EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022XC0801(01)

Bekendmaking van het in artikel 94, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde enig document en van de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor een naam in de wijnsector 2022/C 293/09

C/2022/5362

PB C 293 van 1.8.2022, p. 11–16 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

1.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 293/11


Bekendmaking van het in artikel 94, lid 1, punt d), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde enig document en van de verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier voor een naam in de wijnsector

(2022/C 293/09)

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) uiterlijk twee maanden na de datum van deze bekendmaking bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.

ENIG DOCUMENT

“Corrèze”

PDO-FR-02407

Datum waarop de aanvraag is ingediend: 20.12.2017

1.   Naam/namen waarvoor de registratie wordt aangevraagd

Corrèze

2.   Lidstaat

Frankrijk

3.   Type geografische aanduiding

BOB – beschermde oorsprongsbenaming

4.   Categorieën wijnbouwproducten

1.

Wijn

15.

Wijn van ingedroogde druiven

5.   Beschrijving van de wijn(en)

1.   Niet-mousserende rode wijnen

KORTE BESCHRIJVING

Deze wijnen hebben gewoonlijk een robijn- tot granaatappelrode kleur met een paarse weerschijn. Ze worden in de neus gekenmerkt door zeer expressieve aroma’s waarin rode vruchten overheersen, in combinatie met kruidige toetsen. In de mond zijn ze fris en het evenwicht is harmonieus. Soms worden de wijnen in hout opgevoed. Ze hebben dan zijdezachte tanninen, met complexe aroma’s die variëren van “truffelachtige” toetsen voor de oude oogstjaren tot meer geroosterde en vanilleachtige toetsen voor de jongere wijnen. Deze wijnen zijn het resultaat van een mooie expressie van met name het druivenras cabernet franc N, dat soms wordt geassembleerd met aanvullende rassen zoals cabernet-sauvignon N en merlot N, die aromatische complexiteit en kracht toevoegen. Ze kunnen jong worden gedronken, maar beter is het om daarmee te wachten tot ze vijf jaar zijn.

Deze wijnen hebben een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 11 %.

Het gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose + fructose) is ≤ 4 g/l.

Het totale alcoholvolumegehalte van de wijnen mag na verrijking niet meer dan 12,5 % bedragen.

Voor deze wijnen met een appelzuurgehalte van ≤ 0,4 g/l is malolactische gisting verplicht.

De andere analytische kenmerken zijn die welke in de EU-regelgeving zijn vastgesteld.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimale totale zuurgraad

in milli-equivalent per liter

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter)

 

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter)

 

2.   Niet-mousserende droge witte wijnen

KORTE BESCHRIJVING

De enkel van het druivenras chenin B gemaakte droge witte wijnen zijn over het algemeen lichtgeel van kleur met een goudachtige weerschijn. Het zijn zeer aromatische wijnen met toetsen van bloemen en witte vruchten en soms met honingaroma’s. Ze zijn fris en fruitig in de mond, levendig en krachtig met een lange afdronk en bloemige en minerale toetsen.

Deze wijnen hebben een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 10 %.

Het gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose + fructose) is ≤ 4 g/l. Dit gehalte kan worden verhoogd tot 9 g/l indien de totale zuurgraad, uitgedrukt in gram wijnsteenzuur per liter, niet meer dan 2 g lager is dan het gehalte aan suikerresidu.

Het totale alcoholvolumegehalte van de wijnen mag na verrijking niet meer dan 12,5 % bedragen.

De andere analytische kenmerken zijn die welke in de Europese wetgeving zijn vastgesteld.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimale totale zuurgraad

in milli-equivalent per liter

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter)

 

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter)

 

3.   Wijnen met de traditionele vermelding “strowijn”

KORTE BESCHRIJVING

Deze wijnen op basis van niet op de stam ingedroogde druiven van de druivenrassen cabernet franc N, cabernet-sauvignon N, chardonnay B, merlot N en sauvignon B hebben een hoog natuurlijk gehalte aan suikerresidu. Ze hebben diepgouden tot amberkleurige tinten. Ze worden in de neus gekenmerkt door toetsen van overrijpe vruchten en aroma’s van gedroogde of gekonfijte vruchten, die zeer krachtig zijn en in sommige gevallen een licht ranciokarakter hebben. In de mond hebben ze een zachte aanzet, een levendig karakter en een lange afdronk. Bij het persen hebben ze een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 18 % en een minimaal suikergehalte van 320 g/l. Ze hebben een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 12,5 % en een gehalte aan fermenteerbare suikers (glucose + fructose) ≥ 68 g/l. Voor deze wijnen zijn verrijking of concentratietechnieken zoals cryoconcentratie of het gebruik van ovens of droogkamers verboden. Ze worden ten minste opgevoed tot 15 november van het derde jaar na de oogst, waarvan ten minste 18 maanden in hout.

