EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018JC0005

GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over het actieplan voor militare mobiliteit

JOIN/2018/05 final

Brussel, 28.3.2018

JOIN(2018) 5 final

GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EMPTY

over het actieplan voor militare mobiliteit


1.Inleiding: verbetering van de militaire mobiliteit in de EU

In zijn toespraak over de staat van de Unie van 2017 1 heeft voorzitter Juncker benadrukt dat het van het grootste belang is dat tegen 2025 een volwaardige Europese defensie-unie wordt opgericht. De EU zet al de nodige stappen naar een doeltreffender, daadkrachtiger en hechtere Unie die de gemeenschappelijke belangen en prioriteiten van de EU kan nastreven op het vlak van vrede en de veiligheid van haar burgers en haar grondgebied (zie ook de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie 2 ). Het Europees defensieactieplan en met name het Europees Defensiefonds geven blijk van Europa's engagement om de lidstaten daadkrachtig te ondersteunen. De verbetering van de militaire mobiliteit in de Europese Unie is een van de praktische maatregelen die bijdragen tot een beschermende Unie, waarin Europese solidariteit en wederzijdse bijstand 3 geen holle begrippen zijn.

Vijfentwintig EU-lidstaten hebben besloten om militaire mobiliteit op te nemen in de dwingender verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking van 11 december 2017 4 . Ook heeft de Raad op 6 maart 2018 een aanbeveling vastgesteld over het stappenplan voor de uitvoering van de permanente gestructureerde samenwerking en een besluit tot vaststelling van de lijst van projecten die in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking moeten worden ontwikkeld 5 . In december 2017 is militaire mobiliteit toegevoegd aan de gemeenschappelijke reeks nieuwe voorstellen 6 voor de uitvoering van de gezamenlijke verklaring EU-NAVO van juli 2016 7 . Op de Europese Raad van december 2017 8 werden de hoge vertegenwoordiger, de Commissie en de EU-lidstaten verzocht om in het kader van zowel de permanente gestructureerde samenwerking als de samenwerking tussen de EU en de NAVO sneller werk te maken van militaire mobiliteit.

Richtsnoeren voor de EU-aanpak

Dit actieplan is een vervolg op de gezamenlijke mededeling van november 2017 over de verbetering van de militaire mobiliteit in de EU 9 en is gebaseerd op het stappenplan van de ad-hocwerkgroep inzake grensoverschrijdend militair vervoer in Europa in het kader van het Europees Defensieagentschap. De bedoeling is te voorzien in een samenhangend kader voor de lopende en toekomstige programma's, projecten, initiatieven en activiteiten. Daardoor wordt de EU-aanpak beter gecoördineerd, wordt de solidariteit tussen de lidstaten versterkt en stijgt de toegevoegde waarde van de EU.

Een betere mobiliteit van de strijdkrachten binnen en buiten de EU zal de Europese veiligheid verhogen omdat de EU-lidstaten sneller kunnen optreden volgens hun behoeften en verantwoordelijkheden op het vlak van defensie, zowel in het kader van de missies en operaties van het gemeenschappelijk beveiligings- en defensiebeleid als voor nationale en multinationale activiteiten (bv. in het kader van de NAVO).

Een nauwe samenwerking tussen de EU-lidstaten, met inbegrip van alle betrokken partijen, is cruciaal voor de uitvoering van dit actieplan. Dat zal gebeuren met volledige inachtneming van de soevereiniteit van de EU-lidstaten over hun nationaal grondgebied en nationale besluitvormingsprocessen betreffende militaire verplaatsingen. Maatregelen om de samenwerking tussen de instellingen, agentschappen en organen van de Unie en de bevoegde nationale autoriteiten van de EU-lidstaten te verbeteren, zullen worden genomen met volledige inachtneming van de verschillende bevoegdheden van de betrokken partijen. Dit actieplan moet goed worden afgestemd op het project inzake militaire mobiliteitsbehoeften van de permanente gestructureerde samenwerking, zodat de resultaten elkaar aanvullen.

