This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52024XC06604
Communication from the Commission on the Strategic Framework for International Cooperation Engagement in the context of Regulation (EU) 2023/1115 on the making available on the Union market and the export from the Union of certain commodities and products associated with deforestation and forest degradation
Mededeling van de Commissie betreffende het Strategisch kader voor internationale samenwerking in het kader van Verordening (EU) 2023/1115 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden
Mededeling van de Commissie betreffende het Strategisch kader voor internationale samenwerking in het kader van Verordening (EU) 2023/1115 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden
C/2024/7527
PB C, C/2024/6604, 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6604/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/6604 |
7.11.2024 |
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
betreffende het Strategisch kader voor internationale samenwerking in het kader van Verordening (EU) 2023/1115 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden
(C/2024/6604)
1. INLEIDING
Ontbossing en bosdegradatie behoren tot de voornaamste oorzaken van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, die op milieugebied de twee belangrijkste uitdagingen van ons tijdperk zijn. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (Food and Agriculture Organization, FAO) schat dat tussen 1990 en 2020 420 miljoen hectare bos, een oppervlakte die groter is dan die van de Europese Unie, door ontbossing verloren is gegaan. De Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change, IPCC) schat dat 23 % van de totale broeikasgasemissies (in de periode 2007-2016) afkomstig is van landbouw, bosbouw en ander landgebruik (1). Tegelijkertijd zal de vraag naar landbouwgrond door de groeiende wereldbevolking naar verwachting toenemen, en zullen de bossen ook door andere trends zoals de uitbreiding van de bio-economie extra onder druk worden gezet (2). Om de klimaat- en biodiversiteitscrises die onze collectieve toekomst bedreigen een halt toe te roepen, zal het van essentieel belang zijn om de inspanningen ter bestrijding van ontbossing en bosdegradatie op te voeren en op mondiaal niveau een beslissende verschuiving naar duurzame productie te bewerkstelligen. Gezien het beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal over het verband tussen ontbossing, neerslag en temperaturen zullen dergelijke inspanningen ook bijdragen tot het bestrijden van de wereldwijde watercrisis. Daarnaast leveren bossen belangrijke ecosysteemdiensten, van hoogwaterbescherming en waterzuivering tot geneesmiddelen, en spelen zij een cruciale rol bij het koolstofvrij maken van de samenleving. Wanneer dergelijke ecosysteemdiensten verloren gaan, worden armere en kwetsbaardere bevolkingsgroepen vaak het hardst getroffen.
Een van de 17 duurzameontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals, SDG’s) (3) die de Verenigde Naties in 2015 hebben vastgesteld, namelijk SDG 15, verplichtte landen overal ter wereld ertoe de ontbossing tegen 2020 een halt toe te roepen. Aangezien dat doel niet werd gehaald, heeft de EU zich er tijdens de COP26 van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UN Framework Convention on Climate Change, UNFCCC) in Glasgow in 2021 samen met 143 andere producerende en verbruikende landen toe verbonden de ontbossing tegen 2030 een halt toe te roepen en om te buigen. Tijdens de algemene inventarisatie op de COP28 in Glasgow werd gewezen op het belang van het beëindigen van ontbossing, en het in stand houden en herstellen van bossen als onderdeel van de wereldwijde mitigatie-inspanningen, en hebben de Europese Commissie en de partnerlanden verder gewerkt aan het waarborgen van een succesvolle overgang naar ontbossingsvrije waardeketens. Dit is inmiddels erkend door de ministers van Klimaat, Energie en Milieu van de G7 tijdens hun bijeenkomst in Turijn op 29-30 april 2024 (4) en door de G7-leiders tijdens de top van Apulië op 12 en 13 juni 2024 (5).
De belangrijkste oorzaak van ontbossing en bosdegradatie is de uitbreiding van landbouwgrond met het oog op productie van grondstoffen zoals soja, runderen, palmolie, hout, cacao en koffie. De EU is een grote economie en een belangrijke consument van deze grondstoffen, en erkent als zodanig haar gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor ontbossing en bosdegradatie wereldwijd en de daarmee gepaard gaande plicht om bij te dragen tot het beëindigen ervan. Solide maatregelen aan de vraagzijde zijn ook van belang, om de reeds genomen maatregelen aan de aanbodzijde aan te vullen. Zonder dergelijke maatregelen zou het risico bestaan dat de vraag naar producten die verband houden met ontbossing de productie zal blijven aandrijven, waardoor de inspanningen aan de aanbodzijde worden ondermijnd.
In overeenstemming met de Global Gateway-strategie heeft de EU zich er daarnaast toe verbonden veerkrachtigere verbindingen met de wereld na te streven, onder meer door te investeren in de groene en de digitale transitie, strengere sociale en milieunormen en duurzamere waardeketens.
2. DE EU-VERORDENING INZAKE ONTBOSSINGSVRIJE TOELEVERINGSKETENS
In het kader van de Europese Green Deal (EGD) heeft de Europese Commissie de EU-verordening betreffende ontbossingsvrije toeleveringsketens (EU Regulation on Deforestation-Free Supply Chains, EUDR) (6) ontwikkeld op basis van de mededeling van 2019 getiteld “Bescherming en herstel van bossen wereldwijd: de actie van de EU opvoeren”. De EUDR is op 29 juni 2023 in werking getreden en is met ingang van 30 december 2024 van toepassing (30 juni 2025 voor marktdeelnemers die micro-ondernemingen en kleine ondernemingen zijn).
De EUDR is de eerste wetgeving op dit vlak die gericht is op het uitbannen van ontbossing en bosdegradatie als gevolg van de productie en consumptie van de EU. De verordening is essentieel om de mondiale verbintenissen die zijn vastgelegd in de SDG’s, in het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal en in de Overeenkomst van Parijs, te kunnen nakomen.
De EUDR is gelijkelijk van toepassing op specifieke grondstoffen en producten die in de EU in de handel worden gebracht en uit de EU-markt worden uitgevoerd, en is zodanig ontworpen dat de gelijke behandeling en non-discriminatie in het kader van de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gewaarborgd is. Alle marktdeelnemers die actief wensen te zijn op de EU-markt voor grondstoffen en producten die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, zullen ontbossingsvrije productiepraktijken en transparantie van de toeleveringsketen moeten toepassen. Gezien de groeiende vraag naar ontbossingsvrije producten wereldwijd, biedt de EUDR een zakelijke kans om de handel in ontbossingsvrije producten te bevorderen en te zorgen voor meer kansen voor duurzame actoren overal ter wereld.
