EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019IR4645

Advies van het Europees Comité van de Regio’s “Braindrain in de EU: een probleem dat op alle niveaus moet worden aangepakt”

OJ C 141, 29.4.2020, p. 34–38 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

29.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 141/34


Advies van het Europees Comité van de Regio’s “Braindrain in de EU: een probleem dat op alle niveaus moet worden aangepakt”

(2020/C 141/08)

Rapporteur:

Emil BOC (RO/EVP), burgemeester van Cluj-Napoca

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

1.

benadrukt dat het vrije verkeer van burgers en werknemers de hoeksteen van de interne markt is en een van de fundamentele vrijheden die in de Verdragen van de Europese Unie worden erkend. Burgers en werknemers moeten zich vrij kunnen bewegen binnen de EU. Wanneer ze dat doen, dient dit echter uit vrije wil te geschieden, niet omdat onder meer schaarse economische kansen hen uit hun regio drijven.

2.

De uitdaging bestaat erin een juridisch en politiek evenwicht te vinden tussen twee grondbeginselen van de Europese Unie: het vrije verkeer van werknemers en de economische en sociale convergentie tussen de regio’s.

3.

Het verschijnsel van de braindrain in de EU kent vele facetten en vraagt om een pragmatische beleidsreactie van zowel de Unie als de lidstaten. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle aspecten van de braindrain (bv. “braingain”, “brainwaste”, “breincirculatie”, “remigratie”) en de verschillende, maar vaak onderling verbonden niveaus waarop maatregelen en oplossingen nodig zijn — lokaal, regionaal, nationaal en supranationaal (EU).

4.

Besluitvormers op alle niveaus moeten erkennen, en er bij het voorstellen van oplossingen rekening mee houden, dat de braindrain niet alleen een technische kwestie is die om een bestuurlijke of beleidsreactie vraagt, maar ook een politiek aspect heeft. Als er niets wordt gedaan aan de braindrain, zal het verschijnsel op de lange termijn blijvende gevolgen hebben voor de toekomst van de Europese Unie en de territoriale samenhang kunnen belemmeren.

5.

Het CvdR wijst erop dat braindrain een direct gevolg is van de bestaande sociale en economische onevenwichtigheden tussen de regio’s van de EU. Uit empirisch onderzoek (1) (2) (3) is gebleken dat er verschillende push- en pullfactoren zijn. Zo hebben de regio’s van bestemming een aantrekkelijkere arbeidsmarkt, meer gediversifieerde werkgelegenheidskansen en een betere algemene levenskwaliteit, terwijl de situatie in de regio’s van herkomst precies het tegenovergestelde is. Dit is een van de redenen waarom in het toekomstige MFK de middelen van het cohesiebeleid in het bijzonder op het corrigeren van het onevenwicht tussen de regio’s van herkomst en de regio’s van bestemming zouden moeten worden toegespitst.

6.

Er moet een sterke koppeling zijn tussen het cohesiebeleid, dat erop gericht is deze onevenwichtigheden te corrigeren en een nog gelijkere ontwikkeling in de hele EU te bevorderen, en maatregelen om braindrain tegen te gaan. Twee belangrijke doelstellingen van de Europa 2020-strategie, namelijk het verhogen van de arbeidsparticipatie en het verbeteren van de sociale inclusie, zijn rechtstreeks relevant voor het scheppen van gunstige voorwaarden waarmee de braindrain kan worden teruggedrongen. Andere Europa 2020-doelstellingen, zoals innovatie en het verhogen van het aantal mensen in het tertiair onderwijs, hebben het potentieel om braingain en remigratie te bevorderen door het aantrekken en stimuleren van getalenteerde mensen.

7.

De braindrain en verwante verschijnselen moeten in de EU worden begrepen en beoordeeld in het kader van het begrip “multilevel governance” (MLG). Of de kenmerken van MLG op dit beleidsterrein een obstakel of een kans vormen, zal sterk afhangen van de wijze waarop de EU en haar instellingen de opstelling en verspreiding van beleid faciliteren en coördineren.

