EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019IR2974

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over slimme steden: nieuwe uitdagingen voor een rechtvaardige overgang naar klimaatneutraliteit: hoe moeten de SDG’s in praktijk worden gebracht?

OJ C 39, 5.2.2020, p. 78–82 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

5.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 39/78


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over slimme steden: nieuwe uitdagingen voor een rechtvaardige overgang naar klimaatneutraliteit: hoe moeten de SDG’s in praktijk worden gebracht?

(2020/C 39/17)

Algemeen rapporteur

:

Andries GRYFFROY (BE/EA), lid van het Vlaams Parlement

Referentiedocument

:

Schriftelijke adviesaanvraag van het Finse voorzitterschap

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

1.

merkt op dat een slimme stad een plaats is waar traditionele netwerken en diensten met behulp van digitale en telecommunicatietechnologieën efficiënter worden gemaakt ten bate van burgers en bedrijven. Niet alleen worden informatie- en communicatietechnologieën (ICT) er gebruikt om hulpbronnen beter te benutten en emissies te verminderen, maar is het stadsbestuur er ook interactiever en speelt het beter in op de behoeften van de bevolking door te zorgen voor slimmere vervoersnetwerken, verbeterde drinkwater- en afvalvoorzieningen en efficiëntere verlichting en verwarming van gebouwen, waarbij niemand wordt uitgesloten. Een slimme stad moet ook een plaats zijn waar de nadruk wordt gelegd op het creëren van inclusieve en toegankelijke onderwijs- en opleidingsstructuren om de capaciteiten en talenten van de burgers te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat zij kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van hun gemeenschap. Het Comité is er juist daarom mee ingenomen dat de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN sterk gericht zijn op het feit dat duurzaamheid een alomvattende benadering vereist van alle relevante aspecten.

2.

Het Comité heeft er in zijn advies “Multilevel governance en sectoroverschrijdende samenwerking ter bestrijding van energiearmoede” (rapporteur Kata Tüttő, HU/PSE) (1) al op gewezen dat ook moet worden gelet op het aspect energiearmoede als beleid wordt vastgesteld. Een van de belangrijkste politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren is de duidelijke erkenning dat bij de vormgeving van het huidige en toekomstige energie- en klimaatbeleid eveneens rekening moet worden gehouden met de sociale gevolgen daarvan.

3.

Het Comité heeft er in zijn advies “Slimme steden en gemeenschappen — Europees innovatiepartnerschap”, opgesteld door Ilmar Reepalu (SE/PSE), al op gewezen dat het belangrijk is de bestaande grote verscheidenheid aan stedelijke gebieden, of die nu wel of niet als steden worden beschouwd, en hun relatie en complementariteit met het omliggende platteland te erkennen. In zijn advies “Landelijke gebieden nieuw leven inblazen via slimme dorpen”, opgesteld door Enda Stenson (IE/EA), schreef het al: “Net als bij “slimme steden” zou bij “slimme plattelandsgebieden” gekozen moeten worden voor een brede aanpak van ontwikkeling en innovatie die de volgende zes dimensies omvat:

een slimme, innovatieve, ondernemende en productieve economie;

betere mobiliteit, met toegankelijke, moderne en duurzame vervoersnetwerken;

een visie op milieu en duurzame energie;

gekwalificeerde en betrokken burgers;

kwaliteit van het leven qua cultuur, gezondheid, veiligheid en onderwijs;

een efficiënt, transparant en ambitieus bestuur.”.

Het benadrukt echter dat een essentieel bijkomend element van de bevordering van “slimme” gebieden moet zijn dat de burgers daarbij worden betrokken en de voorwaarden voor hen worden geschapen om hun potentieel te ontwikkelen, via onderwijs en de ondersteuning van onderzoek, innovatie en sociale samenhang. Dit vereist ook doeltreffende, transparante en betrouwbare regelgeving voor gegevensbescherming en -gebruik.

4.

Tussen regio’s, grotere en kleinere steden en kleine gemeenschappen gaapt een kloof op het gebied van personele en financiële middelen, vaardigheden en digitalisering. Daarom herhaalt het Comité dat slimme-ontwikkelingsstrategieën moeten worden afgestemd op de omvang van de betrokken gemeenschappen en dat de gekozen benadering moet aansluiten op de specifieke situatie van elk van hen; daarbij moet worden voorzien in de infrastructuur en steun die nodig zijn om ervoor te zorgen dat alle groepen voldoende toegang hebben tot digitale en informatiediensten.

5.

