Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0343

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

COM/2017/0343 final - 2017/0143 (COD)

No longer in force, Date of end of validity: 20/06/2019

Brussel, 29.6.2017

COM(2017) 343 final

2017/0143(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2017) 243 final}
{SWD(2017) 244 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1.1.Motivering en doel van het voorstel

In heel de Europese Unie (EU) sparen natuurlijke personen die hun pensioen willen aanvullen op allerlei manieren voor het pensioen, bijvoorbeeld door te beleggen in onroerend goed, levensverzekeringen en andere langlopende beleggingsproducten. Persoonlijke pensioenproducten zijn een andere optie. De markten voor persoonlijke pensioenen zijn echter ongelijk ontwikkeld en de persoonlijke pensioenproducten zijn ongelijk betaalbaar in geheel de Europese Unie (EU). Mensen die meer willen sparen voor het pensioen hebben een grotere keuze aan geschikte persoonlijke pensioenproducten nodig die gebaseerd zijn op beleggingen op de kapitaalmarkten Een bijkomende uitdaging voor het publieke beleid is de noodzaak om de toereikendheid op lange termijn van het pensioeninkomen te verzekeren door een combinatie van staats-, bedrijfs- en persoonlijke pensioenen.

Marktfragmentatie verhindert dat aanbieders van persoonlijke pensioenen risicodiversificatie, innovatie en schaalvoordelen maximaliseren. Dit vermindert de keuze en aantrekkelijkheid en leidt tot verhoogde kosten voor pensioenspaarders. Het draagt ook bij aan een gebrek aan liquiditeit en diepte op de kapitaalmarkten in vergelijking met andere jurisdicties zoals de Verenigde Staten, waar pensioenfondsen een grotere rol spelen als institutionele belegger. Bovendien vertonen sommige bestaande persoonlijke pensioenproducten ontoereikende kenmerken 1 en is hun beschikbaarheid en grensoverschrijdende meeneembaarheid beperkt, waarbij aanbieders of spaarders nauwelijks enige grensoverschrijdende activiteit ontplooien. 

Een EU-initiatief inzake persoonlijke pensioenen zou bijgevolg de huidige divergerende regels op EU-niveau en nationaal niveau kunnen aanvullen door een pan-Europees kader voor pensioenen toe te voegen voor natuurlijke personen die deze extra spaaroptie willen gebruiken. Dit kader vervangt of harmoniseert geen bestaande nationale persoonlijk pensioenregelingen. Het biedt natuurlijke personen een nieuw vrijwillig kader voor sparen aan door voldoende consumentenbescherming te waarborgen met betrekking tot de essentiële kenmerken van het product. Tegelijkertijd zal het kader flexibel genoeg zijn om verschillende aanbieders in staat te stellen producten op hun bedrijfsmodel af te stemmen. Het zal aanbieders aanmoedigen om op lange termijn op duurzame wijze in de reële economie te investeren, met name in infrastructuurprojecten en -bedrijven, naar evenredigheid van de langlopende verplichtingen op grond van het PEPP.

In het algemeen zal het voorstel een kwaliteitslabel creëren voor persoonlijke pensioenproducten in de EU en het vertrouwen van de consument vermeerderen. Het zal ertoe leiden dat consumenten meer keuze hebben tussen aanbieders en voor een gelijk speelveld voor aanbieders zorgen. Het voorstel kan ook tot de totstandbrenging van een eengemaakte markt voor persoonlijke pensioenen bijdragen en concurrentie tussen aanbieders aanmoedigen ten voordele van de consument.

Volgens het Actieplan voor een kapitaalmarktenunie van de Commissie van september 2015 2 zou “een Europees individueel pensioen met "opt-in"-faciliteit kunnen dienen als regelgevend model, gebaseerd op een passend niveau van consumentenbescherming, dat pensioenaanbieders kunnen kiezen wanneer zij producten aanbieden in heel de EU. Een grotere Europese pensioenmarkt van de "derde pijler" zou ook het aanbod van financiële middelen voor institutionele beleggers en investeringen in de reële economie kunnen ondersteunen”. In het actieplan kondigde de Commissie ook aan dat zij zal “beoordelen of een beleidskader noodzakelijk is om te komen tot een succesvolle Europese markt voor eenvoudige, efficiënte en concurrerende individuele pensioenen, en zij zal nagaan of EU-wetgeving noodzakelijk is om deze markt te ondersteunen.”

Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie van 19 januari 2016 3 zijn bezorgdheid geuit over het gebrek aan beschikbare en aantrekkelijke aan het risico aangepaste (langetermijn)beleggingsproducten en kostenefficiënte en geschikte besparingsproducten voor consumenten. Het heeft herhaald dat verscheidenheid in beleggings- en consumentenkeuzen noodzakelijk is en benadrukt dat “een omgeving moet worden gecreëerd waarin de innovatie van financiële producten wordt gestimuleerd, zodat meer diversiteit en voordelen voor de reële economie worden bewerkstelligd en wordt voorzien in sterkere investeringsprikkels, en die eveneens kan bijdragen tot de waarborging van adequate, veilige en duurzame pensioenen, bijvoorbeeld door middel van de ontwikkeling van een pan-Europees pensioenproduct (PEPP), met een eenvoudige en transparante opzet”.

In juni 2016 heeft de Europese Raad opgeroepen tot snelle en vastberaden vooruitgang "om te zorgen voor een gemakkelijker toegang tot financiering voor bedrijven en om investeringen in de reële economie te ondersteunen door vaart te zetten achter de agenda voor de kapitaalmarktenunie 4 ."

In september 2016 heeft de Commissie in haar Mededeling Kapitaalmarktenunie — Versnellen van de hervorming 5 , in het licht van de krachtige steunbetuiging van het Europees Parlement, de Raad en de stakeholders aan het actieplan inzake de kapitaalmarktenunie verklaard voorstellen te zullen “bekijken voor een eenvoudig, efficiënt en concurrerend persoonlijk pensioenproduct van de EU”. 

Vervolgens heeft de Commissie in haar Mededeling Tussentijdse evaluatie van het actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie aangekondigd te zullen komen met “een wetgevingsvoorstel over een pan-Europees Persoonlijk Pensioen Product (PEPP) (eind juni 2017). Hiermee zullen de fundamenten worden gelegd voor een veiligere, kostenefficiëntere en transparantere markt voor betaalbaar en vrijwillig individuele pensioenbesparingen dat op een pan-Europese schaal kan worden beheerd. Dit zal helpen tegemoet te komen aan de behoeften van mensen die de toereikendheid van hun pensioenvoorzieningen willen versterken, de demografische uitdaging adresseren, een aanvulling zijn op de bestaande pensioenproducten en -regelingen, en de kostenefficiëntie ondersteunen van individuele pensioenen door goede kansen te bieden voor langetermijnbeleggingen voor individuele pensioenen. 6 .

Voorliggend voorstel voor een PEPP-kader omvat een complementaire vrijwillige regeling naast de nationale regimes, waardoor aanbieders persoonlijke pensioenproducten op pan-Europese schaal kunnen creëren. Het streeft ernaar meer huishoudelijke besparingen weg van de traditionele instrumenten, zoals spaardeposito's, naar de kapitaalmarkten te kanaliseren.

Het voorstel beoogt ervoor te zorgen dat consumenten volledig op de hoogte zijn van de belangrijkste kenmerken van het product. Wat het beleggingsbeleid betreft zullen de consumenten de keuze hebben tussen een veilige standaardbeleggingsoptie en alternatieve opties met verschillende risico-rendementprofielen. De consument zal zijn voordeel doen met EU-wijde meeneembaarheid, volledige transparantie van de kosten van het PEPP en de mogelijkheid om naar een andere aanbieder over te stappen (waarbij de overstapkosten geplafonneerd zijn).

Vanuit het oogpunt van de aanbieders beoogt het voorstel een brede groep aanbieders (banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, bedrijfspensioenfondsen, beleggingsondernemingen) in staat te stellen het PEPP aan te bieden en een gelijk speelveld te waarborgen. De PEPP kan online worden aangeboden, met inbegrip van advies, en zou geen netwerk van bijkantoren vereisen, waardoor een gemakkelijkere toegang tot de markt mogelijk is. De paspoortregeling zou aanbieders helpen om tot nieuwe nationale markten toe te treden. Het standaardiseren van de belangrijkste kenmerken moet ook de kosten van de aanbieders verminderen en hen helpen om bijdragen uit verschillende nationale markten te poolen om activa naar EU-wijde beleggingen te kanaliseren.

De flexibiliteit rond andere kenmerken, zoals de voorwaarden voor het opbouwen van pensioenrechten, is bedoeld om de consumenten in staat te stellen hun voordeel te doen met de nationale fiscale prikkels die in hun lidstaat van verblijf beschikbaar zijn, mits de aanbieders de PEPP's aanpassen aan de nationale criteria voor fiscale prikkels.

Om de lidstaten aan te moedigen belastingverminderingen toe te kennen met betrekking tot het PEPP, heeft de Commissie naast dit voorstel een aanbeveling over de fiscale behandeling van persoonlijke pensioenproducten, inclusief het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct, vastgesteld.

1.2.Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Op het gebied van pensioenen heeft de EU de jongste jaren de volgende grote initiatieven goedgekeurd:

·1998 Richtlijn betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen 7 ;

·2014 Richtlijn inzake de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten 8 ,  gericht op bevordering van de mobiliteit van werknemers door vermindering van de belemmeringen die zijn ontstaan door bepaalde regels inzake bedrijfspensioenen;

·2016 Richtlijn betreffende instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (“IBPV's”) 9 , die de governance, informatieverstrekking en grensoverschrijdende vereisten voor bedrijfspensioenfondsen aanscherpt.

Verdere niet-wetgevende maatregelen die de Commissie op het gebied van pensioenen heeft genomen omvatten het ‘Track and trace your pension in Europe project’ 10 , waarbij wordt voorgesteld een Europese volgdienst op te richten om mensen te helpen bij het volgen van hun pensioenrechten in alle lidstaten, en het RESAVER-project 11 .

Het voorstel voor een PEPP-kader heeft geen invloed op de drie bovengenoemde richtlijnen, aangezien zij gericht zijn op bedrijfspensioenen. Met betrekking tot niet-wetgevende initiatieven zou het PEPP-kader geïntegreerd kunnen worden in toekomstige projecten.

1.3.Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU

Het voorstel beoogt de marktpenetratie van persoonlijke pensioenen in de EU te vermeerderen. Het is in overeenstemming met het EU-beleid om aanvullende pensioenbesparingen aan te moedigen om pensioentoereikendheid te realiseren, zoals uiteengezet in het Witboek van de Commissie over pensioenen in 2012 12 . In overeenstemming hiermee is in het verslag over de toereikendheid van de pensioenen van 2015 geconcludeerd dat verhoogde aanspraken uit hoofde van aanvullende (dat wil zeggen bedrijfs- en persoonlijke) pensioenbesparingen, naast andere maatregelen, de impact van lagere pensioenen uit hoofde van publieke regelingen in sommige lidstaten zouden kunnen beperken. In de jaarlijkse groeianalyse 2017 is gerapporteerd dat brede dekking (d.w.z. brede beschikbaarheid en verhoogde marktpenetratie) van aanvullende pensioenen een sleutelrol kan spelen bij de pensioeninkomensvoorziening, met name indien de staatspensioenen misschien ontoereikend zijn, en op passende wijze moet worden bevorderd, afhankelijk van de nationale context.

Het voorstel is in overeenstemming met het EU-beleid ter versterking van de consumentenbescherming, met name door een standaardbeleggingsoptie met een laag risico te ontwikkelen, die volledige transparant moet zijn voor de PEPP-spaarders, met name met betrekking tot de kosten, en de spaarders in staat stelt naar een andere aanbieder over te stappen (waarbij de overstapkosten geplafonneerd zijn).

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

2.1.Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Op grond hiervan kunnen maatregelen voor de onderlinge aanpassing van nationale bepalingen worden vastgesteld die de instelling en de goede werking van de interne markt tot doel hebben.

Momenteel wordt de werking van de interne markt voor persoonlijke pensioenen belemmerd door de hoge mate van fragmentatie tussen nationale markten en de beperkte mate van meeneembaarheid van persoonlijke pensioenproducten. Dit kan het moeilijk maken voor natuurlijke personen om gebruik te maken van hun fundamentele vrijheden. Zo kunnen zij verhinderd worden een baan te nemen of met pensioen te gaan in een andere lidstaat. Bovendien wordt de mogelijkheid voor aanbieders om de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten te gebruiken, belemmerd door het gebrek aan standaardisatie van bestaande persoonlijke pensioenproducten.

Het voorstel zal een in hoofdzaak gestandaardiseerd pan-Europees product creëren dat beschikbaar is in alle lidstaten, waardoor de consumenten de mogelijkheid krijgen om de interne markt optimaal te benutten door hen in staat te stellen hun pensioenrechten naar het buitenland over te dragen en hen een grotere keuze aan aanbieders te bieden, waaronder in andere EU-landen. Het voorstel harmoniseert de kernkenmerken van het PEPP: vergunningsverlening, distributie (inclusief informatieverstrekking en advies), beleggingsbeleid, overstap naar een andere aanbieder en grensoverschrijdend aanbod en grensoverschrijdende meeneembaarheid. Het voorstel wordt aangevuld door de aanbeveling inzake de fiscale behandeling van persoonlijke pensioenproducten, inclusief het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct 13 . Deze is erop gericht te voorkomen dat PEPP's in bepaalde lidstaten buiten het toepassingsgebied van de nationale fiscale prikkels vallen, als de kernproductkenmerken niet overeenkomen met alle nationale criteria voor belastingvermindering.

2.2.Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

Volgens artikel 4 VWEU moet EU-actie voor de voltooiing van de interne markt worden beoordeeld in het licht van het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (TEU). Er moet worden beoordeeld of de doelstellingen van het voorstel niet door de lidstaten kunnen worden gerealiseerd in het kader van hun nationale rechtssystemen (noodzakelijkheidstoets) en door hun omvang en effecten beter op EU-niveau worden gerealiseerd (effectiviteitstoets).

Ten eerste, met betrekking tot de noodzakelijkheidstoets, kunnen de ongecoördineerde inspanningen van de lidstaten, zowel op centraal, regionaal als lokaal niveau, de juridische fragmentatie van de productregulering niet verhelpen, wat in extra compliancekosten voor aanbieders resulteert en grensoverschrijdende activiteiten ontmoedigt. Zo is de EU-wetgeving over distributievereisten voor financiële producten (zoals de verzekeringsdistributierichtlijn, de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID II) en de verordening verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's) 14 ) niet van toepassing op de meeste persoonlijke pensioenproducten, zodat dergelijke producten onder de nationale wetgeving vallen.

Met markten voor persoonlijke pensioenproducten die uitsluitend nationaal zijn geregeld, treedt informatie-asymmetrie op tussen aanbieders en spaarders, met name in een grensoverschrijdende context. Bijgevolg zijn spaarders misschien onvoldoende op de hoogte van de feitelijke prestaties van hun persoonlijke pensioenproducten, of zelfs niet in staat naar een andere aanbieder over te stappen. Als aanbieders op nationaal niveau spaarders niet voldoende informatie geven, kan dit het vertrouwen in aanbieders van persoonlijke pensioenproducten doen afnemen en resulteren in minder transacties, lagere betrokkenheid bij pensioenvoorziening en slechte besluitvorming door spaarders.

De meeneembaarheid van persoonlijke pensioenproducten is een zorg voor mensen die naar een ander EU-land verhuizen, terwijl ze hetzelfde product en dezelfde aanbieder proberen te behouden. Op dit moment hebben mensen die naar een andere lidstaat verhuizen geen andere keuze dan te zoeken naar een nieuw product dat door een aanbieder in de nieuwe lidstaat wordt aangeboden met substantieel verschillende regels, in plaats van in hun vroegere lidstaat te blijven sparen. Nationale fiscale prikkels stimuleren mensen om te sparen voor het pensioen en zijn essentieel voor het bevorderen van de marktpenetratie van persoonlijke pensioenen. Het verlies van dergelijke belastingvoordelen bij het verhuizen naar een andere lidstaat vormt een belangrijke belemmering voor de grensoverschrijdende meeneembaarheid van persoonlijke pensioenproducten. Lidstaten die alleen optreden, kunnen dergelijke meeneembaarheidsproblemen niet verhelpen.

Ten tweede, met betrekking tot de effectiviteitstoets, kan actie op EU-niveau bijdragen tot het verhelpen van de gevolgen van marktfragmentatie, met name wat de kosten betreft. Als geen EU-actie wordt ondernomen, zullen de activapools waarschijnlijk klein blijven en beperkt blijven tot nationale grenzen, zonder schaalvoordelen, en zou de concurrentie beperkt blijven tot binnenlandse aanbieders. Individuele spaarders zullen derhalve waarschijnlijk niet profiteren van de lagere prijzen en betere productreeksen die zouden voortvloeien uit efficiëntievoordelen en -rendementen op grote activapools. Fragmentatie is ook voor aanbieders duur: verschillen in nationale regelgeving betekenen extra compliancekosten. Er zijn beperkte prikkels voor aanbieders om producten grensoverschrijdend aan te bieden, vooral door hoge kosten. Daarentegen wordt verwacht dat een gestandaardiseerd persoonlijk EU-pensioenproduct de kosten van aanbieders verlaagt door grotere activapools te creëren. Zo laat een studie zien dat het spreiden van vaste kosten over een grotere pool van leden de administratiekosten met 25 % zou kunnen doen dalen 15 .

Het instellen van een EU-wetgevingskader voor persoonlijke pensioenen zou de kosten van de aanbieders verminderen door schaalvoordelen te scheppen, met name in verband met beleggingen en administratie. Een EU-kader voor persoonlijke pensioenen zou aanbieders helpen over de grenzen te opereren, omdat het hen in staat zou stellen bepaalde functies op EU-niveau te centraliseren (in plaats van te steunen op lokale activiteiten of uitbesteding). Standaardisatie zou het gemakkelijker maken voor aanbieders om een pensioenoplossing aan te bieden aan zakelijke klanten die actief zijn in verschillende lidstaten en op zoek zijn naar een EU-wijd persoonlijk pensioen voor hun werknemers. Dit kan ook leiden tot efficiëntieverbeteringen in de distributie, bijvoorbeeld door gebruik te maken van digitale kanalen om persoonlijke pensioenen te verkopen. Een EU-wetgevingskader voor persoonlijke pensioenen kan gepaard gaan met EU-beleidswerk op het gebied van financiële technologie.

Het vermeerderen van de marktpenetratie van persoonlijke pensioenen zou kunnen bijdragen tot het zekerstellen van toereikende vervangingspercentages in de toekomst als aanvulling op staats- en bedrijfspensioenen. Een grotere keuze aan veilige en hoogwaardige persoonlijke pensioenproducten komt ten goede aan alle werkenden, zowel werknemers als zelfstandigen, en ongeacht of zij in een andere lidstaat werk hebben aangenomen of niet. Een eengemaakte EU-markt voor persoonlijke pensioenen zou het product toegankelijk maken voor een breder scala van mensen. Minimale productvereisten die zijn vastgelegd in EU-regels zouden transparantie, eenvoud en veiligheid voor PEPP-spaarders creëren. Daarnaast zou ingespeeld worden op de toenemende mobiliteit van EU-burgers en het steeds flexibelere karakter van arbeid.

2.3.Evenredigheid

Krachtens het evenredigheidsbeginsel gaan de inhoud en de vorm van het optreden van de EU niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken. In principe is het al mogelijk om persoonlijke pensioenproducten in alle lidstaten aan te bieden. Vergeleken met hun marktpotentieel dragen zij echter niet bij tot het kanaliseren van voldoende besparingen naar de kapitaalmarkten en tot het realiseren van de kapitaalmarktenunie. Bovendien zijn de kenmerken van sommige bestaande persoonlijke pensioenproducten ontoereikend, net als de ontwikkeling van grensoverschrijdende meeneembaarheid en de aanbieding van persoonlijke pensioenproducten.

De beleidsopties in de effectbeoordeling die dit voorstel vergezelt, omvatten onder meer geen actie op EU-niveau, het PEPP-kader en harmonisatie van nationale regimes voor persoonlijke pensioenen.

Met het scenario 'geen EU-actie' zouden de bovengenoemde doelstellingen niet worden bereikt. Omgekeerd zou de harmonisatie van nationale regimes het mogelijk maken de doelstellingen te verwezenlijken, maar ook volledige harmonisatie van zeer verschillende nationale situaties vereisen — persoonlijke pensioenen zijn goed ontwikkeld in sommige lidstaten en niet in andere. Deze optie werd beoordeeld als te lastig om de doelstellingen te bereiken. In dit verband is het aangewezen het PEPP-kader voor een EU-wijd persoonlijk pensioenproduct voor te stellen dat de bestaande nationale regimes zou aanvullen.

In de effectbeoordeling zijn ook de opties voor de sleutelkenmerken van het PEPP en de belastingimplicaties van de aanbevolen kenmerken geëvalueerd. De sleutelkenmerken met betrekking tot distributie, beleggingsbeleid, overstap naar een andere aanbieder en grensoverschrijdende elementen zijn opgezet om voldoende consumentenbescherming te bieden en het kader aantrekkelijk te maken voor toekomstige PEPP-aanbieders. Met betrekking tot distributie bijvoorbeeld zouden in grote mate sectorale regels van toepassing zijn. Met betrekking tot beleggingsbeleid zou de standaardoptie een vereiste zijn om kapitaalbescherming te waarborgen, maar zouden aanbieders alternatieve beleggingsopties kunnen voorstellen. Naar een andere aanbieder overstappen zou toegestaan zijn, maar de frequentie ervan zou beperkt zijn. Met betrekking tot grensoverschrijdende meeneembaarheid en grensoverschrijdend aanbod is de aanbevolen optie gebaseerd op de techniek (die momenteel gebruikt wordt door sommige IBPV's) van het creëren van nationale compartimenten bij het veranderen van lidstaat, maar deze zou verder worden gestroomlijnd ten voordele van PEPP-spaarders.

De administratieve last van het PEPP zou beperkt zijn, aangezien het voorstel inhoudt dat er een nieuwe productcategorie wordt toegevoegd aan de bestaande portfolio van producten die door verzekeraars, pensioenfondsen, beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders en banken wordt aangeboden, die alle onderworpen zijn aan regelgevingstoezicht door de nationale bevoegde autoriteiten volgens de bestaande regelgevingskaders. Overheidsinstanties kunnen aan aanbieders wat betreft de aanbieding van PEPP's nieuwe rapportagevereisten opleggen en met name de grensoverschrijdende distributie van PEPP's monitoren. Deze administratieve last moet evenredig zijn met de risico's van grensoverschrijdend aanbod van PEPP's en zou marktmonitoring mogelijk maken, passend toezicht waarborgen en aan consumentenbescherming bijdragen.

2.4.Keuze van het instrument

Artikel 114 VWEU maakt de goedkeuring van handelingen in de vorm van een verordening of richtlijn mogelijk. Hier is om de hieronder geschetste redenen voor een verordening gekozen.

Ten eerste zou, omdat een verordening rechtstreeks van toepassing is in alle lidstaten, deze een snellere marktpenetratie van het PEPP mogelijk maken en sneller bijdragen aan het inspelen op de behoefte aan meer pensioenbesparingen en -beleggingen in de context van de kapitaalmarktenunie.

Ten tweede, omdat het voorstel de kernkenmerken van het PEPP zou harmoniseren, mogen deze niet aan specifieke nationale regels worden onderworpen, waardoor een verordening in dit geval passender is dan een richtlijn. Alle kenmerken die buiten het toepassingsgebied van het voorstel vallen (bijv. voorwaarden voor de opbouwfase ) zouden evenwel vanzelfsprekend onderworpen zijn aan nationale regels.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

3.1.Raadplegingen van belanghebbenden

De Commissie heeft tussen juli en oktober 2016 een publieke raadpleging gehouden over de persoonlijke pensioenen van de EU (met inbegrip van een publieke hoorzitting), waarvoor in totaal 585 bijdragen zijn ontvangen uit een breed scala aan stakeholders 16 . Blijkens de reacties hadden particulieren uit heel de EU veel belangstelling voor eenvoudige, transparante en kosteneffectieve persoonlijke pensioenproducten. Bij de publieke raadpleging is ook feedback van professionals gevraagd over de haalbaarheid van een EU-kader voor persoonlijke pensioenen, inclusief een PEPP. In het algemeen menen zij dat het PEPP-kader een goede kans biedt om een nieuw pensioenproduct te ontwikkelen, en sommige professionals zijn al een lancering van een PEPP aan aan het voorbereiden.

