EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017AR1195

Advies van het Europees Comité van de Regio's — Het dienstenpakket: een diensteneconomie ten dienste van de burgers

OJ C 54, 13.2.2018, p. 81–98 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

13.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 54/81


Advies van het Europees Comité van de Regio's — Het dienstenpakket: een diensteneconomie ten dienste van de burgers

(2018/C 054/15)

Rapporteur:

Jean-Luc Vanraes (BE/ALDE), gemeenteraadslid in Ukkel

Referentiedocumenten:

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese e-kaart voor diensten en de bijbehorende administratieve faciliteiten

COM(2016) 824 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het juridische en operationele kader van de Europese e-kaart voor diensten ingevoerd bij Verordening [ESC Regulation] …

COM(2016) 823 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s inzake aanbevelingen voor hervorming van de reglementering van professionele dienstverlening

COM(2016) 820 final

I.   AANBEVELINGEN VOOR WIJZIGINGEN

Wijzigingsvoorstel 1

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Overweging 7

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De in deze richtlijn opgestelde kennisgevingsverplichting moet van toepassing zijn op regelgevingsmaatregelen van lidstaten, zoals algemene wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of elke andere bindende algemene regel, met inbegrip van regels die zijn vastgesteld door beroepsorganisaties voor het collectief reguleren van de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten. Aan de andere kant moet de kennisgevingsverplichting echter niet van toepassing zijn op door nationale autoriteiten genomen individuele besluiten.

De in deze richtlijn opgestelde kennisgevingsverplichting moet van toepassing zijn op regelgevingsmaatregelen van lidstaten, zoals algemene wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of elke andere bindende algemene regel, met inbegrip van regels die zijn vastgesteld door beroepsorganisaties voor het collectief reguleren van de toegang tot of de uitoefening van dienstenactiviteiten. Aan de andere kant moet de kennisgevingsverplichting echter niet van toepassing zijn op door nationale autoriteiten genomen individuele besluiten.

Amendementen of aanpassingen van ontwerpmaatregelen die tijdens de parlementaire procedure worden ingediend door wetgevende vergaderingen of nationale, regionale en lokale parlementen mogen niet onder de meldingsplicht van deze richtlijn vallen. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt de kennisgevingsverplichting geacht te zijn voldaan wanneer de ontwerpmaatregel na afronding van de parlementaire procedure wordt goedgekeurd en ten uitvoer wordt gelegd.

Motivering

Het voorstel bevat geen procedure voor amendementen of aanpassingen van maatregelen ingediend door wetgevende vergaderingen.

Wijzigingsvoorstel 2

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Overweging 15

Schrappen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het niet naleven van de verplichting om ontwerpmaatregelen ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld ter kennisgeving aan te melden en/of het niet afzien van het vaststellen van een ter kennisgeving aangemelde maatregel gedurende deze periode en, in voorkomende gevallen, gedurende de drie maanden volgend op de ontvangst van een waarschuwing, moet worden beschouwd als een ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

 

Motivering

Het gevolg van het voorstel van de Europese Commissie is dat ontwerpmaatregelen die niet zijn aangemeld niet uitvoerbaar zijn. Dit zal ernstige gevolgen hebben voor de handhaving van lokale en regionale maatregelen, omdat de werkingssfeer van de dienstenrichtlijn zeer ruim is en soms nog steeds evoluerende jurisprudentie oplevert.

Wijzigingsvoorstel 3

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 3, lid 2

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle, in artikel 4 bedoelde ontwerpmaatregelen die nieuwe vereisten of vergunningstelsels invoeren, of die dergelijke bestaande vereisten of vergunningstelsels wijzigen.

1.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle, in artikel 4 bedoelde ontwerpmaatregelen die nieuwe vereisten of vergunningstelsels invoeren, of die dergelijke bestaande vereisten of vergunningstelsels wijzigen.

2.   Indien een lidstaat een ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel wijzigt met als gevolg daarvan een aanzienlijke uitbreiding van het toepassingsgebied of de inhoud, een verkorting van het oorspronkelijke tijdschema voor de tenuitvoerlegging, een toevoeging van vereisten of vergunningstelsels, of het stringenter maken daarvan met betrekking tot de vestiging of de grensoverschrijdende dienstverlening, geeft de lidstaat opnieuw kennis van de eerder, op grond van lid 1 ter kennisgeving aangemelde, gewijzigde ontwerpmaatregel, met inbegrip van een uitleg betreffende het doel en de inhoud van de wijzigingen. In een dergelijk geval wordt de eerdere kennisgeving als ingetrokken beschouwd.

 

a)

Indien een lidstaat een ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel wijzigt met als gevolg daarvan een aanzienlijke uitbreiding van het toepassingsgebied of de inhoud, een verkorting van het oorspronkelijke tijdschema voor de tenuitvoerlegging, een toevoeging van vereisten of vergunningstelsels, of het stringenter maken daarvan met betrekking tot de vestiging of de grensoverschrijdende dienstverlening, geeft de lidstaat opnieuw kennis van de eerder, op grond van lid 1 ter kennisgeving aangemelde, gewijzigde ontwerpmaatregel, met inbegrip van een uitleg betreffende het doel en de inhoud van de wijzigingen. In een dergelijk geval wordt de eerdere kennisgeving als ingetrokken beschouwd.

b)

Lidstaten zijn niet verplicht om melding te maken van de wijzigingen die tijdens een parlementaire procedure worden doorgevoerd met betrekking tot een reeds ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel. Wel dienen de lidstaten de gewijzigde ontwerpmaatregel aan te melden bij de Commissie zodra deze is aangenomen.

3.   De Commissie wordt in kennis gesteld van de in leden 1 en 2 bedoelde ontwerpmaatregelen, ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld.

3.   De Commissie wordt in kennis gesteld van de in leden 1 en 2 bedoelde ontwerpmaatregelen, ten minste drie maanden voordat zij worden vastgesteld.

4.   Het schenden van een van de in artikel 3, leden 1, 2 en 3, of in artikel 6, lid 2, vervatte verplichtingen, vormt een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

4.   Het schenden van een van de in artikel 3, leden 1, 2 en 3, of in artikel 6, lid 2, vervatte verplichtingen, vormt een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

5.   Als onderdeel van elke kennisgeving verschaffen de lidstaten informatie waarmee kan worden aangetoond dat het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste in overeenstemming is met Richtlijn 2006/123/EG.

In die informatie wordt de dwingende reden van het nagestreefde algemeen belang genoemd en het bevat de argumenten waarom het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste niet-discriminatoir is op grond van nationaliteit of verblijfplaats en waarom het evenredig is.

Die informatie bevat een beoordeling waaruit blijkt dat geen minder beperkende middelen voorhanden zijn, evenals specifiek bewijs ter ondersteuning van de argumenten van de kennisgevende lidstaat.

5.   Als onderdeel van elke kennisgeving verschaffen de lidstaten informatie waarmee kan worden aangetoond dat het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste in overeenstemming is met Richtlijn 2006/123/EG.

