EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 730 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52024DC0730
Recommendation for a COUNCIL RECOMMENDATION endorsing the national medium-term fiscal-structural plan of Spain
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje
Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje
COM/2024/730 final
EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 26.11.2024
COM(2024) 730 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
ALGEMENE OVERWEGINGEN
(1)Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht 1 , samen met de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten 2 en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad tot vaststelling van de begrotingskaders van de lidstaten 3 , vormen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader is gericht op het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei door middel van hervormingen en investeringen. Het bevordert de nationale verantwoordelijkheid en heeft een focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffende en coherente handhaving van de regels.
(2)De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad 4 worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan daadwerkelijk een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de betrokken lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie gaat aanpakken. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.
(3)Na de indiening van het plan beoordeelt de Commissie of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
(4)Op aanbeveling van de Commissie moet de Raad vervolgens een aanbeveling vaststellen waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.
OVERWEGINGEN BETREFFENDE SPANJE
(5)Op 15 oktober 2024 heeft Spanje zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond, met het oog op de door Spanje aangevoerde redenen, plaats na een verlenging van de in artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie.
Proces voorafgaand aan de indiening van het plan
(6)Op 21 juni 2024 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2024/1263 het referentiepad 5 aan Spanje toegezonden. De Commissie heeft het referentiepad op 15 oktober 2024 bekendgemaakt 6 . Het referentiepad is risicogebaseerd en zorgt ervoor dat de overheidsschuld tegen het einde van de begrotingsaanpassingsperiode en zonder verdere begrotingsmaatregelen na de aanpassingsperiode een plausibel neerwaarts pad volgt of op middellange termijn op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort tijdens de aanpassingsperiode tot onder 3 % van het bbp wordt teruggebracht en op middellange termijn onder die referentiewaarde blijft. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode. Overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Verordening (EU) 2024/1263 is het referentiepad ook consistent met de schuldhoudbaarheidswaarborg en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
Het referentiepad van Spanje bepaalt dat op basis van de aannamen van de Commissie en uitgaande van een aanpassingsperiode van zeven jaar, de netto-uitgaven niet sneller mogen groeien dan de in tabel 1 vermelde waarden. Dit komt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 2,8 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2031) en van 2,9 % gedurende de periode waarop het plan betrekking heeft (2025-2028).
Tabel 1: Referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 aan Spanje heeft verstrekt
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde 2025-2028 |
Gemiddelde 2025-2031 |
|
|
Maximale groei van de netto-uitgaven (jaarlijks, %) |
3,2 |
2,8 |
2,7 |
2,7 |
2,7 |
2,6 |
2,5 |
2,9 |
2,8 |
Bron: berekeningen van de Commissie.
(7)Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 zijn Spanje en de Commissie van juli tot en met oktober 2024 een technische dialoog aangegaan. De dialoog was toegespitst op het door Spanje beoogde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen (met name het gebruik van op gegevens gebaseerde actualiseringen), de beoogde hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, met inbegrip van hervormingen en investeringen, zoals begrotingsmaatregelen op het gebied van belastingen en overheidsuitgaven, en de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige en groene digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.
(8)In het door Spanje ingediende plan wordt geen melding gemaakt van een raadplegingsproces met nationale belanghebbenden (met inbegrip van sociale partners) voorafgaand aan de indiening.
(9)De Spaanse onafhankelijke begrotingsinstelling (AIReF) heeft advies uitgebracht over de macro-economische prognose en de macro-economische aannamen die aan het meerjarige netto-uitgavenpad ten grondslag liggen. Het macro-economische scenario 2024 tot 2026, dat als uitgangspunt dient voor de macro-economische prognoses en de analyse van de houdbaarheid van de schuld, is door de AIReF goedgekeurd.
Andere gerelateerde processen
(10)De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen tot Spanje gericht 7 .
BEOORDELING VAN HET PLAN DOOR DE COMMISSIE
(11)Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld.
Macro-economische en budgettaire situatie en vooruitzichten
(12)De economische activiteit in Spanje groeide in 2023 met 2,7 % dankzij sterke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt die de particuliere consumptie stimuleerden, evenals door de bijdrage van de netto-uitvoer en de overheidsconsumptie. Volgens de najaarsprognoses 2024 van de Europese Commissie zal de economie in 2024 naar verwachting met 3,0 % groeien, als gevolg van de positieve ontwikkeling van de overheids- en particuliere consumptie, die in stand wordt gehouden door een dynamische banengroei, een groei van het reële inkomen voor huishoudens en door het toerisme. Verwacht wordt dat het reële bbp in 2025 met 2,3 % zal stijgen, doordat de toenemende consumptie en de verwachte algemene opleving van de investeringen, met name in apparatuur en huisvesting, de economische activiteit zullen ondersteunen. In 2026 zal het reële bbp naar de huidige verwachting stijgen met 2,1 % doordat de binnenlandse vraag de economische groei waarschijnlijk zal ondersteunen. Gedurende de prognosehorizon (d.w.z. 2024-2026) zal het potentiële bbp van Spanje naar verwachting licht dalen, van 2,4 % in 2023 tot 2,3 % in 2026, naarmate de bijdrage van arbeid aan de potentiële groei afzwakt. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 12,2 % en ontwikkelt zich volgens de Commissie tot 11,5 % in 2024, tot 11,0 % in 2025 en tot 10,7 % in 2026. De inflatie (bbp-deflator) daalt van 6,2 % in 2023 tot 3,1 % in 2024 en zal naar verwachting in 2025 uitkomen op 2,4 % en in 2026 op 2,0 %.
(13)Wat betreft begrotingsontwikkelingen bedroeg het overheidstekort van Spanje in 2023 3,5 % van het bbp. Volgens de najaarsprognoses 2024 van de Commissie zal het in 2024 naar verwachting op 3,0 % van het bbp uitkomen, in 2025 verder dalen tot 2,6 % van het bbp en, bij ongewijzigd beleid, in 2026 min of meer stabiliseren (2,7 %). De najaarsprognoses 2024 van de Europese Commissie bevatten niet de ontwerpbegroting van Spanje voor 2025, die op de datum van de bekendmaking van die prognoses nog niet door de Spaanse regering was vastgesteld. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 105,1 % van het bbp. Volgens de najaarsprognoses 2024 van de Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting dalen tot 102,3 % van het bbp. Naar verwachting zal die eind 2025 dalen tot 101,3 % van het bbp en eind 2026 tot 101,1 %. In de begrotingsprognose van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn niet in aanmerking genomen totdat die worden geschraagd door op geloofwaardige wijze aangekondigde en voldoende gespecificeerde beleidsmaatregelen.
Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan
(14)Het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje heeft betrekking op de periode 2025-2028 en omvat een begrotingsaanpassing over een periode van zeven jaar.
(15)Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie.
(16)Het plan bevat de toezegging dat het in tabel 2 aangegeven netto-uitgavenpad zal worden aangehouden, dat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 3,4 % over de jaren 2025 tot en met 2028. Bovendien verbindt Spanje zich tot hervormingen en investeringen teneinde de aanpassingsperiode te verlengen tot 7 jaar (2025-2031), met een geplande gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende die termijn van 3,0 %.
De in het plan opgenomen gemiddelde groei van de netto-uitgaven tijdens de aanpassingsperiode (2025-2031) is hoger dan in het referentiepad dat de Commissie op 21 juni 2024 heeft toegezonden.
