Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0469

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland

COM/2017/0469 final

Brussel, 13.9.2017

COM(2017) 469 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland

{SWD(2017) 289 final}
{SWD(2017) 290 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

·Motivering en doel van het voorstel

De Europese Unie (EU) heeft uitstekende politieke betrekkingen en volwassen handels- en investeringsbetrekkingen met Nieuw-Zeeland, gebaseerd op gedeelde waarden van democratie en mensenrechten. Nieuw-Zeeland heeft tal van vrijhandelsovereenkomsten (VHO's) gesloten met andere landen. De EU heeft geen bilaterale VHO met Nieuw-Zeeland, waardoor de ondernemingen in de EU relatief minder gunstige voorwaarden voor toegang tot de Nieuw-Zeelandse markt hebben.

In hun gezamenlijke verklaring van 29 oktober 2015 1 hebben de leiders van de EU en Nieuw-Zeeland toegezegd het onderhandelingsproces te zullen starten om snel een diepe, brede en hoogwaardige VHO te sluiten.

Met het voorstel wordt in de eerste plaats beoogd gunstigere omstandigheden te creëren voor een verdere toename van de handel en investeringen tussen de EU en Nieuw-Zeeland. De algemene doelstellingen van dit voorstel omvatten:

·het stimuleren van een slimme, duurzame en inclusieve groei door uitbreiding van de handel;

·het scheppen van nieuwe banen en arbeidskansen en verhoging van de welvaart;

·het vergroten van de voordelen voor de consumenten;

·het verbeteren van het concurrentievermogen van Europa op de wereldmarkt, en

·het versterken van de samenwerking op het gebied van handel met een gelijkgezinde partner.

Dit sluit aan bij de mededeling van de Commissie "Handel voor iedereen – Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" 2 . Daarin wordt benadrukt dat we onze bilaterale betrekkingen moeten bevorderen om banen en groei te scheppen, door de belemmeringen voor handel en investeringen op een brede manier aan te pakken. Tegelijkertijd moeten we het hoge niveau van sociale en milieubescherming in de EU veiligstellen en bijdragen tot andere handelsgerelateerde beleidsdoelstellingen, inclusief duurzame ontwikkeling en de specifieke behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).

In de richtlijn "Handel voor iedereen" werd met name het volgende benadrukt: "Australië en Nieuw-Zeeland zijn de naaste partners van Europa, delen de Europese waarden en standpunten over veel onderwerpen en spelen een belangrijke rol in de regio Azië-Stille Oceaan en op multilateraal niveau. Sterkere economische banden met deze landen zullen ook een stevige basis bieden voor verdere integratie met de ruimere waardeketens in de regio Azië-Stille Oceaan. De versterking van deze betrekkingen moet een prioriteit zijn."

De doelstellingen zijn ook in overeenstemming met de conclusies van de Raad over handel van 21 november 2014 3 , waarin werd benadrukt dat "de handel in goederen en diensten alsmede investeringen [...] een aanzienlijke bijdrage [kunnen] leveren aan het verwezenlijken van de centrale doelstellingen van de "Strategische agenda van de Unie in tijden van verandering"." In de conclusies werd ook aangegeven dat "voortbouwend op de tastbare vooruitgang die met de bilaterale handelsagenda van de EU is geboekt, [...] werk [moet] worden gemaakt van de sluiting van overeenkomsten met belangrijke partners". Daarnaast is deze doelstelling in overeenstemming met de conclusies van de Raad over het handels- en investeringsbeleid van de EU van 27 november 2015 4 , waarin de Raad "het sluiten van ambitieuze, brede en wederzijds voordelige bilaterale handels-en investeringsovereenkomsten [steunt], en [...] bij de Commissie [aandringt] [...] om vooruitgang te boeken inzake de onderhandelingen met [...] de regio Azië-Stille Oceaan."

·Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op dit beleidsgebied

De hierboven vermelde doelstellingen zijn volledig in overeenstemming met het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), dat bepaalt dat de EU "de integratie van alle landen in de wereldeconomie, onder meer door het geleidelijk wegwerken van belemmeringen voor de internationale handel" 5 moet stimuleren.

Deze doelstellingen zijn ook in overeenstemming met de mededeling "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" 6 , waarin wordt uiteengezet dat de Europese handelsstrategie "voorstellen voor strategisch topoverleg met de belangrijkste partners, voor het bespreken van strategische kwesties als markttoegang, regelgeving, mondiale onevenwichtigheden, energiebeheer en klimaatverandering, toegang tot grondstoffen, de armoede in de wereld, onderwijs en ontwikkeling" zal omvatten.

Verder zijn de doelstellingen volledig in overeenstemming met de doelstellingen van de mededelingen van de Commissie "Een "Small Business Act" voor Europa" 7 (2008) en "Kleine ondernemingen in een grote wereld" 8 (2011). Het ondersteunen van kmo's bij hun economische activiteiten buiten de EU maakt ook deel uit van de algemene strategie van de Unie voor het concurrentievermogen, zoals uiteengezet in de mededeling "Voor een heropleving van de Europese industrie" 9 (2014).

De doelstellingen voldoen ook aan de beginselen van het VEU, waarin is vastgesteld dat het beleid en het optreden van de EU moeten zijn gericht op de "consolidering en ondersteuning van de mensenrechten" 10 en "het leveren van een bijdrage tot het uitwerken van internationale maatregelen ter bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en het duurzaam beheer van de mondiale natuurlijke rijkdommen" 11 .

