Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0218

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD waarbij de Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie

COM/2017/0218 final

Brussel, 3.5.2017

COM(2017) 218 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

waarbij de Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie


TOELICHTING

1.    ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat elke lidstaat overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen kan besluiten zich uit de Unie terug te trekken. De lidstaat die besluit zich terug te trekken, dient kennis van zijn voornemen te geven aan de Europese Raad.

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie sluit de Unie in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad na onderhandelingen met de zich terugtrekkende staat een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie.

Er zij op gewezen dat de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord uiterlijk 30 maart 2019 moet zijn, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Bij gebreke daarvan zullen met ingang van 30 maart 2019 om 00:00 uur (plaatselijke tijd Brussel) alle Unieverdragen en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie niet meer van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk wordt met ingang van de datum van terugtrekking een derde land. Vanaf dezelfde datum zijn de Verdragen evenmin van toepassing op de landen en gebieden overzee die bijzondere betrekkingen onderhouden met het Verenigd Koninkrijk 1 en op de Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door het Verenigd Koninkrijk worden behartigd en waarop de Verdragen van toepassing zijn krachtens artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De Europese Raad heeft richtsnoeren vastgesteld op 29 april 2017. In het licht van die richtsnoeren wordt in deze aanbeveling voorgesteld dat de Raad de Commissie machtigt om onderhandelingen te openen voor een akkoord met het Verenigd Koninkrijk houdende de voorwaarden voor zijn terugtrekking uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, de Commissie aanstelt als onderhandelaar van de Unie en onderhandelingsrichtsnoeren geeft aan de Commissie.

De onderhandelingen zullen worden gevoerd in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad, in overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren en met inachtneming van de resolutie van het Europees Parlement van 5 april 2017. Er zal een gefaseerde aanpak van de onderhandelingen worden gevolgd, zoals aangegeven in de richtsnoeren van de Europese Raad. De aanbevolen onderhandelingsrichtsnoeren in de bijlage hebben betrekking op de eerste fase van de onderhandelingen, waarin prioriteit zal worden gegeven aan aangelegenheden die in dit stadium als strikt noodzakelijk voor een ordelijke terugtrekking zijn aangemerkt. De onderhandelingsrichtsnoeren kunnen worden gewijzigd en aangevuld tijdens de gehele duur van de onderhandelingen, met name om rekening te houden met de richtsnoeren van de Europese Raad naarmate deze zich ontwikkelen en met het oog op de volgende fase van de onderhandelingen.

Een akkoord over de toekomstige betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk kan pas worden voltooid en gesloten nadat het Verenigd Koninkrijk een derde land is geworden. Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vereist evenwel dat in het akkoord dat de terugtrekking regelt, rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen met de Unie. Daartoe dient, zodra de Europese Raad besluit dat voldoende vooruitgang is geboekt om naar de volgende fase van de onderhandelingen over te gaan, tijdens een tweede fase van de onderhandelingen uit hoofde van artikel 50 een algeheel kader voor de toekomstige betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk te worden overeengekomen.

Overgangsregelingen in het kader van het terugtrekkingsakkoord, met inbegrip van bruggen naar het te verwachten kader voor de toekomstige betrekkingen, zullen in het licht van de geboekte vooruitgang worden vastgesteld op voorwaarde dat de Unie en het Verenigd Koninkrijk overeenstemming bereiken over het kader voor de toekomstige betrekkingen dat in de tweede fase van de onderhandelingen zal worden bepaald. Daarom vallen aangelegenheden die deel kunnen uitmaken van dergelijke overgangsregelingen niet onder deze aanbevolen onderhandelingsrichtsnoeren en zullen zij in een later stadium worden aangewezen. Deze aanpak moet het mogelijk maken de beperkte tijd die krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie beschikbaar is om een akkoord te sluiten, efficiënt te besteden.

Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad zullen de volgende kernbeginselen in dezelfde mate van toepassing zijn op de onderhandelingen over een ordelijke terugtrekking, op elke inleidende en voorbereidende bespreking over het kader van toekomstige betrekkingen, en op elke vorm van overgangsregeling:

ieder akkoord moet gebaseerd zijn op een evenwicht tussen rechten en verplichtingen en een gelijk speelveld garanderen;

het behouden van de integriteit van de eengemaakte markt sluit uit dat per sector voor al dan niet deelnemen kan worden gekozen;

een niet-lid van de Unie, dat niet dezelfde verplichtingen naleeft als een lid, kan niet dezelfde rechten en dezelfde voordelen genieten als een lid;

deelname aan de eengemaakte markt vereist de aanvaarding van alle vier de vrijheden;

de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk zullen betrekking hebben op één alomvattend pakket. In overeenstemming met het beginsel dat er geen akkoord bestaat voordat er over alles een akkoord bestaat, kunnen afzonderlijke kwesties niet afzonderlijk worden geregeld. De Unie zal de onderhandelingen met eensgezinde standpunten tegemoet treden, uitsluitend via de in de richtsnoeren van de Europese Raad en in de onderhandelingsrichtsnoeren vastgelegde kanalen, en er zullen geen separate onderhandelingen plaatsvinden tussen afzonderlijke lidstaten en het Verenigd Koninkrijk over aangelegenheden betreffende de terugtrekking;

het akkoord moet de autonomie van de Unie inzake haar besluitvorming alsmede de rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie eerbiedigen.

Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie

De onderhandelingen en het akkoord op grond van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn volledig in overeenstemming met de Verdragen en behouden de integriteit en de autonomie van de rechtsorde van de Unie. Zij bevorderen de waarden, doelstellingen en belangen van de Unie en waarborgen de samenhang, de doeltreffendheid en de continuïteit van haar beleid en haar optreden.

Grondrechten

Volgens artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie erkent de Unie de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgesteld in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat dezelfde juridische waarde heeft als de Verdragen. De grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en zoals zij voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben, maken bovendien als algemene beginselen deel uit van het recht van de Unie.

Deze rechten, vrijheden en beginselen blijven volledig behouden en beschermd in de Unie, zowel tijdens het onderhandelingsproces met het Verenigd Koninkrijk op grond van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, als na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het Verenigd Koninkrijk heeft kennis gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Europese Unie. Bijgevolg is artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie de rechtsgrondslag voor de onderhandelingen over en de sluiting van een terugtrekkingsakkoord. Er zij op gewezen dat volgens artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie eveneens van toepassing is op de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Overeenkomstig artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarnaar in artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt verwezen, doet de Commissie aanbevelingen aan de Raad, die een besluit houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen vaststelt en de onderhandelaar van de Unie aanwijst.

Evenredigheid

Bij deze aanbeveling wordt aan de Raad voorgesteld om machtiging te verlenen tot het openen van de onderhandelingen en de onderhandelaar aan te wijzen, overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, in samenhang met artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het doel van de onderhandelingen uit hoofde van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is te zorgen voor een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie. Aangezien een akkoord over de toekomstige betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk pas kan worden gesloten nadat het Verenigd Koninkrijk een derde land is geworden, zullen de onderhandelingen niet gaan over aangelegenheden die verband houden met het kader voor de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, maar wel rekening houden met dat kader.

Keuze van het instrument

Volgens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dient met het Verenigd Koninkrijk te worden onderhandeld over een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking uit de Europese Unie. Artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat de Commissie aanbevelingen moet doen aan de Raad, die een besluit dient vast te stellen waarbij de onderhandelaar van de Unie wordt aangewezen en waarbij machtiging wordt verleend tot het openen van onderhandelingen. Een besluit van de Raad is het passende instrument voor de Raad om de Commissie te dien einde te machtigen.

3.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De onderhavige aanbeveling, waarbij wordt voorgesteld dat de Raad de onderhandelaar van de Unie aanwijst en de Commissie machtigt onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk te openen, heeft naar verwachting geen onmiddellijke gevolgen voor de begroting, voor wat betreft het onderhandelingsproces. De budgettaire gevolgen van het uit de onderhandelingen voortvloeiende akkoord op grond van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zullen worden verduidelijkt wanneer de passende voorstellen betreffende de ondertekening en de sluiting van het akkoord worden ingediend.

4.OVERIGE ELEMENTEN

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

In artikel 1 van het aanbevolen besluit van de Raad geeft de Raad machtiging om de onderhandelingen te openen en wijst hij de Commissie aan als onderhandelaar van de Unie voor het akkoord met het Verenigd Koninkrijk over de voorwaarden voor zijn terugtrekking uit de Unie en uit de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

In artikel 2 van het aanbevolen besluit van de Raad stelt de Raad vast dat de onderhandelingen worden gevoerd in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad en van de in de bijlage opgenomen richtsnoeren.

In de aanbevolen bijlage bij het besluit van de Raad worden de onderhandelingsrichtsnoeren vastgesteld voor de volgende aangelegenheden:

de rechten van burgers;

één alomvattende financiële regeling voor de begroting van de Unie en de beëindiging van het lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk van de instellingen en organen die bij de Verdragen zijn ingesteld, alsmede van de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan specifieke fondsen en faciliteiten met betrekking tot het beleid van de Unie;

regelingen betreffende in de handel gebrachte waren en lopende procedures op grond van het recht van de Unie;

regelingen met betrekking tot overige administratieve kwesties in verband met de werking van de Unie;

de governance van het akkoord.

Publicatie van het besluit en de in de bijlage opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren

De Commissie stelt de Raad voor het besluit houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie en tot aanstelling van de Commissie als onderhandelaar van de Unie, alsmede de in de bijlage opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren, openbaar te maken.

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

waarbij de Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien de Verdragen, en met name artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, in samenhang met artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de richtsnoeren van de Europese Raad van 29 april 2017,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de Europese Raad kennisgegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Europese Unie.