3.2.Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Het voorstel is gebaseerd op een studie uitgevoerd door Ernst & Young namens de Commissie over een Europees kader voor persoonlijke pensioenen. De studie, die in juni 2017 is afgerond, inventariseert met name de belastingvereisten en andere wettelijke vereisten die in alle lidstaten van toepassing zijn, en beoordeelt het marktpotentieel van een PEPP. De belangrijkste conclusie van de studie is dat de belastingregimes in heel de EU zeer verschillend zijn en dit in een EU-kader over het PEPP voldoende flexibiliteit vereist om rekening te houden met de nationale criteria. Daarnaast concludeert de studie dat met het PEPP de markt voor persoonlijke pensioenen tegen 2030 in waarde zou groeien van 0,7 biljoen EUR tot 2,1 biljoen EUR, tegenover 1,4 biljoen EUR zonder het PEPP (in de veronderstelling dat voor het PEPP de bestaande nationale fiscale prikkels voor persoonlijke pensioenproducten zouden gelden).

Het voorstel is ook gebaseerd op technisch advies van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) 17 over de ontwikkeling van eengemaakte EU-markt voor persoonlijke pensioenproducten. Dit advies is gebaseerd op een eerder voorlopig rapport van EIOPA Towards a single market for personal pensions 18 . De aanbevelingen in het technisch advies zijn:

·voorkeur voor PEPP boven harmonisatie van nationale regimes; en

·omschrijven van PEPP-sleutelkenmerken op EU-niveau, terwijl bepaalde andere belastinggevoelige kenmerken nationaal worden geregeld.

In verband met de sleutelkenmerken wordt in het technisch advies aanbevolen een veilige standaardbeleggingsoptie en gedetailleerde vereisten over transparantie van informatie aan PEPP-spaarders op te nemen. Het voorstel is in overeenstemming met deze aanbevelingen.

Ten slotte is het voorstel gebaseerd op het volgende:

·OECD study Stocktaking of the tax treatment of funded private pension plans in OECD and EU countries; 19

·Commission-OECD project on taxation, financial incentives and retirement savings; 20

·OECD study Core Principles of Private Pension Regulation; 21 en

·Oxera study on the position of savers in private pension products across 14 EU Member States. 22

3.3.Effectbeoordeling

Het PEPP-voorstel wordt ondersteund door een positief advies dat op 22 mei 2017 door de Raad voor regelgevingstoetsing (RSB) is uitgebracht 23 , na een eerste negatief advies dat op 2 mei 2017 is uitgebracht 24 . In zijn opmerkingen heeft de RSB voorgesteld de effectbeoordeling meer te richten op het analyseren van de sleutelproductkenmerken van het PEPP en uiteengezet hoe de PEPP-kenmerken zich verhouden tot de bestaande persoonlijke pensioenproducten.

De RSB heeft ook een gedetailleerdere kwantificering van de impact van de PEPP-optie en verduidelijking van de onderliggende veronderstellingen gevraagd. In de definitieve versie van de effectbeoordeling worden deze punten behandeld door:

·de verschillende opties voor de PEPP-kenmerken te detailleren;

·uiteen te zetten hoe zij geïnspireerd zijn op bestaande persoonlijke pensioenproducten met de hoogste penetratiegraad; en

·het kwantificeren van de extra volumes gegenereerd door de lancering van he PEPP op de markt voor persoonlijke pensioenen en het effect op de kapitaalmarkten.

Het voorstel is in overeenstemming met de conclusies van de effectbeoordeling 25 .

De algemene beleidsalternatieven die in de effectbeoordeling werden onderzocht, bestonden uit de volgende opties:

·geen EU-actie;

·PEPP-kader; of

·harmonisatie van de nationale persoonlijke pensioenregimes.

Met de eerste optie zouden de geconstateerde tekortkomingen (fragmentatie van de nationale kapitaalmarkten, onvoldoende kenmerken van bestaande persoonlijke pensioenproducten en beperkingen voor grensoverschrijdend aanbod en grensoverschrijdende meeneembaarheid) blijven bestaan. Met de derde optie daarentegen zouden deze tekortkomingen worden aangepakt. Dit zou echter ook harmonisatie van de nationale belastingregimes voor persoonlijke pensioenen inhouden, hetgeen de unanieme steun van de lidstaten zou vereisen. Daarnaast zouden er significante compliancekosten zijn voor aanbieders: ten eerste zouden zij al hun persoonlijke pensioenproducten moeten aanpassen aan het nieuwe regime. Bovendien kan dit regime steeds significant verschillen van de sectorale regimes waaronder aanbieders hun andere financiële producten distribueren.

De conclusie van de effectbeoordeling is bijgevolg dat de tweede optie de geprefereerde beleidskeuze is, aangezien deze een bijkomend geharmoniseerd pan-Europees kader biedt dat de bestaande nationale regimes aanvult en de vastgestelde tekortkomingen kan ondervangen door middel van gerichte oplossingen die buitensporige compliancekosten vermijden.

Het PEPP-kader zou een positieve economische impact hebben. Volgens de EY-studie zouden de beheerde activa op de markt voor persoonlijke pensioenproducten met het PEPP groeien van 0,7 biljoen EUR tot 2,1 biljoen EUR tegen 2030, tegenover 1,4 biljoen EUR zonder het PEPP, waarbij wordt aangenomen dat er fiscale prikkels gelden voor het PEPP.

Het zou ook een positieve sociale impact hebben, omdat met het PEPP meer mensen andere inkomstenbronnen zouden kunnen aanvullen bij de pensionering en aldus de toereikendheid van hun pensioen zouden vermeerderen. Het zou met name een grotere impact hebben op werknemers in atypisch werk, zelfstandigen en mobiele werknemers die niet voldoende of geen toegang hebben tot staats- of bedrijfspensioensystemen. De positieve sociale impact zou hoger zijn in lidstaten met een beperkte keuze en beperkte marktpenetratie van persoonlijke pensioenproducten op dit moment.

Er wordt geen significant milieueffect verwacht, hoewel het aanmoedigen van aanbieders om rekening te houden met milieu-, sociale en governancefactoren bij hun beleggingen (gekoppeld aan informatievereisten) een positief effect kan hebben op het gebied van duurzaamheid.

3.4.Grondrechten

Het voorstel respecteert de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens, het eigendomsrecht, de vrijheid van ondernemerschap en het beginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 38 van het Handvest, dat voorziet in een hoog niveau van consumentenbescherming.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft gevolgen voor de begroting van de EU. In het bijzonder zullen de extra taken voor de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's) een toename van de middelen en bepaalde operationele investeringen vereisen. Deze taken omvatten:

·het verlenen van een vergunning aan PEPP's;

·de ontwikkeling van extra advies; of

·een centraal register voor alle vergunninghoudende PEPP's.

De kosten voor 2019 zijn geschat op 1 000 000 EUR, inclusief een eenmalige investering voor operationele aangelegenheden, en zullen in totaal ongeveer 1 200 000 EUR per jaar bedragen tegen 2021. Volgens de huidige medefinancieringsregelingen van de ETA's zal 40 % van deze financiering in de EU-begroting worden opgenomen en zal bijgevolg de financiering die in het huidige meerjarige financiële kader, dat loopt tot 2020, is vastgesteld niet worden overschreden.

5.OVERIGE ELEMENTEN

5.1.Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Na de inwerkingtreding van de verordening zal de Commissie de belangrijkste prestatie-indicatoren halfweg voor de doelstellingen monitoren. Deze indicatoren omvatten:

·de totale marktpenetratie - in termen van beheerde activa - van persoonlijke pensioenproducten en de geografische en sectorale spreiding van PEPP-aanbieders en beleggingen in PEPP's (doelstelling om de investeringen in de EU te vermeerderen en bij te dragen tot de voltooiing van de kapitaalmarktenunie);

·het aantal PEPP-registraties en het relatieve aandeel van persoonlijke pensioenproducten (inclusief nationale producten en het PEPP) als percentage van de financiële activa van de huishoudens (doelstelling om de productkenmerken op de persoonlijke-pensioenenmarkt te verbeteren); en

·het aantal aanbieders die een paspoort gebruiken voor grensoverschrijdende activiteiten en het relatieve aandeel van PEPP's met meer dan één nationaal compartiment in vergelijking met alle persoonlijke pensioenproducten (doelstelling om het grensoverschrijdend aanbod en de grensoverschrijdende meeneembaarheid van persoonlijke pensioenproducten te vermeerderen).

Met behulp van de door de ETA's verzamelde gegevens kunnen met name de PEPP-prestatie-indicatoren worden gemonitord.

Daarnaast zal de Commissie beoordelen in welke mate de aanbeveling van de Commissie voor preferentiële fiscale behandeling voor het PEPP door de lidstaten via de nationale wetgeving is overgenomen.

Het voorstel voorziet ook in een evaluatie vijf jaar na de datum waarop de verordening van toepassing wordt.

5.2.Artikelsgewijze toelichting

De voorgestelde verordening betreffende een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct telt 11 hoofdstukken. Naast het eerste hoofdstuk (algemene bepalingen) en het laatste hoofdstuk (slotbepalingen) volgt de structuur de levenscyclus van het product.

Hoofdstuk I schetst de doelstellingen van de voorgestelde verordening, die omvatten:

·het aantrekken van meer kapitaal en het kanaliseren ervan naar Europese lange investeringen in de reële economie;

·het aanbieden van verbeterde productkenmerken zodat de burgers hun voordeel doen met een eenvoudig, veilig en kosteneffectief persoonlijk pensioenproduct en daarbij uit verschillende soorten PEPP-aanbieders kunnen kiezen; en

·het grensoverschrijdend aanbod en de grensoverschrijdende meeneembaarheid van het PEPP stimuleren.

Hoofdstuk I bevat de definities van belangrijke concepten met betrekking tot de voorgestelde verordening, inclusief 'pan-Europees persoonlijk pensioenproduct', 'PEPP-rekening', 'pensioenuitkeringen', 'opbouwfase', 'afbouwfase', 'aanbieder' en 'distributeur van een PEPP', 'meeneembaarheid van het PEPP’ en 'overstap naar een andere aanbieder'.

Het artikel over de toepasselijke regels zet de interactie uiteen tussen de voorgestelde verordening, de contractuele bepalingen voor het PEPP en de nationale regels voor het reguleren van het onderwerp.

Hoofdstuk II voert het beginsel in dat alleen financiële ondernemingen die van de bevoegde autoriteiten op EU-niveau volgens het toepasselijke sectorale rechtsinstrument reeds een vergunning hebben gekregen in aanmerking zouden komen voor het aanvragen van een vergunning om PEPP's aan te bieden (d.w.z. deze te creëren en te distribueren). De vergunning om als PEPP-aanbieder op te treden, d.w.z. het PEPP-label te gebruiken voor persoonlijke pensioenproducten, wordt verleend door één EU-autoriteit, EIOPA. De benaming 'PEPP' of 'pan-Europees persoonlijk pensioenproduct' in verband met een persoonlijk pensioenproduct mag alleen worden gebruikt indien voor het persoonlijk pensioenproduct door EIOPA een vergunning is verleend om onder de benaming 'PEPP' te worden aangeboden. Bestaande persoonlijke pensioenproducten kunnen worden omgezet in PEPP's met een vergunning van EIOPA, die de bevoegde toezichthoudende autoriteit van de financiële onderneming moet raadplegen alvorens te beslissen of de aanvraag wordt afgewezen of goedgekeurd.

Daarnaast bevat hoofdstuk II regels zodat PEPP's ook kunnen worden gedistribueerd door financiële ondernemingen die deze niet hebben gecreëerd. Dit kan gedaan worden door financiële ondernemingen die een specifieke vergunning voor distributie van hun nationale bevoegde autoriteiten hebben ontvangen, en door verzekerings-, herverzekerings- en nevenverzekeringstussenpersonen die als zodanig zijn geregistreerd overeenkomstig Richtlijn 2016/97/EU (de verzekeringsdistributierichtlijn).

Hoofdstuk III stelt de verdeling van prerogatieven vast tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst bij het toestaan dat PEPP-aanbieders van de vrijheid van dienstverrichting en de vrijheid van vestiging gebruikmaken. Onder erkenning van de zorgen van sommige lidstaten over een mogelijk ongelijk speelveld wegens de verschillende prudentiële regimes waaraan de verschillende types potentiële PEPP-aanbieders zijn onderworpen, zou het 'paspoort'regime de concurrentie-effecten van de verschillende prudentiële regimes in hoge mate beperken, in zoverre het steunt op de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst samen met de ‘label’vergunning die de EIOPA mag verlenen.

Hoofdstuk III bevat ook de bepalingen inzake meeneembaarheid. Daardoor kunnen PEPP-spaarders die van woonplaats veranderen door naar een andere lidstaat te verhuizen blijven storten in een PEPP dat zij al met de aanbieder in de oorspronkelijke lidstaat hebben afgesloten. In een dergelijk geval hebben PEPP-spaarders het recht om alle voordelen en prikkels in verband met continue beleggingen in hetzelfde PEPP te behouden.

Het mechanisme achter de meeneembaarheidsdienst voorziet in het openen van een nieuw compartiment binnen elke individuele PEPP-rekening. Dit compartiment voldoet aan de wettelijke eisen en voorwaarden voor het gebruik van fiscale prikkels die op nationaal niveau voor het PEPP zijn vastgesteld door de lidstaat waar de PEPP-spaarder naar verhuist. Het mechanisme voor het openen van nieuwe compartimenten, het overdragen van de opgebouwde rechten tussen deze compartimenten en het verstrekken van informatie over deze optie is in de voorgestelde verordening vastgesteld en volgt een gespreide benadering. Gedurende de eerste drie jaar van toepassing van de verordening zullen PEPP-aanbieders informatie moeten geven over de beschikbare compartimenten. Daarna zullen PEPP-spaarders het recht hebben om nationale compartimenten te openen met betrekking tot de regimes van alle lidstaten.

Hoofdstuk IV is gericht op het bereiken van zoveel mogelijk transparantie, met name voor potentiële PEPP-spaarders, met betrekking tot PEPP-kenmerken. De regels verduidelijken in het bijzonder dat alle documenten en informatie over PEPP elektronisch aan potentiële PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden zullen worden verstrekt - elektronische distributie is de standaardoptie. Op verzoek moeten PEPP-aanbieders en -distributeurs deze documenten en informatie eveneens kosteloos op een duurzaam medium verstrekken.

Wat betreft advies wordt van PEPP-aanbieders verwacht dat zij een geschiktheidstoets van potentiële PEPP-spaarders uitvoeren, hoewel spaarders van hun recht om advies te ontvangen afstand kunnen doen als zij voor de standaardoptie kiezen.

De hoeksteen van het verstrekken van precontractuele informatie is het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s. De vorm, inhoud en voorwaarden van verstrekking ervan zijn gedetailleerd beschreven in de voorgestelde verordening.

Met betrekking tot de tijdens de looptijd van het PEPP-contract verstrekte informatie moet de aanbieder een 'PEPP-uitkeringsoverzicht' opstellen. Dit omvat informatie over:

·de opgebouwde rechten of het opgebouwde kapitaal;

·volledige of gedeeltelijke garanties onder de PEPP-regeling; en

·indien van toepassing, de aard van de garantie en de mechanismen ter bescherming van opgebouwde individuele rechten.

Hoofdstuk V heeft betrekking op de opbouwfase van het PEPP en omvat beleggingsregels voor PEPP-aanbieders en PEPP-spaarders. De bepalingen die van toepassing zijn op PEPP-aanbieders steunen op het ‘prudentiebeginsel’ 26 en bieden een veilig en betrouwbaar kader voor beleggingsbeleid.

Aan PEPP-spaarders moeten tot vijf beleggingsopties worden aangeboden door PEPP-aanbieders, waarvan één optie een standaardbeleggingsoptie is die garandeert dat de PEPP-spaarder tenminste het belegde kapitaal recupereert. Alle beleggingsopties moeten door PEPP-aanbieders worden ontworpen op basis van beproefde risicobeperkende technieken die voldoende bescherming bieden voor PEPP-spaarders. Na het afsluiten van het PEPP-contract moeten PEPP-spaarders een beleggingsoptie kiezen en deze per opbouwperiode van vijf jaar eenmaal kosteloos kunnen wijzigen.

Het vaststellen van het toepassingsgebied wordt aan de lidstaten overgelaten wat betreft alle andere voorwaarden met betrekking tot de opbouwfase. Mogelijke voorwaarden zijn:

·leeftijdsgrenzen voor de start van de opbouwfase;

·minimumduur van de opbouwfase;

·maximum- en minimumstortingen en de continuïteit ervan; en

·voorwaarden voor terugbetaling vóór de pensioenleeftijd in geval van bijzondere tegenspoed.

Hoofdstuk VI stelt het mechanisme voor de aanstelling van een bewaarder vast in geval van een PEPP-regeling waarbij PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden volledig het beleggingsrisico dragen. De bepalingen betreffen de bewaring van activa, de toezichtstaken van de bewaarder en zijn aansprakelijkheid.

De voorgestelde verordening vereist dat procedures worden ingesteld om klanten en andere belanghebbende partijen, en met name consumentenverenigingen, in staat te stellen een klacht in te dienen tegen PEPP-aanbieders en -distributeurs. In alle gevallen moeten indieners van een klacht een antwoord ontvangen. Er moeten eveneens geschikte mechanismen voor onpartijdige en onafhankelijke buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures voor de afwikkeling van geschillen tussen PEPP-spaarders en PEPP-aanbieders of -distributeurs worden ingevoerd.

De voorgestelde verordening omvat de mogelijkheid dat PEPP-aanbieders het risico op overlijden en andere biometrische risico's dekken.

Hoofdstuk VII regelt de overstap naar een andere PEPP-aanbieder. Na een verzoek van de PEPP-spaarder zal elk positief saldo worden overgeboekt van een PEPP-rekening aangehouden bij de overdragende aanbieder naar een nieuwe PEPP-rekening geopend bij de ontvangende aanbieder, en wordt de eerste PEPP-rekening afgesloten. De overstapdienst kan worden verleend door PEPP-aanbieders gevestigd in dezelfde lidstaat (binnenlandse overstap) of in verschillende lidstaten (grensoverschrijdende overstap). Er is in een plafond voorzien voor de totale vergoedingen en kosten die door de overdragende PEPP-aanbieder worden aangerekend aan de PEPP-spaarder voor de beëindiging van de PEPP-rekening die bij hem wordt aangehouden.

Hoofdstuk VIII laat de meeste van de PEPP-voorwaarden in verband met de afbouwfase door de lidstaten bepalen - met name:

·de pensioenleeftijd;

·een verplichte koppeling tussen het bereiken van de pensioenleeftijd en de start van de afbouwfase;

·een minimumperiode van deelname aan een PEPP-regeling; en

·een maximumperiode vóór het bereiken van de pensioenleeftijd voor het toetreden tot een PEPP-regeling.

Met betrekking tot de vormen van uitbetalingen (bv. annuïteiten, uitkeringen ineens, inkomensonttrekkingen) legt het voorstel, door PEPP-aanbieders, PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden de vrijheid te geven om contractueel de vorm(en) te bepalen, deze flexibiliteit op aan de lidstaten als een verplichte voorwaarde, die een impact kan hebben op de beschikbaarheid van nationale fiscale prikkels voor PEPP's in sommige lidstaten.

Hoofdstuk IX verdeelt de toezichthoudende verantwoordelijkheden tussen EIOPA en de nationale bevoegde autoriteiten. EIOPA is verplicht pensioenregelingen die op het grondgebied van de EU worden ingesteld of gedistribueerd te monitoren om na te gaan of zij de benaming 'PEPP' niet gebruiken of suggereren dat zij een PEPP zijn, tenzij zij krachtens de voorgestelde verordening een vergunning hebben gekregen.

Hoofdstuk X beschrijft welke inbreuken op de bepalingen van de voorgestelde verordening kunnen leiden tot sancties, hoe nationale bevoegde autoriteiten deze sancties kunnen opleggen en hoe inbreuken en sancties moeten worden gerapporteerd.

Hoofdstuk XI verleent aan de Europese Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen op het gebied van:

·belangenconflicten;

·inducements;

·verkoop van PEPP's met en zonder advies;

·vereisten inzake toezicht en governance met betrekking tot producten;

·informatieverstrekking tijdens de contracttermijn; en

·rapporteren aan nationale autoriteiten en beleggingsopties.

De Commissie zal ook technische reguleringsnormen over de inhoud en verstrekking van het essentiële-informatiedocument vaststellen en technische normen met betrekking tot een gestandaardiseerd presentatieformaat voor het PEPP-uitkeringsoverzicht implementeren.

De Commissie moet de verordening vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de verordening evalueren. Bij de evaluatie wordt met name onderzocht in hoeverre de regels ervan werken en welke ervaring is opgedaan bij de toepassing ervan, de mate waarin de benaming PEPP is gebruikt door PEPP-aanbieders, de geografische en sectorale spreiding van PEPP-aanbieders en -beleggingen in PEPP's, de impact van deze verordening op de markt voor persoonlijke pensioenen, de geschiktheid van de informatievereisten in hoofdstuk IV, of het aangewezen is deze verordening aan te vullen met bepalingen inzake prikkels voor het beleggen in PEPP's, het bestaan van mogelijke belemmeringen voor beleggingen in persoonlijke pensioenproducten onder gebruikmaking van de benaming "PEPP”, met inbegrip van de impact op PEPP-spaarders van andere EU-wetgeving, het niveau van de vergoedingen en kosten die door PEPP-aanbieders aangerekend worden voor het openen van nieuwe compartimenten binnen individuele PEPP-rekeningen van PEPP-spaarders, en de impact van PEPP-gerelateerde beleggingsbeslissingen op milieu-, sociale en governancefactoren.

2017/0143 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 27 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)EU-huishoudens behoren tot de grootste spaarders ter wereld, maar het grootste deel van deze besparingen wordt aangehouden op bankrekeningen met korte looptijden. Wanneer meer wordt belegd op de kapitaalmarkten kan dit bijdragen tot het aangaan van de uitdagingen die geboden worden door de vergrijzing van de bevolking en de lage rentetarieven.

(2)Persoonlijke pensioenen zijn belangrijk bij het koppelen van langetermijnspaarders aan langetermijnbeleggingen. Een grotere Europese markt voor persoonlijke pensioenen zal het aanbod van financiële middelen voor institutionele beleggers en investeringen in de reële economie ondersteunen.

(3)Momenteel wordt de werking van de interne markt voor persoonlijke pensioenen belemmerd door de hoge mate van fragmentatie tussen de nationale markten en de beperkte mate van meeneembaarheid van persoonlijke pensioenproducten. Dit kan het moeilijk maken voor natuurlijke personen om gebruik te maken van hun fundamentele vrijheden. Zo kunnen zij verhinderd worden een baan te nemen of met pensioen te gaan in een andere lidstaat. Bovendien wordt de mogelijkheid voor aanbieders om de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten te gebruiken, belemmerd door het gebrek aan standaardisatie van bestaande persoonlijke pensioenproducten.

(4)De kapitaalmarktenunie zal ertoe bijdragen kapitaal in Europa te mobiliseren en te kanaliseren naar alle ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, infrastructuur en duurzame langetermijnprojecten die daaraan behoefte hebben om uit te breiden en banen te creëren. Een van de belangrijkste doelstellingen van de kapitaalmarktenunie is om investeringen en keuzes voor retailbeleggers te vermeerderen door Europese besparingen beter te gebruiken.