In die informatie wordt de dwingende reden van het nagestreefde algemeen belang genoemd en het bevat de argumenten waarom het ter kennisgeving aangemelde vergunningstelsel of de ter kennisgeving aangemelde vereiste niet-discriminatoir is op grond van nationaliteit of verblijfplaats en waarom het evenredig is.

Die informatie bevat een beoordeling waaruit blijkt dat geen minder beperkende middelen voorhanden zijn, evenals specifiek bewijs ter ondersteuning van de argumenten van de kennisgevende lidstaat.

6.   De kennisgeving van de betrokken lidstaat omvat tevens de tekst van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die ten grondslag ligt aan de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel.

6.   De kennisgeving van de betrokken lidstaat omvat tevens de tekst van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die ten grondslag ligt aan de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel.

7.   De betrokken lidstaten maken melding van de vastgestelde maatregel, binnen twee weken na de vaststelling ervan.

7.   De betrokken lidstaten maken melding van de vastgestelde maatregel, binnen twee weken na de vaststelling ervan.

8.   Voor de toepassing van de krachtens deze richtlijn ingestelde kennisgevingsprocedure en om de informatie-uitwisseling tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie te waarborgen, dient het Informatiesysteem interne markt, vervat in Verordening (EU) nr. 1024/2012 te worden gebruikt.

8.   Voor de toepassing van de krachtens deze richtlijn ingestelde kennisgevingsprocedure en om de informatie-uitwisseling tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie te waarborgen, dient het Informatiesysteem interne markt, vervat in Verordening (EU) nr. 1024/2012 te worden gebruikt.

Motivering

Het voorstel bevat geen procedure voor amendementen of aanpassingen van maatregelen ingediend door wetgevende vergaderingen.

Wijzigingsvoorstel 4

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 3, lid 4

Schrappen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het schenden van een van de in artikel 3, leden 1, 2 en 3, of in artikel 6, lid 2, vervatte verplichtingen, vormt een zeer ernstige procedurele fout ten aanzien van de gevolgen ervan voor personen.

 

Motivering

Het gevolg van het voorstel van de Europese Commissie is dat ontwerpmaatregelen die niet zijn aangemeld niet uitvoerbaar zijn. Dit zal ernstige gevolgen hebben voor de handhaving van lokale en regionale maatregelen, omdat de werkingssfeer van de dienstenrichtlijn zeer ruim is en soms nog steeds evoluerende jurisprudentie oplevert.

De voorgestelde sanctie zou tot een enorme rechtsonzekerheid leiden, aangezien zelfs inhoudelijk onproblematische en duidelijke plannen als gevolg van minimale overtredingen bij de kennisgeving niet zouden mogen worden uitgevoerd.

Wijzigingsvoorstel 5

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 3, lid 8

Nieuw lid invoegen na artikel 3, lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Artikel 3, lid 3, is niet van toepassing indien een lidstaat verplicht is maatregelen tot invoering van nieuwe vergunningstelsels of eisen of tot wijziging van bestaande vergunningstelsels of eisen vast te stellen in een zeer korte tijdsspanne om dringende redenen naar aanleiding van ernstige en onvoorziene omstandigheden in verband met de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu.

Motivering

Spreekt voor zich.

Wijzigingsvoorstel 6

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 5, lid 2

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Met ingang van de datum waarop de Commissie de kennisgevende lidstaat informeert over de volledigheid van de ontvangen kennisgeving, vindt er gedurende maximaal drie maanden een raadpleging plaats tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie.

Met ingang van de datum waarop de Commissie de kennisgevende lidstaat informeert over de volledigheid van de ontvangen kennisgeving, vindt er gedurende maximaal drie maanden een raadpleging plaats tussen de kennisgevende lidstaat, de andere lidstaten en de Commissie. De raadpleging mag niet beletten dat de kennisgevende lidstaat de betrokken bepalingen vaststelt, die echter niet vóór het einde van de raadplegingsperiode mogen worden uitgevoerd.

Motivering

De voorgestelde periode is te weinig flexibel. Dit zou leiden tot onnodige vertraging. Lidstaten zouden daarom de vrijheid moeten hebben om de maatregelen in kwestie vast te stellen, maar deze niet moeten uitvoeren zolang de raadplegingsperiode loopt.

Wijzigingsvoorstel 7

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 6

Waarschuwing

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Voorafgaand aan de sluiting van de in artikel 5, lid 2, genoemde raadplegingstermijn kan de Commissie de kennisgevende lidstaat waarschuwen wanneer zij twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG en de lidstaat erop attent maken dat zij de intentie heeft een in artikel 7 bedoeld besluit vast te stellen.

1.   Voorafgaand aan de sluiting van de in artikel 5, lid 2, genoemde raadplegingstermijn kan de Commissie de kennisgevende lidstaat waarschuwen wanneer zij twijfels heeft over de verenigbaarheid van de ter kennisgeving aangemelde ontwerpmaatregel met Richtlijn 2006/123/EG en de lidstaat erop attent maken dat zij de intentie heeft een in artikel 7 bedoelde aanbeveling vast te stellen. In deze waarschuwing wordt aangegeven waarom de Commissies twijfels heeft en, indien nodig, welke wijzigingen van de aangekondigde ontwerpmaatregel de Commissie nuttig acht om deze twijfels op bevredigende wijze weg te nemen.

2.   Na ontvangst van een dergelijke waarschuwing , stelt de kennisgevende lidstaat de ontwerpmaatregel niet vast gedurende drie maanden na de sluiting van de raadplegingstermijn .

2.   Na ontvangst van een dergelijke waarschuwing voert de Commissie gedurende drie maanden overleg met de betreffende bevoegde instanties, ook op lokaal en regionaal niveau. Het feit dat de Commissie een lidstaat een waarschuwing heeft gegeven mag niet beletten dat de betreffende lidstaat een ontwerpmaatregel goedkeurt, die echter niet vóór het einde van de raadplegingsperiode mag worden uitgevoerd.

Motivering

Om ervoor te zorgen dat de bevoegde instanties in de lidstaten volledig op de hoogte zijn van de twijfels van de Commissie en de redenen daarvoor, en om ervoor te zorgen dat hierover tijdig en grondig wordt overlegd met de bevoegde instanties in de lidstaat.

Wijzigingsvoorstel 8

Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt, tot vaststelling van een kennisgevingsprocedure voor vergunningstelsels en vereisten met betrekking tot diensten en tot wijziging van Richtlijn 2006/123/EG en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt

COM(2016) 821 final

Artikel 7

Besluit

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Artikel 7

Besluit

Indien de Commissie een waarschuwing heeft afgegeven overeenkomstig artikel 6, lid 1, kan zij, gedurende een periode van drie maanden na afloop van de sluitingsdatum van de in artikel 5, lid 2, bedoelde raadplegingstermijn, een besluit vaststellen waarin de ontwerpmaatregel onverenigbaar wordt bevonden met Richtlijn 2006/123/EG en waarin van de betrokken lidstaat wordt geëist dat deze afziet van de vaststelling van de ontwerpmaatregel of de vaststelling intrekt, in het geval een dergelijke maatregel is vastgesteld in strijd met artikel 3, lid 3, of artikel 6, lid 2.

