of de uitwisseling van beste werkwijzen.
Het voorstel van de Commissie voor het volgende MFK bevat sterke waarborgen en stimulansen om ervoor te zorgen dat EU-financiering het Handvest en de rechtsstaat eerbiedigt. Naleving van de beginselen van de rechtsstaat en het Handvest is een voorwaarde voor financiële steun. Om hun nationale en regionale plannen te laten goedkeuren, moeten de lidstaten aantonen dat ze over adequate mechanismen beschikken om ervoor te zorgen dat de beginselen van de rechtsstaat en de horizontale randvoorwaarde inzake het Handvest tijdens de uitvoering van de fondsen worden nageleefd.
3.Organisaties uit het maatschappelijk middenveld, rechtenverdedigers en beoefenaren van juridische beroepen macht geven
3.1.Maatschappelijk middenveld
In de strategie inzake het Handvest wordt de onmisbare bijdrage van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers benadrukt om ervoor te zorgen dat de grondrechten door iedereen kunnen worden genoten. De Commissie verzocht de lidstaten in de strategie ondersteunende randvoorwaarden en een veilige omgeving te bevorderen voor maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in hun land, waaronder op lokaal niveau.
De Commissie richtte haar verslag over het Handvest van 2022 op een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld, waarin de rol van maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers, nationale mensenrechteninstituten (NHRI’s), organen voor gelijke behandeling en ombudspersonen bij de ondersteuning van de toepassing van het Handvest werd beschreven, de maatregelen op EU- en nationaal niveau om hen te beschermen, te ondersteunen en te versterken in kaart werden gebracht, en de uitdagingen, lacunes en verbeterpunten op dit gebied werden aangegeven. In het verslag werd opgemerkt dat sprake is van een verdere inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld, waarbij bedreigingen en intimidatie werden gemeld door maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers en leden daarvan.
Als follow-up van het verslag over het Handvest van 2022 heeft de Commissie een reeks seminars georganiseerd over de maatregelen die nodig zijn om het maatschappelijk middenveld verder te versterken, te beschermen en te ondersteunen, wat werd afgesloten met een bijeenkomst op hoog niveau in november 2023. In een eindverslag werd de lidstaten en de EU-instellingen aanbevolen zich te richten op de bescherming, bevordering en ondersteuning van een maatschappelijke ruimte in de EU. Deze conclusies zijn gebruikt voor een aanbeveling van de Commissie in 2023 over het bevorderen van betrokkenheid en effectieve participatie van burgers en maatschappelijke organisaties bij processen voor de vorming van overheidsbeleid. Overeenkomstig deze aanbeveling heeft de Commissie hulpmiddelen ontwikkeld om burgers te betrekken bij haar beleidsvorming, met name de Europese burgerpanels, die nationale en lokale overheden kunnen inspireren om hun eigen strategieën voor burgerbetrokkenheid te ontwikkelen. De Commissie heeft in 2024 ook twee richtlijnen vastgesteld over minimumvoorschriften voor de werking van organen voor gelijke behandeling om hun doeltreffendheid te verbeteren en hun onafhankelijkheid te waarborgen.
De Commissie heeft als voortzetting van deze initiatieven en om tegemoet te komen aan de verzoeken van het maatschappelijk middenveld op 12 november 2025 de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld vastgesteld. De strategie voorziet in een kader om de betrokkenheid bij maatschappelijke organisaties op EU- en nationaal niveau te bevorderen en hen te beschermen en te ondersteunen en te zorgen voor duurzame en transparante financiering. De Commissie zal een platform voor het maatschappelijk middenveld opzetten om nauwer samen te werken met maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met grondrechten en ander op waarden gebaseerd EU-beleid. De Commissie verzoekt de lidstaten ook het maatschappelijk middenveld te betrekken bij activiteiten in verband met het Handvest op nationaal niveau om te zorgen voor uitwisseling van informatie en wederzijdse capaciteitsopbouw.
