Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016DC0475

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE EUROPESE REKENKAMER GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE 2015

COM/2016/0475 final

Brussel, 11.7.2016

COM(2016) 475 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE 2015


INHOUD DEEL I

FINANCIËLE STATEN - BESPREKING EN ANALYSE    

NOTA BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING    

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN EN TOELICHTINGEN DAARBIJ    

BALANS

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

KASSTROOMOVERZICHT

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

TOELICHTINGEN BIJ DE FINANCIËLE STATEN

SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING
EN TOELICHTINGEN DAARBIJ
   DEEL II

 

FINANCIËLE STATEN - BESPREKING EN ANALYSE

BEGROTINGSJAAR 2015

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn opgeteld.

1.EU: Institutioneel bestuur en activiteiten

De EU functioneert als een rechtsstaat. Dat betekent dat alles wat de EU doet, gebaseerd is op verdragen waarmee alle lidstaten van de EU vrijwillig en op democratische wijze hebben ingestemd. De EU heeft een unieke institutionele structuur:

Europese burgers kiezen rechtstreeks de leden van het Europees Parlement (EP);

de Europese Raad, waarin nationale en Europese leiders samenkomen, bepaalt de hoofdlijnen van het beleid;

De regeringen van de lidstaten zijn vertegenwoordigd in de Raad van de Europese Unie (hierna "de Raad" genoemd);

de belangen van de EU als geheel worden behartigd door de Europese Commissie ("de Commissie"), waarvan de voorzitter is gekozen door het Europees Parlement en wiens leden in onderlinge overeenstemming met de verkozen voorzitter door de nationale regeringen worden voorgedragen voor benoeming en als college ter goedkeuring worden onderworpen aan een stemming van het Europees Parlement.

De EU heeft een eigen rechtsorde, die verschilt van de internationale rechtsorde en integraal deel uitmaakt van de rechtssystemen van de lidstaten. De rechtsorde van de EU steunt op autonome rechtsbronnen. Omdat deze rechtsbronnen van uiteenlopende aard zijn, moest er een hiërarchie worden vastgesteld. Bovenaan staat de primaire wetgeving, belichaamd door het Verdrag betreffende de Europese Unie; het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU); Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; andere verdragen en protocollen. Hierna volgen de door de EU gesloten internationale overeenkomsten, de algemene rechtsbeginselen en de afgeleide wetgeving, berustend op de verdragen.

Het bestuur van de EU is georganiseerd in instellingen, agentschappen en andere EU-organen die vermeld staan in toelichting 9 van de toelichtingen bij de financiële staten. Inzake verantwoordelijkheid voor het opstellen van beleid en het nemen van beslissingen, zijn de belangrijkste instellingen het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Commissie.

2.Belangrijkste politieke doelstellingen van de EU

De Commissie stelde op 3 maart 2010 de Europa 2020-strategie voor, een 10-jarenstrategie om de economie van de EU aan te zwengelen. Zij is gericht op "slimme, duurzame en inclusieve groei" en behelst een betere coördinatie van nationaal en Europees beleid. Er zijn streefcijfers overeengekomen die de EU tegen eind 2020 moet realiseren. Zij hebben betrekking op werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, klimaat/energie, onderwijs, sociale inclusie en armoedebestrijding. Dit beperkte aantal streefcijfers op EU-niveau wordt per lidstaat vertaald naar nationale doelstellingen die rekening houden met de specifieke situaties en omstandigheden.

Europa heeft nieuwe impulsen voor groei en werkgelegenheid aangewezen. Op de desbetreffende gebieden wordt actie ondernomen aan de hand van 7 kerninitiatieven ("flagships"):

Digitale agenda voor Europa ;

Innovatie-Unie ;

Jeugd in beweging ;

Efficiënt gebruik van hulpbronnen in Europa ;

Industriebeleid in een tijd van mondialisering ;

Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen ; en

Europees platform tegen armoede .

Voor elk initiatief moeten de EU- en de nationale autoriteiten hun activiteiten coördineren, zodat deze elkaar versterken.

