EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022IP0219

Resolutie van het Europees Parlement van 19 mei 2022 over de sociale en economische gevolgen voor de EU van de Russische oorlog in Oekraïne — versterking van het vermogen van de EU om op te treden (2022/2653(RSP))

PB C 479 van 16.12.2022, p. 75–85 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
PB C 479 van 16.12.2022, p. 60–60 (GA)

16.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 479/75


P9_TA(2022)0219

De sociale en economische gevolgen voor de EU van de Russische oorlog in Oekraïne — versterking van het vermogen van de EU om op te treden

Resolutie van het Europees Parlement van 19 mei 2022 over de sociale en economische gevolgen voor de EU van de Russische oorlog in Oekraïne — versterking van het vermogen van de EU om op te treden (2022/2653(RSP))

(2022/C 479/08)

Het Europees Parlement,

gezien zijn resolutie van 7 april 2022 over de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 24 en 25 maart 2022, onder meer met betrekking tot de recentste ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne en de sancties van de EU tegen Rusland en de uitvoering daarvan (1),

gezien de conclusies van de Europese Raad van 25 maart 2022,

gezien de mededeling van de Commissie van 8 maart 2022 getiteld “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie” (COM(2022)0108),

gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 27 mei 2020 getiteld “Identifying Europe’s Recovery Needs” (SWD(2020)0098),

gezien het verslag van 22 april 2022 van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de regionale economische vooruitzichten, getiteld “Europe: War Sets Back the European Recovery”,

gezien zijn resolutie van 24 maart 2022 over de behoefte aan een dringend EU-actieplan om voedselzekerheid binnen en buiten de EU te waarborgen in het licht van de Russische invasie in Oekraïne (2),

gezien zijn resolutie van 5 mei 2022 over de gevolgen van de oorlog tegen Oekraïne voor vrouwen (3),

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (4),

gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de herziening van het macro-economische wetgevingskader voor een betere impact op de reële economie van Europa en een grotere transparantie van de besluitvorming en democratische verantwoordingsplicht (5),

gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat Rusland sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en niet-gerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert;

B.

overwegende dat de Russische invasie is uitgegroeid tot een ernstige humanitaire crisis die miljoenen mensen treft en onvermijdelijk zal leiden tot een zware economische schok van nog onbekende duur en omvang in de EU;

C.

overwegende dat het verlies aan mensenlevens en de humanitaire crisis in verband met de enorme aantallen belegerde en ontheemde mensen de belangrijkste gevolgen van de oorlog in Oekraïne zijn; overwegende dat volgens gegevens van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen tot 5 mei 2022 meer dan 5,7 miljoen mensen Oekraïne waren ontvlucht, en dat meer dan 85 % van hen momenteel in een EU-land wordt opgevangen; overwegende dat de last die de humanitaire crisis met zich meebrengt voor een groot deel gedragen wordt door de lidstaten die aan Oekraïne grenzen;

D.

overwegende dat de milieueffecten van het conflict, als gevolg van bombardementen, olie- en gaslekken, en incidenten in chemische fabrieken en kerncentrales, zowel voor de bevolking van Oekraïne als van de EU een bron van grote zorg zijn; overwegende dat de EU moet helpen bij de bescherming tegen en het herstel van door de oorlog veroorzaakte milieuschade en milieumisdaden moet bestraffen, aangezien deze onvermijdelijk langdurige gevolgen zullen hebben;

E.

overwegende dat Rusland eenzijdig heeft besloten de leveringen van gas aan Bulgarije en Polen stop te zetten; overwegende dat steeds meer EU-lidstaten reeds hun steun hebben uitgesproken voor de tenuitvoerlegging van een volledig energie-embargo tegen Rusland om aan deze chantage te ontkomen;

F.

overwegende dat de sancties ernstige gevolgen hebben voor de Russische economie (volgens het IMF is er sprake van een inkrimping van het BBP met 8,5 % en een inflatie van 21,3 % in 2022); overwegende dat de Europese aankopen van fossiele brandstoffen van Rusland door 800 miljoen EUR per dag naar Rusland over te maken voor de levering van deze brandstoffen het regime nog steeds middelen verschaffen om de oorlog te helpen financieren; overwegende dat de Commissie een ambitieus plan heeft gepresenteerd om de invoer van Russische olie binnen zes maanden en van geraffineerde producten tegen het eind van het jaar te verbieden;

G.

overwegende dat de economische situatie in combinatie met de gevolgen van de sancties die genomen moeten worden ernstige economische en sociale gevolgen zal hebben, onder meer voor de arbeidsmarkten en de levensomstandigheden in de EU; overwegende dat de crisis als gevolg van de oorlog de groei en de werkgelegenheid negatief dreigt te beïnvloeden, onder meer door de gevolgen voor de financiële markten, energietekorten en de verdere druk op de energieprijzen, de aanhoudende knelpunten in de toeleveringsketens en de vertrouwenseffecten;

H.

overwegende dat de inflatie van de consumentenprijzen in de EU in veel landen een niveau heeft bereikt dat sinds de jaren zeventig niet meer is voorgekomen en in april 2022 7,5 % bedroeg, het hoogste niveau sinds de invoering van de eenheidsmunt, een piek die vooral te wijten is aan de prijsstijgingen van fossiele energie; overwegende dat dit heeft geleid tot hogere landbouwprijzen; overwegende dat volgens de meest recente prognoses van de ECB voor de eurozone het inflatiepercentage (HICP) zal dalen van gemiddeld 5,1 % in 2022 tot 2,1 % in 2023 en 1,9 % in 2024;

I.

overwegende dat de toenemende inflatie en vooral de snelle stijging van de voedsel- en energieprijzen in de gehele EU de kwetsbaarste bevolkingsgroepen treffen, de ongelijkheid verder vergroten en de armoede en energiearmoede verergeren; overwegende dat de lonen naar verwachting minder snel zullen stijgen dan de inflatie en dat de koopkracht van werknemers daardoor daalt en zij hun levensomstandigheden in de komende paar maanden zullen zien verslechteren; overwegende dat dit ook grotere druk zal uitoefenen op de capaciteit van het sociaal beleid en op automatische stabilisatoren zoals nationale werkloosheidsregelingen; overwegende dat het door de Commissie goedgekeurde instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) een succes was;

