EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023PC0147

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011 en (EU) 2019/942 ter verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie

COM/2023/147 final

Straatsburg, 14.3.2023

COM(2023) 147 final

2023/0076(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011 en (EU) 2019/942 ter verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2023) 58 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

1.1.Beleidscontext

De energieprijzen zijn in 2021 en 2022 aanzienlijk gestegen. Dit was het gevolg van verminderingen van de gasvoorziening, met name na het begin van de Russische oorlog tegen Oekraïne en het gebruik van energie als wapen, alsook van binnenlandse tekorten aan waterkracht en kernenergie. De prijsstijgingen waren ook het gevolg van de toegenomen vraag naar energie, door het aantrekken van de wereldeconomie na de COVID-19-pandemie. Deze prijsstijgingen werden snel gevoeld door huishoudens, de industrie en het bedrijfsleven in de hele EU, en de regeringen namen onmiddellijk stappen om ze te beperken. Op Europees niveau heeft de EU snel voorzien in een toolbox voor energieprijzen 1 met maatregelen om de hoge prijzen aan te pakken, met name voor de meest kwetsbare consumenten (met inbegrip van inkomenssteun, belastingverlagingen, maatregelen voor gasbesparing en -opslag), alsook het REPowerEU-plan 2 met verdere maatregelen en financiering ter bevordering van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie om de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen te verminderen. Een en ander werd gevolgd door de invoering van een tijdelijke staatssteunregeling 3 om bepaalde maatregelen ter verzachting van de impact van de hoge prijzen mogelijk te maken, een sterke gasopslagregeling 4 , doeltreffende maatregelen ter reductie van de vraag naar gas 5 en elektriciteit 6 , snellere procedures voor hernieuwbare energie en netvergunningen 7 , en prijsbeperkende regelingen om uitzonderlijke winsten op zowel de gas- als de elektriciteitsmarkt te voorkomen 8 .

Deze kortetermijnmaatregelen hielpen de lidstaten het hoofd te bieden aan de onmiddellijke gevolgen van de energiecrisis. De crisis heeft echter de kwetsbaarheid van consumenten en industrieën en onze gebrekkige bestandheid tegen pieken van de energieprijzen aangetoond. De impact van elektriciteitsopwekking op basis van fossiele brandstoffen op de vaststelling van de elektriciteitsprijzen werd door bedrijven en burgers als buitensporig beschouwd, terwijl het vermogen van de lidstaten om kortetermijnprijzen op te vangen met langerertermijncontracten ontoereikend bleek. Daarom kondigde de voorzitter van de Europese Commissie in de Staat van de Unie van 2022 9 de noodzaak van een fundamentele hervorming van de opzet van de elektriciteitsmarkt aan.

Hoewel de interne energiemarkt van de EU in heel Europa enorme baten en groei oplevert, heeft de recente energiecrisis duidelijk gemaakt dat de kortetermijnfocus van de opzet van de energiemarkt kan afleiden van bredere doelstellingen op langere termijn. De weerspiegeling van kortetermijnprijzen in consumentenrekeningen leidde tot prijsschokken waarbij de energierekeningen van veel consumenten verdrievoudigden of verviervoudigden, ook al daalden de kosten van wind- en zonne-energie; de plotselinge blootstelling aan volatiele en hoge prijzen leidde tot enkele faillissementen van leveranciers; veel industriële ondernemingen in energie-intensieve sectoren waren verplicht te sluiten. Daarom bevat het voorstel een reeks maatregelen om een buffer te creëren tussen kortetermijnmarkten en door consumenten betaalde elektriciteitsrekeningen, met name door langeretermijncontracten te stimuleren, de werking van kortetermijnmarkten te verbeteren met het oog op een betere integratie van hernieuwbare energie en de rol van flexibiliteit te versterken en consumenten te empoweren en te beschermen.

De recente prijsvolatiliteit heeft ook het gebrek aan flexibiliteit in het elektriciteitsnet aan het licht gebracht, waarbij de prijzen te vaak worden vastgesteld op basis van gasgestookte opwekking en met een algemeen gebrek aan een koolstofarm, flexibel aanbod, vraagrespons en energieopslag. Naarmate er meer wind- en zonne-energie in het systeem komen, zullen koolstofarme flexibele technologieën nodig zijn om het variabele aanbod in evenwicht te brengen met de variabele vraag. Parallel met dit voorstel doet de Commissie aanbevelingen voor de bevordering van innovatie, technologieën en capaciteiten op het gebied van opslag.

Meer in het algemeen heeft de gevoeligheid van de elektriciteitsprijs voor de prijzen van fossiele brandstoffen duidelijk gemaakt dat, samen met de flexibiliteit van het elektriciteitssysteem, de uitrol van hernieuwbare energie moet worden versneld om fossiele brandstoffen te vervangen. REPowerEU geeft een dergelijke impuls aan hernieuwbare energie en daarmee aan economische groei en de schepping van hoogwaardige banen. Het bouwt voort op het streven van de Europese Green Deal om het Europese concurrentievermogen te verbeteren door middel van innovatie en de transitie naar een klimaatneutrale economie en sluit nauw aan bij het industrieel plan voor de Green Deal van de Commissie. Om de investeringen te vergemakkelijken die nodig zijn in het licht van de recente prijsvolatiliteit, ongecoördineerde regelgevende interventies en netgerelateerde of regelgevende toetredingsbelemmeringen, is een fundamentele hervorming nodig. Tot slot hebben burgers in het verslag over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa de EU-instellingen verzocht maatregelen te nemen om “de Europese energiezekerheid te vergroten en energieonafhankelijkheid voor de EU te bereiken” en “de afhankelijkheid van de EU van buitenlandse actoren te verminderen in economisch strategische sectoren”, waaronder energie 10 .

1.2.Doelstellingen van het voorstel

Het voorstel is bedoeld om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van consumenten, de industrie en investeerders omtrent de blootstelling aan volatiele kortetermijnprijzen, als gevolg van de hoge prijzen van fossiele brandstoffen. Het zal de opzet van de elektriciteitsmarkt optimaliseren door de kortetermijnmarkten aan te vullen met een grotere rol voor langeretermijninstrumenten, waardoor consumenten kunnen profiteren van meer vasteprijscontracten, en door investeringen in schone technologieën te bevorderen. Uiteindelijk zal dit ervoor zorgen dat er minder opwekking op basis van fossiele brandstoffen nodig is en leiden tot lagere prijzen voor consumenten tijdens een toekomstige fossielebrandstofcrisis als gevolg van de lage operationele kosten van hernieuwbare en koolstofarme energie.

In het voorstel worden maatregelen voorgesteld om consumenten tegen dergelijke volatiliteit te beschermen, hen in staat te stellen uit meer contracten te kiezen en meer directe toegang tot hernieuwbare en koolstofarme energie te krijgen. Om de investeringsvoorwaarden voor bedrijven te verbeteren, met name bedrijven die decarbonisatietrajecten volgen, worden maatregelen voorgesteld om de blootstelling aan kortetermijnprijspieken tegen te gaan door middel van stroomafnameovereenkomsten en meer prudentiële verplichtingen voor energieleveranciers. Ook worden maatregelen voorgesteld om de integratie van variabele hernieuwbare en koolstofarme energie in de kortetermijnmarkt te verbeteren. Het gaat daarbij onder meer om maatregelen om het gebruik van vraagrespons en opslag te stimuleren, naast andere vormen van niet-fossiele flexibiliteit. Het voorstel verbetert en verduidelijkt ook de toegang tot langeretermijncontracten voor ontwikkelaars (zowel door de staat gesteunde contracten zoals contracten ter verrekening van verschillen, als particuliere contracten, zoals stroomafnameovereenkomsten) om zekere, stabiele inkomsten te genereren voor ontwikkelaars van hernieuwbare en koolstofarme energie en om risico- en kapitaalkosten te verlagen en tegelijk uitzonderlijke winsten in perioden van hoge prijzen te vermijden.

Hoewel de huidige opzet van de markt al vele decennia voor een efficiënte, steeds meer geïntegreerde markt heeft gezorgd, heeft de energiecrisis een aantal tekortkomingen aan het licht gebracht met betrekking tot: i) onvoldoende instrumenten om consumenten, waaronder bedrijven, te beschermen tegen hoge kortetermijnprijzen; ii) de buitensporige invloed van de prijzen van fossiele brandstoffen op de elektriciteitsprijzen en het feit dat goedkope energie uit hernieuwbare bronnen en koolstofarme energie niet beter in elektriciteitsrekeningen worden weerspiegeld; iii) de impact van extreme prijsvolatiliteit en regelgevende interventies op investeringen; iv) het gebrek aan toereikende niet-fossiele flexibiliteit (zoals opslag of vraagrespons) die de afhankelijkheid van gasgestookte opwekking zou kunnen verminderen; v) de beperkte keuze van soorten leverancierscontracten; vi) de moeilijkheden om rechtstreeks toegang te krijgen tot hernieuwbare energie door het delen van energie; en vii) de noodzaak van robuuste monitoring van de energiemarkt voor een betere bescherming tegen marktmisbruik.

Om de consument te beschermen tegen volatiele prijzen, zal het voorstel voorzien in het recht op vasteprijscontracten en dynamischeprijscontracten, in het recht op meerdere contracten en op betere en duidelijkere contractinformatie. Consumenten zullen kunnen kiezen uit een verscheidenheid aan contracten die het best aansluit bij hun situatie. Op die manier kunnen consumenten, met inbegrip van kleine ondernemingen, zekere langetermijnprijzen vastzetten om de gevolgen van plotselinge prijsschokken te verzachten, en/of kunnen ze kiezen voor dynamischeprijscontracten met leveranciers als ze willen profiteren van prijsverschillen om elektriciteit te gebruiken wanneer deze goedkoper is (bv. om elektrische auto’s op te laden of warmtepompen te gebruiken). Een dergelijke combinatie van zowel dynamische als vaste prijzen maakt het mogelijk om marktprikkels voor consumenten te behouden om hun elektriciteitsvraag aan te passen, terwijl ook meer zekerheid aan wie in hernieuwbare energiebronnen (bijvoorbeeld zonnepanelen op daken) wil investeren en stabiliteit van de kosten wordt geboden. Naast het bestaande beschermingskader voor energiearme en kwetsbare consumenten zal het voorstel ook toegang bieden tot gereguleerde retailprijzen voor huishoudens en kleine en middelgrote ondernemingen in geval van een crisis, en de energievoorzieningsindustrie stabiliseren door te eisen dat leveranciers meer inspanningen leveren om zich tegen grote prijspieken te wapenen door meer gebruik te maken van forwardcontracten met producenten (waardoor toekomstige prijzen worden vastgezet) en door de lidstaten te verplichten een noodleverancierregeling op te zetten. Het voorstel zal consumenten empoweren door het recht te creëren om hernieuwbare energie rechtstreeks te delen, zonder dat er energiegemeenschappen hoeven te worden opgericht. Meer energiedeling (bv. het delen van overtollige dakzonne-energie met een buur) kan het gebruik van goedkope hernieuwbare energie verbeteren en consumenten die anders mogelijk geen toegang tot dergelijke energie zouden hebben, meer toegang bieden tot rechtstreeks gebruik van hernieuwbare energie.

Om de stabiliteit en voorspelbaarheid van de energiekosten te vergroten en aldus bij te dragen tot het concurrentievermogen van de EU-economie die met buitensporige volatiele prijzen kampt, beoogt het voorstel de markttoegang tot stabielere langeretermijncontracten en -markten te verbeteren. Stroomafnameovereenkomsten — langlopende particuliere contracten tussen een producent (doorgaans van hernieuwbare of koolstofarme energie) en een consument — kunnen bescherming tegen prijsvolatiliteit bieden, maar zijn momenteel over het algemeen alleen voor grote energieverbruikers in zeer weinig lidstaten beschikbaar. Een belemmering voor de groei van deze markt is het kredietrisico waardoor een consument niet altijd in staat zal zijn de elektriciteit over de gehele periode te kopen. Om dit aan te pakken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat instrumenten ter vermindering van de financiële risico’s die verbonden zijn aan wanbetaling door afnemers in het kader van stroomafnameovereenkomsten, met inbegrip van garantieregelingen tegen marktprijzen, toegankelijk zijn voor ondernemingen die met toetredingsdrempels op de markt voor stroomafnameovereenkomsten worden geconfronteerd en niet in financiële moeilijkheden verkeren. Om de groei van de markt voor dergelijke overeenkomsten verder te stimuleren, moet het projectontwikkelaars op het gebied van hernieuwbare en koolstofarme energie die deelnemen aan een openbare aanbesteding voor overheidssteun, worden toegestaan een deel van de productie te reserveren voor verkoop via een stroomafnameovereenkomst. Daarnaast moeten de lidstaten ernaar streven om bij sommige van deze aanbestedingen evaluatiecriteria toe te passen om de toegang tot de markt voor stroomafnameovereenkomsten te stimuleren voor afnemers die met toetredingsdrempels worden geconfronteerd. Ten slotte kan de verplichting voor leveranciers om zich op passende wijze in te dekken, ook een impuls geven aan de vraag naar stroomafnameovereenkomsten (die een manier zijn om toekomstige prijzen te vast te zetten).

Sommige vormen van overheidssteun garanderen de energieproducent een minimumprijs door de overheid, maar staan de producent toe de volledige marktprijs te verdienen, zelfs wanneer deze marktprijs zeer hoog is. Door de recente hoge prijzen worden voor veel (goedkope) door de overheid gesteunde energie deze hoge marktprijzen betaald. Om dit te beteugelen en zo de prijzen te stabiliseren, moet investeringssteun worden gestructureerd als “tweerichtings”-investeringssteun (tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen), waarbij een minimumprijs maar ook een maximumprijs wordt vastgesteld, zodat inkomsten boven het plafond worden terugbetaald. Het voorstel is van toepassing op nieuwe investeringen voor elektriciteitsproductie, die investeringen omvatten in nieuwe elektriciteitsproductie-installaties, investeringen die gericht zijn op het verhogen van de capaciteit van bestaande elektriciteitsproductie-installaties en investeringen die gericht zijn op het uitbreiden van bestaande elektriciteitsproductie-installaties of het verlengen van de levensduur ervan. Daarnaast zal het voorstel vereisen dat dit geld vervolgens wordt gebruikt om alle elektriciteitsverbruikers te ondersteunen in verhouding tot hun gebruik, om het effect van de hoge prijzen te verzachten.

Een ander middel om zich tegen volatiele prijzen te beschermen, is gebruikmaken van langetermijncontracten die toekomstige prijzen vastzetten (“forwardcontracten”). Deze markt vertoont in veel lidstaten een lage liquiditeit, maar kan in de hele EU worden gestimuleerd, zodat meer leveranciers of consumenten zich over langere perioden tegen buitensporig volatiele prijzen kunnen beschermen. Het voorstel zal via een hub regionale referentieprijzen creëren om de prijstransparantie te vergroten en systeembeheerders te verplichten transmissierechten langer dan een jaar toe te staan, zodat wanneer een forwardcontract tussen partijen over regio’s of grenzen heen loopt, ze de transmissie van elektriciteit kunnen waarborgen.

Ten slotte zal het vermogen van de regulatoren om de integriteit en transparantie van de energiemarkt te monitoren, worden verbeterd om ervoor te zorgen dat markten die zich concurrerend gedragen en prijzen op transparante wijze worden vastgesteld.

De derde doelstelling is het stimuleren van investeringen in hernieuwbare energie om ervoor te zorgen dat de uitrol verdrievoudigt, in lijn met de doelstellingen van de Europese Green Deal. Dit zal deels worden bereikt door de markten voor langetermijncontracten te verbeteren. Stroomafnameovereenkomsten en contracten ter verrekening van verschillen bieden consumenten niet alleen stabiele prijzen, maar zorgen ook voor betrouwbare inkomsten voor leveranciers van hernieuwbare energie. Dit verlaagt hun financiële risico en vermindert hun kapitaalkosten sterk. Hierdoor ontstaat een opwaartse spiraal waarbij stabiele inkomsten de kosten verlagen en de vraag naar hernieuwbare energie stimuleren.

Hernieuwbare energie is ook een betere investering wanneer het vermogen ervan om stroom te produceren niet wordt beknot door technische beperkingen in het systeem. Hoe flexibeler het systeem is (opwekking die snel kan worden in- of uitgeschakeld, opslag die stroom van het net kan halen of aan het net kan geven, of responsieve consumenten die hun stroomvraag kunnen verhogen of verlagen), hoe stabieler de prijzen kunnen zijn en hoe meer hernieuwbare energie in het systeem kan worden geïntegreerd. Daarom verplicht het voorstel de lidstaten om hun behoeften aan flexibiliteit van het elektriciteitssysteem te beoordelen en doelstellingen voor het vervullen van deze behoeften vast te stellen. De lidstaten kunnen capaciteitsmechanismen ontwerpen of herontwerpen om koolstofarme flexibiliteit te bevorderen. Bovendien biedt het voorstel de lidstaten de mogelijkheid om nieuwe steunregelingen voor niet-fossiele flexibiliteit in te voeren, zoals vraagrespons en opslag.