De Commissie die in november 2014 is aangetreden, heeft de volgende 10 initiatieven (tot 2019) aangewezen die een voortzetting van de Europa 2020-strategie betekenen:

Een nieuwe impuls voor banen, groei en investeringen:

Het belangrijkste initiatief van de EU onder deze rubriek is het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), dat samen met de EIB-groep is gelanceerd. Het is bedoeld om de huidige investeringskloof in de EU te helpen overbruggen door particuliere financiering te mobiliseren voor strategische investeringen op sleutelgebieden zoals infrastructuur, onderwijs, onderzoek en innovatie, hernieuwbare energie en risicofinanciering voor kleine bedrijven. Verwacht wordt dat extra middelen van de lidstaten, nationale stimuleringsbanken en particuliere investeerders voor een totaal van 315 miljard EUR aan investeringen in de EU zullen opleveren.

Een veerkrachtige energie-unie en een toekomstgericht klimaatveranderingsbeleid:

De EU ondersteunt sedert lang de internationale inspanningen ter bestrijding van de klimaatverandering en beschouwt het als haar plicht een voorbeeld te stellen door intern een krachtig beleid te voeren. Op Europees niveau wordt een alomvattend pakket van beleidsmaatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen ten uitvoer gelegd door middel van het Europees programma inzake klimaatverandering (ECCP). De EU heeft zichzelf doelen gesteld om haar uitstoot van broeikasgassen geleidelijk terug te dringen tot 2050. De klimaat- en energiedoelstellingen zijn vastgelegd in het klimaat- en energiepakket voor 2020 en het klimaat- en energiekader voor 2030. Deze doelstellingen moeten de EU op weg helpen om de overgang naar een koolstofarme economie als omschreven in het stappenplan voor 2050 te realiseren. De EU volgt de bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen geboekte vooruitgang door middel van regelmatige monitoring en rapportage. De EU heeft het voortouw genomen bij de internationale inspanningen voor een wereldwijde klimaatovereenkomst. Na de ervaringen die zijn opgedaan met het Kyoto-protocol, waaraan slechts een beperkt aantal landen deelneemt, en de klimaattop van Kopenhagen in 2009, waar geen overeenstemming is bereikt, heeft de EU zich sterk gemaakt voor een brede coalitie van ontwikkelde en ontwikkelingslanden met een hoog ambitieniveau, wat zich heeft vertaald in de succesvolle uitkomst van de conferentie van Parijs (COP21) in december 2015. Tijdens deze conferentie keurden 195 landen de eerste universele, wettelijk bindende mondiale klimaatovereenkomst goed. De EU was in maart 2015 de eerste grote economie die haar voorgenomen bijdrage aan de nieuwe overeenkomst indiende. Zij onderneemt al stappen om haar doelstelling van een reductie van de emissies met minstens 40 % tegen 2030 te verwezenlijken.

Een nieuw migratiebeleid:

Migratie is een van de politieke prioriteiten van de huidige Commissie. Het hoofddoel van de Europese migratieagenda is de kwestie van migratie op een alomvattende manier aan te pakken. Het eerste deel van deze agenda bestaat uit onmiddellijke maatregelen om menselijke tragedies te voorkomen en de mechanismen voor noodsituaties te versterken. Dit omvat een uitbreiding van de aanwezigheid op zee om levens te redden, een gerichte aanpak van criminele netwerken van mensensmokkelaars, de opvang van grote aantallen migranten die aankomen in de EU en het gebruik van de operationele en financiële instrumenten van de EU om de lidstaten in de frontlinie te helpen. Als eerste stap heeft de Commissie in 2015 via gewijzigde begrotingen extra financiering ter beschikking gesteld — zie deel 6 hierna. Bovendien moet een nieuw langetermijnbeleid inzake migratie worden geformuleerd dat op vier pijlers berust: 1) de prikkels voor onregelmatige migratie verkleinen; 2) levens redden en de buitengrenzen beveiligen; 3) een sterk gemeenschappelijk asielbeleid; en 4) een nieuw beleid voor legale migratie.

Een diepere en eerlijkere interne markt

De eengemaakte markt is een van Europa’s grootste verwezenlijkingen en haar grootste troef in tijden van toenemende globalisering. Het is een motor voor de opbouw van een sterkere en rechtvaardigere economie in de EU. Door personen, goederen, diensten en kapitaal toe te staan vrijer te circuleren, ontstaan nieuwe mogelijkheden voor burgers, werknemers, ondernemingen en consumenten, wat moet leiden tot de banen en groei die Europa zo dringend nodig heeft. Meer geïntegreerde en diepere kapitaalmarkten moeten de financiering van bedrijven, in het bijzonder het midden- en kleinbedrijf, en van infrastructuurprojecten bevorderen. Een grotere arbeidsmobiliteit moet mensen in staat stellen zich vrijer te verplaatsen naar waar hun vaardigheden nodig zijn. En het bestrijden van belastingontduiking en belastingfraude moet ervoor zorgen dat eenieder een faire bijdrage levert.