In het plan wordt ervan uitgegaan dat de potentiële bbp-groei stijgt van 1,9 % naar 2,1 % in 2025-2027 en daarna geleidelijk afneemt tot 1,1 % in 2031. Verder berust het plan op de verwachting dat het groeipercentage van de bbp-deflator zal dalen van 3,1 % in 2024 tot 2,7 % in 2025, alvorens verder te dalen tot 2,4 % in 2026 tot en met 2028 en tot 2,3 % in 2029 tot en met 2031.
Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Spanje
|
Verlenging van de aanpassingsperiode |
||||||||||
|
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan 2025-2028 |
Gemiddelde over de aanpassingsperiode 2025-2031 |
|
|
Groei van de netto-uitgaven
|
5,3 |
3,7 |
3,5 |
3,2 |
3,0 |
3,0 |
2,5 |
2,4 |
3,4 |
3,0 |
|
Groei van de netto-uitgaven
|
5,3 |
9,2 |
13,0 |
16,6 |
20,1 |
23,7 |
26,8 |
29,9 |
n.b. |
n.b. |
|
Potentiële bbp-groei (%) |
1,9 |
2,0 |
2,1 |
1,8 |
1,6 |
1,6 |
1,2 |
1,1 |
1,9 |
1,6 |
|
Inflatie (groei bbp-deflator) (%) |
3,1 |
2,7 |
2,4 |
2,4 |
2,4 |
2,3 |
2,3 |
2,3 |
2,5 |
2,4 |
Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje en berekeningen van de Commissie.
Gevolgen voor de overheidsschuld van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan
(17)Indien het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zal de overheidsschuld volgens het plan geleidelijk afnemen van 102,5 % in 2024 tot 90,6 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2031), zoals weergegeven in de onderstaande tabel. Na de aanpassing zou volgens het plan de overheidsschuld op middellange termijn (d.w.z. tot 2041) geleidelijk blijven afnemen tot 76,8 % van het bbp in 2041.
Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het overheidssaldo in het plan van Spanje
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
2041 |
|
|
Overheidsschuld (% van het bbp) |
105,0 |
102,5 |
101,4 |
100,1 |
98,4 |
96,6 |
94,8 |
92,8 |
90,6 |
76,8 |
|
Overheidssaldo (% van het bbp) |
-3,5 |
-3,0 |
-2,5 |
-2,1 |
-1,8 |
-1,6 |
-1,5 |
-1,2 |
-0,8 |
-2,0 |
Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje.
De overheidsschuldquote zou volgens het plan aan het einde van de aanpassingsperiode (2031) dus een neerwaartse trend gaan vertonen. Dit is plausibel, aangezien op basis van de aannamen van het plan wordt verwacht dat de schuld in de tien jaar na de aanpassingsperiode zal dalen in het kader van alle deterministische stresstests van de schuldhoudbaarheidsanalyse van de Commissie, en de stochastische prognoses aangeven dat de schuld met een voldoende hoge waarschijnlijkheid zal afnemen.
Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de schuldvereisten van artikel 6, punt a), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Gevolgen voor het overheidssaldo van de netto-uitgavenverplichtingen van het plan
(18)Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zal het overheidstekort in 2024 stabiel blijven op 3,0 % van het bbp en geleidelijk afnemen tot 0,8 % in 2031.
Volgens het plan zou het overheidssaldo dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2031) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden.
Het overheidstekort zou verder in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2041) de 3 % van het bbp niet overschrijden.
Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad in overeenstemming met de tekortvereisten van artikel 6, punt b), en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tijdsprofiel voor de begrotingsaanpassing
(19) Het tijdsprofiel van de begrotingsaanpassing, gemeten als de verandering in het structurele primaire saldo, zoals beschreven in het plan, is lineair, krachtens artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. Daarnaast is de begrotingsaanpassing gedurende de eerste vier jaar van het plan evenredig aan de totale aanpassingsinspanning.
Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de in artikel 6, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 bedoelde waarborg om geen uitstel toe te staan.
Tabel 4: Ontwikkeling van het structurele primaire saldo in het plan van Spanje
|
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
|
|
Structureel primair saldo (% van het bbp) |
-0,9 |
-0,6 |
-0,2 |
0,2 |
0,7 |
1,1 |
1,5 |
1,9 |
2,3 |
|
Wijziging van het structurele primaire saldo (procentpunt) |
n.b. |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
0,4 |
Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje.
Consistentie tussen het plan en de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort
(20)Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1263 mag de jaarlijkse aanpassing van het structurele primaire saldo niet lager zijn dan 0,25 % van het bbp als het structurele tekort in het voorgaande jaar boven 1,5 % van het bbp is gebleven, om een structurele gemeenschappelijke weerbaarheidsmarge van 1,5 % van het bbp te bereiken. De uit de beleidstoezeggingen en macro-economische aannamen van het plan voortvloeiende begrotingsaanpassing bedraagt van 2025 tot 2031 elk jaar 0,4 % van het bbp. Uitgaande van de beleidstoezeggingen en macro-economische aannamen van het plan is het in het plan vermelde netto-uitgavenpad derhalve in overeenstemming met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.
Consistentie tussen het plan en de schuldhoudbaarheidswaarborg
(21)Aangezien de overheidsschuld volgens het plan meer dan 90 % van het bbp gedurende de aanpassingsperiode zal bedragen, moet de schuldquote, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2024/1263, met gemiddeld ten minste 1 procentpunt per jaar afnemen totdat die onder 90 % daalt, waarna zij met gemiddeld 0,5 procentpunt zal dalen. Deze gemiddelde daling wordt berekend over de periode 2024-2031 en bedraagt 1,7 procentpunt (zie tabel 3). Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad in overeenstemming met de schuldhoudbaarheidswaarborg.
Macro-economische aannamen van het plan
(22)Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni 2024 aan Spanje zijn toegezonden. In het plan worden met name verschillende aannamen gehanteerd voor zes variabelen, namelijk het uitgangspunt (d.w.z. de budgettaire en macro-economische omstandigheden in 2024), de potentiële bbp-groei, de bbp-deflatorgroei, de groei van het reële bbp en vermindering van de outputgap, de nominale impliciete rente en de aannamen voor ontvangsten. Een zorgvuldige beoordeling van deze verschillen in de aannamen is nodig, vooral omdat de gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan groter is dan in het referentiepad.
De verschillen in aannamen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil afzonderlijk.
·Het plan is gebaseerd op andere aannamen voor het potentiële bbp dan de voorafgaande richtsnoeren. Herzieningen van het vroegere niveau van het potentiële bbp impliceren een kleinere positieve outputgap in 2024, wat weer een hoger structureel primair saldo in dat jaar impliceert. Bovendien ligt de potentiële bbp-groei in de aanpassingsperiode van 2025-2031 gemiddeld 0,2 procentpunt hoger dan in de aannamen van de Commissie voor het voorjaar van 2024. Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan volgens het referentiepad. De hogere potentiële bbp-groei tijdens de aanpassingsperiode vloeit voort uit een door Spanje op basis van de gezamenlijk overeengekomen EU-methode uitgevoerde actualisering van de reeksen van potentieel bbp. Door middel van deze actualisering worden de Spaanse macro-economische prognoses voor de korte termijn, die iets gunstiger zijn dan in de voorafgaande richtsnoeren, maar in grote lijnen overeenkomen met de najaarsprognoses 2024 van de Commissie, in het plan geïntegreerd. De Spaanse prognoses voor de kortere termijn omvatten ook de opwaartse herziening van de historische reeksen voor de reële bbp-groei na de statistische herziening door Eurostat in zijn tussentijdse evaluatie, en de actualisering van de bevolkingsprognoses van Eurostat. Bijgevolg wordt deze aanname naar behoren gemotiveerd geacht.
