EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020XC1013(03)

Mededeling van de Commissie Vierde wijziging van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak en wijziging van de bijlage bij de mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering 2020/C 340 I/01

C/2020/7127

OJ C 340I , 13.10.2020, p. 1–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

13.10.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 340/1


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Vierde wijziging van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak en wijziging van de bijlage bij de mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering

(2020/C 340 I/01)

1.   INLEIDING

1.

Op 19 maart 2020 heeft de Commissie haar mededeling “Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak” (1) (“de tijdelijke kaderregeling”) vastgesteld. Op 3 april 2020 heeft zij een eerste wijziging vastgesteld waardoor er steun kan gaan naar het versnellen van onderzoek naar, het testen en de productie van voor COVID-19 relevante producten, naar het beschermen van banen en naar de verdere ondersteuning van de economie tijdens de huidige crisis (2). Op 8 mei 2020 heeft zij een tweede wijziging vastgesteld om de toegang tot kapitaal en liquiditeit voor door de crisis getroffen ondernemingen verder te vergemakkelijken (3). Op 29 juni 2020 heeft zij een derde wijziging vastgesteld om micro-, kleine en startende ondernemingen verder te ondersteunen en particuliere investeringen te stimuleren (4).

2.

De onder de tijdelijke kaderregeling vallende steunmaatregelen zorgen voor een passend evenwicht tussen de positieve effecten op ondernemingen en mogelijke negatieve effecten op de mededinging en het handelsverkeer op de interne markt. Een gerichte en evenredige toepassing van het EU-staatssteuntoezicht biedt de garantie dat nationale maatregelen de tijdens de COVID-19-uitbraak getroffen ondernemingen doeltreffend ondersteunen en dat tegelijk buitensporige verstoringen van de interne markt beperkt blijven, de integriteit van de interne markt in stand wordt gehouden en een gelijk speelveld verzekerd blijft. Een en ander zal helpen om de economische activiteit tijdens de COVID-19-uitbraak gaande te houden en zal de economie een goede springplank bieden om de crisis te boven te komen, zonder dat het belang uit het oog wordt verloren van de totstandbrenging van de groene en digitale transitie, in overeenstemming met EU-recht en -doelstellingen.

3.

Deze mededeling heeft als doel de in de tijdelijke kaderregeling vervatte maatregelen te verlengen tot en met 30 juni 2021 en voor punt 3.11 tot en met 30 september 2021; aanvullende tijdelijke staatssteunmaatregelen vast te stellen (in de vorm van steun voor niet-gedekte vaste kosten); en de voorwaarden te verduidelijken en te wijzigen voor bepaalde tijdelijke staatssteunmaatregelen die de Commissie, in het licht van de COVID-19-uitbraak, als verenigbaar uit hoofde van artikel 107, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) beschouwt. Deze mededeling heeft ook als doel de lijst van landen met verhandelbare risico’s te wijzigen die is opgenomen in de bijlage bij de mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering (“de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering”) (5).

4.

Ten eerste herinnert de Commissie eraan dat de tijdelijke kaderregeling aanvankelijk op 31 december 2020 zou aflopen, behalve punt 3.11, dat op 30 juni 2021 zou aflopen. De tijdelijke kaderregeling voorzag ook in de mogelijkheid dat de Commissie de tijdelijke kaderregeling vóór 31 december 2020 zou herzien op basis van belangrijke overwegingen op economisch gebied of op het gebied van het mededingingsbeleid.

5.

In die context heeft de Commissie beoordeeld of steun op grond van de tijdelijke kaderregeling nodig blijft, om te kunnen beslissen of de tijdelijke kaderregeling na 31 december 2020 moet blijven lopen. De Commissie heeft met name de volgende factoren in aanmerking genomen: enerzijds de ontwikkeling van de economische situatie in de uitzonderlijke omstandigheden die door de COVID-19-uitbraak zijn ontstaan; anderzijds de geschiktheid van de tijdelijke kaderregeling als instrument om ervoor te zorgen dat nationale steunmaatregelen de tijdens de uitbraak getroffen ondernemingen doeltreffend helpen en dat tegelijkertijd buitensporige verstoringen van de interne markt beperkt blijven en een gelijk speelveld verzekerd blijft.

6.