De Commissie heeft zich ook ingezet voor de ondersteuning van een gunstig klimaat voor het maatschappelijk middenveld, met name door financiering vanuit het CERV-programma. Tussen 2022 en 2025 is meer dan 1,3 miljard EUR toegekend aan actoren die bijdragen aan de toepassing van de waarden die zijn vastgelegd in artikel 2 VEU en het Handvest.
In juli 2025 heeft de Commissie haar voorstel voor een nieuw financieringsprogramma van AgoraEU vastgesteld om de bevordering en bescherming van de grondrechten van 2028 tot en met 2034 te blijven financieren via het onderdeel “Democratie, burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV+). De Europese Unie zal op basis van het nieuwe MFK, in combinatie met nationale begrotingen en als aanvulling op andere inspanningen op Europees en nationaal niveau, het maatschappelijk middenveld ondersteunen bij het bevorderen van de toepassing van het Handvest, onder meer door middel van het voorgestelde AgoraEU-programma en het programma “Justitie”, zodra deze zijn vastgesteld.
Tot slot heeft de Commissie netwerken van maatschappelijke organisaties verzocht hun capaciteitsopbouw te versterken door samen te werken aan opleiding over het Handvest en praktijken uit te wisselen, voortbouwend op de ondersteuning en hulpmiddelen die door de Commissie en het FRA zijn ontwikkeld. Volgens de Commissie bevinden maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers, NHRI’s, organen voor gelijke behandeling en ombudspersonen zich in een goede positie om informatie uit te wisselen en mensen te helpen toegang te krijgen tot rechterlijke bescherming wanneer hun grondrechten worden geschonden. In het bijzonder kunnen doeltreffende rechterlijke bescherming en strategische procesvoering bijdragen aan de effectieve handhaving van grondrechten. De Commissie heeft verschillende projecten gefinancierd om de capaciteit van het maatschappelijk middenveld voor strategische procesvoering op basis van het Handvest te vergroten.
Ter versterking van de uitvoering van de genoemde toezeggingen verzoekt de Commissie maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers, NHRI’s, organen voor gelijke behandeling en ombudspersonen om hun inspanningen voor samenwerking te versterken en praktijken met betrekking tot het Handvest uit te wisselen. De Commissie verzoekt daarnaast deze belanghebbenden, evenals rechtsbeoefenaars en begunstigden van EU-financiering, om rechtspraak en andere goede praktijken met betrekking tot het Handvest te delen met het FRA ter ondersteuning van de actualisering van de Charterpedia-database.
3.2.De rol van nationale mensenrechteninstituten
In het tweede onderdeel van de strategie inzake het Handvest wordt het belang van sterke en onafhankelijke nationale mensenrechteninstituten (National Human Rights Institutions, NHRI’s) benadrukt. Dankzij brede mandaten die alle grondrechten bestrijken, spelen de NHRI’s een unieke rol bij de bescherming van de grondrechten door overheidsactoren en bij het samenbrengen van overheden en het maatschappelijk middenveld. In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie de lidstaten die geen onafhankelijke NHRI hebben opgericht daarom verzocht dit wel te doen. Zij heeft de andere lidstaten daarnaast verzocht ervoor te zorgen dat NHRI’s de instrumenten en middelen krijgen om te voldoen aan de beginselen van Parijs van de Verenigde Naties en in hun mandaat naar het Handvest te verwijzen. Zij heeft nota genomen van de rol van het ENNHRI bij het helpen van lidstaten om een A-statusaccreditatie van hun NHRI’s te verkrijgen en te behouden, met name door de capaciteitsopbouw en de uitwisseling van praktijken inzake het Handvest te coördineren.