(5)Zoals aangekondigd in het actieplan van de Commissie over de opbouw van een kapitaalmarktenunie 28 , in september 2015, zal de Commissie “beoordelen of een beleidskader noodzakelijk is om te komen tot een succesvolle Europese markt voor eenvoudige, efficiënte en concurrerende individuele pensioenen, en zij zal nagaan of EU-wetgeving noodzakelijk is om deze markt te ondersteunen of een EU-beleidskader met het oog op een succesvolle Europese markt voor eenvoudige, efficiënte en concurrerende persoonlijke pensioenen noodzakelijk is en of deze markt met EU-wetgeving moet worden ondersteund.”

(6)In zijn resolutie van 19 januari 2016 29 heeft het Europees Parlement benadrukt dat “een omgeving moet worden gecreëerd waarin de innovatie van financiële producten wordt gestimuleerd, zodat meer diversiteit en voordelen voor de reële economie worden bewerkstelligd en wordt voorzien in sterkere investeringsprikkels, en die eveneens kan bijdragen tot de waarborging van adequate, veilige en duurzame pensioenen, bijvoorbeeld door middel van de ontwikkeling van een pan-Europees pensioenproduct (PEPP), met een eenvoudige en transparante opzet”.

(7)In zijn conclusies van 28 juni 2016 30 heeft de Europese Raad opgeroepen tot "snelle en vastberaden vooruitgang om te zorgen voor een gemakkelijker toegang tot financiering voor bedrijven en om investeringen in de reële economie te ondersteunen door vaart te zetten achter de agenda voor de kapitaalmarktenunie".

(8)In haar Mededeling van 14 september 2016 Kapitaalmarktenunie – Versnellen van de hervorming 31 heeft de Commissie aangekondigd voorstellen te zullen “bekijken voor een eenvoudig, efficiënt en concurrerend persoonlijk pensioenproduct van de EU [..]. Opties die worden bekeken zijn onder meer een mogelijk wetgevingsvoorstel dat in 2017 zou kunnen worden ingediend.”

(9)De Commissie heeft in haar Mededeling over de tussentijdse evaluatie van het actieplan kapitaalmarktenunie 32 aangekondigd te zullen komen met “wetgevingsvoorstel over een pan-Europees Persoonlijk Pensioen Product (PEPP) (eind juni 2017). Hiermee zullen de fundamenten worden gelegd voor een veiligere, kostenefficiëntere en transparantere markt voor betaalbaar en vrijwillig individueel pensioensparen dat op een pan-Europese schaal kan worden beheerd. Dit zal helpen tegemoet te komen aan de behoeften van mensen die de toereikendheid van hun pensioenvoorzieningen willen versterken, de demografische uitdaging adresseren, een aanvulling zijn op de bestaande pensioenproducten en -regelingen, en de kostenefficiëntie ondersteunen van individuele pensioenen door goede kansen te bieden voor langetermijnbeleggingen voor individuele pensioenen.”

(10)Onder de persoonlijke pensioenproducten zal de ontwikkeling van een PEPP tot het vermeerderen van de keuzes voor pensioensparen bijdragen en een EU-markt voor PEPP-aanbieders instellen. Huishoudens zullen over betere opties kunnen beschikken om hun pensioendoelstellingen te bereiken.

(11)Een wetgevend kader voor een PEPP zal de basis leggen voor een succesvolle markt voor betaalbare en vrijwillige pensioengerelateerde beleggingen die op pan-Europese schaal kan worden beheerd. Door de bestaande pensioenproducten en -regelingen aan te vullen, zal het bijdragen tot het voorzien in de behoeften van mensen die de toereikendheid van hun pensioenbesparingen willen vermeerderen, het oppakken van de demografische uitdaging en het beschikbaar stellen van een krachtige nieuwe bron van privaat kapitaal voor langetermijninvesteringen. Dit kader vervangt of harmoniseert geen bestaande nationale persoonlijk pensioenregelingen.

(12)De verordening harmoniseert een reeks kernkenmerken voor het PEPP, die betrekking hebben op sleutelelementen zoals distributie, beleggingsbeleid, overstap naar een andere aanbieder of grensoverschrijdend aanbod en grensoverschrijdende meeneembaarheid. De harmonisatie van deze kernkenmerken zal het gelijk speelveld voor aanbieders van persoonlijke pensioenen in het algemeen verbeteren en tot het stimuleren van de voltooiing van de kapitaalmarktenunie en de integratie van de interne markt voor persoonlijke pensioenen bijdragen. Zij zal leiden tot het creëren van een grotendeels gestandaardiseerd pan-Europees product dat in alle lidstaten beschikbaar is, waardoor de consument de mogelijkheid krijgt om ten volle gebruik te maken van de interne markt door zijn pensioenrechten naar het buitenland over te dragen en er een bredere keuze zal komen uit verschillende soorten aanbieders, inclusief op een grensoverschrijdende manier. Als gevolg van minder belemmeringen voor het verlenen van pensioendiensten over de grenzen, zal een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct de concurrentie tussen aanbieders op pan-Europese basis vermeerderen en schaalvoordelen creëren waarvan de spaarders zouden moeten profiteren.

(13)Artikel 114 VWEU staat toe handelingen zowel in de vorm van een verordening als in de vorm van een richtlijn vast te stellen. Er is de voorkeur aan gegeven een verordening vast te stellen aangezien deze rechtstreeks van toepassing zou worden in alle lidstaten. Bijgevolg zou een verordening een snellere marktpenetratie van het PEPP mogelijk maken en sneller bijdragen tot het voorzien in de behoefte aan meer pensioenbesparingen en -beleggingen in de context van de kapitaalmarktenunie. Aangezien deze verordening de kernkenmerken van de PEPP’s harmoniseert, mogen deze niet aan specifieke nationale regels onderworpen zijn, waardoor een verordening in dit geval beter geschikt lijkt dan een richtlijn. Anderzijds zijn de kenmerken die buiten de werkingssfeer van de verordening vallen (bijvoorbeeld de voorwaarden van de opbouwfase) onderworpen aan nationale regels.

(14)PEPP-aanbieders moeten toegang hebben tot de gehele Uniemarkt met één enkele productvergunning afgegeven door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen ("EIOPA"), op basis van één enkele regelgeving.

(15)Het gemeenschappelijk PEPP-paspoort zal zorgen voor de totstandbrenging van een eengemaakte markt voor PEPP.

(16)Om te zorgen voor een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening en effectieve consumentenbescherming, moeten de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst nauw met elkaar samenwerken bij de handhaving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen. Indien PEPP-aanbieders en -distributeurs in verschillende lidstaten opereren onder de vrijheid van dienstverrichting moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verantwoordelijk zijn voor het zorgen voor naleving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen wegens haar nauwere banden met de PEPP-aanbieder. Om een rechtvaardige verdeling van verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst te waarborgen, moet de bevoegde autoriteit van een lidstaat van ontvangst, als deze vaststelt dat er op haar grondgebied verplichtingen niet worden nageleefd, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis stellen, die dan verplicht moet worden de aangewezen maatregelen te nemen. Bovendien moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in staat zijn te interveniëren als de lidstaat van herkomst nalaat de nodige actie te ondernemen of als de actie ontoereikend is.

(17)In geval van de vestiging van een bijkantoor of van een permanente aanwezigheid in een andere lidstaat is het aangewezen de verantwoordelijkheid voor de handhaving te verdelen over de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst. Terwijl de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst verantwoordelijk moet blijven voor de naleving van de verplichtingen die betrekking hebben op het gehele bedrijf — zoals de regels betreffende beroepsvereisten — op grond van dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op de dienstverlening, moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de handhaving van de regels inzake informatievereisten en gedragsregels met betrekking tot de diensten die op haar grondgebied worden geleverd. Indien de bevoegde autoriteit van een land van ontvangst echter merkt dat er op haar grondgebied niet wordt voldaan aan verplichtingen met betrekking waartoe deze richtlijn geen verantwoordelijkheid toekent aan de lidstaat van ontvangst, vereist een nauwe samenwerking dat die autoriteit de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis stelt zodat deze laatste de aangewezen maatregelen neemt. Dit is met name het geval bij schendingen van de regels inzake betrouwbaarheid, beroepskennis en vakbekwaamheidsvereisten. Bovendien moet, met het oog op het beschermen van consumenten, de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst het recht hebben te interveniëren als de lidstaat van herkomst nalaat de aangewezen maatregelen te nemen of als de genomen maatregelen niet volstaan.

(18)De bevoegde autoriteiten van de lidstaten dienen over alle nodige middelen te beschikken om te garanderen dat PEPP-aanbieders en -distributeurs in heel de Unie hun activiteiten op een ordelijke wijze uitoefenen, ongeacht of deze activiteiten op grond van het recht van vestiging dan wel in het kader van het vrij verrichten van diensten worden verricht. Met het oog op de doeltreffendheid van het toezicht moeten alle acties die door de bevoegde autoriteiten worden ondernomen evenredig zijn met de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die inherent zijn aan de activiteiten van een bepaalde aanbieder of distributeur, ongeacht het belang van de betrokken aanbieder of distributeur voor de algemene financiële stabiliteit van de markt.

(19)De pan-Europese dimensie van het PEPP kan niet alleen op het niveau van de aanbieder worden ontwikkeld, via de mogelijkheden voor zijn grensoverschrijdende activiteit, maar ook op het niveau van de PEPP-spaarder - via de meeneembaarheid van het PEPP, waardoor wordt bijgedragen aan het veiligstellen van de persoonlijk-pensioenrechten van personen die hun recht op vrij verkeer uitoefenen overeenkomstig de artikelen 21 en 45 VWEU. Meeneembaarheid houdt in dat de PEPP-spaarder van woonplaats verandert naar een andere lidstaat zonder van PEPP-aanbieder te veranderen, terwijl overstap naar een andere PEPP-aanbieder niet noodzakelijk een verandering van woonplaats inhoudt.

(20)Een PEPP moet nationale compartimenten omvatten, die voorzien in persoonlijk-pensioenproductkenmerken, waardoor bijdragen in het PEPP in aanmerking komen voor prikkels. Op het niveau van de individuele PEPP-spaarder moet een eerste compartiment worden gecreëerd bij het openen van een PEPP.

(21)Om een soepele overgang voor PEPP-aanbieders mogelijk te maken, zal de verplichting tot het aanbieden van PEPP's met compartimenten voor elke lidstaat drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing zijn. Bij de start van een PEPP dient de aanbieder echter informatie te verstrekken over het feit welke nationale compartimenten direct beschikbaar zijn om mogelijke misleiding van de consument te voorkomen.

(22)Rekening houdend met de aard van de vastgestelde pensioenregeling en de betrokken administratieve lasten, dienen PEPP-aanbieders en -distributeurs duidelijke en toereikende informatie te verstrekken aan potentiële PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden om hun besluitvorming over hun pensioen te ondersteunen. Om dezelfde reden moeten PEPP-aanbieders en -distributeurs in dezelfde mate voor een hoog niveau van transparantie zorgen in alle verschillende fasen van een regeling, namelijk vóór de deelneming, tijdens de deelneming (met inbegrip van vóór de pensionering) en na de pensionering. Meer bepaald dient informatie te worden verstrekt over opgebouwde pensioenrechten, verwachte omvang van de pensioenuitkeringen, risico's, garanties en kosten. Indien de verwachte hoogte van de pensioenuitkeringen op economische scenario's is gebaseerd, moet die informatie ook een ongunstig scenario omvatten dat extreem maar plausibel is.

(23)Alvorens bij een PEPP-regeling aan te sluiten moeten potentiële PEPP-spaarders alle nodige informatie krijgen om een gefundeerde keuze te maken.

(24)Om te zorgen voor optimale producttransparantie, dienen PEPP-ontwikkelaars het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s op te stellen voor de PEPP's die zij ontwikkelen voordat het product kan worden gedistribueerd aan PEPP-spaarders. Zij moeten ook verantwoordelijk zijn voor de nauwkeurigheid van het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s. Het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s moet het essentiële-informatiedocument voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten op grond van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad 33 , dat niet voor PEPP's zou hoeven te worden verstrekt, vervangen en aanpassen.

(25)Met het oog op een brede verspreiding en beschikbaarheid van essentiële-informatiedocumenten voor PEPP’s moet deze verordening bepalen dat een ontwikkelaar van PEPP’s essentiële-informatiedocumenten voor PEPP’s op zijn website publiceert.

(26)Rekentools voor pensioenproducten worden reeds op nationaal niveau ontwikkeld. Om zo nuttig mogelijk voor consumenten te zijn, moeten deze rekentools echter ook rekening houden met de kosten en vergoedingen die door de diverse PEPP-ontwikkelaars in rekening worden gebracht, alsmede alle andere kosten of vergoedingen die door intermediairs of andere actoren in de beleggingsketen in rekening worden gebracht en die niet al door de PEPP-ontwikkelaars zijn meegeteld.

(27)De details van de informatie die in het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s moet worden opgenomen, naast elementen waarin al in het essentiële-informatiedocument voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten op grond van Verordening (EU) nr. 1286/2014 is voorzien en de presentatie van deze informatie moeten verder worden geharmoniseerd via technische reguleringsnormen ter aanvulling van de technische reguleringsnormen die zijn vastgesteld in de gedelegeerde verordening van de Commissie van 8 maart 2017 34 , rekening houdend met bestaand en lopend onderzoek naar consumentengedrag, inclusief resultaten van het testen van de effectiviteit van verschillende manieren om informatie aan de consument te presenteren.

(28)Het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s moet duidelijk te onderscheiden zijn, en gescheiden worden van marketingmededelingen.

(29)PEPP-aanbieders dienen een tot PEPP-spaarders gericht pensioenoverzicht op te stellen, om hen te voorzien van zeer belangrijke persoonlijke en generieke gegevens over de PEPP-regeling en om voortdurende informatie erover te waarborgen. Het pensioenoverzicht moet duidelijk en volledig zijn en moet relevante en passende informatie bevatten, zodat het een goed inzicht biedt in de pensioenrechten in de tijd en in de verschillende regelingen, en tevens de arbeidsmobiliteit ten goede komt.

(30)PEPP-aanbieders moeten PEPP-spaarders voldoende tijd vóór het pensioen informeren over hun uitbetalingsopties. Ingeval de pensioenuitkering niet in de vorm van een levenslange lijfrente wordt uitbetaald, moeten deelnemers van wie de pensionering nadert, informatie over de beschikbare uitkeringsproducten ontvangen teneinde de financiële planning voor de pensionering te vergemakkelijken.

(31)Tijdens de fase waarin pensioenuitkeringen worden uitbetaald, moeten PEPP-gerechtigden informatie over hun uitkeringen en de desbetreffende betalingsmogelijkheden blijven ontvangen. Dat is met name van belang wanneer tijdens de uitbetalingsfase een significant deel van het beleggingsrisico door de PEPP-gerechtigden wordt gedragen. PEPP-gerechtigden moeten ook van elke verlaging van de hun toekomende uitkeringen in kennis worden gesteld voordat deze verlaging wordt toegepast en nadat een beslissing die zal leiden tot verlaging is genomen. Als best practice wordt PEPP-aanbieders aanbevolen PEPP-gerechtigden te raadplegen alvorens een dergelijke beslissing wordt genomen.

(32)Om de rechten van PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden afdoende te beschermen, moeten PEPP-aanbieders kunnen kiezen voor een allocatie van activa die strookt met de specifieke aard en de looptijd van hun verplichtingen. Bijgevolg is efficiënt toezicht vereist, alsook een benadering van de beleggingsregels die PEPP-aanbieders voldoende flexibiliteit biedt om het veiligste en doelmatigste beleggingsbeleid te kiezen en hen verplicht prudent te handelen. Naleving van het prudentiebeginsel vereist derhalve een beleggingsbeleid dat is toegespitst op de klantenstructuur van de individuele PEPP-aanbieder.

(33)Door het prudentiebeginsel tot onderliggend beginsel te maken voor vermogensbelegging en door het voor PEPP-aanbieders mogelijk te maken om grensoverschrijdende activiteiten te verrichten, wordt de overheveling van besparingen naar de sector persoonlijkpensioenvoorziening gestimuleerd, waardoor wordt bijgedragen aan de economische en sociale vooruitgang.

(34)Deze verordening moet een passend niveau van beleggingsvrijheid voor PEPP-aanbieders waarborgen. Als beleggers op zeer lange termijn met lage liquiditeitsrisico's kunnen PEPP-aanbieders bijdragen aan de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie door binnen prudente grenzen te beleggen in niet-liquide activa zoals aandelen en in andere instrumenten die een economisch langetermijnprofiel hebben en niet verhandeld worden op gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) of georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF's). Zij kunnen ook van de voordelen van internationale diversificatie profiteren. Beleggingen in aandelen in andere valuta's dan die waarin de verplichtingen zijn uitgedrukt en in andere instrumenten die een economisch langetermijnprofiel hebben en niet op gereglementeerde markten, MTF's of OTF's worden verhandeld, mogen derhalve, tenzij om prudentiële redenen, overeenkomstig het prudentiebeginsel niet worden beperkt, teneinde de belangen van PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden te beschermen.

(35)In de context van de verdieping van de kapitaalmarktenunie moet het begrip instrumenten met een economisch langetermijnprofiel ruim worden opgevat. Dergelijke instrumenten zijn niet-overdraagbare effecten die bijgevolg niet van de door secundaire markten geboden liquiditeit kunnen profiteren. Zij vereisen vaak dat men zich gedurende een bepaalde termijn vastlegt, waardoor de verhandelbaarheid ervan beperkt is en zij moeten worden geacht participatie- en schuldinstrumenten van niet-beursgenoteerde ondernemingen en aan dergelijke ondernemingen verstrekte leningen te omvatten. Niet-beursgenoteerde ondernemingen zijn onder meer infrastructuurprojecten, niet-beursgenoteerde vennootschappen die groei nastreven en vastgoed of andere activa die geschikt kunnen zijn voor langetermijnbeleggingsdoeleinden. Koolstofarme en klimaatbestendige infrastructuurprojecten zijn veelal niet-beursgenoteerde activa en zijn wat projectfinanciering betreft vaak op langetermijnkredieten aangewezen. Gezien de langlopende aard van hun verplichtingen worden PEPP-aanbieders aangemoedigd om een voldoende deel van hun activaportefeuille toe te wijzen ten behoeve van duurzame investeringen in de reële economie met economische langetermijnvoordelen, met name infrastructuurprojecten en -bedrijven.

(36)Milieu-, sociale en governancefactoren, als bedoeld in de VN-beginselen voor verantwoord beleggen, zijn belangrijk voor het beleggingsbeleid en de risicobeheersystemen van PEPP-aanbieders. PEPP-aanbieders moeten worden aangemoedigd om bij beleggingsbeslissingen dergelijke factoren in aanmerking te nemen en rekening te houden met de wijze waarop deze deel uitmaken van hun risicomanagementsysteem.

(37)Om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan hun verplichting om een beleggingsbeleid te ontwikkelen in overeenstemming met het prudentiebeginsel, moet PEPP-aanbieders worden belet te beleggen in risicovolle en niet-coöperatieve jurisdicties die door de Financiële-actiegroep zijn geïdentificeerd. 

(38)Gezien de langetermijnpensioendoelstelling van het PEPP moeten de beleggingsopties die aan de PEPP-spaarders worden toegekend, worden geformuleerd en daarbij de elementen worden behandeld die beleggers in staat stellen om een beleggingsbeslissing te nemen, inclusief het aantal beleggingsopties waaruit zij kunnen kiezen. Na de eerste keuze die is gemaakt bij de toetreding tot een PEPP, moet de PEPP-spaarder de mogelijkheid hebben om deze keuze met redelijke tussenpozen (om de vijf jaar) te wijzigen zodat aanbieders voldoende stabiliteit wordt geboden voor hun langetermijnbeleggingsstrategie terwijl tegelijkertijd beleggersbescherming wordt gewaarborgd.

(39)De standaardbeleggingsoptie moet de PEPP-spaarder in staat stellen het belegde kapitaal te recupereren. De PEPP-aanbieders kunnen bovendien een inflatie-indexeringsmechanisme opnemen om ten minste gedeeltelijk de inflatie te dekken.

(40)De voornaamste doelstellingen van de bevoegde autoriteit bij de uitoefening van haar bevoegdheden moeten de bescherming van de rechten van PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden en de stabiliteit en soliditeit van PEPP-aanbieders zijn.

(41)Indien de PEPP-aanbieder een instelling is voor bedrijfspensioenvoorziening of een beleggingsonderneming, moet hij een bewaarder aanstellen in verband met de bewaring van zijn activa. Dit is nodig om de consument te beschermen, aangezien de sectorale wetgeving die van toepassing is op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en beleggingsondernemingen niet voorziet in de aanstelling van een bewaarder.

(42)Transparantie van kosten en vergoedingen is essentieel om vertrouwen op te bouwen met PEPP-spaarders en hen in staat te stellen gefundeerde keuzes te maken. Dienovereenkomstig moet het gebruik van niet-transparante prijsmethoden worden verboden.

(43)Teneinde de in deze verordening geformuleerde doelstellingen te verwezenlijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen wat betreft het specificeren van de voorwaarden voor de interventiebevoegdheden van EIOPA en de bevoegde autoriteiten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(44)De Commissie moet ontwerpen van technische uitvoeringsnormen vaststellen die door de ETA's, via het Gemengd Comité, zijn ontwikkeld met betrekking tot de presentatie en de inhoud van specifieke elementen van het essentiële-informatiedocument voor PEPP’s die niet vallen onder de [PRIIPs KID RTS] in overeenstemming met de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad 35 , Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad 36 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad 37 . De Commissie moet het technische werk van de ETA's aanvullen door consumentenonderzoeken uit te voeren naar de presentatie van het essentiële-informatiedocument zoals door de ETA's voorgesteld.

(45)Onverminderd het recht van PEPP-klanten om een rechtsvordering in te stellen bij de rechtbank, dienen gemakkelijk toegankelijke, adequate, onafhankelijke, onpartijdige, transparante en effectieve procedures voor alternatieve geschillenbeslechting (ADR) tussen PEPP-aanbieders of -distributeurs en PEPP-klanten te worden ingesteld voor de beslechting van geschillen uit hoofde van de rechten en verplichtingen die in deze verordening zijn vastgesteld.

(46)Met het oog op de instelling van een efficiënte en effectieve geschillenbeslechtingsprocedure dienen PEPP-aanbieders en -distributeurs een effectieve klachtenprocedure in te voeren die door hun klanten kan worden doorlopen voordat het geschil wordt doorverwezen om in een ADR-procedure of voor een rechtbank te worden beslecht. De klachtenprocedure dient te voorzien in korte en duidelijk bepaalde termijnen waarbinnen de PEPP-aanbieder of -distributeur op een klacht moet reageren. ADR-entiteiten moeten over toereikende capaciteit beschikken om op adequate en efficiënte wijze grensoverschrijdend samen te werken met betrekking tot geschillen betreffende de rechten en plichten die uit deze verordening voortvloeien.

(47)Om betere voorwaarden te vinden voor hun beleggingen, waardoor ook de concurrentie tussen PEPP-aanbieders wordt gestimuleerd, moeten PEPP-spaarders het recht hebben om tijdens de opbouw- en afbouwfase via een duidelijke, snelle en veilige procedure naar een andere aanbieder over te stappen.

(48)Het overstapproces moet eenvoudig zijn voor de PEPP-spaarder. Dienovereenkomstig moet de ontvangende PEPP-aanbieder verantwoordelijk zijn voor het initiëren en beheren van het proces namens de PEPP-spaarder. PEPP-aanbieders moeten op vrijwillige basis extra middelen, zoals een technische oplossing, kunnen gebruiken bij de oprichting van de overstapdienst.

(49)De consument moet, voordat hij toestemming verleent om over te stappen, worden geïnformeerd over alle stappen van de procedure die noodzakelijk zijn om de overstap te voltooien.

(50)De medewerking van de overdragende PEPP-aanbieder is noodzakelijk voor een succesvolle overstap. Bijgevolg moet aan de ontvangende PEPP-aanbieder door de overdragende PEPP-aanbieder alle informatie worden verstrekt die nodig is om de betalingen naar de andere PEPP-rekening over te brengen. Deze informatie dient evenwel beperkt te blijven tot wat nodig is om de overstap uit te voeren.

