Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016PC0031

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

COM/2016/031 final - 2016/014 (COD)

Brussel, 27.1.2016

COM(2016) 31 final

2016/0014(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2016) 9 final}
{SWD(2016) 10 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1.1.Motivering en doel van het voorstel

Het regelgevingskader voor typegoedkeuring van automobielproducten is van toepassing op drie categorieën voertuigen: motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, motorfietsen en trekkers. Het doel van dit voorstel is het regelgevingskader voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan te herzien. Het regelgevingskader voor de andere twee categorieën voertuigen heeft in 2013 al een ingrijpende herziening ondergaan.

De typegoedkeuringsvoorschriften voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan zijn momenteel opgenomen in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (de "kaderrichtlijn") 1 . Dit kader beoogt het vrije verkeer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan in de interne markt te vergemakkelijken door geharmoniseerde voorschriften voor de verwezenlijking van gemeenschappelijke milieu- en veiligheidsdoelstellingen vast te stellen. Richtlijn 2007/46/EG is van toepassing op motorvoertuigen voor het vervoer van personen (categorie M) en van goederen (categorie N) en op aanhangwagens daarvan (categorie O), alsook op systemen en onderdelen daarvan. De richtlijn verschaft een kader waarbinnen verschillende regelgevingshandelingen met specifieke veiligheids- en milieuvoorschriften van kracht zijn. Deze regelgevingshandelingen hebben betrekking op een veelvoud aan gedetailleerde technische voorschriften voor verschillende typen voertuigen, systemen en onderdelen.

Als onderdeel van de verbintenissen die de Commissie is aangegaan in haar actieplan CARS 2020 voor een concurrerende en duurzame Europese automobielindustrie 2 , heeft het kader voor de EU-typegoedkeuring van motorvoertuigen in 2013 een uitgebreide geschiktheidscontrole ondergaan. Daarin werd bevestigd dat het regelgevingskader voor EU-typegoedkeuring geschikt is voor het bewerkstelligen van de doelstellingen van harmonisering, een doeltreffende werking van de interne markt en eerlijke concurrentie. Er werd echter ook erkend dat de doeltreffendheid van het kader wordt beperkt door verschillen in de interpretatie en de striktheid van de toepassing van de voorschriften door de lidstaten. In het werkdocument van de diensten van de Commissie over die geschiktheidscontrole werd derhalve geconcludeerd dat er ruimte is voor verbetering en werd de herziening van Richtlijn 2007/46/EG als prioriteit aangeduid, waarbij de nadruk dient te worden gelegd op de volgende aspecten:

invoering van bepalingen inzake markttoezicht als aanvulling op de typegoedkeuringsvoorschriften;

verduidelijking van de terugroepings- en vrijwaringsprocedures en van de voorwaarden voor het uitbreiden van typegoedkeuringen voor bestaande voertuigtypen;

verbetering van de handhaving van het typegoedkeuringskader door harmonisering en verbetering van de procedures voor typegoedkeuring en conformiteit van productie die door de autoriteiten en technische diensten van de lidstaten worden gehanteerd;

verduidelijking van de taken en verantwoordelijkheden van de marktdeelnemers in de toeleveringsketen en van de bij de handhaving van het kader betrokken partijen en autoriteiten; en

verbetering van de geschiktheid van alternatieve typegoedkeuringsregelingen (nationale goedkeuringen van kleine series en individuele goedkeuringen) en van de meerfasentypegoedkeuringsprocedure om te kunnen zorgen voor passende flexibiliteit voor nichemarkten en kmo's, zonder daarbij echter het gelijke speelveld te verstoren.

Hoewel de geschiktheidscontrole heeft bevestigd dat het huidige regelgevingskader zijn voordelen heeft voor het bewerkstelligen van de beleidsdoelstellingen, heeft het zware kritiek gekregen nadat werd ontdekt dat een Duitse fabrikant (VW) door middel van software de emissieprestaties van zijn voertuigen gedurende verscheidene jaren had gemanipuleerd. Binnen een week na het uitbreken van dit schandaal kondigde de Commissie aan het typegoedkeuringssysteem te zullen versterken, met name door te zorgen voor toereikende controlemechanismen om de correcte en geharmoniseerde toepassing van de typegoedkeuringsprocedures te waarborgen. In een interne markt met 28 lidstaten en een sector met constante technologische en wetenschappelijke vooruitgang, kunnen aanzienlijke afwijkingen in de interpretatie en toepassing van de regels de doeltreffendheid van het systeem en derhalve de voornaamste beleidsdoelstellingen van het garanderen van de veiligheid en gezondheid van de burger en het beschermen van het milieu ernstig ondermijnen. Veel belanghebbenden hebben in de nasleep van het VW-schandaal openlijk aangedrongen op een herziening.

Deze herziening beoogt die tekortkomingen en gebreken op te lossen en het vertrouwen van de burger in het vermogen van het regelgevingssysteem om een afdoende niveau van gezondheid- en milieubescherming te garanderen, te herstellen.

1.2.Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd.

Verordening (EG) nr. 765/2008 betreffende accreditatie en markttoezicht en bevattende regels voor het Europees beleid inzake accreditatie 3 (verificatie van de bekwaamheid van laboratoria en certificatie- of inspectie-instanties die de EU certificaten afgeven) en voor het beleid op het gebied van markttoezicht en controle van producten uit derde landen (voor veilige producten ongeacht hun oorsprong).

Besluit nr. 768/2008/EG tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten 4 bevattende standaardbepalingen voor de EUwetgeving voor de interne markt van producten (zoals definities, verplichtingen van marktdeelnemers, vrijwaringsclausules, etc.).

2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

De Europese Commissie is in 2010 een openbare raadpleging gestart 5 om de standpunten van de belanghebbende partijen over haar voornemen om de kaderrichtlijn te herzien, te verzamelen. Het doel van deze openbare raadpleging was te verifiëren of de door de diensten van de Commissie geïdentificeerde gebieden met potentieel om de handhaving van de EU-typegoedkeuring voor motorvoertuigen te verbeteren, zouden voorzien in de juiste reikwijdte van en het juiste uitgangspunt voor de voorziene herziening van kaderrichtlijn 2007/46/EG.

Er werden veertig relevante antwoorden ontvangen waaruit in het algemeen een sterke steun voor de doelstellingen van het initiatief bleek. Hoewel 74 % van de respondenten het ermee eens was dat het huidige typegoedkeuringskader al van redelijk hoge kwaliteit was, vond 57,6 % dat er desondanks meer gedaan zou kunnen worden om de juridische toepassing van de markttoezichtbeginselen te benadrukken en op de juiste wijze te richten, en stelde 47 % dat de bestaande bepalingen inzake markttoezicht niet doeltreffend zijn, terwijl slechts 2,9 % van mening was dat deze wel doeltreffend werken. Hieruit blijkt duidelijk dat belanghebbenden de mening delen dat er meer kan en zou moeten worden gedaan om de door het typegoedkeuringskader geboden controles vooraf aan te vullen met bepalingen voor markttoezicht achteraf.

De diensten van de Commissie hebben eveneens een aantal externe onderzoeken laten uitvoeren die de effectbeoordelingsprocedure vergezelden en aanvulden. In de eerste helft van 2011 werd een evaluatie achteraf 6 van de kaderrichtlijn uitgevoerd, gevolgd door een effectbeoordeling 7 in de tweede helft van 2011. Daarin werd het effect beoordeeld van de mogelijke te ontwikkelen opties voor elk van de door de diensten van de Commissie geïdentificeerde behoeften waarvan de relevantie tijdens de openbare raadpleging was bevestigd. Op basis van de resultaten van de openbare raadpleging en de effectbeoordeling is een voorkeurcombinatie van beleidsopties vastgesteld om aan die behoeften te beantwoorden.

In 2012/2013 werd met een proefproject van een geschiktheidscontrole verder gewerkt aan de voorbereiding van de effectbeoordeling en de herziening van de kaderrichtlijn. Daartoe is een onderzoeksopdracht gegund die in maart 2013 werd afgerond. Een werkdocument van de diensten van de Commissie over het resultaat van het proefproject van de geschiktheidscontrole werd in november 2013 gepubliceerd 8 en onderstreepte de prioriteiten voor de geplande herziening van Richtlijn 2007/46/EG (zie punt 1.1).

Betrokkenheid op hoog niveau van belanghebbenden heeft plaatsgevonden in de context van de CARS 21-groep op hoog niveau, waaruit een aantal aanbevelingen voortkwam in verband met het typegoedkeuringskader die door de Commissie in het in november 2012 goedgekeurde actieplan CARS 2020 zijn opgenomen.

Tot slot is, in overeenstemming met de verbintenissen die de Europese Commissie in haar actieplan CARS 2020 is aangegaan, in de tweede helft van 2013 een concurrentievermogenstest uitgevoerd als aanvulling op de reeds vermelde acties. De behoefte aan risicobeperkende maatregelen voor kmo's is overwogen tegen de achtergrond van deze test, waaruit bleek dat voor de combinatie van de gehanteerde beleidslijnen er geen significante gevolgen voor de kmo's in de sector zouden zijn die risicobeperkende maatregelen zouden vereisen.

Daarnaast hebben gedurende de gehele effectbeoordeling specifieke gedachtewisselingen met de autoriteiten van de lidstaten plaatsgevonden tijdens bijeenkomsten van het technisch comité motorvoertuigen en de deskundigengroep typegoedkeuringsinstanties. In het kader van de werkgroep motorvoertuigen zijn uitwisselingen van ideeën over het initiatief georganiseerd met de bedrijfstak en gebruikersverenigingen. Alle betrokken belanghebbenden zijn ook door de externe onderzoekers geraadpleegd voor het verzamelen van gegevens en standpunten.

Naar aanleiding van het Volkswagen-emissieschandaal heeft het Europees Parlement op 5 oktober 2015 een resolutie goedgekeurd over emissiemetingen in de automobielsector, waarin de Commissie werd aangespoord het huidige EU-typegoedkeuringssysteem aanzienlijk te versterken, onder andere door meer EU-toezicht, in het bijzonder wat betreft het markttoezicht, de coördinatie en de follow-upprocedure voor voertuigen die in de Unie zijn verkocht.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

3.1.Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

3.2.Subsidiariteitsbeginsel

De kaderwetgeving voor de typegoedkeuring van voertuigen draagt bij aan de uitvoering van de interne markt voor goederen. Dit voorstel beoogt de uitvoering en handhaving van die wetgeving doeltreffender te maken, als onderdeel van de algemene beleidsdoelstelling om de strategie voor de interne markt te verdiepen.

Hoewel de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de wetgeving op het eigen grondgebied, is het waarborgen van een geharmoniseerde en gecoördineerde, op gemeenschappelijk toepasbare criteria gebaseerde en uniform door de lidstaten gehanteerde benadering essentieel voor het handhaven van een gelijk speelveld in de hele EU door middel van een geharmoniseerde interpretatie, uitvoering en handhaving van de typegoedkeuringsvoorschriften, gesteund door geharmoniseerde bepalingen inzake markttoezicht om de lidstaten van voldoende middelen te voorzien voor de controle van producten op de markt en voor doeltreffende en gemeenschappelijke corrigerende maatregelen tegen de aanwezigheid van niet-conforme en onveilige producten op de markt.

De verschillen in de nationale organisatie van typegoedkeuring en markttoezicht in de lidstaten kan aanleiding geven tot een niet-geharmoniseerde handhaving wanneer men bedenkt dat de interne markt van de Europese Unie geen interne grenzen meer heeft en dat controles aan de nationale grenzen praktisch zijn verdwenen. Om te voorkomen dat niet-conforme producten hun grondgebied binnen worden gebracht, zijn de lidstaten ook sterk afhankelijk van de doeltreffendheid van het handhavingsbeleid van hun buren. Bijgevolg kunnen zwakke plekken in de handhaving van één lidstaat de inspanningen van de andere lidstaten om te voorkomen dat niet-conforme producten op de markt worden gebracht, ernstig ondermijnen. Deze onderlinge afhankelijkheid wordt versterkt door het feit dat de bevoegdheden van de handhavingsautoriteiten beperkt zijn tot het nationale grondgebied. Als corrigerende maatregelen over de grens nodig zijn, moeten de autoriteiten vertrouwen op hun collega's in andere lidstaten.

Dit komt door het feit dat het typegoedkeuringskader is gebaseerd op het principe dat alle nieuwe voertuigen die conform een door een lidstaat goedgekeurd voertuigtype worden geproduceerd, in de andere lidstaten vrij mogen worden verhandeld en geregistreerd. Dit recht geldt voor alle conforme voertuigen, ongeacht waar ze zijn geproduceerd. Dit betekent dat ook voertuigen die buiten de EU zijn geproduceerd, vrij in de EU mogen worden ingevoerd, mits de fabrikant over een certificaat beschikt dat verklaart dat de voertuigen conform een door een van de EU-lidstaten goedgekeurd voertuigtype zijn geproduceerd. Gezien de mondiale aard van de automobielsector, met aanzienlijke invoer van automobielproducten van buiten de EU, vraagt deze grensoverschrijdende dimensie om gecoördineerde actie op EUniveau om een gelijk speelveld te waarborgen.

Indien de lidstaten individueel actie zouden ondernemen om marktproblemen op nationaal niveau aan te pakken, bestaat het risico dat er obstakels worden gecreëerd voor het vrije verkeer van motorvoertuigen dat door de kaderwetgeving wordt gegarandeerd. Het is dus gerechtvaardigd om op EU-niveau maatregelen te nemen.

3.3.Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel omdat het niet verder gaat dan nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken, namelijk een goede werking van de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd een hoog niveau van openbare veiligheid en milieubescherming te bieden.

De voorgestelde maatregelen voor het versterken en verder harmoniseren van de uitvoering van de typegoedkeuringsprocedures zijn gebaseerd op de overeengekomen beginselen die zijn vastgelegd in het gemeenschappelijke kader voor het verhandelen van producten, en op de referentiebepalingen voor harmonisatiewetgeving van de Unie voor producten zoals vastgesteld in bijlage I bij Besluit nr. 768/2008/EG. Waar noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn deze bepalingen aangepast aan de specifieke eigenschappen van de automobielsector, met name om het bestaan van een beproefd typegoedkeuringskader te erkennen en volledige coherentie met dat kader te waarborgen. Dit was met name het geval voor de bepalingen inzake de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen markttoezichtautoriteiten enerzijds en de typegoedkeuringsinstanties en hun aangewezen technische diensten anderzijds.

3.4.Keuze van instrumenten

Het gebruik van een verordening wordt passend geacht, omdat een verordening de nodige garanties voor rechtstreekse en geharmoniseerde toepassing en handhaving biedt en niet in nationale wetgeving hoeft te worden omgezet.

Het voorstel blijft voortbouwen op de "opsplitsing in niveaus" die al in het EUtypegoedkeuringskader voor motorvoertuigen was geïntroduceerd. Daarbij komt wetgeving in drie stappen tot stand:

het Europees Parlement en de Raad leggen de fundamentele bepalingen en het toepassingsgebied volgens de gewone wetgevingsprocedure vast in een verordening overeenkomstig van artikel 114 VWEU;

de Commissie legt de gedetailleerde technische specificaties die verbonden zijn aan de fundamentele bepalingen, vast in gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

de Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de administratieve bepalingen, zoals het model voor het informatiedocument en de typegoedkeuringscertificaten, het conformiteitscertificaat enz. worden vastgelegd, overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft de volgende gevolgen voor de begroting:

kosten voor personeel van de Commissie dat "gezamenlijke beoordelingen" van technische diensten organiseert en daaraan deelneemt;

kosten voor nationale beoordelaars die deelnemen aan "gezamenlijke beoordelingen" van technische diensten in overeenstemming met de regeling van de Commissie inzake de vergoeding van de uitgaven van deskundigen;

kosten voor personeel van de Commissie dat het systeem van intercollegiale toetsing (gezamenlijke controles van technische diensten) en de coördinatie van markttoezichtactiviteiten van de lidstaten op het gebied van automobielproducten wetenschappelijk, technisch en logistiek ondersteunt;

kosten voor personeel van de Commissie dat het EU-regelgevingskader voor de typegoedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, beheert en verder ontwikkelt (de werking van deze verordening en de voorbereiding van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen) en dat de lidstaten ondersteunt bij het verzekeren van een doeltreffende en efficiënte uitvoering van dat regelgevingskader en daarop toezicht houdt;

kosten voor het organiseren van bijeenkomsten van het in artikel 10 vastgestelde handhavingsforum, waaronder reiskostenvergoedingen van de lidstaten;

kosten voor het instellen en beheren van het toezichtmechanisme voor de door technische diensten verrichte conformiteitsbeoordelingen;

kosten voor het uitvoeren van nalevings- en conformiteitscontroles van motorvoertuigen door de Commissie; en

kosten voor deelname aan internationale samenwerking op het gebied van regelgeving, met name in het kader van de VN/ECE.

In het financieel memorandum wordt nader op de kosten ingegaan.

Gezien de beperkingen van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zal de uitvoering van het wetgevingsvoorstel moeten worden gebaseerd op de bestaande middelen en zodanig worden ontworpen dat er geen aanvullende financiële middelen uit de EU-begroting nodig zijn. De in dit ontwerpvoorstel voor een verordening voorziene maatregelen zullen geen gevolgen hebben voor de EU-begroting buiten de kredieten die reeds in de officiële financiële programmering van de Commissie zijn voorzien, aangezien eventuele vereiste financiële middelen zullen moeten worden voorzien door middel van bestemmingsontvangsten en interne herschikking.

Voor de periode na 31 december 2020 is het bedrag afhankelijk van het meerjarig financieel kader dat zal gelden voor de periode die in 2021 begint, overeenkomstig artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

5.AANVULLENDE INFORMATIE

5.1.Europese Economische Ruimte

De voorgestelde regelgeving betreft onderwerpen die betrekking hebben op de Europese Economische Ruimte (EER) en moet daarom tot de EER worden uitgebreid.

5.2.Intrekking van bestaande wetgeving

De goedkeuring van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg.

2016/0014 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 9 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De interne markt omvat een gebied zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal moet worden gewaarborgd. De regelgeving voor de interne markt moet transparant, eenvoudig en consistent zijn en zo rechtszekerheid en duidelijkheid bieden ten bate van zowel het bedrijfsleven als de consument.

(2)Daartoe is bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad 10 een alomvattend kader vastgesteld voor EU-typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd.

(3)Uit een in 2013 verrichte beoordeling van het wetgevingskader van de Europese Unie inzake de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd 11 , bleek dat het bij Richtlijn 2007/46/EG vastgestelde kader geschikt is voor het bewerkstellingen van de hoofddoelstellingen van harmonisering, een doeltreffende werking van de interne markt en eerlijke concurrentie en derhalve van toepassing moet blijven.

(4)In die beoordeling werd evenwel geconcludeerd dat er behoefte is aan nieuwe bepalingen voor markttoezicht om de typegoedkeuringsvoorschriften aan te vullen, aan verduidelijking van de terugroepings- en vrijwaringsprocedures en van de voorwaarden voor de uitbreiding van goedkeuringen van bestaande voertuigtypen, aan verbetering van de handhaving van het typegoedkeuringskader door harmonisering en verbetering van de door de technische diensten en autoriteiten van de lidstaten gehanteerde procedures voor typegoedkeuring en conformiteit van productie, aan verduidelijking van de taken en verantwoordelijkheden van de marktdeelnemers in de toeleveringsketen en van de autoriteiten en bij de handhaving van het kader betrokken partijen, en aan verbetering van de geschiktheid van alternatieve typegoedkeuringsregelingen (nationale goedkeuringen van kleine series en individuele goedkeuringen van voertuigen) en van de meerfasentypegoedkeuringsprocedure om nichemarkten en kmo's passende flexibiliteit te bieden zonder daarbij echter het gelijke speelveld te verstoren.

(5)Bovendien hebben recente problemen met de uitvoering van het typegoedkeuringskader specifieke zwakheden blootgelegd en aangetoond dat een fundamentele herziening nodig is om een solide, transparant, voorspelbaar en duurzaam regelgevingskader te waarborgen dat zorgt voor een hoge mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid en het milieu.

(6)In deze verordening worden geharmoniseerde regels en beginselen vastgesteld voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, en voor individuele goedkeuring van voertuigen, teneinde een goede werking van de interne markt te waarborgen ten bate van bedrijven en consumenten, en een hoge mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid en het milieu te verschaffen.

(7)In deze verordening worden de inhoudelijke technische en administratieve voorschriften vastgesteld voor typegoedkeuring van motorvoertuigen van de categorieën M en N en aanhangwagens daarvan (categorie O) en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, teneinde een afdoende veiligheidsniveau en de milieuprestaties te waarborgen. In die categorieën vallen respectievelijk motorvoertuigen voor het vervoer van passagiers, motorvoertuigen voor het vervoer van goederen en aanhangwagens daarvan.

(8)Deze verordening moet het huidige typegoedkeuringskader versterken, met name via de invoering van bepalingen inzake markttoezicht. Markttoezicht moet in de automobielsector worden geïntroduceerd door specificering van de verplichtingen van de marktdeelnemers in de toeleveringsketen, van de verantwoordelijkheden van de handhavingsinstanties in de lidstaten en van de te nemen maatregelen wanneer automobielproducten op de markt verschijnen die ernstige risico's voor de veiligheid of voor het milieu vormen of die niet aan de voorschriften voor typegoedkeuring voldoen.

(9)Een doeltreffende uitvoering van de typegoedkeuringsvoorschriften moet worden gegarandeerd door het versterken van de bepalingen inzake conformiteit van de productie, onder andere door te voorzien in verplichte periodieke controles van de methoden voor controle van de conformiteit van de productie en de voortdurende conformiteit van de desbetreffende producten, en van de voorschriften met betrekking tot bekwaamheden, verplichtingen en prestaties van de technische diensten die onder de verantwoordelijkheid van de typegoedkeuringsinstanties tests voor typegoedkeuring van gehele voertuigen uitvoeren. Een juist functioneren van de technische diensten is cruciaal om een hoge mate van veiligheid en milieubescherming en het vertrouwen van de burger in het systeem te waarborgen. De in Richtlijn 2007/46/EG opgenomen criteria voor de aanwijzing van technische diensten moeten gedetailleerder worden vastgesteld om een consistente toepassing ervan te garanderen. De beoordelingsmethoden van technische diensten in de lidstaten lopen steeds verder uiteen door de toenemende complexiteit van hun werkzaamheden. Het is derhalve noodzakelijk om procedurele verplichtingen vast te stellen die zorgen voor uitwisseling van informatie en controle van de praktijken van de lidstaten voor de beoordeling, aanwijzing en aanmelding van en het toezicht op hun technische diensten. Hierdoor moet de discrepanties tussen de gebruikte methoden en de interpretatie van de criteria voor de aanwijzing van de technische diensten worden verholpen.

(10)Er is steeds meer behoefte aan controle van en toezicht op de technische diensten door de aanwijzende autoriteiten nu er als gevolg van de technische vooruitgang een groter risico bestaat dat de technische diensten niet over de nodige bekwaamheid beschikken voor het testen van nieuwe technologieën of hulpmiddelen die binnen het taakgebied vallen waarvoor zij zijn aangewezen. Aangezien de productcycli door de technische vooruitgang steeds korter worden en de frequentie van controlebeoordelingen ter plekke en van monitoring per aanwijzende autoriteit verschilt, moeten minimumvoorschriften met betrekking tot de frequentie van controlebeoordelingen en monitoring van de technische diensten worden vastgesteld.

(11)Er moet derhalve op EU niveau toezicht worden gehouden op de aanwijzing en monitoring van de technische diensten door de lidstaten, onder meer door middel van onafhankelijke controles als voorwaarde voor de hernieuwing van hun aanmelding na vijf jaar. De positie van de technische diensten ten opzichte van de fabrikanten moet worden versterkt, waaronder hun recht en verplichting om onaangekondigde fabrieksinspecties uit te voeren en op de onder deze verordening vallende producten fysische of laboratoriumtests te verrichten om te waarborgen dat de fabrikanten na het verkrijgen van een typegoedkeuring voor hun producten blijven voldoen aan de voorschriften.

(12)Teneinde de transparantie en het wederzijds vertrouwen te vergroten en de criteria voor beoordeling, aanwijzing en aanmelding van de technische diensten en uitbreidings- en hernieuwingsprocedures verder te ontwikkelen en met elkaar te doen overeenstemmen, moeten de lidstaten met elkaar en met de Commissie samenwerken. Zij moeten onderling en met de Commissie overleg plegen over vraagstukken die van algemeen belang zijn voor de uitvoering van deze verordening, en moeten elkaar en de Commissie van hun standaardbeoordelingschecklist in kennis stellen.

(13)Wanneer de aanwijzing van een technische dienst gebaseerd is op accreditatie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad 12 , moeten accreditatie-instanties en aanwijzende autoriteiten informatie uitwisselen die relevant is voor de beoordeling van de bekwaamheid van technische diensten.

(14)De lidstaten moeten vergoedingen heffen voor de aanwijzing en monitoring van technische diensten, ter waarborging van de duurzaamheid van de monitoring van die technische diensten door de lidstaten en om een gelijk speelveld voor technische diensten te creëren. Teneinde transparantie te waarborgen, moeten de lidstaten de Commissie en de andere lidstaten hiervan in kennis stellen voordat zij de hoogte en de structuur van de vergoedingen vaststellen.

(15)Wanneer ondanks de maatregelen ter waarborging van een coherente toepassing en naleving van de voorschriften door de lidstaten twijfels bestaan omtrent de bekwaamheid van een technische dienst, moet de Commissie de mogelijkheid hebben om individuele gevallen te onderzoeken.

(16)Om ervoor te zorgen dat tests en verslagen van de technische diensten niet door onrechtmatige omstandigheden worden beïnvloed, moeten de organisatie en de werking van de technische diensten volledige onpartijdigheid garanderen. Om hun taken op samenhangende en systematische wijze te kunnen uitoefenen, moeten de technische diensten over een goed beheerssysteem beschikken dat ook bepalingen inzake het beroepsgeheim omvat. Om technische diensten in staat te stellen naar behoren te functioneren, moeten het kennis- en bekwaamheidsniveau en de onafhankelijkheid van hun personeel te allen tijde worden gegarandeerd.

(17)De onafhankelijkheid van technische diensten ten opzichte van fabrikanten moet worden gewaarborgd, onder meer door te vermijden dat zij direct of indirect door de fabrikanten worden betaald voor de keuringen en tests die zij in het kader van typegoedkeuring hebben uitgevoerd. De lidstaten moeten derhalve een typegoedkeuringsheffingsstructuur vaststellen voor de kosten die voortvloeien uit het verrichten van typegoedkeuringstests en -keuringen door de door de typegoedkeuringsinstantie aangewezen technische diensten, de administratieve kosten voor het verlenen van typegoedkeuring en de kosten voor het verrichten van nalevingscontroletests en -keuringen achteraf.

(18)Een solide mechanisme voor de handhaving van naleving is noodzakelijk om te waarborgen dat aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan. Het waarborgen van de naleving van de voorschriften inzake typegoedkeuring en conformiteit van de productie in de wetgeving betreffende de automobielsector moet de hoofdverantwoordelijkheid van de goedkeuringsinstanties blijven, aangezien deze verplichting nauw verbonden is aan het verlenen van typegoedkeuringen en een gedetailleerde kennis van de inhoud ervan vereist. Het is daarom van belang dat de prestaties van de goedkeuringsinstanties regelmatig door middel van intercollegiale toetsing worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat bij het handhaven van de typegoedkeuringsvoorschriften door alle goedkeuringsinstanties een uniform kwaliteits- en striktheidsniveau wordt toegepast. Daarnaast is het belangrijk dat de juistheid van de typegoedkeuring zelf wordt gecontroleerd.

(19)Nauwere samenwerking tussen nationale autoriteiten door het uitwisselen van informatie en gecoördineerde beoordelingen onder leiding van een coördinerende instantie is van cruciaal belang voor een consistent hoge mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid en het milieu binnen de interne markt. Dit moet ook leiden tot een efficiënter gebruik van schaarse middelen op nationaal niveau. Hiertoe moet een forum worden opgericht waarmee de lidstaten en de Commissie informatie kunnen uitwisselen en hun activiteiten op het gebied van de handhaving van de typegoedkeuringswetgeving kunnen coördineren. De huidige informele samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied zou gebaat zijn met een formeler kader.

(20)De in Verordening (EG) nr. 765/2008 opgenomen regelgeving voor het markttoezicht op en de controle van producten die in de EU in de handel worden gebracht, is van toepassing op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en op systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, maar laat de lidstaten vrij om te kiezen welke autoriteiten bevoegd zijn voor het verrichten van die werkzaamheden. De bevoegdheid voor markttoezicht mag door verschillende nationale autoriteiten worden gedeeld om de in het kader van Verordening (EG) nr. 765/2008 opgestelde nationale markttoezichtsystemen in de lidstaten in aanmerking te nemen. Er moet op Unie- en nationaal niveau doeltreffende coördinatie en controle worden toegepast om ervoor te zorgen dat goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten het nieuwe kader voor typegoedkeuring en markttoezicht effectief toepassen.

(21)In deze verordening moeten bepalingen inzake markttoezicht worden opgenomen om de rechten en plichten van de nationale bevoegde autoriteiten te versterken, een doeltreffende coördinatie van hun activiteiten in verband met markttoezicht te waarborgen de geldende procedures te verduidelijken.

(22)Teneinde de transparantie in het goedkeuringsproces te vergroten en de uitwisseling van informatie en de onafhankelijke controle door markttoezichtautoriteiten, goedkeuringsinstanties en de Commissie te vergemakkelijken, moeten de typegoedkeuringsdocumenten in elektronische vorm worden verstrekt en openbaar beschikbaar worden gemaakt, behoudens de ontheffingen ten behoeve van de bescherming van commerciële belangen en van persoonsgegevens.

(23)De verplichtingen van de nationale autoriteiten met betrekking tot markttoezicht waarin deze verordening voorziet, zijn specifieker dan die van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 765/2008, teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van het typegoedkeuringskader en de behoefte aan aanvulling van dat kader met een doeltreffend mechanisme voor markttoezicht waarmee een solide nalevingscontrole achteraf van de producten die onder deze verordening vallen, wordt gewaarborgd.

(24)De meer specifieke verplichtingen voor nationale autoriteiten waarin deze verordening voorziet, moeten nalevingscontroles en inspecties achteraf omvatten van een toereikend aantal voertuigen die in de handel zijn gebracht. Voor deze nalevingscontrole achteraf moeten voertuigen worden geselecteerd op basis van een passende risicobeoordeling die rekening houdt met de ernst van het mogelijke geval van niet-naleving en de waarschijnlijkheid ervan.

(25)Daarnaast moet de Commissie nalevingscontroles en keuringen achteraf organiseren en verrichten of deze laten verrichten, onafhankelijk van de controles en keuringen die de lidstaten in het kader van hun nationale verplichtingen inzake markttoezicht verrichten. Wanneer bij die controles en keuringen gevallen van niet-naleving aan het licht komen of wanneer wordt vastgesteld dat een typegoedkeuring is verleend op basis van onjuiste gegevens, moet de Commissie het recht hebben om corrigerende maatregelen voor de hele EU te nemen teneinde de conformiteit van de desbetreffende voertuigen te herstellen en de redenen voor de onjuistheid van de typegoedkeuring te onderzoeken. Er moet worden gezorgd voor gepaste financiering uit de algemene EU-begroting om het uitvoeren van dergelijke nalevingscontrole en -keuringen mogelijk te maken. Gezien de budgettaire beperkingen van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zal de uitvoering van het wetgevingsvoorstel moeten worden gebaseerd op de bestaande middelen en zodanig worden ontworpen dat er geen aanvullende financiële middelen nodig zijn. De Commissie moet administratieve geldboetes kunnen opleggen wanneer non-conformiteit wordt geconstateerd.

(26)Om een hoog niveau van functionele voertuigveiligheid, de bescherming van de inzittenden van het voertuig en andere weggebruikers en milieubescherming te waarborgen, moeten de technische voorschriften en milieunormen die van toepassing zijn op voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden, geharmoniseerd blijven worden en aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang worden aangepast.

(27)De doelstellingen van deze verordening mogen niet in het gedrang komen door het feit dat bepaalde systemen, onderdelen, technische eenheden of voertuigdelen en uitrustingsstukken in een voertuig kunnen worden gemonteerd nadat het voertuig in de handel is gebracht, is geregistreerd of in het verkeer is gebracht. Daarom moeten passende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat systemen, onderdelen, technische eenheden of voertuigdelen en uitrustingsstukken die op of in voertuigen kunnen worden gemonteerd en die de werking van voor de milieubescherming of de functionele veiligheid essentiële systemen in aanzienlijke mate nadelig kunnen beïnvloeden, door een goedkeuringsinstantie worden gecontroleerd voordat zij in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht.

(28)Het EU-typegoedkeuringsstelsel moet elke lidstaat in staat stellen om te bevestigen dat de in deze verordening opgenomen tests en controles zijn verricht ter verificatie van de naleving door elk voertuigtype en elk type systeem, onderdeel of technische eenheid dat voor dergelijke voertuigtypen is bestemd, van de typegoedkeuringsvoorschriften van deze verordening en om te controleren dat de fabrikant daarvoor een typegoedkeuringscertificaat heeft verkregen. Het EU-typegoedkeuringsstelsel verplicht een fabrikant ertoe zijn voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden conform het goedgekeurde type te produceren. Een voertuigfabrikant moet dit certificeren door voor ieder voertuig een conformiteitscertificaat af te geven. Elk van een geldig conformiteitscertificaat vergezeld voertuig moet op het gehele grondgebied van de Europese Unie op de markt kunnen worden aangeboden en voor gebruik kunnen worden geregistreerd.

(29)Conformiteit van de productie vormt een van de hoekstenen van het EU-typegoedkeuringsstelsel en de maatregelen die de fabrikant treft om die conformiteit te waarborgen, moeten derhalve worden goedgekeurd door de bevoegde instantie of een voldoende gekwalificeerde technische dienst die daartoe is aangewezen, en worden onderworpen aan regelmatige controle door middel van onafhankelijke periodieke controles. Daarnaast moet de controle van de voortdurende conformiteit van de desbetreffende producten door de goedkeuringsinstanties worden gewaarborgd.

(30)De blijvende geldigheid van de typegoedkeuringen vereist dat de fabrikant de instantie die de typegoedkeuring van een type voertuig heeft verleend, in kennis stelt van eventuele veranderingen in de kenmerken van het type of de veiligheids- en milieuprestatievereisten die op dat type van toepassing zijn. Het is derhalve van belang dat de geldigheidsduur van de afgegeven typegoedkeuringscertificaten beperkt is en dat die certificaten alleen kunnen worden hernieuwd wanneer de goedkeuringsinstantie naar tevredenheid heeft geverifieerd dat het voertuigtype alle toepasselijke voorschriften nog steeds naleeft. Voorts moeten de voorwaarden voor de uitbreiding van typegoedkeuringen worden verduidelijkt om een uniforme toepassing van de procedures voor en handhaving van de typegoedkeuringsvoorschriften in de hele Unie te waarborgen.

(31)De beoordeling van gemelde ernstige risico's voor de veiligheid en van schade aan de volksgezondheid en het milieu moet op nationaal niveau worden verricht, maar er moet worden gezorgd voor coördinatie op EU-niveau wanneer het gemelde risico of de schade ook buiten het grondgebied van een lidstaat kan voorkomen, zodat hulpmiddelen kunnen worden gedeeld en de consistentie kan worden gewaarborgd met betrekking tot corrigerende maatregelen die moeten worden genomen om het geconstateerde risico en de geconstateerde schade tegen te gaan.

(32)Om te garanderen dat alle voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die in de handel worden gebracht een hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau bieden, moet de fabrikant of een eventuele andere marktdeelnemer in de toeleveringsketen doeltreffende corrigerende maatregelen treffen, met inbegrip van het terugroepen van voertuigen, wanneer een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid een ernstig risico vormt voor gebruikers of voor het milieu zoals bedoeld in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008. Goedkeuringsinstanties moeten daarom in staat worden gesteld te beoordelen en verifiëren of deze maatregelen volstaan. De instanties van andere lidstaten moeten het recht hebben om vrijwaringsmaatregelen te treffen indien zij van mening zijn dat de corrigerende maatregelen van de fabrikant niet volstaan.

(33)Er moet worden voorzien in gepaste flexibiliteit door middel van alternatieve typegoedkeuringsregelingen voor fabrikanten die voertuigen in kleine series produceren. Zij moeten kunnen profiteren van de voordelen van de interne markt van de Europese Unie, op voorwaarde dat hun voertuigen voldoen aan de specifieke EU-typegoedkeuringsvoorschriften voor in kleine series geproduceerde voertuigen. In een beperkt aantal gevallen moet nationale typegoedkeuring van kleine series worden toegestaan. Om verkeerd gebruik te voorkomen, moet de vereenvoudigde procedure voor in kleine series geproduceerde voertuigen tot zeer geringe producties worden beperkt. Het begrip kleine series dient dan ook nauwkeurig te worden gedefinieerd door het aantal geproduceerde voertuigen, de voorschriften waaraan moet worden voldaan en de voorwaarden voor het in de handel brengen van de voertuigen vast te stellen. Het is evenzeer van belang een alternatief goedkeuringsstelsel te definiëren voor individuele voertuigen, met name om te voorzien in voldoende flexibiliteit voor de goedkeuring van in meerdere fasen gebouwde voertuigen.

(34)De Europese Unie is partij bij de Overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en voertuigdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen ("Herziene overeenkomst van 1958") 13 . De Europese Unie heeft een significant aantal reglementen aanvaard die aan de Herziene overeenkomst van 1958 zijn gehecht en is derhalve verplicht om krachtens die reglementen verleende typegoedkeuringen te aanvaarden als zijnde conform de equivalente voorschriften van de Europese Unie. Om het typegoedkeuringskader te vereenvoudigen en met het internationale kader van de VN/ECE in overeenstemming te brengen, heeft de Europese Unie bij Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad 14 de specifieke richtlijnen betreffende typegoedkeuring ingetrokken en deze door de verplichte toepassing van de desbetreffende VN/ECE-reglementen vervangen. Om de administratieve lasten als gevolg van de typegoedkeuringsprocedure te verlichten, moet het voor fabrikanten van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden mogelijk zijn om in voorkomend geval typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening te verkrijgen door een typegoedkeuring te verkrijgen krachtens de in de bijlagen bij deze verordening vermelde desbetreffende VN/ECE-reglementen.

(35)De VN/ECE-reglementen en de wijzigingen daarvan waaraan de Europese Unie, in het kader van de toepassing van Besluit 97/836/EG 15 , haar goedkeuring heeft gehecht of die de Europese Unie toepast, moeten derhalve in de EU-typegoedkeuringswetgeving worden opgenomen. De Commissie moet dienovereenkomstig de bevoegdheid worden verleend om de bijlagen bij deze verordening te wijzigen en gedelegeerde handelingen vast te stellen om te waarborgen dat de verwijzingen naar de VN/ECE-reglementen en de respectieve wijzigingen daarvan in de lijst met desbetreffende regelgevingshandelingen geactualiseerd blijven.

(36)Een onbeperkte toegang tot de reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen — via een gestandaardiseerd formaat voor het vinden van technische informatie — en effectieve concurrentie op de markt voor diensten die dergelijke informatie verstrekken, is nodig om de werking van de interne markt te verbeteren, met name wat het vrije verkeer van goederen, het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten betreft. De vereisten voor informatievoorziening in verband met reparatie en onderhoud zijn reeds opgenomen in Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad 16 , Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad 17 , Verordening (EU) nr. 692/2008 van de Commissie 18 en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie 19 . Die vereisten moeten in deze verordening worden geconsolideerd en de Verordeningen (EG) nr. 715/2007, (EG) nr. 595/2009, (EU) nr. 692/2008 en (EU) nr. 582/2011 moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(37)Nieuwe methoden en technieken voor voertuigdiagnose en - reparatie die voortkomen uit de technische vooruitgang, zoals toegang op afstand tot voertuiginformatie en -software, mogen niet ten koste gaan van de doelstellingen van deze verordening wat toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie voor onafhankelijke marktdeelnemers betreft.

(38)Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 20 .

(39)Om deze verordening met nadere technische bijzonderheden aan te vullen, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen ten aanzien van typegoedkeuringsvoorschriften met betrekking tot de milieu- en veiligheidsprestaties van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen bestemd zijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig aan het Europees Parlement en de Raad worden toegezonden.

(40)De lidstaten moeten regels vaststellen inzake sancties voor inbreuken op deze verordening en erop toezien dat deze regels worden uitgevoerd. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten moeten jaarlijks aan de Commissie verslag uitbrengen over de opgelegde sancties, zodat toezicht kan worden gehouden op de coherentie van de uitvoering van deze bepalingen.

(41)Ter wille van de duidelijkheid, rationele ordening en vereenvoudiging moet Richtlijn 2007/46/EG worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen. Door de vaststelling van een verordening wordt ervoor gezorgd dat de bepalingen rechtstreeks van toepassing zijn en tijdig en efficiënter kunnen worden bijgewerkt om ze aan te passen aan de technische vooruitgang en de regelgevingsontwikkelingen in het kader van de Herziene Overeenkomst van 1958.

(42)Voor een goede uitvoering van de nalevingscontrole door de Commissie en ter waarborging van een gelijk speelveld voor marktdeelnemers en nationale autoriteiten moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om geharmoniseerde administratieve geldboetes op te leggen aan marktdeelnemers die deze verordening schenden, ongeacht waar voor het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid oorspronkelijk typegoedkeuring is verleend.

(43)Wanneer de in deze verordening voorziene maatregelen het verwerken van persoonsgegevens omvatten, moeten zij worden uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad 21 en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad 22 , alsook overeenkomstig de nationale uitvoeringsmaatregelen daarvan.

(44)Teneinde de lidstaten, de nationale autoriteiten en de marktdeelnemers in staat te stellen zich op de toepassing van de door deze wetgevingshandeling vastgestelde nieuwe regelgeving voor te bereiden, moet een toepassingsdatum na de inwerkingtreding ervan worden vastgesteld.

(45)Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het vastleggen van geharmoniseerde regels inzake administratieve en technische voorschriften voor de typegoedkeuring van en inzake het markttoezicht op voertuigen van de categorieën M, N, en O en systemen, onderdelen en technische eenheden, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar, gelet op de omvang en de gevolgen ervan, beter op het niveau van de Europese Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel zoals vervat in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1
Onderwerp

1.In deze verordening worden de administratieve bepalingen en technische voorschriften vastgesteld voor de typegoedkeuring en het in de handel brengen van alle in artikel 2, lid 1, bedoelde nieuwe voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden. Deze verordening ook van toepassing op de individuele goedkeuring van voertuigen.

2.In deze verordening worden de voorschriften vastgesteld voor het markttoezicht op voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor overeenkomstig deze verordening goedkeuring moet worden verleend, alsook op voertuigdelen en uitrustingsstukken voor dergelijke voertuigen.

Artikel 2
Toepassingsgebied

1.Deze verordening is van toepassing op motorvoertuigen van de categorieën M en N en aanhangwagens daarvan van categorie O, die bedoeld zijn om op openbare wegen te rijden, ook wanneer zij in een of meer fasen ontworpen en gebouwd zijn, en op voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan ontworpen en gebouwde systemen, onderdelen en technische eenheden, alsook voertuigdelen en uitrustingsstukken.

2.Deze verordening is niet van toepassing op:

a)landbouw- of bosbouwvoertuigen zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad 23 ;

b)twee- of driewielige voertuigen en vierwielers zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad 24 ;

c)voertuigen die op sporen worden gebruikt.

3.Voor de volgende voertuigen en machines mag de fabrikant typegoedkeuring of individuele goedkeuring van een voertuig krachtens deze verordening aanvragen, op voorwaarde dat die voertuigen voldoen aan de inhoudelijke voorschriften van deze verordening:

a)voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk op bouwplaatsen, in steengroeven, in havens of op luchthavens te worden gebruikt;

b)voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor gebruik door de strijdkrachten, de burgerbescherming, de brandweer en de ordehandhavingsdiensten;

c)zelfaangedreven voertuigen die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor werkzaamheden en die door hun bouw niet geschikt zijn voor personen- of goederenvervoer.

4.Voor de volgende voertuigen mag de fabrikant individuele goedkeuring van een voertuig krachtens deze verordening aanvragen:

a)voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor wegraces;

b)prototypes van voertuigen die onder verantwoordelijkheid van de fabrikant op de weg worden gebruikt om een specifiek testprogramma uit te voeren, mits zij speciaal daarvoor zijn ontworpen en gebouwd.