Na de aanneming van de strategie inzake het Handvest zijn nog vijf NHRI’s geaccrediteerd met een A-status (in Cyprus, Estland, Oostenrijk, Slovenië en Zweden) en is op het gebied van de oprichting van een geaccrediteerde NHRI in Tsjechië en Roemenië vooruitgang geboekt. Het ENNHRI helpt de aangewezen instellingen door middel van technisch advies en overleg accreditatie te verkrijgen en naar een hoger niveau te brengen. De Commissie houdt in haar verslagen over de rechtsstaat in het kader van de pijler over “andere institutionele kwesties in verband met controles en waarborgen” toezicht op de situatie van ombudspersonen, NHRI’s, organen voor de bevordering van gelijke behandeling en andere onafhankelijke instanties.
Na de aanneming van de strategie inzake het Handvest zijn het ENNHRI en de NHRI’s in toenemende mate betrokken bij de ondersteuning van de toepassing van het Handvest. Het ENNHRI organiseert capaciteitsopbouw voor het Handvest en draagt samen met zijn leden bij aan de voorbereiding van wetgeving en beleidsmaatregelen die gevolgen hebben voor de grondrechten en de fundamentele waarden.
Ter ondersteuning van hun inspanningen zal de Commissie de behoefte in overweging nemen aan aanvullende richtsnoeren met betrekking tot de rol van NHRI’s uit hoofde van het EU-recht, onder meer bij de toepassing van het Handvest, evenals de vraag hoe de lidstaten de NHRI’s zouden kunnen ondersteunen. De Commissie zal NHRI’s blijven ondersteunen bij de toepassing van het Handvest, onder meer door middel van het financieren van het CERV-programma 2021-2027 en het voorgestelde AgoraEU-programma, zodra dat is aangenomen.
Daarnaast verzoekt de Commissie NHRI’s, organen voor de bevordering van gelijke behandeling en ombudspersonen de toepassing van het Handvest te blijven ondersteunen door middel van speciale activiteiten in hun lidstaten, onder meer door personen informatie en advies te geven over de grondrechten en over rechtsmiddelen in het geval van een schending van de grondrechten.
Er zijn aanvullende inspanningen nodig om ervoor te zorgen dat NHRI’s de toepassing van het Handvest in alle lidstaten kunnen ondersteunen. De Commissie verzoekt de lidstaten daarom NHRI’s te betrekken bij raadplegingsprocessen, zodat ze bij de voorbereiding van wetgeving en beleid op gebieden waar het Handvest van toepassing is, een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de beoordeling van de effecten op de grondrechten. Zij verzoekt de lidstaten daarnaast om op nationale, regionale en lokale niveaus initiatieven voor bewustmaking en capaciteitsopbouw te ontwikkelen door gebruik te maken van de gedeelde kennis van de NHRI’s, mensenrechtenverdedigers, het maatschappelijk middenveld, lokale en regionale overheden en de regering.
3.3.Rechtsbeoefenaars
Rechters en andere rechtsbeoefenaars hebben een unieke rol bij het waarborgen van de toepassing van de grondrechten. In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie toegezegd om opleidingsmogelijkheden voor rechters en andere rechtsbeoefenaars met betrekking tot het Handvest te financieren in het kader van het programma “Justitie”. In de strategie inzake justitiële opleiding 2021-2024 verklaarde de Commissie dat rechtsbeoefenaars een speciale opleiding moeten krijgen over het Handvest, de werkingssfeer ervan en de specifieke grondrechten, alsook over de relatie van het Handvest met het nationaal recht en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
De nationale rechtbanken verwijzen steeds vaker naar het Handvest. Het aantal verzoeken om een prejudiciële beslissing waarin wordt verwezen naar het Handvest, is vanaf 2020 elk jaar toegenomen, tot 128 verzoeken in 2024. Volgens de raadplegingen van rechtsbeoefenaars die ter ondersteuning van deze evaluatie zijn uitgevoerd, wordt het Handvest geacht een meerwaarde te bieden als aanvullende wettelijke norm voor constitutionele bepalingen en internationale mensenrechtenverplichtingen, met name in migratie- en asielzaken en bij de toepassing van EU-wetgeving inzake het Europees aanhoudingsbevel, gegevensbescherming, kinderbescherming en belastingheffing. De reagerende rechtsbeoefenaars verwijzen ook naar de toepassing van de procedurele rechten van het Handvest (de artikelen 47-50). Rechtsbeoefenaars melden echter ook welke moeilijkheden ze ondervinden bij het vaststellen van de toepasselijkheid van het Handvest.