Volgens de economische zomerprognose 2020 (6) zal de EU-economie in 2020 naar verwachting met 8,3 % krimpen, een sterkere krimp dan de 7,4 % die in het voorjaar werd verwacht. Aangezien de opheffing van de beperkende maatregelen geleidelijker verloopt dan aanvankelijk gepland, kan de impact van de COVID-19-uitbraak op de economische activiteit groter zijn dan verwacht. Het bbp van de eurozone zou eind 2021 ongeveer 2 % lager liggen dan eind 2019 – vóór de crisis – en ongeveer 4,5 % onder het in de winterprognose geraamde bbp (7). Omdat de opheffing van de beperkingen geleidelijk verloopt, maar ook door de meer permanente gevolgen van de uitbraak (bv. grootschalig verlies van banen en insolventie van ondernemingen) kan er sprake zijn van een trager en onvolledig herstel.

7.

De lidstaten hebben veel gebruikgemaakt van de mogelijkheden van de tijdelijke kaderregeling als instrument om de economische gevolgen van de uitbraak aan te pakken. Op 16 september 2020 heeft de Commissie de lidstaten een vragenlijst toegezonden over het effect en de doeltreffendheid van de tijdelijke kaderregeling. Uit de door de Commissie verzamelde gegevens blijkt dat het een nuttig aanvullend instrument was om de economie tijdens de crisis te ondersteunen.

8.

De tijdelijke kaderregeling is weliswaar nuttig als instrument om de economische gevolgen van de uitbraak aan te pakken, maar bij het gebruik ervan kwam ook ongelijkheid binnen de interne markt aan het licht, voornamelijk als gevolg van de verschillen in economische omvang en begroting van de lidstaten. De Commissie is daarom van mening dat een beperkte verlenging van de in de tijdelijke kaderregeling vastgestelde maatregelen tot en met 30 juni 2021 en voor punt 3.11 tot en met 30 september 2021 passend is om ervoor te zorgen dat nationale steunmaatregelen de tijdens de uitbraak getroffen ondernemingen doeltreffend helpen, maar ook dat de integriteit van de interne markt gehandhaafd blijft en een gelijk speelveld verzekerd blijft. Met het oog op de rechtszekerheid zal de Commissie vóór 30 juni 2021 beoordelen of de tijdelijke kaderregeling verder moet worden verlengd.

9.

Daarnaast verduidelijkt de Commissie dat voor de toepassing van de punten 3.1, 3.2 en 3.3 van de tijdelijke kaderregeling het werkelijke voordeel op een bepaald moment in aanmerking moet worden genomen en altijd binnen de algemene limieten van de tijdelijke kaderregeling moet blijven. Dat betekent dat indien bijvoorbeeld op grond van punt 3.1 een terugbetaalbaar voorschot van 800 000 EUR aan een onderneming wordt toegekend en dat voorschot vóór het aflopen van de tijdelijke kaderregeling is terugbetaald, die onderneming opnieuw in aanmerking zou komen voor beperkte steunbedragen op grond van punt 3.1, mits aan de daarin vastgestelde voorwaarden is voldaan. Voorts verduidelijkt de Commissie dat wanneer een steunmaatregel op grond van punt 3.2 of punt 3.3 is toegekend en de voorwaarden ervan vóór het aflopen van de tijdelijke kaderregeling zijn aangepast, de reeds ontvangen steun en de nieuwe steun in hun geheel gedurende de gehele looptijd van de maatregel moeten voldoen aan punt 3.2 en punt 3.3 en binnen de daarin vermelde limieten moeten blijven.

10.

De lidstaten kunnen overwegen bestaande steunmaatregelen die op grond van de tijdelijke kaderregeling door de Commissie zijn goedgekeurd, te wijzigen om de toepassing ervan tot en met 30 juni 2021 en voor punt 3.11 tot en met 30 september 2021 te verlengen. Lidstaten die dit van plan zijn, wordt verzocht een lijst mee te delen van alle bestaande steunmaatregelen waarvoor zij een wijziging in het vooruitzicht stellen, samen met de nodige informatie die in de bijlage bij deze mededeling is bepaald. Op die manier kan de Commissie één besluit over de lijst met regelingen aannemen.

11.

Ten tweede hebben veel ondernemingen als gevolg van de COVID-19-uitbraak tijdelijk te maken met een lagere vraag, waardoor zij een deel van hun vaste kosten niet kunnen dekken. In veel gevallen zal de vraag naar verwachting in de komende maanden herstellen en is het voor die ondernemingen wellicht niet efficiënt om in te krimpen als dat aanzienlijke herstructureringskosten meebrengt. Ondersteuning van die ondernemingen door tijdelijk aan een deel van hun vaste kosten bij te dragen kan een efficiënte manier zijn om de tussentijd te overbruggen, zodat verslechtering van hun kapitaalpositie wordt voorkomen, hun bedrijfsactiviteiten kunnen doorgaan en hun een stevig platform voor herstel wordt geboden.