8.

Hoewel braindrain, wegens de vergaande en ernstige gevolgen ervan, vaak als een nationaal of supranationaal politiek probleem wordt gepercipieerd, kan het verschijnsel met succes op subnationaal niveau worden bestreden. De lokale en regionale overheden komt hier een essentiële rol toe, aangezien de gevolgen van braindrain rechtstreeks voelbaar zijn op hun niveau: het verlies van jonge en opgeleide arbeidskrachten vormt een enorme uitdaging voor lokale gemeenschappen in de hele Unie.

9.

De lokale overheden in de lidstaten zijn het best in staat om maatregelen te ontwikkelen en uit te voeren om braindrain tegen te gaan. Lokale gemeenschappen zijn systemen met relatief duidelijke grenzen, waardoor het probleem gemakkelijker geanalyseerd kan worden en oplossingen op maat mogelijk zijn. Bovendien kunnen lokale overheden het succes van de maatregelen op lokaal niveau gemakkelijker monitoren en evalueren.

10.

Het is heel nuttig om bij het uitstippelen van beleid op EU-niveau voort te bouwen op de ervaring en capaciteit van deze subnationale overheden.

11.

Uit de directe ervaring van lokale overheden met de aanpak van de braindrain kunnen succesverhalen en goede praktijken worden geput die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een samenhangend beleid op EU-niveau. Lokale en regionale overheden kunnen verder gaan dan een algemene en abstracte definitie van beleidskwesties en concrete en doeltreffende oplossingen bieden. Zij moeten een beter inzicht krijgen in de inspanningen en initiatieven die buiten hun administratieve grenzen worden genomen om braindrain tegen te gaan en deel te nemen aan regionale en interregionale samenwerking.

12.

Het CvdR wijst erop dat de problemen van de regio’s van herkomst en bestemming verschillend zijn en daarom dienovereenkomstig moeten worden behandeld. Dit onderscheid is belangrijk omdat met maatregelen op supranationaal niveau naar oplossingen moet worden gezocht die alle betrokkenen ten goede komen, of in ieder geval helpen voorkomen dat zowel de regio’s van herkomst als de regio’s van bestemming verliezen (“brainwaste”).

13.

De braindrain houdt risico’s in voor de levensvatbaarheid van het Europese project op lange termijn. De regio’s van herkomst staan voor een dilemma: ze hebben convergentie nodig (om de kloof met de regio’s van bestemming te dichten), maar verliezen hun geschoolde arbeidskrachten. Op lange termijn zal elke verandering of overgang naar een duurzaam en concurrerend economisch model dat steunt op de kenniseconomie en op producten met een hoge toegevoegde waarde waarschijnlijk zeer moeilijk te realiseren zijn in een scenario waarin de verschillen tussen regio’s van herkomst en van bestemming groter worden. Als er niets wordt gedaan, zullen de ongelijkheden verder toenemen en een vicieuze cirkel van “desintegratie” creëren. Volgens de concurrentie-index van het WEF behoren de oostelijke en zuidelijke lidstaten van de EU momenteel tot de landen die er wereldwijd het minst in slagen hun talent te behouden.

14.

De Europese instellingen hebben mechanismes ingevoerd om de ongelijkheden te verminderen, maar die zijn slechts gedeeltelijk doeltreffend gebleken. De groeiende braindrain en de geografische en economische dimensie ervan vragen om initiatieven of inspanningen van een andere aard, die rechtstreeks ingrijpen op de pushfactoren die te wijten zijn aan de specifieke groeiontwikkeling in de regio’s van herkomst die maakt dat deze regio’s niet aantrekkelijk genoeg zijn voor hooggeschoolden.

15.