(51)Om een grensoverschrijdende overstap te vergemakkelijken, moet de PEPP-spaarder het recht hebben de nieuwe PEPP-aanbieder te vragen aan de PEPP-spaarder informatie te verstrekken met gegevens over de nieuwe PEPP-rekening, bij voorkeur in één enkele ontmoeting met de nieuwe PEPP-aanbieder.

(52)PEPP-spaarders zouden niet mogen worden onderworpen aan financiële verliezen, daaronder begrepen heffingen en interesten, die het gevolg zijn van fouten van een van beide PEPP-aanbieders die bij de overstap betrokken zijn. PEPP-spaarders zouden met name geen financieel verlies mogen dragen als gevolg van de betaling van bijkomende vergoedingen, interesten of andere heffingen, alsmede van boeten, sancties of enige andere financiële schade die is toe te schrijven aan de vertraagde uitvoering van de overstap.

(53)PEPP-spaarders zouden de vrijheid moeten hebben om bij het toetreden tot een PEPP te beslissen over hun uitbetalingskeuze (annuïteiten, bedrag ineens of andere keuze) in de afbouwfase, maar met de mogelijkheid om hun keuze daarna om de vijf jaar te herzien teneinde hun uitbetalingskeuze optimaal te kunnen aanpassen aan hun behoeften wanneer zij het pensioen naderen.

(54)PEPP-aanbieders moeten een breed scala aan afbouwopties aan PEPP-spaarders kunnen aanbieden. Deze aanpak zou het doel bereiken van een verhoogde marktpenetratie van het PEPP via meer flexibiliteit en keuze voor PEPP-spaarders. Aanbieders zouden daardoor hun PEPP's op de meest kosteneffectieve wijze kunnen ontwerpen. Hij is coherent met ander EU-beleid en politiek haalbaar, aangezien de lidstaten zo voldoende ruimte hebben om te beslissen welke afbouwopties zij willen aanmoedigen.

(55)Er moet volledige transparantie over kosten en vergoedingen in verband met de belegging in een PEPP gegarandeerd worden. Er zou een gelijk speelveld voor aanbieders worden ingesteld, waarbij consumentenbescherming wordt gewaarborgd. Er zou vergelijkende informatie beschikbaar zijn voor de verschillende producten, waardoor concurrerende prijsstelling wordt gestimuleerd.

(56)Hoewel het doorlopende toezicht op PEPP-aanbieders door de respectieve bevoegde nationale autoriteiten moet worden uitgeoefend, moet het toezicht op PEPP's door EIOPA worden gecoördineerd om de toepassing van een uniforme toezichthoudende methode te waarborgen, waardoor tot de pan-Europese aard van het pensioenproduct wordt bijgedragen. 

(57)EIOPA moet samenwerken met de nationale bevoegde autoriteiten en de samenwerking tussen hen vergemakkelijken. In dit verband moet EIOPA een rol spelen in verband met de bevoegdheid van de bevoegde nationale autoriteiten om toezichtsmaatregelen toe te passen door bewijs te leveren over PEPP-gerelateerde inbreuken. EIOPA dient ook bindende bemiddeling te bieden in geval van onenigheid tussen bevoegde autoriteiten in grensoverschrijdende situaties.

(58)Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze verordening worden nageleefd door de financiële ondernemingen die het PEPP ontwikkelen en door de financiële ondernemingen en personen die het PEPP distribueren, en om ervoor te zorgen dat zij in heel de Unie gelijk behandeld worden, moet in administratieve sancties en andere maatregelen die effectief, evenredig en afschrikkend zijn worden voorzien.

(59)Overeenkomstig de mededeling van de Commissie van 8 december 2010 “Het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector” 38 en ter waarborging van de nakoming van de vereisten van deze verordening moeten de lidstaten de nodige stappen ondernemen om op overtredingen van deze verordening passende bestuursrechtelijke sancties en maatregelen te stellen.

(60)Hoewel de lidstaten regels voor zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke sancties voor dezelfde inbreuken vast kunnen stellen, mag van de lidstaten niet worden verlangd dat zij regels voor bestuursrechtelijke sancties vaststellen voor de inbreuken op deze verordening die onder hun nationale strafrecht vallen. Het handhaven van strafrechtelijke sancties in plaats van bestuursrechtelijke sancties voor inbreuken op deze verordening mag de bevoegde autoriteiten evenwel niet beperken of anderszins beïnvloeden in hun vermogen om voor de toepassing van deze verordening tijdig samen te werken, informatie in te winnen en uit te wisselen met bevoegde autoriteiten in andere lidstaten, ook nadat de betrokken inbreuken voor strafrechtelijke vervolging naar de bevoegde rechterlijke instanties zijn verwezen.

(61)De bevoegde autoriteiten moeten worden gemachtigd om geldboeten op te leggen die hoog genoeg zijn om actuele of potentiële winsten teniet te doen en die zelfs op grotere financiële ondernemingen en de bestuurders daarvan een afschrikkend effect hebben.

(62)Om de consistente toepassing van sancties in heel de Unie te waarborgen, dienen de bevoegde autoriteiten rekening te houden met alle relevante omstandigheden bij het bepalen van het type administratieve sancties of andere maatregelen en het niveau van administratieve geldelijke sancties.

(63)Om ervoor te zorgen dat beslissingen inzake overtredingen en sancties door bevoegde autoriteiten een afschrikkend effect hebben op het grote publiek en om de consumentenbescherming te versterken door hen te waarschuwen over PEPP's die in strijd met deze verordening worden gedistribueerd, moeten deze beslissingen worden gepubliceerd, mits de periode voor het instellen van een beroep is verstreken en geen beroep is ingesteld, tenzij een dergelijke bekendmaking de stabiliteit van de financiële markten of een aan de gang zijnd onderzoek in gevaar brengt.

(64)De bevoegde autoriteiten moeten over de nodige onderzoeksbevoegdheden beschikken om mogelijke schendingen op te sporen, en moeten tevens doeltreffende mechanismen opzetten om de melding van mogelijke of feitelijke schendingen mogelijk te maken.

(65)Deze verordening moet de bepalingen van de nationale wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot strafbare feiten onverlet laten.

(66)De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening, zoals bij de uitwisseling of doorgifte van persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten, moet plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 39 en iedere uitwisseling of doorgifte van informatie door de ETA's moet plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad 40 .

(67)Belastingprikkels kunnen verschillende vormen aannemen en een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van de marktpenetratie van persoonlijke pensioenproducten (PPP's) in een aantal lidstaten In veel lidstaten komen de bijdragen die betaald worden voor PPP's expliciet of impliciet in aanmerking voor een vorm van belastingvermindering.

(68)Deze verordening dient niet te worden opgevat als een verplichting voor de lidstaten om op PEPP’s dezelfde belastingregels toe te passen als zij zouden toepassen op vergelijkbare persoonlijke pensioenproducten overeenkomstig hun nationale wetgeving. Met toepassing van het beginsel van de behandeling als eigen onderdaan, voortvloeiend uit de artikelen 21 en 45 van het VWEU en door het Hof van Justitie van de Europese Unie geïnterpreteerd, moet echter voor een PEPP dat objectief vergelijkbaar is met een persoonlijk pensioenproduct (PPP) dat in een bepaalde lidstaat gedistribueerd wordt dezelfde belastingvermindering kunnen gelden als die welke geldt voor het PPP in deze lidstaat, als de PEPP-spaarder daar belastingplichtig is. Dit geldt eveneens als het PEPP wordt aangeboden door een aanbieder uit een andere lidstaat.

(69)Na de start van het PEPP worden de lidstaten aangemoedigd rekening te houden met Aanbeveling (EU) 2017 / ... van de Commissie, en de voordelen van de belastingfaciliteiten die zij aan nationale PPP's toekennen ook aan het PEPP toe te kennen.

(70)Er moet een evaluatie van deze verordening worden uitgevoerd, onder meer door beoordeling van marktontwikkelingen, zoals de opkomst van nieuwe types PEPP's, alsook ontwikkelingen op andere gebieden van het Unierecht en de ervaringen van de lidstaten.

(71)Deze verordening respecteert de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens, het eigendomsrecht, de vrijheid van ondernemerschap, het beginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en het beginsel van een hoog niveau van consumentenbescherming.

(72)Daar de doelstellingen van deze verordening, te weten een betere bescherming van de PEPP-spaarder en een groter vertrouwen van de PEPP-beleggers in PEPP’s, met inbegrip van de grensoverschrijdende distributie van deze producten, niet voldoende door de onafhankelijk van elkaar optredende lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar vanwege de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
Onderwerp

In deze verordening worden eenvormige regels vastgesteld voor de vergunningverlening voor, de ontwikkeling en distributie van en het toezicht op persoonlijke pensioenproducten die in de Unie worden gedistribueerd onder de benaming "pan-Europees persoonlijk pensioenproduct" of "PEPP".

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) "persoonlijk pensioenproduct": een product dat:

a) is gebaseerd op een overeenkomst op vrijwillige basis tussen een individuele spaarder en een entiteit;

b) een uitdrukkelijke pensioendoelstelling heeft;

c) voorziet in de opbouw van kapitaal tot aan de pensionering, met slechts beperkte mogelijkheden voor vervroegde opname vóór pensionering;

d) voorziet in een inkomen bij pensionering;

2) "pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)": een langetermijn persoonlijk pensioenproduct dat op grond van een overeengekomen PEPP-regeling wordt aangeboden door een gereglementeerde financiële onderneming die krachtens Unierecht over een vergunning beschikt om collectieve of individuele beleggingen of spaargelden te beheren, en waarop een individuele PEPP-spaarder vrijwillig heeft ingeschreven met het oog op pensioen en dat niet of strikt beperkt restitueerbaar is;

3) "PEPP-spaarder":

a) een niet-professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1), punt 11, van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad 41 ;

b) een cliënt in de zin van Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad 42 , indien die cliënt niet kwalificeert als een professionele cliënt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 10, van Richtlijn 2014/65/EU;

4)"PEPP-regeling": een contract, een overeenkomst, een trustakte of voorschriften waarin is bepaald welke pensioenuitkeringen worden toegezegd en onder welke voorwaarden op grond van een met een PEPP-aanbieder overeengekomen individueel pensioenspaarplan;

5) "PEPP-rekening": een op naam van een PEPP-spaarder of PEPP-gerechtigde aangehouden persoonlijke pensioenrekening die wordt gebruikt voor de uitvoering van transacties zodat de PEPP-spaarder periodiek kan bijdragen voor zijn pensioen en de PEPP-gerechtigde zijn pensioenuitkeringen kan ontvangen:

6)"PEPP-aanbod": de ontwikkeling en distributie van een PEPP;

7) "PEPP-gerechtigde": persoon die PEPP-pensioenuitkeringen ontvangt;

8) "PEPP-distributie": de werkzaamheden die bestaan in het adviseren over, het voorstellen of het uitvoeren van ander voorbereidend werk voor het sluiten van overeenkomsten voor het aanbieden van een PEPP, in het sluiten van dit soort overeenkomsten, dan wel in het assisteren bij het beheer en de uitvoering van dit soort overeenkomsten, daaronder begrepen het verstrekken van informatie over één of meerdere pensioenovereenkomsten op basis van criteria die PEPP-cliënten via een website of andere media kiezen, en het opstellen van een ranglijst van pensioenproducten, met inbegrip van prijs- en productvergelijking, of van een korting op de premie van een pensioenovereenkomst, wanneer de PEPP-cliënt direct of indirect via een website of andere media een pensioenovereenkomst kan sluiten;

9) "PEPP-pensioenuitkeringen": uitkeringen die worden uitbetaald bij het bereiken of naar verwachting bereiken van de pensioenleeftijd. Deze uitkeringen kunnen de vorm aannemen van levenslange betalingen, in de tijd beperkte betalingen, een bedrag ineens of een combinatie daarvan;

10) "opbouwfase": de periode waarin de activa (stortingen) worden opgebouwd op een PEPP-rekening en die in de regel loopt tot de pensioenleeftijd van de PEPP-gerechtigde;

11) "afbouwfase": de periode waarin de op een PEPP-rekening opgebouwde activa worden aangesproken om pensioen- of andere inkomensbehoeften te financieren;

12) "annuïteit": bedrag dat periodiek wordt betaald gedurende een bepaalde periode, zoals gedurende het leven van de PEPP-gerechtigde of gedurende een bepaald aantal jaar, als tegenprestatie voor een belegging;

13) "onttrekkingen": de mogelijkheid voor PEPP-gerechtigden om discretionaire bedragen op te nemen, tot een bepaald plafond op periodieke basis;

14) "aanbieder van een PEPP" of "PEPP-aanbieder": een financiële onderneming die een vergunning heeft om een PEPP te ontwikkelen en te distribueren;

15) "distributeur van een PEPP" of "PEPP-distributeur": een financiële onderneming die een vergunning heeft om niet door haar ontwikkelde PEPP's te distribueren, alsmede een verzekerings-, herverzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon;

16) "duurzame drager": ieder hulpmiddel:

a) dat een PEPP-cliënt in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze achteraf gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd, en

b) waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;

17) "bevoegde autoriteiten" van de PEPP-aanbieders: de nationale autoriteiten die door elke lidstaat zijn aangewezen om toezicht te houden op PEPP-aanbieders;

18) "lidstaat van herkomst van de PEPP-aanbieder": de lidstaat waar de PEPP-aanbieder zijn statutaire zetel heeft;

19) "lidstaat van ontvangst van de PEPP-aanbieder": een lidstaat niet zijnde de lidstaat van herkomst waar een PEPP-aanbieder PEPP's ontwikkelt of distribueert;

20) "compartiment": een segment dat binnen elke individuele PEPP-rekening wordt geopend en voldoet aan de wettelijke eisen en voorwaarden voor het gebruik van fiscale prikkels die op nationaal niveau voor het beleggen in een PEPP zijn vastgesteld door de lidstaat van woonplaats van de PEPP-spaarder. Bijgevolg kan een PEPP-spaarder of een PEPP-gerechtigde in elk compartiment zitten, afhankelijk van de desbetreffende wettelijke vereisten voor de opbouw- en afbouwfasen;

21) "kapitaal": totaal van de kapitaalinbrengen en ongestort toegezegd kapitaal, berekend op basis van belegbare bedragen na aftrek van alle vergoedingen, lasten en kosten die direct of indirect door de beleggers worden gedragen;

22) "financieel instrument": een financieel instrument als genoemd in deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU;

23) "bewaarder": een instelling belast met de bewaring van activa en het toezicht op de inachtneming van het reglement van het fonds en het toepasselijke recht;

24) "standaardbeleggingsoptie": een beleggingsstrategie die wordt toegepast wanneer de PEPP-spaarder geen instructies heeft gegeven over de wijze waarop de op zijn PEPP-rekening opgebouwde middelen moeten worden belegd;

25) "risicolimiteringstechnieken": technieken voor een stelselmatige vermindering van de omvang van de blootstelling aan een risico en/of de kans dat dit zich voordoet;

26) "overstap naar een andere aanbieder": het op verzoek van een PEPP-cliënt van één PEPP-aanbieder naar een andere PEPP-aanbieder overdragen van een positief saldo van één PEPP-rekening naar de andere PEPP-rekening, al dan niet met afsluiting van de eerste PEPP-rekening;

27) "advies": het verstrekken van een persoonlijke aanbeveling aan een PEPP-spaarder, hetzij op diens verzoek, hetzij op initiatief van de PEPP-aanbieder of -distributeur, ten aanzien van een of meer overeenkomsten tot inschrijving op een PEPP;

28) "PEPP-cliënt": een PEPP-spaarder, een toekomstige PEPP-spaarder en/of een PEPP-gerechtigde.

Artikel 3
Toepasselijke voorschriften

Het aanbieden van PEPP's is onderworpen aan:

a) deze verordening,

b) voor zover toegestaan door deze verordening, de bepalingen van de overeenkomst voor het aanbieden van een PEPP die is afgesloten tussen een PEPP-spaarder en een PEPP-aanbieder,

c) voor de aangelegenheden die niet bij deze verordening worden geregeld of, wanneer een aangelegenheid hierbij slechts gedeeltelijk is geregeld, voor de aspecten die niet onder deze verordening vallen:

i)de door de lidstaten ter uitvoering van Uniemaatregelen vastgestelde wettelijke voorschriften die specifiek op het PEPP zijn gericht;

ii)de wettelijke voorschriften van de lidstaten die zouden gelden voor een vergelijkbaar persoonlijk pensioenproduct dat wordt ontwikkeld en gedistribueerd in overeenstemming met het recht van de lidstaat waar de ontwikkelaar zijn statutaire zetel heeft.

HOOFDSTUK II
VERGUNNINGVERLENING

Artikel 4
Vergunningverlening

1.Een PEPP mag in de Unie alleen worden ontwikkeld en gedistribueerd wanneer EIOPA daarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning heeft afgegeven.

2.De PEPP-vergunning is voor alle lidstaten geldig. De vergunninghouder mag daarmee het PEPP ontwikkelen en distribueren waarvoor EIOPA vergunning heeft verleend.

Artikel 5
Aanvraag van een PEPP-vergunning

1.Alleen de volgende financiële ondernemingen kunnen een PEPP-vergunning aanvragen:

a) kredietinstellingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad 43 vergunning is verleend,

b)verzekeringsondernemingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad 44 vergunning is verleend en die actief zijn op het gebied van directe levensverzekering overeenkomstig artikel 2, lid 3, en bijlage II van Richtlijn 2009/138/EG;

c)instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening die zijn geregistreerd of beschikken over een vergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad 45 ;

d)beleggingsondernemingen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend en die actief zijn op het gebied van vermogensbeheer of beleggingsadvies;

e)beleggingsondernemingen of beheersmaatschappijen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EU van het Europees Parlement en de Raad 46 vergunning is verleend;

f)beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders) waaraan overeenkomstig Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad 47 vergunning is verleend.

2.De in lid 1 genoemde financiële ondernemingen dienen hun vergunningaanvragen voor een PEPP in bij EIOPA. De aanvraag omvat:

a) informatie over standaardcontractvoorwaarden die PEPP-spaarders zullen worden voorgesteld;

b) informatie over de identiteit van de aanvrager en diens huidige en eerdere financiële ervaring en achtergrond;

c) de identiteit van de personen die het bedrijf van het ontwikkelen en/of distribueren van het PEPP feitelijk leiden;

d)informatie over regelingen betreffende portefeuille- en risicobeheer en administratie met betrekking tot het PEPP;

e)informatie over de beleggingsstrategieën, het risicoprofiel en andere kenmerken van het PEPP;

f) een lijst van de lidstaten waar de PEPP-aanvrager het PEPP op de markt wil brengen;

g) informatie over de identiteit van de bewaarder (voor zover van toepassing);

h) een beschrijving van de aan PEPP-spaarders beschikbaar te stellen informatie, met inbegrip van een beschrijving van de regelingen voor het behandelen van klachten van PEPP-spaarders;

i) bewijs van de vergunning of de registratie van de aanvrager overeenkomstig de in lid 1 genoemde toepasselijke Uniewetgevingshandeling en informatie over de identiteit van de bevoegde autoriteit die deze heeft afgegeven.

3.EIOPA mag om verduidelijking en aanvullende informatie vragen met betrekking tot de uit hoofde van lid 1 verstrekte documentatie en informatie.

4.EIOPA mag de bevoegde autoriteit van de financiële onderneming die de vergunning aanvraagt, om verduidelijking en informatie vragen ten aanzien van de in lid 2 genoemde documentatie. De bevoegde autoriteit antwoordt op het verzoek binnen 10 werkdagen vanaf de datum waarop zij het door EIOPA ingediende verzoek heeft ontvangen.

5.Alle verdere wijzigingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde documentatie en informatie worden onverwijld ter kennis gebracht van EIOPA.

Artikel 6
Voorwaarden voor vergunningverlening voor PEPP's

1.Binnen twee maanden vanaf de datum van indiening van een volledige aanvraag geeft EIOPA alleen een PEPP-vergunning af indien EIOPA er volledig van overtuigd is dat de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)de aanvrager leeft deze verordening na;

b)de aanvrager heeft van zijn bevoegde autoriteit een vergunning gekregen om producten te ontwikkelen die beleggingsstrategieën volgen van het soort waarop deze verordening ziet;

c)het voorgestelde PEPP voldoet aan alle vereisten van deze verordening;

d)het voorgestelde PEPP is gebaseerd op een beleggingsstrategie waarmee de in de voorgestelde contractuele regels opgenomen pensioenuitkomst kan worden bereikt.

2.Voordat EIOPA een besluit neemt over de aanvraag, raadpleegt zij de bevoegde autoriteit van de aanvrager.

3.EIOPA deelt de aanvrager de redenen mee voor een weigering om een PEPP-vergunning af te geven.

4.EIOPA trekt de PEPP-vergunning in ingeval de voorwaarden voor het afgeven van deze vergunning niet langer vervuld zijn.

5.EIOPA stelt op kwartaalbasis de bevoegde autoriteiten van de in artikel 5, lid 1, genoemde financiële ondernemingen in kennis van besluiten tot verlening, weigering of intrekking van vergunning op grond van deze verordening.

6.Met het oog op de uitoefening van hun respectieve taken coördineert EIOPA met en verstrekt zij informatie aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit (EBA)) opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010, en aan de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)) opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 7
Benaming en omzetting

1.De benaming "PEPP" of "pan-Europees persoonlijk pensioenproduct" mag met betrekking tot een persoonlijk pensioenproduct alleen worden gebruikt wanneer voor het persoonlijke pensioenproduct door EIOPA een vergunning is verleend om in overeenstemming met deze verordening onder de benaming "PEPP" te worden gedistribueerd.

2.Bestaande persoonlijke pensioenproducten kunnen worden omgezet in "PEPP's" na toestemming van EIOPA.

3.PEPP-aanbieders mogen "PEPP's" niet omzetten in persoonlijke pensioenproducten die niet onder deze verordening vallen.

Artikel 8
Distributie van PEPP's

1.De in artikel 5, lid 1, genoemde financiële ondernemingen mogen niet door henzelf ontwikkelde PEPP's distribueren nadat hun door de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst vergunning tot distribueren is verleend.

2.In overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad 48 geregistreerde verzekeringstussenpersonen zijn gerechtigd om PEPP's te distribueren die zijzelf niet hebben ontwikkeld.

Artikel 9
Voor de verschillende soorten aanbieders geldend prudentieel regime

PEPP-aanbieders en PEPP-distributeurs voldoen te allen tijde aan de bepalingen van deze verordening, alsmede aan het desbetreffende prudentiële regime dat voor hen geldt in overeenstemming met de in artikel 5, lid 1, genoemde wetgevingshandelingen.

Artikel 10
Centraal publiek register

EIOPA houdt een centraal publiek register bij dat elk PEPP dat op grond van deze verordening een vergunning heeft, de aanbieder van deze PEPP en de bevoegde autoriteit van de PEPP-aanbieder bevat. Het register wordt in elektronische vorm publiek beschikbaar gesteld.

HOOFDSTUK III
GRENSOVERSCHRIJDENDE AANBIEDING EN MEENEEMBAARHEID VAN PEPP's

AFDELING I
VRIJHEID VAN DIENSTVERRICHTING EN VRIJHEID VAN VESTIGING

Artikel 11
Uitoefening van de vrijheid van dienstverrichting en de vrijheid van vestiging door PEPP-aanbieders en -distributeurs

PEPP-aanbieders mogen PEPP's aanbieden en PEPP-distributeurs mogen PEPP's distribueren op het grondgebied van een lidstaat van ontvangst op grond van de vrijheid van dienstverrichting of de vrijheid van vestiging op voorwaarde dat ze dat doen met inachtneming van de desbetreffende regels en procedures die zijn vastgesteld in of op grond van de in artikel 5, lid 1, of artikel 8, lid 2, genoemde Uniewetgevingshandelingen die op hen van toepassing zijn.

AFDELING II
MEENEEMBAARHEID

Artikel 12
De meeneembaarheidsdienst

1.Met de meeneembaarheidsdienst kunnen PEPP-spaarders blijven bijdragen in het PEPP waarvoor zij al een overeenkomst zijn aangegaan met de aanbieder ervan, terwijl ze van woonplaats veranderen door te verhuizen naar een andere lidstaat.