J.

overwegende dat volgens de mondiale economische vooruitzichten van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) van april 2022 de mondiale groei zal vertragen van naar schatting 6,1 % in 2021 tot 3,6 % in 2022 en 2023, wat 0,8 en 0,2 procentpunt lager is voor 2022 en 2023 dan in januari werd voorspeld; overwegende dat de groei in de eurozone volgens de prognoses zal afnemen van naar schatting 5,3 % in 2021 tot 2,8 % in 2022 en 2,3 % in 2023;

K.

overwegende dat volgens het voorstel van de Commissie voor een gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2022 het wijdverbreide gebruik van regelingen voor het behoud van banen tijdens de pandemie heeft bijgedragen tot de relatief beperkte stijging van de werkloosheid in 2021, van een stijging met 6 % in 2020 tot slechts 0,4 % in 2021 (6);

L.

overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) meer moeite hebben om financiering te krijgen dan grote ondernemingen; overwegende dat kmo’s bijzonder veel moeite hebben om toegang te krijgen tot overheidsmiddelen omdat zij daarvoor complexe administratieve procedures moeten doorlopen; overwegende dat daarom bij de vaststelling van voorwaarden voor de toegang van kmo’s tot financiële steun rekening moet worden gehouden met de noodzakelijke vereenvoudiging van de procedures;

M.

overwegende dat Europa voor nieuwe uitdagingen staat, zoals groeiende ongelijkheid tussen generaties, afnemende maatschappelijke, gezondheidsgerelateerde, economische en ecologische kansen en middelen, territoriale ongelijkheden en ongelijke toegang tot fundamentele sociale en gezondheidszorgvoorzieningen, werkgelegenheid, zakelijke kansen en sociale infrastructuur; overwegende dat in 2020 96,5 miljoen mensen in de EU het risico liepen op armoede of sociale uitsluiting, wat overeenkomt met 21,9 % van de EU-bevolking; overwegende dat armoede en sociale uitsluiting de afgelopen tien jaar zijn afgenomen; overwegende dat een verdere vermindering noodzakelijk is; overwegende dat het terugdringen van ongelijkheden een gedeelde verantwoordelijkheid is van de EU en de lidstaten; overwegende dat de onderliggende oorzaken van de economische en sociale onevenwichtigheden op lange termijn moeten worden aangepakt;

N.

overwegende dat ongeveer 34 miljoen Europeanen hebben aangegeven dat zij in 2018 niet in staat waren hun woning voldoende te verwarmen, en dat 6,9 % van de bevolking van de Unie in een EU-brede enquête in 2019 heeft aangegeven een voldoende verwarming van hun woning niet te kunnen betalen;

O.

overwegende dat deugdelijke socialebeschermingsstelsels essentieel zijn voor de sociale veerkracht in tijden van crisis; overwegende dat het belangrijkste sociale gevolg in Europa een stijging van de kosten van levensonderhoud en de betaalbaarheid van goederen en diensten is, waardoor mensenrechten zoals de toegang tot voedsel, huisvesting, kleding en onderwijs, gunstige arbeidsvoorwaarden en bescherming tegen werkloosheid, en de toegang tot medische zorg in gevaar komen;

P.

overwegende dat de EU zich in het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten ten doel heeft gesteld het aantal mensen dat het risico loopt op armoede of sociale uitsluiting met ten minste 15 miljoen te verminderen en een reeks voorstellen heeft goedgekeurd om dit doel tegen 2030 te bereiken; overwegende dat in de huidige context de verwezenlijking van de doelstelling een extra uitdaging wordt gezien de verwachte toename van armoede en werkloosheid in de komende maanden; overwegende dat de stelsels voor sociale bescherming zwaar op de proef worden gesteld om de sociale gevolgen van de crisis te verzachten, vluchtelingen te ondersteunen en iedereen fatsoenlijke levensomstandigheden en toegang tot hoogwaardige essentiële diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting te verschaffen;

Q.

overwegende dat het Internationaal Energie Agentschap heeft geraamd dat in 2022 een bedrag van 200 miljard EUR (7) aan overwinsten zal zijn gemaakt; overwegende dat het agentschap ook verklaard heeft dat tijdelijke fiscale maatregelen op onverhoopte winsten beschikbaar zouden kunnen worden gesteld ten behoeve van de overheidsinkomsten, om de hogere energierekeningen gedeeltelijk te compenseren; overwegende dat de Commissie in maart 2022 richtsnoeren heeft voorgesteld voor de invoering van tijdelijke belastingmaatregelen op onverhoopte winsten (8);

R.

overwegende dat de Russische oorlog in Oekraïne de vastberadenheid, eenheid en kracht van de EU bij de verdediging van democratische waarden heeft aangetoond; overwegende dat deze oorlog ook heeft aangetoond dat er economische, sociale en institutionele hervormingen in de EU nodig zijn om de wereldwijde gevolgen van de militaire agressie van Rusland het hoofd te kunnen bieden; overwegende dat het absoluut noodzakelijk is de tot dusver indrukwekkende eenheid en solidariteit van de Unie te handhaven door alle beschikbare niet-militaire middelen in te zetten om een einde te maken aan de Russische agressie tegen Oekraïne en met collectieve middelen de onmiddellijke gevolgen binnen de EU aan te pakken, alsook door de lopende wetgevingsagenda te handhaven met als doel de veerkracht van de Unie op sociaal, economisch en milieugebied te verbeteren, ondanks de wens van Poetin om ons te verdelen en die inspanningen te doen ontsporen;

S.

overwegende dat ervoor moet worden gezorgd dat de sociale markteconomie en de interne markt, ook in tijden van crisis, goed functioneren, zodat het potentieel ervan ten volle kan worden benut ten bate van de Europese consument en kan worden bijgedragen tot het stimuleren van de productiviteit, het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven en het scheppen van hoogwaardige banen;

T.

overwegende dat de Commissie concrete maatregelen heeft gepresenteerd om REPowerEU tot een realiteit te maken;

U.

overwegende dat de EU een echte macht op het wereldtoneel moet worden die in staat is zelf op te treden en zelf beslissingen te nemen, met name op het gebied van defensie, energie, landbouw, aquacultuur en industrie;