Systeembeheerders moeten ook een grotere rol spelen bij de integratie van hernieuwbare energie in het net, onder meer door de transparantie omtrent de beschikbaarheid van netaansluitingscapaciteit te vergroten. Ten eerste zou deze duidelijkere informatie ontwikkelaars van hernieuwbare energie beter in staat stellen hernieuwbare energie te ontwikkelen in gebieden waar zich minder congestie van het net voordoet. Ten tweede kan hernieuwbare energie efficiënter worden verhandeld en in evenwicht worden gebracht in het systeem als de handel tussen marktdeelnemers dichter bij “realtime” kan plaatsvinden. Als aanbiedingen voor de levering van elektriciteit minuten voor het verbruik worden gedaan in plaats van uren voor het verbruik, zijn de aanbiedingen van producenten van wind- en zonne-energie nauwkeuriger, kan meer wind- en zonne-energie worden verbruikt en worden de “onbalanskosten” van het systeem verminderd. Daarom zullen de handelstermijnen dichter bij realtime worden gebracht.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorgestelde initiatief is nauw verbonden met en complementair aan de wetgevingsvoorstellen die zijn ingediend in het kader van het pakket Europese Green Deal en bespoedigt de decarbonisatiedoelstellingen van het REPowerEU-plan, met name wat betreft het voorstel tot herziening van de richtlijn hernieuwbare energie (“RED II”), het belangrijkste EU-instrument inzake de bevordering van hernieuwbare energie. Het voorgestelde initiatief is complementair, in die zin dat het tot doel heeft het gebruik van hernieuwbare energie te versnellen. Het voorstel beoogt te zorgen voor stabielere bronnen van inkomsten op lange termijn om verdere investeringen in hernieuwbare en koolstofarme energie aan te moedigen en tegelijkertijd de werking van kortetermijnmarkten te verbeteren, die van cruciaal belang zijn voor de integratie van hernieuwbare energiebronnen in het elektriciteitssysteem. Daarnaast heeft het voorstel tot doel het delen van energie mogelijk te maken om consumenten in staat te stellen deel te nemen aan de markt en de energietransitie te helpen bespoedigen.

Het energieverbruik verlagen door middel van prijssignalen, energie-efficiëntiemaatregelen of vrijwillige inspanningen is vaak de goedkoopste, veiligste en schoonste manier om onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, de voorzieningszekerheid te ondersteunen en onze energierekeningen te verlagen. Het voorstel zal de actieve deelname van consumenten aan de markt en de ontwikkeling van de sturing van hun vraag vergemakkelijken. Het zal er ook voor zorgen dat niet-fossiele flexibiliteit, zoals flexibiliteit aan de vraagzijde en opslag, op een gelijk speelveld kan concurreren, zodat de rol van aardgas op de kortetermijnmarkt bij het bieden van flexibiliteit geleidelijk wordt verminderd. Daarom is het voorstel in overeenstemming met de voorgestelde verhoging van het streefcijfer voor energie-efficiëntie voor 2030 tot 13 %, zoals uiteengezet in de bij het REPowerEU-plan 11 gevoegde voorgestelde wijzigingen van de richtlijnen hernieuwbare energie, energieprestaties van gebouwen en energie-efficiëntie 12 .

Er is ook een belangrijke koppeling tussen het voorstel en de richtlijn energieprestatie van gebouwen, het belangrijkste EU-instrument om bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal op het gebied van gebouwen en renovatie. Het voorstel houdt nauw verband met in het bijzonder bepalingen inzake individuele bemetering en vraagrespons naast het voorstel van de Commissie, in het kader van het pakket Europese Green Deal en geformuleerd in de mededeling over de EU-strategie voor zonne-energie, over de geleidelijke verplichte integratie van fotovoltaïsche zonne-energie om openbare, commerciële en residentiële gebouwen klimaatneutraal te maken.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De doelstellingen van het voorstel om consumenten te beschermen en te empoweren, het concurrentievermogen van de EU-industrie te verbeteren en hernieuwbare energie en koolstofarme investeringen te stimuleren, zijn volledig in overeenstemming met het kader van de Europese Green Deal en consistent met en complementair aan de huidige initiatieven, waaronder het voorstel voor een “wetgeving voor netttonulindustrie”, dat parallel wordt aangenomen. Het vormt een antwoord op de kwesties die zijn aangewezen in de mededeling van de Commissie van 1 februari 2023 tot vaststelling van een “Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk” 13 , , namelijk dat het concurrentievermogen van veel bedrijven ernstig is verzwakt door hoge energieprijzen en dat langetermijnprijscontracten een belangrijke rol kunnen spelen om elektriciteitsgebruikers in staat te stellen te profiteren van voorspelbaardere en lagere kosten van hernieuwbare energie. Last but not least vormt het wetgevingsvoorstel een aanvulling op de lopende herziening van de relevante regelgeving inzake financiële markten, zoals de verordening marktmisbruik 14 . Het voorstel bouwt ook voort op de aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit, waarbij de lidstaten worden verzocht publieke en particuliere financiële steun te blijven mobiliseren om te investeren in hernieuwbare energie, uitdagingen op het gebied van mobiliteit aan te pakken en kostenbesparende mogelijkheden in verband met de circulaire economie te bevorderen 15 .

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 194, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat de rechtsgrondslag vormt voor het voorstellen van maatregelen die er onder meer op gericht zijn de werking van de energiemarkt te waarborgen, energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te stimuleren 16 . Op het gebied van energie heeft de EU een gedeelde bevoegdheid overeenkomstig artikel 4, lid 2, punt i), VWEU.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid) 

De behoefte aan maatregelen van de EU

De ongekende aard van de energieprijscrisis heeft de elektriciteitsmarkten van de EU voor het voetlicht gebracht. Hoewel het aandeel goedkope elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de hele EU toeneemt, blijft op basis van fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit de totale energierekeningen beïnvloeden. Huishoudens en bedrijven in de hele EU kregen tijdens de crisis met torenhoge energieprijzen te maken.

Dit is een kwestie die voor de hele EU relevant is en alleen met maatregelen op EU-niveau kan worden aangepakt. De toegenomen integratie van de elektriciteitsmarkten in de EU vereist nauwere coördinatie tussen nationale actoren, ook in het kader van marktmonitoring en -toezicht. Vanwege de onderlinge afhankelijkheid op het gebied van energie, netinterconnecties en de lopende integratie van de elektriciteitsmarkt hebben nationale beleidsinterventies rechtstreekse gevolgen voor aangrenzende lidstaten. Om de werking van het elektriciteitssysteem en de grensoverschrijdende handel en investeringen te vrijwaren en de energietransitie naar een meer geïntegreerd en energie-efficiënter energiesysteem op basis van hernieuwbare energie op gecoördineerde wijze te bespoedigen, is een gemeenschappelijke aanpak nodig.

De voorgestelde wijzigingen brengen een evenwicht tot stand tussen verplichtingen en de flexibiliteit die aan de lidstaten wordt gelaten wat betreft de wijze waarop de belangrijkste nagestreefde doelstellingen worden verwezenlijkt, namelijk ervoor zorgen dat de lagere kosten van hernieuwbare elektriciteit in de rekening van de consument worden weerspiegeld en de uitrol van hernieuwbare energie stimuleren.

Bovendien kan de doelstelling van de voorgestelde maatregelen alleen worden verwezenlijkt door maatregelen op EU-niveau en niet op het niveau van de afzonderlijke lidstaten, aangezien de voorgestelde maatregel wijzigingen vereist van het bestaande EU-brede kader voor de opzet van de elektriciteitsmarkt, zoals vastgesteld in de elektriciteitsverordening (Verordening (EU) 2019/943) en de elektriciteitsrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/944), alsook van het bestaande Remit-kader.

EU-meerwaarde

EU-maatregelen om de tekortkomingen van de huidige opzet van de elektriciteitsmarkt aan te pakken, leveren meerwaarde op omdat ze efficiënter en doeltreffender zijn dan maatregelen van afzonderlijke lidstaten, waardoor een gefragmenteerde aanpak wordt vermeden. De maatregelen die worden voorgesteld om de vastgestelde tekortkomingen aan te pakken, zullen ambitieuzer en kosteneffectiever zijn als ze van een gemeenschappelijk juridisch en beleidskader uitgaan. Daarnaast zouden maatregelen op het niveau van de lidstaten alleen mogelijk zijn binnen de beperkingen van het bestaande EU-brede kader voor de opzet van de elektriciteitsmarkt, zoals vastgesteld in de elektriciteitsverordening, de elektriciteitsrichtlijn en de Remit-verordening, en niet de nodige wijzigingen van dat kader kunnen bewerkstelligen. Bijgevolg kunnen de doelstellingen van dit initiatief niet alleen door de lidstaten zelf worden verwezenlijkt en hebben maatregelen op EU-niveau een meerwaarde.

Evenredigheid

De voorgestelde wijzigingen van de elektriciteitsverordening, de elektriciteitsrichtlijn, de Remit-verordening en de ACER-verordening worden als evenredig beschouwd.

De voorgestelde maatregelen om het gebruik van langetermijncontracten zoals stroomafnameovereenkomsten en tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen te stimuleren, kunnen tot hogere administratieve kosten en lasten voor ondernemingen en nationale overheden leiden. De voorziene economische effecten zijn echter noodzakelijk en evenredig om de doelstelling te verwezenlijken om het gebruik van dergelijke langetermijncontracten te stimuleren en ervoor te zorgen dat de energierekeningen van Europese huishoudens en bedrijven en de inkomsten van technologieën voor niet-fossielebrandstoftechnologieën met lage variabele kosten onafhankelijker worden van prijsschommelingen op kortetermijnmarkten en dus stabieler worden over langere perioden.

De voorgenomen maatregelen om de liquiditeit en de integratie van de markten te verbeteren, kunnen ook op korte termijn enige impact hebben op bedrijven, aangezien deze moeten worden aangepast aan nieuwe handelsregelingen. Deze worden echter noodzakelijk geacht voor de verwezenlijking van de beoogde doelstellingen om te zorgen voor een betere integratie van hernieuwbare en koolstofarme energie en om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen met het oog op flexibiliteit, en uiteindelijk om koolstofneutraliteit in de Unie te bereiken, met lagere kosten voor de consument. Ze zijn ook evenredig met deze doelstellingen, aangezien de impact op bedrijven minimaal lijkt in vergelijking met het huidige kader en de economische voordelen van de hervorming ruimschoots tegen elke administratieve reorganisatie op korte of lange termijn opwegen.

Ze zijn ook evenredig met de nagestreefde doelstellingen om geen maatregelen te overwegen tot wijziging van bestaande bepalingen in de elektriciteitsverordening en de elektriciteitsrichtlijn als kwesties die zijn geconstateerd met betrekking tot bestaande bepalingen kunnen worden aangepakt door de wijze van toepassing of uitvoering ervan. Een van die gevallen heeft betrekking op de maatregelen betreffende toereikendheid van de elektriciteitsvoorziening in hoofdstuk IV van de elektriciteitsverordening, met name de procedure voor de lidstaten om capaciteitsmechanismen in te voeren, die kan worden vereenvoudigd zonder de desbetreffende bepalingen te wijzigen.

De beoogde maatregelen ter versterking van de empowerment, de rechten en de bescherming van consumenten zullen de plichten en verplichtingen voor leveranciers en netwerkbeheerders uitbreiden. De extra lasten zijn echter noodzakelijk en evenredig om de doelstelling te verwezenlijken om ervoor te zorgen dat consumenten toegang hebben tot betere informatie en een verscheidenheid aan aanbiedingen, dat hun elektriciteitsrekeningen worden losgekoppeld van kortetermijnbewegingen op de energiemarkten en dat het risico voor leveranciers en consumenten opnieuw in evenwicht wordt gebracht.

De beoogde maatregelen ter verbetering van het Remit-kader kunnen de rapportageverplichtingen voor marktdeelnemers doen toenemen als gevolg van een breder toepassingsgebied van Remit. Deze maatregelen zijn noodzakelijk ter verwezenlijking van de doelstelling om de transparantie en de monitoringcapaciteit te vergroten en te zorgen voor een doeltreffender onderzoek en handhaving van grensoverschrijdende zaken in de EU, zodat consumenten en marktdeelnemers vertrouwen hebben in de integriteit van de energiemarkten, de prijzen een eerlijke en concurrerende wisselwerking tussen vraag en aanbod weerspiegelen en marktmisbruik geen winst oplevert. Ze zijn ook evenredig met die doelstelling, aangezien de voordelen op het gebied van de kwaliteit van de marktmonitoring en het markttoezicht tegen alle administratieve korte- of langetermijnkosten opwegen.

Tot slot wordt het voorgestelde totaalpakket aan maatregelen passend geacht, gezien de overkoepelende noodzaak om klimaatneutraliteit te bereiken tegen de laagste kosten voor de consument en tegelijkertijd de voorzieningszekerheid te waarborgen.

Keuze van het instrument

Het voorstel strekt tot wijziging van de elektriciteitsverordening, de elektriciteitsrichtlijn, de Remit-verordening, de ACER-verordening en de richtlijn hernieuwbare energie. Aangezien het voorstel tot doel heeft een beperkt aantal nieuwe bepalingen toe te voegen en een beperkt aantal bestaande bepalingen in deze instrumenten te wijzigen, is het passend gebruik te maken van een wijzigingsbesluit. Om dezelfde reden lijkt het ook passend het instrument van een wijzigingsverordening te gebruiken om zowel in bestaande verordeningen als in bestaande richtlijnen wijzigingen aan te brengen.

3.RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE

Raadplegingen van belanghebbenden

Ter voorbereiding van dit initiatief heeft de Commissie van 23 januari 2023 tot en met 13 februari 2023 een openbare raadpleging gehouden. De raadpleging stond open voor iedereen.

De Commissie heeft op deze raadpleging 1 369 antwoorden ontvangen. Meer dan 700 daarvan waren afkomstig van burgers, ongeveer 450 van bedrijven en bedrijfsverenigingen, ongeveer 40 van nationale of lokale overheden of van nationale regulatoren en ongeveer 70 van netwerkbeheerders. Ook hebben ongeveer 20 energiegemeenschappen, 15 vakbonden en 20 consumentenorganisaties deelgenomen. Ook een aanzienlijk aantal ngo’s, denktanks en onderzoeksorganisaties of andere academische organisaties hebben reacties ingediend. Een overzicht van de standpunten van belanghebbenden is te vinden in het werkdocument van de diensten van de Commissie bij dit wetgevingsinitiatief.

Daarnaast heeft de Commissie op 15 februari 2023 een onlineraadpleging van belanghebbenden georganiseerd, waaraan werd deelgenomen door ongeveer 70 marktdeelnemers, niet-gouvernementele organisaties, netwerkbeheerders, ACER en nationale regulatoren, denktanks en academici. Uit de raadpleging bleek in het algemeen dat de belanghebbenden van mening waren dat:

Kortetermijnmarkten en het prijsmechanisme op basis van marginale prijsstelling behouden moeten blijven, aangezien ze goed functioneren en de juiste prijssignalen geven. De kortetermijnmarkten (day-ahead- en intradaymarkten) goed ontwikkeld zijn en uit jaren van uitvoering van de EU-energiewetgeving resulteren.

Kortetermijnmarkten moeten worden aangevuld met instrumenten die prijssignalen op langere termijn stimuleren, zoals die welke in overleg met de Commissie zijn aangewezen, met name stroomafnameovereenkomsten, contracten ter verrekening van verschillen en verbeterde termijnmarkten. Het juiste evenwicht tussen de verschillende instrumenten moet worden vastgesteld. Er mogen echter geen verplichte regelingen zijn, en de vrijheid om de relevante contracten te kiezen moet behouden blijven.

De voordelen van niet-fossiele flexibiliteitsoplossingen zoals vraagrespons en opslag werden erkend, met name in de context van een toenemend aandeel hernieuwbare energie. De marktparticipatie ervan moet worden vergemakkelijkt.

De toekomstige elektriciteitsmarkten moeten worden aangepast aan een groot aandeel hernieuwbare energie. Bovendien moet meer nadruk worden gelegd op de lokale dimensie en de ontwikkeling van het net. Deze uitdagingen kunnen worden aangepakt door middel van de in de openbare raadpleging voorgestelde oplossingen.

Consumentenbescherming is van essentieel belang, net als de betaalbaarheid van energie, maar even belangrijk is het behoud van de signalen voor vraagrespons. Nieuwe oplossingen zoals energiegemeenschappen, zelfconsumptie en het delen van energie moeten mogelijk worden gemaakt en worden gestimuleerd.

Werkdocument van de diensten van de Commissie

Gezien de urgentie van het initiatief is in plaats van een effectbeoordeling een werkdocument van de diensten van de Commissie opgesteld. Het werkdocument van de diensten van de Commissie dat aan dit voorstel ten grondslag ligt, bevat de toelichting en de motivering van de voorstellen van de Commissie voor een structureel antwoord op de hoge energieprijzen voor huishoudens en bedrijven en om te zorgen voor veilige, schone en betaalbare energie voor huishoudens en bedrijven in de toekomst, en presenteert het beschikbare feitenmateriaal dat relevant is voor de voorgestelde maatregelen.

In het werkdocument van de diensten van de Commissie wordt geconcludeerd dat het pakket voorgestelde hervormingen naar verwachting de structuur en de werking van de Europese elektriciteitsmarkt aanzienlijk zal verbeteren. Het is een nieuwe bouwsteen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Green Deal en maakt daarnaast de balans op van de tekortkomingen die door de energiecrisis zijn blootgelegd en tracht deze aan te pakken.

Uit het document blijkt dat de hervorming zal bijdragen tot de bescherming en empowerment van consumenten die momenteel met hoge en volatiele prijzen worden geconfronteerd, door een buffer tussen hen en de kortetermijnmarkten te creëren. Dit voorstel zal de hoge prijzen van fossielebrandstoftechnologieën op de elektriciteitsmarkt loskoppelen van de energierekeningen van consumenten en bedrijven. Meer mogelijkheden voor langetermijncontracten in de vorm van stroomafnameovereenkomsten, contracten ter verrekening van verschillen en termijnmarkten zullen ervoor zorgen dat het deel van de elektriciteitsrekening dat aan kortetermijnmarkten is blootgesteld, sterk kan worden verminderd. Daarnaast zal de opneming van een afdekkingsverplichting voor leveranciers en een verplichting om ook vasteprijscontracten aan te bieden, aanzienlijk meer mogelijkheden scheppen om de blootstelling aan prijsvolatiliteit voor elektriciteitsrekeningen te verminderen. Consumenten zullen ook betere informatie krijgen over aanbiedingen voordat ze een contract ondertekenen en de lidstaten zullen verplicht zijn om voor noodleveranciers te zorgen. Bovendien kunnen ze in een crisis toegang bieden tot gereguleerde retailprijzen. Het recht om energie te delen is een nieuw element dat consumenten zal empoweren en de gedecentraliseerde uitrol van hernieuwbare energie zal ondersteunen, aangezien dit de consumenten meer controle over hun energierekeningen geeft.