Maatregelenpakket voor de digitale eengemaakte markt:

Het internet en digitale technologieën veranderen onze wereld. Maar door onlinebarrières hebben burgers geen toegang tot sommige goederen en diensten, worden internetbedrijven en startups beperkt in hun ontplooiing en kunnen bedrijven en overheden niet ten volle profiteren van digitale instrumenten. Daarom moet de interne markt van de EU toegerust worden voor het digitale tijdperk: regelgevingsbarrières moeten worden gesloopt en van 28 nationale markten moet één markt worden gemaakt. Dit kan de EU-economie een injectie geven van 415 miljard EUR per jaar en honderdduizenden nieuwe banen opleveren.

Een ruimte van recht en grondrechten:

De EU is meer dan een gemeenschappelijke markt voor goederen en diensten. De Europeanen hebben ook gemeenschappelijke waarden, die zijn vastgelegd in de EU-Verdragen en het Handvest van de grondrechten. De Commissie moet deze waarden altijd voor ogen houden in haar strijd tegen terrorisme, mensenhandel, smokkel en cybercriminaliteit. Het moet voor Europeanen makkelijker worden om te werken, studeren of trouwen in een ander EU-land. Een van de hoofddoelen is dus om bruggen te slaan tussen de verschillende nationale rechtsstelsels in de EU. Een Europese rechtsruimte zonder grenzen of obstakels zorgt ervoor dat burgers overal in Europa dezelfde rechten hebben.

Een krachtiger optreden op het wereldtoneel:

De EU heeft een krachtig gemeenschappelijk buitenlands beleid nodig om efficiënt in te spelen op mondiale uitdagingen, inclusief de crises in haar nabuurschap, haar waarden uit te dragen en bij te dragen aan vrede en welvaart in de wereld.

Een evenwichtige vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de VS:

De EU onderhandelt momenteel over een ambitieuze en evenwichtige handels- en investeringsovereenkomst met de VS. Het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) zal nieuwe handels- en investeringsmogelijkheden creëren voor grote én kleine ondernemingen en nieuwe banen opleveren. Voor de consumenten zal het leiden tot lagere prijzen en meer keuze, terwijl de hoge standaarden van de EU inzake consumentenbescherming, sociale rechten en milieuvoorschriften behouden blijven. Het zal tevens haar invloed op wereldvlak versterken: Europa zal de mondiale handel mee vorm geven, zijn waarden uitdragen en meer investeringen aantrekken.

Een Unie van democratische verandering:

In 2014 dienden de lidstaten voor het eerst met de resultaten van de verkiezingen rekening te houden bij de voordracht van een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie. Hoewel het een belangrijke stap betreft, is dit slechts één van de vele om de EU democratischer te maken en dichter bij de burgers te brengen. Europeanen hebben het recht te weten met wie commissarissen en personeelsleden van de Commissie, leden van het Europees Parlement en vertegenwoordigers van de Raad ontmoetingen hebben in het kader van het wetgevingsproces. De Commissie is vastbesloten om een nieuwe impuls te geven aan de betrekkingen met het Europees Parlement en nauwer samen te werken met de nationale parlementen.

Een hechtere economische en monetaire unie - voortdurende inspanningen om de economische stabiliteit te bevorderen en investeerders warm te maken voor Europa:

De werkzaamheden van de Commissie ter voltooiing van de economische en monetaire Unie bouwt voort op het verslag van de vijf voorzitters , waarin vier gebieden worden aangewezen waar vooruitgang nodig is. Het verslag van de vijf voorzitters is het resultaat van uitvoerig overleg tussen de lidstaten, de EU-instellingen en de 5 voorzitters.

