Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020PC0114

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad om financiële steun te verlenen aan lidstaten en landen die over toetreding tot de Unie onderhandelen die zwaar worden getroffen door een grote volksgezondheidscrisis

COM/2020/114 final

Brussel, 13.3.2020

COM(2020) 114 final

2020/0044(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad om financiële steun te verlenen aan lidstaten en landen die over toetreding tot de Unie onderhandelen die zwaar worden getroffen door een grote volksgezondheidscrisis


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Sinds de eerste gevallen van besmetting met COVID-19 heeft de EU zich onvermoeibaar ingezet om de lidstaten en hun burgers te ondersteunen bij het aanpakken van deze crisis.

Het Argus-crisiscoördinatiemechanisme van de Commissie is in werking gesteld en het crisiscoördinatiecomité komt regelmatig bijeen om de actie van alle betrokken afdelingen en diensten van de Commissie en van de EU-agentschappen op elkaar af te stemmen. Verder heeft de Commissie een coördinatieteam op politiek niveau opgericht, bestaande uit de vijf commissarissen die verantwoordelijk zijn voor het meest getroffen beleid.

Na de videoconferentie van de EU-leiders op 10 maart 2020 over de respons op de uitbraak van COVID-19 zal de Commissie haar respons op de uitbraak van het coronavirus – of COVID-19 – op alle fronten verder opvoeren en de maatregelen van de lidstaten coördineren. De crisis waarmee wij door het coronavirus worden geconfronteerd, heeft zowel een zeer belangrijk menselijk aspect als potentieel grote economische gevolgen. Daarom is het essentieel dat de EU en haar lidstaten daadkrachtig en collectief optreden om de verspreiding van het virus te beperken, de patiënten te helpen en de economische gevolgen tegen te gaan.

Bij deze gezamenlijke gecoördineerde respons kan het Solidariteitsfonds van de EU (SFEU) een belangrijke rol spelen en blijk geven van de solidariteit van de EU met de lidstaten bij het omgaan met deze crisis.

Passend op EU-niveau reageren op een grote volksgezondheidscrisis zoals COVID-19 is met het huidige instrument onmogelijk.

Het doel van deze verordening is daarom het actieterrein van het Solidariteitsfonds van de EU uit te breiden tot grote volksgezondheidscrises en specifieke acties vast te stellen die in aanmerking komen voor financiering.

Het SFEU is opgericht in 2002 om de EU-lidstaten en de toetredingslanden te steunen in geval van grote natuurrampen zoals overstromingen, stormen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, bosbranden of droogte. Het Fonds kan door het betrokken land worden aangesproken als de ramp van dien aard is dat ingrijpen op Europees niveau gerechtvaardigd is. Het functioneren van het Fonds is een tastbare uiting van oprechte solidariteit binnen de EU, waarbij de lidstaten elkaar steun toezeggen door extra financiële middelen uit de EU-begroting beschikbaar te stellen. Het huidige SFEU is echter strikt beperkt tot natuurrampen die fysieke schade berokkenen, zoals overstromingen, stormen, aardbevingen en dergelijke. Het kan subsidiabele staten voor in totaal 500 miljoen EUR per jaar financiële bijstand verlenen (prijzen van 2011).

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel beoogt Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“Verordening (EG) nr. 2012/2002”) te wijzigen om het actieterrein van het Fonds uit te breiden tot grote volksgezondheidscrises.

De belangrijkste kenmerken en inhoudelijke verschillen zijn:

Het geografische actieterrein blijft hetzelfde: het is beperkt tot de lidstaten en de landen die met de EU onderhandelen over toetreding. Het thematische actieterrein wordt daarentegen uitgebreid tot grote volksgezondheidscrises als gevolg van gevaren voor de volksgezondheid.

Bij de herziening van de SFEU-verordening in 2014 werden voorschotten ingevoerd, die met ingang van 2015 van kracht werden. De belangrijkste reden voor de invoering daarvan was dat de procedure voor de beschikbaarstelling van middelen uit het SFEU en de uitbetaling van de volledige bijstand te lang duurt (meestal tot één jaar) en dat de ernstige crisissituatie een snellere reactie vereist. Ook werd geoordeeld dat de lange vertragingen bij het verlenen van bijstand slecht waren voor het imago van de EU.