In het werkdocument van de diensten van de Commissie wordt uitgelegd hoe deze hervorming ook het concurrentievermogen van de EU-industrie zal versterken op een wijze die volledig complementair is aan de wetgeving voor netttonulindustrie. De lidstaten zullen de juiste voorwaarden voor de ontwikkeling van PPA-markten moeten scheppen, zodat de industrie toegang krijgt tot betaalbare en schone elektriciteit op de lange termijn. De verbeteringen op de termijnmarkten zullen industriële sectoren en leveranciers tot drie jaar van tevoren veel meer toegang tot grensoverschrijdende hernieuwbare energie bieden, een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. In het algemeen zullen overheidssteunregelingen voor hernieuwbare energie de energieonafhankelijkheid in de lidstaten en de penetratie van hernieuwbare energie in het systeem vergroten en tegelijk lokale banen en vaardigheden ondersteunen.

Uit het document blijkt dat deze hervorming de uitrol van hernieuwbare energie zal versnellen en het volledige potentieel van vaste opwekkingscapaciteit en flexibiliteitsoplossingen zal aanboren om de lidstaten in staat te stellen steeds hogere niveaus van hernieuwbare energie te integreren. De Commissie stelt voor dat de lidstaten hun behoefte aan flexibiliteit van het elektriciteitssysteem beoordelen en staat de invoering van nieuwe steunregelingen voor vraagrespons en opslag toe. Het voorstel voorziet ook in extra mogelijkheden om hernieuwbare energie dichter bij realtime te verhandelen op grensoverschrijdend en nationaal niveau. Op die manier kan de markt de integratie van hernieuwbare energie en de businesscase voor flexibiliteitsoplossingen die kunnen bijdragen tot de voorzieningszekerheid, beter ondersteunen.

Tot slot beschrijft het werkdocument van de diensten van de Commissie hoe dit voorstel beantwoordt aan het verzoek van de Europese Raad om na te gaan hoe de werking van de opzet van de elektriciteitsmarkt kan worden geoptimaliseerd in de context van de energiecrisis. Het heeft tot doel consumenten te beschermen door een buffer tussen hen en de kortetermijnmarkten voor elektriciteit te creëren door middel van contracten op langere termijn en ervoor te zorgen dat deze kortetermijnmarkten efficiënter werken op het gebied van hernieuwbare energie en flexibiliteitsoplossingen, met beter regelgevend toezicht. Dit voorstel zorgt ervoor dat de marktregels geschikt blijven om de kosteneffectieve decarbonisatie van de elektriciteitssector te stimuleren en de sector beter bestand te maken tegen energieprijsvolatiliteit.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise 

De voorbereiding van dit wetgevingsvoorstel en het werkdocument van de diensten van de Commissie is gebaseerd op een grote hoeveelheid materiaal, waarnaar wordt verwezen in de voetnoten in het werkdocument van de diensten van de Commissie, en op de reacties op de openbare raadpleging.

Grondrechten 

Het onderhavige voorstel kan gevolgen hebben met betrekking tot een aantal grondrechten die zijn vastgesteld bij het EU-Handvest van de grondrechten, met name: de vrijheid van ondernemerschap (artikel 16) en het recht op eigendom (artikel 17). Zoals hierboven is uiteengezet, worden deze gevolgen echter, voor zover de voorgestelde maatregelen de uitoefening van deze rechten beperken, noodzakelijk en evenredig geacht om de doelstellingen van het voorstel te verwezenlijken en vormen ze derhalve gerechtvaardigde beperkingen van dergelijke rechten die krachtens het Handvest zijn toegestaan.

Aan de andere kant versterkt het voorstel de bescherming van de grondrechten, zoals de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven (artikel 7), het recht op bescherming van persoonsgegevens (artikel 8), het verbod op discriminatie (artikel 21), de toegang tot diensten van algemeen economisch belang (artikel 36), de integratie van een hoog niveau van milieubescherming (artikel 37) en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte (artikel 47), met name door middel van een aantal bepalingen inzake de empowerment, de rechten en de bescherming van consumenten.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

De voorgestelde wijzigingen van de elektriciteitsrichtlijn, de elektriciteitsverordening, de Remit-verordening en de ACER-verordening zijn gericht op wat nodig wordt geacht om de tekortkomingen van de huidige opzet van de elektriciteitsmarkt in de context van de energiecrisis aan te pakken en op kosteneffectieve wijze bij te dragen aan de klimaatambitie van de Unie. Ze behelzen geen volledige herziening van deze instrumenten.

Het voorstel kan de administratieve vereisten voor nationale overheden en ondernemingen verhogen, zij het op evenredige wijze, zoals hierboven is uiteengezet. De voorgestelde maatregelen om het gebruik van langetermijncontracten zoals stroomafnameovereenkomsten en tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen te stimuleren, kunnen bijvoorbeeld tot hogere administratieve kosten en lasten voor ondernemingen en nationale overheden leiden. De beoogde economische effecten zullen echter gunstig zijn voor bedrijven en consumenten.

De voorgenomen maatregelen om de liquiditeit en de integratie van de markten te verbeteren, kunnen ook op korte termijn enige impact hebben op bedrijven, aangezien deze moeten worden aangepast aan nieuwe handelsregelingen. Ze worden echter minimaal geacht in vergelijking met het huidige kader, omdat de economische voordelen van de hervorming ruimschoots tegen elke administratieve reorganisatie op korte of lange termijn opwegen.

De beoogde maatregelen ter versterking van de empowerment, de rechten en de bescherming van consumenten zullen leiden tot een uitbreiding van de plichten en verplichtingen voor leveranciers en netwerkbeheerders, met als doel de keuze te verbeteren, de bescherming te vergroten en een actieve marktparticipatie van consumenten, met name huishoudens, te vergemakkelijken. De extra lasten zijn echter minimaal omdat deze kaders in heel Europa worden uitgerold en de regels dus moeten worden gestroomlijnd.

De voorgenomen maatregelen ter verbetering van het Remit-kader kunnen de rapportageverplichtingen voor bepaalde marktdeelnemers verhogen, zij het op evenredige wijze. Deze worden echter minimaal geacht ten opzichte van het huidige kader, aangezien de voordelen op het gebied van de kwaliteit van de marktmonitoring en het markttoezicht tegen alle administratieve korte- of langetermijnkosten opwegen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De gevolgen voor de begroting van het voorstel ter verbetering van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de EU hebben betrekking op de middelen van het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en van DG Energie, die worden beschreven in het financieel memorandum bij het voorstel. Voor de nieuwe door ACER uit te voeren taken zullen in wezen vier extra voltijdequivalenten (vte’s) voor ACER vanaf 2025 nodig zijn, evenals de bijbehorende financiële middelen. De werklast van DG Energie zal met drie vte’s toenemen.

De budgettaire gevolgen van het voorstel tot wijziging van Remit hebben betrekking op de middelen van het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en van DG Energie, die worden beschreven in het financieel memorandum bij het voorstel.  De nieuwe door ACER uit te voeren taken, met name wat de versterkte onderzoeksbevoegdheden betreft, vereisen in wezen een geleidelijke invoering van 25 extra voltijdequivalenten (vte’s) in ACER vanaf 2025, alsook de bijbehorende financiële middelen, hoewel het grootste deel van het extra personeel via vergoedingen zal worden gefinancierd. Daartoe zal Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie van 17 december 2020 betreffende de aan ACER verschuldigde vergoedingen voor taken in het kader van REMIT moeten worden aangepast. De werklast van DG Energie zal met twee vte’s toenemen.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal toezicht houden op de omzetting en de naleving door de lidstaten en andere actoren van de maatregelen die uiteindelijk worden vastgesteld, en neemt handhavingsmaatregelen wanneer dat nodig is. Voor toezichts- en uitvoeringsdoeleinden zal de Commissie met name worden ondersteund door ACER, in het bijzonder in verband met de Remit-verordening. De Commissie zal ook contact onderhouden met ACER en de nationale regulerende instanties met betrekking tot de elektriciteitsverordening en de elektriciteitsrichtlijn.

Om de uitvoering te vergemakkelijken, zal de Commissie voorts beschikbaar zijn voor bilaterale vergaderingen en gesprekken met de lidstaten in geval van specifieke vragen.

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel  

De wijzigingen met betrekking tot de elektriciteitsverordening verschaffen verduidelijking van de werkingssfeer en het onderwerp van de verordening, en benadrukken het belang van onvervalste marktsignalen om te zorgen voor meer flexibiliteit en de rol van langetermijninvesteringen om de volatiliteit van de kortetermijnmarktprijzen op de elektriciteitsrekeningen van consumenten, waaronder energie-intensieve industrieën, kleine en middelgrote ondernemingen en huishoudens, te beperken. De wijzigingen verduidelijken bepaalde hoofdbeginselen voor de handel op de day-ahead- en intradaymarkten. De wijzigingen voorzien in nieuwe regels voor de verkrijging door TSB’s van vraagrespons in de vorm van een peak-shaving-product en in regels die transmissiesysteembeheerders en distributiesysteembeheerders in staat stellen gegevens van specifieke meetapparatuur te gebruiken. Ze stellen nieuwe regels vast voor termijnmarkten voor elektriciteit, om de liquiditeit ervan te verbeteren. Ze bevatten nieuwe regels om de rol en het gebruik van langetermijncontracten in de vorm van stroomafnameovereenkomsten en tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen te verduidelijken en te stimuleren. Ze voorzien in nieuwe regels met betrekking tot de beoordeling van de flexibiliteitsbehoeften door de lidstaten, de mogelijkheid voor de lidstaten om flexibiliteitssteunregelingen in te voeren en ontwerpbeginselen voor dergelijke flexibiliteitssteunregelingen. Ze voeren ook nieuwe transparantievereisten in voor transmissiesysteembeheerders met betrekking tot de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen op het net.

De wijzigingen met betrekking tot de elektriciteitsrichtlijn voorzien in nieuwe regels voor de bescherming en empowerment van consumenten. De wijziging met betrekking tot de vrije leverancierskeuze voert nieuwe vereisten in om ervoor te zorgen dat afnemers meer dan één leverancier in hun gebouwen kunnen hebben, door meerdere meters (soms “submeters” genoemd) toe te staan voor één enkel aansluitpunt.

De wijzigingen met betrekking tot de empowerment en bescherming van consumenten zorgen ervoor dat aan afnemers een verscheidenheid aan contracten wordt aangeboden die het best aansluit bij hun omstandigheden, door ervoor te zorgen dat alle afnemers ten minste één aanbod met een vaste looptijd en een vaste prijs hebben. Bovendien moet aan de afnemers duidelijke precontractuele informatie met betrekking tot deze aanbiedingen worden verstrekt.

Er wordt ook voorzien in een nieuw recht voor huishoudens en kleine en middelgrote ondernemingen om deel te nemen aan energiedeling — dat wil zeggen zelfconsumptie door actieve afnemers van hernieuwbare energie die offsite wordt opgewekt of opgeslagen met faciliteiten die zij geheel of gedeeltelijk bezitten, leasen, of huren, of die aan hen is overgedragen door een andere actieve afnemer.

Er worden ook belangrijke nieuwe beschermingen voor afnemers ingevoerd om de continue levering van elektriciteit te waarborgen — waaronder de verplichting voor de lidstaten om noodleveranciers aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor de afnemers van failliete leveranciers en bescherming tegen afsluiting van kwetsbare afnemers. Leveranciers zullen ook verplicht zijn risicobeheer in te voeren om het risico op een faillissement te beperken door passende afdekkingsstrategieën uit te voeren. Hierop zal toezicht worden gehouden door nationale regulerende instanties.

De wijzigingen van de elektriciteitsrichtlijn voeren nieuwe transparantievereisten in voor distributiesysteembeheerders met betrekking tot de capaciteit die beschikbaar is voor nieuwe aansluitingen op het net. Ze verduidelijken de rol van de regulerende instanties met betrekking tot het overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1719 opgerichte centrale toewijzingsplatform.

De wijzigingen betreffende de Remit-verordening passen het toepassingsgebied van Remit aan de huidige en veranderende marktomstandigheden aan, onder meer door het toepassingsgebied van gegevensrapportage uit te breiden tot nieuwe markten voor de balancering van elektriciteit en gekoppelde markten alsook algoritmische handel. Ze zorgen voor een sterkere, meer gevestigde en regelmatige samenwerking tussen regulatoren op het gebied van energie en financiën, waaronder ACER en ESMA, met betrekking tot voor de groothandel bestemde afgeleide energieproducten. Ze zullen ook het proces voor de verzameling van voorwetenschap en markttransparantie verbeteren door het toezicht van ACER te versterken en de definitie van voorwetenschap aan passen. De wijzigingen van de Remit-verordening versterken het toezicht op rapporterende partijen, zoals geregistreerde rapportagemechanismen (RRM’s) en personen die beroepshalve transacties tot stand brengen (PPAT’s). Door de wijzigingen worden de mogelijkheden voor het delen van gegevens tussen ACER, relevante nationale autoriteiten en de Commissie verbeterd. Met de wijziging van Remit krijgt Acer een belangrijkere rol in onderzoeken naar belangrijke grensoverschrijdende zaken om inbreuken op Remit te bestrijden. Tevens wordt het kader vastgesteld voor de harmonisatie van op nationaal niveau door regulerende instanties vastgelegde boeten.

De wijzigingen met betrekking tot de ACER-verordening hebben tot doel de rol van ACER te verduidelijken met betrekking tot het centrale toewijzingsplatform dat is opgericht overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1719 en met betrekking tot de nieuwe regels die in de elektriciteitsverordening worden ingevoerd in verband met termijnmarkten en flexibiliteitssteunregelingen. Ze verduidelijken de rol en de bevoegdheden van ACER overeenkomstig de wijziging van de Remit-verordening. De RED II-wijziging heeft tot doel het toepassingsgebied te verduidelijken van de regels betreffende de soorten rechtstreekse prijssteunregelingen voor hernieuwbare energiebronnen die de lidstaten kunnen invoeren.

 

2023/0076 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011 en (EU) 2019/942 ter verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Voor open en eerlijke mededinging op de interne markten voor gas en elektriciteit en om een gelijk speelveld voor de marktdeelnemers te garanderen, zijn integriteit en transparantie vereist op de groothandelsmarkten voor energie. In Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (“Remit”) is een uitvoerig kader vastgesteld om dit te verwezenlijken. Om het vertrouwen van het publiek in goed functionerende energiemarkten te vergroten en de Unie doeltreffend te beschermen tegen pogingen tot marktmanipulatie, moet Verordening (EU) nr. 1227/2011 worden gewijzigd om de ontoereikende transparantie en monitoringcapaciteiten verder te vergroten en te zorgen voor een doeltreffender onderzoek en handhaving van potentiële grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik door de in het huidige kader vastgestelde tekortkomingen aan te pakken.

(2)Financiële instrumenten, waaronder energiederivaten, die op de energiemarkten worden verhandeld, worden steeds belangrijker. Vanwege de steeds nauwere interrelatie tussen financiële markten en groothandelsmarkten voor energie moet Verordening (EU) nr. 1227/2011 beter worden afgestemd op de wetgeving inzake financiële markten, zoals Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad 17 , onder meer wat betreft de definities van respectievelijk marktmanipulatie en voorwetenschap. Meer in het bijzonder moet de definitie van marktmanipulatie in Verordening (EU) nr. 1227/2011 enigszins worden aangepast om artikel 12 van Verordening (EU) nr. 596/2014 te weerspiegelen. Daartoe moet de definitie van marktmanipulatie uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1227/2011 worden aangepast om rekening te houden met het aangaan van transacties of het geven van een handelsorder, maar ook met elke andere gedraging met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten: i) waarbij onjuiste of misleidende signalen worden of waarschijnlijk zullen worden geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten; ii) waarbij de prijs van een of meer voor de groothandel bestemde energieproducten op een kunstmatig niveau wordt gehouden of waarschijnlijk zal worden gehouden door een persoon of door samenwerkende personen; of iii) waarbij van een kunstgreep of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding wordt gebruikgemaakt die onjuiste of misleidende signalen geeft of waarschijnlijk zal geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten.

(3)De definitie van voorwetenschap moet ook worden aangepast om Verordening (EU) nr. 596/2014 te weerspiegelen. Met name indien voorwetenschap betrekking heeft op een proces dat zich in fasen voltrekt, kan het voor elke fase van dat proces, alsook voor het proces in zijn geheel om voorwetenschap gaan. Een tussenstap in een gefaseerd proces kan op zich een situatie of gebeurtenis vormen die bestaat of waarvan het op basis van een globale beoordeling van de reeds beschikbare gegevens reëel is te veronderstellen dat zij zal ontstaan of plaatsvinden. Dit begrip dient evenwel niet zo te worden geïnterpreteerd dat het inhoudt dat rekening moet worden gehouden met de omvang van de gevolgen van deze situatie of gebeurtenis op de koers van de betrokken financiële instrumenten. Een tussenstap moet worden beschouwd als voorwetenschap indien deze op zichzelf voldoet aan de in deze verordening opgenomen criteria voor voorwetenschap.

(4) Deze verordening laat Verordeningen (EU) nr. 596/2014, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 648/2012 en Richtlijn 2014/65/EU evenals de toepassing van het Europees mededingingsrecht op de onder deze verordening vallende praktijken onverlet.

(5)Het delen van informatie tussen de nationale regulerende instanties en de nationale bevoegde financiële autoriteiten is een centraal aspect van de samenwerking en de opsporing van mogelijke inbreuken op zowel de groothandelsmarkten voor energie als de financiële markten. In het licht van de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten op grond van Verordening (EU) nr. 596/2014 op nationaal niveau, moeten de nationale regulerende instanties relevante informatie die zij ontvangen, delen met de nationale financiële en mededingingsautoriteiten.

(6)Wanneer informatie niet of niet meer gevoelig is vanuit commercieel of veiligheidsoogpunt, moet het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (het “Agentschap” of “ACER”) deze informatie bekend kunnen maken aan de marktdeelnemers en het ruimere publiek, teneinde bij te dragen aan verbeterde kennis van de markt. Dit moet de mogelijkheid voor ACER omvatten om informatie over georganiseerde markten, IIP’s en RRM’s bekend te maken overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming, teneinde de transparantie van de groothandelsmarkten voor energie te verbeteren en op voorwaarde dat dit de mededinging op die energiemarkten niet verstoort.