Artikel 7

Aanbeveling

Indien de Commissie een waarschuwing heeft afgegeven overeenkomstig artikel 6, lid 1, kan zij, gedurende een periode van drie maanden na afloop van de sluitingsdatum van de in artikel 5, lid 2, bedoelde raadplegingstermijn, een niet-bindende aanbeveling vaststellen waarin de ontwerpmaatregel onverenigbaar wordt bevonden met Richtlijn 2006/123/EG en waarin de betrokken lidstaat op de hoogte wordt gebracht van haar voornemen om zich, in geval van goedkeuring van de maatregel, tot het Hof van Justitie van de Europese Unie te wenden om de verenigbaarheid van de maatregel met Richtlijn 2006/123/EG aan te vechten.

Motivering

Een besluit, zoals de Commissie voorstelt, is een slecht idee, omdat het de vrijheid van de wetgever op nationaal en regionaal niveau onnodig zou beperken. Een niet-bindende aanbeveling waarin melding wordt gemaakt van het voornemen van de Commissie om de wettigheid van de maatregel aan te vechten, mocht deze worden aangenomen, kan, met het oog op de andere bepalingen van de ontwerpwetgeving, een verbeterde kennisgevingsprocedure opleveren die effectief is en ook de prerogatieven van nationale en regionale wetgevers in acht neemt.

Wijzigingsvoorstel 9

Voorstel voor een richtlijn betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final/1

Overweging 9

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De bewijslast inzake rechtvaardiging en evenredigheid ligt bij de lidstaten. De rechtvaardigingsgronden die een lidstaat voor regelgeving aanvoert, moeten dus vergezeld gaan van een analyse van de geschiktheid en evenredigheid van de door deze lidstaat genomen maatregel, alsmede van specifieke gegevens ter onderbouwing van zijn betoog.

De bewijslast inzake rechtvaardiging en evenredigheid ligt bij de lidstaten. De rechtvaardigingsgronden die een lidstaat voor regelgeving aanvoert, moeten dus vergezeld gaan van een analyse van de geschiktheid en evenredigheid van de door de bevoegde instanties in deze lidstaat genomen maatregel, alsmede van specifieke gegevens ter onderbouwing van zijn betoog.

Motivering

Dit veroorzaakt extra administratieve lasten die niet in verhouding staan tot de potentiële economische gevolgen.

Wijzigingsvoorstel 10

Voorstel voor een richtlijn betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final/1

Overweging 12

Nieuwe overweging invoegen na overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

 

Nieuwe overweging

De bevoegde overheidsinstanties in de lidstaten moeten op basis van de in de richtlijn opgenomen criteria bepalen of een maatregel wel evenredig is. Deze individuele beoordelingen kunnen leiden tot verschillende legitieme resultaten in verschillende lidstaten.

Motivering

Spreekt voor zich.

Wijzigingsvoorstel 11

Voorstel voor een richtlijn betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final/1

Overweging 18

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

De bevoegde autoriteiten moeten naar behoren rekening houden met de economische effecten van de maatregel, met inbegrip van een kosten-batenanalyse met bijzondere aandacht voor de intensiteit van de concurrentie op de markt en de kwaliteit van de dienstverlening, alsmede met de effecten op het recht op werk en op het vrije verkeer van personen en diensten in de Unie. Op basis van deze analyse dienen de lidstaten in het bijzonder na te gaan of de omvang van de beperking van de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen in de Unie evenredig is aan het belang van de nagestreefde doelstellingen en de verwachte voordelen.

De bevoegde autoriteiten moeten naar behoren rekening houden met de economische effecten van de maatregel, vooral gezien de intensiteit van de concurrentie op de markt, de kwaliteit van de dienstverlening en de impact op het gebied van territoriale samenhang , alsmede met de effecten op het recht op werk en op het vrije verkeer van personen en diensten in de Unie. Op basis van deze analyse dienen de bevoegde overheidsinstanties in de lidstaten in het bijzonder na te gaan of de omvang van de beperking van de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen in de Unie evenredig is aan het belang van de nagestreefde doelstellingen en de verwachte voordelen.

Motivering

Spreekt voor zich.

Wijzigingsvoorstel 12

Voorstel voor een richtlijn betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final/1

Overweging 21

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

Het is voor de goede werking van de interne markt van cruciaal belang dat de lidstaten burgers, representatieve verenigingen of andere relevante belanghebbenden informeren voordat zij nieuwe maatregelen invoeren die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, en hun de gelegenheid geven hun standpunten kenbaar te maken.

Het is voor de goede werking van de interne markt van cruciaal belang dat de bevoegde overheidsinstanties in de lidstaten burgers, lokale en regionale overheden, sociale partners, representatieve verenigingen of andere relevante belanghebbenden informeren voordat zij nieuwe maatregelen invoeren die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, en hun de gelegenheid geven hun standpunten kenbaar te maken.

Motivering

Spreekt voor zich.

Wijzigingsvoorstel 13

Voorstel voor een richtlijn betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen

COM(2016) 822 final

Artikel 6

Evenredigheid

Wijzigen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Wijzigingsvoorstel van het CvdR

1.   Alvorens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in te voeren of te wijzigen die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, beoordelen de lidstaten of die bepalingen noodzakelijk en geschikt zijn om de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling te waarborgen en niet verder gaan dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

1.   Alvorens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in te voeren of te wijzigen die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, beoordelen de lidstaten of die bepalingen noodzakelijk en geschikt zijn om de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling te waarborgen en niet verder gaan dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

2.   Bij de beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de bepalingen houden de betrokken bevoegde autoriteiten met name rekening met:

2.   Bij de beoordeling van de noodzaak en de evenredigheid van de bepalingen houden de betrokken bevoegde autoriteiten met name rekening met:

a)

de aard van de risico's die verbonden zijn aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, met name de risico's voor consumenten, beroepsbeoefenaars of derden;

a)

de aard van de risico's die verbonden zijn aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, met name de risico's voor afnemers van diensten onder wie consumenten en andere niet-professionele afnemers van diensten , beroepsbeoefenaars, sociale partners, lokale en regionale overheden of derden;

b)

de vraag of de bepaling geschikt is in die zin dat zij passend is om de nagestreefde doelstelling te bereiken en of zij daadwerkelijk op coherente en stelselmatige wijze aan die doelstelling beantwoordt, en dus gericht is op de risico's die op soortgelijke wijze als bij vergelijkbare activiteiten zijn vastgesteld;

b)

de vraag of de bepaling geschikt is in die zin dat zij passend is om de nagestreefde doelstelling te bereiken en of zij daadwerkelijk op coherente en stelselmatige wijze aan die doelstelling beantwoordt, en dus gericht is op de risico's die op soortgelijke wijze als bij vergelijkbare activiteiten zijn vastgesteld;

c)

de vraag of de bepaling noodzakelijk is en met name of bestaande voorschriften van specifieke of meer algemene aard, zoals wettelijke voorschriften inzake productveiligheid of consumentenbescherming, ontoereikend zijn om de nagestreefde doelstelling te bereiken;