3.EU-begroting: van voorbereiding tot kwijting

4.Begroting en financiering

Het meerjarig financieel kader (MFK) weerspiegelt de politieke doelstellingen van de EU en legt de jaarlijkse maximumbedragen (plafonds) vast voor de EU-uitgaven als geheel en voor de belangrijkste uitgavencategorieën (rubrieken). De som van de maxima van alle rubrieken vormt het totale maximum van de vastleggingskredieten. De EU-begroting financiert een hele reeks beleidslijnen en programma's in de hele EU. In overeenstemming met de prioriteiten die de het Europees Parlement en de Raad in het MFK hebben neergelegd, voert de Commissie specifieke programma's, activiteiten en projecten in het veld uit. De begroting wordt door de Commissie voorbereid en normaal gezien midden december aangenomen door het EP en de Raad volgens de procedure van artikel 314 VWEU. Overeenkomstig het evenwichtsbeginsel moeten de totale ontvangsten gelijk zijn aan de totale uitgaven (betalingskredieten) voor een bepaald begrotingsjaar.

De EU beschikt over twee grote financieringscategorieën: ontvangsten uit eigen middelen en diverse ontvangsten. De eigen middelen kunnen worden onderverdeeld in de traditionele eigen middelen (zoals douanerechten), de eigen middelen gebaseerd op de belasting op de toegevoegde waarde (btw) en de middelen op basis van het bruto nationaal inkomen (bni). De diverse ontvangsten als gevolg van de activiteiten van de EU (bv. mededingingsgeldboeten) bedragen normaal gezien minder dan 10 % van de totale ontvangsten. De ontvangsten uit eigen middelen vormen het leeuwendeel van de EU-financiering en komen automatisch toe aan de EU om haar in staat te stellen haar begroting te financieren zonder dat hiervoor een later besluit van nationale autoriteiten nodig is. Het totale bedrag van de vereiste eigen middelen om de begroting te financieren wordt bepaald door de totale uitgaven min de diverse ontvangsten. Het totale bedrag aan eigen middelen mag niet meer bedragen dan 1,23 % van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU.

Als algemeen beginsel geldt dat de EU geen geld mag lenen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen om haar begroting te financieren.

5.Hoe de EU-begroting wordt beheerd en besteed

Primaire beleidsuitgaven

De beleidsuitgaven van de EU bestrijken de verschillende rubrieken van het MFK en nemen verschillende vormen aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële middelen worden uitgekeerd en beheerd. Sinds 2014 deelt de Commissie haar uitgaven als volgt in:

Direct beheer: in dit geval valt de begrotingsuitvoering rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de diensten van de Commissie.

Indirect beheer: in dit geval vertrouwt de Commissie taken tot uitvoering van de begroting toe aan organen van EU- of nationaal recht, zoals de EU-agentschappen.

Gedeeld beheer: bij deze methode worden bepaalde taken tot uitvoering van de begroting aan de lidstaten gedelegeerd. Ongeveer 80 % van de uitgaven valt onder deze beheersvorm, bv. op gebieden als landbouwuitgaven en structurele maatregelen.

De verschillende financiële spelers binnen de Commissie

Het College van commissarissen neemt gezamenlijk de politieke verantwoordelijkheid, maar oefent in de praktijk zijn bevoegdheden om de begroting uit te voeren, niet zelf uit. Het delegeert deze taken elk jaar aan individuele ambtenaren die verantwoording dienen af te leggen aan het College en die onderworpen zijn aan het Financieel Reglement (FR) en het Statuut van de ambtenaren. De desbetreffende personeelsleden — meestal directeuren-generaal en diensthoofden — staan bekend als "gedelegeerde ordonnateurs". Zij kunnen op hun beurt hun taken in verband met de uitvoering van de begroting aan „gesubdelegeerde ordonnateurs” delegeren.

De verantwoordelijkheid van de ordonnateurs omvat het hele beheersproces, vanaf het vaststellen wat er moet worden gedaan om de beleidsdoelstellingen te realiseren die door de instelling zijn vastgelegd tot het beheren van de activiteiten die gestart zijn, zowel vanuit operationeel als budgettair standpunt. Elke ordonnateur moet een jaarlijks activiteitenverslag opstellen over de activiteiten die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, waarin hij verslag uitbrengt over de beleidsresultaten en getuigt van redelijke zekerheid over het feit dat de middelen die zijn toegekend voor de activiteiten die in zijn verslag zijn beschreven voor hun doel zijn aangewend overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer, en dat de ingestelde controleprocedures de nodige garanties bieden met betrekking tot de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Overeenkomstig artikel 66 van het FR stuurt de Commissie een syntheseverslag over de jaarlijkse activiteitenverslagen naar het Europees Parlement en de Raad, waarmee de Commissie de algehele politieke verantwoordelijkheid neemt voor het beheer van de EU-begroting overeenkomstig artikel 317 VWEU. Dit verslag en de jaarlijkse activiteitenverslagen kunnen worden gevonden op: http://ec.europa.eu/atwork/planning-and-preparing/synthesis-report/index_nl.htm