(7)Georganiseerde markten die activiteiten verrichten met betrekking tot de handel in voor de groothandel bestemde energieproducten die financiële instrumenten zijn in de zin van artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU, moeten naar behoren zijn toegestaan overeenkomstig de voorschriften van die richtlijn.

(8)De technologie op het gebied van de effectenhandel heeft de afgelopen tien jaar een sterke ontwikkeling doorgemaakt en wordt steeds meer gebruikt op de groothandelsmarkten voor energie. Veel marktdeelnemers maken gebruik van algoritmische handel en hoogfrequente algoritmische technieken met minimale of geen menselijke tussenkomst. De risico’s die uit deze praktijken voortvloeien, moeten worden aangepakt in het kader van Verordening (EU) nr. 1227/2011.

(9)De naleving van de rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en de kwaliteit van de gegevens die het Agentschap ontvangt, zijn van het grootste belang om te zorgen voor een doeltreffende monitoring en opsporing van mogelijke inbreuken om de doelstelling van Verordening (EU) nr. 1227/2011 te verwezenlijken. Inconsistenties in de kwaliteit, opmaak, betrouwbaarheid en kosten van handelsgegevens hebben een nadelig effect op de transparantie, consumentenbescherming en marktefficiëntie. Het is van essentieel belang dat de door het Agentschap ontvangen informatie nauwkeurig en volledig is zodat het zijn taken en functies doeltreffend kan uitvoeren.

(10)Om het markttoezicht door het Agentschap te verbeteren en de gegevensverzameling omvattender te maken, moet de huidige rapportageregeling worden verbeterd. De verzamelde gegevens moeten worden uitgebreid om lacunes in de gegevensverzameling weg te werken en moeten gekoppelde markten, nieuwe balanceringsmarkten, contracten voor balanceringsmarkten en producten met potentiële levering in de Unie omvatten. Georganiseerde markten moeten worden verplicht de volledige reeks gegevens uit het orderboek aan het Agentschap te verstrekken. Aanbieders van orderboeken moeten ook worden aangewezen als personen die beroepshalve transacties tot stand brengen die onderworpen zijn aan de verplichting om vermoedelijke inbreuken te monitoren en te melden.

(11)Platformen voor voorwetenschap (IIP’s) moeten een belangrijke rol spelen bij de doeltreffende en tijdige bekendmaking van voorwetenschap. Het moet verplicht zijn voorwetenschap openbaar te maken op specifieke IIP’s om de informatie gemakkelijk toegankelijk te maken en de transparantie te vergroten. Om het vertrouwen in de IIP’s te waarborgen, moeten ze worden vergund en geregistreerd.

(12)Om de rapportage van gegevens aan het Agentschap te stroomlijnen en doeltreffender te maken, moet de informatie worden verstrekt via geregistreerde rapportagemechanismen (RRM’s) en moet de werking van RRM’s worden vergund door het Agentschap. De RRM’s moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor vergunning en de wetgeving inzake gegevensbescherming. Het Agentschap moet ook een register van alle RRM’s in de Unie opzetten.

(13)Ter vergemakkelijking van de monitoring om potentiële handel op basis van voorwetenschap op te sporen en van de gegevenskwaliteit van verzamelde informatie, moet de verzameling van voorwetenschap worden afgestemd op de huidige processen voor de rapportage van handelsgegevens.

(14)Personen die beroepshalve transacties tot stand brengen en uitvoeren, zijn verplicht transacties te melden waarvan zij vermoeden dat ze in strijd zijn met de bepalingen inzake handel met voorkennis en marktmanipulatie. Ter vergroting van de mogelijkheid om tegen dergelijke inbreuken op te treden, moeten de personen die beroepshalve transacties tot stand brengen, ook verplicht zijn verdachte orders en mogelijke inbreuken op de verplichting tot openbaarmaking van voorwetenschap te melden. Aanbieders van directe elektronische toegang en aanbieders van gedeelde orderportefeuilles moeten worden beschouwd als personen die beroepshalve transacties tot stand brengen.

(15)Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer voorziet in de mogelijkheid van deelname van derde landen aan de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling van de Unie in de elektriciteitssector. Aangezien de marktkoppelingbeheerder een specifiek algoritme gebruikt om biedingen en aanbiedingen optimaal te matchen, kan dit ertoe leiden dat handelsorders worden geplaatst in een derde land dat deelneemt aan de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling van de Unie, maar resulteren in een elektriciteitsleveringscontract met levering in de Unie. Het plaatsen van dergelijke handelsorders in derde landen die deelnemen aan de eenvormige day-ahead- en intradaykoppeling van de Unie met levering in de Unie als mogelijk resultaat, moet vallen onder de definitie van voor de groothandel bestemd energieproduct uit hoofde van deze verordening.

(16)Om een nauwkeurige, objectieve en betrouwbare beoordeling van de prijs voor lng-leveringen aan de Unie te verkrijgen, moet het Agentschap alle lng-marktgegevens verzamelen die nodig zijn om een dagelijkse lng-prijsraming vast te stellen. De prijsraming moet worden uitgevoerd op basis van alle transacties met betrekking tot lng-leveringen aan de Unie. ACER moet de bevoegdheid krijgen om die marktgegevens te verzamelen bij alle deelnemers die betrokken zijn bij lng-leveringen aan de Unie. Al die deelnemers moeten worden verplicht al hun lng-marktgegevens, zo goed als technologisch mogelijk is, in bijna-realtime te rapporteren aan ACER, hetzij na het sluiten van een transactie, hetzij na het doen van een bieding of aanbieding om een transactie aan te gaan. De prijsraming van ACER moet de meest volledige dataset omvatten, waaronder transactieprijzen en, vanaf 31 maart 2023, prijzen van biedingen en aanbiedingen voor lng-leveringen aan de Unie. De dagelijkse publicatie van die objectieve prijsraming en van het verschil dat is vastgesteld in vergelijking met andere referentieprijzen op de markt in de vorm van een lng-benchmark, effent de weg voor het vrijwillige gebruik ervan door marktdeelnemers als de referentieprijs in hun contracten en transacties. Zodra de lng-prijsraming en de lng-benchmark zijn vastgesteld, kunnen die ook een referentietarief worden voor derivatencontracten die worden gebruikt om de prijs van lng of het prijsverschil tussen de lng-prijs en andere gasprijzen in te dekken.

(17)Delegatie van taken en verantwoordelijkheden kan een doeltreffend instrument zijn om dubbel werk te voorkomen, samenwerking te bevorderen en de lasten voor marktdeelnemers te verminderen. Daarom moet worden voorzien in een duidelijke rechtsgrondslag voor een dergelijke delegatie. De nationale regulerende instanties moeten taken en verantwoordelijkheden kunnen delegeren aan een andere nationale regulerende instantie. Het moet mogelijk zijn specifieke voorwaarden in te voeren en de ruimte voor delegatie te beperken tot wat nodig is voor een doeltreffend toezicht op grensoverschrijdende marktdeelnemers of groepen. Voor de delegaties moet het beginsel gelden dat bevoegdheden worden toegewezen aan een autoriteit die in de beste positie verkeert om ter zake op te treden.

(18)Er is een uniform en sterker kader nodig om marktmanipulatie en andere inbreuken op Verordening (EU) nr. 1227/2011 in de lidstaten te voorkomen. Sancties voor inbreuken op die verordening moeten evenredig, doeltreffend en afschrikkend zijn en de aard van de inbreuken weerspiegelen, rekening houdend met het “ne bis in idem”-beginsel. Administratieve sancties, dwangsommen en toezichtmaatregelen zijn complementaire onderdelen van een doeltreffende handhavingsregeling. Een geharmoniseerd toezicht op de groothandelsmarkt voor energie vereist een consistente aanpak van de nationale regulerende instanties.

(19)Tot op heden vallen het toezicht op en de handhaving van activiteiten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1227/2011 onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Marktmisbruik is in toenemende mate grensoverschrijdend van aard en heeft vaak gevolgen voor verschillende lidstaten. Handhavingsmaatregelen tegen grensoverschrijdende gevallen van marktmisbruik kunnen jurisdictieproblemen opleveren met betrekking tot het bepalen van de nationale regulerende instantie die in de beste positie verkeert om het onderzoek in kwestie voort te zetten.

(20)Gevallen van marktmisbruik waarbij meerdere grensoverschrijdende elementen en buiten de Unie gevestigde marktdeelnemers betrokken zijn, zijn ook bijzonder problematisch vanuit het oogpunt van handhaving. De huidige toezichtstructuur is niet geschikt voor het gewenste niveau van marktintegratie. Het ontbreken van een mechanisme om te zorgen voor de best mogelijke toezichtbesluiten voor grensoverschrijdende gevallen, waarbij gezamenlijk optreden van de nationale regulerende instanties en het Agentschap momenteel ingewikkelde regelingen vereist en er een lappendeken van toezichtregelingen is, moet worden aangepakt. Daarom moet een efficiënte en doeltreffende toezichts- en onderzoeksregeling worden ingesteld voor dit soort gevallen van marktmisbruik, die vanwege de Uniebrede elementen niet alleen door maatregelen van de lidstaten kunnen worden aangepakt.

(21)Het onderzoek naar inbreuken op deze verordening met een grensoverschrijdende dimensie moet worden uitgevoerd door middel van een uniform proces op het niveau van de Unie. De complexiteit van grensoverschrijdende zaken en de noodzaak om te zorgen voor voldoende middelen voor dergelijke gevallen vereisen de betrokkenheid van het Agentschap, met name op een meer geïntegreerde energiemarkt. Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 1227/2011 heeft het Agentschap aanzienlijke ervaring opgedaan met het monitoren en verzamelen van relevante gegevens over de groothandelsmarkten voor energie in de Unie om de integriteit en transparantie ervan te waarborgen. Voortbouwend op deze ervaring moet het Agentschap de bevoegdheid krijgen om onderzoeken uit te voeren ter bestrijding van inbreuken op Verordening (EU) nr. 1227/2011. Het Agentschap moet dergelijke onderzoeken uitvoeren in samenwerking met de nationale regulerende instanties om hun handhavingsactiviteiten te ondersteunen en aan te vullen. Evenzo moeten de relevante nationale regulerende instanties, waar nodig, in het kader van een onderzoek door het Agentschap onderling samenwerken om het Agentschap bij te staan.

(22)Het Agentschap moet de bevoegdheid krijgen om onderzoeken uit te voeren door inspecties ter plaatse te verrichten en verzoeken om informatie te richten tot de personen tegen wie onderzoeken lopen, met name wanneer de vermoedelijke inbreuken op Verordening (EU) nr. 1227/2011 een duidelijke grensoverschrijdende dimensie hebben. Bij het verrichten van de inspecties ter plaatse en het richten van verzoeken om informatie aan de personen tegen wie een onderzoek loopt, moet het Agentschap nauw en actief samenwerken met de relevante nationale regulerende instanties, die op hun beurt het Agentschap volledige bijstand moeten verlenen, ook wanneer een persoon weigert aan de inspectie te worden onderworpen of de gevraagde informatie te verstrekken. Het is belangrijk dat de procedurele waarborgen en de grondrechten van de betrokken personen die voorwerp zijn van onderzoek van het Agentschap, volledig worden geëerbiedigd. De vertrouwelijkheid van informatie die wordt verstrekt door de aan het onderzoek onderworpen personen moet worden gewaarborgd overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingsregels van de Unie.

(23)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,



HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1227/2011

Verordening (EU) nr. 1227/2011 wordt als volgt gewijzigd:

[1] Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

[a] de tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:

“2. Deze verordening is van toepassing op de handel in voor de groothandel bestemde energieproducten. Deze verordening laat de toepassing van Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 600/2014 en Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft activiteiten met betrekking tot financiële instrumenten als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 15, van Richtlijn 2014/65/EU evenals de toepassing van het Europees mededingingsrecht op de onder deze verordening vallende praktijken onverlet.”;

[b] in artikel 1, lid 3, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Het Agentschap, de nationale regulerende instanties, ESMA en de bevoegde financiële autoriteiten van de lidstaten wisselen met name regelmatig, ten minste elk kwartaal, relevante informatie en gegevens uit over mogelijke inbreuken op Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten die onder deze verordening vallen.”.

[2] Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

[a] punt 1 wordt als volgt gewijzigd:

in de tweede alinea wordt het volgende punt e) toegevoegd:

“e) informatie die wordt verstrekt door een cliënt of door andere personen die namens de cliënt optreden, en die verband houdt met de lopende orders van de cliënt inzake voor de groothandel bestemde energieproducten, die concreet is en die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op een of meer voor de groothandel bestemde energieproducten”;

[b] de derde alinea wordt vervangen door:

“Informatie wordt als concreet beschouwd indien de informatie een reeks omstandigheden aanduidt die zich voordoet of redelijkerwijs verwacht kan worden zich te zullen voordoen, of een gebeurtenis die plaatsgevonden heeft of die redelijkerwijs verwacht kan worden plaats te zullen vinden, en indien de informatie concreet genoeg is om een conclusie te kunnen trekken ten aanzien van het mogelijke effect van die reeks omstandigheden of gebeurtenis op de prijzen van voor de groothandel bestemde energieproducten. Informatie kan als concreet worden beschouwd indien ze betrekking heeft op een in de tijd gespreid proces dat erop is gericht een bepaalde situatie of gebeurtenis te doen plaatsvinden, of dat resulteert in een bepaalde situatie of gebeurtenis, met inbegrip van een toekomstige situatie of toekomstige gebeurtenissen, alsook indien ze betrekking heeft op de tussenstappen in dat proces die verband houden met het ontstaan of het plaatsvinden van die toekomstige situatie of die toekomstige gebeurtenis. 

Een tussenstap in een in de tijd gespreid proces wordt beschouwd als voorwetenschap indien deze tussenstap als zodanig voldoet aan de criteria voor voorwetenschap als bedoeld in dit artikel. 

Voor de toepassing van lid 1 wordt onder informatie die, indien deze openbaar zou worden gemaakt, waarschijnlijk een significante invloed zou hebben op de prijzen van die voor de groothandel bestemde energieproducten, informatie verstaan waarvan een redelijk handelende belegger waarschijnlijk gebruik zou maken om er zijn beleggingsbeslissing of beleggingsbeslissingen ten dele op te baseren;”;

[c] punt 2, a), wordt vervangen door:

“2.    “marktmanipulatie”:

a)    het aangaan van een transactie, het afgeven van handelsorders of het stellen van elke andere gedraging met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten:

i)    waarbij onjuiste of misleidende signalen worden gegeven of waarschijnlijk zullen worden geven met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de prijs van voor de groothandel bestemde energieproducten;

ii)    waarbij de prijs van een of meer voor de groothandel bestemde energieproducten op een kunstmatig niveau wordt of waarschijnlijk zal worden gehouden door een persoon of door samenwerkende personen, tenzij de persoon die de transactie is aangegaan of de handelsorder heeft geplaatst, aantoont dat zijn beweegredenen om de betreffende transactie aan te gaan of de handelsorder te plaatsen, gerechtvaardigd zijn en dat die transactie of handelsorder in overeenstemming is met de gebruikelijke marktpraktijken op de desbetreffende groothandelsmarkt voor energie; of

iii)    wordt gebruikgemaakt van een oneigenlijke constructie of enigerlei andere vorm van bedrog of misleiding waarmee onjuiste of misleidende signalen met betrekking tot de levering van, de vraag naar of de prijs van een voor de groothandel bestemd energieproduct worden afgegeven of waarschijnlijk worden afgegeven;”

of

[d] in punt 2 wordt het volgende punt c) toegevoegd en voorafgegaan door het woord “of” aan het einde van punt b):

“c) de verspreiding van onjuiste of misleidende informatie of de verspreiding van onjuiste of misleidende inputs in verband met een benchmark wanneer de persoon die de informatie of de input verspreidde, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was, of het stellen van enigerlei andere gedraging die leidt tot manipulatie van de berekening van een benchmark.”; 

[e] aan het eind van punt 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

““Marktmanipulatie” kan verwijzen naar het gedrag van een rechtspersoon, maar ook, overeenkomstig het recht van de Europese Unie of het nationale recht, van de natuurlijke personen die deelnemen aan het besluit om voor rekening van de desbetreffende rechtspersoon activiteiten uit te voeren.”; 

[f] punt 4, a), wordt vervangen door:

“4. “voor de groothandel bestemde energieproducten”: de volgende contracten en derivaten, ongeacht de plaats en wijze van verhandeling:

a)    contracten voor de levering van elektriciteit of aardgas waarbij de levering plaatsvindt in de Unie of contracten voor de levering van elektriciteit of aardgas die kunnen leiden tot levering in de Unie;”;

[g] punt 7 wordt vervangen door:

“7.    “marktdeelnemer”: elke persoon, met inbegrip van transmissiesysteembeheerders en personen die beroepshalve transacties tot stand brengen of uitvoeren wanneer zij voor eigen rekening handelen, die transacties aangaat, met inbegrip van het plaatsen van handelsorders, op een of meer groothandelsmarkten voor energie;”;

[h] het volgende nieuwe punt 8 bis wordt ingevoegd:

“8 bis. “persoon die beroepshalve transacties tot stand brengt of uitvoert”: een persoon die zich beroepshalve bezighoudt met het ontvangen en doorgeven van orders voor of het uitvoeren van transacties in voor de groothandel bestemde energieproducten;”;

[i] het volgende nieuwe punt 10 bis wordt toegevoegd:

“10 bis. “het Agentschap” of”ACER”: het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators;”;

[j] de volgende punten worden ingevoegd:

“16. “geregistreerd rapportagemechanisme” of “RRM”: een persoon die krachtens deze verordening is geregistreerd voor het aanbieden van de dienst van het rapporteren van bijzonderheden van transacties, met inbegrip van handelsorders, en fundamentele gegevens aan het Agentschap namens marktdeelnemers;

