This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52017AE2879
Opinion of the European Economic and Social Committee on the ‘Reflection Paper on the Deepening of the Economic and Monetary Union’ (COM(2017) 291 final)
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de discussienota over de verdieping van de Economische en Monetaire Unie (COM(2017) 291 final)
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de discussienota over de verdieping van de Economische en Monetaire Unie (COM(2017) 291 final)
PB C 81 van 2.3.2018, pp. 124–130
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
2.3.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 81/124 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de discussienota over de verdieping van de Economische en Monetaire Unie
(COM(2017) 291 final)
(2018/C 081/17)
|
Rapporteur: |
David CROUGHAN |
|
Raadpleging |
Europese Commissie, 5.7.2017 |
|
Rechtsgrondslag |
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie |
|
Bevoegde afdeling |
Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang |
|
Goedkeuring door de afdeling |
5.10.2017 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
19.10.2017. |
|
Zitting nr. |
529 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
138/3/8 |
Preambule
Dit advies maakt deel uit van een breder pakket van vier EESC-adviezen over de toekomst van de Europese economie (de verdieping van de Economische en Monetaire Unie en het economisch beleid in de eurozone, de kapitaalmarktenunie en de toekomst van de EU-financiën) (1) . Het pakket staat in het licht van het Witboek over de toekomst van Europa, dat de Commissie onlangs heeft gepubliceerd en houdt rekening met de Staat van de Unie 2017, de toespraak van Commissievoorzitter Juncker. Conform de resolutie van het EESC over de toekomst van Europa (2) en eerdere adviezen over de voltooiing van de EMU (3) , wordt in dit pakket de nadruk gelegd op de behoefte aan een gemeenschappelijk doel in het bestuur van de Unie. Dat gaat verder dan technische kwesties en maatregelen. Het gaat in de allereerste plaats om politieke wil en een gemeenschappelijk perspectief.
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
De gemeenschappelijke munt en haar instellingen leverden een stabiliserend element tijdens de wereldwijde financiële crisis en hadden voordien het bedrijfsleven en de burgers voordelen verschaft in de vorm van lage inflatie en rentevoeten, en vergemakkelijking van de grensoverschrijdende handel en reizen. |
|
1.2. |
Uit de discussienota blijkt echter duidelijk dat de EMU onvolledig is en dat de „economische” component qua integratie op EU-niveau achterblijft bij de „monetaire” pijler, hetgeen afbreuk doet aan het vermogen van die Unie om monetair beleid en nationaal economisch beleid te ondersteunen. Besluiten ter correctie van de institutionele en bestuurlijke tekortkomingen, die ten dele tot de aanhoudende kwetsbaarheid van de eurozone leiden, kunnen niet voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. Wel moet de politieke wil om het „Unie”-deel van de EMU op te voeren worden versterkt. |
|
1.3. |
De tendens naar protectionisme en de eventuele afbouw van de uitzonderlijk lage rentetarieven en kwantitatieve versoepeling maakt de wereld veel onzekerder en laat weinig tijd om vooruitgang te boeken. Het EESC wijst de politieke leiders er nogmaals op dat het nog belangrijker is dat de Europeanen zich committeren aan een gemeenschappelijk richtingsgevoel: hun invloed moet middels verdere integratie worden vergroot. Het Comité dringt er bij de Commissie en de Europese Raad op aan om knopen door te hakken, vóór het einde van dit mandaat, om vooruitgang te boeken met de noodzakelijke elementen van Europese governance. |
|
1.4. |
Een van de belangrijkste elementen voor stabiliteit is de opwaartse convergentie van de heterogene economieën. Dit houdt in dat nationale politici en sociale partners een Europese dimensie moeten opnemen in hun nationale beraadslagingen over het economisch en begrotingsbeleid. Het EESC bepleit een sterkere „parlementarisering” van de eurozone, met een groot EP-comité dat bestaat uit alle parlementsleden uit de eurozone en de landen die zich hierbij willen aansluiten. Zulks in combinatie met meer coördinatie tussen parlementsleden uit de eurozone over EMU-kwesties. |
|
1.5. |
