EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022DC0083

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S Op weg naar een groene, digitale en veerkrachtige economie: ons Europees groeimodel

COM/2022/83 final

Brussel, 2.3.2022

COM(2022) 83 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S

Op weg naar een groene, digitale en veerkrachtige economie:


ons Europees groeimodel


1.Inleiding

De Europese economie is op weg naar een eerlijke groene en digitale toekomst en ondergaat daarbij ongekende veranderingen. Tegelijkertijd is er sprake van enorme onzekerheden in verband met de mondiale en veiligheidsvooruitzichten. Sinds het voorjaar van 2021 herstelt de economie zich krachtig van de COVID-19-pandemie. De productie is weer volledig op peil, mede dankzij de uitzonderlijke steunmaatregelen op EU- en nationaal niveau. De pandemie en de beleidsrespons van de EU hebben de dubbele transitie van de EU-economie versneld en hebben duidelijk gemaakt dat de veerkracht van de EU-economie moet worden versterkt. Daarnaast wordt de EU geconfronteerd met een aantal onmiddellijke uitdagingen als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne, die de Europese en mondiale veiligheid en stabiliteit ondermijnt.

De snel verslechterende geopolitieke context maakt het des te noodzakelijker om nauw samen te werken met onze internationale partners en onze langetermijnagenda voor duurzame groei te versterken. Meer dan ooit moet de Unie haar internationale partnerschappen benutten om met vereende krachten gemeenschappelijke uitdagingen aan te gaan, vrede en stabiliteit te bevorderen, en voor een op regels gebaseerde internationale orde en doeltreffend multilateralisme te ijveren. De gecoördineerde reactie van de Unie en haar internationale partners op de invasie van Oekraïne laat zien hoe de Unie deze doelstellingen kan verwezenlijken. Tegelijkertijd komen er nieuwe risicobronnen en onzekere factoren aan het licht, die ook moeten worden aangepakt. Hoewel de meeste bedrijven en toeleveringsketens tijdens de pandemie een hoge mate van veerkracht en aanpassingsvermogen vertoonden, hebben het herstel en de recente ontwikkelingen in verband met de invasie van Oekraïne een aantal kwetsbaarheden aan het licht gebracht, onder meer in de energiesector, die moeten worden aangepakt om onze Europese levenswijze te beschermen, groei te handhaven en de veerkracht op langere termijn te verbeteren. De gebeurtenissen van de afgelopen weken en de snel verslechterende geopolitieke context mogen ons daarvan niet afleiden. Die ontwikkelingen bevestigen juist dat de lopende economische transformatie moet worden versneld.

Er bestaat een brede consensus over de prioriteiten voor het Europees economisch groeimodel, met inbegrip van de groene en de digitale transitie, en over de noodzaak om de economische en sociale veerkracht van de Unie te vergroten. Deze prioriteiten dragen samen bij tot de verwezenlijking van concurrerende duurzaamheid. De verwezenlijking van onze doelstellingen vereist structurele veranderingen in de EU-economie, ook op nationaal en regionaal niveau. De overgang naar een duurzaam, veerkrachtig en inclusief economisch model, dat mogelijk wordt gemaakt door een bredere verspreiding en toepassing van digitale en groene technologieën en vaardigheden, zal Europa helpen zijn belangrijkste problemen aan te pakken, zijn positie als wereldleider te verbeteren en zijn open strategische autonomie te versterken. In de huidige context is dit des te belangrijker. Tegelijkertijd moeten we de billijkheid van ons economisch model waarborgen en bescherming bieden aan hen voor wie de transitie de grootste opgave vormt, waaronder degenen die niet over de middelen of vaardigheden beschikken om er ten volle van te profiteren. De transformatie van de Europese economie zal alleen slagen als zij eerlijk en inclusief is en elke burger de vruchten kan plukken van de dubbele groene en digitale transitie.

De transformatie van onze economie berust op twee even belangrijke pijlers: investeringen en hervormingen. Het realiseren van ambitieuze en elkaar wederzijds versterkende investeringen en hervormingen zal van cruciaal belang zijn voor het welslagen van de transitie. Enerzijds zijn investeringen van cruciaal belang voor houdbare en duurzame groei en een voorwaarde voor een versnelde groene en digitale transitie. Anderzijds moeten onze economische structuren en het regelgevingskader de economische transformatie ondersteunen en bevorderlijk zijn voor investeringen. Op alle niveaus zijn hervormingen nodig om specifieke investeringsbelemmeringen weg te nemen, de werking van de product- en arbeidsmarkt te verbeteren, productie- en consumptiepatronen te wijzigen en de sociaal-economische veerkracht te versterken.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, moeten alle bestaande instrumenten op coherente wijze worden ingezet. Onze ambities om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, de kansen van het digitale decennium te benutten en onze economische, territoriale en sociale veerkracht te vergroten, vereisen onmiddellijke actie. Hele sectoren en regio’s zullen een ingrijpende transformatie ondergaan, die zal leiden tot arbeidsherverdeling en veranderende behoeften aan vaardigheden. Ook de consumptiepatronen zullen veranderen. De investeringsbehoeften zijn van een orde die de betrokkenheid vereist van zowel de publieke als de particuliere sector. Daarbij zullen de meeste investeringen van de particuliere sector moeten komen.

NextGenerationEU, met inbegrip van de faciliteit voor herstel en veerkracht (RFF), en de EU-begroting geven een broodnodige impuls aan het herstel. De snelle inzet van nieuwe EU-instrumenten, waaronder het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) en het investeringsinitiatief voor herstel na het coronavirus (CRII), heeft de gevolgen van de crisis verzacht. De RFF draagt bij tot het herstel door middel van subsidies en leningen die tot ondersteuning van hervormingen en investeringen in de lidstaten strekken. Hoewel de RFF een tijdelijk instrument is, zullen de effecten ervan, dankzij de focus op duurzame en groeibevorderende hervormingen en investeringen, langdurig zijn. Particuliere en publieke investeringen, op nationaal en EU-niveau, zullen langere tijd nodig zijn. Aangezien het grootste deel van de investeringen om de dubbele transitie te financieren en de veerkracht te vergroten, afkomstig zal zijn van de particuliere sector, moeten publieke investeringen doelgericht zijn en particuliere investeringen aantrekken. Er wordt momenteel over nagedacht hoe deze doelstellingen het best kunnen worden bereikt op een wijze die samengaat met groeivriendelijke vermindering van de hoge overheidsschuld.

Onze kaders en regels moeten de EU-doelstellingen ondersteunen en de juiste stimulansen creëren voor huishoudens en bedrijven. Daarom is het belangrijk om vooruitgang te boeken met de hervormingsagenda op EU-niveau en om de voorstellen van de Commissie in het kader van het “Fit for 55”-pakket en de voorstellen die ten grondslag liggen aan de digitale agenda van de EU snel goed te keuren en uit te voeren. Deze zijn van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen.

De eengemaakte markt is Europa’s voornaamste economische troef en zijn belangrijkste bron van veerkracht. Deze markt biedt zekerheid en schaalvoordelen, fungeert als mondiale springplank voor Europese bedrijven en zorgt ervoor dat hoogwaardige consumentenproducten in ruime mate beschikbaar zijn. De pandemie heeft aangetoond dat als de eengemaakte markt niet werkt, iedereen daarvoor de prijs betaalt: consumenten, industrie- en dienstensector, grote ondernemingen, maar ook de vele kmo’s in de toeleveringsketen. Daarom blijft de Commissie zich inspannen om het volledige potentieel van de eengemaakte markt te ontsluiten, bestaande belemmeringen weg te nemen en de veerkracht van de markt te vergroten door na te denken over de wijze waarop zij crisisbestendiger kan worden gemaakt, ook met het oog op het vrije verkeer van goederen. We moeten zorgen voor veerkrachtige toeleveringsketens, onder meer om de logistiek en de voorzieningszekerheid voor een aantal belangrijke economische sectoren veilig te stellen, door het aanbod te diversifiëren en in innovatie en nieuwe capaciteiten te investeren. Het is ook belangrijk om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden te verhelpen en cyberdreigingen weg te nemen. Voor een doeltreffender mobilisering van particuliere investeringen zal doortastend optreden nodig zijn om de bankenunie te voltooien en snel vooruitgang te boeken met de kapitaalmarktenunie, met inbegrip van de acties inzake duurzame financiering. Voorts is het van essentieel belang dat de Europese vaardighedenagenda operationeel wordt. Andere beleidsmaatregelen zullen ook bijdragen tot de bredere doelstellingen, onder meer op het gebied van belastingen, handelsbeleid en het kader voor economische governance.