V.

overwegende dat toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten ook steeds moeilijker wordt voor vluchtelingen die in de EU aankomen; overwegende dat de EU zich wil inzetten voor de bevordering, bescherming en verwezenlijking van het recht van elk individu en van elke vrouw en elk meisje om volledige zeggenschap te hebben en in vrijheid en verantwoordelijkheid te beslissen over zaken die hun seksualiteit en seksuele en reproductieve rechten aangaan, zonder discriminatie, dwang en gendergerelateerd geweld;

Algemene overwegingen

1.

is solidair met het Oekraïense volk en wijst erop dat een actieve oorlog aan de onmiddellijke grenzen van de EU ernstige sociale en economische gevolgen heeft voor Europa; is zich er ten volle van bewust dat democratie en vrijheid niet kunnen worden uitgedrukt door een monetair equivalent of sociaal comfort; veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de onwettige, onuitgelokte en ongerechtvaardigde militaire aanval op en inval in Oekraïne door de Russische Federatie, alsmede de betrokkenheid van Belarus hierbij;

2.

benadrukt dat de Russische militaire agressie tegen Oekraïne en de gerechtvaardigde sancties van de EU tegen Rusland en Belarus het economische herstel van de EU na de pandemie aantasten en een ernstige bedreiging vormen voor haar herstel- en veerkrachtstrategie, alsook voor de integriteit van de eengemaakte markt;

3.

benadrukt dat de huidige oorlog tegen Oekraïne een toch al diepe energieprijzencrisis in heel Europa heeft verergerd, wat een direct negatief effect heeft op de koopkracht van alle EU-burgers en op kmo’s; herinnert eraan dat de hoge gas- en elektriciteitsprijzen van dit moment de meeste lidstaten treffen, zij het in verschillende mate en op verschillende tijdstippen, en dat de huidige prijspiek snel ingrijpen vereist om de sociaaleconomische gevolgen in kaart te brengen, te voorkomen en te verhinderen door middel van een gecoördineerde economische en sociale beleidsreactie;

4.

onderstreept het belang van het waarborgen van energiesoevereiniteit en onafhankelijkheid van Russische leveranties en van meer strategische autonomie en energiezekerheid, door het verbeteren en waarborgen van grote investeringen in de energie-infrastructuur van de EU, onder meer op het gebied van interconnecties en grensoverschrijdende infrastructuur voor de productie van hernieuwbare energie, en energie-efficiëntie;

5.

is ervan overtuigd dat de capaciteiten van de Unie op het gebied van solidariteit in tijden van crisis verder moeten worden versterkt; roept de Commissie en de Raad op om, indien de negatieve gevolgen van de crisis niet voldoende kunnen worden opgevangen met de bestaande programma’s, klaar te staan om een nieuw veerkrachtplan te presenteren om huishoudens en ondernemingen, met name kmo’s, te helpen de gevolgen van de oorlog het hoofd te bieden, en de slagvaardigheid van de EU te versterken; benadrukt dat een vastberaden, gecoördineerd en op solidariteit gebaseerd Europees antwoord van essentieel belang is om de uitbreiding van de crisis te beperken door de economische en sociale gevolgen ervan in kaart te brengen, te voorkomen en te verzachten, en derhalve de steun van de Europese burgers te behouden voor de acties tegen Rusland en voor de andere acties die nodig zijn om de Oekraïners te steunen in hun verdediging; roept de EU-instellingen op Oekraïne de status van kandidaat-lidstaat van de EU te verlenen, overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en op basis van verdienste;

6.

benadrukt zijn volledige steun voor Oekraïne en het Oekraïense volk; benadrukt het belang van de goedkeuring door de Europese Raad van de vijf pakketten sancties tegen Rusland en roept op tot een snelle en doeltreffende uitvoering ervan; verzoekt de lidstaten dringend het zesde sanctiepakket aan te nemen, met inbegrip van een verbod op de invoer van Russische olie, zoals voorgesteld door de Commissie; herhaalt zijn oproep tot een onmiddellijk en volledig embargo op de Russische invoer van olie, kolen, kernbrandstof en gas, en tot volledige stopzetting van Nord Stream 1 en 2; dringt aan op de dringende goedkeuring van schadebeperkende maatregelen met betrekking tot de sancties om ervoor te zorgen dat de werknemers en huishoudens niet de last van deze politieke besluiten dragen;

7.

steunt de wereldwijde inspanningen om Oekraïne te steunen, met name via de G7, en roept op tot schuldverlichting voor Oekraïne; verzoekt de Commissie en de lidstaten het voortouw te nemen bij de totstandbrenging van een trustfonds voor solidariteit met Oekraïne en van een strategie voor wederopbouw van Oekraïne na de oorlog; herinnert aan zijn gevestigde standpunt dat het Parlement volledig betrokken moet worden bij de oprichting van en het toezicht op de EU-trustfondsen en de daarmee verband houdende operationele besluitvorming;

8.

verzoekt de Raad de lijst van personen tegen wie EU-sancties rechtstreeks zijn gericht, waaronder Russische oligarchen, uit te breiden met de lijst van 6 000 personen die door de stichting van Navalny zijn voorgesteld; roept op tot uitbreiding van de EU-sancties tot aan Rusland gelieerde media-entiteiten die actief zijn in de EU, met name het “nieuwsagentschap” InfoRos, dat gelieerd is aan de GROe;

9.

merkt op dat voormalige politici als Esko Aho, François Fillon en Wolfgang Schüssel onlangs ontslag hebben genomen uit hun functies in Russische bedrijven en eist nadrukkelijk dat anderen, zoals Karin Kneissl en Gerhard Schröder, hetzelfde doen; verzoekt de Raad voorts de lijst van personen tegen wie EU-sancties zijn gericht, uit te breiden tot de Europese leden van de raden van bestuur van grote Russische ondernemingen en tot politici die geld uit Rusland blijven ontvangen;

Gecoördineerde aanpak van de economische en sociale crisis

10.