Om wille van efficiëntie, evenwichtigheid en rechtvaardigheid moet het nationaal beleid voor economische groei en welvaart worden aangestuurd en gecoördineerd met ook het algemeen belang van de eurozone in het achterhoofd. En om redenen van democratische verantwoordingsplicht en betrokkenheid moeten het EP, de nationale parlementen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld een rol in het Europees Semester spelen. De sociale dimensie moet op gelijke voet met de economische dimensie staan. |
|
1.6. |
Het Comité is zich bewust van de tekortkomingen in het beheer van de financiële sector en staat volledig achter de stappen ter voltooiing van de financiële unie, met inbegrip van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie. |
|
1.7. |
Onmiddellijke oplossingen zijn nodig om oninbare leningen aan te pakken. Die zetten een rem op de financiële en personele middelen van de banken om financiering te verstrekken voor investeringen. Ook vormen die leningen een afschrikking voor beleggers: die vrezen namelijk dat de opbrengsten uit nieuwe investeringen worden doorgesluisd om die leningen terug te betalen. |
|
1.8. |
Het Comité steunt de creatie van een stimulerend kader tegen 2018 voor de invoering van door overheidsobligaties gedekte effecten (SBBSs), zoals voorgesteld in de discussienota. Op de middellange termijn kan het nodig zijn om Europese veilige activa te introduceren om de volatiliteit van de financiële markten te reduceren en de stabiliteit van de economieën van de lidstaten te waarborgen in geval van asymmetrische schokken. |
|
1.9. |
De eigen middelen voor de begroting van het MFK moeten meer dan 1 % van het bbp gaan bedragen voor de financiering van het uitgebreidere Europees stabiliteitsmechanisme, dat dient te veranderen in een Europees Monetair Fonds dat de lidstaten in crisistijden kan voeden en ook als een vangnet voor de banksector kan fungeren. Een groter budget moet ook ruimte bieden voor de instandhouding van essentiële investeringen in de eurozone in een productie-infrastructuur die heel Europa ten goede komen. De toegang tot dergelijke fondsen moet worden gekoppeld aan de verwezenlijking van de overeengekomen vooruitgang inzake economische en sociale normen. |
|
1.10. |
Er is tevens behoefte aan een begrotingsbeleid dat de economie van de eurozone in tijden van economische neergang weer kan opkrikken. In hun huidige vorm werken de begrotingsregels en de landenspecifieke aanbevelingen (LSA) procyclisch en drukken zij zwakke economieën verder naar beneden. De PMO (procedure voor macro-economische onevenwichtigheden) is een belangrijk onderdeel van het Semester, dat voorop moet staan bij de voorkoming van macro-economische onevenwichtigheden in de eurozone. Er zou meer nadruk moeten worden gelegd op de negatieve impact op de eurozone van lidstaten die chronische overschotten op de betalingsbalans vertonen. |
|
1.11. |
Het EESC pleit voor het verkennen van instrumenten ter verbetering van de economische governance in de EMU, bv. door het instellen van een permanente euro-minister van Financiën, en het waarborgen van volledige democratische verantwoordingsplicht. Bundeling van bevoegdheden zal leiden tot betere samenhang van het EMU-beleid, dat momenteel gefragmenteerd is door het aantal verschillende instellingen. |
2. Achtergrond
|
2.1. |
De Commissie heeft op 1 maart 2017 een witboek over de toekomst van Europa uitgebracht, dat werd gevolgd door enkele discussienota’s over EU-beleidsvorming op een aantal gebieden. Dit advies gaat over de derde discussienota: Verdieping van de Economische en Monetaire Unie. |
|
2.2. |
De gemeenschappelijke munt en haar instellingen leverden een stabiliserend element tijdens de wereldwijde financiële crisis en hadden voordien het bedrijfsleven en de burgers voordelen verschaft in de vorm van lage inflatie en rentevoeten, en vergemakkelijking van de grensoverschrijdende handel en reizen. |
|
2.3. |
Uit de discussienota blijkt echter duidelijk dat de EMU onvolledig is en dat de „economische” component qua integratie op EU-niveau achterblijft bij de „monetaire” pijler, hetgeen afbreuk doet aan het vermogen van die Unie om monetair beleid en nationaal economisch beleid volledig te steunen. De nota bevat geen kritiek op al dan niet geblokkeerd beleid en bijbehorende maatregelen.. Wel moet de politieke wil om het „Unie”-deel van de EMU op te voeren worden versterkt. |