Deze mededeling is bedoeld als bijdrage aan het informele overleg van de leiders over het Europees model voor economische groei. Zij onderstreept het belang van de volledige uitvoering van de op EU-niveau overeengekomen maatregelen, een gecoördineerd optreden van alle relevante actoren (waaronder de EU, de lidstaten en de particuliere sector) en het bevorderen van de belangrijkste investeringen en hervormingen die nodig zijn voor duurzame groei en welzijn op lange termijn voor alle EU-burgers. Gezien het mondiale karakter van de uitdagingen die ons wachten, zal optreden op EU- en internationaal niveau van essentieel belang zijn. Ook zal het zaak zijn dat niet alleen de lidstaten, maar ook particuliere actoren dezelfde richting inslaan.

2.Investeren in de toekomst van Europa

De investeringsuitgaven in de EU liepen terug in de nasleep van de financiële crisis. Na de financiële crisis daalden de reële investeringen in de EU met 15 % ten opzichte van het niveau van 2007 en bleven zij enkele jaren ver onder de historische trend. Als percentage van het bbp begonnen de particuliere investeringen zich vanaf 2014 geleidelijk te herstellen. De overheidsinvesteringen begonnen zich slechts langzaam te herstellen vanaf 2016 en konden nauwelijks gelijke tred houden met de hoogte van de afschrijvingen. Als de overheidsinvesteringen zo laag blijven, zou dit leiden tot een geleidelijke achteruitgang van de publieke kapitaalvoorraad.

Grafiek 1: Bruto overheids- en particuliere investeringen in de EU (% van het bbp) – links; en netto-overheidsinvesteringen voor de Unie en andere internationale partners (% van het bbp) – rechts

Bron: diensten van de Commissie. Investeringen worden gedefinieerd als investeringen in vaste activa.

Waar de investeringen in de eerste helft van 2020, toen de economische activiteit inzakte, terugliepen, zullen zij door de beleidsondersteuning naar verwachting weer boven het niveau van vóór de pandemie uitkomen. Dankzij de ondersteuning van het monetaire en begrotingsbeleid, de gezamenlijke toezegging om een voortijdige terugkeer naar begrotingsconsolidatie te voorkomen, en de investeringsimpuls vanuit NextGenerationEU en de EU-begroting, zullen zowel de particuliere als de publieke investeringen in 2022 het niveau van vóór de pandemie naar alle waarschijnlijkheid overschrijden, wat bevestigt dat we op de goede weg zijn. Niettemin blijven aanvullende hoogwaardige investeringen noodzakelijk om de doelstellingen van de dubbele transitie voor 2030 te halen. Bovendien is bij de crises van de afgelopen tien jaar duidelijk geworden dat het belangrijk is investeringen te paren aan hervormingen.

2.1.Werk maken van de Europese Green Deal

De groene transitie biedt een kans om met Europa een nieuw pad van duurzame en inclusieve groei in te slaan. Het is de hoogste tijd om actie te ondernemen: dit is het decennium waarin het zal moeten gebeuren. De groene transitie zal ook de energiefacturen doen dalen en ons minder afhankelijk maken van ingevoerde fossiele brandstoffen; zo krijgt de Unie meer zekerheid op het gebied van energie en grondstoffen. Uit de geopolitieke situatie en de recente ontwikkelingen van de energieprijzen blijkt dat deze verandering moet worden versneld. Daarnaast zal de transitie veranderingen van onze industrie en ons voedselsysteem met zich meebrengen, renovatie van gebouwen vereisen, de overgang naar duurzame en slimme mobiliteit versnellen en nieuwe banen en zakelijke kansen creëren in een circulaire economie.

De transitie zal ook uitdagingen met zich meebrengen. De groene transitie kan alleen slagen als de burgers op de eerste plaats komen en er wordt gezorgd voor degenen die er de grootste nadelige neveneffecten van zullen ondervinden. Daarom plaatst de Commissie billijkheid voorop bij haar beleid in het kader van de Europese Green Deal, met inbegrip van het “Fit for 55”-pakket. Daarnaast bevat het voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie 1 specifieke richtsnoeren om de lidstaten te helpen bij het opstellen en uitvoeren van beleidspakketten waarmee de werkgelegenheids- en sociale aspecten van de transitie op alomvattende wijze worden aangepakt.

De Europese Green Deal 2 bevat de routekaart om de economie van de Unie op eerlijke en inclusieve wijze duurzaam te maken en de problemen in verband met klimaat en milieu op te lossen. Conform de Overeenkomst van Parijs heeft de Unie zich tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen uiterlijk in 2030 met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van 1990 3 . Om voor een beleidsbrede inzet te zorgen en de huidige regels af te stemmen op de doelstellingen van de Europese Green Deal, heeft de Commissie op EU-niveau het “Fit for 55”-pakket voorgesteld, dat tot doel heeft alle relevante beleidsinstrumenten bij te stellen 4 . De Commissie heeft ook een aantal aanvullende acties vastgesteld 5 die nodig zijn om de milieudoelstellingen van de Europese Green Deal te verwezenlijken, waaronder het beschermen van de biodiversiteit en ecosystemen, het aanpakken van verontreiniging en het loskoppelen van economische groei en hulpbronnengebruik.

Om de Europese Green Deal te verwezenlijken, moet er in het komende decennium (2021-2030) ongeveer 520 miljard EUR per jaar méér worden geïnvesteerd dan in het vorige decennium n 6 . Dergelijke investeringen leiden tot grote voordelen voor de samenleving, terwijl de kosten van niet-handelen veel hoger uitvallen. Van die extra investeringen is 390 miljard EUR per jaar bestemd voor het koolstofvrij maken van de economie en met name de energiesector, met inbegrip van energiegerelateerde investeringen in de sectoren gebouwen en vervoer 7 . De extra investeringen die nodig zijn om de andere milieudoelstellingen van de groene transitie (naast klimaat en energie) te verwezenlijken, worden geraamd op ongeveer 130 miljard EUR per jaar. We zullen ook moeten investeren in aanpassing aan de klimaatverandering en in sleuteltechnologieën die de groene transformatie en toekomstige groei van de EU mogelijk zullen maken (zoals batterijen, zonnepanelen en waterstoftechnologie), alsook in bij- en omscholing van de beroepsbevolking en opleiding. Deze investeringsinspanning zal ook helpen om het potentieel van de EU-regio’s en hun verschillende concurrentievoordelen volledig te ontsluiten.

Dat de behoefte aan investeringen in energie ten opzichte van de historische trend met meer dan 50 % is toegenomen, komt hoofdzakelijk doordat de economie koolstofvrij moet worden gemaakt. Deze aanvullende investeringen dragen bij tot de voorzieningszekerheid. In de onderstaande tabel wordt weergegeven in welke sectoren die energiegerelateerde investeringen nodig zullen zijn. Aan de aanbodzijde zullen investeringen nodig zijn in nieuwe infrastructuur, onder meer voor waar het gaat om hernieuwbare energie, energieopslag, modernisering van bestaande elektriciteitsnetten, gas- en elektriciteitsinterconnecties en de ontwikkeling van nieuwe brandstoffen, zoals synthetische brandstoffen. Aan de vraagzijde zullen investeringen nodig zijn in de industriële, de tertiaire, de woon- en de vervoerssector.

Tabel 1: Extra jaarlijkse investeringsbehoeften voor het klimaat- en energiebeleid (miljard EUR)

Aanbodzijde

Elektriciteitsnet

31

Elektriciteitscentrales, met inbegrip van ketels en nieuwe brandstoffen

25

Industriële sector

14

Vraagzijde

Woonsector

92

Tertiaire sector

54

Vervoerssector

175

Totaal

392

Bron: diensten van de Commissie, gebaseerd op tabel 7 van SWD(2021) 621 final. Aanvullende jaarlijkse investeringen berekend als het verschil tussen de gemiddelde totale jaarlijkse investeringen 2011-2020 en de gemiddelde totale jaarlijkse investeringen 2021-2030 (MIX-scenario). De getallen zijn afgerond.