17. “platform voor voorwetenschap” of “IIP”: een persoon die krachtens deze verordening is geregistreerd voor het aanbieden van de dienst van het exploiteren van een platform voor de openbaarmaking van voorwetenschap en voor de rapportage van openbaar gemaakte voorwetenschap aan het Agentschap namens marktdeelnemers;

18. “algoritmische handel”: handel in voor de groothandel bestemde energieproducten waarbij een computeralgoritme automatisch individuele parameters van handelsorders bepaalt, onder meer of het order moet worden geïnitieerd, het tijdstip, de prijs of de omvang van het order, of hoe het order nadat het is ingevoerd, moet worden beheerd, met weinig of helemaal geen menselijk ingrijpen; een systeem dat alleen wordt gebruikt voor de routering van orders naar een of meer georganiseerde markten, dan wel voor het verwerken van orders waarbij geen sprake is van bepaling van handelsparameters, of voor de bevestiging van orders of de posttransactionele verwerking van uitgevoerde transacties, valt niet onder deze definitie;

19. “directe elektronische toegang”: een voorziening waarbij een lid of deelnemer of cliënt van een georganiseerde markt een andere persoon toestaat van zijn handelscode gebruik te maken, zodat de betrokken persoon in staat is handelsorders met betrekking tot een voor de groothandel bestemd energieproduct langs elektronische weg direct aan de georganiseerde markt door te geven, met inbegrip van voorzieningen waarbij de persoon gebruiktmaakt van de infrastructuur van het lid of de deelnemer of cliënt of van de door het lid of de deelnemer of cliënt beschikbaar gestelde verbindingssystemen om de orders door te geven (directe markttoegang) en voorzieningen waarbij deze infrastructuur niet wordt gebruikt door deze persoon (gesponsorde toegang);

20. “georganiseerde markt” (“OMP”): een energiebeurs, een energiemakelaar, een platform voor energiecapaciteit of een andere persoon die beroepshalve transacties tot stand brengt of uitvoert, met inbegrip van aanbieders van gedeelde orderportefeuilles, maar met uitsluiting van zuiver bilaterale handel waarbij twee natuurlijke personen elke transactie voor eigen rekening aangaan;

21. “handel in lng”: biedingen, aanbiedingen of transacties voor de aankoop of verkoop van lng: a) die levering in de Unie specificeren; b) die leiden tot levering in de Unie; of c) waarbij één tegenpartij het lng in een terminal in de Unie hervergast;

22. “lng-marktgegevens”: registraties van biedingen, aanbiedingen of transacties voor de handel in lng met de bijbehorende informatie als gespecificeerd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie;

23. “lng-marktdeelnemer”: elke natuurlijke of rechtspersoon, ongeacht de plaats van oprichting of woonplaats, die zich bezighoudt met de handel in lng;

24. “lng-prijsraming”: de bepaling van een dagelijkse referentieprijs voor de handel in lng volgens een door ACER vast te stellen methode;

25. “lng-benchmark”: de bepaling van een spread tussen de dagelijkse lng-prijsraming en de dagelijkse afwikkelingsprijs voor het TTF Gas Futures front month-contract die ICE Endex Markets B.V. dagelijks vaststelt.”.

[3] Aan artikel 3, lid 1, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Het gebruik van voorwetenschap door het intrekken of aanpassen van een order met betrekking tot een voor de groothandel bestemd energieproduct waarop de informatie betrekking heeft indien de order werd geplaatst voordat de betrokken persoon over de voorwetenschap beschikte, wordt eveneens beschouwd als handel met voorwetenschap.”.

[4] Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

[a] in lid 1 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Marktdeelnemers maken de voorwetenschap bekend via IIP’s. De IIP’s zorgen ervoor dat de voorwetenschap openbaar wordt gemaakt op een wijze die snelle toegang, met inbegrip van toegang via een duidelijke applicatieprogramma-interface, en een volledige, correcte en tijdige beoordeling van de informatie door het publiek mogelijk maakt.”;

[b] lid 4 wordt vervangen door:

De openbaarmaking van voorwetenschap, waaronder informatie in samengevoegde vorm, overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 714/2009 of Verordening (EG) nr. 715/2009 en de op grond van die verordeningen vastgestelde richtsnoeren en netwerkcodes, houdt volledige en daadwerkelijke publiekelijke openbaarmaking in, maar niet noodzakelijk tijdige openbaarmaking in de zin van lid 1 van dit artikel.”.

[5] Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 4 bis

Goedkeuring van en toezicht op IPP’s 

1.IIP’s registreren zich bij het Agentschap. Een IIP wordt pas geëxploiteerd nadat het Agentschap heeft beoordeeld of dat IIP voldoet aan de eisen van dit artikel en de exploitatie heeft vergund. Het register van IIP’s wordt openbaar gemaakt en bevat informatie over de diensten waarvoor het IIP is geregistreerd. Het Agentschap beoordeelt regelmatig of de IIP’s deze verordening naleven. Wanneer het Agentschap een registratie heeft ingetrokken overeenkomstig lid 5, wordt die intrekking in het register bekendgemaakt voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van intrekking.

2.Een IIP beschikt over een adequaat beleid en afdoende regelingen om de krachtens artikel 4, lid 1, te verstrekken voorwetenschap tegen redelijke commerciële voorwaarden openbaar te maken binnen een tijdsspanne die realtime zo dicht mogelijk benadert als technisch haalbaar is. De voorwetenschap wordt voor alle doeleinden kosteloos beschikbaar gesteld. Het IIP verspreidt deze voorwetenschap op efficiënte en consistente wijze, zodat deze snel en op niet-discriminerende basis toegankelijk is in een formaat dat de consolidatie van de voorwetenschap met vergelijkbare gegevens uit andere bronnen vergemakkelijkt.

3.De voorwetenschap die overeenkomstig lid 2 door een IIP openbaar wordt gemaakt, omvat ten minste de volgende elementen afhankelijk van de soort voorwetenschap:

(a)de ID van het bericht en de evenementstatus;

(b)de publicatiedatum, het tijdstip en het begin en einde van het evenement;

(c)de naam van de marktdeelnemer en de identificatie van de marktdeelnemer;

(d)de betrokken bied- of balanceringszone;

(e)en, indien van toepassing:

(a)de aard van de onbeschikbaarheid en het soort evenement;

(b)de meeteenheid;

(c)de onbeschikbare, beschikbare en geïnstalleerde of technische capaciteit;

(d)de reden voor de onbeschikbaarheid;

(e)het brandstoftype;

(f)het betrokken actief of de betrokken eenheid en de identificatiecode ervan.

4.Een IIP treft effectieve administratieve regelingen om belangenconflicten met zijn cliënten te voorkomen en handhaaft deze regelingen. Met name geldt dat een IIP dat ook een marktexploitant of een marktdeelnemer is, alle verzamelde voorwetenschap op niet-discriminerende wijze behandelt en passende regelingen treft en handhaaft met het oog op de scheiding van verschillende bedrijfsfuncties.

Een IIP beschikt over deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging van de middelen voor de overdracht van voorwetenschap te garanderen, het risico op gegevenscorruptie en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en te voorkomen dat voorwetenschap uitlekt vóór de bekendmaking ervan. Het IIP houdt voldoende middelen aan en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten te allen tijde te kunnen aanbieden en in stand te kunnen houden.

Het IIP beschikt over systemen die meldingen van voorwetenschap snel en doeltreffend op volledigheid kunnen controleren, omissies en aperte fouten kunnen opsporen, en om de hernieuwde transmissie van dergelijke gebrekkige meldingen kunnen verzoeken.

5.Het Agentschap kan de registratie van een IIP intrekken indien het IPP:

(a)binnen twaalf maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen geeft geen gebruik van de vergunning te zullen maken of de voorafgaande zes maanden geen diensten heeft aangeboden;

(b)de registratie heeft verkregen door valse verklaringen af te leggen of op een andere onregelmatige wijze;

(c)niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder het is geregistreerd;

(d)deze verordening ernstig en stelselmatig heeft geschonden.

Wanneer de registratie is ingetrokken, zorgt het betrokken IIP voor een ordelijke vervanging, met inbegrip van de overdracht van gegevens naar andere IIP’s en de doorschakeling van meldingsstromen naar andere IIP’s. 

Het Agentschap stelt de nationale bevoegde autoriteit in de lidstaat waar het IIP is gevestigd, zonder onnodige vertraging in kennis van een besluit om de registratie van een IIP in te trekken.

6.De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen:

(a)de middelen waarmee een IIP aan de verplichting inzake voorwetenschap van lid 2 moet voldoen;

(b)de inhoud van de overeenkomstig lid 2 bekendgemaakte voorwetenschap op zodanige wijze dat de krachtens dit artikel vereiste informatie kan worden bekendgemaakt;

(c)de concrete organisatorische vereisten voor de uitvoering van lid 4.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

[6] Het volgende artikel 5 bis wordt toegevoegd:

“Artikel 5 bis

Algoritmische handel

1.Een marktdeelnemer die zich met algoritmische handel bezighoudt, heeft voor zijn bedrijfsactiviteit geschikte, doeltreffende systemen en risicocontroles ingesteld om te garanderen dat zijn handelssystemen weerbaar zijn en voldoende capaciteit hebben, aan gepaste handelsdrempels en -limieten onderworpen zijn, en voorkomen dat foutieve handelsorders worden verzonden of dat de systemen anderszins op zodanige wijze functioneren dat zulks tot het ontstaan van een onordelijke markt kan leiden of bijdragen. De marktdeelnemer heeft ook doeltreffende systemen en risicocontroles ingesteld om te garanderen dat de handelssystemen voldoen aan deze verordening en aan de regels van een georganiseerde markt waarbij hij is aangesloten. De marktdeelnemer heeft doeltreffende regelingen ingesteld om de bedrijfscontinuïteit bij elke storing van zijn handelssystemen op te vangen en ziet erop toe dat zijn systemen volledig zijn getest en naar behoren worden gecontroleerd om te garanderen dat zij aan de vereisten van dit lid voldoen.

2.Een marktdeelnemer die zich in een lidstaat met algoritmische handel bezighoudt, stelt de nationale regulerende instanties van zijn lidstaat en het Agentschap daarvan in kennis.

De nationale regulerende instantie van de lidstaat van de marktdeelnemer kan van de marktdeelnemer verlangen dat hij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekt van de aard van zijn strategieën op het gebied van algoritmische handel, alsmede informatie over de handelsparameters of -limieten die voor de handelssystemen gelden, de belangrijkste compliance- en risicocontroles die hij heeft opgezet om ervoor te zorgen dat aan de eis van lid 1 is voldaan, en informatie over het testen van zijn handelssystemen. 

De marktdeelnemer zorgt ervoor dat documentatie in verband met de in dit lid bedoelde punten wordt bijgehouden en ziet erop toe dat deze documentatie volstaat om de nationale regulerende instantie in staat te stellen toe te zien op de naleving van deze verordening. 

3.Een marktdeelnemer die directe elektronische toegang tot een georganiseerde markt aanbiedt, stelt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst en het Agentschap daarvan in kennis. 

De nationale regulerende instantie van de lidstaat van herkomst van de marktdeelnemer kan van de marktdeelnemer verlangen dat hij regelmatig of ad hoc een beschrijving verstrekt van de in lid 1 bedoelde systemen en controles, alsmede een bewijs dat deze zijn toegepast. 

De marktdeelnemer zorgt ervoor dat documentatie in verband met de in dit lid bedoelde aangelegenheden wordt bijgehouden en ziet erop toe dat deze documentatie volstaat om de nationale regulerende instantie in staat te stellen toe te zien op de naleving van deze verordening.

4.Dit artikel laat de verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU onverlet.”.

[7] Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

“1. ACER houdt toezicht op de handel in voor de groothandel bestemde energieproducten teneinde handel met voorwetenschap en marktmanipulatie of pogingen daartoe op te sporen en te voorkomen. Het verzamelt gegevens voor de evaluatie van en het toezicht op de groothandelsmarkten voor energie als bedoeld in artikel 8.”.

[] De volgende nieuwe artikelen 7 bis tot en met 7 quinquies worden toegevoegd:

“Artikel 7 bis

Taken en bevoegdheden van ACER om prijsramingen en benchmarks uit te voeren

1. Er worden met spoed dagelijkse lng-prijsramingen verricht en gepubliceerd door ACER, vanaf uiterlijk 13 januari 2023. Met het oog op de raming van de lng-prijs verzamelt en verwerkt ACER systematisch lng-marktgegevens over transacties. Bij de prijsraming wordt in voorkomend geval rekening gehouden met regionale verschillen en marktomstandigheden.

2. Uiterlijk vanaf 31 maart 2023 wordt door ACER een dagelijkse lng-benchmark opgesteld en gepubliceerd die wordt bepaald door de spread tussen de dagelijkse lng-prijsraming en de afwikkelingsprijs voor het TTF Gas Futures front month-contract die ICE Endex Markets B.V. dagelijks vaststelt. Met het oog op de lng-benchmark verzamelt en verwerkt ACER systematisch lng-marktgegevens.

3. In afwijking van artikel 3, lid 4, punt b), van deze verordening zijn de in deze verordening opgenomen verplichtingen en verbodsbepalingen voor marktdeelnemers van toepassing op lng-marktdeelnemers. De bij deze verordening en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 aan ACER verleende bevoegdheden zijn ook van toepassing op lng-marktdeelnemers, met inbegrip van de bepalingen over vertrouwelijkheid.

Artikel 7 ter

Publicatie van de lng-prijsraming en de lng-benchmark

1. De lng-prijsraming wordt dagelijks gepubliceerd, uiterlijk om 18.00 uur MET voor de raming van de prijzen van rechtstreekse transacties. Uiterlijk vanaf 31 maart 2023 publiceert ACER, naast de lng-prijsraming, ook dagelijks de lng-benchmark, op zijjn laatst om 19.00 uur MET, dan wel zo snel als technisch mogelijk.

2. Voor de toepassing van dit artikel kan ACER een beroep doen op de diensten van een derde partij.

Artikel 7 quater

Verstrekking van lng-marktgegevens aan ACER

1. Lng-marktdeelnemers verstrekken ACER dagelijks lng-marktgegevens overeenkomstig de specificaties van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie, in een gestandaardiseerd formaat, middels een hoogwaardig transmissieprotocol en zo dicht mogelijk bij realtime als technologisch haalbaar is vóór de publicatie van de dagelijkse lng-prijsraming (18.00 uur MET).

2. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van het tijdstip waarop lng-marktgegevens moeten worden ingediend vóór de dagelijkse publicatie van de in lid 1 bedoelde lng-prijsraming. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 29 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3. In voorkomend geval verstrekt ACER, na raadpleging van de Commissie, richtsnoeren over:

a) de bijzonderheden van de te rapporteren informatie, naast de huidige bijzonderheden van te rapporteren transacties en fundamentele gegevens uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014, met inbegrip van biedingen en aanbiedingen; en

b) de procedure, het standaardformaat en het elektronisch formaat en de technische en organisatorische vereisten voor het indienen van gegevens die moeten worden gebruikt om de vereiste lng-marktgegevens te verstrekken.

4. Lng-marktdeelnemers verstrekken ACER de vereiste lng-marktgegevens kosteloos en via de door ACER opgezette rapportagekanalen, waar mogelijk met gebruikmaking van reeds bestaande en beschikbare procedures.

Artikel 7 quinquies

Bedrijfscontinuïteit

ACER evalueert, actualiseert en publiceert regelmatig zijn methode voor de raming van de lng-referentieprijzen en voor de vaststelling van de lng-benchmark, alsook de methode die wordt gebruikt voor de rapportage van lng-marktgegevens en de publicatie van zijn lng-prijsramingen en lng-benchmarks, rekening houdend met de standpunten van de partijen die marktgegevens verstrekken.”.

[8] Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

[a] het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis. Met het oog op het verstrekken van gegevens over transacties, onder meer handelsorders, die zijn aangegaan, gesloten of uitgevoerd op georganiseerde markten, stellen die markten gegevens over het orderboek ter beschikking van het Agentschap of verlenen zij, op verzoek van het Agentschap, het Agentschap toegang tot het orderboek zodat het in staat is toezicht te houden op de handel.”; 

[b] in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. In de uitvoeringshandelingen wordt rekening gehouden met bestaande transactierapportagesystemen voor het toezicht op handelsactiviteiten om marktmisbruik op te sporen.”;

[c] in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:

“3. De in lid 4, punten a) tot en met d), bedoelde personen die transacties hebben gemeld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 600/2014 of Verordening (EU) nr. 648/2012, worden niet onderworpen aan een dubbele rapportageverplichting met betrekking tot die transacties.”;

[d] lid 4 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt d) wordt vervangen door:

“d) een georganiseerde markt, een systeem voor de matching van orders of een andere persoon die beroepshalve transacties tot stand brengt of uitvoert;”;

ii) de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

“De informatie wordt verstrekt via geregistreerde rapportagemechanismen.”;

[e] lid 5 wordt vervangen door:

“5.    Met het oog op toezicht op de handel op groothandelsmarkten voor energie verstrekken de marktdeelnemers aan ACER en de nationale regulerende instanties informatie aangaande de capaciteit en de benutting van productie-, opslag-, verbruik- en transmissiefaciliteiten voor elektriciteit of aardgas, en aangaande de capaciteit en de benutting van lng-installaties, met inbegrip van de geplande of ongeplande niet-beschikbaarheid van deze installaties, alsmede de voorwetenschap die overeenkomstig artikel 4 openbaar is gemaakt. De rapportageverplichtingen voor marktdeelnemers worden zo beperkt mogelijk gehouden door de nodige informatie of delen daarvan indien mogelijk te verzamelen uit bestaande bronnen.”.

[9] Artikel 9, lid 1, wordt vervangen door:

“1.    Marktdeelnemers die transacties aangaan die overeenkomstig artikel 8, lid 1, bij ACER moeten worden gemeld, laten zich registreren bij de nationale regulerende instantie in de lidstaat waar zij gevestigd of woonachtig zijn. Marktdeelnemers die in een derde land woonachtig of gevestigd zijn, melden een kantoor aan in een lidstaat waar zij actief zijn en laten zich registreren bij de nationale regulerende instantie van die lidstaat.”. 

