Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017DC0242

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de herziening van de praktische toepassing van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)

COM/2017/0242 final

Brussel, 17.5.2017

COM(2017) 242 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de herziening van de praktische toepassing van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)


1Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) en de herziening van het UEA

Het UEA, dat grotendeels wordt geregeld door artikel 59 van Richtlijn 2014/24/EU 1 , is opgezet als een eigen verklaring op basis van een standaardformulier dat door de Commissie is opgesteld door middel van een uitvoeringshandeling die is vastgesteld volgens een onderzoeksprocedure 2 . Het levert bewijsmateriaal in de vorm van een eigen verklaring ten aanzien van uitsluitingscriteria (bv. strafrechtelijke veroordelingen, ernstige beroepsfouten) en selectiecriteria (financiële, economische en technische bekwaamheid) zodat de volledige verzameling onderliggende documentatie (zoals referenties of certificaten) doorgaans alleen door de winnende marktdeelnemer hoeft te worden ingediend (tenzij de verificatie van — bepaalde — documentatie van andere deelnemers noodzakelijk is om het correcte verloop van de procedure te waarborgen).

Daarnaast geldt dat wanneer aanbestedende diensten overheidsopdrachten plaatsen in overeenstemming met Richtlijn 2014/25/EU 3 en daarbij (een aantal van) de in Richtlijn 2014/24/EU genoemde uitsluitings- en/of selectiecriteria toepassen, zij op grond van artikel 80, lid 3, van de richtlijn, eveneens het UEA moeten gebruiken.

Op grond van Richtlijn 2014/24/EU en Richtlijn 2014/25/EU mag het UEA uitsluitend in elektronisch formaat verstrekt worden. Met het oog op de overgang naar het verplichte gebruik van elektronische communicatiemiddelen binnen de EU, mogen tot en met 18 april 2018 de elektronische en papieren versies van het UEA echter naast elkaar bestaan.

Gezien het belang en het innovatieve karakter van het UEA heeft de Europese wetgever bepaald dat de Commissie "de resultaten evalueert van het gebruik van het UEA, daarbij rekening houdend met de technische ontwikkeling van databanken in de lidstaten en het verslag dat het Europees Parlement en de Raad daarover uiterlijk op 18 april 2017 zullen opstellen" 4 .

2Stand van zaken wat de omzetting van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten en het UEA betreft

De uiterste termijn voor de omzetting van de Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU is op 18 april 2016 verstreken. Een aantal lidstaten was echter te laat met de omzetting van deze richtlijnen en deed dit pas weken of maanden na de uiterste termijn. Zelfs op 16 februari 2017 zijn er nog tien lidstaten die de Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU nog volledig moeten omzetten en kennis moeten geven van de nationale uitvoeringsmaatregelen 5 . De relevante procedures met betrekking tot het ontbreken van volledige omzetting lopen thans nog 6 .

Aangezien het UEA aan de uitvoering van de richtlijnen is gekoppeld, zijn de tijdsspanne en het geografische werkingsgebied om het gebruik van het UEA te kunnen beoordelen, beperkt.

Naast de papieren versie die als bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7 van de Commissie gevoegd is, en met het oog op de ondersteuning van lidstaten bij de aanvangsfase van de uitvoering, hebben de diensten van de Commissie een elektronische versie van het UEA ontwikkeld ("het eUEA") 7 . Dit is in vier verschillende uitvoeringsmodi aan lidstaten ter beschikking gesteld, wat het voor de lidstaten mogelijk maakt om het in verschillende mate aan te passen 8 .

De eUEA-dienst beoogt alleen de ondersteuning van een overgangsfase in de lidstaten aangezien het volledige potentieel van het UEA pas wordt bereikt wanneer een "nationaal" UEA wordt geïntegreerd met het e-aanbestedingssysteem en de registers of databanken van certificaten/ondersteunende documenten van iedere lidstaat. Dit maakt het mogelijk om drie verschillende doelstellingen te bereiken: betere aanpassing aan de nationale omstandigheden; de digitalisering van de overheidsdiensten bevorderen; een basis scheppen voor de vereenvoudiging van procedures door middel van het uitvoeren van het eenmaligheidsbeginsel ("OOP", Once-Only Principle). Nationale UEA-oplossingen zijn al beschikbaar in Denemarken, Nederland, Slovenië en Finland. Hoewel het eUEA uitsluitend als overgangsinstrument ontwikkeld is, blijkt het eUEA van de Commissie intensief te worden gebruikt (zie tabel 2 in de bijlage bij het verslag).