Om de uitvoering van de verordening te vergemakkelijken, de doelstellingen ervan te verwezenlijken en een rechtvaardige en inclusieve transitie naar ontbossingsvrije en legale toeleveringsketens te waarborgen, voorziet artikel 30 van de verordening in sterke internationale samenwerking en betrokkenheid op basis van een specifiek strategisch kader. In artikel 30, lid 1, van de EUDR is het volgende bepaald:
“De Commissie, namens de Unie, en geïnteresseerde lidstaten, zorgen binnen hun respectieve bevoegdheden voor een gecoördineerde aanpak met de producerende landen, en delen daarvan, waarop deze verordening betrekking heeft, met name met de landen, en delen daarvan, die overeenkomstig artikel 29 als landen met een hoog risico zijn aangemerkt, en maken daarbij gebruik van bestaande en toekomstige partnerschappen en andere relevante samenwerkingsmechanismen, teneinde de onderliggende oorzaken van ontbossing en bosdegradatie gezamenlijk aan te pakken. Voor die samenwerking ontwikkelt de Commissie een alomvattend strategisch Uniekader en overweegt zij de inzet van relevante instrumenten van de Unie.”
Daarom ligt de nadruk op samenwerking met producerende landen om de uitvoering van de EUDR te vergemakkelijken, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met relevante duurzaamheidsinitiatieven en beste praktijken op nationaal, regionaal en mondiaal niveau.
Tegelijkertijd intensiveert de EU de samenwerking met andere landen die belangrijke verbruikers zijn van grondstoffen die bijdragen tot ontbossing, aan de hand van doeltreffende maatregelen aan de vraagzijde die kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling voor 2030. De EU streeft in de relevante multilaterale fora ook naar een intensievere dialoog over beleid en maatregelen om ontbossing en bosdegradatie een halt toe te roepen.
De EU zet zich in voor de doeltreffende uitvoering van de EUDR, in overleg en samenwerking met producerende landen. Daartoe heeft de EU haar inspanningen opgevoerd op het gebied van informatie-uitwisseling over de verschillende bouwstenen van de EUDR, met name in het kader van het speciale multistakeholderplatform en via technische besprekingen met producerende landen en belanghebbenden, onder meer via de EU-delegaties. De EU stelt ook verschillende ondersteunende instrumenten ter beschikking om belanghebbenden die onder de regels van de verordening vallen, te helpen zich op hun verplichtingen voor te bereiden. Het gaat daarbij onder meer om:
|
a) |
een document met veelgestelde vragen (7) (dat regelmatig wordt bijgewerkt), waarin een aantal bepalingen van de EUDR wordt verduidelijkt. |
|
b) |
formele richtsnoeren ter verduidelijking van bepaalde belangrijke aspecten van de uitvoering van de EUDR, met name met betrekking tot de definitie van “landbouwgebruik”, certificering, wettigheid en andere onderwerpen die door belanghebbenden in de EU en wereldwijd aan de orde zijn gesteld. |
|
c) |
het EU-waarnemingscentrum voor ontbossing, een gratis instrument (8) dat door de Commissie ter beschikking wordt gesteld, biedt elke gebruiker toegang tot wetenschappelijke gegevens over de wereldwijde bosvegetatie (zie punt 5.5 voor meer informatie). |
Daarnaast is in artikel 29, lid 3, van de verordening bepaald dat “de aanmerking van toewijzing aan landen, of delen daarvan, als laag risico of hoog risico [...] wordt gebaseerd op een objectieve en transparante beoordeling door de Commissie, waarbij rekening wordt gehouden met het meest recente wetenschappelijke bewijs en internationaal erkende bronnen ”. In dit verband acht de EU het belangrijk om een alomvattend risicoclassificatiesysteem te ontwikkelen, dat wordt onderbouwd met een deugdelijke methodologie om solide, verifieerbare en betrouwbare gegevens te genereren op basis van een alomvattende beoordeling van kwantitatieve en kwalitatieve informatie overeenkomstig artikel 29, leden 3 en 4, van de verordening. De EU is ook vastbesloten nauwer samen te werken en te overleggen met de landen die worden beschouwd als landen met een hoog risico of het risico lopen als zodanig te worden aangemerkt, bij de inspanningen om hun risiconiveaus te verlagen (zie bijlage).
In dit document wordt dit strategisch kader uiteengezet, dat in voorkomend geval de basis zal vormen voor de landspecifieke analyses.
3. DOELSTELLINGEN VAN HET STRATEGISCH ACTIEKADER VOOR ONTBOSSING
De algemene doelstelling van het strategisch actiekader is het ondersteunen van de werkzaamheden in de partnerschappen met landen en belanghebbenden over de hele wereld op basis van een aantal gevestigde beginselen en in alle relevante waardeketens om de onderliggende oorzaken van ontbossing en bosdegradatie gezamenlijk aan te pakken, binnen het toepassingsgebied van de EUDR, maar ook daarbuiten.
De specifieke doelstellingen van het kader zijn onder meer:
|
— |
Versterking van de bilaterale, regionale en internationale en multistakeholderdialoog en samenwerking op het gebied van beleid en maatregelen om ontbossing en bosdegradatie een halt toe te roepen, met inbegrip van het behoud en duurzaam gebruik van bossen en duurzaam landgebruik en duurzame grondstoffenproductie, -verwerking, -consumptie en -handel. |
|
— |
Versterking van de samenwerking met getroffen derde landen met het oog op economische stimulansen om bossen in stand te houden en investeringen in duurzame toeleveringsketens te bevorderen. |
|
— |
Steun verlenen aan producerende landen en regio’s, met name die met minder capaciteit en een hoge mate van blootstelling aan ontbossing, om hun overgang naar ontbossingsvrije en legale toeleveringsketens te vergemakkelijken. |
|
— |
Voortzetting van de samenwerking met andere verbruikende landen om de vaststelling van ambitieuze vereisten te bevorderen zodat de bijdrage van die landen tot ontbossing en bosdegradatie tot een minimum kan worden beperkt. |
Tegen deze achtergrond schetst het kader op algemene wijze de belangrijkste behoeften en prioriteiten voor samenwerking met derde landen om, naargelang van het geval, de samenwerkingsplannen en -strategieën van de EU, de lidstaten en de instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (DFI’s) te helpen formuleren. Het kader is ook bedoeld om sturing te geven aan de mogelijke inzet van passende instrumenten voor relevante steun voor de uitvoering van de EUDR.
Het kader maakt het voor de EU en haar lidstaten ook mogelijk om actief bij dit onderwerp betrokken te blijven in relevante multilaterale fora zoals het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD), het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD), de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), de Milieuvergadering van de VN (UNEA), het VN-Bossenforum, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de G7, de G20 en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het algemene doel is het bevorderen van een gemeenschappelijk inzicht in de noodzaak van een wereldwijde transitie naar duurzame, ontbossingsvrije landbouwproductie, een versterkt duurzaam bosbeheer, de ontwikkeling van transparante en ontbossingsvrije duurzame toeleveringsketens, en de noodzaak om op dit gebied ondersteunend beleid te ontwikkelen. De EU en haar lidstaten zullen ook blijven samenwerken met partners op mondiaal niveau om tot solide normen en definities te komen die een hoge mate van bescherming van bossen en andere natuurlijke ecosystemen en de daarmee samenhangende mensenrechten waarborgen.