|
2.4. |
De cruciale systeemvraag voor de Unie luidt: hoe kunnen we één munt creëren en één monetair beleid voeren maar tegelijkertijd voortbouwen op de politieke keuze om economisch en begrotingsbeleid nog steeds aan de aangesloten landen over te laten? |
|
2.5. |
De crisis heeft duidelijk aangetoond hoe onaannemelijk dat is. Men slaagde er niet in de nodige soevereiniteitsonderdelen te bundelen en wederzijds vertrouwen tussen lidstaten te creëren en dat leidde tot een gebrek aan solidariteit. De toch al heterogene economieën van de eurozone dreven door de zwakke en hopeloos onvolledige coördinatie van economische en begrotingsmaatregelen nog verder uiteen, waardoor crisismaatregelen via de intergouvernementele weg moesten worden ingevoerd. Het wekte dan ook geen verrassing dat de eurozone werd opgesplitst in crediteurlanden die de debiteurlanden de voorwaarden oplegden en dat een minister van Financiën voor die zone nog niet eens een denkbeeld was. |
3. Argumenten voor de verdieping van de EMU
|
3.1. |
Het EESC heeft de laatste jaren in veel adviezen gepleit voor verdieping van de EMU (4). Het Comité is daarom ingenomen met en schaart zich achter de argumenten van Commissie voor de voltooiing van de EMU en neemt er nota van dat de economische realiteit van lidstaat tot lidstaat verschilt, hetgeen kan leiden tot volstrekt verschillende opvattingen over de uitdagingen voor de eurozone. Een sterkere EMU vereist meer convergentie. |
|
3.2. |
Het EESC is zich ook bewust van de verscheidenheid aan opvattingen in de lidstaten over de toekomst van Europa, en dat weerspiegelt hun geschiedenis en hun heterogeniteit. Maar besluiten om institutionele en bestuurlijke tekortkomingen te corrigeren, kunnen niet voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. Die tekortkomingen zijn namelijk deels debet aan de aanhoudende kwetsbaarheid van de eurozone, aanhoudende onevenwichtigheden en de sterk uiteenlopende economische en sociale resultaten voor de lidstaten (5). |
|
3.3. |
We zijn er niet in geslaagd om de opwaartse convergentie van de lidstaten te realiseren. Sommigen hadden gedacht dat een gemeenschappelijk monetair beleid daartoe had kunnen leiden. Het verzuim om alle aspecten van het concurrentievermogen in de reële economie aan te pakken, heeft geleid tot verschillen. Daardoor was een gemeenschappelijk monetair beleid voor veel lidstaten ongeschikt zoals uitgedrukt in de slogan „one size fits none” („een standaardaanpak baat niemand”). Het EESC heeft er reeds zijn bedenkingen over geventileerd dat het Verslag van de vijf voorzitters nu wordt gevolgd door een Witboek. Dat zou ertoe kunnen leiden dat elan en urgentie verloren gaan. |
|
3.4. |
Er is nu behoefte aan vooruitgang op alle fronten: economisch, sociaal, financieel, budgettair en politiek. Zulks om de noodzakelijke voorwaarden te creëren om essentiële elementen van soevereiniteit te bundelen, en dat zonder angst voor de moral hazard en om ervoor te zorgen dat de EU werkt voor het welzijn van iedereen. Dit moet in de plaats komen van de huidige suboptimale bestuursstructuren, en zal de EU, en met name de eurozone, in staat stellen om het vertrouwen van zowel burgers als beleggers terug te winnen en haar rol in mondiale aangelegenheden ten volle te vervullen. |
|
3.5. |
Het Comité acht het zorgwekkend dat, na de crisis, met het verslag van de vier voorzitters van 2012 en het verslag van de vijf voorzitters van 2015 onvoldoende concrete vooruitgang is geboekt om de EMU werkelijk te verdiepen. Een groot punt van zorg is het gebrek aan haast met belangrijke institutionele hervormingen om democratische legitimiteit te verlenen om uitvoeringsbesluiten te nemen en voor handhaving en naleving te zorgen. Deze bestuursleemte stimuleert in sommige lidstaten de tendens naar populistische, nationalistische en protectionistische oplossingen. |
|
3.6. |
De wereld wordt steeds onzekerder nu bepaalde landen voor protectionisme in plaats van vrijhandel kiezen. Verder hebben de uitzonderlijk lage rente en de kwantitatieve versoepeling de meeste van de ontwikkelde landen er weer min of meer bovenop geholpen. Maar ooit houden die twee op, met alle onvoorspelbare en wellicht negatieve gevolgen van dien. Er zijn dus maar weinig manieren om de weg voort te zetten. |
|
3.7. |