·Het plan wijkt op twee punten af van de voorafgaande richtsnoeren wat betreft de aanname voor de groei van de bbp-deflator. Ten eerste voorziet het plan, op basis van stijgende loonkosten per eenheid product, in een bbp-deflatorgroei voor 2025 die 0,4 procentpunt hoger ligt dan in de voorafgaande richtsnoeren. Dit is 0,3 procentpunt hoger dan de najaarsprognoses 2024 van de Commissie en de prognose van de Spaanse onafhankelijke begrotingsraad (AIReF) 8 . Bijgevolg wordt deze aanname niet naar behoren gemotiveerd geacht. Ten tweede convergeert de bbp-deflatorgroei vanaf 2026 sneller en naar een lager niveau (2,2 %) dan wat vereist zou zijn volgens het gemeenschappelijke kader voor schuldhoudbaarheidsanalyse (2,6 % in de voorafgaande richtsnoeren en 2,4 % op basis van de geactualiseerde marktverwachtingen in september 2024). Derhalve is deze aanname prudenter en wordt zij naar behoren gemotiveerd geacht. Al met al is de gemiddelde bbp-deflatorgroei over de hele prognoseperiode (2025-2041) in het plan lager dan volgens de aannamen van de Commissie, namelijk 2,3 % in plaats van 2,4 %. De aannamen in het plan met betrekking tot de bbp-deflatorgroei dragen bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven dan volgens de aannamen van de Commissie.
·In het plan blijven de prognoses voor de kosten van de vergrijzing, en met name van de pensioenuitgaven, volledig in overeenstemming met het gemeenschappelijke kader voor de schuldhoudbaarheidsanalyse, dat zich baseert op het vergrijzingsverslag 2024. Het plan wijkt echter af van de aanname van “ongewijzigd begrotingsbeleid” die wordt toegepast na de aanpassingsperiode. In het gemeenschappelijke kader voor de schuldhoudbaarheidsanalyse wordt ervan uitgegaan dat de geraamde socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van de bijdragen aan het pensioenstelsel, constant blijven als percentage van het bbp gedurende de tien jaar die volgen op het einde van de aanpassingsperiode, d.w.z. van 2032 tot 2041. In het plan wordt daarentegen rekening gehouden met het effect van de compenserende maatregelen aan de ontvangstenzijde die in 2023 (samen met de pensioenhervorming) worden vastgesteld en die ook na 2031 nog zullen gelden. Dit leidt tot een cumulatieve stijging van de socialezekerheidsbijdragen van 1,8 procentpunt van het bbp over die tien jaar, wat de schulddynamiek verbetert. Deze maatregelen zorgen daarmee in het plan voor een verlaging van de aanpassing die nodig is om de schuld op een plausibel neerwaarts pad te brengen en maken tijdens de aanpassingsperiode een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven mogelijk dan volgens de aannamen van de Commissie. Deze aanname is gebaseerd op de beschrijving van wetgevingsmaatregelen in de landenfiche voor Spanje bij het vergrijzingsverslag 2024 9 . Bijgevolg wordt deze aanname naar behoren gemotiveerd geacht.
De overige verschillen hebben geen significante gevolgen voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Commissie.
Per saldo weegt het gezamenlijke effect van voorzichtigere aannamen en verschillen in aannamen die naar behoren gemotiveerd worden geacht zwaarder dan de verschillen in aannamen die niet naar behoren gemotiveerd worden geacht. Dit betekent dat het verschil tussen het netto-uitgavenpad in het plan en in het referentiepad wordt verklaard door verschillen in aannamen die over het geheel genomen kunnen worden aanvaard in overeenstemming met artikel 13, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263.
Al met al leiden alle verschillen in aannamen tezamen tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven in het plan die hoger ligt dan die in het referentiepad.
De Commissie zal rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan bij toekomstige beoordelingen van de naleving van het netto-uitgavenpad.
Begrotingsstrategie van het plan
(23)Het plan bevat geen indicatieve begrotingsstrategie voor de uitvoering van het netto-uitgavenpad van het plan, aangezien dat pad alleen is vastgesteld als een technisch plafond waarvan Spanje heeft toegezegd dit niet te zullen overschrijden. Uit de informatie over de begrotingsaanpassing met betrekking tot de maatregelen die de verlenging rechtvaardigen, blijkt dat naast de voorgenomen rechtstreekse begrotingsmaatregelen die besparingen aan de ontvangsten- en uitgavenzijde opleveren, een groot deel van de benodigde begrotingsconsolidatie naar verwachting zal worden gedekt door de indirecte budgettaire gevolgen van de brede reeks groeibevorderende maatregelen in het plan. De nauwkeurige specificatie van de betrokken beleidsmaatregelen met directe budgettaire gevolgen moet in de jaarlijkse begrotingen worden bevestigd of aangepast, en gekwantificeerd.
Reeks hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode
(24)In het plan verbindt Spanje zich tot hervormingen en investeringen, gericht op het verbeteren van de potentiële groei en de houdbaarheid van de begroting, als grondslag voor een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode van 4 tot 7 jaar.
De reeks hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, bestaat uit een aantal toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan van Spanje; een aantal toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan met aanvullende specificaties; en een aantal nieuwe hervormingen en investeringen. Dit omvat de volgende maatregelen (zie ook bijlage II):
Hervormingen op het gebied van digitale transformatie: de maatregelen zijn gekoppeld aan onderdeel 19 (investering in de digitale transformatie van het onderwijs) in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de definitieve mijlpalen en streefdoelen voor het vierde kwartaal van 2025 moeten zijn gerealiseerd. Dit omvat toezeggingen in verband met onderdeel 17 (hervorming van de wet inzake wetenschap, technologie en innovatie) van het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de definitieve mijlpalen en streefdoelen op het moment van de indiening inmiddels zijn uitgevoerd.
Hervormingen op het gebied van digitale transitie: de maatregelen houden verband met onderdeel 7 (hervorming van het regelgevingskader ter bevordering van de opwekking van hernieuwbare energie) in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de definitieve mijlpalen en streefdoelen op het moment van de indiening inmiddels zijn uitgevoerd.
Hervormingen op het gebied van belastingen: de maatregelen zijn gericht op verhoging van de overheidsinkomsten en modernisering van het belastingstelsel en omvatten aanvullende specificaties in verband met onderdeel 28 (aanpassing van het belastingstelsel aan de realiteit van de eenentwintigste eeuw) in het herstel- en veerkrachtplan om uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 te zorgen voor een permanente verhoging van de overheidsinkomsten tegen het vierde kwartaal van 2028, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van monitoringsverslagen. De belangrijkste stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 en het vierde kwartaal van 2028 zijn voltooid.
Hervormingen op het gebied van overheidsuitgaven: de maatregelen behelzen aanvullende specificaties in verband met onderdeel 29 (hervorming tot instelling van een permanente toetsing en evaluatie van overheidsuitgaven) in het herstel- en veerkrachtplan. Door de maatregelen in het plan wordt de opvolging van de aanbevelingen verbeterd met een extra toezegging tot vaststelling van hervormingen die voortvloeien uit afgeronde en lopende uitgaventoetsingen en om de jaarlijkse uitgaven uiterlijk in 2028 te hebben teruggebracht, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van monitoringsverslagen. De belangrijkste stappen zullen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026, in het tweede kwartaal van 2027 en in het eerste kwartaal van 2028 zijn voltooid.
