Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018IR2180

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over het pakket eerlijke belastingheffing

COR 2018/02180

OJ C 461, 21.12.2018, p. 43–51 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 461/43


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over het pakket eerlijke belastingheffing

(2018/C 461/07)

Rapporteur:

Paul LINDQUIST (SE/EVP), lid van de provincieraad van Stockholm

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de btw-tarieven betreft

COM(2018) 20 final

Bijlage bij het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de btw-tarieven betreft

COM(2018) 20 final

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen

COM(2018) 21 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de btw-tarieven betreft

(COM(2018) 20 final)

Wijzigingsvoorstel 1

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

In een definitief btw-stelsel moeten alle lidstaten gelijk worden behandeld en moeten voor hen dus dezelfde beperkingen gelden bij de toepassing van verlaagde btw-tarieven, die een uitzondering op het gewone tarief moeten blijven. Een dergelijke gelijke behandeling zonder beknotting van de ruimte waarover de lidstaten thans bij de vaststelling van de btw beschikken, is mogelijk wanneer álle lidstaten naast twee verlaagde tarieven van ten minste 5 % ook een verlaagd tarief waarvoor het minimumvereiste niet geldt, en een vrijstelling met recht op aftrek van de voorbelasting kunnen toepassen.

In een definitief btw-stelsel moeten alle lidstaten gelijk worden behandeld en moeten voor hen dus dezelfde beperkingen gelden bij de toepassing van verlaagde btw-tarieven, die een uitzondering op het gewone tarief moeten blijven. Een dergelijke gelijke behandeling zonder beknotting van de ruimte waarover de lidstaten thans bij de vaststelling van de btw beschikken, is mogelijk wanneer álle lidstaten, om recht te kunnen doen aan de positieve sociale of milieueffecten van verschillende goederen en diensten , naast twee verlaagde tarieven van ten minste 5 % ook een verlaagd tarief waarvoor het minimumvereiste niet geldt, en een vrijstelling met recht op aftrek van de voorbelasting kunnen toepassen. Binnen de in deze richtlijn gestelde grenzen mogen de lidstaten bestaande verlaagde btw-tarieven handhaven of nieuwe tarieven invoeren die de eindconsument ten goede komen en van algemeen belang zijn, bijvoorbeeld voor arbeidsintensieve diensten of voor sociale en/of milieudoeleinden.

Motivering

Als de regels te specifiek zijn, is het risico groot dat de gewenste flexibiliteit ontbreekt.

Wijzigingsvoorstel 2

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Hoewel de toepassing van uiteenlopende tarieven in bepaalde afgelegen gebieden mogelijk blijft, moet ervoor worden gezorgd dat een normaal tarief van ten minste 15 % wordt aangehouden.

Hoewel de toepassing van uiteenlopende tarieven in bepaalde afgelegen gebieden mogelijk blijft, moet ervoor worden gezorgd dat een normaal tarief van ten minste 15 % wordt aangehouden en het maximale niveau van 25 % niet wordt overschreden .

Wijzigingsvoorstel 3

Nieuw () invoegen na artikel 1, lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Artikel 97 wordt vervangen door de volgende tekst: „Het normale tarief mag niet lager zijn dan 15 % en niet hoger dan 25 %.”

Wijzigingsvoorstel 4

Artikel 1, lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 98 wordt vervangen door:

Artikel 98 wordt vervangen door:

Artikel 98

Artikel 98

1.   De lidstaten kunnen maximaal twee verlaagde tarieven toepassen.

1.   De lidstaten kunnen maximaal twee verlaagde tarieven toepassen.

De verlaagde tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing, dat niet lager mag zijn dan 5 %.

De verlaagde tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing, dat niet lager mag zijn dan 5 %.

2.   In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten naast de twee verlaagde tarieven ook een verlaagd tarief dat onder het minimumtarief van 5 % ligt, en een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting toepassen.

2.   In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten naast de twee verlaagde tarieven ook een verlaagd tarief dat onder het minimumtarief van 5 % ligt, en een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting toepassen.

3   Verlaagde tarieven en vrijstellingen uit hoofde van de leden 1 en 2 komen alleen ten goede aan de eindverbruiker en worden toegepast om een doelstelling van algemeen belang op consistente wijze na te streven.