is ervan overtuigd dat een doeltreffende reactie op korte termijn erin bestaat bij te dragen tot de verlichting van de hoge energieprijzen voor huishoudens en bedrijven en de koopkracht, de kwaliteit van de werkgelegenheid en de openbare dienstverlening in stand te houden, en tegelijk door te gaan met de uitvoering van de Europese Green Deal en de rechtvaardige, digitale en groene transitie, en met de versterking van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten; roept op tot een versterking van de interne energiemarkt om de afhankelijkheden van de EU uit de weg te ruimen zonder nieuwe afhankelijkheden te creëren;

11.

wijst nogmaals op het belang van de diversificatie van energiebronnen, -technologieën en -aanvoerroutes, waarbij lock-in-effecten worden vermeden, naast het opzetten van een grootschalig plan voor overheids- en particuliere investeringen in energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en duurzame overheidsinvesteringen op lange termijn in de aanpak van de klimaatverandering en het probleem van de energievoorziening; dringt er daarom bij de Commissie op aan te zorgen voor een betere coördinatie van de planning en financiering voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, in het bijzonder groene waterstof; pleit voor de snelle uitfasering van subsidies voor fossiele brandstoffen;

12.

herhaalt dat de Commissie raamt dat aanvullende investeringen van honderden miljoenen euro’s per jaar (9) nodig zijn om de uitdagingen en kansen met betrekking tot de digitale transformatie, een groene en rechtvaardige transitie en economisch en sociaal herstel tegemoet te treden; benadrukt daarom dat dit hogere investeringsniveau moet worden gestabiliseerd en dat de opwaartse convergentie in de EU nog vele jaren lang zal moeten worden versterkt;

13.

roept de Commissie en de lidstaten op om overheidsinvesteringen en financiële steun, met inbegrip van financiële steun van de overheid aan bedrijven die wordt verleend in het kader van de versoepeling van de regels inzake staatssteun, afhankelijk te maken van relevante eisen die verband houden met doelstellingen van het overheidsbeleid, in het bijzonder sociale, milieu- en financiële eisen, waaraan de begunstigden moeten voldoen zolang zij overheidssteun ontvangen, en tegelijkertijd te zorgen voor eerlijke en open concurrentie, gelijke concurrentievoorwaarden voor onze bedrijven en eerbiediging van de fundamentele beginselen waarop onze interne markt is gebaseerd;

14.

merkt op dat het verzachten van het effect van stijgende energieprijzen op kwetsbare huishoudens van cruciaal belang zal zijn om de armoedecijfers binnen de perken te houden; roept de lidstaten op tot doeltreffendheid en doelgerichtheid bij hun verhoogde sociale uitgaven, met inbegrip van inkomenssteun, om de gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten, met name voor huishoudens met een laag inkomen, en om overheidsbeleid ter verhoging van de energie-efficiëntie en de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen te financieren; benadrukt dat bij de loonstijging rekening moet worden gehouden met de inflatie en de productiviteitsgroei op lange termijn, om de koopkracht van de gezinnen op peil te houden;

15.

sluit zich aan bij de oproep van de Raad aan de Commissie om voorstellen in te dienen om het probleem van buitensporige elektriciteitsprijzen doeltreffend aan te pakken en tegelijkertijd de integriteit van de interne markt te behouden; wijst op de huidige kortetermijnopties die de Commissie heeft voorgesteld (directe steun aan consumenten door middel van vouchers, fiscale kortingen of door middel van een groepsaankoopmodel/single, staatssteun, belasting, prijsstops, regelgevende maatregelen zoals contracts for differences) om de gevolgen van de exorbitant hoge prijzen voor burgers en bedrijven te beperken en tegelijk het besmettingseffect op de elektriciteitsmarkten tegen te gaan; is bezorgd over mogelijk marktmisbruik; roept de Commissie op de invloed van de gasprijzen op de werking van de elektriciteitsmarkt te evalueren, met name wat betreft de rol van de gasprijs in de eindprijs;

16.

is ernstig bezorgd over de gevolgen van de Russische oorlog tegen Oekraïne voor de voedselzekerheid van de EU; benadrukt dat de aanpak van de EU inzake voedselzekerheid dringend moet worden verbeterd en dat, waar nodig, de duurzame productiecapaciteit moet worden verhoogd om de algehele afhankelijkheid van het voedselsysteem van de EU te verminderen en meer veerkracht in de voedselvoorzieningsketen in te bouwen; wijst op de grote gevolgen voor de agrovoedingssector door de sterke stijging van de productiekosten, zoals uiteengezet in zijn resolutie van 24 maart 2022 over de behoefte aan een dringend EU-actieplan om voedselzekerheid binnen en buiten de EU te waarborgen in het licht van de Russische invasie in Oekraïne; waarschuwt dat de door veel landen aangekondigde uitvoerbeperkingen tot prijsstijgingen kunnen leiden, de markten kunnen destabiliseren, honger in de hand kunnen werken en speculatieve praktijken kunnen aanwakkeren;

Integratie van tijdelijk ontheemden uit Oekraïne

17.

benadrukt dat de oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende stijging van de kosten van levensonderhoud en het risico van werkloosheid de situatie van gezinnen, vluchtelingen, vrouwen, kinderen die het risico lopen op armoede en sociale uitsluiting of van hen die toegang tot kwaliteitszorg nodig hebben, nog kunnen verergeren, als er geen passende aanvullende beschermende maatregelen worden genomen; verzoekt de Commissie en de lidstaten hun inspanningen te richten op de uitvoering van de Europese kindergarantie met als doel om kinderen die Oekraïne ontvluchten, op voet van gelijkheid met hun nationale EU-gelijken in de gastlanden toegang te bieden tot gratis kwaliteitsdiensten, en de financiering van de Europese kindergarantie dringend te verhogen met een passend budget;

18.

is van mening dat de toegang tot volledige gezondheidszorg voor iedereen, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn geworden van oorlogsmisdaden en in de EU vluchteling zijn, in alle lidstaten gegarandeerd moet worden; roept de lidstaten op tijdelijk ontheemde Oekraïense vrouwen te helpen door universele toegang tot hoogwaardige seksuele en reproductieve gezondheidszorg te waarborgen, zonder discriminatie, dwang en misbruik, de kwestie van rechtsmiddelen aan te pakken en schendingen van de mensenrechten waarvan zij het slachtoffer zijn, te voorkomen; is ingenomen met de aankondiging van de Commissie dat 1,5 miljoen EUR zal worden uitgetrokken voor een speciaal project ter ondersteuning van het Bevolkingsfonds van de VN bij het verlenen van bijstand aan vrouwen en meisjes in Oekraïne in de vorm van diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid;