Hervormingen op het gebied van menselijk kapitaal: aanvullende toezeggingen om duale beroepsopleidingen te bevorderen en de erkenning van beroepskwalificaties en vaardigheden (met speciale aandacht voor universitair onderwijs) van in het buitenland geboren personen te vergemakkelijken, om hun productiviteit en bijdrage aan de economische groei te vergroten. Hiervoor zullen de belangrijkste stappen naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van respectievelijk 2025, 2027 en 2028 zijn voltooid.
Hervormingen op het gebied van fysiek kapitaal en productiviteit: de maatregelen houden verband met onderdeel 13 (hervorming ter verbetering van de regelgeving voor het bedrijfsleven en het klimaat) in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de definitieve mijlpalen en streefdoelen op het moment van de indiening inmiddels zijn uitgevoerd. Het plan bevat extra toezeggingen om het aanbod van betaalbare huurwoningen te vergroten, evenals het opzetten van een gemeenschappelijk kader dat een einde maakt aan de ongelijkheid wat betreft administratieve vereisten tussen autonome gemeenschappen en lokale entiteiten. Hiervoor zullen de belangrijkste stappen naar verwachting uiterlijk in respectievelijk het tweede kwartaal van 2026 en het vierde kwartaal van 2027 zijn voltooid.
Hervormingen op het gebied van de bestrijding van belastingfraude: de maatregelen houden verband met onderdeel 27 (hervorming voor de vaststelling van de antifraudewet) in het herstel- en veerkrachtplan, waarvan de definitieve mijlpalen op het moment van de indiening inmiddels zijn uitgevoerd.
Hervormingen op het gebied van overheidsuitgaven voor gezondheidsdiensten: aanvullende toezeggingen ter verbetering van het beheer van tijdelijke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid voor meer doelmatigheid van de overheidsuitgaven. Hiervoor zal de belangrijkste stap naar verwachting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 zijn voltooid.
(25)Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1263 is elke hervormings- en investeringstoezegging die ten grondslag ligt aan een verlenging van de aanpassingsperiode voldoende gedetailleerd, versneld uitvoerbaar, tijdgebonden en verifieerbaar. De begrotingsmaatregelen inzake belastingen en uitgaventoetsingen zijn in het plan niet nader uitgewerkt.
(26)De toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan die aan de verlenging ten grondslag liggen, bevatten aanzienlijke hervormingen en investeringen die gericht zijn op het verbeteren van de budgettaire houdbaarheid en het vergroten van het groeipotentieel van de economie. Daarnaast verbindt Spanje zich ertoe de hervormingen voor de middellange termijn van het budgettair-structurele plan voort te zetten en de tijdens het herstel- en veerkrachtplan gerealiseerde nationaal gefinancierde investeringsniveaus te handhaven (zie tabel 5 hieronder). De toezegging wordt tijdens de uitvoeringsfase van het plan gemonitord. Bijgevolg kunnen toezeggingen op grond van het herstel- en veerkrachtplan in aanmerking worden genomen voor de verlenging van de aanpassingsperiode krachtens artikel 36, lid 1, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263.
(27)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen naar verwachting het groei- en weerbaarheidspotentieel van de economie van Spanje duurzaam verbeteren, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263.
De verschillende hervormingen en investeringen zijn in het plan gebundeld in vier grote assen, die elk langs verschillende kanalen van invloed zijn op het niveau van het potentiële bbp:
1.Groene transitie: hervormingen en investeringen die erop zijn gericht de afhankelijkheid van het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, waardoor het concurrentievermogen en de aantrekkelijkheid van de Spaanse economie worden verbeterd.
2.Digitale transformatie: maatregelen die erop zijn gericht de digitalisering van de Spaanse economie te bevorderen en de penetratie van nieuwe technologieën te vergroten, de productiviteit te verhogen en de transitie naar een economie met een hogere toegevoegde waarde te stimuleren.
3.Menselijk kapitaal: beleidsmaatregelen die erop zijn gericht om het arbeidsaanbod in Spanje zowel kwantitatief als kwalitatief uit te breiden, waaronder maatregelen op het gebied van beroepsopleiding en de vereenvoudiging van het systeem voor de homologatie van diploma’s.
4.Fysiek kapitaal en productiviteit: deze as is gericht op de uitbreiding van de in Spanje geïnstalleerde kapitaalvoorraad en de totale factorproductiviteit. De as omvat maatregelen die erop zijn gericht bureaucratische belemmeringen voor bedrijven te verminderen en de woningvoorraad uit te breiden.
De hervormingen en investeringen van het plan voor de middellange termijn die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen volgens Spanje de potentiële groei naar schatting met 3,3 procentpunten doen toenemen ten opzichte van het macro-economische basisscenario, waarvan 1,7 procentpunten toe te schrijven zijn aan de in het herstel- en veerkrachtplan opgenomen hervormingen en investeringen en 1,6 procentpunten aan aanvullende maatregelen, waarbij het totale effect vooral merkbaar zal zijn in de jaren na het einde van het herstelplan (2,1 procentpunten tussen 2026 en 2031). Een aantal van deze hervormingen en investeringen staat vermeld in bijlage II.
Spanje schat het effect op groei en veerkracht aan de hand van gekalibreerde dynamische stochastische algemene evenwichtsmodellen. In deze modellen wordt een aantal aannamen gehanteerd om het effect van de beleidsmaatregelen te kalibreren. Daarbij gaat het onder meer om: de verandering wat betreft de looptijd van contracten, de verlaging van wervings- en afvloeiingskosten, de verandering wat betreft spreiding van vaardigheden van de beroepsbevolking, het terugdringen van belemmeringen voor bedrijven en de verbetering van de vraag naar en het aanbod van hernieuwbare energiebronnen en fossiele brandstoffen. Het is prudent en geloofwaardig om te verwachten dat het totale effect van deze hervormingen en investeringen op groei en veerkracht substantieel is. Er moet echter worden opgemerkt dat de onderliggende kalibratie onderhevig is aan risico’s en onzekerheid. Deze hebben met name betrekking op de aannamen ten aanzien van de vraag in hoeverre deze maatregelen effect zullen hebben en binnen welke termijn.
(28)De hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, zullen naar verwachting de houdbaarheid van de begroting ondersteunen, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2024/1263.
Het plan toont de ontwikkeling van de schuldquote in verschillende scenario’s aan de hand van de schuldhoudbaarheidsanalyse die aan het plan ten grondslag ligt (2025-2041): in het beleidsscenario dat aan het plan ten grondslag ligt, daalt de schuld in 2041 tot 76,8 % van het bbp, terwijl in het “adverse r-g scenario” de daling iets langzamer verloopt en de schuld in 2041 85,1 % van het bbp bedraagt. In het scenario met gelijkblijvende belastinginkomsten zal de schuld daarentegen in 2041 zijn gestegen tot 119,2 % van het bbp, wat het belang van een ambitieuze structurele begrotingsaanpassing onderstreept. Al met al worden de schattingen in het plan plausibel geacht.