12.

De Commissie is derhalve van mening dat lidstaten mogen overwegen bij te dragen aan de niet-gedekte vaste kosten van ondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten tijdelijk werden gestaakt of verminderd als gevolg van de COVID-19-uitbraak. De Commissie is van mening dat in het kader van dergelijke maatregelen verleende steun gerechtvaardigd is en voor een beperkte periode op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU verenigbaar met de interne markt kan worden verklaard om de bredere negatieve economische gevolgen van de door de COVID-19-uitbraak veroorzaakte economische verstoring aan te pakken.

13.

Ten derde stelt de tijdelijke kaderregeling de criteria vast op basis waarvan de lidstaten in de vorm van eigenvermogens- en/of hybride kapitaalinstrumenten verenigbare steun mogen verlenen aan ondernemingen die als gevolg van de COVID-19-uitbraak met financiële moeilijkheden worden geconfronteerd. In dit verband verduidelijkt de Commissie dat voorkeursrechten voor bestaande aandeelhouders op grond van punt 64 van de tijdelijke kaderregeling er niet toe mogen leiden dat de bestaande aandeelhouders een groter belang in het eigen vermogen van de begunstigde verwerven dan vóór de COVID-19-herkapitalisatie. De Commissie verduidelijkt ook dat de exit van de Staat uit begunstigden van een COVID-19-herkapitalisatie via het mechanisme van punt 64 van de tijdelijke kaderregeling vereist dat het eigenvermogensbelang van de Staat tegen marktprijzen wordt verkocht aan derden, d.w.z. andere entiteiten dan de begunstigde, die geen overheden of openbare bedrijven zijn in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2006/111/EG (8).

14.

Aangezien dat mechanisme in overeenstemming moet zijn met het in het VWEU neergelegde neutraliteitsbeginsel ten aanzien van openbaar of particulier eigendom (artikel 345 VWEU), brengt de Commissie bepaalde aanpassingen in het mechanisme aan om ervoor te zorgen dat de exit van de Staat uit ondernemingen waarin hij een bestaande (d.w.z. vóór de COVID-19-herkapitalisatie) aandeelhouder is, plaatsvindt onder voorwaarden die redelijkerwijs gelijkwaardig kunnen worden geacht aan die welke voor particuliere ondernemingen gelden.

15.

Lidstaten die zich reeds hebben verbonden tot de mogelijkheid zich terug te trekken uit begunstigden van een COVID-19-herkapitalisatie via het mechanisme van punt 64 van de tijdelijke kaderregeling, door hun eigenvermogensbelang aan andere kopers dan de begunstigde te verkopen, mogen overwegen bestaande steunmaatregelen die door de Commissie op grond van de tijdelijke kaderregeling zijn goedgekeurd, te wijzigen om te voorzien in de extra mogelijkheden die deze mededeling toevoegt. Lidstaten die dit van plan zijn, wordt verzocht een lijst mee te delen van alle bestaande steunmaatregelen waarvoor zij een wijziging in het vooruitzicht stellen, samen met de nodige informatie die in de bijlage bij deze mededeling is bepaald. Op die manier kan de Commissie één besluit over de lijst met maatregelen aannemen.

16.

Ten vierde is uit de toepassing van de tijdelijke kaderregeling gebleken dat met betrekking tot sommige bepalingen, vooral in punt 3.1 en punt 3.11, aanvullende verduidelijkingen en wijzigingen moeten worden aangebracht.

17.

Tot slot voorziet deze mededeling in wijziging van de lijst van landen met verhandelbare risico’s in de bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering, alsook in wijziging van de desbetreffende bepalingen van de tijdelijke kaderregeling met betrekking tot kortlopende exportkredietverzekering.

18.

In de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering is bepaald dat verhandelbare risico’s niet mogen worden gedekt door exportkredietverzekeringen met steun van lidstaten. In maart 2020 stelde de Commissie vast dat er als gevolg van de COVID-19-uitbraak een gebrek was aan voldoende particuliere verzekeringscapaciteit voor kortlopende exportkredieten in het algemeen, zodat zij besloot alle commerciële en politieke risico’s die verbonden zijn aan de uitvoer naar de in de bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering opgenomen landen, tijdelijk als onverhandelbaar te beschouwen tot en met 31 december 2020 (9).

19.