Justitiële opleiding over het Handvest moet nog een groter aantal rechtsbeoefenaars bereiken. De meest genoemde redenen om niet aan dergelijke opleiding deel te nemen, zijn geringe bekendheid of onvoldoende opleidingsmogelijkheden op nationaal en EU-niveau. De Commissie blijft de justitiële opleiding over het Handvest ondersteunen, onder meer via het voorgestelde programma “Justitie” in het kader van het nieuwe MFK, zodra dat is aangenomen. De Commissie verzoekt de lidstaten ook om ervoor te zorgen dat er aanvangs- en voortgezette justitiële opleidingen over het Handvest in hun nationale talen worden aangeboden.
In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie ook toegezegd de ontwikkeling van een e-learninginstrument voor rechters te ondersteunen. In december 2025 zal zij de “e-capsules inzake EU-recht” publiceren, korte online-opleidingen waarin de belangrijkste kenmerken van het EU-recht op het gebied van veertig onderwerpen, waaronder het Handvest, worden samengevat. Begin 2026 zal de Commissie ook 53 gratis online-opleidingen over het Handvest publiceren, waarin elk inhoudelijk artikel en de algemene bepalingen van het Handvest in sessies van dertig minuten worden geïntroduceerd. In een aanvullende schriftelijke handleiding wordt de relevante jurisprudentie over elk artikel samengevat. De opleidingen zijn gericht op nationale en EU-ambtenaren. Alle bovengenoemde opleidingen zullen openbaar beschikbaar zijn op het “Europees opleidingsplatform” van het Europees e-justitieportaal.
Om de beschikbaarheid van informatie over het Handvest te waarborgen, heeft de Commissie netwerken van rechters en andere rechtsbeoefenaars verzocht om samen te werken op het gebied van opleiding, en goede praktijken inzake de toepassing van het Handvest uit te wisselen en daarbij gebruik te maken van door de Commissie, het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO) en het FRA aangeboden ondersteuning en instrumenten. De bekendheid met en het gebruik van dit materiaal zijn echter op een laag niveau gebleven. Hieruit blijkt dat er meer behoefte is aan praktische richtsnoeren en informatie over de jurisprudentie over het Handvest, zoals databases en informatiebladen, alsook uitwisselingen van beste praktijken met betrekking tot de toepassing van het Handvest en de vertaling van het belangrijkste materiaal in de nationale talen. De Commissie, in samenwerking met het FRA, blijft rechtsbeoefenaars daarom bewust maken van bestaande online-opleidingsmiddelen inzake het Handvest en verzoekt justitiële opleidingsinstituten deze middelen te gebruiken in hun opleidingsaanbod. Zij verzoekt de lidstaten ook om informatie over bestaande opleidingen en online-instrumenten inzake het Handvest met de rechterlijke macht uit te wisselen, met inachtneming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De Commissie zal haar nieuwe online-opleidingen inzake het Handvest daarnaast toegankelijker maken en informatie over het Handvest en de toepassing daarvan op haar website blijven verstrekken.
De Commissie heeft in de strategie inzake het Handvest erkend dat de digitalisering van justitie de potentie heeft om de capaciteit van rechtbanken om zaken betreffende de grondrechten doeltreffend aan te pakken, te vergroten, en zij ondersteunt de digitaliseringsinspanningen van de lidstaten dan ook. Tegelijkertijd moet de digitalisering van justitie worden doorgevoerd op een wijze die de eerbiediging van de grondrechten waarborgt, onder meer door ervoor te zorgen dat fysieke rechtszittingen beschikbaar zijn voor partijen die deze nodig hebben om hun grondrechten effectief uit te oefenen.
