EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021XC0607(03)

Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren van de Commissie inzake kunststofproducten voor eenmalig gebruik in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

OJ C 216, 7.6.2021, p. 1–46 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

7.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 216/1


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE —

Richtsnoeren van de Commissie inzake kunststofproducten voor eenmalig gebruik in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu

(2021/C 216/01)

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING 4

2.

ALGEMENE TERMEN EN DEFINITIES 5

2.1.

Definitie van kunststof (artikel 3, punt 1) 5

2.1.1.

Polymeer 5

2.1.2.

Als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt 6

2.1.3.

Natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn 6

2.2.

Kunststofproduct voor eenmalig gebruik (artikel 3, punt 2) 7

2.2.1.

Kunststofgehalte: geheel of gedeeltelijk van kunststoffen gemaakt 8

2.2.2.

Voor eenmalig gebruik 9

2.2.3.

Vermogen van het product om opnieuw te worden gevuld of gebruikt 9

3.

VERHOUDING TUSSEN RICHTLIJN (EU) 2019/904 EN RICHTLIJN 94/62/EG 10

4.

SPECIFIEKE PRODUCTCRITERIA 11

4.1.

Voedselverpakkingen 11

4.1.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 11

4.1.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 12

4.2.

Zakjes en wikkels 15

4.2.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 15

4.2.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 15

4.3.

Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes 18

4.3.1.

Productbeschrijvingen in de richtlijn 18

4.3.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 18

4.4.

Drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers (doppen en deksels inbegrepen) 20

4.4.1.

Productbeschrijvingen en criteria in de richtlijn 20

4.4.2.

Doppen en deksels 21

4.4.3.

Productspecifieke vrijstellingen 23

4.4.4.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 24

4.5.

Onderscheid tussen bepaalde (verwante) productcategorieën 27

4.5.1.

Belangrijke elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van drankverpakkingen 27

4.5.2.

Belangrijkste elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van drinkbekers 28

4.5.3.

Belangrijke elementen om onderscheid te maken tussen drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers 29

4.5.4.

Belangrijkste elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van zakjes en wikkels 30

4.5.5.

Belangrijkste elementen om borden van voedselverpakkingen te onderscheiden 30

4.6.

Lichte plastic draagtassen 31

4.6.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 31

4.6.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 32

4.7.

Wattenstaafjes 33

4.7.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 33

4.7.2.

Productspecifieke vrijstellingen 33

4.7.3.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 34

4.8.

Ballonnen en ballonnenstokjes 34

4.8.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 34

4.8.2.

Productspecifieke vrijstellingen 35

4.8.3.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 36

4.9.

Maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons 36

4.9.1.

Productbeschrijvingen en criteria in de richtlijn 36

4.9.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 37

4.10.

Vochtige doekjes 37

4.10.1.

Productbeschrijving, criteria en vrijstellingen in de richtlijn 37

4.10.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 40

4.11.

Tabaksproducten met filters, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten 42

4.11.1.

Productbeschrijving en criteria in de richtlijn 42

4.11.2.

Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden 42

BIJLAGE —

Overzicht van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik, de beschrijvingen ervan en in de richtlijn vastgestelde relevante eisen 44

1.   INLEIDING

Dit document bevat richtsnoeren voor de uitlegging en uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (1) (hierna “de richtlijn” of “de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik” genoemd).

De richtlijn is van toepassing op alle in de bijlage ervan opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen en kunststofhoudend vistuig. Overeenkomstig artikel 12 ervan moet de Commissie richtsnoeren opstellen met voorbeelden van wat als een kunststofproduct voor eenmalig gebruik in de zin van deze richtlijn moet worden beschouwd. In deze richtsnoeren ligt de nadruk op de in de bijlage opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die hieronder worden opgesomd:

ballonnen;

ballonstokjes;

drankverpakkingen van maximaal drie liter, doppen en deksels inbegrepen;

drankverpakkingen gemaakt van geëxpandeerd polystyreen, doppen en deksels inbegrepen;

drankflessen van maximaal drie liter, doppen en deksels inbegrepen;

roerstaafjes voor dranken;

katoenen wattenstaafjes;

drinkbekers;

drinkbekers gemaakt van geëxpandeerd polystyreen, (herplaatsbare) deksels inbegrepen;

drinkbekers, (herplaatsbare) deksels inbegrepen;

bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes);

voedselverpakkingen;

voedselverpakkingen gemaakt van geëxpandeerd polystyreen;

lichte plastic draagtassen;

zakjes en wikkels;

borden;

maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons;

rietjes;

tabaksproducten met filters, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten;

vochtige doekjes.

In de richtsnoeren wordt niet in detail ingegaan op vistuig en producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen. Wat deze laatste betreft, verbiedt artikel 5 van de richtlijn alle producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen, al dan niet voor eenmalig gebruik, zonder enig onderscheid te maken tussen biologisch afbreekbare en niet-biologisch afbreekbare producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen.

Dit document bevat richtsnoeren inzake de belangrijkste definities van de richtlijn en voorbeelden van producten die geacht moeten worden binnen of buiten het toepassingsgebied van de richtlijn te vallen. Deze voorbeelden zijn niet uitputtend en dienen louter als toelichting bij de manier waarop bepaalde definities en relevante eisen van de richtlijn moeten worden begrepen bij specifieke kunststofproducten voor eenmalig gebruik. De inhoud ervan, met inbegrip van voorbeelden, geeft de zienswijzen van de Europese Commissie weer en is als zodanig niet wettelijk bindend. De bindende interpretatie van EU-wetgeving is de exclusieve bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Met name in het licht van de COVID-19-pandemie wordt opgemerkt dat overeenkomstig artikel 11 de maatregelen tot omzetting en uitvoering van de artikelen 4 tot en met 9 van de richtlijn moeten voldoen aan het Unierecht op het gebied van levensmiddelen teneinde te voorkomen dat de voedselhygiëne en de voedselveiligheid in het gedrang komen. In overweging 14 is voorts bepaald dat de maatregelen geen afbreuk mogen doen aan goede hygiënische praktijken, goede productiepraktijken en informatieverlening aan de consument.

2.   ALGEMENE TERMEN EN DEFINITIES (2)

2.1.   Definitie van kunststof (artikel 3, punt 1)

De definitie van kunststof is opgenomen in artikel 3, punt 1:

“kunststof: een materiaal bestaande uit een polymeer zoals bedoeld in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3), waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn[nadruk toegevoegd].

Volgens overweging 11 wordt in artikel 3, punt 1, van de richtlijn naar de definitie in Verordening (EG) nr. 1907/2006 (hierna “de Reach-verordening” genoemd) verwezen en worden er aanvullende elementen aan toegevoegd om een aangepaste en dus afzonderlijke definitie in te voeren.

In overweging 11 wordt uitdrukkelijk gewezen op verven, inkten en lijmen als polymere materialen die van het toepassingsgebied van de richtlijn zijn uitgesloten en dus niet onder de definitie van kunststof in artikel 3, punt 1, vallen. Bijgevolg is een (anders) niet uit kunststof vervaardigd eindproduct waarop zij worden aangebracht, geen kunststofproduct voor eenmalig gebruik in de zin van deze richtlijn. Verschillende termen en begrippen die in artikel 3, punt 1, en in overweging 11 worden gebruikt, moeten verder worden verduidelijkt. De volgende punten bevatten richtsnoeren betreffende de belangrijkste termen, met name:

polymeer (punt 2.1.1);

als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt (punt 2.1.2), en

natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn (punt 2.1.3).

2.1.1.   Polymeer

Artikel 3, punt 1, van de richtlijn verwijst naar de definitie van polymeer in artikel 3, punt 5, van de Reach-verordening, die luidt:

“polymeer: een stof die bestaat uit moleculen die worden gekenmerkt door een opeenvolging van een of meer soorten monomeereenheden. Die moleculen moeten over een reeks molecuulgewichten verdeeld zijn, waarbij de verschillen in molecuulgewicht in de eerste plaats het gevolg zijn van verschillen in het aantal monomeereenheden. Een polymeer bevat het volgende:

a)

een gewichtsmeerderheid van moleculen die bestaan uit ten minste drie monomeereenheden die op covalente wijze aan ten minste een andere monomeereenheid of andere reactieve stof zijn gebonden;

b)

minder dan een gewichtsmeerderheid aan moleculen van hetzelfde molecuulgewicht.

In deze definitie betekent “monomeereenheid” de gereageerde vorm van een monomeer in een polymeer.”.

Ter aanvulling van de definitie van polymeer in de Reach-verordening worden bijkomende richtsnoeren gegeven in het richtsnoer voor monomeren en polymeren (4) van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) (hierna “het ECHA-richtsnoer” genoemd):

“Een polymeer kan, net als elke andere in artikel 3, punt 1, [van de Reach-verordening] gedefinieerde stof, ook additieven bevatten, die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit van het polymeer en onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procedé. Deze stabilisatoren en onzuiverheden worden beschouwd als onderdeel van de stof […]”.

2.1.2.   Als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt

In artikel 3, punt 1, van de richtlijn wordt kunststof gedefinieerd als “een materiaal […] dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt”. Het vermogen om als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten te worden gebruikt, heeft betrekking op de definitie van kunststof en niet op de definitie van een kunststofproduct voor eenmalig gebruik. Daarom moet dit criterium in de definitie van kunststof worden opgevat als een algemeen begrip. Aangezien in artikel 3, punt 1, het type eindproduct of de hoeveelheid polymeer op geen enkele wijze wordt gespecificeerd of beperkt, kan een breed scala aan polymeren in beginsel als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten worden gebruikt.

2.1.3.   Natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn

Polymeren die voldoen aan de twee volgende voorwaarden van artikel 3, punt 1, vallen niet onder de richtlijn: i) zij worden beschouwd als natuurlijke polymeren en ii) zij voldoen aan de eis dat zij niet chemisch gewijzigd zijn. Deze termen worden nader toegelicht in overweging 11:

Niet gewijzigde natuurlijke polymeren in de zin van de definitie van “niet chemische gewijzigde stoffen” in artikel 3, punt 40, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 […] dienen niet onder deze richtlijn te vallen aangezien zij van nature in het milieu voorkomen. Daarom dient voor de doelstellingen van de onderhavige richtlijn de definitie van polymeer in artikel 3, punt 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 te worden aangepast en moet een aparte definitie worden ingevoerd.” [nadruk toegevoegd].

“Kunststoffen die met gewijzigde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en moeten dan ook wel onder deze richtlijn vallen. De aangepaste definitie van kunststoffen moet daarom ook op polymeren gebaseerde rubberen producten en kunststoffen op biologische basis en biologisch afbreekbare kunststoffen omvatten, ongeacht of zij van biomassa zijn afgeleid of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken.” [nadruk toegevoegd].

i)

Natuurlijke polymeren

De term natuurlijk polymeer wordt in het ECHA-richtsnoer als volgt gedefinieerd:

“Natuurlijke polymeren worden beschouwd als polymeren die het resultaat zijn van een polymerisatieproces dat in de natuur heeft plaatsgevonden, los van het extractieproces waarmee ze zijn geëxtraheerd. Dit betekent dat natuurlijke polymeren niet noodzakelijkerwijs “stoffen die in de natuur voorkomen” zijn volgens de in artikel 3, lid 39, van de Reach-verordening uiteengezette criteria.” [nadruk toegevoegd].

In artikel 3, punt 39, van de Reach-verordening worden stoffen die in de natuur voorkomen, als volgt gedefinieerd:

Stof die in de natuur voorkomt: van nature voorkomende stof als zodanig, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht; door oplossing in water, door extractie met water, door stoomdistillatie, door flotatie of door verhitting uitsluitend om water te onttrekken, of die met enig hulpmiddel aan de lucht wordt onttrokken.” [nadruk toegevoegd].

Gezien het bovenstaande zijn de termen natuurlijk polymeer en van nature voorkomende stof twee verschillende termen en mogen zij niet worden verward. Een belangrijk onderscheid betreft de toegestane extractiemethoden. De term natuurlijk polymeer verwijst naar een bredere groep die niet wordt bepaald door de methode waarmee de stof uit de natuur is geëxtraheerd. Bovendien wordt in de richtlijn niet rechtstreeks verwezen naar artikel 3, punt 39, van de Reach-verordening. Een gevolg van dit onderscheid en de toepassing van de definitie uit het ECHA-richtsnoer is bijvoorbeeld dat uit hout gewonnen cellulose en lignine en via een natmaalproces verkregen maïszetmeel aan de definitie van natuurlijk polymeer voldoen.

Een ander belangrijk onderscheid betreft de vraag of het polymerisatieproces in de natuur heeft plaatsgevonden, dan wel het resultaat is van een industrieel proces waarbij levende organismen zijn gebruikt. Op grond van de Reach-verordening en het bijbehorende ECHA-richtsnoer worden polymeren die via een industrieel fermentatieproces zijn geproduceerd, niet als natuurlijke polymeren beschouwd omdat het polymerisatieproces niet in de natuur heeft plaatsgevonden. Daarom worden polymeren die het resultaat zijn van biosynthese via door de mens in gang gezette kweek- en fermentatieprocessen in industriële omgevingen, zoals polyhydroxyalkanoaten (PHA), niet beschouwd als natuurlijke polymeren omdat zij niet het resultaat zijn van een polymerisatieproces dat in de natuur heeft plaatsgevonden. Indien een polymeer wordt verkregen door middel van een industrieel proces en hetzelfde type polymeer ook in de natuur voorkomt, wordt het vervaardigde polymeer doorgaans niet als een natuurlijk polymeer beschouwd.

ii)

Niet chemisch gewijzigd

In overweging 11 van de richtlijn wordt uitgelegd dat de term niet chemisch gewijzigde stoffen moet worden gelezen in samenhang met artikel 3, punt 40, van de Reach-verordening, dat luidt als volgt:

“niet chemisch gewijzigde stof: stof waarvan de chemische structuur ongewijzigd blijft ook al heeft hij een chemisch proces, een chemische behandeling of een fysische mineralogische transformatie ondergaan, bijvoorbeeld ter verwijdering van onzuiverheden [nadruk toegevoegd]”.