Artikel 3
Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)"typegoedkeuring": de procedure waarbij een typegoedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(2)"markttoezicht": activiteiten en maatregelen van de markttoezichtautoriteiten om ervoor te zorgen dat voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden en voertuigdelen en uitrustingsstukken die op de markt worden aangeboden, voldoen aan de voorschriften van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie en geen gevaar opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang;

(3)"voertuig": een motorvoertuig of een aanhangwagen daarvan zoals gedefinieerd in de punten 10 en 11;

(4)"systeem": een geheel van voorzieningen die gecombineerd zijn om in een voertuig een of meer specifieke functies te vervullen, dat aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen;

(5)"onderdeel": een voorziening die bedoeld is om deel uit te maken van een voertuig en waarvoor onafhankelijk van dat voertuig typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen;

(6)"technische eenheid": een inrichting die is bedoeld om deel uit te maken van een voertuig waarvoor afzonderlijk, maar alleen in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen, typegoedkeuring kan worden verleend, en die aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen moet voldoen;

(7)"voertuigdelen": goederen die worden gebruikt voor de assemblage, de reparatie en het onderhoud van een voertuig, alsmede reserveonderdelen;

(8)"uitrustingsstukken": andere goederen dan voertuigdelen, die kunnen worden toegevoegd aan of geïnstalleerd in of op een voertuig;

(9)"fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor alle aspecten van de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid of van de individuele goedkeuring van een voertuig, of voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, voor het waarborgen van de conformiteit van de productie en voor markttoezichtgerelateerde zaken met betrekking tot geproduceerde voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen en uitrustingsstukken, ongeacht of die persoon wel of niet direct betrokken is bij alle fasen van het ontwerp en de bouw van het desbetreffende voertuig, systeem, onderdeel of de desbetreffende technische eenheid;

(10)"motorvoertuig": een gemotoriseerd voertuig dat is ontworpen en gebouwd om zich op eigen kracht voort te bewegen, ten minste vier wielen heeft, compleet, voltooid of incompleet is en een maximumontwerpsnelheid van meer dan 25 km/h heeft;

(11)"aanhangwagen": een niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een motorvoertuig te worden getrokken;

(12)"goedkeuringsinstantie": de instantie(s) van een lidstaat die door die lidstaat bij de Commissie is (zijn) aangemeld en die bevoegd is (zijn) voor alle aspecten van zowel de typegoedkeuring van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid als de individuele goedkeuring van een voertuig, voor de vergunningsprocedure voor voertuigdelen en uitrustingsstukken, de afgifte en eventuele intrekking of weigering van goedkeuringscertificaten; die bevoegd is (zijn) te fungeren als contactpunt voor de goedkeuringsinstanties van andere lidstaten; die bevoegd is (zijn) voor de aanwijzing van de technische diensten en die ervoor moet(en) zorgen dat de fabrikant voldoet aan zijn verplichtingen inzake de conformiteit van productie;

(13)"markttoezichtautoriteit": de nationale autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor het uitoefenen van markttoezicht op het grondgebied van de lidstaat;

(14)"nationale autoriteit": een goedkeuringsinstantie of een andere autoriteit betrokken bij en verantwoordelijk voor markttoezicht, grenscontroles of registratie in een lidstaat met betrekking tot voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken;

(15)"in de handel brengen": een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk voor het eerst aanbieden in de Europese Unie;

(16)"registratie": de permanente of tijdelijke administratieve vergunning voor het in het verkeer brengen van een voertuig, met inbegrip van de identificatie van het voertuig en de afgifte van een registratienummer;

(17)"in het verkeer brengen": het eerste gebruik, voor het beoogde doel, in de Europese Unie van een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk;

(18)"marktdeelnemer": de fabrikant, de vertegenwoordiger van de fabrikant, de importeur of de distributeur;

(19)"typegoedkeuring van een geheel voertuig": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een incompleet, compleet of voltooid voertuigtype aan de toepasselijke administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(20)"meerfasentypegoedkeuring": de procedure waarbij een of meer goedkeuringsinstanties certificeren dat een incompleet of voltooid type voertuig, al naargelang de staat van voltooiing, aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(21)"incompleet voertuig": een voertuig dat nog minstens één voltooiingsfase moet ondergaan om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening en van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen te voldoen;

(22)"EU-typegoedkeuring": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften van deze verordening en van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen voldoet;

(23)"typegoedkeuringscertificaat": het document waarmee de goedkeuringsinstantie officieel certificeert dat voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid typegoedkeuring is verleend;

(24)"vertegenwoordiger van de fabrikant": een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door de fabrikant is aangewezen om de fabrikant bij de goedkeuringsinstantie of de markttoezichtautoriteit te vertegenwoordigen en namens de fabrikant bij onder deze verordening vallende aangelegenheden op te treden;

(25)"importeur": een in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een in een derde land geproduceerd voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk in de handel brengt;

(26)"nationale typegoedkeuring": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften van de nationale wetgeving van een lidstaat voldoet, waarbij de geldigheid van de goedkeuring beperkt is tot het grondgebied van die lidstaat;

(27)"conformiteitscertificaat": het in bijlage IX opgenomen document dat door de fabrikant wordt afgegeven en dat certificeert dat een geproduceerd voertuig conform het goedgekeurde voertuigtype is;

(28)"distributeur": een handelaar of een andere natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen dan de fabrikant of de importeur, die een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk op de markt aanbiedt;

(29)"op de markt aanbieden": een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk leveren voor distributie of gebruik op de markt in het kader van een commerciële activiteit, ongeacht of dit tegen betaling dan wel gratis gebeurt;

(30)"stapsgewijze typegoedkeuring": de procedure die bestaat uit het stapsgewijs verzamelen van de hele reeks EU-typegoedkeuringscertificaten voor de systemen, onderdelen en technische eenheden die onderdeel uitmaken van het voertuig, en uiteindelijk resulteert in de typegoedkeuring van het gehele voertuig;

(31)"eenstapstypegoedkeuring": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie in één handeling certificeert dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan de toepasselijke administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(32)"gemengde typegoedkeuring": een stapsgewijze typegoedkeuring waarbij in de laatste fase van de goedkeuring van het gehele voertuig een of meer systemen worden goedgekeurd zonder dat voor deze systemen een EU-typegoedkeuringscertificaat moet worden afgegeven;

(33)"voltooid voertuig": een voertuig dat na meerfasentypegoedkeuring aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening en van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen voldoet;

(34)"compleet voertuig": een voertuig dat niet hoeft te worden voltooid om aan de toepasselijke technische voorschriften van deze verordening en van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen te voldoen;

(35)"voertuigtype": een bepaalde categorie van voertuigen die ten minste de in bijlage II, deel B, vermelde essentiële kenmerken delen, die varianten en versies mag bevatten zoals daarnaar verwezen;

(36)"technische dienst": een organisatie of instantie die door de goedkeuringsinstantie is aangewezen om als testlaboratorium tests of als conformiteitsbeoordelingsinstantie de initiële beoordeling en andere tests of keuringen te verrichten;

(37)"basisvoertuig": een voertuig dat in de eerste fase van een meerfasentypegoedkeuring wordt gebruikt;

(38)"typegoedkeuring van een systeem": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een systeemtype aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(39)"typegoedkeuring van een technische eenheid": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een technische eenheid in samenhang met een of meer specifieke voertuigtypen aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(40)"typegoedkeuring van een onderdeel": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een onderdeel onafhankelijk van een voertuig aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voldoet;

(41)"virtuele testmethode": computersimulaties, met inbegrip van berekeningen die aantonen dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid voldoet aan de technische voorschriften van een in bijlage IV vermelde regelgevingshandeling zonder dat daarvoor gebruik hoeft te worden gemaakt van een fysiek voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid;

(42)"individuele goedkeuring van een voertuig": de procedure waarbij een goedkeuringsinstantie certificeert dat een bepaald voertuig, al dan niet uniek, aan de desbetreffende administratieve bepalingen en technische voorschriften voor individuele EU-goedkeuring van een voertuig en nationale individuele goedkeuring van een voertuig voldoet;

(43)"voertuig uit restantvoorraad": een voertuig dat deel uitmaakt van een voorraad en dat niet of niet langer op de markt kan worden aangeboden, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht omdat nieuwe technische voorschriften in werking zijn getreden waarvoor het voertuig niet is goedgekeurd;

(44)"alternatieve voorschriften": administratieve bepalingen en technische voorschriften waarmee een niveau van functionele veiligheid, milieubescherming en inzittendenveiligheid moet worden gewaarborgd dat in de hoogst haalbare mate gelijkwaardig is met het door een of meer van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen geboden niveau;

(45)"reserveonderdelen": goederen die ter vervanging van de originele voertuigdelen in of op het voertuig worden gemonteerd, met inbegrip van goederen die voor het gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn, met uitzondering van brandstof;

(46)"reparatie- en onderhoudsinformatie van een voertuig": alle informatie die nodig is voor diagnose, onderhoud, keuring, periodieke controle, reparatie, herprogrammering of re-initialisatie van een voertuig alsook voor het monteren van voertuigdelen of uitrustingsstukken op een voertuig, en die de fabrikant aan zijn erkende dealers en reparateurs verstrekt, met inbegrip van alle latere wijzigingen van en aanvullingen op deze informatie;

(47)"onafhankelijke marktdeelnemer": een natuurlijke of rechtspersoon, anders dan een erkende dealer of reparateur, die direct of indirect bij de reparatie en het onderhoud van voertuigen betrokken is, waaronder reparateurs, fabrikanten of distributeurs van reparatieapparatuur, -gereedschap of reserveonderdelen, uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden, bedrijven die opleidingen aanbieden voor installateurs, fabrikanten en reparateurs van uitrustingsstukken voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden; er wordt eveneens onder verstaan erkende reparateurs, handelaren of distributeurs binnen het distributiesysteem van een bepaalde voertuigfabrikant voor zover zij reparatie- of onderhoudsdiensten verrichten voor voertuigen van een fabrikant van wiens distributienet zij geen deel uitmaken;

(48)"erkende reparateur": een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die actief is in het distributienet van een fabrikant;

(49)"onafhankelijke reparateur": een natuurlijke of rechtspersoon die reparatie- en onderhoudsdiensten verricht voor voertuigen en die niet actief is in het distributienet van een fabrikant;

(50)"informatie uit het boorddiagnosesysteem (OBD) van een voertuig": informatie afkomstig uit een systeem in een voertuig of verbonden met een motor dat storingen kan herkennen en, indien van toepassing, daarvan via een alarmsysteem melding kan maken, door middel van in een computergeheugen opgeslagen informatie kan aangeven in welk gebied de storing waarschijnlijk is opgetreden, en de mogelijkheid biedt deze gegevens buiten het voertuig te lezen;

(51)"in kleine series geproduceerd voertuig": een voertuigtype waarvan het aantal eenheden dat op de markt wordt aangeboden, wordt geregistreerd of in het verkeer wordt gebracht, de in bijlage XII vastgestelde jaarlijkse maxima niet overschrijdt;

(52)"voertuig voor speciale doeleinden": een voertuig van categorie M, N of O met specifieke technische kenmerken om een functie te vervullen waarvoor speciale voorzieningen of uitrustingen vereist zijn;

(53)"oplegger": een getrokken voertuig waarbij de as(sen) zich (bij een gelijkmatig verdeelde lading) achter het zwaartepunt van het voertuig bevindt (bevinden) en dat is uitgerust met een koppelingsmechanisme waarmee horizontale en verticale krachten op het trekkende voertuig kunnen worden overgebracht.

(54)"nationale accreditatie-instantie": de enige instantie in een lidstaat die door die staat gemachtigd is accreditaties te verlenen, zoals bedoeld in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

(55)"beoordeling ter plekke": een door de typegoedkeuringsinstantie uitgevoerde controle in de bedrijfsruimte van de technische dienst of van een van haar onderaannemers of dochterondernemingen;

(56)"controlebeoordeling ter plekke": een periodieke routinebeoordeling ter plekke die onderscheiden is van zowel de met het oog op de initiële aanwijzing uitgevoerde beoordeling ter plekke als van de beoordeling ter plekke die met het oog op verlenging van de aanwijzing wordt verricht.

Artikel 4
Voertuigcategorieën

1.Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende voertuigcategorieën gehanteerd:

a)categorie M omvat motorvoertuigen die in eerste instantie zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen en hun bagage, namelijk:

i)categorie M1:motorvoertuigen met niet meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en zonder ruimte voor staande passagiers. Het aantal zitplaatsen mag beperkt zijn tot de bestuurderszitplaats;

ii)categorie M2:motorvoertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een maximummassa van ten hoogste 5 ton. Die motorvoertuigen mogen ruimte bieden voor staande passagiers;

iii)categorie M3:motorvoertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een maximummassa van meer dan 5 ton. Die motorvoertuigen mogen ruimte bieden voor staande passagiers;

b)categorie N omvat motorvoertuigen die in eerste instantie zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van goederen, namelijk:

i)categorie N1:motorvoertuigen met een maximummassa van ten hoogste 3,5 ton;

ii)categorie N2:motorvoertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, maar niet meer dan 12 ton;

iii)categorie N3:motorvoertuigen met een maximummassa van meer dan 12 ton;

c)categorie O omvat aanhangwagens die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van goederen of personen, alsook om woongelegenheid te bieden aan personen, namelijk:

i)categorie O1:aanhangwagens met een maximummassa van ten hoogste 0,75 ton;

ii)categorie O2:aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 0,75 ton, maar niet meer dan 3,5 ton;

iii)categorie O3:aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 3,5 ton, maar niet meer dan 10 ton;

iv)categorie O4:aanhangwagens met een maximummassa van meer dan 10 ton.

2.De criteria voor de categorisering van voertuigen, voertuigentypen, varianten en uitvoeringen zijn vermeld in bijlage II.

De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage II wat de categorisering van voertuigsubcategorieën, voertuigtypen en carrosserietypen betreft, vast te stellen teneinde deze aan de technische vooruitgang aan te passen.

HOOFDSTUK II
ALGEMENE VERPLICHTINGEN

Artikel 5
Algemene materiële voorschriften

1.Voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden voldoen aan de voorschriften van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen.

2.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage IV vast te stellen teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door verwijzingen naar regelgevingshandelingen met de voorschriften waaraan voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden moeten voldoen, op te nemen en te actualiseren.

Artikel 6
Verplichtingen van de lidstaten

1.De lidstaten richten de goedkeuringsinstanties en hun markttoezichtautoriteiten op of wijzen deze aan. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de oprichting en aanwijzing van deze autoriteiten.

Die kennisgeving bevat de naam, het adres, het elektronisch adres en de bekwaamheden van die autoriteiten. De Commissie publiceert een lijst en de gegevens van de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten op haar website.

2.De lidstaten staan alleen toe dat voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die aan de voorschriften van deze verordening voldoen, in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht.

3.De lidstaten mogen het in de handel brengen, de registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die aan de voorschriften van deze verordening voldoen, niet verbieden, met uitzondering van de in artikel 52 vermelde gevallen.

In afwijking van die regel zijn de lidstaten niet verplicht toe te staan dat voertuigen in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht indien die voertuigen overeenkomstig deze verordening typegoedkeuring hebben gekregen, maar de geharmoniseerde afmetingen van bijlage I bij Richtlijn 96/53/EG van de Raad 25 overschrijden.

4.De lidstaten organiseren en verrichten overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 765/2008 markttoezicht op en controles van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die op de markt worden ingevoerd.

5.Zij nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat markttoezichtautoriteiten, wanneer zij dat noodzakelijk en gerechtvaardigd achten, recht hebben op het betreden van de bedrijfsruimten van marktdeelnemers en het nemen van de voor de nalevingscontrole noodzakelijke monsters van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden.

6.De lidstaten evalueren en beoordelen periodiek de werking van hun typegoedkeuringsactiviteiten. Deze evaluaties en beoordelingen worden ten minste elke vier jaar uitgevoerd en de resultaten ervan worden aan de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld. De betrokken lidstaat maakt een samenvatting van de resultaten, met name van het aantal verleende typegoedkeuringen en aan welke fabrikanten die zijn verleend, toegankelijk voor het publiek.

7.De lidstaten evalueren en beoordelen periodiek de werking van hun markttoezichtactiviteiten. Deze evaluaties en beoordelingen worden ten minste elke vier jaar uitgevoerd en de resultaten ervan worden aan de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld. De betrokken lidstaat maakt een samenvatting van de resultaten toegankelijk voor het publiek.

Artikel 7
Verplichtingen van goedkeuringsinstanties

1.De goedkeuringsinstanties verlenen alleen goedkeuring voor voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die aan de voorschriften van deze verordening voldoen.

2.Goedkeuringsinstanties voeren hun taken onafhankelijk en onpartijdig uit. Zij nemen waar nodig vertrouwelijkheid in acht ter bescherming van commerciële geheimen, behoudens de informatieverplichting van artikel 9, lid 3, om de belangen van de gebruikers in de Europese Unie te beschermen.

3.Wanneer in een lidstaat meer dan één goedkeuringsinstantie verantwoordelijk is voor het goedkeuren van voertuigen, met inbegrip van individuele goedkeuring van een voertuig, wijst de lidstaat een enkele typegoedkeuringsinstantie aan als verantwoordelijke voor het uitwisselen van informatie met de goedkeuringsinstantie van de andere lidstaten, en voor de in hoofdstuk XV van deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Goedkeuringsinstanties in een lidstaat werken met elkaar samen door relevante informatie over hun rol en functies uit te wisselen.

4.Wanneer een goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 5, artikel 52, lid 4, of artikel 54 in kennis wordt gesteld, neemt zij alle nodige maatregelen om de verleende goedkeuring te herzien en, in voorkomend geval, de goedkeuring te corrigeren of in te trekken, afhankelijk van de redenen en de ernst van de geconstateerde afwijkingen.

5.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de gemeenschappelijke criteria voor het benoemen, evalueren en beoordelen van de goedkeuringsinstanties op nationaal niveau vast te leggen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

Artikel 8
Verplichtingen van markttoezichtautoriteiten

1.Markttoezichtautoriteiten controleren regelmatig of voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden nog aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften voldoen en of de typegoedkeuringen correct zijn. Die controles worden op toereikende schaal verricht, door middel van een verificatie van de documenten en rij- en laboratoriumtests op basis van statistisch relevante monsters. Hierbij houden markttoezichtautoriteiten rekening met gevestigde beginselen van risicobeoordeling, klachten en andere informatie.

2.De markttoezichtautoriteiten verlangen van marktdeelnemers dat deze de documenten en informatie beschikbaar stellen die de autoriteiten noodzakelijk achten om hun activiteiten uit te voeren.

3.Voor voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor typegoedkeuring is verleend, houden de markttoezichtautoriteiten terdege rekening met door marktdeelnemers gepresenteerde conformiteitscertificaten.

4.Markttoezichtautoriteiten nemen passende maatregelen om gebruikers op hun grondgebied binnen een passende termijn te waarschuwen voor de gevaren die zij hebben vastgesteld met betrekking tot een voertuig, systeem, onderdeel en technische eenheid, teneinde het risico op verwonding of andere schade te voorkomen of verminderen.

Markttoezichtautoriteiten werken met marktdeelnemers samen bij maatregelen ter voorkoming of beperking van de risico's van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die deze marktdeelnemers op de markt aanbieden.

5.Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat besluiten een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid overeenkomstig artikel 49, lid 5, uit de handel te nemen, stellen zij de betrokken marktdeelnemer en in voorkomend geval de betrokken goedkeuringsinstantie daarvan in kennis.

6.Markttoezichtautoriteiten voeren hun taken onafhankelijk en onpartijdig uit. Zij nemen waar nodig vertrouwelijkheid in acht ter bescherming van commerciële geheimen, behoudens de in artikel 9, lid 3, opgenomen informatieverplichting die zo breed mogelijk moet worden nageleefd als nodig is om de belangen van de gebruikers in de Europese Unie te beschermen.

7.De lidstaten evalueren en beoordelen periodiek de werking van hun markttoezichtactiviteiten. Deze evaluaties en beoordelingen worden ten minste elke vier jaar uitgevoerd en de resultaten ervan worden aan de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld. De betrokken lidstaat maakt een samenvatting van de resultaten toegankelijk voor het publiek.

8.De markttoezichtautoriteiten van de lidstaten coördineren hun markttoezichtactiviteiten, werken met elkaar samen en wisselen met elkaar en met de Commissie de resultaten daarvan uit. Indien nodig bereiken de markttoezichtautoriteiten overeenstemming over werkverdeling en specialisatie.

9.Wanneer in een lidstaat meer dan één autoriteit verantwoordelijk is voor het markttoezicht of de controle aan de buitengrenzen, werken die autoriteiten met elkaar samen door relevante informatie over hun rol en functies uit te wisselen.

10.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de criteria voor het vaststellen van de schaal, het toepassingsgebied en de frequentie waarmee de in lid 1 bedoelde nalevingscontroles van monsters moeten worden verricht, vast te leggen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 9
Nalevingscontrole door de Commissie en

versterken van de coördinatie met de lidstaten

1.    De Commissie organiseert en verricht op toereikende schaal tests en keuringen van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die reeds op de markt zijn aangeboden, of laat deze verrichten, om te controleren of die voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden conform de typegoedkeuringen zijn en aan de toepasbare wetgeving voldoen, alsook om de juistheid van de typegoedkeuringen te waarborgen.

Die tests en keuringen kunnen worden verricht op nieuwe voertuigen die door fabrikanten of marktdeelnemers overeenkomstig lid 2 worden geleverd.

De tests en keuringen kunnen ook worden verricht op geregistreerde voertuigen, met instemming van de houder van de voertuigregistratie.

2.Fabrikanten die over een typegoedkeuring beschikken of marktdeelnemers voorzien de Commissie op verzoek van een statistisch relevant aantal door de Commissie geselecteerde serievoertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die representatief zijn voor de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die met die typegoedkeuring in de handel worden gebracht. Die voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden worden voor tests ter beschikking gesteld op de plek en gedurende de periode die de Commissie verlangt.

3.Teneinde de Commissie in staat te stellen de in de leden 1 en 2 bedoelde tests uit te voeren, stellen de lidstaten alle informatie met betrekking tot de typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die aan nalevingscontrole worden onderworpen, ter beschikking van de Commissie. Die informatie omvat ten minste de informatie die is opgenomen in het in artikel 26, lid 1, bedoelde typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen daarbij.

Voor voertuigen die overeenkomstig de stapsgewijze of meerfasentypegoedkeuringsprocedure zijn goedgekeurd, voorzien de lidstaten de Commissie eveneens van het typegoedkeuringscertificaat inclusief bijlagen, zoals bedoeld in artikel 26, lid 1, voor de bijbehorende typegoedkeuringen van systemen, onderdelen en technische eenheden.

4.Voertuigfabrikanten maken gegevens die nodig zijn voor nalevingscontroletests door derden openbaar. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om te bepalen welke gegevens openbaar moeten worden gemaakt en de voorwaarden voor de publicatie van die gegevens, waarbij de bescherming van commerciële geheimen en persoonlijke gegevens krachtens de nationale en Uniewetgeving worden gerespecteerd. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

5.Wanneer de Commissie constateert dat de geteste of gekeurde voertuigen niet aan de typegoedkeuringsvoorschriften van deze verordening of een van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen voldoen, of dat de typegoedkeuring is verleend op basis van onjuiste gegevens, verlangt zij overeenkomstig artikel 54, lid 8, onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij alle passende corrigerende maatregelen neemt om de voertuigen conform deze voorschriften te maken, of neemt zij beperkende maatregelen door van de marktdeelnemer te verlangen alle desbetreffende voertuigen uit de handel te nemen, ofwel ze binnen een redelijk tijdsbestek terug te roepen, afhankelijk van de ernst van de geconstateerde niet-naleving.

Wanneer de juistheid van de typegoedkeuring zelf door de tests en keuringen in twijfel wordt getrokken, stelt de Commissie de betrokken goedkeuringsinstantie(s) en het forum voor uitwisseling van informatie over handhaving daarvan in kennis.

Nadat de Commissie nalevingscontroletests verricht, brengt zij verslag uit van haar bevindingen.

Artikel 10
Forum voor uitwisseling van informatie over handhaving

1.De Commissie richt een Forum voor uitwisseling van informatie over handhaving op ("het Forum") en zit dit forum voor.

Het Forum bestaat uit door de lidstaten benoemde leden.

2.Het Forum coördineert een netwerk van de voor typegoedkeuring en markttoezicht verantwoordelijke nationale instanties en autoriteiten.

Onder de adviserende taken van het Forum vallen onder meer de bevordering van goede praktijken, de uitwisseling van informatie over handhavingsproblemen, samenwerking, de ontwikkeling van werkmethoden en instrumenten, de ontwikkeling van een procedure voor de elektronische uitwisseling van informatie, de evaluatie van geharmoniseerde handhavingsprojecten, sancties en gezamenlijke inspecties.

3.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de samenstelling, het benoemingsproces, de gedetailleerde taken, de werkmethoden en het reglement van orde van het forum.

Artikel 11
Algemene verplichtingen van de fabrikanten

1.De fabrikant zorgt ervoor dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die hij heeft geproduceerd en die in de handel of het verkeer zijn gebracht, overeenkomstig de voorschriften van deze verordening zijn geproduceerd en goedgekeurd.

2.Bij meerfasentypegoedkeuring is de fabrikant eveneens verantwoordelijk voor de goedkeuring en de conformiteit van de productie van de systemen, onderdelen en technische eenheden die hij tijdens de voltooiingsfase aan het voertuig heeft toegevoegd. Een fabrikant die reeds in eerdere fasen goedgekeurde onderdelen, systemen of technische eenheden wijzigt, is verantwoordelijk voor de goedkeuring en conformiteit van de productie van de gewijzigde onderdelen, systemen of technische eenheden. De fabrikant van de vorige fase voorziet de fabrikant van de daaropvolgende fase van informatie over veranderingen die gevolgen kunnen hebben voor de typegoedkeuring van onderdelen, systemen of technische eenheden of van het gehele voertuig. Die informatie wordt verstrekt zodra de nieuwe uitbreiding tot de typegoedkeuring van het gehele voertuig is verleend en ten laatste op de begindatum van productie van het incomplete voertuig.

3.De fabrikant die een incompleet voertuig zodanig wijzigt dat het wordt aangemerkt als behorende tot een andere voertuigcategorie en dat bijgevolg de reeds in een eerdere typegoedkeuringsfase beoordeelde voorschriften zijn gewijzigd, is eveneens verantwoordelijk voor de naleving van de toepasselijke voorschriften met betrekking tot de voertuigcategorie waartoe het gewijzigde voertuig wordt geacht te behoren.

4.Een fabrikant die buiten de Europese Unie is gevestigd, wijst voor EU-typegoedkeuring één binnen de Europese Unie gevestigde vertegenwoordiger aan om hem voor de goedkeuringsinstantie te vertegenwoordigen. Die fabrikant wijst eveneens één binnen de Europese Unie gevestigde vertegenwoordiger aan voor het markttoezicht; dit kan dezelfde vertegenwoordiger zijn die voor EU-typegoedkeuring is aangewezen.

5.De fabrikant is jegens de goedkeuringsinstantie verantwoordelijk voor alle aspecten van de goedkeuringsprocedure en voor het waarborgen van de conformiteit van de productie, ongeacht of hij al dan niet rechtstreeks bij alle fasen van de bouw van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid betrokken is.

6.De fabrikant stelt procedures in om de conformiteit van de serieproductie van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden met het goedgekeurde type te waarborgen.

7.Behalve de overeenkomstig artikel 36 op zijn voertuigen aangebrachte voorgeschreven plaat en de op de onderdelen of technische eenheden ervan aangebrachte typegoedkeuringsmerken, vermeldt de fabrikant zijn naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en contactadres in de Europese Unie op zijn voertuigen, onderdelen of technische eenheden die op de markt worden aangeboden of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het onderdeel of de technische eenheid gevoegd document.

Artikel 12
Verplichtingen van fabrikanten met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die niet conform zijn of een ernstig risico vormen

1.Een fabrikant die van mening is dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid of een voertuigdeel of uitrustingsstuk dat of die in de handel of het verkeer is gebracht, niet overeenstemt met deze verordening of dat de typegoedkeuring op basis van onjuiste gegevens is verleend, neemt onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om dat voertuig, dat systeem, dat onderdeel of die technische eenheid, of dat voertuigdeel of uitrustingsstuk conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend, onverwijld van de non-conformiteit en van alle genomen maatregelen in kennis.

2.Als een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk een ernstig risico vormt, verstrekt de fabrikant de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waarin het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk op de markt is aangeboden of in het verkeer is gebracht, onmiddellijk gedetailleerde informatie over de non-conformiteit en over eventuele genomen maatregelen.

3.De fabrikant bewaart het in artikel 24, lid 4, bedoelde informatiepakket gedurende tien jaar nadat een voertuig in de handel is gebracht en gedurende vijf jaar nadat een systeem, onderdeel of technische eenheid in de handel is gebracht.

De voertuigfabrikant houdt een kopie van de in artikel 34 vermelde conformiteitscertificaten ter beschikking van de goedkeuringsinstanties.

4.De fabrikant verstrekt op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit aan deze autoriteit via de goedkeuringsinstantie een kopie van het EU-typegoedkeuringscertificaat of de in artikel 55, lid 1, bedoelde vergunning waaruit de conformiteit van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid blijkt, in een taal die deze nationale autoriteit gemakkelijk kan begrijpen.

Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verleent de fabrikant medewerking aan overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 genomen maatregelen om de risico's van het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk dat hij op de markt heeft aangeboden, te elimineren.

Artikel 13
Verplichtingen van vertegenwoordigers van fabrikanten met betrekking tot markttoezicht

1.De vertegenwoordiger van de fabrikant op het gebied van markttoezicht voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. Dit mandaat voorziet erin dat de vertegenwoordiger ten minste:

a)toegang heeft tot het in artikel 22 bedoelde informatiedossier en het in artikel 34 bedoelde conformiteitscertificaat in een officiële taal van de Unie. Die documenten worden gedurende tien jaar nadat een voertuig in de handel is gebracht en gedurende vijf jaar nadat een systeem, onderdeel of technische eenheid in de handel is gebracht, ter beschikking van de goedkeuringsinstanties gesteld;

b)op een met redenen omkleed verzoek van een goedkeuringsinstantie aan deze instantie alle benodigde informatie en documentatie verstrekt om de conformiteit van de productie van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan te tonen;

c)op verzoek van de goedkeuringsinstanties of markttoezichtautoriteiten medewerking verleent aan eventueel getroffen maatregelen om de ernstige risico's van de voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die onder dat mandaat vallen, te elimineren;

d)de fabrikant onmiddellijk in kennis stelt van klachten en meldingen met betrekking tot risico's, vermoedelijke incidenten, en gevallen van non-conformiteit van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die onder dat mandaat vallen;

e)het mandaat beëindigt als de fabrikant in strijd met zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening handelt.

2.Een vertegenwoordiger van een fabrikant die het mandaat beëindigt op basis van lid 1, onder e), stelt de typegoedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend en de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis.

3.In de details van een verandering wordt ten minste het volgende vermeld:

a)de datum van beëindiging van het mandaat van de oude gemachtigde vertegenwoordiger en de datum van het begin van het mandaat van de nieuwe vertegenwoordiger van de fabrikant;

b)de datum tot wanneer de oude vertegenwoordiger mag worden aangegeven in de door de fabrikant verstrekte informatie, waaronder reclamemateriaal;

c)de overdracht van documenten, inclusief vertrouwelijkheidsaspecten en eigendomsrechten;

d)de verplichting van de oude vertegenwoordiger van de fabrikant om na het einde van zijn mandaat alle klachten en meldingen van risico's en vermoedelijke incidenten met betrekking tot een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk waarvoor hij als vertegenwoordiger was aangewezen, aan de fabrikant of diens nieuwe vertegenwoordiger door te sturen.

Artikel 14
Verplichtingen van importeurs

1.De importeur brengt alleen voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in de handel waarvoor EU-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring is verleend, of voertuigdelen of uitrustingsstukken die voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 765/2008.

2.Voordat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid waarvoor typegoedkeuring is verleend, in de handel wordt gebracht, verifieert de importeur dat de goedkeuringsinstantie een informatiepakket zoals bedoeld in artikel 24, lid 4, heeft samengesteld en dat het systeem, het onderdeel of de technische eenheid van het voorgeschreven typegoedkeuringsmerk is voorzien en aan artikel 11, lid 7, voldoet.

Bij een voertuig zorgt de importeur ervoor dat het van het vereiste conformiteitscertificaat vergezeld gaat.

3.Wanneer de importeur van mening is dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid niet conform de voorschriften van deze verordening is, en met name niet overeenstemt met de typegoedkeuring ervan, mag hij dit voertuig, dit systeem, dit onderdeel of deze technische eenheid niet in de handel brengen, in het verkeer laten brengen of registreren totdat het conform is gemaakt. Als hij van mening is dat het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk een ernstig risico vormt, brengt hij de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte. Wat betreft voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor typegoedkeuring is verleend, brengt hij ook de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend, op de hoogte.

4.De importeur vermeldt zijn naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerd handelsmerk en contactadres op het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het systeem, het onderdeel of de technische eenheid gevoegd document.

5.De importeur zorgt ervoor dat het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid vergezeld gaat van de in artikel 63 vereiste instructies in de officiële taal of talen van de betreffende lidstaten.

6.Om de gezondheid en veiligheid van de consument te beschermen, onderzoekt de importeur klachten en terugroepingen van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die hij in de handel heeft gebracht en houdt hij een register van die klachten en terugroepingen bij, en houdt hij zijn distributeurs van dergelijk toezicht op de hoogte.

Artikel 15
Verplichtingen van importeurs met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die niet conform zijn of met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico vormen

1.Wanneer een importeur van mening is dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die door de importeur in de handel is gebracht, niet overeenstemt met deze verordening, neemt de importeur onmiddellijk passende maatregelen om dat voertuig, dat systeem, dat onderdeel of die technische eenheid conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

2.Als een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk een ernstig risico vormt, verstrekt de importeur de fabrikant, de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waarin het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid in de handel is gebracht, onmiddellijk gedetailleerde informatie over dit risico.

De importeur brengt de typegoedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten eveneens op de hoogte van alle genomen maatregelen, waarbij hij in het bijzonder het ernstige risico en alle door de fabrikant genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

3.Gedurende tien jaar nadat het voertuig in de handel is gebracht en gedurende vijf jaar nadat een systeem, onderdeel of technische eenheid in de handel is gebracht, houdt de importeur een kopie van het conformiteitscertificaat ter beschikking van de goedkeuringsinstanties en markttoezichtautoriteiten en zorgt hij ervoor dat het in artikel 24, lid 4, bedoelde informatiepakket op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

4.Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verstrekt de importeur alle benodigde informatie en documentatie, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen, om de conformiteit van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan te tonen. Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verleent de importeur medewerking aan overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 getroffen maatregelen om de risico's van het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk dat of die hij op de markt heeft aangeboden, te elimineren.

Artikel 16
Verplichtingen van distributeurs

Voordat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid op de markt wordt aangeboden, wordt geregistreerd of in het verkeer wordt gebracht, verifieert de distributeur of het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid voorzien is van de vereiste voorgeschreven plaat of het vereiste typegoedkeuringsmerk, vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten en van de bij artikel 63 vereiste instructies en veiligheidsinformatie in de officiële taal of talen van de betrokken lidstaat en of de importeur en de fabrikant hebben voldaan aan de in artikel 11, lid 7, en artikel 14, lid 4, vastgestelde voorschriften.

Artikel 17
Verplichtingen van distributeurs met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die niet conform zijn of met betrekking tot hun voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico vormen

1.Wanneer de distributeur van mening is dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid niet conform de voorschriften van deze verordening is, mag hij dit voertuig, dit systeem, dit onderdeel of deze technische eenheid niet op de markt aanbieden, registeren of in het verkeer brengen totdat het of zij conform is gemaakt.

2.Een distributeur die van mening is dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die hij op de markt heeft aangeboden, niet in overeenstemming met deze verordening is, stelt de fabrikant of de importeur hiervan in kennis om te waarborgen dat overeenkomstig artikel 12, lid 1, of artikel 15, lid 1, passende maatregelen worden genomen om dat voertuig, dat systeem, dat onderdeel of die technische eenheid conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

3.Als een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk een ernstig risico vormt, verstrekt de distributeur de fabrikant, de importeur, de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waarin het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid op de markt is aangeboden, onmiddellijk gedetailleerde informatie over dit ernstige risico. De distributeurs brengen hen eveneens op de hoogte van alle ondernomen acties, waarbij zij in het bijzonder de ernst van het risico en alle door de fabrikant genomen corrigerende maatregelen in detail beschrijven.

4.Op een met redenen omkleed verzoek van een nationale autoriteit verleent de distributeur medewerking aan overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 door die autoriteit genomen maatregelen om de risico's van het voertuig, het systeem, het onderdeel, de technische eenheid, het voertuigdeel of het uitrustingsstuk dat of die hij op de markt heeft aangeboden, te elimineren.

Artikel 18
Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze verordening beschouwd als een fabrikant en moet aan de in de artikelen 8, 11 en 12 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer deze importeur of distributeur een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid onder zijn eigen naam of handelsmerk op de markt aanbiedt of registreert of verantwoordelijk is voor het in het verkeer brengen daarvan, of een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid zodanig wijzigt dat de conformiteit met de toepasselijke voorschriften in het gedrang kan komen.

Artikel 19
Identificatie van marktdeelnemers

Gedurende tien jaar nadat een voertuig in de handel is gebracht en gedurende vijf jaar nadat een systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk in de handel is gebracht, verschaffen marktdeelnemers op verzoek van een goedkeuringsinstantie of markttoezichtautoriteit informatie over het volgende:

a)welke marktdeelnemer hun een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk heeft geleverd;

b)aan welke marktdeelnemer zij een voertuig, systeem, onderdeel, technische eenheid, voertuigdeel of uitrustingsstuk hebben geleverd.

HOOFDSTUK III
PROCEDURES VOOR EU-TYPEGOEDKEURING

Artikel 20
Procedures voor EU-typegoedkeuring

1.Bij de aanvraag om typegoedkeuring van een geheel voertuig mag de fabrikant een van de volgende procedures kiezen:

a)stapsgewijze typegoedkeuring;

b)eenstapstypegoedkeuring;

c)gemengde typegoedkeuring.

Bovendien mag de fabrikant kiezen voor de meerfasentypegoedkeuring voor een incompleet of voltooid voertuig.

2.Voor typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid is alleen de eenstapstypegoedkeuring van toepassing.

3.Meerfasentypegoedkeuring wordt verleend voor een type incompleet of voltooid voertuig dat, al naar gelang de voltooiingsfase waarin het zich bevindt, overeenkomt met de gegevens van het in artikel 22 vermelde informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV genoemde toepasselijke regelgevingshandelingen.

De meerfasentypegoedkeuring is ook van toepassing op complete voertuigen die na voltooiing door een andere fabrikant zijn verbouwd of gewijzigd.

4.De EU-typegoedkeuring voor de laatste voltooiingsfase wordt pas verleend nadat de goedkeuringsinstantie heeft geverifieerd dat het voertuigtype waarvoor tijdens de laatste fase een typegoedkeuring was verleend op dat moment voldoet aan alle toepasselijke technische voorschriften. Verificatie houdt in dat een documentencontrole wordt uitgevoerd voor alle voorschriften van een EU-typegoedkeuring voor een incompleet voertuigtype die tijdens een meerfasenprocedure is verleend, zelfs als deze is verleend voor een andere voertuigcategorie.

5.De in lid 1 genoemde keuze voor een bepaalde goedkeuringsprocedure heeft geen gevolgen voor de toepasselijke inhoudelijke voorschriften waaraan het goedgekeurde voertuigtype bij de afgifte van de typegoedkeuring van een geheel voertuig moet voldoen.

6.    Meerfasentypegoedkeuring mag ook worden gebruikt door een enkele fabrikant, mits zij niet wordt gebruikt om de voorschriften voor voertuigen die in één fase zijn gebouwd, te omzeilen. Voertuigen die door een enkele fabrikant worden gebouwd, worden voor de toepassing van de artikelen 39, 40 en 47 van deze verordening niet geacht in meerdere fasen te zijn gebouwd.

Artikel 21
Aanvraag om EU-typegoedkeuring

1.De fabrikant dient bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag om EU-typegoedkeuring en het in artikel 22 vermelde informatiedossier in.

2.Voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid mag slechts in één lidstaat één aanvraag worden ingediend.

3.Voor ieder goed te keuren type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

Artikel 22
Informatiedossier

1.Het in artikel 21, lid 1, vermelde informatiedossier bevat het volgende:

a)een informatiedocument, zoals opgenomen in bijlage I voor eenstaps- of gemengde typegoedkeuring of zoals opgenomen in bijlage III voor stapsgewijze typegoedkeuring;

b)alle gegevens, tekeningen, foto's en andere relevante informatie;

c)voor voertuigen, een vermelding van de overeenkomstig artikel 20, lid 1, gekozen procedure(s);

d)alle aanvullende informatie waar de goedkeuringsinstantie in het kader van de aanvraagprocedure om vraagt.

2.Het informatiedossier wordt verstrekt in een door de Commissie voorziene elektronische vorm, maar mag ook op papier worden geleverd.

3.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van de bijlagen I en III vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door het model voor het informatiedocument te actualiseren, met inbegrip van een geharmoniseerde elektronische vorm zoals bedoeld in lid 2.

Artikel 23
Aanvullende informatie die een aanvraag om bepaalde EU-typegoedkeuringen moet vergezellen

1.Een aanvraag om stapsgewijze typegoedkeuring gaat, naast het in artikel 22 vermelde informatiedossier, vergezeld van alle EU-typegoedkeuringscertificaten, met inbegrip van de testrapporten, die overeenkomstig de in bijlage IV vermelde toepasselijke regelgevingshandelingen vereist zijn.

Bij een aanvraag om typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid krachtens de toepasselijke in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen heeft de goedkeuringsinstantie toegang tot het informatiedossier totdat de typegoedkeuring van het gehele voertuig is verleend of geweigerd.

2.Een aanvraag om gemengde typegoedkeuring gaat, naast het in artikel 22 vermelde informatiedossier, vergezeld van de EU-typegoedkeuringscertificaten, met inbegrip van de testrapporten, die overeenkomstig de in bijlage IV vermelde toepasselijke regelgevingshandelingen vereist zijn.

Voor systemen waarvoor geen EU-typegoedkeuringscertificaat is gepresenteerd, gaat de aanvraag, naast het in artikel 22 vermelde informatiedossier, vergezeld van de in bijlage I gespecificeerde informatie die voor de goedkeuring van die systemen tijdens de voertuiggoedkeuringsfase vereist is, en van een testrapport in plaats van het EU-typegoedkeuringscertificaat.

3.Een aanvraag om meerfasentypegoedkeuring gaat vergezeld van de volgende informatie:

a)in de eerste fase: de delen van het informatiedossier en van de EU-typegoedkeuringscertificaten die relevant zijn voor de voltooiingsfase waarin het basisvoertuig zich bevindt;

b)in de tweede en daaropvolgende fasen: de delen van het informatiedossier en de EU-typegoedkeuringscertificaten die relevant zijn voor de lopende bouwfase, samen met een kopie van het in de vorige bouwfase voor het voertuig afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaat en alle gegevens over eventuele wijzigingen of toevoegingen die de fabrikant aan het voertuig heeft aangebracht.

De onder a) en b) genoemde informatie mag overeenkomstig artikel 22, lid 2, worden verstrekt.

4.    De goedkeuringsinstantie en de technische diensten hebben toegang tot de software en algoritmen van het voertuig.

In een met redenen omkleed verzoek kan de goedkeuringsinstantie eveneens van de fabrikant vereisen dat hij de nodige aanvullende informatie verstrekt om te kunnen beslissen welke tests moeten worden verricht of om de uitvoering van die tests te vergemakkelijken.

HOOFDSTUK IV
VERLOOP VAN DE PROCEDURES VOOR EU-TYPEGOEDKEURING

Artikel 24
Algemene bepalingen inzake het verloop van de procedures voor EU-typegoedkeuring

1.Voor elk type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid mag slechts één EU-typegoedkeuring worden verleend.

2.Een goedkeuringsinstantie waarbij overeenkomstig artikel 21 een aanvraag is ingediend, verleent alleen typegoedkeuring na verificatie van het volgende:

a)de in artikel 29 vermelde regelingen inzake de conformiteit van productie;

b)dat er voor het desbetreffende type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid nog geen typegoedkeuring is verleend;

c)naleving door het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid van de toepasselijke voorschriften;

d)bij typegoedkeuringen van gehele voertuigen volgens de stapsgewijze, gemengde of meerfasentypegoedkeuringsprocedure verifieert de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 20, lid 4, dat voor de systemen, onderdelen en technische eenheden afzonderlijke typegoedkeuringen zijn verleend krachtens de voorschriften die bij het verlenen van de typegoedkeuring van het gehele voertuig van toepassing waren.

3.De procedures inzake EU-typegoedkeuring zoals opgenomen in bijlage V en inzake meerfasentypegoedkeuring zoals opgenomen in bijlage XVII zijn van toepassing.

De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage V vast te stellen teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de procedures inzake EU-typegoedkeuring en bijlage XVII wat meerfasentypegoedkeuring betreft, te actualiseren.

4.De goedkeuringsinstantie stelt een informatiepakket samen dat bestaat uit het in artikel 22 vermelde informatiedossier plus de testrapporten en alle andere documenten die de technische dienst of de goedkeuringsinstantie tijdens de uitvoering van hun taken aan het informatiedossier hebben toegevoegd.

Het informatiepakket bevat een inhoudsopgave waarin alle paginanummers en het formaat van alle documenten duidelijk worden aangegeven en het beheer van de EU-typegoedkeuring chronologisch is vastgelegd.

De goedkeuringsinstantie houdt het informatiepakket gedurende tien jaar na afloop van de geldigheid van de desbetreffende EU-typegoedkeuring ter beschikking.

5.De goedkeuringsinstantie weigert EU-typegoedkeuring te verlenen indien zij van oordeel is dat een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, ook al voldoet het of zij aan de toepasselijke voorschriften, een ernstig risico voor de veiligheid vormt dan wel het milieu of de volksgezondheid ernstig kan schaden. In dat geval zendt zij de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onmiddellijk een gedetailleerd dossier toe met opgave van de redenen voor haar besluit en bewijsmateriaal voor haar bevindingen.