3   Verlaagde tarieven en vrijstellingen uit hoofde van de leden 1 en 2 komen ten goede aan de eindverbruiker en worden toegepast om een duidelijk gedefinieerde doelstelling van algemeen belang voor goederen en diensten met positieve sociale en milieueffecten op consistente wijze na te streven.

De in de leden 1 en 2 bedoelde tarieven en vrijstellingen worden niet toegepast op goederen en diensten die in de rubrieken van bijlage III bis zijn vermeld.”.

De in de leden 1 en 2 bedoelde tarieven en vrijstellingen worden niet toegepast op goederen en diensten die in de rubrieken van bijlage III bis zijn vermeld.”.

Motivering

De beperking dat vrijstellingen alleen ten goede mogen komen aan de eindverbruiker is in de praktijk wellicht moeilijk toe te passen, omdat veel goederen en diensten aan zowel consumenten als bedrijven worden verkocht. In de algemene overwegingen wordt benadrukt dat de achterliggende gedachte bij het voorstel onder meer is de werking van de interne markt te beschermen en onnodige complexiteit en daarmee kostenstijgingen voor het bedrijfsleven te vermijden. Het woord alleen zou dan ook uit de richtlijn geschrapt moeten worden.

Bijlage bij het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de btw-tarieven betreft

(COM(2018) 20 final)

Wijzigingsvoorstel 5

Punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(5)

Levering van alcoholhoudende dranken

11.01

11.02

11.03

11.05

47.00.25

Geen

Geen

(5)

Levering van alcoholhoudende dranken

11.01

11.02

11.03

11.04

11.05

47.00.25

Geen

Geen

Motivering

Er is geen reden voor het bieden van de mogelijkheid om een verlaagd tarief toe te passen op alcohol die wordt vervaardigd uit andere niet-gedistilleerde gegiste dranken, zoals vermout.

Wijzigingsvoorstel 6

Punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(7)

Levering, huur, onderhoud en herstel van vervoermiddelen

29

30

33.15

33.16

45

47.00.81

77.1

77.34

77.35

77.39.13

Levering, huur, onderhoud en herstel van fietsen, kinderwagens en invalidenwagens

….

30.92

33.17.19

47.00.45

47.00.75

77.21.10

77.29.19

95.29.12

29.10.24

45.11.245.11.3

(7)

Levering, huur, onderhoud en herstel van vervoermiddelen

29

30

33.15

33.16

45

47.00.81

77.1

77.34

77.35

77.39.13

Levering, huur, onderhoud en herstel van fietsen (met inbegrip van elektrische fietsen), elektrische scooters , kinderwagens en invalidenwagens

…..

30.92

33.17.19

47.00.45

47.00.75

77.21.10

77.29.19

95.29.12

29.10.24

45.11.245.11.3

Motivering

Er dient duidelijk aangegeven te worden dat de lidstaten ook elektrische fietsen en elektrische scooters onder een verlaagd belastingtarief mogen laten vallen. Elektrische fietsen en scooters spelen een belangrijke rol bij mobiliteit.

Wijzigingsvoorstel 7

Punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(10)

Levering van informatica-producten, elektronische en optische producten; levering van horloges

26

47.00.3

47.00.82

47.00.83

47.00.88

Geen

Geen

(10)

Levering van informaticaproducten, elektronische en optische producten; levering van horloges

26

47.00.3

47.00.82

47.00.83

47.00.88

Bestralings-apparatuur, elektromedische en elektrotherapeutische apparatuur alsook brillen en contactlenzen

26.60

32.50.4

Motivering

De lidstaten dienen te beschikken over de mogelijkheid om brillen en contactlenzen alsook pacemakers en gehoorapparaten onder een verlaagd belastingtarief te laten vallen.

Wijzigingsvoorstel 8

Punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

(15)

Levering van financiële diensten en verzekeringen

64

65

66

Geen

Geen

(15)

Levering van financiële diensten

64

66

Geen

Geen

Motivering

Volgens artikel 135, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG moeten de lidstaten vrijstelling verlenen voor handelingen van verzekering en herverzekering, met inbegrip van daarmee samenhangende diensten, verricht door assurantiemakelaars en verzekeringstussenpersonen.

Het voorstel van de Commissie is dan ook in strijd met de formulering in Richtlijn 2006/112/EG.

Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen

(COM(2018) 21 final)

Wijzigingsvoorstel 9

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling die door een lidstaat aan niet in die lidstaat gevestigde ondernemingen wordt verleend, is het tevens nodig om die ondernemingen te verplichten om vooraf mee te delen dat zij gebruik willen maken van de vrijstelling. De kleine onderneming in kwestie moet dit meedelen aan de lidstaat waar zij is gevestigd. Vervolgens moet die lidstaat, uitgaande van de aangifte van de omzet van die onderneming, die informatie doorzenden naar de andere betrokken lidstaten.

Om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling die door een lidstaat aan niet in die lidstaat gevestigde ondernemingen wordt verleend, is het tevens nodig om die ondernemingen te verplichten om vooraf mee te delen dat zij gebruik willen maken van de vrijstelling. Deze mededeling dient te worden gedaan via een internetportaal, dat moet worden opgezet door de Commissie. Vervolgens moet de lidstaat van vestiging , uitgaande van de aangifte van de omzet van die onderneming, die informatie doorzenden naar de andere betrokken lidstaten.

Motivering

Hangt samen met het voorstel tot wijziging van artikel 1 punt 12 — dit voorstel komt uit het ontwerpverslag dat T. Vandenkendelaere (EVP/BE) voor het Europees Parlement heeft opgesteld.

Wijzigingsvoorstel 10

Artikel 1, onder (12)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 284 wordt vervangen door:

Artikel 284 wordt vervangen door:

Artikel 284

Artikel 284

1.   De lidstaten kunnen vrijstelling verlenen voor de goederenleveringen en diensten die op hun grondgebied worden verricht door op dat grondgebied gevestigde kleine ondernemingen waarvan de in de lidstaat gerealiseerde jaarlijkse omzet uit dergelijke leveringen niet hoger is dan een door deze lidstaten vastgestelde drempel voor de toepassing van deze vrijstelling.

1.   De lidstaten kunnen vrijstelling verlenen voor de goederenleveringen en diensten die op hun grondgebied worden verricht door op dat grondgebied gevestigde kleine ondernemingen waarvan de in de lidstaat gerealiseerde jaarlijkse omzet uit dergelijke leveringen niet hoger is dan een door deze lidstaten vastgestelde drempel voor de toepassing van deze vrijstelling.

De lidstaten kunnen voor de verschillende bedrijfssectoren uiteenlopende drempels vaststellen op basis van objectieve criteria. Deze drempels mogen echter niet hoger zijn dan 85 000  EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid.

De lidstaten kunnen uiteenlopende drempels vaststellen op basis van objectieve criteria. Deze drempels mogen echter niet hoger zijn dan 100 000  EUR of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid.

2.   De lidstaten die de vrijstelling voor kleine ondernemingen hebben ingevoerd, verlenen ook vrijstelling voor de goederenleveringen en diensten die op hun eigen grondgebied worden verricht door in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de jaarlijkse omzet in de Unie van die kleine onderneming bedraagt niet meer dan 100 000  EUR;

b)

het bedrag van de leveringen in de lidstaat waar de onderneming niet is gevestigd, is niet hoger dan de drempel die in die lidstaat van toepassing is voor de verlening van de vrijstelling aan ondernemingen die in die lidstaat zijn gevestigd.

2.   De lidstaten die de vrijstelling voor kleine ondernemingen hebben ingevoerd, verlenen ook vrijstelling voor de goederenleveringen en diensten die op hun eigen grondgebied worden verricht door in een andere lidstaat gevestigde ondernemingen, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de jaarlijkse omzet in de Unie van die kleine onderneming bedraagt niet meer dan 100 000  EUR;

b)

het bedrag van de leveringen in de lidstaat waar de onderneming niet is gevestigd, is niet hoger dan de drempel die in die lidstaat van toepassing is voor de verlening van de vrijstelling aan ondernemingen die in die lidstaat zijn gevestigd.

3   De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat vrijgestelde kleine ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de leden 1 en 2.

3   De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat vrijgestelde kleine ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de leden 1 en 2.

4.    Een kleine onderneming die gebruik wil maken van de vrijstelling in andere lidstaten, stelt de lidstaat waar zij is gevestigd, daarvan vooraf in kennis.

4.    De Commissie zet een internetportaal op waa r kleine ondernemingen die in een andere lidstaat gebruik willen maken van de vrijstelling zich kunnen inschrijven.