De doelstellingen zijn in overeenstemming met het EU-beleid op andere gebieden en met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Ten slotte sluiten de doelstellingen aan bij de prioriteit van de Commissie-Juncker om Europa weer op het groeispoor te krijgen en meer banen te creëren zonder nieuwe schulden te maken, bij het investeringsplan (of Europees Fonds voor strategische investeringen) 12 en bij de specifieke prioriteiten van het werkprogramma van de Commissie 2017 13 .

Deze aanbeveling betreft een overeenkomst die betrekking heeft op de liberalisering van de handel in goederen en diensten, overheidsopdrachten en directe buitenlandse investeringen, aangevuld met begeleidende maatregelen inzake bijvoorbeeld intellectuele-eigendomsrechten.

·Verenigbaarheid met andere beleidsgebieden van de Unie

Op de verenigbaarheid met bestaande bepalingen op andere beleidsgebieden wordt ingegaan in het bovenstaande punt "Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op dit beleidsgebied".

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

·Rechtsgrondslag

Artikel 218, leden 3 en 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

·Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3, VEU is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. De gemeenschappelijke handelspolitiek is opgenomen in de lijst van gebieden waarop de Unie exclusief bevoegd is in artikel 3 VWEU. Overeenkomstig onder meer artikel 207 VWEU valt het onderhandelen over handelsovereenkomsten onder de gemeenschappelijke handelspolitiek.

·Evenredigheid

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel zijn alle redelijke beleidsopties in overweging genomen met het oog op de beoordeling van de waarschijnlijke doeltreffendheid van dergelijke beleidsmaatregelen, zoals in detail beschreven in de effectbeoordeling.

·Keuze van het instrument

Besluit van de Raad van de Europese Unie.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

·Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving

Niet van toepassing.

·Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft actief overlegd met geïnteresseerde partners en via het internet een brede openbare raadpleging uitgevoerd 14 om gedetailleerde visies over de toekomstige economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Nieuw-Zeeland te verzamelen 15 .

De openbare raadpleging via het internet heeft van 11 maart tot en met 3 juni 2016 plaatsgevonden. De raadpleging werd aangekondigd op de website van het directoraat-generaal Handel en kon worden ingevuld op EU Survey, het portaal van de Commissie voor openbare raadplegingen via het internet. Belanghebbenden van binnen en buiten de EU werd verzocht te antwoorden op vragen over een brede waaier van onderwerpen met betrekking tot handel en investeringen tussen de EU en Nieuw-Zeeland.

De Commissie heeft 108 antwoorden ontvangen van respondenten met een uiteenlopende achtergrond. Een samenvatting van de reacties is opgenomen in de effectbeoordeling en de individuele antwoorden zijn gepubliceerd, tenzij de respondent daarvoor geen toestemming heeft gegeven.

·Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Een externe consultant werd opgedragen om een voorafgaande analyse uit te voeren van de potentiële effecten van de beoogde scenario's voor de VHO.

De Commissie heeft ook overlegd met diverse belanghebbenden, die hun standpunten kenbaar hebben gemaakt over specifieke belemmeringen voor de markttoegang en andere handelsbelemmeringen waarmee zij in het kader van hun handels- en investeringsbetrekkingen met Nieuw-Zeeland te kampen hebben.

·Effectbeoordelingen

Hoewel het toepassingsgebied van de effectbeoordeling – die handel, investeringen en andere kwesties bestreek – breder was dan dat van de huidige aanbeveling, blijven de conclusies ervan wat deze aanbeveling betreft geldig.

De effectbeoordeling, de samenvatting daarvan en het positieve advies met voorbehoud van de Raad voor regelgevingstoetsing zullen openbaar worden gemaakt.

Naast de effectbeoordeling zullen de potentiële effecten van de VHO op het gebied van economie, sociale rechten, mensenrechten en milieu worden onderzocht door middel van een onafhankelijke duurzaamheidseffectbeoordeling door externe consultants. De duurzaamheidseffectbeoordeling zal parallel aan de onderhandelingen over een VHO worden uitgevoerd en gebaseerd zijn op een brede raadpleging van belanghebbenden, met name uit het maatschappelijk middenveld. De duurzaamheidseffectbeoordeling zal vóór de parafering van de VHO worden afgerond en de resultaten ervan zullen worden meegenomen in het onderhandelingsproces.

·Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Kmo's moeten kunnen profiteren van nieuwe zakelijke kansen en besparingen in het kader van de VHO dankzij liberalisering, een beter juridisch kader, betere douaneprocedures en transparantere regelgeving. De effectbeoordeling bevat gedetailleerde informatie over de potentiële effecten op betrokkenen en economische sectoren.

·Grondrechten

De grondrechten komen in de effectbeoordeling aan bod in de context van sociale rechten, mensenrechten en milieu.

De VHO moet een hoofdstuk bevatten over handel en duurzame ontwikkeling, in overeenstemming met het bestendige EU-beleid.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De VHO zal beperkte negatieve gevolgen hebben voor de begroting van de EU wat de douanetarieven betreft wegens tariefliberalisering. Indirecte positieve gevolgen worden verwacht in termen van een stijging van de middelen in verband met belasting over de toegevoegde waarde en bruto nationaal inkomen.

5.OVERIGE ELEMENTEN

·Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende toezicht, evaluatie en rapportage

Wanneer de met Nieuw-Zeeland te sluiten VHO lang genoeg van kracht is geweest om zinvolle gegevens op te leveren, zal in overeenstemming met de in de mededeling "Handel voor iedereen" uit 2015 aangegane verbintenis een grondige ex-postevaluatie worden uitgevoerd van de effecten van de overeenkomst. De effectbeoordeling bevat gedetailleerde informatie over de beoogde regelingen betreffende toezicht en evaluatie.

   Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

·Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

Niet van toepassing.

