EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021DC0350

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020: een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa

COM/2021/350 final

Brussel, 5.5.2021

COM(2021) 350 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EMPTY

Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020:
een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa

{SWD(2021) 351 final} - {SWD(2021) 352 final} - {SWD(2021) 353 final}


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Actualisering van de nieuwe industriestrategie van 2020:
een sterkere eengemaakte markt tot stand brengen voor het herstel van Europa

1.Behoefte aan actualisering: nieuwe uitdagingen, blijvende prioriteiten

Op 10 maart 2020 presenteerde de Europese Commissie “Een nieuwe industriestrategie voor Europa”. 1 Hierin werd een plan uiteengezet voor de manier waarop de toonaangevende industrie van Europa, puttend uit de kracht van haar tradities en de inzet van bedrijven en burgers, de gelijktijdige groene en digitale transitie kan sturen om haar concurrentievermogen te vergroten. Om deze dubbele transitie te bereiken is met het plan een nieuwe beleidsaanpak ingevoerd, met de nadruk op een betere afstemming tussen de behoeften van alle actoren in elke waardeketen of elk industrieel ecosysteem 2 en de steun die hen wordt geboden. Ter ondersteuning hiervan werden de basiselementen van de industrie — innovatie, mededinging en een sterke en goed functionerende eengemaakte markt — op het voorplan gebracht. Tegelijkertijd moet ons mondiale concurrentievermogen worden versterkt door open markten en een gelijk speelveld.

De dag na de presentatie van de nieuwe industriestrategie kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie aan dat de COVID-19-uitbraak een pandemie was geworden. De hieruit resulterende lockdowns en economische vertragingen hebben hun tol geëist voor de gemeenschappen en economieën van de EU, en ook voor haar industrie en bedrijven. De Commissie en andere actoren hebben snel actie ondernomen om de gevolgen voor het Europese bedrijfsleven aan te pakken en het vrije verkeer van goederen, werknemers en diensten te waarborgen, met name via green lanes. Noodmaatregelen met betrekking tot begrotingsregels, staatssteun en werktijdverkorting 3 hebben bijgedragen tot de ondersteuning van de zwaarst getroffen sectoren en werknemers en hebben de gevolgen voor bedrijven, met inbegrip van de kmo’s, verzacht. De Europese pijler van sociale rechten bleef de leidraad van de EU en de lidstaten bij het opvangen van de sociale gevolgen.

In deze periode waren we getuige van de veerkracht, de vindingrijkheid en het aanpassingsvermogen van de EU-industrie, maar werden we ook geconfronteerd met nieuwe kwetsbaarheden en oudere afhankelijkheden en met sociaal-economische en territoriale ongelijkheden die moeten worden aangepakt. De crisis heeft de onderlinge afhankelijkheid van mondiale waardeketens en de waarde van een wereldwijd geïntegreerde eengemaakte markt aan het licht gebracht. Zij heeft ook aangetoond dat er meer vaart moet worden gezet achter de transitie naar een schoner, digitaler en veerkrachtiger economisch en industrieel model om het streven van Europa naar een duurzaam concurrentievermogen in stand te houden en te vergroten. Daarom kondigde voorzitter Von der Leyen in haar toespraak over de Staat van de Europese Unie een actualisering aan van de industriestrategie van de EU, met name om lessen te trekken uit de crisis, onze economische veerkracht te versterken en de dubbele transitie te versnellen en tegelijkertijd banen te behouden en te scheppen.

Het uitgangspunt voor deze actualisering is een inschatting van de werkelijke gevolgen van het afgelopen jaar voor de Europese economie en industrie. Een eerste analyse en behoefteonderzoek vormde de basis voor het Europees herstelplan, NextGenerationEU 4 , dat — samen met het meerjarig financieel kader 2021-2027 — ongekende financiële steun zal verlenen aan de burgers en bedrijven van de EU. Welke maatstaf dan ook werd gehanteerd, de conclusies waren eenduidig: in 2020 is de EU-economie met 6,3 % gekrompen en dit ging gepaard met grote omzetverliezen en een daling van de werkgelegenheid en de investeringen.

Een jaar later zijn er enige voorzichtige tekenen van verbetering 5 waar te nemen en er wordt verwacht dat de economie van de EU in 2021 en 2022 sterk zal aantrekken. De vooruitzichten voor een snel herstel van de wereldhandel zijn ook verbeterd en het optimaal benutten van deze handelsmogelijkheden zal voor het herstel van de bedrijven in heel Europa cruciaal zijn . De aanhoudende daling van de particuliere investeringsplannen op korte termijn en het toenemende aantal sterke ondernemingen met aanzienlijke liquiditeitsproblemen wijzen er echter op dat het herstel tijd en aangehouden steun zal vergen.

Om die steun optimaal af te stemmen, bouwt de Commissie voort op de flexibele ecosysteemgerichte benadering die in de industriestrategie van vorig jaar is geschetst. In het eerste jaarverslag over de eengemaakte markt 6 zijn in dit stadium 14 industriële ecosystemen geïdentificeerd en zijn de verschillende behoeften en uitdagingen ervan geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de gevolgen van de crisis — en de vooruitzichten voor herstel en een hernieuwd concurrentievermogen — sterk uiteenlopen. Terwijl het toerisme het hardst werd getroffen en de culturele, creatieve, textiel- en mobiliteitsbedrijven met een trager en ongelijker herstel worden geconfronteerd, heeft het digitale ecosysteem zijn omzet tijdens de crisis zien toenemen. Ook kleinere ondernemingen blijven kwetsbaarder: voor de tweede helft van 2020 meldde ongeveer 60 % een daling van de omzet 7 .

Vrouwen, jongeren en werknemers met een laag inkomen werden bijzonder hard getroffen door de crisis, deels door het feit dat zij een grote meerderheid van de werknemers in de meest getroffen sectoren vormen. De Commissie besteedt bijzondere aandacht aan gelijke rechten en kansen met het oog op een inclusief herstel in alle sectoren. De mensen in Europa behoren tot de belangrijkste troeven van Europa, en de EU moet vaardigheidskloven en ongelijkheden aanpakken, maar ook voortbouwen op alle troeven van haar getalenteerde, goed opgeleide en inventieve werknemers en ondernemers als drijvende kracht voor innovatie en concurrentievermogen.

Vertrouwensindicator per ecosysteem

Bron: analyse van de Europese Commissie op basis van het geharmoniseerde programma voor conjunctuurenquêtes van de EU

Opmerking: voor “detailhandel”, “agrovoeding”, “nabijheid - sociale economie”, “hernieuwbare energieën” en “gezondheid”, weergegeven met stippellijnen, is de dekking van de gegevens beperkt, zodat de desbetreffende gegevens met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.

Figuur 1: Vertrouwensindicator per ecosysteem

Uit deze analyse en uit onze ervaring tijdens de crisis blijkt dat de beginselen, prioriteiten en maatregelen van de Europese industriestrategie nog steeds gelden. De behoefte aan een versterking van de open strategische autonomie van Europa en de nieuwe partnerschapsbenadering met de industrie en gelijkgestemde internationale partners zijn nog dringender dan een jaar geleden. We moeten ons blijven richten op de fundamentele beginselen die een jaar geleden zijn geschetst en de uitvoering ervan versnellen om de industrie in staat te stellen de transities te versnellen en aan te sturen.

Deze actualisering komt niet in de plaats van de industriestrategie van 2020 en vormt evenmin een aanvulling op de daarmee gestarte processen — een groot deel van dat werk is aan de gang en vereist specifieke inspanningen. Het gaat om een specifieke actualisering die zich richt op wat er nog méér moet worden gedaan en welke lessen moeten worden getrokken. Er wordt nagegaan waar onze eengemaakte markt op de proef is gesteld en onder spanning kwam te staan en er worden maatregelen voorgesteld om de veerkracht en de werking ervan te versterken. Er wordt een op maat gesneden beoordeling geboden van de behoeften van elk industrieel ecosysteem en van de manier waarop alle marktspelers het best kunnen samenwerken. Er wordt een reeks strategische afhankelijkheden en capaciteiten geïdentificeerd en er worden maatregelen voorgesteld om deze afhankelijkheden aan te pakken en te verminderen. Deze actualisering vormt een antwoord op verzoeken van de Europese Raad 8 , het Europees Parlement 9 , de lidstaten 10 en andere belanghebbenden om de impact van de crisis op ons beleid te analyseren en waar nodig oplossingen aan te reiken.

De mededeling gaat vergezeld van drie werkdocumenten van de diensten van de Commissie. Deze weerspiegelen bepaalde vroege resultaten van de industriestrategie van 2020 en vormen de analytische onderbouwing om aan die verzoeken tegemoet te komen:

·in de eerste editie van het jaarverslag over de eengemaakte markt 11 worden de gevolgen van de crisis voor de eengemaakte markt uiteengezet, wordt verslag uitgebracht over de vooruitgang die is geboekt op het gebied van belemmeringen en over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de maatregelen die zijn vastgesteld in het industriepakket van 2020, worden alle 14 industriële ecosystemen geanalyseerd en wordt een reeks essentiële prestatie-indicatoren gepresenteerd;

·een initiële analyse van de strategische afhankelijkheden 12 en capaciteiten van de EU, met een diepgaande evaluatie van een aantal technologische en industriële strategische gebieden;

·een illustratieve analyse van één belangrijke industriële sector, gericht op de uitdagingen en kansen voor de industrie en het beschikbare beleidsinstrumentarium van de EU “Voor een concurrerende en schone Europese staalsector” ter ondersteuning van de dubbele transitie.

 

2.Lessen trekken en de transities versnellen

Europa heeft veel om op voort te bouwen en kan veel leren van de moeilijke periode die het doorstaat. Het afgelopen jaar hebben we de veerkracht van onze eengemaakte markt en de voortreffelijke inzet van de industrie gezien. Op basis van de pool van excellentie op het gebied van levenswetenschappen heeft de industrie het voortouw genomen bij de wereldwijde ontwikkeling en productie van COVID-19-vaccins, met name dankzij de vaccinstrategie van de EU en de EU-steun om de industriële capaciteit op te voeren. We hebben gezien dat bedrijven hun productie omschakelen om te voorzien in dringende behoeften, of het nu gaat om persoonlijke beschermingsmiddelen, handontsmettingsmiddelen of de productie van vaccins. Andere bedrijven maakten van de ene dag naar de andere de overstap naar e-handel of gebruikten digitale instrumenten om nieuwe leveranciers of toeleveringsketens te vinden. Ondanks een aanzienlijke daling van de energievraag en de gevolgen voor kritieke energie-exploitanten paste de interne energiemarkt zich goed aan en waren er geen onderbrekingen in de energievoorziening 13 .