Wanneer een kleine onderneming gebruikmaakt van de vrijstelling in andere lidstaten dan die waar zij is gevestigd, neemt de lidstaat van vestiging alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kleine onderneming de jaarlijkse omzet in de Unie en de jaarlijkse omzet in de lidstaat correct aangeeft, en stelt hij de belastingdiensten van de andere betrokken lidstaten waar de kleine onderneming een levering verricht, daarvan in kennis.”.

Wanneer een kleine onderneming gebruikmaakt van de vrijstelling in andere lidstaten dan die waar zij is gevestigd, neemt de lidstaat van vestiging alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kleine onderneming de jaarlijkse omzet in de Unie en de jaarlijkse omzet in de lidstaat correct aangeeft, en stelt hij de belastingdiensten van de andere betrokken lidstaten waar de kleine onderneming een levering verricht, daarvan in kennis.”.

Motivering

In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel is het aan de lidstaten zelf om een nationale drempel te bepalen; er zou dan ook geen maximumbedrag aangegeven moeten worden, behalve de 100 000 EUR die voor de hele Unie wordt voorgesteld. Het is een goede zaak dat de lidstaten uiteenlopende drempels kunnen vaststellen omdat zij daardoor meer speelruimte krijgen. Wanneer de drempels alleen voor bepaalde sectoren gelden, kunnen echter afbakeningsproblemen ontstaan.

Wijzigingsvoorstel 11

Artikel 1, onder (15)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het volgende artikel 288 bis wordt ingevoegd:

Het volgende artikel 288 bis wordt ingevoegd:

Artikel 288 bis

Artikel 288 bis

Wanneer de jaarlijkse omzet in de lidstaat van een kleine onderneming de in artikel 284, lid 1, bedoelde vrijstellingsdrempel in de loop van een volgend kalenderjaar overschrijdt, kan de kleine onderneming voor dat jaar toch gebruik blijven maken van de vrijstelling, tenzij haar jaarlijkse omzet in de lidstaat in dat jaar de in artikel 284, lid 1, vastgelegde drempel overschrijdt met meer dan 50 % .”.

Wanneer de jaarlijkse omzet in de lidstaat van een kleine onderneming de in artikel 284, lid 1, bedoelde vrijstellingsdrempel in de loop van een volgend kalenderjaar overschrijdt, kan de kleine onderneming voor dat jaar toch gebruik blijven maken van de vrijstelling, tenzij haar jaarlijkse omzet in de lidstaat in dat jaar de in artikel 284, lid 1, vastgelegde drempel overschrijdt met meer dan 33 % .”.

Motivering

Dankzij deze bepaling worden negatieve drempeleffecten verlicht. Dit neemt echter niet weg dat ondernemingen die niet in aanmerking voor vrijstelling komen, met een verstoring van de mededinging te maken kunnen krijgen. Daarom dient het percentage waarmee de drempel overschreden mag worden, niet hoger te zijn dan 33 %.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S

1.

verwelkomt het initiatief van de Commissie om het huidige btw-stelsel in de EU te hervormen om de eengemaakte markt beter te laten functioneren en ervoor te zorgen dat de btw-voorschriften zijn aangepast aan de veranderingen in de globale en digitale economie.

2.

Wel is het van groot belang dat het voorstel uitgebalanceerd is, om scheeftrekking van de mededinging, grotere administratieve lasten en hogere kosten voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en voor lokale en regionale overheden te voorkomen.

3.

Verschillen in de btw-regelingen en -tarieven zijn vooral van grote invloed op grensregio’s en op de activiteiten van de kmo’s aldaar. Daarom moet gekeken worden naar het territoriale effect van het voorstel om een soepeler vaststelling van de btw-tarieven en de voorgestelde drempels mogelijk te maken.

Gemeenschappelijke voorschriften voor btw-tarieven

4.

Het Comité is ingenomen met het voorstel van de Commissie om goederen en diensten conform het bestemmingsbeginsel te belasten, aangezien het risico op concurrentiedistorsies daarbij kleiner is.

5.

Het kan zich tevens vinden in het voorstel dat de lidstaten maximaal twee verlaagde tarieven kunnen toepassen, die niet lager mogen zijn dan 5 %, alsook een verlaagd tarief waarvoor geen minimumtarief van 5 % geldt en een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting (artikel 98, lid 1 en 2).