6.Bij stapsgewijze, gemengde en meerfasentypegoedkeuring weigert de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 20, leden 4 en 5, om EU-typegoedkeuring te verlenen indien zij constateert dat systemen, onderdelen of technische eenheden niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen.

De goedkeuringsinstantie verzoekt de goedkeuringsinstanties die de systemen, onderdelen of technische eenheden hebben goedgekeurd om overeenkomstig artikel 54, lid 2, te handelen.

Artikel 25
Kennisgeving van verleende, gewijzigde, geweigerde en ingetrokken EU-typegoedkeuringen

1.Binnen een maand na het afgeven of wijzigen van het EU-typegoedkeuringscertificaat zendt de goedkeuringsinstantie de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie een kopie toe van het EU-typegoedkeuringscertificaat, inclusief de bijlagen en de in artikel 23 bedoelde testrapporten, voor ieder type voertuig, systeem, onderdeel en technische eenheid waarvoor zij goedkeuring heeft verleend. Die kopie wordt verzonden door middel van een gemeenschappelijk beveiligd systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens of in de vorm van een beveiligd elektronisch bestand.

2.Om de drie maanden zendt de goedkeuringsinstantie de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie een lijst toe van de EU-typegoedkeuringen van systemen, onderdelen of technische eenheden die zij in de vorige periode heeft verleend, gewijzigd, geweigerd of ingetrokken. Deze lijst bevat de in bijlage XIV bedoelde informatie.

3.Op verzoek van een goedkeuringsinstantie van een andere lidstaat of van de Commissie zendt de goedkeuringsinstantie die een EU-typegoedkeuring heeft verleend, de eerstgenoemde instantie binnen een maand na ontvangst van dat verzoek via een gemeenschappelijk beveiligd systeem voor elektronische gegevensuitwisseling of in de vorm van een beveiligd elektronisch bestand een kopie toe van het gevraagde EU-typegoedkeuringscertificaat, inclusief de bijlagen.

4.De goedkeuringsinstantie stelt de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis van de door haar geweigerde of ingetrokken goedkeuringen van voertuigen, met opgave van de redenen voor haar besluit.

5.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage XIV vast te stellen door het model voor de kennisgeving van de EU-typegoedkeuringen voor systemen, onderdelen of technische eenheden die zijn verleend, gewijzigd, geweigerd of teruggetrokken, te actualiseren.

Artikel 26
EU-typegoedkeuringscertificaat

1.Het volgende wordt als bijlage bij het EU-typegoedkeuringscertificaat gevoegd:

a)het in artikel 24, lid 4, bedoelde informatiepakket;

b)de door de in artikel 28, lid 1, vermelde regelgevingshandelingen vereiste testrapporten in het geval van typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid of het formulier met testresultaten in het geval van typegoedkeuring van een geheel voertuig;

c)naam en handtekening van de persoon (personen) die gemachtigd is (zijn) om conformiteitscertificaten te ondertekenen, met vermelding van zijn (hun) positie in het bedrijf;

d)in het geval van een typegoedkeuring van een geheel voertuig, een ingevuld exemplaar van het conformiteitscertificaat.

2.Het EU-typegoedkeuringscertificaat wordt afgegeven volgens het model in bijlage VI en genummerd volgens het geharmoniseerde systeem in bijlage VII. Het formulier met testresultaten wordt opgesteld volgens het model in bijlage VIII. Die documenten worden in elektronische vorm beschikbaar gemaakt.

De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van de bijlagen VI, VII en VIII vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de modellen voor het typegoedkeuringscertificaat, het nummeringsysteem daarvan en het formulier voor de testresultaten te actualiseren en de desbetreffende elektronische vormen vast te stellen.

3.Voor elk type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid dient de goedkeuringsinstantie:

a)alle relevante rubrieken van het EU-typegoedkeuringscertificaat in te vullen, met inbegrip van de bijlagen;

b)de inhoudsopgave van het informatiepakket samen te stellen;

c)het ingevulde EU-typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen onverwijld aan de fabrikant te verstrekken.

4.In het geval van een EU-typegoedkeuring waarvan de geldigheid overeenkomstig de artikelen 37 en 41 en deel III van bijlage IV beperkt is, of ten aanzien waarvan bepaalde bepalingen van deze verordening of van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen niet van toepassing zijn, worden die beperkingen of de niet-toepassing van de desbetreffende bepalingen in het EU-typegoedkeuringscertificaat gespecifieerd.

5.Indien de voertuigfabrikant de gemengde typegoedkeuringsprocedure kiest, vult de goedkeuringsinstantie het informatiepakket in met de verwijzingen naar de door de in artikel 28, lid 1, vermelde regelgevingshandelingen vereiste testrapporten voor de systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor geen EU-typegoedkeuringscertificaat is afgegeven.

6.Indien de voertuigfabrikant de eenstapstypegoedkeuringsprocedure kiest, voegt de goedkeuringsinstantie een volgens het model in het aanhangsel van bijlage VI opgestelde lijst van desbetreffende regelgevingshandelingen bij het EU-typegoedkeuringscertificaat.

Artikel 27
Bijzondere bepalingen inzake de EU-typegoedkeuring van systemen, onderdelen en technische eenheden

1.Er wordt EU-typegoedkeuring verleend voor een systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die overeenkomt met de gegevens van het in artikel 22 bedoelde informatiedossier en voldoet aan de technische voorschriften van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen.

2.Wanneer onderdelen of technische eenheden die al dan niet bedoeld zijn voor reparatie, service of onderhoud, ook onder een typegoedkeuring van een systeem vallen met betrekking tot een voertuig, wordt daarvoor geen aanvullende goedkeuring verlangd, tenzij de in bijlage IV vermelde desbetreffende regelgevingshandelingen zulks vereisen.

3.Indien een onderdeel of technische eenheid zijn of haar functie slechts vervult of een bijzonder kenmerk slechts vertoont in combinatie met andere delen van het voertuig en de naleving daarom slechts kan worden geverifieerd wanneer het onderdeel of de technische eenheid in combinatie met die andere voertuigdelen functioneert, wordt de geldigheid van de EU-typegoedkeuring van het onderdeel of de technische eenheid dienovereenkomstig beperkt.

In dat geval worden de eventuele beperkingen van het gebruik van het onderdeel of de technische eenheid en de bijzondere voorwaarden voor de montage ervan in het voertuig op het EU-typegoedkeuringscertificaat vermeld.

Indien dat onderdeel of die technische eenheid in een voertuig wordt gemonteerd, verifieert de goedkeuringsinstantie tijdens de goedkeuring van het voertuig dat de toepasselijke beperkingen op het gebruik of de voorwaarden voor de montage worden nageleefd.

Artikel 28
Voor EU-typegoedkeuring vereiste tests

1.Door middel van overeenkomstig de desbetreffende regelgevingshandelingen in bijlage IV door aangewezen technische diensten uitgevoerde passende tests wordt aangetoond dat aan de technische voorschriften van deze verordening en van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen is voldaan.

2.De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden ter beschikking die volgens de in bijlage IV vermelde desbetreffende regelgevingshandelingen nodig zijn voor de uitvoering van de voorgeschreven tests.

3.De voorgeschreven tests worden uitgevoerd op die voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die representatief zijn voor het goed te keuren type.

4.Op verzoek van de fabrikant en met toestemming van de goedkeuringsinstantie mogen overeenkomstig bijlage XVI virtuele testmethoden als alternatief voor de in lid 1 bedoelde testprocedures worden toegepast.

5.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage XVI vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de lijst met regelgevingshandelingen ten aanzien waarvan virtuele testmethoden door een fabrikant of een technische dienst mogen worden toegepast, en de specifieke voorwaarden voor de toepassing van virtuele testmethoden, te actualiseren.

Artikel 29
Regelingen voor de conformiteit van de productie

1.Een goedkeuringsinstantie die een EU-typegoedkeuring heeft verleend, neemt overeenkomstig bijlage X de nodige maatregelen om, zo nodig in samenwerking met de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten, te verifiëren of de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden door de fabrikant conform het goedgekeurde type zijn geproduceerd.

2.Een goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring voor een geheel voertuig heeft verleend, verifieert dat een statistisch relevante steekproef van voertuigen en conformiteitscertificaten voldoet aan de artikelen 34 en 35 en verifieert of de gegevens in de conformiteitscertificaten correct zijn.

3.Een goedkeuringsinstantie die een EU-typegoedkeuring heeft verleend, neemt de nodige maatregelen om, zo nodig in samenwerking met de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten, te verifiëren dat de in de leden 1 en 2 bedoelde regelingen nog steeds afdoende zijn zodat voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie nog steeds conform het goedgekeurde type zijn en de conformiteitscertificaten nog steeds aan de artikelen 34 en 35 voldoen.

4.Om te verifiëren dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid conform het goedgekeurde type is, voert de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, de voor EU-typegoedkeuring vereiste controles of tests uit op monsters die in de bedrijfsruimten, inclusief de productiefaciliteiten, van de fabrikant zijn genomen.

5.Een goedkeuringsinstantie die een EU-typegoedkeuring heeft verleend en vaststelt dat de fabrikant de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden niet langer conform het goedgekeurde type produceert, of vaststelt dat de conformiteitscertificaten niet langer voldoen aan de artikelen 34 en 35, hoewel de productie wordt voortgezet, neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de procedure voor de conformiteit van de productie correct wordt gevolgd of trekt te typegoedkeuring in.

6.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage X vast te stellen teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de procedures voor de conformiteit van productie te actualiseren.

Artikel 30
Nationale vergoedingsstructuur voor de aan typegoedkeuring en markttoezicht verbonden kosten

1.De lidstaten zetten een nationale vergoedingsstructuur op om de kosten van hun typegoedkeurings- en markttoezichtactiviteiten te dekken, alsook die van de typegoedkeuringstests en tests en keuringen van de conformiteit van de productie, uitgevoerd door de technische diensten die zij hebben aangewezen.

2.Deze nationale vergoedingen worden geheven op de fabrikanten die een typegoedkeuringsaanvraag in de betrokken lidstaat hebben ingediend. De vergoedingen wordt niet direct door de technische diensten geheven.

3.De nationale vergoedingsstructuur is ook bedoeld om de kosten te dekken van nalevingscontroles en -keuringen die de Commissie overeenkomstig artikel 9 verricht. Zij vormen externe bestemmingsontvangsten voor de algemene begroting van de Europese Unie overeenkomstig artikel 21, lid 4, van het Financieel Reglement 26 .

4.De lidstaten stellen de andere lidstaten en de Commissie in kennis van de details van de nationale vergoedingsstructuur. De eerste kennisgeving gebeurt op [date of entry into force of this Regulation + 1 year]. Daaropvolgende actualiseringen van de nationale vergoedingsstructuren worden jaarlijks aan de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld.

5.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen teneinde de in lid 3 bedoelde aanvulling die op de in lid 1 bedoelde nationale vergoedingen van toepassing zal zijn, te bepalen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

HOOFDSTUK V
WIJZIGINGEN EN GELDIGHEIDSDUUR VAN EU-TYPEGOEDKEURINGEN

Artikel 31
Algemene bepalingen inzake wijzigingen en de geldigheidsduur van EU-typegoedkeuringen

1.De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, onverwijld in kennis van elke verandering van de gegevens in het informatiepakket.

De goedkeuringsinstantie beslist of voor die verandering een wijziging van de typegoedkeuring noodzakelijk is, hetzij door een herziening van de typegoedkeuring, hetzij door een uitbreiding ervan volgens de procedures van artikel 32, of dat die verandering een nieuwe typegoedkeuring vereist.

2.Een wijzigingsaanvraag wordt uitsluitend ingediend bij de goedkeuringsinstantie die de oorspronkelijke EU-typegoedkeuring heeft verleend.

3.Indien de goedkeuringsinstantie oordeelt dat het voor die wijziging noodzakelijk is keuringen of tests te herhalen, stelt zij de fabrikant daarvan in kennis.

4.Indien de typegoedkeuringsinstantie op basis van de in lid 3 bedoelde keuringen of tests concludeert dat nog steeds aan de voorschriften voor EU-typegoedkeuring wordt voldaan, zijn de procedures van artikel 32 van toepassing.

5.Indien de typegoedkeuringsinstantie concludeert dat de veranderingen van de gegevens in het informatiepakket zodanig substantieel zijn dat zij niet onder een uitbreiding van de huidige typegoedkeuring kunnen vallen, weigert de typegoedkeuringsinstantie de EU-typegoedkeuring uit te breiden en verzoekt zij de fabrikant een nieuwe EU-typegoedkeuring aan te vragen.

Artikel 32
Herzieningen en uitbreidingen van EU-typegoedkeuringen

1.De wijziging wordt een "herziening" genoemd indien de goedkeuringsinstantie concludeert dat het desbetreffende type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, ondanks de veranderde gegevens in het informatiepakket, nog steeds aan de toepasselijke voorschriften voor dat type voldoet en dat het herhalen van keuringen of tests derhalve niet noodzakelijk is.

In dat geval geeft de goedkeuringsinstantie onverwijld de herziene bladzijden van het informatiepakket af, waarbij op elke herziene bladzijde duidelijk de aard van de wijziging en de nieuwe afgiftedatum zijn vermeld, of geeft zij een geconsolideerde, bijgewerkte versie van het informatiepakket af, die vergezeld gaat van een gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen.

2.Een wijziging wordt een "uitbreiding" genoemd indien de goedkeuringsinstantie concludeert dat de gegevens die in het informatiepakket zijn opgenomen, zijn veranderd en een of meer van de volgende situaties optreden:

a)er zijn verdere keuringen of tests vereist om de voortdurende naleving van de voorschriften waarop de bestaande typegoedkeuring is gebaseerd, te verifiëren;

b)een gegeven op het EU-typegoedkeuringscertificaat, de bijlagen uitgezonderd, is gewijzigd;

c)krachtens een in bijlage IV vermelde regelgeving worden nieuwe voorschriften van toepassing op het goedgekeurde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid.

In het geval van een uitbreiding geeft de goedkeuringsinstantie onverwijld een bijgewerkt EU-typegoedkeuringscertificaat af, voorzien van een uitbreidingsnummer dat één nummer hoger is dan het laatst toegekende uitbreidingsnummer. Op dat goedkeuringscertificaat worden duidelijk de reden voor de uitbreiding en de nieuwe afgiftedatum en geldigheidsduur vermeld.

3.Bij iedere afgifte van gewijzigde bladzijden of van een geconsolideerde, bijgewerkte versie wordt in de inhoudsopgave bij het informatiepakket de datum van de laatste uitbreiding of herziening of die van de laatste consolidering van de bijgewerkte versie vermeld.

4.Indien de in lid 2, onder c), bedoelde nieuwe voorschriften uit technisch oogpunt irrelevant zijn voor het voertuigtype of betrekking hebben op andere voertuigcategorieën dan die waartoe het voertuig behoort, wordt geen uitbreiding van de typegoedkeuring vereist.

Artikel 33
Einde van de geldigheid

1.Typegoedkeuringen van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden worden verleend voor een beperkte periode van vijf jaar zonder mogelijkheid tot verlenging. De datum waarop de geldigheidsduur verstrijkt, wordt in het typegoedkeuringscertificaat vermeld. Na het verstrijken van de geldigheidsduur kan het typegoedkeuringscertificaat op aanvraag van de fabrikant worden vernieuwd en alleen indien de goedkeuringsinstantie heeft geverifieerd dat het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan alle voorschriften van de desbetreffende regelgevingshandelingen voor nieuwe voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden van dat type voldoet.

2.In de volgende gevallen wordt een EU-typegoedkeuring van een voertuig vóór het verstrijken van de geldigheidsduur ongeldig:

a)wanneer nieuwe voorschriften die op het goedgekeurde voertuigtype van toepassing zijn, verplicht worden voor het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen, en de typegoedkeuring niet overeenkomstig artikel 32, lid 2, onder c), kan worden uitgebreid;

b)wanneer de productie van voertuigen conform het goedgekeurde voertuigtype vrijwillig definitief wordt stopgezet;

c)wanneer de geldigheidsduur van het typegoedkeuringscertificaat ingevolge een van de in artikel 37, lid 6, bedoelde beperkingen afloopt;

d)wanneer de typegoedkeuring overeenkomstig artikel 29, lid 5, of artikel 53, lid 1, is ingetrokken;

e)wanneer is gebleken dat de typegoedkeuring gebaseerd is op valse verklaringen, vervalste testresultaten of wanneer gegevens die tot het weigeren van het verlenen van typegoedkeuring zouden hebben geleid, zijn achtergehouden.

3.    Indien de typegoedkeuring van slechts één variant van een voertuigtype of één uitvoering van een variant ongeldig wordt, verliest de EU-typegoedkeuring van het desbetreffende voertuig alleen voor die variant of uitvoering haar geldigheid.

4.Indien de productie van een bepaald type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid definitief wordt stopgezet, stelt de fabrikant de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring voor dat type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid heeft verleend, daarvan onverwijld in kennis.

Uiterlijk een maand na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving stelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring voor het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid heeft verleend, de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten hiervan in kennis.

5.Indien een EU-typegoedkeuring van een bepaald type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid ongeldig wordt, stelt de fabrikant de goedkeuringsinstantie van de lidstaat die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, daarvan onverwijld in kennis.

6.Na ontvangst van de kennisgeving van de fabrikant deelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onverwijld alle relevante informatie mede met betrekking tot het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen, naargelang het geval.

In die mededeling worden de productiedatum en het voertuigidentificatienummer ("VIN"), zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie 27 , van het laatst geproduceerde voertuig vermeld.

HOOFDSTUK VI
CONFORMITEITSCERTIFICAAT EN MARKERINGEN

Artikel 34
Algemene bepalingen inzake het conformiteitscertificaat

1.De fabrikant verstrekt bij elk compleet, incompleet of voltooid voertuig dat conform het goedgekeurde voertuigtype is gebouwd, een conformiteitscertificaat in papieren vorm.

Het conformiteitscertificaat wordt gratis bij het voertuig aan de koper geleverd. De levering ervan mag niet afhankelijk worden gesteld van een uitdrukkelijk verzoek daartoe of het verstrekken van aanvullende gegevens aan de fabrikant.

Gedurende tien jaar na de productiedatum van het voertuig verstrekt de fabrikant op verzoek van de eigenaar een duplicaat van het conformiteitscertificaat, tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de hieraan verbonden kosten. Op de voorzijde van het duplicaat is het woord "duplicaat" duidelijk zichtbaar.

2.De fabrikant gebruikt het in bijlage IX opgenomen model voor het conformiteitscertificaat.

De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage IX vast te stellen teneinde met technologische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door het model voor het conformiteitscertificaat te actualiseren.

3.Het conformiteitscertificaat wordt opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de Europese Unie.

4.De persoon (personen) die gemachtigd is (zijn) om de conformiteitscertificaten te ondertekenen, zijn in dienst van de fabrikant en zijn naar behoren gemachtigd om volledig de wettelijke verantwoordelijkheid van de fabrikant te dragen ten aanzien van het ontwerp en de constructie of de conformiteit van de productie van het voertuig.

5.Het conformiteitscertificaat wordt volledig ingevuld en bevat geen andere beperkingen op het gebruik van het voertuig dan die waarin deze verordening of een van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen voorziet.

6.Onverminderd lid 1 mag de fabrikant het conformiteitscertificaat ook met elektronische middelen aan de voor registratie verantwoordelijke nationale autoriteit doorgeven.

Artikel 35
Specifieke bepalingen inzake het conformiteitscertificaat

1.In geval van een incompleet of voltooid voertuig vult de fabrikant alleen de velden van het conformiteitscertificaat in die betrekking hebben op toevoegingen of wijzigingen tijdens de lopende goedkeuringsfase, en voegt hij er in voorkomend geval alle in de vorige fasen afgegeven conformiteitscertificaten bij.

2.De titel van het conformiteitscertificaat voor voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 37 typegoedkeuring is verleend, luidt als volgt: "Voor complete/voltooide voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. .../201X van het Europees Parlement en de Raad van ... inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen (voorlopige goedkeuring)" [PO: please insert the reference]. 

3.De titel van het conformiteitscertificaat voor voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 39 typegoedkeuring is verleend, luidt als volgt: "Voor complete/voltooide voertuigen waarvoor in kleine series typegoedkeuring is verleend"; in de onmiddellijke nabijheid daarvan wordt het jaar van productie gevolgd door een volgnummer tussen 1 en het in de tabel in bijlage XII vermelde maximum aangebracht, waaruit voor elk productiejaar blijkt welke plaats het voertuig in de voor dat jaar toegewezen productie inneemt.

Artikel 36
Voorgeschreven plaat en typegoedkeuringsmerk van onderdelen of technische eenheden

1.De fabrikant van een voertuig brengt op elk voertuig dat conform het goedgekeurde type is vervaardigd, de voorgeschreven plaat met het door de desbetreffende in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen vereiste opschrift aan.

2.De fabrikant van een onderdeel of technische eenheid brengt op elk onderdeel of elke technische eenheid dat of die conform het goedgekeurde type is vervaardigd, al dan niet deel uitmakend van een systeem, het door de desbetreffende in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen voorgeschreven typegoedkeuringsmerk aan.

Als een dergelijk typegoedkeuringsmerk niet is vereist, brengt de fabrikant ten minste zijn handelsnaam of handelsmerk en het typenummer of een identificatienummer op het onderdeel of de technische eenheid aan.

3.Het EU-typegoedkeuringsmerk komt overeen met het bepaalde in bijlage VII.

HOOFDSTUK VII
NIEUWE TECHNOLOGIEËN OF NIEUWE CONCEPTEN

Artikel 37
Ontheffingen voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten

1.De fabrikant kan EU-typegoedkeuring aanvragen voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid waarin nieuwe technologieën of nieuwe concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen.

2.De goedkeuringsinstantie verleent de in lid 1 bedoelde EU-typegoedkeuring indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de redenen vermeld waarom de nieuwe technologieën of nieuwe concepten tot gevolg hebben dat het systeem, het onderdeel of de technische eenheid onverenigbaar is met een of meer van de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen;

b)in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de veiligheids- en milieuaspecten van de nieuwe technologie of het nieuwe concept beschreven, alsmede de maatregelen die zijn getroffen om ervoor te zorgen dat ten minste een even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd als wordt geboden door de voorschriften waarvan ontheffing wordt aangevraagd;

c)er worden testbeschrijvingen en -resultaten aangevoerd die aantonen dat aan de voorwaarde onder b) is voldaan.

3.Voor het verlenen van EU-typegoedkeuringen met ontheffing voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten is goedkeuring door de Commissie vereist. Die goedkeuring wordt verleend door middel van een uitvoeringshandeling. Deze uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.In afwachting van het ontheffingsbesluit van de Commissie mag de goedkeuringsinstantie een voorlopige EU-typegoedkeuring die alleen op het grondgebied van de lidstaat van die goedkeuringsinstantie geldig is, verlenen voor een voertuigtype waarop de aangevraagde ontheffing betrekking heeft. De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onverwijld in kennis door middel van een dossier dat de in lid 2 bedoelde gegevens bevat.

In het opschrift van het typegoedkeuringscertificaat en het opschrift van het conformiteitscertificaat wordt aangegeven dat het hierbij om een voorlopige EU-typegoedkeuring met een beperkt geldigheidsgebied gaat.

5.Goedkeuringsinstanties in andere lidstaten mogen besluiten om de in lid 4 bedoelde voorlopige EU-typegoedkeuring binnen hun grondgebied te aanvaarden, op voorwaarde dat zij de goedkeuringsinstantie die de voorlopige EU-typegoedkeuring heeft verleend, daarvan schriftelijk in kennis stellen.

6.Indien van toepassing wordt in de in lid 3 bedoelde goedkeuring door de Commissie vermeld of er beperkingen van toepassing zijn, met name ten aanzien van het maximumaantal voertuigen die eronder vallen. In elk geval is de EU-typegoedkeuring ten minste 36 maanden geldig.

7.Als de Commissie de in lid 3 bedoelde goedkeuring weigert, stelt de goedkeuringsinstantie de houder van de in lid 4 bedoelde voorlopige typegoedkeuring er onverwijld van in kennis dat de voorlopige EU-typegoedkeuring zes maanden na de datum van de weigering van de Commissie zal worden ingetrokken.

Voertuigen die echter conform de voorlopige EU-typegoedkeuring zijn vervaardigd voordat deze ongeldig werd, mogen in elke lidstaat die de voorlopige EU-typegoedkeuring overeenkomstig lid 5 had aanvaard, in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht.

Artikel 38
Latere aanpassing van regelgevingshandelingen

1.Wanneer de Commissie een machtiging voor de verlening van een EU-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 37 heeft verleend, neemt zij onmiddellijk de nodige maatregelen om de regelgevingshandelingen in kwestie aan de technologische ontwikkelingen aan te passen.

Wanneer de ontheffing krachtens artikel 37 betrekking heeft op een VN/ECE-reglement, stelt de Commissie een wijziging van het desbetreffende VN/ECE-reglement voor volgens de bepalingen van bijlage III van Besluit 97/836/EG van de Raad.

2.Zodra de desbetreffende regelgevingshandelingen zijn gewijzigd, wordt elke aan het besluit van de Commissie tot machtiging van de EU-typegoedkeuring verbonden beperking opgeheven.

3.    Indien de nodige stappen voor de aanpassing van de in lid 1 bedoelde regelgevingshandelingen niet zijn ondernomen, kan de Commissie via een besluit en op verzoek van de lidstaat die de voorlopige EU-typegoedkeuring heeft verleend, toestemming geven voor het uitbreiden van die voorlopige EU-typegoedkeuring. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

HOOFDSTUK VIII
IN KLEINE SERIES GEPRODUCEERDE VOERTUIGEN

Artikel 39
EU-typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen

1.Op verzoek van de fabrikant en met inachtneming van de in bijlage XII, punt 1, vermelde jaarlijkse maxima, verlenen de lidstaten EU-typegoedkeuring aan een in kleine series geproduceerd voertuigtype dat ten minste aan de voorschriften van bijlage IV, deel I, aanhangsel 1, voldoet.

2.Lid 1 is niet van toepassing op voertuigen voor speciale doeleinden.

3.EU-typegoedkeuringscertificaten voor in kleine series geproduceerde voertuigen worden genummerd volgens bijlage VII.

Artikel 40
Nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen

1.De fabrikant kan verzoeken om nationale typegoedkeuring van voertuigen die zijn geproduceerd in kleine series binnen de in bijlage XII, punt 2, vermelde jaarlijkse maxima. Deze maxima zijn van toepassing op het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen van voertuigen van het goedgekeurde type op de markt van elke lidstaat in een bepaald jaar.

2.De lidstaten mogen beslissen om een in lid 1 bedoeld voertuigtype van een of meer van de in de in bijlage IV bedoelde regelgevingshandelingen vastgestelde inhoudelijke voorschriften vrij te stellen op voorwaarde dat die lidstaten relevante alternatieve voorschriften vaststellen.

3.Voor de nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen aanvaardt de goedkeuringsinstantie systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor krachtens de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen typegoedkeuring is verleend.

4.Het nationale typegoedkeuringscertificaat voor in kleine series geproduceerde voertuigen wordt volgens het model in bijlage VI opgesteld, maar wordt voorzien van het opschrift "nationaal typegoedkeuringscertificaat voor in kleine series geproduceerde voertuigen" en vermeldt de inhoud en aard van de krachtens lid 2 verleende vrijstellingen. De typegoedkeuringscertificaten worden genummerd volgens het in bijlage VII bedoelde geharmoniseerde systeem.

Artikel 41
Geldigheid van nationale typegoedkeuringen van in kleine series geproduceerde voertuigen

1.De geldigheid van een nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen is beperkt tot het grondgebied van de lidstaat waarvan de goedkeuringsinstantie die typegoedkeuring heeft verleend.

2.Op verzoek van de fabrikant stuurt de goedkeuringsinstantie de goedkeuringsinstanties van de door de fabrikant aangewezen lidstaten een kopie van het typegoedkeuringscertificaat en de bijlagen daarbij, via aangetekende of elektronische post toe.

3.Uiterlijk drie maanden na ontvangst van de in lid 2 bedoelde documenten besluiten de goedkeuringsinstanties van de door de fabrikant aangewezen lidstaten of zij de typegoedkeuring wel of niet aanvaarden.

De goedkeuringsinstanties van de lidstaten aanvaarden de nationale typegoedkeuring, tenzij zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de nationale technische voorschriften volgens welke het voertuigtype is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan hun eigen technische voorschriften.

4.De goedkeuringsinstanties van de lidstaten stellen de goedkeuringsinstantie die de nationale typegoedkeuring heeft verleend, binnen twee maanden in kennis van hun besluit.

5.Op verzoek van een aanvrager die een voertuig met een nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen in een andere lidstaat in de handel of het verkeer wenst te brengen of wenst te registreren, verstrekt de goedkeuringsinstantie die de nationale typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen heeft verleend, aan de nationale autoriteit van de andere lidstaat een kopie van het typegoedkeuringscertificaat, met inbegrip van het informatiepakket.

De typegoedkeuringsinstantie van de andere lidstaat staat het in de handel of het verkeerd brengen of de registratie van een dergelijk voertuig toe, tenzij zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan haar eigen technische voorschriften.

HOOFDSTUK IX
INDIVIDUELE GOEDKEURING VAN VOERTUIGEN

Artikel 42
Individuele EU-goedkeuring van voertuigen

1.De lidstaten verlenen individuele EU-goedkeuring van voertuigen voor een voertuig dat voldoet aan de voorschriften van bijlage IV, deel I, aanhangsel 2, of, in het geval van voertuigen voor speciale doeleinden, van bijlage IV, deel III.

2.Een aanvraag om individuele EU-goedkeuring van een voertuig wordt ingediend door de fabrikant of de eigenaar van het voertuig of door een vertegenwoordiger van de eigenaar, op voorwaarde dat die vertegenwoordiger in de Europese Unie is gevestigd.

3.De lidstaten voeren geen destructieve tests uit om vast te stellen of het voertuig voldoet aan de in lid 1 bedoelde voorschriften en maken gebruik van relevante informatie die daartoe door de aanvrager is verstrekt.

4.Een certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig wordt opgesteld volgens het in bijlage VI opgenomen model. De certificaten van individuele EU-goedkeuring van een voertuig worden genummerd volgens bijlage VII.

5.De lidstaten staan het in de handel brengen, de registratie of het in het verkeer brengen toe van voertuigen met een geldig certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig.

Artikel 43
Nationale individuele goedkeuring van voertuigen

1.De lidstaten mogen beslissen om een specifiek voertuig, al dan niet uniek, vrij te stellen van de verplichting tot naleving van een of meer bepalingen van deze verordening of van de in bijlage IV bedoelde regelgevingshandelingen vastgestelde inhoudelijke voorschriften op voorwaarde dat die lidstaten relevante alternatieve voorschriften vaststellen.

2.Een aanvraag om nationale individuele goedkeuring van een voertuig wordt ingediend door de fabrikant of de eigenaar van het voertuig of door de vertegenwoordiger van de eigenaar, op voorwaarde dat die vertegenwoordiger in de Unie is gevestigd.

3.De lidstaten voeren geen destructieve tests uit om vast te stellen of het voertuig voldoet aan de in lid 1 bedoelde alternatieve voorschriften en maken gebruik van relevante informatie die door aanvrager voor dat doeleinde is verstrekt.

4.Voor de nationale individuele goedkeuring van een voertuig aanvaardt de goedkeuringsinstantie systemen, onderdelen of technische eenheden die krachtens de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen zijn goedgekeurd.

5.Een lidstaat geeft onverwijld een certificaat van nationale individuele goedkeuring van een voertuig af voor voertuigen die voldoen aan de beschrijving die bij de aanvraag is gevoegd en aan de desbetreffende alternatieve voorschriften.

6.Het formaat van het certificaat van nationale individuele goedkeuring van een voertuig is gebaseerd op het model van het EU-typegoedkeuringscertificaat in bijlage VI en bevat ten minste de informatie die nodig is om de registratieaanvraag overeenkomstig Richtlijn 1999/37/EG van de Raad 28 in te dienen.

Een certificaat van nationale individuele goedkeuring van een voertuig is voorzien van het VIN van het desbetreffende voertuig en draagt het opschrift "certificaat van nationale individuele goedkeuring van een voertuig".

Artikel 44
Geldigheid van nationale individuele goedkeuringen van voertuigen

1.De geldigheid van een nationale individuele goedkeuring van een voertuig is beperkt tot het grondgebied van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend.

2.Wanneer een aanvrager een voertuig waarvoor een nationale individuele goedkeuring is verleend, in een andere lidstaat op de markt wenst aan te bieden, wenst te registreren of in het verkeer wenst te brengen, verstrekt de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend, de aanvrager op diens verzoek een verklaring met de technische voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd.

3.Een lidstaat staat het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen toe van een voertuig waarvoor een andere lidstaat overeenkomstig artikel 43 een nationale individuele goedkeuring van een voertuig heeft verleend, tenzij die lidstaat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de desbetreffende alternatieve voorschriften volgens welke het voertuig is goedgekeurd, niet gelijkwaardig zijn aan haar eigen voorschriften.

4.De bepalingen van dit artikel mogen worden toegepast op voertuigen waarvoor een typegoedkeuring overeenkomstig deze verordening is verleend en die vóór hun eerste registratie of vóór het voor het eerst in het verkeer brengen zijn gewijzigd.

Artikel 45
Specifieke bepalingen

1.In het kader van een meerfasentypegoedkeuring kunnen de procedures van de artikelen 43 en 44 ook op een specifiek voertuig tijdens de opeenvolgende voltooiingsfasen worden toegepast.

2.De procedures van de artikelen 43 en 44 mogen geen tussenliggende fase in het normale verloop van een meerfasentypegoedkeuring vervangen en mogen niet worden toegepast om de eerstefasegoedkeuring van een voertuig te verkrijgen.

HOOFDSTUK X
OP DE MARKT AANBIEDEN, REGISTRATIE OF IN HET VERKEER BRENGEN

Artikel 46
Op de markt aanbieden, registratie of in het verkeer brengen van voertuigen niet afkomstig uit restantvoorraden

1.Onverminderd de artikelen 49 en 51 worden voertuigen waarvoor typegoedkeuring voor gehele voertuigen verplicht is of waarvoor de fabrikant krachtens deze verordening een dergelijke typegoedkeuring heeft verkregen, alleen op de markt aangeboden, geregistreerd of in het verkeer gebracht als zij vergezeld gaan van een overeenkomstig de artikelen 34 en 35 afgegeven conformiteitscertificaat.

Incomplete voertuigen mogen op de markt worden aangeboden of in het verkeer worden gebracht, maar de voor voertuigregistratie bevoegde nationale autoriteiten kunnen de registratie en het gebruik ervan op de weg weigeren.

2.Voertuigen die niet vergezeld hoeven te gaan van een conformiteitscertificaat, mogen ook op de markt worden aangeboden, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht indien zij aan de desbetreffende technische voorschriften van deze verordening voldoen.

3.Het aantal in kleine series geproduceerde voertuigen dat jaarlijks op de markt wordt aangeboden, wordt geregistreerd of in het verkeer wordt gebracht mag de in bijlage XII vastgestelde jaarlijkse maxima niet overschrijden.

Artikel 47
Op de markt aanbieden, registratie of in het verkeer brengen van voertuigen uit restantvoorraden

1.Voertuigen uit restantvoorraden waarvan de EU-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 33, lid 2, onder a), ongeldig is geworden, mogen alleen op de markt worden aangeboden, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht indien zij voldoen aan het voorschrift van lid 4 en aan de in de leden 2 en 4 vastgestelde tijdslimieten.

De eerste alinea is alleen van toepassing op voertuigen die zich reeds op het grondgebied van de Europese Unie bevonden en nog niet op de markt waren aangeboden, geregistreerd of in de het verkeer waren gebracht voordat de EU-typegoedkeuring ervan ongeldig werd.

2.Lid 1 is van toepassing op complete voertuigen gedurende 12 maanden vanaf de datum waarop de EU-typegoedkeuring ongeldig is geworden, en op voltooide voertuigen gedurende 18 maanden vanaf die datum.

3.Een fabrikant die voertuigen uit restantvoorraden overeenkomstig lid 1 op de markt wil aanbieden, wil registreren of in het verkeer wil brengen, dient daartoe een verzoek in bij de nationale autoriteit van de lidstaat die de EU-typegoedkeuring had verleend. In dat verzoek worden de technische of economische redenen vermeld waarom deze voertuigen niet aan de nieuwe typegoedkeuringsvoorschriften kunnen voldoen en worden de VIN's van de desbetreffende voertuigen vermeld.

De betrokken nationale autoriteit besluit binnen drie maanden na ontvangst van dat verzoek of die voertuigen op het grondgebied van de betrokken lidstaat in de handel mogen worden gebracht, mogen worden geregistreerd en in het verkeer mogen worden gebracht, en bepaalt het aantal voertuigen waarvoor goedkeuring mag worden verleend.

4.Alleen voertuigen uit restantvoorraden met een geldig conformiteitscertificaat dat gedurende ten minste drie maanden na de datum van afgifte geldig is gebleven, maar waarvoor de typegoedkeuring krachtens artikel 33, lid 2, onder a), ongeldig is geworden, mogen in de Europese Unie op de markt worden aangeboden, worden geregistreerd of in het verkeer worden gebracht.

5.Het conformiteitscertificaat van de voertuigen die overeenkomstig dit artikel op de markt zijn aangeboden, zijn geregistreerd of in het verkeer zijn gebracht, bevat een speciale vermelding van het feit dat die voertuigen uit restantvoorraden komen, alsook de uiterste datum waarop die voertuigen in de Europese Unie op de markt mogen worden aangeboden, mogen worden geregistreerd of in het verkeer mogen worden gebracht.

6.De lidstaten houden een register bij van de VIN's van de voertuigen waarvoor zij het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen overeenkomstig dit artikel hebben toegestaan.

Artikel 48
Op de markt aanbieden of in het verkeer brengen van onderdelen en technische eenheden

1.Onderdelen of technische eenheden, ook indien bestemd voor de aftermarket, mogen alleen op de markt worden aangeboden of in het verkeer worden gebracht indien zij aan de voorschriften van de in bijlage IV vermelde desbetreffende regelgevingshandelingen voldoen en overeenkomstig artikel 36 zijn gemerkt.

2.Lid 1 is niet van toepassing op onderdelen of technische eenheden die speciaal worden gebouwd of ontworpen voor nieuwe voertuigen die niet onder deze verordening vallen.

3.De lidstaten mogen het op de markt aanbieden of het in het verkeer brengen toestaan van onderdelen of technische eenheden die krachtens artikel 37 zijn vrijgesteld of die bestemd zijn voor voertuigen waarvoor krachtens de artikelen 39, 40, 42 en 43 goedkeuringen zijn verleend die betrekking hebben op het desbetreffende onderdeel of de desbetreffende technische eenheid.

4.De lidstaten mogen eveneens het op de markt aanbieden of het in het verkeer brengen toestaan van onderdelen of technische eenheden die bestemd zijn voor voertuigen waarvoor geen goedkeuring vereist was krachtens deze verordening of Richtlijn 2007/46/EG op het moment dat die voertuigen op de markt werden aangeboden, werden geregistreerd of in het verkeer werden gebracht.

HOOFDSTUK XI
VRIJWARINGSCLAUSULES

Artikel 49
Procedure op nationaal niveau voor de omgang met voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die een ernstig risico vormen

1.Markttoezichtautoriteiten van een lidstaat die krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 en artikel 8 van deze verordening maatregelen hebben genomen of die voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die onder deze verordening valt, een ernstig risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere onder deze verordening vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen, stellen de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend, onverwijld in kennis van hun bevindingen.

2.    De in lid 1 bedoelde goedkeuringsinstantie voert een beoordeling uit van het desbetreffende voertuig, systeem, onderdeel of de desbetreffende technische eenheid met betrekking tot alle in deze verordening vastgestelde voorschriften. De betrokken marktdeelnemers verlenen volledige medewerking aan de goedkeuringsinstanties en de markttoezichtautoriteiten.

Wanneer de goedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend, bij deze beoordeling vaststelt dat het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid niet aan de voorschriften van deze verordening voldoet, verlangt zij onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij alle passende corrigerende maatregelen neemt om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid conform deze voorschriften te maken, of dat hij beperkende maatregelen neemt om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid uit de handel te nemen of binnen een redelijke termijn, afhankelijk van de aard van het risico, terug te roepen.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea genoemde beperkende maatregelen.

3.De betrokken goedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de resultaten van de in lid 1 bedoelde beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer heeft verlangd.

4.De marktdeelnemer zorgt er overeenkomstig de in de artikelen 11 tot en met 19 vermelde verplichtingen voor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op alle desbetreffende niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die hij in de Europese Unie in de handel heeft gebracht, heeft geregistreerd of in het verkeer heeft gebracht.

5.Wanneer de marktdeelnemer niet binnen de in lid 2, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de nationale autoriteiten alle passende voorlopige beperkende maatregelen om het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen van niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden op hun nationale markt te verbieden of te beperken, dan wel deze in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

Artikel 50
Kennisgevings- en bezwaarprocedures met betrekking tot op nationaal niveau getroffen beperkende maatregelen

1.De nationale autoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van de overeenkomstig artikel 49, leden 1 en 5, getroffen beperkende maatregelen op de hoogte.

De verstrekte informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid dat of die niet conform is te identificeren en om de oorsprong, de aard van de beweerde non-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale beperkende maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die door de betrokken marktdeelnemer worden aangevoerd.

2.De in artikel 49, lid 1, bedoelde goedkeuringsinstantie vermeldt met name of de non-conformiteit een van de volgende redenen heeft:

a)het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid voldoet niet aan de voorschriften met betrekking tot de gezondheid of veiligheid van personen, de bescherming van het milieu of andere onder deze verordening vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen;

b)de in bijlage IV vermelde desbetreffende regelgevingshandelingen vertonen tekortkomingen.

3.De lidstaten, met uitzondering van de lidstaat die de procedure heeft ingeleid, brengen de Commissie en de andere lidstaten binnen een maand na ontvangst van de in lid 1 bedoelde informatie op de hoogte van door hen genomen beperkende maatregelen en van aanvullende informatie waarover zij beschikken met betrekking tot de non-conformiteit van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid in kwestie, en van hun bezwaren indien zij met de gemelde nationale maatregel niet eens zijn.

4.Indien binnen een maand na de ontvangst van de in lid 1 bedoelde informatie bezwaar tegen een beperkende maatregel van een lidstaat is ingebracht door een andere lidstaat of de door Commissie, wordt die maatregel door de Commissie overeenkomstig artikel 51 beoordeeld.

5.Indien binnen een maand na de ontvangst van de in lid 1 bedoelde informatie geen bezwaar tegen een beperkende maatregel van een lidstaat is ingebracht door een andere lidstaat of door de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn. De andere lidstaten zorgen ervoor dat vergelijkbare beperkende maatregelen worden getroffen ten aanzien van het desbetreffende voertuig, systeem of onderdeel of de desbetreffende technische eenheid.

Artikel 51
Vrijwaringsprocedure van de Unie

1.Wanneer tijdens de procedure van artikel 50, leden 3 en 4, bezwaren tegen een beperkende maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat een nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, voert de Commissie na raadpleging van de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) onmiddellijk een beoordeling van de nationale maatregel uit. Aan de hand van de resultaten van die beoordeling stelt de Commissie een besluit vast waarin zij bepaalt of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemers daar onmiddellijk van op de hoogte. De lidstaten voeren het besluit van de Commissie onverwijld uit en stellen de Commissie daarvan in kennis.

2.Indien de Commissie de nationale maatregel gerechtvaardigd acht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het niet-conforme voertuig, systeem of onderdeel of de niet-conforme technische eenheid uit de handel wordt genomen, en stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Indien de Commissie de nationale maatregel niet gerechtvaardigd acht, trekt de betrokken lidstaat overeenkomstig het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie de maatregel in of past zij deze aan.

3.Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en wordt toegerekend aan tekortkomingen in in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen, stelt de Commissie als volgt passende maatregelen voor:

a)wanneer het regelgevingshandelingen betreft, stelt de Commissie de nodige wijzigingen van de desbetreffende handeling voor;

b)wanneer het VN/ECE-reglementen betreft, stelt de Commissie de nodige ontwerpwijzigingen van de desbetreffende VN/ECE-reglementen voor volgens de bepalingen van bijlage III bij Besluit 97/836/EG van de Raad.

Artikel 52
Conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

die een ernstig risico vormen voor de veiligheid of die de gezondheid en het milieu ernstig schaden

1.Indien een lidstaat, na krachtens artikel 49, lid 1, een evaluatie te hebben uitgevoerd, van oordeel is dat voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden, ook al voldoen zij aan de toepasselijke voorschriften of zijn zij naar behoren gemerkt, een ernstig risico vormen voor de veiligheid, dan wel het milieu of de volksgezondheid ernstig kunnen schaden, verlangt deze lidstaat van de betrokken marktdeelnemer dat hij alle passende corrigerende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid op het moment van het in de handel brengen of de registratie of na het in het verkeer brengen ervan niet langer een risico vormt, of dat hij beperkende maatregelen neemt om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid uit de handel te nemen of binnen een redelijke termijn, afhankelijk van de aard van het risico, terug te roepen.

De lidstaat mag de registratie van dergelijke voertuigen weigeren, totdat de marktdeelnemer alle passende corrigerende maatregelen heeft genomen.