Er kunnen aanvullende overwegingen worden gemaakt over het effect van de hervormingen die aan de verlenging ten grondslag liggen. In dit verband wordt in het plan gemeld dat het structurele primaire saldo door deze maatregelen uiterlijk in 2031 over het geheel genomen met 2,4 procentpunten van het bbp is verbeterd als gevolg van de combinatie van het rechtstreekse effect van een aantal begrotingsmaatregelen en de indirecte budgettaire gevolgen van een aantal hervormingen en investeringen die tot een hogere economische activiteit leiden. Al met al zullen de begrotingsmaatregelen die ten grondslag liggen aan de verlenging naar verwachting 0,6 procentpunt van het bbp bijdragen. Het is de verwachting dat de inkomsten dankzij de belastingmaatregelen met 0,5 procentpunt van het bbp zullen toenemen. Bovendien wordt verwacht dat op basis van de toekomstige uitgaventoetsingen de toetsingsprocessen zullen worden verbeterd en maatregelen zullen worden uitgevoerd om het niveau en de efficiëntie van de overheidsuitgaven te verlagen, met een positief effect op de houdbaarheid van de begroting, waardoor de uitgaven tijdens de aanpassingsperiode met 0,1 procentpunt van het bbp worden verlaagd. Ook worden in het plan andere begrotingsmaatregelen genoemd, waaronder de bestrijding van belastingfraude en maatregelen met betrekking tot tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Voor een aantal van deze maatregelen is het fiscale effect niet aangegeven. Bovendien blijken uit het plan indirecte, budgettaire tweederondegevolgen van alle andere maatregelen die de verlenging voor de overige vier van de vijf beleidspijlers rechtvaardigen, met de volgende totale besparingen van 1,4 procentpunt van het bbp tegen 2031: i) menselijk kapitaal (0,4 procentpunten van het bbp), ii) fysiek kapitaal en productiviteit (0,3 procentpunten van het bbp), iii) groene transitie (0,4 procentpunten van het bbp) en iv) digitale transformatie (0,3 procentpunten van het bbp). Een aantal van deze hervormingen en investeringen staat vermeld in bijlage II.
(29)De reeks hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, pakken de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aan, overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263. Het plan omvat met name hervormingen en investeringen om de afhankelijkheid van het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen en bij te dragen aan een eerlijke groene transitie en het waarborgen van energiezekerheid, door middel van een regelgevingskader voor de bevordering van de opwekking van hernieuwbare energie. De investeringen die zijn gericht op de digitale transformatie van het onderwijs zullen naar verwachting bijdragen aan een eerlijke digitale transitie door de digitalisering van de Spaanse economie en de penetratie van nieuwe technologieën te bevorderen. Daarnaast dragen investeringen om de kwaliteit van het arbeidsaanbod in Spanje te verbeteren en de voorraad van sociale huurwoningen te vergroten bij aan de sociale en economische veerkracht, waarmee ook invulling wordt gegeven aan de Europese pijler van sociale rechten, door te zorgen voor een eerlijker en meer inclusief herstel. De economische veerkracht wordt verder versterkt door een reeks rechtstreekse begrotingsmaatregelen.
(30)De reeks hervormingen en investeringen die aan de verlenging ten grondslag liggen, is gericht op de betreffende 10 landspecifieke aanbeveling die in het kader van het Europees Semester overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2024/1263 is opgesteld en heeft tot doel de kwaliteit, doelmatigheid en rechtvaardigheid van de overheidsuitgaven te verbeteren, met name door de invoering van toetsing van de overheidsuitgaven en maatregelen op het gebied van de rationalisering van overheidsuitgaven en belastingen die tot doel hebben de doelmatigheid en toereikendheid te verbeteren en het belastingstelsel rechtvaardiger te maken (zie ook hierboven). Met de vaststelling van hervormingen die erop zijn gericht de regelgeving en het ondernemingsklimaat in Spanje te versterken en te verbeteren, met bijzondere aandacht voor kmo’s, wordt invulling gegeven aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2020 inzake innovatie en de verbetering van de regelgeving voor economische activiteiten. Ook wordt met deze hervormingen, samen met maatregelen om het systeem voor de homologatie van diploma’s te vereenvoudigen, invulling gegeven aan de landspecifieke aanbeveling uit 2020 om de administratieve samenwerking te verbeteren. Met het ontwikkelen van een regelgevingskader voor de bevordering van de opwekking van hernieuwbare energie wordt invulling gegeven aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019, 2020, 2022 en 2023, die gericht zijn op energie-efficiëntie, de inzet van hernieuwbare energie en de vermindering van de algemene afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Maatregelen die erop zijn gericht om het beheer van uitkeringen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid te verbeteren, dragen bij aan de verzoeken in het kader van de landspecifieke aanbevelingen uit 2020 en 2021 om de veerkracht en houdbaarheid van het zorgstelsel te verbeteren. De landspecifieke aanbevelingen uit 2019, 2020 en 2023 inzake de ontwikkeling van vaardigheden worden ondersteund door middel van hervormingen en investeringen die erop zijn gericht om de kwaliteit van het arbeidsaanbod in Spanje te verbeteren en onder andere maatregelen op het gebied van beroepsopleiding omvatten, en de vereenvoudiging van het systeem voor de homologatie van diploma’s. Maatregelen die erop zijn gericht om betaalbare huisvesting te bevorderen via de overdracht van grond aan investeerders dragen bij aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019, 2022 en 2023 om steun te bieden aan gezinnen en de beschikbaarheid van energie-efficiënte sociale en betaalbare woningen te vergroten.
(31)Het plan zorgt ervoor dat het geplande algemene niveau van de nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen dat gemiddeld wordt gerealiseerd in de periode waarop het herstel- en veerkrachtplan betrekking heeft, in stand blijft, overeenkomstig artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263.
Tabel 5: Nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen volgens het plan (% van het bbp)
|
Gemiddeld niveau over de periode van het herstel- en veerkrachtplan (2021 tot 2026) |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
Gemiddelde over de looptijd van het plan |
|
2,4 |
2,5 |
2,6 |
2,6 |
2,7 |
2,6 |
Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Spanje en berekeningen van de Commissie.
(32)Tot slot kunnen de hervormings- en investeringstoezeggingen die aan een verlenging ten grondslag liggen in overeenstemming worden geacht met de toezeggingen in het herstel- en veerkrachtplan en de in het kader van het meerjarig financieel kader gesloten partnerschapsovereenkomst, zoals vereist bij artikel 14, lid 4, van Verordening (EU) 2024/1263. De aanvullende specificaties bij de belastinghervorming en de uitgaventoetsingen vloeien rechtstreeks voort uit toezeggingen die in het kader van het herstel- en veerkrachtplan zijn gedaan; een aantal van de overige maatregelen betreft ongewijzigde toezeggingen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan.
(33)Concluderend kan worden gesteld dat de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, tezamen genomen aan de criteria van artikel 14 van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen. Bijgevolg kan de aanpassingsperiode worden verlengd van vier tot zeven jaar, zoals in het plan is voorgesteld.
Andere investeringen en hervormingen die inspelen op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en die de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie aanpakken
(34)Naast de hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode ten grondslag liggen, worden in het plan beleidsvoornemens met betrekking tot andere hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name de landspecifieke aanbevelingen, en om de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU aan te pakken. Het plan omvat 44 hervormingen en investeringen.
