EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023DC0316

Voorstel voor een AANBEVELING VAN DE RAAD over de ontwikkeling van voorwaarden voor een kader voor de sociale economie

COM/2023/316 final

Straatsburg, 13.6.2023

COM(2023) 316 final

2023/0179(NLE)

Voorstel voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

over de ontwikkeling van voorwaarden voor een kader voor de sociale economie

{SWD(2023) 208 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Europese pijler van sociale rechten fungeert als kompas om een sterk sociaal Europa tot stand te brengen dat eerlijk en inclusief is en waarin iedereen de kans krijgt om te gedijen. De voltooiing van de specifieke acties in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten vereist een gezamenlijke inspanning van EU-instellingen, nationale, regionale en lokale autoriteiten, sociale partners en het maatschappelijk middenveld.

Uitdagingen zoals klimaatverandering, digitalisering, toenemende ongelijkheid en demografische veranderingen hebben de Europese Unie (EU) ertoe aangezet beleid te ontwikkelen om een voortrekkersrol te spelen bij een eerlijke, duurzame en inclusieve transitie, waarbij de Europese Green Deal 1 centraal staat. De verreikende gevolgen van de COVID-19-pandemie en van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne hebben duidelijk gemaakt dat deze transitie dringend noodzakelijk is.

Entiteiten van de sociale economie, die werk bieden aan ongeveer 13,6 miljoen mensen in de EU 2 , spelen een voortrekkersrol bij deze transitie. Zij hebben blijk gegeven van een opmerkelijk vermogen om veerkrachtige en inclusieve gemeenschappen en bedrijfsmodellen, democratische participatie en een economie die voor iedereen werkt te bevorderen. Zij leveren ook een belangrijke bijdrage aan het bbp in landen waar de structuren van de sociale economie het meest ontwikkeld zijn 3 .

De sociale economie is een overkoepelende term die een breed scala aan particuliere entiteiten omvat waar het menselijk belang en sociale en milieugerelateerde doelen voorrang krijgen op winst. Hoewel het toepassingsgebied en de termen die worden gebruikt om het concept van de sociale economie te beschrijven van land tot land kunnen verschillen, omvat de sociale economie doorgaans coöperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen (met inbegrip van liefdadigheidsinstellingen), stichtingen en sociale ondernemingen. Naast het vooropstellen van mensen en de planeet delen deze entiteiten andere belangrijke beginselen, zoals het herinvesteren van winsten in activiteiten die het collectieve belang of de samenleving dienen, en democratisch en/of participatief bestuur.

Het voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de ontwikkeling van voorwaarden voor een kader voor de sociale economie is in 2021 aangekondigd in het actieplan van de Europese Commissie voor de sociale economie 4 . In het actieplan heeft de Commissie specifieke maatregelen voorgesteld die tegen 2030 moeten worden genomen om sociale innovatie te stimuleren, de sociale economie en haar bedrijfs- en organisatiemodellen te stimuleren en haar transformerende kracht voor de economie en de samenleving te vergroten. De nadruk ligt op het scheppen van gunstige voorwaarden, de vergemakkelijking van het opstarten en opschalen en het meer bekendheid geven aan het potentieel ervan, zodat de sociale economie kan groeien.

Het Europees Parlement heeft het actieplan in een resolutie verwelkomd 5 . Het is in overeenstemming met de conclusies van de Raad van 2015 over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling in Europa 6 , waarin het belang van de bevordering van de sociale economie werd onderschreven en de Europese Commissie werd verzocht maatregelen te nemen om de ontwikkeling van de sector te stimuleren.

De toegevoegde waarde van de sociale economie

De sociale economie kan een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van een breed scala aan maatschappelijke uitdagingen. Door haar sterke punten te benutten, zoals het scheppen van hoogwaardige banen, het bevorderen van sociale en arbeidsmarktintegratie en het bevorderen van duurzame ontwikkeling, heeft de sociale economie het potentieel om bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten en de kernbeginselen ervan, namelijk gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsvoorwaarden, en sociale bescherming en inclusie. Meer bepaald kan de sociale economie een belangrijke rol spelen bij de verwezenlijking van de ambitieuze EU-kerndoelen voor 2030 van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten, namelijk dat ten minste 78 % van de bevolking tussen 20 en 64 jaar een baan heeft en dat ten minste 60 % van alle volwassenen elk jaar een opleiding volgen, en dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting met ten minste 15 miljoen wordt verminderd, wat bijdraagt aan de nationale verbintenissen die de lidstaten zijn aangegaan om deze doelstellingen te verwezenlijken 7 .

Dit gebeurt door banen en economische kansen te creëren die jongeren, ouderen en kansarme groepen (zoals langdurig werklozen, mensen met geestelijke of lichamelijke gezondheidsproblemen, inactieven, laaggeschoolden, personen met een handicap, mensen met een migrantenachtergrond en raciale of etnische minderheden, waaronder Roma) helpen integreren op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Tegelijkertijd bevordert zij eerlijke arbeidsvoorwaarden door werknemers te betrekken bij governance en besluitvorming. Dit is met name van belang omdat deze groepen vaak een bijzonder hoog risico lopen op armoede of sociale uitsluiting. De kansen die de sociale economie biedt, met name in samenwerking met reguliere bedrijven, kunnen ook als opstap naar andere sectoren van de arbeidsmarkt dienen. De sociale economie heeft ook een groot aantal vrouwen in dienst 8 en biedt diensten aan om vrouwen te helpen de arbeidsmarkt te betreden, zoals kinderopvang. Het voorstel draagt daarom bij tot de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 9 , die tot doel heeft de genderkloof op de arbeidsmarkt te dichten en gelijkheid in verschillende sectoren van de economie te bewerkstelligen.

Door arbeidskansen te bieden die zijn afgestemd op de behoeften van individuen en de lokale economie en door opleidings- en omscholingsmogelijkheden aan te bieden, kunnen entiteiten van de sociale economie werknemers helpen de vaardigheden en kennis te ontwikkelen die zij nodig hebben om in te spelen op de veranderingen op de arbeidsmarkt. Dit is met name relevant in de context van de dubbele transitie. De ontwikkeling van vaardigheden kan tekorten aan arbeidskrachten verlichten en bijdragen tot de algemene economische groei. Zo bieden entiteiten van de sociale economie vaak opleidingen op de werkplek en praktijkopleidingsprogramma’s aan, die profiteren van de cultuur van kennisdeling die voortkomt uit de collectieve en coöperatieve ethos in de sector. Sommige entiteiten van de sociale economie bieden opleidingen aan over digitale en groene vaardigheden die toegankelijk zijn voor kansarme groepen, en dragen zo bij tot een eerlijkere transitie.

Dankzij het feit dat deze entiteiten van onderaf functioneren, dicht bij gemeenschappen, burgers en de problemen waarmee zij worden geconfronteerd, hebben entiteiten van de sociale economie een groot potentieel om op te treden als sociale innovatoren en oplossingen te vinden die kunnen worden opgeschaald en/of herhaald en bij te dragen tot echte sociale verandering. De sociale economie kan innovatieve manieren vinden om essentiële sociale diensten te verlenen die een aanvulling vormen op de openbare diensten die op nationaal niveau worden aangeboden, door ernaar te streven gezamenlijk op een kosteneffectieve manier hoogwaardige en persoonsgerichte sociale diensten te verlenen. Zo kunnen entiteiten van de sociale economie belangrijke partners zijn voor overheidsinstanties bij het verlenen van hoogwaardige zorgdiensten, zoals erkend in de Europese zorgstrategie 10 .

De sociale economie kan ook de industriestrategie van de EU 11 ondersteunen. De strategie bevat de uitdagingen waarmee de 14 industriële ecosystemen worden geconfronteerd, waaronder het ecosysteem van de “buurt- en sociale economie” om de dubbele transitie te verwezenlijken en de veerkracht ervan te vergroten. Entiteiten van de sociale economie hebben een groot potentieel om duurzame producten en diensten te ontwikkelen en inclusieve bedrijfsmodellen toe te passen. Voorbeelden van pionierswerk zijn energiegemeenschappen en -coöperaties, de biologische landbouw, duurzaam toerisme en circulaire producten en diensten. Entiteiten en innovatoren van de sociale economie worden vaak gezien als koplopers in de groene transitie en dragen bij tot een eerlijkere en inclusieve transitie door deze te verankeren in solidariteitswaarden.

Bedrijfsmodellen van de sociale economie betekenen een meerwaarde voor lokale economieën en samenlevingen door inclusiviteit, veerkracht en duurzaamheid te stimuleren. Zij zijn sterk geworteld in de lokale economie en zijn erop gericht de gemeenschap waar zij zijn gevestigd te dienen, waarbij het concept van plaatsgebonden innovatie wordt toegepast dat zowel de lokale hulpmiddelen en -bronnen optimaal benut als de economische voordelen en inkomsten doet terugstromen naar de lokale economie. Dit draagt bij tot het stimuleren van de lokale economie en herstel door nieuwe bedrijven te stimuleren en banen te scheppen in sectoren die specifiek relevant zijn voor die gebieden. Dit omvat landbouw en biologische voedselproductie in landelijke en afgelegen gebieden, in de ultraperifere gebieden van de EU 12 , in gebieden waar behoefte is aan economische vernieuwing, en in de blauwe economie. Entiteiten van de sociale economie kunnen ook de circulaire economie ten goede komen door duurzaam productontwerp te stimuleren, reparatie en hergebruik op te schalen en meer afval in te zamelen en te recycleren, waardoor een goed functionerende markt voor secundaire grondstoffen wordt bevorderd. Entiteiten van de sociale economie kunnen bovendien de demografische trends in deze regio’s helpen verlichten, doordat zij plattelandsgebieden en afgelegen gebieden nieuw leven inblazen.

Uitdagingen

De zichtbaarheid en erkenning van de sociale economie op nationaal en regionaal niveau is de afgelopen jaren verbeterd 13 . Meer dan de helft van de lidstaten hebben doelgerichte rechtskaders en beleidsmaatregelen met betrekking tot sociale ondernemingen en/of de sociale economie opgezet. Er zijn echter aanwijzingen dat de door de lidstaten genomen maatregelen niet altijd tot doeltreffende resultaten hebben geleid. Dit kan worden toegeschreven aan:

een gebrek aan duidelijkheid en inzicht in de beginselen en de reikwijdte van de sociale economie;

onvoldoende erkenning van de toegevoegde waarde van de sociale economie voor de samenleving en de economie, met name als reactie op opkomende trends;

steunmaatregelen die niet consistent zijn in de tijd en/of entiteiten van de sociale economie onnodig beperken tot specifieke activiteiten of soorten bedrijfsmodellen 14 ;

de versnippering van rechtskaders;

de beperkte administratieve en beleidscapaciteit van de lidstaten;

het gebrek aan nauwkeurige gegevens en statistieken over de sector, waardoor het inzicht in de omvang en de impact ervan wordt beperkt; en

een gebrek aan financiering op maat voor de verschillende fasen van de levenscyclus van entiteiten van de sociale economie 15 .

Deze tekortkomingen leiden in veel EU-landen tot een onbenut potentieel van de sector. Zo varieerde het aandeel betaalde banen in de sector in 2017 tussen 0,6 % en 9,9 % tussen de lidstaten, met een EU-gemiddelde van 6,3 % 16 .Dit illustreert de verschillende ontwikkelingsniveaus van de sector in de EU.

Het aanpassen van beleid en wetgeving aan de behoeften van de sociale economie is een complexe taak vanwege het scala aan verschillende entiteiten en alternatieve bedrijfsmodellen die de sociale economie vormen, en de vele sectoren waarin zij actief zijn. Sociale entiteiten zijn onder meer actief op het gebied van landbouw, bouw, hergebruik en reparatie, afvalbeheer, energie en klimaat, financiële en verzekeringsactiviteiten, vastgoed, onderwijs, zorg, kunst, om wat voorbeelden te noemen.

De sociale economie wordt daarom beïnvloed door diverse horizontale en sectorale beleidsmaatregelen en bepalingen, zoals de bepalingen inzake arbeidsmarktbeleid, gezondheidszorg en zorgdiensten, onderwijs, vaardigheden en opleiding, belastingen, overheidsopdrachten, mededinging, industrie, lokale en regionale ontwikkeling en territoriale samenwerking. Een doeltreffende ondersteuning van de sociale economie vereist derhalve een alomvattende aanpak waarbij rekening wordt gehouden met alle onderling verbonden aspecten die gevolgen hebben voor de sector.

Achtergrond van het voorstel

Om het potentieel van de sociale economie doeltreffend te benutten, is zowel een aanpassing van de wettelijke kaders als gericht beleid van de overheid nodig 17 . Bovendien is een doeltreffende organisatie van administratieve en institutionele structuren essentieel om inzicht te krijgen in de specifieke behoeften van de sector en om de communicatie met de belanghebbenden te vergemakkelijken.

Om de complexiteit van deze taak aan te pakken, heeft de Commissie in de loop der jaren over een reeks onderwerpen richtsnoeren en middelen voor overheidsinstanties ontwikkeld. Een paar voorbeelden hiervan zijn de gids  Sociaal kopen , het verslag Making socially responsible public procurement work , het handboek manual for legal frameworks for social enterprises , beleidsstukken over meting van het sociale effect , de circulaire economie , studies over digitalis ering en samenwerking tussen de sociale economie en reguliere ondernemingen , en een verslag over clusters van sociale en ecologische innovatie .

Wij kunnen daarom gebruikmaken van deze middelen en instrumenten en van de uitgebreide ervaring van de lidstaten en partnerlanden buiten de EU om alomvattende, coherente en actuele aanbevelingen te formuleren over de bevordering van de sociale economie in de verschillende beleidsterreinen en rechtskaders.

Het voorgestelde initiatief heeft tot doel de toegang tot de arbeidsmarkt en de sociale inclusie te verbeteren door de lidstaten te ondersteunen bij de integratie van de sociale economie in hun sociaal-economische beleid en steunmaatregelen en een gunstig klimaat voor de sector te creëren. Door de sociale economie te ondersteunen, beoogt het voorstel ook duurzame economische en industriële ontwikkeling te stimuleren, bij te dragen tot de territoriale cohesie in de lidstaten en sociale innovatie te ondersteunen. Dit zal worden bereikt door gebruik te maken van onderzoek, ervaring en feedback van belanghebbenden om aanbevelingen te formuleren over manieren om het overheidsbeleid en de wettelijke kaders zodanig op te zetten dat de sociale economie wordt ondersteund, met name op gebieden waar deze minder ontwikkeld is. Zij zal ook aanbevelingen formuleren over manieren om de administratieve en institutionele structuren zodanig aan te passen dat deze entiteiten worden ondersteund en over manieren om met belanghebbenden in de sector samen te werken.