2.De marktdeelnemer zorgt ervoor dat passende corrigerende maatregelen worden getroffen ten aanzien van alle in lid 1 bedoelde voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden.

3.De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten binnen een maand na het in lid 1 bedoelde verzoek op de hoogte van alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid in kwestie te identificeren en de oorsprong en de toeleveringsketen van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale beperkende maatregelen vast te stellen.

4.De Commissie raadpleegt onverwijld de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s), en met name de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend, en voert een evaluatie van de getroffen nationale maatregel uit. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie of de in lid 1 bedoelde nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd wordt geacht, en stelt zij zo nodig passende maatregelen voor. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

5.De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de betrokken marktdeelnemer(s) daarvan onmiddellijk op de hoogte.

Artikel 53
Algemene bepalingen inzake niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

1.Indien voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die van een conformiteitscertificaat vergezeld gaan of van een goedkeuringsmerk zijn voorzien, niet conform het goedgekeurde type zijn, niet aan deze verordening voldoen of op basis van onjuiste gegevens waren goedgekeurd, kunnen de goedkeuringsinstanties, markttoezichtautoriteiten of de Commissie overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 de nodige beperkende maatregelen nemen om het op de markt aanbieden, registreren of in het verkeer brengen van niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden te verbieden of te beperken, om deze uit te handel te nemen of om ze terug te roepen, met inbegrip van het intrekken van de typegoedkeuring door de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring had verleend, totdat de betrokken marktdeelnemer alle passende corrigerende maatregelen heeft genomen om de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden weer conform te maken.

2.Voor de toepassing van lid 1 worden afwijkingen van de gegevens op het EU-typegoedkeuringscertificaat of in het informatiepakket beschouwd als een gebrek aan conformiteit met het goedgekeurde type.

Artikel 54
Kennisgevings- en bezwaarprocedures voor niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

1.Wanneer een goedkeuringsinstantie of markttoezichtautoriteit constateert dat voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden niet conform deze verordening zijn of dat de typegoedkeuring is verleend op basis van onjuiste gegevens of dat voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die vergezeld gaan van een conformiteitscertificaat of die voorzien zijn van een goedkeuringsmerk niet conform het goedgekeurde type zijn, kan zij overeenkomstig artikel 53, lid 1, alle passende beperkende maatregelen treffen.

2.Ook verzoekt de goedkeuringsinstantie of markttoezichtautoriteit of de Commissie de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, te verifiëren dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie nog steeds conform het goedgekeurde type zijn of dat, indien van toepassing, voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die reeds in de handel zijn gebracht, weer conform worden gemaakt.

3.In het geval van een typegoedkeuring van een geheel voertuig en indien de non-conformiteit van een voertuig aan een systeem, onderdeel of technische eenheid te wijten is, wordt het in lid 2 bedoelde verzoek eveneens gericht tot de goedkeuringsinstantie die EU-typegoedkeuring voor dat systeem, dat onderdeel, of die technische eenheid heeft verleend.

4. In het geval van een meerfasentypegoedkeuring en indien de non-conformiteit van een voltooid voertuig te wijten is aan een systeem, onderdeel of technische eenheid dat of die deel uitmaakt van een incompleet voertuig, of aan het incomplete voertuig zelf, wordt het in lid 2 bedoelde verzoek eveneens gericht tot de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring voor dat systeem, dat onderdeel die technische eenheid of dat incomplete voertuig heeft verleend.

5.Na ontvangst van het in de leden 1 tot en met 4 bedoelde verzoek voert de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, een beoordeling uit van de desbetreffende voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden met betrekking tot alle in deze verordening vastgestelde voorschriften. Ook controleert de goedkeuringsinstantie de gegevens op basis waarvan de goedkeuring was verleend. De betrokken marktdeelnemers verlenen volledige medewerking aan de goedkeuringsinstantie.

6.Indien de typegoedkeuringsinstantie die EU-typegoedkeuring voor een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid heeft verleend, non-conformiteit constateert, eist zij onverwijld dat de betrokken marktdeelnemer alle passende corrigerende maatregelen treft om het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid weer conform te maken, en zo nodig neemt de goedkeuringsinstantie die EU-typegoedkeuring heeft verleend, zo snel mogelijk en op uiterlijk een maand na de datum van het verzoek de in artikel 53, lid 1, bedoelde maatregelen.

7.De nationale autoriteiten die overeenkomstig artikel 53, lid 1, beperkende maatregelen treffen, brengen de Commissie en de andere lidstaten hier onmiddellijk van op de hoogte.

8.Indien binnen een maand na de kennisgeving van de door een goedkeuringsinstantie of markttoezichtautoriteit overeenkomstig artikel 53, lid 1, genomen maatregelen, door een andere lidstaat bezwaar tegen de gemelde beperkende maatregel is ingebracht of de Commissie niet-naleving constateert overeenkomstig artikel 9, lid 5, voert de Commissie onverwijld overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en met name met de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend, en voert zij een beoordeling van de genomen nationale maatregel uit. Op basis van die beoordeling kan de Commissie beslissen om door middel van uitvoeringshandelingen over te gaan tot de in artikel 53, lid 1, voorziene nodige beperkende maatregelen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemers daar onmiddellijk van op de hoogte. De lidstaten voeren het besluit van de Commissie onverwijld uit en stellen de Commissie daarvan in kennis.

9.Indien binnen een maand na de kennisgeving van de overeenkomstig artikel 53, lid 1, getroffen beperkende maatregelen geen bezwaar tegen een beperkende maatregel van een lidstaat is ingebracht door een andere lidstaat of door de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn. De andere lidstaten zorgen ervoor dat vergelijkbare beperkende maatregelen ten aanzien van het desbetreffende voertuig, systeem of onderdeel of de desbetreffende technische eenheid worden getroffen.

Artikel 55
In de handel en in het verkeer brengen van voertuigdelen of uitrustingsstukken

die een ernstig risico kunnen vormen voor de correcte werking van essentiële systemen

1.Voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, worden niet in de handel of in het verkeer gebracht tenzij een goedkeuringsinstantie er een vergunning voor heeft verleend overeenkomstig artikel 56, leden 1 en 4.

2.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorschriften waaraan de in lid 1 van dit artikel bedoelde voertuigdelen en uitrustingsstukken moeten voldoen.

Die voorschriften kunnen worden gebaseerd op de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen of kunnen een vergelijking opleggen van de voertuigdelen of uitrustingsstukken met de milieu- of veiligheidsprestaties van de originele voertuigdelen of uitrustingsstukken, naargelang het geval. In beide gevallen zorgen de voorschriften ervoor dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken geen nadelige invloed hebben op de werking van de systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties.

3.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage XIII vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de lijst van voertuigdelen of uitrustingsstukken te actualiseren op basis van informatie met betrekking tot:

a)de ernst van het risico voor de veiligheid of de milieuprestaties van voertuigen waarop de voertuigdelen en uitrustingsstukken in kwestie zijn gemonteerd;

b)de potentiële gevolgen voor consumenten en fabrikanten op de aftermarket van een mogelijke vergunning voor de voertuigdelen of uitrustingsstukken krachtens artikel 56, lid 1.

4.Lid 1 is niet van toepassing op originele voertuigdelen of uitrustingsstukken, noch op voertuigdelen of uitrustingsstukken die deel uitmaken van een systeem waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen, tenzij de goedkeuring betrekking heeft op andere aspecten dan het in lid 1 bedoelde ernstige risico.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder "originele voertuigdelen of uitrustingsstukken" verstaan voertuigdelen of uitrustingsstukken die worden geproduceerd volgens specificaties en productienormen die de voertuigfabrikant voor de montage van het desbetreffende voertuig heeft verstrekt.

5.Lid 1 is niet van toepassing op voertuigdelen of uitrustingsstukken die uitsluitend voor racevoertuigen worden geproduceerd. In bijlage XIII vermelde voertuigdelen of uitrustingsstukken die zowel in races als op de weg worden gebruikt, worden niet beschikbaar gesteld voor voertuigen bestemd voor gebruik op de openbare weg, tenzij zij voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in de in lid 2 bedoelde regelgevingshandelingen en daar via uitvoeringshandelingen door de Commissie toestemming voor is verleend. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

Artikel 56
Bijkomende voorschriften voor voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor de correcte werking van essentiële systemen

1.Een fabrikant van voertuigdelen of uitrustingsstukken kan een in artikel 55, lid 1, bedoelde vergunning aanvragen door bij de goedkeuringsinstantie een aanvraag in te dienen die vergezeld gaat van een door een aangewezen technische dienst opgesteld testrapport en waarin wordt gecertificeerd dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken waarvoor vergunning wordt gevraagd, voldoen aan de in artikel 55, lid 2, bedoelde voorschriften. De fabrikant kan slechts één aanvraag per type voertuigdeel of uitrustingsstuk bij slechts één goedkeuringsinstantie indienen.

2.In de vergunningsaanvraag worden gegevens vermeld over de fabrikant van de voertuigdelen of uitrustingsstukken, de type-, identificatie- en onderdeelnummers van de voertuigdelen of uitrustingsstukken, alsmede de naam van de fabrikant van het voertuig, het voertuigtype en, in voorkomend geval, het bouwjaar of enige andere informatie aan de hand waarvan het voertuig waarop deze voertuigdelen of uitrustingsstukken moeten worden aangebracht, kan worden geïdentificeerd.

Indien de goedkeuringsinstantie, met achtneming van het in lid 1 vermelde testrapport en andere informatie, constateert dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken voldoen aan de in artikel 55, lid 2, vermelde voorschriften, verleent zij een vergunning voor het in de handel en in het verkeer brengen van de desbetreffende voertuigdelen of uitrustingsstukken.

De goedkeuringsinstantie verstrekt de fabrikant onverwijld een volgens het in bijlage XI, aanhangsel 1, vastgestelde model opgesteld vergunningscertificaat dat is genummerd volgens punt 2 van bijlage XI.

De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage XI vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door het model en het nummeringsysteem voor het vergunningscertificaat te actualiseren.

3.De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie die de vergunning heeft afgegeven, onverwijld in kennis van alle wijzigingen die van invloed zijn op de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend. Deze goedkeuringsinstantie besluit of de vergunning opnieuw moet worden bezien of opnieuw moet worden afgegeven, en of aanvullende tests noodzakelijk zijn.

De fabrikant zorgt ervoor dat de voertuigdelen of uitrustingsstukken vervaardigd worden en blijven worden volgens de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend.

4.Alvorens een vergunning te verlenen, gaat de goedkeuringsinstantie na of er regelingen en procedures voorhanden zijn om een effectieve controle van de conformiteit van de productie te waarborgen.

Wanneer de goedkeuringsinstantie oordeelt dat niet langer aan de voorwaarden voor het verlenen van de vergunning wordt voldaan, verzoekt zij de fabrikant de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de onderdelen of uitrustingsstukken conform worden gemaakt. Indien nodig trekt zij de vergunning in.

5.Op verzoek van een nationale autoriteit van een andere lidstaat zendt de goedkeuringsinstantie die de vergunning heeft verleend, de eerstgenoemde autoriteit binnen een maand na ontvangst van dat verzoek via een gemeenschappelijk beveiligd systeem voor elektronische gegevensuitwisseling een kopie toe van het afgegeven vergunningscertificaat, inclusief de bijlagen. Deze kopie mag ook de vorm van een beveiligd elektronisch bestand hebben.

6.Indien een goedkeuringsinstantie het niet eens is met de verlening van de vergunning door een andere lidstaat, stelt zij de Commissie in kennis van de redenen daarvoor. Na overleg met de betrokken goedkeuringsinstanties neemt de Commissie passende maatregelen om een einde te maken aan de onenigheid, waarbij zij zelfs, waar nodig, de intrekking van de vergunning kan eisen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

7.Totdat de in artikel 55, lid 3, bedoelde lijst is opgesteld, kunnen de lidstaten nationale bepalingen handhaven ten aanzien van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een nadelige invloed kunnen hebben op de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid of de milieuprestaties van het voertuig.

Artikel 57
Algemene bepalingen inzake het terugroepen van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

1.Een fabrikant aan wie een typegoedkeuring voor een geheel voertuig is verleend en die overeenkomstig artikel 12, lid 1, artikel 15, lid 1, artikel 17, lid 2, artikel 49, lid 1, artikel 49, lid 6, artikel 51, lid 4, artikel 52, lid 1, en artikel 53, lid 1, van deze verordening of artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 verplicht is om voertuigen terug te roepen, stelt de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring voor het gehele voertuig heeft verleend daarvan onmiddellijk in kennis.

2.Een fabrikant van systemen, onderdelen of technische eenheden aan wie een EU-typegoedkeuring is verleend en die overeenkomstig artikel 12, lid 1, artikel 15, lid 1, artikel 17, lid 2, artikel 49, lid 1, artikel 49, lid 6, artikel 51, lid 4, artikel 52, lid 1, en artikel 53, lid 1, van deze verordening of artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 verplicht is om systemen, onderdelen of technische eenheden terug te roepen, stelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend daarvan onmiddellijk in kennis.

3.De fabrikant stelt de goedkeuringsinstantie die de typegoedkeuring heeft verleend, een reeks passende maatregelen voor om de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden conform te maken en, indien van toepassing, het in artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 bedoelde ernstige risico weg te nemen.

De goedkeuringsinstantie voert een evaluatie uit om te controleren of de voorgestelde maatregelen toereikend en voldoende tijdig zijn en stelt de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis van de maatregelen die zij heeft goedgekeurd.

Artikel 58
Specifieke bepalingen voor het terugroepen van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden

1.Indien een goedkeuringsinstantie of de Commissie van mening is dat de in artikel 57, lid 3, bedoelde maatregelen ontoereikend zijn of niet snel genoeg worden uitgevoerd, stellen zij de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend en de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, verzoekt de fabrikant om corrigerende maatregelen te treffen ten aanzien van de gemelde problemen. Wanneer de fabrikant geen effectieve corrigerende maatregelen voorstelt en uitvoert, neemt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, alle vereiste beperkende maatregelen, die kunnen gaan tot de intrekking van de EU-typegoedkeuring en verplichte terugroeping, en stelt zij de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie van die maatregelen in kennis. Bij intrekking van de EU-typegoedkeuring stelt de goedkeuringsinstantie de fabrikant daar per aangetekend schrijven of equivalente elektronische middelen onverwijld van in kennis.

2.Wanneer een goedkeuringsinstantie van mening is dat de beperkende maatregelen die overeenkomstig artikel 58, lid 1, zijn genomen door de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, niet toereikend of voldoende tijdig zijn, stelt zij de Commissie daarvan in kennis en kan zij passende beperkende maatregelen nemen om het op de markt aanbieden, de registratie of het in het verkeer brengen van niet-conforme voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden op haar nationale markt te verbieden of te beperken, dan wel deze in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

3.De Commissie pleegt het nodige overleg met de betrokken partijen en besluit of de door de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring had verleend, genomen beperkende maatregelen toereikend en voldoende tijdig zijn, en stelt waar nodig passende maatregelen voor om ervoor te zorgen dat de conformiteit wordt hersteld en/of het in artikel 57, lid 3, bedoelde ernstige risico doeltreffend wordt weggenomen. Dat besluit heeft tevens betrekking op de geschiktheid van de beperkende maatregelen die werden genomen door de goedkeuringsinstanties die van mening waren dat de maatregelen die waren genomen door de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring had verleend, niet toereikend of voldoende tijdig waren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

De Commissie richt haar besluit tot de betrokken lidstaten en brengt de betrokken marktdeelnemers daar onmiddellijk van op de hoogte.

4.    De lidstaten voeren het besluit van de Commissie onverwijld uit en stellen de Commissie daarvan in kennis.

5.Indien binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving inzake de in artikel 57, lid 3, bedoelde goedgekeurde maatregelen geen bezwaar tegen die maatregelen is ingebracht door een andere lidstaat of door de Commissie, worden die maatregelen geacht gerechtvaardigd te zijn. De andere lidstaten zorgen ervoor dat die maatregelen worden toegepast ten aanzien van de desbetreffende voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden die op hun grondgebied op de markt zijn aangeboden, zijn geregistreerd of in het verkeer zijn gebracht.

Artikel 59
Recht van marktdeelnemers om te worden gehoord, kennisgeving van beslissingen en ter beschikking staande rechtsmiddelen

1.Behalve in gevallen waarin onmiddellijke actie nodig is wegens een ernstig risico voor de gezondheid of veiligheid van de mens en voor het milieu, wordt aan de betrokken marktdeelnemer de mogelijkheid geboden om binnen een adequate termijn bij de nationale autoriteit opmerkingen in te dienen voordat de nationale autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 58 maatregelen vaststellen.

Als actie is ondernomen zonder de marktdeelnemer te horen, wordt hem de mogelijkheid geboden zo snel mogelijk opmerkingen in te dienen en bekijkt de nationale autoriteit de maatregelen kort daarna opnieuw.

2.In alle door de nationale autoriteiten vastgestelde maatregelen moeten de exacte gronden worden vermeld waarop deze maatregelen zijn gebaseerd.

Wanneer een dergelijke maatregel tot een specifieke marktdeelnemer is gericht, moet hij onverwijld ter kennis worden gebracht van de betrokken marktdeelnemer, die tegelijkertijd wordt geïnformeerd over de uit hoofde van de wetgeving in de betrokken lidstaat ter beschikking staande rechtsmiddelen en over de daarvoor geldende termijnen.

Wanneer het een maatregel van algemene strekking is, wordt hij op passende wijze in het staatsblad of in een gelijkwaardig officieel stuk gepubliceerd.

3.Elke door de nationale autoriteiten vastgestelde maatregel wordt onmiddellijk ingetrokken of gewijzigd als de marktdeelnemer aantoont dat hij doeltreffende corrigerende actie heeft ondernomen.

HOOFDSTUK XII
INTERNATIONALE REGELGEVING

Artikel 60
VN/ECE-reglementen die deel uitmaken van de EU-typegoedkeuring

1.De VN/ECE-reglementen en wijzigingen daarvan waar de Europese Unie voor heeft gestemd of die de Europese Unie toepast en die zijn vermeld in bijlage IV, maken deel uit van de voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van een voertuig.

2.De goedkeuringsinstanties van de lidstaten aanvaarden de krachtens de in lid 1 bedoelde VN/ECE-reglementen verleende goedkeuringen en, in voorkomend geval, de desbetreffende goedkeuringsmerken in plaats van de overeenkomstige goedkeuringen en goedkeuringsmerken die op grond van deze verordening en de op grond van deze verordening vastgestelde regelgevingshandelingen zijn verleend.

3.Wanneer de Europese Unie voor een VN/ECE-reglement of wijzigingen daarvan heeft gestemd met het oog op de typegoedkeuring van gehele voertuigen, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 88 een gedelegeerde handeling vast om het VN/ECE-reglement of de wijzigingen daarvan verplicht te stellen of om deze verordening te wijzigen, al naargelang het geval.

In die gedelegeerde handeling wordt vermeld vanaf welke data de toepassing van het VN/ECE-reglement of van de wijzigingen daarvan verplicht is, en worden in voorkomend geval overgangsbepalingen opgenomen.

Artikel 61
Gelijkwaardigheid van VN/ECE-reglementen voor EU-typegoedkeuring

1.Voor zover zij hetzelfde toepassingsgebied en hetzelfde onderwerp hebben, worden de in bijlage IV, deel II, genoemde VN/ECE-reglementen en de overeenkomstige regelgevingshandelingen als gelijkwaardig erkend.

2.De goedkeuringsinstanties van de lidstaten aanvaarden de krachtens de in lid 1 bedoelde VN/ECE-reglementen verleende typegoedkeuringen en, in voorkomend geval, de desbetreffende goedkeuringsmerken in plaats van de overeenkomstige typegoedkeuringen en goedkeuringsmerken die op grond van deze verordening en de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen zijn verleend.

Artikel 62
Gelijkwaardigheid met andere regelgeving

In het kader van multilaterale of bilaterale overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de gelijkwaardigheid van de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden of bepalingen inzake de EU-typegoedkeuring van systemen, onderdelen en technische eenheden en de bij internationale regelgeving of regelgeving van derde landen vastgestelde voorwaarden of bepalingen erkennen.

HOOFDSTUK XIII
HET VERSTREKKEN VAN TECHNISCHE INFORMATIE

Artikel 63
Informatie voor gebruikers

1.De fabrikant mag geen technische informatie over de bij deze verordening of de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen voorgeschreven gegevens met betrekking tot het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid verstrekken, die afwijkt van de gegevens van het door de goedkeuringsinstantie goedgekeurde type.

2.De fabrikant stelt de gebruikers alle relevante informatie en vereiste instructies ter beschikking waarin de bijzondere voorwaarden voor of de beperkingen op het gebruik van een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid worden beschreven.

3.De in lid 2 bedoelde informatie wordt verstrekt in de officiële taal of talen van de lidstaten waar het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid in de handel gebracht, geregistreerd of in het verkeer gebracht zullen worden. Die informatie wordt met toestemming van de goedkeuringsinstantie in de gebruikershandleiding opgenomen.

Artikel 64
Informatie voor fabrikanten

1.De voertuigfabrikant verstrekt de fabrikanten van systemen, onderdelen of technische eenheden alle gegevens die voor de EU-typegoedkeuring van systemen, onderdelen of technische eenheden zijn vereist of die nodig zijn om de in artikel 55, lid 1, bedoelde vergunning te verkrijgen.

De voertuigfabrikant kan de fabrikanten van systemen, onderdelen of technische eenheden een verbindende overeenkomst opleggen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van alle informatie die niet openbaar is, met inbegrip van informatie die verband houdt met intellectuele-eigendomsrechten.

2.De fabrikant van systemen, onderdelen of technische eenheden voorziet de voertuigfabrikant van alle gedetailleerde informatie over de beperkingen die aan zijn typegoedkeuringen zijn opgelegd en die in artikel 27, lid 3, zijn vermeld dan wel door een in bijlage IV vermelde regelgeving zijn opgelegd.

HOOFDSTUK XIV
TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

Artikel 65
Verplichtingen van de fabrikant om reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig te verstrekken

1.De fabrikanten bieden onafhankelijke marktdeelnemers onbeperkte en gestandaardiseerde toegang tot de OBD-informatie, diagnose- en andere apparatuur, gereedschappen, met inbegrip van de desbetreffende software, en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen.

De fabrikanten stellen een gestandaardiseerde, veilige en niet-plaatsgebonden structuur ter beschikking om onafhankelijke reparatiebedrijven in de gelegenheid te stellen werkzaamheden te verrichten die ingrepen in het veiligheidssysteem van het voertuig vereisen.

2.Totdat de Commissie via het werk van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) of een vergelijkbare normalisatie-instelling de desbetreffende norm heeft vastgesteld, wordt de OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig gepresenteerd in een gemakkelijk toegankelijk formaat dat met redelijke moeite door onafhankelijke marktdeelnemers kan worden verwerkt.

De informatie wordt beschikbaar gemaakt op de websites van de fabrikanten of, indien dit vanwege de aard van de informatie niet mogelijk is, in een ander passend formaat. Deze toegang wordt met name op niet-discriminerende wijze geboden ten opzichte van de voorzieningen of de toegang die aan erkende dealers en reparateurs worden geboden.

3.De Commissie bepaalt en actualiseert de passende technische specificaties betreffende de manier waarop de OBD- en de reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen zullen worden verstrekt. De Commissie houdt rekening met de actuele informatietechnologie, verwachte ontwikkelingen op het gebied van voertuigtechnologie, bestaande ISO-normen en de mogelijkheid van een wereldwijde ISO-norm.

4.De details van de vereisten met betrekking tot de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, met name technische specificaties over hoe de reparatie- en onderhoudsinformatie moet worden verstrekt, zijn vastgesteld in bijlage XVIII.

5.De fabrikant stelt onafhankelijke marktdeelnemers en erkende dealers en reparateurs eveneens opleidingsmateriaal ter beschikking.

6.De fabrikant zorgt ervoor dat de reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig altijd toegankelijk is, uitgezonderd tijdens noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan het informatiesysteem.

De fabrikant stelt latere wijzigingen van en aanvullingen op de reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op zijn websites ter beschikking zodra deze ter beschikking worden gesteld van erkende reparateurs.

7.Ten behoeve van de fabricage en het onderhoud van OBD-compatibele vervangings- of serviceonderdelen en diagnose- en testapparatuur verstrekken de fabrikanten de desbetreffende OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op niet-discriminerende wijze aan belangstellende fabrikanten of reparateurs van onderdelen en diagnose- of testapparatuur.

8.Ten behoeve van het ontwerp, de fabricage en de reparatie van voertuiguitrusting voor voertuigen die op alternatieve brandstof rijden, verstrekken de fabrikanten de desbetreffende OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig op niet-discriminerende wijze aan belangstellende fabrikanten, installateurs of reparateurs van uitrusting voor op alternatieve brandstof rijdende voertuigen.

9.Onafhankelijke reparateurs wordt gratis toegang verleend tot reparatie- en onderhoudsgegevens van een voertuig, die in een centrale gegevensbank van de voertuigfabrikant of in een namens hem beheerde gegevensbank zijn opgeslagen.

Die onafhankelijke reparateurs hebben de mogelijkheid om in de desbetreffende gegevensbank informatie over door hun verrichte reparatie- of onderhoudswerkzaamheden in te voeren.

10.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van en aanvulling op bijlage XVIII vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden of misbruik te voorkomen door de vereisten voor toegang tot OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te actualiseren en de in de leden 2 en 3 bedoelde normen vast te stellen en te integreren.

Artikel 66
Verplichtingen met betrekking tot verschillende houders van een typegoedkeuring

1.De voor de respectieve typegoedkeuring van een systeem, onderdeel of technische eenheid of een bepaalde fase van een voertuig verantwoordelijke fabrikant is, in het geval van een gemengde typegoedkeuring, een stapsgewijze typegoedkeuring of een meerfasentypegoedkeuring, verantwoordelijk voor kennisgeving aan zowel de eindfabrikant als de onafhankelijke marktdeelnemers van de reparatie- en onderhoudsinformatie met betrekking tot het desbetreffende systeem of onderdeel, de desbetreffende technische eenheid of de desbetreffende fase.

2.De eindfabrikant is verantwoordelijk voor het leveren van informatie over het gehele voertuig aan onafhankelijke marktdeelnemers.

Artikel 67
Vergoedingen voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen

1.De fabrikant mag een redelijke en evenredige vergoeding vragen voor de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, met uitzondering van de in artikel 65, lid 8, bedoelde gegevens. Die vergoeding mag de toegang tot die informatie niet ontmoedigen door geen rekening te houden met de mate waarin de onafhankelijke marktdeelnemer deze gebruikt.

2.De fabrikant stelt de reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, met inbegrip van transactiediensten zoals herprogrammering of technische bijstand, op uur-, dag-, maand- of jaarbasis ter beschikking, waarbij de vergoeding voor toegang tot die informatie varieert naargelang de tijd dat er toegang wordt verleend.

Behalve tijdgerelateerde toegang kunnen de fabrikanten ook toegang op transactiebasis aanbieden, waarvoor vergoedingen worden gevraagd per transactie en niet op basis van de tijd dat er toegang wordt verleend.

Als de fabrikant beide systemen voor het verkrijgen van toegang aanbiedt, kiezen onafhankelijke reparateurs het systeem, tijdgerelateerd dan wel op transactiebasis.

Artikel 68
Bewijs van naleving van de verplichtingen met betrekking tot reparatie- en onderhoudsinformatie

1.De fabrikant die een aanvraag om EU-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring heeft ingediend, voorziet de goedkeuringsinstantie binnen zes maanden na de datum van de respectieve typegoedkeuring van een bewijs van naleving van de artikelen 65 tot en met 70.

2.Indien dat bewijs van naleving niet binnen de in lid 1 genoemde termijn wordt geleverd, neemt de goedkeuringsinstantie overeenkomstig artikel 69 de nodige maatregelen.

Artikel 69
Naleving van de verplichtingen in verband met de toegang tot OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen

1.Een goedkeuringsinstantie kan op elk moment, hetzij op eigen initiatief na een klacht, hetzij op basis van een beoordeling door een technische dienst, controleren of de artikelen 65 tot en met 70 en de in bijlage XVIII, aanhangsel 1, vastgestelde voorwaarden van het Certificaat betreffende de toegang tot OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen door de fabrikant worden nageleefd.

2.Wanneer een goedkeuringsinstantie vaststelt dat de fabrikant zijn verplichtingen in verband met de toegang tot OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen niet is nagekomen, neemt de goedkeuringsinstantie die de desbetreffende typegoedkeuring heeft verleend, de nodige maatregelen om de situatie te verhelpen.

Die maatregelen kunnen gaan tot de intrekking of schorsing van de typegoedkeuring, boetes of andere krachtens lid 89 opgelegde sancties.

3.Indien een onafhankelijke marktdeelnemer of een beroepsvereniging die onafhankelijke marktdeelnemers vertegenwoordigt, bij de goedkeuringsinstantie een klacht indient omdat de fabrikant de artikelen 65 tot en met 70 niet naleeft, voert de goedkeuringsinstantie een controle uit van de naleving door de fabrikant.

4.Bij de uitvoering van deze controle kan de goedkeuringsinstantie een technische dienst of een andere onafhankelijke deskundige vragen een beoordeling uit te voeren om te bepalen of aan de verplichtingen met betrekking tot de toegang tot OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen is voldaan.

Artikel 70
Forum Toegang tot voertuiginformatie

1.Het overeenkomstig artikel 13, lid 9, van Verordening (EG) nr. 692/2008 opgerichte forum Toegang tot voertuiginformatie verricht zijn activiteiten overeenkomstig de in bijlage XVIII opgenomen bepalingen.

2.Het in lid 1 vermelde forum adviseert de Commissie over maatregelen om misbruik van OBD- en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen te voorkomen.

HOOFDSTUK XV
BEOORDELING, AANWIJZING, AANMELDING EN MONITORING VAN TECHNISCHE DIENSTEN

Artikel 71
Voor technische diensten verantwoordelijke typegoedkeuringsinstanties

1.De overeenkomstig artikel 7, lid 3, door de lidstaat aangewezen typegoedkeuringsinstantie, hierna "de typegoedkeuringsinstantie" genoemd, is verantwoordelijk voor de beoordeling, aanwijzing, aanmelding en monitoring van technische diensten, met inbegrip van eventuele onderaannemers of dochterondernemingen van die technische diensten.

2.De typegoedkeuringsinstantie wordt zodanig opgericht en georganiseerd en functioneert zodanig dat de objectiviteit en de onpartijdigheid van haar activiteiten worden gewaarborgd en belangenconflicten met technische diensten worden vermeden.

3.De typegoedkeuringsinstantie wordt zodanig georganiseerd dat de aanmelding van een technische dienst wordt verricht door personeelsleden die niet betrokken waren bij de beoordeling van die technische dienst.

4.De typegoedkeuringsinstantie verricht geen activiteiten die ook door technische diensten worden verricht en verleent geen adviesdiensten op commerciële basis of in concurrentie.

5.De typegoedkeuringsinstantie waarborgt dat verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld.

6.De typegoedkeuringsinstantie beschikt over een toereikend aantal bekwame personeelsleden om de in deze verordening voorziene taken naar behoren uit te voeren.

7.De lidstaten verstrekken de Commissie en de andere lidstaten informatie over hun procedures voor de beoordeling, aanwijzing, aanmelding en monitoring van technische diensten, en over alle wijzigingen daarin.

8.De typegoedkeuringsinstantie wordt elke twee jaar aan intercollegiale toetsing door twee typegoedkeuringsinstanties van andere lidstaten onderworpen.

De lidstaten stellen het jaarlijkse plan voor de intercollegiale toetsing op, waarbij wordt gezorgd voor een passende roulatie wat de evaluerende en geëvalueerde typegoedkeuringsinstanties betreft, en dienen het bij de Commissie in.

De intercollegiale toetsing omvat een bezoek ter plekke bij een technische dienst die onder de verantwoordelijkheid van de geëvalueerde instantie valt. De Commissie kan deelnemen aan de intercollegiale toetsing en daarover op basis van een risicobeoordelingsanalyse beslissen.

9.De uitkomst van de intercollegiale toetsing wordt meegedeeld aan alle lidstaten en aan de Commissie en een samenvatting van de uitkomst wordt openbaar gemaakt. Het bij artikel 10 opgerichte forum bespreekt die uitkomst op basis van een door de Commissie verrichte beoordeling van de uitkomst, en doet aanbevelingen.

10.De lidstaten voorzien de Commissie en de andere lidstaten van informatie over de manier waarop zij de in het verslag van de intercollegiale toetsing gedane aanbevelingen hebben opgevolgd.

Artikel 72
Aanwijzing van technische diensten

1.De typegoedkeuringsinstanties wijzen technische diensten aan voor een of meer van de volgende activiteitencategorieën, afhankelijk van hun competentiegebied:

a)categorie A: in deze verordening en in de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen genoemde tests die die technische diensten in hun eigen bedrijfsruimten uitvoeren;

b)categorie B: toezicht op de in deze verordening en in de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen genoemde tests, indien die tests worden uitgevoerd in de bedrijfsruimte van de fabrikant of in die van een derde;

c)categorie C: evaluatie en verificatie op regelmatige basis van de door de fabrikant toegepaste procedures om de conformiteit van de productie te controleren;

d)categorie D: toezicht op de prestaties van tests of keuringen voor de controle van de conformiteit van de productie.

2.Een lidstaat kan een goedkeuringsinstantie als technische dienst voor een of meer van de in lid 1 bedoelde activiteitencategorieën aanwijzen. Indien een goedkeuringsinstantie als technische dienst wordt aangewezen en door een lidstaat wordt gefinancierd of aan beheers- en financiële controle door die lidstaat is onderworpen, zijn de artikelen 72 tot en met 85 en de aanhangsels 1 en 2 van bijlage V van toepassing.

3.Een technische dienst wordt naar het recht van een lidstaat opgericht en bezit rechtspersoonlijkheid, met uitzondering van een geaccrediteerde interne technische dienst van een fabrikant zoals bedoeld in artikel 76.

4.Een technische dienst sluit een aansprakelijkheidsverzekering af voor zijn activiteiten, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van zijn nationale recht door de lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

5.    Technische diensten van een derde land die niet overeenkomstig artikel 76 zijn aangewezen, kunnen voor de toepassing van artikel 78 alleen worden aangemeld indien een bilaterale overeenkomst tussen de Europese Unie en het betrokken derde land voorziet in de mogelijkheid om die technische diensten aan te wijzen. Dit belet een technische dienst die overeenkomstig lid 3 naar het nationale recht van een lidstaat is opgericht, niet in derde landen dochterondernemingen op te richten mits de dochterondernemingen rechtstreeks door de aangewezen technische dienst worden beheerd en gecontroleerd.

Artikel 73
Onafhankelijkheid van de technische diensten

1.Een technische dienst, met inbegrip van zijn personeel, is onafhankelijk en voert de activiteiten waarvoor de dienst werd aangewezen, uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied waarin hij actief is, en is vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die zijn oordeel of de resultaten van zijn beoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, in het bijzonder van druk en beïnvloeding van de kant van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

2.Een technische dienst is een onafhankelijke organisatie of instantie die niet betrokken is bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid die hij beoordeelt, test of keurt.

Een organisatie of instantie die lid is van een organisatie van ondernemers of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van de door haar beoordeelde, geteste of gekeurde voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden, kan geacht worden aan de voorschriften van de eerste alinea te voldoen op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten aan de aanwijzende goedkeuringsinstantie van de betrokken lidstaat worden aangetoond.

3.Een technische dienst, zijn hoogste leidinggevenden en het personeel ervan dat belast is met het uitvoeren van de activiteiten waarvoor zij overeenkomstig artikel 72, lid 1, zijn aangewezen, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier of voor het onderhoud verantwoordelijke persoon van de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die zij beoordelen, en vertegenwoordigen geen partijen die bij deze activiteiten betrokken zijn. Dit belet echter niet het gebruik van die voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die nodig zijn voor de activiteiten van de technische dienst of het gebruik van de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden voor persoonlijke doeleinden.

4.Een technische dienst zorgt ervoor dat de activiteiten van zijn dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit en onpartijdigheid van de activiteitencategorieën waarvoor die dienst werd aangewezen.

5.Het personeel van een technische dienst is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van deze verordening kennisneemt, behalve ten opzichte van de goedkeuringsinstantie of op grond van het recht van de Europese Unie of het nationale recht.

Artikel 74
Bekwaamheid van de technische diensten

1.Een technische dienst beschikt over de capaciteiten om alle activiteiten te verrichten waarvoor hij overeenkomstig artikel 72, lid 1, wenst te worden aangewezen. De dienst toont de typegoedkeuringsinstantie aan dat:

a)zijn personeel beschikt over de passende vaardigheden, de specifieke technische kennis, de beroepsopleiding en voldoende en passende ervaring om de activiteiten te verrichten waarvoor hij wenst te worden aangewezen;

b)hij beschikt over beschrijvingen van de procedures voor de uitoefening van de activiteiten waarvoor hij wenst te worden aangewezen, naar behoren rekening houdend met de relatieve complexiteit van de technologie van het voertuig, het systeem, het onderdeel of de technische eenheid in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces. De technische dienst toont de transparantie en reproduceerbaarheid van die procedures aan;

c)hij beschikt over de middelen die nodig zijn om op passende wijze de taken uit te voeren die verband houden met de activiteitencategorieën waarvoor hij wenst te worden aangewezen, en over toegang tot alle noodzakelijke apparatuur of bedrijfsruimte.

2.Een technische dienst toont eveneens aan dat hij beschikt over de passende vaardigheden, de specifieke technische kennis en aantoonbare ervaring om tests en keuringen uit te voeren voor het beoordelen van de conformiteit van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden met deze verordening, met de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen en met de in bijlage V, aanhangsel 1, vermelde normen.

Artikel 75
Dochterondernemingen van en uitbesteding door technische diensten

1.Technische diensten mogen uitsluitend met instemming van hun aanwijzende typegoedkeuringsinstantie sommige van de activiteitencategorieën waarvoor zij overeenkomstig artikel 72, lid 1, zijn aangewezen, uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren.

2.Wanneer een technische dienst specifieke taken uit de activiteitencategorieën waarvoor hij is aangewezen, uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt hij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de artikelen 73 en 74 voldoet, en brengt hij de typegoedkeuringsinstantie hiervan op de hoogte.

3.Technische diensten nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of dochterondernemingen, ongeacht waar deze zijn gevestigd.

4.Technische diensten houden de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochteronderneming en over de door hen uitgevoerde taken ter beschikking van de typegoedkeuringsinstantie.

Artikel 76
Interne technische diensten van de fabrikant

1.Een interne technische dienst van een fabrikant mag alleen voor activiteiten van categorie A zoals bedoeld in artikel 72, lid 1, onder a), met betrekking tot de in bijlage XV vermelde regelgevingshandelingen worden aangewezen. Een interne technische dienst vormt een afzonderlijk en te onderscheiden deel van de onderneming van de fabrikant en is niet betrokken bij het ontwerp, de fabricage, de levering of het onderhoud van de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die hij beoordeelt.

2.Een interne technische dienst voldoet aan de volgende voorschriften:

a)hij is door een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008, en overeenkomstig bijlage V, aanhangsels 1 en 2, van deze verordening geaccrediteerd;

b)de interne technische dienst, met inbegrip van zijn personeel, is organisatorisch te onderscheiden en beschikt binnen de onderneming van de fabrikant waarvan hij deel uitmaakt, over rapportagemethoden die zijn onpartijdigheid waarborgen en aan de betrokken nationale accreditatie-instantie aantonen;

c)de interne technische dienst noch zijn personeel oefenen activiteiten uit die hun onafhankelijkheid of integriteit met betrekking tot de het uitvoeren van de activiteiten waarvoor zij zijn aangewezen, in het gedrang kunnen brengen;

d)hij verleent zijn diensten uitsluitend aan de onderneming van de fabrikant waarvan hij deel uitmaakt.

3.Een interne technische dienst hoeft voor de toepassing van artikel 78 niet bij de Commissie te worden aangemeld, maar op verzoek van de typegoedkeuringsinstantie wordt door de onderneming van de fabrikant waarvan hij deel uitmaakt, of door de nationale accreditatie-instantie informatie over zijn accreditatie aan die goedkeuringsinstantie verstrekt.

4.De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage XV vast te stellen teneinde met technische en regelgevingsontwikkelingen rekening te houden door de lijst van regelgevingshandelingen en beperkingen te actualiseren.

Artikel 77
Beoordeling en aanwijzing van technische diensten

1.Alvorens een technische dienst aan te wijzen, beoordeelt de typegoedkeuringsinstantie de technische dienst volgens een beoordelingschecklist waarop ten minste de voorschriften van bijlage V, aanhangsel 2, aan bod komen. De beoordeling omvat een beoordeling ter plekke in de bedrijfsruimte van de aanvragende technische dienst en, in voorkomend geval, van een dochteronderneming of onderaannemer, binnen of buiten de Unie.

Vertegenwoordigers van de typegoedkeuringsinstanties van ten minste twee andere lidstaten vormen, in overleg met de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de aanvragende technische dienst en samen met een vertegenwoordiger van de Commissie, een team voor gezamenlijke beoordeling, en nemen deel aan de beoordeling van de aanvragende technische dienst, met inbegrip van de beoordeling ter plekke. De aanwijzende typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de aanvragende technische dienst verleent die vertegenwoordigers tijdig toegang tot de voor de beoordeling van de aanvragende technische dienst benodigde documenten.

2.Het team voor gezamenlijke beoordeling maakt melding van gevallen van niet-naleving door de aanvragende technische dienst van de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2, die het tijdens de beoordeling constateert. Die bevindingen bespreekt het team voor gezamenlijke beoordeling met de aanwijzende goedkeuringsinstantie om tot overeenstemming te komen over de beoordeling van de aanvraag.

3.Het team voor gezamenlijke beoordeling stelt binnen 45 dagen na de beoordeling ter plekke een rapport op over de mate waarin de aanvrager voldoet aan de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2, bij deze verordening.

4.Dat rapport bevat een samenvatting van de geconstateerde gevallen van niet-naleving. Meningsverschillen tussen de leden van het team voor gezamenlijke beoordeling worden in het rapport weergegeven, alsook een aanbeveling om de aanvrager al dan niet als technische dienst aan te wijzen.

5.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de namen van de vertegenwoordigers van de typegoedkeuringsinstantie op wie zij voor elke gezamenlijke beoordeling een beroep kan doen.

6.De bekwaamheid van een technische dienst wordt beoordeeld overeenkomstig de bepalingen van bijlage V, aanhangsel 2.

7.De typegoedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de aanwijzende instanties van de andere lidstaten in kennis van het beoordelingsrapport, met bewijstukken inzake de bekwaamheid van de technische dienst en de bestaande regelingen voor het regelmatig monitoren van de technische dienst en het waarborgen dat de dienst aan de voorschriften van deze verordening blijft voldoen.

Voorts dient de aanmeldende typegoedkeuringsinstantie bewijsstukken in over de beschikbaarheid van bevoegd personeel voor de monitoring van de technische dienst overeenkomstig artikel 71, lid 6.

8.Binnen een maand na de kennisgeving van het beoordelingsrapport en de bewijsstukken kunnen de typegoedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie het beoordelingsrapport en de bewijsstukken opnieuw bekijken, vragen stellen of punten van zorg uiten en om verdere bewijsstukken verzoeken.

9.De typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de aanvragende technische dienst reageert binnen vier weken na ontvangst op de vragen, punten van zorg en verzoeken om verdere bewijsstukken.

10.De typegoedkeuringsinstanties van de andere lidstaten of de Commissie mogen binnen vier weken na ontvangst van het in lid 9 bedoelde antwoord individueel of gezamenlijk aanbevelingen doen aan de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de aanvragende technische dienst. Die typegoedkeuringsinstantie neemt de aanbevelingen in aanmerking bij de beslissing over de aanwijzing van de technische dienst. Indien die typegoedkeuringsinstantie besluit de door de andere lidstaten of de Commissie gedane aanbevelingen niet op te volgen, geeft zij daarvoor binnen twee weken na de beslissing de redenen van op.

11.De aanwijzing van technische diensten is maximaal vijf jaar geldig.

12.De goedkeuringsinstantie die overeenkomstig artikel 72, lid 2, als technische dienst wenst te worden aangewezen, toont door middel van een beoordeling door onafhankelijke beoordelaars aan dat zij aan de voorschriften van deze verordening voldoet. Die beoordelaars mogen geen deel uitmaken van dezelfde goedkeuringsinstantie en moeten voldoen aan de voorschriften van bijlage V, aanhangsel 2.

Artikel 78
Aanmelding van technische diensten bij de Commissie

1.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de naam, het adres, inclusief het elektronische adres, de verantwoordelijke personen en de activiteitencategorie van elke technische dienst die zij hebben aangewezen. In de aanmelding worden het toepassingsgebied van de aanwijzing, de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en procedures, de typen producten en de in bijlage IV vermelde onderwerpen waarvoor de technische diensten zijn aangewezen, duidelijk gespecifieerd, alsook de eventuele latere aanpassing van die gegevens.

De aanmelding wordt gedaan alvorens een van de in artikel 72, lid 1, genoemde activiteiten door de aangewezen technische diensten wordt verricht.

