EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.6.2025
COM(2025) 218 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Malta
{SWD(2025) 218 final}
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52025DC0218
Recommendation for a COUNCIL RECOMMENDATION on the economic, social, employment, structural and budgetary policies of Malta
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Malta
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Malta
COM/2025/218 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.6.2025
COM(2025) 218 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Malta
{SWD(2025) 218 final}
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Malta
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad 1 , en met name artikel 3, lid 3,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Gezien de resoluties van het Europees Parlement,
Gezien de conclusies van de Europese Raad,
Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,
Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,
Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,
Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,
Overwegende hetgeen volgt:
Algemene overwegingen
(1)In Verordening (EU) 2024/1263, die op 30 april 2024 in werking is getreden, zijn de doelstellingen vastgesteld van het kader voor economische governance, dat erop gericht is gezonde en houdbare overheidsfinanciën, duurzame en inclusieve groei en veerkracht te bevorderen door middel van hervormingen en investeringen, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. In de verordening is bepaald dat de Raad en de Commissie in de context van het Europees Semester multilateraal toezicht uitoefenen overeenkomstig de doelstellingen en vereisten van het VWEU. Het Europees Semester omvat met name de opstelling van en het toezicht op de uitvoering van landspecifieke aanbevelingen. De verordening bevordert ook de nationale verantwoordelijkheid voor het begrotingsbeleid en benadrukt de focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffendere en coherentere handhaving. Elke lidstaat moet bij de Raad en de Commissie een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn indienen met zijn budgettaire, hervormings- en investeringsverbintenissen, over een periode van vier of vijf jaar, afhankelijk van de duur van de nationale legislatuurperiode. Het netto-uitgavenpad 2 in die plannen voor de middellange termijn moet voldoen aan de voorwaarden van de verordening, met inbegrip van de vereisten om de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode op een plausibel neerwaarts pad te brengen of te houden of op een prudent niveau onder 60 % van het bruto binnenlands product (bbp) te houden en om het overheidstekort op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp te brengen en/of te houden. Indien een lidstaat zich overeenkomstig de criteria van de verordening verbindt tot relevante hervormingen en investeringen, kan de aanpassingsperiode met maximaal drie jaar worden verlengd.
(2)Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad 3 , waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit (“de RRF”) is ingesteld, is op 19 februari 2021 in werking getreden. De RRF biedt de lidstaten financiële ondersteuning voor de uitvoering van hervormingen en investeringen, en biedt door de Unie gefinancierde budgettaire stimulansen. Conform de prioriteiten van het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid, stimuleert de RRF het economisch en sociaal herstel alsmede duurzame hervormingen en investeringen, met name om de groene en de digitale transitie te bevorderen en de economieën van de lidstaten veerkrachtiger te maken. De RRF helpt ook de overheidsfinanciën te versterken en de groei en werkgelegenheid op middellange en lange termijn te stimuleren, de territoriale cohesie binnen de Unie te verbeteren en de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten verder te ondersteunen.
(3)Verordening (EU) 2023/435 van het Europees Parlement en de Raad 4 (“de REPowerEU-verordening”), die op 27 februari 2023 is vastgesteld, heeft tot doel de Unie geleidelijk onafhankelijker te maken van de invoer van Russische fossiele brandstoffen. Dat draagt bij tot de energiezekerheid en de diversificatie van de energievoorziening van de Unie en vergroot het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, de opslagcapaciteit voor energie en de energie-efficiëntie. Malta heeft een nieuw REPowerEU-hoofdstuk toegevoegd aan zijn nationale herstel- en veerkrachtplan om belangrijke hervormingen en investeringen te financieren die de REPowerEU-doelstellingen helpen verwezenlijken.