4.Het gebruik van het Handvest als kompas voor EU-instellingen stimuleren
In de strategie inzake het Handvest benadrukt de Commissie dat naleving van het Handvest belangrijk is voor de duurzaamheid van EU-wetgeving. Zij heeft zich ertoe verbonden te beoordelen in hoeverre het Handvest wordt nageleefd in belangrijke initiatieven die van de voorbereidende fase tot en met het besluitvormingsproces een groot effect op de grondrechten zouden kunnen hebben.
Om EU-personeel bij de beoordeling van de effecten van de grondrechten beter te begeleiden, heeft de Commissie de richtsnoeren voor haar personeel inzake de toepassing van het Handvest bij effectbeoordelingen bijgewerkt en zal zij deze als bron van informatie verspreiden onder beleidsmakers op nationaal en lokaal niveau, zoals in de strategie is toegezegd. Naast de reguliere opleidingssessies inzake betere regelgeving heeft de Commissie een speciale opleiding over “het EU-Handvest van de grondrechten bij effectbeoordelingen” ontwikkeld om EU-personeel een opleiding inzake het Handvest te geven en hun richtsnoeren aan te reiken bij het beoordelen van de effecten van wetgevingsvoorstellen op de grondrechten in overeenstemming met de regels voor betere regelgeving. Het FRA heeft EU-instellingen en lidstaten ook advies gegeven over het beoordelen van de effecten van ontwerpwetgeving en -beleid op de grondrechten. De online-opleidingen over het Handvest van de Commissie bevatten advies voor EU-personeel over hoe het naleving van de grondrechten kan waarborgen bij het formuleren van wetgevingsinitiatieven.
De Commissie baseert zich op input van belanghebbenden bij het opstellen van haar initiatieven, ook met betrekking tot de mainstreaming van het Handvest in haar beleidsmaatregelen en voorstellen. Het maatschappelijk middenveld is ook betrokken via een reeks gedecentraliseerde vormen van gestructureerd overleg en raadplegingen en neemt deel aan tal van deskundigengroepen van de Commissie. In de nieuwe EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld is een gemeenschappelijk kader vastgesteld om de samenwerking van de Commissie met maatschappelijke organisaties te sturen en te versterken.
De taskforce Gelijkheid van de Commissie werkt aan de mainstreaming van overwegingen inzake gelijkheid in alle initiatieven. De taskforce heeft processen ontwikkeld om personeel van de Commissie te helpen waarborgen dat beleid, wetgeving en financieringsprogramma’s van de EU de gelijkheid van vrouwen en mannen bevorderen en discriminatie tegengaan. De taskforce heeft ook opleiding over de mainstreaming van gelijkheid aan het personeel aangeboden. Daarnaast helpen de strategieën voor een Unie van gelijkheid om gelijkheid en non-discriminatie te vertalen in beleidsmaatregelen.
Mensenrechtenverdragen waarbij de EU partij is, sturen bovendien het gebruik van het Handvest door de EU-instellingen, aangezien de EU verplicht is bij het opstellen van wetgeving aan de normen van deze verdragen te voldoen. De toetreding van de EU versterkt dus de uitvoering van het Handvest op de beleidsterreinen die onder deze verdragen vallen. Het toetredingsproces van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens is ook voortgezet met het oog op de waarborging van aanvullend extern toezicht op de grondrechten in de EU.