(35)Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, bevat het plan een (in het herstel- en veerkrachtplan opgenomen) hervorming om een nationaal plan voor digitale competenties in te voeren, evenals investeringen om het niveau van digitale vaardigheden van de bevolking te verbeteren. Het plan omvat hervormingen en investeringen die erop zijn gericht de afhankelijkheid van het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen en bij te dragen aan een eerlijke groene transitie en het waarborgen van energiezekerheid, door middel van een geactualiseerd nationaal energie- en klimaatplan met maatregelen op het gebied van energieopslag, de inzet van hernieuwbare energiebronnen, de bevordering van zelfverbruik en energie-efficiëntie. Verwacht wordt dat met de maatregelen de landspecifieke aanbevelingen voor 2019, 2020 en 2021 met betrekking tot de groene transitie, digitale transformatie, sociale en territoriale cohesie, slimme, duurzame en inclusieve groei en beleid voor de volgende generatie zullen worden aangepakt. Het plan voorziet niet in andere hervormingen en investeringen om de landspecifieke aanbevelingen van 2022 en 2024 inzake waterbeheer en aanpassing aan de klimaatverandering, afvalbeheer en de circulaire economie te verwezenlijken.
(36)Wat betreft de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan hervormingen zoals de modernisering van actief arbeidsmarktbeleid, met als doel de Spaanse arbeidsmarkt te versterken en belangrijke structurele uitdagingen aan te pakken, waaronder de hoge structurele werkloosheid en jeugdwerkloosheid, buitensporige tijdelijke contracten, lage arbeidsparticipatie en economische en sociale ongelijkheid. De maatregelen komen tegemoet aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2020 inzake de werking van de arbeidsmarkt, waaronder het kader voor arbeidsovereenkomsten, zwartwerk, actief arbeidsmarktbeleid, prikkels om te werken en participatie op de arbeidsmarkt. Het plan omvat geen andere hervormingen en investeringen om invulling te geven aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019 en 2020 inzake de verbetering van de kaders voor overheidsopdrachten.
(37)Wat de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid betreft, bevat het plan een hervorming om de ontwikkeling van oplossingen voor energieopslag te bevorderen. Daarnaast bevat het plan maatregelen om energieopslag in te zetten door initiatieven voor ondersteuning en investeringen te lanceren om grootschalige opslag te ontwikkelen en opslag achter de meter en geïntegreerd op sectoraal niveau te bevorderen. De maatregelen zijn bedoeld om invulling te geven aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2019, 2020, 2022 en 2023 met betrekking tot het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen, waarbij extra aandacht is voor investeringen in de groene en digitale transitie. Het plan bevat geen andere hervormingen en investeringen om invulling te geven aan de landspecifieke aanbevelingen uit 2022 en 2023 om de grensoverschrijdende elektriciteitsinterconnecties uit te breiden.
(38)Wat betreft de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens, bevat het plan geen andere hervormingen en investeringen.
(39)Het plan biedt informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Spanje. In het plan wordt aangestipt dat de in het plan opgenomen hervormingen en investeringen inspelen op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld en gericht zijn op de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie, en in het verlengde liggen van de in het herstel- en veerkrachtplan vastgestelde acties.
(40)Het plan biedt een overzicht van de behoeften aan overheidsinvesteringen van Spanje in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Wat betreft de eerlijke groene en digitale transitie wordt in het plan de noodzaak van investeringen in energie-efficiëntie, de inzet van hernieuwbare energie, elektrificatie, energieopslag, de circulaire economie, veerkracht in alle economische sectoren en in geavanceerde technologieën zoals artificiële intelligentie en gegevensanalyse, en de verbetering van de digitale connectiviteit in het hele land benadrukt. Wat de sociale en economische veerkracht betreft, wordt in het plan benadrukt dat er moet worden geïnvesteerd in inclusieve en duurzame groei, door het onderwijs te moderniseren, de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te bevorderen, de socialezekerheidsstelsels te versterken, kmo’s met middelen en financiering te ondersteunen en het concurrentievermogen op zowel nationaal als EU-niveau te versterken. Wat energiezekerheid betreft, wordt in het plan de nadruk gelegd op de noodzaak om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen door middel van investeringen in de ontwikkeling van energie-infrastructuur en de verbetering van de efficiëntie in alle sectoren. Wat de opbouw van defensievermogens betreft, wordt in het plan benadrukt dat Spanje zijn verplichtingen ten aanzien van de NAVO moet nakomen.
Conclusie van de beoordeling van de Commissie
(41)Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Spanje aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.
ALGEMENE CONCLUSIE
(42)Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad bij Spanje worden aanbevolen en moeten de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen, worden goedgekeurd.
BEVEELT AAN dat Spanje
1.Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.
2.Binnen de aangegeven termijnen uitvoering geeft aan de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode van zeven jaar ten grondslag liggen, zoals vastgesteld in bijlage II bij deze aanbeveling.
Voorts verzoekt de Raad Spanje te zorgen voor hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen, en voor het gevolg geven aan de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie.
BIJLAGE I
Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)
Spanje
|
Jaren |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
|
|
Groeipercentages (%) |
Jaarlijks |
3,7 |
3,5 |
3,2 |
3,0 |
|
Cumulatief (*) |
9,2 |
13,0 |
16,6 |
20,1 |
|
*) De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van 2023 als referentiejaar.
BIJLAGE II
Hervormingen en investeringen die aan een verlenging van de aanpassingsperiode tot zeven jaar ten grondslag liggen
Spanje
|
Belangrijkste doelstelling |
Beschrijving en timing van de belangrijkste stappen |
Monitoringindicator(en) |
|
|
Belastinghervorming
|
Inwerkingtreding van belastinghervormingen om de overheidsinkomsten te verhogen en het belastingstelsel te moderniseren. |
Stap 1: tegen 3e kwartaal 2023, verwezenlijking van mijlpaal 388 van het herstel- en veerkrachtplan van Spanje, waarmee de overheidsinkomsten permanent met 0,3 % van het bbp stijgen. Stap 2: tegen 4e kwartaal 2025, een aanvullende permanente stijging van 0,1 % van het bbp van de inkomsten tegen het 4e kwartaal 2028, in totaal cumulatief 0,4 % van het bbp tegen het 4e kwartaal 2028. Stap 3: tegen 4e kwartaal 2028, indiening verslag waaruit permanente stijging van inkomsten tussen 2024 en 2028 blijkt. |
Stap 1: bevredigende verwezenlijking van mijlpalen C28.R3.M388 van het herstel- en veerkrachtplan van Spanje. Inkomsten die voortvloeien uit een ongewijzigde tijdstipgerelateerde structuur tussen 2020 en 2028 worden niet in aanmerking genomen voor de beoordeling van de naleving. Stap 2: jaarlijks monitoringsverslag van het ministerie van Financiën over de budgettaire gevolgen van inkomstenmaatregelen aan ontvangstenzijde. Bij het beoordelen van de naleving van het streefcijfer van 0,4 % van het bbp kan een stijging van de inkomsten als gevolg van een ongewijzigde tijdstipgerelateerde structuur tussen 2025 en 2028 worden verantwoord tot 0,1 % van het bbp. Inkomsten die voortvloeien uit een ongewijzigde tijdstipgerelateerde structuur tussen 2020 en 2024 worden niet in aanmerking genomen voor de beoordeling van de naleving. Stap 3: indiening van een verslag waaruit de permanente stijging van de inkomsten van 0,4 % van het bbp-streefcijfer blijkt, conform stap 2. |
|
Hervormingen belastingen en uitkeringen (Toevoeging aan maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan C28.R2.M386 |
Inwerkingtreding van belastinghervormingen om de overheidsinkomsten te verhogen en het belastingstelsel te moderniseren. |
Tegen 4e kwartaal 2025, verwezenlijking van mijlpaal 386, waarmee de overheidsinkomsten permanent met 0,1 % van het bbp stijgen. |