19.

verzoekt de Commissie en de lidstaten bijzondere aandacht te besteden aan de situatie van niet-begeleide minderjarigen, van hun familie gescheiden kinderen en kinderen uit kindertehuizen in Oekraïne, om ervoor te zorgen dat in hun onmiddellijke behoeften wordt voorzien, dat zij naar behoren worden geïdentificeerd en gevolgd en dat gegevens tussen de lidstaten worden uitgewisseld met het oog op hereniging met hun familie of, indien mogelijk, hun latere re-integratie in de Oekraïense samenleving, waarbij hun bescherming tegen misbruik en mensenhandel wordt gewaarborgd, met name in het geval van jonge vrouwen en meisjes;

20.

benadrukt dat de COVID-19-crisis heeft aangetoond dat migrerende werknemers een cruciale bijdrage leveren aan de ondersteuning van de Europese economieën; waarschuwt echter dat migrerende werknemers zeer vaak te maken krijgen met slechte arbeids- en levensomstandigheden, het ontbreken van sociale bescherming, ontzegging van de vrijheid van vereniging en van de rechten van werknemers, discriminatie en vreemdelingenhaat, en is bezorgd over gemelde gevallen van uitbuiting van werknemers uit die afkomstig zijn uit Oekraïne; roept de Commissie en de lidstaten op deze gevallen aan te pakken en ervoor te zorgen dat de rechten van Oekraïense werknemers worden beschermd en dat hun integratie plaatsvindt met volledige eerbiediging van de wet en met inachtneming van gelijkheid en non-discriminatie; is van mening dat vakbonden en maatschappelijke organisaties in de hele EU moeten worden gesteund, ook wanneer zij acties voeren om de fundamentele arbeids- en sociale rechten van vluchtelingen te waarborgen, om vluchtelingenwerknemers te organiseren en in vakbonden op te nemen, en om hen mondiger te maken;

21.

roept de Commissie op ook financiële steun te verlenen aan de lidstaten die de rechtsstaat eerbiedigen voor de opvang en de sociale en arbeidsmarktintegratie van vluchtelingen, onder meer voor zorgvoorzieningen, huisvesting, voedsel, materiële hulp, opleidingsprogramma’s en openbare arbeidsbemiddelingsdiensten; benadrukt dat mensen met een handicap die uit Oekraïne komen, gespecialiseerde bescherming en zorg geboden moet worden; roept de lidstaten op om nationale autoriteiten, opvang-, onderwijs- en werkgelegenheidscentra, ngo’s en liefdadigheidsorganisaties te ondersteunen bij het gebruik van het EU-instrument voor het opstellen van een vaardigheidsprofiel voor onderdanen van derde landen;

22.

wijst erop dat de stelsels voor geestelijke gezondheidszorg in Europa beter gefinancierd moeten worden en dat de zorg voor burgers moeilijk toegankelijk kan zijn en verbeterd moet worden; benadrukt dat het nog lastiger is voor vluchtelingen en andere migranten; is van mening dat het van cruciaal belang zal zijn de financiering van klinische geestelijke gezondheidszorg om vluchtelingen te helpen bij het verwerken van trauma’s aanzienlijk op te voeren, naast niet-klinische benaderingen in samenwerking met scholen, gemeenschapsgerichte organisaties en anderen;

Een nieuw veerkrachtpakket voor Europa

Een pakket voor sociale veerkracht voor iedereen

23.

benadrukt dat verwacht wordt dat de economische en sociale situatie in de EU in de komende maanden verder zal verslechteren door een combinatie van nog hogere energieprijzen en dus hogere uitgaven voor verwarming, en een hogere inflatie voor andere goederen en diensten; herhaalt dat gezondheidsrisico’s nog steeds moeten worden gemonitord; acht het van belang dat de EU hierop inspeelt en een beleidskader en concrete initiatieven voor de lidstaten uitwerkt, die erop gericht moeten zijn de meest kwetsbare segmenten van de bevolking tegen de zomer van 2022 te steunen; sluit zich aan bij de oproep van de Raad aan de lidstaten en de Commissie om, met het oog op het volgende winterseizoen, dringend de nodige solidariteits- en compensatiemechanismen in te stellen en samen te werken aan gemeenschappelijke maatregelen;

24.

dringt aan op een tijdelijk Europees pakket voor sociale veerkracht waarin een reeks maatregelen en middelen wordt gecoördineerd om de stelsels van sociale voorzieningen en sociale bescherming in de EU te versterken, met inbegrip van de voortzetting en herfinanciering van SURE zolang de sociaaleconomische gevolgen van de oorlog een negatief effect op de arbeidsmarkt blijven hebben, en een sociale reddingsfaciliteit met meer overheidssteun voor bestaande instrumenten die op de armsten in onze samenleving zijn gericht; roept daarnaast op tot de snelle goedkeuring van het Sociaal Klimaatfonds; dringt aan op meer investeringen in sociale klimaatmaatregelen; roept de lidstaten op een tijdelijke opschorting van de nationale huurindexeringsregelingen te overwegen, indien van toepassing;

25.

verzoekt de Commissie een follow-up van de sociale top van Porto te organiseren met deelname van de EU-instellingen en de sociale partners om de uitdagingen te bespreken van de buitengewone situatie waarin wij ons met de toenemende inflatie bevinden en de sociale gevolgen daarvan, met name wat betreft de levensomstandigheden, een eerlijke herverdeling van de rijkdom over de verschillende groepen in de samenleving en fatsoenlijke lonen, en te werken aan een actualisering van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten om ervoor te zorgen dat de gestelde doelen worden gehaald door waar nodig aanvullende voorstellen en/of financiële middelen goed te keuren;

26.