Om de mainstreaming van het Handvest in het gehele wetgevingsproces van de EU te ontwikkelen, heeft de Commissie ook het Europees Parlement en de Raad verzocht de hun ter beschikking staande instrumenten te gebruiken om ervoor te zorgen dat het Handvest doeltreffend wordt toegepast. Voorzitterschappen van de Raad hebben een opleiding over de toepassing van het Handvest georganiseerd voor personeel van de Raad en delegaties van de lidstaten. In 2024 was de opleiding gericht op de rol van elke instelling bij het beoordelen van het effect op de grondrechten bij de uitvoering van effectbeoordelingen. Om dit werk verder te versterken, moedigt de Commissie het Europees Parlement en de Raad aan uitwisselingen van beste praktijken te organiseren om ervoor te zorgen dat het Handvest in de gehele wetgevingscyclus wordt geëerbiedigd. Zij verzoekt de Raad haar richtsnoeren inzake de naleving van de grondrechten onder de aandacht te blijven brengen in de werkgroepen van de Raad.
Overeenkomstig de strategie inzake het Handvest is de Commissie erop blijven toezien dat de interne en externe acties van de EU om de grondrechten te bevorderen en te beschermen, coherent en wederzijds versterkend zijn. In 2020 nam zij het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 aan. Het plan dient als richtsnoer voor de bilaterale en multilaterale activiteiten op het gebied van de mensenrechten en is afgestemd op het Handvest.
Op multilateraal niveau werkt de EU samen met de Mensenrechtenraad, de Derde Commissie en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en ondersteunt zij het mandaat en de onafhankelijkheid van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten. Sinds 2020 heeft de EU meer dan zestig mensenrechtendialogen en raadplegingen met derden uitgevoerd.
Overeenkomstig haar toezegging om bij het voorbereiden van en onderhandelen over handels- en investeringsovereenkomsten rekening met het Handvest te houden, is de EU toezicht blijven houden op de naleving door niet-EU-landen van internationale normen inzake de mensenrechten. De EU voert haar handelsbeleid, met inbegrip van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling van haar handelsovereenkomsten, uit aan de hand van de mededeling van 2022 over de “De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” en de mededeling van 2022 over “waardig werk wereldwijd”. De Commissie is klachten van belanghebbenden blijven onderzoeken betreffende niet-naleving van verbintenissen die partners bij handelsovereenkomsten zijn aangegaan.
De Commissie is ook uitbreidingslanden blijven ondersteunen bij het voldoen aan de EU-normen op het gebied van de grondrechten. Kandidaat-lidstaten moeten geleidelijk voldoen aan de bepalingen van het Handvest met het oog op volledige naleving op de datum van toetreding. De Commissie biedt ondersteuning in de vorm van financiële en technische bijstand op dit gebied en houdt door middel van het jaarlijkse uitbreidingspakket toezicht op de voortgang.
Kandidaat-lidstaten en landen met een associatieovereenkomst kunnen vragen om een waarnemersstatus bij het FRA om hen te helpen hun wetgeving en beleid in overeenstemming te brengen met het grondrechten-acquis. Albanië, Noord-Macedonië en Servië hebben momenteel een waarnemersstatus en nieuwe kandidaat-lidstaten hebben belangstelling getoond om die te verkrijgen.
5.De mensen bewuster maken van hun rechten uit hoofde van het Handvest
Het laatste onderdeel van het Handvest is gericht op het publieke bewustzijn. Uit een Eurobarometer-enquête over de kennis van het Handvest, die in het voorjaar van 2025 is gehouden, blijkt dat 49 % van de mensen van het Handvest had gehoord, waaruit blijkt dat er sinds 2019 bescheiden vooruitgang is geboekt. Slechts 12 % van de respondenten voelde zich echter goed geïnformeerd over hun rechten uit hoofde van het Handvest, wat erop duidt dat het bewustzijn verder moet worden vergroot. Respondenten zijn geïnteresseerd in meer informatie over waar zij terechtkunnen wanneer hun rechten worden geschonden (64 %), over de inhoud van het Handvest (62 %) en over wanneer het van toepassing is (62 %).