De kloof tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is een van de problemen die verband houden met de braindrain. Verbeteringen op onderwijsniveau kunnen ongetwijfeld helpen om de negatieve effecten van de braindrain te verzachten. De lokale en regionale overheden, alsmede de nationale en Europese overheden, zouden hier meer aandacht aan moeten besteden. Ook moeten de onderwijsstelsels rekening houden met de variabele dynamiek van de arbeidsmarkt en de grotere diversiteit ervan, zodat de investeringen in het menselijk kapitaal van een land of regio, die met de braindrain verloren gaan, kunnen renderen.

16.

Het CvdR vestigt de aandacht op een verschijnsel dat nauwlettend in de gaten moet worden gehouden, namelijk kinderen die thuis blijven terwijl hun ouders in het buitenland op zoek gaan naar beter werk. Dit is een direct gevolg van de braindrain en heeft gevolgen op lange termijn.

17.

Het CvdR wijst op de studie- en carrièrekansen die programma’s als Erasmus+ en ESF+ doen ontstaan voor mensen met talenten, net als mogelijkheden voor internationale netwerken en partnerschappen in heel Europa, en niet alleen in bepaalde regionale hubs, naast steun voor de tenuitvoerlegging van de Europese pijler van sociale rechten in de praktijk. De steun van de nieuwe Commissie voor de verhoging van de financiering van het Erasmus+-programma is een stap in de goede richting.

18.

De aanpak van braindrain vereist sterk leiderschap en coördinatie tussen de diverse inspanningen op nationaal niveau. Het hoofddoel is het vinden van concrete manieren om samenwerkingsnetwerken op te zetten, het politieke discours van populisten tegen te spreken en de Europese integratie te versterken. Verdere maatregelen op het niveau van de lidstaten en de Europese Unie moeten gericht zijn op het coördineren en faciliteren/ondersteunen van de inspanningen op subnationaal niveau, waarbij consensus wordt gezocht over de wijze waarop de braindrain moet worden geanalyseerd en aangepakt, zodat uiteindelijk alle belanghebbenden er baat bij hebben.

19.

Het CvdR benadrukt de noodzaak om een aantal belangrijke strategische kwesties in verband met de braindrain nader te bepalen, zodat besluitvormers onnodige overlappingen van overheidsmaatregelen kunnen voorkomen. Strategische planning moet ervoor zorgen dat de maatregelen een zichtbare impact hebben en leiden tot concrete actie.

20.

Het CvdR beveelt aan om voor elk aspect van de braindrain (braingain, brainwaste, breincirculatie en remigratie) verschillende soorten reacties vast te stellen en uit te voeren. Voor elk van deze aspecten zijn verschillende, specifieke oplossingen nodig; “one fits all’-benaderingen zijn daarbij absoluut te mijden. Een gebrek aan oplossingen op maat kan leiden tot algemene en abstracte verklaringen/doelstellingen die in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zijn.

21.

Het is een goede zaak dat sommige regio’s en steden nu al creatieve oplossingen vinden om talent aan te trekken en te behouden. Deze maatregelen variëren van steun om talent naar deze regio’s/steden te lokken tot complexere maatregelen waarbij transnationale ondernemersnetwerken worden opgericht. De EU moet programma’s of initiatieven bevorderen die Europese lokale en regionale overheden helpen om van elkaar te leren.

22.

Lokale en regionale actoren spelen een sleutelrol bij het tegengaan van de braindrain; het aantrekken en behouden van hooggekwalificeerd personeel kan worden gewaarborgd door terdege gebruik te maken van de instrumenten voor geïntegreerde territoriale ontwikkeling van het cohesiebeleid.

23.

Het CvdR stelt voor dat de lokale en regionale overheden, in samenwerking met de nationale en Europese overheden, beleid en instrumenten bevorderen die lokaal ondernemerschap, zelfstandige arbeid en alternatieve bedrijfsmodellen die de aantrekkingskracht van de regio’s van herkomst vergroten, ondersteunen.

24.