3Maatregelen ter ondersteuning van de uitvoering van het UEA in de lidstaten

De Europese Commissie heeft begeleidende maatregelen ingevoerd om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van het UEA, naast de bovengenoemde ICT-instrumenten.

·Financiering

Er is financiering beschikbaar gesteld om de integratie van het UEA binnen de nationale eaanbestedingssystemen te bevorderen. Subsidies ter hoogte van 4,9 miljoen EUR zijn toegekend aan tien consortia, waaronder instanties van 17 landen van de "Connecting Europe Facility" (CEF, financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen). In 2017 volgen nadere subsidies, voor een bedrag van 4 miljoen EUR.

·Uitvoeringsworkshops

In iedere lidstaat zijn workshops gehouden om de huidige situatie in het land te analyseren, mogelijke uitvoeringsopties te bespreken en ondersteuning te bieden om de uitvoering van het UEA te vergemakkelijken. Een breed scala aan relevante belanghebbenden (openbare instanties, registers van ondersteunende documenten, aanbieders van e-aanbestedingsoplossingen, gebruikers, enz.) nam deel aan bijeenkomsten waarin constructieve gesprekken hebben plaatsgevonden. Tussen augustus 2016 en 28 februari 2017 zijn hebben 18 workshops plaatsgevonden (alle lidstaten zullen voor de zomer van 2017 aan de beurt zijn gekomen).

Dankzij de workshops kregen de vertegenwoordigers van de lidstaten een beter begrip van het UEA en de eUEA-dienst van de Commissie, terwijl de Commissie informatie heeft kunnen verzamelen over de uitdagingen waar de lidstaten bij de uitvoering mee worden geconfronteerd. In het bijzonder werd in de workshops de rol van e-Certis 9 verduidelijkt, alsmede de mogelijkheden om processen te automatiseren door nationale databanken aan het UEA te koppelen en gebruik te maken van de bestaande nationale digitale infrastructuur. Tijdens de bijeenkomsten zijn technische, juridische en procedurele kwesties naar boven gekomen.

Deze workshops hebben onderstreept dat het noodzakelijk is om juridische en technische aspecten te combineren om de optimale technische uitvoeringsstrategie voor ICT-instrumenten te definiëren. Sommige partijen stelden dat een duidelijke routekaart over de toekomstige technische releases van het UEA-datamodel bekendgemaakt moet worden om het voor de lidstaten mogelijk te maken vooruit te plannen en hun middelen op een efficiënte manier toe te wijzen. Een ander punt dat naar boven kwam, had betrekking op de verenigbaarheid van nationale UEA-uitvoeringen met de EU-versie.

·Technische bijstand

Er is de lidstaten ook technische bijstand geboden bij de uitvoering van het UEA. Bijeenkomsten van de deskundigengroep voor e-aanbestedingen (EXEP) waarin meerdere belanghebbenden zijn vertegenwoordigd, zijn drie keer per jaar gehouden; er is bovendien een gebruikersgemeenschap opgezet om het eUEA te verbeteren door rekening te houden met voorstellen van de lidstaten. Daarnaast zijn er regelmatig webinars gehouden om het personeel van overheidsdiensten dat werkzaam is op gecentraliseerde bureaus voor overheidsopdrachten op te leiden in het gebruik van het UEA.

Dit werk is aangevuld met maatregelen die op nationaal niveau genomen zijn om het gebruik en begrip van het UEA te bevorderen. Zo heeft een aantal lidstaten opleidingssessies gehouden om het opzetten en gebruiken van het UEA te vereenvoudigen. Overheidsinstanties in verschillende lidstaten (Denemarken, Duitsland, Italië, Zweden en het VK) hebben specifieke richtsnoeren uitgevaardigd om inschrijvers en aanbestedende diensten te helpen met het invullen van het UEA.

4Uitvoering in de lidstaten

De enquête onder lidstaten

Ten behoeve van dit verslag heeft de Commissie lidstaten verzocht verslag uit te brengen over de toepassing van het UEA voor openbare aanbestedingen boven het drempelbedrag 10 . Daartoe is een online-enquête 11 opgesteld: deze bevatte tien vragen over het gebruik van het UEA door de lidstaten, een weergave van de stand van zaken per 31 december 2016.