Doeltreffende rechtsbescherming is essentieel omdat mensen daarmee hun grondrechten kunnen doen gelden. De Eurobarometer-enquête 2025 toont aan dat 23 % van de mensen, als hun rechten uit hoofde van het Handvest zouden worden geschonden, een aanklacht bij de politie zou indienen, gevolgd door 21 % van de mensen dat zich tot een EU-instelling zou wenden, en 18 % dat zich tot een nationale rechtbank zou wenden. Slechts 5 % zou in contact treden met een maatschappelijke organisatie. Deze resultaten verschillen slechts licht van de enquête van 2019.
Al in de strategie voor 2010 merkte de Commissie op hoe moeilijk het voor mensen was om te weten welke rechtsmiddelen adequaat zijn in gevallen waarbij het Handvest wordt geschonden. De Commissie ontvangt per jaar gemiddeld 1 500 brieven van burgers over schendingen van de grondrechten, die voornamelijk verband houden met situaties waarvoor zij niet bevoegd is omdat die situaties geen verband houden met het EU-recht. Sinds de lidstaten in individuele gevallen primair verantwoordelijk zijn om te voorzien in rechtsmiddelen, heeft de Commissie hen in de strategie inzake het Handvest verzocht initiatieven te ontplooien om mensen bewuster te maken van hun rechten uit hoofde van het Handvest en van waar ze terecht kunnen als hun rechten worden geschonden, met name door de positie van lokale vertegenwoordigers te versterken. Dergelijke initiatieven zijn echter nog steeds grotendeels onbekend bij het publiek. Er zijn dus mogelijkheden om mensen meer informatie te verstrekken over hoe ze doeltreffende rechtsmiddelen kunnen vinden. De Commissie verzoekt de lidstaten daarom met onafhankelijke grondrechteninstituten en het maatschappelijk middenveld samen te werken om informatie over de grondrechten en de beschikbare rechtsmiddelen in geval van schendingen van de grondrechten op alle niveaus te delen.
In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie ook de vitale rol van lokale overheden bij de vergroting van het bewustzijn over het Handvest benadrukt. Lokale en regionale overheden bevinden zich in een goede positie om initiatieven voor bewustmaking te organiseren, waaronder voorlichtingscampagnes, activiteiten voor maatschappelijke betrokkenheid, opleiding voor lokale ambtenaren en pedagogische outreach, zoals “Handvestdagen”. Hoewel momenteel te weinig gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid, blijven deze inspanningen relevant om het Handvest dichter bij de mensen te brengen.
De Commissie heeft daarnaast nota genomen van het belang van het geven van voorlichting over de grondrechten door middel van waargebeurde verhalen. Zij heeft van 2021 tot 2022 een bewustmakingscampagne gevoerd om mensen te informeren over hun rechten uit hoofde van het Handvest. In 2025 voert de Commissie, ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de afkondiging van het Handvest, een socialemediacampagne om het bewustzijn te vergroten over de afzonderlijke artikelen van het Handvest en over wat grondrechten voor mensen betekenen.
Het Erasmus+-programma heeft ook projecten ondersteund op het gebied van grondrechten en het communiceren van de rechten van het Handvest aan jongeren. Daarnaast is educatie over fundamentele waarden en mensenrechten een belangrijk onderdeel van de agenda voor wereldburgerschapseducatie en het programma voor ontwikkelingssamenwerking en bewustmaking (DEAR).
In de strategie inzake het Handvest heeft de Commissie ook toegezegd kinderen meer bewust te maken van hun rechten uit hoofde van de EU-strategie voor de rechten van het kind. De in 2021 aangenomen strategie is met en voor kinderen ontwikkeld om EU-beleid en -wetgeving dichter bij kinderen te brengen. Kinderen hebben ook bijgedragen aan het opstellen van richtsnoeren om documenten eenvoudiger en toegankelijker te maken. Sinds de EU-site voor jongereninspraak in 2022 werd opgericht, zijn kinderen geraadpleegd over bepaalde beleidsinitiatieven en zijn zij betrokken bij het “vertalen” van deze initiatieven naar kindvriendelijke vormen.