2.Bij gebruik van de meeneembaarheidsdienst hebben PEPP-spaarders het recht om alle voordelen en prikkels te behouden die door de PEPP-aanbieder zijn verleend en die verband houden met doorlopende belegging in hetzelfde PEPP.

Artikel 13
Aanbieden van de meeneembaarheidsdienst

1.PEPP-aanbieders bieden de meeneembaarheidsdienst aan PEPP-spaarders aan die een PEPP-rekening bij hen aanhouden en om deze dienst verzoeken.

2.Bij het voorstellen van een PEPP verstrekt de PEPP-aanbieder of PEPP-distributeur potentiële PEPP-spaarders informatie over welke nationale compartimenten onmiddellijk beschikbaar zijn.

3.Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening biedt elk PEPP, na een verzoek aan de PEPP-aanbieder, nationale compartimenten aan voor alle lidstaten.

Artikel 14
Compartimenten van het PEPP 

Onverminderd de termijn op grond van artikel 13, lid 3, zorgen PEPP-aanbieders ervoor dat binnen elke individuele PEPP-rekening een nieuw compartiment kan worden geopend dat voldoet aan de wettelijke eisen en voorwaarden voor het gebruik van fiscale prikkels die op nationaal niveau voor het PEPP zijn vastgesteld door de lidstaat waarheen de PEPP-spaarder verhuist.

Artikel 15
Opening van een nieuw compartiment 

1.Onverminderd de termijn op grond van artikel 13, lid 3, informeert de PEPP-aanbieder onmiddellijk nadat hij in kennis is gesteld van het voornemen van de PEPP-spaarder om zijn recht op mobiliteit tussen lidstaten uit te oefenen, de PEPP-spaarder over de mogelijkheid om binnen de individuele rekening van de PEPP-spaarder een nieuw compartiment te openen en over de termijn waarbinnen dit compartiment kan worden geopend.

2.Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken, zendt de PEPP-spaarder aan de PEPP-aanbieder een verzoek, dat de volgende informatie bevat:

a) de nieuwe lidstaat van woonplaats van de PEPP-spaarder;

b) de datum vanaf wanneer de beleggingen naar het nieuw geopende compartiment moeten worden gericht;

c) alle nodige informatie over mogelijke aanpassingen in de vastgelegde beleggingsstrategie of andere elementen.

3.Uiterlijk drie maanden na de ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek verstrekt de PEPP-aanbieder de PEPP-spaarder kosteloos volledige informatie en advies op grond van hoofdstuk IV, afdelingen II en III, met betrekking tot de voorwaarden die voor het nieuwe compartiment gelden.

4.Het nieuwe compartiment wordt geopend door het ondertekenen van een nieuwe overeenkomst of het aanpassen van een bestaande overeenkomst tussen de PEPP-spaarder en de PEPP-aanbieder, in overeenstemming met het toepasselijke overeenkomstenrecht. De openingsdatum wordt in de overeenkomst vastgesteld of, bij gebreke van dergelijke bepaling, wordt het nieuwe compartiment geacht te zijn geopend op de datum van de ondertekening van de overeenkomst of de aanpassing daarvan.

Artikel 16
Overdracht van opgebouwde rechten tussen de compartimenten van het PEPP 

1.Op verzoek van de PEPP-spaarder stelt de PEPP-aanbieder aan de PEPP-spaarder voor om de overdracht te regelen van opgebouwde activa tussen verschillende compartimenten van de individuele PEPP-rekening, zodat alle activa in één compartiment kunnen worden geconsolideerd.

2.De activaoverdracht op grond van artikel 1 wordt mogelijk gemaakt zonder enige restitutie in natura van deze activa.

Artikel 17
Informatieverstrekking aan de nationale autoriteiten over de meeneembaarheid  

1.Alle contractuele regelingen voor het aanbieden van de meeneembaarheidsdienst worden door de PEPP-aanbieder ter kennis gebracht van de respectieve nationale autoriteit die op hem prudentieel toezicht uitoefent.

2.De informatie van lid 1 wordt elektronisch ingevoerd in een centrale database bij de nationale toezichthoudende autoriteit binnen één maand na de opening van het nieuwe compartiment en bevat ten minste:

a) identificatie van het compartiment (naam van de PEPP-spaarder; toepasselijke nationale wetgeving; openingsdatum van het compartiment);

b) eventueel bedrag van de overgedragen activa;

c) wijze van overdracht (met of zonder restitutie in natura van de overgedragen activa).

HOOFDSTUK IV
VOORWAARDEN INZAKE DISTRIBUTIE EN INFORMATIEVERSTREKKING

AFDELING I
Algemene bepalingen

Artikel 18
Algemeen beginsel

Bij het uitvoeren van distributieactiviteiten voor PEPP's handelen PEPP-aanbieders en PEPP-distributeurs steeds eerlijk, billijk en professioneel in het beste belang van hun cliënten.

Artikel 19
Distributieregeling voor de verschillende soorten PEPP-aanbieders en -distributeurs

Voor de distributie van PEPP's nemen de verschillende soorten PEPP-aanbieders en -distributeurs de volgende regels in acht:

a)verzekeringsdistributeurs in de zin van artikel 2, lid 1, punt 8, van Richtlijn (EU) 2016/97 nemen de toepasselijke nationale wetgeving tot omzetting van de in de hoofdstukken V en VI van die richtlijn uiteengezette regels voor de distributie van verzekeringen met een beleggingscomponent, alle op grond van die regels aangenomen rechtstreeks toepasselijke Uniewetgeving met betrekking tot de distributie van die producten en het bepaalde in de artikelen 18, 19, 21, 22, 23 en 27 tot en met 32 van dit hoofdstuk in acht;

b)beleggingsondernemingen in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2014/65/EU nemen de toepasselijke nationale wetgeving tot omzetting van de regels die voor het in de handel brengen en distribueren van financiële instrumenten zijn uiteengezet in artikel 16, lid 3, eerste alinea, en de artikelen 23, 24 en 25 van die richtlijn, alle op grond van die bepalingen aangenomen rechtstreeks toepasselijke Uniewetgeving en het bepaalde in de artikelen 18, 19, 21, 22, 23 en 27 tot en met 32 van dit hoofdstuk in acht;

c)alle overige PEPP-aanbieders en -distributeurs nemen alle bepalingen van dit hoofdstuk in acht.

Artikel 20
Inducements

Met betrekking tot de betaling of ontvangst van provisies of commissies, of de verstrekking of ontvangst van niet-geldelijke tegemoetkomingen in verband met de distributie van een PEPP aan of door een andere partij dan de PEPP-spaarder of een namens de PEPP-spaarder handelende persoon, nemen de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieders of -distributeurs de toepasselijke nationale wetgeving tot omzetting van de regels voor beleggingsondernemingen zoals die in artikel 24, lid 7, onder b), en artikel 24, lid 9, van Richtlijn 2014/65/EU zijn uiteengezet, in acht. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verwijzing in artikel 24, lid 9, van Richtlijn 2014/65/EG naar artikel 23 van die richtlijn gelezen als een verwijzing naar artikel 18 van de onderhavige verordening.

Artikel 21
Elektronische distributie en andere duurzame dragers

Alle documenten en informatie in het kader van dit hoofdstuk worden PEPP-cliënten in elektronische vorm verstrekt, mits de PEPP-cliënt in staat wordt gesteld om deze informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en met het instrument de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd. Op verzoek verstrekken PEPP-aanbieders en -distributeurs deze documenten en informatie ook kosteloos op een andere duurzame drager.

Artikel 22
Toezicht op producten en governancevereisten

1.PEPP-aanbieders zorgen voor handhaving, toepassing en toetsing van een procedure voor de goedkeuring van elk PEPP, of van significante aanpassingen van een bestaand PEPP, voordat het onder PEPP-cliënten wordt gedistribueerd.

Het productgoedkeuringsproces is evenredig aan en past bij de aard van het PEPP.

Tijdens het productgoedkeuringsproces wordt een beoogde doelmarkt voor elk PEPP gespecificeerd, wordt gewaarborgd dat alle desbetreffende risico's voor een dergelijke beoogde doelmarkt zijn geëvalueerd en dat de geplande distributiestrategie in samenhang is met de beoogde doelmarkt, en worden redelijke stappen genomen om ervoor te zorgen dat het PEPP op de beoogde doelmarkt wordt gedistribueerd.

De PEPP-aanbieder begrijpt en toetst ook regelmatig de PEPP's die hij aanbiedt, waarbij rekening wordt gehouden met alle gebeurtenissen die materiële gevolgen kunnen hebben voor het potentiële risico voor de beoogde doelmarkt, om ten minste te beoordelen of het PEPP blijft beantwoorden aan de behoeften van de beoogde doelmarkt en of de geplande distributiestrategie passend blijft.

PEPP-aanbieders verstrekken aan alle PEPP-distributeurs alle adequate informatie over het PEPP en het productgoedkeuringsproces, met inbegrip van de beoogde doelmarkt van het PEPP.

PEPP-distributeurs beschikken over adequate regelingen om de in de vijfde alinea genoemde informatie te verkrijgen en de kenmerken en de beoogde doelmarkt van elk PEPP te begrijpen.

2.De in dit artikel bedoelde beleidsmaatregelen, processen en regelingen laten alle overige vereisten op grond of uit hoofde van deze verordening, met inbegrip van de vereisten inzake openbaarmaking, geschiktheid of adequaatheid, vaststelling van en omgang met belangenconflicten, en inducements, onverlet.

AFDELING II
INFORMATIEVERSTREKKING IN DE PRECONTRACTUELE FASE

Artikel 23
Essentiële-informatiedocument voor PEPP's

1.Voordat een PEPP aan PEPP-spaarders wordt voorgesteld, stelt de PEPP-aanbieder een essentiële-informatiedocument voor een PEPP op in overeenstemming met de voorschriften van dit hoofdstuk en maakt hij het document op zijn website bekend.

2.PEPP-aanbieders en PEPP-distributeurs nemen artikel 5, lid 2, en de artikelen 6 tot en met 18 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 in acht. 

3.Naast de in artikel 8, lid 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 1286/2014 genoemde informatie bevat het onderdeel met het kopje "Wat is dit voor een product?" de volgende informatie:

i)een beschrijving van de pensioenuitkeringen en de mate waarin deze zijn gegarandeerd;

ii)een eventuele minimum- of maximumduur voor deelneming aan de PEPP-regeling;

iii)de pensioenleeftijd;

iv)algemene informatie over de meeneembaarheidsdienst, met inbegrip van informatie over de compartimenten;

v)algemene informatie over de overstapdienst en een verwijzing naar de op grond van artikel 50 over de overstapdienst beschikbare specifieke informatie;

vi) informatie beschikbaar over de prestaties van het beleggingsbeleid in termen van milieu-, sociale en governancefactoren;

vii)het recht dat op de PEPP-overeenkomst van toepassing is, hetzij wanneer de partijen geen vrijheid van rechtskeuze hebben, hetzij ten gevolge van de keuze die de PEPP-aanbieder voorstelt indien zulks wel het geval is.

4.Naast het essentiële-informatiedocument voor een PEPP verstrekken PEPP-aanbieders en PEPP-distributeurs potentiële PEPP-spaarders verwijzingen naar verslagen over de solvabiliteit en de financiële toestand van de PEPP-aanbieder, zodat ze gemakkelijk kennis kunnen nemen van deze informatie.

5.Aan potentiële PEPP-spaarders wordt ook informatie verstrekt over de resultaten die de beleggingen in verband met de PEPP-regeling in het verleden hebben behaald over ten minste vijf jaar, of alle jaren gedurende welke de regeling is uitgevoerd indien dat minder dan vijf jaar is, alsmede informatie over de structuur van de kosten die door de PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden worden gedragen.

6.Om een coherente toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelen de Europese toezichthoudende autoriteiten (de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor effecten en markten en EIOPA) (hierna "ESA's" genoemd) via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarin de presentatie en de inhoud van elk van de in de leden 3 en 4 genoemde informatiegegevens nader zijn aangegeven, samen met de vereisten om die informatie in een gestandaardiseerd formaat te presenteren zodat deze kan worden vergeleken.

Bij de ontwikkeling van de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen houden de ESA's rekening met de diverse soorten PEPP's, de verschillen ertussen en de capaciteiten van de PEPP-spaarders, alsmede met de kenmerken van de PEPP's op basis waarvan de PEPP-spaarder een keuze kan maken tussen verschillende onderliggende beleggingen of andere opties die het product biedt, onder meer wanneer deze keuze op verschillende tijdstippen kan worden gemaakt of in de toekomst kan worden gewijzigd.

De ESA's dienen die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 24
Bekendmaking van informatie met betrekking tot distributie

1.Tijdig vóór het afsluiten van een PEPP-overeenkomst verstrekken in artikel 19, onder c), van deze verordening genoemde PEPP-aanbieders of -distributeurs aan PEPP-spaarders of potentiële PEPP-spaarders ten minste informatie over de PEPP-overeenkomst en over henzelf zoals uiteengezet in artikel 19 en artikel 29, lid 1, eerste alinea, onder a) en c), van Richtlijn (EU) 2016/97 met betrekking tot verzekeringscontracten en verzekeringstussenpersonen.

2.De in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt in een gestandaardiseerd formaat dat vergelijking mogelijk maakt, en in begrijpelijke vorm en op zodanige wijze verstrekt dat PEPP-spaarders redelijkerwijze in staat zijn de aard en de risico's van het aangeboden PEPP te begrijpen en derhalve met kennis van zaken beleggingsbeslissingen te nemen.

3.De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 62 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin nadere invulling wordt gegeven aan de criteria waarop het in lid 2 bedoelde gestandaardiseerde formaat is gebaseerd.

Afdeling III
Advies en normen voor de verkoop indien geen advies wordt verstrekt

Artikel 25
Specificatie van verlangens en behoeften en adviesverlening

1.Voorafgaand aan de sluiting van een PEPP-overeenkomst stelt de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur, op basis van de van de PEPP-spaarder ontvangen informatie, de pensioenverlangens en -behoeften van die PEPP-spaarder vast en verstrekt hij de PEPP-spaarder objectieve informatie over het PEPP, in een begrijpelijke vorm, om hem in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen.

Iedere voorgestelde overeenkomst sluit aan bij de pensioenverlangens en -behoeften van de PEPP-spaarders.

2.Wanneer voorafgaand aan het afsluiten van een specifieke overeenkomst advies wordt gegeven, doet de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur een gepersonaliseerde aanbeveling aan de PEPP-spaarder waarin wordt uitgelegd waarom een bepaald PEPP het best aansluit bij de verlangens en behoeften van de PEPP-spaarders.

3.Bij het verstrekken van advies over PEPP's, neemt de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur de toepasselijke nationale wetgeving tot omzetting van de in artikel 25, lid 2, van Richtlijn 2014/65/EU uiteengezette regels en alle met betrekking tot die regels op grond van artikel 25, lid 8, van die richtlijn aangenomen rechtstreeks toepasselijke Uniewetgeving in acht.

4.Wanneer een in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur de PEPP-spaarder meedeelt dat hij op onafhankelijke wijze advies verleent, baseert hij zijn advies op een analyse van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare persoonlijke pensioenproducten, zodat hij aan de hand van professionele criteria in staat is een persoonlijke aanbeveling te doen over een PEPP-overeenkomst die aan de behoeften van de PEPP-spaarder voldoet. Dit soort advies mag niet beperkt blijven tot PEPP-overeenkomsten die worden verstrekt door de PEPP-aanbieder of -distributeur zelf, door entiteiten die nauwe banden hebben met de PEPP-aanbieder of -distributeur of door andere entiteiten waarmee de PEPP-aanbieder of -distributeur in een zodanig nauw juridisch of economisch verband staat, zoals een contractueel verband, dat het risico bestaat dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijke basis van het verstrekte advies.

5.De in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieders en -distributeurs waarborgen en tonen, op verzoek, aan de bevoegde autoriteiten aan dat natuurlijke personen die advies over PEPP's verstrekken, over de nodige kennis en bekwaamheid beschikken om hun verplichtingen krachtens dit hoofdstuk na te komen. De lidstaten maken de criteria ter beoordeling van deze kennis en bekwaamheid openbaar.

Artikel 26
Afsluiten van een overeenkomst voor een PEPP zonder advies

1.Onverminderd het bepaalde in artikel 25, lid 1, kan de PEPP-spaarder afzien van zijn recht om advies te krijgen met betrekking tot het afsluiten van een contract voor de standaardbeleggingsoptie.

Wanneer de PEPP-spaarder afziet van zijn recht om advies te krijgen, vragen de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieders of -distributeurs, wanneer zij andere PEPP-distributieactiviteiten uitoefenen, de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder informatie te verstrekken over diens kennis en ervaring op het beleggingsgebied met betrekking tot het PEPP dat wordt aangeboden of verlangd, zodat de PEPP-aanbieder of -distributeur kan beoordelen of het in overweging genomen PEPP geschikt is voor de PEPP-spaarder.

Indien de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur op grond van de uit hoofde van de eerste alinea ontvangen informatie oordeelt dat het product voor de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder niet geschikt is, waarschuwt de PEPP-aanbieder of -distributeur de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder. Die waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.

Indien PEPP-spaarders of potentiële PEPP-spaarders de in de eerste alinea bedoelde informatie niet verstrekken of indien zij onvoldoende informatie over hun kennis en ervaring verstrekken, waarschuwt de PEPP-aanbieder of -distributeur hen dat hij niet in een positie verkeert om vast te stellen of het in overweging genomen PEPP voor hen geschikt is. Die waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.

2.Onverminderd artikel 25, lid 1, kan de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieder of -distributeur, wanneer de PEPP-spaarder heeft afgezien van zijn recht om advies te krijgen met betrekking tot de standaardbeleggingsoptie, PEPP-distributieactiviteiten uitoefenen zonder informatie te hoeven inwinnen of vast te hoeven stellen hetgeen in lid 1 van dit artikel is bepaald, indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) de activiteiten betreffen PEPP-overeenkomsten waarbij de standaardbeleggingsoptie alleen afhangt van onderliggende financiële instrumenten die aangemerkt kunnen worden als niet-complex in de zin van artikel 25, lid 4, onder a), van Richtlijn 2014/65/EU, en waarvan de structuur niet zodanig is dat PEPP-spaarder de daaraan verbonden risico's moeilijk kan beoordelen;

b) de PEPP-distributie vindt plaats op initiatief van de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder;

c) aan de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder is duidelijk meegedeeld dat bij het verrichten van de PEPP-distributieactiviteit de PEPP-aanbieder of -distributeur niet verplicht is de adequaatheid van de verstrekte of aangeboden PEPP of PEPP-distributieactiviteit te beoordelen en dat de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder niet de overeenkomstige bescherming van de toepasselijke bepalingen betreffende de gedragsregels geniet. Dit soort waarschuwing mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt;

d) de PEPP-aanbieder of -distributeur neemt de verplichtingen op grond van de regels die in overeenstemming met dit hoofdstuk voor hem gelden, in acht met betrekking tot belangenconflicten ten aanzien van PEPP-distributieactiviteiten.

3.De Commissie is gemachtigd om overeenkomstig artikel 62 gedelegeerde handelingen vast te stellen om nader te bepalen hoe de in artikel 19, onder c), van deze verordening bedoelde PEPP-aanbieders of -distributeurs de in dit artikel neergelegde beginselen in acht moeten nemen wanneer ze PEPP-distributieactiviteiten uitvoeren, onder meer wat betreft de informatie die moet worden verkregen bij het beoordelen van de geschiktheid van PEPP's voor hun cliënten en de criteria voor de beoordeling van niet-complexe PEPP-overeenkomsten ten behoeve van lid 2, onder a), punt ii), van dit artikel. In die gedelegeerde handelingen wordt rekening gehouden met het volgende:

a) de aard van de diensten die aan de PEPP-spaarder of potentiële PEPP-spaarder worden aangeboden of worden verleend, met inachtneming van de soort, het voorwerp, de omvang en de frequentie van de transacties; en

b) de aard van de aangeboden of in overweging genomen producten, met inbegrip van verschillende soorten financiële instrumenten.

AFDELING IV
INFORMATIE OVER DE LOOPTIJD VAN DE OVEREENKOMST

Artikel 27
Algemene bepalingen

1.PEPP-aanbieders stellen ten behoeve van iedere PEPP-spaarder een beknopt, gepersonaliseerd document met essentiële informatie op, rekening houdende met de specifieke aard van de nationale pensioenstelsels en het toepasselijke nationale sociale, arbeids- en belastingrecht ("PEPP-overzicht"). De titel van het document bevat het woord "PEPP-overzicht".

2.Voor de precieze datum waarop de informatie in het PEPP-overzicht betrekking heeft, de vorm van de informatie in het PEPP-overzicht en de behandeling van elke wezenlijke wijziging van die informatie is artikel 38, leden 2, 3 en 4, van Richtlijn 2016/2341/EU van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de toepassing van deze verordening met "pensioenoverzicht" het PEPP-overzicht wordt bedoeld.

3.Daarnaast wordt de PEPP-spaarder gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst op de hoogte gehouden van elke wijziging van de volgende gegevens:

a) de algemene en bijzondere voorwaarden;

b) de naam of firmanaam, de rechtsvorm of het adres van het hoofdkantoor van de PEPP-aanbieder en, in voorkomend geval, van het bijkantoor waarmee de overeenkomst is gesloten;

c) alle in artikel 23, leden 2 tot en met 5, bedoelde inlichtingen in het geval van een aanpassing van de PEPP-voorwaarden of wijzing van de op de PEPP-overeenkomst van toepassing zijnde wetgeving;

d) informatie over de wijze waarop in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governancefactoren.

Artikel 28
PEPP-overzicht

1.Het PEPP-overzicht bevat ten minste de volgende essentiële informatie voor de PEPP-spaarders:

a) de persoonsgegevens van de PEPP-spaarder, naam van de PEPP-aanbieder, informatie over pensioenprojecties, informatie over de opgebouwde pensioenaanspraken of het opgebouwde kapitaal, informatie over de bijdragen die de PEPP-spaarder of derde partijen hebben betaald en over de dekkingsgraad van de PEPP-regeling, waarvoor het bepaalde in artikel 39, lid 1, onder a), b), d), e), f) en h), van Richtlijn 2016/2341/EU van toepassing is, waarbij voor de toepassing van deze verordening "deelnemer" staat voor "PEPP-spaarder", de "IBPV" voor de "PEPP-aanbieder", de "pensioenregeling" voor de "PEPP-regeling" en de "bijdragende onderneming" voor derde partijen;

b) de lidstaat waar de PEPP-aanbieder een vergunning heeft verkregen of is geregistreerd en de naam van de bevoegde autoriteit;

c) (indien van toepassing) informatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van de PEPP-regeling en, in voorkomend geval, de aard van de garantie en de mechanismen ter bescherming van opgebouwde individuele aanspraken;

d) de informatie over de resultaten die in het verleden door de PEPP-regeling als geheel of, in voorkomend geval, in het kader van de door de PEPP-spaarder gekozen beleggingsoptie zijn behaald, gepresenteerd in de vorm van een grafiek waarin de resultaten voor de beschikbare jaren en van maximaal de laatste tien jaar zijn weergegeven;

e) een uitsplitsing van de door de PEPP-aanbieder in mindering gebrachte kosten ten minste over de afgelopen 12 maanden, waarbij de administratiekosten, de kosten voor het bewaren van activa, de kosten in verband met portofoliotransacties en de overige kosten worden vermeld, alsmede een raming van de impact van de kosten op de uiteindelijke uitkeringen.

2.De Commissie stelt overeenkomstig artikel 62 gedelegeerde handelingen vast waarin regels worden uiteengezet voor de in lid 1, onder a), bedoelde aannames over pensioenprojecties. Die regels passen de PEPP-aanbieders toe voor de vaststelling van (voor zover van toepassing) het jaarlijkse percentage van de nominale beleggingsresultaten, het jaarlijkse inflatiepercentage en de toekomstige loontrend.

3.De lidstaten wisselen overeenkomstig artikel 55 goede praktijken uit met betrekking tot het format en de inhoud van het PEPP-overzicht.