Het gebruik van het UEA in de lidstaten

Volgens de enquête zijn 22 lidstaten begonnen met het gebruiken van het UEA, terwijl 6 lidstaten hebben aangegeven dat dit niet zo was, hoofdzakelijk omdat de richtlijn nog niet was omgezet. Dit was met name het geval in België, Estland, Cyprus, Litouwen Oostenrijk en Zweden.

In de praktijk is de ervaring met het UEA in de meeste lidstaten vrij beperkt. Een aantal lidstaten gaf aan dat het aantal opdrachten dat onder Richtlijn 2014/24/EU gegund is, erg gering is, bijvoorbeeld door budgettaire beperkingen of vanwege het feit dat de richtlijn op het ogenblik van de enquête pas zeer recent was omgezet.

Grafiek 1: initieel gebruik van het UEA in de lidstaten

Grafiek 2 hieronder toont aan hoe de lidstaten gekozen hebben het UEA uit te voeren, uit de verschillende uitvoeringsmodi die hun ter beschikking stonden. Het lijkt erop dat de meeste lidstaten ervoor hebben gekozen meerdere uitvoeringsmodi parallel toe te passen. Twee uitvoeringsmodi in het bijzonder winnen het van de andere: het eUEA en het papieren formulier genieten de voorkeur onder de lidstaten, met 15 lidstaten elk.

Deze resultaten bevestigen dat een kwalitatieve beoordeling nauwelijks mogelijk is aangezien de lidstaten net begonnen waren met de uitvoering van het eUEA. Hoewel de lidstaten zelf erkennen dat de integratie in hun nationale e-aanbestedingssysteem voordelen zou opleveren voor alle belanghebbenden, vergt een dergelijke integratie de nodige tijd.

Het parallelle gebruik van verschillende uitvoeringsmodi is kenmerkend voor lidstaten waarin de e-aanbestedingsomgeving meerdere platforms heeft die op nationaal, regionaal of lokaal niveau functioneren en waarbinnen de overheden het UEA op een verschillende manier uitvoeren; dit is bijvoorbeeld het geval in Italië, Zweden en het VK.

Grafiek 2: gebruik door de lidstaten van de verschillende uitvoeringsmodi van het UEA

Verklaring:

Andere/lokale oplossing: lokaal ontwikkeld onlineformulier

VCD: Virtual Company Dossier (virtueel ondernemingsdossier)

UEA EC OS: open bron

UEA EC Dienst — eUEA-dienst

UEA EC DM: gegevensmodel

Papieren formulier

Richtlijn 2014/24/EU staat toe dat lidstaten tot en met april 2018 de papieren versie van het UEA gebruiken. In de meeste gevallen waar het eUEA wordt gebruikt (12 van de 15 lidstaten), wordt daarnaast de papieren versie gebruikt. Alleen Ierland, Frankrijk en Hongarije hebben gemeld dat het UEA in papieren formaat wordt gebruikt. De papieren versie wordt dus gebruikt door meer dan 80 % van de lidstaten die al begonnen zijn het UEA te gebruiken. Dit betekent dat zij slechts marginaal gebruikmaken van de potentiële vereenvoudiging die voorkomt uit het gebruik van het UEA, dat het digitaliseren van openbare aanbestedingsprocedures bevordert. Er moet echter rekening gehouden worden met het feit dat de beschikbare gegevens onvoldoende gedetailleerd zijn om, bijvoorbeeld, te kunnen weten hoeveel aanbestedende diensten een van de verschillende uitvoeringsmodi gebruiken.

In twee lidstaten raadden overheidsinstanties het gebruik aan van het door de Commissie ontwikkelde eUEA (Duitsland en Spanje). Hoewel aanbestedende diensten de mogelijkheid bieden om bij openbare aanbestedingen het UEA te gebruiken, lijkt in deze twee lidstaten een meerderheid van de marktdeelnemers er geen gebruik van te maken.