Het voorgestelde initiatief heeft synergieën met andere acties die in het actieplan voor de sociale economie zijn aangekondigd. Het is vooral nauw verbonden met de social economy gateway (toegangspoort voor de sociale economie), die parallel met dit voorstel is opgezet en tot doel heeft het bewustzijn te vergroten en de toegang tot informatie en middelen ter ondersteuning van de sociale economie te vergemakkelijken. De toegangspoort zal toegang bieden tot informatie over het beleid en de financieringsprogramma’s van de EU, richtsnoeren, feiten en cijfers en voorbeelden van beste praktijken.

Deze aanbeveling gaat vergezeld van twee werkdocumenten van de diensten van de Commissie over belastingaangelegenheden met feitelijke informatie over de stand van de rechtskaders voor belastingen in de lidstaten en de jurisprudentie op dit gebied:

[SWD(2023) xyzx] over toepasselijke fiscale kaders voor entiteiten van de sociale economie (“Relevant taxation frameworks for social economy entities”), die gebaseerd zijn op analyses en inbreng van de overheden van lidstaten en belanghebbenden van de sociale economie, en

[SWD(2023) xyzx] over aan de jurisprudentie van de EU ontleende beginselen inzake niet-discriminerende belasting van liefdadigheidsorganisaties en hun donoren (“Non-discriminatory taxation of charitable organisations and their donors: principles drawn from EU case-law”) waarin dit kernbeginsel wordt beschreven zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Zoals aangekondigd in het werkprogramma van de Commissie voor 2023 18 , zal de Commissie ook een initiatief indienen inzake grensoverschrijdende activiteiten van verenigingen op de eengemaakte markt, dat tot doel heeft regelgevende en administratieve belemmeringen op de eengemaakte markt weg te nemen voor verenigingen die in meer dan één lidstaat actief zijn. Het initiatief zal de economische en maatschappelijke impact van verenigingen in de EU helpen versterken. Het doel van het wetgevingsinitiatief sluit aan bij het doel van de aanbeveling van de Raad om sociale inclusie en toegang tot de arbeidsmarkt te bevorderen door een klimaat te stimuleren dat gunstig is voor de sociale economie en de regelgevings- en administratieve voorwaarden voor entiteiten van de sociale economie verbetert.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het actieplan voor de sociale economie volgt op het initiatief voor een sociaal ondernemerschap 19 (2011), een actieplan voor de korte termijn om de groei van sociale ondernemingen te ondersteunen en de discussie over middellange- en langetermijnstrategieën voor de sector aan te zwengelen. Het bouwt voort op het starters- en opschalingsinitiatief 20 (2016), dat als bredere doelstelling had innovatieve start-ups kansen te bieden om wereldwijd toonaangevende ondernemingen te worden door partnerschappen te verbeteren, vaardigheden te ontwikkelen, toegang te krijgen tot financiering en belemmeringen voor startende ondernemers (met inbegrip van entiteiten van de sociale economie) weg te nemen zodat zij hun activiteiten op de eengemaakte markt kunnen opschalen.

Samen met het actieplan voor de sociale economie ondersteunt dit voorstel de uitvoering van de aanbevelingen in de conclusies van de Raad van 2015 over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling in Europa.

Dit voorstel draagt niet alleen bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese pijler van sociale rechten en het bijbehorende actieplan, zoals hierboven genoemd, maar houdt ook verband met andere initiatieven op het gebied van werkgelegenheid en sociale inclusie.

Om de Europese zorgstrategie met succes uit te voeren en de situatie voor zowel zorgontvangers als zorgverleners in de hele EU te verbeteren, is het gezamenlijke engagement van alle belanghebbenden van essentieel belang. Entiteiten in de sociale economie bieden een meerwaarde aan de verlening van kwalitatief hoogwaardige zorgdiensten vanwege hun persoonsgerichte aanpak en het feit dat zij hun winst herinvesteren in hun missie en in hun lokale gemeenschap. Het creëren van een gunstig klimaat voor de sociale economie, met inbegrip van verbeterde toegang tot financiering, kan bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling om in de hele EU hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke zorgdiensten te bieden. Het kan ook leiden tot eerlijkere arbeidsvoorwaarden voor werknemers, met name door de bevordering van de sociale dialoog overeenkomstig het voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie 21 . Dit geldt ook voor de doelstellingen van de Europese kindergarantie 22 , aangezien entiteiten van de sociale economie een rol kunnen spelen bij het ontwerpen en verlenen van hoogwaardige diensten voor kinderen, met name kinderen in nood, zoals inclusief onderwijs, naschoolse opvang, vrijetijdsbesteding en culturele activiteiten. De inzet van EU in om kinderarmoede te bestrijden en kinderen en adolescenten tegen geweld te beschermen, wordt met name in het kader van de EU-strategie voor de rechten van het kind 23 versterkt. De bevordering van maatregelen ter bestrijding van geweld en discriminatie, met name ten aanzien van kwetsbare kinderen, zou gebaat zijn bij steun van alle geledingen van de samenleving, met inbegrip van entiteiten van de sociale economie.

Er zijn ook onderlinge verbanden tussen het voorstel en de Unie van gelijkheid en daarmee samenhangende strategieën, waaronder de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, de strategie voor de rechten van personen met een handicap 2021-2030 24 , de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 25 , het EU-actieplan tegen racisme 26 en het strategisch EU-kader voor de Roma 2020-2030 27 . Door de uitdagingen aan te pakken waarmee kansarme en ondervertegenwoordigde groepen worden geconfronteerd, kan de sociale economie mensen helpen bij hun integratie op de arbeidsmarkt, en sociale uitsluiting bestrijden.

Het voorstel draagt ook bij tot het actieplan inzake integratie en inclusie voor 2021-2027 28 , dat gericht is op de succesvolle integratie en inclusie van migranten en EU-burgers met een migratieachtergrond in de samenlevingen van de EU. De sociale economie integreert migranten, bijvoorbeeld door hen via sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie arbeidskansen te bieden die aan hun behoeften zijn aangepast.

De lidstaten kunnen door middel van opleiding, leerlingplaatsen en banen (met inbegrip van de bevordering van sociaal ondernemerschap) de sociale economie ondersteunen bij de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt en zo het aantal kwaliteitskansen voor jongeren vergroten, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor de uitvoering van de versterkte jongerengarantie 29 .

De sociale economie kan ook bijdragen tot het verkleinen van de vaardigheidskloof door mensen om te scholen en bij te scholen door middel van opleidingen op de werkplek en andere vormen van opleiding. Dit voorstel sluit daarom aan bij de Europese vaardighedenagenda 30 en de doelstellingen ervan, namelijk het bevorderen van een duurzaam concurrentievermogen, het waarborgen van sociale rechtvaardigheid en het vergroten van onze veerkracht. In mei 2022 heeft de Commissie een partnerschap in het kader van het pact voor vaardigheden gelanceerd om de vaardigheden van mensen die in de buurt- en sociale economie werken, te versterken. Een alliantie voert de blauwdruk voor sectorale samenwerking op het gebied van vaardigheden uit, met bijzondere aandacht voor sociale ondernemingen die actief zijn op het gebied van integratie op de arbeidsmarkt 31 .

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel vormt een aanvulling op en sluit aan bij een aantal andere EU-initiatieven.

Het is in overeenstemming met de Europese Green Deal van de Europese Commissie, het plan om de EU tegen 2050 klimaatneutraal en hulpbronnenefficiënt te maken, en het beleidsprogramma voor het digitale decennium 32 , een visie voor digitale soevereiniteit in Europa op basis van duidelijke doelstellingen en beginselen. De sociale economie kan met name bijdragen aan en profiteren van lopende maatregelen in het kader van de langetermijnstrategie voor concurrentievermogen 33 , het industrieel plan voor de Green Deal 34 , de verordening voor een nettonulindustrie 35 en REPowerEU 36 om het concurrentievermogen van de Europese nettonulindustrie te stimuleren en de snelle transitie naar klimaatneutraliteit te ondersteunen. Om deze rol te benadrukken en te versterken, heeft de Europese Commissie in november 2022 een transitietraject voor de buurt- en sociale economie 37 gepubliceerd, dat samen met belanghebbenden tot stand is gebracht en waarin veertien actiegebieden in het kader van de industriestrategie van de EU worden aangewezen. In de Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 over het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit 38 wordt ook erkend dat entiteiten van de sociale economie ervoor kunnen helpen zorgen dat deze transitie sociaal rechtvaardig en billijk is.

De Commissie heeft de lidstaten richtsnoeren verstrekt 39 die hen aanmoedigen om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken in het kader van de actualisering van hun nationale energie- en klimaatplannen om de voorziening van geschoolde arbeidskrachten voor de transitie naar schone energie te waarborgen. Entiteiten van de sociale economie kunnen in deze strategische planningsinstrumenten worden opgenomen.

Het voorstel ondersteunt de uitvoering van het in maart 2020 aangenomen actieplan voor de circulaire economie 40 . Om de drievoudige crises op het gebied van klimaat, biodiversiteitsverlies en vervuiling aan te pakken, is het actieplan gericht op het mainstreamen van maatregelen op het gebied van de circulaire economie om een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie tot stand te brengen. Het sectoroverschrijdende karakter van de sociale economie en haar pioniersrol bij het scheppen van banen in verband met de circulaire economie kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van de sector. Het kan met name bijdragen aan het streven van de Commissie om duurzame producten een impuls te geven door het voorstel tot vaststelling van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten 41 en om de reparatie en het hergebruik van goederen te bevorderen, zoals vermeld in het actieplan voor de circulaire economie. Het voorstel is ook relevant voor de kmo-strategie 42 , die kleine en middelgrote ondernemingen in alle sectoren ondersteunt door de regeldruk te verminderen en de toegang tot markten en financiering te verbeteren.

Tot slot draagt het voorstel bij tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) die in 2015 zijn vastgesteld in het kader van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties. De sociale economie draagt op diverse manieren bij aan de verwezenlijking van de meeste SDG’s, en met name aan de doelstelling om een einde te maken aan armoede (SDG 1) en te zorgen voor fatsoenlijk werk en economische groei (SDG 8). De internationale politieke dynamiek voor de sociale economie neemt toe, na de goedkeuring, op 10 juni 2022, van de resolutie betreffende fatsoenlijk werk en de sociale en solidaire economie tijdens de 110e Internationale Arbeidsconferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie 43 , de eveneens op 10 juni 2022 aangenomen OESO-aanbeveling over de sociale en solidaire economie en sociale innovatie 44 , en de goedkeuring, op 18 april 2023, van de resolutie van de Verenigde Naties over de bevordering van de sociale en solidaire economie met het oog op duurzame ontwikkeling 45 .

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel zal worden gebaseerd op artikel 292 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in samenhang met artikel 149 VWEU en artikel 153 VWEU, punten h) en j).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel bevat aanbevelingen aan de lidstaten over strategieën en beleidsmaatregelen die de bijdragen van de sociale economie aan de toegang tot de arbeidsmarkt en sociale inclusie erkennen, ondersteunen en daarop voortbouwen. Het bevat aanbevelingen voor maatregelen ter ondersteuning van een gelijkmatige ontwikkeling van de sociale economie in de hele EU en voor het bevorderen van innovatieve benaderingen van werkgelegenheid in samenwerking met de sector. Het voldoet aan het subsidiariteitsbeginsel, aangezien het de belangrijkste beginselen bevat die met name nuttig zijn voor lidstaten waar de sector minder ontwikkeld is, terwijl de lidstaten flexibiliteit wordt geboden bij de uitvoering van de aanbevelingen.

In het voorstel wordt met name rekening gehouden met de uiteenlopende tradities, reikwijdte en termen die in de sociale economie in de lidstaten worden gebruikt. Het heeft geen noemenswaardige invloed op het financiële evenwicht van de lidstaten noch op hun vrijheid om een ambitieuzer beleid te handhaven of in te voeren.

Evenredigheid

Het voorstel ondersteunt en vormt een aanvulling op de maatregelen van de lidstaten om de toegang tot de arbeidsmarkt en sociale inclusie te verbeteren door middel van maatregelen die bijdragen tot het creëren van een gunstig klimaat voor de sociale economie. Het erkent de grote verscheidenheid aan nationale praktijken en systemen en erkent dat verschillende nationale, regionale of lokale omstandigheden kunnen leiden tot verschillen in de wijze waarop de aanbevelingen worden uitgevoerd. Als gevolg daarvan hebben de lidstaten de flexibiliteit om de uitvoering van het voorstel af te stemmen op hun unieke omstandigheden.

Het evenredigheidsbeginsel speelde een grote rol bij het kiezen van het juiste instrument voor het voorstel.

Keuze van het instrument

Het instrument is een voorstel voor een aanbeveling van de Raad. Het bouwt voort op de bestaande wetgeving en beleid van de EU en is in overeenstemming met het soort instrumenten dat beschikbaar is voor het optreden van de EU op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid. Als niet-bindend rechtsinstrument weerspiegelt een aanbeveling de premisse dat de lidstaten wettelijke bevoegdheid hebben op het gebied van sociaal beleid. Het weerspiegelt ook de verscheidenheid aan tradities, reikwijdte, voorwaarden en ontwikkelingsniveaus van de sociale economie in de hele EU. Een aanbeveling geeft het engagement van de lidstaten aan om zich in te zetten voor de doelstellingen en maatregelen in de tekst en biedt een sterke basis voor samenwerking op EU-niveau op dit gebied.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft over dit initiatief uitvoerig overleg gepleegd met het grote publiek en een breed scala van belanghebbenden. Het proces omvatte de publicatie van een “verzoek om input”, een verkennend advies van het Europees Comité van de Regio’s en vergaderingen met de sociale partners, maatschappelijke organisaties, het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming, en de deskundigengroep inzake de sociale economie en sociale ondernemingen. De interfractiewerkgroep Sociale Economie van het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité (via de categorie Sociale Economie) hebben ook input geleverd over de verwachte reikwijdte van het voorstel.