Een volledige begrotings- en politieke unie kan op middellange tot lange termijn een doel zijn, maar er zijn op korte termijn essentiële maatregelen in deze richting nodig ter versterking van de EMU en de stabiliteit. Het EESC wijst de politieke leiders er nogmaals op dat het nog belangrijker is dat de Europeanen zich committeren aan een gemeenschappelijk richtingsgevoel: hun invloed moet middels verdere integratie worden vergroot. |
|
3.8. |
Het Comité spoort de Commissie en de Raad aan tot het doorhakken van knopen, met de nodige en volledige betrokkenheid van het Europees Parlement, om vóór het einde van deze mandaatsperiode vooruitgang te boeken met EU-brede governance. Doortastende hervormingen uitstellen tot een latere mandaatsperiode werkt inertie in de hand en ook hebben noch de markten noch de burgers mogelijk het geduld daarvoor. |
4. Financiële Unie: risicobeperking en risicodeling
|
4.1. |
Het Comité is zich bewust van de tekortkomingen in het beheer van de financiële sector en staat volledig achter de stappen ter voltooiing van de financiële unie, met inbegrip van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie. |
|
4.2. |
De voltooiing van de bankenunie is fundamenteel voor de verdieping van de EMU. De fragmentatie van markt en regelgeving was een belangrijk feit dat een oplossing van de financiële crisis in de weg stond. Weliswaar is er veel werk verzet voor het coördineren van de sector, maar het Comité doet een beroep op alle actoren om zo snel mogelijk vooruitgang te boeken met de voltooiing van de bankenunie. |
|
4.3. |
Het is in het bijzonder van belang om de werkzaamheden voor de bankenunie af te ronden om de financiële integratie en de risicodeling via de financiële markten te schragen. Er betstaat dringend behoefte om tegen 2019 tot invoering te komen van een gemeenschappelijk vangnet voor het Gemeenschappelijk Afwikkelingsfonds via overhevelingen uit het Europees stabiliteitsmechanisme, ter waarborging van adequaat, snel en efficiënt optreden. Dit zou ook eventuele politieke vooringenomenheid voorkomen. Het EESC steunt de gedachte dat het ESM eveneens de rol van een Europees Monetair Fonds zou kunnen overnemen en toegang zou krijgen tot eigen middelen. Eerst moet de EU wel de desbetreffende regels uitvaardigen. |
|
4.4. |
Een Europees depositogarantiestelsel (EDIS), waarbij rekening wordt gehouden met bestaande nationale systemen, moet zonder dralen worden nagestreefd (6) om ervoor te zorgen dat spaargeld op depositorekeningen dezelfde betere bescherming in de hele Europese Unie geniet. |
|
4.5. |
Om voor vooruitgang op deze terreinen te zorgen, is het noodzakelijk om uitvoerig aandacht te besteden aan oninbare leningen (7), die tijdens de crisis sterk in aantal zijn toegenomen. Die leningen vormen een rem voor financiële en personele middelen van banken om financiering te verstrekken voor nieuwe investeringen, die essentieel zijn voor groei. De ECB, de Commissie en de regeringen moeten dit historisch gegroeide probleem samen aanpakken, op basis van het leidende beginsel dat levensvatbare leningen worden aangehouden en niet-levensvatbare leningen snel worden afgewikkeld. Het gebrek aan een snel afwikkelingsproces ontmoedigt potentiële investeerders namelijk om nieuwe investeringen te doen, uit vrees dat de opbrengsten uit die investeringen worden doorgesluisd om oude leningen terug te betalen. |
|
4.6. |
Een beter kader voor herstructurering en insolventie voor de hele eurozone is een fundamenteel onderdeel van de uitweg uit de crisis en vergt het gebruik van secundaire markten met een bijzondere expertise. Ook moet lering worden getrokken uit schoolvoorbeelden voor het opzetten van „bad banks”. De EMU vergt intelligente en duurzame oplossingen voor oninbare leningen, die momenteel nog steeds reden tot bezorgdheid geven. |
|
4.7. |
Het EESC roept de Commissie op om vaart te zetten achter de kapitaalmarktenunie. Die kan een belangrijke bron zijn van aanvullende financiering voor grotere ondernemingen en zou een belangrijke rol kunnen spelen bij risicodeling. Het Comité ziet in dat die unie geen aanvullende bron van financiering zal zijn voor het midden- en kleinbedrijf, met name niet voor kleine en micro-ondernemingen. Banken zullen daarom een centrale rol blijven spelen, maar zij moeten zich weer meer op de behoeften van de reële economie gaan richten, en dat vereist aantrekkelijke en gemakkelijk verkrijgbare bancaire financiering in alle lidstaten (8). |