Wat betreft plannen voor de uitvoering van het UEA in lidstaten die dit nog niet gedaan hebben, heeft een aantal van deze lidstaten gemeld dat zij tijdens de eerste fase voornemens zijn de door de Commissie ontwikkelde dienst te gebruiken, dan wel de "open source"-versie daarvan, terwijl een drietal lidstaten een nationale oplossing zal ontwikkelen op basis van het datamodel dat in 2017 ter beschikking zal worden gesteld. Geen lidstaat in deze groep antwoordde dat zij de papieren versie zou gebruiken.

Gebruik van het UEA voor openbare aanbestedingen beneden de Europese drempelbedragen of voor concessies

Grafiek 3: gebruik van het UEA voor procedures beneden de Europese drempelbedragen of voor concessieovereenkomsten

De richtlijnen betreffende overheidsopdrachten laten lidstaten de mogelijkheid om het UEA beneden de Europese drempelbedragen te gebruiken, of voor concessieprocedures. Zoals de bovenstaande grafiek laat zien, is 61 % van de lidstaten niet voornemens om het UEA te gebruiken beneden de Europese drempelbedragen of voor concessieovereenkomsten. Een groot aantal lidstaten kiest echter voor de tegenovergestelde aanpak. Met name Bulgarije, Denemarken, Kroatië, Letland, Litouwen, Nederland en Roemenië hebben in vrijwel alle gevallen (bv. in procedures beneden de drempelbedragen, als de aanbestedende dienst informatie vraagt over de uitsluitingsgronden) het gebruik van het UEA verplicht gesteld, terwijl in Spanje, Italië, Hongarije, Slovenië en Slowakije het gebruik vrijwillig is.

Het UEA als motor voor het digitaliseren van openbare aanbestedingen: het eenmaligheidsbeginsel

In Richtlijn 2014/24/EU wordt verzocht om een verslag over het gebruik van het UEA, waarbij rekening wordt gehouden met de technische ontwikkeling in de databanken in de lidstaten. Een aanzienlijke vereenvoudiging in de openbare aanbesteding is mogelijk door het UEA en/of een ICT-systeem voor de voorselectie van leveranciers met elkaar te integreren. Dergelijke systemen maken het mogelijk te controleren of leveranciers voldoen aan de uitsluitings- of selectiecriteria die gebruikt worden bij openbare aanbestedingsprocedures (zoals verifiëren — uiteindelijk automatisch — of de leverancier zich in staat van faillissement bevindt, waarbij de relevante informatie aan de aanbestedende dienst wordt verstrekt).

Grafiek 4 hieronder laat zien dat twee derde van de lidstaten (België, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Finland en het VK) van plan is verder te gaan met deze integratie, waarbij zij het belang van het UEA voor het digitaliseren van de overheidsdiensten erkennen.

Grafiek 4: lidstaten die voornemens zijn het UEA te integreren met een systeem voor de voorselectie van leveranciers

De enquête ging ook in op de mogelijkheid voor kopers om de ondersteunende documenten voor een openbare aanbesteding rechtstreeks te verkrijgen door middel van toegang tot een nationale databank (een nationaal aanbestedingsregister, een virtueel ondernemingsdossier, een systeem voor digitale documentopslag of een voorselectiesysteem) 12 . Dit wordt doorgaans het eenmaligheidsbeginsel (OOP) genoemd, wat betekent dat leveranciers niet (of hooguit eenmalig) gevraagd hoeven te worden informatie te verstrekken waaruit blijkt dat zij voldoen aan de vereisten van een administratieve procedure, omdat deze informatie al beschikbaar is in databanken van de openbare instanties.

Grafiek 5: is het voor aanbestedende diensten mogelijk om de ondersteunende documenten die voor een openbare aanbesteding vereist zijn rechtstreeks te verkrijgen door middel van toegang tot een nationale databank?

Verklaring:

J/F — Ja, voor alle (categorieën) aanbestedende diensten

J/P — Ja, maar beperkt tot bepaalde (categorieën) aanbestedende diensten (bv. alleen nationale politiediensten of belastingdiensten, enz.)