Dit was echter niet zo voor alle bedrijven. De lockdown dwong veel bedrijven tot stilstand, de grenzen werden gesloten, de toeleveringsketens werden onderbroken, de vraag was verstoord en werknemers en dienstverleners konden zich niet door Europa verplaatsen. Toen de vrachtwagens aan de binnengrenzen moesten stoppen, is snel gebleken hoe geïntegreerd de productie en economie vandaag zijn in Europa. Blokkeringen van het vrije verkeer van goederen, diensten en mensen hebben ingrijpende gevolgen gehad voor waardeketens en economische activiteiten, hebben de Europese solidariteit ondermijnd en een gecoördineerde respons op de crisis belemmerd. Leveringen zaten vast aan de grenzen, de luchtvrachtkosten stegen omdat vliegtuigen aan de grond werden gehouden en onevenwichtigheden in de handelsstromen leidden tot een tekort aan zeecontainers.

Hieruit kunnen reeds belangrijke lessen worden getrokken.

Ten eerste heeft de crisis duidelijk gemaakt dat het van essentieel belang is het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal in de eengemaakte markt te behouden en dat moet worden samengewerkt om de weerstand tegen verstoringen te versterken. Grenscontroles en -sluitingen en ongecoördineerde nationale of regionale beperkingen alsmede inperkingsmaatregelen die het vrije verkeer van personen beperkten, die vaak onderhevig waren aan frequente aanpassingen, verhoogden de onzekerheid en de nalevingskosten, wat leidde tot ernstige vertragingen en aanzienlijke verstoringen van de toeleveringsketens in veel industriële ecosystemen. Green lanes en andere ad-hocmaatregelen van de EU 14 hebben de mogelijke schadelijke gevolgen van unilaterale en ongecoördineerde nationale maatregelen op de eengemaakte markt aanzienlijk verzacht. Ook het vrije verkeer van diensten werd sterk aangetast, onder meer door gedwongen tijdelijke sluitingen van niet-essentiële ondernemingen, reisbeperkingen en een gebrek aan duidelijkheid over de toepasselijke regels inzake grensoverschrijdend verkeer. Dit heeft op zijn beurt geleid tot moeilijkheden voor grensarbeiders en tekorten aan seizoensarbeiders, om maar enkele voorbeelden te noemen. De eengemaakte markt in Europa is afhankelijk van een zeer mobiele en beschikbare beroepsbevolking.

Ten tweede werd uit deze situaties duidelijker dat de strategische afhankelijkheden van zowel technologische als industriële aard moeten worden geanalyseerd en aangepakt. De EU en haar handelspartners winnen aan veerkracht wanneer de wereldmarkten open zijn en geïntegreerd zijn in mondiale waardeketens, die helpen schokken op te vangen en het herstel stimuleren. 15 De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat verstoringen in mondiale waardeketens negatieve gevolgen kunnen hebben voor specifieke essentiële producten en productiemiddelen, zoals medische benodigdheden, die van bijzonder groot belang zijn voor de samenleving en de economie van de EU. Een van de belangrijkste lessen van de crisis is dat een beter inzicht nodig is in de huidige en mogelijke toekomstige strategische afhankelijkheden van Europa. Dit zal de basis vormen voor de ontwikkeling van op feiten gebaseerde, evenredige en gerichte beleidsmaatregelen om strategische afhankelijkheden aan te pakken en tegelijkertijd de open, concurrerende en op handel gebaseerde economie van de EU te beschermen. De EU zal haar voorkeur voor internationale samenwerking en dialoog blijven benadrukken, maar ook haar voornemen om oneerlijke praktijken en buitenlandse subsidies die het gelijke speelveld op de eengemaakte markt ondermijnen, te bestrijden.

Tot slot bleek uit dit ongekende jaar dat de businesscase voor de groene en de digitale transitie sterker is dan ooit. Op middellange termijn zullen alle bedrijfsactiviteiten duurzaam moeten worden en zal de ontwrichting van veel traditionele patronen als gevolg van de COVID-19-crisis verandering brengen in de oude gewoonten en daarom de groene transitie versnellen. Het zal van cruciaal belang zijn inspanningen te leveren voor een veilige en toereikende toegang tot schone energie tegen concurrerende prijzen op de hele eengemaakte markt om ervoor te zorgen dat de EU haar industriële troeven versterkt bij het doorlopen van deze transitie. Een geschoolde beroepsbevolking staat centraal bij het welslagen van de transities, de ondersteuning van het concurrentievermogen van de Europese industrie en het scheppen van hoogwaardige banen. Digitalisering heeft een strategische rol gespeeld bij de voortzetting van de economische activiteiten en heeft de manier waarop zaken worden verricht, daadwerkelijk veranderd. Economieën, bedrijven en hun werknemers dreigen achterop te raken naarmate de transitie versnelt. Door digitale en groene bedrijfsmodellen en technologieën zijn bedrijven die deze transitie al hadden omarmd in het voordeel ten opzichte van bedrijven die dit niet hebben gedaan, en bedrijven die de verandering in gang hebben gezet, zullen nog steeds een cruciaal pioniersvoordeel genieten. Het toenemende consumentenbewustzijn en de toenemende vraag naar deze transitie vormen ook een kans die moet worden benut.

De bereidheid tot verandering is groot. Concurrerende duurzaamheid die mogelijk wordt gemaakt door nieuwe, vaak digitale technologieën en diensten, blijft ons doel. De bedrijven zijn het best geplaatst om te bepalen hoe zij concurrerend kunnen worden en koploper in hun sector, en weten waar zij oplossingen kunnen vinden voor de uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd. Waar nodig zou ons industriebeleid zodoende gebaat zijn bij soepele vormen van publiek-privaat partnerschap en nieuwe vormen van samenwerking tussen de particuliere en de publieke sector om innovatieve oplossingen die anders niet in de praktijk zouden worden gebracht, sneller uit te rollen. Voor een inclusieve transitie is een goed functionerende sociale dialoog van cruciaal belang.

Monitoring van industriële trends en concurrentievermogen

In het jaarverslag over de eengemaakte markt wordt een reeks kernprestatie-indicatoren (KPI) vastgesteld op grond van publiek toegankelijke gegevensbronnen, om economische ontwikkelingen te analyseren en de geboekte vooruitgang te monitoren, waarbij de nadruk ligt op concurrentievermogen, integratie van de eengemaakte markt, kmo’s, de dubbele transitie en economische veerkracht. De KPI’s bieden ook een toekomstgericht perspectief op basis van investeringen, een vertrouwensindicator en een overzicht van de prestaties van de EU-economie, door deze te vergelijken met internationale partners en de specificiteit van industriële ecosystemen te analyseren. De Commissie zal deze indicatoren regelmatig analyseren. Aan de hand daarvan zal zij een strategisch standpunt kunnen innemen over de EU-economie, uitdagingen kunnen anticiperen en de ontwikkeling van beleids- en investeringsbeslissingen kunnen onderbouwen.

Hoewel de crisis langdurige gevolgen zal hebben, is het herstel van de EU reeds begonnen. Voor verscheidene industriële ecosystemen heeft de omzet bijna het niveau van vóór de COVID-19-crisis bereikt, ook al is de dynamiek nog steeds enigszins getemperd. Positieve signalen komen ook naar voren uit een analyse van het economische vertrouwen, dat in april 2021 in alle ecosystemen verbeteringen laat zien (zie figuur 1). Het is echter van essentieel belang het hersteltraject van alle ecosystemen te blijven volgen. Uit gegevens blijkt namelijk dat, hoewel overheidsinterventies doeltreffend zijn geweest om werkloosheid en faillissementen te beperken, het risico op abrupte stijgingen van ontslagen en gevallen van insolventie toeneemt.

In volledige synergie met bestaande monitoringinstrumenten (bv. scorebord van de eengemaakte markt) zal de Commissie de belangrijkste indicatoren van het concurrentievermogen van de EU-economie als geheel monitoren, met name:

de integratie van de eengemaakte markt, op basis van indicatoren over handel binnen de EU of prijsspreiding tussen de lidstaten, om beleidsmaatregelen ter bevordering van een gunstig bedrijfs- en innovatieklimaat te helpen beoordelen;

de productiviteitsgroei, op basis van de arbeidsproductiviteit;

het internationaal concurrentievermogen, op basis van het mondiale marktaandeel van de EU of de buitenlandse handel van de EU, ter ondersteuning van beleid voor open en eerlijke toegang tot exportmarkten;

de publieke en particuliere investeringen, op basis van gegevens over netto publieke en particuliere investeringen in % van het bbp, om met name de potentiële transformatie van de economie in overeenstemming met de dubbele transitiedoelstellingen te illustreren;

de investeringen in O&O, op basis van publieke en private O&O-uitgaven in % van het bbp, ter ondersteuning van innovatie.  

3.De veerkracht van de eengemaakte markt versterken

Ervoor zorgen dat de eengemaakte markt beter uitgerust is voor crises

De eengemaakte markt is de belangrijkste troef van de EU en biedt zekerheid, schaal en een mondiale springplank voor onze bedrijven en een brede beschikbaarheid van kwaliteitsproducten voor de consument. Deze troef mag echter niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Vooral in het begin van de pandemie hebben bedrijven en burgers te lijden gehad onder grenssluitingen, verstoringen van toelevering en een gebrek aan voorspelbaarheid.     

Ondanks het nut van de bestaande instrumenten van de eengemaakte markt heeft de crisis aangetoond dat deze voor noodsituaties kunnen worden verbeterd. Zoals aangekondigd door voorzitter Von der Leyen in februari 2021 16 zal de Commissie een noodinstrument voor de eengemaakte markt voorstellen als structurele oplossing om de beschikbaarheid en het vrije verkeer van personen, goederen en diensten in de context van mogelijke toekomstige crises te waarborgen. Dit instrument moet zorgen voor meer informatie-uitwisseling, coördinatie en solidariteit wanneer de lidstaten crisisgerelateerde maatregelen nemen. Het zal de negatieve gevolgen voor de eengemaakte markt helpen beperken, onder meer door te zorgen voor een doeltreffendere governance. Het moet ook een mechanisme opzetten aan de hand waarvan Europa kritieke producttekorten kan aanpakken door de beschikbaarheid van producten te versnellen (bv. het vaststellen en delen van normen, versnelde conformiteitsbeoordeling) en de samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten te versterken. Het zal worden afgestemd op relevante beleidsinitiatieven, zoals het komende voorstel tot oprichting van een Europese autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (HERA), het komende noodplan voor vervoer en mobiliteit en de relevante internationale praktijk die gericht is op het aanpakken van noodsituaties of het waarborgen en versnellen van de beschikbaarheid van essentiële producten. 