Gezien de aanhoudende moeilijkheden als gevolg van de COVID-19-uitbraak heeft de Commissie overeenkomstig de punten 35 en 36 van de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering een openbare raadpleging gehouden om de beschikbaarheid van kortlopende exportkredietverzekeringen te beoordelen, teneinde te bepalen of de schrapping van alle landen van de lijst van landen met verhandelbare risico’s in de bijlage bij de mededeling over exportkredietverzekering op grond van de huidige marktsituatie kan worden verlengd tot na 31 december 2020. De Commissie heeft een aanzienlijk aantal antwoorden ontvangen van lidstaten, particuliere verzekeraars, exporteurs en brancheorganisaties, waaruit bleek dat de particuliere kredietverzekeringscapaciteit voor uitvoer in het algemeen nog steeds snel krimpt. De meeste publieke verzekeraars registreerden een aanzienlijke stijging van het aantal aanvragen van een kredietverzekeringspolis voor de uitvoer naar landen met verhandelbare risico’s. De meerderheid van de respondenten verwacht dat de verzekeringsdekking schaars blijft, wat impliceert dat de beschikbaarheid van particuliere verzekering voor die landen in 2021 naar verwachting ontoereikend zal zijn.

20.

Rekening houdend met de resultaten van de openbare raadpleging en met de algemene tekenen van de aanhoudende ontwrichtende gevolgen van COVID-19 voor de economie van de Unie als geheel, is de Commissie van mening dat er nog steeds een algemeen gebrek is aan voldoende particuliere capaciteit om alle economisch verantwoorde risico’s te dekken voor de uitvoer naar landen die zijn opgenomen op de lijst van landen met verhandelbare risico’s in de bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering. In die omstandigheden zal de Commissie alle commerciële en politieke risico’s die verbonden zijn aan de uitvoer naar de landen die zijn opgenomen in de bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering, tijdelijk als onverhandelbaar beschouwen tot en met 30 juni 2021, in overeenstemming met de duur van de tijdelijke kaderregeling. Overeenkomstig punt 36 van de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering zal de Commissie voordat de tijdelijke uitzondering verstrijkt, nagaan of deze moet worden verlengd.

2.   WIJZIGINGEN VAN DE TIJDELIJKE KADERREGELING

21.

De volgende wijzigingen van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak worden van kracht vanaf 13 oktober 2020.

22.

In punt 22 wordt punt a) vervangen door:

“a.

de totale steun bedraagt niet meer dan 800 000 EUR per onderneming (*1). De steun mag worden toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen en betalingsregelingen of andere vormen van steun, zoals terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen en eigen vermogen, mits de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen onder het totale plafond van 800 000 EUR per onderneming blijft; alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

(*1)  Steun die wordt verleend op grond van in het kader van dit punt goedgekeurde regelingen die vóór 30 juni 2021 is terugbetaald, wordt niet in aanmerking genomen om te bepalen of het desbetreffende plafond wordt overschreden.”."

23.

In punt 22 wordt punt d) vervangen door:

“d.

de steun wordt uiterlijk op 30 juni 2021 verleend (*2);

(*2)  Indien de steun in de vorm van een belastingvoordeel wordt toegekend, moet de belastingverplichting waarvoor dat voordeel wordt toegekend, uiterlijk 30 juni 2021 zijn ontstaan.”."

24.

In punt 23 wordt punt a) vervangen door:

“a.

de totale steun bedraagt niet meer dan 120 000 EUR per onderneming die actief is in de visserij- en aquacultuursector (*3) of 100 000 EUR per onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten (*4); (*5)de steun mag worden toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, belastingvoordelen en betalingsregelingen of andere vormen van steun, zoals terugbetaalbare voorschotten, garanties, leningen en eigen vermogen, mits de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen niet meer bedraagt dan het totale plafond van 120 000 EUR of 100 000 EUR per onderneming; alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

(*3)  Zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PB L 190 van 28.6.2014, blz. 45)."

(*4)  Alle in bijlage I bij het VWEU vermelde producten, met uitzondering van de producten van de visserij- en aquacultuursector."

(*5)  Steun die wordt verleend op grond van in het kader van dit punt goedgekeurde regelingen die vóór 30 juni 2021 wordt terugbetaald, wordt niet in aanmerking genomen om te bepalen of het desbetreffende plafond wordt overschreden.”."

25.

In punt 25 wordt punt c) vervangen door:

“c.

de garantie wordt uiterlijk 30 juni 2021 toegekend;”.

26.

In punt 25 wordt de aanhef van punt d) vervangen door:

“d.

voor leningen met een looptijd tot na 30 juni 2021 mag het totale bedrag van leningen per begunstigde niet meer bedragen dan:”.