Het doel van deze raadplegingen was te komen tot een evenwichtig overzicht van alle soorten belanghebbenden — lidstaten, entiteiten van de sociale economie, financieringsbemiddelaars en academici. Het raadplegingsproces heeft inzichten opgeleverd die in de voorbereidende werkzaamheden zijn meegenomen en aanvullende perspectieven voor het voorstel hebben opgeleverd. Details over het raadplegingsproces worden geanalyseerd in het werkdocument van de diensten van de Commissie bij dit voorstel.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Naast de input die tijdens de raadpleging van belanghebbenden is ontvangen, wordt het voorstel ondersteund door uitgebreid bewijsmateriaal over beleids- en juridische kaders voor de sociale economie dat de afgelopen jaren is verzameld. De belangrijkste bronnen hiervan waren:

het overzicht van de ecosystemen voor sociale ondernemingen in alle EU-landen in 2020, waarvoor onderzoekers meer dan 750 belanghebbenden hebben geraadpleegd, waaronder beleidsmakers, vertegenwoordigers van sociale ondernemingen, netwerken van sociale ondernemingen en andere ondersteunende organisaties, academici en deskundigen uit alle lidstaten en daarbuiten;

het Beleidsinstrument voor beter ondernemerschap ( Better Entrepreneurship Policy Tool ) en de samen met de OESO ontwikkelde diepgaande evaluaties van het beleid inzake sociaal ondernemerschap ( in-depth reviews on social entrepreneurship policy ) in verschillende lidstaten, internationale gidsen over het meten van sociale effecten voor de sociale en solidaire economie ( Social Impact Measurement for the Social and Solidarity Economy ) en over juridische kaders voor de sociale en solidaire economie ( Legal Frameworks for the Social and Solidarity Economy );

de op 10 juni 2022 aangenomen aanbeveling van de OESO over de sociale en solidaire economie en sociale innovatie en de beleidsgids voor het meten van sociale effecten voor de sociale en solidaire economie ( Policy Guide on Social Impact Measurement for the Social and Solidarity Economy );

de studie Recent evolutions of the social economy in the European Union (recente ontwikkelingen van de sociale economie in de Europese Unie) van 2017, die door het Internationaal Centrum voor onderzoek en informatie over de publieke, sociale en coöperatieve economie voor het Europees Economisch en Sociaal Comité is uitgevoerd;

de studie van 2020 over de impact van het initiatief van de Commissie voor sociaal ondernemerschap van 2011 ( study on the impact of the Commission’s 2011 social business initiative ) en de follow-upmaatregelen daarvan, op basis van meer dan 300 interviews met een grote verscheidenheid aan belanghebbenden uit alle EU-lidstaten; en

het transitietraject voor de buurt- en sociale economie ( Transition pathway Proximity & Social Economy ) en de input die tijdens de cocreatie is ontvangen.

   Effectbeoordeling

Het voorgestelde instrument — een aanbeveling van de Raad — biedt richtsnoeren voor de aanpassing van beleids- en rechtskaders ter ondersteuning van entiteiten van de sociale economie en biedt de lidstaten de flexibiliteit om maatregelen te ontwerpen en uit te voeren in overeenstemming met hun nationale praktijken en afhankelijk van de aard van hun ecosystemen van de sociale economie. Een effectbeoordeling is daarom niet noodzakelijk.

Het voorstel heeft het potentieel om klimaten die gunstig zijn voor de sociale economie te verbeteren, met name in lidstaten waar de sociale economie minder ontwikkeld is. Dit zal bijdragen tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de sector in de hele EU.

   Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Deze aanbeveling eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht. In de sociale economie wordt prioriteit gegeven aan sociale en milieuverantwoordelijkheid, participatie en democratisch bestuur, hetgeen in overeenstemming is met de aandacht, in het Handvest, voor het bevorderen van gelijkheid en solidariteit.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

In punt 23 wordt de lidstaten aanbevolen hun strategieën voor de sociale economie binnen 18 maanden na de goedkeuring van het voorstel vast te stellen of bij te werken.

In punt 24 wordt de lidstaten aanbevolen hun administratieve en institutionele structuren op alle bestuursniveaus te herzien en te verbeteren.

In punt 25 wordt de lidstaten aanbevolen de uitvoering van de aanbeveling van de Raad op nationaal niveau te monitoren en te evalueren en regionale en lokale autoriteiten en belanghebbenden bij het proces te betrekken. De Commissie zal de uitvoering volgen door middel van regelmatig overleg met de lidstaten via het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming.

In punt 26 wordt de lidstaten verzocht uiterlijk vier jaar na de vaststelling ervan en nog eens vijf jaar daarna formeel verslag uit te brengen over hun vorderingen bij de uitvoering van de aanbeveling.

Om de rapportagelast voor de EU-regeringen tot een minimum te beperken, moet de exacte timing van het eerste verslag samenvallen met het rapportagekader dat is voorzien in de aanbeveling van de OESO over de sociale en solidaire economie en sociale innovatie. Op basis daarvan zal de Commissie een verslag over de uitvoering van deze aanbeveling opstellen en het ter bespreking aan het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming doen toekomen.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

In de punten 1-3 worden de doelstellingen en het toepassingsgebied van deze aanbeveling aangegeven.

Punt 4 bevat definities van sociale economie en sociale ondernemingen.

In de punten 5-8 wordt de lidstaten aanbevolen maatregelen te nemen die via de sociale economie de toegang tot de arbeidsmarkt en sociale inclusie bevorderen. Meer bepaald:

In punt 5 wordt de lidstaten aanbevolen arbeidsmarktbeleid in te voeren om werknemers in sociale ondernemingen en hun re-integratie op de arbeidsmarkt te ondersteunen, de samenwerking tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening, entiteiten van de sociale economie en reguliere bedrijven te ondersteunen om jongeren die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen beter te bereiken, sociaal ondernemerschap te bevorderen als middel om zelfstandige arbeid en werkgelegenheid in het algemeen te creëren, meer personen met een handicap in staat te stellen toe te treden tot de arbeidsmarkt, en de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen te bevorderen om eerlijke arbeidsvoorwaarden te waarborgen.

Punt 6 beveelt de lidstaten aan de bijdrage van entiteiten van de sociale economie aan sociale inclusie te erkennen en te ondersteunen en deze entiteiten te betrekken bij het ontwerp en de verstrekking van sociale en zorgdiensten, huisvesting, onderwijs en activiteiten voor kinderen en jongeren.

In punt 7 wordt de lidstaten aanbevolen opleidingen en de ontwikkeling van vaardigheden voor de sociale economie te ondersteunen door kennis op te bouwen over vaardigheden die inspelen op de behoeften van de markt, door samen te werken met de sociale economie om de opleiding van werknemers te vergemakkelijken, teneinde de vaardigheidskloof te dichten en hun overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, en door in samenwerking met aanbieders van beroepsonderwijs en -opleidingen nationale of transnationale kenniscentra voor de sociale economie op te zetten.

In punt 8 wordt de lidstaten aanbevolen de rol van entiteiten van de sociale economie te versterken bij de ondersteuning van sociale innovatie en in belangrijke sectoren van lokale ontwikkeling en werkgelegenheid, en voort te bouwen op de bijdrage van de sociale economie aan een eerlijke dubbele transitie, en tegelijkertijd duurzame economische en industriële ontwikkeling en territoriale cohesie te bevorderen.

In de punten 9-21 wordt de lidstaten aanbevolen om faciliterende kaders voor de sociale economie te ontwikkelen door alomvattende strategieën voor de sector te ontwerpen en uit te voeren. Meer bepaald:

In punt 13 wordt de lidstaten aanbevolen de toegang van de sociale economie tot openbare en particuliere financiering te verbeteren door ecosystemen voor sociale financiering te faciliteren en gebruik te maken van de beschikbare financiering, zoals EU-fondsen.

In de punten 14 tot en met 16 wordt de lidstaten aanbevolen de toegang van entiteiten van de sociale economie tot markten te verbeteren door het gebruik van maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten te bevorderen, in overeenstemming met de mogelijkheden die worden geboden door het huidige Europese rechtskader inzake overheidsopdrachten, en door de samenwerking tussen entiteiten van de sociale economie en reguliere bedrijven te ondersteunen.

In punt 17 wordt de lidstaten aanbevolen optimaal gebruik te maken van het huidige toepassingsgebied van de staatssteunregels uit hoofde van het EU-recht om de sociale economie te ondersteunen.

In punt 18 wordt de lidstaten aanbevolen ervoor te zorgen dat belastingstelsels de ontwikkeling van de sociale economie niet belemmeren, te beoordelen of belastingstelsels de ontwikkeling ervan voldoende stimuleren en grensoverschrijdende filantropie te bevorderen.

In punt 19 wordt de lidstaten aanbevolen om het gebruik, door entiteiten van de sociale economie, van processen voor het meten. beoordelen en beheren van de sociale effecten van bepaalde projecten of organisaties te ondersteunen.

In de punten 20-21 wordt de lidstaten aanbevolen meer bekendheid te geven aan de sociale economie en haar bijdragen, onder meer door toezicht te houden op de ontwikkeling en prestaties van de sociale economie door middel van onderzoek, gegevens en statistieken.

In punt 22 wordt het voornemen van de Commissie om de uitvoering van de aanbeveling van de Raad te ondersteunen, onder meer door follow-upmaatregelen, verwelkomd.

De punten 23-26 betreffen het uitvoerings-, monitoring- en evaluatieproces.

2023/0179 (NLE)

Voorstel voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

over de ontwikkeling van voorwaarden voor een kader voor de sociale economie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292, in samenhang met artikel 149 en artikel 153, leden h) en j),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 46 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De op 17 november 2017 afgekondigde Europese pijler van sociale rechten 47 bevat een aantal beginselen ter ondersteuning van eerlijke en goed functionerende arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels. Het gaat onder meer om beginsel 1 inzake het recht op hoogwaardig en inclusief onderwijs, opleiding en een leven lang leren, beginsel 2 inzake gelijkheid van mannen en vrouwen, beginsel 3 inzake gelijke kansen, beginsel 4 inzake actieve ondersteuning bij het vinden van werk, beginsel 5 inzake veilige en flexibele werkgelegenheid, en beginselen 11 en 16-20 inzake sociale bescherming en inclusie van kinderen, personen met een handicap en daklozen, en toegang tot essentiële diensten, gezondheidszorg en langdurige zorg.

(2)In juni 2021 verwelkomde de Europese Raad, in overeenstemming met de Verklaring van Porto 48 , de in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten 49 opgenomen kerndoelen van de Unie voor 2030. Met deze doelen wordt beoogd dat de arbeidsparticipatie ten minste 78 % bedraagt, dat minstens 60 % van alle volwassenen jaarlijks een opleiding volgen, en dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting met ten minste 15 miljoen mensen (waarvan ten minste 5 miljoen kinderen) wordt verminderd. De lidstaten hebben vervolgens op alle drie de gebieden nationale streefcijfers vastgesteld om deze gemeenschappelijke doelstellingen te helpen verwezenlijken.

(3)Ondanks de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt bij het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting, bleven 95,4 miljoen mensen in 2021 risico lopen. Het armoederisico is toegenomen voor mensen die in (bijna) werkloze huishoudens wonen, en de ernst en de duur van de armoede is in veel lidstaten verslechterd. Hoogwaardige en duurzame werkgelegenheid is van cruciaal belang om dit probleem te verlichten. Dankzij de manier waarop de sociale economie werkt, de soorten acties die in het kader ervan worden ondernomen en de beoogde doelen ervan, speelt de sociale economie een belangrijke rol bij het verbeteren van de sociale inclusie en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt. De sociale economie draagt derhalve bij tot de succesvolle uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten.

(4)Entiteiten van de sociale economie kunnen hoogwaardige banen creëren en behouden; zij dragen bij tot de sociale en arbeidsmarktintegratie van kansarme groepen en tot gelijke kansen voor iedereen. Dit is in overeenstemming met het kader van een inclusief herstel, zoals benadrukt in de bij Besluit (EU) 2022/2296 van de Raad vastgestelde richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten 50 . Zij kunnen duurzame economische en industriële ontwikkeling stimuleren en de actieve participatie van burgers in de samenleving bevorderen. Entiteiten van de sociale economie leveren ook een belangrijke bijdrage aan de Europese socialezekerheidsstelsels door openbare diensten aan te vullen, het platteland en de ontvolkte gebieden in Europa nieuw leven in te blazen en een belangrijke rol te spelen in het internationale ontwikkelingsbeleid.

(5)Op 9 december 2021 heeft de Europese Commissie een actieplan voor de sociale economie goedgekeurd 51 . Het actieplan draagt bij tot de prioriteit van de Europese Commissie om “een economie die werkt voor de mensen” tot stand te brengen en is afgestemd op de conclusies van de Raad van 2015 over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling in Europa 52 . In het actieplan heeft de Commissie concrete maatregelen voorgesteld die zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau moeten worden uitgevoerd. De maatregelen zijn bedoeld om sociale innovatie te bevorderen, de ontwikkeling van de sociale economie te ondersteunen en het vermogen ervan tot sociale en economische transformatie vrij baan te geven. De maatregelen zijn erop gericht de juiste voorwaarden te scheppen voor het gedijen van de sociale economie, kansen te creëren zodat entiteiten van de sociale economie kunnen opstarten en opschalen, en de zichtbaarheid van de sociale economie en haar potentieel te vergroten. Het Europees Parlement heeft het actieplan in zijn resolutie van 6 juli 2022 53 verwelkomd.

(6)De sociale economie (in sommige lidstaten ook de solidariteitseconomie en/of de sociale en solidaire economie genoemd) omvat een breed scala aan entiteiten met verschillende bedrijfs- en organisatiemodellen die sociale en/of milieudoeleinden voorrang verlenen boven winst. Deze entiteiten kunnen verschillende rechtsvormen aannemen, zoals coöperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen en stichtingen, en omvatten ook sociale ondernemingen, die in sommige lidstaten als een aparte rechtsvorm worden erkend. Deze entiteiten hebben met elkaar gemeen dat zij het grootste deel van hun winst herinvesteren om hun sociale en/of milieudoeleinden na te streven en dat zij democratisch en/of participatief bestuur toepassen. De aard en omvang van deze entiteiten van de sociale economie en de context waarin zij actief zijn, bepaalt de specifieke vorm van bestuur en beheer. Daarom kan het beginsel van democratisch of participatief bestuur in verschillende gedaanten tot uiting worden gebracht, variërend van de rechtstreekse betrokkenheid van de leden bij de bestuursprocessen tot de representatieve betrokkenheid van leden of partners bij afzonderlijke bestuurs- en managementfuncties. In coöperaties, onderlinge maatschappijen en verenigingen neemt dit beginsel bijvoorbeeld vaak de vorm aan van “één persoon, één stem”. De besluitvormingsprocessen in entiteiten van de sociale economie worden gekenmerkt door een reeks controlesystemen en onderlinge verhoudingen tussen de verschillende actoren die aan de entiteit deelnemen, waaronder managers, partners, werknemers en begunstigden. Door deze verschillende actoren samen te brengen, bevorderen entiteiten van de sociale economie dat meerdere belanghebbenden zich in een cultuur van participatie, verantwoordingszin en transparantie inzetten voor een gemeenschappelijk doel.