c)

de vraag of de bepaling noodzakelijk is en met name of bestaande voorschriften van specifieke of meer algemene aard, zoals wettelijke voorschriften inzake productveiligheid of consumentenbescherming, ontoereikend zijn om de nagestreefde doelstelling te bereiken;

d)

het verband tussen de omvang van de activiteiten die onder een beroep vallen of daaraan zijn voorbehouden en de vereiste beroepskwalificatie;

d)

het verband tussen de omvang van de activiteiten die onder een beroep vallen of daaraan zijn voorbehouden en de vereiste beroepskwalificatie;

e)

het verband tussen de complexiteit van de taken en het bezit van de noodzakelijke specifieke beroepskwalificaties, met name wat betreft het niveau, de aard en de duur van de vereiste opleiding of ervaring, alsook het bestaan van verschillende trajecten om de beroepskwalificatie te verkrijgen;

e)

het verband tussen de complexiteit van de taken en het bezit van de noodzakelijke specifieke beroepskwalificaties, met name wat betreft het niveau, de aard en de duur van de vereiste opleiding of ervaring, alsook het bestaan van verschillende trajecten om de beroepskwalificatie te verkrijgen;

f)

de omvang van de beroepsactiviteiten die zijn voorbehouden aan de houders van een bepaalde beroepskwalificatie, te weten de vraag of en waarom de aan bepaalde beroepen voorbehouden activiteiten al dan niet met andere beroepen kunnen worden gedeeld;

f)

de omvang van de beroepsactiviteiten die zijn voorbehouden aan de houders van een bepaalde beroepskwalificatie, te weten de vraag of en waarom de aan bepaalde beroepen voorbehouden activiteiten al dan niet met andere beroepen kunnen worden gedeeld;

g)

de mate van zelfstandigheid bij de uitoefening van een gereglementeerd beroep en de gevolgen van organisatorische en toezichtregelingen voor de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling, in het bijzonder wanneer de met een gereglementeerd beroep verband houdende activiteiten worden uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van een naar behoren gekwalificeerde beroepsbeoefenaar;

g)

de mate van zelfstandigheid bij de uitoefening van een gereglementeerd beroep en de gevolgen van organisatorische en toezichtregelingen voor de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling, in het bijzonder wanneer de met een gereglementeerd beroep verband houdende activiteiten worden uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van een naar behoren gekwalificeerde beroepsbeoefenaar;

h)

de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de asymmetrie van informatie tussen beroepsbeoefenaars en consumenten kunnen terugdringen;

h)

de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de asymmetrie van informatie tussen beroepsbeoefenaars en consumenten kunnen terugdringen;

i)

de economische effecten van de maatregel, met bijzondere aandacht voor de intensiteit van de concurrentie op de markt en de kwaliteit van de dienstverlening, alsmede de effecten op het vrije verkeer van personen en diensten in de Unie;

i)

de economische en sociale effecten van de maatregel, met bijzondere aandacht voor de intensiteit van de concurrentie op de markt en de kwaliteit van de dienstverlening, alsmede de effecten op het vrije verkeer van personen en diensten in de Unie;

j)

de mogelijkheid gebruik te maken van minder beperkende maatregelen om de doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken;

j)

de mogelijkheid gebruik te maken van minder beperkende maatregelen om de doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken;

k)

het cumulatieve effect van de beperkingen op zowel de toegang tot als de uitoefening van het beroep , en in het bijzonder de vraag hoe elk van die vereisten bijdraagt tot de verwezenlijking van dezelfde doelstelling van algemeen belang en of zij daartoe noodzakelijk is .

k)

het cumulatieve effect van de beperkingen op zowel de toegang tot als de uitoefening van het beroep.

 

Bij het beoordelen van de noodzaak en de evenredigheid van de bepalingen passen de bevoegde instanties de criteria 2a) tot en met 2k) toe. Dat doen zij op weloverwogen wijze en met inachtneming van de specifieke omstandigheden van elk afzonderlijk geval. Indien zij van mening zijn dat een bepaald criterium niet relevant is, dan mogen zij dit criterium buiten beschouwing laten bij de beoordeling, mits zij hiervoor een motivering verstrekken.

3.   Voor de toepassing van lid 2, onder j), geldt dat wanneer de maatregelen worden gerechtvaardigd door de bescherming van consumenten en wanneer de vastgestelde risico's enkel verband houden met de betrekkingen tussen de beroepsbeoefenaar en de consument zonder negatieve gevolgen voor derden, de betrokken bevoegde autoriteiten met name beoordelen of de doelstelling kan worden bereikt door middel van een beschermde beroepstitel zonder het voorbehouden van activiteiten.

3.   Voor de toepassing van lid 2, onder j), geldt dat wanneer de maatregelen worden gerechtvaardigd door de bescherming van consumenten en wanneer de vastgestelde risico's enkel verband houden met de betrekkingen tussen de beroepsbeoefenaar en de consument zonder negatieve gevolgen voor derden, de betrokken bevoegde autoriteiten met name beoordelen of de doelstelling kan worden bereikt door middel van een beschermde beroepstitel zonder het voorbehouden van activiteiten.

4.   Voor de toepassing van lid 2, onder k), geldt dat de betrokken bevoegde autoriteiten met name beoordelen wat het cumulatieve effect is wanneer een of meer van de volgende vereisten wordt opgelegd:

4.   Voor de toepassing van lid 2, onder k), geldt dat de betrokken bevoegde autoriteiten met name beoordelen wat het cumulatieve effect is wanneer een of meer van de volgende vereisten wordt opgelegd:

a)

voorbehouden activiteiten, naast de beschermde beroepstitel;

a)

voorbehouden activiteiten, naast de beschermde beroepstitel;

b)

vereisten op het gebied van permanente beroepsontwikkeling;

b)

regels betreffende de organisatie van het beroep, beroepsethiek en toezicht;

c)

regels betreffende de organisatie van het beroep, beroepsethiek en toezicht;

c)

verplicht lidmaatschap van een kamer alsmede registratie- of vergunningsregelingen, met name wanneer die vereisten het bezit van een bepaalde beroepskwalificatie impliceren;

d)

verplicht lidmaatschap van een kamer alsmede registratie- of vergunningsregelingen, met name wanneer die vereisten het bezit van een bepaalde beroepskwalificatie impliceren;

d)

kwantitatieve beperkingen, met name vereisten op grond waarvan het aantal vergunningen voor de uitoefening van een beroep wordt beperkt dan wel een minimum- of maximumaantal werknemers, leidinggevenden of vertegenwoordigers in het bezit van bepaalde beroepskwalificaties wordt vastgesteld;

e)

kwantitatieve beperkingen, met name vereisten op grond waarvan het aantal vergunningen voor de uitoefening van een beroep wordt beperkt dan wel een minimum- of maximumaantal werknemers, leidinggevenden of vertegenwoordigers in het bezit van bepaalde beroepskwalificaties wordt vastgesteld;

e)

specifieke vereisten inzake rechtsvorm of vereisten die verband houden met de deelneming in of het bestuur van een onderneming, voor zover deze vereisten rechtstreeks gekoppeld zijn aan de uitoefening van het gereglementeerde beroep;