27.

In punt 25 wordt punt e) vervangen door:

“e.

voor leningen met een looptijd tot 30 juni 2021 mag het bedrag van de hoofdsom van de lening hoger zijn dan vermeld in punt 25, onder d), indien de lidstaat de Commissie daarvoor een passende motivering geeft en mits de evenredigheid van de steun gewaarborgd blijft en door de lidstaat aan de Commissie wordt aangetoond;”.

28.

In punt 27 wordt punt c) vervangen door:

“c.

de leningsovereenkomsten worden uiterlijk 30 juni 2021 ondertekend en zijn beperkt tot maximaal zes jaar, tenzij de looptijd overeenkomstig punt 27, onder b), gemoduleerd wordt;”.

29.

In punt 27 wordt de aanhef van punt d) vervangen door:

“d.

voor leningen met een looptijd tot na 30 juni 2021 mag het totale bedrag van leningen per begunstigde niet meer bedragen dan:”.

30.

In punt 27 wordt punt e) vervangen door:

“e.

voor leningen met een looptijd tot 30 juni 2021 mag het bedrag van de hoofdsom van de lening hoger zijn dan vermeld in punt 27, onder d), indien de lidstaat de Commissie daarvoor een passende motivering geeft en mits de evenredigheid van de steun gewaarborgd blijft en door de lidstaat aan de Commissie wordt aangetoond;”.

31.

Punt 28 wordt vervangen door:

“28.

Steun in de vorm van garanties en leningen overeenkomstig punt 3.1, punt 3.2, punt 3.3 en punt 3.12 van deze mededeling mag aan ondernemingen die met een plots liquiditeitstekort te maken krijgen, worden verleend hetzij rechtstreeks hetzij via kredietinstellingen en andere financiële instellingen als financiële intermediairs. In dat laatste geval moeten de onderstaande voorwaarden worden nageleefd.”.

32.

Punt 33 wordt vervangen door:

“33.

In die context beschouwt de Commissie alle commerciële en politieke risico’s die verbonden zijn aan de uitvoer naar de landen die zijn opgenomen in de bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering, tijdelijk als onverhandelbaar tot en met 30 juni 2021.”.

33.

In punt 35 wordt punt a) vervangen door:

“a.

de steun wordt uiterlijk 30 juni 2021 toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen;”.

34.

In punt 37 wordt punt a) vervangen door:

“b.

de steun wordt uiterlijk 30 juni 2021 toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen;”.

35.

In punt 39 wordt punt a) vervangen door:

“b.

de steun wordt uiterlijk 30 juni 2021 toegekend in de vorm van rechtstreekse subsidies, terugbetaalbare voorschotten of belastingvoordelen;”.

36.

Punt 41 wordt vervangen door:

“41.

De Commissie zal op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU steunregelingen als verenigbaar met de interne markt beschouwen die bestaan in tijdelijk betalingsuitstel voor belastingen of sociale premies dat geldt voor ondernemingen (met inbegrip van zelfstandigen) die bijzonder worden getroffen door de uitbraak van COVID-19, bijvoorbeeld in specifieke sectoren, regio’s of voor ondernemingen van een bepaalde omvang. Dit geldt ook voor maatregelen ten aanzien van fiscale of socialezekerheidsverplichtingen die de liquiditeitskrapte moeten verlichten waarmee de begunstigden worden geconfronteerd, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, uitstel voor in tranches verschuldigde betalingen, gemakkelijkere toegang tot betalingsregelingen voor belastingschulden en de toekenning van rentevrije perioden, opschorting van invordering van belastingschulden, en versnelde belastingteruggave. De steun moet worden toegekend vóór 30 juni 2021 en de einddatum voor het uitstel mag niet later dan 31 december 2022 zijn.”.

37.

Punt 48 wordt vervangen door:

“48.

De COVID-19-herkapitalisatiemaatregelen mogen niet later worden toegekend dan 30 september 2021.”.

38.

Punt 54 wordt vervangen door:

“54.

Om de evenredigheid van de steun te waarborgen, mag het bedrag van de COVID‐19-herkapitalisatie niet meer bedragen dan het minimum dat nodig is om de levensvatbaarheid van de begunstigde te garanderen, en mag het niet verder gaan dan het herstellen van de kapitaalstructuur van de begunstigde tot die van vóór de COVID‐19-uitbraak, d.w.z. de situatie op 31 december 2019. Bij de beoordeling van de evenredigheid van de steun moet rekening worden gehouden met staatssteun die in de context van de COVID-19-uitbraak ontvangen of gepland is (*6).