Figuur 2: Sleutelelementen van het noodinstrument voor de eengemaakte markt

Een goed functionerende eengemaakte markt om het herstel te versnellen

Het afgelopen jaar werd opnieuw bevestigd dat de aanhoudende en aanzienlijke belemmeringen die de goede werking van de eengemaakte markt in de weg staan, moeten worden weggenomen 17 . Om tot een goed functionerende eengemaakte markt te komen, moeten op talrijke fronten inspanningen worden geleverd:

·permanent beheer van de daadwerkelijke naleving van de bestaande regels betreffende de eengemaakte markt;

·aanhoudende investering in het verdiepen van de integratie op de meest veelbelovende gebieden;

·aanpassing van bestaande beleidsbenaderingen waar dat gerechtvaardigd is;

·nieuwe strategieën waar nodig (bv. om de dubbele transitie te begeleiden).

Hoewel de Commissie in het kader van haar jaarverslag over de eengemaakte markt terugkerende beoordelingen van de belangrijkste belemmeringen binnen elk ecosysteem zal uitvoeren, verdient de dienstensector bijzondere aandacht vanwege zijn omvang 18 , de wisselwerking met goederen en de sectoroverschrijdende aard ervan.

Er wordt een nieuwe inspanning geleverd om beperkingen en belemmeringen aan te pakken, met name via de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt (SMET) 19 en andere relevante maatregelen 20 . Op verschillende belangrijke gebieden, met name diensten, is de afgelopen jaren te weinig vooruitgang geboekt. De volledige handhaving van de dienstenrichtlijn zal waarborgen dat de lidstaten hun bestaande verplichtingen nakomen, met inbegrip van de meldingsplicht om nieuwe potentiële regelgevingsbelemmeringen vast te stellen en weg te nemen.

Zakelijke diensten zoals engineering, architectuur, IT- en juridische diensten dragen tot 11 % bij aan het bbp van de EU en zijn essentiële concurrentiefactoren voor bedrijven. Zij worden echter tegengehouden door restrictieve nationale regels, zoals strikte vereisten voor toegang en uitoefening 21 . Hoewel Europese normen voor goederen grote voordelen hebben opgeleverd voor bedrijven en consumenten door de kwaliteit en veiligheid te verhogen, de transparantie te verbeteren, de kosten te drukken en de markten voor ondernemingen open te stellen, vertegenwoordigen de Europese normen voor diensten slechts ongeveer 2 % van alle normen. Normen voor diensten stellen technische eisen vast, bijvoorbeeld het kwaliteits-, prestatie-, interoperabiliteits-, milieubeschermings-, gezondheids- of veiligheidsniveau. Zij kunnen het consumentenvertrouwen vergroten en de Europese dienstenmarkten verder integreren. Zij kunnen helpen om belemmeringen door het bestaan van meervoudige nationale voorschriften inzake certificering weg te nemen. De Commissie zal nagaan of het nuttig is een wetgevingsvoorstel voor de regulering van belangrijke zakelijke diensten, ondersteund door geharmoniseerde normen, in te dienen. Hiertoe zal zij om te beginnen een beoordeling uitvoeren van de meest relevante zakelijke dienstensectoren waarin geharmoniseerde normen een toegevoegde waarde kunnen opleveren 22 .

Hoewel de EU-wetgeving een reeks dwingende rechten en arbeidsvoorwaarden garandeert die van toepassing zijn op gedetacheerde werknemers in de hele EU, wijst feedback van belanghebbenden consequent op administratieve problemen met de detachering van werknemers. Bedrijven vinden het soms lastig om ingenieurs of technisch personeel naar bedrijven of eindgebruikers in een andere lidstaat te sturen, bijvoorbeeld in de bouwsector. De Commissie zal met de lidstaten blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat de handhavingsrichtlijn detachering werknemers naar behoren wordt omgezet en uitgevoerd 23 . Zonder afbreuk te doen aan het rechtskader en de sociale bescherming ervan, zal de Commissie met de lidstaten samenwerken om een gemeenschappelijk elektronisch formulier voor het melden van de detachering van werknemers op te stellen. Dit uniek digitaal formulier zou aanvankelijk op vrijwillige basis kunnen worden ingevoerd.

De crisis heeft ook duidelijk gemaakt dat doeltreffend markttoezicht van cruciaal belang is, aangezien de autoriteiten van de lidstaten te maken hebben met een toenemend aantal niet-conforme en gevaarlijke producten. Dit was met name het geval voor sommige persoonlijke beschermingsmiddelen en medische hulpmiddelen waar veel vraag naar was. Het versterken van de coördinatie, investeringen, middelen en digitalisering van autoriteiten — zowel binnen de eengemaakte markt als aan de grenzen van de Unie — is dan ook een prioriteit. 24 De Commissie zal de markttoezichtautoriteiten ondersteunen en aanmoedigen om de digitalisering van productcontroles en gegevensverzameling en het gebruik van geavanceerde technologieën voor het opsporen van niet-conforme en gevaarlijke producten te versterken, zoals aangekondigd in het actieplan voor de handhaving van de eengemaakte markt. Investeren in de digitalisering van informatie over productveiligheid en -conformiteit is ook belangrijk om de traceerbaarheid en controle van verhandelde producten te verbeteren. Bovendien is gerichte capaciteitsopbouw nodig om doeltreffende en efficiënte controles te waarborgen.

De kmo’s zijn een van de belangrijkste motoren van innovatie in de verschillende ecosystemen en bij alle acties in het kader van deze strategie moet met hen rekening worden gehouden. Dit komt tot uiting in een horizontale aanpak waarbij meer aandacht wordt besteed aan de regeldruk in het kader van de herziene aanpak van betere regelgeving van de Commissie: door een “one in, one out”-benadering in te voeren die is aangepast aan de beleidsvorming in de EU, verscherpt het de aandacht van beleidsmakers voor de gevolgen en kosten van de toepassing van wetgeving, met name voor kmo’s 25 .  

In de kmo-strategie benadrukte de Commissie dat de eerlijkheid in B2B-relaties verbeterd moet worden ter ondersteuning van kmo’s, die als gevolg van asymmetrische onderhandelingsposities met grotere organisaties een groter risico lopen te worden blootgesteld aan oneerlijke handelspraktijken en -voorwaarden, zowel online als offline. De crisis heeft met name het belang en de noodzaak van e-handel aangetoond. Voor het eerst wordt in de wet inzake digitale diensten een gemeenschappelijke reeks regels voorgesteld inzake de verplichtingen en aansprakelijkheid van tussenpersonen in de hele eengemaakte markt, die alle bedrijven, met inbegrip van kmo’s, kansen zullen bieden en een hoog niveau van bescherming voor alle gebruikers zullen waarborgen. Om de goede werking van de eengemaakte markt te waarborgen door effectieve mededinging op digitale markten en met name een eerlijke onlineplatformomgeving met mogelijkheden voor betwisting te bevorderen, worden in de wet inzake digitale markten geharmoniseerde regels voorgesteld om bepaalde praktijken van platforms die als digitale “poortwachter” fungeren, te definiëren en te verbieden. Deze praktijken kunnen immers het aanbod van waardevolle en innovatieve diensten aan de consument verhinderen of vertragen. De Commissie dringt er bij de medewetgevers op aan de werkzaamheden met het oog op een snelle vaststelling te bespoedigen.

De praktijk van laattijdige betaling is tijdens de crisis verergerd, wat extra lasten voor kmo’s met zich meebrengt. Het EU-waarnemingscentrum voor betalingsachterstand, dat toezicht houdt op oneerlijke betalingspraktijken 26 en analyseert hoe betalingsachterstanden zich in de toeleveringsketen verspreiden, zal zijn huidige werkzaamheden in het bouwecosysteem uitbreiden tot andere ecosystemen. Om oneerlijke betalingspraktijken die betalingsachterstanden verergeren en vaak tot langdurige geschillen leiden 27 , aan te pakken zal de Commissie proefregelingen voor alternatieve geschillenbeslechting ontwikkelen en in de praktijk brengen.

De financiële druk en het aantal insolventies zullen in 2021 waarschijnlijk toenemen naarmate de steun wordt afgebouwd 28 . Met name het risico van overmatige schuldenlast en de behoefte aan herkapitalisatie kunnen voor kmo’s nijpend worden. Een toename van het aantal faillissementen kan aanzienlijke gevolgen hebben voor hele toeleveringsketens. Daarom moeten er maatregelen die in verhouding staan tot de toekomstige uitdagingen worden gecoördineerd en ontwikkeld. De Commissie is vastbesloten aanzienlijke investeringen te mobiliseren en het kmo-venster van InvestEU zou tegen eind 2023 45 miljard EUR aan investeringen in kmo’s kunnen genereren.

Om het solvabiliteitsrisico voor kmo’s te helpen aanpakken zal de Commissie de uitwisseling van goede praktijken bevorderen met betrekking tot maatregelen en stimulansen die verschillende lidstaten hebben ingevoerd om steun te richten op levensvatbare ondernemingen. De Commissie werkt aan specifieke kapitaalsteun voor kmo’s 29 door middel van financiële producten van InvestEU, en verzoekt de lidstaten bij te dragen aan EU-wijde inspanningen. React-EU biedt verder gerichte steun aan kmo’s.

De lidstaten beschikken over een aantal mogelijkheden om in het kader van nationale steunregelingen eigenvermogenssteun te verlenen ter versterking van de solvabiliteit en groei van innovatieve kmo’s en midcap-ondernemingen in overeenstemming met de staatssteunregels, waaronder de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun. Het gaat bijvoorbeeld om regelingen om overheidsgaranties te verstrekken voor particuliere beleggingsfondsen op basis van het idee dat de staat een garantie biedt om particuliere financiering aan te trekken in plaats van zelf kapitaal te verstrekken. Als alternatief kunnen de lidstaten besluiten bepaalde terugbetaalbare instrumenten toe te kennen, die later in subsidies kunnen worden omgezet, afhankelijk van het herstel van de ondernemingen en hun vermogen om terug te betalen.