Nee — Geen toegang tot nationale databanken

Er is de lidstaten gevraagd of zij voornemens zijn het UEA met een aantal van de bovengenoemde ICT-systemen te integreren. De antwoorden van de lidstaten (zie grafiek 5) vallen scherp uiteen in voornamelijk twee tegengestelde situaties: aan de ene kant is het in elf lidstaten nog niet mogelijk voor aanbestedende diensten om de voor een openbare aanbesteding vereiste documenten rechtstreeks te verkrijgen door middel van toegang tot een nationale databank. Dit suggereert dat in deze gevallen de databanken niet rechtstreeks door andere onderdelen van het bestuur kunnen worden geraadpleegd of niet aan elkaar gekoppeld zijn; dit wijst er ook op dat de ontwikkeling van het OOP nog niet begonnen is. Aan de andere kant kunnen in elf lidstaten alle aanbestedende diensten toegang krijgen tot nationale databanken om de ondersteunende documenten en certificaten van een leverancier rechtstreeks op te halen. Deze mogelijkheid is echter alleen van toepassing op bepaalde soorten documenten, zoals de documenten die betrekking hebben op de uitsluitingsgronden (gemeld door Duitsland, Spanje, Letland, Litouwen en Finland). De andere documenten moeten door de leveranciers worden verstrekt. Dit lijkt erop te wijzen dat die lidstaten gestart zijn met de uitvoering van het OOP om de administratieve last voor alle betrokken partijen te verminderen. Met name Letland en Litouwen hebben al een systeem ingevoerd dat het kopers mogelijk maakt om de conformiteit van de leveranciers met bepaalde vereisten automatisch te verifiëren. Deze lidstaten zijn voornemens het UEA aan alle registers te koppelen, zodat alle punten zijn afgedekt, om de verificatie van de gegevens te vereenvoudigen.

De overige antwoorden van de lidstaten verwijzen ook naar een derde situatie, waarin de toegang beperkt is tot bepaalde categorieën aanbestedende diensten (bv. alleen nationale politiediensten of belastingdiensten, enz.); dit is het geval in een beperkte groep van slechts zes lidstaten.

Verwachte en geschatte voordelen van het invoeren van het UEA

Met de enquête onder de lidstaten is getracht gegevens te verzamelen over de impact van het gebruik van het UEA tijdens de eerste maanden waarin het werd toegepast. Maar voor een aantal lidstaten is het UEA pas recent in gebruik genomen en het is dan ook nog te vroeg om een evaluatie uit te voeren. Deze groep omvat Duitsland, Estland, Ierland, Frankrijk, Luxemburg, Malta en Slovenië.

Uiteindelijk hebben slechts twee lidstaten een kwantitatieve inschatting kunnen geven van de impact op ondernemingen: volgens Denemarken belopen de baten 12 miljoen euro per jaar, terwijl Kroatië een afname van 83 % van de kosten van het voorbereiden van offertes voor wat betreft de ondersteunende documenten heeft gemeld. Geen enkele lidstaat heeft al getracht de voordelen van een afgenomen administratieve last voor kopers te kwantificeren.

Workshops met lidstaten tonen aan dat lidstaten de mogelijke voordelen beginnen in te zien en beginnen te begrijpen hoe zij hun nationale oplossingen kunnen verbeteren.

De meeste lidstaten hebben echter een kwalitatieve beoordeling verstrekt van de impact van het UEA. Die is in de tabel in de bijlage samengevat. De standpunten van de lidstaten verschillen aanzienlijk en hangen af van de mate waarin het UEA is geïmplementeerd. Een meerderheid van de lidstaten gaf een positieve beoordeling over het gebruik ervan; zij gaven aan dat het koppelen van het UEA aan registers en databanken met ondersteunende documenten tot voordelen zou leiden. Een andere groep lidstaten, waaronder Denemarken, Duitsland en Spanje, meldde dat het UEA zowel door ondernemingen als kopers sterk bekritiseerd was. Andere, zoals Ierland, gaven aan dat de aanvankelijke uitvoering tot nu toe een uitdaging is gebleken, hoewel zij erkennen dat de ontwikkeling van een elektronische oplossing tot vereenvoudiging zou kunnen leiden. Tabel 3 in de bijlage bij het verslag somt de door de lidstaten gemelde voor- en nadelen op van het gebruik van het UEA.