(2)Op 29 april 2017 heeft de Europese Raad richtsnoeren vastgesteld die het kader bepalen voor de onderhandelingen uit hoofde van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de algemene beginselen bevatten die de Unie tijdens de volledige onderhandelingscyclus zal volgen.

(3)In het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking (hierna “het terugtrekkingsakkoord” genoemd), waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie.

(4)De Verdragen zijn niet langer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk vanaf de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, twee jaar na de kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

(5)De onderhandelingen zouden dus onmiddellijk moeten worden geopend met het oog op het sluiten van een terugtrekkingsakkoord.

(6)Op 5 april 2017 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen met zijn standpunt over de terugtrekkingsonderhandelingen.

(7)De Commissie dient te worden gemachtigd onderhandelingen over een terugtrekkingsakkoord te openen en moet worden aangewezen als onderhandelaar van de Unie.

(8)Overeenkomstig artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie is artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing op de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie wordt gemachtigd tot het openen van onderhandelingen, namens de Unie, over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor zijn terugtrekking uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen met de Unie, en wordt hierbij aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.

Artikel 2

De onderhandelingen worden gevoerd in het licht van de door de Europese Raad vastgestelde richtsnoeren en in overeenstemming met de in de bijlage opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) Opgesomd in de laatste twaalf streepjes van bijlage II bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Top

Brussel, 3.5.2017

COM(2017) 218 final

BIJLAGE

bij

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

waarbij de Commissie wordt gemachtigd onderhandelingen te openen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie


BIJLAGE

Richtsnoeren voor de onderhandelingen over een akkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland over de voorwaarden voor de terugtrekking uit de Europese Unie

I.Doel van het terugtrekkingsakkoord

1.Nu het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna “het Verenigd Koninkrijk” genoemd) kennis heeft gegeven van zijn voornemen zich terug te trekken uit de Europese Unie, dient de Unie overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk te onderhandelen over een terugtrekkingsakkoord (hierna “het akkoord” genoemd).

2.Dit akkoord zal de voorwaarden bepalen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen met de Unie.

3.Het akkoord dient in de eerste plaats te verzekeren dat de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie ordelijk verloopt. In deze onderhandelingsrichtsnoeren wordt onder “de Unie” verstaan, de Europese Unie opgericht bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en/of, naargelang van het geval, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgericht bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

4.De onderhandelingen zullen worden gevoerd in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad en in overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren. De onderhandelingsrichtsnoeren bouwen voort op de richtsnoeren van de Europese Raad en ontwikkelen de standpunten van de Unie voor de terugtrekkingsonderhandelingen, geheel in overeenstemming met de in de richtsnoeren van de Europese Raad uiteengezette doelstellingen, beginselen en standpunten. De onderhandelingsrichtsnoeren kunnen worden gewijzigd en aangevuld tijdens de gehele duur van de onderhandelingen, met name om rekening te houden met de richtsnoeren van de Europese Raad naarmate deze zich ontwikkelen.

II.Aard en werkingssfeer van het akkoord

5.Het akkoord wordt na onderhandelingen door de Unie gesloten. Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verleent een buitengewone horizontale bevoegdheid aan de Unie om in dit akkoord alle aangelegenheden te regelen die voor de terugtrekking nodig zijn. Deze buitengewone bevoegdheid heeft een eenmalig karakter en is exclusief bedoeld om de terugtrekking uit de Unie te regelen. De uitoefening van deze bijzondere bevoegdheid door de Unie voor het akkoord laat de verdeling van bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten wat betreft de vaststelling van instrumenten op de betrokken gebieden in de toekomst onverlet.

6.In het akkoord dient te worden vermeld dat het recht van de Unie (alle primair recht, in het bijzonder het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de toetredingsverdragen en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsook het secundair recht en internationale overeenkomsten) niet langer van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk vanaf de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord (hierna “de datum van terugtrekking” genoemd).

7.Overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de richtsnoeren van de Europese Raad, dient in het akkoord ook te worden vermeld dat vanaf de datum van terugtrekking het recht van de Unie evenmin van toepassing is op de landen en gebieden overzee die bijzondere betrekkingen onderhouden met het Verenigd Koninkrijk 1 , en op de Europese grondgebieden waarvan de buitenlandse betrekkingen door het Verenigd Koninkrijk worden behartigd en waarop de Verdragen van toepassing zijn krachtens artikel 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Wat het territoriale toepassingsgebied van het terugtrekkingsakkoord en van het toekomstige kader betreft, moeten de onderhandelingsrichtsnoeren volledig in overeenstemming zijn met de punten 4 en 24 van de richtsnoeren van de Europese Raad.

8.De in het akkoord vast te stellen uiterste terugtrekkingsdatum is 30 maart 2019 om 00:00 uur (plaatselijke tijd Brussel), tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk, met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het Verenigd Koninkrijk is vanaf de datum van terugtrekking een derde land.