(4)Op 13 juli 2021 heeft Malta overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 zijn herstel- en veerkrachtplan ingediend bij de Commissie. Overeenkomstig artikel 19 van die verordening heeft de Commissie de relevantie, de doeltreffendheid, de efficiëntie en de samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld overeenkomstig de in bijlage V opgenomen beoordelingsrichtsnoeren. Op 5 oktober 2021 heeft de Raad zijn uitvoeringsbesluit betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Malta vastgesteld 5 , dat overeenkomstig artikel 18, lid 2, is gewijzigd op 14 juli 2023 om de maximale financiële bijdrage voor niet-terugbetaalbare steun bij te werken en het REPowerEU-hoofdstuk op te nemen 6 . De tranches worden vrijgegeven als de Commissie overeenkomstig artikel 24, lid 5, verklaart dat Malta de desbetreffende in het uitvoeringsbesluit van de Raad vastgelegde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Voor een bevredigende verwezenlijking is vereist dat de verwezenlijking van eerdere mijlpalen en streefdoelen voor dezelfde hervorming of investering niet is teruggedraaid.
(5)Op 21 januari 2025 heeft de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling aangenomen tot goedkeuring van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn van Malta 7 . Het plan is ingediend overeenkomstig artikel 11 en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263, bestrijkt de periode van 2025 tot en met 2028 en omvat een over vier jaar gespreid begrotingsaanpassingspad.
(6)Op 26 november 2024 heeft de Commissie een advies over het ontwerpbegrotingsplan 2025 van Malta goedgekeurd. Op dezelfde dag heeft de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1176/2011 het waarschuwingsmechanismeverslag 2025 goedgekeurd, waarin zij Malta niet heeft genoemd als een van de lidstaten waarvoor een diepgaande evaluatie nodig is. De Commissie heeft ook een aanbeveling vastgesteld voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone, en een voorstel gedaan voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid voor 2025, waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd. De Raad heeft de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone 8 vastgesteld op 13 mei 2025 en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid goedgekeurd op 10 maart 2025.
(7)Op 29 januari 2025 heeft de Commissie het kompas voor concurrentievermogen gepubliceerd, een strategisch kader dat de komende vijf jaar het mondiale concurrentievermogen van de EU moet stimuleren. Daarin worden de drie transformatieve voorwaarden voor duurzame economische groei vastgesteld: i) innovatie; ii) decarbonisatie en concurrentievermogen; en iii) veiligheid. Om de innovatiekloof te dichten, streeft de EU ernaar industriële innovatie te stimuleren, de groei van start-ups te ondersteunen door middel van initiatieven zoals de EU-strategie voor start-ups en scale-ups, en de invoering van geavanceerde technologieën zoals artificiële intelligentie en kwantumcomputing te bevorderen. Met het oog op een groenere economie heeft de Commissie een alomvattend actieplan voor betaalbare energie en een Clean Industrial Deal uiteengezet, opdat de overgang naar schone energie, met name voor energie-intensieve sectoren, kosteneffectief en concurrentievriendelijk blijft en een motor is voor groei. Om buitensporige afhankelijkheden te verminderen en de veiligheid te vergroten, zet de Unie zich in voor sterkere mondiale handelspartnerschappen, gediversifieerde toeleveringsketens en een veilige toegang tot kritieke grondstoffen en schone energiebronnen. Die prioriteiten worden geschraagd door horizontale enablers, namelijk een vereenvoudiging van de regelgeving, een verdieping van de eengemaakte markt, de financiering van het concurrentievermogen en een spaar- en investeringsunie, het bevorderen van vaardigheden en hoogwaardige banen, en een betere coördinatie van het EU-beleid. Het kompas voor concurrentievermogen is afgestemd op het Europees Semester en zorgt ervoor dat het economisch beleid van de lidstaten in overeenstemming is met de strategische doelstellingen van de Commissie, waarbij een uniforme aanpak van economische governance wordt opgezet ter bevordering van duurzame groei, innovatie en veerkracht in de Unie.
(8)In 2025 blijft het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid zich ontwikkelen naast de uitvoering van de RFF. De volledige uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen blijft essentieel voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien de plannen helpen bij het doeltreffend aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die in de relevante landspecifieke aanbevelingen van de afgelopen jaren zijn benoemd. Deze landspecifieke aanbevelingen blijven evenzeer van belang voor de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2021/241.