De Commissie zal doorgaan met haar inspanningen om een eengemaakte markt voor kapitaal tot stand te brengen. Zo versnelt de Commissie de werkzaamheden op het gebied van aandelenfinanciering voor kmo’s, waaronder een uitbreiding van de steun voor risicokapitaal in een later stadium, strategische investeringen en beursintroducties (IPO’s - Initial Public Offerings). Die werkzaamheden zullen investeringen in groene en digitale technologieën in alle fasen van het leven van een kmo stimuleren, van startende ondernemingen tot de groei- en expansiefase en tot de toetreding tot de beurs. Een nieuw publiek-privaat IPO-fonds zal kmo’s en midcap-ondernemingen ondersteunen bij en na het proces met het oog op beursnotering 30 . De EIB-groep zal in de tweede helft van 2021 oproepen publiceren voor belangstellende teams van fondsenbeheerders.

Fiscaliteit speelt ook een cruciale rol bij het waarborgen van billijkheid en groei: de komende mededeling over ondernemingsfiscaliteit voor de 21e eeuw zal concrete plannen bevatten om beide doelstellingen te ondersteunen, met inbegrip van concrete maatregelen voor de kmo’s.

Het mededingingsbeleid van de EU speelt een belangrijke rol bij het handhaven van een gelijk speelveld en dit is een van onze grootste troeven bij het tot stand brengen van een eengemaakte markt die bedrijven ondersteunt bij innovatie en groei. Het behoud van mededinging op de eengemaakte markt draagt bij tot de veerkracht en het concurrentievermogen van onze bedrijven op de wereldmarkten. De Commissie zal ook toezicht blijven houden op de toepassing van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun (verlengd tot eind 2021) en de uitvoering van COVID-19-gerelateerde staatssteunmaatregelen, met het oog op een geleidelijke uitfasering van de crisissteunmaatregelen wanneer de situatie dat toelaat, waarbij cliff-effecten worden vermeden.

KERNACTIES

PLANNING

Noodinstrument van de eengemaakte markt

Eerste kwartaal 2022

Jaarverslag over de eengemaakte markt

Jaarlijks

Mogelijk gemeenschappelijk formulier/model om de detachering van werknemers te melden

Eerste kwartaal 2022

Versterking van het toezicht op de eengemaakte markt ten aanzien van EU- en geïmporteerde producten

Vierde kwartaal 2022

In het kader van InvestEU werken aan kapitaalsteun en aandelenfinanciering ter ondersteuning van kmo’s

Gaande

4.De afhankelijkheden aanpakken: open strategische autonomie in de praktijk

Openheid voor handel en investeringen is een sterkte en een bron van groei en veerkracht voor de EU als belangrijke importeur en exporteur. De COVID-19-crisis heeft niettemin negatieve gevolgen gehad voor de mondiale toeleveringsketens en heeft tot tekorten geleid in Europa. Zoals in de industriestrategie van 2020 werd benadrukt, moet de EU haar open strategische autonomie op belangrijke gebieden verbeteren 31 .

De crisis heeft verder benadrukt dat het vermogen van de EU om een crisis het hoofd te bieden en zo nodig te kunnen handelen, moet worden versterkt. De verstoringen in de toeleveringsketen van het gezondheidsecosysteem waren bijzonder problematisch. Zij waren het gevolg van een combinatie van een snel stijgende vraag en toeleverings- en personeelstekorten, ondanks de proactieve respons van de EU om ervoor te zorgen dat (mondiale) vervoersroutes en toeleveringsketens zo open en veilig mogelijk bleven. Uit recentere uitdagingen, zoals het tekort aan halfgeleiders in de automobielindustrie, blijkt dat Europa ook te maken heeft met andere specifieke afhankelijkheden. De pandemie heeft dit besef versneld en landen als de Verenigde Staten 32 ertoe aangezet hun positie in mondiale waardeketens te herzien.

De EU heeft ook belangrijke sterke punten en capaciteiten. Hoewel de EU met bepaalde afhankelijkheden wordt geconfronteerd, zijn andere landen ook afhankelijk van de EU (“omgekeerde afhankelijkheden”). Wederzijdse afhankelijkheden kunnen een element van stabiliteit vormen in mondiale waardeketens. De EU deelt ook buitenlandse afhankelijkheden met onze partners (“gemeenschappelijke afhankelijkheden”). Deze bieden mogelijkheden voor het opbouwen van samenwerking met gelijkgestemde partners om tot wederzijds voordelige oplossingen te komen.

In kaart brengen van onze strategische afhankelijkheden en capaciteiten

Sommige verstoringen hebben Europa verrast en laten zien dat een beter inzicht moet worden verkregen in onze strategische afhankelijkheden, hoe deze zich in de toekomst kunnen ontwikkelen en in welke mate zij tot kwetsbaarheden voor de EU zouden leiden. Dergelijke strategische afhankelijkheden raken aan de kernbelangen van de EU, met name op het gebied van gezondheid 33 , beveiliging en veiligheid en de toegang tot essentiële grondstoffen en technologieën die nodig zijn voor de groene en de digitale transitie. 

In antwoord op het verzoek van de Europese Raad heeft de Commissie een bottom-upanalyse uitgevoerd op basis van handelsgegevens die een eerste inzicht verschaffen over de omvang van de betrokken kwesties. Van de 5 200 in de EU ingevoerde producten worden in deze analyse 137 producten geïdentificeerd (goed voor 6 % van de totale waarde van de invoer van goederen in de EU) in kwetsbare ecosystemen en waarvan de EU sterk afhankelijk is — voornamelijk producten uit energie-intensieve industrieën (zoals grondstoffen 34 ) en gezondheidsecosystemen (zoals actieve farmaceutische bestanddelen) — en andere producten die van belang zijn voor de ondersteuning van de groene en de digitale transformatie.

Ongeveer de helft van de invoer van deze producten waarvan Europa afhankelijk is, is van oorsprong uit China, gevolgd door Vietnam en Brazilië. 34 producten (goed voor 0,6 % van de totale waarde van de invoer van goederen in de EU) zijn echter potentieel nog kwetsbaarder, gezien hun mogelijk geringe potentieel voor verdere diversificatie en vervanging door producten van de EU. Ongeveer 20 producten daarvan zijn grondstoffen en chemische stoffen die behoren tot het ecosysteem van energie-intensieve industrieën, en de overige producten behoren vooral tot het gezondheidsecosysteem (zoals werkzame farmaceutische bestanddelen en andere gezondheidsgerelateerde producten). Uit de analyse blijken ook uitdagingen en afhankelijkheden op het gebied van geavanceerde technologieën zoals cloud en micro-elektronica, die voornamelijk verband houden met de mondiale marktstructuur.

Aandeel van de EU-invoerwaarde naar oorsprong van de 137 geïdentificeerde producten in kwetsbare ecosystemen waarvan de EU afhankelijk is

Bron: Europese Commissie, op basis van de gegevensbank BACI

In de analyse wordt ook gewezen op het probleem van mogelijke interne afhankelijkheden binnen de eengemaakte markt, die verband houden met een concentratie van activiteiten op het niveau van individuele ondernemingen. In dergelijke gevallen kunnen het mededingingsbeleid van de EU en handhaving een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van mogelijke risico’s in verband met dergelijke interne afhankelijkheden, door ervoor te zorgen dat de markten open blijven en betwisting mogelijk blijft.

Het werkdocument van de diensten van de Commissie 35 bij deze actualisering bevat zes grondige studies van strategische gebieden, namelijk grondstoffen, batterijen, werkzame farmaceutische bestanddelen, waterstof, halfgeleiders en cloud- en spitstechnologieën, die nader inzicht verschaffen in de oorsprong van de strategische afhankelijkheden en de gevolgen ervan. De Commissie zal met de lidstaten, de industrie en de sociale partners overleggen, onder meer met de steun van het Industrieforum of via de gestructureerde dialoog over de veiligheid van de geneesmiddelenbevoorrading 36 en de farmaceutische strategie, om de analyse te verdiepen en de vastgestelde strategische afhankelijkheden verder aan te pakken.

De Commissie zal een tweede reeks grondige studies uitvoeren naar de potentiële afhankelijkheden op belangrijke gebieden, waaronder producten, diensten of technologieën die van essentieel belang zijn voor de dubbele transitie, zoals hernieuwbare energie, energieopslag en cyberbeveiliging. Daarnaast zullen zowel de huidige afhankelijkheden als het risico op toekomstige (technologische) afhankelijkheden het voorwerp uitmaken van een monitoringsysteem via het waarnemingscentrum voor kritieke technologieën van de Commissie 37 en een periodieke evaluatieprocedure.

Ontwikkeling van een instrumentarium om strategische afhankelijkheden te verminderen en te voorkomen

In de meeste gevallen verkeert de industrie zelf — door middel van haar ondernemingsbeleid en -beslissingen — in de beste positie om de veerkracht te vergroten en alle afhankelijkheden die tot kwetsbaarheden kunnen leiden, te verminderen, onder meer door diversificatie van leveranciers, toenemend gebruik van secundaire grondstoffen en vervanging door andere productiematerialen. Er zijn echter situaties waarin de concentratie van productie of inkoop in slechts één geografisch gebied tot gevolg heeft dat er geen alternatieve leveranciers beschikbaar zijn.

Op gebieden van strategisch belang identificeert de Commissie overheidsbeleidsmaatregelen die de inspanningen van de industrie om deze afhankelijkheden aan te pakken en strategische capaciteitsbehoeften te ontwikkelen, kunnen ondersteunen: het diversifiëren van vraag en aanbod, waarbij waar mogelijk een beroep wordt gedaan op verschillende handelspartners, maar ook het aanleggen van voorraden en het zelfstandig optreden wanneer dat nodig is. Dergelijke maatregelen moeten in het algemeen gebaseerd zijn op een combinatie van acties die gericht zijn op en in verhouding staan tot de behoeften van ecosystemen en de vastgestelde risico’s. De Commissie zal nauw samenwerken met de relevante belanghebbenden om maatregelen te identificeren om de positie van de EU in mondiale waardeketens te versterken, onder meer door de buitenlandse handel te versterken en te diversifiëren en nieuwe kansen te creëren, ook voor lage- en middeninkomenslanden. Een meer circulaire economie en een efficiënter gebruik van hulpbronnen dragen ook bij tot het verminderen van de afhankelijkheden en het versterken van de veerkracht. Bovendien moeten deze maatregelen de EU in staat stellen haar eigen capaciteit te versterken, voortbouwend op de sterke punten van een volledig functionerende eengemaakte markt met open en concurrerende markten. De EU zal haar bevoorrechte betrekkingen met haar naaste buurlanden — met name die landen die reeds werken aan convergentie van de regelgeving met de EU — benutten. 

De Commissie zal, zoals uiteengezet in haar toetsing van het handelsbeleid 38 , werken aan de diversifiëring van de internationale toeleveringsketens en internationale partnerschappen nastreven om de paraatheid te vergroten.