De hoogte van de voorschotten werd vastgesteld op 10 % van de verwachte SFEU-bijdrage, met een maximum van 30 miljoen EUR. Dit bleek niet voldoende te zijn. In het geval van kleinere rampen waarvoor de SFEU-bijdrage enkele miljoenen euro’s bedraagt, is het voorschot niet veel meer dan een paar honderdduizend euro, wat nauwelijks een verschil maakt. In het geval van zeer grote rampen, zoals de aardbeving in de Abruzzen met 22 miljard EUR aan schade en een SFEU-bijdrage van 1,2 miljard EUR, is een voorschot van slechts 30 miljoen EUR volstrekt ontoereikend. In beide scenario’s staat het voorschot niet in proportie tot de effecten in de praktijk. De recente ex-postevaluatie van het SFEU (2002-2017) bevestigt deze analyse.

De Commissie stelt daarom voor de hoogte van de voorschotten voor afzonderlijke rampen van alle categorieën te verhogen tot 25 % van de verwachte SFEU-bijdrage, met een maximum van 100 miljoen EUR.

De Commissie stelt ook voor het totale bedrag aan kredieten voor de SFEU-voorschotten in de jaarlijkse begroting te verhogen van 50 miljoen EUR naar 100 miljoen EUR.

Volgens de huidige procedure kan alleen een beroep worden gedaan op het Fonds wanneer een land daartoe een verzoek indient. De Commissie beoordeelt dan de aanvraag en doet een voorstel aan de begrotingsautoriteit voor de toe te kennen financiële steun, waarna de begrotingsautoriteit de daarmee overeenkomende aanvullende begroting goedkeurt. De Commissie stelt vervolgens een uitvoeringsbesluit vast dat leidt tot de betaling voor de SFEU-bijdrage.

Alleen noodmaatregelen van de overheid komen in aanmerking voor subsidie. Zij worden uitgebreid tot bijstand aan de bevolking in geval van gezondheidscrises, waaronder die van medische aard, en maatregelen om verdere verspreiding van een besmettelijke ziekte te beperken.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel maakt deel uit van de maatregelen naar aanleiding van de huidige pandemie van COVID-19. Het bouwt voort op een bestaand beleidsinstrument. Door het actieterrein van het huidige SFEU te verbreden wordt een lacune in de huidige wetgeving opgevuld en ruimte gemaakt voor collectief optreden van de Unie bij grote volksgezondheidscrises. De samenhang met andere beleidslijnen van de Unie, met name met het cohesiebeleid, is gegarandeerd door een aantal juridische bepalingen waarmee onder meer dubbele financiering uitgesloten wordt en de regels voor openbare aanbestedingen en het beginsel van solide financieel beheer worden geëerbiedigd.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Aangezien dit voorstel een wijziging van de bestaande verordening is, volgt het de bepalingen die de rechtsgrondslag vormen voor Verordening (EG) nr. 2012/2002, namelijk artikel 175 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 212 VWEU voor landen die met de EU onderhandelen over toetreding.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel strekt ertoe het actieterrein van het SFEU uit te breiden om blijk te geven van Europese solidariteit met de lidstaten door bijstand uit het Fonds te verlenen om de getroffen bevolking bij te staan, een snelle terugkeer naar de normale levensomstandigheden in de getroffen regio’s mogelijk te maken en de verspreiding van besmettelijke ziekten te beperken.