(7)Entiteiten van de sociale economie streven er vaak naar economische kansen te creëren die sociale inclusie en de integratie op de arbeidsmarkt bevorderen van kansarme groepen, waaronder personen met een handicap en mensen met geestelijke gezondheidsproblemen. Een sociale onderneming voor arbeidsintegratie is een soort sociale onderneming die erop gericht is deze groepen mensen in de samenleving en op het werk te helpen integreren door te zorgen voor banen op verschillende vaardigheidsniveaus met inclusieve en flexibele arbeidsomstandigheden. Het bieden van taalkundige ondersteuning aan migrerende werknemers en aangepaste taken en werkomgevingen voor personen met een handicap, bijvoorbeeld, kunnen hen een uitweg bieden uit armoede en sociale uitsluiting. Deze arbeidskansen kunnen als opstap naar andere sectoren van de arbeidsmarkt dienen en helpen om belemmeringen voor de werkgelegenheid voor langdurig werklozen en andere mensen die moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot de arbeidsmarkt, weg te nemen.

(8)Nieuwe sociale ondernemingen kunnen een krachtig instrument zijn voor het scheppen van banen en positieve sociale verandering. De sociale economie kan een aantal ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen en jongeren, kansen bieden om de arbeidsmarkt te betreden of sociale ondernemingen op te richten. Volgens de Global Entrepreneurship Monitor zijn naar schatting 55 % van de sociale ondernemers in de wereld mannen en 45 % vrouwen, en zijn er meer dan twee keer zoveel mannelijke dan vrouwelijke zelfstandigen in het algemeen. Volgens een recente Eurobarometer over de houding van jongeren ten opzichte van sociaal ondernemerschap hechten jongeren waarde aan het belang van sociale en milieudoelstellingen en participatief leiderschap. De lidstaten zouden manieren kunnen overwegen om de negatieve prikkels voor potentiële ondernemers tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat zij toegang hebben tot adequate sociale bescherming. Sommige lidstaten hebben de socialezekerheidsbijdragen verlaagd om entiteiten van de sociale economie ertoe aan te zetten meer mensen aan te werven. Het waarborgen van een faciliterend kader voor de overdracht van ondernemingen aan werknemers om werknemerscoöperaties te vormen, kan ook een manier zijn om de voortzetting van kleine en familiebedrijven te waarborgen en banenverlies te voorkomen, bijvoorbeeld in geval van herstructurering.

(9)Entiteiten van de sociale economie bevorderen ook de inclusie van jongeren, met name jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen. Zij voorzien in programma’s voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden en leerlingplaatsen als bedoeld in Aanbeveling van de Raad van 15 maart 2018 voor een Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen 54 , en bieden arbeidskansen. Zij dragen derhalve bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de jongerengarantie waarnaar wordt verwezen in Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake een brug naar banen — versterking van de jongerengarantie 55 en Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende een Europese aanpak van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt 56 . Financiering van de Unie, zoals het bij Verordening (EU) 2021/1057 57 vastgestelde programma van het Europees Sociaal Fonds Plus, kan entiteiten van de sociale economie in deze rol ondersteunen. Daartoe hebben in de lidstaten succesvolle samenwerkingsinitiatieven plaatsgevonden tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening en entiteiten van de sociale economie 58 . In het kader van deze initiatieven spelen entiteiten van de sociale economie een belangrijke rol bij het identificeren van mensen die hulp nodig hebben en bij het ontwikkelen van op maat gesneden plannen om hen te helpen sociale en beroepsintegratie te verwezenlijken, met inbegrip van opleiding en arbeidskansen.

(10)Entiteiten van de sociale economie kunnen eerlijke arbeidsvoorwaarden bevorderen door werknemers te betrekken bij hun bestuur en besluitvorming. Het bevorderen van de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen in de sociale economie kan de arbeidsomstandigheden van werknemers verbeteren. De lidstaten kunnen dit aspect van de sociale economie bevorderen en daarop voortbouwen, en gebruikmaken van de knowhow van entiteiten van de sociale economie door die entiteiten te betrekken bij het ontwerpen en uitvoeren van een actief arbeidsmarktbeleid 59 .

(11)De sociale economie draagt bij tot de Unie van gelijkheid door de sociale inclusie van kansarme en ondervertegenwoordigde groepen te bevorderen door het aanbieden van sociale en zorgdiensten (met inbegrip van kinderopvang, gezondheidszorg en langdurige zorg), sociale huisvesting en ondersteuning van kinderen en jongeren met speciale behoeften. Zij helpen ongelijkheden zoals de genderkloof op het gebied van arbeidsparticipatie te verminderen, zowel door een groot aandeel vrouwen rechtstreeks in dienst te nemen als door zorgdiensten te verlenen die verzorgers, van wie het merendeel vrouwen zijn, in staat stellen toe te treden tot de arbeidsmarkt. Als belangrijke partner voor de publieke sector kan de sociale economie een waardevolle bijdrage leveren aan het ontwerp en de levering van residentiële zorg, thuiszorg en zorgverlening in gemeenschapsverband. Via partnerschapsinitiatieven kunnen overheden en entiteiten van de sociale economie hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare zorgdiensten aanbieden.

(12)Stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding spelen een cruciale rol bij het toerusten van mensen met de vaardigheden die nodig zijn voor de werkplek, de persoonlijke ontwikkeling en het burgerschap. Zij helpen ook te zorgen voor een geschoolde beroepsbevolking die kan bijdragen tot een eerlijke groene en digitale transitie. Entiteiten van de sociale economie bieden arbeidskansen, opleidingen op de werkplek en programma’s voor werkplekleren die zijn afgestemd op de behoeften van individuen en de lokale economie. Zij kunnen helpen bij de uitrol van individuele leerrekeningen als bedoeld in Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen 60 . Daarom kunnen zij bijdragen tot het bereiken van een geschoolde en flexibele beroepsbevolking die in staat is te reageren op veranderingen op de arbeidsmarkt, waardoor de overgang van de ene baan naar de andere kan worden vergemakkelijkt en tekorten aan arbeidskrachten kunnen worden verlicht, en aldus wordt bijgedragen aan de algemene economische groei. De lidstaten kunnen dit potentieel benutten bij het ontwikkelen van kennis over vaardigheden, het faciliteren van opleidingen en het ontwerpen van onderwijsprogramma’s.

(13)De uitdagingen van de dubbele transitie en de demografische veranderingen moeten op regionaal en lokaal niveau worden aangepakt om economische, sociale en territoriale cohesie tot stand te brengen. Entiteiten van de sociale economie passen over het algemeen een bottom-upbenadering toe, dicht bij gemeenschappen, burgers en de problemen waarmee zij worden geconfronteerd, treden daarbij vaak op als sociale innovatoren, en vinden vaak oplossingen die kunnen worden opgeschaald en/of gereproduceerd en die bijdragen tot echte sociale verandering. De sociale economie zou bijvoorbeeld bijscholingsmogelijkheden kunnen bieden aan laaggeschoolde werknemers uit sectoren die ingrijpende veranderingen ondergaan en ervoor kunnen zorgen dat lage-inkomensgroepen beschikken over betaalbare basisgoederen. In afgelegen en plattelandsgebieden met minder werkgelegenheid en onderwijsmogelijkheden kunnen entiteiten van de sociale economie de broodnodige kansen bieden, waardoor deze regio’s aantrekkelijker worden. De ontwikkeling van de ecosystemen van de sociale economie van de EU draagt derhalve bij tot het verzachten van de gevolgen van vergrijzing, ontvolking en andere demografische trends, en tot het bevorderen van lokale economische en industriële ontwikkeling waaronder in de landbouw, de biologische voedselproductie en de blauwe economie, met name in landelijke en afgelegen gebieden en in de ultraperifere gebieden van de EU.

(14)Het bevorderen van vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en van gunstige ecosystemen voor sociale innovatie versterkt de sociale economie en stimuleert de overgang naar een klimaatneutrale economie zoals beoogd in de Europese Green Deal 61 en het industriële plan voor de Green Deal 62 . Gezien de belangrijke rol van de sociale economie bij de ontwikkeling van de circulaire economie zou het ontwerpen van transversaal en coherent industrieel beleid op het gebied van hergebruik, reparatie en recycling een goed functionerende markt voor secundaire grondstoffen kunnen bevorderen, de bijdrage van de sociale economie aan de doelstellingen van het actieplan voor de circulaire economie 63 kunnen optimaliseren en het concurrentievermogen van de Europese nettonulindustrie kunnen versterken. Entiteiten van de sociale economie die actief zijn op digitaal gebied hebben hun vermogen getoond om burgers en bedrijven in staat te stellen deel te nemen aan een inclusieve en mensgerichte digitale transitie en een actieve rol te spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen en streefdoelen van het bij Besluit (EU) 2022/2481 64 vastgestelde beleidsprogramma voor het digitale decennium 2030 en van de Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium 65 . Om de veerkracht van deze dubbele transitie naar een groene en digitale samenleving te vergroten, heeft de Commissie in mei 2021 haar industriestrategie van de Unie geactualiseerd. De strategie beschrijft de uitdagingen waarmee de 14 industriële ecosystemen worden geconfronteerd, waaronder het ecosysteem “buurt- en sociale economie”.

(15)Om de sociale economie in staat te stellen optimaal bij te dragen aan de ondersteuning van de toegang tot de arbeidsmarkt, sociale inclusie, ontwikkeling van vaardigheden, territoriale cohesie en duurzame economische ontwikkeling, is er een faciliterend kader nodig. Aangezien de sociale economie wordt beïnvloed door horizontale en sectorale beleidsmaatregelen en voorschriften, moet in een faciliterend kader rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de sociale economie en met de extra belemmeringen waarmee entiteiten van de sociale economie bij hun ontwikkeling worden geconfronteerd en die hun mogelijkheden om naast reguliere bedrijven te opereren, beperken. Entiteiten van de sociale economie streven niet naar maximalisering van (kosten)efficiëntie en winst, maar naar positieve maatschappelijke resultaten. Zij hebben steunmaatregelen en een gunstig financieel, administratief en juridisch klimaat nodig waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van hun bedrijfsmodellen wat betreft governance, winstverdeling, arbeidsomstandigheden en impact. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om maatregelen waardoor zij minder productieve werknemers in dienst kunnen nemen of sociale diensten tegen toegankelijke prijzen kunnen verlenen. Voor de vaststelling van faciliterende kaders zijn er alomvattende strategieën nodig. Het kan daarbij gaan om het vaststellen van regelgeving of het uitvoeren of aanpassen van beleid en initiatieven om de bijdragen van de sociale economie aan sociale en milieudoelstellingen te ondersteunen en de economische en industriële waarde ervan te vergroten. Deze strategieën moeten de vooruitgang volgen en de doeltreffendheid van de initiatieven meten, waar nodig aanpassingen en verbeteringen doorvoeren, en er uiteindelijk toe leiden dat de resultaten van de sector efficiënter zijn en een grotere impact hebben. Het kan zijn dat strategieën op verschillende bestuursniveaus (nationaal, regionaal en lokaal) vastgesteld moeten worden, afhankelijk van de institutionele organisatie en context in elke lidstaat. Regio’s en andere subnationale eenheden zouden strategieën voor de sociale economie kunnen vaststellen die duidelijk gekoppeld zijn aan regionale ontwikkelingsdoelstellingen en -prioriteiten, waardoor de wederzijdse voordelen geoptimaliseerd kunnen worden.

(16)De betrokkenheid van belanghebbenden van de sociale economie is van essentieel belang voor het welslagen van de ontwikkeling en uitvoering van strategieën voor de sociale economie. Verscheidene lidstaten hebben reeds groepen op hoog niveau opgericht die de dialoog tussen overheidsinstanties en entiteiten van de sociale economie bevorderen 66 . Representatieve netwerken van de sociale economie kunnen ook een platform voor collectieve actie zijn, samenwerking en informatie-uitwisseling vergemakkelijken en mogelijkheden creëren voor capaciteitsopbouw en peer learning.

(17)Overheidsfinanciering speelt een belangrijke rol bij de opstart en ontwikkeling van entiteiten van de sociale economie. Over het algemeen kost het entiteiten van de sociale economie meer moeite om toegang te krijgen tot financiële middelen dan andere ondernemingen. De situatie is enigszins verbeterd, maar uit een analyse van financiële markten van sociale ondernemingen blijkt dat wat de toegang tot schulden en het eigen vermogen betreft, de kloof tussen het aanbod aan en de vraag naar financiering van sociale ondernemingen in Europa hardnekkig is. Aangezien entiteiten van de sociale economie streven naar positieve sociale en/of milieueffecten en slechts in beperkte mate winsten kunnen uitkeren aan hun financiers en eigenaars, zijn zij over het algemeen niet aantrekkelijk voor beleggers die een aanzienlijk financieel rendement nastreven. De steunmaatregelen waarmee dit probleem aangepakt kan worden, zijn vaak versnipperd en kunnen sterk verschillen wat doeltreffendheid betreft. De maatregelen variëren van subsidies tot adviesdiensten en capaciteitsopbouwdiensten en worden vaak door starterscentra verleend. Er is dus nog veel ruimte voor verbetering bij de verstrekking van financiering op maat voor de verschillende fasen van de levenscyclus van entiteiten van de sociale economie, en verdere steun voor het mobiliseren van particuliere financiering en andere aanvullende maatregelen om de toegang tot financiering voor entiteiten van de sociale economie te verbeteren, zouden nuttig kunnen zijn. Individuele spaarders of werknemers die deelnemen aan door de werkgever gefinancierde pensioen- of spaarplannen, zouden de mogelijkheid geboden kunnen worden een spaarplan te kiezen waarbij een deel van hun spaargeld in een sociale onderneming wordt geïnvesteerd 67 , om maar een voorbeeld te noemen.