De lokale en regionale overheden zouden op basis van een realistische inschatting van de behoeften een verband moeten leggen tussen de specifieke troeven van hun regio en de benodigde talenten en maatregelen.

25.

Het CvdR stelt voor dat de lokale en regionale overheden met alle belanghebbenden (overheden, bedrijven, universiteiten, ngo’s enz.) lokale allianties aangaan in het kader waarvan lokale maatregelen kunnen worden uitgewerkt en uitgevoerd om de braindrain tegen te gaan. Met die belanghebbenden dienen regelmatig bijeenkomsten te worden ondersteund en georganiseerd, die als forum moeten dienen om lokale en contextspecifieke oplossingen te bespreken en te plannen op basis van succesverhalen uit andere (rechts)gebieden.

26.

Het CvdR wijst erop dat strikte strategische planning op lokaal en regionaal niveau belangrijk kan zijn om de mobiliteit van menselijk potentieel te koppelen aan ontwikkelingsplannen voor de middellange en lange termijn, en een solide basis kan zijn voor samenwerking met andere regionale, nationale en Europese overheden.

27.

Het CvdR pleit ervoor om nader te onderzoeken wat de redenen en belemmeringen zijn die mensen die in het verleden zijn geëmigreerd ervan weerhouden om naar hun plaats van herkomst terug te keren, alsook wat overheden kunnen doen om deze belemmeringen te helpen wegnemen. Dit kan een transformerend effect hebben doordat braindrain plaatsmaakt voor breincirculatie of remigratie.

28.

Het CvdR beveelt aan om maatregelen op subnationaal niveau te integreren en te coördineren met die van de lidstaten en de Unie, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. De integratie van de inspanningen op verschillende niveaus is cruciaal voor een succesvol EU-beleid. Er moeten strategieën en programma’s worden ontwikkeld om de maatregelen van de lokale en regionale overheden enerzijds en die van de lidstaten en de Unie anderzijds te integreren en de coördinatie ervan te faciliteren. Dit geldt voor alle domeinen die betrokken zijn bij de braindrain (onderwijs, cohesie, regionale ontwikkeling, digitalisering enz.). Er moet op EU-niveau een mechanisme worden opgezet dat specifiek gericht is op de bevordering van de integratie en coördinatie van maatregelen die braindrain moeten tegengaan.

29.

De lokale en regionale overheden moeten zich bewust zijn van de omvang van het verschijnsel en dienen een realistische en serieuze beoordeling te maken van de specifieke kenmerken van elk domein dat bij de braindrain betrokken is. Doeltreffende oplossingen kunnen alleen tot stand komen op basis van wetenschappelijk onderbouwde besluit- en beleidsvorming. Een realistische beoordeling van de braindrain op regionaal niveau kan overheden die met gelijksoortige of verwante problemen kampen helpen om concurrentie te vervangen door samenwerking, en kan de coördinatie tussen de huidige inspanningen en middelen van de verschillende belanghebbenden bevorderen.

30.

Volgens het CvdR kunnen snelle procedures voor de erkenning van diploma’s en vaardigheden een belangrijke rol spelen om de verspilling van talent (brainwaste) tegen te gaan. In dit verband kunnen en moeten verschillende EU-initiatieven certificaten digitaliseren en databanken met elkaar verbinden, onder meer via de toekomstige digitale handtekeningen van Europass. Daarnaast is het CvdR ingenomen met het initiatief van de Europese Commissie om tegen 2025 een Europese onderwijsruimte tot stand te brengen waarin leren, studeren en onderzoek niet door grenzen worden belemmerd. Het wijst tegelijkertijd op de noodzaak om mechanismen in te voeren ter bevordering van breincirculatie en remigratie.

31.