5De enquête onder de voornaamste belanghebbenden

In november 2016 heeft de Commissie een gerichte enquête over het gebruik van het UEA gestart onder de voornaamste belanghebbenden. Die liep tot en met 31 januari 2017. Deze groep van belanghebbenden omvatte tien belangrijke Europese verenigingen die kopers of leveranciers vertegenwoordigen, in verschillende branches actief zijn en verschillende belangen binnen overheidsaanbestedingen vertegenwoordigen. Er is aan hen gevraagd hun nationale leden te raadplegen. De lijst van geraadpleegde belanghebbenden is als volgt:

·de Raad van Architecten van Europa (ACE)

·Business Europe

·de Gemeenschap van Europese Spoorwegen (CER)

·de Raad van Europese gemeenten en regio's (CEMR)

·het netwerk van aankoopcentrales (CPBs network)

·de European Association of Public eTendering Providers (EUPlat)

·Eurocities

·de European Builders Confederation (EBC)

·het Internationaal Europees Verbond van het Bouwbedrijf (FIEC)

·de Europese Unie van het Ambacht en van het Midden- en Kleinbedrijf (UEAPME).

Grafiek 6: antwoorden op de gerichte raadpleging van belanghebbenden per vereniging

48 belanghebbenden uit 16 lidstaten hebben aan de enquête deelgenomen. De bovenstaande grafiek toont de antwoorden die per vereniging/groep ontvangen zijn. Slechts de helft van de respondenten meldde dat zij het UEA gebruiken, waarbij vooral de papieren versie wordt gebruikt, gevolgd door het eUEA. Een aantal belanghebbenden die zowel kopers als leveranciers vertegenwoordigen, spraken hun bezorgdheid uit ten aanzien van het gebruik van het UEA, waarbij zij op de complexiteit van het formulier wezen. Dit zou echter ook kunnen liggen aan het gebruik van de papieren versie of, in sommige gevallen, aan het verkeerd begrijpen van het systeem.

In sommige gevallen meldden de belanghebbenden dat het gebruik van het UEA door de kopers niet bij alle openbare aanbestedingen als verplicht wordt beschouwd, of dat andere soorten eigen verklaringen worden gebruikt. Verschillende belanghebbenden spraken hun bezorgdheid uit over de bewoordingen op het formulier of de noodzaak om het UEA voor onderaannemers in te dienen; anderen waardeerden de eUEA-dienst echter en beschouwden het UEA als een nuttig instrument voor kleine en middelgrote ondernemingen, aangezien het de te gebruiken eigen verklaring standaardiseert. De meningen van de belanghebbenden verschilden in het algemeen afhankelijk van de vraag of er al een eigen verklaring in gebruik was in hun lidstaat en de mate van complexiteit van een dergelijk document.

6Conclusies en volgende stappen

Zoals blijkt uit de enquêtes onder de lidstaten en belanghebbenden is de uitvoering van het UEA pas begonnen door de late omzetting van de richtlijnen en de tijd die nodig is om deze uit te voeren. Als gevolg hiervan is het gebruik van het UEA in de meeste lidstaten grotendeels beperkt tot papier en tot de eUEA-dienst van de Commissie. Slechts weinig lidstaten hebben al een nationale UEA-oplossing ontwikkeld, hoewel een aantal van hen van plan is dit op middellange termijn te doen. De lidstaten benutten dan ook nog niet het volledige potentieel van het UEA 13 . Daarnaast is er nog onvoldoende praktijkervaring om te kunnen inschatten of het nodig is het UEA aan te passen. Het is wat dit betreft van belang op te merken dat slechts een gering aantal lidstaten — drie — suggesties heeft aangeleverd voor wijzigingen van het UEA en/of het eUEA.

In dit verband moet in 2019 een grondigere beoordeling van het UEA plaatsvinden, naast de beoordeling van het economische effect van de richtlijnen op de interne markt en grensoverschrijdende aanbestedingen 14 . Een dergelijke beoordeling zal gebaseerd zijn op het gebruik ervan over een aantal jaren en een meer omvattend beeld van de situatie bieden.

De Commissie zal de uitvoering van het UEA in de lidstaten blijven bevorderen en met name de integratie ervan met de nationale e-aanbestedingssystemen en registers/databanken van certificaten/ondersteunende documenten ondersteunen. Dit zal bijdragen aan het uitvoeren van het OOP binnen de lidstaten.

Gezien het overgangskarakter van de dienst zal de Commissie na 18 april 2019 geen grote ontwikkelingen meer doorvoeren in het eUEA. Voorzien wordt dat het eUEA na die datum zal worden stopgezet.