De Europese Commissie heeft in de aanbevelingen die zij heeft uitgebracht na de beoordeling van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen (NECP’s) van de lidstaten voor de periode 2021-2030, aangedrongen op meer ambitie om de klimaatdoelen voor 2030 uit de Overeenkomst van Parijs en de overgang naar een klimaatneutrale economie tegen 2050 te verwezenlijken, en wel door meer gebruik te maken van hernieuwbare energie, meer in te zetten op energie-efficiëntie en de economie te moderniseren.

6.

Omdat de klimaatverandering een enorme horizontale uitdaging vormt, zijn geïntegreerde, probleemgebaseerde oplossingen vereist die rekening houden met de vele onderling samenhangende en elkaar beïnvloedende dynamische factoren en doelstellingen.

7.

Het is van belang dat de SDG’s nauw verband houden met de beleidsdoelstellingen van het cohesiebeleid voor 2021-2027, met name beleidsdoelstelling 2 “een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer”. Aldus kan de verwezenlijking van de SDG’s worden vergemakkelijkt via de specifieke doelstellingen uit de desbetreffende verordeningsvoorstellen.

8.

De overgang naar een klimaatneutrale toekomst betekent, naast de noodzakelijke aanpassing aan de effecten van de klimaatverandering (adaptatie), niet alleen het koolstofvrij maken van energie, gebouwen en vervoer, maar ook de overgang naar een circulaire economie, de duurzame transformatie van landbouw en voedselsystemen, en de bescherming van ecosystemen en biodiversiteit. In dit verband steunt het Comité de eventuele oprichting van een Europese waarnemingspost voor klimaatneutraliteit.

9.

In het kader van het Burgemeestersconvenant en het initiatief “Schone energie voor de EU-eilanden” worden grote inspanningen geleverd om lokale overheden, lokale ondernemingen, lokale universiteiten en onderwijsinstellingen en lokale gemeenschapsorganisaties te betrekken bij de uitwerking van strategieën voor het koolstofvrij maken van de economie. Het Comité roept de Europese lokale en regionale overheden op om in lijn met voornoemd convenant en initiatief maatregelen te nemen, uit te voeren en te monitoren.

10.

De lidstaten zouden het thema “slimme gemeenschappen” in hun nationale energie- en klimaatplannen moeten opnemen als erkenning van het grote potentieel van zulke gemeenschappen op het gebied van kostenefficiëntie, energie-efficiëntie en emissiereductie.

Slimme governance van slimme gemeenschappen

11.

Slimme steden en gemeenschappen bieden de kans bij uitstek om slimme governancemechanismen te implementeren. Daarmee worden lokale overheden beter in staat gesteld om in een steeds complexere omgeving besluiten te nemen.

12.

De overgang naar een model voor slimme governance op lokaal en regionaal niveau moet worden versneld door de ontwikkeling en toepassing van elektronische diensten, waarmee burgers vanaf één account toegang kunnen krijgen tot een breder scala aan e-overheidsdiensten.

13.

Het Europees Semester, het instrument voor de coördinatie van het economisch beleid van de EU, zou moeten worden beschouwd als het kader waarbinnen de SDG’s kunnen worden versterkt en de uitvoering ervan in de hele EU kan worden gepland, gemonitord en geëvalueerd.

14.

Voor een doeltreffende aanpak van de klimaatverandering en uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) door de lokale overheden is multilevel governance cruciaal. Slimme steden spelen in dit verband een belangrijke faciliterende rol.

15.

Het Comité erkent dat belastingen en openbare aanbestedingen kunnen worden ingezet als instrument om innovatieve en duurzame technologieën sneller op de markt te brengen, mits hiermee aan de vraag wordt beantwoord en het mogelijk is decentrale, lokale oplossingen te bedenken om de uitdagingen het hoofd te bieden.

16.

Open data in standaardformaten zijn essentieel bij het creëren en ontwikkelen van slimme steden. Daarnaast zijn “open componenten” (d.w.z. open applicatieprogramma-interfaces, API’s) belangrijke instrumenten voor de snelle uitwerking en verspreiding van flexibele oplossingen voor slimme steden.

17.

Het Comité ziet het potentieel van gegevens die afkomstig zijn van echte gebruikersinterfaces, zoals mobiele apparaten en slimme meters van burgers. Het pleit voor de ontwikkeling van algemene kaders waarbinnen door gebruikers gegenereerde gegevens worden geïntegreerd en gebruikt met het oog op slimme governance en tegelijkertijd de voor de gegevenseigenaren vereiste bescherming wordt gewaarborgd.

18.

Het is van belang dat regionale en stedelijke klimaatdoelen worden geschraagd met gedegen en bijpassende technische en wetenschappelijke transitieoplossingen, of die doelen nu rechtstreeks worden opgelegd of voortvloeien uit de klimaatdoelstellingen van een hoger niveau.