benadrukt dat de Commissie een aanbeveling van de Raad zal indienen over een kader voor minimuminkomensregelingen, met als doel het recht op een menswaardig bestaan veilig te stellen, armoede uit te roeien en de kwesties van toereikendheid en dekking aan te pakken, met inbegrip van een non-regressieclausule, aangezien dit dringend nodig is; herinnert eraan dat de Commissie in de landenspecifieke aanbevelingen minimuminkomensregelingen heeft aanbevolen en verklaarde dat niet in alle lidstaten het minimuminkomen boven de armoedegrens is vastgesteld; dringt er voorts op aan dat voor het behalen van diploma’s aan mensen in nood die een beroepsopleiding of tertiair onderwijs willen volgen, toelagen worden toegekend om de kosten van het onderwijs en de basisbehoeften te dekken;

27.

herinnert eraan dat jongeren bijzonder hard zijn getroffen door de COVID-19-crisis wat betreft werkgelegenheid, onderwijs, opleiding en geestelijk welzijn; vreest dat de economische gevolgen van de huidige crisis als gevolg van de Russische agressie in Oekraïne nog veel meer jongeren in Europa werkloos dreigen te maken, met langdurige sociaal-economische gevolgen;

28.

herinnert eraan dat het recht op een toereikende levensstandaard, met inbegrip van huisvesting, is opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; waarschuwt dat de huisvestingsmarkt in Europa nog meer onder druk zal komen te staan en roept de Commissie en de lidstaten derhalve op zich in te zetten voor het waarborgen van toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting voor iedereen door middel van de nationale plannen voor betaalbare huisvesting die in de nationale hervormingsprogramma’s zijn opgenomen; verwelkomt in dit verband het Europees Platform voor de bestrijding van dakloosheid;

29.

waarschuwt dat de aanhoudende oorlog ernstige gevolgen zal hebben voor de mondiale voedselvoorzieningsketens en voedselprijzen, evenals voor de koopkracht; wijst, in het licht van de stijging van de voedselprijzen, op de goedgekeurde verhoogde minimumtoewijzing voor maatregelen op het gebied van sociale integratie in het nieuwe ESF+, alsmede op de 3 % bovenop die voor maatregelen in het kader van FEAD, en spoort de lidstaten aan meer toe te wijzen dan de minimumbedragen die in overeenstemming met ESF+ vereist zijn;

Een economisch steunpakket voor ondernemingen

30.

herhaalt zijn verzoek om gecoördineerd optreden van de EU om de economische en sociale gevolgen van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en van de opgelegde sancties op te vangen; stelt voor een economisch steunpakket voor ondernemingen te creëren, met economische, budgettaire en wetgevingselementen, ten behoeve van kmo’s en overheidsinvesteringen, zonder de klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 en 2050 in gevaar te brengen; is van mening dat een dergelijk pakket op zijn minst het volgende moet omvatten:

a)

de Commissie moet een analyse voorleggen waarin wordt aangegeven welke sectoren het meest te lijden hebben onder de cumulatieve effecten van de hogere energie- en grondstoffenprijzen en de gevolgen van de oorlog, overeenkomstig de doelstellingen van betere regelgeving;

b)

de steun aan bedrijven in dergelijke sectoren moet worden verhoogd door te zorgen voor een soepele toepassing van de regels voor staatssteun en tegelijk eerlijke concurrentie te waarborgen, met inachtneming van de relevante bindende duurzaamheidsvereisten die in de bedrijfsmodellen van de ondernemingen zijn geïntegreerd, zoals een verbod op collectief ontslag, meer energie-efficiëntie, extra gebruik van hernieuwbare energie en streefcijfers voor de vermindering van het gebruik van primaire materialen;

c)

er moet een diversificatiestrategie worden aangenomen om te zorgen voor een betrouwbare aanvoer van grondstoffen en kritieke grondstoffen, zoals zeldzame aardmetalen, en om duurzame bevoorradingsketens te waarborgen in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs;

d)

de energieonafhankelijkheid van Russische leveranties en een grotere strategische autonomie moeten gewaarborgd worden, door het verbeteren en waarborgen van grote investeringen in de energie-infrastructuur van de EU, onder meer op het gebied van interconnecties en grensoverschrijdende infrastructuur voor de productie van hernieuwbare energie, en energie-efficiëntie;

e)

het niveau van de EU-garantie in het InvestEU-programma moet worden verhoogd om de investeringen ter ondersteuning van Europese kmo’s te stimuleren, ook met het oog op kapitaalsteun, en er moet een speciaal loket komen voor bedrijven die de gevolgen van de oorlog ondervinden en voor projecten in verband met energieonafhankelijkheid ter ondersteuning van de energie- en klimaatdoelstellingen in dit programma, gefinancierd met nieuwe middelen;

31.

benadrukt de recente conclusies van de Raad, waarin de lidstaten en de Commissie wordt verzocht zo goed mogelijk gebruik te blijven maken van het instrumentarium voor staatssteun, met inbegrip van het nieuwe tijdelijke crisiskader voor staatssteun; wijst in dit verband op het ontbreken van enige duurzaamheid en sociale voorwaarden in het door de Commissie gepresenteerde kader voor staatssteun; dringt er bij de EU-instellingen en lidstaten op aan erop toe te zien dat er financiële overheidssteun voor ondernemingen voor het opvangen van de economische gevolgen van de pandemie en het conflict wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de steun wordt gebruikt ten behoeve van de werknemers en niet voor belastingontwijking, het uitbetalen van bonussen aan bestuurders, het uitbetalen van dividenden of de terugkoop van aandelen;

32.

is verheugd over de aanstaande aanneming door de Commissie van een noodinstrument voor de eengemaakte markt; dringt er bij de Commissie op aan in de context van een dergelijk wetgevingskader bepalingen op te nemen waarbij, naar analogie van de stresstests voor financiële instellingen, veerkrachtstresstests voor ondernemingen worden ingesteld die de risico’s van hun toeleveringsketen, met inbegrip van externe factoren en sociale, milieu- en politieke risico’s, in kaart brengen, beoordelen en mogelijke antwoorden daarop bieden;

33.