Bij verdere ontwikkelingen van het eUEA (en van e-Certis 15 ) zal ook rekening moeten worden gehouden met ontwikkelingen in systemen die de registers van lidstaten aan elkaar koppelen (zoals het systeem van gekoppelde bedrijfsregisters (Business Registers Interconnection System — BRIS), het Europees Strafregisterinformatiesysteem (ECRIS), enz.) die documenten en certificaten bevatten die van belang zijn voor openbare aanbestedingen.

Er is ook rekening gehouden met het UEA bij de werkzaamheden aan het verbeteren van de standaardformulieren voor openbare aanbestedingen. Bij de mogelijke toekomstige beoordeling van het UEA in 2019 zal rekening worden gehouden met de uitkomsten van deze openbare raadpleging 16 .

Het is ook essentieel dat lidstaten de bepalingen van Richtlijn 2014/24/EU, waarin wordt vereist dat de lidstaten het e-Certis-systeem actueel moeten houden, correct uitvoeren. Deze doelstelling is door de lidstaten zelf erkend in de enquête. De Commissie zal in dit kader nauwlettend toezien op de uitvoering van e-Certis om het juiste functioneren van dit belangrijke instrument voor de interne markt te waarborgen.

(1)

Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65). Andere bepalingen van de richtlijn verwijzen naar het gebruik van het UEA binnen een specifiek verband, maar de belangrijkste bepaling is in artikel 59 te vinden.

(2)

Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (PB L 3 van 6.1.2016, blz. 16).

(3)

Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).

(4)

Artikel 59, lid 3. Dit is een volle twee jaar eerder dan de "gewone" datum, 18 april 2019, die geldt voor de algemene beoordeling van de richtlijn op grond van artikel 92 daarvan.

(5)

Zie tabel 1 in de bijlage bij het verslag, waarin de datum van inwerkingtreding van de nationale wetgeving tot omzetting van de Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU van elke lidstaat is weergegeven.

(6)

http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/newsroom/cf/itemdetail.cfm?item_id=9057

(7)

  https://ec.europa.eu/tools/espd

(8)

Deze activiteiten zijn gefinancierd via het ISA²-programma (Interoperability Solutions for Public Administrations, Businesses and citizens).

(9)

e-Certis is het onlinesysteem dat door de Commissie is ontwikkeld om de certificaten/verklaringen die de lidstaten bij openbare aanbestedingen vereisen in kaart te brengen. https://ec.europa.eu/growth/tools-databases/ecertis//web/

(10)

De richtlijnen betreffende overheidsopdrachten laten lidstaten de mogelijkheid om het UEA beneden de Europese drempelbedragen te gebruiken, of voor concessieprocedures.

(11)

De enquête werd beschikbaar gemaakt via het door de Europese Commissie ontwikkelde online-instrument met de naam "EU Survey", toegankelijk via https://ec.europa.eu/eusurvey/runner/ESPD_survey

(12)

 Dit wordt in het bijzonder geregeld door artikel 59, lid 3, van Richtlijn 2014/24/EU.

(13)

Het is ook van belang op te merken dat slechts een gering aantal lidstaten — drie — suggesties heeft aangeleverd voor wijzigingen van het UEA en/of het eUEA. Met bepaalde suggesties kan rekening worden gehouden in het kader van de doorlopende aanpassingen van het eUEA.

(14)

Artikel 92 van Richtlijn 2014/24/EU (PB L 94 van 28.3.2014).

(15)

Zie voetnoot 9 over e-Certis.

(16)

  http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/newsroom/cf/itemdetail.cfm?item_id=8997

Top

Brussel, 17.5.2017

COM(2017) 242 final

BIJLAGE

bij het

verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

over de herziening van de praktische toepassing van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)


Tabel 1: datum van inwerkingtreding van de nationale wetgeving tot omzetting van de Richtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU — stand van zaken op 5 april 2017

Lidstaat

Klassieke Richtlijn (2014/24/EU)

Richtlijn nutsbedrijven
(2014/25/EU)