4. BEGINSELEN VAN HET STRATEGISCH ACTIEKADER VOOR ONTBOSSING
De volgende 8 kernbeginselen zullen als leidraad dienen voor de uitvoering van het kader door de EU en haar lidstaten:
|
1) |
Voortdurende dialoog en samenwerking met de betrokken derde landen om praktijken en inspanningen uit te wisselen en hen te ondersteunen bij het creëren van een gunstig klimaat voor een inclusieve en rechtvaardige transitie naar ontbossingsvrije toeleveringsketens, op basis van bestaande en toekomstige mechanismen zoals gestructureerde dialogen, administratieve regelingen en bestaande overeenkomsten of bepalingen daarvan. Ook zijn andere acties voorzien om partnerlanden te ondersteunen bij de overgang naar transparantere toeleveringsketens, met het opzetten van nieuwe of bestaande traceerbaarheidssystemen om nieuwe normen te waarborgen en het delen van informatie langs de toeleveringsketen te vergemakkelijken. Dit houdt onder meer in dat goede praktijken op digitaal gebied, met name wat betreft oplossingen voor traceerbaarheid via geolocatie, onder de aandacht worden gebracht in het multistakeholderplatform voor de bescherming en het herstel van bossen wereldwijd. Dit is met name relevant voor landen die overeenkomstig artikel 29 (beoordeling van landen) als landen met een hoog risico op het gebied van ontbossing en bosdegradatie zijn ingedeeld of het risico lopen als zodanig te worden beoordeeld. |
|
2) |
Ondersteuning van maatregelen die gericht zijn op het behoud, herstel en duurzaam gebruik van bossen, het beëindigen van ontbossing en bosdegradatie, en de overgang naar duurzame grondstoffenproductie, consumptieverwerking en handelsmethoden. Dit omvat praktijken voor duurzaam landgebruik en traceerbaarheidssystemen en de toegang van kleine landbouwbedrijven tot markten, financiering en technologie. |
|
3) |
Profiteren van de opgedane ervaring en beproefde goede praktijken in alle producerende en verbruikende landen, met inbegrip van succesvolle samenwerkingsprojecten, initiatieven en relevante beste praktijken van de EU, bijvoorbeeld met de bestrijding van illegale houtkap, het EU-initiatief voor duurzame cacao, en bestaande certificerings- en verificatieregelingen van derden, met inbegrip van traceerbaarheid. |
|
4) |
Stimuleren van betrokkenheid op nationaal niveau van alle relevante belanghebbenden die een rol spelen bij het streven naar duurzame landbouw, bosbeheer en ontbossingsvrije toeleveringsketens in producerende en verbruikende landen. Tot deze belanghebbenden behoren onder meer nationale en lokale autoriteiten, de particuliere sector, met inbegrip van kleine landbouwers en producentenorganisaties, het maatschappelijk middenveld, lokale gemeenschappen en inheemse volkeren. |
|
5) |
Een op de mensenrechten gerichte aanpak ter bescherming van de rechten die verband houden met ontbossing of bosdegradatie, met inbegrip van de rechten van inheemse volkeren, lokale gemeenschappen en houders van gewoonterechten, en ter bevordering van hun rol bij de bescherming van bossen. |
|
6) |
Transparantie en toegang tot informatie Dit omvat inspraak van het publiek in de besluitvorming, toegang van het publiek tot relevante documenten met betrekking tot de toeleveringsketens voor bossen en landbouw en toegang tot de rechter (toegang tot administratieve of gerechtelijke procedures om besluiten, handelingen of nalatigheden van de autoriteiten te herzien). |
|
7) |
Synergieën met andere beleidsinitiatieven van de EU, zoals initiatieven die zijn gericht op dwangarbeid, duurzame financiering, of passende zorgvuldigheid op het gebied van duurzaamheid door bedrijven, alsook met het bredere milieubeleid en de Global Gateway van de EU. |
|
8) |
Coördinatie met relevante ontwikkelingspartners om complementariteit en wederzijds versterkende steun te vergemakkelijken. |
5. PRIORITAIRE ACTIEGEBIEDEN
Bij hun inspanningen om de overgang naar een ontbossingsvrije mondiale waardeketen te vergemakkelijken, en in overeenstemming met de doelstellingen van de Global Gateway van de EU, werken de EU en haar lidstaten samen om de steun en coördinatie in te zetten die nodig zijn voor een inclusieve en rechtvaardige transitie naar ontbossingsvrije en legale toeleveringsketens van en naar de EU. Daartoe zijn vijf brede prioritaire gebieden aangeduid. Deze zijn indicatief en zullen op nationaal en regionaal niveau nader worden geanalyseerd:
5.1. Steun voor kleine landbouwbedrijven
Kleine landbouwbedrijven zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde productie van verschillende producten en grondstoffen waarop de EUDR van toepassing is. De wettelijke verplichtingen van de EUDR zijn van toepassing op de marktdeelnemers en handelaren die producten in de EU in de handel brengen en op de markt aanbieden. Aangezien marktdeelnemers informatie uit voorgaande stadia delen van de toeleveringsketens nodig zullen hebben, kunnen zij kleine landbouwbedrijven echter om bepaalde informatie verzoeken. De belangrijkste taken van de producenten zijn het waarborgen van de wettigheid van de productie, ervoor zorgen dat hun bosgrond niet wordt omgezet in landbouwgrond, en het verstrekken van de geolocatiegegevens, die met eenvoudige technische middelen kunnen worden verkregen en slechts eenmaal hoeven te worden vastgesteld. Zij hoeven geen passende zorgvuldigheid te betrachten.
In overeenstemming met de vastgestelde samenwerkingsprioriteiten van de EU ondersteunen de EU en de lidstaten in voorkomend geval de inclusie van kleine landbouwbedrijven in ontbossingsvrije toeleveringsketens. De traceerbaarheidsvereisten van de EUDR moeten de complexiteit van de toeleveringsketen te verminderen, nieuwe marktkansen te creëren en eerlijkere prijzen te realiseren, en zo ten goede komen aan kleine landbouwbedrijven.
Mogelijke acties zijn onder meer technische bijstand en opleiding, bijvoorbeeld op het gebied van duurzame landbouw- en grondgebruikpraktijken en traceerbaarheid, alsook toegang tot financiering en relevante apparatuur/technologie.
De EU zal er ook naar streven kleine landbouwbedrijven te betrekken bij en/of hun belangen te behartigen in de bilaterale dialogen van de EU met de bevoegde autoriteiten van partnerlanden en de specifieke steunmaatregelen, zoals het Team Europa-initiatief inzake ontbossingsvrije waardeketens (zie punt 6.2.1).
