Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017AR2951

Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied

OJ C 176, 23.5.2018, p. 46–50 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 176/46


Advies van het Europees Comité van de Regio’s — Initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied

(2018/C 176/11)

Rapporteur:

Samuel Azzopardi (MT/EVP), lid van de gemeenteraad van Rabat (Città Victoria), Gozo

Referentiedocument:

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied

COM(2017) 183 final, SWD(2017) 130 final

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO'S,

1.

is ingenomen met de mededeling Initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie in het westelijke Middellandse Zeegebied en het bijbehorende Actiekader, die door de Commissie op 19 april 2017 zijn goedgekeurd.

2.

Het Comité kan zich vinden in de voorstellen voor een veilige en schone maritieme ruimte, een betere governance van de zee en duurzaam beheerde oceanen.

3.

Ook onderschrijft het ten volle de ministeriële verklaring van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, waarin de deelnemende landen ertoe worden aangezet de meerwaarde en haalbaarheid van maritieme strategieën op subregionaal niveau te onderzoeken en voort te bouwen op de ervaringen met de Dialoog 5+5. In oktober 2016 hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van Algerije, Frankrijk, Italië, Libië, Malta, Marokko, Mauritanië, Portugal, Spanje en Tunesië ervoor gepleit om samen met het secretariaat van de Unie voor het Middellandse Zeegebied verder te werken aan het initiatief voor de duurzame ontwikkeling van de blauwe economie (1).

4.

De Commissie erkent dat de samenwerking tussen de twee zijden van het Middellandse-Zeegebied nog vrij kleinschalig is en dat er ruimte is voor verbetering.

5.

Het gaat om een regio die op economisch gebied enorme kansen biedt en befaamd is om haar actieve havens en culturele erfgoed, dat tal van toeristen trekt; deze mogelijkheden kunnen op duurzame wijze verder worden benut.

6.

De Middellandse Zee is strategisch gelegen op het raakvlak van drie grote continenten, te weten Europa, Afrika en Azië, en is altijd een knooppunt geweest voor cultuur en handel met de buurlanden en andere landen.

7.

Het gebied staat bekend om zijn biodiversiteit en vele beschermde mariene gebieden.

8.

In dit verband verwijst het Comité onder meer naar zijn eerdere adviezen over de mededeling van de Commissie „Een geïntegreerd maritiem beleid” (2), over maritieme ruimtelijke ordening en geïntegreerd kustbeheer (3) en over betere bescherming van het mariene milieu en „Een nieuwe fase in het Europees beleid voor blauwe groei” (4).

9.

Het Comité maakt zich zorgen over het feit dat het Middellandse Zeegebied zwaar wordt getroffen door de klimaatverandering (5).

10.

Daarnaast heeft het gebied te maken met hoge jeugdwerkloosheid, politieke instabiliteit en zware problemen op het gebied van migratie, waardoor de economische vooruitzichten van de regio weinig rooskleurig zijn.

11.

Het is een goede zaak dat het initiatief in de eerste plaats op het westelijke deelgebied van het Middellandse Zeegebied gericht is, maar dat betekent allerminst dat het potentieel en de doelen ervan niet kunnen worden uitgebreid tot andere deelgebieden van het Middellandse Zeegebied.

12.

Hoewel het duidelijk niet schort aan politieke wil om de problemen op het gebied van milieu, visserij en aquacultuur aan te pakken, moet de regio meer doen aan voorlichting en bewustmaking, en ontbreekt het nog aan sectoroverschrijdende wetenschappelijk onderbouwde beleidsvorming. Ook wat de uitvoering en handhaving aangaat zijn er nog veel tekortkomingen, met name op nationaal en lokaal niveau (6).

13.

We mogen niet vergeten dat de regio voortdurend wordt geconfronteerd met humanitaire problemen ten gevolge van de toestroom van irreguliere migranten uit Afrika en het Midden-Oosten naar de Zuid-Europese landen, wat rechtstreekse gevolgen heeft voor de aangrenzende maritieme regio’s.

14.

Ook het zeevervoer vormt in bepaalde delen van het Middellandse Zeegebied een probleem waaraan niet mag worden voorbijgegaan: het initiatief, waarbij bescherming van het milieu en de biodiversiteit, duurzaamheid en de strijd tegen klimaatverandering steeds voor ogen moeten worden gehouden, is immers gericht op een toename van de economische activiteit, wat tevens tot meer zeevervoer zou kunnen leiden.

15.

De jeugdwerkloosheid in het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied ligt hoog; tegelijk echter vinden veel industriesectoren maar moeilijk werknemers met de juiste kwalificaties en vaardigheden.