·Procedurele aspecten

De Commissie zal onderhandelen namens de EU.

Overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU wordt voorgesteld dat de Raad van de Europese Unie het Comité handelspolitiek aanwijst als het comité in overleg waarmee de onderhandelingen moeten worden gevoerd.

Overeenkomstig artikel 218, lid 10, VWEU wordt het Europees Parlement tijdens alle fasen van de procedure geïnformeerd.

De Commissie is verheugd dat de leden van de Raad van de Europese Unie de nationale parlementen steeds meer en in een vroeg stadium bij handelsbesprekingen betrekken, in overeenstemming met de desbetreffende institutionele praktijken. Zij moedigt de leden van de Raad van de Europese Unie aan om dit met betrekking tot deze aanbeveling voor een besluit van de Raad ook te doen, met inachtneming van Besluit 2013/488/EU van de Raad betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie 16 .

De Commissie informeert Nieuw-Zeeland over de interne regels van de EU inzake transparantie en de toegang van de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement tot onderhandelingsdocumenten.

De Commissie maakt deze aanbeveling en de bijlage daarbij onmiddellijk na de goedkeuring ervan openbaar.

De Commissie adviseert de onderhandelingsrichtsnoeren onmiddellijk na de goedkeuring ervan openbaar te maken.

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

OVERWEGENDE dat onderhandelingen moeten worden geopend met het oog op de sluiting van een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie te onderhandelen over een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland.

Artikel 2

De onderhandelingsrichtsnoeren zijn opgenomen in de bijlage.

Artikel 3

De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met het Comité handelspolitiek.

Artikel 4

Het besluit en de bijlage worden onmiddellijk na de goedkeuring ervan openbaar gemaakt.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) http://europa.eu/rapid/press-release_STATEMENT-15-5947_en.htm
(2) http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2016/january/tradoc_154137.pdf
(3) http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-15858-2014-INIT/nl/pdf
(4) http://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14708-2015-INIT/nl/pdf
(5) Artikel 21, lid 2, onder e), VEU.
(6) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52010DC2020  
(7) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52008DC0394
(8) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/ALL/?uri=CELEX:52011DC0702
(9) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52014DC0014
(10) Artikel 21, lid 2, onder b), VEU.
(11) Artikel 21, lid 2, onder f), VEU.
(12) https://ec.europa.eu/commission/priorities/jobs-growth-and-investment/investment-plan_nl
(13) https://ec.europa.eu/info/publications/work-programme-commission-key-documents-2017_nl
(14) http://trade.ec.europa.eu/consultations/index.cfm?consul_id=195
(15) De openbare raadpleging via het internet had ook betrekking op de toekomstige economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Australië.
(16) http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32013D0488
Top

Brussel, 13.9.2017

COM(2017) 469 final

BIJLAGE

bij

Aanbeveling voor een besluit van de Raad

houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Nieuw-Zeeland

{SWD(2017) 289 final}
{SWD(2017) 290 final}


BIJLAGE

ONDERHANDELINGSRICHTSNOEREN VOOR EEN VRIJHANDELSOVEREENKOMST MET NIEUW-ZEELAND

A.    AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST

De overeenkomst moet uitsluitend bepalingen omvatten op aan handel en directe buitenlandse investeringen gerelateerde gebieden, die tussen de partijen van toepassing zijn.

De overeenkomst moet ambitieus, veelomvattend en volledig in overeenstemming zijn met de regels en verplichtingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Bij het voeren en afronden van de onderhandelingen moet rekening worden gehouden met de verbintenissen in het kader van de WTO. De overeenkomst moet een hoog ambitieniveau hebben en verder gaan dan de bestaande verbintenissen in het kader van de WTO.

De overeenkomst moet voorzien in de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in goederen en diensten alsook van directe buitenlandse investeringen. Om die handel en directe buitenlandse investeringen te bevorderen, te vergemakkelijken of te regelen zullen ook regels op andere handelsgerelateerde gebieden in de overeenkomst worden opgenomen. Alle verbintenissen uit hoofde van de overeenkomst worden aangegaan om een rechtstreeks en onmiddellijk effect te hebben op de handel en vallen, in voorkomend geval, binnen het toepassingsgebied van de gemeenschappelijke EU-regels.

De overeenkomst moet verplichtingen inhouden op gebieden die onder de bevoegdheid vallen van alle desbetreffende autoriteiten en entiteiten van beide partijen bij de overeenkomst.

B.    VOORGESTELDE INHOUD VAN DE OVEREENKOMST

Preambule, algemene beginselen

In de preambule moet worden herinnerd aan het feit dat het partnerschap met Nieuw-Zeeland gebaseerd is op gemeenschappelijke beginselen en waarden, zoals weergegeven in de Partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking (PARC) tussen de EU en Nieuw-Zeeland uit 2016. De overeenkomst moet deel uitmaken van de overkoepelende politieke betrekkingen en het institutionele kader die in de PARC zijn vastgesteld.