(18)De Unie biedt tal van financieringsmogelijkheden ter ondersteuning van de sociale economie. Financiering wordt verstrekt door het Europees Sociaal Fonds Plus, het bij Verordening (EU) 2021/1058 68 opgerichte Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het bij Verordening (EU) 2021/1056 69 opgerichte Fonds voor een rechtvaardige transitie, het bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 70 opgerichte Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, het bij Verordening (EU) 2021/690 71 ingestelde programma voor de eengemaakte markt, het bij Verordening (EU) 2021/523 72 ingestelde InvestEU-programma en, voor zover van toepassing, de bij Verordening (EU) 2021/241 73 ingestelde herstel- en veerkrachtfaciliteit. De Unie verleent ook advies via het fi-compass-platform voor het ontwerpen van financiële instrumenten in het kader van de fondsen voor het cohesiebeleid. De lidstaten, met inbegrip van de regionale en lokale overheden, zouden deze mogelijkheden beter kunnen benutten door specifieke maatregelen voor de sociale economie vast te stellen. Technische ondersteuning 74 is een ander instrument van de Unie dat beschikbaar is om de lidstaten beter in staat te stellen beleid ter versterking van de sociale economie te ontwikkelen en uit te voeren.

(19)Het leveren van goederen en diensten en het samenwerken met zowel overheidsinstanties als reguliere bedrijven is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van de sociale economie, het genereren van inkomsten en om entiteiten van de sociale economie te helpen financieel autonoom te worden. Dankzij de ruimte voor flexibiliteit in het kader van de aanbestedingsregels van de Unie kunnen aanbestedende diensten overheidsopdrachten op een meer strategische manier gebruiken door innovatieve, groene en sociale criteria vast te stellen en uiteindelijk bij te dragen tot een economie die duurzamer, inclusiever en concurrerender is. De meeste inschrijvingen worden echter nog steeds uitsluitend op basis van de prijs gegund. Aangezien entiteiten van de sociale economie ernaar streven maatschappelijke en collectieve voordelen te bieden in plaats van diensten te verlenen tegen de laagste prijs, hebben zij moeite om te concurreren in reguliere aanbestedingsprocedures, ondanks het feit dat zij een bredere meerwaarde kunnen bieden aan het aanbestedingsproces. Het vermogen van entiteiten van de sociale economie om zaken te doen, kan ook worden vergroot, onder meer door zulke bedrijven systematischer in de reguliere waardeketens te integreren en met hen partnerschappen aan te gaan voor het gezamenlijk inschrijven op overheidsopdrachten en nieuwe marktkansen te creëren.

(20)Het komt vaak voor dat overheidsinstanties niet optimaal gebruikmaken van de bestaande staatssteunregels om de sociale economie te ondersteunen in situaties waarbij de markt alleen niet in staat is een bevredigende toegang tot de arbeidsmarkt en sociale inclusie te bewerkstelligen, zich beperken tot maatregelen onder de algemene de-minimisdrempel en niet gebruikmaken van de mogelijkheid om maatregelen vast te stellen op grond van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie 75 (de algemene groepsvrijstellingsverordening), zoals regionale steun, risicofinancieringssteun en steun voor de aanwerving van kwetsbare werknemers. Wat de-minimissteun betreft, is deze momenteel beperkt tot 200 000 EUR over een periode van drie jaar, maar de huidige regels lopen af op 31 december 2023 en worden momenteel herzien. De Unieregels voor diensten van algemeen economisch belang bieden ook ruimte om staatssteun goed te keuren, maar overheidsinstanties maken vaak niet ten volle gebruik van deze mogelijkheden, met name voor sociale diensten op het gebied van de arbeidsintegratie van kwetsbare personen.

(21)Het belastingbeleid kan ook een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de sociale economie en het waarborgen dat entiteiten van de sociale economie het zich kunnen veroorloven om naast reguliere bedrijven te opereren, waardoor een rechtvaardiger ondernemingsklimaat wordt gecreëerd en tegelijkertijd wordt bijgedragen tot sociale inclusie en een betere toegang tot werk. Weinig lidstaten hebben een consistent belastingkader tot stand gebracht dat de ontwikkeling van de sector stimuleert en fiscale prikkels omvat die zijn afgestemd op de behoeften van de sociale economie, en tegelijkertijd de diversiteit ervan erkent en versnippering voorkomt. Goed doordachte fiscale stimulansen voor donaties aan entiteiten van de sociale economie kunnen de financiering ervan stimuleren, ook over de grenzen van de Unie heen, in overeenstemming met het in het Verdrag neergelegde beginsel van non-discriminatie. In verschillende lidstaten blijven administratieve belemmeringen bestaan met betrekking tot donaties van algemeen nut over de grenzen van de lidstaten heen, en is het niet duidelijk welke documenten nodig zijn om in aanmerking te komen voor de status “van algemeen nut”. De afgifte van gestandaardiseerde formulieren van de in een andere lidstaat gevestigde ontvangende entiteit zou de administratieve belemmeringen kunnen verminderen. Als eerste stap kunnen de lidstaten vertalingen van de nationale formulieren verstrekken in de talen die door andere lidstaten worden gebruikt. Als tweede stap zouden de lidstaten de ontwikkeling van standaardformulieren voor directe belastingen op grensoverschrijdende donaties kunnen onderzoeken.

(22)Processen voor het meten en beheren van sociale effecten zijn bijzonder belangrijk voor entiteiten van de sociale economie, aangezien zij deze in staat stellen hun impact te begrijpen en te communiceren en toegang te krijgen tot effectgestuurde financiering. Bij het meten van de sociale impact wordt gebruikgemaakt van maatstaven en instrumenten om de sociale impact van een bepaalde interventie of een bepaald initiatief na te gaan. Het beheren van sociale effecten omvat het opbouwen van de systemen, processen en capaciteiten die een organisatie nodig heeft om haar impact proactief te beheren en te vergroten. Maar de vele verschillende beschikbare kaders en instrumenten kunnen een uitdaging vormen, met name voor entiteiten met minder middelen. Het monitoren van de sociale resultaten van overheidsinvesteringen maakt publieke controle mogelijk, kan de grondgedachte ondersteunen om belastinggeld te gebruiken om entiteiten of activiteiten van de sociale economie te ondersteunen, en kan helpen om “impactwassen” (ten onrechte impact claimen, of de impact overdrijven) te voorkomen. In dit verband kunnen weloverwogen, evenredige methoden voor het meten en beheren van sociale effecten die op de behoeften van individuele entiteiten afgestemd zijn, nuttig zijn. Zij moeten gebaseerd zijn op standaardmethoden en -indicatoren, alsook op factoren als omvang, ontwikkelingsstadium en diversiteit van de entiteiten.

(23)De afgelopen tien jaar is de zichtbaarheid en erkenning van de sociale economie op nationaal en regionaal niveau in de Unie verbeterd. In veel landen van de Unie blijft het potentieel van de sector echter onbenut. De verschillen in de ontwikkeling van de sociale economie worden bestendigd door een gebrek aan coördinatie en uitwisseling tussen landen, wat kansen schept voor de lidstaten om van elkaar te leren en beste praktijken uit te wisselen. Ook is het grote publiek maar weinig bekend met de sociale economie en de positieve bijdragen die zij levert. Dit kan de ontwikkeling van ondersteunend beleid en marktkansen voor de sociale economie belemmeren. Regelgeving waarbij ervoor wordt gezorgd dat nieuwe wetgeving tegemoetkomt aan de behoeften van entiteiten van de sociale economie, kan het bewustzijn en de legitimiteit van die entiteiten vergroten, waardoor zij makkelijker toegang krijgen tot financiering en markten. Nationale overheden en belanghebbenden hebben verschillende initiatieven genomen, zoals specifieke rechtsvormen, keurmerken en statussen 76 voor de sociale economie, en grootschalige communicatiecampagnes om de bekendheid met en zichtbaarheid van de sociale economie te vergroten. Andere succesvolle hervormingen zijn de oprichting van specifieke ministeriële eenheden voor de sociale economie en een versterkte dialoog tussen belanghebbenden en overheden. Zoals in het actieplan voor de sociale economie met de lancering van een toegangspoort voor de sociale economie is benadrukt, is vergroting van de zichtbaarheid van de sociale economie van cruciaal belang om de positieve uitwerking van de sociale economie op de samenleving ten volle te kunnen erkennen.

(24)Nauwkeurige gegevens en statistieken zijn van cruciaal belang om een beter inzicht te krijgen in de bedrijfsmodellen van de sociale economie en om empirisch onderbouwde beleidsbeslissingen te kunnen nemen. Er is echter een tekort aan betrouwbare gegevens over de sociale economie, met inbegrip van gegevens over haar economische meerwaarde en prestaties. De bestaande gegevens zijn vaak onvolledig en moeilijk met elkaar te vergelijken. Zo hebben slechts een klein aantal lidstaten hun nationale boekhoudsysteem uitgebreid om bijkomende gegevens over de sociale economie te verzamelen (bv. in satellietrekeningen), ondanks de financiële steun die hiervoor beschikbaar is uit de begroting van de Unie. Gegevens over de sociale economie worden doorgaans niet opgenomen in structurele bedrijfsstatistieken, bijvoorbeeld wanneer de statistieken zijn gebaseerd op economische gegevens die zijn gegenereerd door ondernemingen met winstoogmerk, en traditionele entiteiten van de sociale economie alleen in restcategorieën worden opgenomen. De ingevoerde strategieën en maatregelen zouden efficiënter zijn en beter op de verschillende situaties in de sector afgestemd kunnen worden als men de beschikking had over essentiële statistieken over de omvang, de beroepsbevolking, de ontwikkeling en de uitdagingen van de sociale economie,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

DOELSTELLING

1.In overeenstemming met de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten heeft deze aanbeveling tot doel de toegang tot de arbeidsmarkt en sociale inclusie te bevorderen door de lidstaten te begeleiden bij het bevorderen van beleids- en regelgevingskaders voor de sociale economie en/of maatregelen die de ontwikkeling ervan vergemakkelijken.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, wordt de lidstaten aanbevolen samen te werken met belanghebbenden om de bijdragen van de sociale economie te erkennen, te ondersteunen en erop voort te bouwen.

2.Met deze aanbeveling wordt beoogd de uitvoering van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten te ondersteunen en de drie kerndoelen van de Unie inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding tegen 2030 te helpen verwezenlijken.

3.Door de sociale economie te bevorderen, beoogt deze aanbeveling ook een eerlijke en duurzame economische en industriële ontwikkeling te stimuleren en bij te dragen tot de territoriale cohesie in de lidstaten.

DEFINITIES

4.Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:

a)“sociale economie”: particuliere entiteiten die onafhankelijk zijn van overheidsinstanties en die goederen en diensten leveren aan hun leden of aan de samenleving, waaronder coöperaties, onderlinge maatschappijen, verenigingen (met inbegrip van liefdadigheidsinstellingen), stichtingen en sociale ondernemingen die bij hun werkzaamheden de onderstaande kernbeginselen in acht nemen en kenmerken vertonen:

·mensen en sociale en/of milieudoeleinden krijgen voorrang boven winst;

·het grootste deel van de winst en de overschotten wordt opnieuw geïnvesteerd om hun sociale en/of milieudoeleinden verder na te streven en activiteiten te verrichten in het belang van leden/gebruikers (het “collectief belang”) en/of de samenleving in het algemeen (het “algemeen belang”); en

·het bestuur is democratisch en/of participatief;

b)“sociale onderneming”: een entiteit die op zakelijke wijze en in overeenstemming met de beginselen en kenmerken van de sociale economie goederen en diensten levert om in de handel gebracht te worden, met sociale en/of milieudoelstellingen als reden voor haar commerciële activiteit.

BEVORDERING VAN DE TOEGANG TOT DE ARBEIDSMARKT EN SOCIALE INCLUSIE VIA DE SOCIALE ECONOMIE

Toegang tot de arbeidsmarkt

5.De lidstaten wordt aanbevolen de specifieke toegevoegde waarde van de sociale economie te erkennen en te ondersteunen door de toegang tot de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, hoogwaardige banen voor iedereen te bevorderen, en tegelijkertijd eerlijke arbeidsvoorwaarden te versterken. Dit moet gebeuren in het kader van inclusieve groei, zoals benadrukt in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, met name door:

a)partnerschapsinitiatieven op te zetten of te bevorderen waarbij entiteiten van de sociale economie worden betrokken bij het ontwerpen en uitvoeren van een actief arbeidsmarktbeleid;

b)ervoor te zorgen dat overheidsinstanties voldoende steun verlenen aan entiteiten van de sociale economie met het oog op een betere integratie op de arbeidsmarkt van vrouwen, kansarme en ondervertegenwoordigde groepen (zoals langdurig werklozen, mensen met geestelijke gezondheidsproblemen, inactieven, laaggeschoolden, mensen met een handicap, mensen met een migrantenachtergrond, raciale of etnische minderheden (waaronder Roma), jongeren en ouderen) door:

i.sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie die werk en ondersteuning op maat aan dergelijke groepen bieden;

ii.maatregelen om deze groepen mensen te helpen zich voor te bereiden op de arbeidsmarkt door werkervaring op te doen in sociale ondernemingen met het oog op hun integratie op de open arbeidsmarkt;

c)samenwerkingsprojecten tussen openbare diensten voor arbeidsvoorziening, lokale overheden, entiteiten van de sociale economie en reguliere bedrijven te ondersteunen om op maat gesneden loopbaanbegeleiding en leer- en opleidingsmogelijkheden te bieden aan jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen en geen werk hebben. Deze mogelijkheden kunnen leerlingplaatsen, intensieve professionele praktijkopleidingen, persoonlijke coaching en bijeenkomsten met rolmodellen omvatten en zijn erop gericht de integratie op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, in overeenstemming met de versterkte jongerengarantie;

d)sociaal ondernemerschap te ondersteunen als een manier om zelfstandig ondernemerschap en andere vormen van werkgelegenheid te bevorderen, economische activiteiten op lokaal niveau te ontwikkelen en sociale en milieu-uitdagingen aan te pakken door middel van innovatieve en inclusieve bedrijfsmodellen; om dit te bereiken, kunnen de lidstaten bijvoorbeeld:

i.ervoor zorgen dat sociale ondernemers toegang hebben tot sociale bescherming;

ii.overwegen de socialezekerheidsbijdragen te verlagen, in verband met de aanwerving van nieuwe werknemers;

iii.potentiële administratieve nadelen of belemmeringen voor het starten van een sociaal bedrijf in kaart brengen, beoordelen en aanpakken;

e)beleid te ontwerpen en maatregelen te nemen om gendergelijkheid in de sociale economie te bevorderen en te mainstreamen, bijvoorbeeld door:

i.iets te doen aan discriminerende sociale normen en stereotypen over de vaardigheden van vrouwen en mannen, en aan de onderwaardering van het werk van vrouwen;

ii.op maat gesneden steun te verlenen om de positie van vrouwen te versterken door de genderkloof op het gebied van werkgelegenheid en beloning te verkleinen en te zorgen voor gelijk leiderschap;

iii.toegang te bieden tot coaching- en mentorschapsprogramma’s voor vrouwen die sociale ondernemers en leiders willen zijn;

f)te zorgen voor een faciliterend kader voor de overdracht van ondernemingen aan werknemers en de vorming van werknemerscoöperaties, om banenverlies te voorkomen en economische activiteiten veilig te stellen;

g)samen te werken met entiteiten van de sociale economie om meer personen met een handicap in staat te stellen tot de arbeidsmarkt toe te treden, bijvoorbeeld door hulptechnologieën te ontwikkelen;

h)de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen in de sociale economie te bevorderen om ervoor te zorgen dat werknemers eerlijke arbeidsvoorwaarden hebben, met inbegrip van eerlijke lonen, met inachtneming van de autonomie van de sociale partners.