6.

Ook het voorstel om een lijst op te maken van goederen waarop geen verlaagd btw-tarief toegepast mag worden (bijlage III bis), die in de plaats komt van de huidige lijst van goederen waarvan het btw-tarief onder het normale tarief mag liggen (met allerlei derogaties), kan op bijval van het Comité rekenen. De voorstellen bieden de afzonderlijke lidstaten een grotere flexibiliteit en maken een einde aan het gebrek aan fiscale neutraliteit als gevolg van het feit dat sommige lidstaten voor bepaalde goederen de btw hebben verlaagd terwijl andere lidstaten dat niet kunnen doen. Het Comité wijst erop dat de lijst tot doel heeft om verstoring van de mededinging te voorkomen. De lijst mag dan ook niet voor andere politieke doeleinden worden gebruikt.

7.

Door de huidige regelgeving is er niet alleen een gebrek aan fiscale neutraliteit tussen de lidstaten, maar blijven ook de mogelijkheden voor technologische ontwikkeling onbenut, aangezien dezelfde goederen/diensten afhankelijk van de distributievorm verschillend worden belast. Een treffend voorbeeld hiervan is het verbod op verlaagde btw-tarieven voor digitale publicaties zoals kranten, audioboeken en muziekstreaming. Dit is met name zwaar voor de krantenbranche, die grote structurele veranderingen doormaakt als gevolg van de toenemende digitalisering van de media en die van onschatbaar belang is voor de democratie.

8.

Het Comité gaat ervan uit dat artikel 98, lid 3, van toepassing is op goederen en diensten die doorgaans door consumenten worden gekocht. Na een dergelijke controle moeten de goederen en diensten tegen een verlaagd tarief verkocht kunnen worden, ook al worden ze door zowel bedrijven als particulieren afgenomen.

9.

Het begrip „eindverbruiker” kan problemen met de toepassing van de richtlijn opleveren. In de context van de btw kan een eindverbruiker een particulier zijn, maar ook een niet-belastingplichtige rechtspersoon of een belastingplichtige rechtspersoon met een onderneming waarvoor een vrijstelling zonder recht op aftrek van voorbelasting geldt. Uit de toelichting blijkt ook dat de eindverbruiker degene is die goederen of diensten voor persoonlijk gebruik aanschaft. Aangezien ook rechtspersonen eindverbruikers kunnen zijn, vindt het Comité dat deze term ook hen moet omvatten.

10.

Het Comité steunt het voorstel dat het gewogen gemiddelde tarief hoger moet zijn dan 12 % om vrijwaring van de ontvangsten van de lidstaten te waarborgen.

11.

Een grotere flexibiliteit bij het vaststellen van btw-tarieven kan de zaken ook ingewikkeld maken, vooral voor kmo’s, die anders dan grote bedrijven niet de middelen en organisatorische capaciteit hebben om bij grensoverschrijdende handel meerdere uiteenlopende tarieven goed te kunnen toepassen.

12.

De Commissie zou er goed aan doen een webportaal op te zetten, bijvoorbeeld door het bestaande webportaal TEDB verder te ontwikkelen, waarop bedrijven de verschillende btw-regelingen in alle EU-lidstaten in het oog kunnen houden en, conform de voorwaarden voor een door een lidstaat aan niet aldaar gevestigde ondernemingen verleende vrijstelling, kennis te geven van het voornemen van de betrokken ondernemingen om van de vrijstelling gebruik te maken. Dit portaal zou gemakkelijk toegankelijk, betrouwbaar en in alle officiële EU-talen beschikbaar moeten zijn.

13.

Ook zou de Commissie meer mogelijkheden moeten bieden om in verband met de implementatie van dit voorstel gebruik te maken van het mini-éénloketsysteem (MOSS). Het MOSS wordt bijzonder belangrijk voor de administratieve afhandeling van de btw in het land van bestemming.

14.

Met een grotere flexibiliteit bij het vaststellen van btw-tarieven kan het lastiger zijn om te bepalen hoe een transactie die meerdere leveringen omvat, belast moet worden. Het is dan de vraag welk tarief van toepassing is, wat de belastinggrondslag is, hoe de factuur eruit moet zien en in welk land de belasting moet worden geheven. Een en ander kan problemen met de facturering opleveren en aanleiding geven tot onzekerheid, kosten en mogelijke geschillen aangezien er in de verschillende lidstaten mogelijk een verschillende aanpak gehanteerd wordt. De Commissie zou dan ook duidelijk moeten aangeven hoe transacties die meerdere leveringen omvatten, afgehandeld moeten worden.