(9)De landspecifieke aanbevelingen 2025 moeten betrekking hebben op alle belangrijke uitdagingen die niet voldoende worden aangepakt met maatregelen in de herstel- en veerkrachtplannen, met inachtneming van de relevante uitdagingen in de landspecifieke aanbevelingen van 2019-2024.
(10)Op 4 juni 2025 heeft de Commissie het landverslag 2025 voor Malta gepubliceerd. Daarin is de voortgang beoordeeld die Malta heeft geboekt bij de uitvoering van de relevante landspecifieke aanbevelingen en is de balans opgemaakt van de uitvoering door Malta van het herstel- en veerkrachtplan. Op basis van die analyse zijn in het landverslag de dringendste uitdagingen voor Malta in kaart gebracht. Ook is de voortgang beoordeeld die Malta heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de Unie inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.
Beoordeling van het jaarlijkse voortgangsverslag
(11)Op 21 januari 2025 heeft de Raad de volgende maximale groeipercentages van de netto-uitgaven voor Malta aanbevolen: 6,0 % in 2025, 5,8 % in 2026, 5,8% in 2027, en 6,1% in 2028, wat overeenkomt met de maximale cumulatieve groeipercentages die zijn berekend met 2023 als referentiejaar (13,8 % in 2025, 20,4 % in 2026, 27,4 % in 2027 en 35,1 % in 2028). In 2025-2028 vallen deze maximale groeipercentages van de netto-uitgaven samen met het correctieve pad overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97, zoals aanbevolen door de Raad op 21 januari 2025 om het buitensporige tekort te verhelpen 9 . Op 30 april 2025 heeft Malta zijn jaarlijkse voortgangsverslag 10 ingediend inzake de actie die is ondernomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 met het oog op het verhelpen van de buitensporigtekortsituatie, en de uitvoering van hervormingen en investeringen die tegemoetkomen aan de belangrijkste uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester zijn vastgesteld. Het jaarlijkse voortgangsverslag weerspiegelt ook de halfjaarlijkse verslaglegging van Malta over de voortgang bij de verwezenlijking van zijn herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241.
(12)De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan vormen een existentiële uitdaging voor de Europese Unie. De Commissie heeft aanbevolen de nationale ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact op gecoördineerde wijze te activeren ter ondersteuning van de inspanningen van de EU om de defensie-uitgaven snel aanzienlijk te verhogen, en de Europese Raad heeft dit voorstel op 6 maart 2025 positief onthaald.
(13)Volgens door Eurostat gevalideerde gegevens 11 is het overheidstekort van Malta van 4,7 % van het bbp in 2023 afgenomen tot 3,7 % in 2024, terwijl de overheidsschuld van 47,9 % van het bbp eind 2023 afnam tot 47,4 % eind 2024. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 13,9 % in 2024. In het jaarlijkse voortgangsverslag 2025 schat Malta de groei van de netto-uitgaven in 2024 op 14,3 %. Op basis van de ramingen van de Commissie was de begrotingskoers 12 , die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2024 expansief met 1,2 % van het bbp.
(14)Volgens het jaarlijkse voortgangsverslag wordt in het macro-economische scenario dat aan de begrotingsprognoses van Malta ten grondslag ligt, uitgegaan van een reële bbp-groei van 4,0 % in 2025, terwijl de inflatie van het geharmoniseerd indexcijfer van de consumptieprijzen (GICP) wordt geraamd op 2,3 % in 2025. Volgens de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie zal het reële bbp in 2025 met 4,1 % en in 2026 met 4,0 % groeien, met een GICP-inflatie van 2,2 % in 2025 en 2,1 % in 2026.