|
4.8. |
Het Comité steunt de creatie van een stimulerend kader tegen 2018 voor de invoering van door overheidsobligaties gedekte effecten (SBBSs) zoals voorgesteld in de discussienota en het werkprogramma van de Commissie voor 2018.. SBBSs zouden de koppeling tussen overheden en banken kunnen verbreken middels minder voorkeur voor nationale staatsobligaties, door diversificatie van de balansen van de banken en via het vermijden van wederzijdse waarborging van schulden. Overleg met financiële dienstverleners is noodzakelijk om te zorgen voor passende regulering en de bevordering van particuliere risicodeling. |
|
4.9. |
Op de middellange termijn (tegen 2025) kan het nodig zijn om Europese veilige activa te introduceren (naar het model van de VS-staatsobligaties) om de volatiliteit van de financiële markten te reduceren en de stabiliteit van de economieën van de lidstaten te waarborgen in geval van asymmetrische schokken. Het EESC heeft reeds gepleit voor het gebruik van Unie- en euro-obligaties (9). Andere, soortgelijke, voorstellen, zoals een schuldaflossingsfonds en een fonds voor eurowissels (Eurobills) zijn ook besproken. Naar aanleiding van de conclusies van de groep van deskundigen die is opgericht voor het analyseren van de voordelen en risico’s van de diverse opties voor gemeenschappelijke uitgifte van overheidsschuldpapier is het nu tijd voor de Commissie om met een concreet voorstel voor instrumenten en termijnen te komen (10). Om moral hazard te voorkomen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om dit instrument met inachtneming van de landspecifieke aanbevelingen te gebruiken. |
5. Zorgen voor hernieuwde convergentie in een meer geïntegreerde economische en begrotingsunie
|
5.1. |
Het Comité is ingenomen met de uitdrukkelijke erkenning in de discussienota van het feit dat opwaartse convergentie naar veerkrachtigere economische en sociale structuren een essentiële voorwaarde is voor een meer veerkrachtige EMU. Gezien de heterogeniteit van de lidstaten kan er geen sprake zijn van een „one size fits all”-beleidsharmonisatie, maar wel van een gemeenschappelijke aanpak. |
|
5.2. |
De zwakke punten in het economisch en begrotingsbeleid in de EMU berusten vooral op het gebrek aan een Europese politieke wil om de EU bij het nationale economische en begrotingsbeleid te betrekken. Het EESC heeft er al op gewezen dat er een betere macro-economische dialoog moet komen, met name met de landen van de eurozone. Op die manier zou de eurozonedimensie op nationaal niveau beter uit de verf komen. Voorts moet er een meer democratisch systeem van uitvoerende besluitvorming komen dan dat van de Raad van ministers, want de individuele leden daarvan zijn alleen verantwoording schuldig aan hun nationale parlementen en niet aan de eurozone als geheel. |
|
5.3. |
Het Comité verwelkomt de voorstellen van de Commissie om het Europees Semester verder te versterken. Om wille van efficiëntie, evenwichtigheid en rechtvaardigheid moet het nationaal beleid voor economische groei en welvaart worden aangestuurd en gecoördineerd met ook het algemeen belang van de eurozone in het achterhoofd. En om redenen van democratische verantwoordingsplicht en betrokkenheid moeten de Commissie, de Raad, het EP, de nationale parlementen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld een rol in het Europees Semester spelen dat namelijk betrekking heeft op zowel nationaal als Europees beleid. Op zeer beperkte wijze begint dat al het geval te zijn, maar een grotere mate van participatie op nationaal niveau en instemming van alle betrokkenen is geboden. Dit zou de euro versterken en een vereenvoudigd en transparanter Semester zou de broodnodige hervormingen kunnen stimuleren. |
|
5.4. |
Het terugdringen van macro-economische onevenwichtigheden is cruciaal om Europa te stabiliseren. Vroeger werden dergelijke onevenwichtigheden tijdelijk verlicht door een devaluatie van de nationale munteenheid. Nu dat instrument niet meer bestaat, vindt uiterst pijnlijke interne devaluatie plaats die zwaar weegt in de vorm van hoge werkloosheid en negatieve groei. Voor de stabiliteit van de eurozone en het voorkomen van dergelijke ernstige aanpassingen moet de ontwikkeling van die onevenwichtigheden worden voorkomen. |
|
5.5. |