f)

specifieke vereisten inzake rechtsvorm of vereisten die verband houden met de deelneming in of het bestuur van een onderneming, voor zover deze vereisten rechtstreeks gekoppeld zijn aan de uitoefening van het gereglementeerde beroep;

f)

territoriale beperkingen, met name wanneer het beroep in delen van het grondgebied van een lidstaat anders is gereglementeerd;

g)

territoriale beperkingen, met name wanneer het beroep in delen van het grondgebied van een lidstaat anders is gereglementeerd;

g)

vereisten op grond waarvan het gezamenlijk of in partnerschap uitoefenen van een gereglementeerd beroep wordt beperkt, alsmede incompatibiliteitsregels;

h)

vereisten op grond waarvan het gezamenlijk of in partnerschap uitoefenen van een gereglementeerd beroep wordt beperkt, alsmede incompatibiliteitsregels;

h)

vereisten inzake verzekering of andere individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid;

i)

vereisten inzake verzekering of andere individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid;

i)

vereisten inzake talenkennis, voor zover nodig voor de uitoefening van het beroep.

j)

vereisten inzake talenkennis, voor zover nodig voor de uitoefening van het beroep.

 

Motivering

De lijst met criteria in artikel 6 is indicatief, omdat niet alle criteria in elk geval even relevant of belangrijk zijn en een ‘standaardaanpak’ de bevoegde instanties in de lidstaten met te veel of onnodig werk opzadelt.

II.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO'S

Belang en urgentie van de voltooiing van de interne markt voor diensten

1.

onderstreept het belang van de interne markt voor het stimuleren van de economische groei, de toename van investeringen, het verbeteren van de levensstandaard en het scheppen van banen in de regio’s en gemeenten in de hele EU.

2.

Het is de hoogste tijd dat de interne markt voor goederen en diensten, zoals bedoeld in de strategie voor een eengemaakte markt, wordt voltooid. Vooral op het gebied van diensten zijn er nog veel belangrijke economische barrières.

3.

Diensten zijn de spil van de Europese economie, aangezien zij goed zijn voor ongeveer 70 % van zowel het bbp als de werkgelegenheid. De dienstensector van de EU wordt echter gekenmerkt door een trage productiviteitsgroei en zwakke concurrentie, waardoor het potentieel niet volledig wordt benut. Het wegnemen van de barrières die grensoverschrijdende dienstverlening in de weg staan, en die het gevolg zijn van uiteenlopende nationale regelgeving en procedures, bieden dienstverleners en klanten meer mogelijkheden om het potentieel van de interne markt volledig te benutten. Het Comité roept de Europese Commissie en de lidstaten dan ook op om verdere maatregelen te nemen die de productiviteitsgroei van de dienstensector versnellen, die de concurrentie tussen ondernemingen vergroten en die een einde maken aan de wettelijke en procedurele barrières die de grensoverschrijdende verrichting van diensten in de weg staan.

4.

Diensten leveren een belangrijke intermediaire input aan de economie en competitieve diensten, met name zakelijke diensten, zijn van cruciaal belang voor de productiviteit en het kostenconcurrentievermogen in andere sectoren, zoals de industrie, die van vitaal belang zijn voor de regionale en lokale economieën.

5.

Tien jaar na de goedkeuring van de dienstenrichtlijn moet worden vastgesteld dat de mogelijkheden van deze richtlijn om het vrije verkeer van diensten te verruimen nog niet volledig zijn benut en dat dienstverleners in allerlei sectoren nog steeds op tal van barrières stuiten wanneer zij zich willen vestigen in een andere lidstaat of tijdelijk grensoverschrijdende diensten willen verlenen. Het Comité roept de Europese Commissie en de lidstaten op om verdere maatregelen goed te keuren die deze barrières wegnemen. Als de belemmeringen voor grensoverschrijdende handel en investeringen in diensten binnen het bestaande kader van de dienstenrichtlijn worden aangepakt, kan dat naar schatting tot 1,7 % extra groei van het bbp van de EU opleveren.

6.

Het Comité stemt in met het streven van de Commissie om ongerechtvaardigde bureaucratische belemmeringen voor de dienstverlening weg te werken en is van mening dat de voorstellen een bijdrage kunnen leveren aan de totstandkoming van een echte interne markt voor diensten, die ook de economische groei, de investeringen en de werkgelegenheid in de steden en regio’s van Europa kan stimuleren. Het wijst evenwel op de noodzaak de beginselen van evenredigheid en subsidiariteit bij de tenuitvoerlegging van het dienstenpakket in acht te nemen.

7.

Feit is dat de verschillende onderdelen van het pakket onderling met elkaar samenhangen en dat zij moeten worden gezien als schakel in een groter geheel. Dit is iets om rekening mee te houden bij de beoordeling van de afzonderlijke voorstellen op dit gebied.

8.

Het voorstel voor de kennisgevingsprocedure moet hoogst waarschijnlijk worden gewijzigd in het licht van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak C-320/16 Uber France SAS, waarover de advocaat-generaal op 4 juli 2017 zijn voorlopig advies heeft uitgebracht, waarin hij verklaart dat „de lidstaten de illegale uitoefening van vervoersactiviteiten zoals bij UberPop kunnen verbieden en strafbaar stellen zonder het wetsontwerp vooraf mee te delen aan de Commissie”.

E-kaart voor diensten

9.

Het Comité wijst erop dat de dienstenrichtlijn de lidstaten verplicht om het mes te zetten in administratieve belemmeringen die dienstenaanbieders ontmoedigen om grensoverschrijdend actief te zijn, maar stelt vast dat dit nog niet helemaal is gelukt.

10.

De nieuwe e-kaart voor diensten levert een nuttige bijdrage aan de bevordering van de mobiliteit van dienstverleners, maar de vraag is hoe de nieuwe e-kaart voor diensten zich verhoudt tot reeds bestaande regelingen zoals het Informatiesysteem interne markt (IMI) en de Europese beroepskaart. De e-kaart kan bijdragen aan de vermindering van de administratieve rompslomp en de kosten voor grensoverschrijdende dienstverleners die aan administratieve formaliteiten moeten voldoen. Dit heeft vooral gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen, die de ruggengraat vormen van de lokale en regionale economie en op de meeste administratieve obstakels stuiten wanneer zij zakendoen over de grens.

11.

Het Comité is gekant tegen het verschuiven van de hoofdverantwoordelijkheid voor de procedure naar de autoriteiten van de lidstaat van herkomst, omdat dit in strijd is met het in de dienstenrichtlijn neergelegde beginsel van de lidstaat van ontvangst. De e-kaart voor diensten mag controles die de relevante overheidsinstanties in de lidstaat van ontvangst moeten uitvoeren op economische activiteiten die op hun grondgebied worden ontplooid, niet verhinderen of belemmeren. De door de Commissie voorgestelde e-kaart voor diensten zou dienstverleners toestaan om alleen met de lidstaat van herkomst als tussenpersoon te handelen; zo wordt de uitwisseling van gegevens geharmoniseerd op basis van het oorsprongslandbeginsel.