(15)Volgens het jaarlijkse voortgangsverslag zal het overheidstekort in 2025 naar verwachting dalen tot 3,3 % van het bbp, terwijl de overheidsschuldquote tegen eind 2025 zal zijn gestegen tot 48,4 %. Deze ontwikkelingen komen overeen met een groei van de netto-uitgaven van –0,1 % in 2025. In de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie wordt voor 2025 een overheidstekort van 3,2 % van het bbp verwacht. De daling van het tekort in 2025 weerspiegelt voornamelijk een daling in andere kapitaaluitgaven vanwege het vervallen van kosten in verband met de nationale luchtvaartmaatschappij. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 0,8 % in 2025. Deze hogere prognoses van de groei van de netto-uitgaven ten opzichte van het jaarlijkse voortgangsverslag zijn het gevolg van verschillende prognoses voor de nationale medefinanciering van EU-programma’s en andere kapitaaluitgaven. Op basis van de ramingen van de Commissie zal de begrotingskoers, die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2025 naar verwachting contractief zijn met 1,9 % van het bbp. De overheidsschuldquote zal naar verwachting toenemen tot 47,6 % eind 2025.
(16)Volgens de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie zullen in 2025 naar verwachting overheidsuitgaven ten belope van 0,2 % van het bbp worden gefinancierd met niet-terugbetaalbare steun (“subsidies”) uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit, tegenover 0,3 % van het bbp in 2024. Met niet-terugbetaalbare steun van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gefinancierde uitgaven worden hoogwaardige investeringen en productiviteitsverhogende hervormingen mogelijk gemaakt die geen rechtstreekse gevolgen hebben voor het overheidssaldo en de overheidsschuld van Malta.
(17)De publieke defensie-uitgaven in Malta bedroegen 0,5 % van het bbp in 2021, 0,5 % van het bbp in 2022 en 0,4 % van het bbp in 2023 13 . Volgens de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie zullen de defensie-uitgaven zowel in 2024 als in 2025 naar verwachting 0,4 % van het bbp bedragen. Dit komt overeen met een daling van 0,1 procentpunt van het bbp ten opzichte van 2021.
(18)Volgens de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie zullen de netto-uitgaven in Malta naar verwachting toenemen met 0,8 % in 2025 en met 14,9 % cumulatief in 2024 en 2025. Uitgaande van de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie zal de groei van de netto-uitgaven van Malta in 2025 naar verwachting onder het door het correctieve pad aanbevolen maximale groeipercentage uitkomen. Voor 2024 en 2025 samen zal het cumulatieve groeipercentage van de netto-uitgaven naar verwachting boven het aanbevolen maximale groeipercentage liggen, en overeenkomen met een afwijking 14 van 0,2 % van het bbp. De verwachte cumulatieve afwijking ligt niet boven de drempel voor cumulatieve afwijking van 0,6 % van het bbp, bij overschrijding waarvan er een sterke veronderstelling zou zijn dat er geen doeltreffende actie wordt ondernomen. Daarom wordt de procedure bij buitensporige tekorten ten aanzien van Malta opgeschort. Tegelijkertijd wordt Malta verzocht klaar te staan om verdere maatregelen te nemen om aan het correctieve pad te voldoen. Wanneer de begrotingsresultaten beschikbaar zijn, zal een volledigere beoordeling worden uitgevoerd.
(19)Bovendien heeft de Raad Malta aanbevolen de noodsteunmaatregelen voor energie vóór de winter van 2024/2025 af te bouwen. Hoewel de nettobegrotingskosten 15 van de noodsteunmaatregelen voor energie zijn geraamd op 1,1 % van het bbp in 2024, zullen zij volgens de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie in 2025 op 1,0 % uitkomen. Met name blijven de verlagingen van indirecte belastingen op energieverbruik en de subsidies voor energieproductie die de hogere prijzen van ingevoerde elektriciteit moeten compenseren, van kracht. De noodsteunmaatregelen voor energie waren niet volledig afgebouwd vóór de winter 2024/2025. Dit is niet in overeenstemming met wat de Raad heeft aanbevolen.
(20)Het jaarlijkse voortgangsverslag omvat geen begrotingsprognoses voor de periode na 2025. Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt in de voorjaarsprognose 2025 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van 2,8 % van het bbp in 2026. De daling van het overheidssaldo in 2026 is voornamelijk het gevolg van een verdere daling van de subsidies. Deze ontwikkelingen komen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 5,3 % in 2026. Op basis van de ramingen van de Commissie zal de begrotingskoers, die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2026 naar verwachting contractief zijn met 0,8 % van het bbp. De Commissie verwacht dat de overheidsschuldquote tegen eind 2026 zal dalen tot 47,3 %.