De woorden “die niet chemisch gewijzigd zijn” in artikel 3, punt 1, van de richtlijn moeten, met betrekking tot natuurlijke polymeren, als volgt worden uitgelegd: bij de beslissing of een polymeer tijdens de productie al dan niet chemisch is gewijzigd, moet alleen rekening worden gehouden met het verschil tussen het polymeer bij aanvang en het polymeer na afloop ervan, zonder rekening te houden met eventuele wijzigingen tijdens de productieprocessen, aangezien deze niet relevant zijn voor de eigenschappen en het gedrag van het gebruikte polymeer dat in het milieu kan terechtkomen.

Dit betekent bijvoorbeeld dat geregenereerde cellulose, onder andere in de vorm van viscose, lyocell en cellulosefolie, niet als chemisch gewijzigd wordt beschouwd, omdat de polymeren na afloop van het productieproces niet chemisch zijn gewijzigd ten opzichte van de polymeren bij aanvang ervan. Celluloseacetaat wordt als chemisch gewijzigd beschouwd omdat de chemische wijzigingen die de cellulose tijdens het productieproces heeft ondergaan, ten opzichte van het natuurlijke polymeer bij aanvang, na afloop van het productieproces nog steeds aanwezig zijn.

Wanneer veranderingen in de chemische structuur van een polymeer het gevolg zijn van reacties die alleen plaatsvinden tijdens het extractieproces van een natuurlijk polymeer (bv. een pulpproces om cellulose en lignine uit hout te winnen), worden deze niet geacht tot een chemische wijziging van het natuurlijke polymeer in de zin van artikel 3, punt 1, en overweging 11 van de richtlijn te leiden. Daarom wordt papier dat van houtpulp afkomstig is, niet geacht te zijn gemaakt van natuurlijke polymeren die chemisch gewijzigd zijn. Deze interpretatie is ook in overeenstemming met de effectbeoordeling bij het voorstel van de Europese Commissie voor deze richtlijn (hierna “de effectbeoordeling” genoemd), waarin wordt gesteld dat producten op basis van papier zonder kunststoflaag of -coating beschikbare en duurzamere alternatieven voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik zijn (5).

2.2.   Kunststofproduct voor eenmalig gebruik (artikel 3, punt 2)

Artikel 3, punt 2, van de richtlijn bevat de volgende definitie van kunststofproduct voor eenmalig gebruik:

“een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was [nadruk toegevoegd]”.

Bovendien wordt in de overweging 7 en 12 gesteld dat de richtlijn alleen van toepassing moet zijn op die kunststofproducten voor eenmalig gebruik die het vaakst op de stranden van de Unie worden aangetroffen, op vistuig dat kunststoffen bevat en op producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen, en dat om die reden glazen en metalen drankverpakkingen niet onder deze richtlijn moeten vallen. In de richtlijn worden glazen en metalen drankverpakkingen met kunststoffen doppen en deksels uitdrukkelijk vrijgesteld van de bijlage, delen C, E, F en G, terwijl samengestelde drankverpakkingen daar wel onder vallen. Dit is in overeenstemming met de doelstellingen van de richtlijn om de inspanningen daar te concentreren waar zij het meest nodig zijn.

2.2.1.   Kunststofgehalte: geheel of gedeeltelijk van kunststoffen gemaakt

De in de bijlage bij de richtlijn opgenomen kunststofproducten voor eenmalig gebruik vallen onder de richtlijn indien zij geheel of gedeeltelijk van kunststoffen zijn gemaakt, zoals gedefinieerd in artikel 3, punten 1 en 2. De richtlijn voorziet niet in een “de-minimis”-drempel voor het kunststofgehalte van een product voor eenmalig gebruik om te bepalen of dat product al dan niet onder de definitie van kunststofproduct voor eenmalig gebruik valt. Bijgevolg moet een kwalitatieve beoordeling worden uitgevoerd.

Bij de productie van veel materialen, waaronder niet-kunststoffen, worden polymeren die voldoen aan de definitie van kunststoffen in deze richtlijn, vaak gebruikt om specifieke materiaaleigenschappen te bereiken en het productieproces efficiënter te maken. Deze polymere materialen zijn vaak synthetische chemische additieven. Het gebruik van dergelijke polymere materialen, bijvoorbeeld als retentiemiddelen of bindmiddelen en technische hulpstoffen bij de productie van een materiaal dat op zich geen kunststof is, leidt er niet toe dat het product voor eenmalig gebruik dat uitsluitend van dat materiaal is gemaakt, als een gedeeltelijk van kunststoffen gemaakt product wordt beschouwd. Bij de voorbereiding van het wetgevingsvoorstel voor de richtlijn (6) zijn met name producten op basis van papier en karton specifiek beoordeeld op het potentieel ervan om als duurzaam alternatief voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik te worden gebruikt. Daarbij is gebleken dat producten voor eenmalig gebruik op basis van papier en karton die uitsluitend zijn gemaakt van materialen op basis van papier en karton zonder kunststoflaag of -coating, in het licht van de bovenstaande overwegingen niet mogen worden beschouwd als kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de zin van de richtlijn.

Wanneer echter op het oppervlak van een materiaal op basis van papier of karton of een ander materiaal een kunststoflaag of -coating wordt aangebracht om bescherming tegen water of vet te bieden, wordt het eindproduct beschouwd als een samengesteld product dat bestaat uit meer dan één materiaal waarvan er één kunststof is. In dit geval wordt het eindproduct geacht gedeeltelijk van kunststoffen te zijn gemaakt. Bijgevolg zijn producten voor eenmalig gebruik op basis van papier of karton met een kunststoflaag of -coating gedeeltelijk van kunststoffen gemaakt en vallen zij onder de richtlijn. Dit wordt ook bevestigd door het feit dat drinkbekers op basis van papier en karton met een kunststoflaagje, in tegenstelling tot andere producten voor eenmalig gebruik op basis van papier en karton zonder kunststoflaag of -coating, in de effectbeoordeling (7) niet zijn aangemerkt als alternatief, omdat zij niet kunststofvrij zijn. Deze interpretatie wordt bevestigd door het feit dat de vrijstelling voor coatings die oorspronkelijk in overweging 8 van het voorstel van de Commissie (8) was opgenomen, niet is overgenomen in de overeenkomstige overweging 11 van de richtlijn en evenmin elders in de richtlijn. De medewetgevers hebben op die manier het voornemen te kennen gegeven om producten die niet van kunststoffen zijn gemaakt en een kunststoflaag of -coating hebben, niet uitdrukkelijk van het toepassingsgebied van de richtlijn uit te sluiten. Overeenkomstig overweging 9 veroorzaken zowel grote als kleine kunststoffragmenten van kunststofproducten voor eenmalig gebruik aanzienlijke landvervuiling en bodemverontreiniging en kunnen zij in het mariene milieu terechtkomen, met negatieve gevolgen voor het mariene milieu. De opneming van deze producten in het toepassingsgebied van de richtlijn is derhalve niet alleen in overeenstemming met de doelstellingen van de richtlijn, maar noodzakelijk om de effecten te voorkomen en te verminderen van bepaalde snel evoluerende consumptieartikelen die geheel of gedeeltelijk van kunststoffen zijn gemaakt en vaak als zwerfvuil eindigen dat een risico vormt voor met name voor de mariene ecosystemen, de biodiversiteit en de menselijke gezondheid. Dit is ook noodzakelijk om de doelstelling te bereiken om de overgang naar een circulaire economie met innovatieve en duurzame bedrijfsmodellen, producten en materialen te bevorderen waarin duurzame en niet-toxische herbruikbare producten en systemen voor hergebruik boven producten voor eenmalig gebruik worden verkozen, met als voornaamste doel de hoeveelheid gegenereerd afval te verminderen.

Een ander voorbeeld zijn drinkpakken die doorgaans zijn gemaakt van verschillende lagen papier, kunststof en in sommige gevallen aluminium die ervoor zorgen dat de drankverpakking over de nodige technische eigenschappen beschikt, met inbegrip van zuurstof- en waterbarrières. Drinkpakken zijn samengestelde drankverpakkingen (9) die uitdrukkelijk onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen zoals blijkt uit de delen C, E en G van de bijlage en de overwegingen 12 en 18.

2.2.2.   Voor eenmalig gebruik

Op grond van het cumulatieve gebruik van meerdere termen in artikel 3, punt 2, is vereist dat het product niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken. Dit moet situaties uitsluiten waarin eindproducten als herbruikbaar of voor meervoudig gebruik in de handel kunnen worden gebracht of verkocht zonder dat zij als zodanig zijn bedacht en ontworpen, of zonder dat zij in de handel worden gebracht als onderdeel van een systeem dat of een regeling die het hergebruik ervan waarborgt.

Kenmerken van het productontwerp kunnen helpen bepalen of een product moet worden beschouwd als een product voor eenmalig of meervoudig gebruik. Of een product is bedacht, ontworpen en in de handel gebracht voor hergebruik, kan worden beoordeeld aan de hand van de verwachte functionele levensduur van het product, d.w.z. of het bestemd en ontworpen is om meerdere keren te worden gebruikt voordat het wordt weggegooid, zonder in te boeten aan functionaliteit, fysische capaciteit of kwaliteit, en of consumenten het doorgaans als een herbruikbaar product zien, beschouwen en gebruiken. Relevante kenmerken van het productontwerp zijn onder meer de samenstelling, afwasbaarheid en repareerbaarheid van het product, waardoor het meerdere cycli kan maken voor het doel waarvoor het is gemaakt. Bij een container, die ook een verpakking is, kan de herbruikbaarheid worden bepaald aan de hand van de essentiële eisen van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval (10), met inbegrip van verklaringen dat de verpakking aan deze essentiële eisen en aanverwante normen voldoet.

2.2.3.   Vermogen van het product om opnieuw te worden gevuld of gebruikt

Overeenkomstig artikel 3, punt 2, van de richtlijn is een product voor eenmalig gebruik een product dat niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door:

te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden, of

opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was.

De richtlijn verpakking en verpakkingsafval biedt een nuttige leidraad om producten te identificeren die in de handel worden gebracht als verpakkingen die aan deze voorwaarden voldoen en dus niet als producten voor eenmalig gebruik worden beschouwd, met name in de definitie van herbruikbare verpakking en het relevante deel van de essentiële eisen voor herbruikbare verpakkingen. In artikel 3, punt 2 bis, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval wordt herbruikbare verpakking gedefinieerd als “verpakking die is bestemd, is ontworpen en in de handel is gebracht om binnen haar levensduur verscheidene omlopen te maken door opnieuw te worden gevuld of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen”. Naar analogie biedt de definitie van herbruikbare verpakking nuttige richtsnoeren voor de herbruikbaarheid van kunststofproducten voor eenmalig gebruik die geen verpakkingen zijn, omdat vergelijkbare beginselen ook van toepassing zijn op producten die geen verpakkingen zijn, bv. wat betreft het voornemen om het product opnieuw te gebruiken en de mogelijkheid om het opnieuw in goede staat te brengen, te reinigen, te wassen of te repareren met behoud van het vermogen om opnieuw te worden gebruikt voor het doel waarvoor het was gemaakt.

Overeenkomstig punt 2 van bijlage II bij de richtlijn verpakking en verpakkingsafval, waarin de essentiële eisen voor verpakking zijn opgenomen, moeten de fysieke eigenschappen en kenmerken van herbruikbare verpakking onder meer onder normaal te verwachten gebruiksvoorwaarden een aantal omlopen mogelijk maken. Gedetailleerde voorwaarden voor de naleving van deze eisen zijn opgenomen in de Europese geharmoniseerde norm EN 13429:2004 Verpakking — Hergebruik. Die norm bevat volgende eisen waaraan een verpakking moet voldoen om voor producthergebruik geschikt te worden beschouwd:

Het is de bedoeling dat de verpakking wordt hergebruikt (d.w.z. zij is met dat doel ontworpen, bedacht en in de handel gebracht).

De verpakking is ontworpen om binnen de levensduur ervan een aantal omlopen te maken.

De verpakking kan worden geleegd zonder noemenswaardige schade en zonder gevaar voor de integriteit van het product en de gezondheid en de veiligheid.

De verpakking kan opnieuw in goede staat worden gebracht, gereinigd, gewassen of gerepareerd, met behoud van het vermogen ervan om opnieuw te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij was gemaakt.

Er zijn regelingen getroffen om hergebruik mogelijk te maken, d.w.z. er is een systeem voor hergebruik opgezet dat operationeel is.

Wanneer de in de bijlage bij de richtlijn genoemde kunststofproducten niet als verpakking in de handel worden gebracht, moeten verdere overwegingen in aanmerking worden genomen om te bepalen of zij voor eenmalig of meervoudig gebruik zijn bestemd. Wanneer bijvoorbeeld hetzelfde soort artikel dat doorgaans in de handel wordt gebracht als niet-herbruikbare kunststofverpakking, ook leeg wordt verkocht aan eindconsumenten (zoals bekers of voedselverpakkingen van kunststoffen), is het passend dit artikel als kunststofproduct voor eenmalig gebruik te beschouwen.

Operationele systemen voor hergebruik waarbij producten opnieuw worden gevuld, zijn van cruciaal voor het gebruik van herbruikbare producten. Dergelijke systemen kunnen ook via post- of koerierdiensten of afleverpunten in winkels worden georganiseerd. In een operationeel navulsysteem wijzigt de producent en/of de distributeur de functionaliteit, fysieke capaciteit en kwaliteit van het product niet tussen de navullingen (11). Er zij ook op gewezen dat systemen voor hergebruik van producten voor voedsel en dranken die doeltreffend door exploitanten worden toegepast en beheerd, een consistentere garantie kunnen bieden dat de herbruikbare producten (bv. bekers, containers en bestek) naar behoren worden gereinigd om de hygiëne te waarborgen, de volksgezondheid te beschermen en de veiligheid van klanten en werknemers te waarborgen.

3.   VERHOUDING TUSSEN RICHTLIJN (EU) 2019/904 EN RICHTLIJN 94/62/EG

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die onder de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik vallen en ook worden beschouwd als verpakkingen in de zin van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval, moeten aan de eisen van beide richtlijnen voldoen.