12.

Het Comité vraagt zich af wat de impact is van het voorstel voor een Europese e-kaart voor diensten op de bestaande sectoriële sociale ID-kaarten die door de bevoegde overheidsinstanties in de lidstaten of sociale partners zijn ingevoerd.

13.

In het voorstel wordt niet verduidelijkt welke elementen de lidstaat van herkomst dient te beoordelen om te kunnen verklaren dat een dienstverlener rechtmatig op zijn grondgebied is gevestigd, terwijl in Richtlijn 2014/67/EU feitelijke elementen worden opgesomd aan de hand waarvan wordt uitgemaakt of een onderneming daadwerkelijk substantiële werkzaamheden in de lidstaat verricht.

14.

Door de afgifte van PD A1-formulieren in verband met de detachering van werknemers is al duidelijk geworden dat het niet zonder gevaar is om de validatie van gegevens over inkomende dienstverleners uitsluitend aan de lidstaat van herkomst over te laten, met name in het geval van schijnzelfstandigheid. In de effectbeoordeling bij het voorstel tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de detachering van werknemers staat: „De nauwkeurigheid van de informatie in de PD A1-documenten kan niet worden gegarandeerd vanwege onder meer het gebrek aan officiële controles door de autoriteiten in de uitzendende landen” (1).

15.

Bepaalde kenmerken van de e-kaart voor diensten, zoals het ‘eenmaligheidsbeginsel’ voor het overleggen van informatie, de onbepaalde geldigheidsduur, het feit dat lidstaten verplicht zijn om de in de dienstenkaart vervatte informatie te gebruiken zonder te kunnen verlangen dat de juistheid van deze informatie in een later stadium wordt aangetoond, en restrictieve intrekkingsprocedures die wellicht een definitieve rechterlijke uitspraak vereisen, kunnen de controle op de naleving van de nationale wetgeving en de handhaving van de werknemers- en consumentenrechten hinderen.

16.

Het Comité constateert dat de Europese e-kaart voor diensten geacht wordt informatie te verstrekken over verzekeringsdekking. Gezien de onbeperkte duur van de kaart zou kunnen worden verondersteld dat de informatie slechts één keer hoeft te worden verstrekt, waardoor inspecties en controles in de ontvangende lidstaten mogelijk minder effectief worden.

17.

Het Comité wijst op het feit dat de e-kaart voor diensten beschikbaar zou zijn voor zowel dienstverleners die op tijdelijke basis grensoverschrijdend actief zijn als bedrijven die diensten verlenen via een in een andere lidstaat gevestigd filiaal, agentschap of bureau.

18.

Het Comité vindt het belangrijk dat, hoewel de lidstaten verplicht zijn de e-kaart beschikbaar te stellen, de dienstverleners — of zij nu als zelfstandige werken of een bedrijf runnen — zelf kunnen beslissen of zij er al dan niet gebruik van maken.

19.

Het gebruik van een vrijwillig instrument als de e-kaart voor diensten is afhankelijk van de duidelijke meerwaarde ervan voor dienstverleners, alsook van de inspanningen die het bedrijfsleven en de bevoegde instanties in de lidstaten, inclusief op lokaal en regionaal niveau, zich getroosten om zoveel mogelijk bekendheid te geven aan de dienstenkaart en de voordelen ervan.

20.

Het Comité plaatst vraagtekens bij de stilzwijgende goedkeuring als de aanvraag van een e-kaart door een dienstverlener niet binnen de vastgestelde termijn in behandeling wordt genomen door de autoriteit van de lidstaat van ontvangst. De stilzwijgende erkenning zou geheel moeten worden geschrapt of in ieder geval pas na een adequate controle- en afhandelingstermijn mogen worden verleend.

21.

Het is jammer dat belangrijke aspecten van de e-kaart voor diensten, zoals de details van de informatie die op het aanvraagformulier moet worden verstrekt en de documenten die als bewijsmateriaal moeten worden bijgevoegd, niet zijn opgenomen in de ontwerpwetgeving maar door de Commissie in gedelegeerde handelingen zullen worden omschreven. Dit kan tot gevolg hebben dat de lokale en regionale overheden zich niet kunnen uitspreken over deze belangrijke aspecten. Het Europees Comité van de Regio's verzoekt om alle documenten met betrekking tot deze gedelegeerde handelingen op hetzelfde tijdstip te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, het Europees Parlement en de Raad, en toegang te krijgen tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen, zodat het tijdig eventuele noodzakelijke opmerkingen kan maken.

22.

Het toepassingsgebied van de kaart is in eerste instantie beperkt tot zakelijke dienstverlening en bouwdiensten, sectoren die van groot economisch belang zijn maar die nauwelijks grensoverschrijdende handel en investeringen kennen en een geringe productiviteitsgroei te zien geven, en die daarom baat kunnen hebben bij meer concurrentie over de grenzen heen.

23.

De goede werking van de e-kaart voor diensten staat of valt bij de samenwerking tussen de lidstaten via het Informatiesysteem interne markt, waarbij ook lokale en regionale overheden zijn betrokken, en dit vergt een beter gebruik van het platform door overheidsinstanties en meer investeringen in de ontwikkeling ervan. Gezien het feit dat de tenuitvoerlegging van andere belangrijke onderdelen van het dienstenpakket, met name de kennisgevingsprocedure, ook afhankelijk is van de kracht van dit platform, verzoekt het Comité de Commissie om een actieplan op te stellen voor aanpassing van het platform ter ondersteuning van de noodzakelijke procedures.

24.

Het Comité verzoekt de Commissie om het systeem voor het verstrekken van de e-kaart voor diensten naadloos te laten aansluiten op de reeds bestaande systemen in de lidstaten en de interoperabiliteit met deze systemen te bevorderen.

25.

De Commissie zou het toepassingsgebied van de e-kaart voor diensten verder moeten vergroten, zodat in de toekomst zo veel mogelijk sectoren daarvan gebruik kunnen maken, waaronder micro- en kleine ondernemingen en innovatieve en snel groeiende bedrijven.

26.

Het Comité staat achter de idee om dienstverleners een vergoeding te laten betalen voor de afgifte van een dienstenkaart mits deze vergoeding niet onevenredig hoog is. Het raadt de Commissie aan om de vergoedingen die door de lidstaten in rekening worden gebracht nauwgezet te controleren en hierover verslag uit te brengen, omdat dit in belangrijke mate bepalend kan zijn voor het vrijwillige gebruik van de e-kaart.

27.

Een sterk punt van de dienstenkaart vanuit het oogpunt van dienstverleners is dat de autoriteiten in de lidstaten niet van een kaarthouder mogen eisen dat hij informatie verstrekt die al op de e-kaart wordt vermeld, ook niet in het geval van de gunning van een overheidsopdracht, een prijsvraag of een concessie, de oprichting van een dochtervennootschap of de registratie van een bijkantoor conform het vennootschapsrecht of de registratie in het kader van verplichte sociale verzekeringen; dit drukt immers de administratieve kosten voor dienstverleners, waardoor de kaart aantrekkelijk wordt en sneller zal worden gebruikt.