Belangrijke uitdagingen voor het beleid
(21)Het aanpakken van agressieve fiscale planning blijft cruciaal om de belastingstelsels efficiënter en eerlijker te maken. Gezien de overloopeffecten van agressieve fiscaleplanningsstrategieën tussen de lidstaten is een gecoördineerd optreden ter aanvulling van de EU-wetgeving door middel van nationaal beleid van alle lidstaten van het grootste belang. Malta heeft stappen ondernomen om agressieve fiscaleplanningspraktijken aan te pakken door eerder overeengekomen internationale en Europese initiatieven uit te voeren, en door hervormingen door te voeren die zijn toegezegd in het herstel- en veerkrachtplan, zoals de invoering van wetgeving inzake verrekenprijzen, die in januari 2024 van toepassing is geworden. Zolang Malta geen bronbelasting — of gelijkwaardige defensieve maatregelen — heft op rente-, dividend- en royaltybetalingen door in Malta gevestigde ondernemingen naar rechtsgebieden met een nultarief en laagbelastende jurisdicties (hier in de betekenis van een rechtsgebied met een wettelijk vennootschapsbelastingtarief van minder dan 9 %, het laagste wettelijke vennootschapsbelastingtarief in de EU) om ervoor te zorgen dat bedrijven hun winsten niet onbelast naar niet-EU-landen kunnen verschuiven, blijft het risico van dubbele niet-belasting van deze winsten hoog. Verder blijft de behandeling van in Malta gevestigde ondernemingen die er niet gedomicilieerd zijn, een risico van dubbele niet-belastingheffing vormen voor zowel ondernemingen als particulieren.
(22)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2021/241 en criterium 2.2 van bijlage V bij die verordening bevat het herstel- en veerkrachtplan uitgebreide wederzijds versterkende hervormingen en investeringen die uiterlijk in 2026 moeten zijn uitgevoerd. Daarvan wordt verwacht dat zij alle of een groot deel van de uitdagingen in de relevante landspecifieke aanbevelingen doeltreffend aanpakken. Het is van essentieel belang binnen deze krappe termijn de laatste hand te leggen aan de doeltreffende uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk, om het concurrentievermogen op lange termijn van Malta te verhogen door middel van de groene en de digitale transitie, en om de sociale rechtvaardigheid te waarborgen. Het blijft van essentieel belang de lokale en regionale autoriteiten, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden stelselmatig te betrekken met het oog op een breed draagvlak voor de succesvolle uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan.
(23)De uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s, die steun omvatten van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het Cohesiefonds (CF) is in Malta versneld. Het is belangrijk inspanningen te blijven leveren om ervoor te zorgen dat deze programma’s snel worden uitgevoerd en maximaal effect sorteren in de praktijk. Malta onderneemt al actie in het kader van zijn cohesiebeleidsprogramma’s om het concurrentievermogen en de groei te stimuleren. Tegelijkertijd heeft Malta nog steeds te kampen met uitdagingen, onder meer op het gebied van tekorten aan en discrepanties tussen vaardigheden, het versnellen van de energietransitie, het waarborgen van de watervoorzieningszekerheid en een duurzaam beheer van water. Overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2021/1060 moet Malta — in het kader van de tussentijdse evaluatie van de fondsen voor het cohesiebeleid — elk programma evalueren, rekening houdend met onder meer de uitdagingen die zijn benoemd in de landspecifieke aanbevelingen 2024. In het voorstel van de Commissie dat op 1 april 2025 werd goedgekeurd 16 , wordt de termijn voor het indienen van een beoordeling — voor elk programma — van het resultaat van de tussentijdse evaluatie verlengd tot na 31 maart 2025. Het voorstel biedt ook flexibiliteit om de uitvoering van het programma te helpen versnellen en stimulansen voor de lidstaten om middelen voor het cohesiebeleid toe te wijzen aan vijf strategische prioritaire gebieden van de Unie, namelijk concurrentievermogen op het gebied van strategische technologieën, defensie, huisvesting, waterweerbaarheid en de energietransitie.