III.Doel en werkingssfeer van deze onderhandelingsrichtsnoeren

9.Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad worden de onderhandelingen in twee fasen gevoerd. De eerste fase heeft ten doel:

zoveel mogelijk duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden voor de burgers, de bedrijven, de belanghebbenden en de internationale partners over de onmiddellijke gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie;

te regelen dat het Verenigd Koninkrijk wordt losgemaakt van de Unie en van alle rechten en verplichtingen die voor het Verenigd Koninkrijk voortvloeien uit de verbintenissen die het als lidstaat is aangegaan.

10.Deze onderhandelingsrichtsnoeren zijn bedoeld voor de eerste fase van de onderhandelingen. Overeenkomstig het doel dat de Europese Raad voor de eerste fase van de onderhandelingen heeft gesteld, wordt in deze onderhandelingsrichtsnoeren prioriteit gegeven aan aangelegenheden die in dit stadium als strikt noodzakelijk voor een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie zijn aangemerkt.

11.Het regelen van de status en de rechten van EU27-burgers en hun gezinsleden in het Verenigd Koninkrijk en van burgers van het Verenigd Koninkrijk en hun gezinsleden in de EU27-lidstaten is de eerste prioriteit voor de onderhandelingen, gezien het aantal direct betrokken personen en de ernst van de gevolgen van de terugtrekking voor hen. Het akkoord moet inzake de rechten van die burgers de nodige doeltreffende, handhaafbare, niet-discriminerende en uitgebreide waarborgen bieden, met inbegrip van het recht het permanente verblijfsrecht te verwerven na een ononderbroken periode van vijf jaar legaal verblijf.

12.Een ordelijke terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie vereist de afwikkeling van de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de gehele periode dat het Verenigd Koninkrijk lid was van de Unie. De methode voor de financiële afwikkeling die gebaseerd is op de onder punt III.2 vastgelegde beginselen moet derhalve in de eerste fase van de onderhandelingen worden vastgesteld.

13.Om te voorkomen dat een rechtsvacuüm ontstaat en, voor zover mogelijk, onzekerheden te beperken, is in dit stadium bepaald dat het akkoord de situatie moet verduidelijken van waren die vóór de datum van de terugtrekking in de handel zijn gebracht en van onder punt III.3 vermelde lopende procedures.

14.De Unie zal zich overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad blijven beijveren voor vrede, stabiliteit en verzoening op het eiland Ierland. Het akkoord mag op geen enkele wijze afbreuk doen aan de in het Goede Vrijdagakkoord en de ermee samenhangende uitvoeringsakkoorden verankerde doelstellingen en afspraken; gezien de unieke omstandigheden en uitdagingen op het eiland Ierland zullen er flexibele en creatieve oplossingen moeten worden gevonden. De onderhandelingen moeten in het bijzonder gericht zijn op het voorkomen dat er een harde grens ontstaat en tegelijkertijd de integriteit van de rechtsorde van de Unie waarborgen. Er dient terdege rekening mee te worden gehouden dat Ierse burgers die in Noord-Ierland verblijven, rechten als EU-burgers zullen blijven genieten. Bestaande bilaterale akkoorden en regelingen tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk, zoals de “Common Travel Area”, die verenigbaar zijn met het EU-recht, moeten worden erkend. Tevens dient het akkoord kwesties te regelen die voortkomen uit de unieke geografische situatie van Ierland, zoals doorvoer van goederen (naar en van Ierland via het Verenigd Koninkrijk). Deze kwesties zullen worden geregeld overeenkomstig de aanpak die is vastgesteld in de richtsnoeren van de Europese Raad.

15.De Unie moet overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad met het Verenigd Koninkrijk overeenstemming bereiken over regelingen voor de onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallende zones van Cyprus, en in dat verband bilaterale akkoorden en regelingen tussen Cyprus en het Verenigd Koninkrijk erkennen die verenigbaar zijn met het recht van de Unie, met name wat betreft het waarborgen van de rechten en belangen van burgers van de Unie die in die zones woonachtig of werkzaam zijn.

16.Het akkoord moet waarborgen dat de belangen van de Unie in het Verenigd Koninkrijk afdoende worden beschermd.

17.Het akkoord moet bepalingen bevatten betreffende de algemene governance van het akkoord. Deze bepalingen moeten onder meer effectieve mechanismen voor de handhaving van het akkoord en voor de beslechting van geschillen omvatten die geheel in overeenstemming zijn met de autonomie van de Unie en haar rechtsorde zodat de daadwerkelijke nakoming van de verplichtingen uit hoofde van het akkoord wordt gewaarborgd.

18.Daarnaast moet er overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad zo spoedig mogelijk een constructieve dialoog met het Verenigd Koninkrijk worden gestart over een mogelijke gemeenschappelijke benadering vis-à-vis niet-EU-partnerlanden, internationale organisaties en verdragen met betrekking tot de internationale verplichtingen die vóór de datum van terugtrekking zijn aangegaan en waaraan het Verenigd Koninkrijk gehouden blijft.