Ook is het belangrijk dat op het vlak van militaire mobiliteit verder wordt samengewerkt met de NAVO in het kader van de gezamenlijke verklaring. Overeenkomstig de conclusies van de Raad van december 2017 wordt regelmatig op stafniveau met de NAVO vergaderd en overlegd over de samenwerking inzake militaire mobiliteit op alle domeinen (over land, op zee en in de lucht). De bedoeling is een coherente aanpak en synergieën tussen de EU en de NAVO te verzekeren zodat bestaande belemmeringen op juridisch, infrastructureel en procedureel vlak effectief worden verholpen. Zo kunnen verplaatsingen en grensoverschrijdingen van troepen en materieel gemakkelijker gebeuren met volledige inachtneming van soevereine nationale besluiten. Die samenwerking zal verder worden ontwikkeld in volledige openheid en transparantie, waarbij de autonome besluitvorming en procedures van beide organisaties, de inclusiviteit en de wederkerigheid worden geëerbiedigd, en onverminderd het specifieke karakter van het beveiligings- en defensiebeleid van elke EU-lidstaat. De interactie tussen alle betrokken partijen is gericht op een optimale coördinatie en effectiviteit om alle synergieën te kunnen aangrijpen.

Resultaten van de ad-hocwerkgroep inzake grensoverschrijdend militair vervoer

Dit actieplan is gebaseerd op het stappenplan voor militaire mobiliteit van de ad-hocwerkgroep die in september 2017 is opgezet bij besluit van het bestuur van het Europees Defensieagentschap. In het stappenplan van de ad-hocwerkgroep zijn taken en verantwoordelijkheden opgenomen en ambitieuze termijnen voor de verbetering van de militaire mobiliteit gesteld betreffende de vier volgende domeinen: juridische aspecten; douane; militaire voorschriften, waaronder militaire infrastructuurnormen; vergunningen voor grensoverschrijdende verplaatsingen, met inbegrip van diplomatieke toestemmingen. Op 9 februari 2018 heeft het bestuur van het Europees Defensieagentschap het stappenplan gunstig onthaald en het agentschap opgedragen om verder te werken aan een betere militaire mobiliteit, ook in het kader van de uitvoering van dit actieplan, en om jaarlijks verslag uit te brengen over de vorderingen.

Daarnaast zijn de EU-lidstaten betrokken bij een aantal samenwerkingsprojecten en initiatieven die door het Europees Defensieagentschap worden gefaciliteerd: het projectteam verplaatsing en vervoer 10 , het EU-knooppunt voor multimodaal vervoer 11 en de technische regeling inzake diplomatieke toestemmingen 12 .

2.Acties

2.1    Militaire voorschriften

De vaststelling en goedkeuring van militaire voorschriften, waarbij tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de EU en de lidstaten, vormen het uitgangspunt voor een doeltreffende aanpak in de hele EU. Alle acties in de volgende hoofdstukken vallen daaronder. In die voorschriften moet ook een omschrijving zijn opgenomen van de voor militaire mobiliteit benodigde infrastructuur. De EU-lidstaten moeten daarbij niet alleen hun ministerie van Defensie maar ook andere bevoegde autoriteiten betrekken, zodat op het volledige overheidsniveau wordt gewerkt.

Kernacties op EU-niveau:

·De Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU zullen in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten, de Commissie en de betrokken agentschappen en organen van de Unie (waaronder het Europees Defensieagentschap) en zo nodig in overleg met de NAVO, de militaire voorschriften opstellen.

·De Raad wordt verzocht om midden 2018 de militaire voorschriften te beoordelen en te valideren, en daarbij de desbetreffende voorbereidende instanties, waaronder het Militair Comité van de EU, te betrekken.

2.2    Vervoersinfrastructuur

Het beleid inzake vervoersinfrastructuur biedt een goede mogelijkheid om de synergieën tussen de defensiebehoeften en het bestaande Uniebeleid, met name voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T) 13 , te vergroten. De toegevoegde waarde van de EU kan hier duidelijk worden aangetoond en overheidsgeld kan efficiënter worden besteed.

