EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019AP0193

P8_TA(2019)0193 Verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (COM(2018)0085 — C8-0097/2018 — 2018/0040(COD)) P8_TC1-COD(2018)0040 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet

OJ C 23, 21.1.2021, p. 573–574 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.1.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 23/573


P8_TA(2019)0193

Verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (COM(2018)0085 — C8-0097/2018 — 2018/0040(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2021/C 23/77)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0085),

gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 33 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0097/2018),

gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 14 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren

gezien artikel 59 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A8-0342/2018),

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.

hecht zijn goedkeuring aan de bij deze resolutie als bijlage gevoegde gemeenschappelijke verklaring van het Parlement en de Raad, die samen met de definitieve wetgevingstekst in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden gepubliceerd;

3.

neemt kennis van de bij deze resolutie als bijlage gevoegde verklaring van de Commissie, die samen met de definitieve wetgevingstekst in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden gepubliceerd;

4.

verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

P8_TC1-COD(2018)0040

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/632.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad

Het Europees Parlement en de Raad verwelkomen Speciaal verslag nr. 26/2018 van de Europese Rekenkamer getiteld “Een reeks vertragingen bij de IT-douanesystemen: wat ging er mis?” en andere recente ter zake doende verslagen op het gebied van douane, die de medewetgevers beter inzicht hebben gegeven in de redenen voor de vertragingen bij de uitrol van de IT-systemen die nodig zijn voor het verbeteren van de douaneoperaties in de EU.

Het Europees Parlement en de Raad zijn van oordeel dat eventuele toekomstige audits door de Europese Rekenkamer met beoordelingen van de verslagen van de Commissie op grond van artikel 278 bis van het douanewetboek van de Unie een positieve bijdrage zouden kunnen leveren om verdere vertragingen te vermijden.

Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie en de lidstaten ten volle rekening te houden met dergelijke audits.

Verklaring van de Commissie

De Commissie is tevreden met het akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad over het voorstel voor een verlenging van de termijn van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet.

De Commissie neemt kennis van de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad waarin wordt opgemerkt dat eventuele toekomstige werkzaamheden van de Europese Rekenkamer met betrekking tot het beoordelen van de verslagen van de Commissie op grond van artikel 278 bis van het douanewetboek van de Unie een positieve bijdrage zouden kunnen leveren om verdere vertragingen te vermijden.

Als de Rekenkamer besluit de verslagen van de Commissie te beoordelen, zal de Commissie, overeenkomstig het voorschrift in artikel 287, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, volledig met de Europese Rekenkamer samenwerken en zal zij ten volle met de bevindingen van de Rekenkamer rekening houden.


Top