[10] Het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 9 bis

Vergunningverlening aan en toezicht op de geregistreerde rapportagemechanismen

1.Voor de exploitatie van een RRM is een voorafgaande vergunning van het Agentschap vereist overeenkomstig dit artikel. 

Het Agentschap geeft partijen een vergunning als RRM indien:

(a)het RRM een in de Unie gevestigde rechtspersoon is; en

(b)het RRM voldoet aan de vereisten van dit artikel.

De vergunning om een RRM te exploiteren is effectief en geldig voor het volledige grondgebied van de Unie en staat de aanbieder van het RRM toe overal in de Unie de diensten aan te bieden waarvoor een vergunning is verleend. 

Een vergund RRM moet te allen tijde voldoen aan de in dit artikel bedoelde voorwaarden voor de vergunningverlening. Een vergund RRM stelt ACER zonder onnodige vertraging in kennis van materiële wijzigingen in de voorwaarden voor de vergunningverlening.

Het Agentschap zet een register op van alle RRM’s in de Unie. Het register is publiek beschikbaar en bevat informatie over de diensten waarvoor het RRM een vergunning heeft, en het wordt regelmatig bijgewerkt. Wanneer het Agentschap een vergunning voor een RRM heeft ingetrokken overeenkomstig lid 4, wordt die intrekking in het register bekendgemaakt voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van intrekking.

2.Het Agentschap beoordeelt regelmatig of de RRM’s deze verordening naleven. Daartoe brengen de RRM’s jaarlijks verslag uit aan het Agentschap over hun activiteiten.

3.De RRM’s beschikken over een adequaat beleid en afdoende regelingen om de op grond van artikel 8 vereiste informatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de termijnen die zijn vastgelegd in de krachtens lid 5 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandelingen, te verstrekken. 

De RRM’s treffen en handhaven effectieve administratieve regelingen om belangenconflicten met hun cliënten te voorkomen. Met name behandelt een RRM dat ook een OMP of een marktdeelnemer is, alle verzamelde informatie op niet-discriminerende wijze en treft en handhaaft het passende regelingen met het oog op de scheiding van verschillende bedrijfsfuncties.

De RRM’s beschikken over deugdelijke beveiligingsmechanismen om de beveiliging en authenticatie van de middelen voor de informatieoverdracht te garanderen, het risico op gegevenscorruptie en ongeoorloofde toegang tot een minimum te beperken, en te voorkomen dat informatie uitlekt door de vertrouwelijkheid van de gegevens te allen tijde te bewaren. Het RRM houdt voldoende middelen aan en beschikt over back-upvoorzieningen om zijn diensten aan te bieden en in stand te houden volgens de timing die is vastgelegd in de krachtens artikel 8, leden 2 en 6, vastgestelde uitvoeringshandelingen.

De RRM’s beschikken over systemen die transactiemeldingen doeltreffend op volledigheid kunnen controleren, door de marktdeelnemer veroorzaakte omissies en aperte fouten kunnen opsporen en, wanneer zich een fout of een omissie voordoet, nadere bijzonderheden over de fout of de omissie aan de marktdeelnemer kunnen meedelen en om de hernieuwde transmissie van dergelijke gebrekkige meldingen kunnen verzoeken.

De RRM’s beschikken over systemen waarmee zij fouten of omissies die het RRM zelf heeft veroorzaakt, kunnen opsporen, transactiemeldingen kunnen corrigeren en juiste en volledige transactiemeldingen aan het Agentschap kunnen toezenden, of opnieuw toezenden, naargelang het geval.

4.Het Agentschap kan de vergunning van een RRM intrekken indien het RRM:

(a)binnen 18 maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning, uitdrukkelijk te kennen geeft geen gebruik van de vergunning te zullen maken of tijdens de voorafgaande 18 maanden geen diensten heeft aangeboden;

(b)de vergunning door het afleggen van valse verklaringen of op een andere onregelmatige wijze heeft verkregen;

(c)niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder het zijn vergunning heeft gekregen;

(d)deze verordening ernstig en stelselmatig heeft geschonden.

Een RRM waarvan de vergunning is ingetrokken, neemt alle nodige maatregelen om de ordelijke vervanging te waarborgen, met inbegrip van de overdracht van gegevens aan andere RRM’s en de verlegging van rapporteringsstromen naar andere RRM’s. 

In voorkomend geval stelt het Agentschap de nationale bevoegde autoriteit in de lidstaat waar het RRM is gevestigd, zonder onnodige vertraging in kennis van een besluit om de vergunning van een RRM in te trekken.

5.De Commissie specificeert door middel van uitvoeringshandelingen:

(a)de middelen waarmee een RRM aan de informatieverplichting van lid 1 moet voldoen; en 

(b)de concrete organisatorische vereisten voor de uitvoering van de leden 2 en 3.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”.

[11] Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

[a] lid 1 wordt vervangen door:

“1. ACER stelt mechanismen vast voor het delen van de overeenkomstig artikel 7, lid 1, en artikel 8 ontvangen informatie met de Commissie, de nationale regulerende instanties, de bevoegde financiëlemarktautoriteiten, de nationale mededingingsautoriteiten, ESMA en andere betrokken instanties op het niveau van de Unie. Alvorens die mechanismen vast te stellen, raadpleegt ACER die autoriteiten.”;

[b] het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis. De nationale regulerende instanties stellen mechanismen vast voor het delen van de overeenkomstig artikel 7, lid 2, en artikel 8 ontvangen informatie met de bevoegde financiëlemarktautoriteiten, de nationale mededingingsautoriteiten, de nationale belastingdiensten en Eurofisc, en andere betrokken instanties op nationaal niveau. Alvorens die mechanismen vast te stellen, raadpleegt de nationale regulerende instantie het Agentschap en die partijen.”;

[c] het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

“2 bis. De nationale regulerende instanties geven toegang tot de in lid 1 bis van dit artikel bedoelde mechanismen enkel aan instanties die systemen hebben opgezet die de nationale regulerende instantie in staat stellen om aan de eisen van artikel 12, lid 1, te voldoen.”.

[13] Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

[a] in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie, de nationale regulerende instanties, de bevoegde financiële autoriteiten van de lidstaten, de nationale belastingdiensten en Eurofisc, de nationale mededingingsautoriteiten, ESMA en andere betrokken instanties waarborgen de vertrouwelijkheid, integriteit en bescherming van informatie die zij op grond van artikel 4, lid 2, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 5, of artikel 10 ontvangen en treffen maatregelen ter voorkoming van misbruik van dergelijke informatie, waaronder misbruik in de zin van de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming.”;

[b] lid 2 wordt vervangen door:

“2. Onverminderd de voorwaarden van artikel 17 kan ACER beslissen delen van de verkregen informatie publiek toegankelijk te maken op voorwaarde dat geen commercieel gevoelige informatie over afzonderlijke marktdeelnemers, transacties of markten openbaar wordt gemaakt of kan worden afgeleid. ACER wordt niet belet informatie over georganiseerde markten, IIP’s en RRM’s bekend te maken overeenkomstig de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming.”.

[14] Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

[a] lid 1 wordt vervangen door:

“1.    De nationale regulerende instanties zien erop toe dat de in de artikelen 3 en 5 vastgestelde verbodsbepalingen en de in de artikelen 4, 8, 9 en 15 vastgestelde verplichtingen worden toegepast.

De nationale regulerende instanties zijn bevoegd om alle op hun nationale groothandelsmarkten voor energie verrichte handelingen te onderzoeken en daartoe deze verordening te handhaven, ongeacht waar de overeenkomstig artikel 9, lid 1, geregistreerde marktdeelnemer die deze handelingen verricht, woonachtig of gevestigd is. 

Elke lidstaat zorgt ervoor dat de nationale regulerende instanties over de onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden beschikken die nodig zijn om die functie te kunnen uitoefenen. Die bevoegdheden worden op evenredige wijze uitgeoefend.

Die bevoegdheden kunnen als volgt worden uitgeoefend:

(a)rechtstreeks;

(b)in samenwerking met andere instanties; of

(c)middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

In voorkomend geval kunnen de nationale regulerende instanties hun onderzoeksbevoegdheden uitoefenen in samenwerking met georganiseerde markten, systemen voor de matching van orders of andere personen die beroepshalve transacties tot stand brengen of uitvoeren als bedoeld in artikel 8, lid 4, punt d).”;

[b] de volgende leden 3 tot en met 9 worden toegevoegd:

“3. Om inbreuken op de bepalingen van deze verordening te bestrijden, de handhavingsactiviteiten van de nationale regulerende instanties te ondersteunen en aan te vullen, en bij te dragen tot een uniforme toepassing van deze verordening in de gehele Unie, kan het Agentschap onderzoeken verrichten door de bij de artikelen 13 bis en 13 ter aan het Agentschap verleende bevoegdheden overeenkomstig die artikelen uit te oefenen.

4. Het Agentschap kan zijn bevoegdheden uitoefenen om ervoor te zorgen dat de in de artikelen 3 en 5 vastgestelde verbodsbepalingen en de in artikel 4 vastgestelde verplichtingen worden toegepast wanneer:

(a)handelingen worden of zijn uitgevoerd met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten met levering in ten minste drie lidstaten; of

(b)handelingen worden of zijn uitgevoerd met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten met levering in ten minste twee lidstaten en ten minste één van de natuurlijke of rechtspersonen die deze handelingen uitvoeren of hebben uitgevoerd, woonachtig of gevestigd is in een derde land, maar op grond van artikel 9, lid 1, geregistreerd is; of

(c)de bevoegde nationale regulerende instantie, onverminderd de in artikel 16, lid 5, bedoelde afwijkingen, niet onmiddellijk de nodige maatregelen neemt om te voldoen aan het in artikel 16, lid 4, punt b), bedoelde verzoek van het Agentschap; of

(d)de relevante informatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van deze verordening waarschijnlijk aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de prijzen van voor de groothandel bestemde energieproducten met levering in ten minste drie lidstaten.

5. Het Agentschap kan zijn bevoegdheden uitoefenen om ervoor te zorgen dat aan de verplichtingen van artikel 15 wordt voldaan indien de personen beroepshalve transacties tot stand brengen of uitvoeren met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten met levering in ten minste drie lidstaten.

6. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden houdt het Agentschap rekening met lopende of reeds uitgevoerde onderzoeken op grond van deze verordening met betrekking tot dezelfde zaken door een nationale regulerende instantie, alsmede met de grensoverschrijdende gevolgen van het onderzoek.

7. Na voltooiing van de maatregelen die het heeft genomen in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden uit hoofde van lid 4, stelt het Agentschap een verslag op. Het verslag wordt openbaar gemaakt met inachtneming van de vertrouwelijkheidsvereisten. Indien het Agentschap concludeert dat er een inbreuk op deze verordening is gepleegd, stelt het de nationale regulerende instanties van de betrokken lidstaat of lidstaten daarvan in kennis en eist het dat de inbreuk wordt aangepakt overeenkomstig artikel 18. Het Agentschap kan de relevante nationale regulerende instanties een bepaalde follow-up aanbevelen en, indien nodig, de Commissie daarvan in kennis stellen.”. 

[15] De volgende artikelen 13 bis tot en met 13 quinquies worden ingevoegd:

“Artikel 13 bis 

Inspecties ter plaatse door het Agentschap

1.Het Agentschap bereidt inspecties ter plaatse voor en voert deze uit in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.

2.Om aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening te voldoen, kan het Agentschap alle nodige inspecties ter plaatse verrichten in elk gebouw van de aan het onderzoek onderworpen personen. Wanneer dit voor een behoorlijke en efficiënte uitvoering van de inspectie vereist is, kan het Agentschap die inspectie ter plaatse onaangekondigd verrichten. 

3.De functionarissen van het Agentschap en andere personen die door het Agentschap gemachtigd zijn om een inspectie ter plaatse te verrichten, kunnen alle gebouwen van de personen die voorwerp zijn van een door het Agentschap uit hoofde van lid 6 genomen onderzoeksbesluit, betreden en hebben alle in dit artikel bedoelde bevoegdheden. Zij zijn tevens bevoegd tot het verzegelen van alle gebouwen, eigendommen en boeken of bescheiden van het bedrijf voor de duur van en voor zover vereist voor de inspectie. 

4.Het Agentschap stelt de nationale regulerende instantie en andere betrokken instanties van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht, tijdig vóór de inspectie hiervan in kennis. Inspecties op grond van dit artikel worden uitgevoerd op voorwaarde dat de betrokken autoriteit heeft bevestigd dat zij geen bezwaar maakt tegen die inspecties. 

5.De functionarissen van het Agentschap en andere personen die door het Agentschap zijn gemachtigd om een inspectie ter plaatse uit te voeren, oefenen hun bevoegdheden uit na overlegging van een schriftelijke machtiging waarin het voorwerp en het doel van de inspectie worden vermeld. 

6.De in dit artikel bedoelde personen onderwerpen zich aan inspecties ter plaatse die zijn gelast bij een besluit dat door het Agentschap wordt vastgesteld. Het besluit vermeldt het voorwerp en het doel van de inspectie, de datum waarop de inspectie zal aanvangen, de krachtens Verordening (EU) 2019/942 beschikbare rechtsmiddelen en het recht om bij het Hof van Justitie tegen het besluit beroep in te stellen. Alvorens een dergelijk besluit vast te stellen, raadpleegt het Agentschap de nationale regulerende instantie van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht.

7.De functionarissen van en de personen die zijn gemachtigd of aangesteld door de nationale regulerende instantie van de lidstaat waar de inspectie zal worden verricht, verlenen op verzoek van het Agentschap actief bijstand aan de functionarissen van het Agentschap en andere door het Agentschap gemachtigde personen. Daartoe beschikken zij over de in dit artikel bedoelde bevoegdheden. Functionarissen van de nationale regulerende instantie kunnen op verzoek eveneens bij de inspectie ter plaatse aanwezig zijn.

8.Wanneer functionarissen van of personen die zijn gemachtigd of aangesteld door het Agentschap vaststellen dat een persoon zich tegen een uit hoofde van dit artikel gelaste inspectie verzet, verleent de nationale regulerende instantie van de betrokken lidstaat hun of andere relevante nationale regulerende instanties de nodige bijstand om hen in staat te stellen hun inspectie ter plaatse te verrichten, zo nodig door een beroep te doen op de politie of een gelijkwaardige rechtshandhavingsautoriteit.

9.Indien het nationale recht voorschrijft dat voor de in lid 1 bedoelde inspectie ter plaatse of voor de in de leden 7 en 8 bedoelde bijstand de toestemming van een rechterlijke instantie is vereist, vraagt het Agentschap ook om die toestemming. Het Agentschap kan die toestemming ook bij wijze van voorzorgsmaatregel vragen.

10.Wanneer het Agentschap om toestemming als bedoeld in lid 9 verzoekt, gaat de nationale rechterlijke instantie na of:

(a)de beslissing van het Agentschap authentiek is; en

(b)de te nemen maatregelen evenredig zijn en niet willekeurig of buitensporig zijn in verhouding tot het voorwerp van de inspectie. 

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), mag de nationale rechterlijke instantie het Agentschap om nadere toelichting verzoeken, met name met betrekking tot de redenen die het Agentschap heeft om aan te nemen dat er sprake is van een inbreuk als bedoeld in artikel 13, lid 3, en met betrekking tot de ernst van de vermoedelijke inbreuk en de aard van de betrokkenheid van de aan het onderzoek onderworpen persoon. In afwijking van artikel 28 van Verordening (EU) 2019/942 kan het besluit van het Agentschap uitsluitend door het Hof van Justitie worden getoetst.

Artikel 13 ter

Verzoek om informatie

1.Op verzoek van het Agentschap verstrekt iedere persoon de informatie die het Agentschap nodig heeft om zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen. In zijn verzoek doet het Agentschap het volgende:

(a)het vermeldt dit artikel als rechtsgrondslag voor het verzoek;

(b)het vermeldt het doel van het verzoek;

(c)het vermeldt welke informatie wordt verlangd, in welk gegevensformaat;

(d)het bepaalt een met het verzoek evenredige termijn waarbinnen de informatie moet worden verstrekt;

(e)het stelt de persoon ervan in kennis dat het antwoord op het verzoek om informatie niet onjuist of misleidend mag zijn.

2.Het Agentschap is bevoegd om besluiten te nemen met het oog op de in lid 1 bedoelde verzoeken om informatie. In een dergelijk besluit vermeldt het Bureau, naast de vereisten van lid 1, het recht om tegen het besluit beroep in te stellen bij de raad van beroep van het Agentschap en om tegen het besluit een beroep in te leiden bij het Hof van Justitie overeenkomstig de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) 2019/942.

3.De in lid 1 bedoelde personen of hun vertegenwoordigers verstrekken de gevraagde informatie. De personen zijn er volledig verantwoordelijk voor dat de verstrekte informatie volledig, correct en niet misleidend is.

4.Wanneer functionarissen van of personen die zijn gemachtigd of aangesteld door het Agentschap vaststellen dat een persoon weigert de gevraagde informatie te verstrekken, verleent de nationale regulerende instantie van de betrokken lidstaat hun of andere relevante nationale regulerende instanties de nodige bijstand om de nakoming van de in lid 3 bedoelde verplichting te waarborgen, onder meer door sancties op te leggen overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.

5.Wanneer functionarissen van of personen die zijn gemachtigd of aangesteld door het Agentschap vaststellen dat een persoon weigert de gevraagde informatie te verstrekken, kan het Agentschap conclusies trekken op basis van beschikbare informatie.

6.Het Agentschap zendt onverwijld een kopie van het verzoek uit hoofde van lid 1 of van het besluit uit hoofde van lid 2 toe aan de nationale regulerende instanties van de betrokken lidstaten.

Artikel 13 quater

Procedurele waarborgen

1.Het Agentschap voert inspecties ter plaatse uit en verzoekt om informatie met volledige inachtneming van de procedurele waarborgen van marktdeelnemers, met inbegrip van:

(a)het recht om geen zelfincriminerende verklaringen af te leggen;

(b)het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze;

(c)het recht om een van de officiële talen te gebruiken van de lidstaat waar de inspectie ter plaatse plaatsvindt;

(d)het recht om opmerkingen te maken over feiten die hen betreffen;

(e)het recht om een kopie van het verslag van het onderhoud te ontvangen en die goed te keuren of opmerkingen toe te voegen.