Proefproject

Het Estse voorzitterschap is in 2017 gestart met een analyse van de landen van de Noordzee-Oostzee-corridor van het trans-Europees vervoersnetwerk 14 , waarbij vertegenwoordigers van defensie en vervoer zijn betrokken. Die analyse geldt als haalbaarheidsonderzoek voor een EU-brede aanpak. De bedoeling van dit proefproject is de aanzet te geven tot de hieronder beschreven stappen, zodat voorbereidende elementen worden vastgesteld die nuttig kunnen zijn voor een volledige analyse.

Het proefproject is inderdaad nuttig gebleken. De lidstaten die eraan deelnemen, hebben zwakke punten in hun vervoersnetwerk voor militaire doeleinden geïdentificeerd en hebben een lijst van prioriteiten opgesteld voor de verbetering van hun netwerk.

Twee concrete voorbeelden: in een aantal EU-lidstaten zijn de vrije hoogte en de draagkracht van sommige bruggen op het wegennet onvoldoende voor de passage van grote of zware militaire voertuigen; in sommige gevallen hebben spoorlijnen onvoldoende laadcapaciteit om groot militair materieel te vervoeren.

Uit het proefproject is gebleken dat er belangrijke mogelijkheden zijn om infrastructuur zowel voor civiele als militaire doeleinden te gebruiken, onder meer op multimodale platformen waar materieel snel van havens en luchthavens kan worden overgezet naar spoorwegen en wegen, door de capaciteit van binnenlandse terminals te vergroten en door de vrijeruimteprofielen van spoorlijnen voor goederenvervoer aan te passen. Dit alles moet verder worden verfijnd door de maatregelen die in dit actieplan zijn vastgesteld, maar het proefproject bevestigt dat de toegepaste methode (zie kader hieronder) werkt.

EU-vervoersinfrastructuur benutten voor zowel civiele als militaire doeleinden

Zoals is aangegeven in het stappenplan van de ad-hocwerkgroep, is het de bedoeling het proefproject uit te breiden en te verdiepen zodat kan worden vastgesteld in welke mate de bestaande vervoersinfrastructuur die in de verordening inzake het trans-Europees vervoersnetwerk als prioritair is aangemerkt, voor alle vervoerswijzen en technische voorschriften relevant en toereikend is voor het vervoer van troepen en militair materieel. Als dat niet geval is, moeten aanvullende infrastructuurschakels en -elementen worden onderzocht en ontwikkeld en moeten de voorschriften worden bijgewerkt.

Kernacties op EU-niveau:

·Tegen eind 2018 zal de Commissie, in samenwerking met de EU-lidstaten, de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en het Europees Defensieagentschap, vaststellen waar er discrepanties zijn tussen enerzijds de technische voorschriften die van toepassing zijn op het trans-Europees vervoersnetwerk en anderzijds de geschikte voorschriften voor militair vervoer. Er zal ook worden gezocht naar tekortkomingen op het vlak van geografisch bereik.

·Tegen 2019 zullen de diensten van de Commissie aangeven welke delen van het trans-Europees vervoersnetwerk geschikt zijn voor militair vervoer en welke delen van de bestaande infrastructuur moeten worden bijgewerkt. Projecten voor dubbel gebruik zullen specifiek worden aangegeven, met vermelding van de kosten. Op grond van de conclusies zal een lijst van prioriteiten worden vastgesteld. Daarnaast zal een raming worden gemaakt van het totale investeringsvolume voor militaire behoeften op het trans-Europees netwerk.

·Tegen 2020 zal de Commissie beoordelen of in de verordening inzake het trans-Europees vervoersnetwerk bijgewerkte (militaire) technische voorschriften moeten worden opgenomen.

·Tegen eind 2019 zal de Commissie in samenwerking met de betrokken partijen oordelen of een koppeling tussen de militaire en civiele (TENtec) databanken haalbaar is en wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn. Op grond daarvan zal de Commissie vaststellen welke TENtec-functies daartoe verder moeten worden aangepast en een procedure ontwikkelen om te databanken actueel te houden.