Artikel 29
Aanvullende informatie

1.In het PEPP-overzicht wordt nader vermeld waar en hoe aanvullende informatie kan worden verkregen, zoals onder meer:

a) verdere praktische informatie zoals uiteengezet in artikel 40, lid 1, onder a), van Richtlijn 2016/2341/EU;

b) informatie over jaarrekeningen en jaarverslagen van de PEPP-aanbieder, waarbij rekening wordt gehouden met elke door die aanbieder uitgevoerde PEPP-regeling en, indien van toepassing, jaarrekeningen en jaarverslagen voor elke PEPP-regeling;

c) een schriftelijke verklaring met daarin de beginselen van het beleggingsbeleid van de PEPP-aanbieder, verklaring die ten minste onderwerpen omvat zoals de toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de PEPP-verplichtingen, alsmede de wijze waarop in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governancefactoren;

d) (indien van toepassing) informatie over de gehanteerde aannames voor in annuïteiten uitgedrukte bedragen, met name over het percentage van de annuïteit, het soort PEPP-aanbieder en de duur van de annuïteit;

e) informatie over de hoogte van de uitkeringen in geval van vervroegde terugbetaling.

2.Bij PEPP-regelingen waarbij de PEPP-spaarders beleggingsrisico dragen en waarbij krachtens een in het kader van de PEPP-regeling vastgelegde specifieke regel aan de PEPP-spaarder een beleggingsoptie wordt opgelegd, wordt in het PEPP-overzicht vermeld waar aanvullende informatie beschikbaar is.

3.EIOPA ontwikkelt, na raadpleging van nationale autoriteiten en na consumententests, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarin de presentatie van de in artikel 28 en in dit artikel bedoelde informatiegegevens nader zijn aangegeven.

EIOPA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen binnen [9 maanden na de inwerkingtreding van de verordening] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

Artikel 30
Informatie te verstrekken aan PEPP-spaarders tijdens de fase vóór de pensionering en aan PEPP-gerechtigden tijdens de afbouwfase

1.    PEPP-spaarders ontvangen tijdens de fase vóór pensionering informatie zoals uiteengezet in artikel 42 van Richtlijn 2016/2341/EU.

2.    PEPP-aanbieders verstrekken periodiek informatie aan PEPP-gerechtigden, zoals uiteengezet in artikel 43 van Richtlijn 2016/2341/EU, waarbij voor de toepassing van deze verordening "uitbetaling" staat voor "afbouw".

Artikel 31
Op verzoek aan PEPP-spaarders en PEPP-gerechtigden te verstrekken aanvullende informatie

Op verzoek van een PEPP-spaarder, een PEPP-gerechtigde of hun vertegenwoordigers verstrekt de PEPP-aanbieder de volgende aanvullende informatie:

a) de jaarrekeningen en de jaarverslagen als bedoeld in artikel 29, lid 1, onder b), of, indien een PEPP-aanbieder voor meer dan één PEPP-regeling verantwoordelijk is, de jaarverslagen en de jaarrekeningen die met hun specifieke PEPP-regeling verband houden;

b) de verklaring inzake beleggingsbeginselen als bedoeld in artikel 29, lid 1, onder c);

c) alle verdere informatie over de aannames die zijn gebruikt om de in artikel 28, lid 1, onder a), bedoelde projecties op te stellen.

AFDELING V
RAPPORTAGE AAN NATIONALE AUTORITEITEN

Artikel 32
Algemene bepalingen

1.PEPP-aanbieders dienen bij de toezichthoudende autoriteiten de voor toezichtsdoeleinden benodigde informatie in. Die informatie omvat ten minste de gegevens die nodig zijn om bij de uitvoering van een toezichtsproces de volgende activiteiten uit te voeren:

a) beoordelen van het door de PEPP-aanbieders toegepaste governancesysteem, de door hen verrichte werkzaamheden, de voor solvabiliteitsdoeleinden gehanteerde waarderingsgrondslagen, de risico's en de risicobeheersystemen en hun kapitaalstructuur, -behoeften en -beheer;

b) op basis van de uitoefening van hun rechten en plichten als toezichthouder elke passende beslissing nemen.

2.De bevoegde autoriteiten beschikken over de bevoegdheden om:

a) de aard, de reikwijdte en het model van de in lid 1 bedoelde informatie vast te stellen die PEPP-aanbieders op de volgende tijdstippen moeten verschaffen:

i) in van tevoren bepaalde perioden;

ii) wanneer zich van tevoren omschreven gebeurtenissen voordoen;

iii) bij onderzoek naar de situatie van een PEPP-aanbieder;

b) bij de PEPP-aanbieders alle informatie in te winnen over overeenkomsten die in het bezit zijn van PEPP-aanbieders, of over overeenkomsten die met derden worden aangegaan; en

c) informatie op te vragen bij externe deskundigen, zoals accountants en actuarissen.

3.De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bestaat uit:

a) kwalitatieve of kwantitatieve elementen, of een passende combinatie daarvan;

b) historische, actuele of prospectieve elementen, of een passende combinatie daarvan;

c) gegevens uit interne of externe bronnen, of een passende combinatie daarvan.

4.De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie:

a) houdt rekening met de aard, omvang en complexiteit van de werkzaamheden van de PEPP-aanbieder, en met name met de risico’s die aan die werkzaamheden verbonden zijn;

b) is toegankelijk, in alle essentiële opzichten volledig, vergelijkbaar en in de tijd gezien consistent;

c) is relevant, betrouwbaar en begrijpelijk.

5.PEPP-aanbieders beschikken over passende systemen en structuren om aan de vereisten van de leden 1 tot en met 4 te voldoen, alsmede over een door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de PEPP-aanbieder goedgekeurde schriftelijk vastgelegde beleidslijn die waarborgt dat de ingediende informatie steeds correct is.

6.Op verzoek aan de bevoegde autoriteiten heeft EIOPA toegang tot de door de PEPP-aanbieders ingediende informatie.

7.De Commissie stelt overeenkomstig artikel 62 gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie, teneinde te zorgen voor een passende convergentie van de rapportage aan toezichthoudende autoriteiten.

EIOPA ontwikkelt, na raadpleging van nationale autoriteiten en na consumententests, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen wat betreft het formaat van de toezichtsrapportage.

EIOPA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen binnen [9 maanden na de inwerkingtreding van de verordening] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de tweede alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

HOOFDSTUK V
OPBOUWFASE

AFDELING I
BELEGGINGSREGELS VOOR PEPP-AANBIEDERS

Artikel 33
Beleggingsregels 

1.PEPP-aanbieders beleggen in overeenstemming met de "prudent person"-regel en met name met de volgende voorschriften:

a) de activa worden belegd in het belang op lange termijn van de PEPP-spaarders in hun geheel. In geval van mogelijke tegenstrijdige belangen zorgt een PEPP-aanbieder (of de entiteit die zijn portefeuille beheert) ervoor dat de belegging uitsluitend in het belang van de PEPP-spaarders plaatsvindt;

b) de activa worden op zodanige wijze belegd dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de portefeuille als geheel worden gewaarborgd;

c) de activa worden hoofdzakelijk op gereglementeerde markten belegd. Beleggingen in niet tot de handel op een gereglementeerde financiële markt toegelaten activa, moeten hoe dan ook tot prudente niveaus worden beperkt;

d) beleggingen in derivaten zijn toegestaan voor zover deze instrumenten tot een vermindering van het beleggingsrisico bijdragen of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken. Die instrumenten worden op prudente basis gewaardeerd, met inachtneming van de onderliggende activa, en worden mede in aanmerking genomen bij de waardering van de activa van een PEPP-aanbieder. PEPP-aanbieders vermijden voorts een bovenmatig risico met betrekking tot één en dezelfde tegenpartij en tot andere derivatenverrichtingen;

e)de activa zijn naar behoren gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankelijkheid van (of vertrouwen in) bepaalde activa, of een bepaalde emittent of groep van ondernemingen en risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden. Beleggingen in activa uitgegeven door dezelfde emittent of door emittenten die tot dezelfde groep behoren, mogen de PEPP-aanbieder niet blootstellen aan bovenmatige risicoconcentratie;

f)de activa worden niet belegd in een rechtsgebied dat door de Financiële Actiegroep (FATF) als niet-coöperatief rechtsgebied met een hoog risico is aangewezen;

g)de PEPP-aanbieder stelt zichzelf niet bloot aan risico's veroorzaakt door buitensporige hefboomwerking en buitensporige looptijdtransformatie.

2.De in lid 1, onder a) tot en met g), beschreven regels gelden alleen voor zover er geen strengere bepaling is in de voor de PEPP-aanbieder geldende desbetreffende sectorale wetgeving.

AFDELING II
BELEGGINGSREGELS VOOR PEPP-SPAARDERS

Artikel 34
Algemene bepalingen

1.PEPP-aanbieders bieden PEPP-spaarders tot vijf beleggingsopties aan.

2.De beleggingsopties omvatten een standaardbeleggingsoptie en kunnen alternatieve beleggingsopties omvatten.

3.Alle beleggingsopties worden door PEPP-aanbieders ontworpen op basis van beproefde risicolimiteringstechnieken die afdoende bescherming bieden voor PEPP-spaarders.

Artikel 35
Keuze van de beleggingsoptie door de PEPP-spaarder

De PEPP-spaarder kiest bij het afsluiten van de PEPP-overeenkomst voor een beleggingsoptie.

Artikel 36
Voorwaarden voor het aanpassen van de gekozen beleggingsoptie

1.De PEPP-spaarder kan om de vijf jaar van opbouw in het PEPP kiezen voor een andere beleggingsoptie.

2.De aanpassing van de beleggingsopties is kosteloos voor de PEPP-spaarder.

Artikel 37
Standaardbeleggingsoptie

1.De standaardbeleggingsoptie biedt de PEPP-spaarder kapitaalbescherming, op basis van een risicolimiteringstechniek die een veilige beleggingsstrategie oplevert.

2.Dankzij kapitaalbescherming kan de PEPP-spaarder het belegde kapitaal recupereren.

Artikel 38
Alternatieve beleggingsopties

1.Indien PEPP-aanbieders alternatieve beleggingsopties aanbieden, is ten minste één van die opties een voor de PEPP-spaarder kostenefficiënte beleggingsoptie.

2.De alternatieve beleggingsopties omvatten door de PEPP-aanbieders te bepalen risicolimiteringstechnieken.

Artikel 39
Gedelegeerde handeling betreffende de beleggingsopties

De Commissie wordt gemachtigd overeenkomstig artikel 62 een gedelegeerde handeling vast te stellen tot specificatie van:

a) de risicolimiteringstechniek om in het kader van de standaardbeleggingsoptie kapitaalbescherming te garanderen;

b) de voor de alternatieve beleggingsopties toe te passen risicolimiteringstechnieken.

AFDELING III
ANDERE ASPECTEN VAN DE OPBOUWFASE

Artikel 40
Voorwaarden met betrekking tot de opbouwfase

1.In overeenstemming met artikel 3, onder b), worden de PEPP-voorwaarden met betrekking tot de opbouwfase vastgesteld door de lidstaten, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

2.Bij deze voorwaarden kan het met name gaan om leeftijdsgrenzen voor het starten van de opbouwfase, de minimumduur van de opbouwfase, maximum- en minimumbedragen van stortingen en de continuïteit ervan, alsmede voorwaarden voor terugbetaling vóór de pensioenleeftijd in geval van bijzondere tegenspoed.

HOOFDSTUK VI
BELEGGERSBESCHERMING

Artikel 41
Bewaarder

1.Wanneer de PEPP-aanbieder een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening of een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 5, lid 1, is, stelt hij een of meerdere bewaarders aan voor de bewaring van activa en de vervulling van toezichttaken.

2.Voor de aanstelling van de bewaarder en de uitvoering van zijn taken is artikel 33, leden 5, 6 en 7, van Richtlijn 2016/2341/EU van overeenkomstige toepassing.

3.Voor de bewaring van activa en de aansprakelijkheid van de bewaarder is artikel 34, leden 1 en 2, van Richtlijn 2016/2341/EU van overeenkomstige toepassing. De bewaarder is jegens de PEPP-aanbieder en de PEPP-spaarders aansprakelijk voor alle door hen geleden schade ten gevolge van ongerechtvaardigde niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen. De aansprakelijkheid van de bewaarder blijft bestaan wanneer hij de activa die hij in bewaring heeft genomen, geheel of ten dele aan derden heeft toevertrouwd.

4.Voor de toezichttaken van een bewaarder is artikel 35, lid 1, van Richtlijn 2016/2341/EU van overeenkomstige toepassing.

Artikel 42
Dekking van biometrische risico's

PEPP-aanbieders kunnen PEPP's aanbieden met een optie om het risico van biometrische risico's te dekken. Voor de toepassing van deze verordening zijn "biometrische risico's" risico's in verband met levensverwachting, arbeidsongeschiktheid en overlijden.

Artikel 43
Klachten

1.PEPP-aanbieders en -distributeurs zetten adequate en effectieve klachtenprocedures op en passen deze toe voor de afhandeling van klachten van PEPP-cliënten met betrekking tot de uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten.

2.Die procedures gelden in alle lidstaten waar de PEPP-aanbieder of -distributeur zijn diensten aanbiedt en zijn beschikbaar in een officiële taal van de betrokken lidstaat naar keuze van de PEPP-cliënt, of in een andere taal indien overeengekomen tussen de PEPP-aanbieder of -distributeur en de PEPP-cliënt.

3.PEPP-aanbieders en -distributeurs leveren alle mogelijke inspanningen om schriftelijk of, indien overeengekomen tussen de PEPP-aanbieder of -distributeur en de PEPP-cliënt, op een andere duurzame drager, te reageren op de klachten van PEPP-cliënten. In die reactie wordt op alle naar voren gebrachte punten ingegaan, binnen een passende termijn, doch uiterlijk binnen 15 werkdagen na ontvangst van de klacht. In uitzonderlijke situaties, waarin het om redenen die de PEPP-aanbieder of -distributeur niet verwijtbaar zijn, niet mogelijk is om binnen 15 werkdagen antwoord te geven, is deze gehouden een bericht te sturen waarin om verlenging van de antwoordtermijn wordt verzocht, de redenen van de vertraging in de beantwoording van de klacht duidelijk worden vermeld en de termijn wordt genoemd waarbinnen de PEPP-cliënt de definitieve reactie zal ontvangen. De termijn voor het ontvangen van de definitieve reactie mag in geen geval meer dan 35 werkdagen bedragen.

4.PEPP-aanbieders en -distributeurs stellen de PEPP-cliënt in kennis van ten minste één entiteit voor alternatieve geschillenbeslechting (ADR) die bevoegd is voor het behandelen van geschillen over rechten en plichten van PEPP-cliënten uit hoofde van deze verordening.

5.De in lid 3 bedoelde informatie wordt op duidelijke, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke wijze ter beschikking gesteld op de website van de PEPP-aanbieder of -distributeur, in het bijkantoor en in de algemene voorwaarden van de tussen PEPP-aanbieder of -distributeur en de PEPP-cliënt gesloten overeenkomst. Daarbij wordt aangegeven hoe er verdere informatie over de betrokken ADR-entiteit en over de voorwaarden voor de inschakeling ervan kan worden verkregen.

6.De bevoegde autoriteiten zetten procedures op die PEPP-cliënten en andere belanghebbenden, met inbegrip van consumentenverenigingen, de mogelijkheid bieden bij de bevoegde autoriteiten klachten in te dienen met betrekking tot mogelijke inbreuken van PEPP-aanbieders en -distributeurs op deze verordening. In alle gevallen ontvangen de klagers een antwoord.

Artikel 44
Buitengerechtelijke geschillenbeslechting 

1.Voor de beslechting van geschillen tussen PEPP-cliënten en PEPP-aanbieders of -distributeurs met betrekking tot de uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten worden adequate, onafhankelijke, onpartijdige, transparante en effectieve ADR-procedures ingesteld in overeenstemming met Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad 49 , in voorkomend geval onder gebruikmaking van bestaande bevoegde organen. Dergelijke ADR-procedures zijn van toepassing, en de bevoegdheid van het betrokken ADR-orgaan reikt daadwerkelijk tot PEPP-aanbieders of -distributeurs waartegen procedures worden ingesteld.

2.De in lid 1 bedoelde organen werken doeltreffend samen bij de afhandeling van grensoverschrijdende geschillen met betrekking tot uit deze verordening voortvloeiende rechten en plichten.

HOOFDSTUK VII
OVERSTAP NAAR ANDERE PEPP-AANBIEDERS

Artikel 45
Aanbod van de overstapdienst

1.PEPP-aanbieders bieden een overstapdienst aan waarmee, op verzoek van een PEPP-spaarder, een positief saldo van een bij de overdragende aanbieder aangehouden PEPP-rekening naar een nieuwe bij de ontvangende aanbieder geopende PEPP-rekening wordt overgedragen, waarbij de eerste PEPP-rekening wordt afgesloten.

De overstapdienst kan worden aangeboden door PEPP-aanbieders gevestigd in dezelfde lidstaat (binnenlandse overstap) of in verschillende lidstaten (grensoverschrijdende overstap).

2.De PEPP-spaarder kan slechts eens om de vijf jaar na het afsluiten van de PEPP-overeenkomst naar andere PEPP-aanbieders overstappen.

Artikel 46
De overstapdienst

1.Op verzoek van de PEPP-spaarder wordt de overstapdienst geïnitieerd door de ontvangende PEPP-aanbieder. De overstapdienst voldoet ten minste aan de leden 2 tot en met 5.

2.De ontvangende PEPP-aanbieder initieert de overstapdienst bij ontvangst van de door de PEPP-spaarder verleende toestemming. 

De toestemming wordt opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de overstapdienst wordt geïnitieerd of in een andere door de partijen overeengekomen taal.

De toestemming biedt de PEPP-spaarder de mogelijkheid om de overdragende PEPP-aanbieder uitdrukkelijk toe te staan om elk van de in lid 3 vermelde taken te verrichten en om de ontvangende PEPP-aanbieder uitdrukkelijk toe te staan om elk van de in lid 5 vermelde taken te verrichten.

De toestemming biedt de PEPP-spaarder de mogelijkheid om de over te dragen activaportfolio's en/of bedragen specifiek te identificeren. De toestemming biedt de PEPP-spaarders ook de mogelijkheid om te vermelden vanaf welke datum de betalingen op de bij de ontvangende PEPP-aanbieder geopende PEPP-rekening moeten worden uitgevoerd. Die datum ligt ten minste zes werkdagen na de datum waarop de ontvangende PEPP-aanbieder de documenten ontvangt die de overdragende PEPP-aanbieder overeenkomstig lid 4 heeft overgedragen. De lidstaten kunnen voorschrijven dat de door de PEPP-spaarder verleende toestemming op schrift wordt gesteld, en dat een kopie van de toestemming aan de PEPP-spaarder wordt verstrekt.

3.Binnen twee werkdagen na de ontvangst van de in lid 2 bedoelde toestemming verzoekt de ontvangende PEPP-aanbieder de overdragende PEPP-aanbieder, indien de door de PEPP-spaarder verleende toestemming daarin voorziet, de volgende taken uit te voeren:

a) aan de ontvangende PEPP-aanbieder en, indien de PEPP-spaarder daar uitdrukkelijk om heeft verzocht, aan de PEPP-spaarder een lijst toezenden van de bestaande activa die worden overgedragen;

b) op de door de PEPP-spaarder bepaalde datum enig overblijvend positief saldo naar de bij de ontvangende PEPP-aanbieder geopende of aangehouden PEPP-rekening overbrengen; en

c) op de door de PEPP-spaarder bepaalde datum de bij de overdragende PEPP-aanbieder aangehouden PEPP-rekening opheffen.

4.Bij ontvangst van een verzoek van de ontvangende PEPP-aanbieder voert de overdragende PEPP-aanbieder de volgende taken uit indien de toestemming van de PEPP-spaarder daarin voorziet:

a) binnen vijf werkdagen aan de ontvangende PEPP-aanbieder de in lid 3, onder a), bedoelde informatie toezenden;

b) indien de overdragende PEPP-aanbieder geen systeem aanbiedt voor het automatisch doorzenden van de inkomende overmakingen naar de PEPP-rekening die de PEPP-spaarder bij de ontvangende PEPP-aanbieder heeft geopend, vanaf de in de toestemming bepaalde datum geen inkomende overmakingen meer te aanvaarden. De lidstaten kunnen voorschrijven dat de overdragende PEPP-aanbieder de PEPP-spaarder in kennis stelt van de reden voor niet-aanvaarding van inkomende overmakingen;

c) op de in de toestemming bepaalde datum het overblijvende positieve saldo van de PEPP-rekening overdragen naar de bij de ontvangende PEPP-aanbieder geopende nieuwe PEPP-rekening;

d) de PEPP-rekening op de in de toestemming bepaalde datum opheffen indien de PEPP-spaarder met betrekking tot deze PEPP-rekening geen openstaande verplichtingen meer heeft, mits de onder a), b) en d) van dit lid bedoelde verrichtingen zijn voltooid. Indien er van dergelijke openstaande verplichtingen sprake is, stelt de PEPP-aanbieder de PEPP-spaarder er onverwijld van in kennis dat de rekening van de PEPP-spaarder niet kan worden opgeheven.

5.Binnen vijf werkdagen na ontvangst van de in lid 3 bedoelde informatie waar de overdragende PEPP-aanbieder om is verzocht, voert de ontvangende PEPP-aanbieder de volgende taken uit voor zover en zoals vermeld in de toestemming en voor zover de door de overdragende PEPP-aanbieder of door de PEPP-spaarder verstrekte informatie de ontvangende PEPP-aanbieder daartoe in staat stelt:

a) alle nodige voorbereidingen treffen om inkomende betalingen te aanvaarden, en deze aanvaarden vanaf de in de toestemming bepaalde datum;

b) de in de toestemming vermelde betalers in kennis stellen van de nadere gegevens betreffende de PEPP-rekening van de PEPP-spaarder bij de ontvangende PEPP-aanbieder, en de betalers een kopie van de door de PEPP-spaarder verleende toestemming toezenden.

Indien de ontvangende PEPP-aanbieder niet over alle informatie beschikt die hij nodig heeft om de betalers te informeren als bedoeld in punt b) van de eerste alinea, verzoekt hij de PEPP-spaarder of de overdragende PEPP-aanbieder de ontbrekende informatie te verstrekken.

Wanneer de PEPP-spaarder besluit persoonlijk de in punt b) van de eerste alinea bedoelde informatie te verstrekken aan de betalers in plaats van overeenkomstig lid 2 daartoe aan de ontvangende PEPP-aanbieder specifiek toestemming te verlenen, verstrekt de ontvangende PEPP-aanbieder aan de PEPP-spaarder standaardbrieven met de gegevens van de PEPP-rekening en de in de toestemming vermelde aanvangsdatum, waarbij de in de eerste alinea bedoelde termijn in acht wordt genomen.

Artikel 47
Faciliteren van binnenlandse en grensoverschrijdende overstap voor PEPP-spaarders

1.Wanneer een PEPP-spaarder zijn PEPP-aanbieder in kennis stelt van zijn voornemen om een PEPP-rekening te openen bij een in dezelfde of een andere lidstaat gevestigde PEPP-aanbieder, biedt de PEPP-aanbieder waarbij de PEPP-spaarder een PEPP-rekening aanhoudt, na ontvangst van het desbetreffende verzoek, de PEPP-spaarder de volgende vormen van bijstand aan: 

a) de PEPP-spaarder kosteloos de beschikbare informatie verstrekken over terugkerende inkomende betalingen die gedurende de voorafgaande 13 maanden op de PEPP-rekening van de PEPP-spaarder zijn uitgevoerd;

b) het overblijvende positieve saldo van de door de PEPP-spaarder aangehouden PEPP-rekening overdragen naar de PEPP-rekening die de PEPP-spaarder bij de ontvangende PEPP-aanbieder heeft geopend, mits het verzoek alle gegevens bevat die nodig zijn om de ontvangende PEPP-aanbieder en de PEPP-rekening van de PEPP-spaarder te kunnen identificeren;

c) de door de PEPP-spaarder aangehouden PEPP-rekening opheffen.