Sociale inclusie

6.De lidstaten wordt aanbevolen de rol van de sociale economie bij het aanbieden van toegankelijke en hoogwaardige sociale en zorgdiensten en huisvesting, met name voor kansarme groepen, naast openbare sociale diensten, te erkennen en te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld het volgende omvatten:

a)bij het opzetten en verlenen van diensten van algemeen belang samenwerken met entiteiten van de sociale economie, binnen hun respectieve actiegebieden;

b)entiteiten van de sociale economie betrekken bij het ontwerpen en verlenen van mensgerichte sociale en zorgdiensten, zoals benadrukt in de Europese zorgstrategie;

c)met entiteiten van de sociale economie samenwerken om zorg en ondersteuning voor kinderen en jongeren, met inbegrip van kinderen uit kansarme groepen, te ontwerpen en te verlenen, in overeenstemming met de Europese kindergarantie die is vastgesteld bij Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad 77 en de strategie van de Unie voor de rechten van het kind 78 .

Vaardigheden

7.De lidstaten wordt aanbevolen de opleiding en de ontwikkeling van vaardigheden voor de sociale economie te ondersteunen, met name door:

a)op basis van bestaande kennis over vaardigheden de behoeften van de economie en de reguliere arbeidsmarkt in kaart te brengen om te achterhalen hoe de sociale economie kan bijdragen aan het aanbod van geschoolde arbeidskrachten en tekorten aan arbeidskrachten kan helpen verminderen;

b)opleiding en vaardigheden in de sociale economie te bevorderen door:

i.leeruitwisselingen te organiseren tussen entiteiten van de sociale economie, opleidingsorganisaties en reguliere bedrijven, met als doel de management-, ondernemers- en werkgerelateerde vaardigheden te verbeteren die nodig zijn voor de digitale en groene transitie (met inbegrip van circulaire, reparatie- en digitale vaardigheden);

ii.lerenden die een leven lang leren, met inbegrip van kansarme groepen, om en bij te scholen, en hen te helpen bij de overgang naar de open arbeidsmarkt, in overeenstemming met de Europese aanpak van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid;

iii.het opnemen, in de lijst van opleidingen die in aanmerking komen om onder de individuele leerrekeningen te vallen 79 , van opleidingen over de sociale economie of door de sociale economie aangeboden;

c)specifieke leerlingstelsels op te zetten in de sociale economie die jongeren, met name mensen die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, ondersteunen om zich bij te scholen en hen voor te bereiden op de arbeidsmarkt en de sociale economie in staat te stellen talent in de sector te ontwikkelen, in overeenstemming met het Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen;

d)de integratie van vaardigheden op het gebied van sociale economie en sociaal ondernemerschap in onderwijs en opleiding op alle onderwijsniveaus te bevorderen, met name in ondernemerschaps- en bedrijfscursussen, en toegang te bieden tot coaching- en mentorschapsprogramma’s voor entiteiten van de sociale economie en sociale ondernemers;

e)nationale kenniscentra op te zetten voor opleiding op het gebied van de sociale economie en deel te nemen aan transnationale initiatieven die de toegang tot specialistische onderwijs- en opleidingsprogramma’s voor de sociale economie vergemakkelijken, bijvoorbeeld door samenwerking met aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding die werkzaam zijn in het kader van gevestigde organen, zoals de kenniscentra voor beroepsopleiding als bedoeld in Aanbeveling van de Raad van 24 november 2020 inzake beroepsonderwijs en -opleiding voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht 80 .

Sociale innovatie, duurzame economische ontwikkeling en territoriale cohesie

8.De lidstaten wordt aanbevolen de ondersteunende rol van entiteiten van de sociale economie bij de bevordering van sociale innovatie en belangrijke sectoren van lokale ontwikkeling en werkgelegenheid te versterken. Dit kan worden bereikt door:

a)een gunstig ecosysteem voor sociale en plaatsgebonden innovatie te bevorderen door het faciliteren van samenwerkings- en partnerschapsinitiatieven tussen entiteiten van de sociale en circulaire economie, reguliere bedrijven, financiers, lokale overheden en andere belanghebbenden. Dit kan bijvoorbeeld door:

i.sociale innovatiehubs of clusters van sociale en ecologische innovatie die zijn ontworpen om aan lokale behoeften te voldoen en gezamenlijke oplossingen te testen, te creëren of te bevorderen;

ii.entiteiten van de sociale economie te betrekken bij vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, onder meer door gebruik te maken van de beschikbare financieringsinstrumenten van de Unie;

iii.met nationale en regionale kenniscentra voor sociale innovatie samen te werken om netwerken op te bouwen, capaciteiten en synergieën te stimuleren, efficiëntieverbeteringen te benadrukken en essentiële instrumenten en methoden te ontwikkelen om sociale innovatie te stimuleren;

b)ervoor te zorgen dat het beleid inzake de sociale economie wordt gekoppeld aan het industriebeleid en de transitie naar een digitale en circulaire economie;

c)regelgevingskaders ter ondersteuning van entiteiten van de sociale economie in de circulaire economie aan te passen, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat bedrijven op de juiste worden aangemoedigd om onverkochte of aan hen teruggegeven goederen te doneren aan entiteiten van de sociale economie zodat zij gerepareerd of hergebruikt kunnen worden in plaats van de goederen te vernietigen, en dat personen worden aangemoedigd om tweedehandsgoederen te doneren, ervoor te zorgen dat entiteiten van de sociale economie toegang hebben tot de afvalstroom en hen te betrekken bij afvalpreventiestrategieën, en voedselbanken toe te staan voedseloverschotten in te zamelen;

d)de ontwikkeling te bevorderen van gemeenschapsgerichte initiatieven en ecosystemen in de sociale economie, zoals energiegemeenschappen, oplossingen voor gedeelde mobiliteit, digitale platformcoöperaties, zorgverlening, landbouwcoöperaties en korte, lokale voedselketens en markten, zodat burgers toegang krijgen tot lokale producten en diensten;

e)de toegang van entiteiten van de sociale economie tot digitale instrumenten en nieuwe technologieën zoals open source, big data of kunstmatige intelligentie, te verbeteren.

ONTWIKKELING VAN FACILITERENDE KADERS VOOR DE SOCIALE ECONOMIE

9.De lidstaten wordt aanbevolen beleids- en regelgevingskaders te ontwikkelen die de sociale economie faciliteren en ondersteunen. Daartoe worden zij aangemoedigd alomvattende strategieën te ontwikkelen en uit te rollen die de sociale economie erkennen en stimuleren, in overeenstemming met het actieplan van de Unie voor de sociale economie en andere beleidsrichtsnoeren van de Unie. Bij het formuleren van deze strategieën moeten de lidstaten rekening houden met de aanbevelingen in de punten 13 tot en met 21.

10.De lidstaten wordt aanbevolen mechanismen in te voeren voor overleg en dialoog tussen overheidsinstanties en organisaties die de sociale economie vertegenwoordigen. Het kan hierbij gaan om het opzetten van groepen op hoog niveau en het ondersteunen van het ontstaan en de ontwikkeling van representatieve netwerken van de sociale economie.

11.In de in punt 9 bedoelde strategieën moeten de lidstaten de kernbeginselen, kenmerken en reikwijdte van de sociale economie erkennen en rekening houden met het feit dat deze strategieën verschillende rechtsvormen en -statussen kunnen aannemen en specifiek zijn voor de verschillende nationale, regionale en lokale wetten en praktijken.

12.De lidstaten wordt aanbevolen te investeren in de ontwikkeling van de bekendheid van hun ambtenaren en autoriteiten met de sociale economie door middel van opleidingsprogramma’s en transnationale en/of interregionale initiatieven voor capaciteitsopbouw, met inbegrip van initiatieven in het kader van het Interreg Europa-programma als bedoeld in Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad 81 . De initiatieven moeten gericht zijn op peer learning en het delen van beste praktijken, met bijzondere nadruk op het bevorderen van samenwerking tussen regionale en lokale overheden en belanghebbenden in de sociale economie. De Commissie zal deze werkzaamheden ondersteunen zoals beschreven in punt 22, a), iii).

Toegang tot publieke en particuliere financiering

13.De lidstaten wordt aanbevolen een gunstig klimaat te scheppen voor sociale financiering op nationaal, regionaal en lokaal niveau, met name door:

a)de financieringsstructuren voor entiteiten van de sociale economie, financiële intermediairs en ondersteunende organisaties in kaart te brengen, en hun behoeften en de doeltreffendheid van bestaande steunregelingen te beoordelen;

b)ervoor te zorgen dat entiteiten van de sociale economie in het juiste stadium van hun ontwikkeling toegang hebben tot financiering die op hun behoeften is toegesneden, met inbegrip van beurzen en subsidies, financiering met eigen vermogen of quasi-eigen vermogen voor de concept- en startfasen en schuldfinanciering, aandelenfinanciering, quasi-eigenvermogen- of mezzaninefinanciering tijdens de opschalingsfase, en innovatieve financieringsregelingen, zoals publiek-private partnerschappen, crowdfundingplatforms en combinaties van verschillende soorten financiële instrumenten of subsidies en financiële instrumenten;

c)de toegang bevorderen van kleine beleggers tot duurzame, door de sociale economie aangestuurde of ondersteunde bedrijfsmodellen, sectoren, producten en diensten;

d)de criteria voor toegang tot publieke financieringsprogramma’s, met inbegrip van programma’s die gericht zijn op reguliere bedrijven, te evalueren om ervoor te zorgen dat deze geen onnodige belemmeringen voor entiteiten van de sociale economie creëren;

e)particuliere financiering te mobiliseren door, waar nodig, overheidsgarantieregelingen beschikbaar te stellen om gespecialiseerde en algemene financiers aan te moedigen entiteiten van de sociale economie te financieren;

f)meer bekendheid te geven aan de specifieke kenmerken en behoeften van entiteiten van de sociale economie ter verbetering van de capaciteit van reguliere particuliere financiers om op maat gesneden financiële steun aan te bieden;

g)de toegang te vergemakkelijken tot bedrijfsontwikkeling en investeringsparaatheid voor entiteiten van de sociale economie gedurende hun hele levenscyclus te steunen, bijvoorbeeld door bewustmakingssteunregelingen voor reguliere starterscentra, accelerators en andere ondersteunende organisaties om hun steun uit te breiden tot entiteiten van de sociale economie, met inbegrip van mogelijkheden voor capaciteitsopbouw voor managers van entiteiten van de sociale economie;

h)specifieke financiële steun en capaciteitsopbouw aan te bieden om de overdracht van ondernemingen aan werknemerscoöperaties te vergemakkelijken;

i)regelingen aan te bieden die de beschikbaarheid van financiering voor entiteiten van de sociale economie vergroten, bijvoorbeeld door individuele spaarders of werknemers die deelnemen aan door de werkgever gefinancierde pensioen- of spaarplannen de mogelijkheid te bieden een plan te kiezen waarbij een deel van het totaalbedrag in een sociale onderneming geïnvesteerd wordt;

j)optimaal gebruik te maken van de financiering die beschikbaar is in het kader van de fondsen voor het cohesiebeleid, het lidstaatcompartiment van het InvestEU-programma, de faciliteit voor herstel en veerkracht, soortgelijke programma’s en andere nationale en regionale middelen, door uitvoering van specifiek voor entiteiten van de sociale economie ontworpen maatregelen en initiatieven;

k)gebruik te maken van de adviesdiensten van fi-compass over financieringsinstrumenten onder gedeeld beheer van de Unie voor de ontwikkeling van terugbetaalbare financieringsinstrumenten in het kader van de fondsen voor het cohesiebeleid.

Toegang tot markten en overheidsopdrachten

14.De lidstaten wordt aanbevolen hun aanbestedende diensten aan te moedigen goederen en diensten strategisch aan te kopen, sociale effecten na te streven en sociale innovatie te ondersteunen. Daartoe moeten zij ten volle gebruikmaken van de instrumenten die hen in het kader van de aanbestedingsregels van de Unie ter beschikking staan. Met het bevorderen van de toepassing van maatschappelijk verantwoorde en innovatieve oplossingen bij overheidsopdrachten kunnen verschillende soorten beleidsinstrumenten gemoeid zijn, waaronder:

a)het vaststellen van beleidsrichtsnoeren en aanbestedingsstrategieën, met inbegrip van eventuele officiële doelstellingen, ondersteund door het leiderschap en met een verbintenis vanaf het politieke niveau tot aan de belangrijke besluitvormers en begrotingsbeheerders;

b)het verstrekken van richtsnoeren op het passende administratieve niveau;

c)het vergroten van het bewustzijn van de toegevoegde waarde van maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten bij aanbestedende diensten en ondernemingen en het beschikbaar stellen van expertise aan aanbestedende diensten en entiteiten van de sociale economie;

d)het aanmoedigen van aanbestedende diensten om in aanbestedingsdocumenten te verwijzen naar specifieke verplichtingen uit hoofde van het sociaal en arbeidsrecht en collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn op de aanbesteding 82 , inschrijvers te verzoeken de naleving te bevestigen en toezichtmaatregelen op te zetten;

e)het aanmoedigen van een gestructureerde, transparante en niet-discriminerende dialoog met de sociale economie en andere belanghebbenden om een maatschappelijk verantwoorde strategie voor overheidsopdrachten uit te stippelen.

