EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020IR3380

Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Evaluatie van het handelsbeleid

COR 2020/03380

OJ C 175, 7.5.2021, p. 17–22 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

7.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 175/17


Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Evaluatie van het handelsbeleid

(2021/C 175/04)

Rapporteur:

Willy BORSUS (BE/Renew Europe)

Viceminister-president van Wallonië, minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek en Innovatie, Digitale Technologieën, Landbouw, Ruimtelijke Ordening, het IFAPME en de kenniscentra

Referentiedocument:

COM(2021) 66 final

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S,

Algemene opmerkingen

1.

is in grote lijnen ingenomen met de op 18 februari verschenen mededeling van de Europese Commissie getiteld “Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” en neemt kennis van de in deze mededeling geformuleerde conclusies en aanbevelingen, maar merkt op dat die ook een aantal zwakke punten bevat waarop moet worden gereageerd.

2.

Het Comité is van mening dat een grondige herziening van het handelsbeleid nodig is om de samenhang te waarborgen met de Europese verbintenissen voor duurzame en inclusieve groei in het kader van de Green Deal, in te spelen op de uitdagingen van de digitale transitie, het concurrentievermogen van de Europese industrie te vergroten en bij te dragen aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid in Europa en de verbetering van de levensstandaard van alle burgers. Ten slotte moet het handelsbeleid de veerkracht van de EU verbeteren en ervoor zorgen dat zij in staat is huidige en toekomstige systeemschokken te verzachten, o.m. schokken die verband houden met klimaatverandering, toenemende geopolitieke spanningen en het risico op verdere pandemieën en gezondheidscrises.

3.

Handel speelt een centrale rol in de economie van de EU en miljoenen banen zijn afhankelijk van de uitvoer naar landen erbuiten. In Europa waren vóór de COVID-19-crisis 35 miljoen banen afhankelijk van de export en 16 miljoen van buitenlandse investeringen. Een op de zeven banen hield met andere woorden verband met de uitvoer.

4.

Het Comité is bezorgd over de schokgolf die de COVID-19-crisis op de internationale markten heeft veroorzaakt en heeft geleid tot een verdere verslechtering van de situatie, die vooraf al niet florissant was, met name als gevolg van de toegenomen geopolitieke spanningen. Volgens een recent onderzoek van DG Handel zal de internationale handel in 2020 naar verwachting met 10 à 16 % krimpen, terwijl de uitvoer van de EU-27 naar derde landen waarschijnlijk met 9 à 15 % zal afnemen, een daling met 282 à 470 miljard EUR (1). Zorgwekkend is tevens dat als gevolg van de COVID-19-pandemie alleen al in Europa volgens de IAO in 2020 12 miljoen banen verloren zullen gaan.

5.

Naast de sociaal-economische problemen die burgers ondervinden, hebben zij steeds meer bedenkingen bij de wijze waarop de baten van de globalisering worden verdeeld over de waardeketens, alle economische sectoren en de samenleving als geheel. Het is in dit verband van belang dat de lokale en regionale overheden, het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat, door de Europese Commissie volledig betrokken worden bij en worden geraadpleegd over de handelsovereenkomsten van de EU. Het Comité is in dit licht bezorgd over de aanpak die de Europese Commissie bij recente handelsbesprekingen heeft gevolgd na het arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaak-Singapore (Advies 2/15 van mei 2017) om het “gemengde karakter” van de handelsbetrekkingen te omzeilen door te onderhandelen over handelsovereenkomsten die uitsluitend de exclusieve bevoegdheden van de EU weerspiegelen.

6.

Het Comité is er vast van overtuigd dat alleen een duurzaam handelsmodel waarin de waarden van de EU, de niet-onderhandelbare fundamentele wetgevingsnormen van de EU en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen in acht worden genomen, kan bijdragen aan het welzijn en de welvaart van iedereen, zowel binnen de EU als daarbuiten.