16.

Het is zeer positief dat de Commissie gewag maakt van een bottom-upaanpak, omdat zo'n aanpak het meest geschikt is om de lokale en regionale overheden meer bij de in het initiatief voorziene maatregelen te betrekken.

Doelstelling 1 — Een veiliger en meer beveiligde maritieme ruimte

17.

Een duurzame en doeltreffende blauwe economie kan pas werkelijkheid worden als de maatregelen inzake veiligheid en beveiliging in de regio naar behoren worden uitgevoerd. Het Comité dringt er dan ook op aan dat de regionale autoriteiten aan beide zijden van het Middellandse Zeegebied de handen ineenslaan om de huidige situatie daadwerkelijk te verbeteren.

18.

Het is zorgwekkend dat „de samenwerking tussen de kustwachten langs beide zijden van het gebied (…) beperkt (blijft) en de realtimereactie op noodsituaties (…) beter (kan)” (7). Het Comité kan zich dan ook vinden in de acties om de samenwerking tussen de kustwachten aan beide zijden van het westelijke Middellandse-Zeegebied op te voeren; zo moet met name het tekort aan vaardigheden op het gebied van maritieme veiligheid worden aangepakt. Voorts staat het Comité achter de uitwisseling van kennis en gegevens, in het bijzonder met betrekking tot het zeevervoer.

19.

Positief zijn de maatregelen om de partners aan te zetten tot meer inspanningen op het gebied van capaciteitsopbouw, zodat zij illegale en ongereglementeerde activiteiten zoals migrantensmokkel en illegale visserij kunnen aanpakken en de mariene verontreiniging in het gebied kunnen tegengaan; daarnaast moeten instrumenten worden ontwikkeld om beter de strijd te kunnen aanbinden tegen mariene verontreiniging. Het feit dat de lokale en regionale economieën wellicht niet de nodige financiële middelen kunnen uittrekken voor capaciteitsopbouw, baart het Comité zorgen.

20.

Ten slotte herinnert het Comité aan de recente conclusies van de Raad (8) over internationale oceaangovernance, waarin een lans wordt gebroken voor een meer coherente regionale aanpak, iets dat het ten volle onderschrijft.

Doelstelling 2 — Een slimme en veerkrachtige blauwe economie

21.

Er kan pas sprake zijn van een slimme en veerkrachtige blauwe economie als een klimaat van voortdurende innovatie en kennisdeling wordt gecreëerd en wordt ingezet op duurzame concurrentie en economische activiteiten. Het Middellandse Zeegebied staat bekend om zijn bloeiende maritieme toeristische sector; om deze ook in de toekomst te doen gedijen zijn strategieën voor innovatie en diversificatie nodig, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan de troeven van kust en binnenland, het culturele erfgoed en archeologische vondsten.

22.

De aanbeveling dat ook belanghebbenden uit het zuiden van het westelijke Middellandse Zeegebied zouden moeten worden uitgenodigd om deel te nemen aan het BLUEMED-initiatief kan de goedkeuring van het Comité wegdragen; het gaat immers om een belangrijk instrument dat met name gericht is op de bevordering van gezamenlijke acties voor onderzoek en innovatie. Het Comité pleit voor coördinatie van mariene en maritieme onderzoeks- en innovatieactiviteiten en het creëren van synergieën tussen regionale, nationale en EU-investeringen, zodat overlappingen worden vermeden en versnippering wordt tegengegaan.

23.

Het Comité is voorstander van de ontwikkeling van nieuwe technologieën en biogebaseerde innovatieve industrieën, met name als de inspanningen op dit vlak voornamelijk gericht zijn op de ontwikkeling van duurzame producten. Daarnaast ondersteunt het de ontwikkeling van technologieën en op maat gesneden oplossingen om de klimaatverandering tegen te gaan; het denkt daarbij met name aan hernieuwbare mariene energie en drijvende windturbines, die bij uitstek geschikt zijn voor de Middellandse Zee.

24.

De oprichting van nationale en regionale maritieme clusters is een goede zaak: zij maken de ontwikkeling van innovatieve oplossingen mogelijk, die een ideale voedingsbodem vormen voor een bloeiende economie. Clusters zijn bevorderlijk voor ondernemerschap, samenwerking en kennisdeling tussen kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.

25.