2.Binnen 28 dagen na een aanmelding kan een lidstaat of de Commissie onder opgave van redenen schriftelijk bezwaar aantekenen in verband met de technische dienst of de monitoring ervan door de typegoedkeuringsinstantie. Indien een lidstaat of de Commissie bezwaar maken, wordt de inwerkingtreding van de aanmelding opgeschort. In dat geval voert de Commissie overleg met de betrokken partijen en besluit zij door middel van een uitvoeringshandeling of de opschorting van de aanmelding kan worden opgeheven of niet. Deze uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 87, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Wanneer geen bezwaar wordt gemaakt of wanneer de Commissie van mening is dat de aanmelding volledig of gedeeltelijk kan worden aanvaard, maakt de Commissie de aanmelding overeenkomstig lid 5 bekend.

3.Dezelfde technische dienst kan door verschillende typegoedkeuringsinstanties worden aangewezen en door de lidstaten van deze typegoedkeuringsinstanties bij de Commissie worden aangemeld, ongeacht de activiteitencategorie of -categorieën die deze technische dienst overeenkomstig artikel 72, lid 1, uitoefent.

4.Wanneer een in bijlage IV vermelde regelgevingshandeling vereist dat een typegoedkeuringsinstantie een specifieke organisatie of bevoegde instantie aanwijst voor een activiteit die niet in de activiteitencategorieën van artikel 72, lid 1, is opgenomen, verricht de lidstaat de in lid 1 bedoelde aanmelding.

5.De Commissie publiceert een geactualiseerde lijst en de gegevens van de overeenkomstig dit artikel aangemelde technische diensten, specifieke organisaties en bevoegde instanties op haar website.

Artikel 79
Wijziging en hernieuwing van de aanwijzing van technische diensten

1.Wanneer de typegoedkeuringsinstantie heeft geconstateerd of vernomen dat een technische dienst de voorschriften van deze verordening niet meer naleeft, wordt de aanwijzing door die instantie beperkt, opgeschort of ingetrokken, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving van deze voorschriften.

De typegoedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elke schorsing, beperking of intrekking van een aanmelding.

De Commissie actualiseert de in artikel 78, lid 4, bedoelde gepubliceerde informatie dienovereenkomstig.

2.Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, opgeschort of ingetrokken of de technische dienst zijn activiteiten heeft gestaakt, draagt de aanwijzende goedkeuringsinstantie de dossiers van die technische dienst over naar een andere technische dienst om verder te worden behandeld of houdt zij deze ter beschikking van de goedkeuringsinstanties of van de markttoezichtautoriteiten.

3.De typegoedkeuringsinstantie informeert de andere typegoedkeuringsinstanties en de Commissie wanneer niet-naleving door de technische dienst gevolgen heeft voor typegoedkeuringscertificaten die zijn afgegeven op basis van testrapporten en keuringsverslagen die door de bij de wijziging van de aanmelding betrokken technische dienst zijn opgesteld.

Binnen twee maanden na kennisgeving van de wijzigingen van de aanmelding brengt de typegoedkeuringsinstantie bij de Commissie en de andere typegoedkeuringsinstanties verslag uit over haar bevindingen in verband met de niet-naleving. Waar dat nodig is voor het waarborgen van de veiligheid van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden die reeds in de handel zijn gebracht, geeft de aanwijzende typegoedkeuringsinstantie de betrokken goedkeuringsinstanties de opdracht alle certificaten die ten onrechte zijn afgegeven, binnen een redelijke termijn te schorsen of in te trekken.

4.De andere certificaten die waren afgegeven op basis van testrapporten en keuringsverslagen die waren opgesteld door de technische dienst waarvan de aanmelding is geschorst, beperkt of ingetrokken, blijven onder de volgende omstandigheden geldig:

a)in geval van opschorting van een aanmelding, op voorwaarde dat de typegoedkeuringsinstantie die het typegoedkeuringscertificaat heeft afgegeven binnen drie maanden na de opschorting schriftelijk bij de typegoedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie bevestigt dat zij de taken van de technische dienst overneemt tijdens de duur van de opschorting overneemt;

b)in geval van beperking of intrekking van een aanmelding, gedurende een periode van drie maanden na de beperking of intrekking. De typegoedkeuringsinstantie die de certificaten heeft afgegeven, kan de geldigheid van de certificaten voor perioden van drie maanden verlengen, met een maximumduur van twaalf maanden, mits zij in die periode de taken overneemt van de technische dienst waarvan de aanmelding is beperkt of ingetrokken.

De typegoedkeuringsinstantie die de taken van de technische dienst overneemt, stelt de andere typegoedkeuringsinstanties, de andere technische diensten en de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis.

5.Het toepassingsgebied van de aanwijzing van de technische dienst kan volgens de procedure van artikel 77 worden uitgebreid, waarbij de in artikel 78 bedoelde aanmelding van toepassing is.

6.Een aanwijzing als technische dienst kan uitsluitend worden vernieuwd nadat de typegoedkeuringsinstantie heeft gecontroleerd of de technische dienst de voorschriften van deze verordening nog steeds naleeft. Die beoordeling wordt verricht volgens de procedure van artikel 77.

Artikel 80
Monitoring van technische diensten

1.De typegoedkeuringsinstantie houdt voortdurend toezicht op de technische diensten teneinde naleving van de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2, te waarborgen.

Technische diensten verstrekken op verzoek alle relevante informatie en documenten om de typegoedkeuringsinstantie in staat te stellen na te gaan of die voorschriften worden nageleefd.

Technische diensten informeren de typegoedkeuringsinstanties onverwijld over alle wijzigingen, met name wat hun personeel, bedrijfsruimten, dochterondernemingen of onderaannemers betreft, die gevolgen kunnen hebben voor de naleving van de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2 of voor hun vermogen om de conformiteitsbeoordelingen te verrichten ten aanzien van de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden waarvoor zij zijn aangewezen.

2.Technische diensten geven onverwijld gehoor aan verzoeken van een typegoedkeuringsinstantie of van de Commissie in verband met de conformiteitsbeoordelingen die zij hebben verricht.

3.De typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst zorgt ervoor dat de technische dienst de in lid 2 vastgestelde verplichtingen nakomt, tenzij er een geldige reden is om dit niet te doen.

Wanneer de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst een geldige reden aanvoert, stelt zij de Commissie daarvan in kennis.

De Commissie pleegt onverwijld overleg met de lidstaten. Aan de hand van die evaluatie besluit de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling of de geldige reden al dan niet gerechtvaardigd wordt geacht. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

De technische dienst of de typegoedkeuringsinstantie kan verzoeken dat aan de autoriteiten van een andere lidstaat of aan de Commissie doorgegeven informatie vertrouwelijk wordt behandeld.

3.De typegoedkeuringsinstantie beoordeelt ten minste elke 30 maanden of de technische diensten waar zij verantwoordelijk voor is, blijven voldoen aan de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2. Deze beoordeling omvat een bezoek ter plekke bij elke technische dienst waar zij verantwoordelijk voor is.

Binnen twee maanden na het afronden van deze beoordeling van de technische dienst brengt de lidstaat over deze monitoringactiviteiten verslag uit bij de Commissie en de andere lidstaten. Het verslag bevat een samenvatting van de beoordeling, die openbaar wordt gemaakt.

4.Vijf jaar na de aanmelding van een technische dienst, en daarna om de vijf jaar, wordt de beoordeling van de voortdurende naleving door de technische dienst van de voorschriften van de artikelen 72 tot en met 76, de artikelen 84 en 85 en bijlage V, aanhangsel 2, uitgevoerd door de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst en een overeenkomstig artikel 77, leden 1 tot en met 4, aangewezen team voor gezamenlijke beoordeling.

Artikel 81
Betwisting van de bekwaamheid van technische diensten

1.De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een technische dienst of over de vraag of een technische dienst nog aan de voorschriften voldoet en zijn verantwoordelijkheden in het kader van deze verordening nakomt. Zij kan dergelijke onderzoeken ook op eigen initiatief starten.

Wanneer wordt aangetoond dat of wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een typegoedkeuring is verleend op basis van onjuiste gegevens, dat de testresultaten zijn vervalst of dat er gegevens of technische specificaties zijn achtergehouden die tot de weigering van het verlenen van de typegoedkeuring zouden hebben geleid, onderzoekt de Commissie of de technische dienst daarvoor verantwoordelijk is.

2.Als onderdeel van het in lid 1 bedoelde onderzoek raadpleegt de Commissie de goedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst. De typegoedkeuringsinstantie van die lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle relevante informatie in verband met de prestatie en met de naleving van de voorschriften inzake onafhankelijkheid en bekwaamheid van de betrokken technische dienst.

3.De Commissie ziet erop toe dat alle gevoelige informatie die zij ontvangt, vertrouwelijk wordt behandeld.

4.Wanneer de Commissie constateert dat een technische dienst niet of niet langer aan de vereisten voor aanwijzing voldoet of verantwoordelijk is voor een of meerdere overtredingen zoals bedoeld in lid 1, stelt zij de lidstaat van de typegoedkeuringsinstantie daarvan in kennis.

De Commissie verzoekt die lidstaat beperkende maatregelen te treffen, die kunnen gaan tot het schorsen, beperken of intrekken van de aanwijzing, indien noodzakelijk.

Indien de lidstaat nalaat de nodige beperkende maatregelen te nemen, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen overgaan tot schorsing, beperking of intrekking van de aanwijzing van de betrokken technische dienst. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2. De Commissie stelt de betrokken lidstaat in kennis van haar besluit en actualiseert de in artikel 78, lid 4, bedoelde gepubliceerde informatie dienovereenkomstig.

Artikel 82
Uitwisseling van informatie over de beoordeling, aanwijzing en monitoring van technische diensten

1.Typegoedkeuringsinstanties overleggen onderling en met de Commissie over vraagstukken die van algemeen belang zijn voor de uitvoering van de in deze verordening vastgestelde voorschriften met betrekking tot de beoordeling, aanwijzing en monitoring van technische diensten.

2.Typegoedkeuringsinstanties voorzien elkaar en de Commissie uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van het model voor de beoordelingschecklist die zij overeenkomstig artikel 77, lid 1, gebruiken, en daarna van de aanpassingen van die checklist, tot de Commissie een geharmoniseerde beoordelingschecklist heeft vastgesteld. De Commissie wordt de bevoegdheid verleend om uitvoeringshandelingen vast te stellen om het model van de beoordelingschecklist te bepalen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

3.Indien uit de in artikel 77, lid 3 bedoelde beoordelingsverslagen blijkt dat er sprake is van discrepanties tussen de algemene praktijken van de typegoedkeuringsinstanties, kunnen de lidstaten of de Commissie om uitwisseling van informatie verzoeken.

4.De uitwisseling van informatie wordt gecoördineerd door het in artikel 10 vermelde forum.

Artikel 83
Samenwerking met nationale accreditatie-instanties

1.Wanneer de aanwijzing van een technische dienst gebaseerd is op een accreditatie in de zin van Verordening (EG) nr. 765/2008, zorgen de lidstaten ervoor dat de nationale accreditatie-instantie die een bepaalde technische dienst heeft geaccrediteerd, door de typegoedkeuringsinstantie op de hoogte wordt gesteld van berichten over incidenten en andere informatie over zaken waarmee de technische dienst is belast, wanneer dergelijke informatie van belang kan zijn voor de beoordeling van de prestaties van de technische dienst.

2.De lidstaten zien erop toe dat de nationale accreditatie-instantie die met de accreditatie van een bepaalde technische dienst is belast, door de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst op de hoogte wordt gebracht van bevindingen die van belang zijn voor de accreditatie. De nationale accreditatie-instantie brengt de typegoedkeuringsinstantie van de lidstaat van vestiging van de technische dienst op de hoogte van haar bevindingen.

Artikel 84
Operationele verplichtingen van technische diensten

1.Technische diensten voeren de activiteiten uit waarvoor zij overeenkomstig artikel 72, lid 1, zijn aangewezen.

2.Technische diensten voldoen te allen tijde aan het volgende:

a)zij staan hun goedkeuringsinstantie toe getuige te zijn van de prestatie van de technische dienst tijdens de conformiteitsbeoordeling;

b)zij voorzien hun goedkeuringsinstantie op verzoek van informatie over de activiteitencategorieën waarvoor zij zijn aangewezen.

3.Wanneer een technische dienst van oordeel is dat een fabrikant niet voldoet aan de voorschriften van deze verordening, meldt hij dit aan de goedkeuringsinstantie zodat de goedkeuringsinstantie van de fabrikant eist om passende corrigerende maatregelen te treffen. De goedkeuringsinstantie weigert een typegoedkeuringscertificaat af te geven wanneer die passende corrigerende maatregelen niet zijn genomen.

Artikel 85
Informatieverplichtingen van technische diensten

1.Technische diensten stellen hun goedkeuringsinstantie op de hoogte van:

a)elke geconstateerde non-conformiteit die een weigering, beperking, opschorting of intrekking van een typegoedkeuringscertificaat kan vereisen;

b)omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van en de voorwaarden voor hun aanwijzing;

c)informatieverzoeken die zij van markttoezichtautoriteiten over hun activiteiten ontvangen.

2.Op verzoek van hun goedkeuringsinstantie verstrekken technische diensten informatie over de activiteiten binnen de werkingssfeer van hun aanwijzing en over alle andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

Artikel 86
Nationale vergoedingen voor aan activiteiten van typegoedkeuringsinstanties verbonden kosten

1.De lidstaten heffen vergoedingen voor op hun grondgebied gevestigde aanvragende technische diensten om de kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die overeenkomstig deze verordening door de voor de technische diensten verantwoordelijke nationale autoriteiten worden uitgevoerd, geheel of gedeeltelijk te dekken.

2.De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot bepaling van de structuur en de hoogte van de in lid 1 bedoelde vergoedingen, rekening houdend met de doelstellingen op het gebied van veiligheid, de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu, de ondersteuning van innovatie en kosteneffectiviteit. Bij het vaststellen van een passende hoogte van de vergoedingen wordt bijzondere aandacht besteed aan technische diensten die een geldig certificaat hebben ingediend dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie zoals bedoeld in artikel 83, en aan technische diensten die kleine en middelgrote ondernemingen zijn zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie 29 . Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 87, lid 2.

HOOFDSTUK XVI
GEDELEGEERDE EN UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN

Artikel 87
Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door het technisch comité motorvoertuigen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 88
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.De in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 22, lid 3, artikel 24, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 26, lid 2, artikel 28, lid 5, artikel 29, lid 6, artikel 34, lid 2, artikel 55, leden 2 en 3, artikel 56, lid 2, artikel 60, lid 3, artikel 65, lid 10, artikel 76, lid 4, en artikel 90, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.De in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 22, lid 3, artikel 24, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 26, lid 2, artikel 28, lid 5, artikel 29, lid 6, artikel 34, lid 2, artikel 55, leden 2 en 3, artikel 56, lid 2, artikel 60, lid 3, artikel 65, lid 10, artikel 76, lid 4, en artikel 90, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar het Europees Parlement en de Raad tegelijkertijd van in kennis.

5.Een overeenkomstig artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 22, lid 3, artikel 24, lid 3, artikel 25, lid 5, artikel 26, lid 2, artikel 28, lid 5, artikel 29, lid 6, artikel 34, lid 2, artikel 55, leden 2 en 3, artikel 56, lid 2, artikel 60, lid 3, artikel 65, lid 10, artikel 76, lid 4, en artikel 90, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

HOOFDSTUK XVII
SLOTBEPALINGEN

Artikel 89
Sancties

1.De lidstaten stellen de regels vast inzake sancties voor marktdeelnemers en technische diensten die hun verplichtingen in het kader van deze verordening, en met name van de artikelen 11 tot en met 19, de artikelen 72 tot en met 76, en de artikelen 84 en 85, niet nakomen, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.Ten minste de volgende inbreuken door marktdeelnemers en technische diensten geven aanleiding tot sancties:

a)het afleggen van valse verklaringen tijdens goedkeuringsprocedures of procedures die tot terugroeping leiden;

b)het vervalsen van testresultaten voor typegoedkeuring;

c)het achterhouden van gegevens of technische specificaties die tot het terugroepen van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden, of tot het weigeren of intrekken van een typegoedkeuringscertificaat zouden kunnen leiden.

3.Naast de in lid 2 bedoelde inbreuken geven ten minste de volgende inbreuken door marktdeelnemers eveneens aanleiding tot sancties:

a)het weigeren van toegang tot informatie;

b)het zonder goedkeuring op de markt aanbieden van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden waarvoor goedkeuring is vereist, of het met die intentie vervalsen van documenten of markeringen.

4.De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk [PO: please insert the date 12 months after entry into force of this Regulation.] van de maatregelen tot uitvoering van de leden 1 tot en met 3 op de hoogte en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen ervan.

5.De lidstaten brengen jaarlijks verslag uit aan de Commissie over de sancties die zij hebben opgelegd.

Artikel 90
Administratieve geldboetes

1.Indien bij de in artikel 9, leden 1 en 4, of artikel 54, lid 1, bedoelde nalevingscontrole door de Commissie niet-naleving van de voorschriften van deze verordening door een voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid aan het licht komt, kan de Commissie de betrokken marktdeelnemer wegens inbreuk op deze verordening administratieve geldboetes opleggen. De voorziene administratieve geldboetes moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De geldboetes moeten met name evenredig zijn aan het aantal niet-conforme voertuigen die op de markt van de Unie zijn geregistreerd en het aantal niet-conforme systemen, onderdelen of technische eenheden die in de Unie op de markt zijn aangeboden.

De door de Commissie opgelegde administratieve geldboetes mogen niet bovenop de sancties komen die door de lidstaten overeenkomstig artikel 89 voor dezelfde inbreuk zijn opgelegd, en mogen niet meer bedragen dan 30 000 EUR per niet-conform(e) voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid.

2.De Commissie kan overeenkomstig artikel 88 gedelegeerde handelingen vaststellen teneinde de methoden voor het berekenen en innen van de in lid 1 bedoelde administratieve geldboetes vast te stellen.

3.De bedragen aan administratieve geldboetes zullen worden beschouwd als ontvangsten voor de algemene begroting van de Europese Unie.

Artikel 91
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 715/2007

1.Verordening (EG) nr. 715/2007 wordt als volgt gewijzigd:

1)    de titel van de verordening wordt vervangen door:

"Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6)";

2)    artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

"2.    Voorts stelt deze verordening voorschriften vast voor de conformiteit tijdens het gebruik, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, OBD-systemen en de meting van het brandstofverbruik.";

3)    in artikel 3 worden de punten 14 en 15 geschrapt;

4)    de artikelen 6 tot en met 9 worden geschrapt;

5)    in artikel 13, lid 2, wordt punt e) geschrapt.

6)    Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

1.    Op basis van passende en representatieve monsters controleren de goedkeuringsinstanties dat:

a)    voertuigen die in het verkeer zijn gebracht, voldoen aan de in de typegoedkeuringscertificaten en conformiteitscertificaten vastgestelde grenswaarden voor CO2-emissies en brandstofverbruik;

b)    de volgens de toepasselijke testprocedure vastgestelde grenswaarden voor CO2-emissies en brandstofverbruik representatief zijn voor onder werkelijke rijomstandigheden gemeten emissies.

2.    De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de onder a) en b) bedoelde controleprocedures vast te stellen, alsook eventuele nodige maatregelen om de resultaten van die controles in aanmerking te nemen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel [...] bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld."

2.Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Verordening (EG) nr. 715/2007 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 1 van bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 92
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 595/2009

1.Verordening (EG) nr. 595/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)    artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

"2.    Voorts stelt deze verordening voorschriften vast voor de conformiteit van voertuigen en motoren tijdens het gebruik, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, OBD-systemen, de meting van het brandstofverbruik en CO2-emissies en de toegankelijkheid van de OBD van het voertuig.";

2)    in artikel 3 worden de punten 11 en 13 geschrapt;

3)    artikel 6 wordt geschrapt;

4)    in artikel 11, lid 2, wordt punt e) geschrapt.

2.Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Verordening (EG) nr. 595/2009 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 2 van bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 93
Wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008

1.Bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 692/2008 wordt geschrapt.

2.Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Verordening (EG) nr. 692/2008 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 3 van bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 94
Wijziging van Verordening (EU) nr. 582/2011

1. Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)    de artikelen 2 bis tot en met 2 nonies worden geschrapt;

2)    bijlage XVII wordt geschrapt.

2.Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Verordening (EU) nr. 582/2011 gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 4 van bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 95
Intrekking van Richtlijn 2007/46/EG

Richtlijn 2007/46/EG wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 201X.

Verwijzingen naar Richtlijn 2007/46/EG worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in punt 5 van bijlage XVIII bij deze verordening.

Artikel 96
Overgangsbepalingen

1.Deze verordening leidt niet tot ongeldigverklaring van typegoedkeuringen voor gehele voertuigen of EU-typegoedkeuringen die vóór [PO: please insert the date of application as mentioned in Article 98] voor voertuigen of systemen, onderdelen of technische eenheden zijn verleend.

2.De goedkeuringsinstanties verlenen uitbreidingen en herzieningen van de in lid 1 bedoelde typegoedkeuringen van gehele voertuigen en EU-typegoedkeuringen voor voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden overeenkomstig de artikelen 31 en 32 van deze verordening.

3.De geldigheid van de in lid 1 bedoelde typegoedkeuringen voor gehele voertuigen verstrijkt uiterlijk [PO: please insert the date, which should be the date of application as mentioned in Article 98 + 5 years] en goedkeuringsinstanties mogen die typegoedkeuringen alleen vernieuwen overeenkomstig de bepalingen van artikel 33 van deze verordening.

4.Technische diensten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening reeds waren aangewezen, ondergaan de in artikel 77 bedoelde beoordeling.

De aanwijzing van technische diensten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening reeds waren aangewezen, wordt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening hernieuwd als die technische diensten aan de desbetreffende voorschriften van deze verordening voldoen.

De geldigheid van de aanwijzing van technische diensten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening reeds waren aangewezen, verstrijkt ten laatste twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 97
Verslaglegging

1.De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 31 december 20xx [PO: please insert the year, which should be the year of application as mentioned in Article 98 + 5 years] van de toepassing van de in deze verordening vastgestelde typegoedkeurings- en markttoezichtprocedures in kennis.

2.Op basis van de krachtens lid 1 verstrekte informatie legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 31 december 20yy [PO: please insert the year, which should be the year 20xx as mentioned in paragraph 1 + 1 year] een evaluatieverslag over de toepassing van deze verordening voor, dat ook de werking van de nalevingscontrole overeenkomstig artikel 9 bevat.

Artikel 98
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 201X.

Vanaf [...] [PO: please insert the date 12 months after entry into force of this Regulation.] weigeren nationale autoriteiten evenwel geen EU-typegoedkeuringen of nationale typegoedkeuringen voor een nieuw type voertuig, of de registratie, het in de handel brengen of het in het verkeer brengen van een nieuw voertuig indien het betrokken voertuig voldoet aan deze verordening en de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen, indien een fabrikant daarom vraagt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 30

Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf - Interne markt voor goederen en diensten

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie

Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 31

Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie

Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

Het voorstel moet bijdragen aan de algemene doelstelling om te zorgen voor een open interne markt voor goederen en diensten die groei en werkgelegenheid bevordert

1.4.2.Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Specifieke doelstelling nr. 1: De bestaande regelgeving op de interne markt in specifieke sectoren regelmatig herzien en wanneer dat wenselijk is nieuwe initiatieven voorstellen

Specifieke doelstelling nr. 2: Zorgen voor een juiste toepassing van de EU-wetgeving

Specifieke doelstelling nr. 3: Bedrijven in de EU profiteren van een gelijk speelveld wat regelgeving betreft en van consistente markttoegang op internationaal niveau

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Interne markt voor goederen

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

   Europese burgers (voertuiggebruikers en andere weggebruikers) moeten profiteren van de maatregelen ter voorkoming van slechte veiligheids- en milieuprestaties van motorvoertuigen wanneer het om onveilige en niet-conforme automobielproducten gaat, die bijdragen aan ongevallen op de weg en een slechte luchtkwaliteit, die beiden leiden tot schade aan de gezondheid van personen.

   Marktdeelnemers in de automobieltoeleveringsketen moeten profiteren van de maatregelen ter verhelping van een ongelijk speelveld en oneerlijke concurrentie van diegenen die zich niet aan de spelregels houden of ze negeren. Kmo's in de automobielsector lopen het meest risico schade te ondervinden door marktfalen en tekortkomingen in de regelgeving, en er wordt bijzondere aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen die de voorziene maatregelen hebben voor kmo's.

   Nationale handhavingsinstanties moeten profiteren van de maatregelen ter bestrijding van de tekortkomingen in de regelgeving en om te vermijden dat zij extra lasten oplopen omdat zij die tekortkomingen moeten verhelpen door corrigerende maatregelen te treffen tegen niet-conforme en onveilige producten op hun markten.

1.4.4.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

   veranderingen in de meningen/klachten van consumenten die handhavingsinstanties hebben ontvangen in verband met motorvoertuigen en voertuigonderdelen;

   veranderingen in het aantal/percentage van niet-conforme en onveilige automobielproducten op de EU-markt (bv. vergeleken met bestaande enquêtes);

   veranderingen in het aantal/percentage van vrijwaringsmaatregelen die EU-instanties hebben getroffen tegen niet-conforme en onveilige producten van zowel binnen als buiten de EU gevestigde fabrikanten/importeurs (d.w.z. rekening houdend met de verhoogde traceerbaarheidseisen voor automobielproducten);

   veranderingen van tendensen in de Rapex-meldingen voor voertuigen; en

   veranderingen van tendensen in vrijwillige terugroepingen van motorvoertuigen (als een indicator voor de doeltreffendheid van de geselecteerde beleidsopties om het aantal automobielproducten op de markt dat een veiligheids- of milieurisico vormt, te verminderen).

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Het bestaande regelgevingskader ligt onder vuur omdat het niet voldoende heeft gezorgd voor betrouwbare conformiteitsbeoordelingen vooraf en doeltreffende marktcontroles achteraf. De kritiek komt voort uit het nieuws van september 2015 dat VW al jarenlang de controles van de uitlaatgasnabehandelingsystemen heeft gemanipuleerd.

Als antwoord op deze kritiek en op de zwakheden die in de beoordeling van het typegoedkeuringskader aan bod zijn gekomen, bevat dit voorstel een breed scala aan maatregelen op het gebied van:

-    traceerbaarheid van producten en taken en verantwoordelijkheden van marktdeelnemers in de toeleveringsketen;

-    verantwoordelijkheden van en samenwerking tussen de verschillende nationale autoriteiten die betrokken zijn bij de handhaving van de technische harmonisatiewetgeving voor motorvoertuigen;

-    kwaliteit van de typegoedkeurings- en conformiteitsbeoordelingen door technische diensten;

-    vrijwaringsprocedures na het in de handel brengen en de bepalingen inzake het terugroepen van voertuigen; en

-    procedures voor het waarborgen van de conformiteit van de productie.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

Hoewel de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de wetgeving op hun eigen grondgebied, is het waarborgen van een geharmoniseerde en gecoördineerde, op gemeenschappelijk toepasbare criteria gebaseerde en uniform door de lidstaten gehanteerde benadering essentieel voor het handhaven van een gelijk speelveld in de hele EU door middel van een geharmoniseerde interpretatie, uitvoering en handhaving van de typegoedkeuringsvoorschriften, gesteund door geharmoniseerde bepalingen inzake markttoezicht om de lidstaten van voldoende middelen te voorzien voor de controle van producten op de markt en voor doeltreffende en gemeenschappelijke corrigerende maatregelen tegen de aanwezigheid van niet-conforme en onveilige producten op de markt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De bestaande richtlijn inzake de typegoedkeuring van motorvoertuigen heeft in 2007 een herziening ondergaan. Uit ervaring met de uitvoering is echter gebleken dat de mechanismen voor het waarborgen van een geharmoniseerde uitvoering en handhaving niet voldoende solide zijn. Er zijn aanzienlijke afwijkingen in de interpretatie en toepassing van de regels aan het licht gekomen, waardoor de voornaamste doelstellingen van de richtlijn, te weten een toereikend(e) veiligheidsniveau en milieuprestaties van motorvoertuigen, worden ondermijnd.

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Er wordt betere coherentie verwacht met andere wetgeving op het gebied van typegoedkeuring (bv. met betrekking tot landbouwtrekkers en motorfietsen), die in 2013 is herzien.

Er worden synergieën verwacht op het gebied van markttoezicht door voort te bouwen op de beginselen en standaardreferentiebepalingen van NWK-verordening 765/2008 en Besluit nr. 768/2008.

1.6.Duur en financiële gevolgen

◻ Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

⌧Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2017 tot en met 2020,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 32

Direct beheer door de Commissie

⌧door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen;

Gedeeld beheer met lidstaten

Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;

◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;

◻ de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

◻ publiekrechtelijke organen;

◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

De Commissie is voornemens de betrokken maatregelen uit te voeren via direct gecentraliseerd beheer door haar eigen diensten, in het bijzonder via het GCO wat technische en wetenschappelijk ondersteuning betreft. Dit zal door middel van het instrument voor administratieve regeling worden gereguleerd.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Het bij deze verordening ingestelde technisch comité motorvoertuigen en het bij artikel 10 opgerichte forum zullen een platform vormen voor regelmatige besprekingen over kwesties met betrekking tot de uitvoering van het versterkte regelgevingskader voor de typegoedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen.

De lidstaten zullen jaarlijks verslag uit moeten brengen bij de Commissie over de sancties die zij hebben opgelegd.

Vijf jaar na de inwerkingtreding informeren de lidstaten de Commissie over de toepassing van de in deze verordening vastgestelde procedure voor typegoedkeuring en markttoezicht. Op basis van die informatie brengt de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad verslag uit over de uitvoering van de nieuwe verordening.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

De voorgestelde maatregelen ter beperking van de geldigheidsduur van de aanwijzing van technische diensten zou kunnen leiden tot een tijdelijk tekort aan technische diensten en dus tot vertragingen voor de fabrikant bij het verkrijgen van typegoedkeuring voor zijn producten.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

De introductie van gecoördineerd toezicht op technische diensten zal samengaan met passende overgangsmaatregelen om de in het kader van Richtlijn 2007/46/EG aangewezen technische diensten in staat te stellen hun aanwijzing te laten vernieuwen overeenkomstig de bepalingen in de nieuwe verordening, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de verordening. De Commissie stelt richtsnoeren op ter waarborging van een evenredig en praktisch uitvoerbaar nieuw toezichtsmechanisme.

2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

De kosten voor het toezichtscontrolemechanisme zullen bestaan uit de deelname van deskundigen van de lidstaten en vertegenwoordigers van de Commissie aan gezamenlijke controles van technische diensten. De voordelen zijn het waarborgen van een hoge mate van betrouwbaarheid van de prestaties van conformiteitsbeoordeling door de technische diensten.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

De Commissiediensten zullen niet alleen alle controlemechanismen waarin de regelgeving voorziet toepassen, maar zullen ook een fraudebestrijdingsstrategie ontwikkelen overeenkomstig de op 24 juni 2011 goedgekeurde nieuwe fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (CAFS), om er onder meer voor te zorgen dat hun interne fraudebestrijdingscontroles volledig in overeenstemming worden gebracht met de CAFS en dat de aanpak van het frauderisicobeheer wordt gericht op de identificatie van frauderisicogebieden, in het bijzonder met betrekking tot de financiering van de uitvoeringsactiviteiten van deze verordening. In het bijzonder zal een reeks maatregelen worden genomen, zoals:

- in besluiten, overeenkomsten en contracten die voortvloeien uit de financiering van de uitvoeringsactiviteiten van de verordening, zal expliciet worden vermeld dat de Commissie, inclusief OLAF, en de Rekenkamer bevoegd zijn om audits, controles ter plaatse en inspecties te verrichten;

- tijdens de evaluatiefase van een oproep tot het indienen van voorstellen/aanbesteding wordt aan de hand van verklaringen en het vroegtijdige waarschuwingssysteem (EWS) gecontroleerd of de bekendgemaakte uitsluitingscriteria niet op de indieners van de voorstellen en de inschrijvers van toepassing zijn.

Bovendien zal de Commissie controleren of de regels inzake belangenverstrengeling voor de uitvoeringsacties van deze verordening strikt worden gehandhaafd.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgaven

Bijdrage

Hoofdstuk 02.03
Interne markt voor goederen en diensten

GK/ NGK 33

van EVA-landen 34

van kandidaat-lidstaten 35

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1a

02.03.01 Werking en ontwikkeling van de interne markt voor goederen en diensten

Gespl.

JA

NEE

NEE

NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.De in dit ontwerpvoorstel voor een verordening voorziene maatregelen zullen geen gevolgen hebben voor de EU-begroting buiten de kredieten die reeds in de officiële financiële programmering van de Commissie zijn voorzien, aangezien eventuele vereiste financiële middelen zullen moeten worden voorzien door middel van bestemmingsontvangsten en herschikking.

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader 

1a

Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

DG: GROW

Jaar

2017

Jaar

2018

Jaar

2019

Jaar

2020

TOTAAL van de jaren 2017-2020

Volgende jaren 36

Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel: 02.03.01

Vastleggingen

1)

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

Betalingen

2)

5 600

9,835

9,170

9,707

34,312

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 37

Nummer begrotingsonderdeel

3)

TOTAAL beleidskredieten
voor DG GROW

Vastleggingen

=1+1a +3

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

Betalingen

=2+2a

+3

5,600

9,835

9,170

9,707

34,312



TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

Betalingen

5)

5,600

9,835

9,170

9,707

34,312

TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1a van het meerjarige financiële kader

Vastleggingen

=4+ 6

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

Betalingen

=5+ 6

5,600

9,835

9,170

9,707

34,312





Rubriek van het meerjarige financiële kader 

5.

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar

2017

Jaar

2018

Jaar

2019

Jaar

2020

TOTAAL van de jaren 2017-2020

Volgende jaren 38

DG: GROW

Personele middelen

1,206

1,206

1,206

1,206

4,824

1,206

Andere administratieve uitgaven

0,235

0,240

0,244

0,249

0,968

0,254

TOTAAL DG GCO

Kredieten

1,441

1,446

1,450

1,455

5,792

1,460

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

1,441

1,446

1,450

1,455

5,792

1,460

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar

2017

Jaar

2018

Jaar

2019

Jaar

2020

TOTAAL van de jaren 2017-2020

Volgende jaren

TOTAAL kredieten voor RUBRIEKEN 1 t/m 5 van het meerjarige financiële kader 

Vastleggingen

10,891

10,731

10,470

8,012

40,104

8,054

Betalingen

7,041

11,281

10,620

11,262

40,104

1,460

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar2017

Jaar2018

Jaar2019

Jaar2020

TOTAAL van de jaren 2017-2020

Volgende jaren

OUTPUTS

Soort 39

Gem. kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Neen

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

Kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 40

Mechanismen vaststellen die zorgen voor de geharmoniseerde uitvoering en handhaving van de regelgeving inzake typegoedkeuring en markttoezicht door alle lidstaten met een duurzaam, doeltreffend en geloofwaardig beheer op EU-niveau, met toegang tot interne en externe techinsche en wetenschappelijke deskundigheid, waardoor verbeterde coördinatie, voor een verbeterde coördinatie, samenwerking en het delen van middelen tussen handhavingsinstanties in de lidstaten.

- Output

Bijeenkomsten van het technisch comité motorvoertuigen en het Forum inzake handhaving

20 vergaderdagen

0,500

20 vergaderdagen

0,510

20 vergaderdagen

0,520

20 vergaderdagen

0,530

2,06

20 vergaderdagen

0,541

- Output

Technische en wetenschappelijke ondersteuning (JRC)

7,700

7 500.

7,200

4,700

27,100

4,700

- Output

Controles/
gezamenlijke beoordelingen van technische diensten

1,250

1,275

1,300

1,327

5,152

1,353

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

TOTALE KOSTEN

9,450

9,285

9,020

6,557

34,312

6,594

3.2.4.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.1.Samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar 2017

Jaar 2018

Jaar 2019

Jaar 2020

TOTAAL van de jaren 2017-2020

Volgende jaren

RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader

Personele middelen (DG GROW)

1,206

1,206

1,206

1,206

4,824

1,206

Overige administratieve uitgaven (DG GROW)

0,235

0,240

0 244

0,249

0,968

0,254

Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader

1,441

1,446

1,450

1,455

5,792

1,460

Buiten RUBRIEK 5 41 van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader

TOTAAL

1,441

1,446

1,450

1,455

5,792

1,460

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van DG GROW die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.2.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar

2017

Jaar

2018

Jaar
2019

Jaar
2020

Volgende jaren 42

•Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

02 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

9 (GROW)

9 (GROW)

9 (GROW)

9 (GROW)

9 (GROW)

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

 Extern personeel (in voltijdequivalenten vte) 43

XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 jj 44

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, SNE – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

9

9

9

9

9

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de vereiste personele middelen zullen personeelsleden van DG GROW worden ingezet die al verantwoordelijk zijn voor het beheer van het huidige typegoedkeuringskader en/of binnen of buiten het DG zijn herverdeeld (geraamde behoeften: 6 AD/vte en 3 AST/vte).

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

controle van de passende uitvoering en handhaving van deze verordening; uitwerking van gedelegeerde handelingen/uitvoeringshandelingen en richtsnoeren; organisatie van en toezicht op "gezamenlijke beoordelingen" van technische diensten en controle van het aanwijzings- en monitoringproces door de lidstaten; coördinatie van markttoezichtactiviteiten op EU-niveau.

Extern personeel

3.2.5.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.6.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

⌧Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2017

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

Totaal

Volgende jaren

Medefinancieringsbron: De lidstaten door middel van hun nationale vergoedingsstructuur voor het financieren van hun typegoedkeurings- en markttoezichtactiviteiten en het bijdragen aan de kosten voor de onafhankelijke nalevingscontrole door de Commissie.

TOTAAL medegefinancierde kredieten

7,700

7,500

7,200

4,700

27,100

xx

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de diverse ontvangsten (bijdragen van de lidstaten zoals vermeld in punt 3.2.5)

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 45

Jaar
2017

Jaar
2018

Jaar
2019

Jaar
2020

Artikel 6600

7,700

7,500

7,200

4,700

Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

02.03.01 Werking en ontwikkeling van de interne markt voor goederen en diensten

Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.

(1) PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
(2) COM(2012) 636 final.
(3) PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.
(4) PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.
(5) http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/automotive/documents/consultations/2010-internal-market/index_en.htm  
(6) http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/automotive/files/projects/report-internal-market-legislation_en.pdf  
(7) http://ec.europa.eu/enterprise/sectors/automotive/files/projects/impact-assessment-internal-market-legislation_en.pdf  
(8) SWD(2013) 466 final.
(9) PB C  van , blz. .
(10) Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).
(11) Werkdocument van de diensten van de Commissie "Fitness Check of the EU legal framework for the type-approval of motor vehicles" (SWD(2013) 466 final).
(12) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(13) Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen ("Herziene overeenkomst van 1958") (PB L 346 van 17.12.1997, blz. 81).
(14) Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1).
(15) Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 (PB L 346 van 17.12.1997, blz. 78).
(16) Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1).
(17) Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1).
(18) Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).
(19) Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1).
(20) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(21) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).
(22) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).
(23) Verordening (EU) nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 1).
(24) Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
(25) Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).
(26) Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
(27) Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie van 11 januari 2011 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de voorgeschreven constructieplaat en voor het voertuigidentificatienummer van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1).
(28) Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 57).
(29) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(30) ABM: activity-based management ABB: activity-based budgeting.
(31) In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(32) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html
(33) GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten.
(34) EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(35) Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.
(36) Voor de periode na 31 december 2020 is het bedrag afhankelijk van het meerjarige financiële kader dat zal gelden voor de periode die in 2021 begint, overeenkomstig artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(37) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(38) Voor de periode na 31 december 2020 is het bedrag afhankelijk van het meerjarige financiële kader dat zal gelden voor de periode die in 2021 begint, overeenkomstig artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
(39) Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(40) Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".
(41) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(42) Zie voetnoot 38.
(43) AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(44) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(45) Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.
Top

Brussel, 27.1.2016

COM(2016) 31 final

BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

{SWD(2016) 9 final}
{SWD(2016) 10 final}


BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd

Lijst van bijlagen

Bijlage I

Inlichtingenformulier — Volledige lijst van de te verstrekken informatie voor EU-typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

Bijlage II

Algemene definities, criteria voor de indeling in voertuigcategorieën, voertuigtypen en carrosserietypen

Aanhangsel 1:

Controleprocedure voor de indeling van een voertuig als terreinvoertuig

Aanhangsel 2:

Aanvullende cijfers voor de codes voor de verschillende soorten carrosserie

Bijlage III

Inlichtingenformulier voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen

Bijlage IV

Voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden

Deel I

Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in onbeperkte series geproduceerde voertuigen

Aanhangsel 1:

Regelgevingshandelingen voor de EU-typegoedkeuring van in kleine series geproduceerde voertuigen krachtens artikel 39

Aanhangsel 2:

Voorschriften voor de individuele goedkeuring van een voertuig krachtens artikel 42

Deel II

Lijst van VN/ECE-reglementen die worden erkend als alternatief voor de in deel I vermelde richtlijnen of verordeningen

Deel III

Lijst van regelgevingshandelingen tot vaststelling van de voorschriften voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen voor speciale doeleinden

Aanhangsel 1:

Kampeerwagens, ambulances en lijkwagens

Aanhangsel 2:

Gepantserde voertuigen

Aanhangsel 3:

Voor rolstoelen toegankelijke voertuigen

Aanhangsel 4:

Overige voertuigen voor speciale doeleinden (inclusief speciale groep, multifunctionele werktuigdragers en caravans)

Aanhangsel 5:

Mobiele kranen

Aanhangsel 6:

Aanhangwagens voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen

Bijlage V

Procedures voor EU-typegoedkeuring

Aanhangsel 1:

Normen waaraan de in artikel 72 bedoelde entiteiten moeten voldoen

Aanhangsel 2:

Procedure voor de beoordeling van de technische diensten

Aanhangsel 3:

Algemene voorschriften voor de indeling van de testrapporten

Bijlage VI

Modellen van het EU-typegoedkeuringscertificaat

Aanhangsel:

Lijst van regelgevingshandelingen waaraan het voertuigtype voldoet

Bijlage VII

Nummeringssysteem voor EU-typegoedkeuringscertificaten

Aanhangsel:

EU-typegoedkeuringsmerk van onderdelen of technische eenheden

Bijlage VIII

Testresultaten

Bijlage IX

Conformiteitscertificaat

Bijlage X

Procedures voor de conformiteit van de productie

Bijlage XI

Model en nummeringssysteem voor het vergunningscertificaat voor het in de handel en in het verkeer brengen van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een ernstig risico kunnen vormen voor de correcte werking van essentiële systemen

Aanhangsel:

Model van het EU-vergunningscertificaat

Bijlage XII

Beperkingen voor kleine series

Bijlage XIII

Lijst van voertuigdelen of uitrustingsstukken die een aanzienlijk risico kunnen vormen voor de correcte werking van systemen die essentieel zijn voor de veiligheid van het voertuig of voor zijn milieuprestaties, de prestatievereisten van dergelijke voertuigdelen of uitrustingsstukken, de passende testprocedures en de voorschriften inzake het merken en het verpakken

Bijlage XIV

Lijst van overeenkomstig de desbetreffende regelgevingshandelingen verleende, geweigerde of ingetrokken EU-typegoedkeuringen

Bijlage XV

Regelgevingshandelingen waarvoor een fabrikant als technische dienst kan worden aangewezen

Aanhangsel:

Aanwijzing van een fabrikant als technische dienst en uitbestedingen

Bijlage XVI

Voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden door een fabrikant of een technische dienst

Aanhangsel 1:

Algemene voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden

Aanhangsel 2:

Specifieke voorwaarden voor het gebruik van virtuele testmethoden

Aanhangsel 3:

Validering

Bijlage XVII

Procedures voor de EU-meerfasentypegoedkeuring

Aanhangsel:

Model van de extra plaat van de fabrikant

Bijlage XVIII

Toegang tot OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen

Aanhangsel 1:

Certificaat van de fabrikant met betrekking tot OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig

Aanhangsel 2:

OBD-informatie van het voertuig

Bijlage XIX

Concordantietabel



BIJLAGE I

INLICHTINGENFORMULIER — VOLLEDIGE LIJST VAN DE TE VERSTREKKEN INFORMATIE VOOR EU-TYPEGOEDKEURING VAN VOERTUIGEN, SYSTEMEN, ONDERDELEN OF TECHNISCHE EENHEDEN (a)

DEEL I

De inlichtingenformulieren voor de EU-typegoedkeuring van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden zoals voorgeschreven door deze verordening en de in bijlage IV vermelde regelgevingshandelingen zijn uitsluitend uittreksels uit deze volledige lijst en houden de nummering ervan aan.

De onderstaande gegevens worden in drievoud verstrekt en gaan vergezeld van een lijst van de opgenomen elementen. Eventuele tekeningen moeten op een passende schaal en met voldoende details, in formaat A4 of tot dat formaat gevouwen, worden ingediend. Op eventuele foto's moeten voldoende details te zien zijn.

Indien de in deze bijlage bedoelde systemen, onderdelen of technische eenheden elektronisch gestuurde functies hebben, worden gegevens over de prestaties verstrekt.

1.    ALGEMEEN

1.1.    Merk (handelsnaam van de fabrikant): …

1.2.    Type: …

1.2.0.1.    Chassis: …

1.2.0.2.    Carrosserie/compleet voertuig: …

1.2.1.    Handelsbenaming(en) (indien beschikbaar): …

1.2.2.    In het geval van voertuigen waarvoor meerfasentypegoedkeuring is verleend, typegoedkeuringsinformatie van het basisvoertuig of het voertuig in de vorige fase (vermeld de informatie voor elke fase. Hiervoor mag een matrix worden gebruikt).

Type: ……………………………....…………………………….………………

Variant(en): …………………...………………………………..………………..