In de nationale macro-economische dialoog moet daarom rekening worden gehouden met deze Europese dimensie. Vroegtijdige opsporing en preventie van macro-economische onevenwichtigheden, die een afspiegeling zijn van de uiteenlopende niveaus van concurrentievermogen in de brede betekenis van het woord (zie paragraaf 5.6), vormen een essentieel onderdeel van het Europees Semester. Nationale beleidsmakers en uitvoerders moeten goed geïnformeerd worden over de mogelijke gevolgen van de voorgestelde maatregelen voor hun concurrentievermogen in de eurozone, en ook moeten zij rekening houden met de ontwikkelingen in die zone die een reactie ten behoeve van het concurrentievermogen kunnen vergen. De inbreng van de „European Semester Officers” van de Commissie in de lidstaten en van onafhankelijke nationale comités voor het concurrentievermogen, gekoppeld aan een eurozone-netwerk, kan helpen door als een spiegel voor het economisch en sociaal beleid te fungeren (11). |
|
5.6. |
Een belangrijk element in deze besprekingen is de sociale dimensie. Die werd tot dusver verwaarloosd in het Europees Semester waardoor het sociale tekort van de EU toenam omdat dit gebrek aan aandacht een negatieve invloed heeft op het leven van miljoenen EU-burgers. Dat voedde ook de trend naar anti-Europees gericht populisme en algemene ontevredenheid over de EU. Het Semester zou kunnen worden uitgebreid aan de hand van een bijgestelde definitie van concurrentievermogen („concurrentievermogen 2.0”) (12): opname van „het vermogen van een land om „verder dan het bbp”-doelstellingen te verwezenlijken”, gemeten op basis van drie pijlers: inkomen, sociale factoren en duurzaamheid. |
|
5.7. |
Het EESC is het ermee eens dat de uitvoering van nationaal beleid, waarbij bevoegdheden op het nationale niveau blijven, zou kunnen worden gecoördineerd via het Europees Semester (13). |
|
5.8. |
Het Comité steunt het verbinden van toegang tot EU-fondsen en een potentiële stabilisatie-instrument met de verwezenlijking van overeengekomen economische en sociale normen. Dit ook voor de noodzakelijke veranderingen ten gevolge van de digitalisering, die allemaal op het welzijn van de burgers gericht zijn. Dit zou worden bekeken in het kader van het Europees Semester (14). Ver achteropgeraakte economieën die proberen om aan hun LSA te voldoen zouden in aanmerking moeten komen voor steun uit het Cohesiefonds voor productieve investeringen. Dat zal bijdragen tot het inhalen van de achterstand of voor essentiële infrastructuur zorgen die heel Europa ten goede komt. |
|
5.9. |
Het EESC is het ermee eens dat de huidige EU-begroting met slechts 1 % van het bbp te klein is en niet is ontworpen om stabiliserend te werken en dat zal na de Brexit alleen maar verergeren. De eurozone zou sterk gebaat zijn bij een sterke stabiliseringscapaciteit in geval van grote asymmetrische schokken (15). Het Comité erkent dat een dergelijke functie mag niet leiden tot permanente transfers noch tot moral hazard. |
|
5.10. |
Het EESC steunt het voorstel om na te gaan of er mogelijkheden zijn om een begrotingscapaciteit voor de eurozone op te bouwen die zou moeten zorgen voor het in stand houden van essentiële investeringsniveaus in de eurozone in productieve infrastructuur zoals vervoer, stadsvernieuwing, onderwijs, onderzoek en groene transformatie (16). Deze capaciteit zou tevens kunnen dienen als bron van financiering voor het ESM, dat te zijner tijd kan veranderen in een EMF ter financiering van fondsen voor crisisbeheer. |
|
5.11. |
Een doeltreffend investeringsprogramma voor het genereren van inkomen door groei, sociale cohesie en solidariteit is noodzakelijk voor de economische integratie van Europa, de welvaart en de preventie van de groeiende sociale ongelijkheid. Het EESC heeft gepleit voor hantering van een volwaardige „gouden regel” voor productieve openbare investeringen, die moet worden opgenomen in herziene begrotingsvoorschriften. |
|
5.12. |
De op begrotingsregels gebaseerde aanpak moet worden verbeterd en verder worden uitgebouwd voor de volgende mandaatsperiode om procyclisch beleid te voorkomen. Er moet meer oog bestaan voor de lokale situatie. Gebleken is dat het structurele saldo als basis voor beleidsveranderingen via de landenspecifieke aanbevelingen een onbetrouwbare, niet na te leven variabele is. |
|
5.13. |