Met het oog op de liberalisering van de bilaterale handel en de directe buitenlandse investeringen moet de overeenkomst tevens verwijzen naar onder meer:

·de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de EU;

·de verbintenis van de partijen ten aanzien van duurzame ontwikkeling, en de bijdrage van internationale handel aan duurzame ontwikkeling op het gebied van economie, sociale zaken en milieu, inclusief economische ontwikkeling, armoedebestrijding, volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen, de bescherming en de instandhouding van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen;

·de verbintenis van de partijen om hun rechten en plichten die voortvloeien uit WTO-lidmaatschap ten volle na te leven;

·de verbintenis van de partijen om de welvaart van de consumenten te verbeteren met een beleid dat een hoog niveau van consumentenbescherming en economisch welzijn waarborgt;

·het recht om de economische activiteit in het openbaar belang te reguleren teneinde legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming en de bevordering van de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, veiligheid, milieu, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens, en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit;

·de doelstelling dat de overeenkomst een nieuw kader moet scheppen voor economische betrekkingen tussen de partijen en bovenal voor de ontwikkeling van handel en directe buitenlandse investeringen;

·de gedeelde doelstelling van de partijen om rekening te houden met de specifieke moeilijkheden die kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) ondervinden bij het bijdragen tot de ontwikkeling van handel en directe buitenlandse investeringen;

·de verbintenis van de partijen om te communiceren met alle relevante belanghebbenden, inclusief de particuliere sector en organisaties of vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld.

Doelstellingen

De overeenkomst moet de gezamenlijke doelstelling bevestigen van geleidelijke en wederzijdse liberalisering van vrijwel alle handel in goederen en diensten alsook van directe buitenlandse investeringen, in volledige overeenstemming met de WTO-regels, met name artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) en artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS).

De overeenkomst moet een hoog niveau van markttoegang voor overheidsopdrachten en handelsgerelateerde intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen, waarborgen en de dialoog en samenwerking inzake technische en regelgevingskaders versterken.

In de overeenkomst moet worden erkend dat duurzame ontwikkeling een overkoepelende doelstelling van de partijen is en de naleving van milieugerelateerde en sociale internationale overeenkomsten en normen moet door de overeenkomst worden gewaarborgd en bevorderd met het oog op het stimuleren van de handel. In de gehele overeenkomst moet rekening worden gehouden met duurzame ontwikkeling, zowel wat sociale zaken als wat milieuaangelegenheden betreft. De overeenkomst moet ervoor zorgen dat de partijen de handel of de directe buitenlandse investeringen niet aanmoedigen door in te boeten op het gebied van de binnenlandse wetgeving en de normen met betrekking tot milieu, arbeid of gezondheid en veiligheid op het werk, of door het versoepelen van fundamentele arbeidsnormen of wetgeving gericht op het beschermen en bevorderen van culturele diversiteit.

Handel in goederen

In- en uitvoerrechten en niet-tarifaire maatregelen

De overeenkomst beoogt de hoogst mogelijke mate van handelsliberalisering te waarborgen. De overeenkomst moet betrekking hebben op vrijwel alle handel in goederen tussen de partijen. Bij de inwerkingtreding van de overeenkomst moeten de meeste tarieflijnen worden afgeschaft. De overeenkomst moet beogen dat invoerrechten en heffingen met een gelijkwaardige werking worden ontmanteld, binnen een termijn van in beginsel zeven jaar. Het aantal uitzonderingen moet tot een minimum worden beperkt en voor de gevoeligste producten moeten specifieke bepalingen gelden. Zo moeten voor bepaalde landbouwproducten tariefcontingenten, langere overgangsperioden of andere regelingen worden overwogen.

De onderhandelingen over tariefverlaging moeten worden gevoerd op basis van de op de dag van aanvang van de onderhandelingen door de EU toegepaste erga omnes-rechten en van de op de dag van aanvang van de onderhandelingen door Nieuw-Zeeland toegepaste erga omnes-rechten.

Alle douanerechten, belastingen op uitvoer of maatregelen van gelijke werking moeten worden verboden en er mogen er geen nieuwe worden ingesteld.

Oorsprongsregels

Oorsprongsregels en bepalingen inzake administratieve samenwerking moeten de handel bevorderen en vereenvoudigen, rekening houdend met de normale preferentiële oorsprongsregels van de EU en de belangen van de producenten in de EU.

Fraudebestrijdingsmaatregelen

In de overeenkomst moeten in een clausule over verbeterde administratieve samenwerking de procedures worden aangegeven alsook de passende maatregelen die de partijen kunnen nemen wanneer een gebrek aan administratieve samenwerking op het gebied van douaneaangelegenheden, onregelmatigheden of fraude worden vastgesteld.

Handelwijze bij administratieve fouten

Er moeten ook bepalingen worden opgenomen om gezamenlijk de mogelijkheid te onderzoeken om passende maatregelen te nemen wanneer de bevoegde autoriteiten fouten maken bij de toepassing van de preferentiële oorsprongsregels.

Douane en handelsbevordering

De overeenkomst moet bepalingen bevatten die de handel tussen de partijen bevorderen en tegelijkertijd doeltreffende controles waarborgen. Daartoe moet de overeenkomst verbintenissen bevatten over regels, vereisten, formaliteiten en procedures van de partijen op het gebied van invoer, uitvoer en doorvoer. In het kader van deze bepalingen moet rekening worden gehouden met de geparafeerde Overeenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken of toekomstige wijzigingen daarvan.

De overeenkomst moet de doeltreffende tenuitvoerlegging en toepassing stimuleren van internationale regels en normen op het gebied van douane en andere handelsgerelateerde procedures, met inbegrip van WTO-bepalingen, instrumenten van de handelsfacilitatieovereenkomst van de WTO en van de Werelddouaneorganisatie alsmede de herziene Overeenkomst van Kyoto.

De overeenkomst moet bepalingen bevatten ter bevordering van de uitwisseling van beste praktijken en ervaringen met betrekking tot specifieke gebieden van wederzijds belang. Daaronder kunnen kwesties vallen zoals de modernisering en vereenvoudiging van regels en procedures, gestandaardiseerde documentatie, tariefindeling, transparantie, wederzijdse erkenning en samenwerking tussen agentschappen.