19.Zodra de Europese Raad besluit dat voldoende vooruitgang is geboekt om de onderhandelingen de volgende fase in te kunnen laten gaan, zullen nieuwe onderhandelingsrichtsnoeren worden uitgevaardigd over andere aangelegenheden. In dit verband zullen aangelegenheden waarvoor overgangsregelingen zouden kunnen gelden (zogenoemde bruggen naar het te verwachten kader voor de toekomstige betrekkingen), afhankelijk van de geboekte vooruitgang het voorwerp uitmaken van toekomstige onderhandelingsrichtsnoeren. Deze aanpak moet het mogelijk maken de beperkte tijd die krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie beschikbaar is om een akkoord te sluiten, efficiënt te besteden en moet vermijden dat dezelfde aangelegenheid verschillende malen moet worden behandeld in verschillende fasen van de onderhandelingen.

III.1Rechten van burgers

20.Het akkoord moet de uit het recht van de Unie voortvloeiende status en rechten op de datum van de terugtrekking waarborgen, met inbegrip van rechten die na die datum zullen worden genoten (bv. pensioenrechten), zowel voor EU27-burgers die verblijven (of hebben verbleven) en/of werken (of hebben gewerkt) in het Verenigd Koninkrijk als voor burgers van het Verenigd Koninkrijk die verblijven (of hebben verbleven) en/of werken (of hebben gewerkt) in een van de lidstaten van de EU27. De daartoe in het akkoord opgenomen waarborgen moeten wederzijds zijn en het beginsel eerbiedigen van gelijke behandeling van alle EU27-burgers en gelijke behandeling van EU27-burgers en burgers van het Verenigd Koninkrijk, overeenkomstig het bepaalde in het relevante acquis van de Unie. Deze rechten moeten worden beschermd als rechten die rechtstreeks inroepbaar en definitief verworven zijn voor de gehele levensduur van de betrokkenen.

21.Het akkoord moet ten minste de volgende elementen behandelen:

(a)Definitie van de betrokkenen: de personele werkingssfeer moet dezelfde zijn als die van Richtlijn 2004/38 (zowel actieve personen, werknemers en zelfstandigen, als inactieve personen, die vóór de datum van de terugtrekking in het Verenigd Koninkrijk of de EU27 verbleven, en hun familieleden die hen begeleiden of zich bij hen voegen op eender welk tijdstip vóór of na de datum van de terugtrekking). Tevens moet de personele werkingssfeer de personen omvatten die onder Verordening 883/2004 vallen (zoals grensarbeiders).

(b)Definitie van de te beschermen rechten: deze definitie moet minstens de volgende rechten omvatten:

(i)de verblijfsrechten die voortvloeien uit de artikelen 21, 45 en 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en vastgelegd zijn in Richtlijn 2004/38 (zelfde materiële werkingssfeer, omvattende onder andere het permanente verblijfsrecht na een ononderbroken periode van vijf jaar legaal verblijf) en de regels die ten aanzien van die rechten gelden. Alle in verband met de verblijfsrechten af te geven documenten (zoals een verklaring van inschrijving, verblijfskaart of attesten) moeten een declaratoir karakter hebben en via een eenvoudige en snelle procedure kosteloos of tegen een bedrag dat het voor de afgifte van soortgelijke documenten van eigen onderdanen verlangde bedrag niet te boven gaat, worden verstrekt;

(ii)de rechten en verplichtingen die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en in Verordening (EG) nr. 987/2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 (met inbegrip van toekomstige wijzigingen van beide verordeningen), omvattende onder andere het recht op samentelling, op export van uitkeringen, en het beginsel van één toepasselijk rechtsstelsel; 

(iii)de rechten die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 492/2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (zoals het recht op toegang tot de arbeidsmarkt, het recht om arbeid te verrichten, sociale en fiscale voordelen, opleiding, huisvesting, collectieve rechten);

(iv)het recht om zich als zelfstandige te vestigen en werkzaamheden uit te oefenen, voortvloeiend uit artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

22.Omwille van de rechtszekerheid moet in het akkoord worden bepaald dat erkende diploma's, certificaten en andere bewijsstukken van een officiële kwalificatie verkregen in een lidstaat van de Unie vóór de datum van de terugtrekking, volgens het vóór die datum toepasselijke recht van de Unie worden beschermd in het Verenigd Koninkrijk en in de EU27. Tevens moet in het akkoord worden bepaald dat diploma's, certificaten en andere bewijsstukken van een officiële kwalificatie verkregen in een derde land en erkend in een lidstaat van de Unie vóór de datum van de terugtrekking volgens het vóór die datum toepasselijke recht van de Unie, ook na de datum van de terugtrekking erkend blijven. Ook moet worden voorzien in een regeling voor erkenningsprocedures die lopen op de datum van de terugtrekking.