|
Vak 1: AL-INVEST VERDE AL-INVEST VERDE (9) is een reeds lang bestaand, door de EU gefinancierd programma dat acties uitvoert in 12 landen in Latijns-Amerika. In de huidige zesde uitvoering ondersteunt het programma de betrokken landen bij de overgang naar een koolstofarme, hulpbronnenefficiënte en meer circulaire economie en bevordert het duurzame productiemodellen. Het programma bestaat uit drie hoofdcomponenten: 1) innovatie en groene transitie van kmo’s, 2) technische bijstand aan de overheidssector, en 3) gebruik van intellectuele eigendom voor duurzame ontwikkeling. In het kader van de kmo-component helpt de Europese Commissie kmo’s bijvoorbeeld hun afzetmogelijkheden in het kader van de nieuwe EU-normen en -regelgeving uit te breiden door over te stappen op schonere en efficiëntere producten, processen en diensten, nu landen overgaan op duurzamere consumptiepatronen. |
|
Vak 2: EUDR Engagement in Zuidoost-Azië Het project Engagement met Indonesië, Maleisië, Laos, Thailand en Vietnam ter bevordering van een beter inzicht in en capaciteitsopbouw met betrekking tot de EU-aanpak om door de EU veroorzaakte ontbossing en bosdegradatie terug te dringen (het project EUDR Engagement (10)) is gericht op dialoog en opleidingsactiviteiten met politieke belanghebbenden, kleine landbouwbedrijven, de privésector en het maatschappelijk middenveld over de belangrijkste traceerbaarheidsvereisten van de EUDR in Zuidoost-Azië. |
5.2. Steun voor de ontwikkeling van hoogwaardige traceerbaarheidsregelingen
In combinatie met regelingen voor certificering en verificatie door derden kunnen hoogwaardige traceerbaarheidsregelingen de naleving van relevante vereisten inzake markttoegang door exploitanten vergemakkelijken en tegelijkertijd de inspanningen ter plaatse erkennen. De EU kan op nationaal, regionaal en mondiaal niveau een dialoog en technische samenwerking aangaan met relevante belanghebbenden. Dit moet gebaseerd zijn op een transparante uitwisseling van informatie, gegevens en beste praktijken. Het doel is relevante regelingen te identificeren, ontwikkelen en/of versterken, met de nadruk op transparantie en traceerbaarheid, en te zorgen voor de doeltreffende uitvoering en de interoperabiliteit ervan.
De EU ondersteunt partnerlanden bij het versterken van bestaande hoogwaardige traceerbaarheidsregelingen, met bijzondere aandacht voor ontbossingsvrije toeleveringsketens op basis van de FAO-definities en wettigheid. In dit verband kan de EU (op verzoek) gezamenlijke analyses met partnerlanden financieren om lacunes in kaart te brengen en belangrijke aanbevelingen doen voor verdere stappen voor afstemming, teneinde het verzamelen van informatie voor alle relevante belanghebbenden te vergemakkelijken.
Via verschillende programma’s in het kader van het wereldwijde Team Europa-initiatief inzake ontbossingsvrije waardeketens, zoals SAFE, het initiatief voor duurzame cacao en AL INVEST Verde, wordt reeds concrete steun verstrekt aan nationale en lokale traceerbaarheidssystemen in partnerlanden.
|
Het programma betreffende duurzame landbouw voor bosecosystemen (Sustainable Agriculture for Forest Ecosystems, SAFE), gefinancierd door de EU, Duitsland en Nederland, biedt ondersteuning aan traceerbaarheidssystemen in verschillende producerende landen, op nationaal en lokaal niveau. In Brazilië ondersteunt SAFE de ontwikkeling van een traceerbaarheidssysteem in de rundveesector door middel van een dialoog met meerdere belanghebbenden in het kader van de Braziliaanse coalitie voor klimaat, bossen en landbouw. Voorts beoogt SAFE het Braziliaanse ministerie van Landbouw ondersteunen bij de uitvoering van het nationale platform voor de traceerbaarheid van goederen “AgroBrasil + Sustentável”.
|
5.3. Transitie naar duurzame grondstoffenproductie en duurzaam landgebruik
Een efficiënter gebruik van landbouwgrond en de overgang naar duurzamere landbouwproductiemethoden kunnen de strijd tegen ontbossing versnellen. De EU is vastbesloten steun te bieden aan innovatieve en/of alternatieve praktijken die gericht zijn op het beschermen van ecosystemen en tegelijkertijd ook de wereldwijde vraag naar belangrijke landbouwgrondstoffen.
De Europese Commissie financiert reeds een breed scala aan programma’s en projecten ter ondersteuning van partnerlanden bij hun transitie naar duurzame en ontbossingsvrije landbouwproductie, onder meer door kleine landbouwers technische bijstand en capaciteitsopbouw te bieden.
|
Vak 3: EU-initiatief voor duurzame cacao Het in 2020 gelanceerde EU-initiatief voor duurzame cacao (11) is een dialoog tussen de EU, Ivoorkust, Ghana en Kameroen over economische, ecologische en sociale duurzaamheid in de cacaosector. Het is een vlaggenschipinitiatief in het kader van de Green Deal van de EU, en is opgebouwd rond twee belangrijke pijlers:
De dialoog resulteerde in juni 2022 in de goedkeuring door de belanghebbenden van de routekaart voor duurzame cacao en de oprichting van een routekaart voor de “Alliantie voor duurzame cacao”. |
5.4. Wereldwijde inzet voor regelgevende maatregelen en milieunormen
Een beleidsdialoog met andere grote consumentenmarkten om soortgelijk beleid te bevorderen, zal van essentieel belang zijn om het uiteindelijke doel te bereiken, namelijk de wereldwijde ontbossing een halt toe te roepen. De EU werkt in de multilaterale fora nauw samen met de verbruikende partnerlanden en hun belanghebbenden in de toeleveringsketen om de gedeelde doelstellingen voor ontbossing te verwezenlijken. Dit gebeurt door het identificeren en ontwikkelen van beste praktijken en technologieën, regelgevingsmaatregelen, strengere milieunormen, eisen voor zorgvuldigheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen en mogelijke gezamenlijke steun voor kleine landbouwers in de ontbossingsvrije toeleveringsketens. In dit verband streeft de EU ernaar een beter begrip van de EU-aanpak ter bestrijding van ontbossing te bevorderen en de noodzaak om ontbossingsvrije toeleveringsketens wereldwijd te versterken onder de aandacht te brengen, aan de hand van internationaal gebruikte definities zoals die van de FAO, met het oog op het nakomen van gezamenlijke internationale verbintenissen op het gebied van klimaat en biodiversiteit. De EU zal ook gebruikmaken van instrumenten ter ondersteuning van overheidsdiensten, met name wat betreft de afstemming, toepassing en handhaving van de EU-wetgeving en het vergemakkelijken van de uitwisseling van beste praktijken van de EU met partnerlanden, om de milieunormen aan te scherpen. Voorbeelden daarvan zijn de EU-instrumenten voor institutionele opbouw TAIEX (12) (instrument voor technische bijstand en informatie-uitwisseling) en Twinning (13), die expertise uit de publieke sector uit EU-lidstaten en partnerlanden samenbrengen door middel van peer-to-peeractiviteiten.
5.5. Ontwikkelen van kennis en innovatie
Met het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie streeft de EU naar het verwerven van nieuwe kennis en wetenschappelijke gegevens en het ontwikkelen van innovatieve oplossingen en technologieën die de overgang naar duurzame landbouwproductie, duurzaam landgebruik en ontbossingsvrije toeleveringsketens kunnen vergemakkelijken, de strijd tegen ontbossing over de hele wereld kunnen versnellen en een circulaire duurzame bio-economie kunnen stimuleren.