Het SFEU is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel. Dat betekent dat de EU alleen tussenbeide mag komen in gevallen waarin een lidstaat wordt geacht niet langer in staat te zijn het hoofd te bieden aan een crisis en om bijstand verzoekt. De wetgever was van oordeel dat een dergelijke situatie zich bij natuurrampen voordoet wanneer de totale directe schade een bepaalde drempel overschrijdt. Economische vervolgschade is niet opgenomen omdat het te complex wordt geacht die op een snelle, betrouwbare en vergelijkbare manier te bepalen. De drempel voor natuurrampen is daarom vastgesteld op directe schade van meer dan 0,6 % van het bruto nationaal inkomen (bni) of 3 miljard EUR (in prijzen van 2011), waarbij het laagste bedrag wordt toegepast. Voor dit dubbele criterium werd gekozen omdat één vast bedrag niet de grote verschillen in economische kracht (en daarom budgettair reactievermogen) van de lidstaten zou weerspiegelen en zou leiden tot grote onrechtvaardigheden en ongelijke behandeling van de lidstaten. Eén enkel percentage zou leiden tot zeer lage bedragen voor de kleinere lidstaten of onbereikbaar hoge drempels voor de grootste economieën.

In het geval van grote volksgezondheidscrises is het moeilijk de directe schade te ramen. Dezelfde aanpak als bij natuurrampen is daardoor niet mogelijk. In plaats daarvan stelt de Commissie voor de financiële druk op de begrotingen van de lidstaten te dragen om zo de extra behoeften te dekken. Dit stemt grotendeels overeen met het overheidsaandeel in de directe schade die voor financiering in aanmerking komt (zoals de kosten van het herstel van openbare infrastructuur, bijstand aan de bevolking, reddingsdiensten enz.) bij natuurrampen. Dit in aanmerking komend overheidsaandeel van de totale schade varieert sterk naargelang de ramp en het getroffen land. Gemiddeld bedraagt het ongeveer 50 % van de totale schade.

De Commissie stelt daarom voor de beginselen aan te houden waarop de toegang tot het SFEU is gebaseerd. Het laagste bedrag van 0,3 % van het bni of 1,5 miljard EUR in prijzen van 2011 (de helft van het bedrag dat wordt toegepast bij natuurrampen) wordt daarom vastgesteld als het minimumniveau van de overheidsuitgaven in verband met de financiële last voor de overheid die de noodmaatregelen voor de subsidiabele staat met zich meebrengen.

·Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het gaat niet verder dan wat nodig is om de reeds in het huidige instrument vastgelegde doelstellingen te verwezenlijken.

·Keuze van instrumenten

Er wordt voorgesteld de bestaande Verordening (EG) nr. 2012/2002 te wijzigen om gebruik te maken van de vastgestelde procedures en praktijken om de steunaanvragen voor te bereiden en te beoordelen, de steun uit te voeren en er verslag over uit te brengen.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In de ex-postevaluatie 2002-2017 werd geconcludeerd dat het Fonds een waardevol instrument is in het EU-instrumentarium voor interventies in noodsituaties, dat een meerwaarde van de EU oplevert bij acties na rampen in de lidstaten en de toetredingslanden. In de evaluatie werd ook gevraagd meer aandacht te besteden aan beleidsmaatregelen die het interventiepotentieel van het Fonds vergroten.

·Raadpleging van belanghebbenden

Het voorstel moest dringend worden voorbereid zodat het tijdig kan worden aangenomen door de medewetgevers. Daardoor kon geen raadpleging van de belanghebbenden worden uitgevoerd.

·Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van het voorstel heeft geen effectbeoordeling plaatsgevonden.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel blijft in overeenstemming met het bestaande Solidariteitsfonds door financiële steun te verlenen voor onmiddellijke bijstand op verzoek van een lidstaat of een kandidaat-lidstaat.

De Commissie stelt daarom voor de hoogte van de voorschotten voor afzonderlijke rampen van alle categorieën te verhogen tot 25 % van de verwachte SFEU-bijdrage, met een maximum van 100 miljoen EUR.

De Commissie stelt ook voor het totale bedrag aan kredieten voor de SFEU-voorschotten in de jaarlijkse begroting te verhogen van 50 miljoen EUR naar 100 miljoen EUR. Om ervoor te zorgen dat de middelen waar nodig tijdig beschikbaar zijn, zal de Commissie voorstellen extra kredieten voor een maximumbedrag van 50 miljoen EUR in de begroting voor 2020 op te nemen.