Versterking van de samenhang tussen het handelsbeleid en ander sectoraal beleid van de EU in het kader van het herstel

7.

Er moet worden gezorgd voor meer samenhang tussen het handelsbeleid en het landbouw-, industrie-, digitaal, concurrentie-, belasting-, sociaal, milieu-, vervoers-, klimaat-, energie-, ontwikkelings- en cohesiebeleid van de EU alsook de grondrechten van de EU. Het Comité betreurt dat de Europese Commissie in haar mededeling te weinig de nadruk legt op deze noodzakelijke samenhang tussen de verschillende sectorale beleidslijnen van de EU.

8.

Het Comité hecht fundamentele waarde aan de economische vrijheid van overheden om diensten van algemeen economisch belang te verstrekken, te laten verrichten en te financieren.

9.

Het is van groot belang dat openbare diensten en kritieke infrastructuur (openbare diensten van algemeen belang) in handelsovereenkomsten worden beschermd. Daarom dringt het Comité erop aan om ze op algemene en rechtszekere wijze uit te sluiten van het toepassingsgebied van alle vrijhandels- en investeringsovereenkomsten en daarmee ook van alle bepalingen inzake investeringsbescherming, bijvoorbeeld door het hanteren van een positieve lijst voor contractuele markttoegangsbepalingen, meestbegunstigingsbehandeling en nationale behandeling.

10.

De herziening van het handelsbeleid moet hand in hand gaan met gerichte hervormingen van sommige onderdelen van het Europese concurrentiebeleid en de herziening van het Europese industrie- en innovatiebeleid om de positionering van de EU als wereldleider op belangrijke gebieden te ondersteunen. Het Comité kijkt in dit verband met belangstelling uit naar de bijgewerkte strategie voor het industriebeleid van de EU, die voor april 2021 is aangekondigd.

11.

De EU zou moeten streven naar een mondiale oplossing voor een digitaledienstenbelasting, met een passend mondiaal governance- en regelgevingskader. Als zo’n internationale oplossing, met name in het kader van de OESO, de komende maanden niet kan worden bereikt, moet de EU overwegen alleen te handelen.

12.

Het Comité steunt de oproep om in de economische en handelsovereenkomsten van de EU overeenkomstig de beginselen en regels van de WTO een hoofdstuk op te nemen met clausules ter bestrijding van fiscale misdrijven, het witwassen van geld en agressieve fiscale planning, alsook betreffende samenwerking tussen belastingdiensten. De Europese Commissie zou zo’n hoofdstuk tijdens de lopende onderhandelingen moeten voorstellen en in de al van kracht zijnde overeenkomsten moeten integreren op het moment dat deze worden herzien.

13.

Wat het landbouwbeleid betreft, kan een handelsbeleid dat er niet voor zorgt dat externe markten aan de hoge Europese normen inzake duurzaamheid en voedselveiligheid voldoen, de eengemaakte markt ernstig ondermijnen en de landbouwsector in gevaar brengen, vooral als deze al in moeilijkheden verkeert. Dit kan een bedreiging vormen voor de voedselvoorziening in de EU, een fundamentele doelstelling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en voor het beheer van de Europese landbouwgronden, dat afhankelijk is van de werknemers in de sector. Het herziene handelsbeleid moet samen met het landbouwbeleid bijdragen aan het algemene behoud van de werkgelegenheid en aan de stabiliteit van de landbouwsector door de waarborging van een billijke beloning. Handelsbeleid moet voor de landbouwsector een gelijk speelveld garanderen tussen de interne en de externe markt, waarbij bevoorrading binnen de EU zelf voorrang krijgt boven productaanvoer van externe markten. Tegelijkertijd moeten interne regels voor het beheer van de markten de diversificatie van onze interne markt stimuleren om het concurrentievermogen te waarborgen. Dit mag echter niet ten koste gaan van de inspanningen om eerlijkere handelsbetrekkingen met de Afrikaanse landen te ontwikkelen.