III.2Financiële regeling

23.Met één alomvattende financiële regeling moet ervoor worden gezorgd dat én de Unie én het Verenigd Koninkrijk de verplichtingen nakomen die voortvloeien uit de gehele periode dat het Verenigd Koninkrijk lid was van de Unie. De onderhandelingen over de methode voor de financiële afwikkeling moet op de navolgende beginselen worden gebaseerd.

24.Er dient één alomvattende financiële regeling te worden overeengekomen voor:

25.     de begroting van de Unie;

26.    de beëindiging van het lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk van alle organen en instellingen die bij de Verdragen zijn ingesteld 2 (zoals de Europese Investeringsbank en de Europese Centrale Bank) 3 ;

27.    de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan specifieke fondsen en faciliteiten met betrekking tot het beleid van de Unie (zoals het Europees Ontwikkelingsfonds en de Faciliteit voor vluchtelingen in Turkije).

28.Aan deze alomvattende financiële regeling moet het beginsel ten grondslag liggen dat het Verenigd Koninkrijk zijn deel moet bijdragen aan de financiering van alle verbintenissen die zijn aangegaan tijdens het lidmaatschap van de Unie.

29.Overeenkomstig punt 10 van de richtsnoeren van de Europese Raad moet deze regeling gelden voor alle verplichtingen, met inbegrip van voorwaardelijke verplichtingen, en alle andere verbintenissen die voortvloeien uit basishandelingen in de zin van artikel 54 van het Financieel Reglement 4 . Bovendien moeten de specifieke kosten van de terugtrekking, zoals de kosten van hervestiging van de agentschappen of andere organen van de Unie, volledig worden gedragen door het Verenigd Koninkrijk.

30.De grondslag voor de berekeningsmethode zijn geconsolideerde jaarrekeningen, waarbij zo nodig aanvullend zal worden gebruikgemaakt van tussentijdse rekeningen. Ook zullen bedragen uit de betrokken basishandelingen worden gebruikt (waaronder richtbedragen en de follow-up daarvan door middel van de financiële programmering). De verplichtingen worden uitgedrukt in euro.

31.De methode voor de berekening van de verplichtingen van het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van de begroting van de Unie moet worden gebaseerd op het Raadsbesluit betreffende de eigen middelen 5 en dient rekening te houden met de historische gegevens betreffende het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in de financiering vóór de datum van de terugtrekking.

32.Er dienen betalingsvoorwaarden te worden overeengekomen die ertoe strekken de budgettaire impact van de terugtrekking voor de Unie te beperken.

33.Het akkoord moet bijgevolg het volgende omvatten:

(a)een berekening van het totale bedrag dat het Verenigd Koninkrijk moet voldoen om zijn financiële verplichtingen jegens de begroting van de Unie en alle bij de Verdragen opgerichte instellingen en organen na te komen, alsmede van andere aangelegenheden met financiële gevolgen. Op het totale bedrag kunnen toekomstige jaarlijkse technische aanpassingen van toepassing zijn;

(b)een plan van de door het Verenigd Koninkrijk te verrichten jaarlijkse betalingen en de praktische regelingen voor de betalingen;

(c)overgangsregels ter waarborging van de controle door de Commissie (of in voorkomend geval een ander overeenkomstig het Unierecht vóór de datum van de terugtrekking bevoegd orgaan), de Rekenkamer of OLAF op, en van de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie om zich uit te spreken over eerdere betalingen/terugvorderingsopdrachten aan begunstigden in het Verenigd Koninkrijk en betalingen die na de datum van de terugtrekking aan begunstigden in het Verenigd Koninkrijk worden gedaan ter nakoming van alle juridische verbintenissen (met inbegrip van eventuele leningen) die vóór de datum van de terugtrekking zijn aangegaan door een bevoegde entiteit;

(d)eventuele regelingen in verband met juridische verbintenissen of toekomstige juridische verbintenissen jegens begunstigden in het Verenigd Koninkrijk die zijn aangegaan na de datum van terugtrekking (bv. ten aanzien van de beheersautoriteiten voor de betaling van begunstigden in het Verenigd Koninkrijk);

(e)specifieke regels voor voorwaardelijke verplichtingen die zijn aangegaan door de begroting van de Unie of specifieke instellingen of organen of fondsen (zoals leningen van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds).

III.3 Situatie van in de handel gebrachte waren en uitkomst van procedures op grond van het recht van de Unie

A. Overeenkomstig het recht van de Unie vóór de datum van de terugtrekking in de handel gebrachte waren

34.Het akkoord moet waarborgen dat alle waren die overeenkomstig het recht van de Unie vóór de datum van de terugtrekking in de Unie in de handel zijn gebracht, zowel in het Verenigd Koninkrijk als in de EU27 ook na die datum op de markt kunnen worden aangeboden of in bedrijf kunnen worden gesteld onder de voorwaarden vastgesteld in het vóór de datum van de terugtrekking toepasselijke recht van de Unie.