(24)Het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) biedt de mogelijkheid om te investeren in een belangrijke strategische prioriteit van de EU door het concurrentievermogen van de EU te versterken. STEP wordt uitgevoerd via elf bestaande EU-fondsen. De lidstaten kunnen ook bijdragen aan het InvestEU-programma door investeringen in prioritaire gebieden te ondersteunen. Malta zou deze initiatieven kunnen aangrijpen om de ontwikkeling of de productie van kritieke technologieën, waaronder schone en hulpbronnenefficiënte technologieën, te ondersteunen.
(25)Naast de economische en sociale uitdagingen die in het herstel- en veerkrachtplan en andere EU-fondsen aan bod komen, wordt Malta geconfronteerd met verschillende extra uitdagingen in verband met agressieve fiscale planning, onderwijs en vaardigheden, energie en decarbonisatie, wegvervoer, en onderzoek en innovatie.
(26)Verbetering van de innovatieresultaten is van cruciaal belang voor Malta om zijn productiviteitsgroei te handhaven en over te schakelen op een veerkrachtigere, sterker kennisgestuurde economie. De totale O&O-uitgaven van Malta als percentage van het bbp zijn de op één na laagste in de EU (0,61 % van het bbp in 2023 tegenover een EU-gemiddelde van 2,22 %) en zijn de afgelopen tien jaar aan het dalen. Dit betreft zowel publieke als particuliere O&O-uitgaven. De overheidsinvesteringen in O&O als percentage van het bbp liggen lager dan tien jaar geleden en ver onder het EU-gemiddelde (0,27 % van het bbp in 2023 tegenover een EU-gemiddelde van 0,72 %). De situatie is vergelijkbaar voor particuliere O&O-investeringen (0,34 % van het bbp tegenover een EU-gemiddelde van 1,47 %). Het gebrek aan investeringen heeft gevolgen voor de excellentie van het openbare onderzoekssysteem en de innovatieresultaten. Malta zou baat hebben bij het bevorderen van zowel publieke als particuliere investeringen in O&O, met name door gerichte fiscale prikkels in te voeren.
(27)Malta staat nog steeds voor uitdagingen bij het tot stand brengen van groene economische groei, wat inhoudt dat economische ontwikkeling en ecologische duurzaamheid in evenwicht moeten zijn. De groene transitie van het land wordt afgeremd door de dominante rol van fossiele brandstoffen in zijn energiesysteem. Malta kent aanzienlijke subsidies voor fossiele brandstoffen zonder een geplande uitfasering vóór 2030. Met name subsidies voor fossiele brandstoffen die niet gericht zijn op het bestrijden van energiearmoede of op het aanpakken van echte zorgen over energiezekerheid, die de elektrificatie van het vervoer belemmeren en niet van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van de industrie, zouden als een prioriteit voor uitfasering kunnen worden beschouwd. In Malta zijn subsidies voor fossiele brandstoffen — zoals de lopende steun aan Enemalta, subsidies voor aardolieproducenten en een verlaging van de accijnzen op benzine en diesel — economisch inefficiënt en ontmoedigen zij het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de decarbonisatie van economische activiteiten. Bovendien vormen zij een budgettaire last voor de overheidsfinanciën van Malta. Daarnaast bedroeg het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik van energie van Malta in 2023 slechts 15 %, een van de laagste percentages van het gebruik van hernieuwbare energie in de EU. Hoewel bijna alle geïnstalleerde capaciteit voor hernieuwbare energie onshore-zonne-energie is, heeft Malta een aanzienlijk potentieel om zijn mix van hernieuwbare energie uit te breiden door middel van grootschalige offshore-wind- en zonne-energieprojecten Het vermogen van Malta om hernieuwbare energie uit te rollen en zijn energievoorzieningszekerheid te verbeteren, hangt ook af van goede vooruitgang bij de bouw van de tweede elektriciteitsinterconnector met Italië en de verdere versterking en modernisering van zijn binnenlandse elektriciteitsnet, onder meer door dit flexibeler te maken. Hoewel er in het kader van het Maltese herstel- en veerkrachtplan een aantal steunmaatregelen bestaan om energie-efficiëntie te bevorderen, alsook investeringen in de renovatie van gebouwen in de publieke en de particuliere sector, is het eindenergieverbruik in woningen tussen 2018 en 2022 met 13,5 % gestegen. Malta zou baat kunnen hebben bij verdere maatregelen om de efficiëntie in de bouwsector te bevorderen, wat ook zou bijdragen tot de verwezenlijking van het streefcijfer van de emissiereductiedoelstelling in het kader van de verordening inzake de verdeling van de inspanningen.