Wat betreft de omvang van de voorziene middelen volgt het Fonds het bestaande Solidariteitsfonds, met een jaarlijkse begroting van 500 miljoen EUR (prijzen van 2011). Het noodzakelijk geachte steunbedrag wordt per geval vrijgemaakt via een wijziging van de begroting. Evenals nu moet ieder jaar op 1 oktober ten minste een kwart van het jaarlijkse bedrag nog beschikbaar zijn om de behoeften te dekken die tot het einde van het begrotingsjaar zouden kunnen ontstaan.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Maximale transparantie en een behoorlijke monitoring van het gebruik van de financiële middelen van de EU zijn vereist. De rapportageverplichtingen voor de lidstaten en de Commissie zijn van toepassing zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 2012/2002.

2020/0044 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad om financiële steun te verlenen aan lidstaten en landen die over toetreding tot de Unie onderhandelen die zwaar worden getroffen door een grote volksgezondheidscrisis

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, derde alinea, en artikel 212, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 1 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 2 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“het Fonds”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad 3 . Het Fonds werd opgericht om financiële steun te verlenen aan lidstaten als een concreet teken van Europese solidariteit in noodsituaties.

(2)In het geval van grote volksgezondheidscrises moet de Unie blijk geven van solidariteit met de lidstaten en de betrokken bevolking door financiële bijstand te verlenen om de getroffen bevolking bij te staan, een snelle terugkeer naar de normale levensomstandigheden in de getroffen regio’s mogelijk te maken en de verspreiding van besmettelijke ziekten te beperken.

(3)De Unie moet in geval van grote volksgezondheidscrises ook solidair zijn met de landen waarmee wordt onderhandeld over toetreding tot de Europese Unie.

(4)Een ernstige crisissituatie kan het gevolg zijn van volksgezondheidscrises, met name een officieel verklaarde viruspandemie. Via het Fonds kan de Unie noodhulp mobiliseren om te voldoen aan de directe behoeften van de bevolking en bij te dragen aan het snelle herstel van beschadigde belangrijke infrastructuur, zodat de economische activiteit in getroffen gebieden kan worden hervat. Het huidige SFEU is echter strikt beperkt tot natuurrampen die fysieke schade berokkenen en omvat geen grote rampen als gevolg van biologische gevaren. Er moeten voorzieningen worden getroffen om de Unie in staat te stellen in te grijpen in het geval van grote volksgezondheidscrises.

(5)De maatregelen moeten de inspanningen van de getroffen landen aanvullen wanneer de gevolgen van een crisis zo ernstig zijn dat het land de situatie niet alleen aankan. Daar deze doelstelling niet voldoende door de lidstaten alleen kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(6)Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel moeten de maatregelen in het kader van deze verordening beperkt blijven tot grote volksgezondheidscrises. Deze moeten worden gedefinieerd op basis van de overheidsuitgaven die nodig zijn om ze aan te pakken.

(7)De bijstand van de Unie moet de inspanningen van de betrokken landen aanvullen en moet een gedeelte van de overheidsuitgaven dekken die worden gedaan in verband met de meest dringende noodmaatregelen die als gevolg van de noodsituatie worden genomen.

(8)Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel wordt de bijstand van de Unie alleen toegekend na een aanvraag van het getroffen land. De Commissie draagt zorg voor een billijke behandeling van de door de staten ingediende verzoeken.

(9)De Commissie moet snel kunnen besluiten specifieke financiële middelen zo spoedig mogelijk toe te zeggen en beschikbaar te stellen. De bestaande bepalingen inzake het betalen van voorschotten moeten derhalve worden versterkt door de bedragen ervan te verhogen.

(10)Deze verordening moet met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(11)Verordening (EG) nr. 2012/2002 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2012/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1.Artikel 2 wordt vervangen door:

“Artikel 2

1.Op verzoek van een lidstaat of van een land dat toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie voert (hierna “subsidiabele staat” genoemd), kan steun uit het Fonds worden verleend wanneer de levensomstandigheden, de menselijke gezondheid, het natuurlijk milieu of de economie van een of meer regio’s van die subsidiabele staat ernstige gevolgen ondervinden van een grote of regionale natuurramp op het grondgebied van die subsidiabele staat of van een grote volksgezondheidscrisis op het grondgebied van de subsidiabele staat.