·Lopend: de Commissie zal synergieën blijven zoeken en aanmoedigen tussen het trans-Europees vervoersnetwerk en de relevante ruimteprogramma's (bv. EGNOS/Galileo).

De lidstaten worden verzocht om:

·zo snel mogelijk één enkel contactpunt in te stellen voor informatie over de militaire toegang tot vervoersinfrastructuur;

·bij de bouw van vervoersinfrastructuur consequent rekening te houden met militaire voorschriften.

2.3    Regel- en procedurekwesties

2.3.1    Gevaarlijke goederen

Wat betreft vervoer over land van gevaarlijke goederen zijn de EU-lidstaten en de Commissie actief betrokken bij de onderhandelingen over een aantal complexe internationale verdragen en aanbevelingen van de Verenigde Naties. Die gelden echter alleen voor civiel gebruik. Als de EU-lidstaten worden verzocht om vrije doorgang te verlenen aan militair vervoer van gevaarlijke goederen, passen zij nationale regels toe. Om te kunnen afwijken van de civiele regels zijn ad-hocvergunningen nodig, wat vertragingen veroorzaakt.

Als de regels die van toepassing zijn op strijdkrachten worden aangepast aan de bestaande EU-wetgeving voor het vervoer van gevaarlijke goederen, zou dat de veiligheid kunnen verhogen en zorgen voor synergieën en samenhang op militair gebied, zonder dat de civiele normen worden afgezwakt.

Kernacties op EU-niveau:

·Tegen het voorjaar van 2019 zal het Europees Defensieagentschap, in nauwe samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en alle andere betrokken autoriteiten, een enquête houden over: de nationale bepalingen, een definitie van de behoeften, de geschiktheid van de bestaande civiele geharmoniseerde regels en de mogelijke behoefte aan aanvullende bepalingen of aanpassingen. De EU-lidstaten worden verzocht dit proces actief te steunen.

·Lopend: De diensten van de Commissie zullen, in nauwe samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en met steun van het Europees Defensieagentschap, de uitwisseling van kennis over het vervoer van gevaarlijke goederen faciliteren tussen civiele en militaire deskundigen.

·Tegen 2020 zullen de diensten van de Commissie de haalbaarheid van en de behoefte aan verdere actie op EU-niveau beoordelen, in nauwe samenwerking met de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en het Europees Defensieagentschap.

·Tegen de zomer van 2019 zal het Europees Defensieagentschap, in nauwe samenwerking met de lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU, onderzoeken of de samenhang tussen de regels en procedures voor militair vervoer door de lucht (vervoer en behandeling) op het grondgebied van de lidstaten kan worden verbeterd.

2.3.2 Douane en btw

Een aantal lidstaten heeft in de ad-hocwerkgroep operationele problemen gemeld die voortvloeien uit een gebrek aan duidelijkheid over het gebruik van formulier 302 voor tijdelijke uitvoer en wederinvoer van militaire goederen door of namens de strijdkrachten van de EU-lidstaten.

Kernacties op EU-niveau:

·Tegen eind 2018 zullen de diensten van de Commissie, samen met de EU-lidstaten, de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en het Europees Defensieagentschap, een overzicht opstellen van douanegerelateerde activiteiten die onder formulier 302 moeten vallen. Daarnaast zullen de diensten van de Commissie, in nauwe samenwerking met het Europees Defensieagentschap, onderzoeken of er een EU-model van formulier 302 moet worden opgesteld voor gevallen waarin het huidige formulier 302 niet kan worden gebruikt. Ook de mogelijke gevolgen voor de huidige douanewetgeving zullen worden beoordeeld.

·Tegen eind 2018 zal de Commissie de mogelijkheden onderzoeken om de douaneformaliteiten in verband met militaire operaties te stroomlijnen en te vereenvoudigen. Zij zal ook de uniforme toepassing en uitvoering van de desbetreffende douanebepalingen waarborgen.