In overweging 10 van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik wordt verduidelijkt dat, in geval van strijdigheid tussen beide richtlijnen, deze richtlijn voorrang heeft. Dit is het geval bij de beperkingen op het in de handel brengen van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Op kunststoffen voedselverpakkingen en drinkbekers voor eenmalig gebruik (doppen en deksels inbegrepen) die verpakkingen zijn, kunnen overeenkomstig artikel 4 van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik, in afwijking van artikel 18 van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval, marktbeperkingen van toepassing zijn om te voorkomen dat dergelijke producten zwerfvuil worden, om ervoor te zorgen dat zij worden vervangen door alternatieven die herbruikbaar zijn of geen kunststoffen bevatten. De richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik is een aanvulling op de richtlijn verpakking en verpakkingsafval op het gebied van maatregelen ter vermindering van de consumptie, eisen inzake productontwerp, markeringsvoorschriften en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die geen verpakkingen zijn, moeten alleen voldoen aan de eisen van de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik, ook al hebben zij functies of eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van verpakkingen.

Tabel 3-1

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die wel en niet verpakkingen zijn in de zin van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die verpakkingen zijn

Kunststofproducten voor eenmalig gebruik die geen verpakkingen zijn

Gevulde voedselverpakkingen; drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers, zakjes en wikkels, lichte plastic draagtassen en borden (voldoen aan criterium i) van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval)

Voedselverpakkingen, drankverpakkingen, drankflessen, drinkbekers, zakjes en wikkels, en borden die leeg in de handel worden gebracht, maar bestemd zijn om op het verkooppunt te worden gevuld (voldoen aan criterium ii) van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval)

Doppen, deksels, rietjes, roerstaafjes en andere soorten componenten van een verpakking en bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen, wanneer zij integraal deel uitmaken van de verpakking (voldoen aan criterium iii) van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval)

Bestek, rietjes en roerstaafjes aangezien zij doorgaans geen verpakkingsfunctie hebben (voldoen niet aan criterium iii) van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval)

Containers, met inbegrip van voedselverpakkingen, drankverpakkingen en drankflessen (doppen en deksels inbegrepen) (12), drinkbekers (doppen en deksels inbegrepen), die leeg in de handel worden gebracht en niet bestemd zijn om op het verkooppunt te worden gevuld (voldoen niet aan criterium ii) van artikel 3, punt 1, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval)

Producten die geen verpakkingen zijn:

o katoenen wattenstaafjes

ballonnen

maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons

vochtige doekjes

tabaksproducten met filters, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten

4.   SPECIFIEKE PRODUCTCRITERIA

4.1.   Voedselverpakkingen

4.1.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

De volgende tabel geeft een overzicht van de productbeschrijvingen voor kunststoffen voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik in de richtlijn.

Tabel 4-1

Overzicht van de productbeschrijvingen van voedselverpakkingen in de richtlijn

Deel A, punt 2, deel E, sectie I, punt 1, en deel G, punt 1, van de bijlage:

“voedselverpakkingen, d.w.z. containers zoals dozen, met of zonder deksel, voor voedingsmiddelen die:

a)

bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie, ter plaatse of om mee te nemen,

b)

typisch vanuit de container worden genuttigd, en

c)

gereed zijn voor consumptie zonder verdere bereiding zoals bakken, koken of verwarmen, inclusief voedselverpakkingen voor fastfood of andere maaltijden die gereed zijn voor onmiddellijke consumptie, met uitzondering van drankverpakkingen, borden, zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten.”.

Artikel 12:

“Om te bepalen of een voedselverpakking voor de toepassing van deze richtlijn als een kunststofproduct voor eenmalig gebruik moet worden beschouwd, speelt in aanvulling op de in de bijlage voor voedselverpakkingen geformuleerde criteria, de tendens om zwerfafval te worden vanwege hun volume of afmetingen, in het bijzonder eenpersoonsporties, een doorslaggevende rol.”.

De drie criteria van deel A, punt 2, deel E, sectie I, punt 1, en deel G, punt 1, van de bijlage bij de richtlijn zijn cumulatief van toepassing. Om onder de richtlijn te vallen, moet een voedselverpakking derhalve aan alle drie de criteria voldoen die op het voedingsmiddel van toepassing zijn.

De volgende indicatoren kunnen worden gebruikt om de drie criteria te interpreteren en toe te passen:

(1)

Criterium: het product is bestemd voor onmiddellijke consumptie, ter plaatse of om mee te nemen

Relevante indicatoren:

Aard van het voedingsmiddel in de voedselverpakking: voedingsmiddelen die over het algemeen geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie zijn bv. noten, broodjes, yoghurt, salades en bereide maaltijden, fruit en groenten.

De aanwezigheid van artikelen zoals vorken, messen, lepels en eetstokjes en/of sauzen bij de kunststoffen voedselverpakking voor eenmalig gebruik. Het ontbreken van dergelijke artikelen mag echter op zichzelf het product niet uitsluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

(2)

Criterium: wordt typisch vanuit de container genuttigd

Relevante indicator:

De vorm van de voedselverpakking maakt het nuttigen van het voedingsmiddel rechtstreeks vanuit de container mogelijk of vergemakkelijkt dit, d.w.z. door hem simpelweg te openen.

(3)

Criterium: is gereed voor consumptie zonder verdere bereiding, zoals bakken, koken of verwarmen

Relevante indicatoren:

Het voedingsmiddel in de voedselverpakking kan zonder verdere bereiding worden genuttigd. Het voedingsmiddel hoeft bijvoorbeeld niet te worden ingevroren, gebakken, gekookt of verhit, met inbegrip van frituren, grillen, roosteren, en bereiding in de magnetron of broodrooster. Zo zou bijvoorbeeld het wassen, schillen of snijden van groenten en fruit niet als bereiding hoeven te worden beschouwd en daarom zijn deze handelingen geen indicator voor uitsluiting van de richtlijn, aangezien zij onderweg gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd.

Het voedingsmiddel in de voedselverpakking kan worden genuttigd zonder toevoeging van kruiderijen of sauzen (tenzij deze bij het voedingsmiddel worden meegeleverd), koud of warm water of andere vloeistoffen, met inbegrip van melk, voordat het voedingsmiddel wordt genuttigd, bijvoorbeeld in het geval van granen (tenzij portieverpakkingen van granen samen met een portieverpakking melk worden verkocht) of instantsoep.

Er zij op gewezen dat voedselverpakkingen die voor voedingsmiddelen worden gebruikt en die voldoen aan de voorschriften van de richtlijn, die leeg worden verkocht en niet bestemd zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, eveneens onder de richtlijn vallen.

Naast deze drie cumulatief toepasselijke criteria voegt artikel 12 van de richtlijn een criterium toe met betrekking tot de tendens van een voedselverpakking om, vanwege het volume of de afmetingen ervan, zwerfafval te worden, met name eenpersoonsporties. Hoewel de verwijzing naar het begrip “eenpersoonsporties” in artikel 12 als doorslaggevend element wordt genoemd, bevat de richtlijn geen definitie of gemeenschappelijke interpretatie van eenpersoonsportie. In overweging 12 staat dat voedselverpakkingen die meer dan één eenpersoonsportie bevatten of voedselverpakkingen die verkocht worden in meerdere eenheden van eenpersoonsporties in de zin van deze richtlijn niet als kunststofproducten voor eenmalig gebruik worden beschouwd. Met name de vrijstelling van voedselverpakkingen die verkocht worden in meerdere eenheden van eenpersoonsporties geeft aan dat het begrip “eenpersoonsportie” betrekking kan hebben op een portie die gewoonlijk door één persoon als één maaltijd kan worden genuttigd. Het relevante volume of de afmetingen kunnen echter variëren naargelang van de voedingswaarde van de voedingsmiddelen in de container en de consumptiepatronen in de EU. Bovendien is, wat drankverpakkingen betreft, in deel C, deel E, sectie I, punt 3, en deel G, punt 3, van de bijlage bij de richtlijn een duidelijk maximum vastgesteld van drie liter waarboven de richtlijn niet van toepassing is. Deze drempel suggereert dat het relevant wordt geacht zwerfafval te voorkomen van kunststofproducten voor eenmalig gebruik die zodanig in porties zijn verdeeld dat ze gewoonlijk in één keer door meerdere mensen worden geconsumeerd. Naar analogie wordt voorgesteld hetzelfde volume te gebruiken als maximum voor voedselverpakkingen om te bepalen of een portie gewoonlijk als één maaltijd kan worden genuttigd.

4.1.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-2 geeft enkele voorbeelden ter illustratie van bepaalde soorten voedselverpakkingen die kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-2

Illustratieve toepassing van de criteria voor de interpretatie van de definitie van kunststoffen voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik

Type voedselverpakking

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet de verpakking aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Bestemd voor onmiddellijke consumptie

Typisch vanuit de container genuttigd

Gereed voor consumptie zonder verdere bereiding

Kunststofverpakking met een portie van een warme maaltijd

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met een koude maaltijd

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kartonnen verpakking met bekleding of coating van kunststof, bestemd voor een warme of koude maaltijd

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met een dessert

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met groente of fruit

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met snacks zoals noten, crackers

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met sauzen en broodbeleg/-smeersels (bv. mosterd, ketchup of dips)

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met groente of fruit die geen verdere bereiding behoeft

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakking met een diepvriesmaaltijd die verdere bereiding behoeft

JA

JA

NEE

JA

NEE

UITGESLOTEN

Wordt in de regel niet verkocht om mee te nemen; de voedingsmiddelen moeten worden bereid

IJsverpakking gemaakt van karton met kunststoffen bekleding, waaruit het voedingsmiddel typisch rechtstreeks wordt genuttigd

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststofverpakkingen voor vis en/of vlees, met verpakte voedingsmiddelen die niet voor onmiddellijke consumptie bestemd zijn, die typisch niet vanuit de container worden genuttigd en die niet gereed zijn voor consumptie zonder verdere bereiding

JA

JA

NEE

NEE

NEE

UITGESLOTEN

De voedingsmiddelen moeten verder worden bereid en worden typisch niet vanuit de container genuttigd

Kunststofverpakking met gedroogde voedingsmiddelen waarvoor warm water aan de container moet worden toegevoegd (bv. noedels, instantsoep)

JA

JA

NEE

JA

NEE

UITGESLOTEN

De voedingsmiddelen moeten verder worden bereid en worden gewoonlijk niet verkocht om mee te nemen

4.2.   Zakjes en wikkels

4.2.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

In deel E, sectie I, punt 2, en deel G, punt 2, van de bijlage worden zakjes en wikkels als volgt beschreven: “zakjes en wikkels gemaakt van flexibel materiaal die voedingsmiddelen bevatten die bedoeld zijn om onmiddellijk uit het zakje of de wikkel te worden geconsumeerd, zonder verdere bereiding”.

In tegenstelling tot voedselverpakkingen, waar artikel 12 en overweging 12 verwijzen naar afmetingen, volume, eenpersoonsporties en voedselverpakkingen die verkocht worden in meerdere eenheden van eenpersoonsporties, verwijst de richtlijn voor zakjes en wikkels niet naar specifieke criteria. Hoewel niet expliciet vermeld in de richtlijn, kan uit de in de effectbeoordeling (13) beschreven context worden geconcludeerd dat voor zakjes en wikkels de belangrijkste oorzaak waarom deze producten als zwerfafval in zee belanden, de consumptie van voedingsmiddelen onderweg is en de vraag naar meer gemak. Gelet op de doelstelling van de richtlijn om zwerfafval van kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het milieu te voorkomen en op het feit dat zakjes en wikkels behoren tot de producten die het meest als zwerfafval eindigen, is het passend een aanpak te hanteren die overeenstemt met die voor drankverpakkingen die onder de richtlijn vallen wat het maximum van drie liter betreft.

De volgende indicatoren kunnen worden gebruikt om de productspecifieke criteria voor zakjes en wikkels (en de daarin verpakte voedingsmiddelen) in de bijlage te interpreteren en toe te passen:

(1)

Criterium: is gemaakt van flexibel materiaal

Flexibele verpakkingen zijn verpakkingen waarvan de vorm gemakkelijk kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld wanneer voedingsmiddelen worden toegevoegd of verwijderd, in tegenstelling tot harde verpakkingen waarvan de vorm ongewijzigd blijft wanneer het voedingsmiddel wordt toegevoegd of verwijderd.

Het ontwerp van de verpakking geeft aan dat het voedingsmiddel bestemd is voor onmiddellijke consumptie na aankoop. Een verpakking of wikkel kan bijvoorbeeld gemakkelijk worden geopend, bv. door het open te scheuren, te snijden, te draaien of te trekken.

(2)

Criterium: bevat voedingsmiddelen die bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie vanuit het zakje of de wikkel, zonder verdere bereiding

Aard van het voedingsmiddel: voedingsmiddelen die geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie (bv. snoepjes, noten, chocoladerepen, kerstomaten, chips).

Het ontwerp van het zakje of de wikkel maakt consumptie rechtstreeks uit het zakje of de wikkel mogelijk.

De aanwezigheid van artikelen zoals vorken, messen, lepels en eetstokje en/of sauzen bij het zakje of de wikkel voor eenmalig gebruik. Het ontbreken van dergelijke artikelen mag echter op zichzelf het product niet uitsluiten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Het voedingsmiddel in het zakje of de wikkel kan worden genuttigd zonder enige bereiding, zoals koken, bakken, grillen, roosteren, bereiding in de magnetron of broodrooster, verhitten of invriezen. Het voedingsmiddel kan worden genuttigd zonder toevoeging van kruiderijen of sauzen (tenzij deze bij het voedingsmiddel worden meegeleverd), koud of warm water of andere vloeistoffen, met inbegrip van melk, zoals in het geval van granen. Het wassen, schillen of snijden van voedingsmiddelen wordt niet als bereiding beschouwd en valt derhalve onder het toepassingsgebied van de richtlijn, aangezien deze handelingen onderweg gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd.