Dit product valt onder categorie 15 Wijn van ingedroogde druiven van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Algemene analytische kenmerken

Maximaal totaal alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimaal effectief alcoholgehalte (in volumeprocent)

 

Minimale totale zuurgraad

in milli-equivalent per liter

Maximaal gehalte aan vluchtige zuren (in milli-equivalent per liter)

30

Maximaal totaalgehalte aan zwaveldioxide (in milligram per liter)

300

6.   Wijnbereidingsprocedés

a.   Essentiële oenologische procedés

Teeltwijze

De percelen hebben een minimale beplantingsdichtheid van 4 000 wijnstokken per hectare.

Elke wijnstok beschikt over een grondoppervlak van maximaal 2,50 m2. Deze maximale oppervlakte wordt verkregen door de afstand tussen de rijen te vermenigvuldigen met de afstand tussen de wijnstokken.

De afstand tussen de rijen in deze wijngaarden bedraagt ten hoogste 2,50 meter en de afstand tussen de wijnstokken binnen eenzelfde rij bedraagt ten minste 0,85 meter.

Deze regeling is niet van toepassing op wijnstokken die op een terras zijn aangeplant. Onder perceel met wijnstokken die op een terras zijn aangeplant, wordt verstaan een perceel met een aparte indeling die afhangt van de bestaande helling en al bestond vóór de aanplant van de wijnstokken. Daardoor volgen de beplantingsafstanden niet het normale patroon en kunnen er geen mechanische middelen tussen twee opeenvolgende niveaus worden ingezet. Voor de percelen met wijnstokken die op een terras zijn aangeplant, bedraagt de afstand tussen de stokken in eenzelfde rij 0,80 tot 1 meter.

Het snoeien gebeurt uiterlijk vóór het fenologisch stadium E (met drie bladeren, gespreid over de eerste twee ogen).

De wijnstokken worden gesnoeid in enkele of dubbele Guyot-snoei of in enkele of dubbele cordon de Royat-snoei.

Bij het snoeien mag het aantal ogen niet hoger zijn dan 16 per stok.

Bij de vruchtvorming (Lorenz-fase 27) mag het aantal vruchtdragende takken niet hoger zijn dan 12 per stok.

1.   Bijzondere bepalingen inzake de oogst

Teeltwijze

Wijnen met de traditionele vermelding “strowijn” worden gemaakt van handmatig geoogste druiven.

2.   Bijzondere bepalingen voor wijnen met de traditionele vermelding “strowijn”

Specifiek oenologisch procedé

De voor de bereiding van deze wijnen bestemde druiven worden gedurende ten minste zes weken in speciale, op natuurlijke of kunstmatige wijze geventileerde ruimten gedroogd op droogrekken of strobedden. In het geval van kunstmatige ventilatie wordt altijd de temperatuur van de buitenlucht aangehouden. Deze lucht mag worden ontvochtigd met koude en droge lucht.

Deze wijnen worden ten minste opgevoed tot 15 november van het derde jaar na de oogst, waarvan ten minste 18 maanden op hout.

b.   Maximumopbrengsten

1.   Niet-mousserende rode wijnen

60 hectoliter per hectare

2.   Niet-mousserende droge witte wijnen

65 hectoliter per hectare

3.   Wijnen met de traditionele vermelding “strowijn”

24 hectoliter per hectare

7.   Afgebakend geografisch gebied

De druivenoogst, de vinificatie en de bereiding van de wijnen vinden plaats op het grondgebied van de volgende gemeenten in het departement Corrèze:

 

Allassac, Beaulieu-sur-Dordogne, Bilhac, Branceilles, Brivezac, La Chapelle-aux-Saints, Chauffour-sur-Vell, Collonges-la-Rouge, Curemonte, Donzenac, Ligneyrac, Marcillac-la-Croze, Meyssac, Noailhac, Nonards, Puy-d’Arnac, Queyssac-les-Vignes, Saillac, Saint-Bazile-de-Meyssac, Saint-Julien-Maumont, Sioniac, Turenne, Végennes, Voutezac.