Meer in het bijzonder heeft de EU het EU-waarnemingscentrum voor ontbossing en bosdegradatie (14) opgericht, dat onder leiding staat van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC). Het waarnemingscentrum verstrekt toegankelijke wetenschappelijke gegevens over veranderingen in de wereldwijde bosbedekking en over de handel in grondstoffen die onder de EUDR vallen, ten behoeve van overheidsinstanties, consumenten en de privésector. De door het waarnemingscentrum opgestelde kaarten hebben geen juridische waarde, maar doen dienst als waardevol ondersteunend instrument voor risicobeoordeling en voor de naleving van de EUDR door marktdeelnemers, die daardoor echter niet worden vrijgesteld van de verplichting om passende zorgvuldigheid te betrachten. Het waarnemingscentrum zal blijven voortbouwen op reeds bestaande monitoringinstrumenten, waaronder Copernicusproducten en andere beschikbare publieke of private bronnen, alsook op nauwe uitwisseling en samenwerking op het gebied van bewijsmateriaal met de partnerlanden. Ook zal worden gestreefd naar synergieën met andere relevante beleidsontwikkelingen, zoals de EU-wetgeving inzake bosmonitoring en het Europees informatiesysteem voor bossen (Forest Information System for Europe, FISE).
|
Vak 4: Succesverhalen van de Europese Onderzoeksraad, gefinancierd in het kader van de EU-kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie Horizon 2020 of Horizon Europa Het project INCLUDE (15) (2016-2021) analyseerde de gevolgen van ontbossing op gemarginaliseerde groepen zoals kleine boeren en inheemse gemeenschappen in de Argentijnse regio Chaco Salteno. In het kader van het project FORESTPOLICY (16) (2021-2026) wordt onderzocht of beleid dat bedrijven hanteren om ontbossing te stoppen, daadwerkelijk bijdraagt tot een afname van de ontginning van bossen en of milieueffectiviteit ten koste gaat van de uitsluiting van armere boeren of dat zij er juist baat bij hebben. Ook wordt getracht te achterhalen wat de oorzaken zijn van het al dan niet slagen van beleid voor de toeleveringsketen. Het project SUSTAINFOREST (17) (2021-2026) analyseert de interactieve rol van ecologisch en economisch belangrijke kleine stukken bosgrond in de landbouwgebieden van het regenwoud en de savanne in Togo, Benin, Nigeria en Kameroen. |
6. UITVOERINGSINSTRUMENTEN
6.1. Outreach en dialoog
Om de beginselen en doelstellingen van het kader te verwezenlijken, zullen de EUDR en de bestrijding van wereldwijde ontbossing en bosdegradatie een cruciaal onderdeel vormen van de werkzaamheden en inspanningen van de EU op het gebied van groene diplomatie. Daartoe zal de EU in de eerste plaats een open, openhartige en strategische dialoog voeren met de partnerlanden en -regio’s op basis van de relevante bilaterale, biregionale en internationale fora.
Wat de relevante dialoogfora betreft:
|
— |
Op internationaal niveau zal de EU zich voor de bestrijding van ontbossing blijven inzetten in het kader van de G7 en de G20, de OESO, het UNFCCC, het UNCCD, het CBD, de FAO, de WTO en andere relevante fora. |
|
— |
Op regionaal en bilateraal niveau neemt de EU ontbossing op in alle relevante samenwerkingskaders voor beleidsdialoog, met inbegrip van formele politieke en sectorale dialogen, groene allianties en partnerschappen, en projecten voor technische bijstand, waarbij zoveel mogelijk wordt voortgebouwd op bestaande mechanismen en processen. |
|
— |
De vrijhandelsovereenkomsten van de EU en de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met partnerlanden en -regio’s bieden aanvullende platforms voor dialoog en samenwerking op het gebied van duurzaamheidskwesties, waaronder ontbossing, waarbij de bevoegde autoriteiten en het maatschappelijk middenveld aan beide kanten worden betrokken. |
|
— |
Op deskundigenniveau heeft de Europese Commissie in oktober 2020 het multistakeholderplatform betreffende de bescherming en het herstel van de bossen wereldwijd opgericht ter ondersteuning van de bescherming en het herstel van de bossen wereldwijd, waarop de consumenten- en producentenlanden, maatschappelijke organisaties en brancheorganisaties informatie en ervaringen kunnen uitwisselen op het gebied van de uitvoering van de EUDR. Op het platform vinden regelmatig bijeenkomsten plaats, die open staan voor belanghebbenden uit partnerlanden. |
|
Vak 5: Multistakeholderplatform voor de bescherming en het herstel van bossen wereldwijd In 2020 heeft de Commissie het “multistakeholderplatform voor de bescherming en het herstel van bossen wereldwijd” opgericht, met als doel belanghebbenden, onderzoekers en derde landen bij het wetgevingsproces te betrekken. De bijeenkomsten van het platform vinden regelmatig plaats. Via het multistakeholderplatform nemen de belanghebbenden, waaronder partnerlanden, deel aan het wetgevingsproces door middel van specifieke workshops, updates van de Commissie en verzoeken om feedback en input. Tijdens de overgangsperiode zal regelmatig worden vergaderd, zodat alle kwesties die relevant zijn voor de voorbereiding van de uitvoering van de EUDR worden besproken en de standpunten van de belanghebbenden worden gehoord. Dit zal in de uitvoeringsfase worden voortgezet. Het platform wisselt ook beste praktijken uit, bijvoorbeeld op het gebied van traceerbaarheid en kleine landbouwbedrijven. Naast de lidstaten nemen vertegenwoordigers van alle relevante industriesectoren en het maatschappelijk middenveld deel, evenals de vertegenwoordigers van de partnerlanden. Gedetailleerde informatie, waaronder agenda’s, notulen, alle presentaties en ander relevant materiaal, is te vinden op de website van het register van de Commissie (18). |
6.2. Specifieke initiatieven
Naast outreach en dialoog zal de EU blijven zorgen voor de ondersteuning en beoordeling van verdere maatregelen inzake ontbossingsvrije waardeketens, in nauwe samenwerking en coördinatie met de lidstaten in het kader van een Team Europa-aanpak (19). Bovendien zal de EU haar dialoog met de instellingen voor ontwikkelingsfinanciering en de particuliere sector versterken om langetermijninvesteringen in ontbossingsvrije waardeketens aan te trekken, in overeenstemming met de doelstellingen van de Global Gateway-strategie van de EU. De EU zal ook haar partnerschappen met de relevante internationale instellingen (bv. WTO, OESO, de Wereldbank, UNEP, FAO enz.) blijven bevorderen om de wereldwijde beweging om ontbossing een halt toe te roepen, te versnellen.