4.2.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-3 geeft enkele voorbeelden ter illustratie van bepaalde soorten zakjes en wikkels die kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-3

Voorbeelden van zakjes en wikkels

Soort zakje of wikkel

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet de verpakking aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Gemaakt van flexibel materiaal

Bestemd voor onmiddellijke consumptie vanuit het zakje of de wikkel, zonder verdere bereiding

Zakjes of wikkels met voedingsmiddelen voor onmiddellijke consumptie (bv. koekjes, noten, chips, popcorn, snoepjes, chocoladerepen, bakkerswaren, diepvriesproducten), die in eenheden van eenpersoonsporties worden verkocht

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Zakje of wikkel met voedingsmiddelen voor onmiddellijke consumptie vanuit het zakje of de wikkel, zonder verdere bereiding (bv. chips, snoepjes, chocoladerepen, bakkerswaren, diepvriesproducten) die in één of meer eenheden van eenpersoonsporties (d.w.z. in een multipack) worden verkocht

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Zakje dat meerdere porties voedingsmiddelen bevat voor onmiddellijke consumptie vanuit het zakje, en die niet afzonderlijk zijn verpakt (bv. bakkerswaren, koekjes, snoepjes, kauwgom, chips)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Sandwichwikkel

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Zakje met kruiderij/saus

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Zakje met droge ontbijtgranen

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Het voedingsmiddel is niet bestemd voor onmiddellijke consumptie vanuit het zakje; melk wordt gewoonlijk vóór consumptie en buiten het zakje toegevoegd

Zakje met verse/gedroogde voedingsmiddelen die verdere bereiding vereisen (bv. hele krop sla, ongekookte pasta, gedroogde linzen)

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Het voedingsmiddel wordt gewoonlijk niet rechtstreeks vanuit het zakje of de wikkel genuttigd; het voedingsmiddel wordt gewoonlijk verder bereid vóór consumptie

Zakje met losse slablaadjes die vóór onmiddellijke consumptie niet verder hoeven te worden bereid

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

4.3.   Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes

4.3.1.   Productbeschrijvingen in de richtlijn

Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes worden behandeld in artikel 5 van de richtlijn, maar worden niet gedefinieerd in de richtlijn. Deel B van de bijlage bij de richtlijn bevat uitsluitend productspecifieke richtsnoeren voor de definitie van bestek, namelijk, in deel B, punt 2, van de bijlage wordt gesteld dat vorken, messen, lepels en eetstokjes onder de definitie van bestek vallen.

Wanneer deze producten in de handel worden gebracht, vallen zij in de eerste plaats onder de volgende CPV-code (14): cateringbenodigdheden voor eenmalig gebruik (39222100-5) en wegwerpbestek en -borden (39222110-8).

Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes die geheel uit natuurlijke polymeren bestaan en niet chemisch zijn gewijzigd, vallen buiten het toepassingsgebied van de richtlijn.

Volgens de bijlage, deel B, punt 4, zijn rietjes die als medische hulpmiddelen binnen het toepassingsgebied van Richtlijnen 90/385/EEG (15) of 93/42/EEG van de Raad (16) vallen, uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (17).

De EU-richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 93/42/EEG (18) bevatten richtsnoeren voor de indeling van medische hulpmiddelen (19) met het oog op risicobeoordeling. In deze richtsnoeren worden geen specifieke voorbeelden gegeven van rietjes die als medische hulpmiddelen worden gebruikt. De specifieke definitie van medisch hulpmiddel in Richtlijn 90/385/EEG n Richtlijn 93/42/EEG omvat echter artikelen die specifiek worden gebruikt om een verwonding of een handicap te verlichten of te compenseren. Indien kunststoffen rietjes als medische hulpmiddelen worden beschouwd, moeten zij door de fabrikant bestemd zijn om bij de mens te worden gebruikt met het oog op diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekten, of diagnose, bewaking, behandeling, verlichting van of compensatie voor een verwonding of een handicap, en moeten zij overeenkomstig Richtlijn 93/42/EG op dezelfde wijze als in Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad (20) zijn voorzien van een CE-markering.

4.3.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-4 geeft enkele voorbeelden van kunststoffen bestek, borden, rietjes, roerstaafjes voor eenmalig gebruik, die geacht worden te zijn opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-4

Illustratieve toepassing van de criteria voor de interpretatie van de definitie van kunststoffen bestek, borden, rietjes, roerstaafjes voor eenmalig gebruik

Soorten bestek; borden; rietjes; roerstaafjes

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het product aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Niet-duurzaam materiaal

Geen medisch hulpmiddel

Bestek, borden, rietjes, roerstaafjes voor eenmalig gebruik, geheel van kunststof

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Bestek, borden, rietjes, roerstaafjes voor eenmalig gebruik, deels gemaakt van kunststof, bv. hoofdzakelijk gemaakt van een ander materiaal dan kunststof, maar voorzien van een bekleding/coating van kunststof

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststoffen rietjes voor eenmalig gebruik die zijn bevestigd aan/geïntegreerd in een drankverpakking

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(onder artikel 5)

Kunststoffen bestek voor eenmalig gebruik dat is bevestigd aan/geïntegreerd in voedselverpakkingen

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(onder artikel 5)

Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes voor eenmalig gebruik, niet gemaakt van kunststof, bv. op basis van papier of op hout, zonder bekleding/coating van kunststof

NEE

JA

JA

JA

UITGESLOTEN

Product bevat geen kunststof

Bestek, borden, rietjes en roerstaafjes voor meervoudig gebruik, niet gemaakt van kunststof, maar van duurzaam materiaal, bv. keramiek of metaal

NEE

NEE

NEE

JA

UITGESLOTEN

Niet voor eenmalig gebruik bestemd product

Duurzaam kunststoffen bestek, borden, rietjes, roerstaafjes voor meervoudig gebruik, speciaal ontworpen en in de handel gebracht met het doel om meer dan eens te worden gebruikt en gewoonlijk als zodanig door de consument geïnterpreteerd en gebruikt

JA

NEE

NEE

JA

UITGESLOTEN

Niet voor eenmalig gebruik bestemd product

Kunststoffen rietjes die bestemd zijn om als medisch hulpmiddel te worden gebruikt en waarop de desbetreffende CE-markering is aangebracht

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Product bestemd voor gebruik als medisch hulpmiddel

4.4.   Drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers (doppen en deksels inbegrepen)

4.4.1.   Productbeschrijvingen en criteria in de richtlijn

Tabel 4-5 geeft een overzicht van de in de richtlijn opgenomen productcriteria met betrekking tot drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers.

Tabel 4-5

Relevante beschrijvingen van drankverpakkingen; drankflessen, en drinkbekers, doppen en deksels inbegrepen, in de richtlijn

Drankverpakkingen:

In de delen C en F van de bijlage worden drankverpakkingen als volgt beschreven:

“drankverpakkingen van maximaal drie liter, d.w.z. containers voor het houden van vloeistof zoals drankflessen, doppen en deksels inbegrepen, en samengestelde drankverpakkingen, doppen en deksels inbegrepen, met uitzondering van:

a)

glazen of metalen drankverpakkingen met kunststoffen doppen en deksels,

b)

drankverpakkingen bedoeld en gebruikt voor voeding voor specifiek medisch gebruik zoals gedefinieerd in artikel 2, [lid 2], onder g), van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad, dat in vloeibare vorm is.”.

In deel E, sectie I, punt 3, en deel G, punt 3, van de bijlage worden drankverpakkingen als volgt beschreven:

“drankverpakkingen van maximaal drie liter, d.w.z. containers voor het houden van vloeistof zoals drankflessen, doppen en deksels inbegrepen, en samengestelde drankverpakkingen, doppen en deksels inbegrepen, met uitzondering van glazen of metalen drankverpakkingen met kunststoffen doppen en deksels”.

Drankflessen worden in deel F van de bijlage als volgt aangeduid:

“Drankflessen van maximaal drie liter, doppen en deksels inbegrepen, met uitzondering van:

a)

glazen en metalen drankverpakkingen met kunststoffen doppen en deksels,

b)

drankflessen bedoeld en gebruikt voor voeding voor specifiek medisch gebruik zoals gedefinieerd in artikel 2, [lid 2], onder g), van Verordening (EU) nr. 609/2013, die in vloeibare vorm is.”.

Drinkbekers worden in deel A, punt 1, deel E, sectie I, punt 4, en deel G, punt 4, van de bijlage bij de richtlijn gedefinieerd als drinkbekers, doppen en deksels inbegrepen. Bovendien heeft deel D, punt 4, van de bijlage betrekking op drinkbekers, maar zonder te verwijzen naar doppen en deksels.

De volgende twee belangrijkste beschrijvingen worden gebruikt om kunststoffen drankverpakkingen en drankflessen voor eenmalig gebruik te definiëren:

1)

inhoud van maximaal drie liter, en

2)

containers die worden gebruikt voor het houden van vloeistof.

Een drankverpakking wordt in beginsel verkocht en gebruikt voor een product in vloeibare vorm en dat wordt genuttigd door drinken. Bovendien wordt in deel C, deel E, sectie I, punt 3, deel G, punt 3, en deel F (alleen drankflessen), van de bijlage gespecificeerd dat doppen en deksels onder de definitie van drankverpakkingen en drankflessen vallen. Bovendien vallen samengestelde drankverpakkingen ook onder het toepassingsgebied van de richtlijn.

Wat drinkbekers betreft, voorziet de richtlijn niet in een specifieke beschrijving, criteria of voorbeelden. In deel A, punt 1, deel E, sectie I, punt 4, en deel G, punt 4, van de bijlage wordt alleen gespecificeerd dat doppen en deksels ook in deze productcategorie moeten worden opgenomen. Voorbeelden van dranken overeenkomstig overweging 12 van de richtlijn zijn bier, wijn, water, frisdranken, sappen en nectars, instantdranken of melk (21). Verdere verduidelijkingen met betrekking tot de definitie van een drank zijn te vinden in punt 4.5.1 van dit document (d.w.z. een vloeistof die wordt ingenomen/genuttigd door drinken). Er zij op gewezen dat drinkbekers die worden gebruikt voor het houden van een vloeistof die aan de hierboven genoemde voorwaarden voldoet en leeg worden verkocht, eveneens onder de richtlijn vallen.

4.4.2.   Doppen en deksels

De richtlijn verwijst naar doppen en deksels als sluitingen voor drankverpakkingen en drankflessen, terwijl de richtlijn voor drinkbekers naar (herplaatsbare) deksels verwijst.

Doppen en deksels sluiten drankverpakkingen af met het doel de inhoud ervan te behouden. Zij worden gebruikt in combinatie met drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers om ervoor te zorgen dat het vloeibare product er niet uitloopt en kan worden vervoerd. Noch de richtlijn, noch bestaande EU-wetgeving of technische normen, bevat een duidelijke definitie. Niettemin kunnen de volgende richtsnoeren worden gebruikt om ze te definiëren:

Doppen: op drankverpakkingen of drankflessen aangebrachte sluitingen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de vloeistof lekt (ook nadat bijvoorbeeld een deksel is verwijderd) en om veilig vervoer mogelijk te maken. Doppen zijn momenteel gewoonlijk van het type schroefdop of scharnierende klikdop. Schroefdoppen kunnen een platte bovenzijde hebben, wat de meest gebruikelijke vorm is, of de basis vormen voor bv. een drinktuit die over het algemeen een sportdop wordt genoemd. Sportdoppen kunnen op hun beurt van het druk-trektype of het kliktype zijn, en zijn van nature ontworpen om aan de drankverpakking bevestigd te blijven. Dit type dop zal vaak een verzegelingskenmerk bevatten.

Deksels: kunststof of samengesteld materiaal, waaronder kunststoffen folies om drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers af te sluiten. Deze kunnen eraf worden getrokken. Zodra een dergelijk deksel bij de eerste opening door de consument is verwijderd, kan het niet op het product worden teruggeplaatst. Deksels kunnen ook verwijzen naar bepaalde grotere of niet-ronde doppen.

Herplaatsbare deksels: Sluiting gebruikt op drinkbekers die de vloeistof beschermen, maar meestal de beker niet volledig afdichten. Zij kunnen na verwijdering weer op het product worden geplaatst zonder hun sluitfunctie te verliezen. Sommige herplaatsbare deksels kunnen een verzegelingskenmerk hebben, dat als onderdeel van de sluiting wordt beschouwd.

Voorbeelden ter illustratie van doppen en deksels voor kunststoffen drankverpakkingen en drankflessen voor eenmalig gebruik, en (herplaatsbare) deksels voor kunststoffen drinkbekers voor eenmalig gebruik, en of zij geacht worden te zijn opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn, zijn opgenomen in Tabel 4-6.

Tabel 4-6

Voorbeelden ter illustratie van verschillende soorten doppen en (herplaatsbare) deksels

Type doppen en (herplaatsbare) deksels

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn

Doppen van kunststof, gebruikt in combinatie met kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik (afgebeeld) en drinkpakken (niet afgebeeld)

Image 1

OPGENOMEN

Sportdoppen van kunststof, gebruikt in combinatie met kunststoffen drankflessen voor eenmalig gebruik

Image 2

OPGENOMEN

Doppen van kunststof, gebruikt in combinatie met kunststoffen drankzakjes voor eenmalig gebruik

Image 3

OPGENOMEN

Klikdoppen voor kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik

Image 4

OPGENOMEN

Kunststoffen dop met afzonderlijk afdichtingsmembraan (tweefasensluiting) gebruikt in combinatie met een kunststoffen drankverpakking voor eenmalig gebruik

Image 5

OPGENOMEN

Deksel van kunststof, gebruikt met kunststoffen drinkbekers voor eenmalig gebruik

Image 6

OPGENOMEN

Uitnamebestendige aluminium draaidop met kunststoffen afdichting en kunststoffen verzegelingsring, gebruikt in combinatie met kunststoffen drankverpakkingen en drankflessen voor eenmalig gebruik

Image 7

GEDEELTELIJK OPGENOMEN

Metalen doppen of deksels met kunststoffen afdichtingen vallen onder de eisen van de richtlijn, met uitzondering van de productvereisten in artikel 6.

Trekdoppen met kunststoffen afdichting en kunststoffen ringopening gebruikt in combinatie met kunststoffen drankverpakkingen en drankflessen voor eenmalig gebruik

Image 8

GEDEELTELIJK OPGENOMEN

Metalen doppen of deksels met kunststoffen afdichtingen vallen onder de eisen van de richtlijn, met uitzondering van de productvereisten in artikel 6.

Foliesluiting op een kunststoffen drankverpakking voor eenmalig gebruik

Image 9

OPGENOMEN

Het afdichtingsmembraan valt niet onder de definitie van “dop” of “deksel” en valt niet binnen het toepassingsgebied van artikel 6.

4.4.3.   Productspecifieke vrijstellingen

In deel C, punt a), deel E, sectie I, punt 3, deel F, punt a), en deel G, punt 3, van de bijlage worden glazen of metalen drankverpakkingen met kunststoffen doppen en deksels uitdrukkelijk uitgesloten van de voorschriften van de richtlijn die van toepassing zijn op kunststoffen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik.