2.Indien de PEPP-spaarder ten opzichte van deze PEPP-rekening geen openstaande verplichtingen meer heeft, geeft de PEPP-aanbieder waarbij de PEPP-spaarder die PEPP-rekening aanhoudt, de in lid 1, onder a), b) en c), van dit artikel genoemde bijstand op de door de PEPP-spaarder bepaalde datum, die ten minste zes werkdagen na de ontvangst van het verzoek van de PEPP-spaarder aan de PEPP-aanbieder valt, tenzij door de partijen anders is overeengekomen. Wanneer er van dergelijke openstaande verplichtingen sprake is, stelt de PEPP-aanbieder de PEPP-spaarder er onverwijld van in kennis dat zijn PEPP-rekening niet kan worden opgeheven.

Artikel 48
Aan de overstapdienst verbonden vergoedingen en kosten

1.PEPP-spaarders kunnen kosteloos toegang krijgen tot hun persoonlijke informatie die in het bezit is van de overdragende of de ontvangende PEPP-aanbieder.

2.De overdragende PEPP-aanbieder verstrekt de door de ontvangende PEPP-aanbieder overeenkomstig artikel 46, lid 4, onder a), gevraagde informatie zonder de PEPP-spaarder of de ontvangende PEPP-aanbieder kosten in rekening te brengen.

3.De totale vergoedingen en kosten die de overdragende PEPP-aanbieder de PEPP-spaarder berekent voor het afsluiten van de bij hem aangehouden PEPP-rekening, zijn beperkt tot maximaal 1,5% van het aan de ontvangende PEPP-aanbieder overgedragen positieve saldo.

4.Eventuele vergoedingen en kosten die de overdragende of de ontvangende PEPP-aanbieder aan de PEPP-spaarder berekent voor krachtens artikel 46 verleende diensten niet zijnde de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde diensten, zijn redelijk en in overeenstemming met de daadwerkelijke kosten die door de PEPP-aanbieder in kwestie zijn gemaakt.

Artikel 49
Bescherming van PEPP-spaarders tegen financieel verlies

1.De door de PEPP-spaarder geleden financiële verliezen, met inbegrip van vergoedingen, kosten en interesten, die rechtstreeks voortvloeien uit het feit dat een bij het overstapproces betrokken PEPP-aanbieder zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 46 niet is nagekomen, worden door die PEPP-aanbieder onverwijld vergoed.

2.De aansprakelijkheid krachtens lid 1 geldt niet in abnormale en onvoorzienbare omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de PEPP-aanbieder die zich erop beroept, en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden voorkomen, noch wanneer een PEPP-aanbieder uit hoofde van nationale of Uniewetgevingshandelingen andere wettelijke verplichtingen heeft.

3.De in lid 1 bedoelde aansprakelijkheid wordt vastgesteld in overeenstemming met de op nationaal niveau toepasselijke wettelijke bepalingen.

4.De PEPP-spaarder draagt de kosten en alle risico's op financieel verlies in verband met de restitutie in natura van de op de PEPP-rekening gehouden activa ten behoeve van de overdracht ervan van de overdragende PEPP-aanbieder naar de ontvangende PEPP-aanbieder.

5.De PEPP-spaarder draagt de kosten en alle risico's op financieel verlies in verband met de kapitaalbescherming die wordt geboden door de overdragende PEPP-aanbieder. Deze kapitaalbescherming, waarmee de PEPP-spaarder het belegde kapitaal kan recupereren en die een inflatie-indexeringsmechanisme bevat, wordt uitgeoefend op het moment van de overstap naar een andere aanbieder.

Artikel 50
Informatie over de overstapdienst

1.PEPP-aanbieders stellen de volgende informatie over de overstapdienst beschikbaar voor PEPP-spaarders:

a) de taken van de overdragende en de ontvangende PEPP-aanbieder bij elke stap van het overstapproces, als vermeld in artikel 46;

b) het tijdpad voor de voltooiing van de respectieve stappen;

c) de vergoedingen en kosten die voor het overstapproces in rekening worden gebracht;

d) alle informatie die de PEPP-spaarder gevraagd zal worden te verstrekken.

PEPP-aanbieders stellen ook andere informatie beschikbaar, zoals (voor zover van toepassing) de informatie die nodig is om te bepalen aan welk depositogarantiestelsel, beleggerscompensatiestelsel of pensioenbeschermingsregeling binnen de Unie de PEPP-aanbieder deelneemt. Een "pensioenbeschermingsregeling" is een regeling om PEPP-spaarders of PEPP-gerechtigden compensatie te betalen in geval van insolventie van de PEPP-aanbieder.

2.De in lid 1 bedoelde informatie is te allen tijde in elektronische vorm beschikbaar op de website van de PEPP-aanbieder, wordt in alle voor PEPP-spaarders toegankelijke kantoren van de PEPP-aanbieder kosteloos op papier of op een andere duurzame drager aan PEPP-spaarders beschikbaar gesteld, en wordt op verzoek aan PEPP-spaarders verstrekt.

HOOFDSTUK VIII
AFBOUWFASE

Artikel 51
Voorwaarden met betrekking tot de afbouwfase

1.In overeenstemming met artikel 3 worden de PEPP-voorwaarden met betrekking tot de afbouwfase vastgesteld door de lidstaten, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

2.Bij die voorwaarden kan het met name gaan om het vaststellen van de pensioenleeftijd, een verplichte koppeling tussen het bereiken van de pensioenleeftijd en de start van de afbouwfase, een minimumperiode van deelname aan een PEPP-regeling, een maximumperiode vóór het bereiken van de pensioenleeftijd voor het toetreden tot een PEPP-regeling, alsmede om voorwaarden voor terugbetaling vóór de pensioenleeftijd in geval van bijzondere tegenspoed.

Artikel 52
Vormen van uitbetaling

1.PEPP-aanbieders kunnen PEPP-spaarders een of meer van de volgende vormen van uitbetaling beschikbaar stellen:

a) annuïteiten;

b) vaste bedragen;

c) onttrekkingen;

d) combinaties van de bovenstaande vormen.

2.De keuze van de vorm van uitbetaling voor de afbouwfase wordt gemaakt door PEPP-spaarders bij het afsluiten van een PEPP-overeenkomst en kan nadien, voor zover van toepassing, eens in de vijf jaar worden aangepast tijdens de opbouwfase.

HOOFDSTUK IX
TOEZICHT

Artikel 53
Toezicht door de bevoegde autoriteiten en monitoring door EIOPA

1.De bevoegde autoriteit van de PEPP-aanbieder houdt doorlopend toezicht op de naleving van deze verordening. Zij is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen die zijn neergelegd in het reglement of in de statuten van de PEPP-aanbieder, en op de toereikendheid van diens regelingen en organisatie voor de bij het aanbieden van een PEPP uit te voeren taken.

2.EIOPA monitort pensioenregelingen die op het grondgebied van de Unie worden ingesteld of gedistribueerd, om na te gaan of ze de benaming "PEPP" niet gebruiken of niet suggereren dat ze een PEPP zijn, tenzij ze een vergunning hebben gekregen krachtens deze verordening en deze verordening in acht nemen.

3.In samenspraak met de andere Europese toezichthoudende autoriteiten licht EIOPA de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde jaarplannen voor toezicht op de PEPP-aanbieders door.

Artikel 54
Bevoegdheden van bevoegde autoriteiten

Elke lidstaat zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteit beschikt over alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken ingevolge deze verordening.

Artikel 55
Samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten onderling en met EIOPA

1.EIOPA en de bevoegde autoriteit van de PEPP-aanbieder werken met elkaar samen en wisselen informatie uit voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening.

2.De bevoegde autoriteiten werken onderling samen in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad 50 , Richtlijn 2009/138/EG, Richtlijn 2016/2341/EU, Richtlijn 2014/65/EU, Richtlijn 2009/65/EG en Richtlijn 2011/61/EU.

3.De bevoegde autoriteiten en EIOPA werken voor het uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening met elkaar samen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1094/2010.

4.De bevoegde autoriteiten en EIOPA wisselen alle informatie en documentatie uit die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van hun respectieve taken krachtens deze verordening in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1094/2010, met name om inbreuken op deze verordening vast te stellen en te verhelpen.

5.Om een coherente toepassing van dit artikel te verzekeren, ontwikkelt EIOPA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen waarin het mechanisme voor samenwerking en informatie-uitwisseling nader is uitgewerkt, samen met de vereisten om die informatie in een gestandaardiseerd formaat te presenteren zodat deze kan worden vergeleken.

EIOPA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen binnen [9 maanden na de inwerkingtreding van de verordening] bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

Artikel 56
Beslechting van meningsverschillen tussen bevoegde autoriteiten in grensoverschrijdende situaties

1.Wanneer een bevoegde autoriteit van een PEPP-aanbieder of -distributeur in procedureel of inhoudelijk opzicht van mening verschilt over door een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat genomen of niet genomen maatregelen met betrekking tot de toepassing van deze verordening, kan EIOPA, op verzoek van een of meer betrokken bevoegde autoriteiten, die autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel vastgestelde procedure.

In gevallen van grensoverschrijdende situaties, en waar op basis van objectieve criteria een verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten kan worden geconstateerd, kan EIOPA, ambtshalve of op verzoek van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit (EBA)) of de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)), de bevoegde autoriteiten bijstaan bij het bereiken van overeenstemming overeenkomstig de in de leden 2, 3 en 4 vastgestelde procedure.

2.EIOPA stelt een termijn vast voor verzoening tussen de bevoegde autoriteiten, rekening houdende met desbetreffende termijnen en met de complexiteit en urgentie van de aangelegenheid. In dat stadium treedt EIOPA als bemiddelaar op.

Indien de betrokken bevoegde autoriteiten er tijdens de in lid 2 bedoelde verzoeningsfase niet in slagen tot overeenstemming te komen, kan EIOPA overeenkomstig de procedure van artikel 44, lid 1, derde en vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 een besluit nemen dat de betrokken bevoegde autoriteiten verplicht specifieke maatregelen te nemen of van het nemen van maatregelen af te zien om de zaak te schikken, met bindende werking voor de betrokken bevoegde autoriteiten, teneinde de naleving van het Unierecht te garanderen.

3.Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie op grond van artikel 258 VWEU kan EIOPA, wanneer een bevoegde autoriteit het besluit van EIOPA niet naleeft en er daardoor niet in slaagt te verzekeren dat een PEPP-aanbieder of -distributeur voldoet aan de krachtens deze verordening rechtstreeks toepasselijke eisen, een tot die PEPP-aanbieder of -distributeur gericht individueel besluit vaststellen waarin deze wordt gelast de nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan zijn verplichtingen op grond van het Unierecht, met inbegrip van de stopzetting van activiteiten.

4.Op grond van lid 4 vastgestelde besluiten hebben voorrang op eerdere besluiten die door de bevoegde autoriteiten over dezelfde aangelegenheid zijn vastgesteld. Maatregelen van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot feiten die onder een besluit ingevolge lid 3 of 4 vallen, zijn verenigbaar met die besluiten.

5.De voorzitter van EIOPA vermeldt in het in artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 bedoelde verslag de aard en het type van de meningsverschillen tussen bevoegde autoriteiten, de bereikte overeenkomsten en de besluiten die genomen zijn om die meningsverschillen te schikken.

HOOFDSTUK X
SANCTIES

Artikel 57
Bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen

1.Onverminderd het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties vast te stellen en op te leggen, kunnen bevoegde autoriteiten bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen opleggen met betrekking tot situaties waarin:

a)een in artikel 5, lid 1, genoemde financiële onderneming, in strijd met de artikelen 5 en 6, een PEPP-vergunning heeft verkregen door middel van valse of misleidende verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze;

b)een in artikel 5, lid 1, genoemde financiële onderneming producten aanbiedt of distribueert onder de benaming "PEPP" of "pan-Europees persoonlijk pensioenproduct" zonder daarvoor over een vergunning te beschikken.

c)een PEPP-aanbieder inbreuk heeft gemaakt op artikel 7, lid 3, in strijd met artikel 13, niet de meeneembaarheidsdienst heeft aangeboden of niet de op grond van artikel 17 vereiste informatie over die dienst heeft vertrekt, of niet heeft voldaan aan de in hoofdstuk IV, hoofdstuk V, artikel 43, en hoofdstuk VII uiteengezette vereisten en verplichtingen;

d)een bewaarder zijn toezichtstaken uit hoofde van artikel 42 niet heeft vervuld.

2.Die sancties en maatregelen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend en omvatten ten minste het volgende:

a)een publieke verklaring, waarin, overeenkomstig artikel 59, de identiteit van de natuurlijke persoon of rechtspersoon en de aard van de inbreuk worden vermeld;

b)een bevel waarmee de natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt gelast de gedraging te staken en niet meer te herhalen;

c)een tijdelijk verbod voor een lid van het leidinggevend orgaan van de financiële onderneming of een andere natuurlijke persoon die verantwoordelijk wordt gehouden, om leidinggevende functies in dergelijke ondernemingen uit te oefenen;

d)bestuursrechtelijke maximumboeten van ten minste 5 000 000 EUR of, in de lidstaten die de euro niet als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid op [datum van inwerkingtreding van deze verordening];

e)in geval van een rechtspersoon, de in punt d) bedoelde bestuursrechtelijke maximumboeten tot maximaal 10% van de totale jaaromzet volgens de meest recente jaarrekening die door het leidinggevende orgaan is goedgekeurd. Wanneer de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad 51 een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de desbetreffende totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of het soort inkomsten dat daarmee overeenkomstig de toepasselijke wetgevingshandelingen inzake jaarrekeningen overeenstemt volgens de meest recente door het leidinggevende orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening;

f)maximale bestuursrechtelijke geldboeten van ten minste tweemaal het bedrag van het aan de inbreuk ontleende voordeel indien dat kan worden bepaald, zelfs indien dat bedrag de in de punten d) en e) genoemde maximumbedragen overschrijdt.

3.Wanneer de in lid 1 genoemde bepalingen op rechtspersonen van toepassing zijn, passen de bevoegde autoriteiten de in lid 2 vermelde bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen toe op leden van het leidinggevend orgaan en andere personen die op grond van het nationale recht verantwoordelijk zijn voor de inbreuk.

4.Elk besluit waarbij de in lid 2 beschreven bestuursrechtelijke sancties of remediërende maatregelen worden opgelegd, is goed onderbouwd en daartegen kan beroep worden ingesteld bij de rechter.

Artikel 58
Uitoefening van de bevoegdheid tot het opleggen van bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen

1.De bevoegde autoriteiten oefenen de in artikel 57 bedoelde bevoegdheden tot het opleggen van bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen in overeenstemming met hun nationale rechtskader uit: 

a)rechtstreeks;

b)in samenwerking met andere autoriteiten;

c)door middel van een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2.De bevoegde autoriteiten nemen bij het bepalen van het type en de omvang van een op grond van artikel 57 opgelegde bestuursrechtelijke sanctie of remediërende maatregel alle relevante omstandigheden in aanmerking, waaronder, in voorkomend geval:

a)de materialiteit, ernst en duur van de inbreuk;

b)de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon;

c)de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon, zoals deze met name blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen en het nettovermogen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

d)de omvang van de door de verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon behaalde winsten of vermeden verliezen, voor zover deze kunnen worden bepaald;

e)de verliezen die derden als gevolg van de inbreuk hebben geleden, voor zover deze kunnen worden bepaald;

f)de mate waarin de verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon met de bevoegde autoriteit meewerkt, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;

g)eerdere inbreuken van de voor de inbreuk verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon.

Artikel 59
Bekendmaking van bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen

1. De bevoegde autoriteiten maken op hun officiële website alle besluiten waarbij bestuursrechtelijke sancties of remediërende maatregelen worden opgelegd, zonder verdere vertraging bekend nadat de persoon aan wie de sanctie of de maatregel is opgelegd, van dat besluit in kennis is gesteld. 

2.De in lid 1 bedoelde bekendmaking omvat informatie over het type en de aard van de inbreuk en de identiteit van de verantwoordelijke personen en de opgelegde sancties of maatregelen.

3.Indien de bekendmaking van de identiteit, in geval van rechtspersonen, of de identiteit en de persoonsgegevens, in geval van natuurlijke personen, na een per geval uitgevoerde beoordeling door de bevoegde autoriteit onevenredig wordt geacht, of indien de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de bekendmaking de stabiliteit van de financiële markten of een lopend onderzoek in gevaar brengt, handelen de bevoegde autoriteiten als volgt:

a)ze stellen de bekendmaking van het besluit waarbij de bestuursrechtelijke sanctie of remediërende maatregel wordt opgelegd, uit totdat de redenen voor niet-bekendmaking vervallen; of

b)ze maken het besluit waarbij de bestuursrechtelijke sanctie of remediërende maatregel wordt opgelegd, bekend onder weglating gedurende een redelijke termijn van de identiteit en de persoonsgegevens van de adressaat, indien wordt verwacht dat binnen die termijn de redenen voor anonieme bekendmaking vervallen en op voorwaarde dat een dergelijke anonieme bekendmaking een effectieve bescherming van de betreffende persoonsgegevens waarborgt; of

c)ze maken het besluit waarbij de bestuursrechtelijke sanctie of remediërende maatregel wordt opgelegd in het geheel niet bekend indien de hierboven onder a) en b) vermelde opties als ontoereikend worden beschouwd, om zo te waarborgen dat:

i)de stabiliteit van de financiële markten niet in gevaar wordt gebracht;

ii)de bekendmaking van dergelijke besluiten evenredig is aan maatregelen die als weinig ingrijpend worden beschouwd.

4.In het geval van een besluit tot bekendmaking van een sanctie of maatregel op basis van anonimiteit als bedoeld in lid 3, onder b), kan de bekendmaking van de betrokken gegevens worden uitgesteld. Wanneer een besluit om een bestuursrechtelijke sanctie of remediërende maatregel op te leggen onderworpen is aan een beroepsmogelijkheid voor de betrokken rechterlijke instantie, voegen de bevoegde autoriteiten ook die informatie en alle verdere informatie over de uitkomst van dat beroep onmiddellijk toe op hun officiële website. Ook een rechterlijke beslissing tot nietigverklaring van een besluit waarbij een bestuursrechtelijke sanctie of een remediërende maatregel wordt opgelegd, wordt bekendgemaakt.

5.De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat een in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bekendmaking gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking ervan op hun officiële website blijft staan. In de bekendmaking opgenomen persoonsgegevens worden op de officiële website van de bevoegde autoriteit niet langer bewaard dan overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake gegevensbescherming noodzakelijk is.

Artikel 60
Verplichting tot verstrekking van informatie over bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen aan EIOPA

1.De bevoegde autoriteiten brengen EIOPA op de hoogte van alle overeenkomstig artikel 59, lid 1, opgelegde, maar niet bekendgemaakte bestuursrechtelijke sancties en andere maatregelen.

2.De bevoegde autoriteiten verstrekken EIOPA jaarlijks geaggregeerde informatie over alle bestuursrechtelijke sancties en remediërende maatregelen die overeenkomstig artikel 57 zijn opgelegd.

EIOPA publiceert deze informatie in een jaarlijks verslag.

3.Wanneer de bevoegde autoriteit een bestuursrechtelijke sanctie of andere maatregel openbaar maakt, stelt zij tegelijkertijd de EIOPA daarvan in kennis.

HOOFDSTUK XI
SLOTBEPALINGEN

Artikel 61
Verwerking van persoonsgegevens

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening voeren PEPP-aanbieders en bevoegde autoriteiten hun taken in het kader van deze verordening uit in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679. Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens door EIOPA in het kader van deze verordening neemt EIOPA Verordening (EG) nr. 45/2001 in acht.

Artikel 62
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend op de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

2.De in artikel 24, lid 3, artikel 26, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 32, lid 7, en artikel 39 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 24, lid 3, artikel 26, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 32, lid 7, en artikel 39 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een intrekkingsbesluit beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.

5.Een overeenkomstig artikel 24, lid 3, artikel 26, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 32, lid 7, en artikel 39 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 63
Evaluatie en verslag

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening maakt de Commissie een evaluatie van deze verordening en dient zij, na overleg met EIOPA, een verslag met de belangrijkste bevindingen in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Wanneer die evaluatie belangrijke problemen met het functioneren van de verordening aan het licht brengt, dient in het verslag te worden aangegeven hoe de Commissie voornemens is de vastgestelde problemen te adresseren, met inbegrip van stappen en een tijdschema voor de mogelijke herziening.

Artikel 64
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

   1.1.    Benaming van het voorstel/initiatief

   1.2.    Betrokken beleidsterrein(en)

   1.3.    Aard van het voorstel/initiatief

   1.4.    Doelstelling(en)

   1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief

   1.6.    Duur en financiële gevolgen

   1.7.    Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

   2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen

   2.2.    Beheers- en controlesysteem

   2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

   3.1.    Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

   3.2.    Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

   3.2.1.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

   3.2.2.    Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   3.2.3.    Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   3.2.4.    Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   3.2.5.    Bijdragen van derden

   3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Financiële diensten

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

X Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 52  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

·De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Een diepere en rechtvaardigere interne markt met een versterkte industriële basis

·Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr. 2.4.

Consumenten hebben toegang tot veilige en betrouwbare verzekerings-, pensioen- en icbe-producten


·Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Verder ontwikkelen van de kapitaalmarkten van de EU richting voldoende diepe, liquide en efficiënte markten ten behoeve van investeringen en groei in de EU. Een goed functionerende interne markt voor persoonlijke pensioenen kan significant ertoe bijdragen:

- consumenten voldoende keuze te bieden aan persoonlijke pensioenproducten met minimale EU-kwaliteitsnormen die consumentenbescherming verzekeren,

- consumenten en aanbieders van pensioenproducenten voldoende markttoegang te bieden in heel de EU.

·Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

Na de inwerkingtreding van de verordening zal de Commissie de toepassing monitoren via regelmatige EIOPA-rapportage (bijv. jaarlijkse coördinatie van het toezichtsproces) en via regelmatige contacten met belanghebbenden (bijvoorbeeld consumenten, industrie en/of ETA's).

Kernprestatie-indicatoren voor het monitoren van de impact van de maatregel (beoordeeld bv. 5 jaar na het van toepassing worden van de PEPP-verordening):

KPI’s voor het monitoren van de doelstelling om de investeringen in de EU te vermeerderen en bij te dragen tot de voltooiing van de kapitaalmarktenunie:

KPI 1: Totale marktpenetratie (in termen van activa onder beheer) van PPP's inclusief nationale PPP's en het PEPP, in vergelijking met het basisscenario.

De totale marktpenetratie in termen van activa onder beheer van alle PPP's inclusief nationale PPP's en het PEPP is een maatstaf voor succes aangezien het PEPP de benchmark zal bepalen op het stuk van productkenmerken. Vanwege concurrentiekrachten kunnen nationale PPP's PEPP-kenmerken overnemen en de marktpenetratie aanjagen. Succes is te meten ingeval de trend in de totale marktpenetratie statistisch hoger zou zijn dan de marktpenetratie van het basisscenario (inclusief nationale PPP's). Deze informatie is beschikbaar via de huishoudelijke statistische enquête van EUROSTAT, die gecombineerd moet worden met informatie van EIOPA.

KPI 2: Geografische en sectorale spreiding van PEPP-aanbieders en beleggingen in PEPP's

Een breed geografisch spectrum van de marktpenetratie van PEPP's zou hun populariteit aantonen ongeacht het relatieve vermogen van huishoudens in de verschillende lidstaten en bewijs vormen van de bijdrage tot een kapitaalmarktenunie. Een brede kring van PEPP-aanbieders uit verschillende sectoren van de financiële industrie zou getuigen van de economische levensvatbaarheid van PEPP's en de toenemende intersectorale concurrentie en zou bewijs vormen van de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt voor persoonlijke pensioenen als onderdeel van de kapitaalmarktenunie.

KPI's voor het monitoren van de verbetering van productkenmerken op de markt voor persoonlijke pensioenen

KPI 3: Aantal PEPP-registraties zoals overgenomen uit het centrale register dat wordt bijgehouden door EIOPA.