14.

Het Comité betreurt dat in de mededeling van de Europese Commissie geen oplossingen worden voorgesteld om de negatieve gevolgen te verzachten die handelsovereenkomsten kunnen hebben voor bepaalde landbouwsectoren die al onder druk staan of intern zijn verzwakt. Daarom zou moeten worden nagedacht over de invoering van een steunmechanisme voor de zwaarst getroffen branches. In dit verband blijft het Comité zeer bezorgd over de consequenties die de voorgestelde associatieovereenkomst tussen de EU en Mercosur voor sommige takken van de landbouw zeker zal kunnen hebben.

15.

Het cohesiebeleid speelt een belangrijke rol in de verbetering van het concurrentievermogen van de EU-regio’s via gerichte investeringen op maat van de behoeften van de betrokken regio, met name van afgelegen en geïsoleerde regio’s, waarvoor de ontwikkeling en modernisering van de infrastructuur van essentieel belang zijn, en dit op cruciale gebieden zoals netwerkinfrastructuur, connectiviteit, onderzoek en innovatie, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), IT-diensten, milieu- en klimaatmaatregelen, hoogwaardige werkgelegenheid en sociale integratie.

16.

Het EU-handelsbeleid mag de inspanningen van de EU inzake ontwikkelingssamenwerking met derde landen niet in het gedrang brengen, en wanneer het gaat om de zwakste economieën is een evenwichtige, eerlijke aanpak van vrijhandel aan te bevelen.

17.

Het is een goede zaak dat de Europese Commissie een rechtsinstrument heeft gepresenteerd om verstoringen als gevolg van buitenlandse subsidies op de interne markt van de EU aan te pakken. Daarnaast moeten ook de Europese mededingingsregels worden gemoderniseerd en geactualiseerd.

18.

Het Comité dringt er bij de Europese Commissie op aan om te laten zien dat op korte termijn een ambitieuze modernisering van het Verdrag inzake het Energiehandvest kan worden gerealiseerd, teneinde dit verdrag op de doelstellingen van de Klimaatovereenkomst van Parijs af te stemmen en de gemoderniseerde aanpak van de EU op het gebied van bescherming van investeringen erin op te nemen. Zo niet, dan moet worden nagedacht over een ordelijke terugtrekking van de EU uit dit verdrag.

19.

De Europese Commissie moet alles in het werk stellen om te zorgen voor een snelle en ordelijke beëindiging van de resterende bilaterale investeringsverdragen binnen de EU.

Naar een model van open strategische autonomie

20.

Het is voor de EU van belang om een open economie te blijven en om vrije, eerlijke, duurzame, op regels gebaseerde internationale handel te blijven bevorderen die alle handelspartners ten goede komt. Het Comité steunt in dit verband de inspanningen van de Europese Commissie om de WTO te hervormen. Doel daarvan moet zijn om de WTO nieuw leven in te blazen en te versterken door onder meer haar functioneren op belangrijke gebieden te moderniseren en lacunes in haar regelgevingskader weg te werken, zodat zij adequaat kan reageren op actuele handelskwesties.

21.

Het Comité is ingenomen met het door de Europese Commissie voorgestelde model van open strategische autonomie, hetgeen moet worden vertaald in een open, duurzaam en sterk handelsbeleid dat onze economische troeven opwaardeert en beschermt, de toegang tot belangrijke markten en grondstoffen garandeert en tegelijkertijd de toegang tot vitale goederen en diensten veiligstelt. Daarnaast waarschuwt het Comité voor protectionistische tendensen en onderstreept het dat Europa een strategische speler op het wereldtoneel moet blijven die de internationale regels eerbiedigt en ook bereid is deze te handhaven.

22.