Zoals hierboven vermeld, zullen er ook extra investeringen nodig zijn om de milieudoelstellingen van de Europese Green Deal te verwezenlijken: daarbij gaat het om 130 miljard EUR per jaar. Die doelstellingen hebben met name betrekking op de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen, de transitie naar een circulaire economie, het duurzame gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, en preventie en bestrijding van verontreiniging. Onderstaande tabel geeft een uitsplitsing van de extra investeringen die nodig zijn voor elk van deze doelstellingen, met inbegrip van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten.

Tabel2: Extra jaarlijkse investeringsbehoeften voor milieudoelstellingen (miljard EUR)

Bescherming van biodiversiteit en ecosystemen

Biodiversiteitslandschappen/natuurherstel

4

Beheer van bosbestanden

2

Beheer van wilde flora en fauna

1

Circulaire economie en efficiënt gebruik van hulpbronnen

Beheer van materialen en efficiëntie

10

Afvalbeheer

10

Extra potentieel in drie sectoren

(voeding, mobiliteit en bebouwde omgeving)

15

Preventie en bestrijding van verontreiniging

Bescherming van luchtkwaliteit en klimaat

40

Lawaaibestrijding en reductie van trillingen

1

Bescherming tegen straling

5

Waterbescherming en -beheer

Beheer van watervoorraden

21

Afvalwaterbeheer

15

Onderzoek en ontwikkeling

Middelenbeheer (O&O)

5

O&O op milieugebied

2

Totaal

130

Bron: diensten van de Commissie, gebaseerd op tabel 1 van SWD(2020) 98 final. De getallen zijn afgerond.

De vereiste totale investeringen zullen ook na 2030 hoog blijven. Het is dan ook belangrijk dat er een passend beleidskader voorhanden is dat investeringen stimuleert en mogelijk maakt, zodat het investeringsniveau voor de groene transitie tot 2050 op peil blijft.

De gevolgen van de klimaatverandering voor onze economie, met inbegrip van de directe fysieke gevolgen en de effecten daarvan in Europa en daarbuiten, zullen sterker worden en we zullen ons daarop beter moeten voorbereiden. Zo kan bijvoorbeeld het normale handels- en reisverkeer ontregeld raken, maar de klimaatcrisis en de groene transitie versterken mogelijk ook sociale en geopolitieke ontwikkelingen die op onze economie van invloed kunnen zijn. De strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering 8 bevat maatregelen om de veerkracht van Europa op dit gebied te versterken, variërend van het klimaatbestendig maken van infrastructuur tot het beperken van de gevolgen van klimaatverandering voor de menselijke gezondheid.

De digitale transitie zal ook bijdragen tot de verwezenlijking van de groene doelstellingen, met synergieën op veel gebieden van een slimme circulaire economie. De invoering van innovatieve digitale oplossingen kan bijdragen tot de verwezenlijking van duurzaamheidsdoelstellingen in verschillende sectoren van de economie (bv. in de vorm van slimme gebouwen, slimme en duurzame mobiliteitssystemen, digitale “productpaspoorten” en precisielandbouw). Bovendien kunnen digitale technologieën ook innovatieve dataoplossingen ondersteunen die kunnen bijdragen aan de doelstellingen van de Green Deal (bv. de dataruimte van de Europese Green Deal en het Bestemming Aarde-initiatief). Tegelijkertijd moet de digitale sector de invoering stimuleren van technologieën met een kleinere ecologische voetafdruk en een grotere energie- en materiaalefficiëntie, bijvoorbeeld door technologische excellentie te bevorderen door middel van energie-efficiënte halfgeleiders.

2.2.De kansen van het digitale decennium van Europa benutten

De COVID-19-pandemie heeft de digitale transformatie van onze samenlevingen versneld en het belang van digitale technologieën voor de toekomstige economische groei van Europa nog eens benadrukt. Digitalisering verandert de manier waarop mensen studeren, werken en contact onderhouden. Tegelijkertijd stelt digitalisering ondernemers in staat een eigen zaak te starten en uit te bouwen, ongeacht waar zij wonen. Dit levert in heel Europa en wereldwijd nieuwe markten, investeringen en banen op. We moeten ervoor zorgen dat iedereen actief aan deze transformatie kan deelnemen en daarvan kan profiteren. Een eerlijke digitale transitie kan het innoverend vermogen en de productiviteit van de EU-economie vergroten en nieuwe kansen bieden voor mensen en bedrijven.

Het door de Commissie voorgestelde digitale kompas 9 bevat de digitale doelstellingen van de Unie voor 2030. Zij bestrijken vier brede gebieden: de ontwikkeling van digitaal onderwijs, digitale vaardigheden en digitale competenties, veilige en duurzame digitale en connectiviteitsinfrastructuur, de digitale transformatie van bedrijven en de digitalisering van overheidsdiensten en onderwijsstelsels. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zullen we meer moeten investeren in belangrijke digitale technologieën, zoals cyberbeveiliging, cloudcomputing, artificiële intelligentie, dataruimten, blockchain- en kwantumcomputing en halfgeleiders en in de bijbehorende vaardigheden. In een recent voorstel voor een traject naar het digitale decennium 10 worden de digitale doelstellingen voor 2030 bevestigd en wordt aangegeven hoe deze kunnen worden bereikt.

Om de digitale transformatie van de Unie tot stand te brengen, werd de extra investeringsbehoefte in 2020 geraamd op ongeveer 125 miljard EUR per jaar 11 . Daarbij gaat het onder meer om investeringen in digitale infrastructuur, digitale vaardigheden en geavanceerde technologieën; andere dimensies, zoals digitale overheidsdiensten, zijn buiten beschouwing gelaten. Tabel 3 bevat een analyse van die investeringskloof tot 2030 per gebied.

Tabel3: Extra jaarlijkse investeringsbehoeften voor de digitale transformatie (miljard EUR)

Communicatienetwerken

42

Digitale vaardigheden

9

AI

20

Cloud

11

Halfgeleiders/fotonica

17

Cyberbeveiliging

3

Digitale groene technologieën

6

HPC, grafeen en kwantum

6

Blockchaintechnologie

3

Gemeenschappelijke Europese dataruimten

3

Digitale innovatie/data en internet van de volgende generatie

5

Totaal

125

Bron: diensten van de Commissie, gebaseerd op tabel 2 van SWD(2020) 98 final.  12 De getallen zijn afgerond.  

Hoewel het grootste deel van de investeringen voor de digitale transformatie afkomstig zal zijn van de particuliere sector, zal ook de overheid in actie moeten komen om particuliere investeringen aan te trekken en marktfalen te helpen corrigeren. Het programma van beleidshervormingen op EU-niveau is gericht op de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt die de grondrechten van gebruikers beschermt, bedrijven een gelijk speelveld biedt en de invoering en uitrol van digitale technologieën door het bedrijfsleven en met name kmo’s vergemakkelijkt. Dit is bijvoorbeeld de doelstelling van de EU-strategie inzake cyberbeveiliging 13 , de Europese digitale identiteit 14 , het Europees actieplan voor democratie 15 , de verordening inzake platformen voor bedrijven 16 en de verordening inzake geoblocking 17 . Bovendien heeft de Commissie horizontale en sectorale strategieën vastgesteld om de totstandbrenging van een eengemaakte datamarkt te bevorderen. De onlangs gestarte structurele dialoog over digitaal onderwijs en digitale vaardigheden moet leiden tot meer toezeggingen van de lidstaten, de investeringen, hervormingen en resultaten op dit gebied bevorderen en input opleveren voor toekomstige EU-maatregelen.

Europa wil een voortrekkersrol spelen bij het vaststellen van mondiale normen die waarborgen dat mensen bij de digitale transitie centraal staan. De digitale technologieën en diensten die mensen gebruiken, moeten voldoen aan het toepasselijke rechtskader en in overeenstemming zijn met de rechten en waarden van de Unie. De Unie speelt een voortrekkersrol bij de regulering van de digitale ruimte, bijvoorbeeld door middel van de wet inzake digitale diensten 18 en de wet inzake digitale markten 19 , en meer recentelijk met betrekking tot artificiële intelligentie, door een voorstel te doen voor een richtlijn over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden bij platformwerk 20 en een verklaring over digitale rechten en beginselen 21 . Door het voortouw te nemen, bevordert Europa ook zijn waarden wereldwijd. In dezelfde geest speelt de EU een centrale rol bij de onderhandelingen die in het kader van de Wereldhandelsorganisatie worden gevoerd om het multilaterale internationale kader voor digitale handel vast te stellen. 