De Europese Commissie zou zich meer moeten inspannen om de regionale verschillen, die een van de belangrijkste oorzaken van braindrain zijn, te verkleinen. Het cohesiefonds speelt hierbij een essentiële rol door steun te verlenen aan regio’s en gebieden die met dergelijke ongelijkheden te kampen hebben. Op maat gesneden strategieën en instrumenten om deze ongelijkheden tussen Oost-/Zuid-Europa en de westelijke landen maar ook tussen regio’s binnen lidstaten rechtstreeks aan te pakken, zijn van essentieel belang om een van de belangrijkste oorzaken van braindrain weg te nemen. Het politieke engagement van de Commissie (4) voor een eerlijk minimumloon is hier zeer relevant, met name voor de regio’s van herkomst, omdat het de kwestie van de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden aan de orde zou stellen en een directe invloed op de levenskwaliteit zou hebben. Het cohesiebeleid van de EU voor 2021-2027 moet worden opgezet als een investeringsbeleid op de lange termijn voor alle regio’s. Het moet vooral gericht zijn op het wegwerken van economische, sociale en regionale verschillen en in overeenstemming zijn met het partnerschapsbeginsel en een lokale aanpak. Het cohesiebeleid moet beter worden gecoördineerd met ander EU-beleid om een gelijk speelveld te waarborgen. De verticale coördinatie van de verschillende financieringsbronnen op EU-niveau moet worden verbeterd bij het beheer van (de programma’s van) het cohesiebeleid na 2020, om op korte tot middellange termijn te zorgen voor meer samenhang tussen de agenda’s van de verschillende governance- en planningniveaus (5).

32.

Op lokaal en regionaal niveau zouden realistische maatregelen moeten worden uitgewerkt en uitgevoerd om opgeleide werknemers aan te trekken, te behouden en terug te winnen. Levenskwaliteit is een belangrijk strategisch concept. Zoals hierboven vermeld, is het verbeteren van de levenskwaliteit zeer effectief bij het aantrekken en behouden van opgeleide arbeidskrachten. Het is raadzaam en wenselijk om de levenskwaliteit regelmatig en op gestructureerde wijze te meten, zodat de lokale en regionale overheden waardevolle informatie kunnen krijgen over gebieden waarop maatregelen geboden zijn.

33.

De lokale, regionale, nationale en Europese overheden zouden zich moeten richten op een functionele aanpak om remigratie te bevorderen en arbeidskrachten aan te trekken (6). Dit omvat het opbouwen van een kenniseconomie, het aantrekkelijker maken van regio’s, het ontwikkelen van diasporastrategieën en het implementeren van een functionele benadering inzake stedelijke governance.

34.

Het CvdR zou graag zien dat de lokale, regionale, nationale en Europese overheden bijzondere aandacht besteden aan het wegnemen van structurele factoren die de braindrain verergeren (infrastructuur/snelwegen, kwaliteit van de dienstverlening, toegang tot technologie enz.).

35.

Het CvdR benadrukt de noodzaak om een geïntegreerde Europese aanpak van braindrain te ontwikkelen op basis van realistische beoordelingen, samenwerking en coördinatie op lokaal/regionaal, nationaal en EU-niveau. Er is ook behoefte aan gecoördineerde actie op verschillende niveaus op gebieden die relevant zijn voor de braindrain, zoals onderwijs, digitalisering, cohesie en economisch beleid.

36.

Het CvdR acht het cruciaal dat de lokale en regionale overheden inzien dat universiteiten en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding een belangrijke rol spelen voor lokale ontwikkeling in het kader van de kenniseconomie. Overheden moeten partnerschappen aangaan met universiteiten en zich ervan bewust zijn dat deze ook moeten worden ondersteund, onder meer door investeringen in lokale infrastructuur. Er moet worden gestreefd naar een zo groot mogelijke overeenstemming tussen de strategische doelstellingen van universiteiten en die van overheden.

37.