Op gebieden van gemeenschappelijke afhankelijkheden met haar partners 39 kan de EU ervoor kiezen om middelen te bundelen en sterkere en meer gevarieerde alternatieve toeleveringsketens op te bouwen met onze naaste bondgenoten en partners. De trans-Atlantische betrekkingen en het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid vormen, net zoals vrijhandelsovereenkomsten met andere partners en handelsblokken, de hoeksteen van dergelijke inspanningen. Wat trans-Atlantische betrekkingen betreft, zou de voorgestelde Raad voor handel en technologie tussen de EU en de VS een platform voor samenwerking kunnen bieden.

De Commissie zal ook omgekeerde afhankelijkheden verder onderzoeken en gebieden in kaart brengen waar andere landen van de EU afhankelijk zijn. Een dieper inzicht in dergelijke onderlinge afhankelijkheden kan leiden tot een betere bepaling van de beleidsrespons van de EU.

De Commissie zal industriële allianties blijven steunen op strategische gebieden waar dergelijke allianties worden aangemerkt als het beste instrument om activiteiten te versnellen die anders niet zouden worden ontwikkeld, waar zij particuliere investeerders helpen aantrekken om nieuwe zakelijke partnerschappen en modellen te bespreken op een wijze die open en transparant is en volledig in overeenstemming is met de mededingingsregels, en waar zij een potentieel hebben voor innovatie en het scheppen van hoogwaardige banen. De Commissie zal bijzondere aandacht besteden aan de inclusiviteit van allianties, met name voor start-ups en kmo’s. Dergelijke allianties moeten een aanvulling vormen op publiek-private partnerschappen 40 en een breed en open platform bieden voor het opstellen van strategische routekaarten en een efficiënte coördinatie van investeringsplannen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie voor technologieën in specifieke ecosystemen. Op drie van de zes gebieden waarvoor de Commissie diepgaande studies in het kader van deze mededeling presenteert, heeft de Commissie reeds industriële allianties opgezet, met name op het gebied van grondstoffen, batterijen en waterstof.

Voortbouwend op deze positieve ervaring bereidt de Commissie de lancering voor van de twee allianties die al waren aangekondigd in de nieuwe industriestrategie en in de mededeling over het digitale decennium op digitaal gebied: de alliantie op het gebied van processors en halfgeleidertechnologieën en de alliantie voor industriële gegevens, edge en cloud. Deze allianties, die een breed scala van belanghebbenden bijeenbrengen, zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van de EU op het gebied van micro-elektronica en de versterking van de industriële positie van Europa op de mondiale markt van cloud- en edgecomputing, met name om te reageren op de trend naar toenemende verspreiding en decentralisatie van gegevensverwerkingscapaciteit en de noodzaak om een gefedereerd cloud-ecosysteem dat van de aanbieders losstaat, mogelijk te maken.

De Commissie overweegt ook de voorbereiding van: i) een alliantie op het gebied van ruimtelanceersystemen om alle spelers, groot en klein, samen te brengen om te werken aan een wereldwijd concurrerende, kosteneffectieve en autonome toegang van de EU tot de ruimte, en ii) een alliantie ter bevordering van een emissievrije luchtvaart om te zorgen voor marktparaatheid voor disruptieve vliegtuigconfiguraties (bv. door waterstof aangedreven of elektrische vliegtuigen), de bestaande investeringen in het kader van het Clean Sky-initiatief te benutten en bij te dragen aan de doelstelling van Europa inzake klimaatneutraliteit tegen 2050, geheel complementair met de alliantie voor hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen 41 , die momenteel wordt overwogen.

De Commissie zal steun blijven verlenen aan de inspanningen van de lidstaten om publieke middelen te bundelen via belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (“Important Projects of Common European Interest”, IPCEI’s) op gebieden waar de markt alleen geen baanbrekende innovatie kan opleveren, zoals het geval was op het gebied van batterijen 42 en micro-elektronica 43 . De lidstaten en bedrijven hebben gezamenlijk belangstelling getoond voor bijkomende IPCEI’s, zoals de cloud van de volgende generatie, waterstof, koolstofarme industrie, geneesmiddelen en een tweede IPCEI inzake geavanceerde halfgeleiders. De Commissie zal deze projectplannen aandachtig bestuderen en, indien aan de criteria wordt voldaan, begeleiden wanneer ze tot maturiteit zijn gekomen. Waar nodig, zoals in het geval van batterijen, kunnen industriële allianties helpen dergelijke IPCEI’s voor te bereiden.

De EU-begroting kan ook investeringen ondersteunen op strategisch belangrijke gebieden. Zo kunnen de nationale plannen voor herstel en veerkracht bijdragen omvatten aan de lidstaatcompartimenten in het kader van het InvestEU-programma en kunnen de lidstaten delen van hun nationale toewijzingen gebruiken om in dergelijke sectoren te investeren.

Strategische afhankelijkheden kunnen specifieke gevolgen hebben voor kmo’s, variërend van hogere omschakelingskosten tot een gebrek aan levendige start-upgemeenschappen en innovatieve kleinere aanbieders. Met een gecombineerde begroting van 61 miljoen EUR in het kader van het programma voor de eengemaakte markt zullen het Europees platform voor clustersamenwerking en het Enterprise Europe Network in 2021 versterkte maatregelen nemen om kmo’s te helpen verstoringen en kwetsbaarheden aan te pakken of te diversifiëren door hen in contact te brengen met nieuwe lokale partners en partners over de grens, en zo hun weerbaarheid vergroten. Digitale oplossingen, zoals gegevensruimtes in industriële productie, zouden ook tot flexibelere toeleveringsketens leiden. 

Mondiaal leiderschap op het gebied van technologieën gaat hand in hand met leiderschap op het gebied van normering en het waarborgen van interoperabiliteit. Wereldwijde convergentie van dezelfde internationale normen helpt de aanpassingskosten te verminderen en versterkt de Europese en mondiale waardeketens. Wil de EU haar invloed op de mondiale normering behouden, dan moet haar eigen normeringsysteem, een hoeksteen van de eengemaakte markt, flexibel en efficiënt functioneren. Of het nu gaat om waterstof, batterijen, offshore windenergie, veilige chemische stoffen, cyberbeveiliging of gegevens uit de ruimte, onze industrie heeft behoefte aan Europese en internationale normen die de dubbele transitie tijdig schragen. Het tot stand brengen van mondiaal leiderschap op het gebied van deze prioritaire normen is ook van cruciaal belang voor het concurrentievermogen en de veerkracht van de industrieën van de EU.

De Commissie zal een strategie voor normering presenteren. Dit zal een assertiever standpunt ondersteunen ten aanzien van Europese belangen op het gebied van normering (in de EU en wereldwijd) en van openlijke samenwerking met anderen op bepaalde gebieden van wederzijds belang (bv. de VS en Canada op het gebied van rechtmatig en ethisch gebruik van KI). In dit verband zal de Commissie onderzoeken of de normalisatieverordening moet worden gewijzigd om deze doelstellingen te bereiken. Een gezamenlijke taskforce van de Commissie en de Europese normalisatieorganisatie (ENO) zal overeengekomen oplossingen definiëren om de normen die als cruciaal zijn aangemerkt, snel vast te stellen. De Commissie zal ook bijzondere aandacht besteden aan het anticiperen op normeringsbehoeften ter ondersteuning van de dubbele transitie van industriële ecosystemen.

Europese bedrijven moeten wereldwijd en op de eengemaakte markt kunnen profiteren van een gelijk speelveld. Het mededingings- en handelsbeleid van de EU moet assertief blijven ten aanzien van oneerlijke en dwingende praktijken en tegelijkertijd internationale samenwerking bevorderen om gemeenschappelijke mondiale problemen op te lossen. Samen met deze mededeling stelt de Commissie een rechtsinstrument voor om de potentieel verstorende effecten van buitenlandse subsidies op de eengemaakte markt aan te pakken. Zij zal ervoor zorgen dat potentieel verstorende subsidies die door buitenlandse overheden worden toegekend aan ondernemingen die een EU-bedrijf willen verwerven of mee willen dingen naar overheidsopdrachten, niet langer ongehinderd kunnen worden toegekend. De Commissie zal met onze handelspartners verstorende subsidies voor de industrie blijven aanpakken.

De overheidsuitgaven in het kader van aanbestedingen bedragen jaarlijks 14 % van het bbp van de EU. Het Europese kader voor overheidsopdrachten kan het concurrentievermogen van bedrijven helpen versterken, onder meer door strategische criteria te hanteren, met name voor groene, sociale en innovatieve aanbestedingen, en tegelijkertijd te zorgen voor transparantie en mededinging. Het is ook belangrijk om innovatiegericht aanbesteden op het gebied van digitale oplossingen en O&O te verhogen 44 . Daarnaast zal de Commissie richtsnoeren ontwikkelen voor een doeltreffende aanwending van overheidsopdrachten om de veerkracht van belangrijke ecosystemen te versterken aan de hand van een instrumentarium om overheidsafnemers te helpen risico’s en afhankelijkheden in verband met strategische toelevering te identificeren en aan te pakken en het leveranciersbestand te diversifiëren.

KERNACTIES

PLANNING

Goedkeuring van een voorstel om de mogelijk verstorende effecten van buitenlandse subsidies op de eengemaakte markt aan te pakken

Mei 2021

Periodieke evaluatie van strategische afhankelijkheden en monitoring van risico’s in verband met strategische afhankelijkheden

Aanvang in 2021

Onderzoeken van internationale partnerschappen en samenwerking om strategische afhankelijkheden aan te pakken

Aanvang in 2021

Aangaan van allianties op het gebied van processoren en halfgeleidertechnologieën, industriële gegevens, edge en cloud

Tweede kwartaal 2021

Versterkte maatregelen tegen verstoringen en kwetsbaarheden in de toeleveringsketens van kmo’s

Vierde kwartaal 2021

Vaststelling van een normeringstrategie

Derde kwartaal 2021

Richtsnoeren voor het identificeren en aanpakken van strategische afhankelijkheden via overheidsopdrachten

Eerste kwartaal 2022

5.De dubbele transitie versnellen

De industriestrategie van 2020 bevatte een lijst van maatregelen ter ondersteuning van de groene en de digitale transitie van de industrie in de EU, waarvan vele reeds zijn uitgevoerd 45 , maar de pandemie heeft de snelheid en de omvang van deze transformatie ingrijpend beïnvloed. Het is nu duidelijker dan ooit dat bedrijven die duurzaamheid en digitalisering nastreven meer kans van slagen hebben dan andere. Daarom is de digitale transformatie van bedrijven een van de vier hoofdpunten van het digitaal kompas 46 .