2.3.Verbetering van de veerkracht en de crisisparaatheid

De eengemaakte markt is onze belangrijkste bron van veerkracht, ook al hebben recente gebeurtenissen uitgewezen dat zij niet immuun is voor schokken. Hoewel de economie tijdens de pandemie een aanzienlijke veerkracht vertoonde, heeft het herstel ertoe geleid dat sommige bedrijven moeite hebben om de groeiende vraag bij te houden, omdat zij nog bezig zijn hun toeleveringsketens te herstellen en naar uitgangsmaterialen en beschikbaar en gekwalificeerd personeel te zoeken. De daaruit voortvloeiende prijsdruk heeft er – in combinatie met de hoge energieprijzen – toe geleid dat de inflatie hoger uitvalt dan verwacht en dit drukt op de koopkracht van de huishoudens.

De meeste toeleveringsketens bleken sterk en pasten zich aan de ongekende economische schok aan. Enkele industriële ecosystemen zijn echter sterk getroffen door tekorten en verstoringen van de toelevering, met aanzienlijke gevolgen voor de economie in haar geheel. De geactualiseerde industriestrategie 22 heeft geholpen om gebieden te identificeren waarop we strategische afhankelijkheden 23 hebben die moeten worden aangepakt. Het tweede verslag over de strategische afhankelijkheden en capaciteiten van de EU 24 bevat een grondiger beoordeling van grondstoffen 25 van strategisch belang en chemische stoffen. Ook worden er nieuwe gebieden in beoordeeld, namelijk cyberbeveiliging, IT-software en fotovoltaïsche panelen. Het verslag bevestigt de vooruitgang die dankzij internationale partnerschappen, industriële allianties, belangrijke publieke en private investeringen en passende regelgevingsvoorstellen is geboekt bij het aanpakken van de strategische afhankelijkheden die bij de eerste evaluatie waren vastgesteld.

Diversificatie en openheid zijn essentiële aspecten van een veerkrachtige Europese economie. De huidige geopolitieke instabiliteit en de steeds snellere klimaatverandering tonen aan dat lidstaten en regio’s die sterk afhankelijk zijn van een beperkt aantal economische activiteiten of aanbieders, vaker schokken ondervinden en daar minder goed tegen zijn opgewassen 26 . Om diversificatie en concurrentievermogen te ondersteunen, moet de EU open blijven staan voor handel, het multilaterale handelssysteem versterken en actief gebruikmaken van de handelsbeleidsinstrumenten waarover zij beschikt, waaronder vrijhandelsovereenkomsten en maatregelen om verstoring van de handel tegen te gaan. De geloofwaardigheid en de belangen van de EU hangen af van haar vermogen om overeenkomsten uit te onderhandelen en te sluiten en die ook doeltreffend uit te voeren en te handhaven. Tegelijkertijd moeten bedrijven hun toeleveringsketens diversifiëren om de risico’s voor de grondstofprijzen, de kwaliteit en de aanvoer te beheersen. Het mededingingsbeleid en de handhaving ervan spelen in dit verband een belangrijke rol.

De transitie naar een economie en bedrijfsmodellen die groener, digitaler en veerkrachtiger zijn, begint gestalte te krijgen in Europa. Er ontstaan belangrijke investeringskanalen die het industriële leiderschap van Europa op het gebied van de technologieën van de toekomst kunnen bevorderen. In het jaarverslag over de eengemaakte markt 2022 27 wordt de balans opgemaakt van de investeringsvolumes voor bepaalde producten en technologieën die een cruciale, faciliterende rol spelen voor de meeste industriële ecosystemen en het concurrentievermogen van de industrie van morgen. Het verslag heeft betrekking op de volumes van investeringen in grondstoffen, fotovoltaïsche zonne-energie, batterijen, schone waterstof, groen staal, cement, chemische stoffen, clouddiensten en cyberbeveiligingsprojecten. 

Industriële allianties kunnen een belangrijke rol spelen bij het mobiliseren van actoren en investeringen op strategische gebieden, het in kaart brengen van regelgevingsbelemmeringen en faciliterende factoren en het opbouwen van een geschikte projectenpijplijn. Bestaande industriële allianties, zoals weergegeven in onderstaande grafiek, zijn van groot belang gebleken voor de versterking van de Europese capaciteiten (bv. op het gebied van batterijen). Zij leveren tastbare resultaten op door de Europese, nationale en particuliere hervormings- en investeringsprioriteiten op elkaar af te stemmen.

Grafiek 2: Overzicht van industriële allianties

Bron: Diensten van de Commissie, afbeelding 11 van SWD(2022) 40 final.

Belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI) kunnen publieke en private investeringen helpen stimuleren door in de hele Unie onderzoek, innovatie en de eerste industriële toepassing te ondersteunen. De lidstaten werken niet alleen aan het bestaande IPCEI voor batterijen en het eerste IPCEI inzake micro-elektronica, maar onderzoeken ook of er nieuwe IPCEI’s kunnen worden ontwikkeld op het gebied van cloud en waterstof en aanvullende IPCEI’s op het gebied van micro-elektronica en connectiviteit.

Op het gebied van halfgeleiders omvat de onlangs voorgestelde Europese Chipwet 28 een uitgebreide reeks maatregelen om de voorzieningszekerheid, de veerkracht en het technologisch leiderschap van de EU te versterken. Ter verwezenlijking van deze doelstellingen wordt er met deze wet geprobeerd om, samen met de lidstaten en de internationale partners van de Unie, meer dan 43 miljard EUR aan publieke en private investeringen te mobiliseren en maatregelen te nemen om te voorkomen dat de toeleveringsketen in de toekomst wordt verstoord en om op dergelijke verstoringen voorbereid te zijn en daar snel op te kunnen reageren.

Om de technologische voorsprong van Europa verder te vergroten en zijn industriële basis te ondersteunen, zullen de EU en haar lidstaten ook aanzienlijk meer moeten investeren in de Europese defensie- en ruimtevaartindustrie, onder meer op het gebied van cyberdefensie. De invasie van Oekraïne laat duidelijk zien dat de Unie, wil zij het vermogen behouden om op te treden en verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen veiligheid, haar veerkracht moet versterken en strategische capaciteiten moet ontwikkelen, onder meer met betrekking tot energie, defensie en cyberbeveiliging. Wat cyberveerkracht betreft, moet de EU haar collectieve paraatheid vergroten, het gezamenlijk situationeel bewustzijn coördineren en haar capaciteit voor operationele bijstand versterken, onder meer via de voorgestelde gezamenlijke cybereenheid, en een Europese infrastructuur van SOC’s (Security Operations Centres) tot stand brengen. De onlangs goedgekeurde ruimte- en defensiepakketten 29 hebben tot doel concrete maatregelen vast te stellen ter ondersteuning van de ambities van de Unie op het gebied van het ruimtevaart- en defensiebeleid. Deze initiatieven zullen ook synergieën tussen de civiele en de defensie-industrie bevorderen teneinde spin-offs en kruisbestuiving te maximaliseren.

Er zijn aanvullende gerichte investeringen gemobiliseerd om ons risicobeheersings- en reactievermogen in noodsituaties te versterken. Hiertoe is de Europese autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA) opgericht. Deze zal door het verzamelen van inlichtingen en het opbouwen van de noodzakelijke responscapaciteiten helpen anticiperen op potentiële gezondheidscrises. Wanneer zich een noodsituatie voordoet, zal HERA bijdragen aan de productie en distributie van geneesmiddelen, vaccins en medische apparatuur. Bovendien investeert de Unie via het EU4Health-programma ook in acties ter aanvulling van het optreden van de lidstaten op het gebied van ziektepreventie, gezondheidsbevordering, grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van gezondheid, veerkracht van gezondheidszorgstelsels en hulpbronnenefficiëntie. De Unie investeert ook in de ontwikkeling van de strategische rescEU-reserve van responscapaciteiten in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming, zodat we beter zijn voorbereid op toekomstige grootschalige crises. Daarbij gaat het onder meer om grensoverschrijdende gezondheids- en rampscenario’s die het gevolg zijn van door de klimaatverandering veroorzaakte rampen en nieuwe en opkomende dreigingen.