Uitvoering(en): ………………….…………………………….………………...

Typegoedkeuringsnummer, inclusief uitbreidingsnummer: .………………….

1.3.    Middel tot identificatie van het type, indien aangebracht op het voertuig/het onderdeel/de technische eenheid (1) (b): …

1.3.0.1.    Chassis: …

1.3.0.2.    Carrosserie/compleet voertuig: …

1.3.1.    Plaats van dat identificatiemiddel: …

1.3.1.1.    Chassis: …

1.3.1.2.    Carrosserie/compleet voertuig: …

1.4.    Voertuigcategorie (c): …

1.4.1.    Indeling(en), op basis van de gevaarlijke goederen die het voertuig moet vervoeren: …

1.5.    Bedrijfsnaam en adres van de fabrikant: …

1.5.1.    In het geval van meerfasentypegoedkeuring, naam van de onderneming en adres van de fabrikant van het basisvoertuig of het voertuig in de vorige fase(n):

1.6.    Plaats en wijze van aanbrenging van de voorgeschreven platen en plaats van het voertuigidentificatienummer: …

1.6.1.    Op het chassis: …

1.6.2.    Op de carrosserie: …

1.7.    (Niet gebruikt)

1.8.    Naam en adres van de assemblagefabriek(en): …

1.9.    Naam en adres van de eventuele vertegenwoordiger van de fabrikant: …

2.    ALGEMENE CONSTRUCTIEKENMERKEN

2.1.    Foto's en/of tekeningen van een representatief voertuig/onderdeel/technische eenheid (1): …

2.2.    Maattekening van het gehele voertuig: …

2.3.    Aantal assen en wielen: …

2.3.1.    Aantal en plaats van de assen met dubbellucht: …

2.3.2.    Aantal en plaats van de gestuurde assen: …

2.3.3.    Aangedreven assen (aantal, plaats en onderlinge verbinding): …

2.4.    Chassis (indien aanwezig) (overzichtstekening): …

2.5.    Materiaal van de zijbalken (d): …

2.6.    Plaats en opstelling van de motor: …

2.7.    Stuurcabine (frontstuurcabine of torpedofront) (e): …

2.8.    Kant van het stuur: rechts/links (1).

2.8.1.    Het voertuig is uitgerust om te worden gebruikt in rechts-/linksrijdend (1) verkeer.

2.9.    Geef aan of het trekkende voertuig bestemd is om een oplegger of andere aanhangwagen te trekken en of die aanhangwagen een oplegger, een autonome aanhangwagen, een middenasaanhangwagen of aanhangwagen met stijve dissel is: …

2.10.    Geef aan of het voertuig speciaal ontworpen is voor het vervoer van goederen bij een geregelde temperatuur: …

3.    MASSA'S EN AFMETINGEN (f) ( g ) ( 6 ) 

   (in kg en mm) (in voorkomend geval naar tekening verwijzen)

3.1.    Wielbasis of -bases (bij volle belasting) (g1): … 

3.1.1.    Tweeassige voertuigen: …

3.1.2.    Voertuigen met drie of meer assen

3.1.2.1.    Afstand tussen de opeenvolgende assen van de voorste naar de achterste as toe: …

3.1.2.2.    Totale asafstand: …

3.2.    Koppelschotel

3.2.1.    Voor opleggers

3.2.1.1.    Afstand tussen het hart van de koppelingspen en het achterste punt van de oplegger: …

3.2.1.2.    Maximumafstand tussen het hart van de koppelingspen en een willekeurig punt aan de voorzijde van de oplegger: …

3.2.1.3.    Referentiewielbasis van de oplegger (zoals voorgeschreven in bijlage I, deel D, punt 3.2, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie 1 ): …

3.2.2.    Voor opleggertrekkers

3.2.2.1.    Afstand hart koppelschotel/hart achteras (maximaal en minimaal; de toelaatbare waarden voor een incompleet voertuig aangeven) (g2): …

3.2.2.2.    Maximale hoogte van de koppelschotel (genormaliseerd) (g3): …

3.3.    Spoorwijdte en breedte van de assen

3.3.1.    Spoorwijdte op elke gestuurde as (g4): …

3.3.2.    Spoorwijdte op alle andere assen (g4): …

3.3.3.    Breedte van de breedste achteras: …

3.3.4.    Breedte van de voorste as (gemeten aan de buitenzijde van de banden, exclusief de bolling van de banden dicht bij het wegdek): …

3.4.    Bereik van de (totale) afmetingen van het voertuig

3.4.1.    Chassis zonder carrosserie

3.4.1.1.    Lengte (g5): …

3.4.1.1.1.    Maximaal toelaatbare lengte: …

3.4.1.1.2.    Minimaal toelaatbare lengte: …

3.4.1.1.3.    Bij aanhangwagens, maximaal toelaatbare lengte van de dissel (g6): …

3.4.1.2.    Breedte (g7): …

3.4.1.2.1.    Maximaal toelaatbare breedte: …

3.4.1.2.2.    Minimaal toelaatbare breedte: …

3.4.1.3.    Hoogte (in rijklare toestand) (g8) (bij in hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

3.4.1.4.    Vooroverbouw (g9): …

3.4.1.4.1.    Oploophoek (g10): …… graden.

3.4.1.5.    Achteroverbouw (g11): …

3.4.1.5.1.    Afloophoek (g12): …… graden.

3.4.1.5.2.    Minimaal en maximaal toelaatbare overhang van het koppelpunt (g13): …

3.4.1.6.    Bodemvrijheid (zoals gemeten overeenkomstig bijlage II, aanhangsel 1, punt 3)

3.4.1.6.1.    Tussen de assen: …

3.4.1.6.2.    Onder de vooras(sen): …

3.4.1.6.3.    Onder de achteras(sen): …

3.4.1.7.    Hellingshoek (g14): …… graden.

3.4.1.8.    Toelaatbare uiterste posities van het zwaartepunt van de carrosserie en/of de binneninrichting en/of de uitrusting en/of de nuttige lading: …

3.4.2.    Chassis met carrosserie

3.4.2.1.    Lengte (g5): …

3.4.2.1.1.    Lengte van de laadruimte: …

3.4.2.1.2.    Bij aanhangwagens, maximaal toelaatbare lengte van de dissel (g6): …

3.4.2.2.    Breedte (g7): …

3.4.2.2.1.    Dikte van de wanden (bij voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen bij een geregelde temperatuur): …

3.4.2.3.    Hoogte (in rijklare toestand) (g8) (bij in hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

3.4.2.4.    Vooroverbouw (g9): …

3.4.2.4.1.    Oploophoek (g10): …… graden.

3.4.2.5.    Achteroverbouw (g11): …

3.4.2.5.1.    Afloophoek (g12): …… graden.

3.4.2.5.2.    Minimaal en maximaal toelaatbare overhang van het koppelpunt (g13): …

3.4.2.6.    Bodemvrijheid (zoals gemeten overeenkomstig bijlage II, aanhangsel 1, punt 3)

3.4.2.6.1.    Tussen de assen: …

3.4.2.6.2.    Onder de vooras(sen): …

3.4.2.6.3.    Onder de achteras(sen): …

3.4.2.7.    Hellingshoek (g14): …… graden.

3.4.2.8.    Toelaatbare uiterste posities van het zwaartepunt van de lading (bij een niet-gelijkmatig verdeelde lading): …

3.4.2.9.    Plaats van het zwaartepunt van het voertuig (M2 en M3) bij zijn technisch toelaatbare maximummassa in lengte-, dwars- en verticale richting): …

3.4.3.    Voor carrosserie goedgekeurd zonder chassis (voertuigen van de categorieën M2 en M3)

3.4.3.1.    Lengte (g5): …

3.4.3.2.    Breedte (g7): …

3.4.3.3.    Nominale hoogte (in rijklare toestand) (g8) van het (de) bedoelde chassistype(n) (bij in de hoogte verstelbare vering de normale rijstand aangeven): …

3.5.    Minimummassa op de gestuurde as(sen) voor incomplete voertuigen:

3.6.    Massa in rijklare toestand (h)

a)    minimum en maximum voor elke variant: …

b)    massa van elke uitvoering (er moet een matrix worden opgesteld): …

3.6.1.    Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger, een middenasaanhangwagen of een aanhangwagen met stijve dissel, de massa op het koppelpunt: …

a)    minimum en maximum voor elke variant: …

b)    massa van elke uitvoering (er moet een matrix worden opgesteld): …

3.6.2.    Massa van de optionele uitrusting (zoals voorzien in artikel 2, punten 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1230/2012): …

3.7.    Minimummassa van het voltooide voertuig volgens fabrieksopgave in het geval van een incompleet voertuig: …

3.7.1.    Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de belasting op het koppelingspunt: …

3.8.    Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand volgens fabrieksopgave (i) (3): …

3.8.1.    Verdeling van deze massa over de assen en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de belasting op het koppelingspunt (3): …

3.9.    Technisch toelaatbare maximummassa op elke as:

3.10.    Technisch toelaatbare massa op iedere groep assen:

3.11.    Technisch toelaatbare getrokken maximummassa van het trekkende voertuig 

in het geval van een:

3.11.1.    autonome aanhangwagen: …

3.11.2.    oplegger: …

3.11.3.    middenasaanhangwagen: …

3.11.3.1.    Maximumverhouding tussen koppelingsoverhang (j) en wielbasis: …

3.11.3.2.    Maximale V-waarde: …… kN.

3.11.4.    aanhangwagen met stijve dissel: …

3.11.5.    Technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van de combinatie (3): …

3.11.6.    Maximummassa van niet-beremde aanhangwagens: …

3.12.    Technisch toelaatbare maximale belasting van het koppelingspunt:

3.12.1.    van een trekkend voertuig: …

3.12.2.    van een oplegger, middenasaanhangwagen of autonome aanhangwagen: …

3.12.3.    Maximaal toelaatbare massa van de koppelinrichting (indien deze niet door de fabrikant is gemonteerd): …

3.13.    Uitzwaai van de achterkant (bijlage I, deel C, punten 6 en 7, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012): …

3.14.    Verhouding tussen motorvermogen en maximummassa: ….. kW/kg.

3.14.1.    Verhouding tussen motorvermogen en technisch toelaatbare maximummassa van de voertuigcombinatie in beladen toestand (bijlage I, deel C, punt 5, bij Verordening (EU) nr. 1230/2012): ……kW/kg.

3.15.    Startvermogen op een helling (solo voertuig) (4): …… %.

3.16.    Maximaal toelaatbare massa's bij registratie/in het verkeer (facultatief) 

3.16.1.    Maximaal toelaatbare massa in beladen toestand bij registratie/in het verkeer: …

3.16.2.    Maximaal toelaatbare massa op elke as bij registratie/in het verkeer en, in het geval van een oplegger of middenasaanhangwagen, de door de fabrikant opgegeven beoogde belasting op het koppelpunt indien deze lager is dan de technisch toelaatbare maximummassa op het koppelpunt: …

3.16.3.    Maximaal toelaatbare massa op elke groep assen bij registratie/in het verkeer: …

3.16.4.    Maximaal toelaatbare getrokken massa bij registratie/in het verkeer: …

3.16.5.    Maximaal toelaatbare massa van de voertuigcombinatie bij registratie/in het verkeer: …

3.17.    Voertuig dat voor meerfasentypegoedkeuring ter beschikking wordt gesteld (alleen voor incomplete of voltooide voertuigen van categorie N1 die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 715/2007 vallen): ja/nee (1)

3.17.1.    Massa van het basisvoertuig in rijklare toestand: …kg.

3.17.2.    Standaard toegevoegde massa, berekend overeenkomstig punt 5 van bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 692/2008: …kg.

4.    MOTOR (k) 

4.1.    Fabrikant van de motor:  

4.1.1.    Motorcode van de fabrikant (zoals vermeld op de motor) of ander identificatiemiddel: …

4.1.2.    Goedkeuringsnummer (in voorkomend geval), inclusief brandstofidentificatiemarkering: …

(alleen voor zware voertuigen)

4.2.    Verbrandingsmotor

4.2.1.    Specifieke informatie over de motor 

4.2.1.1.    Werkingsprincipe: elektrische ontsteking/compressieontsteking/dualfuel (1)

Cyclus: viertakt/tweetakt/draaizuiger (1)

4.2.1.1.1.    Type dualfuelmotor: type 1A/type 1B/type 2A/type 2B/type 3B (1) (x1)

4.2.1.1.2.    Gasenergieverhouding tijdens het warme gedeelte van de WHTC-testcyclus: … %

4.2.1.2.    Aantal en opstelling van de cilinders: …

4.2.1.2.1.    Boring (l): …… mm

4.2.1.2.2.    Slag (l): …… mm

4.2.1.2.3.    Ontstekingsvolgorde: …

4.2.1.3.    Cilinderinhoud (m): …… cm3 

4.2.1.4.    Volumetrische compressieverhouding (2): …

4.2.1.5.    Tekeningen van verbrandingskamer, zuigerkop en, bij elektrische-ontstekingsmotoren, zuigerveren: …

4.2.1.6.    Normaal stationair toerental (2): …… min-1 

4.2.1.6.1.    Hoog stationair toerental (2): …… min-1

4.2.1.6.2.    Stationair draaien op diesel: ja/nee (1) (x1)

4.2.1.7.    Volumepercentage koolmonoxide in de uitlaatgassen bij stationair draaiende motor (2): … % volgens fabrieksopgave (alleen voor elektrische-ontstekingsmotoren)

4.2.1.8.    Nettomaximumvermogen (n): … kW bij … min-1 (volgens fabrieksopgave)

4.2.1.9.    Maximaal toegestaan motortoerental volgens fabrieksopgave: … min-1 

4.2.1.10.    Nettomaximumkoppel (n): … nM bij … min-1 (volgens fabrieksopgave)

4.2.1.11.    (Alleen Euro VI) Verwijzingen van de fabrikant naar het bij de artikelen 5, 7 en 9 van Verordening (EU) nr. 582/2011 voorgeschreven documentatiepakket op grond waarvan de goedkeuringsinstantie een oordeel kan vellen over de emissiebeheersingsstrategieën en de systemen aan boord van de motor voor de juiste werking van NOx-beperkingsmaatregelen

4.2.2.    Brandstof 

4.2.2.1.    Lichte voertuigen: diesel/benzine/lpg/aardgas of biomethaan/ethanol (E 85)/biodiesel/waterstof/H2NG (1) (6)

4.2.2.2.    Zware voertuigen: diesel/benzine/lpg/aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL/ethanol (ED95)/ethanol (E85)/lng/lng20/ (1)(6)

4.2.2.2.1.    (Alleen Euro VI) Brandstoffen die voor de motor kunnen worden gebruikt zoals opgegeven door de fabrikant overeenkomstig bijlage I, punt 1.1.2, bij Verordening (EU) nr. 582/2011 (naargelang het geval)

4.2.2.3.    Vulopening brandstoftank: vernauwde opening/sticker (1)

4.2.2.4.    Voertuigbrandstoftype: monofuel, bifuel, flexfuel (1)

4.2.2.5.    Maximaal aanvaardbare hoeveelheid biobrandstof in de brandstof (volgens fabrieksopgave): …… vol.-%

4.2.3.    Brandstoftank(s) 

4.2.3.1.    Bedrijfsbrandstoftank(s)

4.2.3.1.1.    Aantal en inhoud van elke tank: …

4.2.3.1.1.1.    Materiaal: …

4.2.3.1.2.    Tekening en technische beschrijving van de tank(s) met alle verbindingen en alle leidingen van het ontluchtings- en ventilatiesysteem, vergrendeling, kleppen, bevestigingsmiddelen: …

4.2.3.1.3.    Tekening waarop duidelijk de plaats(en) van de tank(s) in het voertuig is (zijn) aangegeven: …

4.2.3.2.    Reservebrandstoftank(s)

4.2.3.2.1.    Aantal en inhoud van elke tank: …

4.2.3.2.1.1.    Materiaal: …

4.2.3.2.2.    Tekening en technische beschrijving van de tank(s) met alle verbindingen en alle leidingen van het ontluchtings- en ventilatiesysteem, vergrendeling, kleppen, bevestigingsmiddelen: …

4.2.3.2.3.    Tekening waarop duidelijk de plaats(en) van de tank(s) in het voertuig is (zijn) aangegeven: …

4.2.4.    Brandstoftoevoer 

4.2.4.1.    Via carburateur(s): ja/nee (1)

4.2.4.2.    Door brandstofinspuiting (alleen compressieontsteking of dualfuel): ja/nee (1)

4.2.4.2.1.    Beschrijving van het systeem: …

4.2.4.2.2.    Werkingsprincipe: directe inspuiting/voorkamer/wervelkamer (1)

4.2.4.2.3.    Inspuitpomp

4.2.4.2.3.1.    Merk(en): …

4.2.4.2.3.2.    Type(n): …

4.2.4.2.3.3.    Maximale brandstofopbrengst (1) (2): …… mm3/slag of cyclus bij een motortoerental van … min-1 of eventueel karakteristiek schema: …

   (Als aanjaagdrukregeling wordt toegepast, de karakteristieke brandstofopbrengst vermelden, alsmede de aanjaagdruk met bijbehorend motortoerental)

4.2.4.2.3.4.    Statisch inspuittijdstip (2): …

4.2.4.2.3.5.    Inspuitvervroegingscurve (2): …

4.2.4.2.3.6.    Kalibratieprocedure: testbank/motor (1)

4.2.4.2.4.    Regulateur

4.2.4.2.4.1.    Type: …

4.2.4.2.4.2.    Uitschakelingspunt

4.2.4.2.4.2.1.    Uitschakelingspunt onder belasting: …… min-1 

4.2.4.2.4.2.2.    Uitschakelingspunt zonder belasting: …… min-1 

4.2.4.2.4.2.3.    Stationair toerental: ….. min-1 

4.2.4.2.5.    Inspuitleidingen (alleen voor zware voertuigen)

4.2.4.2.5.1.    Lengte: …… mm

4.2.4.2.5.2.    Inwendige diameter: …… mm

4.2.4.2.5.3.    Common rail, merk en type: …

4.2.4.2.6.    Inspuiter(s)

4.2.4.2.6.1.    Merk(en): …

4.2.4.2.6.2.    Type(n): …

4.2.4.2.6.3.    Openingsdruk (2): … kPa of karakteristiek schema (2): …

4.2.4.2.7.    Koudstartsysteem

4.2.4.2.7.1.    Merk(en): …

4.2.4.2.7.2.    Type(n): …

4.2.4.2.7.3.    Omschrijving: …

4.2.4.2.8.    Hulpstartsysteem

4.2.4.2.8.1.    Merk(en): …

4.2.4.2.8.2.    Type(n): …

4.2.4.2.8.3.    Beschrijving van het systeem: …

4.2.4.2.9.    Elektronische inspuiting: ja/nee (1)

4.2.4.2.9.1.    Merk(en): …

4.2.4.2.9.2.    Type(n):

4.2.4.2.9.3.    Beschrijving van het systeem (bij andere dan continue inspuitsystemen soortgelijke gegevens verstrekken): …

4.2.4.2.9.3.1.    Merk en type van de elektronische regeleenheid (ECU): …

4.2.4.2.9.3.2.    Merk en type van de brandstofregelaar: …

4.2.4.2.9.3.3.    Merk en type van de luchtmassasensor: …

4.2.4.2.9.3.4.    Merk en type van de brandstofverdelerpomp: …

4.2.4.2.9.3.5.    Merk en type van het smoorklephuis: …

4.2.4.2.9.3.6.    Merk en type van de watertemperatuursensor: …

4.2.4.2.9.3.7.    Merk en type van de luchttemperatuursensor: …

4.2.4.2.9.3.8.    Merk en type van de luchtdruksensor: …

4.2.4.2.9.3.9.    Softwarekalibratienummer(s): …

4.2.4.3.    Door brandstofinspuiting (alleen elektrische ontsteking): ja/nee (1)

4.2.4.3.1.    Werkingsprincipe: inlaatspruitstuk (monopoint/multipoint/directe inspuiting (1)/andere (specificeren)): …

4.2.4.3.2.    Merk(en): …

4.2.4.3.3.    Type(n): …

4.2.4.3.4.    Beschrijving van het systeem (bij andere dan continue inspuitsystemen soortgelijke gegevens verstrekken) …

4.2.4.3.4.1.    Merk en type van de elektronische regeleenheid (ECU): …

4.2.4.3.4.2.    Merk en type van de brandstofregelaar: …

4.2.4.3.4.3.    Merk en type van de luchtstroomsensor: …

4.2.4.3.4.4.    Merk en type van de brandstofverdelerpomp: …

4.2.4.3.4.5.    Merk en type van de drukregelaar: …

4.2.4.3.4.6.    Merk en type van de microschakelaar: …

4.2.4.3.4.7.    Merk en type van de instelschroef voor stationair draaien: …

4.2.4.3.4.8.    Merk en type van het smoorklephuis: …

4.2.4.3.4.9.    Merk en type van de watertemperatuursensor: …

4.2.4.3.4.10.    Merk en type van de luchttemperatuursensor: …

4.2.4.3.4.11.    Merk en type van de luchtdruksensor: …

4.2.4.3.4.12.    Softwarekalibratienummer(s): …

4.2.4.3.5.    Inspuiters: openingsdruk (2): … kPa of karakteristiek schema: …

4.2.4.3.5.1.    Merk: …

4.2.4.3.5.2.    Type: …

4.2.4.3.6.    Inspuittiming: …

4.2.4.3.7.    Koudstartsysteem

4.2.4.3.7.1.    Werkingsprincipe(s): …

4.2.4.3.7.2.    Werkingsgrenzen/instellingen (1) (2): …

4.2.4.4.    Brandstofpomp

4.2.4.4.1.    Druk (2): ... kPa of karakteristiek diagram (2): …

4.2.5.    Elektrisch systeem 

4.2.5.1.    Nominale spanning: …… V, positieve/negatieve massaverbinding (1)

4.2.5.2.    Generator

4.2.5.2.1.    Type: …

4.2.5.2.2.    Nominaal vermogen: …… VA

4.2.6.    Ontstekingssysteem (alleen bij elektrische-ontstekingsmotoren) 

4.2.6.1.    Merk(en): …

4.2.6.2.    Type(n): …

4.2.6.3.    Werkingsprincipe: …

4.2.6.4.    Ontstekingsvervroegingscurve of -diagram (2): …

4.2.6.5.    Vast ontstekingsstijdstip (2): …… graden vóór BDP

4.2.6.6.    Bougies

4.2.6.6.1.    Merk: …

4.2.6.6.2.    Type: …

4.2.6.6.3.    Elektrodenafstand: …… mm

4.2.6.7.    Bobine(s)

4.2.6.7.1.    Merk: …

4.2.6.7.2.    Type: …

4.2.7.    Koelsysteem: vloeistof/lucht (1)

4.2.7.1.    Nominale instelling van het motortemperatuurregelmechanisme: …

4.2.7.2.    Vloeistof

4.2.7.2.1.    Aard van de vloeistof: …

4.2.7.2.2.    Circulatiepomp(en): ja/nee (1)

4.2.7.2.3.    Kenmerken: ……….of

4.2.7.2.3.1.    merk(en): …

4.2.7.2.3.2.    type(n): …

4.2.7.2.4.    Aandrijvingsverhouding(en): …

4.2.7.2.5.    Beschrijving van de ventilator en het drijfwerk ervan: …

4.2.7.3.    Lucht

4.2.7.3.1.    Ventilator: ja/nee (1)

4.2.7.3.2.    Kenmerken: …….of

4.2.7.3.2.1.    merk(en): …

4.2.7.3.2.2.    type(n): …

4.2.7.3.3.    Aandrijvingsverhouding(en): …

4.2.8.    Inlaatsysteem 

4.2.8.1.    Drukvulling: ja/nee (1)

4.2.8.1.1.    Merk(en): …

4.2.8.1.2.    Type(n): …

4.2.8.1.3.    Beschrijving van het systeem (bv. maximale vuldruk: …… kPa; afvoerklep, indien van toepassing): …

4.2.8.2.    Tussenkoeler: ja/nee (1)

4.2.8.2.1.    Type: lucht-lucht/lucht-water (1)

4.2.8.3.    Inlaatonderdruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen bij compressieontstekingsmotoren)

4.2.8.3.1.    Toelaatbaar minimum: ..…. kPa

4.2.8.3.2.    Toelaatbaar maximum: ..…. kPa

4.2.8.3.3.    (Alleen Euro VI) Feitelijke inlaatonderdruk bij nominaal motortoerental en 100 % belasting van het voertuig: … kPa

4.2.8.4.    Beschrijving en tekeningen van inlaatpijpen en bijbehorende onderdelen (drukkamer, voorverwarmingssysteem, extra luchtinlaten enz.): …

4.2.8.4.1.    Beschrijving van het inlaatspruitstuk (met tekeningen en/of foto's): …

4.2.8.4.2.    Luchtfilter, tekeningen: …of

4.2.8.4.2.1.    merk(en): …

4.2.8.4.2.2.    type(n): …

4.2.8.4.3.    Inlaatgeluiddemper, tekeningen: …of

4.2.8.4.3.1.    merk(en): …

4.2.8.4.3.2.    type(n): …

4.2.9.    Uitlaatsysteem 

4.2.9.1.    Beschrijving en/of tekening van het uitlaatspruitstuk: …

4.2.9.2.    Beschrijving en/of tekening van het uitlaatsysteem: …

4.2.9.2.1.    (Alleen Euro VI) Beschrijving en/of tekening van de elementen van het uitlaatsysteem die een deel van het motorsysteem vormen

4.2.9.3.    Maximaal toelaatbare uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en bij 100 % belasting (alleen voor compressieontstekingsmotoren): …… kPa

4.2.9.3.1.    (Alleen Euro VI) Feitelijke uitlaattegendruk bij nominaal motortoerental en 100 % belasting van het voertuig (alleen voor compressieontstekingsmotoren): … kPa

4.2.9.4.    Type en merk van de uitlaatgeluiddemper(s): …

   Indien relevant voor het buitengeluid, geluiddempende maatregelen in de motorruimte en op de motor: …

4.2.9.5.    Plaats van de uitlaatopening: …

4.2.9.6.    Uitlaatgeluiddemper met vezelmateriaal: …

4.2.9.7.    Inhoud van het volledige uitlaatsysteem: …… dm3

4.2.9.7.1.    (Alleen Euro VI) Acceptabele inhoud van het uitlaatsysteem: … dm3 

4.2.9.7.2.    (Alleen Euro VI) Inhoud van het uitlaatsysteem die een deel van het motorsysteem vormt: … dm3

4.2.10.    Minimumdwarsdoorsnede van inlaat- en uitlaatpoorten:

4.2.11.    Kleptiming of gelijkwaardige gegevens 

4.2.11.1.    Maximale lichthoogte van de kleppen, openings- en sluitingshoeken of gegevens over de afstelling van alternatieve distributiesystemen, ten opzichte van dode punten. Bij variabele kleptiming, de minimum- en maximumtiming: …

4.2.11.2.    Referentie- en/of afstelbereik (1): …

4.2.12.    Voorzieningen tegen luchtverontreiniging 

4.2.12.1.    Voorziening voor het recycleren van cartergassen (beschrijving en tekeningen): …

4.2.12.1.1.    (Alleen Euro VI) Voorziening voor het recycleren van cartergassen: ja/nee (2)

Zo ja, beschrijving en tekeningen:

Zo nee, conformiteit met bijlage V bij Verordening (EU) nr. 582/2011 vereist

4.2.12.2.    Extra voorzieningen voor verontreinigingsbeheersing (indien aanwezig en niet elders vermeld)

4.2.12.2.1.    Katalysator: ja/nee (1)

4.2.12.2.1.1.    Aantal katalysatoren en elementen (onderstaande informatie voor elke afzonderlijke eenheid in de volgende punten verstrekken): …

4.2.12.2.1.2.    Afmetingen, vorm en volume van de katalysator(en): …

4.2.12.2.1.3.    Soort katalytische werking: …

4.2.12.2.1.4.    Totale hoeveelheid edelmetalen: …

4.2.12.2.1.5.    Relatieve concentratie: …

4.2.12.2.1.6.    Onderlaag (structuur en materiaal): …

4.2.12.2.1.7.    Celdichtheid: …

4.2.12.2.1.8.    Type katalysatorhuis: …

4.2.12.2.1.9.    Plaats van de katalysator(en) (plaats en referentieafstand in de uitlaatlijn): …

4.2.12.2.1.10.    Hitteschild: ja/nee (1)

4.2.12.2.1.11.    Regeneratiesystemen/-methode van de uitlaatgasnabehandelingssystemen, beschrijving: …

4.2.12.2.1.11.1.    Aantal werkingscycli van type I (of gelijkwaardige cycli op een motortestbank) tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen onder gelijkwaardige omstandigheden als de test van type I (afstand "D" in figuur 1 van bijlage 13 bij VN/ECE-Reglement nr. 83): …

4.2.12.2.1.11.2.    Beschrijving van de toegepaste methode om het aantal cycli tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen, te bepalen: …

4.2.12.2.1.11.3.    Parameters om te bepalen welk belastingniveau nodig is alvorens regeneratie optreedt (temperatuur, druk enz.): …

4.2.12.2.1.11.4.    Beschrijving van de methode om het systeem te laden in de in VN/ECE-Reglement nr. 83, bijlage 13, punt 3.1, beschreven testprocedure: …

4.2.12.2.1.11.5.    Normaal bedrijfstemperatuurbereik: …… K

4.2.12.2.1.11.6.    Verbruiksreagentia: ja/nee (1)

4.2.12.2.1.11.7.    Type en concentratie van het reagens dat nodig is voor de katalytische werking: …

4.2.12.2.1.11.8.    Normaal bedrijfstemperatuurbereik van het reagens: …… K

4.2.12.2.1.11.9.    Internationale norm: …

4.2.12.2.1.11.10.    Vulfrequentie reagens: continu/bij onderhoud (1)

4.2.12.2.1.12.    Merk van de katalysator: …

4.2.12.2.1.13.    Identificatienummer van het onderdeel: …

4.2.12.2.2.    Zuurstofsensor: ja/nee (1)

4.2.12.2.2.1.    Merk: …

4.2.12.2.2.2.    Plaats: …

4.2.12.2.2.3.    Regelbereik: …

4.2.12.2.2.4.    Type: …

4.2.12.2.2.5.    Identificatienummer van het onderdeel: …

4.2.12.2.3.    Luchtinspuiting: ja/nee (1)

4.2.12.2.3.1.    Type (pulse air, luchtpomp enz.): …

4.2.12.2.4.    Uitlaatgasrecirculatie (EGR): ja/nee (1)

4.2.12.2.4.1.    Kenmerken (merk, type, debiet enz.): …

4.2.12.2.4.2.    Watergekoeld systeem: ja/nee (1)

4.2.12.2.5.    Controlesysteem verdampingsemissies: ja/nee (1)

4.2.12.2.5.1.    Gedetailleerde beschrijving van de voorzieningen en de afstelling: …

4.2.12.2.5.2.    Tekening van het verdampingscontrolesysteem: …

4.2.12.2.5.3.    Tekening van de koolstofhouder: …

4.2.12.2.5.4.    Massa van de droge koolstof: …… g

4.2.12.2.5.5.    Schematische tekening van de brandstoftank met vermelding van inhoud en materiaal: …

4.2.12.2.5.6.    Tekening van het hitteschild tussen brandstoftank en uitlaatsysteem: …

4.2.12.2.6.    Deeltjesvanger: ja/nee (1)

4.2.12.2.6.1.    Afmetingen, vorm en inhoud van de deeltjesvanger: …

4.2.12.2.6.2.    Ontwerp van de deeltjesvanger: …

4.2.12.2.6.3.    Plaats (referentieafstand in de uitlaatpijp): …

4.2.12.2.6.4.    Regeneratiemethode of -systeem, beschrijving en/of tekening: …

4.2.12.2.6.4.1.    Aantal werkingscycli van type I (of gelijkwaardige cycli op een motortestbank) tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen onder gelijkwaardige omstandigheden als de test van type I (afstand "D" in figuur 1 van bijlage 13 bij VN/ECE-Reglement nr. 83): …

4.2.12.2.6.4.2.    Beschrijving van de toegepaste methode om het aantal cycli tussen twee cycli waarin zich regeneratiefasen voordoen, te bepalen: …

4.2.12.2.6.4.3.    Parameters om te bepalen welk belastingniveau nodig is alvorens regeneratie optreedt (temperatuur, druk enz.): …

4.2.12.2.6.4.4.    Beschrijving van de methode om het systeem te laden in de in bijlage 13, punt 3.1, bij VN/ECE-Reglement nr. 83 beschreven testprocedure: …

4.2.12.2.6.5.    Merk van de deeltjesvanger: …

4.2.12.2.6.6.    Identificatienummer van het onderdeel: …

4.2.12.2.6.7.    Normale bedrijfstemperatuur: ... (K) en normaal drukbereik: ... (KPa)

   (alleen voor zware voertuigen)

4.2.12.2.6.8.    In geval van periodieke regeneratie (alleen voor zware voertuigen)

4.2.12.2.6.8.1.    Aantal ETC-testcycli tussen twee regeneraties (n1): … (niet van toepassing op Euro VI)

4.2.12.2.6.8.1.1.    (Alleen Euro VI) Aantal WHTC-testcycli zonder regeneratie (n):

4.2.12.2.6.8.2.    Aantal ETC-cycli tijdens de regeneratie (n2): … (niet van toepassing op Euro VI) 

4.2.12.2.6.8.2.1.    (Alleen Euro VI) Aantal WHTC-testcycli met regeneratie (nR):

4.2.12.2.6.9.    Andere systemen: ja/nee (1)

4.2.12.2.6.9.1.    Beschrijving en werking

4.2.12.2.7.1.    Boorddiagnosesysteem (OBD-systeem): ja/nee (1): …

4.2.12.2.7.1.1.    (Alleen Euro VI) Aantal OBD-motorenfamilies binnen de motorenfamilie

4.2.12.2.7.1.2.    Lijst van de OBD-motorenfamilies (indien van toepassing)

4.2.12.2.7.1.3.    Nummer van de OBD-motorenfamilie waartoe de basismotor/het familielid behoort:

4.2.12.2.7.1.4.    Verwijzingen van de fabrikant naar de bij artikel 5, lid 4, onder c), en artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 582/2011 voorgeschreven en in bijlage X bij die verordening beschreven OBD-documentatie ter goedkeuring van het OBD-systeem

4.2.12.2.7.1.5.    Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar de documentatie voor het installeren van een motorsysteem met boorddiagnose in een voertuig

4.2.12.2.7.1.6.    Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar het documentatiepakket met betrekking tot de installatie in het voertuig van het OBD-systeem van een goedgekeurde motor

4.2.12.2.7.2.    Beschrijving in woorden en/of tekening van de storingsindicator (MI): …

4.2.12.2.7.3.    Lijst en doel van alle onderdelen die door het OBD-systeem worden bewaakt: …

4.2.12.2.7.4.    Beschrijving in woorden (algemene werkingsbeginselen) bij

4.2.12.2.7.4.1.    elektrische-ontstekingsmotoren

4.2.12.2.7.4.1.1.    Bewaking van de katalysator: …

4.2.12.2.7.4.1.2.    Detectie van ontstekingsfouten: …

4.2.12.2.7.4.1.3.    Bewaking van de zuurstofsensor: …

4.2.12.2.7.4.1.4.    Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

4.2.12.2.7.4.2.    Compressieontstekingsmotoren: …

4.2.12.2.7.4.2.1.    Bewaking van de katalysator: …

4.2.12.2.7.4.2.2.    Bewaking van de deeltjesvanger: …

4.2.12.2.7.4.2.3.    Bewaking van het elektronisch brandstofsysteem: …

4.2.12.2.7.4.2.4.    Bewaking van het deNOx-ysteem: …

4.2.12.2.7.4.2.5.    Andere door het OBD-systeem bewaakte onderdelen: …

4.2.12.2.7.5.    Criteria voor activering van de storingsindicator (MI) (vast aantal rijcycli of statistische methode): …

4.2.12.2.7.6.    Lijst van alle gebruikte OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring): …

4.2.12.2.7.7.    De voertuigfabrikant moet de volgende aanvullende informatie verstrekken om de fabricage van OBD-compatibele vervangings- of onderhoudsonderdelen en van diagnose- en testapparatuur mogelijk te maken.

4.2.12.2.7.7.1.    Een beschrijving van het type en het aantal voorconditioneringscycli waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen.

4.2.12.2.7.7.2.    Een beschrijving van het type OBD-demonstratiecyclus waaraan het voertuig bij de eerste typegoedkeuring is onderworpen met betrekking tot het onderdeel dat door het OBD-systeem wordt bewaakt.

4.2.12.2.7.7.3.    Een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met een sensor worden gemeten in het kader van de strategie voor foutenopsporing en activering van de storingsindicator (vast aantal rijcycli of statistische methode), met inbegrip van een lijst van relevante secundaire parameters voor de sensormeting van elk door het OBD-systeem bewaakt onderdeel. Een lijst van alle OBD-uitvoercodes en -formaten (met telkens een verklaring) die worden gebruikt voor afzonderlijke, emissiegerelateerde onderdelen van de aandrijflijn en voor afzonderlijke, niet-emissiegerelateerde onderdelen, voor zover de bewaking van het onderdeel wordt gebruikt om te bepalen wanneer de storingsindicator wordt geactiveerd, inclusief met name een uitvoerige toelichting op de in modus $05 Test ID $21 tot FF, en in modus $06 verstrekte gegevens.

Bij voertuigtypen die gebruikmaken van een communicatielink volgens ISO 15765–4 "Wegvoertuigen — Diagnostische communicatie op Controller Area Networks (DoCAN) — Deel 4: Eisen voor emissiegebonden systemen", moeten voor elke bewaakte ID van het OBD-systeem de in modus $06 Test ID $00 tot FF verstrekte gegevens uitvoerig worden toegelicht.

4.2.12.2.7.7.4.    De in punt 4.2.12.2.7.7.3 voorgeschreven informatie mag worden geleverd door middel van het invullen van een tabel zoals beschreven in de punten 4.2.12.2.7.7.4.1 en 4.2.12.2.7.7.4.2.

4.2.12.2.7.7.4.1.    Lichte voertuigen

Onderdeel

Foutcode

Bewakingsstrategie

Foutdetectiecriteria

MI-activeringscriteria

Secundaire parameters

Voorconditionering

Demonstratietest

Katalysator

P0420

Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2

Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2

3e cyclus

Toerentalbelasting van de motor, A/F modus, katalysatortemperatuur

Twee cycli van type I

Type I

4.2.12.2.7.7.4.2.    Zware voertuigen

Onderdeel

Foutcode

Bewakingsstrategie

Foutdetectiecriteria

MI-activeringscriteria

Secundaire parameters

Voorconditionering

Demonstratietest

SCR-katalysator

Pxxx

Signalen van de NOx-sensoren 1 en 2

Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2

3e cyclus

Toerentalbelasting van de motor, katalysatortemperatuur, reagensactiviteit

Drie OBD- testcycli (3 korte ESC-cycli)

OBD-testcyclus (korte ESC-cyclus)

4.2.12.2.7.7.5.    (Alleen Euro VI) Norm voor OBD-communicatieprotocol: (7)

4.2.12.2.7.8.    (Alleen Euro VI) Verwijzing van de fabrikant naar de bij artikel 5, lid 4, onder d), en artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 582/2011 voorgeschreven OBD-informatie voor de naleving van de bepalingen inzake OBD-, reparatie- en onderhoudsinformatie van het voertuig, of

4.2.12.2.7.8.1.    Als alternatief voor de in punt 4.2.12.2.7.7 bedoelde verwijzing van de fabrikant, een verwijzing naar het aanhangsel bij het in bijlage I, aanhangsel 4, bij Verordening (EU) nr. 582/2011 weergegeven inlichtingenformulier dat de volgende tabel bevat, die volgens onderstaand voorbeeld is ingevuld:

Onderdeel — Foutcode — Bewakingsstrategie — Foutdetectiecriteria — MI-activeringscriteria — Secundaire parameters — Voorconditionering — Demonstratietest

Katalysator — P0420 — Signalen van de zuurstofsensoren 1 en 2 — Verschil tussen de signalen van sensor 1 en 2 — 3e cyclus — Toerental, belasting van de motor, A/F-modus, katalysatortemperatuur — Twee cycli van type 1 — Type 1

4.2.12.2.7.9.    (Alleen Euro VI) OBD-onderdelen aan boord van het voertuig

4.2.12.2.7.9.1.    Alternatieve goedkeuring overeenkomstig bijlage X, punt 2.4.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011: ja/nee (1)

4.2.12.2.7.9.2.    Lijst van OBD-onderdelen aan boord van het voertuig

4.2.12.2.7.9.3.    Beschrijving in woorden en/of tekening van de MI (9)

4.2.12.2.7.9.4.    Beschrijving in woorden en/of tekening van de OBD-communicatie-interface buiten het voertuig (9)

4.2.12.2.8.    Ander systeem (beschrijving en werking): …

4.2.12.2.8.1.    (Alleen Euro VI) Systemen waarmee de correcte werking van de NOxbeperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

4.2.12.2.8.2.    Aansporingssysteem voor de bestuurder

4.2.12.2.8.2.1    (Alleen Euro VI) Motor met permanente deactivering van het aansporingssysteem, voor gebruik door hulpverleningsdiensten of in de in artikel 2, lid 3, onder b), gedefinieerde voertuigen: ja/nee (1)

4.2.12.2.8.2.2.    Activering van de kruipmodus:

"uitschakelen na opnieuw starten"/"uitschakelen na tanken"/"uitschakelen na parkeren" (1)(7)

4.2.12.2.8.3.    (Alleen Euro VI) Aantal OBD-motorenfamilies binnen de betrokken motorenfamilie ter waarborging van de correcte werking van NOx-beperkingsmaatregelen

4.2.12.2.8.3.1.    (Alleen Euro VI) Lijst van de OBD-motorenfamilies binnen de betrokken motorenfamilie ter waarborging van de correcte werking van NOx-beperkingsmaatregelen (indien van toepassing)

4.2.12.2.8.3.2.    (Alleen Euro VI) Nummer van de OBD-motorenfamilie waartoe de basismotor/het familielid behoort

4.2.12.2.8.4.    (Alleen Euro VI) Laagste concentratie van het in het reagens aanwezige, werkzame ingrediënt waarmee het waarschuwingssysteem niet wordt geactiveerd (CDmin): ...vol. %

4.2.12.2.8.5.    (Alleen Euro VI) Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar de documentatie voor installatie in een voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

4.2.12.2.8.6.    (Alleen Euro VI) Onderdelen aan boord van het voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

4.2.12.2.8.6.1.    Lijst van onderdelen aan boord van het voertuig van de systemen waarmee de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen wordt gegarandeerd

4.2.12.2.8.6.2.    Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar het documentatiepakket met betrekking tot de installatie in het voertuig van het systeem dat de correcte werking van de NOx-beperkingsmaatregelen van een goedgekeurde motor garandeert

4.2.12.2.8.6.3.    Beschrijving in woorden en/of tekening van het waarschuwingssignaal (9)

4.2.12.2.8.6.4.    Alternatieve goedkeuring overeenkomstig bijlage XIII, punt 2.1, bij Verordening (EU) nr. 582/2011: ja/nee (1)

4.2.12.2.8.6.5.    Verwarmde/niet-verwarmde tank met reagens en doseringssysteem (bijlage 11, punt 2.4, bij VN/ECE-Reglement nr. 49)

4.2.12.2.9.    Koppelbegrenzer: ja/nee (1)

4.2.12.2.9.1.    Beschrijving van de activering van de koppelbegrenzer (alleen voor zware voertuigen): …

4.2.12.2.9.2.    Beschrijving van de beperking van de koppelcurve bij vollast (alleen voor zware voertuigen): …

4.2.13.    Rookopaciteit 

4.2.13.1.    Plaats van het absorptiecoëfficiëntsymbool (alleen voor compressieontstekingsmotoren): …

4.2.13.2.    Vermogen op zes meetpunten (zie VN/ECE-Reglement nr. 24)

4.2.13.3.    Op de testbank/het voertuig gemeten motorvermogen (1)

4.2.13.3.1.    Aangegeven toerentallen en vermogens

Meetpunten

Toerental (min-1)

Vermogen (kW)

1……

2……

3……

4……

5……

6……

4.2.14.    Gegevens over eventuele voorzieningen voor een zuinig brandstofverbruik (indien niet elders vermeld): …

4.2.15.    Lpg-systeem: ja/nee (1)

4.2.15.1.    Typegoedkeuringsnummer krachtens VN/ECE-Reglement nr. 34 : …

4.2.15.2.    Elektronische regeleenheid voor motormanagement op lpg:

4.2.15.2.1.    Merk(en): …

4.2.15.2.2.    Type(n): …

4.2.15.2.3.    Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

4.2.15.3.    Aanvullende documentatie

4.2.15.3.1.    Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op lpg of omgekeerd: …

4.2.15.3.2.    Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

4.2.15.3.3.    Tekening van het symbool: …

4.2.16.    Aardgassysteem: ja/nee (1)

4.2.16.1.    Typegoedkeuringsnummer krachtens VN/ECE-Reglement nr. 34 : …

4.2.16.2.    Elektronische regeleenheid voor motormanagement op aardgas

4.2.16.2.1.    Merk(en): …

4.2.16.2.2.    Type(n): …

4.2.16.2.3.    Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

4.2.16.3.    Aanvullende documentatie

4.2.16.3.1.    Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op aardgas of omgekeerd: …