Het Comité dringt aan (9) op de oprichting van een speciale kennis- en innovatiegemeenschap voor de blauwe economie als extra maatregel voor het ontwikkelen van vaardigheden en het overdragen van ideeën van maritiem onderzoek naar het bedrijfsleven; in dit verband kan ook het virtueel kenniscentrum (10) een toegevoegde waarde hebben. Het gaat hier om een instrument voor het delen van kennis ter ondersteuning van de ontwikkeling van de blauwe economie dat kan worden omschreven als een „one-stop-shop”/webportaal voor het consolideren en delen van algemene, technische en sectorale informatie in verband met mariene en maritieme kwesties in het Middellandse Zeegebied.

26.

Het Comité herinnert aan zijn voorstel in advies CdR 6622/2016 om regionale of interregionale platforms voor de blauwe economie op te richten. Het wijst erop dat verschillende regio's in het Middellandse Zeegebied gebied goede kandidaten zouden kunnen zijn voor de oprichting van dit type platform, om mogelijke projecten in kaart te brengen, te bekijken welke steun nodig zou zijn om een en ander te verwezenlijken, en de nodige financiële middelen vrij te maken op lokaal, nationaal en Europees niveau. Deze platforms zouden worden aangestuurd door de regio's, en de geselecteerde projecten zouden worden gefinancierd in het kader van het plan-Juncker 2.0.

27.

Het zou mogelijk moeten zijn de interregionale, nationale en transnationale projecten die aansluiten bij het strategische kader van het initiatief en de strategieën voor slimme specialisatie, te financieren door de regionale, nationale en Europese middelen samen te brengen in een vereenvoudigd kader; ook zou voor deze projecten een Europese premie moeten worden ingesteld, zonder dat nieuwe projectvoorstellen nodig zijn.

28.

Het Comité benadrukt dat het bij ondernemersactiviteiten in de blauwe economie niet alleen gaat om activiteiten op de Middellandse Zee. Het is daarom belangrijk dat voldoende middelen worden uitgetrokken voor steun aan ondernemingen die verband houden met de blauwe economie op het land, zoals bedrijven die vis verwerken, de scheepsbouwsector, en onshore-installaties voor wind- en fotovoltaïsche energie.

29.

De kloof tussen onderwijs en vaardigheden moet onverwijld worden gedicht. Economische ontwikkeling en onderwijs gaan hand in hand; om dit initiatief te doen slagen moeten de partners dan ook rekening houden met beide sociaaleconomische aspecten. Meer voorlichting over maritieme en mariene beroepen is cruciaal om burgers ertoe aan te zetten de mogelijkheden in dit verband in overweging te nemen en aldus de discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (die kenmerkend is voor de maritieme sector) te verkleinen en bij te dragen aan de terugdringing van de werkloosheid. Met name in het Middellandse Zeegebied is sprake van de paradox dat de jeugdwerkloosheid een van de hoogste in Europa is, maar dat maritieme ondernemingen in opkomende en traditionele sectoren geen gekwalificeerd personeel kunnen vinden.

30.

Het Comité staat positief tegenover de modellen ter ondersteuning van de ontwikkeling en het gebruik van schone energiebronnen, inclusief innovatie op het gebied van oceaanenergie en duurzaam energiegebruik voor de ontzilting van zeewater, waarbij gebruik wordt gemaakt van methoden die een minimale impact hebben op de zeebodem. Ook steunt het de voorstellen die betrekking hebben op het bevorderen van energie-efficiëntie en aanpassing aan de klimaatverandering in kuststeden, het bevorderen van groene scheepvaart- en haveninfrastructuur voor alternatieve brandstoffen, en de ontwikkeling van nieuwe toeristische producten en diensten en van gemeenschappelijke technische normen voor duurzame mariene aquacultuur in de verschillende landen (11). Ook al is er in principe niets aan te merken op de doelstellingen van deze acties, dient er wel rekening te worden gehouden met kleine of in moeilijkheden verkerende economieën.

Doelstelling 3 — Beter bestuur van de zee

31.

Kust- en maritieme gebieden zijn al sinds lang bijzonder concurrerend en veelzijdig, wat heeft geleid tot problemen op het vlak van ruimtelijke ordening en schaarse hulpbronnen. Door de toenemende druk op de natuurlijke hulpbronnen is de milieuproblematiek meer dan ooit actueel: meer kennis is dan ook noodzakelijk. De keuze voor een geïntegreerde aanpak om het delen van middelen te bevorderen zal ongetwijfeld nieuwe kansen meebrengen.

32.

Het Comité moedigt ontwikkelingsmodellen aan die zijn gebaseerd op minder uitstoot, minder consumptie en lagere energiekosten en op meer flexibiliteit en betrouwbaarheid. De ontwikkeling van energie uit biogene en organische reststoffen en uit afval zal in dit opzicht van cruciaal belang zijn.

33.