Te veel nadruk wordt gelegd op schuldreductie via soms contraproductieve budgettaire consolidatie in plaats van op nuttigere maatregelen om de groei van het bbp te bevorderen. In het Europees Semester krijgen reducties van het jaarlijkse overheidstekort veel meer gewicht als oplossing voor de schuldquote dan zinvollere maatregelen om de groei van het bbp te stimuleren (17). |
|
5.14. |
Het EESC is van mening dat tegen 2019 veranderingen moeten worden doorgevoerd om de huidige situatie te verbeteren: een duidelijk niet-optimale verdeling van de begrotingsaanpassing in landen op dit moment (18). |
|
5.15. |
De procedure voor macro-economische onevenwichtigheden is een belangrijk onderdeel van het Semester, dat voorop moet staan bij de voorkoming van macro-economische onevenwichtigheden in de eurozone. Er moet een einde worden gemaakt aan de ingebouwde asymmetrie waar de aanhoudende positieve onevenwichtigheden als goed worden beschouwd en negatieve onevenwichtigheden onderworpen zijn aan een sanctie (19). Niet alleen verslechtert een financiële sanctie een slechte situatie nog eens extra, maar chronische overschotten in sommige lidstaten kunnen het tekort in een buurland nog eens extra verslechteren. |
6. De EMU-architectuur versterken en democratische verantwoordingsplicht verankeren
|
6.1. |
De EMU is geen doel op zich. Duurzame groei, fatsoenlijke banen, economische en sociale opwaartse convergentie, stabiliteit en welvaart in alle lidstaten door middel van samenwerking, economische verantwoordelijkheid in combinatie met solidariteit, en risicobeperking in combinatie met risicodeling. Daar gaat het om! De eurozone moet hier vooruitgang boeken, maar dient ook open te staan voor andere lidstaten. Meer transparantie, goede communicatie en meer betrokkenheid van de sociale partners en het maatschappelijk middenveld zijn inderdaad noodzakelijk en zouden — in combinatie met een versterkte rol van nationale parlementen in het besluitvormingsproces — bijdragen aan de democratische verantwoordingsplicht. |
|
6.2. |
Het EESC bepleit een sterkere „parlementarisering” van de eurozone, met een groot EP-comité dat bestaat uit alle parlementsleden uit de eurozone en de landen die zich hierbij willen aansluiten. Zulks in combinatie met meer coördinatie tussen parlementsleden uit de eurozone over EMU-kwesties (Cosac+) (20). Zoals aangegeven in de paragraaf 5.2 en 5.3, moeten in het bijzonder het Europees Parlement, en ook de nationale parlementen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol spelen bij de democratisering van het Europees Semester. |
|
6.3. |
Het EESC pleit voor het verkennen van instrumenten ter verbetering van de economische governance in de EMU, bv. door het instellen van een permanente euro-minister van Financiën, en het waarborgen van de volledige democratische verantwoordingsplicht. Bundeling van bevoegdheden zal leiden tot betere samenhang van het EMU-beleid, dat momenteel gefragmenteerd is door het aantal verschillende instellingen. Er moet een begrotingskoers van de eurozone ab initio komen, die door de minister van Financiën wordt uitgestippeld. De huidige begrotingssituatie is de som van de nationale begrotingssaldi en de richting van de begrotingskoers van de eurozone is een willekeurige. |
|
6.4. |
Het Comité is ingenomen met de voorgestelde versterking van het ESM tot een volledig functioneel instrument voor crisisbeheersing. Door hiervan een Europees Monetair Fonds (EMF) te maken, binnen de Europese Verdragen, kan, met een belangrijke rol voor het EP, de democratische legitimiteit worden verbeterd en de besluitvorming worden versneld. |
|
6.5. |
De intergouvernementele methode als governance van de EU moet worden opgegeven en de budgettaire voorschriften moeten worden herzien voordat ze in het EU-recht worden opgenomen. |
Brussel, 19 oktober 2017.
De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Georges DASSIS
(1) Het pakket omvat de EESC-adviezen over het economisch beleid van de eurozone (2017) (vervolgadvies) (EESC-2017-02837-00-00-AC-TRA-EN) (zie bladzijde 216 van dit Publicatieblad), de kapitaalmarktenunie: tussentijdse evaluatie (EESC-2017-03251-00-00-AC-TRA) (zie bladzijde 117 van dit Publicatieblad), de verdieping van de EMU voor 2025 (EESC-2017-02879-00-00-ASAC-TRA) , en de EU-financiën voor 2025 (EESC-2017-03447-00-00-AC-TRA-EN) (zie bladzijde 131 van dit Publicatieblad).