(*6)  Voor de toepassing van dit punt 3.11.4 moeten hybride instrumenten die door de Staat zijn toegekend, als eigen vermogen worden geteld.”."

39.

Het volgende punt 64 bis wordt ingevoegd:

“64bis.

Als de Staat de enige bestaande aandeelhouder is, mag de aflossing van de COVID-19-herkapitalisatie de volgende vorm aannemen, onverminderd punt 64. Op voorwaarde dat er twee jaar zijn verstreken sinds de toekenning van de COVID-19-herkapitalisatie:

a.

is de in punt 64 bedoelde verkoopprocedure niet vereist en

b.

mag de in punt 64 bedoelde open en niet-discriminerende raadpleging worden vervangen door een waardering van de begunstigde die wordt uitgevoerd door een entiteit die onafhankelijk is van die begunstigde en van de Staat. Als uit die onafhankelijke waardering een positieve marktwaarde blijkt, wordt de Staat geacht tot een exit uit de COVID-19-herkapitalisatie te zijn overgegaan, ook al blijft de begunstigde in handen van de Staat. Als de positieve marktwaarde echter lager is dan de in punt 63 vastgestelde minimumprijs, blijven de in punt 3.11.6 vastgestelde governanceregels van toepassing tot ten minste vier jaar na de toekenning van de COVID-19-herkapitalisatiemaatregel. Voor COVID-19-herkapitalisatiemaatregelen van meer dan 250 miljoen EUR moet de lidstaat die onafhankelijke waardering indienen bij de Commissie. De Commissie mag in elk geval op eigen initiatief verzoeken om indiening van de onafhankelijke waardering en mag deze evalueren om ervoor te zorgen dat deze voldoet aan de norm die is vastgesteld om ervoor te zorgen dat transacties in overeenstemming zijn met het marktgedrag.”.

40.

Het volgende punt 64 ter wordt ingevoegd:

“64ter.

Als de Staat een van de bestaande aandeelhouders is, mag de aflossing van de COVID-19-herkapitalisatie de volgende vorm aannemen, als alternatief voor punt 64. Op voorwaarde dat er twee jaar zijn verstreken sinds de toekenning van de COVID-19-herkapitalisatie:

a.

voor het deel van het COVID-19-eigen vermogen dat de Staat zou moeten behouden om zijn deelneming terug te brengen naar die van vóór de COVID-19-herkapitalisatie, is de mogelijkheid van punt 64 bis van toepassing. Als de Staat een aanzienlijk deel van de aandelen van de begunstigde onderneming aan particuliere investeerders verkoopt via een concurrerende procedure als bedoeld in punt 64, kan die procedure voor de toepassing van punt 64 bis worden beschouwd als een onafhankelijke waardering;

b.

voor het overige deel van het COVID-19-eigen vermogen is punt 64 van toepassing. Dit houdt met name in dat een concurrerende procedure moet worden gevolgd. De Staat heeft niet de in punt 64 genoemde voorkeursrechten aangezien hij dat recht reeds heeft uitgeoefend bij de toepassing van punt a) hierboven (*7).

Als de aflossing van de COVID-19-herkapitalisatie slechts betrekking heeft op een deel van het COVID-19-eigen vermogen, zijn de bovenstaande punten a) en b) van toepassing op dat deel van het COVID-19-eigen vermogen.

(*7)  Voorbeeld: vóór de herkapitalisatie bezit de Staat 50 % van de begunstigde onderneming. Na de COVID-19-herkapitalisatie bezit de Staat 90 % van de onderneming (10 % daarvan heeft betrekking op aandelen in staatsbezit van vóór COVID-19 en 80 % heeft betrekking op COVID-19-aandelen). Twee jaar na de COVID-19-herkapitalisatie verkoopt de Staat 40 % van de onderneming (overeenkomend met 50 % van de COVID-19-aandelen) via een concurrerende procedure aan particuliere investeerders (voor een positieve marktwaarde), met toepassing van punt 64 ter, onder b)). De Staat behoudt het resterende deel op grond van punt 64 ter, onder a). De verkoop is vergelijkbaar met een onafhankelijke waardering van de onderneming. De Staat wordt geacht de COVID-19-herkapitalisatie te hebben afgelost aangezien het deel COVID-19-aandelen dat hij behoudt, zijn deelneming herstelt tot het niveau van vóór COVID-19, namelijk 50 %, en gelijkwaardig is aan een uitoefening door de Staat van zijn voorkeursrecht uit hoofde van punt 64. Als de marktprijs van het COVID-19-eigen vermogen lager ligt dan de in punt 63 vastgestelde minimumprijs, blijven de in punt 3.11.6 vastgestelde governanceregels nog twee jaar van toepassing.”."