19.

Slimme duurzame stedelijke governance impliceert een verschuiving van niet-algemene kortetermijnmaatregelen naar een stelselmatige, op leren gebaseerde aanpak voor de lange termijn. Deze verschuiving vereist strategisch en continu veranderingsmanagement voor de bestaande stedelijke-governancestructuren die op de korte termijn gerichte, geïsoleerde besluiten zouden kunnen nemen.

20.

Er moeten niet alleen doelstellingen worden opgelegd, maar ook de noodzakelijke concrete maatregelen worden uitgewerkt, en die maatregelen moeten worden gemonitord zodat ze waar nodig kunnen worden aangepast. Dit “leerproces” (vinden van geschikte maatregelen voor de doelstellingen) kan worden verbeterd door met andere betrokkenen en kenniscentra leernetwerken op te richten.

Slimme grotere en kleinere steden en dorpen en de uitvoering van de SDG’s

21.

Het Comité heeft zich de afgelopen jaren intensief met de SDG’s beziggehouden. Een overzicht van zijn standpunten ter zake is te vinden in de recente adviezen “Duurzameontwikkelingsdoelstellingen: een basis voor een langetermijnstrategie van de EU voor een duurzaam Europa tegen 2030”, opgesteld door Arnoldas Abramavičius (LT/EVP) (2), en “Naar een duurzaam Europa in 2030: follow-up van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, ecologische omschakeling en de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering”, opgesteld door Sirpa Hertell (FI/EVP) (3).

22.

“Er zij nogmaals gewezen op de cruciale behoefte aan gezamenlijk overeengekomen concrete mijlpalen, indicatoren en realtime meting van gegevens met betrekking tot klimaatverandering en SDG’s van lokale gemeenten, steden en regio’s om de economische, ecologische, sociale en culturele duurzaamheidsdoelstellingen gestalte te geven”, aldus het Comité in zijn advies “Naar een duurzaam Europa in 2030: follow-up van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, ecologische omschakeling en de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering”, opgesteld door Sirpa Hertell (FI/EVP) (4). Slimme steden en gemeenschappen kunnen wat dit betreft een voortrekkersrol vervullen dankzij de door hen gebruikte slimme technologieën en processen voor gegevensverzameling.

23.

Het Comité stelt opnieuw: “Er is behoefte aan solide subnationale klimaatgegevens en aan het gebruik van nieuwe technologie, zoals kunstmatige intelligentie, om licht te werpen op de klimaatmaatregelen van de lokale gemeenschappen. In dit verband zij opgemerkt dat het belangrijk is om de database van het Burgemeestersconvenant optimaal te benutten en dat het mogelijk is om een brug te slaan tussen lokale data en nationaal bepaalde bijdragen door lokaal bepaalde bijdragen in te voeren” (5). In samenhang hiermee wijst het Comité er nogmaals op dat het van cruciaal belang is om slimme steden en gemeenschappen instrumenten te verschaffen waarmee ze hun capaciteiten op het vlak van gegevensverzameling en -analyse kunnen vergroten en aldus hun besluitvormingsprocessen kunnen verbeteren.

24.

Een slimme aanpak is onmisbaar om de doelstellingen te verwezenlijken die verband houden met SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen) alsook SDG 13 (klimaatactie).

25.

Slimme steden moeten samenwerken met hun burgers zodat die actief kunnen deelnemen aan de inrichting van hun omgeving. Dankzij initiatieven van mensen, ondersteund en aangevuld met ICT, en een lokaal op de burger afgestemd dienstenaanbod, ontstaan slimme oplossingen en collectieve ideeën om steden beter en duurzamer te maken en kunnen deze worden uitgevoerd. Daarbij worden sociaal kapitaal en veerkrachtige gemeenschappen opgebouwd en moet er ook oog zijn voor de noodzaak om energiearmoede aan te pakken. Het is in dit verband van belang de digitale kloof te overbruggen en de vaardigheden van burgers te verbeteren om ervoor te zorgen dat kwetsbare burgers in slimme gemeenschappen niet geïsoleerd raken en om elke vorm van sociale uitsluiting te voorkomen. Ook in de sociale woningbouw moeten energie-efficiëntie en innovatieve technologieën worden bevorderd om energiearmoede te bestrijden.

Slimme grotere en kleinere steden en dorpen en de overgang naar een hulpbronnenefficiënt en klimaatneutraal Europa met een grote biodiversiteit

26.