Voor wijnen met de traditionele vermelding “strowijn” vinden de druivenoogst, het drogen, de vinificatie, de bereiding en de opvoeding van de wijnen plaats op het grondgebied van de volgende gemeenten in het departement Corrèze:

 

Beaulieu-sur-Dordogne, Bilhac, Branceilles, Brivezac, La Chapelle-aux-Saints, Chauffour-sur-Vell, Collonges-la-Rouge, Curemonte, Ligneyrac, Marcillac-la-Croze, Meyssac, Noailhac, Nonards, Puy-d’Arnac, Queyssac-les-Vignes, Saillac, Saint-Bazile-de-Meyssac, Saint-Julien-Maumont, Sioniac, Turenne en Végennes.

8.   Voornaamste wijndruivenras(sen)

 

Cabernet franc N

 

Cabernet-Sauvignon N

 

Chardonnay B

 

Chenin B

 

Merlot N

 

Sauvignon B - Sauvignon blanc

9.   Beschrijving van het (de) verband(en)

Het geografische gebied van de BOB “Corrèze” ligt in het zuidwesten van het departement Corrèze, in de streek aan de voet van de bekkens van Brive en Meyssac. Het steunt in het oosten op de uitlopers van het Centraal Massief, in het westen op de heuvels van de Périgord en het kalksteenplateau van Martel, en wordt in het zuiden begrensd door de rivier Dordogne.

De geomorfologie en het klimaat van het departement Corrèze beperken de mogelijkheden voor de aanplanting van wijngaarden aanzienlijk. Alleen de bekkens van Brive en Meyssac zijn door hun richting, topografie en hoogte geschikt voor de wijnbouw. In tegenstelling tot het meer continentale klimaat van het plateau van Limousin heeft deze goed beschutte streek op geringe hoogte een gematigd en zacht klimaat. De zomers zijn er warm en de winters gematigd koud. De neerslag is gelijkmatig verdeeld over het jaar en ligt gemiddeld tussen 800 en 900 mm. Dit zeeklimaat, met in sommige jaren najaarsdepressies met weinig regen vanuit de Aquitaine en in andere jaren warme en zonnige nazomers, is geschikt voor de bereiding van kwaliteitswijnen. Alleen de bruine bodems op mergelkalk of zandsteen ten zuiden van het bekken van Meyssac en die op verticale schisten ten noorden van het bekken van Brive zijn gunstig voor de wijnbouw. De wijngaard ligt gewoonlijk op een hoogte tussen 150 en 300 meter. Boven 320 meter, d.w.z. ten noorden van de breuklijnen van Meyssac, Donzenac en Juillac, vindt er geen wijnproductie meer plaats op de kristallijne ondergrond.

De op de beste wijnbouwgronden aangeplante wijngaarden worden beheerd aan de hand van strenge, van het soort bereide wijn afhankelijke regels betreffende dichtheid, snoei, opbinden, hoogte van het opgebonden gebladerte en opbrengst om tot de beste concentratie en aromatische expressie van de verschillende geproduceerde wijnen te komen.

De rode wijnen van de BOB “Corrèze” worden voornamelijk gemaakt van druiven van het ras cabernet franc N, die — geteeld op de klei-kalksteenhoudende truffelbodems, leisteenbodems of sedimentaire bodems — wijnen opleveren met robijn- tot granaatappelrode kleuren met een paarse weerschijn en overheersende aroma’s van rode vruchten in combinatie met kruidige toetsen. Bij assemblage kunnen merlot N en cabernet-sauvignon N extra structuur en aromatische complexiteit verlenen.