De recente ontwikkelingen hebben opnieuw het belang laten zien van een geïntegreerde en goed functionerende eengemaakte markt voor producten, arbeid, diensten en kapitaal, die essentieel is voor onze veerkracht. Geschat wordt dat verdere verbeteringen van de eengemaakte markt voor industrieproducten het bnp jaarlijks zou kunnen doen toenemen met 183 à 269 miljard EUR, terwijl verdere integratie van de dienstenmarkten het bnp met 297 miljard EUR per jaar zou kunnen laten stijgen. Alleen al deze stijgingen zouden de economische voordelen van de eengemaakte markt kunnen doen toenemen van 8 à 9 % tot ongeveer 12 % aan extra bbp 30 . Daartoe bevordert de Commissie actief de opheffing van ongerechtvaardigde belemmeringen, met name door middel van gecoördineerde werkzaamheden en dialoog met de lidstaten in het kader van de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt. 31 De Commissie probeert, bijvoorbeeld via de bestaande kennisgevingsmechanismen, ook te voorkomen dat er nieuwe belemmeringen ontstaan en neemt zo nodig handhavingsmaatregelen.

Om de veerkracht van zijn eengemaakte markt te versterken, moet Europa beter in staat zijn de voorzieningszekerheid in noodsituaties te waarborgen. Om te zorgen voor meer uitwisseling van informatie, coördinatie en solidariteit bij het nemen van crisisgerelateerde maatregelen door de lidstaten, werkt de Commissie aan een voorstel voor een noodinstrument voor de eengemaakte markt. Het instrument voorziet in een mechanisme voor crisisparaatheid en -maatregelen waarmee de Unie kritieke tekorten aan producten kan aanpakken door producten sneller beschikbaar te maken (bv. door het vaststellen en delen van normen, versnelde conformiteitsbeoordeling) en de samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten te versterken.

3.Zorgen voor een eerlijke en inclusieve economische transformatie

De groene en digitale economische transformatie kan alleen slagen als zij eerlijk en inclusief is. De effecten van de digitalisering en decarbonisatie op het welzijn zullen waarschijnlijk niet door iedereen even hard worden gevoeld. Aangezien huishoudens met een laag en gemiddeld inkomen vaak een groter deel van hun besteedbare inkomen besteden aan voedsel en essentiële diensten, zoals huisvesting, energie en vervoer, zullen zij waarschijnlijk harder worden getroffen door de verdiscontering van de kosten van emissies, waardoor de prijs van bepaalde economische activiteiten sterker toeneemt dan die van andere.

De herverdeling van arbeid binnen en tussen sectoren zal hervormingen en grootschalige investeringen in omscholing en bijscholing vergen. Zo ook zal de digitale transformatie waarschijnlijk nieuwe werkgelegenheidskansen creëren op het gebied van geavanceerde technologieën, terwijl andere banen hoogstwaarschijnlijk geheel of gedeeltelijk zullen worden geautomatiseerd. Nieuwe vormen van arbeidsorganisatie creëren kansen en uitdagingen voor beleidsmakers, met name als het gaat om het waarborgen van brede toegang tot sociale bescherming en goede arbeidsomstandigheden. Om herstructurering en aanpassing te vergemakkelijken, moeten de lidstaten een gedetailleerde aanpak volgen, met bijzondere aandacht voor de afzonderlijke regio’s en sectoren in kwestie. De aanpak inzake alomvattende en coherente beleidspakketten die uiteen is gezet in de aanbeveling van de Commissie voor doeltreffende actieve steun voor werkgelegenheid (EASE) kan als leidraad voor dit proces dienen.

Op alle niveaus zal een sterke beleidsrespons nodig zijn om doeltreffend het hoofd te bieden aan de uitdagingen die ons te wachten staan op sociaal en cohesiegebied. Op EU-niveau bieden de Europese pijler van sociale rechten en het bijbehorende actieplan 32 een samenhangend actiekader, dat drie ambitieuze EU-kerndoelen voor 2030 omvat op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding 33 . De nationale, regionale en lokale overheden van de lidstaten zullen ook hun rol moeten spelen en de relevante actoren ter plaatse, waaronder de sociale partners en het maatschappelijk middenveld, moeten betrekken bij het ontwerpen en uitvoeren van doeltreffend ondersteunend beleid en flankerende maatregelen. Uit de EU-begroting zal steun blijven worden verleend om regionale en sociale ongelijkheden te verkleinen, met name via het cohesiebeleid. 

Zoals in de Verklaring van Porto 34 wordt benadrukt, moeten onderwijs en vaardigheden bij ons politieke optreden centraal staan. De bestaande systemen zullen moeten worden aangepast om de overgang naar nieuw gecreëerde banen te ondersteunen. In de mededeling over de Europese onderwijsruimte 35 wordt een gedeelde visie geformuleerd om de toegang tot onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit te verbeteren en de EU-burgers uit te rusten met de juiste kennis en vaardigheden om de vruchten te plukken van de groene en de digitale transitie. Daarnaast wordt in het actieplan voor digitaal onderwijs een reeks initiatieven voorgesteld om de ontwikkeling van een digitaal onderwijsecosysteem met versterkte digitale competenties voor de digitale transformatie te bevorderen.

De Europese vaardighedenagenda, met inbegrip van het pact voor vaardigheden, biedt een alomvattend kader voor toekomstige maatregelen en een reeks ambitieuze doelstellingen om investeringen in volwasseneneducatie in de hele EU aan te sturen. De agenda omvat met name voorstellen in verband met beroepsonderwijs en -opleiding, microcredentials en individuele leerrekeningen. Om de initiatieven van de vaardighedenagenda uit te voeren en de doelstellingen ervan te halen, zal de EU jaarlijks ongeveer 48 miljard EUR aan extra publieke en particuliere investeringen in vaardigheden nodig hebben 36 . NextGenerationEU en de EU-begroting voorzien in aanzienlijke middelen om deze behoeften te vervullen 37 . 

Er zullen flankerende maatregelen nodig zijn om de verdelingseffecten van de dubbele transitie te verzachten. De maatregelen moeten zorgvuldig worden opgezet om de juiste stimulansen te bieden en de overgang naar klimaatneutraliteit te ondersteunen. Op EU-niveau is financiering voor ondersteunend beleid beschikbaar in het kader van het cohesiebeleid, het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, de faciliteit voor herstel en veerkracht en, in de toekomst, het Sociaal Klimaatfonds dat is voorgesteld in verband met de invoering van emissiehandel voor gebouwen en het wegvervoer. Door enerzijds voor een evenwichtige territoriale ontwikkeling te zorgen en hoogwaardige werkgelegenheid voor iedereen te creëren en anderzijds maatregelen te nemen om de negatieve gevolgen voor de meest kwetsbaren, met inbegrip van degenen die het risico lopen op energiearmoede, te beperken en de toegang tot sociale bescherming te verbeteren, kan de economische transformatie bijdragen tot het aanpakken van reeds bestaande sociaal-economische ongelijkheden, het verbeteren van de gezondheid en het bevorderen van gelijkheid. Wil de dubbele transitie billijk verlopen dan moeten er ook maatregelen worden genomen om passende arbeidsvoorwaarden te bevorderen, onder meer wat betreft het minimumloon 38 . 

4.De aanzet voor gecoördineerde actie op alle niveaus

Om een dergelijke ingrijpende transformatie van de Europese economie in goede banen te leiden, moet er een beleidskader zijn dat het mogelijk maakt om innovatie te ondersteunen en veranderingen te begeleiden. Om de uitdagingen in de wereld na de pandemie het hoofd te bieden, zullen innovatieve producten en diensten, nieuwe bedrijfsmodellen en een goed voorbereide en flexibele beroepsbevolking nodig zijn.