(2) EESC-resolutie over het „Witboek van de Commissie over de toekomst van Europa en andere zaken”, 6 juli 2017.
(3) Zie bv. de EESC-adviezen over de voltooiing van de EMU — de volgende Europese legislatuur (PB C 451 van 16.12.2014, blz. 10), en de voltooiing van de EMU: de politieke pijler (ECO/376) (PB C 332 van 8.10.2015, blz. 8).
(4) Advies over de voltooiing van de EMU — de volgende Europese legislatuur (PB C 451 van 16.12.2014, blz. 10); Advies over een democratische en sociale EMU door de communautaire methode (PB C 13 van 15.1.2016, blz. 33); Advies over de voltooiing van de EMU: de politieke pijler (PB C 332 van 8.10.2015, blz. 8); Advies „Stappen naar de voltooiing van de Economische en Monetaire Unie” (PB C 177 van 18.5.2016, blz. 28).
(5) Zie het EESC-advies over de voltooiing van de EMU: de politieke pijler (PB C 332 van 8.10.2015, blz. 8).
(6) EESC-advies over een Europees depositoverzekeringsstelsel (PB C 177 van 18.5.2016, blz. 21), met name de paragrafen 1.1-1.3.
(7) EESC-advies over het actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie (PB C 133 van 14.4.2016, blz. 17)., met name paragraaf 3.3.1.
(8) EESC-advies over het actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie (PB C 133 van 14.4.2016, blz. 17) en EESC-advies over de kapitaalmarktenunie: tussentijdse evaluatie (EESC-2017-03251-00-00-AC-TRA) (zie bladzijde 117 van dit Publicatieblad).
(9) Advies over het thema „Tien jaar later, wat is de toekomst van de euro?” (PB C 271 van 19.9.2013, blz. 8); Advies over het thema „Groei en staatsschulden in de EU: twee innovatieve oplossingen” (PB C 143 van 22.5.2012, blz. 10).
(10) Zie EESC-advies over de voltooiing van de EMU — de volgende Europese legislatuur (PB C 451 van 16.12.2014, blz. 10).
(11) Advies van het EESC over de oprichting van nationale comités voor het concurrentievermogen in de eurozone (PB C 177 van 18.5.2016, blz. 35).
(12) Advies van het EESC over de oprichting van nationale comités voor het concurrentievermogen in de eurozone (PB C 177 van 18.5.2016, blz. 35).
(13) Advies over de voltooiing van de EMU — De voorstellen van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de volgende Europese legislatuur (PB C 451 van 16.12.2014, blz. 10); Advies over een democratische en sociale EMU door de communautaire methode (PB C 13 van 15.1.2016, blz. 33); Advies „Stappen naar de voltooiing van de Economische en Monteiare Unie” (PB C 177 van 18.5.2016, blz. 28); Advies over de Europese pijler van sociale rechten (PB C 125 van 21.4.2017, blz. 10).
(14) Advies: Evaluatie van de economische governance (PB C 268 van 14.8.2015, blz. 33); Advies over de voltooiing van de EMU — Rol van het belastingbeleid (PB C 230 van 14.7.2015, blz. 24).
(15) Advies over de EU-financiën voor 2025 (EESC-2017-03447-00-00-PA-TRA) (zie bladzijde 131 van dit Publicatieblad).
(16) EESC-advies over de evaluatie van de economische governance, PB C 268, 14.8.2015, blz. 33; Advies over het economisch beleid van de eurozone, PB C 177, 18.5.2016, blz. 41; Advies over het steunprogramma voor structurele hervormingen, PB C 177, 18.5.2016, blz. 47; Advies over de tussentijdse evaluatie/herziening van het meerjarig financieel kader 2014-2020, PB C 75 van 10.3.2017, blz. 63.
(17) EESC-advies over de evaluatie van de economische governance (PB C 268 van 14.8.2015, blz. 33).
(18) COM(2016) 727 final
(19) EESC-advies over de evaluatie van de economische governance (PB C 268 van 14.8.2015, blz. 33).
(20) Zie het EESC-advies over een democratische en sociale EMU door de communautaire methode (PB C 13 van 15.1.2016, blz. 33).