15.Inhoudelijk moeten aanbestedende diensten beter gebruikmaken van de flexibele bepalingen van het bestaande rechtskader van de Unie om entiteiten van de sociale economie te helpen toegang te krijgen tot de markt, bijvoorbeeld door:

a)de marktdialoog te bevorderen, met name door het houden van transparante en inclusieve voorafgaande marktconsultaties met gericht geselecteerde potentiële leveranciers;

b)opdrachten te reserveren voor sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie of voor exploitanten waarvan het personeel voor ten minste 30 % bestaat uit personen met een handicap of kwetsbare werknemers, overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2014/23/EU, de artikelen 20 en 77 van Richtlijn 2014/24/EU en de artikelen 38 en 94 van Richtlijn 2014/25/EU;

c)evenredige en inclusieve selectiecriteria vast te stellen om kleine en innovatieve sociale ondernemingen in staat te stellen in te schrijven op opdrachten;

d)af te stappen van de logica van de laagste prijs door gebruik te maken van sociale gunningscriteria in overeenstemming met de regel van de “economisch voordeligste inschrijving” en sociale-contractbepalingen, en door in verschillende fasen van aanbestedingsprocedures, ook in technische specificaties, prestatie- of functionele eisen vast te stellen;

e)opdrachten in percelen te verdelen, in overeenstemming met artikel 46 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 65 van Richtlijn 2014/25/EU, mede met het oog op het vergemakkelijken van de samenwerking tussen de reguliere ondernemingen en entiteiten van de sociale economie, en vereenvoudigde regelingen te gebruiken, met name voor sociale en andere specifieke diensten, om het proces toegankelijker te maken voor entiteiten van de sociale economie;

f)in de technische specificaties, de gunningscriteria of de contractvoorwaarden specifieke keurmerken verplicht te stellen, wanneer zij voornemens zijn werken, leveringen of diensten met specifieke sociale of milieukenmerken aan te schaffen, in overeenstemming met artikel 43 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 61 van Richtlijn 2014/25/EU.

16.Om entiteiten van de sociale economie te helpen hun bereik uit te breiden, wordt de lidstaten aanbevolen de samenwerking tussen entiteiten van de sociale economie en reguliere bedrijven te bevorderen, met name door:

a)meer bekendheid te geven aan de sociale meerwaarde door beste praktijken te bevorderen die reguliere bedrijven aanmoedigen om sociale ondernemingen bij hun langetermijnswaarde- en -toeleveringsketens te betrekken en consumenten aanmoedigen om goederen en/of diensten te kopen die worden geproduceerd door entiteiten van de sociale economie, ook wel bekend als de “koop sociaal”-beweging;

b)meer diensten te leveren op het gebied van mentorschap, matchmaking en facilitering om entiteiten van de sociale economie te helpen langetermijnpartnerschappen met het bredere bedrijfsleven te ontwikkelen;

c)de arbeidsintegratie van werknemers van sociale ondernemingen te bevorderen en te ondersteunen door ze te helpen voor reguliere bedrijven te werken en zo ervaring op te doen op de open arbeidsmarkt;

d)entiteiten en ondernemers van de sociale economie te helpen optimaal gebruik te maken van nieuwe technologieën om toegang te krijgen tot particuliere markten via door de sociale economie aangestuurde onlineplatforms, samenwerkingsruimten en het digitale gemeengoed.

Staatssteun

17.Wanneer een voorgenomen steunmaatregel voor de sociale economie staatssteun vormt en onverminderd de toepasselijke regels, wordt de lidstaten aanbevolen ten volle gebruik te maken van het toepassingsgebied van de staatssteunregels ter ondersteuning van de sociale economie, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 651/2014, de regels betreffende diensten van algemeen economisch belang en de de-minimisregel door:

a)gebruik te maken van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 651/2014, met name door:

i.investeringssteun te overwegen voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), bijvoorbeeld voor de aankoop van activa in sociale infrastructuur in overeenstemming met artikel 17 van Verordening (EU) nr. 651/2014;

ii.optimaal gebruik te maken van de bepalingen op grond waarvan risicofinancieringssteun aan kmo’s kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 21 en 21 bis van Verordening (EU) nr. 651/2014, bijvoorbeeld door investeringsfondsen op te zetten met deelname van particuliere investeerders om specifiek sociale ondernemingen te ondersteunen en door fiscale prikkels te bieden aan onafhankelijke particuliere investeerders die natuurlijke personen zijn die direct of indirect risicofinanciering verstrekken aan de in aanmerking komende ondernemingen;

iii.starterssteun te overwegen die kleine, niet-beursgenoteerde jonge ondernemingen in staat stelt verschillende steuninstrumenten te ontvangen, zoals zachte leningen, garanties met zachte premies of subsidies in overeenstemming met artikel 22 van Verordening (EU) nr. 651/2014;

iv.in mensen te investeren door steunregelingen vast te stellen voor de re-integratie op de arbeidsmarkt van kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemers overeenkomstig de artikelen 32 en 35 van Verordening (EU) nr. 651/2014;

v.de volledige inclusie van werknemers met een handicap in alle soorten ondernemingen te bevorderen door toekenning van specifieke subsidies, met inbegrip van loonsubsidies, aan ondernemingen overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EU) nr. 651/2014;

vi.de aanleg of modernisering van lokale infrastructuurvoorzieningen te ondersteunen, waaronder, eventueel, lokale sociale infrastructuurvoorzieningen, door steun te verlenen ter dekking van het verschil tussen de investeringskosten en de exploitatiewinst van de investering, in overeenstemming met artikel 56 van Verordening (EU) nr. 651/2014.

b)In overeenstemming met de toepasselijke staatssteunregels wordt de lidstaten aanbevolen na te gaan welke diensten van entiteiten van de sociale economie kunnen worden aangemerkt en gefinancierd als diensten van algemeen economisch belang, bijvoorbeeld op het gebied van de arbeidsintegratie van kwetsbare personen, in sociale huisvesting of in gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening zoals kinderopvang of zorg voor ouderen of personen met een handicap; compensatie voor diensten die in sociale behoeften voorzien, kan onder bepaalde voorwaarden zelfs worden vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting, ongeacht het bedrag van de ontvangen compensatie, op grond van Besluit van de Commissie van 20.12.2011 (2012/21/EU) 83 ;

c)gebruik te maken van de beschikbare mogelijkheden om transparante bedragen aan de-minimissteun toe te kennen.

Belastingen

18.Onverminderd de staatssteunregels wordt de lidstaten aanbevolen:

a)ervoor te zorgen dat belastingstelsels de ontwikkeling van de sociale economie niet belemmeren en te beoordelen of belastingstelsels de ontwikkeling ervan voldoende stimuleren;

b)belastingprikkels voor de sector te overwegen, indien deze nog niet zijn toegekend, in overeenstemming met de doelstellingen van hun sociaal beleid en de huidige praktijken in de lidstaten en in overeenstemming met het recht van de Unie, met inbegrip van:

i.vrijstellingen van vennootschapsbelasting op niet door entiteiten van de sociale economie uitgekeerde winsten;

ii.stimulansen voor inkomstenbelasting in de vorm van aan particuliere en/of institutionele donoren toe te kennen aftrek of belastingkrediet of regelingen waarbij belastingplichtigen hun belastingautoriteit kunnen meedelen welk percentage van hun verschuldigde inkomstenbelasting aan organisaties van algemeen nut moet worden toegerekend;

iii.belastingvrijstellingen voor werkloosheidsuitkeringen die worden ontvangen in de vorm van een forfaitair bedrag om de overdracht van ondernemingen aan werknemerscoöperaties te vergemakkelijken;

c)de fiscale nalevingslasten voor entiteiten van de sociale economie te evalueren en waar mogelijk te verminderen;

d)de naleving op praktisch niveau te vergemakkelijken voor grensoverschrijdende donaties van algemeen nut voor belastingdoeleinden, bijvoorbeeld door een gestandaardiseerd formulier uit te geven over de in een andere lidstaat gevestigde ontvangende entiteit voor het bedrag van de donatie, waarbij zowel de ontvanger als de donor worden geïdentificeerd;

e)ervoor te zorgen dat entiteiten van de sociale economie niet worden gebruikt voor belastingontduiking, belastingontwijking, agressieve fiscale planning of witwasdoeleinden, en ervoor te zorgen dat de desbetreffende administratieve procedures doeltreffend en evenredig zijn.

Meting en beheer van sociale effecten

19.In overeenstemming met de in punt 22, a), v), bedoelde acties van de Commissie wordt de lidstaten aanbevolen de toepassing van effectmeting en effectbeheerpraktijken te ondersteunen, met name door:

a)praktijken en methoden voor het meten en beheren van sociale effecten op te nemen in nationale beleidskaders en -programma’s die verband houden met de sociale economie;

b)ondersteuning op maat op basis van goede praktijken te bieden om entiteiten van de sociale economie te helpen eenvoudige en praktische methoden voor het meten en beheren van effecten vast te stellen die hun resultaten verbeteren, hun sociale impact aantonen en de toegang tot effectgestuurde financiering vergemakkelijken;

c)entiteiten van de sociale economie aan te moedigen om hun impact te meten door capaciteit op te bouwen door middel van doelgerichte financiering, en om een deel van het overheidsgeld dat zij (in de vorm subsidies of contracten) ontvangen, te gebruiken om hun sociale impact te meten.

Zichtbaarheid en erkenning

20.De lidstaten wordt aanbevolen meer bekendheid te geven aan de sociale economie en aan de wijze waarop de sociale economie bijdraagt tot de verwezenlijking van sociale en milieudoelstellingen, met name door:

a)op basis van beoordelingen van hun potentiële toegevoegde waarde specifieke rechtsvormen, rechtsstatussen, keurmerken en/of certificeringsregelingen voor de sociale economie op te zetten of aan te passen en de mogelijke vrijwillige wederzijdse erkenning te overwegen van in andere lidstaten gebruikte keurmerken en certificeringen. Bij dergelijke beoordelingen moet worden nagegaan in hoeverre zij het inzicht in de sector kunnen verbeteren en de ontwikkeling ervan kunnen ondersteunen door toegang te bieden tot specifieke voordelen (zoals fiscale prikkels of flexibiliteit in specifieke aanbestedingsprocedures). De Commissie zal deze werkzaamheden ondersteunen zoals beschreven in punt 22, a), vi);

b)in samenwerking met de relevante bestuursniveaus en andere instellingen (bv. universiteiten) communicatiecampagnes en bewustmakingsevenementen over de sociale economie te organiseren en financieren, ook voor jongere generaties;

c)door entiteiten van de sociale economie geleide succesvolle proefinitiatieven en goede praktijken te verspreiden en maatregelen om deze goede praktijken te dupliceren en op te schalen via netwerken van de sociale economie en via publieke communicatie, te bevorderen.

21.De lidstaten wordt aanbevolen de ontwikkeling en de prestaties van de sociale economie te monitoren door onderzoek te stimuleren en statistieken en kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te verzamelen, met name door:

a)optimaal gebruik te maken van de beschikbare steun van de Europese Commissie om hun nationale boekhoudsystemen uit te breiden tot het verzamelen van aanvullende en vergelijkbare gegevens (satellietrekeningen) en belangrijke enquêtes onder huishoudens (zoals de arbeidskrachtenenquête en de enquêtes die in de communautaire statistieken van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC) worden meegenomen) om informatie te verzamelen over de deelname aan de sociale economie, met inbegrip van uitgesplitste gegevens over geslacht en leeftijd (en waar mogelijk andere uitsplitsingen) om inzicht te krijgen in de gevolgen voor het scheppen van werkgelegenheid;

b)bij de ontwikkeling van statistieken de samenwerking tussen overheidsinstanties, onderzoeksorganisaties en de sociale economie aan te moedigen, en tegelijkertijd het scala aan informatiebronnen, zoals registers, administratieve gegevens, enquêtes en volkstellingen uit te breiden om correcte gegevens te verzamelen;

c)academisch en onafhankelijk onderzoek naar onderwerpen in verband met de sociale economie te ondersteunen.

STEUN VAN DE UNIE

22.De Raad is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de uitvoering van deze aanbeveling te ondersteunen door met de lidstaten samen te werken aan de ontwikkeling van beleids- en regelgevingskaders die bevorderlijk zijn voor de sociale economie. Dit houdt met name het volgende in:

a)uitvoering van de in het actieplan voor de sociale economie aangekondigde initiatieven, waaronder:

i.het opzetten en onderhouden van de EU-gateway voor de sociale economie, een duidelijk toegangspunt voor belanghebbenden uit de sociale economie om informatie te vinden over financiering, beleid, netwerken/platforms en initiatieven van de Unie, met inbegrip van capaciteitsopbouw;

ii.het publiceren van analyses van de bestaande belastingkaders voor de sociale economie, de fiscale behandeling van grensoverschrijdende donaties van algemeen nut en het non-discriminatiebeginsel;

iii.het faciliteren van mogelijkheden voor peer learning voor ambtenaren over onderwerpen die verband houden met de sociale economie door webinars en workshops te organiseren. Deze evenementen kunnen gebaseerd zijn op het in kaart brengen en het verzamelen en uitwisselen van goede praktijken op een reeks beleidsterreinen die relevant zijn voor de sector, zodat deelnemers kennis kunnen delen en succesvolle strategieën kunnen identificeren. Deze evenementen stellen sociale-economiecoördinatoren uit de lidstaten ook in staat beste praktijken regelmatig uit te wisselen en van elkaar te leren;

iv.het verzamelen van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over de werking van de sociale economie in de lidstaten, onder meer door het ondersteunen van onderzoek in het kader van het werkprogramma van Horizon Europa voor 2023-2024 84 ;

v.ondersteuning van de ontwikkeling van het meten en beheren van sociale effecten door bestaande praktijken in kaart te brengen en te evalueren, met inbegrip van de wijze waarop deze voldoen aan de behoeften en aansluiten op de capaciteiten van entiteiten van de sociale economie, om het begrip ervan te verbeteren en de toepassing ervan te vergemakkelijken 85 . Deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd in nauw overleg met de belanghebbenden en zijn gericht op de ontwikkeling van eenvoudige standaardmethoden voor entiteiten van de sociale economie om hun sociale effecten te beoordelen en aan te tonen;

vi.het opzetten van een studie over nationale keurmerken en certificeringsregelingen voor de sociale economie, het in kaart brengen van bestaande initiatieven, het in kaart brengen van goede praktijken, gemeenschappelijke kenmerken en criteria, en het verstrekken van een gemeenschappelijke aanpak en richtsnoeren aan de lidstaten, met het oog op vrijwillige wederzijdse erkenning;

vii.het bieden van technische ondersteuning aan de lidstaten voor hervormingen die gericht zijn op het stimuleren van de sociale economie, zowel op bilaterale als op meerlandenbasis;

viii.het stimuleren van transnationale samenwerking op het gebied van sociale innovatie via het Europees competentiecentrum voor sociale innovatie, de Europese prijsvraag voor sociale innovatie en het toekomstige netwerk van sociale ondernemers en innovatoren die in het kader van het programma voor de eengemaakte markt worden ondersteund;

ix.het ondersteunen van de gezamenlijke uitvoering van het transitietraject voor het industriële ecosysteem voor de buurt- en sociale economie 86 door toezeggingen van belanghebbenden te verzamelen en de samenwerking tussen belanghebbenden in het ecosysteem op het gebied van de groene en digitale transitie te vergemakkelijken;

x.het verder verbeteren van de toegang tot financiering voor sociale ondernemingen en andere entiteiten van de sociale economie, bijvoorbeeld via de financiële producten in het kader van het InvestEU-programma;

xi. het toepassen, in de aanbestedingsprocedures van de Commissie, van maatschappelijk verantwoorde aanbestedingspraktijken;

xii.de balans op te maken van de uitvoering van het plan;

b)het monitoren en beoordelen van de uitvoering van deze aanbeveling;

c)op basis van de in punt 26 bedoelde verslagen van de lidstaten een verslag op te stellen over de evaluatie van de naar aanleiding van deze aanbeveling genomen maatregelen, dat ter bespreking aan het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming moet worden voorgelegd.