6.2.1. Team Europa-initiatief inzake ontbossingsvrije waardeketens
Tijdens de COP28 van het UNFCCC hebben de EU en haar lidstaten een wereldwijd Team Europa-initiatief (TEI) inzake ontbossingsvrije waardeketens gelanceerd, met de volgende operationele elementen om een inclusieve transitie naar duurzame en ontbossingsvrije productie in partnerlanden te vergemakkelijken:
|
a) |
De TEI-hub zal partnerlanden informatie en outreach bieden over ontbossingsvrije waardeketens en zorgen voor kennisbeheer om relevante reeds bestaande projecten van de EU en de lidstaten te coördineren met toekomstige activiteiten die gericht zijn op de doelstellingen van de TEI. Zo zullen verschillende TEI-activiteiten met betrekking tot ontbossingsvrije waardeketens in producerende landen beter op elkaar kunnen worden afgestemd en lacunes kunnen worden vastgesteld, en zal het ontslaan van medewerkers kunnen worden vermeden. |
|
b) |
Het programma betreffende duurzame landbouw voor bosecosystemen (SAFE) is de belangrijkste pijler van de Team Europa-initiatieven, met lopende activiteiten in Brazilië, Ecuador, Indonesië en Zambia. Momenteel wordt gewerkt aan steun aan Vietnam, en in 2024 is ook de opname van de Democratische Republiek Congo voorzien. Het programma is gericht op de ondersteuning van kleine landbouwbedrijven bij hun transitie naar duurzame en ontbossingsvrije waardeketens, en van producerende landen bij het scheppen van een gunstig klimaat om de toegang tot de EU-markt te waarborgen. SAFE zal in de toekomst verder worden opgeschaald met bijdragen van de lidstaten. |
|
c) |
De technische faciliteit voor ontbossingsvrije waardeketens is een flexibel instrument dat op aanvraag kan worden ingezet om producerende landen bij te staan met deskundigheid op het gebied van technische vereisten, zoals geolocatie en het in kaart brengen van landgebruik en traceerbaarheid, met bijzondere aandacht voor de inclusie van kleine landbouwbedrijven. Deze activiteiten zullen nauw worden gecoördineerd met de EU-delegaties en via de TEI-hub worden afgestemd op reeds bestaande projecten, waaronder SAFE, om synergieën tot stand te brengen en dubbel werk te voorkomen. |
6.2.2. Bospartnerschappen
In het kader van de Global Gateway-strategie streeft de EU naar bospartnerschappen (FP) met gelijkgestemde partnerlanden om een holistisch langetermijnkader te bieden voor de instandhouding van hun bossen en tegelijkertijd waarde voor hen te creëren en sociaal-economische ontwikkeling te genereren. De bospartnerschappen zijn gericht op het verbeteren van governance in de bosbouw, met inbegrip van de deelname van meerdere belanghebbenden, het versterken van bosgebaseerde waardeketens, het stimuleren van een stabiel en legaal ondernemingsklimaat en het waarborgen van de duurzaamheid van de handel in bosbouwproducten, met de nadruk op wettigheid, duurzaamheid en het stoppen van ontbossing.
Meer in het bijzonder kunnen de bospartnerschappen partners helpen inzicht te krijgen in en zich aan te passen aan de toepasselijke wetgevings- en niet-wetgevingsnormen. Zij zullen bijdragen tot de ontwikkeling en uitvoering van traceerbaarheidssystemen voor bosbouwproducten, onder meer door voort te bouwen op veelbelovende ervaringen die zijn opgedaan bij de vrijwillige partnerschapsovereenkomsten uit hoofde van het actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Forest Law Enforcement, Governance and Trade, Flegt) (20) en systemen ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten. De EUDR bouwt voort op de ervaring die is opgedaan met de EU-houtverordening (EUTR) en de Flegt-verordening (21) en bevat aanvullende vereisten die verder gaan dan wettigheid om ervoor te zorgen dat hout dat in de EU in de handel wordt gebracht ontbossingsvrij is. De bospartnerschappen hebben ook tot doel de economische prikkels voor strengere milieunormen, een beter ondernemingsklimaat en toegang tot financiering te versterken. De partnerschappen zijn gericht op de ondersteuning van partnerlanden om ontbossing en bosdegradatie een halt toe te roepen door middel van hun nationaal bepaalde bijdragen in het kader van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaat en nationale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen in het kader van het mondiaal biodiversiteitskader. De EU is al bospartnerschappen aangegaan met Guyana, Honduras, Mongolië, de Republiek Congo, Uganda en Zambia en onderzoekt momenteel opties voor nieuwe partnerschappen, voortbouwend op de relevante ervaringen van de EU op dit gebied.
6.2.3. Andere relevante initiatieven
De EU beheert andere programma’s ter ondersteuning van duurzaam bosbeheer en kleine boeren in het kader van de Global Gateway-strategie van de EU en het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling. Zie vak 4 voor specifieke voorbeelden in Latijns-Amerika.
Voorts zal een complementaire benadering worden gevolgd bij de toekomstige ondersteunende acties in verband met de EU-richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (Corporate Sustainability Due Diligence Directive, CSDDD), zodra deze van toepassing is geworden. Daartoe zal de EU onder meer steun verlenen aan regeringen, de privésector en het maatschappelijk middenveld in derde landen om een beter inzicht te verschaffen in de vereisten van de EUDR en de CSDDD en de voordelen daarvan (bv. wat betreft een betere bescherming van mensen- en arbeidsrechten en het milieu, betrokkenheid van lokale gemeenschappen, stabiele toeleveringsketens, grotere veerkracht enz.), en tegelijkertijd de specifieke uitdagingen aan te pakken waarmee belanghebbenden worden geconfronteerd. Het Team Europa-initiatief inzake duurzaamheid in mondiale waardeketens zal in dit verband bijzonder relevant zijn voor de ondersteuning van de uitvoering van de CSDDD in derde landen. Zo zal de helpdesk relevante informatie delen en richtsnoeren verstrekken, en in voorkomend geval samenwerken met de TEI-hub voor ontbossingsvrije waardeketens.
De EU verleent ook gerichte steun op nationaal niveau, rekening houdend met de actuele behoeften in de producerende landen en de toegewezen financiële middelen in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (Neighborhood, Development and International Cooperation Instrument, NDICI).
Tot slot versterken de Europese instellingen voor ontwikkelingsfinanciering (Development Finance Institutions, DFI’s) en de internationale financiële instellingen (IFI’s) hun inzet voor de uitbreiding van langetermijnbeleggingsportfefeuilles in de ontbossingsvrije toeleveringsketens. Zo heeft de Europese Investeringsbank (EIB) in december 2022 een specifieke gids gepubliceerd voor het verhogen van de financiering voor de bosbouwsector (22).