Het gezamenlijk tot stand brengen van transitietrajecten tussen relevante industriële ecosystemen

Het jaarverslag over de eengemaakte markt 2021 47 bevat een eerste analyse van de uitdagingen waarmee de 14 tot dusver vastgestelde industriële ecosystemen worden geconfronteerd, maar ook van de transformatieve initiatieven die reeds zijn genomen om de dubbele transitie te verwezenlijken en de veerkracht te vergroten. Zo wordt in het werkdocument van de diensten van de Commissie 48 over een schone en concurrerende Europese staalsector uitvoerig ingegaan op wat de groene en de digitale transitie voor deze specifieke sector betekent en wordt uitgelegd hoe EU-beleidsmaatregelen de industrie ondersteunen bij het sturen van deze transitie. 

Deze analyses kunnen van nut zijn om waar nodig, in partnerschap met de industrie, overheden, sociale partners en andere belanghebbenden, gezamenlijk transitietrajecten voor ecosystemen tot stand te brengen. Dergelijke trajecten zullen een beter bottom-upinzicht bieden in de omvang, de kosten, de voordelen op lange termijn en de voorwaarden van de vereiste maatregelen om de dubbele transitie voor de meest relevante ecosystemen te begeleiden, hetgeen zal leiden tot een uitvoerbaar plan ten gunste van duurzaam concurrentievermogen. In een dergelijk plan moet rekening worden gehouden met relevante input, zoals industriële technologische routekaarten die zijn aangekondigd in de mededeling over de Europese onderzoeksruimte 49 en die zijn ontwikkeld in het kader van het actieplan voor synergieën tussen de civiele, de defensie- en de ruimtevaartindustrie 50 .

Er moet prioriteit worden gegeven aan de ecosystemen en sectoren die met de belangrijkste uitdagingen worden geconfronteerd om de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen te verwezenlijken en de digitale transformatie te omarmen, en waarvan het concurrentievermogen daarvan afhangt, zoals energie-intensieve industrieën (met inbegrip van de chemische en staalsector) 51 en de bouwsector, alsook aan sectoren die zwaar zijn getroffen door de crisis en profiteren van een versnelling van hun dubbele transitie om hun herstel te stimuleren (zoals toerisme en mobiliteit 52 ).

Ondersteuning van de businesscase voor de groene en de digitale transitie

De industrie in de EU heeft de uitdagingen en kansen van de dubbele transitie omarmd. Zij is bereid te investeren, maar heeft behoefte aan voorspelbaarheid en een echte businesscase, met een samenhangend en stabiel regelgevingskader, toegang tot capaciteit en infrastructuur, financiering voor innovatie en ontplooiing, grondstoffen en koolstofvrije energie, maatregelen aan de vraagzijde voor klimaatneutrale en circulaire producten en de juiste vaardigheden. Deze zijn noodzakelijk voor een concurrerende transitie.

De herstelinspanningen van de EU bieden rechtstreeks gelegenheid om dergelijke businesscases te ondersteunen. De EU-begroting en NextGenerationEU, en met name de faciliteit voor herstel en veerkracht, moeten worden aangewend als springplank om het herstel in Europa te versnellen en de inzet voor de groene en de digitale transitie te versterken. De Commissie heeft de lidstaten sterk aangemoedigd om in hun plannen voor herstel en veerkracht investeringen en hervormingen op te nemen op een beperkt aantal vlaggenschipgebieden vanwege hun relevantie in alle lidstaten, de zeer grote noodzakelijke investeringen en hun potentieel om banen en groei te creëren en de voordelen te benutten van de groene en de digitale transitie 53 . De Commissie beoordeelt nu zorgvuldig de nationale plannen en zal toezien op de uitvoering ervan om er met name voor te zorgen dat ten minste 37 % van de financiering wordt besteed aan groene investeringen en ten minste 20 % aan digitalisering. Veel nationale plannen voor herstel en veerkracht zullen de financiering naar groene en digitale investeringen van kmo’s kanaliseren. De middelen van het cohesiebeleid voor 2021-2027 zullen sterk gericht zijn op de dubbele transitie en zullen bijdragen tot de groene en de digitale transformatie van de economie van de EU.

De plannen voor herstel en veerkracht bieden een ongekende kans om de krachten te bundelen in meerlandenprojecten om digitale en groene kritieke capaciteiten op te bouwen. Een aantal lidstaten heeft zijn voornemen te kennen gegeven om meerlandenprojecten op te nemen in hun ontwerp van nationale plannen. Deze projecten kunnen de broodnodige investeringen op het gebied van waterstof, 5G-corridors, gemeenschappelijke data-infrastructuur en -diensten, duurzaam vervoer, blockchain en Europese digitale-innovatiehubs versnellen. De Commissie onderzoekt momenteel de opties voor een doeltreffend mechanisme om de uitvoering van dergelijke meerlandenprojecten te versnellen, waardoor met name financiering van de lidstaten en de EU kan worden gecombineerd 54 .

De handhaving van de mededingingsregels, met name de staatssteunregels, zal ervoor zorgen dat overheidsmiddelen voor het herstel niet in de plaats komen van, maar aanzetten tot bijkomende particuliere investeringen. De Commissie voert ook een uitgebreide herziening van de mededingingsregels van de EU uit om ervoor te zorgen dat deze geschikt zijn om de groene en de digitale transitie ten voordele van de Europeanen te ondersteunen, in een tijd waarin het mondiale mededingingsklimaat ook fundamentele veranderingen ondergaat. De herziening van de staatssteunregels op het gebied van milieu en energie zal de lidstaten beter in staat stellen bedrijven te helpen hun productieprocessen koolstofvrij te maken en groenere technologieën toe te passen in de context van de Green Deal en de nieuwe industriestrategie. Staatssteunregels voor IPCEI’s dragen bij tot de bevordering van grensoverschrijdende investeringen in baanbrekende innovaties, waar de markt alleen niet het risico zou nemen, en alleen wanneer de positieve effecten van het aanpakken van duidelijk marktfalen opwegen tegen het risico van marktverstoring op de eengemaakte markt. Hoewel uit de recente evaluatie van de huidige IPCEI-mededeling is gebleken dat de bepalingen goed werken, zijn enkele gerichte aanpassingen nodig, onder meer om de openheid ervan verder te verbeteren en de deelname van kmo’s te vergemakkelijken en om richtsnoeren te verstrekken over de criteria voor het bundelen van middelen uit de nationale begrotingen en EU-programma’s. De nieuwe richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen zullen de lidstaten in staat stellen de minst begunstigde regio’s te ondersteunen bij hun inhaalbeweging en bij het wegwerken van ongelijkheden, alsook regio’s die voor transitie- of structurele uitdagingen staan, en tegelijkertijd zorgen voor een gelijk speelveld tussen de lidstaten.

In haar evaluatie van de richtsnoeren inzake staatssteun voor breedband onderzoekt de Commissie of deze regels geschikt zijn voor het beoogde doel en in overeenstemming zijn met recente technologische en markttechnische ontwikkelingen, zodat zij de ambities van de EU ten aanzien van de uitrol van breedbandinfrastructuur volledig kunnen ondersteunen in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen die onder meer in de mededelingen betreffende de gigabitmaatschappij en het digitale decennium zijn uiteengezet. Voorts zal de lopende herziening van de antitrustregels die van toepassing zijn op horizontale overeenkomsten tussen ondernemingen onder meer betrekking hebben op kwesties die van cruciaal belang zijn voor de groene en de digitale transitie, zoals onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten, en richtsnoeren bieden voor zogenaamde “duurzaamheidsovereenkomsten” en mededingingsbevorderende overeenkomsten inzake het delen en het bundelen van gegevens. Evenzo is de lopende herziening van de verticale groepsvrijstellingsverordening en de verticale richtsnoeren erop gericht de toepasselijke regels beter af te stemmen op de nieuwe realiteiten op de markt, met een toename van de elektronische handel en onlineverkoop in het bijzonder, en bedrijven hierover actuele richtsnoeren te bieden. De bekendmaking inzake marktbepaling wordt ook herzien, rekening houdend met ontwikkelingen als digitalisering en globalisering. Met de toetsing van het handelsbeleid heeft de Commissie een plan opgesteld om het handelsbeleid ten volle zijn rol te laten vervullen in de dubbele transitie. Als onderdeel van haar aandacht voor de uitvoering van handels- en investeringsovereenkomsten zal de EU gebruikmaken van alle flexibiliteit die in haar bestaande handelsovereenkomsten ingebouwd is, zodat deze geschikt zijn voor het beoogde doel en een antwoord bieden op de nieuwe uitdagingen in verband met de groene en de digitale transitie.

Om de financiering van een groen herstel te ondersteunen, werkt de Commissie aan haar vernieuwde strategie voor duurzame financiering en aan een wetgevingsinitiatief inzake duurzame corporate governance, dat voorziet in zorgvuldigheidseisen voor bedrijven. Daarnaast zal de steun voor groene investeringen vergezeld gaan van de ontwikkeling van nieuwe normen voor groene financiering.

Vóór het zomerreces van 2021 zal de Commissie het pakket “Fit for 55” presenteren, met een samenhangende herziening van de belangrijkste instrumenten van het klimaat- en energiepakket voor 2030, met het oog op de totstandbrenging van een klimaatneutraal Europa tegen 2050. De Commissie zal een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie voor bepaalde sectoren voorstellen om het risico van koolstoflekkage beter aan te pakken, in volledige overeenstemming met de WTO-regels. De bestaande instrumenten om het risico op koolstoflekkage van energie-intensieve industrieën die aan het internationale handelsverkeer blootstaan, aan te pakken, moeten verder worden aangewend totdat volledig doeltreffende alternatieve regelingen zijn opgezet. Gezien de uiteenlopende benaderingen van koolstofbeprijzing in de wereld zal de Commissie contact blijven opnemen met de internationale partners van de EU om gronden voor samenwerking op dit gebied te vinden.

Het programma Horizon Europa met alle daarin vervatte instrumenten, met name partnerschappen 55 , de Europese Innovatieraad en het Europese Instituut voor innovatie en technologie, zal het pan-Europese innovatie-ecosysteem van de volgende generatie voor de groene en de digitale transitie ondersteunen. Het Innovatiefonds zal cruciale steun blijven verlenen voor commerciële demonstratie van innovatieve koolstofarme technologieën in meerdere sectoren. Als onderdeel van het voorstel voor een herziene ETS-richtlijn overweegt de Commissie een Europese aanpak van “carbon contracts for difference” (koolstofcontracten ter verrekening van verschillen) voor te stellen, waarbij gebruik wordt gemaakt van ETS-inkomsten en andere vormen van steun uit het Innovatiefonds worden aangevuld.