België

Bulgarije

15.4.2016

15.4.2016

Tsjechië

1.10.2016

1.10.2016

Denemarken

1.1.2016

1.1.2016

Duitsland

18.4.2016

18.4.2016

Estland

Ierland

5.5.2016

5.5.2016

Griekenland

8.8.2016

8.8.2016

Spanje

Frankrijk

1.4.2016

1.4.2016

Kroatië

1.1.2017

1.1.2017

Italië

19.4.2016

19.4.2016

Cyprus

28.4.2016

23.12.2016

Letland

1.3.2017

1.4.2017

Litouwen

Luxemburg

Hongarije

1.11.2015

1.11.2015

Malta

28.10.2016

28.10.2016

Nederland

1.7.2016

1.7.2016

Oostenrijk

Polen

28.7.2016

28.7.2016

Portugal

Roemenië

26.5.2016

26.5.2016

Slovenië

1.4.2016

1.4.2016

Slowakije

18.4.2016

18.4.2016

Finland

Zweden

Verenigd Koninkrijk

18.4.2016

18.4.2016



Tabel 2: aantal unieke bezoekers van het e-UEA-systeem in januari 2017, per lidstaat

Lidstaat

Unieke bezoekers

Roemenië

31 561

Denemarken

11 217

Polen

9 049

Spanje

9 444

Italië

6 425

Griekenland

3 858

Noorwegen

4 147

Duitsland

3 427

Frankrijk

3 107

Finland

2 959

Zweden

2 327

Verenigd Koninkrijk

1 945

Portugal

1 221

Nederland

1 231

Bulgarije

781

Kroatië

724

Slowakije

633

Hongarije

617

België

596

Tsjechië

543

Slovenië

443

Oostenrijk

401

Zwitserland

286

Letland

194

Ierland

177

Estland

91

Litouwen

61

Cyprus

34

Luxemburg

29

Malta

26



Tabel n.3: door de lidstaten gemelde voor- en nadelen van het gebruik van het UEA

Voordelen

Lidstaten

Verwachte vermindering van de administratieve lasten voor de leveranciers (met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen)

Tsjechië, Ierland, Griekenland, Kroatië, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen

Verwachte vermindering van de administratieve lasten voor de kopers

Ierland, Griekenland, Italië, Litouwen

Betere kosteneffectiviteit dankzij een grotere openheid van de markt en meer mededinging

Italië

Meer transparantie voor de leveranciers met betrekking tot de uitsluitings- en selectiecriteria

België

Een eerste stap om te komen tot interoperabiliteit van e-aanbestedingen in de hele EU

Portugal

Vereenvoudigt de grensoverschrijdende deelname aan openbare aanbestedingsprocedures

België, Finland

Gestandaardiseerde uitsluitings- en selectiecriteria, in een exhaustieve lijst

Cyprus, Portugal, Finland

Standaardisering van eigen verklaringen, op nationaal niveau en in de hele EU

Zweden

Snellere beoordelingsprocedure, kortere procedure

België, Litouwen, Roemenië, Finland

Een kleine bijkomende vermindering ten opzichte van het bestaande systeem

Spanje, Nederland

Voordelen worden verwacht zodra de elektronische versie beschikbaar is

Bulgarije, Ierland, Hongarije, Finland

Voordelen worden verwacht zodra de automatische koppeling met e-aanbestedingsplatforms of -registers beschikbaar is

Slowakije, Finland

Nadelen

Lidstaten

Het formulier is te ingewikkeld

Duitsland, Spanje, Oostenrijk, Polen, Finland

Het formulier is te lang

Duitsland, Spanje, Oostenrijk

Verhoging van de administratieve lasten voor de marktdeelnemers

Denemarken, Spanje, Oostenrijk, Polen

Verhoging van de administratieve lasten voor de aanbestedende diensten

Denemarken, Spanje, Oostenrijk, Finland

Het formulier op papier zorgt voor problemen, maar een elektronische versie zou dit kunnen verbeteren

Hongarije

Het UEA is een stap terug in vergelijking met de eigen verklaringen die voordien werden gebruikt

Duitsland, Spanje, Oostenrijk, Finland

Het is gemakkelijker voor de marktdeelnemers om van bij het begin alle bewijsstukken in te dienen

Spanje, Polen

Het formulier is te rigide

Denemarken

Moeilijkheden voor kopers en leveranciers in de beginfase

Griekenland

Niet gebruikt door de meeste exploitanten, geringe aanvaarding door leveranciers

Duitsland, Spanje

Als het UEA niet opnieuw kan worden gebruikt voor andere procedures is het moeilijk de belanghebbenden ervan te overtuigen er gebruik van te maken

Malta

Top