4.2.16.3.2.    Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

4.2.16.3.3.    Tekening van het symbool: …

4.2.17.    Specifieke informatie over gasmotoren voor zware voertuigen (voor systeemvarianten soortgelijke informatie verstrekken)

4.2.17.1.    Brandstof: lpg/aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL (1)

4.2.17.2.    Drukregelaar(s) of verdamper/drukregelaar(s) (1)

4.2.17.2.1.    Merk(en): …

4.2.17.2.2.    Type(n): …

4.2.17.2.3.    Aantal drukreduceerfasen: …

4.2.17.2.4.    Druk in de eindfase

minimum: …… kPa — maximum: …… kPa

4.2.17.2.5.    Aantal hoofdafstelpunten: …

4.2.17.2.6.    Aantal afstelpunten stationair: …

4.2.17.2.7.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.3.    Brandstofsysteem: mengeenheid/gasinspuiting/vloeistofinspuiting/directe inspuiting (1)

4.2.17.3.1.    Mengverhoudingregeling: …

4.2.17.3.2.    Systeembeschrijving en/of -diagram en tekeningen: …

4.2.17.3.3.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.4.    Mengeenheid

4.2.17.4.1.    Aantal: …

4.2.17.4.2.    Merk(en): …

4.2.17.4.3.    Type(n): …

4.2.17.4.4.    Plaats: …

4.2.17.4.5.    Afstelmogelijkheden: …

4.2.17.4.6.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.5.    Inspuiting in het inlaatspruitstuk

4.2.17.5.1.    Inspuiting: monopoint/multipoint (1)

4.2.17.5.2.    Inspuiting: continu/gelijktijdig/achtereenvolgens (1)

4.2.17.5.3.    Inspuitapparatuur

4.2.17.5.3.1.    Merk(en): …

4.2.17.5.3.2.    Type(n): …

4.2.17.5.3.3.    Afstelmogelijkheden: …

4.2.17.5.3.4.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.5.4.    Brandstofpomp (indien van toepassing)

4.2.17.5.4.1.    Merk(en): …

4.2.17.5.4.2.    Type(n): …

4.2.17.5.4.3.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.5.5.    Inspuiter(s) …

4.2.17.5.5.1.    Merk(en): …

4.2.17.5.5.2.    Type(n): …

4.2.17.5.5.3.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.6.    Directe inspuiting

4.2.17.6.1.    Inspuitpomp/drukregelaar (1)

4.2.17.6.1.1.    Merk(en): …

4.2.17.6.1.2.    Type(n): …

4.2.17.6.1.3.    Inspuittiming: …

4.2.17.6.1.4.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.6.2.    Inspuiter(s) …

4.2.17.6.2.1.    Merk(en): …

4.2.17.6.2.2.    Type(n): …

4.2.17.6.2.3.    Openingsdruk of karakteristiek diagram (2): …

4.2.17.6.2.4.    Typegoedkeuringsnummer: …

4.2.17.7.    Elektronische regeleenheid (ECU)

4.2.17.7.1.    Merk(en): …

4.2.17.7.2.    Type(n): …

4.2.17.7.3.    Afstelmogelijkheden: …

4.2.17.7.4.    Softwarekalibratienummer(s): …

4.2.17.8.    Specifieke aardgasapparatuur

4.2.17.8.1.    Variant 1 (alleen bij goedkeuring van motoren voor diverse specifieke brandstofsamenstellingen)

4.2.17.8.1.0.1.    (Alleen Euro VI) Functie voor automatische aanpassing? ja/nee (1)

4.2.17.8.1.0.2.    (Alleen Euro VI) Kalibratie voor een specifieke gassamenstelling aardgas-H/aardgas-L/aardgas-HL (1):

Omzetting voor een specifieke gassamenstelling aardgas-Ht/aardgas-Lt/aardgas-HLt (1)

4.2.17.8.1.1.    Brandstofsamenstelling:

methaan (CH4):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

ethaan (C2H6):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

propaan (C3H8):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

butaan (C4H10):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

C5/C5+:

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

zuurstof (O2):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

inert gas (N2, He enz.):

basis: ……. mol.-%

min. …. mol.-%

max. ….. mol.-%

4.2.17.8.1.2.    Inspuiter(s)

4.2.17.8.1.2.1.    Merk(en): …

4.2.17.8.1.2.2.    Type(n): …

4.2.17.8.1.3.    Overige (indien van toepassing): …

4.2.17.8.2.    Variant 2 (alleen in geval van goedkeuringen voor diverse specifieke brandstofsamenstellingen)

4.2.17.9.    Indien van toepassing, verwijzing van de fabrikant naar de documentatie voor het installeren van de dualfuelmotor in een voertuig (x1)

4.2.18.    Waterstofsysteem: ja/nee (1)

4.2.18.1.    EU-typegoedkeuringsnummer overeenkomstig Verordening (EG) nr. 79/2009 van het Europees Parlement en de Raad 2 : …

4.2.18.2.    Elektronische regeleenheid voor motormanagement op waterstof

4.2.18.2.1.    Merk(en): …

4.2.18.2.2.    Type(n): …

4.2.18.2.3.    Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

4.2.18.3.    Aanvullende documentatie

4.2.18.3.1.    Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op waterstof of omgekeerd: …

4.2.18.3.2.    Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

4.2.18.3.3.    Tekening van het symbool: …

4.2.19.    H2NG-brandstofsysteem: ja/nee (1)

4.2.19.1.    Percentage waterstof in de brandstof (door de fabrikant opgegeven maximum): …

4.2.19.2.    EU-typegoedkeuringsnummer krachtens VN/ECE-Reglement nr. 110: …

4.2.19.3.    Elektronische regeleenheid voor motormanagement op H2NG

4.2.19.3.1.    Merk(en): …

4.2.19.3.2.    Type(n): …

4.2.19.3.3.    Instelmogelijkheden in verband met emissies: …

4.2.19.4.    Aanvullende documentatie

4.2.19.4.1.    Beschrijving van de beveiliging van de katalysator bij het overschakelen van benzine op H2NG of omgekeerd: …

4.2.19.4.2.    Systeemconfiguratie (elektrische verbindingen, vacuümverbindingen, compensatieslangen enz.): …

4.2.19.4.3.    Tekening van het symbool: …

4.3.    Elektrische motor

4.3.1.    Type (wikkeling, bekrachtiging): …

4.3.1.1.    Maximumuurvermogen: …… kW

4.3.1.1.1.    Nettomaximumvermogen (n) … kW

(volgens fabrieksopgave)

4.3.1.1.2.    Maximumvermogen gedurende 30 minuten (n) ………. kW

(volgens fabrieksopgave)

4.3.1.2.    Bedrijfsspanning: …… V

4.3.2.    Batterij

4.3.2.1.    Aantal cellen: …

4.3.2.2.    Massa: …… kg

4.3.2.3.    Cilinderinhoud: …… Ah (ampère-uur)

4.3.2.4.    Plaats: …

4.4.    Motor of motorcombinatie

3.4.1.    Hybride elektrisch voertuig: ja/nee (1)

4.4.2.    Categorie waartoe het hybride elektrische voertuig behoort: extern oplaadbaar/niet-extern oplaadbaar: (1)

4.4.3.    Bedrijfsstandschakelaar: met/zonder (1)

4.4.3.1.    Bedrijfsstanden

4.4.3.1.1.    Uitsluitend elektrisch: ja/nee (1)

4.4.3.1.2.    Uitsluitend op benzine: ja/nee (1)

4.4.3.1.3.    Hybride standen: ja/nee (1)

(zo ja, een korte beschrijving): …

4.4.4.    Beschrijving van de energieopslagvoorziening: (accu, condensator, vliegwiel/generator) 

4.4.4.1.    Merk(en): …

4.4.4.2.    Type(n): …

4.4.4.3.    Identificatienummer: …

4.4.4.4.    Soort elektrochemisch koppel: …

4.4.4.5.    Energie: ... (voor batterij: voltage en Ah-capaciteit in 2 u; voor condensator: J, …)

4.4.4.6.    Lader: ingebouwd/extern/geen (1)

4.4.5.    Elektromotor (elk type elektromotor afzonderlijk beschrijven) 

4.4.5.1.    Merk: …

4.4.5.2.    Type: …

4.4.5.3.    Primair gebruik: tractiemotor/generator (1)

4.4.5.3.1.    Bij gebruik als tractiemotor: één motor/meerdere motoren (aantal) (1): …

4.4.5.4.    Maximumvermogen: …… kW

4.4.5.5.    Werkingsprincipe

4.4.5.5.5.1    Gelijkstroom/wisselstroom/aantal fasen: …

4.4.5.5.2.    Afzonderlijke bekrachtiging/seriebekrachtiging/compoundbekrachtiging (1)

4.4.5.5.3.    Synchroon/asynchroon (1)

4.4.6.    Regeleenheid 

4.4.6.1.    Merk(en): …

4.4.6.2.    Type(n): …

4.4.6.3.    Identificatienummer: …

4.4.7.    Vermogensregulateur 

4.4.7.1.    Merk: …

4.4.7.2.    Type: …

4.4.7.3.    Identificatienummer: …

4.4.8.    Elektrisch bereik van het voertuig: … km (overeenkomstig bijlage 9 bij VN/ECE-Reglement nr. 101)

4.4.9.    Door de fabrikant aanbevolen voorconditionering:

4.5.    CO2-emissies/brandstofverbruik (o) (volgens fabrieksopgave)

4.5.1.    CO2-massa-emissies 

4.5.1.1.    CO2-massa-emissies (stadsverkeer): …… g/km

4.5.1.2.    CO2-massa-emissies (verkeer buiten de stad): …… g/km

4.5.1.3.    CO2-massa-emissies (gemengd): …… g/km

4.5.2.    Brandstofverbruik (details verstrekken voor elke geteste referentiebrandstof) 

4.5.2.1.    Brandstofverbruik (stadsverkeer): … l/100 km of m3/100 km of kg/100 km (1)

4.5.2.2.    Brandstofverbruik (verkeer buiten de stad): … l/100 km of m3/100 km of kg/100 km (1)

4.5.2.3.    Brandstofverbruik (gemengd): …..l/100 km of m3/100 km of kg/100 km (1)

4.5.3.    Elektriciteitsverbruik voor elektrische voertuigen

4.5.3.1.    Elektriciteitsverbruik voor zuiver elektrische voertuigen … Wh/km

4.5.3.2.    Elektriciteitsverbruik voor extern oplaadbare hybride elektrische voertuigen

4.5.3.2.1.    Elektriciteitsverbruik (toestand A, gemengd) … Wh/km

4.5.3.2.2.    Elektriciteitsverbruik (toestand B, gemengd)… Wh/km

4.5.3.2.3.    Elektriciteitsverbruik (gewogen, gemengd) … Wh/km

4.5.4.    CO2-emissies voor zware motoren (alleen Euro VI)

4.5.4.1.    CO2-massa-emissies WHSC-test (x3): …. g/kWh

4.5.4.2.    CO2-massa-emissies WHSC-test in dieselmodus (x2): …. g/kWh

4.5.4.3.    CO2-massa-emissies WHSC-test in dualfuelmodus (x1): …. g/kWh

4.5.4.4.    CO2-massa-emissies WHTC-test (x3)(8): …. g/kWh

4.5.4.5.    CO2-massa-emissies WHTC-test in dieselmodus (x2)(8): …. g/kWh

4.5.4.6.    CO2-massa-emissies WHTC-test in dualfuelmodus (x1)(8): …. g/kWh

4.5.5.    Brandstofverbruik voor zware motoren (alleen Euro VI)

4.5.5.1.    Brandstofverbruik WHSC-test (x3): …. g/kWh

4.5.5.2.    Brandstofverbruik WHSC-test in dieselmodus (x2): …. g/kWh

4.5.5.3.    Brandstofverbruik WHSC-test in dualfuelmodus (x1): …. g/kWh

4.5.5.4.    Brandstofverbruik WHTC-test (8)(x3): …. g/kWh

4.5.5.5.    Brandstofverbruik WHTC-test in dieselmodus (8)(x2): …. g/kWh

4.5.5.6.    Brandstofverbruik WHTC-test in dualfuelmodus (8)(x1): …. g/kWh

4.5.6.    Voertuig uitgerust met een eco-innovatie in de zin van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad 3 voor voertuigen van de categorie M1 of van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad 4 voor voertuigen van de categorie N1: ja/nee (1)

4.5.6.1.    Type/variant/uitvoering van het basisvoertuig zoals bedoeld in artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 725/2011 van de Commissie 5 voor voertuigen van categorie M1 of artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2014 van de Commissie 6 voor voertuigen van categorie N1 (indien van toepassing): …

4.5.6.2.    Wisselwerkingen tussen verschillende eco-innovaties: ja/nee (1)

4.5.6.3.    Emissiegegevens met betrekking tot het gebruik van eco-innovaties (tabel herhalen voor elke geteste referentiebrandstof) (w1)

Besluit tot goedkeuring van de eco-innovatie (w2)

Code van de eco-innovatie (w3)

1. CO2-emissies van het basisvoertuig

(g/km)

2. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig

(g/km)

3. CO2-emissies van het basisvoertuig in type 1-testcyclus (w4)

4. CO2-emissies van het eco-innovatievoertuig in type 1-testcyclus

(= 3.5.1.3)

5. Gebruiksfactor (UF), d.w.z. het tijdsaandeel van het gebruik van de technologie onder normale omstandigheden

CO2-emissiebesparing

((1 – 2)
– (3 – 4)) * 5

xxxx/201x

Totale CO2-emissiebesparing (g/km) (w5) 

(w) Eco-innovaties.

(w2) Nummer van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(w3) Toegekend in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de eco-innovatie.

(w4) Indien met instemming van de goedkeuringsinstantie in plaats van de type 1-testcyclus een modelleringsmethode wordt toegepast, moet hier de waarde worden vermeld die met de modelleringsmethode wordt verkregen.

(w5) Som van de CO2-emissiebesparingen van alle afzonderlijke eco-innovaties.

4.6.    Door de fabrikant toegestane temperaturen

4.6.1.    Koelsysteem 

4.6.1.1.    Vloeistofkoeling

Maximumtemperatuur aan de afvoer: …… K

4.6.1.2.    Luchtkoeling

4.6.1.2.1.    Referentiepunt: …

4.6.1.2.2.    Maximumtemperatuur op het referentiepunt: …… K

4.6.2.    Maximale uitlaattemperatuur van de inlaattussenkoeler: …… K

4.6.3.    Maximumtemperatuur van de uitlaatgassen op het punt in de uitlaatpijp(en) ter hoogte van de buitenflens (buitenflenzen) van het uitlaatspruitstuk of de turbocompressor: …… K

4.6.4.    Brandstoftemperatuur 

minimum: …… K — maximum: …… K

voor dieselmotoren bij de inlaat van de inspuitpomp, voor gasmotoren bij de eindtrap van de drukregelaar.

4.6.5.    Smeermiddeltemperatuur 

minimum: …. … K — maximum: …… K

4.6.6.    Brandstofdruk 

minimum: …… kPa — maximum: …… kPa

Bij de eindtrap van de drukregelaar, alleen bij aardgasmotoren.

4.7.    Vermogen dat wordt opgenomen bij voor de emissietest specifieke motortoerentallen

Uitrusting

Stationair toerental

Laag toerental

Hoog toerental

Toerental A (aanbevolen toerental) (2)

Toerental B (n95h)

Pa

Voor de werking van de motor benodigde hulpapparatuur (moet van het gemeten motorvermogen worden afgetrokken) overeenkomstig

bijlage 4, aanhangsel 6, bij VN/ECE-Reglement nr. 49

Voor de werking van de motor benodigde hulpapparatuur (moet van het gemeten motorvermogen worden afgetrokken)

Pb

Overeenkomstig bijlage 4, aanhangsel 6, bij VN/ECE-Reglement nr. 49

niet benodigde hulpapparatuur

4.8.    Smeersysteem

4.8.1.    Beschrijving van het systeem 

4.8.1.1.    Plaats van het smeermiddelreservoir: …

4.8.1.2.    Toevoersysteem (pomp/inspuiting in het inlaatsysteem/vermenging met brandstof enz.) (1)

4.8.2.    Smeerpomp 

4.8.2.1.    Merk(en): …

4.8.2.2.    Type(n): …

4.8.3.    Vermenging met brandstof 

4.8.3.1.    Mengverhouding: …

4.8.4.    Oliekoeler: ja/nee (1)

4.8.4.1.    Tekening(en): …… of

4.8.4.1.1.    Merk(en): …

4.8.4.1.2.    Type(n): …

5.    TRANSMISSIE (p)

5.1.    Tekening van de transmissie:

5.2.    Transmissiesysteem (mechanisch, hydraulisch, elektrisch enz.):

5.2.1.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

5.3.    Traagheidsmoment van het motorvliegwiel:

5.3.1.    Extra traagheidsmoment in de vrijstand: …

5.4.    Koppeling

5.4.1.    Type: …

5.4.2.    Maximumkoppelomvorming: …

5.5.    Versnellingsbak

5.5.1.    Type (manueel/automatisch/CVT (continuvariabele transmissie)) (1)

5.5.2.    Plaats ten opzichte van de motor: …

5.5.3.    Bedieningswijze: …



5.6.    Overbrengingsverhoudingen

Versnelling

Verhoudingen in de versnellingsbak (verhoudingen tussen omwentelingen van de motor en omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak)

Eindoverbrengingsverhouding(en) (verhouding tussen de omwentelingen van de uitgaande as van de versnellingsbak en die van de aangedreven wielen)

Totale verhouding

Maximum voor CVT (*)

1

2

3

Minimum voor CVT (*)

Achteruit

(*) CVT — continuvariabele transmissie

5.7.    Door de constructie bepaalde maximumsnelheid van het voertuig (in km/h) (q): …

5.8.    Snelheidsmeter

5.8.1.    Werkwijze en beschrijving van het aandrijfmechanisme: …

5.8.2.    Technische constante van het instrument: …

5.8.3.    Tolerantie van het meetmechanisme (overeenkomstig punt 2.5.1 van VN/ECE-Reglement nr. 39): …

5.8.4.    Totale overbrengingsverhouding (overeenkomstig punt 2.2.2 van VN/ECE-Reglement nr. 39) of gelijkwaardige gegevens: …

5.8.5.    Tekening van de snelheidsmeterschaal of andere vormen van weergave: …

5.9.    Tachograaf: ja/nee (1)

5.9.1.    Goedkeuringsmerk: …

5.10.    Differentieelblokkering: ja/nee/optioneel (1)

5.11.    Schakelindicator

5.11.1.    Geluidssignaal beschikbaar: ja/nee (1). Zo ja, beschrijving van het geluid en vermelding van de geluidssterkte voor het oor van de bestuurder in dB(A). (Geluidssignaal kan altijd aan- of uitgezet worden.)

5.11.2.    Informatie overeenkomstig bijlage I, punt 4.6, bij Verordening (EU) nr. 65/2012 van de Commissie 7 (volgens fabrieksopgave)

5.11.3.    Foto's en/of tekeningen van de schakelindicator en korte beschrijving van de systeemonderdelen en de werking ervan:

6.    ASSEN

6.1.    Beschrijving van elke as: …

6.2.    Merk: …

6.3.    Type: …

6.4.    Plaats van de hefbare as(sen): …

6.5.    Plaats van de belastbare as(sen): …

7.    OPHANGING

7.1.    Tekening van de ophanging: …

7.2.    Type en ontwerp van de ophanging van elke as of elk asstel of elk wiel: …

7.2.1.    Niveauregeling: ja/nee/optioneel (1)

7.2.2.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

7.2.3.    Luchtvering van de aangedreven as(sen): ja/nee (1)

7.2.3.1.    Vering van de aangedreven as(sen), gelijkwaardig met luchtvering: ja/nee (1)

7.2.3.2.    Frequentie en demping van de trilling van de afgeveerde massa: …

7.2.4.    Luchtvering voor niet-aangedreven as(sen): ja/nee (1)

7.2.4.1.    Vering van niet-aangedreven as(sen), gelijkwaardig met luchtvering: ja/nee (1)

7.2.4.2.    Frequentie en demping van de trilling van de afgeveerde massa: …

7.3.    Kenmerken van de verende onderdelen van de ophanging (ontwerp, kenmerken van de materialen en afmetingen): …

7.4.    Stabilisatoren: ja/nee/optioneel (1)

7.5.    Schokdempers: ja/nee/optioneel (1)

7.6.    Banden en wielen

7.6.1.    Band/wielcombinatie(s) 

a)voor banden de maataanduiding, de belastingsindex, het symbool van de snelheidscategorie en de rolweerstand opgeven overeenkomstig ISO 28580 (indien van toepassing) (r);

b)voor wielen de velgmaat (of -maten) en de offset(s) opgeven.

7.6.1.1.    Assen

7.6.1.1.1.    As 1: …

7.6.1.1.2.    As 2: …

enz.

7.6.1.2.    Eventueel reservewiel: …

7.6.2.    Boven- en ondergrenzen van de afrolstralen 

7.6.2.1.    As 1: …

7.6.2.2.    As 2: …

7.6.2.3.    As 3: …

7.6.2.4.    As 4: …

enz.

7.6.3.    Door de fabrikant van het voertuig aanbevolen bandenspanning: …… kPa

7.6.4.    Door de fabrikant aanbevolen ketting/band/wielcombinatie op de voor- en/of achteras die geschikt is voor het type voertuig:

7.6.5.    Korte beschrijving van het reservewiel voor tijdelijk gebruik (indien aanwezig):

8.    STUURVOORZIENING

8.1.    Schematisch diagram van de bestuurde as(sen) met aanduiding van de stuurgeometrie:

8.2.    Overbrenging en regeling

8.2.1.    Type overbrenging van de stuurvoorziening (in voorkomend geval voor de voor- en achterzijde specificeren): …

8.2.2.    Verbinding met de wielen (inclusief andere dan mechanische middelen; in voorkomend geval voor de voor- en achterzijde specificeren): …

8.2.2.1.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

8.2.3.    Type stuurbekrachtiging (indien aanwezig): …

8.2.3.1.    Principe en diagram van de werking, merk(en) en type(n): …

8.2.4.    Schema van de gehele stuurvoorziening, waarop de plaats op het voertuig van de verschillende onderdelen die van invloed zijn op het stuurgedrag, is aangegeven: …

8.2.5.    Schematisch(e) diagram(men) van het stuurorgaan (de stuurorganen): …

8.2.6.    Bereik en methode van verstelling van het stuurorgaan (indien mogelijk): …

8.3.    Maximumstuurhoek van de wielen

8.3.1.    Naar rechts: ... graden; aantal omwentelingen van het stuurwiel (of gelijkwaardige gegevens): …

8.3.2.    Naar links: ... graden; aantal omwentelingen van het stuurwiel (of gelijkwaardige gegevens): …

9.    REMVOORZIENING

(De volgende bijzonderheden, met inbegrip van identificatiemiddelen, indien van toepassing, dienen te worden verstrekt)

9.1.    Type en kenmerken van de remmen, zoals gedefinieerd in punt 2.6 van VN/ECE-Reglement nr. 13-H, met details en tekeningen van de trommels, schijven, slangen, merk en type van remschoen/blokstellen en/of remvoeringen, effectieve remoppervlakte, straal van trommels, schoenen of schijven, massa van trommels, afstelvoorzieningen, relevante delen van de as(sen) en ophanging: …

9.2.    Werkingsschema, beschrijving en/of tekening van het remsysteem, zoals beschreven in punt 2.3 van VN/ECE-Reglement nr. 13-H, met inbegrip van details van de overbrenging en de bedieningsorganen:

9.2.1.    Bedrijfsremsysteem: …

9.2.2.    Hulpremsysteem: …

9.2.3.    Parkeerremsysteem: …

9.2.4.    Eventueel extra remsysteem: …

9.2.5.    Automatisch remsysteem bij breuk van de koppeling: …

9.3.    Bediening en overbrenging van remsystemen van aanhangwagens bij voertuigen die zijn ontworpen voor het trekken van aanhangwagens: …

9.4.    Het voertuig is uitgerust om een aanhangwagen met elektrische/pneumatische/hydraulische (1) bedrijfsremvoorziening te trekken: ja/nee (1)

9.5.    Antiblokkeersysteem: ja/nee/optioneel (1)

9.5.1.    Bij voertuigen met een antiblokkeersysteem, beschrijving van de werking van het systeem (met inbegrip van eventuele elektronische onderdelen), elektrisch blokschema, schema van het hydraulisch of pneumatisch circuit: …

9.6.    Berekening en curven overeenkomstig bijlage 5 bij VN/ECE-Reglement nr. 13-H: …

9.7.    Beschrijving en/of tekening van de energietoevoer (eveneens aan te geven voor remsystemen met rembekrachtiging): …

9.7.1.    In het geval van luchtremsystemen, de werkdruk p2 in het (de) luchtreservoir(s): …

9.7.2.    In het geval van vacuümremsystemen, het aanvankelijke energieniveau in het (de) reservoir(s): …

9.8.    Berekening remsysteem: bepaling van de verhouding tussen het totaal van de remkrachten aan de omtrek van de wielen en de op het bedieningsorgaan uitgeoefende kracht: …

9.9.    Korte beschrijving van het remsysteem overeenkomstig bijlage 2, punt 12, bij VN/ECE-Reglement nr. 13: …

9.10.    Indien aanspraak wordt gemaakt op vrijstelling van de tests van type I en/of type II, of type III, het nummer van het rapport overeenkomstig bijlage 11, aanhangsel 2, bij VN/ECE-Reglement nr. 13 opgeven: …

9.11.    Bijzonderheden van het type vertragersysteem (de typen vertragersystemen): …

10.    CARROSSERIE

10.1.    Type carrosserie met gebruikmaking van de in bijlage II, deel C, gedefinieerde codes: …

10.2.    Gebruikte materialen en toegepaste constructiemethoden: …

10.3.    Deuren voor de inzittenden, hang- en sluitwerk

10.3.1.    Configuratie van de deuren en aantal deuren: …

10.3.1.1.    Afmetingen, openingsrichting en maximale openingshoek van de deuren: …

10.3.2.    Tekening van het hang- en sluitwerk en de plaats daarvan in de deuren: …

10.3.3.    Technische beschrijving van het hang- en sluitwerk: …

10.3.4.    Details (met afmetingen) van ingangen, treden en noodzakelijke handgrepen, indien van toepassing: …

10.4.    Gezichtsveld

10.4.1.    Gegevens over de primaire referentiemerken; deze moeten voldoende gedetailleerd zijn om ze gemakkelijk te kunnen identificeren en de plaats van elk merk ten opzichte van de andere merken en van het punt R te kunnen controleren: …

10.4.2.    Tekening(en) of foto('s) waarop de plaats van de samenstellende delen binnen het 180o-gezichtsveld naar voren is aangegeven: …

10.5.    Voorruit en andere ruiten

10.5.1.    Voorruit

10.5.1.1.    Gebruikte materialen: …

10.5.1.2.    Montage: …

10.5.1.3.    Hellingshoek: …

10.5.1.4.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

10.5.1.5.    Accessoires van de voorruit en de positie waarin deze zijn gemonteerd, met een korte beschrijving van eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

10.5.2.    Andere ruiten 

10.5.2.1.    Gebruikte materialen: …

10.5.2.2.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

10.5.2.3.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het portierraammechanisme: …

10.5.3.    Beglazing voor opengaand dak 

10.5.3.1.    Gebruikte materialen: …

10.5.3.2.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

10.5.4.    Andere beglazing

10.5.4.1.    Gebruikte materialen: …

10.5.4.2.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

10.6.    Ruitenwisser(s) 

10.6.1.    Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen): …

10.7.    Ruitensproeier

10.7.1.    Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen) of, indien goedgekeurd als technische eenheid, typegoedkeuringsnummer: …

10.8.    Ontdooiing en ontwaseming

10.8.1.    Gedetailleerde technische beschrijving (met foto's of tekeningen): …

10.8.2.    Maximumelektriciteitsverbruik: …… kW

10.9.    Voorzieningen voor indirect zicht

10.9.1.    Achteruitkijkspiegels, met voor elke spiegel opgave van:

10.9.1.1.    Merk: …

10.9.1.2.    Typegoedkeuringsmerk: …

10.9.1.3.    Variant: …

10.9.1.4.    Tekening(en) ter identificatie van de spiegel, waarop de plaats van de spiegel ten opzichte van de voertuigstructuur is aangegeven: …

10.9.1.5.    Gegevens over de bevestigingswijze, met inbegrip van dat deel van de voertuigstructuur waarop de spiegel is bevestigd: …

10.9.1.6.    Accessoires die van invloed kunnen zijn op het gezichtsveld naar achteren: …

10.9.1.7.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen van het verstelsysteem: …

10.9.2.    Andere voorzieningen voor indirect zicht dan spiegels: …

10.9.2.1.    Type en kenmerken (bv. een volledige beschrijving van de voorziening): …

10.9.2.1.1.    In geval van een cameramonitorvoorziening: de waarnemingsafstand (mm), het contrast, het luminantiebereik, de correctie voor invallend licht, de beeldschermprestaties (zwart-wit/kleur), de beeldvernieuwingsfrequentie en het luminantiebereik van het beeldscherm: …

10.9.2.1.2.    Voldoende gedetailleerde tekeningen die een overzicht geven van de volledige inrichting, met inbegrip van de montagevoorschriften; op de tekeningen moet de plaats voor het EU-typegoedkeuringsmerk zijn aangegeven.

10.10.    Binneninrichting

10.10.1.    Binnenbescherming voor de inzittenden 

10.10.1.1.    Overzichtstekening of foto's waarop de plaats van de bijgevoegde doorsneden of aanzichten is aangegeven: …

10.10.1.2.    Foto of tekening waarop de referentiezone met het uitgezonderde gebied, zoals bedoeld in punt 2.3.1 van VN/ECE-Reglement nr. 21, is aangegeven: …

10.10.1.3.    Foto's, tekeningen en/of een opengewerkte tekening van de binneninrichting die een overzicht geven van de delen van het interieur en de gebruikte materialen (met uitzondering van binnenachteruitkijkspiegels), de plaats van de bedieningsorganen, het dak en het rol- of schuifdak, de rugleuning, de zitplaatsen en de achterzijde van de zitplaatsen: …

10.10.2.    Plaatsing en identificatie van de bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters 

10.10.2.1.    Foto's en/of tekeningen van de plaatsing van symbolen en bedieningsorganen, verklikkers en meters: …

10.10.2.2.    Foto's en/of tekeningen van de identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters en, indien van toepassing, van de in tabel 1 van VN/ECE-Reglement nr. 121 bedoelde voertuigonderdelen: …

10.10.2.3.    Overzichtstabel

Het voertuigtype is uitgerust met de volgende bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters overeenkomstig tabel 1 van VN/ECEReglement nr. 121:

Bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters waarvoor bij montage identificatie verplicht is, en de daarvoor te gebruiken symbolen

Symbool nr.

Voorziening

Bedieningsorgaan/meter aanwezig (*)

Geïdentificeerd door symbool (*)

Plaats (**)

Verklikker aanwezig (*)

Geïdentificeerd door symbool (*)

Plaats (**)

1

Hoofdlicht

2

Dimlichtkoplampen

3

Grootlichtkoplampen

4

Breedtelichten

5

Mistvoorlichten

6

Mistachterlicht

7

Verstelvoorziening koplamp

8

Parkeerlichten

9

Richtingaanwijzers

10

Waarschuwingsknipperlichten

11

Ruitenwisser

12

Ruitensproeier

13

Combinatie ruitenwisser/ ruitensproeier

14

Koplampwisser

15

Ontwaseming en ontdooiing van de voorruit

16

Ontwaseming en ontdooiing van de achterruit

17

Ventilator

18

Dieselvoorverwarmer

19

Choke-knop

20

Remdefect

21

Brandstofpeil

22

Acculaadmeter

23

Temperatuur koelvloeistof motor

(*)    x = ja

   — = niet aanwezig of niet afzonderlijk aanwezig

   o = optioneel

(**)    d = op respectievelijk bedieningsorgaan, meter of verklikkerlicht

   n = in de onmiddellijke nabijheid

Bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters waarvoor bij montage identificatie facultatief is, en de voor identificatie te gebruiken symbolen

Symbool nr.

Voorziening

Bedieningsorgaan/meter aanwezig (*)

Geïdentificeerd door symbool (*)

Plaats (**)

Verklikker aanwezig (*)

Geïdentificeerd door symbool (*)

Plaats (**)

1

Parkeerrem

2

Ruitenwisser achterruit

3

Sproeier achterruit

4

Combinatie ruitenwisser/sproeier achterruit

5

Ruitenwisser voorruit met intervalschakelaar

6

Geluidssignaalvoorziening (claxon)

7

Klep motorkap

8

Klep kofferbak

9

Veiligheidsgordel

10

Oliedrukmeter

11

Loodvrije benzine

(*)    x = ja

   — = niet aanwezig of niet afzonderlijk aanwezig

   o = optioneel

(**)    d = op respectievelijk bedieningsorgaan, meter of verklikkerlicht

   n = in de onmiddellijke nabijheid.

10.10.3.    Zitplaatsen

10.10.3.1.    Aantal zitplaatsen (s): …

10.10.3.1.1.    Plaats en opstelling: …

10.10.3.2.    Zitplaats(en) die uitsluitend is (zijn) bestemd voor gebruik bij stilstaand voertuig: …

10.10.3.3.    Massa: …

10.10.3.4.    Kenmerken: voor zitplaatsen zonder typegoedkeuring als onderdeel, beschrijving en tekeningen van:

10.10.3.4.1.    de zitplaatsen en hun verankeringen: …

10.10.3.4.2.    het verstelsysteem: …

10.10.3.4.3.    de wegklap- en vergrendelingssystemen: …

10.10.3.4.4.    de gordelverankeringen, indien aanwezig op de zitplaats: …

10.10.3.4.5.    de als verankering gebruikte delen van het voertuig: …

10.10.3.5.    Coördinaten of tekening van het R-punt (t)    

10.10.3.5.1.    Bestuurderszitplaats: …

10.10.3.5.2.    Alle overige zitplaatsen: …

10.10.3.6.    Ontwerpromphoek

10.10.3.6.1.    Bestuurderszitplaats: …

10.10.3.6.2.    Alle overige zitplaatsen: …

10.10.3.7.    Bereik van de zitplaatsverstelling

10.10.3.7.1.    Bestuurderszitplaats: …

10.10.3.7.2.    Alle overige zitplaatsen: …

10.10.4.    Hoofdsteunen 

10.10.4.1.    Type hoofdsteunen: geïntegreerd/afneembaar/los (1)    

10.10.4.2.    Eventueel typegoedkeuringsnummer: …

10.10.4.3.    Voor nog goed te keuren hoofdsteunen

10.10.4.3.1.    Een uitvoerige beschrijving van de hoofdsteun, waarbij wordt aangegeven de aard van het bekledingsmateriaal (de bekledingsmaterialen) en, voor zover van toepassing, de plaats en specificaties van de steunen en de verankering voor het (de) type(n) zitplaats waarvoor goedkeuring wordt aangevraagd: …

10.10.4.3.2.    In het geval van een "afzonderlijke" hoofdsteun

10.10.4.3.2.1.    Een uitvoerige beschrijving van het deel van de constructie waarop de hoofdsteun wordt gemonteerd: …

10.10.4.3.2.2.    Tekeningen met vermelding van de afmetingen van de karakteristieke delen van de structuur en de hoofdsteun: …

10.10.5.    Verwarming van de passagiersruimte 

10.10.5.1.    Een korte beschrijving van het voertuigtype wat het verwarmingssysteem betreft, als het verwarmingssysteem gebruikmaakt van de warmte van de koelvloeistof van de motor: …

10.10.5.2.    Een gedetailleerde beschrijving van het voertuigtype wat de interieurverwarming betreft, als daarbij gebruik wordt gemaakt van de koellucht of de uitlaatgassen van de motor, met inbegrip van:

10.10.5.2.1.    Een tekening van het verwarmingssysteem met aanduiding van de plaats daarvan in het voertuig: …

10.10.5.2.2.    Een schema van de warmtewisselaar bij verwarmingssystemen die voor de verwarming gebruikmaken van de uitlaatgassen, of van de delen waar de warmtewisseling plaatsvindt (bij verwarmingssystemen die voor de verwarming gebruikmaken van de koellucht van de motor): …

10.10.5.2.3.    Een doorsnede van de warmtewisselaar of van de delen waar de warmtewisseling plaatsvindt, met aanduiding van de wanddikte, de gebruikte materialen en de oppervlakte-eigenschappen: …

10.10.5.2.4.    Specificaties vermelden van andere belangrijke onderdelen van het verwarmingssysteem, bijvoorbeeld de kachelventilator, wat de wijze van constructie en de technische gegevens betreft: …

10.10.5.3.    Een korte beschrijving van het voertuigtype wat betreft het verwarmingssysteem op brandstof en de automatische controle: …

10.10.5.3.1.    Een schema van het verwarmingssysteem op brandstof, het luchtinlaatsysteem, het uitlaatsysteem, de brandstoftank, het brandstoftoevoersysteem (met inbegrip van de kleppen) en de elektrische verbindingen met aanduiding van de plaats daarvan in het voertuig

10.10.5.4.    Maximumelektriciteitsverbruik: …… kW

10.10.6.    Onderdelen die van invloed zijn op het gedrag van de stuurvoorziening bij botsingen 

10.10.6.1.    Een gedetailleerde beschrijving, met foto('s) en/of tekening(en), van de structuur, de afmetingen, de lijnen en de samenstellende materialen van dat gedeelte van het voertuig dat zich vóór het besturingsorgaan bevindt, met inbegrip van onderdelen die zijn ontworpen om mede energie te absorberen bij een stoot tegen het stuurorgaan: …

10.10.6.2.    Foto('s) en/of tekening(en) van andere dan de in punt 10.10.6.1 beschreven voertuigonderdelen die volgens opgave van de fabrikant in overleg met de technische dienst mede het gedrag van de stuurvoorziening bij botsingen bepalen: …

10.10.7.    Verbrandingseigenschappen van bij de inwendige constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen gebruikte materialen 

10.10.7.1.    Voor de binnenbekleding van het dak gebruikte materialen

10.10.7.1.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.1.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.1.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.1.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.1.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.1.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…… mm

10.10.7.2.    Voor de achter- en zijwanden gebruikt(e) materiaal (materialen)

10.10.7.2.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.2.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.2.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.2.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.2.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.2.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…… mm

10.10.7.3.    Voor de vloer gebruikt(e) materiaal (materialen)

10.10.7.3.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.3.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.3.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.3.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.3.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.3.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…… mm

10.10.7.4.    Materiaal/materialen gebruikt voor de stoffering van de zitplaatsen

10.10.7.4.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.4.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.4.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.4.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.4.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.4.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…… mm

10.10.7.5.    Voor de verwarmings- en ventilatieleidingen gebruikt(e) materiaal (materialen)

10.10.7.5.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.5.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.5.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/.…..

10.10.7.5.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.5.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.5.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…….mm

10.10.7.6.    Voor de bagagerekken gebruikt(e) materiaal (materialen)

10.10.7.6.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.6.2.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.6.2.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.6.2.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.6.2.3.    Type coating (1): …

10.10.7.6.2.4.    Maximum-/minimumdikte: ……/…… mm

10.10.7.7.    Voor andere doeleinden gebruikt(e) materiaal (materialen)

10.10.7.7.1.    Gebruiksbestemmingen: …

10.10.7.7.2.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het onderdeel (de onderdelen): …

10.10.7.7.3.    Voor niet-goedgekeurde materialen

10.10.7.7.3.1.    Basismateriaal (Basismaterialen)/aanduiding: ……/……

10.10.7.7.3.2.    Composietmateriaal/enkelvoudig (1) materiaal, aantal lagen (1): …

10.10.7.7.3.3.    Type coating (1): …

10.10.7.7.3.4.    Maximum-/minimumdikte: …./…. mm

10.10.7.8.    Als complete voorzieningen goedgekeurde onderdelen (stoelen, scheidingswanden, bagagerekken enz.)

10.10.7.8.1.    Typegoedkeuringsnummer(s) van het onderdeel: …

10.10.7.8.2.    Voor complete voorzieningen: zitplaats, scheidingswand, bagagerek enz. (1)

10.10.8.    Gas dat als koelmiddel in het airconditioningsysteem wordt gebruikt:

10.10.8.1.    Het airconditioningsysteem is ontworpen om een gefluoreerd broeikasgas te bevatten met een aardopwarmingsvermogen van meer dan 150: ja/nee (1)

10.10.8.2.    Zo ja, ook de volgende punten invullen:

10.10.8.2.1.    Tekening en beknopte beschrijving van de het airconditioningsysteem, inclusief referentie of onderdeelnummer en materiaal van de lekgevoelige onderdelen:

10.10.8.2.2.    Lekkage van het airconditioningsysteem

10.10.8.2.4.    Referentie of onderdeelnummer en materiaal van de onderdelen van het systeem en informatie over de test (bv. nummer van het testrapport, goedkeuringsnummer enz.): …

10.10.8.3.    Totale lekkage in g/jaar van het volledige systeem: …

10.11.    Naar buiten uitstekende delen

10.11.1.    Algemeen overzicht (tekening of foto's) met aanduiding van de plaats van de uitstekende delen:

10.11.2.    Tekeningen en/of foto's van bijvoorbeeld de deur- en raamstijlen, luchtinlaatroosters, radiateurgrille, ruitenwissers, regenlijsten, handgrepen, rails, kleppen, scharnieren en sloten van deuren, haken, trekogen, sierstrippen, badges, emblemen en uitsparingen en andere naar buiten uitstekende delen en delen van het buitenoppervlak die als kritisch kunnen worden beschouwd (bijvoorbeeld verlichtingsinstallatie). Indien de in de vorige zin genoemde delen niet kritisch zijn, kunnen zij voor documentatiedoeleinden worden vervangen door foto's met, indien noodzakelijk, vermelding van de afmetingen en/of begeleidende tekst:

10.11.3.    Tekeningen van delen van het buitenoppervlak overeenkomstig punt 6.9.1 van VN/ECE-Reglement nr. 17: …

10.11.4.    Tekening van de bumpers: …

10.11.5.    Tekening van de vloerlijn: …

10.12.    Veiligheidsgordels en/of andere bevestigingssystemen

10.12.1.    Aantal en plaats van de veiligheidsgordels en bevestigingssystemen en van de zitplaatsen waarop deze gordels en systemen mogen worden aangebracht

(L = linkerzitplaats, M = middelste zitplaats, R = rechterzitplaats)

Volledig EU-typegoedkeuringsmerk

Variant (indien van toepassing)

Verstelvoorziening gordelhoogte (ja/nee/optioneel)

L

M

R

L

M

R

(*)    De tabel kan zo nodig worden uitgebreid indien de voertuigen over meer dan twee rijen zitplaatsen beschikken of over meer dan drie zitplaatsen per rij.

10.12.2.    Aard en plaats van aanvullende beveiligingssystemen (geef aan ja/nee/optioneel)

(L = linkerzitplaats, M = middelste zitplaats, R = rechterzitplaats)

Airbag voor

Zijairbag

Gordelvoorspanvoorziening

L

M

R

L

M

R

(*)    De tabel kan zo nodig worden uitgebreid indien de voertuigen over meer dan twee rijen zitplaatsen beschikken of over meer dan drie zitplaatsen per rij.

10.12.3.    Aantal en plaats van de verankeringen voor veiligheidsgordels en bewijs van naleving van VN/ECE-Reglement nr. 14 (d.w.z. typegoedkeuringsnummer of testrapport): …

10.12.4.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

10.13.    Verankeringen veiligheidsgordels

10.13.1.    Foto's en/of tekeningen van de carrosserie waaruit de plaats en de afmetingen van de reële en de effectieve verankeringen blijken, inclusief de R-punten: …

10.13.2.    Tekeningen van de verankeringen voor de veiligheidsgordels en de delen van de voertuigstructuur waarop deze zijn aangebracht (met opgave van de materialen): …

10.13.3.    Aanduiding van de typen (u) veiligheidsgordels die op de verankeringen van het voertuig mogen worden aangebracht:



Plaats van verankering

Voertuigstructuur

Zitplaatsstructuur

Eerste rij zitplaatsen

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

Tweede rij zitplaatsen (*)

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

Verankeringen onderaan

Verankeringen bovenaan

(*)    De tabel kan zo nodig worden uitgebreid indien de voertuigen over meer dan twee rijen zitplaatsen beschikken of over meer dan drie zitplaatsen per rij.