Bevredigende verwezenlijking van mijlpaal C28.R2.M386 van het herstel- en veerkrachtplan van Spanje. |
|
Uitgaventoetsingen (Toevoeging aan maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan C29.R1) |
De evaluatie van overheidsuitgaven versterken |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2021, goedkeuring door de Raad van Ministers van de nieuwe cyclus van uitgaventoetsingen (2022-2026) waarmee AIReF moet worden belast. Stap 2: tegen 4e kwartaal 2026, vaststelling van een nieuwe cyclus door het ministerie van Financiën, waarmee een interventie voor elk uitgaventerrein gedurende de looptijd van het plan wordt beoogd. Stap 3: tegen 2e kwartaal 2027, vaststelling van hervormingen die voortvloeien uit afgeronde en lopende uitgaventoetsingen en uiterlijk in 2028 de jaarlijkse uitgaven permanent terugdringen met ten minste 0,1 % van het bbp, omwille van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Stap 4: Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2028 zal de publicatie van het jaarlijkse monitoringsverslag van het ministerie van Financiën over de uitvoering van de toetsingen van de overheidsuitgaven een beoordeling bevatten van de feitelijke jaarlijkse uitgavenbesparingen sinds 2025 als gevolg van de uitvoering van vastgestelde maatregelen na uitgaventoetsingen. Hierin moet worden aangetoond dat in 2028 bij ongewijzigd beleid een permanente jaarlijkse besparing van ten minste 0,1 % van het bbp is gerealiseerd. |
Stap 1: bepaling van het akkoord van de Raad van Ministers waarin de inwerkingtreding ervan wordt aangegeven. Stap 2: door het ministerie van Financiën opgesteld evaluatieplan. De huidige cyclus (2022-2026) en nieuwe cycli van uitgaventoetsingen hebben betrekking op een uitgaventerrein dat gelijk is aan ten hoogste 10 % van de uitgaven voor beleid dat onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de centrale overheid valt. Stap 3: inwerkingtreding van toepasselijke maatregelen; en een kopie van de bijbehorende effectbeoordeling, waarin de verwachte permanente jaarlijkse en cumulatieve besparingen die tot 2031 in de betrokken begrotingsonderdelen moeten worden gerealiseerd, worden gerechtvaardigd aan de hand van een vergelijking met de uitgavenprognoses bij ongewijzigd beleid in dezelfde begrotingsonderdelen.
Stap 4: publicatie van het jaarlijkse monitoringsverslag van het ministerie van Financiën. Het verslag beschrijft ook de vaststelling van ten minste één actie per uitgaventerrein ten behoeve van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. |
|
Inwerkingtreding van de wet ter bestrijding van belastingontduiking en -fraude (bestaande maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan – C27.R1.M376) |
Deze hervorming heeft tot doel het Spaanse belastingstelsel te moderniseren om fiscale rechtvaardigheid te waarborgen en de doeltreffendheid van de belastinginning te vergroten. |
Tegen 2e kwartaal 2022 inwerkingtreding van een wet tegen belastingontduiking en -fraude (“Ley de medidas de prevención y lucha contra el fraude fiscal”), waarmee:
– een referentiewaarde voor de belastinggrondslag in de onroerendgoedbelasting wordt ingevoerd. |
Bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpaal van het herstel- en veerkrachtplan 376 (C27.R1). |
|
Betere regelgeving en beter ondernemingsklimaat (bestaande maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan – C13.R1.M190, M191) |
De doelstellingen van de hervorming zijn het verbeteren van het kader waarin economische activiteit plaatsvindt door te zorgen voor betere regelgeving en een beter ondernemingsklimaat waarin het gemakkelijker is om ondernemingen op te zetten, te laten groeien en zo nodig te herstructureren. |
Stap 1: tegen 2e kwartaal 2022, inwerkingtreding van de hervorming van de “insolventiewet”. Stap 2: tegen 4e kwartaal 2022, inwerkingtreding van de nieuwe “Wet op de oprichting en groei van ondernemingen” om de procedures voor het oprichten van een onderneming te vereenvoudigen en gediversifieerde financieringsbronnen voor bedrijfsgroei te bevorderen. |
Bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpalen van het herstel- en veerkrachtplan 190 en 191 (C13.R1). |
|
Regelgevingskader ter bevordering van de opwekking van hernieuwbare energie (bestaande maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan – C7.R1.M102, M103, M104, M105, T106, T107) |
Het doel van deze maatregel is het regelgevingskader te versterken ter bevordering van hernieuwbare energie, teneinde de zekerheid te vergroten en particuliere investeringen in hernieuwbare energie aan te moedigen, belemmeringen voor de toepassing van hernieuwbare energie weg te nemen en de integratie ervan in het milieu, het elektriciteitsnet en in verschillende sectoren te verbeteren |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2020, ·inwerkingtreding van Koninklijk Wetsbesluit 23/2020 (energiemaatregelen) ·inwerkingtreding van Koninklijk Besluit 960/2020 (economische regeling voor hernieuwbare energie) ·inwerkingtreding van Koninklijk Besluit 1183/2020 (aansluiting van hernieuwbare energie op het elektriciteitsnet) Stap 2: tegen 2e kwartaal 2021, inwerkingtreding van de wet inzake klimaatverandering en energietransitie. Stap 3: vóór 4e kwartaal 2023, ·extra productiecapaciteit voor hernieuwbare energie (ten minste 6 000 MW) cumulatieve extra capaciteit voor hernieuwbare energie geïnstalleerd in Spanje (ten minste 6 000 MW). |
Bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpalen van het herstel- en veerkrachtplan 102, 103, 104, 105 en streefdoelen 106 en 107 (C7.R1). |
|
Digitale transformatie van het onderwijs (bestaande maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan – C19.I2.M289, M290, T291) |
De toegang tot digitaal leren verbeteren door draagbare apparatuur aan te bieden aan leerlingen uit kwetsbare groepen op scholen. Installatie van interactieve digitale systemen (IDS) in klaslokalen om afstandsonderwijs en blended leren mogelijk te maken, ondersteuning bij het voorbereiden of herzien van een digitale strategie en de digitale opleiding van leerkrachten |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2021, goedkeuring van een programma om openbare en door de overheid gesubsidieerde scholen uit te rusten met digitale hulpmiddelen. Stap 2: tegen 4e kwartaal 2025, ·voltooiing van de acties voor de digitale transformatie van het onderwijs, met inbegrip van de voorbereiding of herziening van digitale strategieën in ten minste 22 000 openbare en door de overheid gesubsidieerde scholen en de digitale opleiding van 70 000 leerkrachten Levering van verbonden digitale apparatuur in openbare en door de overheid gesubsidieerde scholen om de “digitale kloof” te overbruggen en ten minste 240 000 klaslokalen uit te rusten |
Bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpalen van het herstel- en veerkrachtplan 289 en 290, en streefdoel 291 (C19.I2). |
|
Duale beroepsopleidingen
|
Werkplekleren voor studenten in het beroepsonderwijs bevorderen |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2027, een bewustwordingscampagne afronden die ten minste 60 % van alle studenten die van plan zijn aan een beroepsopleiding te beginnen of die in de afgelopen zes maanden aan een niet-duale beroepsopleiding zijn begonnen, bereikt; en capaciteitsopbouw op het gebied van het aanbieden van beroepsopleiding aan elke onderneming die geïnteresseerd is in het aanbieden van duale beroepsopleidingen. Stap 2: tegen 4e kwartaal 2028, een monitoringsverslag indienen waaruit blijkt dat ten minste 80 % van alle studenten in het beroepsonderwijs in de eerste helft van 2028 is ingeschreven bij een duale beroepsopleiding. |
Stap 1: een verslag opstellen over het toepassingsgebied en het bereik van de bewustwordingscampagne en van de activiteit voor capaciteitsopbouw. Stap 2: kopie van het monitoringsverslag. |
|
Uitvoering van regeling 20
|
Ontwikkeling van een nieuw gemeenschappelijk kader waarmee de verschillen in administratieve vereisten tussen autonome gemeenschappen en lokale entiteiten worden weggenomen en tegelijkertijd de procedures worden verminderd, met het oog op de ondersteuning van bedrijfsactiviteiten. |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2025, goedkeuring in (multi)sectorale conferentie(s) van een sectorale effectbeoordeling (in samenwerking met autonome gemeenschappen en gemeenteraden), waarin prioriteitsgebieden worden gedefinieerd waarvoor standaardisering en vereenvoudiging van procedures in regio’s en lokale overheden nodig is.