Om een slimme transitie mogelijk te maken is het van strategisch belang specifieke programma’s te ontwikkelen ter vergroting van de digitale vaardigheden van de burgers, rekening houdend met verschillende bevolkingsgroepen en uiteenlopende beroepssituaties en op basis van de ervaringen en goede praktijkvoorbeelden van slimme steden die vergelijkbare projecten uitvoeren.

27.

Het Comité is ingenomen met de pionierservaring van enkele slimme gemeenschappen die al bezig zijn over te stappen op circulair-economische oplossingen voor gebouwen, mobiliteit, producten, afvalbeheer, ruimtelijke ordening en territoriale planning. De Europese Commissie zou zulke oplossingen voor alle slimme gemeenschappen moeten aanmoedigen. Dat zal in aanzienlijke mate bijdragen aan de verwezenlijking van de SDG’s.

28.

Slimme technologieën spelen een sleutelrol bij de uitvoering van het pakket schone energie en een succesvolle overgang naar schone energie. Slimme steden en gemeenschappen zijn een krachtig instrument om te bewerkstelligen dat slimme technologieën op consistente en samenhangende wijze worden toegepast en synergiemogelijkheden optimaal worden benut.

29.

Lokale energiegemeenschappen zijn een krachtig instrument om ervoor te zorgen dat de overgang naar schone energie eerlijk verloopt. Burgers zouden bij slimme steden en gemeenschappen moeten worden betrokken. Het Comité wijst in dit verband op de voorstellen die het in een advies hierover (6) heeft gedaan.

30.

De natuur speelt een belangrijke rol in de SDG’s die verband houden met armoede, honger, gezondheid, welzijn en duurzame steden. Slimme steden en gemeenschappen moeten op de natuur gebaseerde oplossingen en groene-infrastructuurmaatregelen beschouwen als essentiële beleidsaanvullingen om ecosysteemdiensten en de biodiversiteit te behouden en een duurzaam gebruik daarvan te bevorderen, evenals de verstening van steden te beperken.

31.

In de langetermijnstrategie voor een klimaatneutrale EU in 2050 wordt erkend dat slimme technologieën en steden een centrale rol spelen bij het bereiken van klimaatneutraliteit.

32.

Het Comité dringt er niet alleen op aan om in de begroting meer rekening te houden met de klimaatverandering, maar pleit ook voor doeltreffende maatregelen om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, teneinde gelijke concurrentievoorwaarden voor hernieuwbare energieën te creëren, gedragsverandering aan te moedigen en de nodige middelen vrij te maken voor een rechtvaardige overgang.

33.

De overgang naar klimaatneutraliteit levert kwalitatief hoogwaardige banen in de circulaire economie op, alsook in de sectoren schone energie, levensmiddelen en landbouw. Het Comité roept de EU op om de samenhang van de klimaatdoelstellingen te vergroten door middel van het cohesiebeleid, het Europees Sociaal Fonds (ESF+) en InvestEU.

34.

“Slimme wateroplossingen” worden een steeds belangrijker onderdeel van een compleet beleid voor slimme steden waarin klimaatduurzame oplossingen centraal staan.

35.

Het is van groot belang dat slimme infrastructuur wordt gerealiseerd. Slimme steden en gemeenschappen zijn natuurlijke pioniers op dit gebied.

36.

De energie-efficiëntie van gebouwen is cruciaal voor een succesvolle overgang naar klimaatneutraliteit en slimme oplossingen moeten in dit verband de doorslag geven. Die slimme oplossingen zullen alleen maar doeltreffend zijn als ze binnen slimme steden en gemeenschappen en niet als losse maatregelen worden uitgevoerd. Verder speelt het initiatief “Slimme financiering voor slimme gebouwen” hierbij een belangrijke rol, dat voor dit doel financieringsmechanismen verschaft.

37.

De lokale en regionale overheden spelen bij de uitvoering van een duurzaam huisvestingsbeleid een belangrijke rol en leveren een aanzienlijke bijdrage aan de praktische verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de EU.

38.

Het Comité pleit voor prikkels om maximale energie-efficiëntie in nieuwe gebouwen en renovaties de norm te laten worden, in lijn met de passiefhuisstandaard, zo nodig samen met de toepassing van slimme technologie in gebouwen.

39.

Het Comité herhaalt zijn steun voor duurzame stedelijke mobiliteitsplannen op basis van multimodaliteit en een gecoördineerd gebruik van emissiearme en emissievrije stedelijke en regionale vervoers- en logistieke middelen. Ook wijst het op de belangrijke rol van vervoer per spoor en over water bij emissiereductie.

40.