Het Comité is zich in de context van de menselijke activiteiten op zee ten volle bewust van het belang van een doeltreffende maritieme ruimtelijke ordening; bedoeling is de coördinatie te verbeteren en het risico op conflicterende activiteiten terug te brengen.

34.

Het Comité onderschrijft de maatregelen om de aandacht te vestigen op mariene wetenschappelijke gegevens en kennis als pijlers van een veerkrachtige en innovatieve economie, maar wijst er ook op dat deze gegevens in het licht van de milieuproblematiek en de klimaatverandering actueel moeten zijn en door de internationale wetenschappelijke gemeenschap en publieke overheden geraadpleegd moeten kunnen worden.

35.

Het kan zich volledig vinden in de maatregelen om het mariene milieu en de mariene habitat te beschermen tegen alle vormen van verontreiniging, waarbij de gebieden die hiervoor in aanmerking komen, zoals de beschermde mariene gebieden, proactief in kaart worden gebracht. Bewustmakingscampagnes zijn ontegensprekelijk een stap in de goede richting.

36.

Ook staat het Comité achter het streven naar regionale coördinatie en samenwerking via de middellangetermijnstrategie (2017-2020) van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee, die gericht is op duurzame visserij in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Op die manier kan er ook voor worden gezorgd dat het gemeenschappelijk visserijbeleid op het niveau van het deelstroomgebied op consistentere wijze wordt uitgevoerd (12).

37.

Het Comité kan zich volledig vinden in de maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van de kleinschalige visserij en de aquacultuur en de verspreiding van beste praktijken, die bedoeld zijn om de visserij- en aquacultuursector een duwtje in de rug te geven en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de verzameling van regionale gegevens en de uitvoering van wetenschappelijke evaluaties naar behoren verlopen; tegelijk moet de internationale wetgeving volledig in acht worden genomen.

Governance en uitvoering

38.

Het Comité steunt de oprichting van de WestMED-taskforce, in samenwerking met de Unie voor het Middellandse Zeegebied, waaraan onder meer de nationale contactpunten en de Europese Commissie en lokale en regionale overheden zullen deelnemen.

39.

Er zijn verschillende financieringsbronnen beschikbaar, waaronder met name de EU-financieringsprogramma's die diverse initiatieven ondersteunen, afhankelijk van de aard van het ingediende project, de reikwijdte en de prioriteiten ervan.

Slotaanbevelingen

40.

Het Comité pleit voor meer uitwisseling van beste praktijken, capaciteitsopbouw en grensoverschrijdende samenwerking tussen lokale en regionale overheden uit alle Middellandse-Zeelanden.

41.

Het drukt alle partijen op het hart om de uitwisseling van kennis en beleidsexpertise tussen de lokale en regionale overheden te bevorderen ten behoeve van multilevel governance bij het beheer van gedeelde middelen en de aanpak van gemeenschappelijke problemen in de WestMED-ruimte.

42.

Op lokaal en regionaal niveau zouden economisch duurzame projecten moeten worden gestimuleerd en zou de toegang tot kapitaal moeten worden vergemakkelijkt.

43.

Er moeten in samenwerking met de lokale en regionale overheden projecten en maatregelen op het gebied van onderwijs en opleiding worden opgezet om zo de jeugdwerkloosheid terug te dringen en een impuls te geven aan arbeidsmobiliteit tussen de verschillende sectoren van blauwe economie. Het Comité wijst in dit verband op de rol die lokale en regionale overheden spelen bij het voorspellen van in de toekomst vereiste vaardigheden en bij het afstemmen van die vaardigheden op de arbeidsmarktbehoeften. De lidstaten dienen zich hiervan bewust te zijn en de lokale en regionale overheden de juiste middelen te verstrekken om de overgang van school naar werk voor jongeren te vergemakkelijken.

Brussel, 31 januari 2018.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  Ministeriële verklaring van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ).

(2)  Rapporteur: Michael Cohen, CdR 126/2010.

(3)  Rapporteur: Paul O'Donoghue, CdR 3766/2013.

(4)  Rapporteur: Hermann Kuhn, CdR 07256/2014, en rapporteur: Christophe Clergeau, NAT-VI/019.

(5)  http://www.cmcc.it/publications/regional-assessment-of-climate-change-in-the-mediterranean-climate-impact-assessments

(6)  {SWD(2017) 130 final}

(7)  {SWD(2017) 130 final}

(8)  Conclusies van de Raad van 3 april 2017

(9)  NAT-V-44

(10)  http://www.med-vkc.eu/2016/

(11)  {SWD(2017) 130 final}

(12)  {SWD(2017) 130 final}


Top