B. Lopende procedures van justitiële samenwerking tussen lidstaten op grond van het recht van de Unie

35.Het akkoord moet voorzien in een regeling voor procedures voor justitiële samenwerking op grond van het recht van de Unie die lopen op de datum van de terugtrekking. In het bijzonder moet worden vastgesteld dat op dergelijke procedures de vóór de datum van de terugtrekking toepasselijke bepalingen van het recht van de Unie van toepassing blijven totdat zij afgerond zijn.

36.Wat betreft de justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU27 moet het akkoord waarborgen dat inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van nationale rechterlijke beslissingen die vóór de datum van de terugtrekking zijn gegeven, de vóór de datum van de terugtrekking toepasselijke bepalingen van het recht van de Unie van toepassing blijven. Het akkoord moet tevens waarborgen dat de rechtsregels van de Unie inzake de keuzen van bevoegde rechter en de keuzen van rechtsstelsel die vóór de datum van de terugtrekking zijn gemaakt, van toepassing blijven.

C. Lopende administratieve procedures en procedures van samenwerking op het gebied van rechtshandhaving op grond van het recht van de Unie

37.Het akkoord moet voorzien in een regeling voor administratieve procedures en procedures voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, met inbegrip van verificatie, op grond van het recht van de Unie, die lopen op de datum van de terugtrekking. In het bijzonder moet worden gewaarborgd dat op dergelijke procedures de vóór de datum van de terugtrekking toepasselijke bepalingen van het recht van de Unie van toepassing blijven totdat zij afgerond zijn. Tevens moeten regels worden vastgesteld voor het mogelijke gebruik van informatie en data in het kader van rechtshandhavingsonderzoeken en strafprocedures die lopen op de datum van de terugtrekking. Deze moeten betrekking hebben zowel op van de EU27 of instellingen, organen en agentschappen van de Unie afkomstige informatie en data ontvangen door/in het bezit van het Verenigd Koninkrijk als op van het Verenigd Koninkrijk afkomstige informatie en data ontvangen door/in het bezit van de EU27 of instellingen, organen en agentschappen van de Unie. De regeling moet regels omvatten betreffende de bescherming van persoonsgegevens.

D. Bij de Unie aanhangige gerechtelijke en administratieve procedures

38.Het akkoord moet voorzien in een regeling voor:

(a)gerechtelijke procedures die op de datum van de terugtrekking aanhangig zijn bij het Hof van Justitie van de Europese Unie en betrekking hebben op het Verenigd Koninkrijk zelf of natuurlijke personen en/of rechtspersonen in het Verenigd Koninkrijk (met inbegrip van verzoeken om een prejudiciële beslissing). Het Hof van Justitie moet bevoegd blijven om in deze procedures uitspraak te doen en zijn uitspraken moeten bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk;

(b)administratieve procedures die aanhangig zijn bij de instellingen, organen en agentschappen van de Unie en betrekking hebben op het Verenigd Koninkrijk zelf (zoals inbreukprocedures, staatssteunprocedures) of op natuurlijke personen of rechtspersonen in het Verenigd Koninkrijk;

(c)het eventueel instellen van administratieve procedures bij de instellingen van de Unie of van gerechtelijke procedures bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (zoals inbreukprocedures, staatssteunprocedures) na de datum van de terugtrekking met betrekking tot feiten die vóór de datum van de terugtrekking hebben plaatsgevonden;

(d)het handhaven van de afdwingbaarheid van handelingen van de Unie waarbij geldelijke verplichtingen worden opgelegd en van uitspraken van het Hof van Justitie gedaan vóór de datum van de terugtrekking of in het kader van lopende gerechtelijke en administratieve procedures.

III.4Overige administratieve kwesties in verband met de werking van de Unie

39.Het akkoord moet de nodige bepalingen bevatten betreffende de bescherming van de eigendommen, fondsen, bezittingen en verrichtingen van de Unie en haar instellingen of organen, en van de personeelsleden daarvan (met inbegrip van gepensioneerde personeelsleden) en hun verwanten, overeenkomstig de Verdragen en de protocollen bij de Verdragen (met name Protocol (Nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie).

40.Het akkoord moet, waar passend, de overdracht aan het Verenigd Koninkrijk regelen van de eigendom van:

(a)op het grondgebied van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgeslagen speciale splijtstoffen die momenteel eigendom zijn van voornoemde Gemeenschap overeenkomstig artikel 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, waarvan het recht tot gebruik momenteel berust bij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, ongeacht of deze onder het publiekrecht dan wel onder het privaatrecht valt, in het Verenigd Koninkrijk;

(b)zich in het Verenigd Koninkrijk bevindende eigendommen van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dat wordt gebruikt voor controle overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

41.Tevens moet het akkoord bepalen dat het Verenigd Koninkrijk alle rechten en verplichtingen overneemt die betrekking hebben op de eigendom van overgedragen stoffen of eigendommen, en andere kwesties regelen die verband houden met onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallende stoffen en eigendommen, met name de in verband met de hierboven bedoelde stoffen toe te passen controleverplichtingen.