·Tegen eind 2018 zal de Commissie vaststellen welke handelingen eventueel moeten worden gewijzigd. Indien nodig en op grond daarvan zal de Commissie de aanzet geven tot de wijziging van het regelgevend kader voor douane en met name de handelingen van de Commissie met betrekking tot het douanewetboek van de Unie 15 , met het oog op de verduidelijking van het gebruik van formulier 302 voor de vastgestelde douanegerelateerde activiteiten.

·De Commissie zal, met de betrokkenheid van de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en het Europees Defensieagentschap, richtsnoeren opstellen om in verband met militaire activiteiten een correcte en uniforme toepassing van de douanewetgeving te waarborgen. Het tijdschema zal afhangen van de vaststelling van de hierboven vermelde wijzigingen.

·Tegen de zomer van 2018 zal het Europees Defensieagentschap een door het bestuur te besluiten categorie A-project voor douane voorbereiden, in permanente coördinatie met de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf, de diensten van de Commissie en deskundigen inzake defensie en douane uit de lidstaten, zonder afbreuk te doen aan het wetgevend initiatief van de Commissie inzake de douane in de Unie.

·De EU-lidstaten worden verzocht om tegen eind 2020 te onderzoeken of er behoefte is aan de ontwikkeling van elektronische systemen, met gebruik van EU-ruimtetechnologie, voor het beheer van douanegerelateerde activiteiten van strijdkrachten en douane-autoriteiten.

Een vereenvoudiging van de militaire mobiliteit heeft ook betrekking op de btw-regelgeving. Defensie-inspanningen en met name militaire mobiliteit vereisen een aantal voorzieningen zoals opleiding, oefenmaterialen, accommodatie, catering, brandstof enz. Op die voorzieningen moet in principe btw worden geheven. In het kader van de ad-hocwerkgroep inzake militaire mobiliteit hebben de lidstaten aangegeven dat defensie-inspanningen op een gelijkwaardige manier moeten worden behandeld om de administratieve last te beperken en vertragingen en kosten te vermijden, en de lidstaten aldus te stimuleren om mee te werken.

Kernacties op EU-niveau op het vlak van btw:

·Tegen eind 2018 zal de Commissie, in overleg met de EU-lidstaten en in nauwe samenwerking met de betrokken partijen van de Unie, de mogelijkheden onderzoeken om de administratieve last te verlagen en de haalbaarheid beoordelen van een aanpassing van de btw-behandeling van defensie-inspanningen die worden geleverd binnen het EU-kader en onder de koepel van de NAVO.

2.3.3 Toestemming voor grensoverschrijdende verplaatsingen

Zoals aangegeven in het stappenplan van de ad-hocwerkgroep vormen toestemmingen voor grensoverschrijdende verplaatsingen (met inbegrip van diplomatieke toestemmingen) een gebied waarop de EU-lidstaten kunnen samenwerken om de eenvormigheid en/of de doeltreffendheid van hun procedures te verhogen. Om toestemming voor grensoverschrijdende bewegingen te krijgen, moet een procedure worden doorlopen. De geldende diplomatieke toestemming reduceert de administratieve last en de tijd die nodig is om militaire mobiliteit toe te staan. De technische regeling inzake diplomatieke toestemming heeft haar waarde bewezen in het een specifiek domein van het luchtvervoer maar heeft ook duidelijke beperkingen, zoals de uitsluiting van luchtruimblokken en luchtvaartterreinen of de afwijzing van bepaalde missies, zoals individueel opgelegd door de ondertekenaars. Zowel de jaarlijks door de deelnemende EU-lidstaten afgegeven nummers van diplomatieke toestemmingen als de restricties en contacten over begin- en eindtijden worden beheerd en gepubliceerd op een specifieke website.