Met het oog daarop moeten onze waardeketens in kaart worden gebracht, samen met de bevoegde regionale instanties, teneinde de afhankelijkheid van strategische sectoren te inventariseren en te verminderen, en de veerkracht van de meest gevoelige industriële ecosystemen en specifieke gebieden zoals gezondheid, defensie, ruimtevaart, voedsel, digitalisering en kritieke grondstoffen te vergroten, met name in afgelegen en geïsoleerde gebieden, zoals de ultraperifere regio’s. Het Comité zal met belangstelling kennisnemen van de uitkomsten van het momenteel door de Europese Commissie uitgevoerde onderzoek naar de verschillende soorten strategische afhankelijkheid en de meest kwetsbare industriële ecosystemen.

23.

Dit kan o.m. betekenen dat de productie- en toeleveringsketens moeten worden gediversifieerd, dat strategische voorraden moeten worden aangelegd, dat investeringen en productie in Europa moeten worden aangemoedigd, dat alternatieve oplossingen worden moeten onderzocht en dat de industriële samenwerking tussen de lidstaten moet worden bevorderd.

24.

De COVID-19-crisis heeft het potentieel voor creativiteit en innovatie in regionale ecosystemen aan het licht gebracht en een impuls gegeven aan nieuwe samenwerkingsverbanden om een antwoord te bieden op de voorzieningsmoeilijkheden in bijvoorbeeld de sectoren medische hulpmiddelen en geneesmiddelen. De EU zou de versterking van de lokale economieën voor bepaalde bedrijfstakken moeten stimuleren en innovatieve Europese waardeketens moeten bevorderen, op basis van complementariteit tussen de ecosystemen, onder meer via maatregelen ter ondersteuning van de samenwerking tussen de actoren. Beleid gericht op clustering en samenwerking tussen clusters kunnen nuttige hefbomen zijn om een kritische massa op te bouwen en tegemoet te komen aan de behoeften van kmo’s. Door een kritische massa van de vraag naar bepaalde strategische producten op te bouwen en binnen de interne markt zichtbaar te maken kan ervoor worden gezorgd dat bepaalde producties naar Europa worden teruggehaald en dat in de EU een concurrerende productie wordt ontwikkeld, met name door de vermarkting van innovatieve oplossingen te versnellen.

25.

Voor elk van de strategische waardeketens die in de EU zijn geïdentificeerd moeten er specifieke actieplannen worden opgesteld met het oog op de uitvoering van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, aangezien die een belangrijk instrument vormen voor de groene en digitale transitie en voor de versterking van het technologische leiderschap van de EU, met name op gebieden als batterijen, micro-elektronica en waterstof.

Een duurzaam handelsmodel als enig model om bij te dragen aan het welzijn en de welvaart van iedereen, zowel binnen de EU als daarbuiten

26.

In de mededeling wordt gewezen op de herziening van het 15-puntenplan van de EU voor de doeltreffende toepassing en handhaving van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling van handelsovereenkomsten. Tot tevredenheid van het Comité is het de bedoeling dat deze herziening betrekking zal hebben op alle relevante aspecten van die toepassing en handhaving, waaronder de reikwijdte van verbintenissen, toezichtmechanismen, mogelijke sancties in geval van niet-naleving, de “essentiële onderdelen”-clausule en de noodzakelijke institutionele regelingen en middelen. Het Comité betreurt dat de publicatie van de mededeling en de herziening niet op elkaar zijn afgestemd, maar is ermee ingenomen dat die laatste nu al eind 2021 zal worden afgerond en hoopt dat het hele proces zo transparant en inclusief mogelijk zal zijn.

27.

De Europese milieu-, klimaat- en sociale normen, zoals vermeld in de Europese Green Deal en de Europese pijler van sociale rechten, moeten in dit verband worden opgenomen in elke handelsovereenkomst waarover de EU onderhandelt en moeten de minimumeisen vormen waartoe de partijen zich verbinden. Dit zal de Europese kmo’s en de industrie die aan deze normen voldoen, helpen om te floreren en tegelijkertijd een stimulerend effect hebben op hun tegenhangers die met hen handeldrijven.