Een concreet voorbeeld is het project “Inclusieve en duurzame bossen in Marokko” (23), waarmee de EIB een lening van 100 miljoen EUR heeft verstrekt ter ondersteuning van de inclusieve en duurzame ontwikkeling van de Marokkaanse bossen. De actie zal over een periode van vijf jaar worden uitgevoerd door het nationale agentschap voor water en bossen (ANEF), ter ondersteuning van de Marokkaanse strategie voor de bossen voor de periode 2020-2030. Bovendien heeft de Europese Unie in samenwerking met de Wereldbank steun verleend voor de voorbereiding en de kosten van een nationaal bebossingsprogramma in de Republiek Moldavië (24). Het in 2023 goedgekeurde nationale programma voor de uitbreiding en het herstel van bossen kost naar schatting bijna 759 miljoen euro (25). Op regionaal gebied, in de landen van het Oostelijk Partnerschap, werken de EU en de Wereldbank samen om de regelgevingskaders en de capaciteit voor de aanpak van ontbossing te verbeteren als onderdeel van de respectieve pijler van het EU4Milieuprogramma.
|
Vak 6: De Global Gateway-strategie van de EU — Voorbeelden van lopende programma’s en initiatieven die voordelen opleveren voor duurzame bossen en landbouwwaardeketens in Latijns-Amerika
|
|
Vak 7: Programma Terre Verte voor duurzame land- en bosbouw In 2022 heeft de Commissie een nieuw programma (26) ter waarde van 115 miljoen EUR goedgekeurd ter ondersteuning van de ecologische, inclusieve en innovatieve ontwikkeling van de landbouw- en bosbouwsectoren in Marokko. Het programma “Terre Verte” heeft tot doel bij te dragen tot de nationale strategieën “Groene generatie” en “Marokkaanse bossen” van Marokko voor de periode 2020-2030 door een ecologische transitie te bevorderen met een gunstig klimaat voor het scheppen van fatsoenlijke arbeidskansen in Marokko in de landbouw- en bosbouwsector. Het programma maakt deel uit van het groene partnerschap tussen de EU en Marokko, en is het eerste EU-initiatief van dergelijke aard met een partnerland. Het heeft tot doel de externe dimensie van de Europese Green Deal te versterken door middel van maatregelen ter plaatse en zal naar verwachting een model worden voor vergelijkbare partnerschappen met andere landen, waaronder landen op het Afrikaanse continent. |
7. CONCLUSIE
Het kader biedt een alomvattende structuur voor samenwerking met partnerlanden met betrekking tot de EUDR, als onderdeel van de gezamenlijke mondiale ambitie om ontbossing een halt toe te roepen.
Het kader is gericht op samenwerking met het oog op de uitvoering van de verordening, van de wereldwijde toezegging om de ontbossing tegen 2020 een halt toe te roepen in het kader van de SDG’s en van de toezegging van de COP28 in Glasgow om het verlies aan bossen tegen 2030 een halt toe te roepen en om te buigen.
De belangrijkste doelstelling van het partnerschap is het bevorderen van een rechtvaardige en inclusieve transitie naar ontbossingsvrije landbouwtoeleveringsketens waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten. De EU zal met partners en belanghebbenden blijven samenwerken aan doeltreffende maatregelen aan de vraag- en aanbodzijde en de lopende inspanningen op het gebied van duurzaamheid, en hen ondersteunen bij het inzicht in en de aanpassing aan de toepasselijke normen.
Dit partnerschap wordt uitgevoerd via outreach, een politieke en beleidsdialoog, en specifieke steunmaatregelen, waaronder technische bijstand, investeringen en ontwikkeling van kennis en innovatie.
Het partnerschap omvat meerdere belanghebbenden, zoals regionale, nationale en lokale autoriteiten, belangrijke spelers in de waardeketens, waaronder grote ondernemingen, handelaren, kleine landbouwers en consumenten, alsook het maatschappelijk middenveld, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen.
De Europese Commissie blijven samenwerken met de lidstaten en de Europese DFI’s om ervoor te zorgen dat het partnerschap doeltreffend functioneert. Het partnerschap zal ook nauwere samenwerking met relevante internationale organisaties vergemakkelijken.
Het succes van het partnerschap zal echter ook afhangen van de vastbeslotenheid van de EU-partners om de mondiale doelstellingen om ontbossing een halt toe te roepen, te verwezenlijken, die zal moeten blijken uit de nationale inspanningen om hun eigen, op duurzaamheid gericht beleid voor productie en zorgvuldigheidseisen te ontwikkelen en zich aan te sluiten bij de oproep tot strengere milieunormen in internationale contexten.
(1) Ongeveer 11 % van de totale CO2-emissies zijn afkomstig van bosbouw en ander landgebruik, en dan vooral van de ontbossing, terwijl het bij de resterende 12 % gaat om directe emissies van de landbouwproductie, bijvoorbeeld van vee en meststoffen.
(2) Zoals benadrukt in de strategie voor de bio-economie van de Commissie: https://research-and-innovation.ec.europa.eu/research-area/environment/bioeconomy/bioeconomy-strategy_en.
(3) SDG 15.2: “Uiterlijk in 2020 het duurzaam beheer van alle typen bossen bevorderen, ontbossing een halt toeroepen, aangetaste bossen herstellen en bebossing en herbebossing aanzienlijk opvoeren.”
(4) https://www.g7italy.it/wp-content/uploads/G7-Climate-Energy-Environment-Ministerial-Communique_Final.pdf.
(5) https://www.g7italy.it/wp-content/uploads/Apulia-G7-Leaders-Communique.pdf.
(6) Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 206, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1115/oj).
(7) https://environment.ec.europa.eu/publications/frequently-asked-questions-deforestation-regulation_en.
(8) https://forest-observatory.ec.europa.eu/
(9) https://alinvest-verde.eu/en_gb/
(10) https://zerodeforestationhub.eu/projects/eudr-engagement/
(11) https://africa-knowledge-platform.ec.europa.eu/story_life_cycle.
(12) https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/funding-and-technical-assistance/taiex_en.
(13) https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/funding-and-technical-assistance/twinning_en.
(14) https://forest-observatory.ec.europa.eu/forest/gfc2020.
(15) https://cordis.europa.eu/project/id/681518.
(16) https://cordis.europa.eu/project/id/949932.
(17) https://cordis.europa.eu/project/id/101001200.
(18) https://ec.europa.eu/transparency/expert-groups-register/screen/expert-groups/consult?lang=en&groupID=3282.
(19) Voor de periode 2021-2024 heeft de EU 1 miljard EUR aan subsidies toegewezen voor de bescherming, het herstel en het duurzame beheer van bossen in partnerlanden en 2,5 miljard EUR aan subsidies ter ondersteuning van duurzame landbouw.
(20) Effectbeoordeling “Minimalisering van het risico op ontbossing en bosdegradatie in verband met producten die in de EU in de handel worden gebracht” (https://environment.ec.europa.eu/topics/forests/deforestation/regulation-deforestation-free-products_en) en de geschiktheidscontrole van de EU-houtverordening en de Flegt-verordening (https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=CELEX:52021SC0328).
(21) Effectbeoordeling “Minimalisering van het risico op ontbossing en bosdegradatie in verband met producten die in de EU in de handel worden gebracht” en de geschiktheidscontrole van de EU-houtverordening en de Flegt-verordening.
(22) https://www.eib.org/en/publications/20220173-forests-at-the-heart-of-sustainable-development.
(23) https://www.eib.org/en/press/all/2023-558-maroc-bei-monde-100-millions-forets-inclusives-durables#:~:text=The%20EIB%20has%20granted%20a%20loan%20of%20%E2%82%AC100,the%20National%20Agency%20for%20Water%20and%20Forests%20%28ANEF%29.; https://www.eib.org/en/projects/all/20220943.