Drankverpakkingen en drankflessen die worden gebruikt voor voedingsmiddelen voor medisch gebruik in de zin van artikel 2, lid 2, punt g), van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (22) in vloeibare vorm, zijn vrijgesteld van artikel 6 overeenkomstig de bijlage, deel C, punt b), en deel F, punt b).

Ook het volume en de afmetingen van het product zijn relevant. Drankverpakkingen en drankflessen met een inhoud van meer dan drie liter vallen buiten het toepassingsgebied van de richtlijn.

De richtlijn stelt geen specifiek maximum vast voor het volume of de afmetingen van drinkbekers. Hoewel niet expliciet vermeld in de richtlijn, kan uit de in de effectbeoordeling (23) beschreven context worden geconcludeerd dat voor drinkbekers de belangrijkste oorzaak waarom deze producten als zwerfafval in zee belanden, de consumptie van voedingsmiddelen onderweg is en de vraag naar meer gemak. Gelet op de doelstelling van de richtlijn om zwerfafval van kunststofproducten voor eenmalig gebruik in het milieu te voorkomen en op het feit dat drinkbekers behoren tot de producten die het meest als zwerfafval eindigen, is het passend een aanpak toe te passen die overeenstemt met die voor andere drankverpakkingen die onder de richtlijn vallen wat het maximum van drie liter betreft.

4.4.4.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

De volgende tabellen bevatten een niet-uitputtende lijst van voorbeelden om aan te tonen hoe de verschillende drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers kunnen worden beoordeeld op basis van de hierboven vermelde criteria en indicatoren en of zij geacht worden te zijn opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-7

Voorbeelden ter illustratie van drankverpakkingen en drankflessen

Soorten drankverpakkingen en drankflessen

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet de verpakking aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Capaciteit

Drankverpakking

Zakjes (volledig van kunststof of met een kunststoffen laag, maximaal drie liter)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankverpakking)

Plastic flessen (maximaal drie liter)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankfles)

Kunststofverpakking met een eenpersoonsportie melk of room (bv. voor koffie of thee)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankverpakking)

Samengesteld drinkpak (maximaal drie liter)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankverpakking)

Flexibele kunststoffen drankverpakking (maximaal drie liter) in een kartonnen doos die met de hand gemakkelijk van elkaar kunnen worden gescheiden

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankverpakking)

Kunststoffen waterfles van meer dan drie liter

JA

NEE

NEE

JA

UITGESLOTEN

De capaciteit bedraagt meer dan drie liter

Herbruikbare en navulbare kunststoffen drankflessen, indien zij voor dat doel zijn ontworpen en in de handel worden gebracht, en gewoonlijk door de consument als zodanig worden geïnterpreteerd en gebruikt

JA

NEE

JA

JA

UITGESLOTEN

Herbruikbare fles

Kunststoffen drankverpakking uit één stuk met een gegoten afbreekbare sluiting

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drankverpakking)


Tabel 4-8

Voorbeelden ter illustratie van drinkbekers

Soort drinkbekers

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet de drinkbeker aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Met een drank gevuld of bestemd om met een drank te worden gevuld

Bekers voor koude dranken van 100 % kunststof (met of zonder (herplaatsbaar) deksel)

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Van te voren gevulde bekers op basis van papier met een bekleding of coating van kunststof voor (gewoonlijk koude) dranken (met of zonder (herplaatsbaar) deksel)

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Bekers die worden verkocht in detail- en groothandelswinkels van 100 % kunststof voor sappen of alcoholische dranken

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Lege bekers van 100 % kunststof en lege bekers op basis van papier met een bekleding of coating van kunststof voor warme of koude dranken (met of zonder (herplaatsbaar) deksel)

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Papieren bekers met een bekleding of coating van kunststof die worden verkocht in detail- en groothandelswinkels

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Papieren bekers met biogebaseerde of biologisch afbreekbare bekleding of coating van kunststof die worden verkocht in detail- en groothandelswinkels

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Herbruikbare kunststoffen bekers die in het kader van navulregelingen worden verkocht

JA

NEE

JA

UITGESLOTEN

De beker is herbruikbaar (onderdeel van een navulsysteem)

Kunststoffen beker met instantpoeders waar bijvoorbeeld melk of water aan moet worden toegevoegd voordat het product kan worden genuttigd

JA

JA

JA

OPGENOMEN

(drinkbeker)

Kunststoffen beker met instantpoeder voor soep waar bijvoorbeeld water aan moet worden toegevoegd voordat het product kan worden genuttigd

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

De beker is bestemd om te worden gebruikt voor de bereiding van soep, die geen drank is in de zin van de richtlijn.

Herbruikbare drinkbekers die in detailhandelswinkels voor meervoudig gebruik worden verkocht, indien zij voor dat doel zijn ontworpen en in de handel worden gebracht en gewoonlijk door de consument als zodanig worden geïnterpreteerd en gebruikt

JA

NEE

JA

UITGESLOTEN

De beker is herbruikbaar

Navulbare bekers die in detailhandelswinkels worden verkocht voor meervoudig gebruik

JA

NEE

JA

UITGESLOTEN

De beker is herbruikbaar

4.5.   Onderscheid tussen bepaalde (verwante) productcategorieën

In deel A, punt 2, deel E, sectie I, punt 1, en deel G, punt 1, van de bijlage bij de richtlijn worden drankverpakkingen, borden, en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten, uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn voor voedselverpakkingen die worden beschouwd als kunststofverpakking voor eenmalig gebruik. In sommige gevallen kan de vorm van de verpakking twijfel doen rijzen over de vraag of het product een voedselverpakking, een drankverpakking of zelfs een ander type verpakking is dat onder de richtlijn valt, zoals zakjes, wikkels, drinkbekers of borden.

In de volgende punten worden verdere richtsnoeren gegeven voor het onderscheid tussen verschillende maar verwante productcategorieën.

4.5.1.   Belangrijke elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van drankverpakkingen

De belangrijkste stap bij het onderscheiden van voedselverpakkingen van drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers is om vast te stellen of de container een voedingsmiddel of een drank bevat. Om onderscheid te maken tussen een voedingsmiddel (ook “levensmiddel” genoemd) en een drank moeten de volgende criteria worden gehanteerd:

De wijze waarop het product wordt genuttigd en de consistentie van het product in een container spelen een doorslaggevende rol bij het onderscheid tussen voedselverpakkingen en drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers. Wat voedingsmiddelen betreft, wordt in overweging 12 van de richtlijn een niet-uitputtende lijst van voorbeelden gegeven van voedingsmiddelen, namelijk wraps, salades, fruit, groenten en desserten. Een drank wordt in vloeibare vorm verkocht en genuttigd en kan door middel van drinken worden genuttigd. Voorbeelden van drankverpakkingen in overweging 12 zijn onder meer verpakkingen van bier, wijn, water, frisdranken, sappen en nectars, instantdranken en melk.

De eenheid waarin de hoeveelheid van het voedingsmiddel of de drank wordt uitgedrukt. Dranken worden in het algemeen uitgedrukt in volume (bv. milliliter) en voedingsmiddelen in het algemeen in gewicht (bv. gram). In sommige gevallen wordt de hoeveelheid van het voedingsmiddel of de drank echter niet altijd op de container vermeld, met name als deze op het verkooppunt wordt gevuld.

De ontwerpkenmerken van de container kunnen specifiek zijn voor de inhoud. Zo moet bijvoorbeeld de vorm van de container en de vraag of het voedingsmiddel al dan niet met bestek moet worden genuttigd, aangeven of het product bestemd is om door middel van drinken of eten te worden genuttigd.

Aangezien in overweging 12 specifiek wordt verwezen naar melkflessen als drankverpakking, moet melk ook als drank in de zin van de richtlijn worden beschouwd. Dit is in overeenstemming met de algemene criteria voor de consumptie door drinken, de dichtheid en viscositeit (vloeistof) en het soort container, die voor melk vergelijkbaar zijn met die voor andere dranken.

Bepaalde voedingsmiddelen, zoals soepen, yoghurt (tenzij drinkbaar) en vruchtenpurees, hoeven niet als dranken in de zin van de richtlijn te worden ingedeeld, aangezien zij doorgaans niet worden genuttigd door drinken en er voor consumptie gewoonlijk bestek wordt gebruikt, waardoor ze van dranken worden onderscheiden.

Bepaalde producten in vloeibare vorm, zelfs indien zij drinkbaar zijn (bv. azijn, vloeibare toppings, sojasaus, citroensap, eetbare oliën, producten die vóór consumptie moeten worden verdund, zoals limonadestroop, aanmaaklimonade, siropen of concentraten), worden niet rechtstreeks uit de container genuttigd of moeten verder worden verdund voordat ze drinkbaar zijn. Daarom worden zij niet beschouwd als dranken in de zin van de richtlijn, aangezien zij niet worden genuttigd door drinken.

De volgende tabel geeft een overzicht van de indicatoren, zoals beoogd gebruik en vorm van de container, met inbegrip van illustratieve voorbeelden om voedselverpakkingen te helpen onderscheiden van drankverpakkingen.

Tabel 4-9

Voorbeelden ter illustratie om onderscheid te maken tussen voedselverpakkingen en drankverpakkingen

Kunststoffen voedselverpakking voor eenmalig gebruik

Kunststoffen drankverpakking voor eenmalig gebruik

Meerlagig zakje van kunststof met vruchtenpuree (150 ml)

Image 10

Meerlagig zakje van kunststof met vruchtensap (150 ml)

Image 11

Kunststoffen container met yoghurt (100 g)

Image 12

Kunststoffen container met drinkyoghurt (150 ml)

Image 13

 

 

Melkpak (500 ml)

Image 14

4.5.2.   Belangrijkste elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van drinkbekers

Wat drinkbekers betreft, moet niet alleen worden nagegaan of het product een voedingsmiddel of een drank is, maar moet ook worden aangegeven hoe bekers die door fabrikanten leeg in de handel worden gebracht maar door detailhandelaren zowel met voedingsmiddelen als dranken kunnen worden gevuld, moeten worden beschouwd. In de volgende afbeelding wordt een voorbeeld van dit type beker gegeven.

Het beoogde gebruik van kunststoffen drinkbekers voor eenmalig gebruik en of zij bestemd zijn voor voedingsmiddelen of dranken, is doorgaans bekend bij de oorspronkelijke distributeur of bij de detailhandelaar die de bekers vult. Indien op het moment van het in de handel brengen onduidelijk is of een product een drinkbeker of een voedselverpakking is, zoals het geval kan zijn voor bepaalde verpakkingen die in detail- en groothandelswinkels worden verkocht, moet de fabrikant voor beide soorten producten voldoen aan de voorschriften van de richtlijn. Zo moet het product worden geëtiketteerd overeenkomstig artikel 7, om ervoor te zorgen dat aan de richtlijn wordt voldaan.

Figuur 4-1

Verpakkingen die in detail- en groothandelswinkels worden verkocht

Image 15

4.5.3.   Belangrijke elementen om onderscheid te maken tussen drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers

De richtlijn maakt geen duidelijk onderscheid tussen drankverpakkingen, drankflessen (een subcategorie van drankverpakkingen) en drinkbekers (die geen drankverpakkingen zijn). De volgende algemene kenmerken die relevant zijn voor deze richtlijn, kunnen echter worden vermeld:

Overeenkomstig de bijlage, deel C, deel E, sectie I, punt 3, en deel G, punt 3, zijn drankverpakkingen “[verpakkingen] van maximaal drie liter, d.w.z. containers voor het houden van vloeistof zoals drankflessen, doppen en deksels inbegrepen”. In overweging 12 wordt ook aangegeven dat samengestelde drankverpakkingen moeten worden beschouwd als drankverpakkingen en niet als drinkflessen.

Drinkflessen zijn drankverpakkingen met een smalle hals of tuit en met een inhoud van maximaal drie liter, doppen en deksels inbegrepen, die worden gebruikt voor het houden van vloeistof, met uitzondering van samengestelde drankverpakkingen, overeenkomstig de in de richtlijn gemaakte differentiatie met drankverpakkingen.

Drinkbekers zijn doorgaans ronde, meestal komvormige containers met of zonder (herplaatsbaar) deksel, die leeg of gevuld met vloeistof worden verkocht (24). Zoals ook uitgelegd in overweging 12, vormen drinkbekers voor de toepassing van de richtlijn een afzonderlijke categorie kunststoffen producten voor eenmalig gebruik.

Het belangrijkste element voor het onderscheid tussen de drie productcategorieën is de vorm ervan. De volgende tabel geeft voorbeelden van drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers die aangeven welke elementen in verband met de vorm voor de indeling van deze productcategorieën in aanmerking moeten worden genomen.

Tabel 4-10

Voorbeelden ter illustratie van drankverpakkingen, drankflessen en drinkbekers

Drankverpakkingen

Drankflessen (deel van drankverpakkingen)

Drinkbekers (geen deel van drankverpakkingen)

Containers met een inhoud van maximaal drie liter die vloeistoffen bevatten (met inbegrip van drankflessen)

Stijve drankverpakkingen met een smalle hals of tuit en een inhoud van maximaal drie liter, de doppen en deksels inbegrepen, die worden gebruikt voor het houden van vloeistof

Gewoonlijk ronde, meestal komvormige containers met of zonder (herplaatsbaar) deksel, die leeg of gevuld met vloeistof worden verkocht

Image 16

Image 17

Image 18

4.5.4.   Belangrijkste elementen om voedselverpakkingen te onderscheiden van zakjes en wikkels

Het onderscheid tussen voedselverpakkingen en zakjes en wikkels moet gebaseerd zijn op de stijfheid van de container. Voor de toepassing van de richtlijn moeten voedingsmiddelen met een stijve en gedeeltelijk stijve verpakking als voedselverpakkingen worden beschouwd, terwijl producten met flexibel verpakkingsmateriaal moeten worden beschouwd als zakjes en wikkels.

Flexibele verpakking houdt in dat de verpakking gemakkelijk kan worden gemanipuleerd zonder te breken. Dezelfde overwegingen gelden voor niet-verpakkingsartikelen die binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen. Sommige voedingsmiddelen worden verpakt in een combinatie van stijf en flexibeler materiaal (zie de linkerkolom in tabel 4-11), bv. een sandwich in een harde houder met een folie aan één zijde of bepaalde vruchten of bereide voedingsmiddelen die in een papieren bakje worden verkocht met daaromheen een plastic wikkel. In die gevallen moet vanwege de aanwezigheid van harde materialen in de verpakking het product als voedselverpakking worden ingedeeld.