28.

De EU moet zich assertiever opstellen ten aanzien van de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten enerzijds en de sociale, milieu- en klimaatnormen in haar handelsovereenkomsten anderzijds. Het Comité verwelkomt de instelling van een klachtenmechanisme om schendingen van de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling te melden en is van mening dat elke partij bij een overeenkomst de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals gedefinieerd in de basisverdragen van de IAO, in haar wetgeving en praktijken op haar gehele grondgebied daadwerkelijk moet toepassen.

29.

Het Comité steunt het voorstel van de Europese Commissie om van de Klimaatovereenkomst van Parijs een essentieel onderdeel te maken van alle toekomstige handels- en investeringsovereenkomsten en om in deze overeenkomsten voorrang te geven aan de doeltreffende tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake biologische diversiteit.

30.

Het Comité is er voorstander van om een effectieve uitvoering van handelsovereenkomsten aan te moedigen door partnerlanden die de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling nakomen, te belonen. De partijen moeten in voorkomend geval zorgen voor een geleidelijke tariefverlaging die gekoppeld is aan de effectieve uitvoering van de bepalingen van het hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling. Daarbij moeten de voorwaarden worden gespecificeerd waaraan landen voor zulke verlagingen geacht worden te voldoen en in geval van schending van voornoemde bepalingen moeten deze specifieke tarieflijnen kunnen worden geschrapt.

31.

Alleen door rechtvaardigheid en duurzaamheid voor iedereen te garanderen kan worden bijgedragen aan de wereldwijde veranderingen waarop door een aanzienlijk aantal burgers wordt aangedrongen.

32.

Het Comité kijkt in dit verband uit naar een voorstel dat de Europese Commissie in 2021 zal voorleggen m.b.t. de ontwikkeling van een doeltreffend mechanisme voor koolstofcorrectie aan de buitengrenzen dat in overeenstemming is met de WTO-regels, eerlijke concurrentie kan waarborgen voor op de interne markt actieve ondernemingen en kan bijdragen aan het concurrentievermogen van de Europese industrie. Zo’n mechanisme zou eerst een aanvulling moeten vormen op en vervolgens op lange termijn in de plaats moeten komen van de gratis toekenning van CO2-emissierechten en de compensatie van de elektriciteitsprijs voor primaire industrieën.

33.

Bijzondere aandacht moet ook uitgaan naar het bevorderen van verantwoord ondernemerschap en transparantie in de toeleveringsketens. Het Comité steunt in dit verband met name de initiatieven die thans op Europees niveau worden genomen ter versterking van de regelingen voor passende zorgvuldigheid. Dit is ook noodzakelijk om een gelijk speelveld op de interne markt van de EU tot stand te brengen.

34.

Het is een goede zaak dat de Europese Commissie een hoofd Handhaving voor de handel heeft aangesteld, die onder meer tot taak heeft toe te zien op de correcte uitvoering van de verbintenissen inzake duurzame ontwikkeling, met name wat de klimaatagenda en de arbeidsrechten betreft. Hopelijk zal dit hoofd Handhaving uitgebreide en permanente communicatiekanalen met de lokale en regionale overheden en het maatschappelijk middenveld tot stand brengen. Het Comité zal erop toezien dat voor deze nieuwe functie voldoende middelen worden uitgetrokken, om ervoor te zorgen dat de doelstellingen worden verwezenlijkt.

Garanderen van een gelijk speelveld voor bedrijven in de EU

35.

In het kader van de ratificatie van de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China zijn aanvullende garanties nodig ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten en de sociale normen.

36.

Voor bedrijven is het van belang dat gelijke concurrentievoorwaarden worden gehandhaafd om op de interne markt en internationaal in mondiale waardeketens te kunnen concurreren. De nadruk moet worden gelegd op de toepassing van de bestaande regels en de handelsbeschermingsinstrumenten moeten assertiever worden ingezet om marktverstorende praktijken in derde landen tegen te gaan.