(28)Het aanpakken van verkeerscongestie en de hoge emissies van het wegvervoer is van cruciaal belang om het concurrentievermogen en de levenskwaliteit te verbeteren en kwetsbare bevolkingsgroepen in Malta te ondersteunen. Sinds de uitbreiding, in oktober 2022, van gratis geregeld openbaar vervoer over de weg tot alle Maltese inwoners, is het gebruik van geregeld openbaar vervoer over de weg toegenomen, maar sindsdien is ook het aantal geregistreerde personenauto’s op de Maltese wegen toegenomen. De vervoerssector is de grootste uitstoter van broeikasgasemissies in Malta die onder de verordening inzake de verdeling van de inspanningen valt. Tussen 2005 en 2022 zijn de broeikasgasemissies van het wegvervoer met 32 % gestegen. Er is dan ook behoefte aan maatregelen om de verkeerscongestie aan te pakken door hoogwaardige collectieve wegvervoersdiensten aan te bieden om het gebruik van particuliere personenauto’s te verminderen, en aan maatregelen die het gebruik van particuliere personenauto’s ontmoedigen. Het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van het openbaar vervoer over de weg, bijvoorbeeld door de invoering van speciale busstroken, en het opvoeren van investeringen in infrastructuur voor actieve mobiliteit, met inbegrip van betere voetpaden, zouden een grotere verschuiving naar duurzamere vervoerswijzen ondersteunen en de veiligheid en levenskwaliteit van mensen waarborgen, ook voor personen met een verminderde mobiliteit.
(29)Tekorten aan geschoolde arbeidskrachten en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden hinderen de toekomstige groei, het concurrentievermogen en de groene en digitale transitie. De vacaturegraad behoort tot de hoogste in de EU, met onder meer acute tekorten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT), kunst, amusement en recreatie, de bouwsector, delen van de dienstensector, professionals in de gezondheidszorg en langdurige zorg, en leerkrachten. Bovendien is 64 % van de bedrijven van mening dat de lokale arbeidskrachten onvoldoende voorbereid zijn op de transitie naar koolstofneutraliteit. Hoewel de volwasseneneducatie verbetert en in overeenstemming is met het EU-gemiddelde, blijft zij ver onder het nationale streefcijfer van 57,6 % voor 2030, waarbij hoogopgeleide volwassenen veel vaker leren dan volwassenen met een lager opleidingsniveau. De inschrijving voor beroepsonderwijs en -opleiding blijft ver onder het EU-gemiddelde, en op het niveau van het hoger secundair onderwijs was in 2023 slechts ongeveer één op de drie studenten ingeschreven op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM), hetgeen onder het EU-gemiddelde ligt. Het aandeel studenten in het tertiair onderwijs dat is ingeschreven in STEM-vakken is met 13,9 % een van de laagste in de EU, met slechts 5,1 % in ICT, en een nog lager percentage onder vrouwen. Aanhoudend ontoereikende basisvaardigheden wijzen op systemische tekortkomingen in het onderwijsstelsel. Door een gebrek aan voldoende gekwalificeerd onderwijzend personeel en ondoeltreffende onderwijspraktijken en leerplannen is het systeem niet voldoende afgestemd op alle kinderen, met inbegrip van leerlingen met een handicap. Een derde van de 15-jarigen heeft geen basisvaardigheden op het gebied van wiskunde, lezen en wetenschappen, en ongeveer de helft van de leerlingen in groep 8 (12- tot 13-jarigen) heeft geen digitale basisvaardigheden. Ondanks verbeteringen in de afgelopen jaren verlaten ongeveer één op de tien studenten nog steeds voortijdig het onderwijs of de opleiding, waardoor de reeds grote groep laaggeschoolde volwassenen toeneemt. De versterking van de kwaliteit en de relevantie voor de arbeidsmarkt van onderwijs en opleiding, met name door het versterken van de basisvaardigheden van scholieren en de initiële opleiding en bijscholing van leerkrachten, en de bevordering van de inschrijving in beroepsonderwijs en -opleiding en in volwasseneneducatie voor laaggeschoolden, zijn van cruciaal belang om de lage onderwijsresultaten te verbeteren en het ernstige tekort aan en de discrepantie tussen vaardigheden te verminderen, ook op het gebied van STEM en de groene transitie.