41.

Het volgende punt wordt ingevoegd:

“3.12.

Steun in de vorm van steun voor niet-gedekte vaste kosten

86.

De lidstaten mogen overwegen bij te dragen aan de niet-gedekte vaste kosten van ondernemingen waarvoor de COVID-19-uitbraak heeft geleid tot de opschorting of vermindering van hun bedrijfsactiviteiten.

87.

Indien dergelijke maatregelen steun vormen, zal de Commissie deze op grond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU als verenigbaar met de interne markt beschouwen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.

de steun wordt uiterlijk 30 juni 2021 verleend en dekt niet-gedekte vaste kosten die in de periode tussen 1 maart 2020 en 30 juni 2021 zijn gemaakt, met inbegrip van dergelijke kosten die in een deel van die periode (“subsidiabele periode”) zijn gemaakt;

b.

de steun wordt verleend op grond van een regeling ten behoeve van ondernemingen waarvan de omzet in de subsidiabele periode met ten minste 30 % is gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2019 (*8);

c.

niet-gedekte vaste kosten zijn de vaste kosten die ondernemingen hebben gemaakt tijdens de subsidiabele periode die niet worden gedekt door de winstbijdrage (d.w.z. inkomsten minus variabele kosten) tijdens dezelfde periode en die niet worden gedekt door andere bronnen, zoals verzekeringen, tijdelijke steunmaatregelen die onder deze mededeling vallen of steun uit andere bronnen (*9). De steunintensiteit mag niet meer bedragen dan 70 % van de niet-gedekte vaste kosten, behalve voor micro- en kleine ondernemingen (in de zin van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening) waar de steunintensiteit niet meer mag bedragen dan 90 % van de niet-gedekte vaste kosten. Voor de toepassing van dit punt worden de verliezen van ondernemingen op hun winst- en verliesrekening tijdens de subsidiabele periode (*10) beschouwd als niet-gedekte vaste kosten. De steun in het kader van deze maatregel mag worden verleend op basis van geraamde verliezen, terwijl het definitieve steunbedragwordt bepaald na de realisatie van de verliezen op basis van gecontroleerde rekeningen of, met een passende motivering van de lidstaat aan de Commissie (bijvoorbeeld in verband met de kenmerken of de omvang van bepaalde soorten ondernemingen), op basis van de fiscale boekhouding. Betalingen die het eindbedrag van de steun overschrijden, moeten worden teruggevorderd;

d.

in ieder geval mag de totale steun niet meer bedragen dan 3 miljoen EUR per onderneming. De steun mag worden verleend in de vorm van rechtstreekse subsidies, garanties en leningen, mits de totale nominale waarde van dergelijke maatregelen onder het totale plafond van 3 miljoen EUR per onderneming blijft; alle gebruikte bedragen moeten brutobedragen zijn, d.w.z. vóór aftrek van belastingen of andere heffingen;

e.

de steun in het kader van deze maatregel mag niet met andere steun voor dezelfde in aanmerking komende kosten worden gecumuleerd;

f.

de steun mag niet worden toegekend aan ondernemingen die op 31 december 2019 al in moeilijkheden verkeerden (in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening (*11)). In afwijking van het bovenstaande kan steun worden verleend aan micro- of kleine ondernemingen (in de zin van bijlage I bij de algemene groepsvrijstellingsverordening) die op 31 december 2019 reeds in moeilijkheden verkeerden op voorwaarde dat zij volgens het nationale recht niet aan een collectieve insolventieprocedure zijn onderworpen en dat zij geen reddingssteun (*12) of herstructureringssteun (*13) hebben ontvangen.

(*8)  De referentieperiode is een periode in 2019 ongeacht of de subsidiabele periode in 2020 dan wel in 2021 ligt."

(*9)  Voor de toepassing van dit punt hebben de kosten betrekking op vaste en variabele kosten: de vaste kosten worden gemaakt onafhankelijk van het niveau van de output, terwijl de variabele kosten afhankelijk zijn van het niveau van de output."

(*10)  Eenmalige bijzonderewaardeverminderingsverliezen zijn niet opgenomen in de berekening van de verliezen in het kader van deze bepaling."

(*11)  Zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1)."