Stap 2: tegen 2e kwartaal 2026, publicatie van een strategisch plan voor de sectorale conferenties, goedgekeurd door (multi)sectorale conferentie(s), met vermelding van jaarlijkse maatregelen, verantwoordelijke actoren en indicatoren voor toezicht, dat uiterlijk in 2027 volledig in werking moet zijn getreden. Stap 3: tegen 4e kwartaal 2027, publicatie van een monitoringsverslag over de uitvoering van het strategisch plan en waarin corrigerende maatregelen in geval van afwijkingen worden voorgesteld. In het verslag moet ook het effect van de in de voorgaande jaren reeds uitgevoerde maatregelen worden beoordeeld. |
Stap 1: link naar de publicatie van de door (multi)sectorale conferentie(s) goedgekeurde sectorale effectbeoordeling. Stap 2: link naar de publicatie van het door (multi)sectorale conferentie(s) goedgekeurde strategisch plan. Stap 3: link naar het gepubliceerde verslag. |
|
Elektronische factuur
|
Ontwikkeling van het verplichte elektronische factureringssysteem tussen bedrijven (business-to-business; B2B). Opzet van een veiliger en doeltreffender elektronisch B2B-factureringssysteem met als doel de gemiddelde betalingstermijn te verkorten en belastingfraude terug te dringen. |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2026, inwerkingtreding van een koninklijk besluit dat de technische en informatievereisten van het systeem vastlegt. Stap 2: uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027, oprichting van een platform voor elektronische facturering, dat wordt beheerd door de belastingdienst en dat een gratis basisdienst zal aanbieden aan alle bedrijven en professionals die daarvan gebruik willen maken. |
Stap 1: inwerkingtreding van het koninklijk besluit. Stap 2: kopie van de “acta de recepción” met betrekking tot het platform voor elektronische facturering. |
|
Maatregelen ter verbetering van het beheer van tijdelijke arbeidsongeschiktheid
|
Het beheer van uitkeringen bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid door algemene onvoorziene omstandigheden verbeteren om de uitgaven voor alle overheidsdiensten te beperken. |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2025, ondertekening en inwerkingtreding van partnerschapsovereenkomsten tussen de ministeries van Volksgezondheid van de verschillende autonome gemeenschappen, ziekenfondsen en socialezekerheidsinstellingen. |
Stap 1: ondertekening en inwerkingtreding van partnerschapsovereenkomsten. |
|
Vereenvoudiging van het systeem voor de homologatie van diploma’s (nieuwe maatregel) |
De erkenning van beroepskwalificaties en vaardigheden (met speciale aandacht voor universitair onderwijs) van de in het buitenland geboren personen te vergemakkelijken, om hun productiviteit en bijdrage aan de economische groei te vergroten. |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2025, inwerkingtreding van wetgeving waarin gestroomlijnde processen voor de erkenning van kwalificaties van in het buitenland geboren personen gedetailleerd zijn vastgelegd. Stap 2 (tegen 4e kwartaal 2028): beoordeling uit hoofde van het toezicht op de uitvoering van de hervorming. Het verslag moet belangrijke indicatoren bevatten zoals het totale aantal aanvragen dat onder het vereenvoudigde systeem wordt verwerkt en de gemiddelde verwerkingstijd voor homologatieaanvragen. |
Stap 1: inwerkingtreding van wetgeving die de erkenning van beroepskwalificaties van in het buitenland geboren personen vereenvoudigt. Stap 2: publicatie van het beoordelingsverslag |
|
Hervorming van het visumsysteem voor werk en het zoeken naar werk
|
De reguliere toegang van werkende en werkzoekende migranten vergemakkelijken om de productiviteit van arbeidsmigranten te verbeteren |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2024, inwerkingtreding van een koninklijk besluit tot regeling van visa voor migranten voor werk of het zoeken naar werk. |
Stap 1: inwerkingtreding van een koninklijk besluit tot regeling van visa voor migranten voor werk of het zoeken naar werk. |
|
Project Wenen (nieuwe maatregel) |
Het aanbod van betaalbare woningen vergroten |
Stap 1: tegen 4e kwartaal 2025, lancering van inschrijvingen om openbare grond uit te geven aan particuliere projectontwikkelaars voor de bouw van betaalbare woningen. Stap 2: tegen 2e kwartaal 2026, beoordeling uit hoofde van het toezicht op de uitvoering van de hervorming. In het verslag moeten de ontwikkeling en de impact van het project worden beschreven en belangrijke indicatoren worden vermeld, zoals geplande te bouwen huizen en het totale aantal eenheden openbare grond dat is verkocht aan particuliere projectontwikkelaars. |
Stap 1: link naar de publicatie van de oproep tot inschrijving. Stap 2: publicatie van het beoordelingsverslag. |
|
Inwerkingtreding van de wijziging van Wet 14/2011 betreffende wetenschap, technologie en innovatie (bestaande maatregel in het kader van het herstel- en veerkrachtplan – C17.R1.254) |
Het regelgevingskader voor de sector wetenschap, technologie en innovatie versterken, teneinde het bestuur en de coördinatie van de sector te verbeteren, een aantrekkelijke wetenschappelijke loopbaan te creëren en de kennisoverdracht van onderzoek naar toegepaste producten/diensten voor de samenleving te verbeteren. |
Stap 1: tegen 2e kwartaal 2022, inwerkingtreding van de wijziging van de wet betreffende wetenschap, technologie en innovatie ter verbetering van de coördinatie tussen de verschillende overheidsniveaus van wetenschaps-, onderzoeks- en innovatiebeleid, verbetering van het bestuur en de coördinatie van het Spaanse systeem voor wetenschap, technologie en innovatie, invoering van een nieuwe wetenschappelijke loopbaan en verbetering van de kennisoverdracht. |
Stap 1: bevredigende verwezenlijking van de betrokken mijlpaal van het herstel- en veerkrachtplan 254 (C17.R1). |
Gedaan te Straatsburg,
Voor de Raad
De voorzitter