Het CvdR wijst erop dat partnerschappen tussen particuliere ondernemingen (die geïnteresseerd zijn in O&O), lokale overheden en universiteiten een belangrijke motor van lokale groei en ontwikkeling zijn. Om deze reden dient dit soort partnerschappen deel uit te maken van de doelstelling van de huidige Commissie om via een strategie voor kleine en middelgrote ondernemingen de omstandigheden te scheppen waaronder zij beter kunnen uitgroeien tot belangrijke innovatoren.

38.

Het Comité is bezorgd over de dreigende toename van de ongelijkheden tussen de steden en regio’s die de grootste begunstigden zijn van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en waarschuwt ervoor dat de maatregelen die zijn genomen om de ongelijkheden tussen regio’s te verkleinen en de uitdagingen aan te gaan, met inbegrip van de demografische uitdaging, en om de toegang van alle regio’s tot Horizon Europa te bevorderen, niet volstaan (7).

39.

Het CvdR meent dat digitale connectiviteit en slimme specialisatie positieve effecten kunnen hebben op de braindrain. Regionale strategieën voor slimme ontwikkeling en specialisatie kunnen zich richten op het concurrentievoordeel dat in een regio bestaat of wordt gecreëerd. Digitale connectiviteit en de ontwikkeling van digitale geletterdheid moeten een belangrijke plaats innemen in de inspanningen van de nieuwe Commissie om het actieplan voor digitaal onderwijs te actualiseren.

40.

Het CvdR wijst erop dat lokale overheden veel maatregelen kunnen uitwerken en uitvoeren om de individuele veerkracht van gemeenschappen te versterken en te ontwikkelen, met name ten aanzien van economische problemen zoals werkloosheid. Individuele veerkracht en het vermogen om zich aan te passen en moeilijkheden te overwinnen kunnen worden bevorderd door middel van bij- en omscholingsprogramma’s zoals die welke worden ondersteund door de EU-agenda inzake vaardigheden, maatregelen ter bevordering van ondernemerschap en ten behoeve van kleine ondernemingen, onderwijs- en gemeenschapsprogramma’s voor studenten en jongeren van wie de ouders in het buitenland werken enz.

41.

Het CvdR beveelt de Europese Commissie aan om, in nauwe samenwerking met het Comité van de Regio’s, het Europees Parlement en de Raad van Ministers, de lokale en regionale overheden actief bij te staan bij hun inspanningen om braindrain tegen te gaan. De Unie is een complexe politieke en administratieve entiteit, en er dient een zorgvuldige analyse te worden gemaakt van haar bevoegdheden en capaciteiten in het licht van de braindrain. In het debat over de rol van de Unie zal zowel de afbakening van haar bevoegdheden als de bepaling van de beste instrumenten die op EU-niveau beschikbaar zijn, aan de orde moeten komen.

42.

Het CvdR wijst erop dat een verblijf in het buitenland voor wie terugkeert naar zijn/haar land van herkomst als een professionele troef hoort te worden gezien, die zichtbaar is voor werkgevers wanneer zij selectieprocedures uitvoeren.

Brussel, 12 februari 2020.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Apostolos TZITZIKOSTAS


(1)  Europees Comité van de Regio’s (2018), Addressing brain drain: The local and regional dimension.

(2)  Europese Commissie, DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, Directoraat D — Arbeidsmobiliteit, Jaarverslag 2018 over de arbeidsmobiliteit binnen de EU.

(3)  Atoyan, R., Christiansen, L., Dizioli, A., Ebeke, C., Ilahi, N., Ilyina, A., Mehrez, G., Qu, H., Raei, F., Rhee, A. en Zakharova, D., Emigration and Its Economic Impact on Eastern Europe, interne discussienota van het IMF, juli 2016.

(4)  Ursula von der Leyen, “Een Unie die de lat hoger legt: Mijn agenda voor Europa”, blz. 9.

(5)  Espon (2019), Addressing Labour Migration Challenges in Europe, blz. 18.

(6)  Idem, blz. 17-18.

(7)  COR-2018-03891.


Top