10.13.4.    Beschrijving van een bijzonder type veiligheidsgordel dat vereist is voor een verankering die zich in de rugleuning van de zitplaats bevindt of waarin een energiedissiperende voorziening is opgenomen: …

10.14.    Plaats voor het aanbrengen van de achterste kentekenplaat (vermeld in voorkomend geval het bereik; er kan eventueel gebruik worden gemaakt van tekeningen)

10.14.1.    Hoogte boven het wegdek, bovenrand: …

10.14.2.    Hoogte boven het wegdek, onderrand: …

10.14.3.    Afstand van de middellijn tot het middenlangsvlak van het voertuig: …

10.14.4.    Afstand tot de linkerrand van het voertuig: …

10.14.5.    Afmetingen (lengte × breedte): …

10.14.6.    Helling van het vlak ten opzichte van de verticaal: …

10.14.7.    Zichtbaarheidshoek in het horizontale vlak: …

10.15.    Beschermingsvoorziening aan de achterzijde tegen klemrijden

10.15.0.    Aanwezig: ja/nee/incompleet (1)

10.15.1.    Tekening van de voertuigdelen die van belang zijn voor de beschermingsvoorziening aan de achterzijde tegen klemrijden, d.w.z. tekening van het voertuig en/of chassis met de plaats en montage van de breedste achterste as, tekening van de bevestigingsmiddelen en/of hulpstukken van de beschermingsvoorziening aan de achterzijde tegen klemrijden. Indien de beschermingsvoorziening tegen klemrijden geen afzonderlijke voorziening is, moet uit de tekening duidelijk blijken dat de afmetingen aan de voorschriften voldoen: …

10.15.2.    Volledige beschrijving en/of tekening van de beschermingsvoorziening aan de achterzijde tegen klemrijden (met bevestigingsmiddelen en hulpstukken), indien het een afzonderlijke voorziening is of, indien deze goedgekeurd is als technische eenheid, het typegoedkeuringsnummer: …

10.16.    Wielafschermingen

10.16.1.    Korte beschrijving van het voertuig met betrekking tot de wielafschermingen: …

10.16.2.    Gedetailleerde tekeningen van de wielafschermingen en de plaats daarvan op het voertuig met aanduiding van de afmetingen zoals aangegeven in figuur 1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1009/2010 van de Commissie 8 en rekening houdend met de uiterste waarden van de band/wielcombinaties: …

10.17.    Voorgeschreven platen

10.17.1.    Foto's en/of tekeningen van de plaats van de voorgeschreven platen en opschriften en van het voertuigidentificatienummer: …

10.17.2.    Foto's en/of tekeningen van de voorgeschreven platen en opschriften (ingevuld voorbeeld met afmetingen): …

10.17.3.    Foto's en/of tekeningen van het voertuigidentificatienummer (ingevuld voorbeeld met afmetingen): …

10.17.4.    Door de fabrikant opgestelde verklaring van naleving van de voorschriften van bijlage I, deel B, punt 2, bij Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie 9 .

10.17.4.1.    Verklaring van de betekenis van de tekens in het voertuigbeschrijvingsdeel van het VIN zoals bedoeld in bijlage I, deel B, punt 2.1, onder b), bij Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie en, in voorkomend geval, in het voertuigidentificatiedeel van het VIN zoals bedoeld in bijlage I, deel B, punt 2.1, onder c), bij Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie voor de naleving van de voorschriften van punt 5.3 van ISO-norm 37792009: …

10.17.4.2.    Vermelding van de tekens in het voertuigbeschrijvingsdeel van het VIN, indien gebruikt voor naleving van de voorschriften van punt 5.4 van ISOnorm 3779-2009: …

10.18.    Radiostoring/elektromagnetische compatibiliteit

10.18.1.    Beschrijving en tekeningen/foto's van de vormen en samenstellende materialen van het gedeelte van de carrosserie bestaande uit de motorruimte en het aangrenzende gedeelte van het interieur: …

10.18.2.    Tekeningen of foto's van de plaats van de metalen onderdelen die zich in de motorruimte bevinden (verwarmingsapparaten, reservewiel, luchtfilter, stuurvoorziening enz.): …

10.18.3.    Tabel en tekening van de ontstoringsvoorziening: …

10.18.4.    Opgave van de nominale waarde van de gelijkstroomweerstanden en, voor weerstandskabels voor de ontsteking, van de nominale weerstand per meter: …

10.19.    Zijdelingse bescherming

10.19.0.    Aanwezig: ja/nee/incompleet (1)

10.19.1.    Tekening van de voertuigdelen die van belang zijn voor de zijdelingse bescherming, d.w.z. tekening van het voertuig en/of chassis met de plaats en ophanging van de as(sen), tekening van de bevestigingsmiddelen en/of hulpstukken van de zijdelingse beschermingsvoorziening(-en). Indien de zijdelingse bescherming tot stand wordt gebracht zonder (een) beschermingsvoorziening(-en), moet de tekening duidelijk aangeven dat aan de afmetingsvoorschriften is voldaan: …

10.19.2.    Bij (een) zijdelingse beschermingsvoorziening(-en), een volledige beschrijving en/of tekening (met bevestigingsmiddelen en hulpstukken), of het (de) onderdeeltypegoedkeuringsnummer(s): …

10.20.    Opspatafschermingssysteem

10.20.0.    Aanwezig: ja/nee/incompleet (1)

10.20.1.    Korte beschrijving van het voertuig met betrekking tot het opspatafschermingssysteem en de samenstellende delen: …

10.20.2.    Gedetailleerde tekeningen van het opspatafschermingssysteem en de plaats daarvan op het voertuig met vermelding van de afmetingen zoals aangegeven in de figuren van bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 109/2011 10 en rekening houdend met de uiterste waarden van de band/wielcombinaties: …

10.20.3.    Eventueel typegoedkeuringsnummer van het opspatafschermingssysteem (de opspatafschermingssystemen): …

10.21.    Weerstand tegen zijdelingse botsing

10.21.1.    Een gedetailleerde beschrijving met foto's en/of tekeningen van het voertuigtype voor wat betreft de structuur, de afmetingen, het ontwerp en de materialen waaruit het bestaat, de zijwanden van de passagiersruimte (buiten- en binnenkant), met in voorkomend geval nadere gegevens over het beschermingssysteem: …

10.22.    Beschermingsvoorziening aan de voorzijde tegen klemrijden

10.22.0.    Aanwezig: ja/nee/incompleet (1)

10.22.1.    Tekeningen van de voertuigonderdelen die verband houden met de bescherming aan de voorzijde tegen klemrijden, d.w.z. een tekening van het voertuig en/of chassis met de plaats en montagewijze en/of bevestiging van de beschermingsvoorziening aan de voorzijde tegen klemrijden. Indien de beschermingsvoorziening tegen klemrijden geen afzonderlijke voorziening is, moet uit de tekening duidelijk blijken dat de afmetingen aan de voorschriften voldoen: …

10.22.2.    Volledige beschrijving en/of tekening van de beschermingsvoorziening aan de voorzijde tegen klemrijden (met bevestigingsmiddelen en hulpstukken), indien het een afzonderlijke voorziening is of, indien deze goedgekeurd is als technische eenheid, het typegoedkeuringsnummer: …

10.23.    Bescherming van voetgangers

10.23.1.    Een gedetailleerde beschrijving, inclusief foto's en/of tekeningen, van het voertuig met betrekking tot de structuur, de afmetingen, de relevante referentielijnen en de samenstellende materialen van het frontgedeelte van het voertuig (binnen- en buitenkant), met inbegrip van nadere gegevens over elk geïnstalleerd systeem voor actieve bescherming.

10.24.    Frontbeschermingen

10.24.1.    Algemeen overzicht (tekeningen of foto's) met aanduiding van de plaats en bevestiging van de frontbeschermingen:

10.24.2.    Tekeningen en/of foto's, indien relevant, van luchtinlaatroosters, radiateurgrille, sierstrippen, badges, decoratieve emblemen en uitsparingen en andere naar buiten uitstekende delen en delen van het buitenoppervlak die als kritisch kunnen worden beschouwd (bv. verlichtingsinstallatie). Indien de in de eerste zin genoemde delen niet kritisch zijn, kunnen zij voor documentatiedoeleinden worden vervangen door foto's met, indien noodzakelijk, vermelding van de afmetingen en/of begeleidende tekst:

10.24.3.    Complete nadere gegevens over de vereiste bevestigingen en volledige montage-instructies, zoals de toe te passen koppelinstellingen:

10.24.4.    Tekening van de bumpers:

10.24.5.    Tekening van de vloerlijn aan de voorkant van het voertuig:

11.    VERLICHTINGS- EN LICHTSIGNAALVOORZIENINGEN

11.1.    Tabel van alle voorzieningen: nummer, merk, type, typegoedkeuringsmerk, maximumsterkte van de grootlichtbundels, kleur, verklikkerlicht: …

11.2.    Tekening van de plaats van de verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen: …

11.3.    Verstrek de volgende gegevens (schriftelijk en/of aan de hand van een schema) voor alle in VN/ECE-Reglement nr. 48 vermelde lampen en reflectoren:

11.3.1.    Tekening met aanduiding van de grootte van het verlichtingsoppervlak: …

11.3.2.    Methode voor de bepaling van het zichtbare oppervlak overeenkomstig punt 2.10 van VN/ECE-Reglement nr. 48: …

11.3.3.    Referentieas en referentiepunt: …

11.3.4.    Werkwijze van camoufleerbare lichten: …

11.3.5.    Eventuele specifieke montage- en bedradingsvoorschriften: …

11.4.    Dimlichten: normale richting overeenkomstig punt 6.2.6.1 van VN/ECEReglement nr. 48:

11.4.1.    Waarde van de begininstelling: …

11.4.2.    Plaats van de aanduiding: …

11.4.3.

Beschrijving/tekening (1) en type verstelvoorziening voor de koplamp (bv. automatisch, manueel getrapt verstelbaar, manueel continu verstelbaar):

11.4.4.

Bedieningsvoorziening:

11.4.5.

Referentiemerktekens:

11.4.6.

Merktekens voor de beladingsomstandigheden:

11.5.    Korte beschrijving van de eventuele andere elektrische/elektronische onderdelen dan lampen: …

12.    VERBINDINGEN TUSSEN TREKKER EN AANHANGWAGEN OF OPLEGGER

12.1.    Klasse en type van de gemonteerde of te monteren koppelinrichting(en): …

12.2.    Kenmerken D, U, S en V van de gemonteerde koppelinrichting(en) of minimumkenmerken D, U, S en V van de te monteren koppelinrichting(en): … daN

12.3.    Door de fabrikant gegeven instructies voor de bevestiging van het type koppeling van het voertuig en foto's of tekeningen van de verankeringen op het voertuig; aanvullende gegevens, indien het type koppeling slechts voor bepaalde varianten of uitvoeringen van het type voertuig wordt gebruikt: …

12.4.    Gegevens over de montage van speciale trekvoorzieningen of montageplaten: …

12.5.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

13.    DIVERSEN

13.1.    Geluidssignaalvoorziening(en)

13.1.1.    Plaats, wijze van bevestiging, plaatsing en richting van de voorziening(en), met afmetingen: …

13.1.2.    Aantal voorzieningen: …

13.1.3.    Typegoedkeuringsnummer(s): …

13.1.4.    Schema van het elektrisch/pneumatisch (1) circuit: …

13.1.5.    Nominale spanning of druk: …

13.1.6.    Tekening van het montagesysteem: …

13.2.    Voorzieningen ter beveiliging tegen ongeoorloofd gebruik van het voertuig

13.2.1.    Beschermingsvoorziening

13.2.1.1.    Gedetailleerde beschrijving van het voertuigtype wat betreft de opstelling en het ontwerp van het bedieningsorgaan of de eenheid waarop de beveiliging werkt: …

13.2.1.2.    Tekeningen van de beveiliging en van de montage ervan op het voertuig: …

13.2.1.3.    Technische beschrijving van de voorziening: …

13.2.1.4.    Gegevens van de gebruikte vergrendelingscombinaties: …

13.2.1.5.    Voertuigimmobilisatiesysteem

13.2.1.5.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer: …

13.2.1.5.2.    Voor nog goed te keuren immobilisatiesystemen:

13.2.1.5.2.1.    Gedetailleerde technische beschrijving van het voertuigimmobilisatiesysteem en van de genomen maatregelen tegen onbedoelde activering: …

13.2.1.5.2.2.    Het systeem (de systemen) waarop het voertuigimmobilisatiesysteem werkt: …

13.2.1.5.2.3.    Aantal gebruikte wisselcodecombinaties, indien van toepassing: …

13.2.2.    Alarmsysteem (indien aanwezig)

13.2.2.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer: …

13.2.2.2.    Voor nog niet goedgekeurde alarmsystemen:

13.2.2.2.1.    Een gedetailleerde beschrijving van het alarmsysteem en van de delen van het voertuig die verband houden met het gemonteerde alarmsysteem: …

13.2.2.2.2.    Lijst van de voornaamste onderdelen van het alarmsysteem: …

13.2.3.    Korte beschrijving van de eventuele elektrische/elektronische onderdelen: …

13.3.    Sleepvoorziening(en)

13.3.1.    voor: haak/oog/andere (1)

13.3.2.    achter: haak/oog/andere/geen (1)

13.3.3.    Tekening of foto van het chassis/gedeelte van de voertuigcarrosserie met aanduiding van de plaats, constructie en montage van de trekvoorziening(en): …

13.4.    Gegevens over eventuele niet met de motor verbonden voorzieningen die zijn ontworpen om het brandstofverbruik te beïnvloeden (voor zover niet elders vermeld): …

13.5.    Gegevens over eventuele niet met de motor verbonden geluiddempingsvoorzieningen (voor zover niet elders vermeld): …

13.6.    Snelheidsbegrenzers

13.6.1.    Fabrikant(en): …

13.6.2.    Type(n): …

13.6.3.    Eventueel typegoedkeuringsnummer: …

13.6.4.    Snelheid of snelheidsbereik waarop de snelheidsbegrenzer kan worden ingesteld: … km/h

13.7.    Tabel met de installatie en het gebruik van RF-zenders in het (de) voertuig(en), indien van toepassing: …

Frequentiebanden (Hz)

Maximaal uitgangsvermogen (W)

Positie van de antenne op het voertuig, specifieke voorwaarden voor installatie en/of gebruik

De indiener van een typegoedkeuringsaanvraag moet, voor zover nodig, ook de volgende documenten voorleggen:

Aanhangsel 1 

Een lijst met merk en type van alle elektrische en/of elektronische onderdelen die onder VN/ECE-Reglement nr. 10 vallen.

Aanhangsel 2 

Schema's of tekeningen van de algemene opstelling van de elektrische en/of elektronische onderdelen die onder VN/ECE-Reglement nr. 10 vallen en de algemene opstelling van de kabelboom.

Aanhangsel 3 

Beschrijving van het voor het type representatieve voertuig:

Carrosserietype:

Kant van het stuur: rechts/links (1)

Wielbasis:

Aanhangsel 4 

Door de fabrikant of erkende laboratoria ingediende testrapporten die relevant zijn voor het opstellen van het typegoedkeuringscertificaat

13.7.1.    Voertuig uitgerust met 24 GHz-kortbereikradarapparatuur: ja/nee (1)

14.    BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR BUSSEN EN TOERBUSSEN

14.1.    Voertuigklasse: klasse I/klasse II/klasse III/klasse A/klasse B (1)

14.1.1.    Typegoedkeuringsnummer van de carrosserie, goedgekeurd als technische eenheid: …

14.1.2.    Chassistypen waarop de carrosserie met typegoedkeuring kan worden geïnstalleerd (fabrikant(en) en typen incomplete voertuigen): …

14.2.    Oppervlakte bestemd voor passagiers (m2)

14.2.1.    Totaal (S0): …

14.2.2.    Bovendek (S0a) (1): …

14.2.3.    Benedendek (S0b) (1): …

14.2.4.    Voor staande passagiers (S1): …

14.3.    Aantal passagiers (zit- en staanplaatsen)

14.3.1.    Totaal (N): …

14.3.2.    Bovendek (Na) (1): …

14.3.3.    Benedendek (Nb) (1): …

14.4.    Aantal passagierszitplaatsen

14.4.1.    Totaal (A): …

14.4.2.    Bovendek (Aa) (1): …

14.4.3.    Benedendek (Ab) (1): …

14.4.4.    Aantal rolstoelplaatsen bij voertuigen van de categorieën M2 en M3: …

14.5.    Aantal bedrijfsdeuren:

14.6.    Aantal nooduitgangen (deuren, ramen, noodluiken, verbindingstrap en halve trap): …

14.6.1.    Totaal : …

14.6.2.    Bovendek (1): …

14.6.3.    Onderdek (1): …

14.7.    Inhoud van de bagageruimte (m³):

14.8.    Oppervlakte voor bagage op het dak (m2):

14.9.    Technische voorzieningen die de toegang tot voertuigen vergemakkelijken (bv. oprijplaat, hefplatform, knielsysteem), indien aanwezig: …

14.10.    Sterkte van de bovenbouw

14.10.1.    Eventueel typegoedkeuringsnummer: …

14.10.2.    Voor een nog niet goedgekeurde bovenbouw:

14.10.2.1.    Gedetailleerde beschrijving van de bovenbouw van het voertuigtype met inbegrip van afmetingen, configuratie en samenstellende materialen en de bevestiging daarvan aan een chassis: …

14.10.2.2.    Tekeningen van het voertuig en van die delen van de binneninrichting die van invloed zijn op de sterkte van de bovenbouw of op de restruimte: …

14.10.2.3.    Plaats van het zwaartepunt van het voertuig in rijklare toestand in lengte-, dwars- en verticale richting: …

14.10.2.4.    Maximumafstand tussen de hartlijnen van de buitenste passagierszitplaatsen: …

14.11.    Punten van de VN/ECE-Reglementen nrs. 66 en 107 waaraan deze technische eenheid aantoonbaar moet voldoen:

14.12.    Tekening met de afmetingen van de binneninrichting wat betreft de zitplaatsen, ruimte voor staande passagiers, rolstoelgebruikers en bagageruimten met inbegrip van rekken en skiboxen, indien van toepassing: 

15.    BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR VOERTUIGEN BESTEMD VOOR HET VERVOER VAN GEVAARLIJKE GOEDEREN

15.1.    Elektrische uitrusting overeenkomstig Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad 11

15.1.1.    Bescherming tegen de oververhitting van geleiders: …

15.1.2.    Type vermogensschakelaar: …

15.1.3.    Type en werking van de accuhoofdschakelaar: …

15.1.4.    Beschrijving en plaats van de stroombegrenzer van de tachograaf: …

15.1.5.    Beschrijving van de permanent onder stroom staande installaties. Vermeld de toegepaste Europese norm (EN): …

15.1.6.    Constructie en beveiliging van de elektrische installatie aan de achterkant van de stuurcabine: …

15.2.    Voorkoming van brandgevaar

15.2.1.    Type niet gemakkelijk ontvlambaar materiaal in de stuurcabine: …

15.2.2.    Type hitteschild achter de stuurcabine (in voorkomend geval): …

15.2.3.    Plaats en warmte-isolatie van de motor: …

15.2.4.    Plaats en warmte-isolatie van het uitlaatsysteem: …

15.2.5.    Type en ontwerp van de warmte-isolatie van de vertragersystemen: …

15.2.6.    Type, ontwerp en plaats van de verwarmingstoestellen: …

15.3.    Bijzondere voorschriften voor de carrosserie, indien van toepassing, overeenkomstig Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad

15.3.1.    Beschrijving van de maatregelen tot inachtneming van de voorschriften voor voertuigen van de typen EX/II en EX/III: …

15.3.2.    Voor voertuigen van het type EX/III, weerstand tegen hitte van buitenaf: …

16.    HERBRUIKBAARHEID, RECYCLEERBAARHEID EN MOGELIJKE NUTTIGE TOEPASSING

16.1.    Uitvoering waartoe het referentievoertuig behoort: …

16.2.    Massa van het referentievoertuig met carrosserie of massa van het chassis met cabine, zonder carrosserie en/of koppelinrichting, indien niet gemonteerd door de fabrikant, (met inbegrip van vloeistoffen, gereedschap, reservewiel indien gemonteerd) en zonder bestuurder: …

16.3.    Massa van de materialen van het referentievoertuig: …

16.3.1.    Massa van het materiaal waarmee rekening wordt gehouden bij de voorbehandeling (V): …

16.3.2.    Massa van het materiaal waarmee rekening wordt gehouden bij de demontage (V): …

16.3.3.    Massa van het als recycleerbaar beschouwde materiaal waarmee rekening wordt gehouden bij het behandelen van niet-metalen residu (V): …

16.3.4.    Massa van het voor energieterugwinning in aanmerking komende materiaal waarmee rekening wordt gehouden bij het behandelen van niet-metalen residu (V): …

16.3.5.    Specificatie van de materialen (V): …

16.3.6.    Totale massa van de materialen die herbruikbaar en/of recycleerbaar zijn: …

16.3.7.    Totale massa van de materialen die herbruikbaar en/of nuttig toepasbaar zijn: …

16.4.    Percentages

16.4.1.    Recycleerbaarheidspercentage Rcyc (%): …

16.4.2.    Nuttige-toepasbaarheidspercentage Rcov (%): …

17.    TOEGANG TOT REPARATIE- EN ONDERHOUDSINFORMATIE

17.1.    Adres van de belangrijkste website voor toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie: …

17.1.1.    Datum vanaf wanneer deze beschikbaar is (uiterlijk 6 maanden na de datum van typegoedkeuring): …

17.2.    Voorwaarden voor toegang tot de website: …

17.3.    Formaat van de via de website toegankelijke reparatie- en onderhoudsinformatie: …

Toelichtingen

(1)    Doorhalen wat niet van toepassing is (soms hoeft niets te worden doorgehaald als meerdere antwoorden mogelijk zijn).

(2)    Tolerantie aangeven.

(3)    Vul de laagste en hoogste waarde voor elke variant in.

(4)    Alleen met het oog op de definitie van terreinvoertuigen.

(5)    Voertuigen die zowel op benzine als op gasvormige brandstof kunnen rijden, maar waarbij het benzinesysteem alleen voor noodsituaties of voor het starten is aangebracht en waarvan de benzinetank niet meer dan 15 l benzine kan bevatten, worden voor de test beschouwd als voertuigen die alleen op gasvormige brandstof kunnen rijden.

(6)    Specificeer de optionele uitrusting die van invloed is op de afmetingen van het voertuig.

(7)    Te documenteren in geval van één OBD-motorenfamilie en indien het nog niet is opgenomen in het documentatiepakket (of de documentatiepakketten) waarnaar wordt verwezen in punt 3.2.12.2.7.0.4.

(8)    Waarde voor de gecombineerde WHTC, inclusief het koude en warme gedeelte overeenkomstig bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 582/2011.

(9)    Te documenteren indien het nog niet is opgenomen in de documentatie waarnaar wordt verwezen in punt 4.2.12.2.7.1.5.

(a)    Voor ieder goedgekeurd onderdeel kan een beschrijving worden vervangen door een verwijzing naar de desbetreffende goedkeuring. Een beschrijving is evenmin vereist voor elk onderdeel waarvan de constructie duidelijk op de bijgevoegde schema's of tekeningen is weergegeven. Voor ieder punt waarvoor tekeningen of foto’s moeten worden bijgevoegd, dienen de nummers van de bijbehorende bijgevoegde documenten te worden gegeven.

(b)    Indien het middel tot identificatie van het type tekens bevat die niet relevant zijn voor de typebeschrijving van het voertuig, de technische eenheid of het onderdeel waarop dit inlichtingenformulier betrekking heeft, moeten die tekens op het formulier worden weergegeven door het symbool "?" (bv. ABC??123??).

(c)    Ingedeeld aan de hand van de definities van bijlage II, deel A.

(d)    Aanduiding overeenkomstig EN 10027-1:2005. Als dat niet mogelijk is, moet de volgende informatie worden verstrekt:

— beschrijving van het materiaal;

— strekgrens;

— grenstrekspanning;

— rek (in %);

— brinellhardheid.

(f)    Indien de ene uitvoering een normale stuurcabine en de andere een slaapcabine heeft, moeten de massa's en afmetingen van beide uitvoeringen worden vermeld.

( g )    ISO-norm 612:1978 — Road vehicles — Dimensions of motor vehicles and towed vehicles — Terms and definitions.

(g1)    Motorvoertuig en aanhangwagen: term nr. 6.4.1.

Oplegger en middenasaanhangwagen: term nr. 6.4.2.

Noot:

in het geval van een middenasaanhangwagen moet de as van de koppeling als de voorste as worden beschouwd.

(g2)    Term nr. 6.19.2.

(g3)    Term nr. 6.20.

(g4)    Term nr. 6.5.

(g5)    Term nr. 6.1 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: artikel 2, punt 22, van Verordening (EG) nr. 1230/2012 van de Commissie.

(g6)    Term nr. 6.17.

(g7)    Term nr. 6.2 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: artikel 2, punt 23, van Verordening (EU) nr. 1230/2012.

(g8)    Term nr. 6.3 en voor voertuigen die niet tot categorie M1 behoren: artikel 2, punt 24, van Verordening (EU) nr. 1230/2012.

(g9)    Term nr. 6.6.

(g10)    Term nr. 6.10.

(g11)    Term nr. 6.7.

(g12)    Term nr. 6.11.

(g13)    term nr. 6.18.1.

(g14)    Term nr. 6.9.

(h)    De massa van de bestuurder wordt op 75 kg gesteld.

De systemen waarin zich vloeistof bevindt (behalve dat voor afvalwater, dat leeg moet blijven) worden tot 100 % van de door de fabrikant gespecificeerde inhoud gevuld.

De in de punten 3.6, onder b), en 3.6.1, onder b) bedoelde gegevens hoeven niet te worden verstrekt voor voertuigen van de categorieën N2, N3, M2, M3, O3, en O4.

(i)    Voor aanhangwagens of opleggers en voor voertuigen waaraan een aanhangwagen of oplegger gekoppeld is, die een aanzienlijke verticale belasting uitoefent op de koppelinrichting of de koppelschotel, wordt deze belasting, gedeeld door de standaardversnelling van de zwaartekracht, bij de technisch toelaatbare maximummassa gerekend.

(j)    De "koppelingsoverhang" is de horizontale afstand tussen de koppeling bij middenasaanhangwagens en de hartlijn van de achteras(sen).

(k)    Bij voertuigen die zowel op benzine, diesel enz. als in combinatie met een andere brandstof kunnen rijden, moeten deze rubrieken worden herhaald.

Bij niet-conventionele motoren en systemen moet de fabrikant gegevens verstrekken die gelijkwaardig zijn met de hier gevraagde gegevens.

(l)    Dit cijfer moet worden afgerond op het naaste tiende gedeelte van een millimeter.

(m)    De waarde wordt berekend met π = 3,1416 en afgerond op de naaste cm3.

(n)    Vastgesteld volgens de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 of Verordening (EG) nr. 595/2009, al naar gelang het geval.

(o)    Bepaald overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad 12 .

(p)    Bij varianten moeten de gevraagde gegevens voor elk van deze varianten worden verstrekt.

(q)    Bij aanhangwagens, de door de fabrikant toegestane maximumsnelheid.

(r)    Voor banden van categorie Z die bedoeld zijn om te worden gemonteerd op voertuigen waarvan de maximumsnelheid 300 km/h overschrijdt, dient gelijkwaardige informatie te worden verstrekt.

(s)    Het te vermelden aantal zitplaatsen is dat bij het voertuig in beweging. Bij een modulaire inrichting kan een minimum- en maximumaantal worden opgegeven.

(t)    Onder "R-punt" of "referentiepunt van de zitplaats" wordt verstaan een op de tekeningen van de voertuigfabrikant voor elke zitplaats opgegeven punt, gelokaliseerd met betrekking tot het driedimensionale referentiesysteem, overeenkomstig bijlage III bij VN/ECE-Reglement nr. 125.

(u)    Zie punt 5.3 van VN/ECE-Reglement nr. 16 voor de te gebruiken symbolen en markeringen. Als het om veiligheidsgordels van type S gaat, geef dan de aard van het (de) type(n) aan.

(v)    Deze termen worden gedefinieerd in ISO-norm 22628:2002 — Road vehicles — recyclability and recoverability — calculation method.

(x)    Dualfuelmotoren.

(x1)    Voor een dualfuelmotor of -voertuig.

(x2)    Voor dualfuelmotoren van de typen 1B, 2B en 3B.

(x3)    Behalve voor dualfuelmotoren of -voertuigen.



DEEL II

Matrix met de combinaties van de in deel I opgenomen punten binnen de uitvoeringen en varianten van het voertuigtype

Punt nr.

Alle

Uitvoering 1

Uitvoering 2

Uitvoering 3

Uitvoering n

Toelichtingen

a)    Voor elke variant binnen hetzelfde type moet een aparte matrix worden opgesteld.

b)    Punten waarvoor er geen beperkingen gelden met betrekking tot de combinatie ervan binnen een variant, moeten worden vermeld in de kolom "Alle".

c)    De in de matrix vermelde informatie mag in een andere lay-out worden gepresenteerd of met de in deel I verstrekte informatie worden samengevoegd.

d)    Elke variant en elke uitvoering moet door middel van een alfanumerieke code worden geïdentificeerd; deze code bestaat uit letters en cijfers en moet ook op het conformiteitscertificaat (bijlage IX) van het betrokken voertuig worden vermeld.

e)    Varianten die onder deel III van bijlage IV vallen, moeten door middel van een specifieke alfanumerieke code worden geïdentificeerd.



BIJLAGE II

ALGEMENE DEFINITIES, CRITERIA VOOR DE INDELING IN VOERTUIGCATEGORIEËN, VOERTUIGTYPEN EN CARROSSERIETYPEN

INLEIDING

Definities en algemene bepalingen 

1.    Definities

1.1.

Onder "zitplaats" wordt verstaan: elke locatie die als zitplaats kan dienen voor één persoon die ten minste zo groot is als:

a) in het geval van de bestuurder: de dummy die overeenkomt met een volwassen man van het 50e percentiel;

b) in alle andere gevallen: de dummy die overeenkomt met een volwassen vrouw van het 5e percentiel.

1.2.

Onder "stoel" wordt verstaan: een complete structuur met bekleding, al dan niet geïntegreerd in de carrosseriestructuur van het voertuig, die bestemd is om zitplaats te bieden aan één persoon.

Deze term omvat zowel een individuele zitplaats als een bank, een inklapstoel en een verwijderbare stoel.

1.3.

Onder "goederen" wordt verstaan: in hoofdzaak alle roerende zaken.

Deze term omvat producten in bulk, industrieproducten, vloeistoffen, levende dieren, gewassen en ondeelbare ladingen.

1.4.

Onder "maximummassa" wordt verstaan: de "technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand" zoals vermeld in punt 2.8 van bijlage I.

2.    Algemene bepalingen

2.1.    Aantal zitplaatsen

2.1.1.

De voorschriften voor het aantal zitplaatsen zijn van toepassing op stoelen die bestemd zijn om te worden gebruikt als het voertuig op de weg rijdt.

2.1.2.

Zij zijn niet van toepassing op stoelen die bestemd zijn om te worden gebruikt wanneer het voertuig stilstaat en die voor de gebruikers duidelijk worden aangeduid door middel van een pictogram of een bordje met een passende tekst.

2.1.3.

Voor het tellen van het aantal zitplaatsen gelden de volgende voorschriften:

a)    elke afzonderlijke stoel telt als één zitplaats;

b)    bij banken telt elke ruimte met een breedte van ten minste 400 mm, gemeten ter hoogte van het zitkussen, als één zitplaats.

Onverminderd deze voorwaarde moet de fabrikant de in punt 1.1 bedoelde algemene bepalingen toepassen;

c)    een ruimte zoals bedoeld onder b) telt echter niet als één zitplaats indien:

i)    de zitplaats op een bank zodanige kenmerken heeft dat de dummy niet op natuurlijke wijze kan zitten, zoals door de aanwezigheid van een vaste consolebox, een onbekleed gedeelte of een interieurafwerking die het nominale zitoppervlak onderbreekt;

ii)    de voeten van de dummy niet op natuurlijke wijze kunnen worden geplaatst als gevolg van het ontwerp van de vloerkuip onmiddellijk vóór een veronderstelde zitplaats (bv. door de aanwezigheid van een tunnel).

2.1.4.

Bij voertuigen waarop de VN/ECE-Reglementen nrs. 66 en 107 van toepassing zijn, moet de in punt 2.1.3, onder b), bedoelde afmeting worden aangepast aan de voor één persoon vereiste minimumruimte voor de desbetreffende voertuigklasse.

2.1.5.

Wanneer in een voertuig stoelverankeringen voor een verwijderbare stoel aanwezig zijn, telt de verwijderbare stoel mee bij de bepaling van het aantal zitplaatsen.

2.1.6.

Een ruimte die bestemd is voor een rolstoel met gebruiker wordt beschouwd als één zitplaats.

2.1.6.1.

Deze bepaling geldt onverminderd de voorschriften van bijlage 8, punten 3.6.1 en 3.7, bij VN/ECE-Reglement nr. 107.

2.2.    Maximummassa

2.2.1.

In het geval van een opleggertrekker omvat de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, de maximummassa van de oplegger die door de koppelschotel wordt gedragen.

2.2.2.

In het geval van een motorvoertuig dat een middenasaanhangwagen of een aanhangwagen met stijve dissel kan trekken, omvat de maximummassa waarop de indeling van het motorvoertuig wordt gebaseerd, de maximummassa die door de koppeling op het trekkende voertuig wordt overbracht.

2.2.3.

In het geval van een oplegger, een middenasaanhangwagen en een aanhangwagen met stijve dissel komt de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, overeen met de maximummassa die door de wielen van een as of van een groep assen op de grond wordt overgebracht wanneer het voertuig aan het trekkende voertuig is gekoppeld.

2.2.4.

In het geval van een dolly omvat de maximummassa waarop de indeling van het voertuig wordt gebaseerd, de maximummassa van de oplegger die door de koppelschotel wordt gedragen.

2.3.    Speciale uitrusting

2.3.1.

Voertuigen waarop in eerste instantie vaste uitrusting zoals machines of apparatuur wordt gemonteerd, worden beschouwd als voertuigen van categorie N of O.

2.4.    Eenheden

2.4.1.

Tenzij anders vermeld, komen de meeteenheden en de bijbehorende symbolen overeen met Richtlijn 80/181/EEG van de Raad 13 .

3.    Indeling in voertuigcategorieën

3.1.

De fabrikant is verantwoordelijk voor de indeling van een voertuigtype in een bepaalde categorie.

Hierbij moet aan alle desbetreffende criteria in deze bijlage worden voldaan.

3.2.

De goedkeuringsinstantie kan de fabrikant om aanvullende informatie vragen die van belang is om aan te tonen dat een voertuigtype moet worden ingedeeld in de speciale groep van voertuigen voor speciale doeleinden ("SG-code").



DEEL A

Criteria voor de indeling in voertuigcategorieën 

1.    Voertuigcategorieën

Met het oog op EU- en nationale typegoedkeuring, alsook individuele goedkeuring, worden voertuigen volgens de in artikel 4 vermelde classificatie in categorieën ingedeeld.

Er kan alleen goedkeuring worden verleend voor de in artikel 4, lid 1, vermelde categorieën.

2.    Voertuigsubcategorieën

2.1.    Terreinvoertuigen

Onder "terreinvoertuig" wordt verstaan: een voertuig van categorie M of N met specifieke technische kenmerken waardoor het buiten de normale wegen kan worden gebruikt.

Voor deze subcategorie wordt de letter "G" als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid.

De criteria voor de indeling van voertuigen in de subcategorie terreinvoertuigen zijn gespecificeerd in deel A, punt 4.

2.2.    Voertuigen voor speciale doeleinden

2.2.1.

Voor incomplete voertuigen die bestemd zijn om tot deze subcategorie te behoren, wordt de letter "S" als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid.

De verschillende typen voertuigen voor speciale doeleinden zijn gedefinieerd en opgesomd in punt 5.

2.3.    Terreinvoertuigen voor speciale doeleinden

2.3.1.

Onder "terreinvoertuig voor speciale doeleinden" wordt verstaan: een voertuig van categorie M of N met de in de punten 2.1 en 2.2 bedoelde specifieke technische kenmerken.

Voor deze subcategorie wordt de letter "G" als suffix toegevoegd aan de letter en het cijfer waarmee de voertuigcategorie wordt aangeduid.

Voor incomplete voertuigen die bestemd zijn om tot deze subcategorie te behoren, wordt bovendien de letter "S" als tweede suffix toegevoegd.

3.    Criteria voor de indeling van voertuigen in categorie N

3.1.

De indeling van een voertuigtype in categorie N wordt gebaseerd op de in de punten 3.2 tot en met 3.6 bedoelde technische kenmerken van het voertuig.

3.2.

In beginsel wordt het compartiment of worden de compartimenten waar alle zitplaatsen zich bevinden, volledig gescheiden van de laadruimte.

3.3.

In afwijking van punt 3.2 mogen personen en goederen in hetzelfde compartiment worden vervoerd wanneer de laadruimte voorzien is van bevestigingsmiddelen die ontworpen zijn om de vervoerde personen tijdens het rijden te beschermen tegen schuivende lading, onder meer bij hard remmen en in scherpe bochten.

3.4.

Bevestigingsmiddelen (vastzetmiddelen) die bedoeld zijn om de lading vast te maken zoals voorgeschreven in punt 3.3, en scheidingssystemen, bedoeld voor voertuigen tot 7,5 ton, moeten zijn ontworpen overeenkomstig de punten 3 en 4 van ISO-norm 27956:2009 Wegvoertuigen — Vastzetten van lading in bestelwagens — Eisen en beproevingsmethoden.

3.4.1.

De naleving van de in punt 3.4 bedoelde voorschriften kan worden gecontroleerd aan de hand van een nalevingsverklaring van de fabrikant.

3.4.2.

In plaats van de voorschriften van punt 3.4 mag de fabrikant tot tevredenheid van de goedkeuringsinstantie aantonen dat de gemonteerde bevestigingsmiddelen een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden als dat van in de bedoelde norm.

3.5.

Het aantal zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, mag niet meer bedragen dan:

a) zes in het geval van voertuigen van categorie N1;

b) acht in het geval van voertuigen van categorie N2 of N3.

3.6.

3.6.1.

Hiertoe moet in alle configuraties, en in het bijzonder wanneer alle zitplaatsen bezet zijn, aan de volgende vergelijkingen worden voldaan:

a)    wanneer N = 0:

P – M ≥ 100 kg;

b)    wanneer 0 < N ≤ 2:

P – (M + N × 68) ≥ 150 kg;

c)    wanneer N > 2:

P – (M + N × 68) ≥ N × 68;

waarbij de letters de volgende betekenis hebben:

P = de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand;

M = de massa in rijklare toestand;

N = het aantal zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend.

3.6.2.

De massa van de uitrusting die op het voertuig is gemonteerd om plaats te bieden aan goederen (bv. tanks, carrosserie enz.), goederen te verplaatsen (bv. kranen, liften enz.) en goederen vast te zetten (bv. bevestigingsmiddelen voor lading), wordt bij de bepaling van M meegerekend.

3.6.3.

De massa van de uitrusting die niet voor de in punt 3.6.2 genoemde doeleinden wordt gebruikt (zoals een compressor, een lier, een stroomgenerator, zendapparatuur enz.), wordt bij de bepaling van M met het oog op de toepassing van de in punt 3.6.1 vermelde formules niet meegerekend.

3.7.

Alle varianten en uitvoeringen van een voertuigtype moeten aan de punten 3.2 tot en met 3.6 voldoen.

3.8.

Criteria voor de indeling van voertuigen in categorie N1.

3.8.1.

Een voertuig wordt in categorie N1 ingedeeld wanneer aan alle toepasselijke criteria wordt voldaan.

Wanneer niet wordt voldaan aan één of meer criteria, wordt het voertuig ingedeeld in categorie M1.

3.8.2.

Voor de indeling van voertuigen waarbij de bestuurdersruimte en de lading zich binnen één eenheid bevinden ("BB"-carrosserie), moet behalve aan de algemene criteria in de punten 3.2 tot en met 3.6, tevens worden voldaan aan de criteria in de punten 3.8.2.1 tot en met 3.8.2.3.5.

3.8.2.1.

De aanwezigheid van een volledige of gedeeltelijke wand of scheiding tussen een stoelenrij en de laadruimte doet niet af aan de verplichting om aan de voorgeschreven criteria te voldoen.

3.8.2.2.

Aan de volgende criteria moet worden voldaan:

a)    de goederen kunnen worden geladen door een daarvoor ontworpen en gebouwde achterdeur, laadklep of zijdeur;

b)    de laadopening van een achterdeur of laadklep moet aan de volgende voorschriften voldoen:

i)    als het voertuig slechts met één stoelenrij of alleen een bestuurdersstoel is uitgerust, moet de minimumhoogte van de laadopening ten minste 600 mm bedragen;

ii)    als het voertuig met twee of meer stoelenrijen is uitgerust, moet de minimumhoogte van de laadopening ten minste 800 mm bedragen en moet de opening een oppervlakte hebben van ten minste 12 800 cm2;

c)    de laadruimte moet aan de volgende voorschriften voldoen:

onder "laadruimte" wordt verstaan: het deel van het voertuig dat zich bevindt achter de stoelenrij(en), of achter de bestuurdersstoel als het voertuig slechts met één bestuurdersstoel is uitgerust;

i)    het laadoppervlak van de laadruimte moet nagenoeg vlak zijn;

ii)    als het voertuig maar één stoelenrij of één stoel heeft, moet de minimumlengte van de laadruimte ten minste 40 % van de wielbasis bedragen;

iii)    als het voertuig slechts met twee of meer stoelenrijen is uitgerust, moet de minimumlengte van de laadruimte ten minste 30 % van de wielbasis bedragen.

Indien de stoelen van de laatste stoelenrij gemakkelijk en zonder gebruik van speciaal gereedschap uit het voertuig kunnen worden verwijderd, moet aan de voorschriften voor de lengte van de laadruimte worden voldaan wanneer alle stoelen in het voertuig zijn geïnstalleerd;

iv)    aan de voorschriften voor de lengte van de laadruimte moet worden voldaan met de stoelen van de eerste rij of van de laatste rij, al naargelang het geval, in de normale rechtopstand voor gebruik door inzittenden.

3.8.2.3.

Specifieke meetvoorwaarden

3.8.2.3.1.

Definities

a)    onder "hoogte van de laadopening" wordt verstaan: de verticale afstand tussen twee horizontale vlakken die raken aan het hoogste punt van de onderkant van de deuropening, respectievelijk aan het laagste punt van de bovenkant van de deuropening;

b)    onder "oppervlakte van de laadopening" wordt verstaan: de grootste oppervlakte van de loodrechte projectie op een verticaal vlak dat loodrecht op de middellijn van het voertuig staat, van de grootst mogelijke opening wanneer de achterdeur(en) of de achterklep wijd openstaat of -staan;

c)    onder "wielbasis" wordt voor de toepassing van de formules in de punten 3.8.2.2 en 3.8.3.1 verstaan: de afstand tussen:

i)    bij een voertuig met twee assen: de middellijn van de vooras en de middellijn van de tweede as; of

ii)    bij een voertuig met drie assen: de middellijn van de vooras en de middellijn van een denkbeeldige as op gelijke afstand van de tweede en de derde as.

3.8.2.3.2.

Instelling van stoelen

a)    de stoelen worden in de achterste en buitenste stand ingesteld;

b)    als de rugleuning verstelbaar is, wordt deze zo ingesteld dat de driedimensionale H-puntmachine onder een romphoek van 25 ° op de stoel kan worden geplaatst;

c)    als de rugleuning niet verstelbaar is, moet deze in de door de voertuigfabrikant ontworpen stand staan;

d)    als de stoel in hoogte verstelbaar is, moet deze in de laagste stand worden ingesteld.

3.8.2.3.3.

Toestand van het voertuig

a)    het voertuig wordt belast tot de maximummassa;

b)    de wielen van het voertuig moeten in de rechtuitstand staan.

3.8.2.3.4.

Punt 3.8.2.3.2 is niet van toepassing als het voertuig met een wand of scheiding is uitgerust.

3.8.2.3.5.

Meting van de lengte van de laadruimte

a)    als het voertuig niet met een scheiding of wand is uitgerust, wordt de lengte gemeten vanaf een verticaal vlak dat raakt aan het achterste en buitenste punt van de bovenkant van de rugleuning van de stoel tot de binnenkant van de achterruit, achterdeur of achterklep, in gesloten stand;

b)    als het voertuig met een scheiding of wand is uitgerust, wordt de lengte gemeten vanaf een verticaal vlak dat raakt aan het achterste en buitenste punt van de scheiding of wand tot de binnenkant van de achterruit, achterdeur of achterklep, al naargelang het geval, in gesloten stand;

c)    aan de voorschriften voor de lengte moet ten minste worden voldaan langs een horizontale lijn die gelegen is in het verticale langsvlak door de middellijn van het voertuig, ter hoogte van de laadvloer.

3.8.3.

Voor de indeling van voertuigen waarbij de bestuurdersruimte en de lading zich niet binnen één eenheid bevinden ("BE"-carrosserie), moet behalve aan de algemene criteria in de punten 3.2 tot en met 3.6, tevens worden voldaan aan de criteria in de punten 3.8.3.1 tot en met 3.8.3.4.

3.8.3.1.

Als het voertuig een omhullend type carrosserie heeft, geldt het volgende:

a)    de goederen moeten door een achterdeur, laadklep, paneel of op andere wijze kunnen worden geladen;

b)    de minimumhoogte van de laadopening moet ten minste 800 mm bedragen en de opening moet een oppervlakte hebben van ten minste 12 800 cm2;

c)    de minimumlengte van de laadruimte moet ten minste 40 % van de wielbasis bedragen.

3.8.3.2.

Als het voertuig een open type laadruimte heeft, zijn alleen de bepalingen in punt 3.8.3.1, onder a) en c), van toepassing.

3.8.3.3.

Voor de toepassing van de in punt 3.8.3 bedoelde bepalingen zijn de definities in punt 3.8.2.3.1 van toepassing. 

3.8.3.4.

Aan de voorschriften voor de lengte van de laadruimte moet echter worden voldaan langs een horizontale lijn die gelegen is in het langsvlak door de middellijn van het voertuig, ter hoogte van de laadvloer.

4.    Criteria voor de indeling van voertuigen in de subcategorie terreinvoertuigen

4.1.

Voertuigen van categorie M1 of N1 worden in de subcategorie terreinvoertuigen ingedeeld als zij tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)    het voertuig heeft ten minste één vooras en ten minste één achteras die ontworpen zijn om gelijktijdig te worden aangedreven, ongeacht of één a