Tabel 4-11

Voorbeelden ter illustratie van het onderscheid tussen kunststoffen voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik en zakjes en wikkels

Kunststoffen voedselverpakking voor eenmalig gebruik

Kunststoffen zakje en wikkel voor eenmalig gebruik

De container is geheel of gedeeltelijk gemaakt van stijf kunststofhoudend materiaal

De container is gemaakt van flexibel kunststofhoudend materiaal

Image 19

Image 20

4.5.5.   Belangrijkste elementen om borden van voedselverpakkingen te onderscheiden

In deel A, punt 2, deel E, sectie I, punt 1, en deel G, punt 1, van de bijlage bij de richtlijn worden drankverpakkingen, borden, en zakjes en wikkels die voedingsmiddelen bevatten, uitgesloten van de productcategorie voedselverpakkingen in de zin van de richtlijn.

Borden verwijzen naar schalen waaruit voedsel wordt genuttigd of geserveerd, terwijl voedselverpakkingen containers zijn zoals bakjes, met of zonder afdekking, die worden gebruikt om voedingsmiddelen te houden.

De tabel hieronder geeft voorbeelden ter illustratie van de wijze waarop onderscheid kan worden gemaakt tussen een kunststoffen voedselverpakking voor eenmalig gebruik en een bord.

Tabel 4-12

Voorbeeld ter illustratie van het onderscheid tussen voedselverpakkingen en kunststoffen borden

Kunststoffen voedselverpakking voor eenmalig gebruik

Kunststoffen bord voor eenmalig gebruik

Indicatoren die aangeven dat de container een voedselverpakking is:

Containers zoals bakjes, die al dan niet met deksel worden verkocht

In staat om voedsel te bevatten

Kan het vervoer van voedingsmiddelen vergemakkelijken

De container wordt gewoonlijk verkocht met informatie over de inhoud, ingrediënten en vaak is het productgewicht erop afgedrukt

Image 21

Indicatoren die aangeven dat de container een bord is:

Schaal die op het verkooppunt zonder deksel wordt verkocht, ongeacht of deze is bedekt met bijvoorbeeld een type folie

Wordt gebruikt om voedingsmiddelen te serveren of nuttigen, maar de aanwezigheid van voedsel is niet vereist op het moment van aankoop

Hoewel een bord overwegend plat is, heeft het meestal een enigszins afgeschuinde of verhoogde rand, om te voorkomen dat voedingsmiddelen eraf vallen of worden verspild

Afgedrukte informatie, met inbegrip van inhoud, ingrediënten of gewicht, is doorgaans niet aanwezig.

Image 22

4.6.   Lichte plastic draagtassen

4.6.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

De volgende tabel geeft een overzicht van de relevante beschrijvingen in de richtlijn voor lichte plastic draagtassen.

Tabel 4-13

Beschrijving van lichte plastic draagtassen in de richtlijn

De bijlage, deel E, sectie I, punt 5, en deel G, punt 8: “lichte plastic draagtassen als omschreven in artikel 3, punt 1 quater, van Richtlijn 94/62/EG”.

In artikel 3, punt 1 quater, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval worden lichte plastic draagtassen als volgt gedefinieerd: ““lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron.”.

Bovendien worden in artikel 3, punt 1 quinquies, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval zeer lichte kunststoffen draagtassen als volgt gedefinieerd: ““zeer lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen”.

De algemene term “plastic draagtassen” wordt gedefinieerd in artikel 3, punt 1 ter, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval: ““plastic draagtassen”: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten”.

De productspecifieke criteria voor lichte draagtassen voor eenmalig gebruik in de bijlage bij de richtlijn kunnen worden verduidelijkt op basis van de volgende indicatoren:

Kenmerken van het productontwerp: overeenkomstig artikel 3, lid 1 quater, van Richtlijn 94/62/EG geeft de wanddikte van minder dan 50 micron aan dat deze draagtassen niet specifiek zijn ontworpen, bedoeld en in de handel gebracht om te worden hergebruikt. Dit criterium weerspiegelt de doelstelling van de richtlijn om zwerfafval (op zee) te verminderen. Zoals vermeld in overweging 4 van Richtlijn (EU) 2015/720 (25) worden dergelijke draagtassen minder vaak hergebruikt dan dikkere plastic draagtassen, worden zij sneller weggegooid en is vanwege hun lichte gewicht de kans groter dat ze als zwerfafval eindigen.

Verkooppunt of distributiepunt: verwijst naar het verkooppunt waar het product aan de consument wordt geleverd of verspreid (zoals omschreven in artikel 3, lid 1 ter, van de richtlijn verpakking en verpakkingsafval).

De richtlijn heeft betrekking op alle lichte plastic draagtassen. Dit omvat zeer lichte plastic draagtassen (draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron), die kunnen worden uitgesloten van bepaalde voorschriften van de richtlijn betreffende verpakking en verpakkingsafval.

4.6.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-14 geeft enkele voorbeelden ter illustratie om de vraag te beantwoorden of bepaalde soorten plastic draagtassen kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-14

Voorbeelden ter illustratie van de verschillende soorten plastic draagtassen

Type plastic draagtas

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet de draagtas aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Lichte plastic draagtas

Lichte plastic draagtas die aan de consument wordt geleverd op het verkooppunt (wanddikte van minder dan 50 micron)

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Zeer lichte plastic draagtas die aan de consument wordt geleverd op het verkooppunt (wanddikte van minder dan 15 micron)

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Dikkere plastic draagtas (wanddikte van meer dan 50 micron)

JA

NEE

NEE

UITGESLOTEN

Geen “lichte draagtas” en valt dus buiten het toepassingsgebied van de richtlijn

Plastic zakken voor het inzamelen van afval

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Geen “draagtas” en valt dus buiten het toepassingsgebied van de richtlijn

4.7.   Wattenstaafjes

4.7.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

Plastic wattenstaafjes voor eenmalig gebruik worden in de bijlage, deel B, punt 1, aangeduid als “katoenen wattenstaafjes, tenzij die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 90/385/EEG van de Raad of Richtlijn 93/42/EEG van de Raad vallen”. De richtlijn voorziet niet in een productdefinitie voor wattenstaafjes.

Een katoenen wattenstaafje verwijst doorgaans naar een kort staafje met een kleine hoeveelheid (of een watje) katoen aan één of beide uiteinden ervan, dat vaak wordt gebruikt voor persoonlijke verzorging, met name voor het reinigen van de oren of het aanbrengen van make-up (26). Wanneer deze producten in de EU in de handel worden gebracht, vallen zij onder één CPV-code (Common Procurement Vocabulary — gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten): wattenstaafjes 33711410-4.

De volgende kenmerken van het productontwerp dragen bij tot de definitie van katoenen wattenstaafjes voor eenmalig gebruik in de zin van de richtlijn:

Dikte van het staafje: katoenen wattenstaafjes voor niet-medische doeleinden of voor gebruik door mensen thuis worden doorgaans gekenmerkt door een kort, dun, niet-duurzaam staafje.

Niet-reinigbare wattenstaafjes: er wordt lijm gebruikt voor het permanent aanbrengen van de katoenen watjes aan één of beide uiteinden van het staafje, zodat deze tijdens het gebruik niet van het staafje kunnen loskomen. Wattenstaafjes voor het reinigen van de oren die kunnen worden gewassen of gereinigd, vallen dus buiten het toepassingsgebied van de richtlijn.

4.7.2.   Productspecifieke vrijstellingen

Volgens deel B, punt 1, van de bijlage bij de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik zijn katoenen wattenstaafjes die als medisch hulpmiddel binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 90/385/EEG of Richtlijn 93/42/EEG vallen, uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (27). De definitie van medisch hulpmiddel in Richtlijn 90/385/EEG en Richtlijn 93/42/EEG omvat artikelen die specifiek worden gebruikt om een verwonding of een handicap te verlichten of te compenseren. Indien katoenen wattenstaafjes als medische hulpmiddelen worden beschouwd, moeten zij door de fabrikant bestemd zijn om bij de mens te worden gebruikt met het oog op diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekten, of diagnose, monitoring, behandeling, verlichting van of compensatie voor een verwonding of een handicap, en moeten zij overeenkomstig Richtlijn 93/42/EG op dezelfde wijze als uit hoofde van Verordening (EU) 2017/745 zijn voorzien van een CE-markering.

De EU-richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 93/42/EEG betreffende medische hulpmiddelen bevatten richtsnoeren voor de indeling van medische hulpmiddelen met het oog op risicobeoordeling. Het voorbeeld van “uitstrijkstaafjes voor het afnemen van monsters” (28) in deze richtsnoeren wordt bijvoorbeeld geacht betrekking te hebben op “medische uitstrijkstaafjes” (29).

Katoenen wattenstaafjes voor medisch gebruik zijn ook ontworpen voor eenmalig gebruik. Zij zijn echter meestal bedoeld om het gebruik van steriele technieken te vergemakkelijken en hebben doorgaans de volgende kenmerken:

Ze zijn duidelijk geëtiketteerd voor medisch gebruik (bv. “medisch uitstrijkstaafje”).

Ze worden vaak als steriel verkocht.

Ze hebben een langer, steviger staafje.

Ze zijn enkelzijdig bruikbaar.

Ze worden rechtstreeks via professionele verkoopkanalen aan beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg verkocht of verspreid (bv. business-to-business), bv. uitstrijkstaafjes die worden verstrekt of gebruikt voor forensische, medische of wetenschappelijke doeleinden, met inbegrip van: het verzamelen van monsters of specimens van mensen of oppervlakken, voor klinische microbiologie, cytologie en DNA-tests.

4.7.3.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

In de volgende tabel worden voorbeelden gegeven om de vraag te beantwoorden of bepaalde soorten katoenen wattenstaafjes kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-15

Voorbeelden ter illustratie van verschillende soorten katoenen wattenstaafjes

Type katoenen wattenstaafje

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Niet-duurzaam staafje

Niet-reinigbare wattenstaafjes

Geen medisch hulpmiddel

Tweezijdig bruikbaar katoenen wattenstaafje met een staafje van kunststof

JA

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Katoenen wattenstaafje met een staafje van een ander materiaal dan kunststof

NEE

JA

JA

JA

JA

UITGESLOTEN Product bevat geen kunststof

Enkelzijdig bruikbaar katoenen wattenstaafje met een staafje van kunststof voor monsterafname

JA

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN Product bestemd voor medisch gebruik

Herbruikbaar wattenstaafje van kunststof voor het reinigen van de oren

JA

NEE

NEE

NEE

JA

UITGESLOTEN Product bestemd voor meervoudig gebruik

4.8.   Ballonnen en ballonnenstokjes

4.8.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

Ballonnen worden behandeld in de artikelen 8 en 10, terwijl ballonnenstokjes onder artikel 5 van de richtlijn vallen, maar niet als zodanig in de richtlijn worden gedefinieerd.

De volgende tabel geeft een overzicht van de relevante beschrijvingen van ballonnen en ballonnenstokjes in de richtlijn.

Tabel 4-16

Beschrijvingen van ballonnen en ballonnenstokjes in de richtlijn

Ballonnen:

De bijlage, deel E, sectie II, punt 2, en deel G, punt 7: “ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verstrekt”.

Ballonnenstokjes:

De bijlage, deel B, punt 6: “stokjes en de mechanismen daarvan, bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, met uitzondering van ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen die niet aan consumenten worden verstrekt”.

De volgende algemene kenmerken kunnen worden vastgesteld om te bepalen welke ballonnen binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen:

Ballon verwijst doorgaans naar een niet-poreuze huls van licht materiaal die bestemd is om met lucht of een gas te worden opgeblazen. Wanneer deze producten in de handel worden gebracht, vallen zij in de eerste plaats onder de volgende CPV-code: speelgoedballonnen en ballen (37525000-4).

Ballonnenstokje: overeenkomstig deel B, punt 6, van de bijlage bij de richtlijn wordt verwezen naar stokjes bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen.

Zoals aangegeven in overweging 11 kan latex niet worden aangemerkt als een natuurlijk, niet-chemisch gewijzigde polymeer, en vallen latex ballonnen dus onder de richtlijn, omdat de definitie van kunststoffen “[…] betrekking moet hebben op rubber producten op basis van polymeren”.

De volgende kenmerken van het productontwerp helpen bij het definiëren van ballonnen en ballonnenstokjes voor eenmalig gebruik in de zin van de richtlijn:

Afdichtingen, ventielen en afsluitmechanismen: het ontbreken van een ventiel of afdichting om het meermaals opblazen en laten leeglopen mogelijk te maken. Ballonnen, die het aanbrengen van een knoop, touw of lint om de uitlaatopening vereisen om te voorkomen dat lucht ontsnapt, boeten aan kwaliteit in door het ontknopen en opnieuw dichtknopen. Zij worden derhalve beschouwd als producten voor eenmalig gebruik. Ballonnen die ontworpen zijn om ze op te blazen en leeg te laten lopen via een (her)afsluitbaar ventiel, zonder verlies van kwaliteit of functionaliteit tussen toepassingen, worden beschouwd als producten voor meervoudig gebruik.

Navulbaar: ballonnen die gevuld met lucht of helium worden gekocht, worden beschouwd als producten voor eenmalig gebruik omdat de klant ze niet kan navullen. Zelfvullende ballonnen (met integraal vulmechanisme) worden ook beschouwd als producten voor eenmalig gebruik.

4.8.2.   Productspecifieke vrijstellingen

Volgens de bijlage, deel E, sectie II, punt 2, en deel G, punt 7, moeten ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen, die niet aan consumenten worden verstrekt, worden uitgesloten van de desbetreffende bepalingen van de richtlijn.

Evenzo sluit de bijlage, deel B, punt 6, de stokjes en de mechanismen daarvan, bedoeld om te worden bevestigd aan en ter ondersteuning van ballonnen, voor industriële of andere professionele toepassingen, die niet aan consumenten worden verstrekt, uit van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Het verkooppunt, het distributiekanaal en het type eindgebruiker zijn belangrijke elementen om te bepalen of ballonnen bestemd zijn voor huishoudelijk gebruik of professionele toepassingen.

De volgende ballonnen moeten worden beschouwd als zijnde bestemd voor industriële of professionele toepassingen:

ballonnen en stokjes die moeten worden bevestigd ter ondersteuning van deze ballonnen die via industriële of professionele kanalen worden verkocht, bijvoorbeeld business-to-business;

ballonnen en stokjes die moeten worden bevestigd ter ondersteuning van deze ballonnen voor industriële of professionele toepassingen, bv. onderzoek, weerballonnen, industriële of professionele decoratie, en die niet aan consumenten worden verstrekt.