42. Tevens moet in het akkoord worden bepaald dat het Verenigd Koninkrijk er binnen zijn rechtsgebied op toeziet dat leden van instellingen, organen en agentschappen van de Unie, leden van de comités, ambtenaren en andere personeelsleden van de Unie de verplichtingen waaraan zij vóór de datum van de terugtrekking krachtens artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie waren onderworpen, blijven nakomen.

III.5De governance van het akkoord

43.Bij het akkoord moet een institutionele structuur worden opgezet die een effectieve handhaving van de verbintenissen uit hoofde van het akkoord waarborgt, waarbij er rekening mee moet worden gehouden dat de Unie er belang bij heeft haar autonomie en rechtsorde, waaronder de rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie, doeltreffend te beschermen.

44.Het akkoord moet passende institutionele regelingen bevatten die het mogelijk maken maatregelen vast te stellen in situaties die niet in het akkoord zijn voorzien en toekomstige wijzigingen van het recht van de Unie in het akkoord op te nemen waar zulks nodig is voor een goede uitvoering van het akkoord.

45.Het akkoord moet mechanismen omvatten voor de beslechting van geschillen en voor de handhaving van het akkoord. Deze moeten in het bijzonder betrekking hebben op geschillen in verband met de volgende aangelegenheden:

het van toepassing blijven van het recht van de Unie;

de rechten van burgers;

de toepassing en interpretatie van de andere bepalingen van het akkoord, zoals de financiële regeling of maatregelen genomen door de institutionele structuur in verband met onvoorziene situaties.

46.Voor die aangelegenheden moet het Hof van Justitie van de Europese Unie de bevoegde rechtsmacht (en de Commissie toezichthouder) blijven. Voor de toepassing en interpretatie van andere bepalingen van het akkoord dan die welke betrekking hebben op het recht van de Unie, kan een alternatieve geschillenregeling slechts worden overwogen indien zij waarborgen inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt die gelijkwaardig zijn aan die van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

47.Het akkoord moet bepalen dat elke verwijzing in het akkoord naar begrippen of bepalingen van het recht van de Unie zo moet worden opgevat dat zij ook de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie omvat waarin die begrippen of bepalingen zijn uitgelegd vóór de datum van de terugtrekking. Tevens dient, voor zover er voor sommige bepalingen van het akkoord in een alternatieve geschillenregeling is voorzien, een bepaling te worden opgenomen dat met toekomstige jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie die tot stand komt na de datum van de terugtrekking, rekening moet worden gehouden bij de interpretatie van de bovenbedoelde begrippen en bepalingen.

IV. Procedurele regelingen voor het voeren van de onderhandelingen

48.Overeenkomstig de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten en de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie, worden in deze onderhandelingsrichtsnoeren de gedetailleerde regelingen vastgesteld die van toepassing zijn op de relatie tussen de Raad en zijn voorbereidende instanties, enerzijds, en de onderhandelaar van de Unie, anderzijds.

49.De onderhandelaar van de Unie zal met het Verenigd Koninkrijk onderhandelen op grond van een voortdurende afstemming en een permanente dialoog met de Raad en zijn voorbereidende instanties. In dit opzicht zullen de Raad en het Coreper, geheel overeenkomstig het in de Verdragen verankerde institutionele evenwicht, met ondersteuning van de Groep artikel 50, de onderhandelaar van de Unie adviseren, in het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad en in overeenstemming met de onderhandelingsrichtsnoeren.

50.De onderhandelaar van de Unie zal de voorbereidende instanties van de Raad tijdig raadplegen en tijdig verslag aan hen uitbrengen. Daartoe zal de Raad voor en na elke onderhandelingsronde een vergadering van de Groep artikel 50 beleggen. De onderhandelaar van de Unie moet tijdig de nodige informatie en documenten over de handelingen verstrekken.

(1) Opgesomd in de laatste twaalf streepjes van bijlage II bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(2) Dit doet geen afbreuk aan de met name uit de betreffende protocollen bij de Verdragen voorvloeiende statutaire verplichtingen die specifiek gelden voor de betrokken instellingen en organen.
(3) Overeenkomstig artikel 47 van Protocol (Nr. 4) bij de Verdragen, is bij Besluit ECB/2010/28 van 13 december 2010 betreffende de volstorting van het kapitaal van de Europese Centrale Bank door de nationale centrale banken van buiten het eurogebied (2011/22/EU) mate en vorm van het geplaatste en gestorte kapitaal van de ECB vastgesteld ten opzichte van het aandeel van de Bank of England. Het gestorte kapitaal is een bijdrage in de operationele kosten van de Europese Centrale Bank.
(4) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1-96, zoals gewijzigd).
(5) Besluit van de Raad (2014/335/EU, Euratom) van 26 mei 2014 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie, PB L 168 van 7.6.2014, blz. 105-111.
Top