Het aantal aanvragen na invoering van het PEPP geeft belangrijke informatie over de beschikbaarheid en marktacceptatie van kenmerken van het PEPP.

KPI 4: Relatief aandeel van de PPP's (inclusief nationale PPP's en PEPP's) in vergelijking met huishoudelijke financiële activa.

Een statistische stijging van het relatieve aandeel (in vergelijking met het basisscenario) zou impliceren dat huishoudens na de invoering van het PEPP een hoger percentage besparingen in PPP's hebben in vergelijking met andere aangehouden financiële activa zoals b.v. besparingen in deposito. Dit statistisch gegeven is beschikbaar ingevolge de huishoudelijke statistische enquête van EUROSTAT, die gecombineerd moet worden met informatie van EIOPA.

KPI’s voor het monitoren van het grensoverschrijdend aanbod en de grensoverschrijdende meeneembaarheid van PPP’s:

KPI 5: Aantal aanbieders die een paspoort gebruiken over een periode van 5 jaar (grensoverschrijdende activiteit door aanbieders, via het vrij verrichten van diensten of via de vrijheid van vestiging)

Een positieve trend in het aantal aanbieders die een paspoort gebruiken is een indicator van verhoogde grensoverschrijdende activiteit van aanbieders. Deze gegevens moeten beschikbaar zijn via de bevoegde autoriteiten & ETA’s.

KPI 6: Relatief aandeel (in aantallen en in waarde van de activa onder beheer) van PEPP’s met meer dan één (nationaal) compartiment in vergelijking met alle PPP’s (met inbegrip van nationale PPP’s en PEPP’s) (maatstaf van grensoverschrijdende activiteit van natuurlijke personen).

Een positieve trend van het aandeel van PEPP’s met meer dan één compartiment is een indicator dat natuurlijke personen in een grensoverschrijdende context aan het PEPP deelnemen. Deze gegevens moeten beschikbaar zijn via de bevoegde autoriteiten & ETA’s.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

·Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Aan EIOPA worden bepaalde toezichtsbevoegdheden toevertrouwd overeenkomstig de verordening. Zij zal namelijk worden belast met het verlenen van een vergunning aan PEPP’s en instellen en bijhouden van een centraal register. Zij zal ook het toezicht coördineren met andere ETA’s en NCA’s.

Op korte termijn zal EIOPA interne administratieve processen moeten instellen, een centraal register moeten creëren, uitvoeringsnormen moeten ontwikkelen en klaar moeten zijn om PEPP’s een vergunning te verlenen.

Op langere termijn zal EIOPA het toezicht moeten kunnen coördineren, door het coördineren van het toezicht van de bevoegde nationale autoriteiten. EIOPA zal ook informatie moeten verzamelen en moeten rapporteren over marktgegevens met betrekking waartoe EIOPA op grond van de verordening verplicht is om periodiek aan de Commissie te rapporteren.

·Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, o.a. coördinatiewinst, rechtszekerheid, een grotere doeltreffendheid en complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie" verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die zou zijn gecreëerd indien alleen de lidstaat een maatregel had getroffen.

Redenen voor een EU-optreden (ex-ante)

- beperken van het risico van divergente en inconsistente toepassing van de verordening door de verschillende nationale bevoegde autoriteiten;

- veelheid van betrokken nationale bevoegde autoriteiten en risico’s van bevoegdheidsconflicten (waarvoor bindende bemiddeling wordt voorgesteld);

Zoals blijkt uit de effectbeoordeling, zal het belasten van EIOPA met de registratie en de coördinatie van het toezicht op PEPP's die problemen verhelpen of significant verminderen.

Verwachte gegenereerde meerwaarde voor de Unie (ex-post) [...]

Het instellen van een eengemaakte markt voor het PEPP en zorgen voor de toereikende financiering ervan.

·Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Dit toezichtsmodel is een beproefde kosteneffectieve methode om het doel van een echte eengemaakte markt en een toereikend kapitaalmarktenunieperspectief te bereiken met een hoog niveau van consumentenbescherming. De Europese toezichthoudende autoriteiten zijn al met dergelijke taken belast geworden en de ervaring was over het algemeen positief.

·Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

EIOPA heeft beperkte toezichtsbevoegdheden op het gebied van toezichtsconvergentie. Synergieën kunnen worden verkregen uit hoofde van de bestaande bevoegdheden van EIOPA op het gebied van inspecties ter plaatse en toezichtsconvergentie hoewel aan EIOPA nog geen bevoegdheid is toevertrouwd om vergunningen te verlenen.


1.6.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

X Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2019 tot en met 2020,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 53  

 Direct beheer door de Commissie

◻ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met lidstaten

X Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;

◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

◻de EIB en het Europees Investeringsfonds;

X de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

◻ publiekrechtelijke organen;

◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1 Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Conform reeds bestaande regelingen brengt de EIOPA periodiek verslag uit over haar werkzaamheden (met inbegrip van interne rapportage aan de hoogste leiding, MB-rapportage en een zesmaandelijks activiteitenverslag aan de raad van toezicht en de opstelling van het jaarverslag) en wordt zij onderworpen aan audits van de Rekenkamer en de Dienst Interne Audit wat het gebruik van middelen betreft. Bij de monitoring en verslaglegging in verband met de thans voorgestelde maatregelen zullen reeds geldende voorschriften in acht worden genomen.

2.2 Beheers- en controlesysteem

·Mogelijke risico's

Wat het rechtmatige, economische en efficiënte gebruik van uit het voorstel voortvloeiende kredieten betreft, wordt verwacht dat het voorstel geen andere risico’s met zich mee zal brengen dan die welke momenteel door een bestaand intern controlekader van EIOPA worden bestreken.

·Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

De beheers- en controlesystemen waarin de EIOPA-verordening voorziet, zijn reeds tot stand gebracht. EIOPA werkt nauw samen met de Dienst Interne Audit van de Commissie om ervoor te zorgen dat op alle terreinen van de interne controle aan de toepasselijke normen wordt voldaan. Deze regelingen gelden ook ten aanzien van de rol van EIOPA in het kader van het onderhavige voorstel. Er worden jaarlijkse internecontroleverslagen toegezonden aan de Commissie, het Parlement en de Raad.

·Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

Niet van toepassing

2.3 Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten is Verordening (EG) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zonder enige beperking van toepassing op EIOPA.

EIOPA is toegetreden tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en heeft passende regelingen getroffen die op alle werknemers van EIOPA van toepassing zijn.

EIOPA heeft momenteel een specifieke strategie tegen fraude en daaruit voortvloeiend actieplan. Aan de strategie en het actieplan is in 2014 uitvoering gegeven. De versterkte acties van EIOPA op het gebied van fraudebestrijding zullen stroken met de regels en richtsnoeren van het Financieel Reglement (fraudebestrijdingsmaatregelen in het kader van een goed financieel beheer), het fraudepreventiebeleid van OLAF, alsook met de regelingen waarin is voorzien door de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (COM(2011) 376) en de Gemeenschappelijke Aanpak voor gedecentraliseerde EU-agentschappen (juli 2011) en de desbetreffende routekaart.

De verordening tot oprichting van EIOPA stelt de bepalingen vast inzake de tenuitvoerlegging en controle van de begroting van EIOPA en de toepasselijke financiële voorschriften.

[…]

3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1 Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer
[…][Omschrijving………………………...……………]

GK/ NGK 54

van EVA-landen 55

van kandidaat-lidstaten 56

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1a

12 02 05 EIOPA

Gespl.

NEEN

NEEN

NEEN

NEEN

Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen (niet van toepassing)

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer
[…][Omschrijving ………………………………………]

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

[…][XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2 Geraamde gevolgen voor de uitgaven

·Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

Nummer

[Rubriek 1A.……………………………………………………………….]

DG: FISMA

Jaar
2019

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

• Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel 12 02 05 EIOPA

Vastleggingen

(1)

0,348

0,251

PM 100% zou 870,5k voor 2019 en 629,2k voor 2020 geven, door medefinancieringsregeling 60/40, slechts 40% wordt hier vermeld

Betalingen

(2)

0,348

0,251

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2 a)

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 57  

Nummer begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten
voor DG FISMA – (40%)

Vastleggingen

=1+1a +3

0,348

0,251

Betalingen

=2+2a

+3

0,348

0,251






TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

(6)

TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK <….>
van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

• TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

(6)

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
van het meerjarige financiële kader
(referentiebedrag)

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6





Rubriek van het meerjarige financiële
kader

5

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

• Personele middelen

• Andere administratieve uitgaven

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
N 58

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarige financiële kader 

Vastleggingen

0,348

0,251

Betalingen

0,348

0,251

·Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

X    Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: NIET VAN TOEPASSING

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 59

Gem. kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 60

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTALE KOSTEN

·Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

·Samenvatting

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
N 61

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

Buiten RUBRIEK 5 62
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere
administratieve uitgaven

Subtotaal
buiten RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

TOTAAL

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.1. Geraamde personeelsbehoeften

X    Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE) 63

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 yy  64

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

X    Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibele instrument of herziening van het meerjarige financiële kader.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

3.2.5. Bijdragen van derden

◻Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

X Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron - NCA's 60%

0,870

0,629

PM 100%

TOTAAL medegefinancierde kredieten

0,522

0,377

PM 60% wegens medefinancieringsregeling





3.3 Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

X    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 65

Jaar
N

Jaar
N+1

Jaar
N+2

Jaar
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

[…]

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

[…]



BIJLAGE bij het financieel memorandum voor het voorstel over een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP)

Toegepaste methode en voornaamste basisaannamen

De kosten in verband met de coördinatie van het toezicht op het PEPP door EIOPA zijn geraamd op basis van drie kostencategorieën: de personeelskosten, de infrastructuurkosten en de werkingskosten, overeenkomstig de classificatie in de begroting van EIOPA.

Volgens de voorlopige huidige schattingen van de Commissie zullen de vergunnings- en toezichtstaken in verband met het PEPP in 2019 3 nieuwe personeelsleden en voor het jaar 2020 1 extra personeelslid vereisen. Dit zou bovenop de personeelsleden komen die momenteel bij EIOPA werken en onder het huidige budget voor EIOPA vallen. De kosten worden op 60/40-basis met de lidstaten gedeeld.

De behoefte aan meer personeel weerspiegelt de extra taken die door de verordening worden toevertrouwd aan EIOPA en betreft de coördinatie van het toezicht op de PEPP’s:

·vergunningsverleningsproces voorbereiden en beheren;

·opzetten en bijhouden van een centraal register 66 ;

·technische normen ontwikkelen waarin de verordening voorziet;

·samenwerking tussen nationale bevoegde autoriteiten faciliteren;

·voorbereiden van het opnemen van de coördinatie van het doorlopend toezicht door de nationale bevoegde autoriteiten: opzetten van het rapportgage- en monitoringkader

·jaarlijks, monitoren van en rapporteren over KPI’s

Deze nieuwe taken zijn vastgesteld in de voorgestelde verordening en nauwkeuriger omschreven in de toelichting. Zij omvatten, maar zijn niet beperkt tot, de registratie van PEPP's, coördinatie van het toezicht op geregistreerde PEPP's, waarbij periodieke contacten met het management / personeel van de onder toezicht staande entiteiten vereist zijn, beantwoorden van vragen, klachten of verzoeken van nationale bevoegde autoriteiten of consumenten, monitoring van de naleving door PEPP's van eisen in de PEPP-verordening, verzoeken om informatie van PEPP's of personen die betrokken zijn bij het beheer van de regelingen, controles ter plaatse, onderzoeken van vastleggingen en horen van personen over vermeende inbreuken op de verordening. EIOPA zou ook een rol kunnen vervullen in verband met de bevoegdheid van de bevoegde nationale autoriteiten om de registratie in te trekken en andere toezichtsmaatregelen te nemen als genoemd in artikel 57 van de PEPP-verordening en geldboeten en dwangsommen op te leggen aan PEPP’s die inbreuk maken op de verordening en daarbij bewijs te leveren van de inbreuk en het bedrag van de geldboete of de dwangsom voor te stellen. Ook zou EIOPA bindende bemiddeling kunnen bieden als de nationale bevoegde autoriteiten deze vereisen.

Hieronder worden de algemene aannames voor de berekening van extra middelen, de kosten van nieuw personeel en de extra infrastructuurkosten beschreven.  

Algemene aannames bij het berekenen van extra middelen

De berekening van de extra middelen is gebaseerd op de volgende aannames.

Er wordt aangenomen dat de verordening aan het begin van 2019 van toepassing wordt en op basis van algemene belangstelling die is te kennen gegeven tijdens stakeholdervergaderingen zullen naar schatting ca. 325 aanbieders in de volgende 5 jaar een PEPP-registratie aanvragen op basis van de ervaring met andere nieuwe regimes zoals IBPV (80 registraties in 2 jaar) en LTIF (5 in één jaar). Eens geregistreerd, zullen deze PEPP's onder toezicht staan van nationale bevoegde autoriteiten, welk toezicht door EIOPA gecoördineerd zal worden.

Extra posten zullen naar wordt aangenomen permanent personeel of tijdelijke functionarissen met de graad AD7 behelzen, met gemiddelde salariskosten van 138.000 EUR zoals weergegeven in tabel 1.

Een algemene opmerking: de kosten voor EIOPA worden momenteel op 60/40-basis tussen de lidstaten en de Commissie verdeeld.

Tabel 1 Personeelskosten

Personeelscategorie

Totale gemiddelde kosten ten behoeve van de financiële overzichten (*)

Gemiddelde kosten zonder „habillage” (**)

Ambtenaar

138.000 EUR/jaar

115.000 EUR/jaar

Tijdelijke functionaris

138.000 EUR/jaar

115.000 EUR/jaar

(**) Vastgoedlasten, meubilair, IT enz.

Andere aannames

Omdat EIOPA in Frankfurt is gevestigd, wordt een salariscorrectiecoëfficiënt van 0,972 gehanteerd door de lagere kosten van levensonderhoud vergeleken met Brussel.

De kosten van dienstreizen worden geraamd op 10.000 EUR per personeelslid per jaar.

Aanwervingsgerelateerde kosten (reizen, hotels, medische onderzoeken, installatie en andere vergoedingen, verhuizingskosten, enz.) worden geschat op 12.700 EUR per personeelslid.

Berekening van het extra personeelsbestand

Voor de berekening van het extra personeelsbestand bij EIOPA worden de nieuwe taken verdeeld in drie hoofdgebieden van nieuwe werkzaamheden die aan EIOPA zijn toebebeeld: Verlenen van vergunningen, coördinatie van toezicht en beleidswerkzaamheden. Voor deze gebieden wordt de volgende schatting van de hoeveelheid werk in aanmerking genomen.

Voor de vergunningsverlening wordt geschat dat één ambtenaar (voor de duidelijkheid gelijkgesteld aan één Fte) 1 vergunning per twee weken kan afhandelen, d.w.z. ca. 25 per jaar. Aangenomen wordt dat het eerste jaar van toepassing (d.w.z. 2019) ca. 25 aanvragen zal tellen, een aantal dat zal oplopen tot 75 in elk van de volgende volledige jaren.

De feitelijke coördinatie van de toezichtswerkzaamheden zal weinig werk vragen in het eerste jaar, wanneer het aantal regelingen dat onder toezicht staat van nationale bevoegde autoriteiten nog klein is, wat zal toenemen wanneer het tempo stijgt waarin jaarlijks vergunningen moeten worden verleend voor regelingen. Op bepaalde punten is synergie mogelijk op basis van de bestaande bevoegdheden voor EIOPA op het gebied van toezichtsconvergentie, alhoewel de nieuwe bevoegdheden die aan EIOPA voor PEPP worden verleend uitgebreider zijn.

Voor beleidswerk wordt allereerst in aanmerking genomen dat de verordening meerdere mandaten omvat voor EIOPA om te werken aan technische normen. Ten tweede wordt monitoring van en rapportering over de kernprestatie-indicatoren verwacht. Hier moet enig synergie mogelijk zijn; EIOPA heeft reeds beleidsexpertise waarmee een deel van de nieuwe taken kan worden opgenomen terwijl in de behoefte aan expertise op het specifieke gebied wordt voorzien.

Specifieke IT en ondersteuning behelst voornamelijk de oprichting van het centrale register, of PEPP-register, alsook de ondersteunende infrastructuur voor de rapportage over de kernprestatie-indicatoren en wordt voor de berekeningen van het personeelsbestand geacht verzorgd te worden door het huidige personeelsbestand van EIOPA.

Tabel 2 geeft het totale geschatte extra personeelsbestand per gebied voor EIOPA op het gebied van PEPP weer.

Tabel 2 Totaal Fte per jaar per gebied voor PEPP

Totaal Fte per gebied voor PEPP

2019

2020

Vergunningverlening

1

2

Coördinatie van toezicht

1

1

Beleidswerkzaamheden

1

1

Totaal

3

4

De toekomstige behoeften na 2020 zullen worden berekend en toegewezen in de context van het toekomstige meerjarige financiële kader.

Berekening van de infrastructuuruitgaven

De belangrijkste uitgaven voor bijkomende infrastructuur hebben betrekking op het opzetten van een centraal register, begeleidende rapportagevereisten en het opzetten van een database om de kernprestatie-indicatoren te monitoren. Voor deze IT-gerelateerde uitgaven wordt aangenomen dat in totaal 400.000 EUR vereist is, 10% jaarlijkse onderhoudskosten meegerekend. Aannames waarop dit totaalbedrag gebaseerd is:

·opzetten en bijhouden van een centraal register of PEPP-register

·Denkbaar is de oprichting van een 'centraal register', vergelijkbaar met een van de bestaande registers, b.v. het register van prudentiële voorzieningen van IBPV’s; met een paar honderd geregistreerde pensioenproducten met productnaam, financiële gegevens, KPI's en potentieel kwalitatieve informatie; eenmaal per jaar geactualiseerd; operationele start in 2019, uiterlijk begin 2020;

·voorbereiden van het opnemen van de coördinatie van het doorlopend toezicht: opzetten van het rapportage- en monitoringkader, de verzamelde gegevens van het 'centrale register' moeten worden geïntegreerd in de centrale databank van EIOPA en moeten beschikbaar worden gesteld via de corporate businessintelligence-oplossing; integratiewerkzaamheden zouden noodzakelijk zijn en er zullen nieuwe licenties voor nieuwe personeelsleden moeten worden aangeschaft.

Totaal bedrag van de uitgaven 2019-2020

Rekening houdend met de bovenstaande aanname worden de totale geschatte bedragen voor de PEPP-taken die EIOPA voor de periode 2019-2020 moet verrichten, in tabel 3 weergegeven.

 

Tabel 3 Totale uitgaven in verband met EIOPA voor PEPP in de jaren 2019-2020

Bedrag in duizenden

Soort kosten

Berekening

2019

2020

Personeelsuitgaven / Salarissen en vergoedingen

138k per personeelslid x 0,972

402,4

536,5

Uitgaven in verband met indienstnemingen

12,7k forfaitair per nieuw personeelslid

38,1

12,7

Dienstreizen

10k per personeelslid/jaar

30

40

Infrastructuur/IT

400k + 10 % onderhoud

400

40

Totaal (*)

870,5

629,2

(*) Totale bedragen: zonder rekening te houden met de 60/40-verdeling lidstaten/Commissie voor de EIOPA-begroting.

(1) Dit betreft bijvoorbeeld distributie, beleggingsbeleid, overstap naar een andere aanbieder, grensoverschrijdend aanbod of grensoverschrijdende meeneembaarheid. Zo kunnen bij sommige bestaande persoonlijke pensioenproducten spaarders niet naar een andere aanbieder overstappen.
(2) COM(2015) 468 final, blz.19.
(3) Resolutie van het Europees Parlement van 19 januari 2016 over de inventaris en uitdagingen van de EU-verordening financiële diensten: impact en op weg naar een efficiënter en doeltreffender EU-kader voor financiële regelgeving en een kapitaalmarktenunie, 2015/2106(INI), punt 20.
(4) Conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2016, EUCO 26/16, punt 11.
(5) COM(2016) 601 final, blz. 4.
(6) COM(2017) 292 final, blz. 6.
(7) Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46.
(8) Richtlijn 2014/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende minimumvereisten voor de vergroting van de mobiliteit van werknemers tussen de lidstaten door het verbeteren van de verwerving en het behoud van aanvullende pensioenrechten, PB L 128 van 30.4.2014, blz. 1.
(9) Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's), PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37.
(10) http://ttype.eu/
(11) http://www.resaver.eu/. Het RESAVER-project is een sectorspecifiek bedrijfspensioenfonds dat bedoeld is om het voor onderzoekers gemakkelijker te maken hun pensioenregeling te behouden als ze van onderzoeksinstelling veranderen in landen van de EU. Het omvat ook een optie persoonlijk pensioen
(12) Witboek Een agenda voor adequate, veilige en duurzame pensioenen, COM(2012) 55 final van 16 februari 2012.
(13) C(2017)4393.
(14) Richtlijn (EU) 2016/97, Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 1286/2014.
(15) Ernst & Young, Study on a European Personal Pension Framework for the Commission. Zie deel 3.2.
(16) Zie de samenvatting van de publieke raadpleging in bijlage 2 van de effectbeoordeling.
(17) EIOPA’s advice on the development of an EU Single Market for personal pensions products (PPP), July 2016, https://eiopa.europa.eu/Publications/Consultations/EIOPA%27s%20advice%20on%20the%20development%20of%20an%20EU%20single%20 market%20for%20personal%20pension%20products.pdf
(18) EIOPA, Towards an EU single market for personal pensions, 2014, beschikbaar op: https://eiopa.europa.eu/Publications/Reports/EIOPA-BoS-14-029_Towards_an_EU_single_market_for_Personal_Pensions-_An_EIOPA_Preliminary_Report_to_COM.pdf
(19) http://www.oecd.org/pensions/Stocktaking-Tax-Treatment-Pensions-OECD-EU.pdf
(20) http://www.oecd.org/daf/fin/private-pensions/financial-incentives-retirement-savings.pdf
(21) Beschikbaar op: http://www.oecd.org/daf/fin/private-pensions/Core-Principles-Private-Pension- Regulation.pdf
(22) http://www.oxera.com/Latest-Thinking/Publications/Reports/2013/Study-on-the-position-of-savers-in-private-pension.aspx
(23) Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transparency/regdoc/?fuseaction=ia
(24) Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transparency/regdoc/?fuseaction=ia
(25) Beschikbaar op: http://ec.europa.eu/transparency/regdoc/?fuseaction=ia
(26) Het vereiste dat een trustee, een beleggingsmanager van pensioenfondsen of een zaakwaarnemer (een vertrouwensagent) financiële middelen moet beleggen met discretie, zorg en verstand. Beleggingen die over het algemeen aan het prudentiebeginsel voldoen zijn onder meer solide “blue chip”-effecten, gedekte leningen, federaal gewaarborgde hypotheken, schatkistcertificaten en andere conservatieve beleggingen die een redelijk rendement bieden.
(27) PB C van , blz. .
(28) Actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie, Europese Commissie, 30 september 2015 COM(2015) 468 final.
(29) Resolutie van het Europees Parlement van 19 januari 2016 over de inventaris en uitdagingen van de EU-verordening financiële diensten: impact en op weg naar een efficiënter en doeltreffender EU-kader voor financiële regelgeving en een kapitaalmarktenunie, 2015/2106(INI), punt 20.
(30) Conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2016, EUCO 26/16, punt 11.
(31) COM(2016) 601 final, blz. 4.
(32) COM(2017) 292 final, blz. 6.
(33) Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP's), PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1.
(34) Gedelegeerde Verordening van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip's) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, inhoud, evaluatie en herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken.
(35) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
(36) Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
(37) Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).
(38) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's “Het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector”, van 8 december 2010, COM/2010/0716 def.
(39) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(40) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(41) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
(42) Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PB L 9 van 15.1.2003, blz. 3).
(43) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).
(44) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
(45) Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) (herschikking) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).
(46) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
(47) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
(48) Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).
(49) Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 63).
(50) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(51) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
(52) Als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(53) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(54) GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(55) EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(56) Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(57) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(58) Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.
(59) Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(60) Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".
(61) Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.
(62) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(63) AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(64) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(65) Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.
(66) Onafhankelijk van aan IT en technische ondersteuning gerelateerde kosten.
Top