herinnert aan het belang van een goed functionerende interne markt als ruggengraat van de EU-economie; benadrukt dat de Russische inval in Oekraïne een aantal uitdagingen voor de veerkracht van vraag en aanbod van de EU aan het licht heeft gebracht, die gevolgen hebben voor haar industrieën en de fragmentatie van de interne markt; verzoekt de Commissie nieuwe voorstellen in te dienen om particuliere actoren aan te moedigen in de EU te investeren en met name de interne markt voor diensten te versterken, vooruitgang te boeken met de kapitaalmarktenunie en de bankenunie en gebruik te maken van nieuwe vormen van publiek-private partnerschappen waarbij de staat beperkte financieringsrisico’s op zich neemt om meer investeringsactiviteiten van de particuliere sector aan te trekken, zoals de COVID-steunregelingen voor kmo’s;

Versterking van het vermogen van de EU om op te treden

34.

benadrukt dat de Europese burgers in de Europese respons op de COVID-crisis het gevoel hadden dat de EU hen beschermde en perspectieven bood, met name door de instelling van het SURE-programma en NextGenerationEU (NGEU); benadrukt dat noch het NGEU-fonds, noch de component herstel- en veerkrachtfonds daarvan, noch de flexibiliteit in het kader van het huidige meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 volstaan om de financiële behoeften als gevolg van de oorlog in Oekraïne te dekken; herinnert eraan dat deze instrumenten niet zijn ontworpen of opgezet in termen van omvang om de nieuwe uitdagingen als gevolg van de Russische agressie en invasie aan te pakken en tegelijkertijd de investeringen in de programma’s en het beleid van de EU te handhaven, met inbegrip van belangrijke prioriteiten zoals de rechtvaardige, groene en digitale transitie;

35.

benadrukt dat optimaal gebruik moet worden gemaakt van de bestaande financieringsmogelijkheden, flexibiliteit en andere bepalingen in de MFK-verordening en het Financieel Reglement; is er echter van overtuigd dat in de EU-begroting in extra flexibiliteit moet worden voorzien om op onvoorziene en dringende behoeften te kunnen inspelen; verzoekt de Commissie de werking van het huidige MFK grondig te evalueren en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 met een wetgevingsvoorstel te komen voor een algehele herziening van het MFK; verwacht dat bij een dergelijke herziening rekening wordt gehouden met de langetermijngevolgen van de oorlog in Oekraïne en met de genomen noodmaatregelen;

36.

herinnert eraan bereid te zijn alle beschikbare begrotingsinstrumenten van de EU in te zetten om zo krachtig mogelijke financiële steun te verlenen aan de mensen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten, en waarschuwt dat die inzet geen afbreuk mag doen aan bestaande programma’s en acties; verzoekt de Commissie na te gaan welke aanvullende niet-toegewezen middelen, met name uit eerdere programmeringsoefeningen, kunnen worden ingezet om Oekraïne te steunen en de gevolgen van de oorlog aan te pakken;

37.

is ingenomen met het plan dat de Commissie in het kader van haar nieuwe REPowerEU-programma heeft geschetst om Europa ruim vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen, te beginnen met gas, in het licht van de Russische inval in Oekraïne; verzoekt de Commissie na te gaan hoe dit programma samen met de nationale herstel- en veerkrachtplannen kan worden gebruikt om investeringen in de energietransitie vooruit te helpen, onder meer door meerlandenprojecten op het gebied van energiezekerheid te financieren;

38.

roept op tot een snelle uitvoering van de nationale herstel- en veerkrachtplannen op zowel nationaal als Europees niveau, met name op het gebied van energie; is er vast van overtuigd dat dit de strategische autonomie van de EU zou moeten vergroten;

39.

herinnert eraan dat meer dan 200 miljard EUR aan leningen niet is toegekend; verzoekt de lidstaten daarom de niet aangevraagde leningen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit te gebruiken voor het dekken van de huidige negatieve economische en sociale kosten die het gevolg zijn van de oorlog, overeenkomstig de verordening inzake de herstel- en veerkrachtfaciliteit;

40.

wijst ook op de conclusies van het IMF dat het begrotingsbeleid beter geschikt is om nieuwe schokken op te vangen dan het monetaire beleid en dat de automatische begrotingsstabilisatoren ongehinderd hun werk moeten kunnen doen, terwijl extra uitgaven moeten worden uitgetrokken voor onder meer humanitaire hulp aan vluchtelingen en voor overdrachten aan huishoudens met een laag inkomen en gerichte steun aan kwetsbare, maar rendabele bedrijven;

41.

wijst op de mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor het begrotingsbeleid voor 2023 (10) en haar oproep om een ondersteunend begrotingsbeleid te blijven voeren en tegelijk klaar te staan om te reageren op de veranderende economische en sociale situatie; verwacht dat de Commissie met een reeks fiscale beleidsmaatregelen komt om op economische schokken en de toename van de armoede te reageren; verwacht in dit verband voorts dat de algemene ontsnappingsclausule geactiveerd blijft zolang de onderliggende rechtvaardiging blijft bestaan; is van oordeel dat het teruggrijpen op de begrotingsregels in de huidige omstandigheden onbedoelde gevolgen kan hebben voor de economie van de EU en voor het vermogen van de lidstaten om de huidige crisis het hoofd te bieden;

42.

maakt van de gelegenheid gebruik om, te midden van de huidige wereldwijde geopolitieke uitdagingen, zoals de COVID-19-pandemie en de invasie van Rusland in Oekraïne, het economisch bestuur van de EU opnieuw te bezien teneinde haar beter bestand te maken tegen schokken en crises, en haar sociale en energiedimensie te versterken; verzoekt de Commissie de alomvattende economische beleidsreactie op de huidige crisis te herzien om de economische en sociale ongelijkheden effectief aan te pakken tegen de achtergrond van de enorme investeringsbehoeften;

43.

roept de Commissie op een herziening van de begrotingsregels van de EU te initiëren; merkt op dat bij de herziening van het kader voor economische governance rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de pandemie, de oorlog en de implicaties voor de energietransitie;

44.