De huidige investeringen in hernieuwbare energiebronnen, energieopslag, netwerken, interconnecties en industriële transformatie in de EU verlopen te traag 56 . Wil de groene transitie werkelijk duurzaam concurrentievermogen opleveren, dan moet de industrie toegang hebben tot een overvloedig aanbod van betaalbare en koolstofvrije elektriciteit. Hiervoor zijn extra inspanningen vereist. De Commissie zal met de lidstaten samenwerken om hun ambitie op het gebied van hernieuwbare energie te vergroten en de vergunningsprocedures te stroomlijnen. Het “Energy and Industry Geography Lab”, een instrument dat door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie in samenwerking met belanghebbenden uit de industrie wordt ontwikkeld, zal geo-informatie verstrekken aan bedrijven en energie-infrastructuurplanners. Industriële verbruikers, kmo’s en gemeenschappen kunnen ook samenwerken voor langdurige prijszekerheid voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie en een betere ecologische voetafdruk. De Commissie zal in het kader van de herziene richtlijn hernieuwbare energie in juni 2021 maatregelen overwegen om het gebruik van door bedrijven gesloten overeenkomsten voor de aankoop van hernieuwbare energie te ondersteunen en ongerechtvaardigde obstakels weg te nemen.

De marktuitbreiding en de wereldwijde groei van de vraag naar windturbines, zonnepanelen en slimme energietechnologieën bieden een belangrijke kans, aangezien schaalvergroting de energiekosten voor zowel de industrie als de samenleving in het algemeen zou terugdringen. De Commissie is ingenomen met de inspanningen om de productie van deze technologieën in de EU op te schalen, zoals via het door de industrie aangestuurde Europese zonne-initiatief. De Commissie werkt ook aan maatregelen inzake ecologisch ontwerp voor zonnepanelen, met inbegrip van mogelijke eisen met betrekking tot de koolstofvoetafdruk.

De Europese alliantie voor grondstoffen (ERMA) werkt aan een projectenpijplijn voor zowel de waardeketens voor zeldzame aardmetalen en magneten als voor materialen voor energieopslag en -conversie. Als alle door de ERMA geïdentificeerde projecten zouden worden uitgevoerd, zou tegen 2030 tot wel 60 % van de jaarlijks geïnstalleerde windenergiecapaciteit in de EU kunnen gebruikmaken van zeldzame aardmetalen en magneten die in de EU zijn vervaardigd en zou het aanbod in de EU tegen 2030 aan 20 % van de verwachte vraag naar nikkel kunnen voldoen 57 .   

Verdere inspanningen op het gebied van duurzaam productontwerp, een circulaire economie en meer inzameling en recycling van grondstoffen, alsmede een goed functionerende markt voor secundaire grondstoffen zullen van cruciaal belang zijn. Het voorstel van de Commissie voor een batterijenverordening voorziet in een innovatief regelgevingskader inzake batterijen, dat de hele levenscyclus ervan bestrijkt.

Kmo’s kunnen profiteren van de groene transitie, maar hebben behoefte aan advies en financiële steun om hiervan optimaal gebruik te maken. Het Enterprise Europe Network ontwikkelt reeds diensten van duurzaamheidsadviseurs om specifiek advies te verstrekken aan kmo’s en deze zullen vanaf 2022 volledig operationeel zijn. Zij zullen de innovatie van kmo’s bevorderen, zowel op het gebied van koolstofvrije elektriciteitsopwekking, met inbegrip van het gebruik van zonnepanelen, als op het gebied van energie-efficiëntie. Digitalisering is ook van essentieel belang voor kmo’s, zodat alle desbetreffende platforms 58 samen zullen optreden om kmo’s in hun ecosystemen te ondersteunen, bijvoorbeeld bij het vaststellen van datagestuurde bedrijfsmodellen en oplossingen voor cyberdreigingen. Tegen 2023 zal het programma Digitaal Europa 310 miljoen EUR injecteren in de Europese digitale-innovatiehubs, die kmo’s lokale steun zullen bieden bij de digitale transformatie en de toegang tot technologische tests. In 2021 zal de Europese Innovatieraad ook 1,1 miljard EUR aan subsidies en aandelenfinanciering verstrekken, voornamelijk voor start-ups en innovatieve kmo’s.

De Commissie zal zich inspannen om de synergieën tussen de duurzame en digitale transities te versterken. Digitale oplossingen, zoals digitale tweelingen in geavanceerde productie, kunnen helpen om processen in alle ecosystemen te optimaliseren. De door de industrie aangestuurde Europese groene digitale coalitie zal de impact meten van digitale oplossingen en de uitrol ervan in groene sleutelsectoren versnellen. Om de in het digitale kompas 59 gedane toezeggingen na te komen, zal de Commissie aanvullende maatregelen in kaart brengen om de doelstelling van koolstofneutraliteit van ICT-technologieën te halen en het gebruik van digitale technologieën te vergroten om de ecologische voetafdruk van andere ecosystemen te verkleinen.

De groene en de digitale transitie kan niet worden gerealiseerd zonder meer en eerlijk delen van gegevens, met name om de duurzaamheid te optimaliseren en innovatieve producten en diensten te ontwikkelen. Om het potentieel van gegevens door bedrijven en de publieke sector te helpen benutten, zal de Commissie in 2021 een gegevenswet voorstellen en zal zij de oprichting van sectorale “gemeenschappelijke Europese gegevensruimten” blijven steunen, met volledige inachtneming van de grondrechten, via het komende programma Digitaal Europa. Op internationaal niveau voert de EU onderhandelingen in het kader van het initiatief voor een gezamenlijke verklaring van de WTO voor e-handel om vorm te geven aan de mondiale regels voor digitale handel. Om de ontwikkeling van veilige en betrouwbare kunstmatige intelligentie te bevorderen, heeft de Commissie op 21 april 2021 een voorstel voor een regelgevingskader voor KI en een herzien gecoördineerd plan betreffende KI ingediend.

Investeringen in vaardigheden vormen een belangrijk onderdeel van investeringen in mensen en zijn van essentieel belang om de dubbele transitie te ondersteunen en bij te dragen tot een eerlijk herstel. De Europese vaardighedenagenda ondersteunt de groene en de digitale transitie met initiatieven als het pact voor vaardigheden. Dit pact helpt de particuliere sector en andere belanghebbenden te mobiliseren om de Europese beroepsbevolking bij en om te scholen. Het ondersteunt grootschalige partnerschappen voor vaardigheden per ecosysteem, waarvan sommige al verbintenissen tot het verstrekken van vaardigheden bevatten (automobielindustrie, micro-elektronica, luchtvaart- en defensie-industrie). De door de Commissie met relevante belanghebbenden uit elk ecosysteem georganiseerde rondetafelgesprekken zullen tegen midden 2021 alle ecosystemen bestrijken en zullen bijdragen tot het ontwerp en de uitvoering van de trajecten. De EU-begroting voor 2021-2027 omvat een aantal instrumenten die bij- en omscholing kunnen ondersteunen 60 . Ook de nationale plannen voor herstel en veerkracht en een doeltreffende actieve ondersteuning van de werkgelegenheid kunnen daartoe bijdragen 61 .

KERNACTIES

PLANNING

Cocreatie van groene en digitale transitietrajecten voor relevante ecosystemen, te beginnen met toerisme en energie-intensieve industrieën

Vanaf tweede kwartaal 2021

Acties ter bevordering van overeenkomsten voor de aankoop van hernieuwbare energie in het voorstel voor een herziene richtlijn hernieuwbare energie

Tweede kwartaal 2021

Overwegen van een Europese aanpak voor koolstofcontracten in het voorstel voor een herziene ETS-richtlijn

Tweede kwartaal 2021

Energy and Industry Geography Lab

Vanaf vierde kwartaal 2021

6.Conclusie: een sterkere come-back via een sterker herstel

De nieuwe industriestrategie van 2020 heeft de basis gelegd voor een industriebeleid dat de dubbele transitie zou ondersteunen, de EU-industrie wereldwijd concurrerender zou maken en de strategische autonomie van Europa zou versterken. Zij stelde een nieuwe aanpak voor de Europese industrie voor, die aansluit op de ambities van vandaag en de realiteit van morgen. Dit proces is nog steeds aan de gang en bouwt voort op de troeven van Europa, dat van oudsher een sterke industrie huisvest: onze diversiteit en het talent van onze mensen, onze vernieuwers en onze makers, onze waarden en onze sociale markttradities. Deze nieuwe industriestrategie is ondernemend in opzet en uitvoering en geldt nog meer dan ooit.

De EU, haar lidstaten en haar industrie trekken nu lessen uit de crisis en zijn bereid om de Europese industrie een nieuwe duurzame concurrentiepositie te geven. Dit betekent dat de in het industriepakket van maart 2020 aangekondigde maatregelen met betrekking tot de industrie, de kmo’s en de interne markt moeten worden uitgevoerd en verder moeten worden uitgewerkt. Het betekent ook dat Europa’s centrale troef, zijn eengemaakte markt, moet worden veiliggesteld, dat gezorgd moet worden voor een open strategische autonomie en dat de groene en de digitale transitie op het hele grondgebied van de EU moeten worden versneld. Wetgeving, cocreatie, investeringen, partnerschappen en internationale samenwerking hebben allemaal een rol te spelen. Deze actualisering van het pakket industriebeleid zal bijdragen tot de verwezenlijking van die doelstellingen.

Om doeltreffend te zijn, moeten deze inspanningen worden ondersteund door sterke partnerschappen tussen de EU, de lidstaten, de sociale partners, industriële en andere relevante belanghebbenden, tussen en binnen de industriële ecosystemen, voortbouwend op het open en inclusieve Industrieforum van de EU. Voor de meest relevante ecosystemen en samen met andere relevante belanghebbenden zal het Industrieforum de ontwikkeling van transitietrajecten en de analyse van strategische afhankelijkheden ondersteunen. Het zal beste praktijken en oplossingen in alle ecosystemen bevorderen en de grens- en sectoroverschrijdende investeringsbehoeften en samenwerkingsmogelijkheden in kaart brengen.

De Commissie zal de politieke verantwoordelijkheid voor de industriële strategie blijven bevorderen en een regelmatige dialoog blijven voeren met het Europees Parlement en de Raad.