De wijnen met de aanvullende geografische naam Coteaux de la Vézère zijn afkomstig van de leisteenterroirs op de hellingen van de Vézère ten noorden van Brive, wat de rode wijnen van het druivenras cabernet franc N bijzondere kenmerken geeft, namelijk een robijnrode kleur en complexe aroma’s van rode en zwarte vruchten. Dit terroir is het enige waar droge witte wijnen worden gemaakt van druiven van enkel het ras chenin B, wat wijnen met toetsen van bloemen en witte vruchten oplevert.

De traditie van het indrogen voor de productie van “strowijn” duurt tot op vandaag voort op de klei-kalkbodems van het bekken van Meyssac, onder klimaatomstandigheden die in het najaar bijzonder gunstig zijn voor deze werkwijze. De geomorfologie en het daaruit voortvloeiende microklimaat zijn de belangrijkste factoren bij de bereiding van strowijn: sedimentaire bodems aan de voet van het kristallijn massief, ligging pal op het zuiden en een getemperde invloed vanuit zee. Dit productiegebied vormt een oorspronkelijk geheel, dat plaatselijk de “Riviera Limousine” wordt genoemd, een gebied met de juiste omstandigheden voor de expressie van het halfzoete karakter van de strowijn, die diepgouden tot amberkleurige tinten en aroma’s van gedroogde of gekonfijte vruchten heeft. De ligging, in de vorm van een amfitheater, van deze heuvels aan de voet van het Limousin-gebergte, die in het zuiden boven de Dordogne uitsteken, verklaart de natuurlijke ventilatie en de mildheid in het najaar die gunstig zijn voor de natuurlijke droging van de vruchten. Het drogen van vruchten en planten vormt een lange traditie in deze streek van Bas-Limousin. De notenproductie is een belangrijke activiteit in het bekken van Meyssac, een product dat is erkend onder de BOB “Noix du Périgord”. In deze streek is ook veel tabak geproduceerd, waarbij in de vorige eeuw het accent lag op het drogen ervan. De vervaardiging van strowijn wordt in 1821 beschreven door François Planchard de la Greze. Hij vermeldt dat de na de dauw geplukte druiven op stro of op een schone houten vloer worden gelegd. Medio december worden de druiven afgerist en geperst. Deze aloude traditie, die de productie van zeer typische zoete wijn mogelijk maakt, heeft in de loop der tijd standgehouden ondanks de decimering van het aantal wijngaarden in de vorige eeuw.

Na de phylloxeracrisis vond er vrijwel geen wijnbouw meer plaats totdat een eeuw later een groep bevlogen mensen in beide wijnbouwgebieden in Corrèze de handen ineensloeg om een glorieus verleden te doen herleven. De kwaliteit van de wijnen en de duurzaamheid van de wijngaarden waarvan ze afkomstig zijn, worden gewaarborgd door de knowhow en inzet van deze wijnbouwers. Door de druivenrassen en werkwijzen aan te passen aan de terroirs, hebben zij complementaire producten van hoge kwaliteit ontwikkeld dankzij welke de oude reputatie van deze regio weer in ere is hersteld.

10.   Andere essentiële voorwaarden

Traditionele vermelding “strowijn”

Rechtskader:

EU-wetgeving

Soort aanvullende voorwaarde:

Aanvullende bepalingen betreffende de etikettering

Beschrijving van de voorwaarde:

De naam van de benaming mag worden aangevuld met de traditionele vermelding “vin de paille” (strowijn) voor wijnen die voldoen aan de voor dit soort wijn vastgestelde productievoorwaarden.

Aanvullende geografische benamingen

Rechtskader:

Nationale wetgeving

Soort aanvullende voorwaarde:

Aanvullende bepalingen betreffende de etikettering

Beschrijving van de voorwaarde:

De naam van de benaming mag worden gevolgd door de geografische benaming “Coteaux de la Vézère” voor wijnen die voldoen aan de voor die aanvullende geografische benaming vastgestelde productievoorwaarden.

Voor de aanvullende geografische benaming “Coteaux de la Vézère” vinden de druivenoogst, de vinificatie en de bereiding van de wijnen plaats op het grondgebied van de volgende gemeenten in het departement Corrèze: Allassac, Donzenac, Voutezac.

Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier

https://info.agriculture.gouv.fr/gedei/site/bo-agri/document_administratif-ffb5421f-1d52-4f8c-b484-b5a93270c83d


(1)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.


Top