Ballonnen en ballonnenstokjes die via zakelijke kanalen aan consumenten worden verkocht of aan particuliere consumenten worden verstrekt, bv. ballonnen en ballonnenstokjes die door individuele consumenten in een winkel kunnen worden gekocht of die tijdens een particulier evenement aan consumenten worden verstrekt, worden echter niet beschouwd als ballonnen of ballonnenstokjes voor industriële of professionele toepassingen, maar voor huishoudelijk gebruik. Deze producten moeten daarom in het toepassingsgebied van de richtlijn worden opgenomen. Ook ballonnen en ballonnenstokjes waarvoor, op het moment dat zij in de handel worden gebracht, niet duidelijk is of ze beoogd zijn voor industriële of professionele toepassingen of voor huishoudelijk gebruik, moeten in het toepassingsgebied van de richtlijn worden opgenomen om omzeiling van de richtlijn te voorkomen.

4.8.3.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

In de volgende tabel worden voorbeelden gegeven om de vraag te beantwoorden of bepaalde typen ballonnen en ballonnenstokjes kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-17

Voorbeelden ter illustratie van verschillende ballonnen en ballonnenstokjes

Types ballonnen; ballonnenstokjes

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het product aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Bestemd voor huishoudelijk gebruik

Latex ballonnen voor eenmalig gebruik voor huishoudelijk gebruik

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Mylar- of folieballonnen voor eenmalig gebruik voor huishoudelijk gebruik

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Kunststoffen ballonnenstokjes voor eenmalig gebruik voor huishoudelijk gebruik

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Herbruikbaar opblaasbaar speelgoed en “selfie-frames” van kunststof, met inbegrip van herafsluitbare ventielen

JA

NEE

JA

UITGESLOTEN

Product bestemd voor meervoudig gebruik

Herbruikbare ballonhouder van kunststof

JA

NEE

NEE

UITGESLOTEN

Product bestemd voor meervoudig gebruik

Ballonnen voor industriële of professionele toepassingen, bv. heteluchtballonnen, weerballonnen

JA

NEE

NEE

UITGESLOTEN

Product bestemd voor industriële of professionele toepassingen

4.9.   Maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons

4.9.1.   Productbeschrijvingen en criteria in de richtlijn

De richtlijn bevat binnen het toepassingsgebied van de richtlijn geen definities voor maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons. De volgende generieke kenmerken kunnen worden gebruikt om te bepalen of maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen:

Maandverbanden voor eenmalig gebruik zijn producten voor persoonlijke hygiëne die worden gebruikt om vloeistoffen op te nemen en vast te houden, die doorgaans bestemd zijn om na eenmalig gebruik te worden weggegooid.

Maandverbanden voor eenmalig gebruik bestaan vaak uit meerdere lagen materiaal, waaronder een absorberende kern, die voornamelijk uit cellulose- en synthetische vezels bestaat en vloeistoffen absorbeert. Voor de toepassing van de richtlijn hebben maandverbanden niet alleen betrekking op maandverbanden, maar ook op inlegkruisjes, aangezien deze producten een subcategorie van maandverbanden (30) vormen en als zodanig voldoen aan de criteria van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Beide producten bestaan uit soortgelijke materialen en hebben dezelfde tendens om zwerfafval te worden en in zee te belanden vanwege het feit dat ze op onjuiste wijze worden weggegooid of na gebruik door het toilet worden gespoeld, en via het waterzuiveringssysteem in het mariene milieu terechtkomen.

Kunststoffen tampons voor eenmalig gebruik bestaan doorgaans uit drie lagen met een absorberende kern, die bestaat uit viscose, katoen, polyester of een mengsel van deze vezels (31). Zij kunnen worden ingebracht met een inbrenghuls voor tampons, die gewoonlijk bestaat uit gecoat papier (met een dunne laag kunststof) of harde kunststof. Hoewel sommige categorieën tampons van katoen zijn gemaakt, worden zij in veel gevallen omgeven door een kunststoffen gaasje. Dit laatste is een dunne laag niet-geweven of geperforeerde kunststoffolie die tot doel heeft om het verlies aan vezels te verminderen en het inbrengen en verwijderen van tampons te vergemakkelijken. Punt 2.1 bevat richtsnoeren om te bepalen of de betrokken vezel voldoet aan het criterium voor de uitzondering voor natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn.

Een van de kenmerken van het productontwerp van maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons voor eenmalig gebruik is dat deze niet meerdere keren kunnen worden gewassen of opnieuw kunnen worden gebruikt omdat het wasproces de structuur en functie van de producten vermindert.

4.9.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

In de volgende tabel worden voorbeelden gegeven om de vraag te beantwoorden of bepaalde soorten maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-18

Voorbeelden ter illustratie van verschillende maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons

Type maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons

Algemene criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het product aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons die kunststoffen bevatten, omvatten alle categorieën hygiëneproducten, ongeacht vorm, grootte, dikte en absorptieniveau, die kunststoffen bevatten en die bestemd zijn om na gebruik te worden weggegooid

JA

JA

OPGENOMEN

Maandverbanden (met inbegrip van inlegkruisjes) of tampons die geen kunststof bevatten

NEE

JA

UITGESLOTEN

Geen kunststof in het product

Herbruikbare (wasbare) hygiëneproducten zoals wasbare maandverbanden, herbruikbare menstruatiecups (alternatief voor tampons), menstruatieondergoed (wasbare onderbroekjes met geïntegreerde, absorberende laag)

NEE/wasbare hygiëneproducten die geen kunststof bevatten

JA/herbruikbare tampons, inbrenghulzen voor tampons en maandverbanden kunnen kunststoffen bevatten (bv. clip voor wasbaar maandverband)

NEE

UITGESLOTEN

Producten zijn niet voor eenmalig gebruik

4.10.   Vochtige doekjes

4.10.1.   Productbeschrijving, criteria en vrijstellingen in de richtlijn

Tabel 4-19 geeft een overzicht van de relevante beschrijvingen van vochtige doekjes voor eenmalig gebruik in de richtlijn.

Tabel 4-19

Beschrijvingen van vochtige doekjes in de richtlijn

De bijlage, deel D, punt 2, deel E, sectie II, punt 1, en deel G, punt 6: “vochtige doekjes, m.a.w. vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en huishoudelijke doekjes”.

Overweging 12: “Vochtige doekjes voor persoonlijke hygiëne en voor huishoudelijk gebruik moeten ook onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen; vochtige doekjes voor industrieel gebruikt moeten daarvan worden uitgesloten.”.

Vochtige doekjes, gemaakt met gebruikmaking van niet-natuurlijke polymeren of natuurlijke polymeren die chemisch gewijzigd zijn, zoals polyesters en polyhydroxyalkanoaten (PHA), vallen binnen het toepassingsgebied van de richtlijn. Vochtige doekjes, die volledig gemaakt zijn van natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn, zoals viscose en lyocell, vallen buiten het toepassingsgebied van de richtlijn.

De richtlijn bevat de volgende productspecifieke criteria om te bepalen of een vochtig doekje voor eenmalig gebruik onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt: vooraf bevochtigde doekjes voor persoonlijke hygiëne, en huishoudelijke doekjes.

In het licht van het bovenstaande kan een vochtig doekje in de context van de richtlijn worden opgevat als een klein stukje vooraf bevochtigd of nat gemaakt materiaal dat kunststof bevat en dat is bedacht, ontworpen en in de handel gebracht voor eenmalig gebruik (wegwerpbaar) en dat bedoeld is voor persoonlijke verzorging, bv. voor persoonlijke hygiëne, of huishoudelijk gebruik, bv. voor huishoudelijke schoonmaakdoeleinden. Vooraf bevochtigde doekjes bevatten doorgaans een impregneervloeistof die aan het doekje is toegevoegd voordat dit in de handel wordt gebracht.

Een vochtig doekje voor persoonlijke verzorging is bedoeld om te worden gebruikt voor hygiënische doeleinden. Hieronder valt het reinigen en verzorgen van de menselijke huid van zowel volwassenen als baby’s, bv. babydoekjes, doekjes voor verwijdering van cosmetica/make-up, doekjes voor intieme verzorging enz.

Een huishoudelijk vochtig doekje is bedoeld voor gebruik in huis. Hierbij gaat het onder meer om vochtige doekjes voor schoonmaakdoeleinden, zoals doekjes voor het reinigen van keuken- en badkameroppervlakken, vochtige doekjes voor het reinigen van personenwagens, doekjes voor het reinigen van brillen enz.

Bovendien worden deze producten doorgaans op de markt verkocht in verpakkingen die meerdere vochtige doekjes voor eenmalig gebruik bevatten.

Hoewel deze niet expliciet in de richtlijn worden genoemd, voldoen vochtige doekjes die zijn bedacht, ontworpen en in de handel gebracht voor professioneel gebruik, zoals doekjes voor gebruik in de gezondheidszorg, niet aan het criterium voor persoonlijke verzorging of huishoudelijk gebruik. Deze producten zijn derhalve uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Het verkooppunt, het distributiekanaal en het type eindgebruiker zijn belangrijke elementen die in overweging moeten worden genomen om te bepalen of bepaalde vochtige doekjes bestemd zijn voor huishoudelijk of professioneel gebruik. Vochtige doekjes die via professionele distributiekanalen, zoals business-to-business-kanalen, worden verkocht en die door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden gebruikt, worden bijvoorbeeld geacht bestemd te zijn voor professioneel gebruik en zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn. Vochtige doekjes die via business-to-consumer-kanalen worden verkocht en aan niet-professionele consumenten worden verstrekt, zoals vochtige doekjes die door individuele consumenten in een apotheek kunnen worden gekocht en thuis kunnen worden gebruikt, worden echter niet beschouwd als voor professioneel gebruik. Deze producten vallen derhalve onder het toepassingsgebied van de richtlijn.

In de volgende tabel wordt een niet-uitputtende lijst gegeven van de categorieën vochtige doekjes die kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (32):

Tabel 4-20

Voorbeelden van categorieën vochtige doekjes

Productcategorie: vochtige doekjes

Valt onder de richtlijn

Persoonlijke verzorging

Babydoekjes

Reinigingsdoekjes voor de huid (met inbegrip van handen en lichaam)

Ontsmettingsdoekjes voor de handen, ook indien verstrekt aan consumenten in vliegtuigen, luchthavens, treinen of op andere plaatsen

Gezichts-/cosmetische doekjes (bv. gezichtsmaskers of “sheet masks”, doekjes voor het reinigen van het gezicht/verwijderen van make-up)

Vochtige doekjes voor intieme verzorging

Vochtige toiletdoekjes

Huishoudelijke vochtige doekjes

Schoonmaakdoekjes voor huishoudelijk gebruik om vlekken te verwijderen en voor het reinigen van oppervlakken zoals vloeren, badkamers, keukens, meubilair, ramen, tv- en computerschermen enz.

Ontsmettingsdoekjes voor huishoudelijk gebruik, ook indien verstrekt aan consumenten in vliegtuigen, luchthavens, treinen of op andere plaatsen

Brillendoekjes

Autodoekjes voor huishoudelijk gebruik

Vochtige doekjes voor huisdieren, voor huishoudelijk gebruik

Uitgesloten van de richtlijn

Industriële vochtige doekjes

Autodoekjes (oppervlaktevoorbereiding, oppoetsen, absorberen van olie en chemische stoffen) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor gebruik in de elektronica- en computersector (stofverwijdering, schoonmaakdoekjes voor delicate en ingewikkelde handelingen) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor de voedingsmiddelenindustrie (reiniging en onderhoud van machines, absorberen van vloeistoffen, doekjes voor handreiniging) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Schoonmaakdoekjes (oppoetsen, reiniging en onderhoud van apparatuur, natte vloerreiniging, stofverwijdering) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor de maakindustrie, engineering en onderhoud (reiniging en onderhoud van machines, absorberen van vloeistoffen, doekjes voor handreiniging) bestemd voor industrieel of ander professioneel gebruik

Doekjes voor de optische industrie (oppoetsen, stofverwijdering) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor de grafische industrie (reiniging en onderhoud van machines, absorberen van vloeistoffen, doekjes voor handreiniging) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor de transportindustrie (reiniging en onderhoud van voertuigen, doekjes voor ruitenreiniging) bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Professioneel gebruik

Doekjes voor toepassingen in de gezondheidszorg, zoals ontsmettingsdoekjes voor gebruik in ziekenhuizen voor het reinigen en ontsmetten van oppervlakken en bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Doekjes voor toepassingen in de gezondheidszorg, zoals doekjes voor patiëntenzorg voor persoonlijke hygiëne en bestemd voor industrieel of professioneel gebruik

Vochtige doekjes waarvoor het onduidelijk is of het beoogde gebruik industrieel, professioneel of huishoudelijk is, vallen onder het toepassingsgebied van de richtlijn om omzeiling van de richtlijn te voorkomen.

4.10.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-21 geeft richtsnoeren voor de interpretatie van de algemene en productspecifieke criteria voor vochtige doekjes, samen met voorbeelden om de vraag te beantwoorden of bepaalde soorten vochtige doekjes kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-21

Voorbeelden van verschillende soorten vochtige doekjes

Type vochtige doekjes

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het doekje aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Vooraf bevochtigd

Persoonlijke verzorging of huishoudelijk gebruik

Vochtig doekje dat kunststoffen bevat

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Vochtig doekje gemaakt van viscose of lyocell (geregenereerde cellulose) en dat geen polyester of andere kunststoffen bevat

NEE

JA

JA

JA

UITGESLOTEN

Product is niet geheel of gedeeltelijk gemaakt van kunststof

Vooraf bevochtigd doekje

(dit kan bijvoorbeeld als volgt op de verpakking van het product worden vermeld: “vooraf bevochtigde doekjes” of “vooraf bevochtigd”)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Droog doekje

(bv. niet vooraf bevochtigd voordat het in de handel wordt gebracht; kan ook als volgt op de verpakking van het product worden vermeld: “droge doekjes voor het reinigen van de huid”)

JA

JA

NEE

JA

UITGESLOTEN

Product is niet “vooraf bevochtigd”

Vochtig doekje voor persoonlijke verzorging

(dit kan bijvoorbeeld als volgt op de verpakking van het product worden vermeld: “vochtig doekje voor verwijdering van make-up” of„ babydoekjes”)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Huishoudelijk vochtig doekje

(dit kan bijvoorbeeld als volgt op de verpakking van het product worden vermeld: “multifunctioneel schoonmaakdoekje voor huishoudelijk gebruik”)

JA

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Industrieel vochtig doekje (bv. in de industrie gebruikte vochtige doekjes om machines te reinigen)

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Product wordt beschouwd als een industrieel vochtig doekje

Vochtig doekje voor professioneel gebruik

(bv. doekjes voor toepassingen in de gezondheidszorg die via professionele business-to-business-distributiekanalen worden verkocht en bestemd zijn voor gebruik door professionele zorgverleners)

JA

JA

JA

NEE

UITGESLOTEN

Product is niet bestemd voor huishoudelijk gebruik

4.11.   Tabaksproducten met filters, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten

4.11.1.   Productbeschrijving en criteria in de richtlijn

De volgende tabel geeft een overzicht van de relevante beschrijvingen die betrekking hebben op tabaksproducten met filters en filters voor gebruik in combinatie met tabaksproducten, overeenkomstig de richtlijn.