37.

Het Comité is ingenomen met het akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad over het wetgevingsvoorstel voor een verordening ter versterking van de handhaving van de handelsregels, waarmee wordt ingespeeld op de huidige impasse in de werking van de WTO-beroepsinstantie. Deze verordening zal ook van toepassing zijn in het kader van bilaterale of regionale handelsovereenkomsten wanneer een partner eenzijdig sancties oplegt aan de EU en de procedure voor de regeling van geschillen waarin de overeenkomst voorziet, blokkeert. De verordening zal het vermogen van de EU om vergeldingsmaatregelen te treffen, zoals tarieven, kwantitatieve beperkingen en maatregelen op het gebied van overheidsopdrachten, uitbreiden tot diensten en kwesties m.b.t. intellectuele eigendom. Het Comité steunt ook de oprichting door de Europese Commissie van een éénloketsysteem om alle schendingen van arbeidsrechten en bepalingen inzake klimaatverandering of mensenrechten op hetzelfde niveau te behandelen als klachten over de toegang tot de markten van onze handelspartners.

38.

De mededingingsregels moeten worden herzien in het licht van de uitdagingen m.b.t. de externe concurrentie, de praktijken van derde landen en de nieuwe realiteit van innovatie-ecosystemen. De concurrentie op de interne markt en de toegang van kmo’s tot Europese en mondiale waardeketens moeten in evenwichtige, doeltreffende en onafhankelijke Europese mededingingsregels centraal blijven staan.

39.

Het Comité is het ermee eens dat de EU naar een hogere versnelling moet schakelen om wederkerigheid te waarborgen en derde landen die hun markten voor overheidsopdrachten afschermen, aan te pakken.

40.

Directe buitenlandse investeringen zijn een belangrijke bron van groei, werkgelegenheid en innovatie, maar kunnen desondanks in gevoelige sectoren het risico inhouden dat de nationale veiligheid en de openbare orde in de EU in gevaar worden gebracht. Vandaar de noodzaak om op nationaal niveau systemen voor het screenen van investeringen op te zetten.

Beter anticiperen op en rekening houden met de negatieve externe effecten van deelname aan de internationale handel

41.

Het is zorgwekkend dat de voordelen van vrijhandelsovereenkomsten momenteel niet alle regio’s ten goede komen, dat sommige economische sectoren door vrijhandelsovereenkomsten vaak negatief worden beïnvloed en dat kmo’s het potentieel van vrijhandelsovereenkomsten niet ten volle benutten en zwaarder worden getroffen door oneerlijke concurrentie als gevolg van maatregelen van bepaalde derde landen. Het Comité betreurt dat in de mededeling van de Europese Commissie geen manieren worden voorgesteld om de eventuele negatieve gevolgen van handelsovereenkomsten te verzachten. Niettemin steunt het de plannen van de Commissie om een aantal speciale digitale instrumenten en onlineportalen voor kmo’s in het leven te roepen teneinde ze beter bij handelsovereenkomsten te betrekken, om voor kmo’s nieuwe kansen te creëren ten aanzien van de toegang tot overheidsopdrachten en om voornoemde oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

42.

Het Comité kan zich vinden in het voornemen van de Europese Commissie om een specifieke, noodzakelijke wetgevingshandeling voor te stellen voor het toezicht op de naleving van onder meer de handelsgerelateerde bepalingen uit de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

43.

Het Comité staat achter de ontwikkeling door de Europese Commissie van een antidwanginstrument.

44.

Kmo’s spelen een belangrijke rol in de internationale handelsbetrekkingen van de EU en zijn goed voor meer dan 58 % van de totale uitvoer uit de EU en meer dan 46 % van de totale invoer in de EU (2). In dit verband zij gewezen op de noodzaak van een doeltreffend EU-handelsbeleid ter bescherming van de kmo’s, die veel kwetsbaarder zijn en veel meer aan de volatiliteit van de internationale handelsbetrekkingen blootgesteld zijn dan grote ondernemingen. In dit verband is het Comité tevreden over de nadruk die de Europese Commissie in haar mededeling legt op kmo’s.