UITVOERING, TOEZICHT EN EVALUATIE

23.De lidstaten wordt aanbevolen hun strategieën voor de sociale economie binnen 18 maanden na de goedkeuring van deze aanbeveling vast te stellen of bij te werken.

24.Met het oog op een succesvolle uitvoering van deze aanbeveling wordt de lidstaten aanbevolen hun administratieve en institutionele structuren op alle bestuursniveaus te herzien en te verbeteren, bijvoorbeeld door:

a)een “éénloketsysteem” op te zetten voor gestroomlijnde en gemakkelijke ondersteuning van entiteiten van de sociale economie op gebieden zoals toegang tot financiering en andere steun;

b)lokale en/of regionale contactpunten voor de sociale economie op te zetten die de rol van ambassadeurs van de sociale economie spelen en de sector promoten, peer-to-peerondersteuning bieden, de toegang tot Unie- en nationale financiering vergemakkelijken en contact onderhouden met de nationale en regionale autoriteiten die middelen van de Unie beheren;

c)coördinatoren voor de sociale economie aan te wijzen in nationale overheidsinstellingen. Deze coördinatoren moeten een duidelijk mandaat en duidelijke verantwoordelijkheden en voldoende middelen hebben om een doeltreffende coördinatie en monitoring van de aanbeveling mogelijk te maken en te zorgen voor consistentie tussen de beleidsvorming van nationale overheidsdiensten en de diensten van de EU-instellingen.

25.De lidstaten wordt aanbevolen de uitvoering van deze aanbeveling op nationaal niveau te monitoren en te evalueren, onder meer door middel van een regelmatige dialoog met regionale en lokale autoriteiten en entiteiten van de sociale economie om de evaluatie, monitoring en uitvoering van hun strategieën voor de sociale economie te informeren, adviseren en begeleiden.

26.De lidstaten wordt aanbevolen uiterlijk vier jaar na de vaststelling ervan en vijf jaar daarna aan de Commissie verslag uit te brengen over hun vorderingen bij de uitvoering van deze aanbeveling.

Gedaan te Straatsburg,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal” (COM(2019) 640 final).
(2)    Cijfer voor de EU-28. Zie Monzon, J. L., Chaves, R., Recent evolutions of the Social Economy in the European Union, Europees Economisch en Sociaal Comité, 2017, blz. 66.
(3)    Bijvoorbeeld 10 % van het bbp in Frankrijk, https://www.economie.gouv.fr/leconomie-sociale-et-solidaire
(4)    Mededeling van de Commissie “Bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie” (COM(2021) 778 final).
(5)    Resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 2022 over het EU-actieplan voor de sociale economie (2021/2179(INI)).
(6)    Conclusies van de Raad over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling (15071/15).
(7)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten (COM(2021) 102 final).
(8)    In sommige landen is dit percentage aanzienlijk hoger dan in de reguliere particuliere sector of zelfs in de publieke sector. In Frankrijk is bijvoorbeeld 40 % van de werknemers in de particuliere sector (de sociale economie niet meegerekend) en 63 % in de publieke sector vrouw, tegenover 68 % in de sociale economie. CNCRESS, État des lieux de l’égalité femmes-hommes dans l’Économie Sociale et Solidaire, 2019, blz. 6.
(9)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020) 152 final).
(10)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de Europese zorgstrategie (COM(2022) 440 final).
(11)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020: een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa” (COM(2021) 350 final).
(12)    De EU telt negen ultraperifere gebieden — Frans-Guyana, Guadeloupe, Martinique, Mayotte, Réunion en Saint-Martin (Frankrijk), de Azoren en Madeira (Portugal) en de Canarische Eilanden (Spanje) — in het westelijke deel van de Atlantische Oceaan, het Caribisch gebied, het Amazonebos en de Indische Oceaan. In totaal wonen er 4,8 miljoen burgers in die gebieden.
(13)    Europese Commissie, directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, Carini, C., Borzaga, C., Chiomento, S., et al., Social enterprises and their ecosystems in Europe – Comparative synthesis report (Sociale ondernemingen en hun ecosystemen in Europa - Vergelijkend syntheseverslag), Publicatiebureau, 2019.
(14)    Zo kan in sommige landen de juridische status die geschikt is voor bepaalde categorieën van sociale ondernemingen, zoals sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie (Work Integration Social Enterprises — WISE’s), te restrictief zijn voor de sociale behoeften die deze organisaties moeten nastreven. Bovendien kan een te restrictieve omzetting van EU-regels, zoals de regels inzake overheidsopdrachten, uiteindelijk tot gevolg hebben dat entiteiten van de sociale economie worden benadeeld.
(15)    De financieringskloof voor sociale ondernemingen in Europa werd geraamd op bijna 1 miljard EUR per jaar, terwijl de kloof voor microfinanciering in de hele EU op 12,9 miljard EUR per jaar werd geraamd. Ter ondersteuning van de sociale economie is in de programmeringsperiode 2014-2020 naar schatting ten minste 2,5 miljard EUR uit de EU-begroting vrijgemaakt, en de Commissie streeft ernaar het steunniveau voor de periode 2021-2027 te verhogen.
(16)    Cijfer voor de EU-28. Zie Monzon, J. L., Chaves, R., Recent evolutions of the Social Economy in the European Union, Europees Economisch en Sociaal Comité, 2017, blz. 69.
(17)    In het verslag over het “Buying for social impact”-project wordt bijvoorbeeld benadrukt dat maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten gemakkelijker kunnen worden uitgevoerd in landen waar rechtskaders of rechtsvormen voor sociale ondernemingen bestaan.
(18)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Werkprogramma van de Commissie 2023 Een standvastige en eendrachtige Unie (COM(2022) 548 final).
(19)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Initiatief voor sociaal ondernemerschap: Bouwen aan een gezonde leefomgeving voor sociale ondernemingen in een kader van sociale economie en innovatie” (COM(2011) 0682 definitief).
(20)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De toekomstige leiders van Europa: het starters- en opschalingsinitiatief” (COM(2016) 0733 final).
(21)    Voorstel voor een aanbeveling van de Raad over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie (COM(2023) 38 final).
(22)    Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie.
(23)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-strategie voor de rechten van het kind” (COM(2021) 142 final).
(24)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030” (COM(2021) 101 final).
(25)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025” (COM(2020) 698 final).
(26)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025” (COM(2020) 565 final).
(27)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma” (COM(2020) 620 final).
(28)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027” (COM(2020) 758 final).
(29)    Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake Een brug naar banen — Versterking van de jongerengarantie en tot vervanging van de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie 2020/C 372/01 (PB C 372 van 4.11.2020, blz. 1).
(30)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Europese vaardighedenagenda voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht” (COM(2020) 274 final).
(31)    B-WISE is een project dat wordt gefinancierd door het Erasmus+-programma, dat tot doel heeft een Europese strategie te ontwikkelen om tegemoet te komen aan de behoeften aan vaardigheden, met name digitale vaardigheden, in de sector van sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie.
(32)    Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 (PB L 323 van 19.12.2022, blz. 4).
(33)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Concurrentievermogen van de EU op lange termijn: blik op de periode na 2030” (COM(2023) 168 final).
(34)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk” (COM(2023) 62 final).
(35)    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologieproducten (verordening voor een nettonulindustrie) (COM(2023) 161).
(36)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “REPowerEU Plan” (COM(2022) 230 final).
(37)    Verslag over het transitietraject voor de buurt- en sociale economie .
(38)    Zie de Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35).
(39)    Mededeling van de Commissie betreffende richtsnoeren aan de lidstaten voor het actualiseren van de nationale energie- en klimaatplannen voor de periode 2021-2030 (PB C 495 van 29.12.2022, blz. 24).
(40)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020) 98 final).
(41)    Voorstel voor een verordening betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG (2022/0095 (COD).
(42)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een kmo-strategie voor een duurzaam en digitaal Europa” (COM(2020) 103 final).
(43)     https://www.ilo.org/ilc/ILCSessions/110/reports/texts-adopted/WCMS_848633/lang--en/index.htm
(44)     https://www.oecd.org/cfe/leed/social-economy/social-economy-recommendation/
(45)     https://unsse.org/wp-content/uploads/2023/04/A-77-L60.pdf
(46)    Advies van het Europees Comité van de Regio’s “Een gunstig klimaat scheppen voor de sociale economie — het lokale en regionale perspectief” (CDR 5492/2022).
(47)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021) 102 final).
(48)     https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2021/05/08/the-porto-declaration/
(49)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten (COM(2021) 102 final).
(50)    Besluit (EU) 2022/2296 van de Raad van 21 november 2022 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 304 van 24.11.2022, blz. 67).
(51)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie” (COM(2021) 778 final).
(52)    Conclusies van de Raad over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling (15071/15).
(53)    Resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 2022 over het EU-actieplan voor de sociale economie (2021/2179(INI)).
(54)    Aanbeveling van de Raad van 15 maart 2018 voor een Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen (PB C 153 van 2.5.2018, blz. 1).
(55)    Aanbeveling van de Raad van 30 oktober 2020 inzake Een brug naar banen — Versterking van de jongerengarantie en tot vervanging van de Aanbeveling van de Raad van 22 april 2013 tot invoering van een jongerengarantie (PB C 372 van 4.11.2020, blz. 1).
(56)    Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende een Europese benadering van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 10).
(57)    Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21).
(58)    Een voorbeeld hiervan is de Belgische steun voor “collectief maatwerk”, waarbij onder meer financiële steun aan sociale ondernemingen voor arbeidsintegratie wordt geboden.
(59)    Een voorbeeld hiervan is het Franse initiatief Territoires Zéro Chômeurs de Longue Durée, dat tot doel heeft langdurige werkloosheid te bestrijden door non-profitorganisaties op te richten in gebieden met een hoge langdurige werkloosheid om lokale bewoners in dienst te nemen met permanente contracten om nuttige activiteiten uit te voeren voor de gemeenschap, zoals recycling, kinderopvang en gemeenschapstuinieren. Soortgelijke initiatieven zijn geïntroduceerd in Groningen in Nederland en Marienthal in Oostenrijk.
(60)    Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen 2022/C 243/03 (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 26).
(61)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal” (COM(2019) 640 final).
(62)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk” (COM(2023) 62 final).
(63)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020) 98 final).
(64)    Besluit (EU) 2022/2481 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 (PB L 323 van 19.12.2022, blz. 4).
(65)    Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium (COM(2022) 28 final).
(66)    Bijvoorbeeld de Franse Hoge Raad voor de sociale en solidaire economie, de Spaanse Raad voor de ontwikkeling van de sociale economie en de Portugese nationale raad voor de sociale economie.
(67)    Bijvoorbeeld “Les Fonds Communs de Placement d’Entreprise solidaires” in Frankrijk.
(68)    Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 60).
(69)    Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 1).
(70)    Verordening (EU) 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).
(71)    Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van een programma voor de interne markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, het gebied van planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, en Europese statistieken (programma voor de interne markt), en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 99/2013, (EU) nr. 1287/2013, (EU) nr. 254/2014, en (EU) nr. 652/2014 (PB L 153 van 3.5.2021, blz. 1).
(72)    Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30).
(73)    Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17).
(74)    Verordening (EU) 2021/240 van het Europees Parlement en de Raad van 10 februari 2021 tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 1).
(75)    Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
(76)    Juridische statussen/kwalificaties, soms ook keurmerken genoemd, onderscheiden zich van rechtsvormen, aangezien zij kunnen worden aangenomen door verschillende rechtsvormen, waaronder organisaties met en zonder winstoogmerk.
(77)    Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14).
(78)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-strategie voor de rechten van het kind” (COM(2021) 142 final).
(79)    Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen 2022/C 243/03 (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 26).
(80)    Aanbeveling van de Raad van 24 november 2020 inzake beroepsonderwijs en -opleiding voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht 2020/C 417/01 (PB C 417 van 2.12.2020, blz. 1).
(81)    Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 94).
(82)    Artikel 30, lid 3, van Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 094 28.3.2014, blz. 1), artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 094 28.3.2014, blz. 65) en artikel 36, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
(83)    Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PB L 7 van 11.1.2012, blz. 3).
(84)    Commission Implementing Decision on the adoption of the work programme for 2023-2024 within the framework of the specific programme implementing Horizon Europe – the Framework Programme for Research and Innovation and on its financing, C(2022) 7550.
(85)    Ter illustratie van goede praktijken publiceert de Commissie samen met de OESO een verslag waarin op maat gesneden benaderingen die reeds door entiteiten van de sociale economie in Europa zijn beoordeeld, worden geïdentificeerd en onderzocht, waarbij wordt gekeken naar het doel, de reikwijdte en de belangrijkste kenmerken ervan.
(86)    Verslag over het transitietraject voor de buurt- en sociale economie .
Top