Tabel 4-22

Beschrijvingen van tabaksproducten met filters en filters in de richtlijn

Artikel 3, punt 18, verwijst naar tabaksproducten als gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad (33).

In de bijlage, deel D, punt 3, deel E, sectie III, en deel G, punt 5, worden tabaksproducten omschreven als “tabaksproducten met filters, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten”.

In artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2014/40/EU wordt “tabaksproducten” als volgt gedefinieerd:

““tabaksproducten”: producten die geconsumeerd kunnen worden en die, al is het slechts ten dele, bestaan uit tabak, ook indien genetisch gemodificeerd”.

Tabaksproducten met filters of filters die in de handel worden gebracht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten die celluloseacetaat bevatten, worden geacht een chemisch gewijzigd natuurlijk polymeer te zijn en vallen derhalve binnen het toepassingsgebied van de richtlijn, mits zij aan de andere relevante voorwaarden voor die producten voldoen.

De belangrijkste productspecifieke criteria om te bepalen of een tabaksproduct met filter of een filter dat in de handel wordt gebracht voor gebruik in combinatie met een tabaksproduct, binnen het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, zijn als volgt:

Het product is een tabaksproduct (zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2014/40/EU) en het product bevat een filter: bv. een sigaret of een sigaar;

Het product is een afzonderlijk filter voor gebruik met tabaksproducten: bv. een filtrerend mondstuk of mini-filter.

4.11.2.   Productoverzicht en lijst van illustratieve voorbeelden

Tabel 4-23 geeft voorbeelden om de vraag te beantwoorden of bepaalde soorten tabaksproducten met een filter of filters die voor gebruik met tabaksproducten in de handel worden gebracht, kunnen worden beschouwd als opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn.

Tabel 4-23

Voorbeelden van verschillende soorten tabaksproducten met filters en filters die in de handel worden gebracht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten

Soort tabaksproduct of filter

Algemene criteria

Productspecifieke criteria

Opgenomen in of uitgesloten van het toepassingsgebied van de richtlijn (voldoet het product aan alle algemene en productspecifieke criteria?)

Kunststof

Eenmalig gebruik

Tabaksproduct met filter of filter dat in de handel wordt gebracht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten

Sigaret of sigaar met kunststofhoudend filter

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Afzonderlijke kunststofhoudende filters voor eenmalig gebruik

JA

JA

JA

OPGENOMEN

Elektronische sigaretten- en vapingproducten, met inbegrip van al dan niet kunststofhoudende filters

JA

NEE

NEE

UITGESLOTEN

Het product is bestemd voor meervoudig gebruik; product bevat geen tabak

Elektronisch apparaat voor gebruik met een verwarmd tabaksproduct, met inbegrip van kunststofhoudende filters voor eenmalig gebruik

JA

JA

(het filter)

JA

OPGENOMEN

Terwijl het elektronische apparaat bestemd is voor meervoudig gebruik, zijn tabak en filters voor eenmalig gebruik

Losse tabak, bv. voor gebruik in een pijp of handgerolde sigaret, zonder kunststofhoudend filter

NEE

JA

NEE

UITGESLOTEN

Het product is niet geheel of gedeeltelijk uit kunststof vervaardigd; het product bevat geen filter


(1)  PB L 155 van 12.6.2019, blz. 1.

(2)  De richtsnoeren in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op EU-wetgeving inzake materialen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, met name Verordening (EU) nr. 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, waarin soms vergelijkbare begrippen en definities worden gebruikt, maar met een ten dele andere interpretatie die de verschillende contexten weerspiegelt.

(3)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(4)  Europees Agentschap voor chemische stoffen (2012), Richtsnoer voor monomeren en polymeren, punten 2.2 en 3.2.1.3, bron: https://echa.europa.eu/documents/10162/23036412/polymers_nl.pdf

(5)  SWD(2018) 254 final, deel 3/3, blz. 29-31.

(6)  Ibid.

(7)  SWD(2018) 254 final, deel 3/3, blz. 30. In het document staat dat een alternatief voor eenmalig gebruik dat niet van kunststoffen is gemaakt, niet in de analyse is opgenomen, omdat drinkbekers voor koffie een bekleding nodig hebben om altijd de mechanische sterkte te behouden, ook wanneer zij een zekere tijd met zeer hete vloeistof zijn gevuld.

(8)  Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (COM(2018) 340 final van 28 mei 2018).

(9)  Zie artikel 3, punt 2 ter, van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

(10)  Richtlijn 94/62/EG van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).

(11)  National Law Review (2019), The New EU Single-use Plastics Directive EU to Adopt Law on the Reduction of the Impact of Certain Plastic Products on the Environment, bron: https://www.natlawreview.com/article/new-eu-single-use-plastics-directive-eu-to-adopt-law-reduction-impact-certain

(12)  Voedselverpakkingen, drankverpakkingen en drankflessen die leeg in de handel worden gebracht en niet bestemd zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, vallen overeenkomstig de productdefinities (zie deel C) onder de richtlijn kunststoffen voor eenmalig gebruik, aangezien de producten worden “gebruikt” om respectievelijk voedsel en drank te bevatten.

(13)  Ibid.

(14)  De gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) stelt één classificatiesysteem voor overheidsopdrachten vast, dat tot doel heeft de referenties die aanbestedende diensten en entiteiten gebruiken voor de beschrijving van overheidsopdrachten, te standaardiseren. Deze woordenlijst is te raadplegen op: https://ec.europa.eu/growth/single-market/public-procurement/digital/common-vocabulary_en

(15)  Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PB L 189 van 20.7.1990, blz. 17).

(16)  Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169 van 12.7.1993, blz. 1).

(17)  Uiterlijk op 3 juli 2021, de omzettingstermijn voor de meeste voorschriften van Richtlijn (EU) 2019/904, zijn de Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG niet langer van toepassing. Vanaf 26 mei 2021 valt het in de handel brengen van medische hulpmiddelen onder Verordening (EU) 2017/745 betreffende medische hulpmiddelen.

(18)  DG Gezondheid en consumentenbescherming, 2010, Medical Devices: Guidance document — Classification of medical devices (Medische hulpmiddelen: leidraad — classificatie van medische hulpmiddelen), MEDDEV 2.4/1 rev. 9, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/DocsRoom/documents/10337/attachments/1/translations

(19)  Richtlijn 90/385/EEG van de Raad en Richtlijn 93/42/EEG van de Raad definiëren beide medische hulpmiddelen als volgt: “ “medisch hulpmiddel”: elk instrument, toestel of apparaat, elke software of stof of elk ander artikel dat of die alleen of in combinatie wordt gebruikt, met inbegrip van software die door de fabrikant speciaal is bestemd om te worden gebruikt voor diagnostische en/of therapeutische doeleinden en voor de goede werking ervan benodigd is, door de fabrikant bestemd om bij de mens te worden aangewend voor:

diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekten,

diagnose, bewaking, behandeling, verlichting of compensatie van verwondingen of een handicap,

onderzoek naar of vervanging of wijziging van de anatomie of van een fysiologisch proces,

beheersing van de bevruchting,

waarbij de belangrijkste beoogde werking in of aan het menselijk lichaam niet met farmacologische of immunologische middelen of door metabolisme wordt bereikt, maar wel door die middelen kan worden ondersteund.”.

(20)  Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).

(21)  Terwijl overweging 12 voorbeelden bevat van dranken die uitsluitend bestemd zijn voor drankverpakkingen en drankflessen, zijn dezelfde voorbeelden ook relevant voor de definitie van “drank” in de context van drinkbekers.

(22)  Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).

(23)  SWD(2018) 254 final, deel 1/3, blz. 25.

(24)  Volgens Macmillan Dictionary.

(25)  Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen (PB L 115 van 6.5.2015, blz. 11).

(26)  Cambridge Dictionary, bron: https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/cotton-bud?q=cotton+buds

(27)  Uiterlijk op 3 juli 2021, de omzettingstermijn voor de meeste voorschriften van Richtlijn (EU) 2019/904, zijn de Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG niet langer van toepassing. Vanaf 26 mei 2021 valt het in de handel brengen van medische hulpmiddelen onder Verordening (EU) 2017/745 betreffende medische hulpmiddelen.

(28)  MEDDEV 2.4/1 rev. 9, blz. 31: Voorbeelden van “regel 6 — invasieve hulpmiddelen van chirurgische aard die bestemd zijn voor tijdelijk gebruik (< 60 minuten)”

(29)  Pirro V, Jarmusch AK, Vincenti M, Cooks RG, Direct drug analysis from oral fluid using medical swab touch spray mass spectrometry, Analytica Chimica Acta, februari 2015; 861:47-54, DOI: 10.1016/j.aca.2015.01.008 (http://europepmc.org/article/PMC/4513665). Volgens Pirro et al (2015), worden “medische uitstrijkstaafjes […] op grote schaal gebruikt in klinische microbiologie, cytologie en DNA-tests om lichaamsopeningen en -oppervlakken te bemonsteren. Het ontwerp ervan is specifiek voor elke toepassing, waarbij voor elk type toepassing de juiste vorm en materialen worden gekozen. Gewoonlijk wordt het uiteinde van het uitstrijkstaafje gemaakt van katoen, rayon of polyester en heeft deze de vorm van een borstel, afgerond, vierkant of versmolten vezels. Het staafje kan gemaakt zijn van kunststof, hout, opgerold papier of metaaldraad.”.

(30)  Zie EDANA op https://www.edana.org/nw-related-industry/nonwovens-in-daily-life/absorbent-hygiene-products/feminine-care, geraadpleegd op 9 maart 2021.

(31)  EDANA, december 2019, Absorbent Hygiene Products components Pad/Liners (Onderdelen absorberende hygiëneproducten (maandverbanden/inlegkruisjes)), te raadplegen op: https://www.edana.org/nw-related-industry/nonwovens-in-daily-life/absorbent-hygiene-products/feminine-care

(32)  EDANA, (geen datum), Industrial wipes (industriële doekjes), te raadplegen op: www.edana.org/nw-related-industry/nonwovens-in-daily-life/wipes/industrial-wipes

(33)  Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1).


BIJLAGE

OVERZICHT VAN DE KUNSTSTOFPRODUCTEN VOOR EENMALIG GEBRUIK, DE BESCHRIJVINGEN ERVAN EN IN DE RICHTLIJN VASTGESTELDE RELEVANTE EISEN

Kunststoffen producten voor eenmalig gebruik

Relevant deel van de bijlage en de toepasselijke inhoudelijke vereisten, met uitzondering van rapportageverplichtingen

Meest relevante deel van de bijlage bij de richtlijn met productbeschrijvingen

Ballonnen

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 3)

Deel E, sectie II, punt 2

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel G, punt 7

Ballonnenstokjes

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Deel B, punt 6

Drankflessen ≤ 3 l, doppen en deksels inbegrepen

Deel C

Productvereisten (artikel 6, lid 5)

Delen C en F

Deel F

Gescheiden inzameling (artikel 9)

Drankverpakkingen ≤ 3 l, doppen en deksels inbegrepen

Deel C

Productvereisten (artikel 6, lid 1 tot en met 4)

Deel C

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 2)

Deel E, sectie I, punt 3

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel G, punt 3

Drankverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen, doppen en deksels inbegrepen

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Roerstaafjes voor dranken

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Drinkbekers

Deel D

Markeringsvoorschriften (artikel 7)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Drinkbekers, (herplaatsbare) deksels inbegrepen

Deel A

Consumptievermindering (artikel 4)

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 2)

Drinkbekers van geëxpandeerd polystyreen, (herplaatsbare) deksels inbegrepen

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Wattenstaafjes

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Bestek (vorken, messen, lepels, eetstokjes)

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Voedselverpakkingen

Deel A

Consumptievermindering (artikel 4)

Deel A, punt 2

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 2)

Deel E, sectie I, punt 1

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel G, punt 1

Voedselverpakkingen van geëxpandeerd polystyreen

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Deel B, punt 7

Lichte plastic draagtassen

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 2)

Artikel 3, lid 1 quater, van Richtlijn 94/62/EG

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Zakjes en wikkels

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 2)

Deel E, sectie I, punt 2

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel G, punt 2

Borden

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Maandverbanden, tampons en inbrenghulzen voor tampons

Deel D

Markeringsvoorschriften (artikel 7)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Rietjes

Deel B

Beperkingen op het in de handel brengen (artikel 5)

Geen productspecifieke beschrijvingen verstrekt

Tabaksproducten met filter, en filters die verkocht worden voor gebruik in combinatie met tabaksproducten

Deel D

Markeringsvoorschriften (artikel 7)

Artikel 2, lid 4, van Richtlijn 2014/40/EU

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 3)

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Vochtige doekjes

Deel D

Markeringsvoorschriften (artikel 7)

Deel D, punt 2

Deel E

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (artikel 8, lid 3)

Deel E, sectie II, punt 1

Deel G

Bewustmakingsmaatregelen (artikel 10)

Deel G, punt 6

Voor het gebruik of de reproductie van foto’s of ander materiaal die niet onder het auteursrecht van de EU vallen, moet u rechtstreeks om toestemming van de houders van het desbetreffende recht verzoeken.

© Europese Unie, 2021.

Afbeeldingen: © Getty Images.


Top