28.

Dit kan praktische gevolgen hebben voor organisatorische en elektronische procedures, bijvoorbeeld voor openbare aanbestedingen van lokale en regionale overheden, en er kan een overgangsperiode nodig zijn om een soepele aanpassing van de systemen mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat aan de nieuwe eisen kan worden voldaan.

29.

Het is een goede zaak dat wordt getracht de naleving van administratieve formaliteiten in verband met de detachering van personeel te vergemakkelijken en verzekeringsdekking voor dienstverlening over de grenzen heen mogelijk te maken, omdat ook dit de aantrekkingskracht van de e-kaart voor diensten zal vergroten en het gebruik ervan zal bevorderen.

30.

Het Comité onderstreept dat de wetgeving, in overeenstemming met de bepalingen van de dienstenrichtlijn, niet van invloed is op de definitie of organisatie van diensten van algemeen economisch belang en niet van toepassing is op niet-economische diensten van algemeen belang, diensten die vaak worden verleend op lokaal en regionaal niveau, en evenmin afbreuk doet aan het arbeidsrecht of de arbeidsvoorwaarden.

31.

De Commissie wordt verzocht te voorzien in doeltreffende systemen voor controle van de e-kaart voor diensten, teneinde oneerlijke concurrentie en frauduleuze praktijken te voorkomen. Een strikte toepassing van deze controles, die niet tot een loutere controle van elektronische gegevens beperkt mogen zijn, kan mogelijke sociale dumping en zwartwerk tegengaan.

32.

Het is nog maar de vraag of het aan de invoering van de e-kaart voor diensten gekoppelde nut opweegt tegen de daarmee voor de bevoegde overheden in de lidstaten, ook op regionaal en lokaal niveau, samenhangende administratieve lasten. Dit ook gezien het feit dat in alle lidstaten al contactpunten bestaan voor eventuele vragen en problemen in verband met grensoverschrijdende dienstverlening en omdat uitwisseling tussen de overheden van de lidstaten via IMI mogelijk is. Het Comité betreurt voorts dat in het voorstel niet duidelijk wordt aangeven welke administratieve verplichtingen voor dienstverrichters komen te vervallen wanneer zij in het bezit zijn van een e-kaart. Tegen deze achtergrond acht het Comité de e-kaart voor diensten uit oogpunt van evenredigheid een probleem.

Kennisgevingsprocedure voor betere kennisgeving van nationale wetgeving inzake diensten tijdens de ontwerpfase

33.

Het Comité steunt de beginselen op basis waarvan nationale regels die de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten inperken, niet-discriminatoir mogen zijn met betrekking tot nationaliteit of verblijfplaats, evenredig moeten zijn en gerechtvaardigd moeten worden door dwingende redenen van algemeen belang.

34.

Er moeten stappen worden ondernomen om de kennisgevingsprocedure voor diensten te verbeteren, omdat uit de ervaringen met de uitvoering van de dienstenrichtlijn is gebleken dat de bestaande procedure niet efficiënt is: het toepassingsgebied van de kennisgevingsplicht is onduidelijk, de kennisgevingsplicht wordt niet door alle lidstaten op dezelfde wijze gehandhaafd en belanghebbenden hebben geen toegang tot kennisgevingen.

35.

Bij een eventuele hervorming moet rekening worden gehouden met het recht van de lidstaten om de diensten op hun grondgebied te reguleren, mits de beginselen van de dienstenrichtlijn in acht worden genomen.

36.

De door de Europese Commissie vermelde problemen, zoals onvolledige aanmelding van alle regelingen, zijn ook te vermijden door verbetering van het huidige stelsel van kennisgeving conform de dienstenrichtlijn. Gelet op het beginsel van subsidiariteit en evenredigheid kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij de meerwaarde van de nieuwe kennisgevingsprocedure: in de uitvoering is ze uitgebreider en perkt ze de nationale wetgever, ook op regionaal en lokaal niveau, sterker in.

37.

Het Comité juicht het toe dat er een toelichting wordt gegeven bij de specifieke maatregelen die lidstaten verplicht zijn te melden en de informatie die zij in dit verband moeten verstrekken.

38.

Het Comité is voorstander van meer transparantie, maar vindt dat er explicieter moet worden verwezen naar de specifieke mogelijkheden die belanghebbenden kunnen worden geboden om opmerkingen te maken tijdens de raadplegingsperiode.

39.

Het CvdR dringt erop aan dat wetgevingshandelingen die alleen relevant zijn op lokaal niveau van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten.

40.

De raadpleging van de lidstaat mag niet verhinderen dat de lidstaat de betreffende maatregel vaststelt.

41.

De Commissie zou bij de waarschuwing onder lid 1 van artikel 6 moeten vermelden waarom zij van mening is dat de ontwerpmaatregel in kwestie niet verenigbaar is met de dienstenrichtlijn en welke suggesties voor wijziging van de ontwerpmaatregel zij doet om dit euvel te bestrijden. Wijziging van de ontwerprichtlijn kan hier soelaas bieden.

42.

Na het afgeven van een waarschuwing zou de Commissie moeten worden verplicht om overleg te plegen met de betreffende bevoegde instanties, ook op lokaal en regionaal niveau.

43.

Het Comité vreest dat het in artikel 7 voorgestelde besluit de vrijheid van wetgevers op nationaal, regionaal en lokaal niveau onrechtmatig zou inperken en is van mening dat het moet worden vervangen door een niet-bindende aanbeveling die de nationale en regionale wetgevers niet kan weerhouden van het afronden van het wetgevingsproces, rekening houdend met de aanbeveling van de Commissie. Het constateert dat de Commissie de bevoegdheid heeft om de wettigheid van aangenomen wetgeving te betwisten voor het Europees Hof van Justitie, hetgeen een belangrijke mogelijke sanctie is waarmee nationale en regionale wetgevers, die van de Commissie een waarschuwing/aanbeveling met betrekking tot onverenigbaarheid hadden ontvangen, zeker rekening moeten houden.

44.

De toelichting die in de ontwerprichtlijn wordt gegeven met betrekking tot de reikwijdte van de maatregelen die moeten worden gemeld en de informatie die moet worden verstrekt, moet — in combinatie met uitgebreide raadpleging, een waarschuwingsmechanisme en een aanbeveling van de Commissie met betrekking tot onverenigbaarheid — voldoende zijn om tot een verbeterde doeltreffende kennisgevingsprocedure te komen die de prerogatieven van de nationale en regionale wetgevers eerbiedigt.

45.

De Commissie zou moeten inschatten hoeveel méér kennisgevingen zij per jaar verwacht te ontvangen als gevolg van de nieuwe kennisgevingsprocedure, zodat zij, indien nodig, kan anticiperen op de capaciteit die nodig is om binnen de in de ontwerpwetgeving voorziene termijn doeltreffend te kunnen inspelen op de verwachte aantallen.

Evenredigheidstest (beoordeling van de evenredigheid van nationale voorschriften inzake professionele dienstverlening)

46.