(24) https://www.worldbank.org/en/news/feature/2024/05/21/investing-in-moldova-s-forest-biodiversity-to-build-a-more-sustainable-future.
(25) https://www.eu4environment.org/news/how-th-european-union-jointly-with-the-world-bank-helps-moldova-green-its-landscapes/
(26) https://neighbourhood-enlargement.ec.europa.eu/news/eu-morocco-green-partnership-commission-adopts-key-programme-support-agricultural-and-forestry-2022-10-25_en#:~:text=The%20programme%20%E2%80%9CTerre%20Verte%E2%80%9D%20aims%20to%20contribute%20to,in%20Morocco%20in%20the%20agricultural%20and%20forestry%20sector.
BIJLAGE
Algemene beginselen betreffende de benchmarkingmethode
Overeenkomstig haar verplichtingen uit hoofde van de EUDR ontwikkelt de Europese Commissie een systeem om landen te benchmarken, zoals vereist op grond van artikel 29 van die verordening, en een eerste lijst die in een uitvoeringshandeling zal worden bekendgemaakt. Tijdens dit proces zal de Commissie samenwerken met de betrokken partnerlanden. De lijst zal regelmatig worden bijgewerkt, in het licht van nieuw bewijsmateriaal.
Aangezien de lijst door de wetgeving is vereist, deelt de Commissie hierbij, met het oog op volledige transparantie vóór de bekendmaking van de uitvoeringshandeling, de algemene beginselen inzake de benchmarkingmethode.
Dit systeem is bedoeld om landen in te delen als landen met een laag, standaard- of hoog risico, om de zorgvuldigheidsprocessen van marktdeelnemers te vergemakkelijken en de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de naleving doeltreffend te monitoren en te handhaven. Daarnaast vormt het systeem een stimulans voor producerende landen om de duurzaamheid van hun landbouwproductiesystemen te verbeteren en de door hen veroorzaakte ontbossing tot een minimum te beperken. Het zal de Commissie ook in staat stellen overleg en een dialoog met prioritaire landen aan te gaan.
De methode van de Commissie is stevig verankerd in haar streven naar billijkheid, objectiviteit en transparantie. Het systeem is gebaseerd op kwantitatieve criteria op basis van wetenschappelijk bewijs en de meest actuele internationaal erkende gegevens, die voornamelijk afkomstig zijn uit de Global Forest Resources Assessment van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Door de nadruk te leggen op deze meetbare factoren zorgt de Commissie ervoor dat het indelingsproces gebaseerd is op solide gegevens, in voorkomend geval in combinatie met een methode voor een kwalitatieve beoordeling.
De methode voor de indeling van landen als landen met een laag risico omvat een grondige kwantitatieve beoordeling, overeenkomstig de criteria van artikel 29, lid 3, van de EUDR, waarbij in de eerste plaats wordt gekeken naar ontbossing, zowel in absolute termen (hectaren verloren bos per jaar) als in relatieve termen (percentage bosbedekking dat jaarlijks verloren gaat), rekening houdend met de gemiddelde mondiale bruto-ontbossing. Zie hieronder een visueel overzicht van de kwantitatieve beoordeling.
Volgens de methode zal de grote meerderheid van de landen wereldwijd worden ingedeeld als landen met een laag risico. Daardoor kunnen de collectieve inspanningen en middelen worden gericht op de bescherming van bossen in de geografische gebieden waar de uitdagingen op het gebied van ontbossing nijpender zijn. Dit zorgt ook voor haalbare doelstellingen voor de landen waar verbetering nodig is en vermindert de kosten voor exploitanten.
Wat landen met een hoog risico betreft, besteedt deze categorie, totdat de classificatie wordt herzien, bijzondere aandacht aan landen die onderworpen zijn aan sancties van de VN-Veiligheidsraad en de Raad van de EU, vanwege bijzondere moeilijkheden om passende zorgvuldigheid te betrachten in de waardeketens van deze landen.
Alle andere landen die niet als landen met een laag of hoog risico zijn ingedeeld, vallen in de standaardcategorie. Binnen die categorie maakt de benchmarkingmethode een specifieke aanpak mogelijk voor de landen die zich aan de onder- of bovenkant van de risicocategorie bevinden, zowel in absolute termen (aantal hectaren verloren bos per jaar) als in relatieve termen (percentage bosbedekking dat jaarlijks verloren gaat). Deze landen zullen voor de Commissie een prioriteit zijn. Tegelijkertijd kan de Commissie samenwerken met andere landen, met name landen die een aanzienlijke hoeveelheid onder de EUDR vallende grondstoffen met de EU verhandelen.
Een kwalitatieve methode zal de dialogen met deze landen ondersteunen, met als doel hun ontbossingssituatie te verbeteren en mogelijk te voorkomen dat landen met een hoog risico worden ingedeeld, met inbegrip van beoordelingen op regionaal niveau, indien van toepassing.
Bij de kwalitatieve beoordeling worden de criteria van artikel 29, lid 4, EUDR in aanmerking genomen, meer in het bijzonder: ingediende informatie over de doeltreffende dekking in de nationaal bepaalde bijdrage aan het UNFCCC van emissies en verwijderingen door landbouw, bosbouw en landgebruik; overeenkomsten en andere instrumenten tussen het betrokken land en de Unie en/of haar lidstaten om ontbossing en bosdegradatie aan te pakken en de overeenstemming van relevante grondstoffen en relevante producten met artikel 3 en de doeltreffende uitvoering daarvan te vergemakkelijken; bestaande nationale of subnationale wetgeving; de beschikbaarheid en transparantie van relevante gegevens over de naleving of de doeltreffende handhaving van wetgeving ter bescherming van de mensenrechten, de rechten van inheemse volken, lokale gemeenschappen en andere houders van gewoonterechtelijke eigendomsrechten voor grond; en sancties op de in- of uitvoer van relevante grondstoffen en relevante producten, opgelegd door de Veiligheidsraad van de VN of de Raad van de Europese Unie. Zie hieronder een visueel overzicht van de kwalitatieve beoordeling.
Tegelijkertijd zullen contacten worden onderhouden met alle andere relevante landen, met inbegrip van de landen die een aanzienlijke hoeveelheid onder de EUDR vallende grondstoffen met de EU verhandelen.
De indeling van landen is een dynamisch proces dat regelmatig moet worden herzien, zowel wat de kwalitatieve als de kwantitatieve methode betreft, zodat terdege rekening wordt gehouden met de meest recente wetenschappelijke gegevens. Om de vijf jaar zijn nieuwe FAO-gegevens beschikbaar, waardoor overeenkomstig de verordening aanleiding wordt gegeven tot een herziening van de landenclassificatie. De Commissie is voornemens een dergelijke herziening voor het eerst in 2026 uit te voeren.
Al met al is het benchmarkingsysteem van de Commissie een cruciaal instrument voor de wereldwijde inspanningen ter bestrijding van ontbossing en bosdegradatie. De Commissie is vastbesloten om met deze rigoureuze, datagestuurde en transparante methode te waarborgen dat de EUDR zowel doeltreffend als billijk wordt uitgevoerd.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6604/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)