EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018DC0494

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de uitoefening van de aan de Commissie verleende bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2271/96 van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen

COM/2018/494 final

Brussel, 19.6.2018

COM(2018) 494 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de uitoefening van de aan de Commissie verleende bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2271/96 van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land en daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen


INLEIDING

Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad (hierna "de verordening" genoemd) biedt bescherming en verweer tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en andere rechtsvoorschriften, en tegen de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, indien de toepassing daarvan gevolgen heeft voor de belangen van in artikel 11 van de verordening bedoelde personen die betrokken zijn bij internationale handel en/of verkeer van kapitaal tussen de EU en derde landen en daarmee verband houdende handelsactiviteiten.

De Commissie is krachtens artikel 1 van de verordening bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage bij deze verordening aan te vullen met wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of andere wetgevingsinstrumenten van derde landen die een extraterritoriale toepassing hebben en van nadelige invloed kunnen zijn voor de belangen van de Unie en de belangen van natuurlijke personen en rechtspersonen die rechten uitoefenen uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsmede om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of andere wetgevingsinstrumenten te schrappen wanneer die gevolgen niet langer aanwezig zijn.

RECHTSGRONDSLAG

Dit verslag moet worden opgesteld op grond van artikel 11 bis van de verordening. Overeenkomstig deze bepaling wordt de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 20 februari 2014 en moet de Commissie uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag opstellen over de bevoegdheidsdelegatie.

UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE

Sinds de inwerkingtreding van de verordening heeft de Commissie één keer gebruik gemaakt van de bevoegdheidsdelegatie. Op 8 mei 2018 kondigden de Verenigde Staten aan dat zij hun beperkende maatregelen tegen Iran niet langer zullen schorsen, nadat zij zich hadden teruggetrokken uit het gezamenlijk alomvattend actieplan. Sommige van die maatregelen hebben een extraterritoriale toepassing en kunnen van nadelige invloed zijn op de belangen van de Unie en de belangen van natuurlijke personen en rechtspersonen die rechten uitoefenen krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Bij wijze van reactie hierop heeft de Commissie op 6 juni 2018 een gedelegeerde handeling vastgesteld tot wijziging van de bijlage bij de verordening om de beperkende maatregelen van de Verenigde Staten op te nemen die zodra zij opnieuw zijn ingesteld, negatieve gevolgen zouden hebben op EU-marktdeelnemers die legitiem zaken doen met Iran. Met ingang van deze datum beschikken het Europees Parlement en de Raad over een geen-bezwaar-termijn van twee maanden.

De redenen die de medewetgevers hadden om de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie toe te kennen, gelden nog steeds en de Commissie zou die bevoegdheid in de toekomst nodig kunnen hebben.

CONCLUSIE 

In de voorbije vijf jaar heeft de Commissie de haar krachtens deze verordening verleende bevoegdheden slechts één keer gebruikt. De Commissie acht het noodzakelijk de bevoegdheidsdelegatie met vijf jaar te verlengen, aangezien de redenen die de medewetgevers hadden om de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen aan de Commissie toe te kennen, nog steeds gelden. Met dit verslag voldoet de Commissie aan de verslagleggingsverplichting uit hoofde van artikel 11 bis van de verordening en verzoekt zij het Europees Parlement en de Raad om van dit verslag nota te nemen.

Top