De overeenkomst moet convergentie op het gebied van handelsbevordering stimuleren, in voorkomend geval voortbouwend op relevante internationale normen en instrumenten.

De overeenkomst moet de doeltreffende en efficiënte handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door douaneautoriteiten bevorderen wat alle goederen onder douanetoezicht betreft.

In de bepalingen van de overeenkomst inzake handelsbevordering moet rekening worden gehouden met de moeilijkheden die kmo's ondervinden en tegelijkertijd een gelijk speelveld voor alle marktdeelnemers worden gewaarborgd.

De overeenkomst moet streven naar de vaststelling van een protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, waaronder bijstand bij fraudebestrijdingsonderzoeken door de douane (waarbij tevens nader wordt ingegaan op bijstand op aanvraag, spontane bijstand en vertrouwelijkheid), dan wel kan zij verwijzen naar het Protocol bij de Overeenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland betreffende samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.

Niet-tarifaire belemmeringen

De overeenkomst moet ingaan op handelsgerelateerde regelgevingskwesties en niet-tarifaire belemmeringen (NTB's). Elk verbod, elke beperking en elke andere NTB ten aanzien van de handel dat/die niet wordt gerechtvaardigd door de onderstaande algemene uitzonderingen en dat/die een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen kan vormen, moet derhalve door de overeenkomst worden verboden. Voorrang moet worden gegeven aan bepalingen en procedures die ervoor zorgen dat ongerechtvaardigde niet-tarifaire handelsbelemmeringen worden weggenomen. De overeenkomst moet tevens voorzien in passende procedures ter voorkoming van NTB's en andere onnodige handelsbelemmeringen. In de overeenkomst moet ook worden ingegaan op vestigingsvereisten.

Voor productspecifieke NTB's moet op basis van verzoek en aanbod een oplossing worden gevonden, parallel aan de uitwisseling inzake tariefconcessies. Gezien de relevantie van de bevordering van de doelstellingen van de overeenkomst en teneinde een ruimere markttoegang te verschaffen dan uit hoofde van horizontale regels mogelijk is, moet de overeenkomst sectorspecifieke verbintenissen betreffende NTB's bevatten.

De overeenkomst moet bepalingen omvatten inzake staatshandelsondernemingen, waarbij acht wordt geslagen op de mogelijke verstoringen van de mededinging of handelsbelemmeringen die deze kunnen veroorzaken.

Technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures

De partijen moeten niet alleen de bepalingen van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen bevestigen, maar ook bepalingen vaststellen die voortbouwen op die bepalingen en deze aanvullen teneinde de wederzijdse markttoegang te bevorderen.

De overeenkomst moet een aantal algemene beginselen omvatten (bijvoorbeeld proportionaliteit, afwezigheid van onnodige beperkingen, transparantie en non-discriminatie) alsook beginselen die voortbouwen op de WTO-regels en deze aanvullen. De doelstellingen moeten onder meer de volgende zijn: het vergroten van de transparantie, het bevorderen van goede regelgevingspraktijken, het aannemen van relevante internationale normen, het zoeken naar de compatibiliteit en convergentie van technische voorschriften op basis van internationale normen, het stroomlijnen van test- en certificeringsvereisten – bijvoorbeeld door een op risico gebaseerde benadering van conformiteitsbeoordeling (met inbegrip van zelfcertificering in sectoren waar dit mogelijk en passend is) of door bepalingen met het oog op de compatibiliteit van de testvereisten in een aantal prioritaire sectoren – en het bevorderen van het gebruik van accreditatie.

De overeenkomst moet bepalingen omvatten die gericht zijn op een betere verspreiding van informatie onder importeurs en exporteurs.

Tijdens de onderhandelingen moet worden ingegaan op de verhouding tussen de overeenkomst en de bestaande overeenkomst inzake wederzijdse erkenning teneinde de tenuitvoerlegging ervan te verbeteren en de samenwerking efficiënter te maken.

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

De partijen moeten voortbouwen op en verder gaan dan de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen teneinde de toegang tot de markt van elk van de partijen te bevorderen en tegelijkertijd het leven en de gezondheid van mens, dier of plant te beschermen. In het hoofdstuk over sanitaire en fytosanitaire maatregelen moeten zaken aan bod komen als transparantie, proportionaliteit, onnodige vertragingen, harmonisatie, de erkenning van gelijkwaardigheid en alternatieve maatregelen, regionalisering, controle-, inspectie- en goedkeuringsprocedures, audits, invoercontroles, noodmaatregelen, erkenning van inrichtingen zonder voorafgaande inspectie, het nastreven van de toepassing van EU-brede goedkeuringsprocedures (één enkele entiteit), samenwerking inzake regelgeving, verbeterde samenwerking inzake antimicrobiële resistentie en de instelling van een mechanisme om specifieke handelskwesties met betrekking tot sanitaire en fytosanitaire maatregelen snel aan te pakken.

Bij de onderhandelingen moeten de bepalingen van de door de Raad op 20 februari 1995 goedgekeurde onderhandelingsrichtsnoeren (document van de Raad 4976/95) worden gevolgd. Tijdens de onderhandelingen moet worden ingegaan op de verhouding tussen de overeenkomst en de Overeenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten, zonder afbreuk te doen aan de inhoud ervan en met het oog op efficiënte samenwerking.

Dierenwelzijn

De overeenkomst moet een voortzetting van de samenwerking en de uitwisseling inzake dierenwelzijn bevorderen, om onder meer mogelijke verbintenissen inzake de equivalentie tussen de partijen op het gebied van dierenwelzijn te bespreken.