De investeringen die nodig zijn om de dubbele transitie te voltooien en de veerkracht te vergroten, moeten in de eerste plaats afkomstig zijn van de particuliere sector. Vandaar de noodzaak ten volle gebruik te maken van de zakelijke kansen die de eengemaakte markt biedt om bedrijven te starten en uit te breiden en het potentieel van de kapitaalmarktenunie te benutten voor een efficiëntere toewijzing van middelen binnen de Unie. Voor de lidstaten is een sleutelrol weggelegd bij het wegnemen van belemmeringen in verband met de omzetting, uitvoering en toepassing van EU-wetgeving, lange en complexe administratieve procedures, regelgevingsonzekerheid, versnippering, complexe belastingstelsels en een zwak ondernemingsklimaat. Ander transversaal beleid, zoals het belasting-, handels- en concurrentiebeleid, draagt bovendien ook bij tot een gunstig ondernemingsklimaat in de Unie en helpt investeringen aan te trekken.

Een sterke en efficiënte kapitaalmarktenunie en bankenunie zijn nodig om de stroom particulier geld te mobiliseren die nodig is om de dubbele transitie te ondersteunen 39 . De investeringen die nodig zijn voor het herstel en de dubbele transitie zijn dermate omvangrijk dat zij een sterke en concurrerende banksector en goed functionerende, diepe en geïntegreerde kapitaalmarkten vereisen. Zij ondersteunen de dubbele transitie door ondernemingen, met inbegrip van kmo’s, zichtbaarder te maken voor investeerders, de toegang tot publieke markten te ondersteunen en meer langetermijn- en aandelenfinanciering aan te moedigen, onder meer via InvestEU. De toegang tot financiering voor ondernemingen in het algemeen en kmo’s in het bijzonder kan worden verbeterd door de bankenunie te voltooien en kapitaalmarkten te ontwikkelen zodat de financieringsbronnen worden gediversifieerd, en door belemmeringen voor grensoverschrijdende financiële diensten weg te nemen. Om de vruchten van geïntegreerde kapitaalmarkten te plukken, is het belangrijk de kapitaalmarktenunie te voltooien door de maatregelen die de Commissie vorig jaar heeft voorgesteld en de nieuwe voorstellen die dit jaar zullen worden ingediend, snel goed te keuren en uit te voeren. De Commissie is met name voornemens voorstellen in te dienen om de administratieve rompslomp te verminderen voor bedrijven die geld willen aantrekken op de publieke markten van de EU en om bepaalde aspecten van insolventiekaders en -procedures te harmoniseren.

Het kader voor duurzame financiering zal particuliere investeringen in duurzame economische activiteiten, bedrijven en projecten doen toenemen. De nieuwe strategie voor duurzame financiering 40 bevat een reeks maatregelen om ervoor te zorgen dat het financiële stelsel de transitie naar duurzaamheid ten volle ondersteunt. Zij is sterk afhankelijk van de EU-taxonomie 41 , die bedrijven, investeerders en beleidsmakers criteria biedt om te bepalen welke economische (transitie-)activiteiten substantieel bijdragen aan de verwezenlijking van klimaat- en milieudoelstellingen. Zij omvat ook maatregelen om de transparantie van duurzame investeringen te bevorderen, retailbeleggers en kmo’s sterker te doen staan en duurzaamheidsrisico’s beter te integreren in het financiële stelsel. Daarnaast heeft de Europese Centrale Bank op basis van haar evaluatie van de strategie overeenstemming bereikt over een ambitieus stappenplan om bij haar werkzaamheden rekening te houden met klimaatverandering. Om duurzame projecten in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht te financieren, geeft de Commissie bovendien groene obligaties uit in het kader van NextGenerationEU, waardoor de markt voor duurzame financiering verder wordt versterkt. 

Hoewel particuliere middelen het grootste deel van de investeringen zullen uitmaken, kan overheidsinterventie in bepaalde gevallen nodig zijn om de juiste stimulansen te creëren en belemmeringen voor innovatie weg te nemen. Koolstofbeprijzing via het EU-emissiehandelssysteem (EU-ETS) en milieubelastingen zijn essentieel om huishoudens en bedrijven de juiste prijssignalen te geven. Regelgeving kan ook een gelijk speelveld creëren (bv. het voorstel voor een batterijenverordening). Normen kunnen de transparantie bevorderen en de marktrisico’s verminderen, terwijl het beleid inzake intellectuele eigendom innovatie beschermt en investeringen ondersteunt 42 . 

Overheidsinvesteringen kunnen een katalysator zijn voor particuliere investeringen. Dat kan met name door kmo’s betere toegang te geven tot financiering en risicokapitaal, particuliere investeringen te sturen en aan te trekken, de risico’s van innovatieve projecten te verminderen, marktfalen te verhelpen en nauwere banden tussen onderzoeksinstellingen en bedrijven te bevorderen. Zo zijn er bij de productie van microprocessoren hoge toetredingsdrempels en aanzienlijke vaste kosten. Dit kan in kritieke gebieden de toepassing van overheidssteun rechtvaardigen, onder strenge voorwaarden. Overheidssteun moet echter specifiek gericht zijn op projecten met een duidelijke toegevoegde waarde, om te voorkomen dat particuliere investeringen worden verdrongen en de overheidsfinanciën gezond te houden.

Net als bij het handhaven van een gelijk speelveld en het ondersteunen van de innovatie en groei van bedrijven is voor het mededingingsbeleid van de EU in dit verband een belangrijke rol weggelegd. Het in stand houden van concurrentie draagt bij tot de veerkracht en het concurrentievermogen van onze bedrijven op de wereldmarkten. Tijdens de pandemie bood de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun de lidstaten de nodige flexibiliteit om de economie in deze moeilijke tijden te ondersteunen. De nieuwe richtsnoeren inzake staatssteun op het gebied van klimaat, energie en milieu zijn bedoeld om de lidstaten te ondersteunen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal. Bovendien is de Commissie bezig met een ongekend grondige herziening van de mededingingsregels om ervoor te zorgen dat deze geschikt zijn voor het beoogde doel. In dit verband heeft zij richtsnoeren geactualiseerd voor de overheidsfinanciering van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI’s) 43 . Om innovatie en het nemen van risico’s te stimuleren, 44 zijn in de herziene richtsnoeren voor risicofinanciering de regels verduidelijkt op grond waarvan de lidstaten de toegang tot financiering voor start-ups, kmo’s en ondernemingen met een middelgrote kapitalisatie kunnen ondersteunen 45 . 

   

Overheidsinvesteringen mogen niet ten koste gaan van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Wat dat betreft is het met name zaak de houdbaarheid van de schuld te waarborgen door middel van een geleidelijke en hoogwaardige begrotingsaanpassing en economische groei. De bevordering van investeringen en hervormingen moet integraal deel uitmaken van een geloofwaardige begrotingsstrategie voor de middellange termijn die de houdbaarheid van de begroting waarborgt. In dit verband zal het van belang zijn de samenhang tussen het begrotings-, het investerings- en het hervormingsbeleid in de lidstaten en op EU-niveau te bevorderen. Deze kwesties worden besproken in het kader van de lopende evaluatie van de Europese economische governance.

Het ondersteunen van het herstel en de economische transformatie van de EU-economie op een wijze die aansluit bij de dubbele transitie is ook een belangrijke doelstelling van het handelsbeleid van de Unie. Naast het verlenen van toegang tot markten moet het handelsbeleid bedrijven en burgers in de EU beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken, onder meer met behulp van handelsbeschermingsinstrumenten en andere innovatieve instrumenten, zoals het antidwanginstrument.

Van EU-investeringen gaat een belangrijk signaal uit. De EU-begroting is, samen met het tijdelijk herstelinstrument NextGenerationEU, waarvan de faciliteit voor herstel en veerkracht de spil vormt, goed voor 2,018 biljoen EUR, en zorgt daarmee voor een aanzienlijke slagkracht ter ondersteuning van langetermijngroei 46 . Via de besprekingen over de nationale plannen heeft de faciliteit voor herstel en veerkracht er in hoge mate aan bijgedragen dat de hervormings- en investeringsprioriteiten van de EU en de lidstaten op een reeks gemeenschappelijke doelstellingen zijn afgestemd. NextGenerationEU zal de gevolgen van de pandemie helpen verzachten en tegelijkertijd de transformatie van de economie en de dubbele transitie ondersteunen. Tegelijkertijd versterken leningen voor NextGenerationEU de internationale rol van de euro en de kapitaalmarkten van de EU.