Een overeenkomst over de toestemming voor grensoverschrijdende verplaatsingen die specifiek gericht is op verplaatsingen over land, zou de gelegenheid bieden om de militaire mobiliteit over de weg, per spoor en via binnenwateren te verbeteren. Om gemeenschappelijke regels en procedures te waarborgen, zouden administratieve procedures gedeeltelijk kunnen worden vastgelegd in een overeenkomst, met name voor missies en operaties van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, maar ook voor activiteiten in een ander kader, oefeningen en dagelijkse verplaatsingen.

Wat verplaatsingen door de lucht betreft, moeten verplaatsingen die worden uitgevoerd volgens de voorschriften voor algemeen luchtverkeer in overeenstemming zijn met de regelgeving die werd vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Voor vluchten die worden uitgevoerd volgens nationale regels voor Operational Air Traffic, moeten de lidstaten voor grensoverschrijdende operaties een beroep doen op bilaterale overeenkomsten of de technische regeling voor diplomatieke toestemming. Het tijdig en nauwkeurig mededelen van veiligheidsinformatie op Europees niveau zou de controle op de volledige naleving van de veiligheidsvoorschriften ten goede komen. Bovendien zou de beschikbaarheid van bepaalde faciliteiten en diensten bijdragen tot het waarborgen van de veiligheid en doeltreffendheid, de stiptheid en de efficiëntie van het wereldwijde luchtvaartsysteem en de naleving van de voorschriften voor militaire luchtvaartoperaties. Dit kan worden gerealiseerd door een gemeenschappelijke interpretatie van de grondbeginselen, het delen van beste praktijken en toezicht op de praktische uitvoering ervan.

Kernacties op EU-niveau:

·Tegen de zomer van 2018 zal het Europees Defensieagentschap een door het bestuur te besluiten categorie A-project voorbereiden inzake de toestemming voor grensoverschrijdende verplaatsingen, teneinde de EU-lidstaten te ondersteunen bij het opstellen van overeenkomsten over de toestemming voor grensoverschrijdingen.

·Het Europees Defensieagentschap zal via het projectteam verplaatsing en vervoer een platform bieden voor gedachtewisselingen tussen de EU-lidstaten, de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU en de NAVO over tijdschema's voor verplaatsingen over land.

De lidstaten worden verzocht om:

·een overzicht te geven van de nationale regels die gevolgen hebben voor de toestemming voor de inzet van vreemd militair materieel in EU-lidstaten, met name de beperkingen;

·bij te dragen tot de vaststelling van domeinspecifieke operationele voorschriften voor de verplaatsing van materieel, in het kader van de militaire voorschriften;

·beperkingen in de nationale regelgeving vast te stellen, met opgave van de onderliggende politieke motivatie;

·oplossingen uit te werken door bestaande werkterreinen en producten te benutten en operationele voorschriften af te wegen tegen rationele politieke beperkingen, zodat (diplomatieke) toestemmingen kunnen worden verstrekt met zo weinig mogelijk nationale restricties;

·vast te stellen hoe groot de behoefte is om wijzigingen in de nationale regelgeving door te voeren waardoor de militaire mobiliteit wordt verbeterd, waarbij alleen indien nodig wordt vastgehouden aan essentiële niet-militair gemotiveerde beperkingen;

·domeinspecifieke overeenkomsten te ondertekenen waardoor procedures worden geharmoniseerd en het mogelijk wordt vooraf toestemming te verlenen voor grensoverschrijdende militaire verplaatsingen en vervoer waarvoor vooraf toestemming moet worden verleend.

2.3.4    Andere onderwerpen

In het stappenplan van de ad-hocwerkgroep zijn ook aanvullende en niet-uitputtende actielijnen opgenomen betreffende regelgevende en procedurele onderwerpen, met inbegrip van juridische aspecten. Het gaat onder meer om de verdere verduidelijking van de mogelijke gevolgen van de inwerkingtreding van de EU-overeenkomst inzake de status van de strijdkrachten voor de militaire mobiliteit.

Bij de verbetering van de militaire mobiliteit in de EU moeten ook bedreigingen van hybride aard in acht worden genomen. Daarom moet met militaire mobiliteit rekening worden gehouden bij de uitvoering van relevante acties binnen het gezamenlijk kader voor de bestrijding van hybride bedreigingen 16 .