2.Het Agentschap wint bewijsmateriaal in voor en tegen de marktdeelnemer, voert inspecties ter plaatse uit en verzoekt om informatie op objectieve en onpartijdige wijze en met inachtneming van het beginsel van het vermoeden van onschuld.

3.Het Agentschap voert inspecties ter plaatse uit en verzoekt om informatie met volledige inachtneming van de toepasselijke vertrouwelijkheidsregels en de regels inzake gegevensbescherming van de Unie.

Artikel 13 quinquies

Wederzijdse bijstand

1.Om de naleving van de desbetreffende vereisten van deze verordening te waarborgen, verlenen de nationale regulerende instanties en het Agentschap elkaar bijstand.”.

[15] Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

“Artikel 15

Verplichtingen van personen die beroepshalve transacties tot stand brengen of uitvoeren

Personen die beroepshalve transacties in voor de groothandel bestemde energieproducten tot stand brengen of uitvoeren en een redelijk vermoeden hebben dat een handelsorder of een transactie, met inbegrip van elke annulering of wijziging daarvan, in strijd is met artikel 3, 4 of 5, stellen het Agentschap en de relevante nationale regulerende instantie daarvan onverwijld in kennis.

Personen die beroepshalve transacties met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten tot stand brengen of uitvoeren, stellen doeltreffende maatregelen en procedures vast, en houden deze ook in stand, om:

a)     inbreuken op de bepalingen van de artikelen 3, 4 of 5 op te sporen;

b)    te waarborgen dat hun werknemers die voor de toepassing van dit artikel toezichtactiviteiten uitvoeren, geen belangenconflicten hebben en onafhankelijk handelen.”.

[16] Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

[a] in lid 1 wordt de vierde alinea vervangen door:

“Nationale regulerende instanties, bevoegde financiële autoriteiten, de nationale mededingingsautoriteit en de nationale belastingdienst van een lidstaat kunnen passende vormen van samenwerking aangaan om doeltreffend en efficiënt onderzoek en handhaving te waarborgen en bij te dragen aan een coherente en consistente benadering van onderzoek en gerechtelijke procedures, alsmede aan de handhaving van de verordening en de relevante financiële en mededingingswetgeving.”;

[b] aan lid 2 wordt de volgende derde alinea toegevoegd:

“Uiterlijk dertig dagen voordat een definitief besluit over een inbreuk op deze verordening wordt genomen, stellen de nationale regulerende instanties het Agentschap daarvan in kennis en verstrekken zij het een samenvatting van de zaak en het beoogde besluit. Het Agentschap houdt een openbare lijst bij van dergelijke besluiten op grond van deze verordening, met inbegrip van de datum van het besluit, de naam van de personen waaraan een sanctie is opgelegd, het artikel van deze verordening dat is geschonden, en de toegepaste sanctie. Met het oog op die bekendmaking verstrekken de nationale regulerende instanties deze informatie aan het Agentschap binnen zeven dagen nadat het besluit is genomen.”;

[c] aan lid 3 wordt het volgende punt e) toegevoegd:

“e) stellen het Agentschap en de nationale regulerende instanties de bevoegde nationale belastingdiensten en Eurofisc in kennis van redelijke vermoedens dat op de groothandelsmarkt voor energie handelingen worden of zijn uitgevoerd die waarschijnlijk belastingfraude vormen.”.

[16] De volgende artikelen 16 bis en 16 ter worden ingevoegd:

“Artikel 16 bis

Delegatie van taken en verantwoordelijkheden

1.Nationale regulerende instanties kunnen, met instemming van de gedelegeerde, taken en verantwoordelijkheden aan de andere nationale regulerende instanties delegeren overeenkomstig het bepaalde in dit artikel. De lidstaten kunnen specifieke regelingen betreffende de delegatie van verantwoordelijkheden vaststellen waaraan moet zijn voldaan voordat hun nationale regulerende instanties dergelijke delegatieovereenkomsten sluiten, en kunnen de werkingssfeer van de delegatie beperken tot hetgeen nodig is om effectief toezicht op marktdeelnemers of groepen mogelijk te maken. 

2.De nationale regulerende instanties brengen het Agentschap op de hoogte van delegatieovereenkomsten die zij voornemens zijn te sluiten. Zij doen de overeenkomsten op zijn vroegst één maand na het op de hoogte brengen van het Agentschap in werking treden.

3.Het Agentschap kan binnen één maand na op de hoogte te zijn gebracht een advies over de voorgenomen delegatieovereenkomst geven.

4.Het Agentschap publiceert op passende manieren elke delegatieovereenkomst zoals door de nationale regulerende instanties gesloten, om te verzekeren dat alle betrokken partijen op passende wijze op de hoogte worden gebracht.

Artikel 16 ter

Richtsnoeren en aanbevelingen

1.Teneinde consistente, doelmatige en doeltreffende toezichtpraktijken in de Unie te bewerkstelligen en toe te zien op de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het recht van de Unie, brengt het Agentschap richtsnoeren en aanbevelingen uit aan alle nationale regulerende instanties of alle marktdeelnemers en doet het aanbevelingen aan een of meer nationale regulerende instanties of aan een of meer marktdeelnemers over de toepassing van de artikelen 4 bis, 8 en 9 bis. 

2.Het Agentschap houdt, waar passend, openbare raadplegingen over de richtsnoeren en aanbevelingen die het uitbrengt, en analyseert de potentiële kosten en baten van het uitbrengen van dergelijke richtsnoeren en aanbevelingen. Die raadplegingen en analysen staan in verhouding tot de reikwijdte, de aard en het effect van de richtsnoeren of aanbevelingen.

3.De nationale regulerende instanties en de marktdeelnemers stellen alles in het werk om aan die richtsnoeren en aanbevelingen te voldoen.

4.Binnen twee maanden nadat een richtsnoer of aanbeveling is uitgebracht, deelt elke nationale regulerende instantie mee of zij dat richtsnoer of die aanbeveling in acht neemt of van plan is in acht te nemen. Indien een nationale regulerende instantie een richtsnoer of aanbeveling niet in acht neemt of niet van plan is dat te doen, stelt zij het Agentschap daarvan in kennis, met opgave van de redenen.

5.Het Agentschap maakt bekend dat een nationale regelgevende instantie dat richtsnoer of die aanbeveling niet in acht neemt of niet van plan is dat te doen. Het Agentschap kan ook besluiten de door de nationale regulerende instantie aangevoerde redenen voor het niet in acht nemen van dat richtsnoer of die aanbeveling bekend te maken. De nationale regulerende instantie ontvangt vooraf een kennisgeving van die bekendmaking.

6.Indien zulks in dat richtsnoer of die aanbeveling is voorgeschreven, melden de marktdeelnemers op duidelijke en gedetailleerde wijze of zij dat richtsnoer of die aanbeveling in acht nemen.

7.Het Agentschap neemt de richtsnoeren en aanbevelingen die het heeft uitgebracht, op in het in artikel 19, lid 1, punt k), van Verordening (EU) 2019/942 bedoelde verslag.”.

[18] Artikel 17, lid 3, wordt vervangen door:

“3.   Vertrouwelijke informatie waarvan de in lid 2 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, mag aan geen enkele andere persoon of instantie worden bekendgemaakt, behalve in een samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat individuele marktdeelnemers niet herkenbaar zijn, onverminderd de gevallen die onder het strafrecht, onder de overige bepalingen van deze verordening of onder andere toepasselijke wetgeving van de Unie vallen.”.

[19] Artikel 18 wordt vervangen door:

“1. De lidstaten stellen de regels inzake sancties vast die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en treffen alle maatregelen die nodig zijn om de daadwerkelijke toepassing van die sancties te garanderen. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, afschrikkend en evenredig zijn en een afspiegeling vormen van de aard, de duur en de ernst van de overtreding, de schade voor de consumenten en de winst die potentieel door de handel met voorwetenschap of de marktmanipulatie werd gerealiseerd.

Onverminderd strafrechtelijke sancties en de toezichtbevoegdheden van de nationale regulerende instanties uit hoofde van artikel 13, zorgen de lidstaten er, overeenkomstig het nationale recht, voor dat de nationale regulerende instanties de bevoegdheid krijgen om passende administratieve sancties en andere administratieve maatregelen vast te stellen met betrekking tot de in artikel 13, lid 1, bedoelde inbreuken op deze verordening.

De lidstaten stellen de Commissie en het Agentschap in detail in kennis van die bepalingen en delen eventuele latere wijzigingen daarop onverwijld mee.

2. De lidstaten zorgen er overeenkomstig het nationale recht en het ne bis in idem-beginsel voor dat de nationale regulerende instanties de bevoegdheid hebben om ten minste de volgende administratieve sancties op te leggen en ten minste de volgende administratieve maatregelen te nemen in verband met inbreuken op de bepalingen van deze verordening:

(a)een besluit vaststellen waarbij de persoon wordt gelast de inbreuk te beëindigen;

(b)de terugbetaling vorderen van de door de inbreuk behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover deze kunnen worden bepaald; 

(c)een waarschuwing doen uitgaan of een mededeling doen aan het publiek;

(d)een besluit vaststellen waarbij dwangsommen worden opgelegd;

(e)een besluit vaststellen waarbij administratieve geldboeten worden opgelegd; 

met betrekking tot rechtspersonen, maximale administratieve geldboeten van ten minste:

i)    voor inbreuken op de artikelen 3 en 5: 15 % van de totale omzet in het voorafgaande boekjaar;

ii)    voor inbreuken op de artikelen 4 en 15: 2 % van de totale omzet in het voorafgaande boekjaar;

iii)    voor inbreuken op de artikelen 8 en 9: 1 % van de totale omzet in het voorafgaande boekjaar;

met betrekking tot natuurlijke personen, maximale administratieve geldboeten van ten     minste:

i)    voor inbreuken op de artikelen 3 en 5: 5 000 000 EUR;

ii)    voor inbreuken op de artikelen 4 en 15: 1 000 000 EUR;

iii)    voor inbreuken op de artikelen 8 en 9: 500 000 EUR.

Onverminderd punt e) bedraagt de geldboete niet meer dan 20 % van de jaaromzet van de betrokken rechtspersoon in het voorafgaande boekjaar. In het geval van natuurlijke personen bedraagt de geldboete niet meer dan 20 % van de jaarlijkse inkomsten in het voorafgaande kalenderjaar. Wanneer de persoon direct of indirect financieel voordeel heeft gehad bij de inbreuk, is het bedrag van de geldboete ten minste gelijk aan dat voordeel.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale regulerende instantie de maatregelen of sancties die worden opgelegd voor schending van deze verordening aan het publiek openbaar mag maken, tenzij deze openbaarmaking onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2019/942

Verordening (EU) 2019/942 wordt als volgt gewijzigd:

[1] In artikel 6 wordt lid 8 geschrapt.

[2] In artikel 12 wordt punt c) vervangen door:

“c) onderzoek op grond van de artikelen 13, 13 bis, 13 ter en 16 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 doen en coördineren.”.

[3] Artikel 32, lid 1, wordt vervangen door:

“1. Aan ACER is een vergoeding verschuldigd voor het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van informatie die op grond van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 is gerapporteerd door marktdeelnemers of namens hen rapporterende entiteiten en voor de openbaarmaking van voorwetenschap op grond van de artikelen 4 en 4 bis van Verordening (EU) nr. 1227/2011. De vergoedingen worden betaald door geregistreerde rapportagemechanismen en platformen voor voorwetenschap. Inkomsten uit die vergoedingen kunnen ook dienen voor de kosten van ACER voor de uitoefening van de toezicht- en onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van de artikelen 13, 13 bis, 13 ter en 16 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.”.

Artikel 3

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:

[1] Het volgende artikel 7 bis wordt toegevoegd:

“Artikel 7 bis

Kwaliteit van lng-marktgegevens

1.De lng-marktgegevens omvatten:

(a)de partijen bij het contract, met inbegrip van de aan-/verkoopindicator;

(b)de rapporterende partij;

(c)de transactieprijs;

(d)het contractuele volume;

(e)de waarde van het contract;

(f)het aankomstvenster voor de lng-lading;

(g)de leveringsvoorwaarden;

(h)de leveringspunten;

(i)de tijdstempelinformatie op alle volgende punten:

i)    de datum en het tijdstip waarop de bieding of de aanbieding wordt gedaan;

ii)    de datum en het tijdstip van de transactie;

iii)    de datum en het tijdstip van melding van de bieding, de aanbieding of de transactie;

iv)    de ontvangst van lng-marktgegevens door ACER.

2.Lng-marktdeelnemers verstrekken ACER lng-marktgegevens in de volgende eenheden en valuta’s:

(a)de transactie-, bied- en eenheidsprijzen worden gerapporteerd in de in het contract gespecificeerde valuta en in EUR/MWh en omvatten, indien van toepassing, de toegepaste omrekenings- en wisselkoersen;

(b)de contractuele volumen worden gerapporteerd in de eenheden als gespecificeerd in de contracten en in MWh;

(c)aankomstvensters worden gerapporteerd als leveringsdata, uitgedrukt in UTC-formaat;

(d)voor het leveringspunt wordt een geldige in de lijst van ACER opgenomen identificatiecode vermeld, zoals opgenomen in de lijst van lng-installaties die onderworpen zijn aan rapportage op grond van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014; de tijdstempelinformatie wordt gerapporteerd in UTC-formaat; (eventueel te vervangen door kruisverwijzingen)

(e)indien relevant, wordt de prijsformule in het langetermijncontract waarvan de prijs is afgeleid, integraal vermeld. 

3.ACER verstrekt richtsnoeren met betrekking tot de criteria op grond waarvan één indiener een aanzienlijk deel van de binnen een bepaalde referentieperiode ingediende lng-marktgegevens voor zijn rekening neemt en hoe die situatie moet worden aangepakt in zijn dagelijkse lng-prijsraming en lng-benchmarks.”.

Artikel 4
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM “AGENTSCHAPPEN”

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

1.4.4.Prestatie-indicatoren

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

 
FINANCIEEL MEMORANDUM “AGENTSCHAPPEN”

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011 en (EU) 2019/942 ter verbetering van de bescherming van de EU tegen marktmanipulatie.

 

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Beleidsterrein: energie

Activiteit: Europese Green Deal

1.3.Het voorstel betreft: 

X een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 18  

X de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging van een of meer acties tot een andere/een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en) 

Zie toelichting.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en) 

Zie het deel “Motivering van het voorstel/initiatief” hieronder.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De aanvullende middelen stellen ACER en DG Energie in staat het krachtens Uniewetgeving voor de vervulling van hun taken overeenkomstig de eisen van dit voorstel vereiste mandaat uit te voeren.

1.4.4.Prestatie-indicatoren 

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Zie het gedeelte van de toelichting over de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten van het initiatief.

a)    Doeltreffendheid en tijdigheid: de indicatoren moeten het mogelijk maken de prestaties te monitoren door regelmatig informatie te verstrekken over de voortgang en over de resultaten in de loop van de programmeringsperiode.

b)    Efficiëntie: de processen voor het verzamelen en verwerken van gegevens moeten worden geoptimaliseerd, waarbij onnodige of overlappende verzoeken om informatie moeten worden vermeden.

c)    Relevantie van de indicatoren en de noodzaak om de daarmee gepaard gaande administratieve lasten te beperken.

d)    Helderheid: de indicatoren moeten in een duidelijke en begrijpelijke vorm worden verstrekt, met ondersteunende metagegevens en in een vorm die een goede interpretatie en zinvolle communicatie vergemakkelijkt.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

ACER 

Specifieke doelstelling 1: bevoegdheden inzake vergunningverlening aan en toezicht op geregistreerde rapportagemechanismen en platformen voor de openbaarmaking van voorwetenschap 

Volgens dit wetgevingsvoorstel wordt ACER belast met het verlenen van vergunningen aan en het toezicht op platformen voor voorwetenschap (Inside Information Platforms of IIP’s) en geregistreerde rapportagemechanismen (Registered Reporting Mechanisms of RRM’s). Dit gaat verder dan de huidige registratie van deze entiteiten.

De toezichttaken zouden bestaan uit het verlenen van vergunningen aan IIP’s en RRM’s en dagelijks toezicht, en zouden dus worden afgestemd op de toezichtbevoegdheden van de ESMA met betrekking tot transactieregisters, goedgekeurde rapportagemechanismen en andere datarapporteringsdiensten. ACER zal ook rechtstreekse onderzoeksbevoegdheden hebben ten aanzien van IIP’s en RRM’s en krijgt aanvullende bevoegdheden voor het uitbrengen van richtsnoeren en aanbevelingen om de reikwijdte van de gegevensverzameling beter te verduidelijken.

IIP’s en RRM’s zijn relatief nieuwe structuren en het aantal registraties zal naar verwachting hoog zijn. Gezien het grote aantal RRM’s (104 per 1 januari 2023) en IIP’s (19 per 1 januari 2023) zal ACER op basis van het nieuwe rechtskader zijn toezichtinspanningen voor de bovengenoemde nieuwe toezichtactiviteiten moeten opvoeren. Daarom moet het Agentschap extra gespecialiseerd personeel in dienst nemen voor het toezicht op deze entiteiten. Deze behoefte aan personele middelen kan worden geraamd op vijf vte’s (waarvan één IT-deskundige voor het beheer van de respectieve zakelijke IT-systemen en de cyberbeveiliging daarvan).

Specifieke doelstelling 2: centralisatie van de verzameling van STOR’s op EU-niveau bij ACER en toezicht op in de hele EU actieve PPAET’s bij ACER 

Het huidige artikel 15 van Remit heeft geleid tot een decentralisatie van de kennis over mogelijke situaties van marktmisbruik in de hele EU, aangezien de NRI’s niet verplicht zijn rapporten met betrekking tot verdachte transacties of orders (STOR’s) die zij in het kader van artikel 15 ontvangen, te delen met andere NRI’s of met ACER (hoewel sommige dat wel doen). Ook heeft dat artikel er niet voor gezorgd dat het toezichtteam van ACER kan profiteren van de in deze STOR’s vervatte kennis ten behoeve van de ontwikkeling van een toezichtstrategie voor de hele EU.