Het Comité benadrukt dat professionele dienstverlening economisch erg belangrijk is en verantwoordelijk is voor 22 % van de werkgelegenheid in de EU, ofwel voor 47 miljoen banen.

47.

Reglementering van professionele dienstverlening blijft een bevoegdheid van de lidstaten en het is aan de nationale, regionale of lokale overheden om te beslissen of en hoe een beroep wordt gereglementeerd, zolang de beginselen van non-discriminatie en evenredigheid in acht worden genomen.

48.

Professionele dienstverlening kan door de overheid worden gereglementeerd of door beroepsorganisaties, in de vorm van zelfregulering. In veel gevallen vindt de reglementering plaats op regionaal en lokaal niveau in de lidstaten; dit leidt tot een zeer complex landschap van uiteenlopende omstandigheden waarin de lidstaten aan hun verplichtingen op het vlak van evenredigheidsbeoordeling moeten voldoen, alsook een zeer verschillende situatie voor wat betreft de betrokkenheid van alle belanghebbenden die hier rechtstreeks de gevolgen van ondervinden.

49.

Deze ongelijke toetsing van de reglementering van beroepen in de hele EU heeft een ongunstig effect op de dienstverlening en de mobiliteit van beroepsbeoefenaars. Er zou een samenhangender EU-rechtskader moeten komen om de evenredigheid van de invoering of de wijziging van vereisten inzake de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep te beoordelen, en in dit rechtskader moet de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie worden verwerkt.

50.

Het Comité vindt dat de lidstaten en hun bevoegde instanties op lokaal en regionaal niveau moeten kunnen blijven beslissen wat zij reguleren en hoe, maar dat zij er wel voor moeten zorgen dat deze beslissingen empirisch onderbouwd zijn en gebaseerd zijn op een transparante en objectieve beoordeling die in alle lidstaten uniform wordt toegepast en waarbij rekening wordt gehouden met duidelijk afgebakende doelstellingen van algemeen belang.

51.

De uitgebreide lijst met criteria in artikel 6 moet worden gezien als indicatief, omdat de kans groot is dat niet alle criteria in elk geval even relevant of belangrijk zijn. Evenredigheidstoetsen moeten behalve degelijk, objectief en empirisch onderbouwd ook passend zijn, aangezien een ‘standaardaanpak’ in veel gevallen onnodige lasten met zich kan brengen. Bovendien gaan de eisen in artikel 6 op grond van de omvang en complexiteit te ver.

52.

Het Comité is ingenomen met de bepalingen die belanghebbenden de gelegenheid bieden om hun mening te geven over nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen beperken, en is van mening dat transparantie en de betrokkenheid van alle belanghebbenden van essentieel belang zijn om te zorgen voor deugdelijke regelgeving.

53.

De nieuwe evenredigheidsregels, op basis waarvan wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen regelmatig worden getoetst en degelijke, objectieve en empirisch onderbouwde evenredigheidsbeoordelingen worden uitgevoerd, en waarbij ook onafhankelijke controle-instanties en allerlei belanghebbenden worden betrokken, zullen echter leiden tot een grotere werklast en hogere kosten voor de nationale, regionale en lokale overheden. Dit geldt met name voor artikel 4, volgens hetwelk niet alleen de invoering van nieuwe, maar ook de wijziging van elke bestaande reglementering van beroepen een evenredigheidstoets moet ondergaan, hetgeen buitenproportioneel is.

Richtsnoeren voor de hervorming en vermindering van het aantal gereglementeerde beroepen

54.

Het Comité neemt kennis van de pogingen van de Commissie om ervoor te zorgen dat de reglementering van beroepen haar doel niet voorbijschiet door de lidstaten ertoe aan te moedigen na te gaan of hun beroepseisen noodzakelijk zijn om de nationale doelstellingen van openbare orde te verwezenlijken.

55.

Positief zijn ook de richtsnoeren voor hervorming van de nationale reglementering van beroepen, die mogelijk erg nuttig kunnen zijn om de lidstaten te helpen bij het aanpassen van hun regelgevingskaders voor beroepen met een hoog groei- en banenpotentieel, waaronder architecten, advocaten, boekhouders, octrooigemachtigden, makelaars in onroerend goed en toeristische gidsen.

56.

De richtsnoeren zijn bedoeld als aanvulling op de evaluaties in het kader van het Europees Semester en het is wellicht een goed idee om ze onderdeel te maken van de semesterprocedure.

Subsidiariteits- en evenredigheidskwesties

57.

Bepaalde aspecten van de voorstellen in het dienstenpakket doen belangrijke vragen rijzen op het punt van subsidiariteit en evenredigheid (2). Diverse nationale en regionale parlementen hebben gemotiveerde adviezen uitgebracht over subsidiariteits- en evenredigheidskwesties en hun zorgen geuit ten aanzien van mogelijke inmenging in nationale wetgevingsprocedures.

Gevolgen voor de administratieve lasten en administratieve capaciteit

58.

Het Comité vreest dat de voorstellen voor de e-kaart voor diensten, kennisgevingsprocedure en evenredigheidstoets de bevoegde instanties in de lidstaten, evenals de lokale en regionale overheden, met extra administratieve rompslomp opzadelen, met alle gevolgen van dien voor de administratieve capaciteit en het budget.

Brussel, 11 oktober 2017.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  SWD(2016) 52, blz. 8.

(2)  Diverse nationale en regionale parlementen hebben opgemerkt dat de maatregelen die worden voorgesteld in de richtlijnen betreffende de kennisgevingsprocedure en evenredigheidstoets verder gaan dan wat de gekozen rechtsgrondslag toestaat. Diverse nationale en regionale parlementen hebben gemotiveerde adviezen uitgebracht over subsidiariteitskwesties met betrekking tot de kennisgevingsprocedure (aangezien dat tot inmenging in nationale wetgevingsprocedures door de Commissie en andere lidstaten zou kunnen leiden), de evenredigheidstoets (aangezien de voorgestelde maatregelen verder gaan dan wat op basis van de aangegeven rechtsgrondslag is toegestaan, een inbreuk vormen op de bevoegdheid van de lidstaten en onnodig zijn) en de e-kaart voor diensten (aangezien de invoering daarvan in de voorgestelde vorm niet voldoende meerwaarde oplevert). Wat evenredigheid betreft is een aantal nationale en regionale parlementen van oordeel dat een richtlijn over een evenredigheidstoets niet vereist is en minder stringente aanbevelingen passender zouden zijn, dat de lijst van criteria buitensporig is en het voorstel niet genoeg ruimte laat voor nationale besluiten om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Wat de e-kaart voor diensten betreft zijn parlementen van mening dat de administratieve lasten in verband met de naleving van een complexe procedure waarschijnlijk aanzienlijk zullen toenemen en het strakke tijdspad onevenredig is, dat de voorgestelde regels zouden leiden tot de invoering van een oorsprongslandbeginsel, dat e-kaarten voor diensten, gezien de korte termijn voor beoordelingen, zonder enige controle zouden kunnen worden afgegeven, en dat de voorstellen verder gaan dan wat noodzakelijk is om de beoogde doelstellingen te halen.


Top