Om de verstrekking van informatie en de bewustmaking over het Handvest verder te versterken, blijft de Commissie deze inspanningen op nationaal, lokaal en regionaal niveau financieren door middel van het CERV-programma en de opvolger daarvan, het onderdeel CERV+ van het voorgestelde AgoraEU-programma, zodra dat is aangenomen; en door haar eigen bewustmaking uit te voeren, waaronder communicatieactiviteiten en een conferentie ter gelegenheid van de 25e verjaardag van het Handvest.
6.Conclusie
Een kwart eeuw na de afkondiging ervan vormt het Handvest een stevige leidraad voor het beleid en de wetgeving van de EU en voor de uitvoering en toepassing ervan in de lidstaten. Uit deze tussentijdse evaluatie blijkt dat de meeste beleidstoezeggingen in de strategie inzake het Handvest zijn gerealiseerd. De Commissie heeft de samenwerking met de lidstaten aangehaald, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke grondrechtenorganen ondersteund, justitiële opleiding bevorderd en het gebruik van het Handvest in de wetgevingsprocedures versterkt. De voor deze evaluatie uitgevoerde raadplegingen bevestigen bovendien dat belanghebbenden in de gehele EU wezenlijk actie ondernemen op een manier die aansluit bij de strategie.
Tegelijkertijd blijven er uitdagingen bestaan bij het waarborgen van de doeltreffende toepassing van het Handvest. De bekendheid met het Handvest bij overheidsinstanties, beroepsbeoefenaars en het bredere publiek moet worden verbeterd. Duurzame capaciteitsopbouw, verbeterde toegang tot informatie en monitoring en handhaving blijven essentieel om ervoor te zorgen dat het Handvest op alle niveaus consequent wordt uitgevoerd en toegepast. De inspanningen moeten met name gericht zijn op het opschalen van de verstrekking van informatie en opleiding, zodat veel meer ambtenaren, belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld en rechtsbeoefenaars van dergelijke maatregelen kunnen profiteren en de algemene toepassing van het Handvest kunnen helpen verbeteren. In deze tussentijdse evaluatie zijn verdere maatregelen op deze gebieden uiteengezet.
Tijdens de tweede helft van de uitvoering van de strategie inzake het Handvest zal de Commissie haar jaarverslagen over het Handvest verder ontwikkelen en versterkte maatregelen nemen om de uitvoering en toepassing van het Handvest in de lidstaten te ondersteunen. Zij zal de werkzaamheden van de contactpunten voor het Handvest organiseren als netwerk van de Commissie om hen te ondersteunen bij het waarborgen van doeltreffende coördinatie en samenwerking bij de toepassing van het Handvest en een programma voor wederzijds leren opzetten om nationale belanghebbenden te helpen beste praktijken inzake het Handvest op alle niveaus uit te wisselen. Er zijn ook verdere inspanningen nodig om ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en onafhankelijke organen voor de grondrechten de bevoegdheid behouden om de toepassing van het Handvest te ondersteunen. De Commissie zal de acties in het kader van de EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld uitvoeren en nagaan of er behoefte is aan aanvullende richtsnoeren met betrekking tot de rol van NHRI’s uit hoofde van het EU-recht.
Er is doortastend optreden nodig om de eerbiediging en bescherming van de rechten van het Handvest op alle beleidsterreinen van de EU te versterken. De lidstaten en andere belanghebbenden worden daarom aangemoedigd om dit verslag op nationaal, regionaal en lokaal niveau te verspreiden. Voortzetting van de samenwerking tussen EU-instellingen, lidstaten en andere belanghebbenden is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het Handvest van 2026 tot en met 2030 en daarna wordt uitgevoerd en toegepast.