De faciliteit voor herstel en veerkracht biedt stimulansen voor hervormingen en steun voor financiering voor de belangrijkste prioritaire gebieden van de groene en de digitale transitie tot 2026. De RRF-verordening 47 schrijft voor dat elke lidstaat minstens 37 % van de totale toewijzing in zijn herstel- en veerkrachtplan moet besteden aan klimaatdoelstellingen en 20 % aan digitaliseringsdoelstellingen. De faciliteit voor herstel en veerkracht zorgt niet alleen voor groene en digitale investeringen, maar biedt ook cruciale steun voor sociaal beleid, ter bevordering van inclusieve groei, sociale en territoriale cohesie, gezondheidszorg en strategieën voor de volgende generaties. Onderstaande afbeelding laat zien welk bedrag aan elk van de zes pijlers van de faciliteit voor herstel en veerkracht is toegewezen. De toezeggingen van de lidstaten om hervormingen door te voeren, is kenmerkend voor de opzet de faciliteit voor herstel- en veerkracht en de hervormingen vertegenwoordigen bijna een derde van alle maatregelen die zijn opgenomen in de plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten. Zij zijn van cruciaal belang om de juiste randvoorwaarden te scheppen voor investeringen en snellere en grotere effecten te genereren, met inbegrip van grensoverschrijdende groei-effecten. Momenteel blijven grote bedragen aan RRF-leningen beschikbaar, wat de mogelijkheid biedt om verdere steun te verlenen aan lidstaten die ervan gebruik wensen te maken.

Grafiek 3: Aandeel van de middelen voor herstel en veerkracht voor elke beleidspijler 48

Bron: diensten van de Commissie. De bedragen hebben betrekking op de 22 in 2021 goedgekeurde plannen voor herstel en veerkracht.

Legenda: de donkergekleurde delen van de kolommen staan voor de maatregelen die zijn aangemerkt en aan de pijler zijn toegewezen als primair beleidsterrein; de lichtgekleurde delen staan voor de maatregelen die zijn aangemerkt als secundair beleidsterrein.

De langetermijnbegroting van de EU voor 2021-2027 en andere instrumenten bieden aanzienlijke steun voor de transitie. Zoals aangegeven in het investeringsplan voor de Europese Green Deal 49 streeft de Unie ernaar de komende tien jaar ten minste 1 biljoen EUR te mobiliseren ter ondersteuning van duurzame investeringen via de EU-begroting en de bijbehorende instrumenten. Dit bedrag houdt rekening met de publieke en private financiering die wordt verkregen door de begrotingsgarantie van de EU in het kader van het InvestEU-programma als hefboom te benutten. 30 % van de begroting 2021-2027 zal worden besteed aan de groene transitie, bijvoorbeeld via het cohesiebeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid, maar ook via specifieke programma’s zoals het LIFE-programma, het mechanisme voor een rechtvaardige transitie en de fondsen voor innovatie en modernisering. Het InvestEU-programma ondersteunt investeringen in digitale infrastructuur, technologieën en vaardigheden, met name via het onderdeel onderzoek, innovatie en digitalisering. Daarnaast zal de digitale transitie worden ondersteund vanuit verschillende EU-fondsen, met name via het cohesiebeleid, Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en de Connecting Europe Facility.

5.Conclusies

De mondiale uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd, bieden een kans om opnieuw blijk te geven van onze vastberadenheid en inzet voor de economische transformatie en om de samenwerking met onze internationale partners te versterken. De transformatie van de EU-economie vindt plaats in een context van geopolitieke instabiliteit en steeds grotere mondiale uitdagingen, zoals de COVID-19-pandemie, de invasie van Oekraïne, de klimaatcrisis en de sterke stijging van de energieprijzen. Deze ontwikkelingen tonen aan dat de inspanningen voor de groene en digitale transitie op inclusieve wijze moet worden opgevoerd, en dat onze veerkracht en crisisparaatheid moeten worden vergroot. De eengemaakte markt, als de belangrijkste bron van veerkracht van de Unie, zal van groot belang zijn om deze doelstellingen te verwezenlijken en mogelijke schokken op te vangen.

Er bestaat een sterke consensus over wat we willen bereiken. Om daarin ook te slagen zijn in alle lidstaten investeringen en hervormingen nodig. De investeringen, die aanzienlijk moeten worden verhoogd, moeten gepaard gaan met ambitieuze hervormingen om het beoogde rendement te genereren, zowel in financieel opzicht als in de zin van hun bredere maatschappelijke doelstellingen. Investeringen en hervormingen zijn even belangrijk en moeten op EU-niveau volledig op elkaar worden afgestemd en sterk worden gecoördineerd zodat zij elkaar versterken, verschillen tussen de lidstaten worden voorkomen en de eengemaakte markt wordt versterkt.

Overheden op regionaal, nationaal en EU-niveau moeten zich richten op het creëren van een investeringsvriendelijk ondernemingsklimaat, het stimuleren van particuliere investeringen met gerichte financiële steun en het bevorderen van overheidsinvesteringen, met behoud van gezonde overheidsfinanciën. Aangezien de particuliere sector het grootste deel van de investeringen voor zijn rekening zal nemen, is het belangrijk dat de voorwaarden aanwezig zijn om particuliere financiering doeltreffend te kanaliseren naar economische activiteiten die bijdragen tot het koolstofarm maken, digitaliseren en weerbaar maken van onze economieën. Openbare investeringen en hervormingen leveren een positieve bijdrage aan de houdbaarheid van de schuld, voor zover ze van hoge kwaliteit zijn en de groei ondersteunen. Succesvolle schuldverminderingsstrategieën moeten focussen op begrotingsconsolidatie, de kwaliteit en samenstelling van de overheidsfinanciën en het bevorderen van groei. De lopende beoordeling van het Europees kader voor economische governance biedt gelegenheid om de doeltreffendheid van de begrotingsregels van de EU te verbeteren en ervoor te zorgen dat zij een passende rol spelen bij het stimuleren van het investerings- en hervormingsbeleid van de lidstaten, overeenkomstig onze gemeenschappelijke prioriteiten en met behoud van gezonde overheidsfinanciën. In deze context is het belangrijk om te zorgen voor samenhang tussen het begrotingstoezicht en de coördinatie van het economisch beleid, en om het investerings- en hervormingsbeleid in de lidstaten evenals de nationale en de EU-doelstellingen op elkaar af te stemmen.

Om de welvaart en het welzijn van haar burgers te beschermen, moet de EU een eerlijke en inclusieve transitie naar een groenere en digitalere toekomst verwezenlijken en tegelijkertijd de sociaal-economische veerkracht in een onstabiele wereld versterken. Wanneer maatregelen worden gecoördineerd en elkaar aanvullen – onder meer op het gebied van enerzijds het nationale begrotingsbeleid en anderzijds de EU-begroting – zullen zij een groter effect hebben en investeringen bevorderen op strategisch belangrijke gebieden met een sterke grensoverschrijdende component, waardoor Europese meerwaarde ontstaat. De ambitieuze doelen die we hebben gesteld, kunnen alleen worden bereikt als alle actoren op Europees, nationaal en regionaal niveau zich onverminderd blijven inzetten. De verwezenlijking van onze gemeenschappelijke doelstellingen vraagt om een langetermijnvisie en een gecoördineerde aanpak. Daarvoor is eerst een grondige bezinning nodig om concrete, gemeenschappelijke prioriteiten vast te stellen op het niveau van de EU en haar lidstaten, alsook op mondiaal niveau. Overheden op EU-niveau en in de lidstaten moeten in alle sectoren op consistente wijze samenwerken met actoren uit de particuliere sector teneinde concurrerende duurzaamheid te bevorderen.

(1)

     Voorstel voor een aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit, COM(2021) 801 final.

(2)

   Mededeling “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final. Zie ook de resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2020 en de conclusies van de Europese Raad van 11 december 2020.

(3)

     Daarnaast heeft de Unie zich ertoe verbonden om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te realiseren. Zie Verordening (EG) 2021/1119 tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1). 

(4)

   Mededeling ““Fit for 55”: het EU-klimaatstreefdoel voor 2030 bereiken op weg naar klimaatneutraliteit”, COM(2021) 550 final.

(5)

     Bijvoorbeeld: mededeling “EU-bodemstrategie voor 2030 – Profiteren van de voordelen van een gezonde bodem voor mens, voedsel, natuur en klimaat”, COM(2021) 699 final, mededeling “Nieuwe EU-bosstrategie voor 2030”, COM(2021) 572 final, mededeling “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380 final, mededeling “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie – Voor een schoner en concurrerender Europa”, COM(2020) 98 final en mededeling over het EU-actieplan “Route naar een gezonde planeet voor iedereen EU-actieplan – Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul”, COM(2021) 400 final.