Directe schade die het directe gevolg is van een natuurramp wordt beschouwd als deel van de door die natuurramp veroorzaakte schade.

2.In deze verordening wordt onder een “grote natuurramp” verstaan een natuurramp die in een subsidiabele staat tot directe schade leidt die geraamd wordt op meer dan 3 000 000 000 EUR in prijzen van 2011 of meer dan 0,6 % van het bni van die staat of dat land.

3.In deze verordening wordt onder een “grote volksgezondheidscrisis” verstaan een levensbedreigend of anderszins ernstig gevaar voor de gezondheid van biologische oorsprong in een subsidiabele staat dat een ernstige bedreiging voor de menselijke gezondheid vormt en daadkrachtige actie vereist om verdere verspreiding te beperken, die voor de subsidiabele staat een publieke financiële last voor noodmaatregelen meebrengt die wordt geraamd op meer dan 1 500 000 000 EUR in prijzen van 2011, of meer dan 0,3 % van zijn bni.

4.In deze verordening wordt onder een “regionale natuurramp” verstaan een natuurramp die in een regio op NUTS-niveau 2 van een subsidiabele staat tot directe schade leidt van meer dan 1,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) van die regio. Bij wijze van afwijking van de eerste alinea wordt, indien de betrokken regio waarin zich een natuurramp heeft voorgedaan, een ultraperifeer gebied is in de zin van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, onder “regionale natuurramp” verstaan een natuurramp die leidt tot directe schade van meer dan 1 % van het bbp van die regio. Indien de natuurramp diverse regio’s op NUTS-niveau 2 treft, wordt de drempel toegepast op het gemiddelde bbp van die regio’s, gewogen naar het aandeel van de totale schade in elke regio.

5.Bijdragen uit het Fonds kunnen ook worden verleend in het geval van een natuurramp in een subsidiabele staat die tevens een grote natuurramp in een aangrenzende subsidiabele staat is.

6.Voor toepassing van dit artikel wordt gebruikgemaakt van door Eurostat verstrekte, geharmoniseerde statistische gegevens.”.

2.In artikel 3 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

“1.De steun geschiedt in de vorm van een financiële bijdrage uit het Fonds. Voor een elke subsidiabele ramp wordt aan een subsidiabele staat één enkele financiële bijdrage toegekend.

2.Het Fonds heeft tot doel een aanvulling te vormen op de inspanningen van de betrokken staten en moet een deel van hun overheidsuitgaven dekken om de subsidiabele staat te helpen om, naar gelang van de aard van de subsidiabele ramp, de volgende noodacties inzake eerste levensbehoeften en herstel te treffen:

a)herstel van de infrastructuurvoorzieningen en uitrustingen op het gebied van energie, water en afvalwater, telecommunicatie, vervoer, gezondheidszorg en onderwijs;

b)uitvoering van voorlopige huisvestingsmaatregelen en inzet van hulpdiensten die zich op de behoeften van de bevolking richten;

c)veiligstelling van de infrastructurele preventievoorzieningen en op bescherming van het culturele erfgoed gerichte maatregelen;

d)reiniging van de door een ramp getroffen gebieden, inclusief natuurgebieden, in voorkomend geval volgens een ecosysteemaanpak, alsmede onverwijld herstel van getroffen natuurgebieden teneinde onmiddellijke effecten van bodemerosie te voorkomen;

e)maatregelen om snel bijstand, onder andere op medisch gebied, aan de door een grote volksgezondheidscrisis getroffen bevolking te verlenen en om de bevolking te beschermen tegen het risico te worden getroffen, waaronder preventie, monitoring of beheersing van de verspreiding van ziekten, de bestrijding van ernstige risico’s voor de volksgezondheid of de beperking van de gevolgen ervan voor de volksgezondheid.