roept op tot de oprichting van een nieuw, specifiek Europees fonds (een Fonds voor strategische autonomie in Europa) om grensoverschrijdende energie-infrastructuur te financieren, lock-in-effecten op fossiele brandstoffen te voorkomen, en hernieuwbare energieproductie en energie-efficiëntie te bevorderen, de weg naar de Europese Green Deal te versterken, evenals cyberveiligheid, industrieel concurrentievermogen, de circulaire economie, voedselzekerheid en duurzame ontwikkeling, en zo de autonomie van Europa veilig te stellen en openbare diensten van hoge kwaliteit in de komende decennia te beschermen; vindt het van groot belang dat dit nieuwe fonds wordt opgericht volgens de gewone wetgevingsprocedure, dat de werking ervan onder volledig toezicht staat van het Europees Parlement, en dat de Commissie met het directe beheer van het fonds wordt belast; benadrukt dat het totaalbedrag ervan moet worden vastgesteld op basis van een duidelijke beoordeling van de kosten en de investeringstekorten; dringt erop aan dat bij dit alles wordt voortgeborduurd op de lessen die uit de NGEU zijn getrokken;

45.

benadrukt dat er tegelijkertijd aanvullende nieuwe eigen middelen van de EU nodig zijn om ten minste de aflossingskosten van de NGEU (hoofdsom en rente) te dekken en een duurzame financiering van de EU-begroting op lange termijn te waarborgen, om te voorkomen dat de financiering van de nieuwe EU-prioriteiten ten koste gaat van bestaande EU-programma’s en -beleidsmaatregelen; is vastbesloten nauwlettend toe te zien op de uitvoering van het overeengekomen en juridisch bindende draaiboek voor de eigen middelen vanaf december 2020; dringt er bij de Raad op aan de onderhandelingen over het eerste pakket eigen middelen van de EU, dat inkomsten uit het koolstofgrensaanpassingsmechanisme, het emissiehandelssysteem en een deel van de winst van de grootste en meest winstgevende multinationals omvat, te bespoedigen om nog voor de afronding van de begrotingsprocedure 2023 tot een akkoord te komen; herhaalt zijn verzoek om het tweede pakket nieuwe eigen middelen onverwijld in te voeren, met inbegrip van een belasting op financiële transacties, en dringt er bij de Commissie op aan vóór december 2023 een voorstel in te dienen; wijst op de noodzaak verdere actie te ondernemen indien de voorgestelde nieuwe eigen middelen niet worden aangenomen of niet het verwachte niveau van inkomsten voor de EU-begroting opleveren; wijst in dit verband op het belang van de regelmatige dialoog over de eigen middelen tussen de drie instellingen;

46.

wijst erop dat, zoals de Europese Raad heeft benadrukt, tijdelijke belastingheffing op of regulerend ingrijpen bij onverhoopte winsten een bron van nationale overheidsfinanciering zou kunnen zijn; roept de Commissie en de lidstaten op tot coördinatie bij de uitwerking van regelingen voor belastingheffing op onverhoopte winsten of andere regulerende maatregelen, om deze te gebruiken om de sociale en economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor de EU te verzachten;

47.

benadrukt dat de overeenkomst van de tweede pijler van de OESO over minimale effectieve belasting dringend moet worden uitgevoerd, evenals de eerste pijler, die gericht is op een eerlijkere verdeling van winsten en heffingsbevoegdheden tussen landen met betrekking tot de grootste multinationale ondernemingen, waaronder die in de digitale sector (11);

48.

herhaalt dat belastingontduiking, belastingontwijking en agressieve belastingplanning dringend moeten worden bestreden door middel van verdere hervormingen, waaronder die van de Groep gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen, overeenkomstig de aanbevelingen van het Parlement; roept de Raad op overeenstemming te bereiken over de voorstellen van de Commissie voor een herziening van de energiebelastingrichtlijn (12) en voor een richtlijn tot vaststelling van voorschriften ter voorkoming van het misbruik van lege entiteiten voor belastingdoeleinden (13), na het advies van het Parlement daarover;

49.

is ingenomen met de door de Commissie gevraagde haalbaarheidsstudie betreffende een EU-activaregister, naar aanleiding van een specifiek verzoek van het Parlement; merkt op dat een dergelijk mechanisme overheidsinstanties tijdig toegang zou kunnen verschaffen tot informatie over het bezit van waardevolle activa en goederen in de gehele EU en aldus pogingen om financiële gerichte sancties te omzeilen doeltreffend zou kunnen tegengaan, en het witwassen van geld en belastingontduiking en -ontwijking zou kunnen bestrijden; is bovendien van mening dat de Commissie rechtsgebieden buiten de EU moet verzoeken informatie te verstrekken over het bezit van activa van gesanctioneerde personen en entiteiten binnen hun rechtsgebied;

50.

herhaalt zijn oproep om het kader van de onderhandelingen over het wetgevingspakket ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te gebruiken om de bestaande mazen te dichten waardoor de structuren van de uiteindelijke gerechtigden verborgen kunnen blijven, en om ervoor te zorgen dat alle relevante activa die in het bezit zijn van op de lijst geplaatste Russische oligarchen in de EU in beslag worden genomen overeenkomstig het rechtskader van de EU; wijst in dit verband op het werk van de “Freeze and Seize Task Force” van de Commissie;

o

o o

51.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1)  Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0121.

(2)  Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0099.

(3)  Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0206.

(4)  PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.

(5)  PB C 99 van 1.3.2022, blz. 191.

(6)  Voorstel van de Commissie van 24 november 2021 voor een gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2022 van de Commissie en de Raad (COM(2021)0743).

(7)  https://www.iea.org/reports/a-10-point-plan-to-reduce-the-european-unions-reliance-on-russian-natural-gas

(8)  Mededeling van de Commissie van 8 maart 2022 getiteld “REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie” (COM(2022)0108).

(9)  Werkdocument van de diensten van de Commissie van 27 mei 2020, getiteld “Identifying Europe’s Recovery Needs” (SWD(2020)0098), blz. 16 ev.

(10)  Mededeling van de Commissie van 2 maart 2022 getiteld “Richtsnoeren voor het begrotingsbeleid voor 2023” (COM(2022)0085).

(11)  Zie het antwoord van commissaris Gentiloni van 15 februari 2022 op schriftelijke vraag E-005563/2021 over belastinginkomsten van de lidstaten en de EU naar aanleiding van de OESO-overeenkomst.

(12)  Voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad van 14 juli 2021 tot herstructurering van de Unie regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (herschikking) (COM(2021)0563).

(13)  Voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad van 22 december 2021 tot vaststelling van regels ter voorkoming van misbruik van lege entiteiten voor belastingdoeleinden (COM(2021)0565).


Top