45.

Het Comité is ervan overtuigd dat het model voor effectbeoordeling moet worden herzien en dat van elke bestaande overeenkomst uitgebreide en grondige effectbeoordelingen moeten worden verricht (per sector en subsector, per geografisch gebied — land/regio — binnen de EU, m.b.t. de impact op kmo’s en op sociaal, milieu-, klimaat- en mensenrechtengebied), alsmede geaggregeerde effectbeoordelingen (op basis van dezelfde criteria) van alle bestaande overeenkomsten om ervoor te zorgen dat het EU-handelsbeleid ten goede komt van iedereen, zowel bedrijven als burgers. Het betreurt dat de Europese Commissie in haar mededeling hier niet over uitweidt en alleen spreekt over een beoordeling achteraf van de impact van de overeenkomsten van de EU voor belangrijke milieuaspecten, waaronder klimaat, over een betere analyse van de gevolgen op het vlak van gendergelijkheid van de verschillende onderdelen van het handelsbeleid en over verder onderzoek — zonder dat nader te preciseren — naar de effecten van het handelsbeleid op de werkgelegenheid en diverse socialeontwikkelingsaspecten.

46.

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de moeilijkheden die kmo’s ondervinden. Het Comité steunt de inspanningen van de Europese Commissie om de instrumenten voor het interpreteren van handelsovereenkomsten te versterken, met name wat de oorsprongsregels betreft. Er moet worden tegemoetgekomen aan de behoefte aan deskundigheid bij kmo’s wat betreft de toegang tot derde markten, door de bestaande advies- en ondersteuningsdiensten van nationale overheden, regio’s en kamers van koophandel te benutten en het inroepen van externe deskundigen te vergemakkelijken.

47.

Het in 60 landen actieve Enterprise Europe Network (EEN) en het in 180 landen actieve netwerk van nationale en regionale instanties voor handelsbevordering die deel uitmaken van de European Trade Promotion Organisations” Association (ETPOA), kunnen verder worden ingezet in het kader van hun taak om kmo’s te helpen buitenlandse markten te betreden. Evenzo moeten door de EU “FTA-contactpunten” zo dicht mogelijk bij de kmo’s worden opgezet, rekening houdend met het principe “think small, act regional”, met een leidende rol voor de regionale instanties voor handelsbevordering.

48.

Een specifieke aanpak voor innovatieve kmo’s die zich internationaal willen positioneren, zou relevant zijn in het kader van het InvestEU-project, om de risico’s van dit soort ondernemingen adequaat te kunnen afdekken en hun internationale groei te bevorderen.

49.

In de context van de Green Deal van de EU zou het bestaande kader voor staatssteun voor “belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang” (IPCEI) moeten worden herzien om investeringen te vergemakkelijken en de operationele kosten van samenwerkingsprojecten/transnationale projecten van kmo’s te dekken. Het Comité vindt het dan ook positief dat de Europese Commissie op 23 februari jl. een openbare raadpleging heeft gelanceerd (die loopt tot 20 april 2021) en alle belanghebbenden heeft uitgenodigd hun mening te geven over een voorstel voor een gerichte herziening van de mededeling betreffende staatssteun voor IPCEI (3).

Brussel, 19 maart 2021.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Apostolos TZITZIKOSTAS


(1)  https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2020/may/tradoc_158764.pdf

(2)  https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/International_trade_in_goods_by_enterprise_size#Share_of_SMEs_in_total_trade_.28intra_.2B_extra-EU.29

(3)  https://ec.europa.eu/competition/consultations/2021_ipcei/draft_communication_en.pdf — Link naar de openbare raadpleging: http://bit.ly/3dEFgeM


Top