Vrijwaringsmaatregelen

De overeenkomst moet een clausule inzake vrijwaringsmaatregelen omvatten op grond waarvan elke partij passende maatregelen kan nemen overeenkomstig de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel XIX van de GATT 1994 of de WTO-Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. De overeenkomst moet ook bepalen dat dergelijke vrijwaringsmaatregelen zo weinig mogelijk verstoringen van de bilaterale handel veroorzaken.

Om de verbintenissen ten aanzien van liberalisering te maximaliseren en in elke nodige vorm van bescherming te voorzien – rekening houdend met de specifieke kenmerken van gevoelige sectoren – moet de overeenkomst in beginsel een bilaterale vrijwaringsclausule omvatten op grond waarvan elke partij preferenties gedeeltelijk of volledig kan afschaffen wanneer zijn binnenlandse bedrijfstak door een toename van de invoer van een product uit de andere partij ernstige schade lijdt of dreigt te lijden.

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

De overeenkomst moet een clausule inzake antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen omvatten op grond waarvan elke partij passende maatregelen tegen dumping en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies kan nemen overeenkomstig de WTO-Overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 of de WTO-Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. De overeenkomst moet ook verbintenissen omvatten die verder gaan dan de WTO-regels op dit gebied, in overeenstemming met de EU-regels en voorgaande overeenkomsten.

In de overeenkomst moet worden erkend dat "green box"-subsidies de handel niet verstoren en er dus in beginsel geen antidumping- of antisubsidiemaatregelen tegen mogen worden ingesteld.

Handel in diensten, directe buitenlandse investeringen en digitale handel

In lijn met artikel V van de GATS moet de overeenkomst een aanzienlijk aantal sectoren en alle vormen van dienstverlening bestrijken. Afgezien van de uitsluiting van audiovisuele diensten en van diensten en activiteiten die in het kader van de uitoefening van het overheidsgezag worden verleend en uitgevoerd, mag er geen sprake zijn van verdere uitsluiting bij voorbaat van het toepassingsgebied van de overeenkomst. De onderhandelingen moeten gericht zijn op de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in diensten en directe buitenlandse investeringen door nog meer beperkingen van de markttoegang en nationale behandelingen weg te nemen dan al het geval is uit hoofde van de verbintenissen van de partijen binnen de WTO en de voorstellen die in het kader van de onderhandelingen over de Overeenkomst inzake de handel in diensten werden ingediend. De overeenkomst moet regels inzake prestatievereisten voor directe buitenlandse investeringen bevatten.

Verder moet de overeenkomst regelgevingsdisciplines omvatten. Daarom moeten de onderhandelingen onder meer de volgende aangelegenheden bestrijken:

·regelgeving inzake transparantie en wederzijdse erkenning;

·horizontale bepalingen inzake binnenlandse regelgeving, bijvoorbeeld ter waarborging van onpartijdigheid en eerlijke rechtsbedeling wat vereisten en procedures inzake vergunningen en kwalificaties betreft, en

·regelgeving voor specifieke sectoren, waaronder telecommunicatiediensten, financiële diensten, bezorgdiensten en internationale zeevervoersdiensten.

Gezien de toenemende digitalisering van de handel moeten in het kader van de onderhandelingen regels worden vastgesteld met betrekking tot digitale handel en grensoverschrijdende gegevensstromen, elektronische vertrouwens- en authenticatiediensten en ongewenste communicatie voor marketingdoeleinden, en moeten ongerechtvaardigde regels voor de lokalisatie van gegevens worden aangepakt, zonder dat daarbij de regels van de EU inzake de bescherming van persoonsgegevens ter discussie staan of worden aangetast.

De overeenkomst kan procedurele verbintenissen omvatten met betrekking tot de toegang en het verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden, in overeenstemming met de verbintenissen van de partijen in het kader van Modus 4. Niets in de overeenkomst mag de partijen echter beletten hun nationale wetten, regelgeving en voorschriften betreffende toegang en verblijf toe te passen, tenzij zij daarbij de voordelen die uit de overeenkomst voortvloeien, tenietdoen of uithollen. De in de EU bestaande wetten, regelgeving en voorschriften betreffende arbeidsvoorwaarden en rechten moeten van toepassing blijven.

Het recht om de economische activiteit in het openbaar belang te reguleren teneinde legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid te verwezenlijken – zoals de bescherming en de bevordering van de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, veiligheid, milieu, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens, en de bevordering en bescherming van culturele diversiteit – moet in de overeenkomst worden herbevestigd. Overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name Protocol nr. 26 betreffende de diensten van algemeen belang, en rekening houdend met de punten van voorbehoud van de EU op dit gebied, inclusief GATS, moet de hoge kwaliteit van de overheidsdiensten in de EU worden gehandhaafd.

Kapitaalverkeer en betalingen

De overeenkomst moet de opheffing beogen van beperkingen op lopende betalingen en kapitaalbewegingen die verband houden met bij deze overeenkomst geliberaliseerde transacties, en een standstill-bepaling bevatten. Zij moet vrijwarings- en uitzonderingsbepalingen (bv. met betrekking tot de Europese Economische en Monetaire Unie en de betalingsbalans van de Unie) bevatten die in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van het VWEU betreffende het vrije kapitaalverkeer.

Intellectuele-eigendomsrechten

De overeenkomst moet een aanvulling vormen en voortbouwen op de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) en beogen een adequaat en doeltreffend niveau van bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen.