(30)Aangezien de economieën van de lidstaten van de eurozone nauw met elkaar verweven zijn en collectief aan de werking van de economische en monetaire unie bijdragen, heeft de Raad de lidstaten van de eurozone in 2025 aanbevolen actie te ondernemen, onder meer via hun herstel- en veerkrachtplannen, teneinde de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone voor 2025 uit te voeren. Voor Malta helpen aanbevelingen (2), (3), (4) en (5) bij de uitvoering van de eerste aanbeveling voor de eurozone inzake concurrentievermogen, terwijl de aanbevelingen (4) en (5) bijdragen tot de uitvoering van de tweede aanbeveling voor de eurozone inzake veerkracht, en aanbeveling (1) helpt bij de uitvoering van de derde aanbeveling voor de eurozone inzake macro-economische en financiële stabiliteit in de aanbeveling voor 2025.
BEVEELT AAN dat Malta in 2025 en 2026 actie onderneemt om:
1.De algemene defensie-uitgaven en paraatheid te versterken in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 6 maart 2025. Zich te houden aan de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven die de Raad op 21 januari 2025 heeft aanbevolen om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen. De noodsteunmaatregelen voor energie af te bouwen. Om de resterende risico’s van agressieve fiscale planning aan te pakken, een bronbelasting op uitgaande betalingen in te voeren of gelijkwaardige defensieve maatregelen te nemen, en de regels voor niet-gedomicilieerde ondernemingen wijzigen.
2.Met het oog op de toepasselijke termijnen voor de tijdige voltooiing van de hervormingen en investeringen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/241, te zorgen voor de doeltreffende uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk. De uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s (EFRO, JTF, ESF +, CF) te versnellen waarbij in voorkomend geval de mogelijkheden van de tussentijdse evaluatie worden aangegrepen. De EU-instrumenten optimaal te benutten, met inbegrip van de mogelijkheden van InvestEU en het platform voor strategische technologieën voor Europa, om het concurrentievermogen te verbeteren.
3.Investeringen in onderzoek en innovatie te bevorderen, onder meer door de publieke O&O-investeringen te verhogen en particuliere investeringen in O&O te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van fiscale stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling.
4.De uitrol van hernieuwbare energie te versnellen door grootschalige projecten en kleinschalige investeringen in directe energieproductie en -verbruik te bevorderen. De vraag naar energie te verminderen door de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. De emissies van het wegvervoer te verminderen en de verkeerscongestie aan te pakken door kwaliteitsvol en efficiënt openbaar vervoer te bevorderen, meer te investeren in infrastructuur voor actieve mobiliteit en het autogebruik te ontmoedigen. De subsidies voor fossiele brandstoffen, onder meer de noodsteunmaatregelen voor energie, geleidelijk af te schaffen.
5.De kwaliteit en de relevantie voor de arbeidsmarkt van onderwijs en opleiding te versterken om lage onderwijsresultaten en het ernstige tekort aan en de discrepantie tussen vaardigheden aan te pakken, ook op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) en de groene transitie, met name door de basisvaardigheden van scholieren en de initiële en permanente opleiding van leerkrachten te bevorderen en inschrijving in beroepsonderwijs en -opleiding en in volwasseneneducatie voor laaggeschoolden te stimuleren. De inclusiviteit van onderwijs en opleiding te versterken.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter