EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022AR0155

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk

COR 2022/00155

OJ C 375, 30.9.2022, p. 45–63 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.9.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 375/45


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk

(2022/C 375/08)

Rapporteur:

Yonnec Polet (BE/PSE), eerste schepen van Sint-Agatha-Berchem

Referentiedocumenten:

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Betere arbeidsvoorwaarden voor een sterker sociaal Europa: alle voordelen van de digitalisering voor het werk van de toekomst benutten

COM(2021) 761 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk

COM(2021) 762 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

COM(2021) 762 final

Wijzigingsvoorstel 1

Overweging 9

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Wanneer platformen in verschillende lidstaten of over de grenzen heen actief zijn, is het vaak onduidelijk waar het platformwerk wordt verricht en door wie. Ook krijgen de nationale autoriteiten niet gemakkelijk toegang tot gegevens over de digitale arbeidsplatformen, zoals het aantal personen dat platformwerk verricht, hun arbeidsstatus en hun arbeidsvoorwaarden. Dit maakt het moeilijk de regels te handhaven, onder meer op het gebied van arbeidsrecht en sociale bescherming.

Wanneer platformen in verschillende lidstaten of over de grenzen heen actief zijn, is het vaak onduidelijk waar het platformwerk wordt verricht en door wie. Ook krijgen de bevoegde autoriteiten in de lidstaten niet gemakkelijk toegang tot gegevens over de digitale arbeidsplatformen, zoals het aantal personen dat platformwerk verricht, hun arbeidsstatus en hun arbeidsvoorwaarden. Dit maakt het moeilijk de regels te handhaven, onder meer op het gebied van arbeidsrecht en sociale bescherming.

Motivering

In veel lidstaten zijn de regionale autoriteiten verantwoordelijk voor het bepalen van de status van werknemers.

Wijzigingsvoorstel 2

Overweging 16

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Deze richtlijn moet van toepassing zijn op personen die in de Unie platformwerk verrichten en die een arbeidsovereenkomst hebben of in een arbeidsverhouding staan of op basis van een feitelijke beoordeling kunnen worden geacht een arbeidsovereenkomst te hebben of in een arbeidsverhouding te staan, in de zin van de in de lidstaten geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit moet ook situaties omvatten waarin de arbeidsstatus van de persoon die platformwerk verricht onduidelijk is, zodat die status correct kan worden vastgesteld. De bepalingen inzake algoritmisch beheer die verband houden met de verwerking van persoonsgegevens moeten ook van toepassing zijn op echte zelfstandigen en andere personen die in de Unie platformwerk verrichten en niet in een arbeidsverhouding staan .

Deze richtlijn moet van toepassing zijn op personen die in de Unie platformwerk verrichten en die een arbeidsovereenkomst hebben of in een arbeidsverhouding staan of op basis van een feitelijke beoordeling kunnen worden geacht een arbeidsovereenkomst te hebben of in een arbeidsverhouding te staan, in de zin van de in de lidstaten geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit moet ook situaties omvatten waarin de arbeidsstatus van de persoon die platformwerk verricht onduidelijk is of onjuist of op frauduleuze wijze is vastgesteld , zodat die status correct kan worden vastgesteld. De bepalingen inzake algoritmisch beheer die verband houden met de verwerking van persoonsgegevens moeten ook van toepassing zijn op echte zelfstandigen die in de Unie platformwerk verrichten.

Motivering

Een van de doelstellingen van de richtlijn is ervoor te zorgen dat de status van werknemers (“zelfstandige” of “werknemer in loondienst”) correct wordt vastgesteld.

Wijzigingsvoorstel 3

Overweging 18

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Digitale arbeidsplatformen verschillen in die zin van andere onlineplatformen dat zij werk organiseren dat personen eenmalig of herhaaldelijk op verzoek van de afnemer van een door het platform verleende dienst verrichten. Bij de organisatie van werk dat door personen wordt verricht, moet op zijn minst een belangrijke rol worden voorbehouden voor het afstemmen van de vraag naar de dienst op het arbeidsaanbod van een persoon die een contractuele verhouding heeft met het digitale arbeidsplatform en beschikbaar is om een specifieke taak uit te voeren, en kunnen ook andere activiteiten worden inbegrepen, zoals de verwerking van betalingen. Onlineplatformen die het werk dat door personen wordt verricht niet organiseren, maar die alleen de middelen verschaffen waarmee aanbieders van diensten de eindgebruiker kunnen bereiken, bijvoorbeeld door aanbiedingen of verzoeken om diensten te adverteren of door beschikbare aanbieders van diensten in een specifiek gebied te groeperen en zichtbaarheid te geven, zonder verdere betrokkenheid, mogen niet als digitale arbeidsplatformen worden beschouwd. De definitie van digitale arbeidsplatformen mag geen aanbieders omvatten van diensten waarvan het hoofddoel is activa te exploiteren of te delen, zoals kortetermijnverhuur van woonruimte. De definitie moet beperkt blijven tot aanbieders van diensten voor wie de organisatie van het door de persoon verrichte werk, zoals personen- of goederenvervoer of schoonmaken, een noodzakelijk en essentieel onderdeel vormt , en niet slechts een klein en louter bijkomstig onderdeel .

Digitale arbeidsplatformen verschillen in die zin van andere onlineplatformen dat zij werk organiseren dat personen eenmalig of herhaaldelijk op verzoek van de afnemer van een door het platform verleende dienst verrichten. Bij de organisatie van werk dat door personen wordt verricht, moet op zijn minst een belangrijke rol worden voorbehouden voor het afstemmen van de vraag naar de dienst op het arbeidsaanbod van een persoon die een contractuele verhouding heeft met het digitale arbeidsplatform en beschikbaar is om een specifieke taak uit te voeren, en kunnen ook andere activiteiten worden inbegrepen, zoals de verwerking van betalingen. Onlineplatformen die het werk dat door personen wordt verricht niet organiseren, maar die alleen de middelen verschaffen waarmee aanbieders van diensten de eindgebruiker kunnen bereiken, bijvoorbeeld door aanbiedingen of verzoeken om diensten te adverteren of door beschikbare aanbieders van diensten in een specifiek gebied te groeperen en zichtbaarheid te geven, zonder verdere betrokkenheid, mogen niet als digitale arbeidsplatformen worden beschouwd. De definitie van digitale arbeidsplatformen mag geen aanbieders omvatten van diensten waarvan het hoofddoel is activa te exploiteren of te delen, zoals kortetermijnverhuur van woonruimte. De definitie is van toepassing op aanbieders van diensten voor wie de organisatie van het door de persoon verrichte werk, zoals personen- of goederenvervoer of schoonmaken, een noodzakelijk en essentieel onderdeel vormt. Ook nevendiensten die worden verleend in het kader van een dienst die in de eerste plaats tot doel heeft activa te exploiteren of te delen en waarvoor de organisatie van door individuen verrichte werkzaamheden is vereist, vallen onder deze definitie wanneer zij noodzakelijk en essentieel zijn en via het platform worden besteld.

Motivering

Doel van dit wijzigingsvoorstel is ervoor te zorgen dat noodzakelijke en essentiële nevendiensten die onderdeel zijn van door individuen verrichte werkzaamheden, tot het toepassingsgebied van de richtlijn kunnen worden gerekend wanneer zij via een platform worden besteld.

Wijzigingsvoorstel 4

Overweging 23

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het waarborgen van een correcte bepaling van de arbeidsstatus mag geen belemmering vormen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van echte zelfstandigen die platformwerk verrichten. Wanneer een digitaal arbeidsplatform — louter op vrijwillige basis of met instemming van de betrokkenen — besluit om sociale bescherming, ongevallenverzekering of andere vormen van verzekering, opleidingsmaatregelen of soortgelijke uitkeringen te betalen aan zelfstandigen die via dat platform werken, mogen die uitkeringen als zodanig niet worden beschouwd als bepalende elementen die wijzen op het bestaan van een arbeidsverhouding.

Het waarborgen van een correcte bepaling van de arbeidsstatus mag geen belemmering vormen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden van echte zelfstandigen die platformwerk verrichten. Wanneer een digitaal arbeidsplatform — louter op vrijwillige basis of met instemming van de betrokkenen — besluit om sociale bescherming, ongevallenverzekering of andere vormen van verzekering, opleidingsmaatregelen of soortgelijke uitkeringen te betalen aan zelfstandigen die via dat platform werken, mogen die uitkeringen als zodanig niet automatisch worden beschouwd als bepalende elementen die wijzen op het bestaan van een arbeidsverhouding onverminderd de in artikel 4 betreffende het wettelijk vermoeden genoemde gronden .

Motivering

Hoewel de vrijwillige verbetering van de arbeidsvoorwaarden van zelfstandigen door platforms is toe te juichen, mag dit niet worden gebruikt om het wettelijke vermoeden te omzeilen of opnieuw een vorm van ondergeschiktheid tot stand te brengen. Indien deze vrijwillige verbeteringen worden toegevoegd aan de opsomming in artikel 4 betreffende het wettelijk vermoeden, moeten zij kunnen worden gebruikt om het bestaan van een arbeidsverhouding aan te tonen.

Wijzigingsvoorstel 5

Overweging 25

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De richtlijn moet criteria bevatten die erop wijzen dat een digitaal arbeidsplatform zeggenschap heeft over de uitvoering van werk, om het wettelijk vermoeden in de praktijk om te zetten en de handhaving van de rechten van werknemers te vergemakkelijken. Die criteria moeten worden geïnspireerd op de jurisprudentie van de Unie en de lidstaten en moeten rekening houden met nationale concepten van de arbeidsverhouding. De criteria moeten concrete elementen bevatten waaruit blijkt dat het digitale arbeidsplatform bijvoorbeeld in de praktijk de arbeidsvoorwaarden of de vergoeding of beide vastlegt en niet alleen aanbeveelt, instructies geeft over de wijze waarop het werk moet worden uitgevoerd of verhindert dat de persoon die platformwerk verricht zakelijke contacten met potentiële klanten ontwikkelt. Voor een doeltreffende toepassing van het wettelijk vermoeden in de praktijk moet steeds aan twee criteria worden voldaan. Tegelijkertijd moeten de criteria situaties uitsluiten waarin de personen die platformwerk verrichten echte zelfstandigen zijn. Echte zelfstandigen zijn ten opzichte van hun klanten zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop zij hun werk uitvoeren en voor de kwaliteit van hun output. De vrijheid om zelf de arbeidstijd of perioden van afwezigheid te bepalen, taken te weigeren, onderaannemers of vervangers in te schakelen of werk voor derden te laten uitvoeren, is kenmerkend voor echte zelfstandige arbeid. Daarom moet de feitelijke beperking van dergelijke manoeuvreerruimte door een aantal voorwaarden of door middel van een sanctieregeling ook worden beschouwd als een element van zeggenschap over de uitvoering van het werk. Een nauwlettend toezicht op de uitvoering van het werk of een grondige verificatie van de kwaliteit van de resultaten van dat werk — onder meer met behulp van elektronische middelen — die niet louter bestaan in het gebruik van beoordelingen of ratings door de afnemers van de dienst, moeten daarom worden beschouwd als een element van zeggenschap over de uitvoering van het werk. Tegelijkertijd moeten digitale arbeidsplatformen hun technische interfaces zodanig kunnen ontwerpen dat een goede consumentenervaring wordt gewaarborgd. Maatregelen of voorschriften die wettelijk verplicht zijn of die noodzakelijk zijn om de gezondheid en veiligheid van de afnemer van de dienst te waarborgen, mogen niet worden opgevat als zeggenschap over de uitvoering van werk.

De richtlijn moet criteria bevatten die erop wijzen dat een digitaal arbeidsplatform zeggenschap heeft over de uitvoering van werk, om het wettelijk vermoeden in de praktijk om te zetten en de handhaving van de rechten van werknemers te vergemakkelijken. Die criteria moeten worden geïnspireerd op de jurisprudentie van de Unie en de lidstaten en moeten rekening houden met nationale concepten van de arbeidsverhouding. De criteria moeten concrete elementen bevatten waaruit blijkt dat het digitale arbeidsplatform bijvoorbeeld in de praktijk de arbeidsvoorwaarden of de vergoeding of beide vastlegt en niet alleen aanbeveelt, instructies geeft over de wijze waarop het werk moet worden uitgevoerd of verhindert dat de persoon die platformwerk verricht zakelijke contacten met potentiële klanten ontwikkelt. Voor een doeltreffende toepassing van het wettelijk vermoeden in de praktijk moet steeds aan één criterium worden voldaan. Deze lijst van criteria kan worden aangevuld met andere praktijken waaruit volgens de nationale wetgeving, jurisprudentie of praktijk blijkt dat er controle wordt uitgeoefend op de uitvoering van werk. Tegelijkertijd moeten de criteria situaties uitsluiten waarin de personen die platformwerk verrichten echte zelfstandigen zijn. Echte zelfstandigen zijn ten opzichte van hun klanten zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop zij hun werk uitvoeren en voor de kwaliteit van hun output. De vrijheid om zelf de arbeidstijd of perioden van afwezigheid te bepalen, taken te weigeren, onderaannemers of vervangers in te schakelen of werk voor derden te laten uitvoeren, is kenmerkend voor echte zelfstandige arbeid. Daarom moet de feitelijke beperking van dergelijke manoeuvreerruimte door een aantal voorwaarden of door middel van een sanctieregeling ook worden beschouwd als een element van zeggenschap over de uitvoering van het werk. Een nauwlettend toezicht op de uitvoering van het werk of een grondige verificatie van de kwaliteit van de resultaten van dat werk — onder meer met behulp van elektronische middelen — die niet louter bestaan in het gebruik van beoordelingen of ratings door de afnemers van de dienst, moeten daarom worden beschouwd als een element van zeggenschap over de uitvoering van het werk. Tegelijkertijd moeten digitale arbeidsplatformen hun technische interfaces zodanig kunnen ontwerpen dat een goede consumentenervaring wordt gewaarborgd. Maatregelen of voorschriften die wettelijk verplicht zijn of die noodzakelijk zijn om de gezondheid en veiligheid van de afnemer van de dienst te waarborgen, mogen niet worden opgevat als zeggenschap over de uitvoering van werk.

Motivering

Wanneer digitale arbeidsplatformen zeggenschap hebben over bepaalde elementen van de uitvoering van het werk, treden zij op als werkgevers in een arbeidsverhouding. Een wettelijke gezagsverhouding, d.i. leiding en zeggenschap, is een essentieel element van de definitie van een arbeidsverhouding in de lidstaten en in de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

De in de richtlijn genoemde criteria kenmerken elk een element van leiding en zeggenschap; slechts één ervan moet voldoende zijn om zich op het vermoeden van werkgeverschap te kunnen beroepen, dat de werknemer of werkgever zo nodig nog kan betwisten. Tegelijkertijd is de lijst van criteria niet uitputtend.

Wijzigingsvoorstel 6

Overweging 32

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Digitale arbeidsplatformen moeten worden onderworpen aan transparantieverplichtingen met betrekking tot systemen voor automatische monitoring en besluitvorming die worden gebruikt voor de monitoring van, het toezicht op of de evaluatie van de uitvoering van werk met behulp van elektronische middelen, en systemen voor automatische besluitvorming die worden gebruikt om besluiten te nemen of te ondersteunen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden, met name de toegang tot werkopdrachten van personen die platformwerk verrichten, hun inkomsten, hun veiligheid en gezondheid op het werk, hun arbeidstijd, hun promotie en hun contractuele status, met inbegrip van de beperking, schorsing of afsluiting van hun account. Naast het bepaalde in Verordening (EU) 2016/679 moet over dergelijke systemen ook informatie worden verstrekt wanneer besluiten niet uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd, maar door geautomatiseerde systemen worden ondersteund. Ook moet worden gespecificeerd wat voor soort informatie moet worden verstrekt aan personen die platformwerk verrichten met betrekking tot dergelijke geautomatiseerde systemen, en in welke vorm en wanneer deze informatie moet worden verstrekt. De verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van de artikelen 13, 14 en 15 van Verordening (EU) 2016/679 om de betrokkene bepaalde informatie te verstrekken in verband met de verwerking van persoonsgegevens van de betrokkene en toegang te geven tot die gegevens, moet van toepassing blijven in het kader van platformwerk. Om hen in staat te stellen hun taken te vervullen, moet ook aan vertegenwoordigers van personen die platformwerk verrichten en aan nationale arbeidsautoriteiten die daarom verzoeken, informatie over systemen voor automatische monitoring en besluitvorming worden verstrekt.

Digitale arbeidsplatformen moeten worden onderworpen aan transparantieverplichtingen met betrekking tot systemen voor automatische monitoring en besluitvorming die worden gebruikt voor de monitoring van, het toezicht op of de evaluatie van de uitvoering van werk met behulp van elektronische middelen, en systemen voor automatische besluitvorming die worden gebruikt om besluiten te nemen of te ondersteunen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden, met name de toegang tot werkopdrachten van personen die platformwerk verrichten, hun inkomsten, hun veiligheid en gezondheid op het werk, hun arbeidstijd, hun promotie en hun contractuele status, met inbegrip van de beperking, schorsing of afsluiting van hun account. Naast het bepaalde in Verordening (EU) 2016/679 moet over dergelijke systemen ook informatie worden verstrekt wanneer besluiten niet uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd, maar door geautomatiseerde systemen worden ondersteund. Ook moet worden gespecificeerd wat voor soort informatie moet worden verstrekt aan personen die platformwerk verrichten met betrekking tot dergelijke geautomatiseerde systemen, en in welke vorm en wanneer deze informatie moet worden verstrekt. De verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van de artikelen 13, 14 en 15 van Verordening (EU) 2016/679 om de betrokkene bepaalde informatie te verstrekken in verband met de verwerking van persoonsgegevens van de betrokkene en toegang te geven tot die gegevens, moet van toepassing blijven in het kader van platformwerk. Om hen in staat te stellen hun taken te vervullen, moet ook aan vakbonden, vertegenwoordigers van personen die platformwerk verrichten en aan nationale en regionale arbeidsautoriteiten die daarom verzoeken, informatie over systemen voor automatische monitoring en besluitvorming worden verstrekt.

Motivering

Vakbonden spelen een sleutelrol in de bescherming van de rechten van werknemers en moeten daarom expliciet worden genoemd in de richtlijn. Ook arbeidsautoriteiten zijn noodzakelijk en essentieel om ervoor te zorgen dat de arbeids- en socialezekerheidsvoorschriften worden nageleefd en de arbeidsomstandigheden worden verbeterd.

Wijzigingsvoorstel 7

Overweging 33

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Digitale arbeidsplatformen mogen niet worden verplicht om de gedetailleerde werking van hun systemen voor automatische monitoring en besluitvorming, met inbegrip van algoritmen, of andere gedetailleerde gegevens die commerciële geheimen bevatten of door intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd, openbaar te maken.

Digitale arbeidsplatformen zouden moeten worden verplicht om de gedetailleerde werking van hun systemen voor automatische monitoring en besluitvorming, alsook de algoritmen, met betrekking tot arbeidsomstandigheden openbaar te maken. Ze mogen echter niet worden verplicht om andere gedetailleerde gegevens die commerciële geheimen bevatten of door intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd, openbaar te maken.

Die overwegingen mogen er echter niet toe leiden dat betrokkenen alle door deze richtlijn vereiste informatie wordt onthouden.

Die laatste overwegingen mogen er echter niet toe leiden dat betrokkenen alle door deze richtlijn vereiste informatie wordt onthouden.

Motivering

Er kan geen beroep worden gedaan op het bedrijfsgeheim of op intellectuele-eigendomsrechten om de correcte uitvoering van deze richtlijn te verhinderen of bepaalde bepalingen, met name de bepalingen van hoofdstuk III over algoritmisch beheer en hoofdstuk IV over transparantie inzake platformwerk, te omzeilen.

Wijzigingsvoorstel 8

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen, Artikel 1 — Onderwerp en toepassingsgebied, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Deze richtlijn stelt minimumrechten vast die van toepassing zijn op elke persoon die in de Unie platformwerk verricht en die een arbeidsovereenkomst heeft of in een arbeidsverhouding staat of, op basis van een feitelijke beoordeling kan worden geacht een arbeidsovereenkomst te hebben of in een arbeidsverhouding te staan, in de zin van de in de lidstaten geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

Deze richtlijn stelt minimumrechten vast die van toepassing zijn op elke persoon die in de Unie platformwerk verricht en die een arbeidsovereenkomst heeft of in een arbeidsverhouding staat of, op basis van een feitelijke beoordeling kan worden geacht een arbeidsovereenkomst te hebben of in een arbeidsverhouding te staan, in de zin van de in de lidstaten geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

Overeenkomstig artikel 10 gelden de in deze richtlijn vastgestelde rechten met betrekking tot de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het kader van algoritmisch beheer ook voor elke persoon die in de Unie platformwerk verricht en geen arbeidsovereenkomst heeft of niet in een arbeidsverhouding staat .

Overeenkomstig artikel 10 gelden de in deze richtlijn vastgestelde rechten met betrekking tot de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het kader van algoritmisch beheer ook voor elke persoon die in de Unie platformwerk verricht als daadwerkelijke zelfstandige .

Motivering

Een van de doelstellingen van de richtlijn is ervoor te zorgen dat de status van werknemers (“zelfstandige” of “werknemer in loondienst”) correct wordt vastgesteld.

Wijzigingsvoorstel 9

Hoofdstuk I, Artikel 2 — Definities, lid 1, punt 5)

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

“vertegenwoordigers”: de werknemers organisaties of - vertegenwoordigers, of beide, waarin het nationale recht of de nationale praktijken voorzien;

“vertegenwoordigers”: de vakbonden of werknemersvertegenwoordigers, of beide, waarin het nationale recht of de nationale praktijken voorzien;

Motivering

Vakbonden spelen een sleutelrol in de bescherming van de rechten van werknemers en moeten daarom expliciet worden genoemd in de richtlijn.

Wijzigingsvoorstel 10

Hoofdstuk I, Artikel 2 — Definities, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De definitie van digitale arbeidsplatformen van lid 1, punt 1), omvat geen aanbieders van diensten waarvan het hoofddoel is activa te exploiteren of te delen. Deze definitie moet beperkt blijven tot aanbieders van diensten voor wie de organisatie van het door de persoon verrichte werk niet slechts een klein en louter bijkomstig onderdeel vormt.

De definitie van digitale arbeidsplatformen van lid 1, punt 1), omvat geen aanbieders van diensten waarvan het hoofddoel is activa te exploiteren of te delen. De definitie is van toepassing op aanbieders van diensten , inclusief nevendiensten, voor wie de organisatie van het door de persoon verrichte werk een noodzakelijk en essentieel onderdeel vormt.

Motivering

Doel van dit wijzigingsvoorstel is te zorgen voor samenhang met overweging 18 en te waarborgen dat noodzakelijke en essentiële nevendiensten die onderdeel zijn van door individuen verrichte werkzaamheden, tot het toepassingsgebied van de richtlijn kunnen worden gerekend wanneer zij via een platform worden besteld.

Wijzigingsvoorstel 11

Hoofdstuk II, Artikel 4 — Wettelijk vermoeden, lid 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Er is een wettelijk vermoeden dat de contractuele verhouding tussen een digitaal arbeidsplatform dat zeggenschap heeft over de uitvoering van werk in de zin van lid 2 en een persoon die platformwerk verricht via dat platform, een arbeidsverhouding is. Daartoe stellen de lidstaten een kader van maatregelen vast, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en gerechtelijke systemen.

Er is een wettelijk vermoeden dat de contractuele verhouding tussen een digitaal arbeidsplatform dat zeggenschap heeft over de uitvoering van werk in de zin van lid 2 en een persoon die platformwerk verricht via dat platform, een arbeidsverhouding is. Daartoe stellen de lidstaten een kader van maatregelen vast, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en gerechtelijke systemen.

Het wettelijk vermoeden geldt in alle desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures. De bevoegde autoriteiten die de naleving of handhaving van de toepasselijke wetgeving controleren, moeten zich op dat vermoeden kunnen beroepen.

Het wettelijk vermoeden geldt in alle desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures. De bevoegde autoriteiten die de naleving van de toepasselijke wetgeving controleren of handhaven, moeten zich op dat vermoeden beroepen , terwijl de contractuele verhouding op nationaal niveau wordt beoordeeld en vastgesteld .

Motivering

De lidstaten zijn weliswaar uiteindelijk verantwoordelijk voor de beoordeling en vaststelling van een contractuele verhouding en hebben de mogelijkheid om, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en gerechtelijke systemen, een kader van maatregelen vast te stellen om de richtlijn ten uitvoer te leggen, maar een beroep op het wettelijk vermoeden is niet optioneel. Het is juist op basis van dit vermoeden dat de contractuele relatie tussen een digitaal arbeidsplatform en een persoon die via dat platform arbeid verricht, kan worden beoordeeld en vastgesteld, wat een van de hoofddoelen van de richtlijn is.

Wijzigingsvoorstel 12

Hoofdstuk II, Artikel 4 — Wettelijk vermoeden, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Er is “zeggenschap over de uitvoering van werk” in de zin van lid 1 wanneer aan ten minste twee van de volgende criteria is voldaan:

Er is “zeggenschap over de uitvoering van werk” in de zin van lid 1 wanneer aan ten minste een van de volgende criteria is voldaan:

a)

het niveau van de vergoeding wordt daadwerkelijk bepaald of er worden bovengrenzen vastgesteld;

a)

het niveau van de vergoeding of de prijs van een dienst wordt daadwerkelijk bepaald of er worden bovengrenzen vastgesteld;

b)

de persoon die platformwerk verricht, wordt verplicht specifieke bindende regels in acht te nemen met betrekking tot het uiterlijk, het gedrag ten aanzien van de afnemer van de dienst of de uitvoering van het werk;

b)

de persoon die platformwerk verricht, wordt verplicht specifieke bindende regels in acht te nemen met betrekking tot het uiterlijk, het gedrag ten aanzien van de afnemer van de dienst of de uitvoering van het werk;

c)

er wordt toezicht gehouden op de uitvoering van het werk of de kwaliteit van de resultaten van het werk wordt geverifieerd, ook met behulp van elektronische middelen;

c)

er wordt toezicht gehouden op de uitvoering van het werk of de kwaliteit van de resultaten van het werk wordt geverifieerd, ook met behulp van elektronische middelen;

d)

de vrijheid om het werk te organiseren wordt daadwerkelijk beperkt — onder meer door sancties —, met name de vrijheid om zelf de arbeidstijd of perioden van afwezigheid te kiezen, om taken te aanvaarden of te weigeren of om gebruik te maken van onderaannemers of vervangers in te schakelen;

d)

de vrijheid om het werk te organiseren wordt daadwerkelijk beperkt — door onder meer via sancties prioriteit aan te brengen in de toekomstige toewijzing van werkopdrachten  —, met name de vrijheid om zelf de arbeidstijd , het arbeidspatroon of de perioden van afwezigheid te kiezen, om taken te aanvaarden of te weigeren of om gebruik te maken van onderaannemers of vervangers in te schakelen;

e)

de mogelijkheid om een klantenbestand op te bouwen of werk voor derden uit te voeren, wordt daadwerkelijk beperkt.

e)

de mogelijkheid om een klantenbestand op te bouwen , ook onder klanten van het platform, of werk voor derden uit te voeren, wordt daadwerkelijk beperkt.

Deze lijst van voorwaarden kan worden aangevuld met andere praktijken waaruit volgens de nationale wetgeving, jurisprudentie of praktijk blijkt dat er controle wordt uitgeoefend op de uitvoering van werk.

Motivering

Wanneer digitale arbeidsplatformen zeggenschap hebben over bepaalde elementen van de uitvoering van het werk, treden zij op als werkgevers in een arbeidsverhouding. Een wettelijke gezagsverhouding, d.i. leiding en zeggenschap, is een essentieel element van de definitie van een arbeidsverhouding in de lidstaten en in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. De in artikel 4 genoemde criteria kenmerken ieder afzonderlijk een element van leiding en zeggenschap; slechts één ervan moet voldoende zijn om zich op het vermoeden van werkgeverschap te kunnen beroepen, dat de werknemer of werkgever zo nodig nog kan betwisten.

Wat het eerste criterium betreft, komt de vaststelling of beperking van de prijs van een dienst neer op de vaststelling of beperking van het niveau van de vergoeding van de werknemer, ongeacht zijn status.

Wat het vierde criterium betreft, worden de weigering van een opdracht en de beschikbaarheid van de werknemer en zijn arbeidstijden door sommige platforms gebruikt als criterium voor de toekomstige toewijzing van werkopdrachten, waardoor zij indirect invloed kunnen uitoefenen op de organisatie van het werk van de personen die bij dat platform zijn aangesloten en de vrijheid van deze personen om hun arbeidstijd in te delen — een vrijheid waarover zelfstandigen beschikken — kunnen beperken. Zelfstandigen zijn ook vrij om hun eigen prioriteiten te stellen en pauzes in te lassen en dus hun arbeidspatroon te bepalen. Als deze vrijheid aan banden wordt gelegd, gedraagt het platform zich als een werkgever.

Wat het vijfde criterium betreft, is de mogelijkheid om een zakelijke relatie aan te gaan met klanten een wezenlijk onderdeel van zelfstandig ondernemerschap. Als deze mogelijkheid wordt beperkt en het platform marktexclusiviteit behoudt, treedt het op als werkgever. De lijst van criteria is niet uitputtend.

Wijzigingsvoorstel 13

Hoofdstuk II, Artikel 4 — Wettelijk vermoeden, lid 3

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De lidstaten nemen ondersteunende maatregelen om de effectieve uitvoering van het in lid 1 bedoelde wettelijk vermoeden te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen voor startende ondernemingen, wordt voorkomen dat het vermoeden op echte zelfstandigen wordt toegepast en de duurzame groei van digitale arbeidsplatformen wordt ondersteund. Zij zorgen er met name voor:

De lidstaten nemen ondersteunende maatregelen om de effectieve uitvoering van het in lid 1 bedoelde wettelijk vermoeden te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen voor startende ondernemingen, wordt voorkomen dat het vermoeden op echte zelfstandigen wordt toegepast , de autonomie van de sociale partners volledig wordt gerespecteerd en de duurzame groei van digitale arbeidsplatformen wordt ondersteund. Zij zorgen er met name voor:

f)

dat informatie over de toepassing van het wettelijk vermoeden op duidelijke, volledige en gemakkelijk toegankelijke wijze openbaar wordt gemaakt;

f)

dat informatie over de toepassing van het wettelijk vermoeden op duidelijke, volledige en gemakkelijk toegankelijke wijze openbaar wordt gemaakt;

g)

dat richtsnoeren worden ontwikkeld voor digitale arbeidsplatformen, personen die platformwerk verrichten en sociale partners om het wettelijk vermoeden te begrijpen en toe te passen, met inbegrip van de procedures voor de weerlegging ervan overeenkomstig artikel 5;

g)

dat richtsnoeren worden ontwikkeld voor digitale arbeidsplatformen, personen die platformwerk verrichten en sociale partners om het wettelijk vermoeden te begrijpen en toe te passen, met inbegrip van de procedures voor de weerlegging ervan overeenkomstig artikel 5;

h)

dat richtsnoeren worden ontwikkeld voor handhavingsautoriteiten om digitale arbeidsplatformen die zich niet aan de voorschriften houden, proactief te viseren en te vervolgen;

h)

dat er richtsnoeren worden opgesteld voor digitale arbeidsplatformen en personen die platformwerk verrichten om ervoor te zorgen dat de activiteitensector waartoe zij behoren correct wordt vastgesteld en de wetgeving en collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn op deze sector volledig ten uitvoer kunnen worden gelegd;

i)

dat de controles en inspecties ter plaatse van arbeidsinspecties of de voor de handhaving van het arbeidsrecht bevoegde instanties worden versterkt, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat die controles en inspecties evenredig en niet-discriminerend zijn.

i)

dat richtsnoeren worden ontwikkeld voor handhavingsautoriteiten om digitale arbeidsplatformen die zich niet aan de voorschriften houden, proactief te viseren en gerechtelijk te vervolgen;

 

j)

dat de controles en inspecties ter plaatse van arbeidsinspecties of de voor de handhaving van het arbeidsrecht bevoegde instanties worden versterkt, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de wetgeving over het nodige personeel beschikken en de nodige opleiding hebben genoten om te waarborgen dat die controles en inspecties doeltreffend, evenredig en niet-discriminerend zijn.

Motivering

Om de rechtszekerheid en transparantie voor de betrokken partijen te waarborgen, is het van essentieel belang dat er een beroep kan worden gedaan op het wettelijk vermoeden om niet alleen de status van werkgever, werknemer of zelfstandige te bepalen, maar ook vast te stellen welke wettelijke regels of bepalingen die, met volledige inachtneming van de autonomie van de sociale partners, voortvloeien uit collectieve overeenkomsten van toepassing zijn op werknemers en het platform. Tegelijkertijd moeten handhavingsautoriteiten gerechtelijke procedures kunnen aanspannen tegen digitale arbeidsplatformen die zich niet aan de regels houden.

Bovendien kan digitaal platformwerk zowel geografisch als qua tijd erg gespreid zijn, waardoor het moeilijk wordt om met minder personeel controles uit te voeren. Daar komt nog bij dat voor dergelijke controles specifieke kennis over de werking van het platform vereist kan zijn; het is dan ook noodzakelijk dat de bevoegde autoriteiten de nodige opleiding krijgen om deze taak te vervullen op een manier die goede resultaten oplevert .

Wijzigingsvoorstel 14

Hoofdstuk II, Artikel 5 — Mogelijkheid om het wettelijk vermoeden te weerleggen

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De lidstaten zorgen ervoor dat elk van de partijen het in artikel 4 bedoelde wettelijk vermoeden kan weerleggen in gerechtelijke en/of administratieve procedures.

De lidstaten zorgen ervoor dat elk van de partijen het in artikel 4 bedoelde wettelijk vermoeden kan weerleggen in gerechtelijke en/of administratieve procedures.

Wanneer het digitale arbeidsplatform aanvoert dat de contractuele verhouding in kwestie geen arbeidsverhouding is in de zin van de in de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, rust de bewijslast op het digitale arbeidsplatform. Dergelijke procedures hebben geen schorsende werking voor de toepassing van het wettelijk vermoeden.

Wanneer het digitale arbeidsplatform aanvoert dat de contractuele verhouding in kwestie geen arbeidsverhouding is in de zin van de in de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, rust de bewijslast op het digitale arbeidsplatform , dat vervolgens moet aantonen waarom de contractuele verhouding waarvoor zijn hoedanigheid als werkgever krachtens artikel 4 is vastgesteld, niet als arbeidsverhouding kan worden aangemerkt . Dergelijke procedures hebben geen schorsende werking voor de toepassing van het wettelijk vermoeden.

Wanneer de persoon die het platformwerk verricht, aanvoert dat de contractuele verhouding in kwestie geen arbeidsverhouding is in de zin van de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, moet het digitale arbeidsplatform bijdragen aan de goede afwikkeling van de procedure, met name door alle relevante informatie waarover het beschikt te verstrekken.

Wanneer de persoon die het platformwerk verricht, aanvoert dat de contractuele verhouding in kwestie geen arbeidsverhouding is in de zin van de in de betrokken lidstaat geldende wetgeving, collectieve overeenkomsten of praktijken, rekening houdend met de jurisprudentie van het Hof van Justitie, moet het digitale arbeidsplatform bijdragen aan de goede afwikkeling van de procedure, met name door alle relevante informatie waarover het beschikt te verstrekken.

Motivering

Om de doeltreffendheid van het in artikel 4 bedoelde wettelijke vermoeden te waarborgen, is het van essentieel belang dat de regels voor de weerlegging ervan worden vastgesteld. Er moet dus een zwaardere bewijslast bij het platform komen te liggen en het wettelijke vermoeden zelf mag in geen geval worden afgezwakt.

Wijzigingsvoorstel 15

Hoofdstuk III — Algoritmisch beheer, Artikel 6 — Transparantie over en gebruik van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming, lid 3

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Digitale arbeidsplatformen verstrekken de in lid 2 bedoelde informatie in de vorm van een document, al dan niet in elektronische vorm. Zij verstrekken die informatie uiterlijk op de eerste werkdag, alsook in geval van belangrijke wijzigingen en steeds wanneer platformwerkers daarom verzoeken. De informatie wordt verstrekt in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal.

Digitale arbeidsplatformen verstrekken de in lid 2 bedoelde informatie in de vorm van een document, al dan niet in elektronische vorm. Zij verstrekken die informatie uiterlijk op de eerste werkdag, alsook in geval van belangrijke wijzigingen en steeds wanneer platformwerkers daarom verzoeken. De informatie wordt verstrekt in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm in de officiële ta(a)l(en) van de lidstaat waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht en in duidelijke en eenvoudige taal.

Motivering

Voor een goed begrip van de informatie in dit artikel is het van essentieel belang dat deze informatie beschikbaar is in de officiële ta(a)l(en) van het land waar de werknemer werkt.

Wijzigingsvoorstel 16

Hoofdstuk III — Algoritmisch beheer, Artikel 6 — Transparantie over en gebruik van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming, lid 5

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

5.   Digitale arbeidsplatformen mogen geen persoonsgegevens over platformwerkers verwerken die geen rechtstreeks verband houden met en strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst tussen de platformwerkers en het digitale arbeidsplatform. Het is hun met name niet toegestaan:

5.   Digitale arbeidsplatformen mogen geen persoonsgegevens over platformwerkers verwerken die geen rechtstreeks verband houden met en strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst tussen de platformwerkers en het digitale arbeidsplatform. Het is hun met name niet toegestaan:

a)

persoonsgegevens met betrekking tot de emotionele of psychologische toestand van de platformwerker te verwerken;

a)

persoonsgegevens met betrekking tot de emotionele of psychologische toestand van de platformwerker te verwerken;

b)

persoonsgegevens met betrekking tot de gezondheid van de platformwerker te verwerken, behalve in de in artikel 9, lid 2, punten b) tot en met j), van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde gevallen;

b)

persoonsgegevens met betrekking tot de gezondheid van de platformwerker te verwerken, behalve in de in artikel 9, lid 2, punten b) tot en met j), van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde gevallen;

c)

persoonsgegevens met betrekking tot privégesprekken, met name uitwisselingen met vertegenwoordigers van platformwerkers, te verwerken;

c)

persoonsgegevens met betrekking tot privégesprekken, met name uitwisselingen met vertegenwoordigers van platformwerkers, te verwerken;

d)

persoonsgegevens te verzamelen op momenten waarop de platformwerker geen platformwerk aanbiedt of uitvoert.

d)

verzamelde gegevens te gebruiken om vast te stellen of af te leiden dat de betrokkene lid is van of is aangesloten bij een vakbond of deelneemt aan een vakbondsactiviteit;

e)

persoonsgegevens te verzamelen op momenten waarop de platformwerker geen platformwerk aanbiedt of uitvoert.

Motivering

Naast uitwisselingen met vertegenwoordigers van platformwerkers is het van essentieel belang te voorkomen dat gegevens van werknemers worden gebruikt om de organisatie en collectieve acties van platformwerkers te beperken, te voorkomen of te bestraffen.

Wijzigingsvoorstel 17

Hoofdstuk III — Algoritmisch beheer, Artikel 7 — Menselijke monitoring van geautomatiseerde systemen, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Onverminderd Richtlijn 89/391/EEG van de Raad en verwante richtlijnen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, moeten digitale arbeidsplatformen:

Onverminderd Richtlijn 89/391/EEG van de Raad en verwante richtlijnen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, moeten digitale arbeidsplatformen:

a)

de risico’s evalueren van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming voor de veiligheid en gezondheid van platformwerkers, met name mogelijke risico’s in verband met werkgerelateerde ongevallen en psychosociale en ergonomische risico’s;

a)

in samenwerking en overleg met werknemers of hun vertegenwoordigers de risico’s evalueren van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming voor de veiligheid en gezondheid van platformwerkers, met name mogelijke risico’s in verband met werkgerelateerde ongevallen en psychosociale en ergonomische risico’s;

b)

beoordelen of de waarborgen van deze systemen passend zijn voor de vastgestelde risico’s in het licht van de specifieke kenmerken van de werkomgeving;

b)

in samenwerking en overleg met werknemers of hun vertegenwoordigers beoordelen of de waarborgen van deze systemen passend zijn voor de vastgestelde risico’s in het licht van de specifieke kenmerken van de werkomgeving;

c)

passende preventieve en beschermende maatregelen nemen.

c)

in samenwerking en overleg met werknemers of hun vertegenwoordigers passende preventieve en beschermende maatregelen nemen;

 

d)

digitale arbeidsplatformen stellen de bovenvermelde informatie ter beschikking van arbeidsautoriteiten, instellingen voor sociale zekerheid en andere instanties die bevoegd zijn voor gezondheid en veiligheid op het werk, alsook van de vertegenwoordigers van personen die platformwerk verrichten bij het uitoefenen van hun representatieve functies.

Motivering

Hoewel het van essentieel belang is dat digitale arbeidsplatformen de risico’s evalueren en voorkomen van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming voor de veiligheid en gezondheid van platformwerkers, is zelfregulering ontoereikend. Het is ook essentieel dat de arbeidsautoriteiten, de instellingen voor sociale zekerheid en andere instanties die bevoegd zijn voor gezondheid en veiligheid op het werk, alsook de werknemers zelf en hun vertegenwoordigers hierbij worden betrokken.

Wijzigingsvoorstel 18

Hoofdstuk III — Algoritmisch beheer, Artikel 8 — Menselijke toetsing van belangrijke besluiten, lid 1

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Menselijke toetsing van belangrijke besluiten

Menselijk toezicht op belangrijke besluiten

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat platformwerkers het recht hebben om van het digitale arbeidsplatform uitleg te krijgen over door of met behulp van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming genomen besluiten die de arbeidsvoorwaarden van de platformwerknemer als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt b), aanzienlijk beïnvloeden. De lidstaten zorgen er met name voor dat digitale arbeidsplatformen platformwerkers toegang bieden tot een door het digitale arbeidsplatform aangewezen contactpersoon om de feiten, omstandigheden en redenen die tot het besluit hebben geleid, te bespreken en toe te lichten. Digitale arbeidsplatformen zorgen ervoor dat deze contactpersonen over de nodige bekwaamheid, opleiding en bevoegdheid beschikken om die functie uit te oefenen.

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat platformwerkers het recht hebben om van het digitale arbeidsplatform in de officiële ta(a)l(en) van de lidstaat waar ze hun werkzaamheden verrichten uitleg te krijgen over door of met behulp van systemen voor automatische monitoring en besluitvorming genomen besluiten die de arbeidsvoorwaarden van de platformwerknemer als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt b), aanzienlijk beïnvloeden. De lidstaten zorgen er met name voor dat digitale arbeidsplatformen platformwerkers toegang bieden tot een door het digitale arbeidsplatform aangewezen contactpersoon om de feiten, omstandigheden en redenen die tot het besluit hebben geleid, te bespreken en toe te lichten. Digitale arbeidsplatformen zorgen ervoor dat deze contactpersonen over de nodige bekwaamheid, opleiding en bevoegdheid beschikken om die functie uit te oefenen.

Digitale arbeidsplatformen verstrekken de platformwerker een schriftelijke motivering van elk door of met behulp van een systeem voor automatische monitoring en besluitvorming genomen besluit om de account van de platformwerker te beperken, op te schorten of af te sluiten, elk besluit tot weigering van de vergoeding voor door de platformwerker verricht werk, elk besluit over de contractuele status van de platformwerker of elk besluit met vergelijkbare gevolgen.

 

 

Digitale arbeidsplatformen zorgen ervoor dat elk besluit om de account van de platformwerker te beperken, op te schorten of af te sluiten, elk besluit dat de arbeidsomstandigheden van de platformwerker kan beïnvloeden of wijzigen, zoals weigering of wijziging van de vergoeding voor door de platformwerker verricht werk, elk besluit over de contractuele status van de platformwerker of elk besluit met vergelijkbare gevolgen, inclusief de beperking van de arbeidsduur, niet uitsluitend op geautomatiseerde verwerking is gebaseerd. Digitale arbeidsplatformen verstrekken de platformwerker een schriftelijke motivering van elk door of met behulp van een systeem voor automatische monitoring en besluitvorming genomen besluit om de account van de platformwerker te beperken, op te schorten of af te sluiten, elk besluit dat de arbeidsomstandigheden van de platformwerker kan beïnvloeden of wijzigen, zoals weigering of wijziging van de vergoeding voor door de platformwerker verricht werk, elk besluit over de contractuele status van de platformwerker of elk besluit met vergelijkbare gevolgen.

Zij verstrekken de platformwerker de contactgegevens van de door het digitale arbeidsplatform aangewezen contactpersoon om de feiten, omstandigheden en redenen die tot het besluit hebben geleid te bespreken en toe te lichten.

Digitale arbeidsplatforms verstrekken de platformwerker op zijn of haar verzoek een overzicht van de beoordelingen of ratings van de afnemers van hun diensten, met dien verstande dat het recht om te worden vergeten en het recht op rectificatie uit hoofde van de algemene verordening gegevensbescherming worden gewaarborgd  (1) .

Motivering

De rechten en plichten van de werknemer moeten duidelijk worden omschreven en verder gaan dan alleen een beschrijving van diens mogelijkheid om een verzoek in te dienen.

Bovendien moeten platformwerkers, behalve het recht op een objectieve en redelijke motivering van een op basis van algoritmen genomen besluit, ook het recht hebben op een besluit dat wordt genomen door een manager of supervisor van vlees en bloed, die rekening kan houden met de situatie in kwestie en verder kijkt dan de factoren die door een algoritme worden meegenomen. Dit recht om niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit wordt immers erkend in artikel 22 van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Er zij ook op gewezen dat de overdraagbaarheid van gegevens van werknemers essentieel is voor hun professionele ontwikkeling. Het is daarom belangrijk dat platformwerkers hun ervaring en de kwaliteit van hun werk op een platform onder de aandacht kunnen brengen van een andere werkgever of een ander platform. Tot slot moeten digitale arbeidsplatforms de kans bieden om in contact te treden met een contactpersoon, ook voor praktische doeleinden.

Wijzigingsvoorstel 19

Hoofdstuk III — Algoritmisch beheer, Artikel 9 — Informatie en raadpleging, lid 3

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De vertegenwoordigers van de platformwerkers of de betrokken platformwerkers kunnen worden bijgestaan door een deskundige van hun keuze, voor zover dat voor hen noodzakelijk is om het onderwerp van de informatie en raadpleging te onderzoeken en een advies uit te brengen. Wanneer een digitaal arbeidsplatform meer dan 500 platformwerkers in een lidstaat telt, worden de kosten voor de deskundige gedragen door het digitale arbeidsplatform, mits zij evenredig zijn.

De vertegenwoordigers van de platformwerkers of de betrokken platformwerkers kunnen worden bijgestaan door een deskundige van hun keuze, voor zover dat voor hen noodzakelijk is om het onderwerp van de informatie en raadpleging te onderzoeken en een advies uit te brengen. Wanneer een digitaal arbeidsplatform meer dan 50 platformwerkers in een lidstaat telt, in overeenstemming met de werkingssfeer van Richtlijn 2002/14/EG en zoals bepaald in artikel 3, lid 1, punt a) hiervan, worden de kosten voor de deskundige gedragen door het digitale arbeidsplatform, mits zij evenredig zijn.

Motivering

In artikel 3, lid 1, onder a) van de in artikel 9, lid 1, genoemde Richtlijn 2002/14/EG worden uitzonderingen toegestaan voor kleine en middelgrote ondernemingen door drempels te hanteren van 20 en 50 werknemers. Het is raadzaam deze in het EU-recht vastgelegde drempels over te nemen in de ontwerprichtlijn om te voorkomen dat er in wetgevingsinstrumenten die op dezelfde ondernemingen van toepassing zijn verschillende drempels worden gehanteerd en om de duidelijkheid van de toepasselijke bepalingen te waarborgen. De drempel van 500 platformwerkers leidt ertoe dat platformwerkers en hun vertegenwoordigers die een deskundige willen raadplegen voor de verdediging van hun recht op informatie en raadpleging, daarbij worden gehinderd door administratieve en financiële beperkingen.

Wijzigingsvoorstel 20

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen, Artikel 20 — Geen achteruitgang en gunstigere bepalingen, lid 2

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

2.   Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om voor de platformwerkers gunstigere wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen of in te voeren, dan wel de toepassing van voor de platformwerkers gunstigere collectieve overeenkomsten te bevorderen of toe te staan, overeenkomstig de doelstellingen van deze richtlijn. Met betrekking tot personen die platformwerk verrichten en niet in een arbeidsverhouding staan, is dit lid alleen van toepassing voor zover die nationale voorschriften verenigbaar zijn met de regels inzake de werking van de interne markt.

2.   Deze richtlijn stelt minimumeisen vast en belet een lidstaat niet om verdergaande beschermingsmaatregelen voor werknemers te handhaven of in te voeren. De richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om voor de platformwerkers gunstigere wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen of in te voeren, dan wel de toepassing van voor de platformwerkers gunstigere collectieve overeenkomsten te bevorderen of toe te staan, overeenkomstig de doelstellingen van deze richtlijn. Met betrekking tot personen die platformwerk verrichten en niet in een arbeidsverhouding staan, is dit lid alleen van toepassing voor zover die nationale voorschriften verenigbaar zijn met de regels inzake de werking van de interne markt.

Motivering

Overeenkomstig artikel 153, lid 2, onder b), VWEU stelt de richtlijn minimumeisen vast ter verbetering van de arbeidsomstandigheden bij platformwerk. Het staat de lidstaten dan ook vrij om gunstigere maatregelen die op platformwerkers of alle werknemers van toepassing zijn, te handhaven of in te voeren.

Wijzigingsvoorstel 21

Hoofdstuk VI — Slotbepalingen, Artikel 22 — Toetsing door de Commissie

Door de Europese Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Uiterlijk [5 jaar na de inwerkingtreding] evalueert de Commissie, na raadpleging van de lidstaten, de sociale partners op het niveau van de Unie en de belangrijkste belanghebbenden, en rekening houdend met de gevolgen voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, de uitvoering van deze richtlijn en komt zij indien nodig met voorstellen voor wijzigingen van de wetgeving.

Uiterlijk [5 jaar na de inwerkingtreding] evalueert de Commissie, na raadpleging van de lidstaten, de sociale partners op het niveau van de Unie en de belangrijkste belanghebbenden, inclusief het Europees Comité van de Regio’s, en rekening houdend met de gevolgen voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, de uitvoering van deze richtlijn en komt zij indien nodig met voorstellen voor wijzigingen van de wetgeving.

Motivering

Lokale en regionale overheden, die op Europees niveau worden vertegenwoordigd door het Europees Comité van de Regio’s, zijn bij machte om de arbeidsomstandigheden van platformwerkers te verbeteren.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)

1.

is ingenomen met het door de Europese Commissie op 9 december 2021 voorgestelde pakket maatregelen “om de arbeidsomstandigheden van platformwerkers te verbeteren” en “de duurzame groei van digitale arbeidsplatformen in de Europese Unie te ondersteunen”.

2.

Het CvdR deelt het standpunt van de Commissie dat een verkeerde kwalificatie van de arbeidsstatus van werknemers en de gevolgen daarvan weliswaar bijzonder ernstig en dringend zijn voor de platformeconomie, maar ook een impact hebben die verder reikt dan het platformwerk.

3.

Algoritmisch beheer — dat inherent is aan het bedrijfsmodel van digitale arbeidsplatformen — en de gevolgen daarvan voor werknemers, al dan niet in loondienst, hebben eveneens een impact die verder reikt dan het platformwerk.

4.

De uitdagingen die deze twee verschijnselen met zich meebrengen voor platformwerkers zijn door het CvdR aan de orde gesteld in een eerder advies over platformwerk (1).

5.

Het is een goede zaak dat de Europese Commissie in haar voorstel voor een richtlijn een algemeen kader voorstelt om de verkeerde kwalificatie van de arbeidsstatus van platformwerkers aan te pakken en voor personen die platformwerk verrichten nieuwe materiële rechten vaststelt die erop gericht zijn billijkheid, transparantie en verantwoordingsplicht bij algoritmisch beheer te waarborgen.

Weerlegbaar vermoeden van een arbeidsverhouding

6.

Het CvdR staat positief tegenover het mechanisme van weerlegbaar vermoeden van een arbeidsverhouding met omgekeerde bewijslast waarin de richtlijn voorziet om de arbeidsstatus van personen die platformwerk verrichten correct vast te stellen; de contractuele verhouding wordt dus uiteindelijk op nationaal niveau beoordeeld en vastgesteld.

7.

Het is van belang dat de betreffende platformwerkers op basis van het vermoeden van een arbeidsverhouding alle rechten genieten die voortvloeien uit de wetgeving of collectieve overeenkomsten die van toepassing zijn op zelfstandigen en werknemers, inclusief het recht op opleiding.

8.

Het vermoeden van een arbeidsverhouding brengt eveneens met zich mee dat platforms aan hun verplichtingen krachtens het toepasselijke nationale recht op het gebied van loon- en inkomstenbelasting, zorgvuldigheid en sociaal verantwoord ondernemerschap moeten voldoen.

9.

Het CvdR is van mening dat het weerlegbaar vermoeden van een arbeidsverhouding ook ten goede zal komen aan echte zelfstandigen, omdat platforms ertoe zullen worden verplicht om een eind te maken aan de eventuele ondergeschiktheid van deze werknemers en hun de flexibiliteit zullen moeten bieden die kenmerkend is voor hun status.

Algoritmisch beheer

10.

Het CvdR is zeer te spreken over de bepalingen in de richtlijn die erop gericht zijn platformwerkers te beschermen tegen de risico’s die verbonden zijn aan systemen voor geautomatiseerde monitoring en besluitvorming en algoritmisch beheer.

11.

Het CvdR verheugt zich in dit verband over de voorgestelde regels voor rechtsmiddelen en wetshandhaving. Er waren en zijn nog steeds tekortkomingen op het gebied van handhaving, met name in gevallen met een internationale dimensie. Internationale wetshandhaving is moeilijk, vooral in het geval van platformbedrijven; doeltreffende samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten is geboden en wettelijke rechten moeten ook over de grenzen heen tijdig kunnen worden gehandhaafd.

12.

Het CvdR is ingenomen met het feit dat het voorstel de nationale definities van werknemers ongemoeid laat en dat de voorgestelde procedure bedoeld is om te vast te stellen of de contractuele verhouding een arbeidsverhouding is in de zin van de nationale definities.

13.

Het is belangrijk dat elk besluit met betrekking tot personeelszaken, zoals de beloning en bevordering van een werknemer of de beperking of schorsing van zijn of haar werkzaamheden, wordt genomen door een mens van vlees en bloed.

14.

Het CvdR constateert dat er ook buiten platformwerk steeds vaker gebruikgemaakt wordt van algoritmisch beheer en systemen voor geautomatiseerde monitoring en besluitvorming.

15.

Het CvdR zou graag zien dat de Europese Commissie met een regelgevingskader komt dat de rechten die zijn toegekend aan platformwerkers, zowel werknemers in loondienst als zelfstandigen, op het gebied van algoritmisch beheer uitbreidt tot alle werknemers die tijdens hun beroepsmatige, niet noodzakelijkerwijs via een platform verrichte, activiteiten te maken hebben met systemen voor geautomatiseerde monitoring en besluitvorming.

16.

Het CvdR pleit voor een systeem dat platformwerkers in staat stelt om via de digitale infrastructuur van het arbeidsplatform feedback te geven over de systemen voor automatische monitoring en besluitvorming. Hiermee kan een belangrijke indicator en bouwsteen voor een doeltreffend toezicht op geautomatiseerde systemen worden geleverd, en daarmee ook een bijdrage tot de kwaliteitsborging in de zin van de bescherming van de grondrechten en tot meer tevredenheid met het werk.

Bescherming van zelfstandigen

17.

Digitale platformen moeten platformwerkers volledige informatie verstrekken over de arbeidsomstandigheden en andere relevante belangrijke beslissingen in de officiële ta(a)l(en) van de lidstaat waar de werknemer zijn werkzaamheden verricht en, waar mogelijk, in de taal van de platformwerker of de meest gesproken taal van de regio.

18.

Het CvdR verzoekt de lidstaten om Aanbeveling 2019/C 387/01 van de Raad met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming (2) voor werknemers en zelfstandigen integraal uit te voeren om te zorgen voor formele en effectieve dekking, adequaatheid en transparantie van de socialebeschermingsstelsels voor alle werknemers en zelfstandigen.

19.

Het CvdR vestigt de aandacht op het genderaspect van deze regelingen. Met name vrouwen met zorgtaken zijn blij met de flexibiliteit die platformwerk biedt qua werktijden en, in sommige gevallen, werkplek. Het algoritmisch beheer van werktijden, waarbij werknemers bijvoorbeeld worden gestraft voor perioden van “lage productiviteit”, kan vrouwen het hardst treffen.

20.

Het CvdR onderstreept het belang van de ontwerprichtsnoeren voor de toepassing van het mededingingsrecht van de EU op collectieve overeenkomsten voor zelfstandigen zonder personeel, die door de Europese Commissie zijn voorgesteld om duidelijkheid te scheppen omtrent de organisatorische regelingen die zelfstandigen zonder personeel kunnen treffen in hun relatie tot platforms, met inbegrip van de mogelijkheid om beroepsorganisaties op te richten.

21.

Het CvdR stelt vast dat het platformwerkers vaak wordt belet hun grondrechten op vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen uit te oefenen, niet in de laatste plaats vanwege het gebrek aan gemeenschappelijke communicatiemiddelen en mogelijkheden om online of in persoon bijeen te komen. Daarom moet zorg worden gedragen voor passende communicatiemogelijkheden en voor het recht van vakbonden op toegang, via de digitale infrastructuur van de arbeidsplatforms.

22.

Feit is wel dat deze richtsnoeren alleen betrekking mogen hebben op personen die correct zijn gekwalificeerd als zelfstandige zonder personeel en niet op werknemers die een andere kwalificatie kunnen krijgen op grond van het wettelijk vermoeden waarin de richtlijn voorziet.

Lokale en regionale dimensie

23.

Het CvdR vindt het jammer dat in het voorstel voor een richtlijn niet wordt verwezen naar de lokale en regionale overheden, terwijl het in veel lidstaat juist de subnationale overheden zijn die de arbeidswetgeving ten uitvoer moeten leggen en de status van werknemers moeten bepalen.

24.

Het CvdR verzoekt de lidstaten en de lokale en regionale overheden om lokale initiatieven voor billijker platformwerk te ondersteunen, zoals de oprichting van digitale arbeidsplatforms in de vorm van werknemerscoöperaties, en om de bestaande digitale kloof in verschillende geografische en demografische contexten (minder ontwikkelde regio’s) te verkleinen.

25.

Het CvdR herinnert er tevens aan dat het in zijn advies “Platformwerk — lokale en regionale regelgevingskwesties” (3) benadrukt dat lokale en regionale overheden maatregelen kunnen nemen om de arbeidsvoorwaarden van platformwerkers te verbeteren: door sociale steunmaatregelen te treffen voor atypische vormen van arbeid, door in de gunningscriteria van overheidsopdrachten waarnaar platforms kunnen meedingen sociale criteria met betrekking tot de arbeidsomstandigheden op platforms op te nemen, en door arbeidsinspecties of gelijkwaardig organen of instanties in te schakelen om, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, op te treden tegen frauduleuze classificatie van werknemers.

26.

Daarbij moet er niet alleen voor worden gezorgd dat de lokale en regionale overheden worden betrokken bij de verbetering van de arbeidsomstandigheden van platformwerkers, maar ook dat zij ondersteuning en opleiding krijgen om hun vaardigheden op dit gebied te versterken, vooral omdat zij met controle- en handhavingstaken kunnen worden belast.

Evenredigheid en subsidiariteit

27.

Het CvdR is van mening dat de ontwerprichtlijn voldoet aan de vereisten van het proportionaliteits- en het subsidiariteitsbeginsel. De toegevoegde waarde van het optreden van de EU op dit gebied en de geschiktheid van de gekozen rechtsgrondslagen door de Commissie zijn duidelijk en consistent. Tot slot juicht het Europees Comité van de Regio’s het ook toe dat de Commissie haar wetgevingsvoorstel vergezeld doet gaan van een subsidiariteitsbeoordelingsschema.

Brussel, 29 juni 2022.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Vasco ALVES CORDEIRO


(1)  Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) ( PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(1)  COR-2019-02655.

(2)  Aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 met betrekking tot de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen (PB C 387 van 15.11.2019, blz. 1).

(3)  COR-2019-02655.


Top