Het stadsvervoer geeft momenteel vorm aan en ondergaat een structuurverandering doordat er tegelijkertijd transities plaatsvinden op het gebied van energiegebruik (elektrificatie, alternatieve brandstoffen), technologie (intelligente vervoerssystemen, ITS) en consumentengedrag (deeleconomie, nadruk op actieve mobiliteit). Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor zowel het personen- als vrachtvervoer en voor zowel zakelijke als privéverplaatsingen. Ze kunnen worden benut voor het realiseren van de doelstellingen van slimme steden, zoals stimulering van de lokale innovatiemarkt, mainstreaming van de beste beschikbare technologieën en besluitvorming op basis van kennis.

41.

Slimme mobiliteitstechnologieën kunnen helpen om in dunbevolkte, plattelands- en perifere gebieden duurzame mobiliteitsoplossingen te vinden en een actief mobiliteitspatroon te promoten, dat de volksgezondheid ten goede kan komen.

Meer kansen creëren voor slimme gemeenschappen om innovatieve oplossingen te financieren en te versnellen

42.

Ultraperifere en andere eilandregio’s zijn ideale plaatsen om te experimenteren met alternatieve technologieën, energiebronnen en processen, en worden zelfs als “levende laboratoria” beschouwd. Hun isolement, de afstand tot het centrum van Europa, de grote biodiversiteit, de nabijheid en toegankelijkheid van de zee, de extreme (atmosferische en geologische) milieuverschijnselen en de beschikbaarheid van aardwarmte zijn, met het oog op het uitwerken van oplossingen voor de tenuitvoerlegging van de SDG’s, eerder geografische voordelen dan nadelen en maken deze regio’s bijzonder geschikt voor het testen van prototypes onder gecontroleerde, zij het uiterst moeilijke omstandigheden.

43.

Het Comité wijst op het potentieel van lokale zones waar flexibele en innovatieve regelgevingsinstrumenten en alternatieven voor regelgeving kunnen worden getest in een echte stedelijke context, omdat zo duurzame innovaties kunnen worden onderzocht en vervolgens eventueel uitgevoerd (bijv. op het gebied van huisvesting). In een stad die een “leerschool” vormt, wordt sociaal leren vergemakkelijkt en samenwerking mogelijk gemaakt, waardoor sociale risico’s kunnen worden verkleind.

44.

Het Comité vindt decentralisatie op belastinggebied van groot belang voor een betere inbedding van fiscale klimaatmaatregelen van regio’s en (grote) steden op lokaal niveau.

45.

Lokale gemeenschappen moeten de instrumenten en middelen voor capaciteitsopbouw krijgen die hen in staat stellen om slimme gemeenschappen te worden, de digitale kloof te overbruggen en ervoor te zorgen dat geen enkele burger en geen enkel gebied aan zijn lot wordt overgelaten.

46.

Zoals al eerder gezegd, spelen publiek-private partnerschappen (PPP’s) een cruciale rol bij het creëren en ontwikkelen van slimme steden en gemeenschappen. Het Comité roept de Europese Commissie op meer inspanningen te leveren om voor grote en kleine lokale overheden gunstige voorwaarden te scheppen zodat ze van dit instrument gebruik gaan maken.

47.

Het Comité wijst er nogmaals op dat slimme gemeenschappen de aanjagers van een slimme en inclusieve energietransitie zijn en dringt er bij de Europese Commissie op aan om het optreden van slimme steden en gemeenschappen met specifieke en toegankelijke financieringsinstrumenten te ondersteunen.

48.

Het Comité verwelkomt het besluit van de Europese Commissie om in het nieuwe programma Horizon Europa een missie voor klimaatneutrale en slimme steden op te nemen.

49.

Het Comité pleit voor een alomvattend EU-klimaatbeleid op basis van een systematische en geïntegreerde aanpak en merkt op dat het nationale en EU-beleid tot nu toe vaak versnipperd is tussen verschillende sectoren en categorieën en tussen stedelijke en landelijke gebieden.

Brussel, 9 oktober 2019.

De voorzitter

van het Europees Comité van de Regio’s

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  COR-2018-05877-00-01-AC-TRA (EN) (PB C 404 van 29.11.2019, blz. 53).

(2)  COR-2019-00239-00-00-AC-TRA (EN) (PB C 404 van 29.11.2019, blz. 16).

(3)  COR-2019-00965-00-01-PAC-TRA (EN) (zie bladzijde 27 van dit Publicatieblad).

(4)  COR-2019-00965-00-01-PAC-TRA (EN).

(5)  COR-2019-00965-00-01-PAC-TRA (EN).

(6)  PB C 86 van 7.3.2019, blz. 36.


Top