(6)

     Mededeling “De EU-economie na COVID-19: gevolgen voor de economische governance”, COM(2021) 662 final, blz. 17.

(7)

     Deze ramingen omvatten investeringen in het elektriciteitsnet, elektriciteitscentrales, industriële ketels en de productie en distributie van nieuwe brandstoffen, alsook investeringen in isolatie van gebouwen, energierenovatie en vervoersgerelateerde infrastructuur zoals oplaad- en tankstations. Zij omvatten echter geen investeringen in spoor-, weg-, luchthaven- of haveninfrastructuur en houden evenmin rekening met toekomstige behoeften op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering, zoals investeringen om bestaande activa beter bestand te maken tegen klimaatverandering, of met hogere kosten als gevolg van frequentere extreme weersomstandigheden. Zie SWD(2020) 98 final, blz. 17. Zie COM(2020) 789 final en SWD(2020) 331 final voor ramingen van de investeringskloof met betrekking tot de vervoersinfrastructuur.

(8)

     Mededeling “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen – de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.

(9)

     Mededeling “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium”, COM(2021) 118 final.

(10)

     Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het beleidsprogramma 2030 “Traject naar het digitale decennium”, COM(2021) 574 final.

(11)

     COM(2021) 662 final, blz. 17.

(12)

     De diensten van de Commissie actualiseren deze cijfers.

(13)

     Gezamenlijke mededeling “De EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk”, JOIN(2020) 18 final.

(14)

     Voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit, COM(2021) 281 final.

(15)

     Mededeling over het actieplan voor Europese democratie, COM(2020) 790 final.

(16)

     Verordening (EU) 2019/1150 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PB L 186 van 11.7.2019, blz. 57.

(17)

     Verordening (EG) 2018/302 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt, PB L 60I van 2.3.2018, blz. 1.

(18)

     Voorstel voor een verordening betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (wet inzake digitale diensten), COM(2020) 825 final, en een voorstel voor een verordening over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (wet inzake digitale markten), COM(2020) 842 final.

(19)

     Mededeling over een EU-strategie voor het digitale geldwezen, COM(2020) 591 final, mededeling “Een Europese datastrategie”, COM(2020) 66 final, en mededeling “Bevordering van een Europese benadering van artificiële intelligentie”, COM(2021) 205.

(20)

     Voorstel voor een richtlijn betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk, COM(2021) 762 final.

(21)

     Mededeling “Opstelling van een Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium”, COM(2022) 27 final.

(22)

     Mededeling over de actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020, COM(2021) 350 final.

(23)

     Tot deze gebieden behoren bijvoorbeeld actieve farmaceutische ingrediënten en andere gezondheidsgerelateerde producten.

(24)

     Werkdocument van de diensten van de Commissie “Strategische afhankelijkheden en capaciteiten van de EU: tweede fase van de grondige evaluaties”, SWD(2022) 41 final.

(25)

     Als onderdeel van het actieplan voor kritieke grondstoffen intensiveert de Commissie de samenwerking met de lidstaten om strategische afhankelijkheden met betrekking tot de grondstoffenvoorziening van de EU te verhelpen door a) gediversifieerde toelevering van buiten de Unie (bv. partnerschappen met Canada), b) recycling en c) duurzame winning en verwerking van grondstoffen in de EU. De Commissie gaat na hoe deze aanpak op het gebied van kritieke grondstoffen kan worden afgestemd op de groene en digitale transitie (bv. wat betreft kritieke grondstoffen die nodig zijn voor batterijen, zonnepanelen, halfgeleiders of waterstof).

(26)

     Mededeling “Strategisch prognoseverslag 2021: Het vermogen en de vrijheid tot handelen van de EU”, COM(2021) 750 final.

(27)

Jaarverslag over de eengemaakte markt 2022, SWD(2022) 40 final.

(28)

     Voorstel voor een verordening tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor halfgeleiders (Chipwet), COM(2022) 46 final.

(29)

     Zie met betrekking tot het ruimtevaartpakket met name de gezamenlijke mededeling “Een EU-benadering van het ruimteverkeersbeheer
– Een bijdrage van de EU aan de aanpak van een mondiale uitdaging”, JOIN (2022) 4 final, en het voorstel voor een verordening tot vaststelling van het programma van de Unie voor veilige connectiviteit voor de periode 2023-2027, COM(2022) 57 final. Zie voor het defensiepakket met name de mededeling “Bijdrage van de Commissie aan de Europese defensie”, COM(2022) 60 final, en de mededeling “Routekaart voor kritieke technologieën voor veiligheid en defensie”, COM(2022) 61 final.

(30)

     Mededeling “Langetermijnactieplan voor betere uitvoering en handhaving van de regels inzake de eengemaakte markt”, COM(2020) 94 final.

(31)

     Mededeling “In kaart brengen en aanpakken van belemmeringen voor de eengemaakte markt”, COM(2020) 93 final.

(32)

     Mededeling “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten”, COM(2021) 102 final.

(33)

     Ten minste 78 % van de bevolking van 20 tot en met 64 jaar moet tegen 2030 een baan hebben, ten minste 60 % van alle volwassenen moet elk jaar een opleiding volgen en het aantal mensen voor wie sociale uitsluiting of armoede te dreigt, moet vóór 2030 met ten minste 15 miljoen zijn afgenomen.

(34)

     Zie https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2021/05/08/the-porto-declaration/

(35)

     Mededeling “De Europese onderwijsruimte tegen 2025 tot stand brengen”, COM(2020) 625 final.

(36)

     Mededeling “Europese vaardighedenagenda voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht”, COM(2020) 274 final, blz. 20.

(37)

     Het gaat onder meer om financiering op het gebied van het cohesiebeleid in het kader van het ESF+ en het EFRO, Erasmus+, Horizon Europa, het specifieke programma Digitaal Europa, InvestEU, het Fonds voor een rechtvaardige transitie, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en het moderniseringsfonds.

(38)

     In dit verband biedt het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende minimumlonen een kader om ervoor te zorgen dat werknemers in de Unie kunnen rekenen op toereikende minimumlonen die een waardig bestaan mogelijk maken, ongeacht waar zij werken.

(39)

     Mededeling “Een kapitaalmarktenunie ten dienste van mensen en ondernemingen – Een nieuw actieplan”, COM(2020) 590 final.

(40)

     Mededeling “Strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie”, COM(2021) 390 final.

(41)

     Voor meer informatie zie: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/sustainable-finance/eu-taxonomy-sustainable-activities_en .

(42)

     Mededeling “Een EU-strategie voor normalisatie – Mondiale normalisatie ter ondersteuning van een veerkrachtige, groene en digitale eengemaakte markt in de EU”, COM(2022) 31.

(43)

     Mededeling “Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang”, PB C 528 van 30.12.2021, blz. 10.

(44)

     De Europese Investeringsbank heeft er ook op gewezen dat particuliere investeringen moeten worden aangejaagd door middel van risicodelingsinstrumenten om de aanhoudende macro-economische onzekerheid te beperken. Zie Europese Investeringsbank, Investment Report 2021/2022: Recovery as a springboard for change, 2022, blz. 124.

(45)

     Mededeling “Richtsnoeren inzake staatssteun ter bevordering van risicofinancieringsinvesteringen”, PB C 508 van 16.12.2021, blz. 1. 

(46)

     Dit bedrag is samengesteld uit 1,211 biljoen EUR (langetermijnbegroting) en 806,9 miljard EU (NextGenerationEU). Het grootste deel van de middelen van NextGenerationEU zal worden besteed via de faciliteit voor herstel en veerkracht (723,8 miljard EUR), die steun verleent in de vorm van subsidies (338 miljard EUR) en leningen (385,8 miljard EUR). Voor meer informatie zie https://ec.europa.eu/info/strategy/eu-budget/long-term-eu-budget/2021-2027/whats-new_nl .

(47)

   Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17). 

(48)

   De zes beleidspijlers zijn omschreven in artikel 3 van de RRF-verordening.

(49)

   Mededeling “Sustainable Europe Investment Plan – European Green Deal Investment Plan”, COM(2020) 21 final.

Top