Voor de toepassing van punt a) wordt onder “herstel” verstaan het herstellen van infrastructuurvoorzieningen en uitrustingen in de toestand waarin zij zich vóór de natuurramp bevonden. Indien het juridisch onmogelijk of economisch niet verantwoord is om de toestand van vóór de natuurramp te herstellen, of indien de begunstigde staat besluit de getroffen infrastructuurvoorzieningen of uitrustingen te verplaatsen of de functionaliteit ervan te verbeteren, teneinde de bestendigheid ervan tegen toekomstige natuurrampen te versterken, is de bijdrage van het Fonds aan de herstelkosten beperkt tot de geraamde kosten van de terugkeer naar de status quo ante.

De kosten die het in de tweede alinea bedoelde kostenniveau overstijgen, worden door de begunstigde staat uit eigen middelen of, indien mogelijk, uit andere fondsen van de Unie betaald.

Voor de toepassing van punt b) wordt onder “voorlopige huisvesting” verstaan de huisvesting waar de betrokken bevolking is ondergebracht totdat zij kan terugkeren naar de eigen woning nadat deze is hersteld of herbouwd.”.

3.In artikel 4 bis wordt lid 3 vervangen door:

“3.Het voorschot mag niet meer bedragen dan 25 % van de verwachte financiële bijdrage en mag in geen geval meer bedragen dan 100 000 000 EUR. Na vaststelling van het definitieve bedrag van de financiële bijdrage verrekent de Commissie het voorschot met de uit te keren financiële bijdrage. De Commissie vordert ten onrechte betaalde voorschotten terug.”.

4.In artikel 8 wordt lid 3 vervangen door:

“3.Uiterlijk zes maanden na afloop van de in lid 1 genoemde termijn van achttien maanden presenteert de begunstigde staat een verslag over de uitvoering van de financiële bijdrage van het Fonds, met een verantwoordingsstaat van de uitgaven waarin eventuele andere bronnen van voor de betrokken acties ontvangen financiering worden vermeld, met inbegrip van de verzekeringsuitkeringen en de van derden ontvangen schadevergoedingen.

In het uitvoeringsverslag wordt, afhankelijk van de aard van de subsidiabele ramp, het volgende in detail vermeld:

a)de door de begunstigde staat getroffen of voorgestelde preventiemaatregelen om toekomstige schade te beperken en voor zover mogelijk herhaling van dergelijke natuurrampen of volksgezondheidscrises te voorkomen, zoals het gebruik van daartoe opgezette Europese structuur- en investeringsfondsen;

b)de stand van uitvoering van de desbetreffende Uniewetgeving inzake rampenpreventie en -beheersing;

c)de ervaring die is opgedaan met de ramp en de getroffen of voorgestelde maatregelen ter bescherming van het milieu en ter waarborging van de veerkracht ten aanzien van klimaatverandering, natuurrampen en volksgezondheidscrises; alsmede

d)eventuele overige relevante informatie over maatregelen die genomen zijn om de desbetreffende natuurramp of volksgezondheidscrises te voorkomen en de gevolgen ervan te lenigen.

Overeenkomstig artikel 59, lid 5, en artikel 60, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 gaat het uitvoeringsverslag vergezeld van een volgens internationaal aanvaarde auditnormen opgesteld advies van een onafhankelijk auditorgaan waarin staat dat de verantwoordingsstaat van de uitgaven een juist en getrouw beeld geeft en dat de financiële bijdrage uit het Fonds wettig en regelmatig is.

Aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde procedure gaat de Commissie over tot afsluiting van de steun van het Fonds.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de […] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.    KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad om financiële steun te verlenen aan lidstaten en landen die over toetreding tot de Unie onderhandelen die zwaar worden getroffen door een grote volksgezondheidscrisis

1.2.    Betrokken beleidsterrein(en) 

13. Regionaal beleid, 13 06 01. Bijstand aan lidstaten in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie

1.3.    Motivering van het voorstel/initiatief

1.3.1.    Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Deze verordening treedt in werking op de […] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

1.3.2.    Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

De reden voor het oprichten van het Solidariteitsfonds van de EU (SFEU) was blijk te geven van solidariteit met de lidstaten die worden getroffen door een ernstige crisis als gevolg van een grote natuurramp die geacht wordt het budgettair reactievermogen van de lidstaat te overstijgen. Dit voorstel breidt deze logica uit tot de financiële lasten die voortvloeien uit een grote volksgezondheidscrisis.