Het hoofdstuk over intellectuele-eigendomsrechten moet betrekking hebben op zaken zoals auteursrecht en naburige rechten, handelsmerken, ontwerpen, octrooien, kwekersrecht, niet openbaar gemaakte informatie (met inbegrip van handelsgeheimen) geografische aanduidingen en versterkte handhaving. De overeenkomst moet een verbetering nastreven van de doeltreffendheid en handhaving van het intellectuele-eigendomsrecht, ook in de digitale wereld en aan de grens (inclusief uitvoer).

De overeenkomst moet passende samenwerkingsmechanismen tussen de partijen instellen om de tenuitvoerlegging van het hoofdstuk over intellectuele-eigendomsrechten te ondersteunen en een regelmatige dialoog over intellectuele eigendom opstarten ter bevordering van de uitwisseling van informatie over de respectievelijke vooruitgang op wetgevingsgebied, de uitwisseling van ervaringen inzake handhaving en overleg met betrekking tot derde landen.

Onverminderd de relevante multilaterale besprekingen in dit verband moet tijdens de onderhandelingen worden ingegaan op genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore.

Geografische aanduidingen

De overeenkomst moet voorzien in de directe bescherming van een lijst van geografische aanduidingen (wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen), met een hoog niveau van bescherming dat voortbouwt op artikel 23 TRIPS, met inbegrip van voorstelling, versterkte handhaving, co-existentie met bonafide oudere handelsmerken, bescherming tegen later gebruik als soortnaam en de mogelijkheid om nieuwe geografische aanduidingen toe te voegen. Er moet worden ingegaan op kwesties met betrekking tot individuele oudere rechten, bijvoorbeeld in verband met kwekersrechten, handelsmerken en gebruik als soortnaam of andere legitieme vormen van eerder gebruik. Daarnaast moet worden onderhandeld over regelingen voor de bescherming van geografische aanduidingen op de markten van derde landen.

Overheidsopdrachten

Voortbouwend op de respectievelijke verbintenissen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten moet de overeenkomst streven naar een veelomvattende en verbeterde toegang tot de markten voor overheidsopdrachten. Dit moet een veelomvattende en wederzijds aanvaardbare dekking inhouden van opdrachten op alle overheidsniveaus, binnen kroonentiteiten en overheidsondernemingen en in ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, en betrekking hebben op goederen, diensten en openbare werken. Daarbij erkennen de partijen de bijzonderheden en gevoeligheden van hun respectievelijke aanbestedingsomgeving. Er moeten ook verbintenissen in de overeenkomst worden overwogen met betrekking tot publiek-private partnerschappen/concessies overeenkomstig de respectievelijke wetgeving op dit gebied. De partijen erkennen het belang van het beginsel van nationale behandeling met het oog op de waarborging dat geen behandeling wordt toegekend die minder gunstig is dan die welke aan lokaal gevestigde leveranciers of dienstverleners wordt toegekend.

Procedurele verbintenissen moeten worden gebaseerd op de regels, procedures en voorschriften uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake overheidsopdrachten. Door middel van verbintenissen moeten bij de onder de overeenkomst vallende overheidsopdrachten met name eerlijke rechtsbedeling (met inbegrip van doeltreffende toetsingsmechanismen) en transparantie worden gewaarborgd. Specifieke bepalingen inzake transparantie moeten worden overwogen om duidelijkheid te garanderen wat de geldende aanbestedingsregels en de beschikbare aanbestedingsmogelijkheden betreft, zodat bedrijven gemakkelijk toegang hebben tot informatie.

Handel en mededinging

Met betrekking tot mededinging moet de overeenkomst bepalingen omvatten aangaande mededingingsregels en de handhaving hiervan.

In de overeenkomst moeten bepalingen inzake subsidies worden opgenomen. Bovendien moet worden ingegaan op overheidsondernemingen, toegewezen monopolies en ondernemingen waaraan bijzondere rechten of voorrechten zijn toegekend.

Kleine en middelgrote ondernemingen

De overeenkomst moet een specifiek hoofdstuk over kmo's omvatten. De overeenkomst moet kmo's helpen om ten volle te profiteren van de door de overeenkomst geboden handelsmogelijkheden, onder meer met regelingen voor het uitwisselen van informatie over vereisten inzake markttoegang en over een passende institutionele structuur.

Handel en duurzame ontwikkeling

De overeenkomst moet bepalingen omvatten over de arbeids- en milieugerelateerde aspecten van handel en duurzame ontwikkeling die relevant zijn in de context van handel en directe buitenlandse investeringen. In de overeenkomst moeten bepalingen worden opgenomen ter bevordering van de naleving en de doeltreffende tenuitvoerlegging van relevante internationaal overeengekomen beginselen en regels, met inbegrip van de fundamentele arbeidsnormen en conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en multilaterale milieuovereenkomsten, waaronder die in verband met klimaatverandering.

De overeenkomst moet het recht bevestigen van de partijen om regelgeving vast te stellen op het gebied van arbeid en milieu, in overeenstemming met hun internationale verbintenissen en met het oog op een hoog niveau van bescherming. In de overeenkomst moeten bepalingen worden opgenomen om te voorkomen dat het niveau van arbeids- en milieubescherming wordt verlaagd om handel en directe buitenlandse investeringen aan te moedigen. Deze bepalingen moeten de verbintenis inhouden dat niet zal worden afgeweken van binnenlandse arbeids- en milieuwetgeving en dat de handhaving van deze wetgeving niet zal worden nagelaten.

De overeenkomst moet aanzetten tot het vergroten van de bijdrage van handel en directe buitenlandse investeringen aan duurzame ontwikkeling, onder meer door de bevordering van de handel in milieu- en klimaatvriendelijke goederen en diensten, van vrijwillige programma's om duurzaamheid te waarborgen en van maatschappelijk verantwoord ondernemen, met inachtneming van internationaal erkende instrumenten.