Kernacties op EU-niveau:

·Tegen het voorjaar van 2019 zal het Europees Defensieagentschap een enquête over deze onderwerpen houden om mogelijke aanvullende actielijnen vast te stellen. Dat zal gebeuren in overleg met de lidstaten en, indien nodig, de diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden/de Militaire Staf van de EU.

·Lopend: Bij de uitvoering van het gezamenlijk kader voor de bestrijding van hybride bedreigingen zal bijzondere aandacht worden besteed aan militaire mobiliteit, vooral wat betreft de capaciteit om inlichtingen te analyseren (Fusiecel voor de analyse van hybride bedreigingen), de besluitvorming bij dreigingen en het herstellingsvermogen van kritieke infrastructuur.

·De EU-lidstaten worden verzocht om, zodra deze in werking treedt, rekening te houden met de EU-overeenkomst inzake de status van de strijdkrachten en de uitvoering ervan met betrekking tot militaire mobiliteit.

3.Gevolgen voor de begroting

Dit actieplan heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU, behalve de eventuele toekomstige financiering van infrastructuur voor dubbel gebruik, zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. In die context zal in het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader rekening worden gehouden met eventuele aanvullende financiële steun van de EU voor de uitvoering van projecten voor dubbel gebruik.

4.Volgende stappen

Het actieplan voor militaire mobiliteit is door de hoge vertegenwoordiger en de Commissie aan de lidstaten ter goedkeuring voorgelegd, zodat het tijdig en op gecoördineerde wijze kan worden uitgevoerd. Het moet worden gezien als een dynamisch plan, dat zo nodig verschillende keren kan worden aangepast.

De hoge vertegenwoordiger en de Commissie zullen bij de EU-lidstaten regelmatig verslag uitbrengen over de uitvoering van het actieplan. Het eerste verslag zal worden ingediend in de zomer van 2019, als aanvulling op het jaarverslag van het Europees Defensieagentschap aan de ministers van Defensie van de lidstaten.

(1)      Staat van de Unie, 13 september 2017. http://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-17-3165_nl.htm
(2)      Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken, 14 november 2016.
(3)      Artikel 42, lid 7, VEU.
(4)      http://www.consilium.europa.eu/media/32000/st14866en17.pdf
(5)       http://www.consilium.europa.eu/media/33064/council-recommendation.pdf http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-6393-2018-INIT/en/pdf
(6)    http://www.consilium.europa.eu/media/31947/st14802en17.pdf
(7)       http://www.consilium.europa.eu/media/21481/nato-eu-declaration-8-july-en-final.pdf http://www.consilium.europa.eu/media/31947/st14802en17.pdf
(8)      http://www.consilium.europa.eu/media/32204/14-final-conclusions-rev1-en.pdf
(9)     https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/joint_communication_to_the_european_parliament_and_the_ council_-_improving_military_mobility_in_the_european_union.pdf
(10)      In het projectteam verplaatsing en vervoer zijn deskundigen uit de EU-lidstaten samengebracht die moeten vaststellen op welke gebieden kan worden samengewerkt, die de haalbaarheid van samenwerkingsactiviteiten moeten beoordelen en die de consistentie van militaire behoeften moeten verhogen. Het projectteam is een platform waar de EU-lidstaten informatie uitwisselen over alle lopende activiteiten op het vlak van verplaatsingen en vervoer, zodat voordeel kan worden gehaald uit bestaande initiatieven en dubbel werk wordt vermeden.
(11)       https://www.eda.europa.eu/what-we-do/activities/activities-search/eu-multimodal-transport-hubs
(12)       https://www.eda.europa.eu/docs/default-source/documents/dic-ip.pdf
(13)      Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1).
(14)      Nederland, België, Duitsland, Polen, Litouwen, Letland, Estland en Finland.
(15)      Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1) en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(16)   http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52016JC0018  
Top