De voorgestelde wijzigingen van Remit strekken ertoe ACER te belasten met de verzameling van alle STOR’s van alle PPAET’s in heel Europa (ACER als centraal knooppunt).

Met het oog op de berekening van de personele middelen die nodig zijn voor deze activiteit, heeft ACER een raming gemaakt van het aantal STOR’s dat het zou ontvangen van 2024 tot en met 2026, uitgaande van het aantal STOR’s waarvan het op de hoogte is voor het jaar 2022 (meestal STOR’s die zijn opgenomen in aan het Agentschap gemelde gevallen), gecorrigeerd op basis van de bredere werkingssfeer van artikel 15 (waaronder nu ook verdachte inbreuken op artikel 4 en alle STOR’s vallen). ACER schatte dat het aantal STOR’s zou toenemen naar rato van twee derde van de jaarlijkse groei die de afgelopen zes jaar werd waargenomen. Het aantal STOR’s dat ACER zou ontvangen, werd dan geraamd op 236 in 2024, 248 in 2025 en 260 in 2026.

Om de deeltaken in verband met deze activiteit te kunnen vervullen, verwacht ACER twee extra vte’s nodig te hebben.

Wat PPAET’s betreft, zal ACER de verantwoordelijkheid hebben om na te gaan of PPAET’s die in de hele EU actief zijn (d.w.z. producten aanbieden voor drie of meer leveringszones in verschillende lidstaten), doeltreffende regelingen en procedures handhaven om inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 van Remit op te sporen.

Om de voor deze activiteit benodigde personele middelen te berekenen, heeft ACER het aantal PPAET’s geraamd waarop het van 2025 tot 2027 toezicht zou houden. ACER is uitgegaan van de lijst van huidige PPAET’s en is nagegaan welke PPAET’s voldoen aan de criteria van het nieuwe artikel 15 (d.w.z. PPAET’s die transacties tot stand brengen of uitvoeren in ten minste drie lidstaten). ACER verwacht dat het toezicht zal houden op 34 PPAET’s (d.i. minder dan 30 % van het totale aantal PPAET’s).

Voor de uitvoering van de deeltaken in verband met deze activiteit (PPAET-audits en PPAET-coördinatie) is naar schatting één extra vte nodig.

Specifieke doelstelling 3: aanvullende onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden van ACER bij mogelijke inbreuken op Remit 

Remit wordt gewijzigd zodat ACER in specifieke omstandigheden (d.w.z. ten minste drie producten met levering in verschillende lidstaten; of twee of meer producten met levering in verschillende lidstaten waarbij de natuurlijke of rechtspersoon die de handelingen verricht, geregistreerd of gevestigd is in een derde lidstaat of buiten de EU) erop toe kan zien dat de verbodsbepalingen van de artikelen 3 en 5 en de verplichtingen uit hoofde van artikel 4 worden toegepast.

Deze bevoegdheden brengen voor het Agentschap een nieuwe reeks taken mee, waaronder alle procedurele taken in verband met het openen van onderzoeken, het verzamelen van informatie (verwerken van verzoeken om informatie, mondelinge hoorzittingen, organisatie van inspecties enz.), het analyseren van informatie en het trekken van voorlopige conclusies over inbreuken (rapporten).

Eind 2022 voldeden 13 lopende zaken aan deze criteria (ongeveer 3,7 % van het totale aantal lopende zaken), waarvan er 9 werden gemeld in 2022. Het aantal nieuwe zaken dat onder de bevoegdheid van ACER zou vallen, zou volgens schattingen in de periode 2024-2026 jaarlijks met 13,6 % toenemen, d.i. twee derde van het groeipercentage voor dat soort zaken tussen 2017 en 2022. Op basis van deze veronderstellingen kan het aantal zaken dat onder de bevoegdheid van ACER zou vallen, worden geraamd op 19 in 2024, 21 in 2025 en 24 in 2026. Tegelijkertijd zal ACER ook de belangrijkste gevallen die aan de bovengenoemde criteria voldoen, kunnen onderzoeken.

Op basis van ervaring met soortgelijke taken van DG COMP wordt geschat dat ACER elf extra vte’s nodig heeft om de subtaken in verband met deze activiteit uit te voeren.

Rekening houdend met mogelijke problemen om gekwalificeerd personeel te vinden, zullen de in totaal 19 extra vte’s geleidelijk worden aangeworven tussen 2025 en 2027.

Overheadkosten 

Die extra vte’s zoals hierboven beschreven omvatten niet de overhead. Met toepassing van een overheadpercentage van 30 % betekent dit zes extra vte’s, in de vorm van drie AST’s en drie AST/SC’s, bij voorkeur ter vervanging van uitzendkrachten. Deze extra vte’s zijn onder meer nodig om het extra personeel aan te werven, en zijn dus nodig vanaf 2025.

ENER 

Momenteel werken minder dan 0,5 vte’s aan Remit in DG Energie. Gezien de prominentere rol van Remit tegen de achtergrond van de huidige energiecrisis is de werklast in ENER toegenomen en zijn ongeveer twee vte’s nodig.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

Zie toelichting.

 

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De ervaring met eerdere wetgevingsvoorstellen heeft aangetoond dat de personeelsbehoeften van ACER gemakkelijk worden onderschat. Om een herhaling van de ervaring met het derde internemarktpakket van 2009 te voorkomen, toen een onderschatting van de personeelsbehoeften resulteerde in structurele onderbezetting (pas definitief opgelost vanaf de EU-begroting voor 2022), worden de personeelsbehoeften voor dit voorstel geraamd voor verscheidene jaren in de toekomst.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Dit initiatief is opgenomen in het werkprogramma van de Commissie voor 2023 als onderdeel van de Europese Green Deal.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

De vte’s zijn nodig voor extra taken, en ook de bestaande taken worden in de voorzienbare toekomst niet minder. Het voorstel voorziet ook in een permanente uitbreiding van de bevoegdheid van ACER met betrekking tot de uitvoering van de lng-benchmark (5 vte’s in het kader van het financieel memorandum bij Commissievoorstel COM(2022) 549 van 18.10.2022).

Voor zover wettelijk mogelijk, worden de extra vte’s gefinancierd uit de bestaande vergoedingsregeling voor de taken van ACER op grond van Remit. Daartoe breidt het voorstel de bevoegdheden van ACER om vergoedingen te heffen uit tot de nieuw opgerichte platformen voor voorwetenschap en wordt verduidelijkt dat ACER de kosten voor de uitoefening van zijn uitgebreide onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden uit vergoedingen kan financieren. De schrapping van het huidige artikel 32, lid 1, punt a), leidt niet tot minder inkomsten voor ACER, aangezien er tot dusver geen gebruik is gemaakt van deze bepaling. Dat heeft te maken met het geringe aantal gevallen, waardoor de administratieve kosten voor het opzetten en uitvoeren van een vergoedingsregeling onevenredig zouden zijn.

Onder voorbehoud van de herziening van het besluit inzake vergoedingen 19 wordt geschat dat ongeveer twee derde van de extra vte’s door vergoedingen zou worden gedekt.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

X onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting 20  

X Direct beheer door de Commissie via

   uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

X Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

 internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

 de EIB en het Europees Investeringsfonds;

X de in de artikelen 70 en 71 bedoelde organen;

 publiekrechtelijke organen;

 privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

 privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

 personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Opmerkingen

 

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Krachtens zijn financiële regeling moet ACER in het kader van zijn programmeringsdocument een jaarlijks werkprogramma indienen, inclusief nadere informatie over de financiële en personele middelen voor iedere uitgevoerde activiteit.

ACER brengt maandelijks verslag uit aan DG ENER over de uitvoering van de begroting, met inbegrip van vastleggingen, en over betalingen per begrotingstitel en vacaturepercentages per personeelstype.

Daarnaast wordt DG ENER rechtstreeks vertegenwoordigd in de bestuursorganen van ACER. Via zijn vertegenwoordigers in de raad van bestuur wordt DG ENER op elke vergadering tijdens het jaar op de hoogte gesteld van het gebruik van de begroting en de personeelsformatie.

Tot slot moet ACER, ook in overeenstemming met de financiële regels, in de raad van bestuur en via het jaarlijkse activiteitenverslag, jaarlijks verslag uitbrengen over zijn activiteiten en het gebruik van middelen.

De taken die rechtstreeks door DG ENER worden uitgevoerd, volgen de jaarlijkse planning- en monitoringcyclus, zoals die wordt gevolgd in de Commissie en de uitvoerende agentschappen, met inbegrip van de verslaglegging over de resultaten via het jaarlijks activiteitenverslag van DG ENER.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en) 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

ACER moet weliswaar nieuwe deskundigheid ontwikkelen, maar het is toch het meest kostenefficiënt om de nieuwe taken op grond van dit voorstel toe te wijzen aan een bestaand agentschap dat al soortgelijke taken vervult.

DG ENER heeft een controlestrategie opgezet om zijn betrekkingen met ACER te beheren, als onderdeel van het internecontrolekader van de Commissie van 2017. ACER heeft in december 2018 zijn eigen internecontrolekader herzien en vastgesteld.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

Het voornaamste risico is dat er een foute raming is gemaakt van de werklast die voortvloeit uit dit voorstel, dat nieuwe taken met zich meebrengt. Deze risico’s moeten worden aanvaard, omdat de ervaring leert dat het zeer moeilijk is om later de situatie te herstellen indien er in het initiële voorstel onvoldoende middelen zijn opgenomen.

Het feit dat het voorstel verscheidene nieuwe taken bevat, mitigeert het risico, omdat de onderschatting van de ene taak zou kunnen worden gecompenseerd door een overschatting van een andere taak, en er in de toekomst herverdeling mogelijk is.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

De toewijzing van extra taken voor het bestaande mandaat van ACER schept naar verwachting geen specifiek extra toezicht bij ACER, zodat de ratio van toezichtkosten ten opzichte van de waarde van de beheerde fondsen ongewijzigd blijft.

Evenzeer resulteren de aan DG ENER toegewezen taken niet in extra toezicht of in een wijziging in de ratio van de toezichtkosten.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

ACER past de fraudebestrijdingsbeginselen van gedecentraliseerde EU-agentschappen toe, in overeenstemming met de benadering van de Commissie.

ACER heeft in maart 2019 een nieuwe fraudebestrijdingsstrategie vastgesteld en daarbij Besluit 13/2014 van de raad van bestuur van ACER ingetrokken. De nieuwe strategie kent een termijn van drie jaar en is op de volgende elementen gebaseerd: een jaarlijkse risico-evaluatie, preventie en beheer van belangenverstrengeling, interne voorschriften inzake klokkenluiders, beleid en een procedure voor het beheer van gevoelige functies, en maatregelen inzake ethiek en integriteit.

DG ENER heeft in 2020 ook een herziene fraudebestrijdingsstrategie vastgesteld. Deze is gebaseerd op de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie een intern uitgevoerde specifieke risico-evaluatie om na te gaan welke gebieden het meest fraudegevoelig zijn, welke controles reeds worden verricht en welke maatregelen nodig zijn ter verbetering van de capaciteit van DG ENER om fraude te voorkomen, op te sporen en te corrigeren.

Zowel de ACER-verordening als de contractuele bepalingen die voor openbare aanbestedingen gelden, waarborgen dat controles en inspecties ter plaatse kunnen worden uitgevoerd door de diensten van de Commissie, waaronder OLAF, met gebruik van de door OLAF aanbevolen standaardbepalingen.


3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 21

van EVA-landen 22

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 23

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

02

02 10 06 en begrotingsonderdeel ITER

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort 
uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven 

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig 
financieel kader

01

[Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

ACER

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Titel 1 24 :

Vastleggingen

(1)

0,684

0,946

1,288

2,918

Betalingen

(2)

0,684

0,946

1,288

2,918

Titel 2:

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2a)

Titel 3 25 :

Vastleggingen

(3a)

Betalingen

(3b)

TOTAAL kredieten 
voor ACER

Vastleggingen

=1+1a +3a

0,684

0,946

1,288

2,918

Betalingen

=2+2a

+3b

0,684

0,946

1,288

2,918

 





Rubriek van het meerjarig 
financieel kader

7

“Administratieve uitgaven”

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: ENER

□ Personele middelen

0,342

0,342

0,342

1,026

□ Andere administratieve uitgaven

TOTAAL DG ENER

Kredieten

0,342

0,342

0,342

1,026

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 7 26  
van het meerjarig financieel kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,342

0,342

0,342

1,026

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
2024 27

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten 
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader 

Vastleggingen

1,026

1,288

1,630

3,944

Betalingen

1,026

1,288

1,630

3,944

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de ACER-kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Bedragen in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 28

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 29

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTALE KOSTEN

In voorkomend geval weerspiegelen de bedragen de som van de bijdrage van de Unie aan het agentschap en andere ontvangsten van het agentschap (vergoedingen en heffingen).

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de personele middelen van ACER 

3.2.3.1.Samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

X    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen) In voorkomend geval weerspiegelen de bedragen de som van de bijdrage van de Unie aan het agentschap en andere ontvangsten van het agentschap (vergoedingen en heffingen).

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)

0,855

1,710

2,565

5,130

Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)

0,513

0,513

0,513

1,539

Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)

0,513

0,513

0,513

1,539

Arbeidscontractanten

0,091

0,273

0,364

0,728

Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL

1,972

3,009

3,955

8,936

Personeelsvereisten (vte):

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)

0

5

10

15

15

Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)

0

3

3

3

3

Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)

3

3

3

3

Arbeidscontractanten

0

1

3

4

4

Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL

12

19

25

25

Geplande aanwervingsdatum voor de vte’s is 1 januari van het respectieve jaar.

Waarvan gefinancierd uit de EU-bijdrage (vte) 30 :

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

TOTAAL

Tijdelijke functionarissen (AD-rangen)

0

2

3

5

5

Tijdelijke functionarissen (AST-rangen)

1

1

1

1

Tijdelijke functionarissen (AST/SC-rangen)

1

1

1

1

Arbeidscontractanten

1

1

1

Gedetacheerde nationale deskundigen

TOTAAL

0

4

6

8

8

3.2.3.2.Geraamde personeelsbehoeften voor het verantwoordelijke DG

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in een geheel getal (of met hoogstens één decimaal)

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

·Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 en 20 01 02 02 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

2

2

2

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten: vte) 31

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

Begrotingsonderde(e)l(en) (vermeld welke)  32

- centrale diensten 33  

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT – onderzoek onder contract)

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

2

2

2

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen. 

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

   Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidig meerjarig financieel kader.

X    Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarig financieel kader.

Het initiatief is ingegeven door de huidige energiecrisis en er is dus geen rekening mee gehouden bij de berekening van de MFK-rubrieken. Omdat dit specifieke initiatief nieuw is, moet zowel het onderdeel van de ACER-bijdrage als het onderdeel dat bijkomende werkzaamheden binnen DG ENER ondersteunt, worden geherprogrammeerd. Voor zover deze niet door vergoedingen kunnen worden gedekt, zullen de budgettaire gevolgen voor ACER zoals omschreven in dit financieel memorandum, worden gecompenseerd door een compenserende verlaging van de geprogrammeerde uitgaven in het begrotingsonderdeel voor ITER.

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarig financieel kader 34 .

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.

Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

X    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven 

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 35

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Vermeld voor de diverse toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

(1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comite en het Comite van de Regio’s “De stijgende energieprijzen aanpakken: een toolbox met initiatieven en steunmaatregelen”, COM(2021) 660 final.
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “REPowerEU Plan”, COM(2022) 230 final.
(3)    Mededeling van de Commissie “Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne”, C/2022/1890, PB C 131I van 24.3.2022, blz. 1.
(4)    Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (PB L 173 van 10.6.2022, blz. 17).
(5)    Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).
(6)    Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261 I van 7.10.2022, blz. 1).
(7)    Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen (PB L 335 van 29.12.2022, blz. 36).
(8)    Verordening (EU) 2022/1854 van de Raad van 6 oktober 2022 betreffende een noodinterventie in verband met de hoge energieprijzen (PB L 261 I van 7.10.2022, blz. 1).
(9)    SPEECH/22/5493.
(10)     Verslag over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa — voorstellen 3 en 17.
(11)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “REPowerEU Plan”, COM(2022) 230 final.
(12)    Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (COM(2022) 222 final).
(13)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk”, COM(2023) 62 final .
(14)    Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).
(15)    Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 (2022/C 243/04).
(16)    Artikel 194, lid 1, VWEU.
(17)    Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124, 2003/125/EG en 2004/72/EG (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).
(18)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(19)    Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie van 17 december 2020 betreffende de aan het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators verschuldigde vergoedingen voor het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van informatie die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad is gerapporteerd.
(20)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx
(21)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(22)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(23)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(24)    De uitgaven in het kader van titel 1 hebben betrekking op personeel dat uit de EU-bijdrage wordt gefinancierd. De overige twee derde van het vereiste personeel moet worden gefinancierd uit vergoedingen en heffingen.
(25)    De uitgaven in het kader van titel 3 ten belope van 4,2 miljoen EUR voor de periode 2025-2027 moeten worden gefinancierd uit vergoedingen en heffingen.
(26)    De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
(27)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(28)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(29)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)...”
(30)    Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie gaat ACER ieder jaar na welke kosten, inclusief personeelskosten, in aanmerking komen voor financiering via de vergoedingen en neemt het de resultaten op in het ontwerpprogrammeringsdocument. Overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/942 brengt de Commissie advies uit over het ontwerpprogrammeringsdocument van ACER, met inbegrip van de voorstellen van het Agentschap over de kosten die in aanmerking komen voor financiering via de vergoedingen, en de ruimte om daarmee de druk op de EU-begroting verlichten.
(31)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(32)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(33)    Voornamelijk voor de fondsen voor het cohesiebeleid van de EU, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA).
(34)    Zie de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027.
(35)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Top