1.3.3.    Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Het SFEU is een zeer doeltreffend instrument gebleken voor het verlenen van bijstand aan lidstaten na natuurrampen, zoals uiteengezet in een uitgebreide evaluatie van het Fonds 4 .

1.3.4.    Verenigbaarheid met het meerjarige financiële kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Deze verordening blijft binnen de in het MFK vastgestelde maximale toewijzingen voor het SFEU en is daarom in overeenstemming met het MFK.

1.3.5.    Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Deze verordening zal de maximale toewijzing aan het SFEU niet verhogen. De bijdrage van de Unie aan de interventies zal worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie.

1.4.    Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

Voorstel met een onbeperkte geldigheidsduur.

Het plafond van de maximale toewijzing van het SFEU voor 2020 wordt in acht genomen (597,546 miljoen EUR plus 552,978 EUR overgedragen van 2019).

1.5.    Beheersvorm(en) 5  

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

X Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

n.v.t.

2.    BEHEERSMAATREGELEN

2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Dezelfde als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad (voor natuurrampen)

2.2.    Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.    Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Dezelfde als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad

2.2.2.    Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

Dezelfde als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad

2.2.3.    Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

Dezelfde als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad

2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

Dezelfde als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

- Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Type of
krediet

Bijdrage

Nummer

GK/ NGK 6 .

van EVA-landen 7

van kandidaat-lidstaten 8

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

Rubriek 9: Speciale instrumenten

13 06 01 - Bijstand aan lidstaten in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie

Gesplitst

NEE

NEE

NEE

NEE

3.2.    Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Deze verordening heeft geen financiële gevolgen.

X    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, die binnen de in het MFK vastgestelde maximale toewijzingen voor het SFEU blijven.

EUR



Rubriek van het meerjarige financiële
kader

9

Speciale instrumenten

2019

2020

2021

2022

2023

Volgende jaren

TOTAAL

Beleidskrediet

13 06 01 - Bijstand aan lidstaten in het geval van een grote natuurramp die ernstige gevolgen heeft voor de levensomstandigheden van de burgers, het natuurlijke milieu of de economie

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2 a)

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

= 1a + 1b +3

Betalingen

= 2a + 2b

+ 3





TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 9
van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere beleidsrubrieken, herhaal bovenstaand deel:



Rubriek van het meerjarige financiële
kader

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage V bij de interne voorschriften), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

• Personele middelen

• Andere administratieve uitgaven

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
N 9

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5

van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

Betalingen

3.2.2.    Geraamde output, gefinancierd met operationele kredieten 

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2020

Jaar

Jaar

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 10

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 11

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

-    Voor het voorstel zijn geen administratieve kredieten nodig

- De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

-    Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
N 12

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

HEADING 5
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotal HEADING 5
van het meerjarige financiële kader

Outside HEADING 5 13
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Other expenditure
van administratieve aard

Subtotal
buiten RUBRIEK 5
of the multiannual financial framework

TOTAAL

3.2.3.1.    Geraamde personeelsbehoeften

-    Voor het voorstel zijn geen personele middelen nodig.

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

-    Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01/11/21 (onderzoek door derden)

10 01 05 01/11 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE 14  

XX 01 02 01 (AC, END, SNE van de “totale financiële middelen“)

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 04 jj  15

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02/12/22 (AC, END, INT – onderzoek door derden)

10 01 05 02/12 (AC, END, SNE – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.4.    Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

     hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen, de desbetreffende bedragen en de voorgestelde instrumenten.

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.    Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

X voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in euro’s




3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

X    Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven X    

EUR



Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

n.v.t.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)    PB C van , blz. .
(2)    PB C van , blz. .
(3)    PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.
(4)    SWD(2019) 187.
(5)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx
(6)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(7)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(8)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(9)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(10)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(11)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en).
(12)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(13)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(14)    AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(15)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
Top