Vereenvoudiging van de regels voor kleine ondernemingen

15.

Het Comité is ingenomen met het voorstel van de Commissie dat de lidstaten meer mogelijkheden krijgen om de btw-afhandeling voor kleine ondernemingen te vereenvoudigen. Wel is het belangrijk dat de belastingheffing doeltreffender wordt en fraude wordt bestreden, zodat de mededinging niet wordt scheefgetrokken en de belastinginkomsten van de lidstaten gewaarborgd worden.

16.

Het Comité gaat akkoord met de voorgestelde definitie van „kleine onderneming”, waarbij een onderneming met een maximale jaaromzet van 2 000 000 EUR in de Unie als kleine onderneming wordt beschouwd.

17.

Door de versnippering en de complexiteit van de btw-voorschriften worden ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn, met hoge nalevingskosten geconfronteerd. Deze kosten vallen onevenredig hoog uit voor kmo’s, die de ruggengraat van de economie en van de regionale werkgelegenheid vormen, met name voor kleine ondernemingen met een omzet tot 2 000 000 EUR. Kleine ondernemingen maken ongeveer 98 % uit van alle ondernemingen in de EU, nemen 15 % van de totale omzet voor hun rekening en leveren ca. 25 % van de netto-inkomsten uit de btw op.

18.

Bij de levering van elektronische diensten kan het moeilijk zijn te bepalen in welke lidstaten de klant zich bevindt. Voor kleine ondernemingen zijn de administratieve kosten om dit naar tevredenheid van de belastingdienst te doen soms zo hoog dat men de handel met klanten in andere lidstaten opgeeft. Om de regeldruk voor kleine ondernemingen met een maximale omzet van 2 000 000 EUR in de Unie te verlichten, zouden deze bedrijven als alternatief het binnen de Unie hoogst toepasbare btw-tarief voor de desbetreffende dienst in rekening moeten kunnen brengen. De Commissie stelt terecht dat de kosten voor naleving van de btw-voorschriften zo laag mogelijk moeten zijn.

19.

Het Comité is verheugd dat de nalevingskosten voor kmo’s dankzij het voorstel tot 18 % per jaar lager zullen uitvallen.

20.

Het Comité steunt het voorstel dat de vrijstelling voor kleine ondernemingen kan gelden voor alle ondernemingen die in een andere lidstaat zijn gevestigd, op voorwaarde dat de jaaromzet van de betrokken kleine onderneming binnen de EU niet hoger is dan 100 000 EUR. Wel is het van belang na te gaan of het risico bestaat dat de groei hierdoor belemmerd wordt. Voor een onderneming die vrijstelling geniet en dus aanzienlijke lagere administratieve lasten heeft, kan het overschrijden van het drempelbedrag hoge economische kosten inhouden.

21.

Het Comité is ingenomen met het voorstel om kleine ondernemingen de mogelijkheid te bieden vereenvoudigde facturen op te stellen en met het voorstel dat bedrijven die geen btw hoeven af te dragen, geen factuur hoeven uit te reiken.

22.

Ook is het tevreden met het voorstel dat de btw-aangifteperiode voor kleine ondernemingen een kalenderjaar kan bestrijken.

23.

Het Comité vraagt zich af waarom vrijgestelde ondernemingen ontheven kunnen worden van alle boekhoudings- en opslagverplichtingen. Een dergelijke versoepeling kan tot misbruik leiden, aangezien lidstaten dan moeilijk kunnen controleren of een onderneming de drempelwaarde overschrijdt.

24.

In meerdere lidstaten worden maatregelen getroffen om de registratie van nieuwe ondernemingen te vereenvoudigen om zo het ondernemingsklimaat te verbeteren. Het risico op „carrouselfraude” kan daardoor echter groter worden. Alleen al in 2014 werd door carrouselfraude naar schatting zo’n 50 miljard EUR aan btw-inkomsten misgelopen. Het is belangrijk dat de belastingheffing doeltreffender wordt en dat fraude wordt bestreden, zodat er minder inkomsten worden gederfd.

Brussel, 10 oktober 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


Top