De EU zal waar mogelijk internationale samenwerking nastreven om een sterke mondiale economie tot stand te brengen op basis van EU-beginselen, waaronder een gelijk speelveld, leiderschap op het gebied van normering en andere regelgevingsprioriteiten, en tegelijkertijd de veerkracht van mondiale toeleveringsketens te versterken.

(1)

COM(2020) 102 final, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0102&qid=1612889874900&from=NL . Het “pakket industriebeleid 2020” bevat ook een specifieke strategie voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s; COM(2020) 103 final) en specifieke maatregelen om belemmeringen voor een goede werking van de eengemaakte markt aan te pakken en de handhaving van gezamenlijk overeengekomen regels te verbeteren (COM(2020) 93 final en COM(2020) 94 final).

(2)

In SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021, worden de volgende 14 industriële ecosystemen geïdentificeerd: 1) ruimtevaart en defensie, 2) agrovoeding, 3) bouwnijverheid, 4) culturele en creatieve sector, 5) digitale sector, 6) elektronica, 7) energie-intensieve industrieën, 8) hernieuwbare energie, 9) gezondheid, 10) mobiliteit-vervoer-automobiel, 11) nabijheid, sociale economie en civiele veiligheid, 12) detailhandel, 13) textielproducten, 14) toerisme. Er kunnen nog andere ecosystemen worden geïdentificeerd en de afbakening ervan kan worden aangepast op grond van dialogen met belanghebbenden en in functie van veranderende realiteiten.

(3)

Activering van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact, tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie gedurende de COVID-19-pandemie, Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) en het investeringsinitiatief coronavirusrespons.

(4)

COM(2020) 456 final.

(5)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021.

(6)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021.

(7)

Europese Commissie/Europese Centrale Bank (november 2020), Survey on the Access to finance of enterprises (SAFE).

(8)

Conclusies van de Europese Raad van 1 en 2 oktober 2020 (EUCO 13/20).

(9)

Resolutie van het Europees Parlement van 25 november 2020 over een nieuwe industriestrategie voor Europa, 2020/2076(INI).

(10)

Conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 11 september 2020, 16 november 2020.

(11)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021.

(12)

Naar aanleiding van het verzoek van de Europese Raad van 2 oktober 2020 om strategische afhankelijkheden in kaart te brengen, met name in de meest kwetsbare industriële ecosystemen, en maatregelen voor te stellen om deze afhankelijkheid te verminderen.

(13)

SWD(2020) 104, Energy security: good practices to address pandemic risks.

(14)

Aanbevelingen van de Commissie en de Raad inzake een gemeenschappelijke gecoördineerde aanpak met betrekking tot reisbeperkingen.

(15)

Uit analysen van de OESO is gebleken dat mondiale waardeketens niet alleen de economische efficiëntie maximaliseren, maar ook dat veerkrachtige toeleveringsketens in tijden van crisis essentieel zijn om schokken op te vangen, aanpassingsmogelijkheden te bieden en het herstel te versnellen. Zie Shocks, risks and global value chains: insights from the OECD METRO model, juni 2020.

(16)

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/speech_21_745

(17)

Zie SWD(2020) 54 final en SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021.

(18)

Deze sector vertegenwoordigt 70 % van het bbp van de EU en een gelijkwaardig aandeel in de werkgelegenheid.

(19)

SMET is het forum op hoog niveau waar de Commissie en de lidstaten gezamenlijk zoeken naar oplossingen voor de belemmeringen voor de eengemaakte markt die hun oorsprong vinden in tekortkomingen op het gebied van handhaving of uitvoering. In dit eerste jaar speelde het een belangrijke rol bij de beoordeling van de maatregelen van de lidstaten inzake grenzen en reisbeperkingen die het vrije verkeer binnen de EU beperken.

(20)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021, bijlage I.

(21)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021, en COM(2020) 93.

(22)

Hierbij zou een grondige analyse van het potentieel van geharmoniseerde normen om grensoverschrijdende activiteiten, marktpotentieel en openstelling en algemeen economisch voordeel te bevorderen, ook voor kmo’s en vrouwelijke ondernemers, worden uitgevoerd om prioritaire gebieden vast te stellen. De gevolgen voor de arbeidsomstandigheden en de rechten van werknemers zullen grondig in overweging worden genomen.

(23)

COM(2019) 426 final.

(24)

Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011.

(25)

COM(2021) 219, Betere Regelgeving: krachten bundelen om betere wetten te maken, https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/better_regulation_joining_forces_to_make_better_laws_en_0.pdf

(26)

Een van de onderliggende oorzaken van betalingsachterstanden.

(27)

Volgens het waarnemingscentrum duren de geschillen in het bouwecosysteem van de EU het langst ter wereld (gemiddeld 20 maanden om een geschil op te lossen).

(28)

Volgens ramingen zal 11,4 % van alle ondernemingen waarschijnlijk verdwijnen als er geen steun meer beschikbaar is en zij geen toegang krijgen tot nieuwe kredietbronnen. SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021.

(29)

Die, overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt g), van de InvestEU-verordening, negatieve gevolgen hadden ondervonden van de COVID-19-crisis en eind 2019 nog niet in moeilijkheden verkeerden wat staatssteun betreft.

(30)

In “A Public-Private Fund to Support the EU IPO Market for SMEs”, studie van de Europese Commissie beschikbaar op: https://ec.europa.eu/info/evaluation-reports-economic-and-financial-affairs-policies-and-spending-activities_en, wordt voorgesteld een publiek-privaat IPO-fonds met een publieke investering van ongeveer 740 miljoen EUR op te richten om het aantal beursintroducties van kmo’s en midcap-ondernemingen in Europa met 10 % te verhogen.

(31)

De Commissie zal ook een overkoepelend langetermijnperspectief voor het versterken van de open strategische autonomie van Europa uitwerken in haar strategisch prognoseverslag 2021.

(32)

Executive Order on America’s Supply Chains.

(33)

De farmaceutische strategie voor de EU voorziet in maatregelen om deze problemen met betrekking tot de levering van geneesmiddelen aan te pakken (COM/2020/761).

(34)

De Commissie zal tegen de zomer van 2021 een aanvullende gedetailleerde analyse publiceren van kritieke toeleveringsketens voor de energiesector. Uit de analyse blijkt dat kritieke grondstoffen en verwerkte materialen van essentieel belang zijn om energiezekerheid en het welslagen van de transitie naar schone energie te waarborgen.

(35)

Werkdocument van de diensten van de Commissie over strategische afhankelijkheden en capaciteiten (SWD(2021) 352).

(36)

https://ec.europa.eu/health/human-use/strategy/dialogue_medicines-supply_en

(37)

COM(2021) 70, Actieplan voor synergieën tussen de civiele, de defensie- en de ruimtevaartindustrie.

(38)

COM(2021) 66.

(39)

Zo worden in een analyse van kwetsbare ecosystemen ongeveer 20 producten geïdentificeerd die uit China worden ingevoerd en waarvan zowel de EU als de VS sterk afhankelijk zijn (onder meer in de ecosystemen voor gezondheid, energie-intensieve industrieën, hernieuwbare energiebronnen en digitale producten/elektronica). Hetzelfde geldt ook voor andere nauwe handelspartners van de EU.

(40)

Met inbegrip van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda’s van partnerschappen in het kader van Horizon Europa met steun van het bedrijfsleven en de lidstaten, die de basis vormen voor industriële technologische routekaarten van de EOR (COM(2020) 628, blz. 10). Er zijn 49 voorgestelde publiek-private partnerschappen in het programma Horizon Europa en een EU-bijdrage van bijna 25 miljard EUR, die ten minste hetzelfde bedrag van particuliere partners en lidstaten moeten mobiliseren.

(41)

COM(2020) 789, Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit.

(42)

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_21_226

(43)

https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/et/ip_18_6862

(44)

Onderinvestering in innovatiegericht aanbesteden in Europa in vergelijking met zijn belangrijkste handelspartners is het grootst op het gebied van digitale oplossingen en O&O (respectievelijk onderinvestering van factor 3 en factor 5).

https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/news/final-report-available-benchmarking-innovation-procurement-investments-and-policy-frameworks-across  

(45)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021, afdeling 3 en bijlage II.

(46)

COM(2021) 118 final.

(47)

SWD(2021) 351, Jaarverslag over de eengemaakte markt 2021, bijlage III.

(48)

SWD(2021) 353, Toward Competitive and Clean European Steel.

(49)

COM(2020) 628 final, Een nieuwe EOR voor onderzoek en innovatie.

(50)

COM(2021) 70 final, Actieplan voor synergieën tussen de civiele, de defensie- en de ruimtevaartindustrie.

(51)

Er moeten synergieën worden ontwikkeld tussen de transitietrajecten en de indicatieve, vrijwillige routekaarten, zoals voorzien in de verordening betreffende een Europese klimaatwet.

(52)

Rekening houdend met de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit (COM(2020) 789 final).

(53)

Jaarlijkse strategie voor duurzame groei voor 2021 (COM(2020) 575 final). De vlaggenschipinitiatieven worden aangeduid als volgt: versnellen, renoveren, opladen en bijtanken, verbinden, moderniseren, opschalen en om- en bijscholen.

(54)

Zoals aangekondigd in de mededeling “Digitaal kompas 2030” (COM(2021) 118 final).

(55)

Met inbegrip van schoon staal, verwerkende sectoren, waterstof, batterijen, emissievrij wegvervoer, schone luchtvaart, emissievrij vervoer over water, duurzame bebouwde omgeving en geavanceerde productie.

(56)

SWD(2020) 176 final, Effectbeoordeling bij het klimaatdoelstellingsplan voor 2030 (tabel 12); Agora-Energiewende & EMBER (2021): The European Power Sector in 2020. Volgens de meest recente nationale energie- en klimaatplannen zou de elektriciteitsproductie op basis van wind- en zonne-energie tussen 2020 en 2030 met 72 TWh per jaar toenemen, maar zou een verhoging van 93-100 TWh/jaar nodig zijn om de klimaatdoelstelling van 55 % te halen.

(57)

Zie hoofdstuk 5.1 van SWD(2021) 352, Strategic Dependencies and Capacities for the underlying calculations.

(58)

Netwerk van Europese digitale-innovatiehubs (EDIH), ECCP, EEN en Startup Europe.

(59)

COM(2021) 118 final, Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium.

(60)

Zoals het Europees Sociaal Fonds, Erasmus of het programma Digitaal Europa.

(61)

Aanbeveling van de Commissie voor doeltreffende actieve ondersteuning van de werkgelegenheid (C(2021) 1372 final).

Top