De overeenkomst moet ook verbintenissen omvatten inzake het stimuleren van de handel in rechtmatig verkregen en duurzaam beheerde natuurlijke hulpbronnen, met name met betrekking tot biodiversiteit, wilde dieren en planten, bosbouwproducten en visserij, met inachtneming van relevante internationale instrumenten en praktijken. Ook moet handel die de emissiearme en klimaatbestendige ontwikkeling ten goede komt, worden gestimuleerd.

De overeenkomst moet voorzien in passende bepalingen om de bovenstaande bepalingen doeltreffend uit te voeren en er toezicht op te houden, in procedures om mogelijke geschillen tussen de partijen te beslechten en in deelname van het maatschappelijk middenveld.

Energie en grondstoffen

De overeenkomst moet bepalingen met betrekking tot aan handel en directe buitenlandse investeringen gerelateerde aspecten van energie en grondstoffen bevatten. De overeenkomst moet gericht zijn op het waarborgen van een open, transparant, niet-discriminerend en voorspelbaar ondernemingsklimaat en op het beperken van mededingingsverstorende praktijken op dit gebied. De overeenkomst moet ook regels bevatten ter ondersteuning en bevordering van handel en directe buitenlandse investeringen in de sector van de hernieuwbare energie. De overeenkomst moet voorts de samenwerking op de bovengenoemde gebieden verbeteren.

Transparantie van regelgeving

De overeenkomst moet bepalingen omvatten inzake:

·bekendmaking van onder meer algemeen toepasselijke maatregelen op niet-discriminerende wijze en met voldoende tijd voor het indienen van opmerkingen over voorstellen voor algemeen toepasselijke maatregelen;

·vragen en contactpunten, met mechanismen voor het beantwoorden van vragen van belanghebbenden over voorgestelde of geldende maatregelen;

·administratieve procedures op basis van en in overeenstemming met de wetgeving die ervoor zorgen dat informatie over de werking van algemeen toepasselijke maatregelen beschikbaar is voor belanghebbenden en dat betrokkenen bij een procedure de gelegenheid wordt geboden om hun standpunt naar voren te brengen voordat een definitieve administratieve maatregel wordt genomen;

·passende mogelijkheden voor toetsing van en beroep tegen administratieve maatregelen op gebieden die onder de overeenkomst vallen;

·bevordering van kwaliteitswetgeving en goede administratieve praktijken.

Samenwerking inzake regelgeving

De overeenkomst moet transversale voorschriften bevatten over samenhang en transparantie van regelgeving, met het oog op de ontwikkeling, vaststelling en tenuitvoerlegging van doeltreffende, kosteneffectieve en meer compatibele regelgeving teneinde de handel te bevorderen. In de overeenkomst moeten bepalingen worden opgenomen over de bevordering van informatie-uitwisseling, een breder gebruik van goede regelgevingspraktijken en versterkte samenwerking inzake regelgeving.

Hiertoe moet aandacht worden besteed aan het opnemen van bepalingen over samenwerking inzake regelgeving op bepaalde specifieke gebieden die niet binnen het huidige kader vallen alsook aan mechanismen voor het in kaart brengen van mogelijke belemmeringen die met samenwerking inzake regelgeving kunnen worden aangepakt.

Institutionele bepalingen en slotbepalingen

Er moet een duidelijke juridische en institutionele koppeling worden gemaakt tussen de overeenkomst en de PARC. Daarmee moet de externe samenhang – met name wat het bestaan, de toepassing, de opschorting en de beëindiging van de respectievelijke bepalingen betreft – worden gewaarborgd.

Bij de overeenkomst moet een specifiek overkoepelend orgaan worden ingesteld dat toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. In voorkomend geval kunnen comités of werkgroepen voor specifieke onderwerpen worden opgericht die werkzaam zijn in het kader van het overkoepelende orgaan.

Geschillenbeslechting en bemiddeling

De overeenkomst moet voorzien in een doeltreffend en bindend mechanisme voor geschillenbeslechting, met een versnelde procedure, met name wat de samenstelling van het panel en het verloop van panelprocedures betreft. Het mechanisme voor geschillenbeslechting moet transparant, open en innovatief zijn. De overeenkomst moet voorzien in bepalingen voor een flexibel en snel bemiddelingsmechanisme.

Algemene uitzonderingen

De overeenkomst moet algemene uitzonderingen omvatten die van toepassing zijn op de relevante onderdelen van de overeenkomst, onder meer wat beveiliging, betalingsbalans, prudentieel toezicht en belastingheffing betreft.

Authentieke talen

De overeenkomst, die in alle officiële EU-talen gelijkelijk authentiek moet zijn, moet een daartoe strekkende taalclausule omvatten.

Andere kwesties

In de overeenkomst moet het belang van consumentenbescherming worden erkend en een doeltreffende consumentenbescherming – ook in de digitale wereld – worden ondersteund.

Naar aanleiding van een analyse door de Commissie en voorafgaande raadpleging van het Comité handelspolitiek mag de overeenkomst, in overeenstemming met de EU-verdragen, aanvullende bepalingen omvatten met betrekking tot de economische en handelsbetrekkingen indien daarvoor in de loop van de onderhandelingen wederzijdse belangstelling werd getoond.

Waitangi

In de overeenkomst moet worden ingegaan op de verplichtingen van de Nieuw-Zeelandse overheid uit hoofde van het Verdrag van Waitangi. In dit verband mogen maatregelen uit hoofde van deze regeling geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tegen personen van de andere partij noch een verkapte beperking van de handel in goederen en diensten of van directe buitenlandse investeringen vormen.

Top