(*12)  Als zij wel reddingssteun hebben ontvangen, moeten zij de lening al hebben terugbetaald of de garantie al hebben beëindigd op het ogenblik dat de steun in het kader van deze mededeling wordt verleend."

(*13)  Als zij wel herstructureringssteun hebben ontvangen, mogen zij niet meer in een herstructureringsplan zitten op het ogenblik dat de steun in het kader van deze mededeling wordt verleend.”."

42.

De punten 86 tot en met 94 worden omgenummerd tot de punten 88 tot en met 96.

43.

Punt 88 wordt omgenummerd tot punt 90 en vervangen door:

“90.

Ten laatste op 30 juni 2021 moeten de lidstaten aan de Commissie verslag uitbrengen over de maatregelen die zijn ingevoerd op basis van de op grond van deze mededeling goedgekeurde regelingen.”.

44.

Punt 91 wordt omgenummerd tot punt 93 en vervangen door:

“93.

De Commissie past deze mededeling toe met ingang van 19 maart 2020, gelet op de economische gevolgen van de COVID‐19-uitbraak, die onmiddellijke actie vereisten. Deze mededeling wordt gerechtvaardigd door de huidige uitzonderlijke omstandigheden en zal niet worden toegepast na 30 juni 2021, met uitzondering van punt 3.11, dat niet zal worden toegepast na 30 september 2021. De Commissie zal alle punten van deze mededeling vóór 30 juni 2021 herzien op basis van belangrijke overwegingen op economisch gebied of op het gebied van het mededingingsbeleid. Waar nuttig kan de Commissie ook de door haar gevolgde benadering van bepaalde vraagstukken verder verduidelijken.”.

3.   WIJZIGING VAN DE BIJLAGE BIJ DE MEDEDELING OVER KORTLOPENDE EXPORTKREDIETVERZEKERING

45.

De volgende wijziging van de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering zal gelden tot en met 30 juni 2021:

De bijlage bij de mededeling over kortlopende exportkredietverzekering wordt vervangen door:

Lijst van landen met verhandelbare risico’s

De Commissie beschouwt alle commerciële en politieke risico’s die verbonden zijn aan de uitvoer naar de onderstaande landen tot en met 30 juni 2021 tijdelijk als onverhandelbaar.

België

Cyprus

Slowakije

Bulgarije

Letland

Finland

Tsjechië

Litouwen

Zweden

Denemarken

Luxemburg

Verenigd Koninkrijk

Duitsland

Hongarije

Australië

Estland

Malta

Canada

Ierland

Nederland

IJsland

Griekenland

Oostenrijk

Japan

Spanje

Polen

Nieuw-Zeeland

Frankrijk

Portugal

Noorwegen

Kroatië

Roemenië

Zwitserland

Italië

Slovenië

Verenigde Staten van Amerika”.


(1)  Mededeling van de Commissie van 19 maart 2020, C(2020)1863 (PB C 091I van 20.3.2020, blz. 1).

(2)  Mededeling van de Commissie van 3 april 2020, C(2020) 2215 (PB C 112I van 4.4.2020, blz. 1).

(3)  Mededeling van de Commissie van 8 mei 2020, C(2020) 3156 (PB C 164 van 13.5.2020, blz. 3).

(4)  Mededeling van de Commissie van 29 juni 2020, C(2020) 4509 (PB C 218 van 2.7.2020, blz. 3).

(5)  PB C 392 van 19.12.2012, blz. 1.

(6)  Europese Commissie, Economische en financiële zaken: zomerprognose 2020 (tussentijds) (juli 2020).

(7)  Europese Commissie, Economische en financiële zaken: winterprognose 2020 (tussentijds) (februari 2020).

(8)  Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen (PB L 318 van 17.11.2006, blz. 17).

(9)  Mededeling van de Commissie tot wijziging van de bijlage bij de mededeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering (PB C 101I van 28.3.2020, blz. 1).


BIJLAGE

Informatie die moet worden verstrekt in de lijst van bestaande steunmaatregelen die zijn toegestaan krachtens de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, waarvoor een verlenging van de toepassingsperiode en/of een uitbreiding van de mogelijkheden voor de exit van de Staat uit ondernemingen op grond van punt 3.11 bij de Commissie is aangemeld

Lijst van bestaande maatregelen en geplande wijziging

Staatssteunnummer van de goedgekeurde maatregel (1)

Titel

Aangemelde wijziging

Bevestig dat er geen andere wijzigingen zijn in de bestaande maatregel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


(1)  Indien de regeling is gewijzigd, geef het staatssteunnummer van het initiële goedkeuringsbesluit.


Top