Overeenkomstig artikel 318 VWEU publiceert de Commissie een evaluatieverslag over de voortgang en prestaties van programma’s van de Commissie op basis van de jaarlijkse activiteitenverslagen van de ordonnateurs. Met ingang van het begrotingsjaar 2015 zijn het syntheseverslag en het evaluatieverslag samengevoegd en gecombineerd met de informatie die wordt gepresenteerd in een nieuw verslag, getiteld "jaarlijks beheers- en prestatieverslag over de EU-begroting".

De rekenplichtige voert de betalings- en invorderingsopdrachten uit die zijn opgesteld door de ordonnateurs en is verantwoordelijk voor het beheer van de kasmiddelen. Hij schrijft de boekhoudkundige principes en methodes voor, valideert de boekhoudsystemen, voert de boekhouding en stelt de jaarrekening van de instelling op. Voorts moet de rekenplichtige de jaarrekening aftekenen en daarbij verklaren dat die in alle materiële aspecten een getrouw beeld van de vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstromen geeft.

6.Financiële verslaglegging en boekhouding

De geconsolideerde jaarrekening van de EU verstrekt financiële informatie over de activiteiten van de instellingen, agentschappen en andere organen van de EU gezien vanuit het oogpunt van de boekhouding op transactiebasis en de begroting. Deze rekening omvat niet de jaarrekeningen van de lidstaten.

De jaarrekening van de EU bestaat uit twee afzonderlijke, maar aan elkaar gekoppelde delen:

a)    de financiële staten; en

b)    verslagen over de uitvoering van de begroting, waarin de begrotingsuitvoering in detail wordt beschreven.

Het is de verantwoordelijkheid van de rekenplichtige van de Commissie om de geconsolideerde jaarrekening van de EU op te stellen en ervoor te zorgen dat die in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstromen van de EU geven.

Naast de bovengenoemde jaarlijkse verslaglegging worden er ook ad-hocverslagen over specifieke zaken opgesteld, zoals het verslag inzake begrotings- en financieel beheer, financiële instrumenten, verstrekte garanties en financiële correcties.

Verslaglegging en verantwoording in de Commissie:

 

7.Controle en kwijting

Controle

De jaarrekening en het beheer van de middelen van de EU worden gecontroleerd door haar externe controleur, de Europese Rekenkamer (de Rekenkamer), die als onderdeel van haar activiteiten het volgende opstelt voor het Europees Parlement en de Raad:

(1)    een jaarverslag over de activiteiten die gefinancierd zijn uit de algemene begroting, met gedetailleerde opmerkingen bij de jaarrekening en de onderliggende verrichtingen;

(2)    een oordeel, dat gebaseerd is op haar controles en in het jaarverslag gegeven wordt in de vorm van een betrouwbaarheidsverklaring over i) de betrouwbaarheid van de rekening en ii) de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen voor wat betreft de ontvangsten die geïnd zijn van belastbare personen en de betalingen aan eindbegunstigden; en

(3)    speciale verslagen over de resultaten van controles van specifieke terreinen.

Kwijting

De laatste stap van een begrotingscyclus is de kwijting van de begroting voor een bepaald begrotingsjaar. De kwijting vormt het politieke aspect van de externe controle van de uitvoering van de begroting. Het is het besluit waarmee het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, de Commissie (en andere EU-organen) "ontslaat" van haar verantwoordelijkheid voor het beheer van een bepaalde begroting door aan te geven dat die begroting ophoudt te bestaan. Het Europees Parlement is de met kwijting belaste autoriteit binnen de EU. Dit betekent dat na de controle en de voltooiing van de jaarrekening de Raad een aanbeveling moet doen en het Europees Parlement kwijting moet verlenen aan de Commissie en andere EU-organen voor de uitvoering van de EU-begroting voor een bepaald begrotingsjaar. Dat besluit is gebaseerd op een onderzoek van de jaarrekening, het jaarlijks beheers- en prestatieverslag over de EU-begroting (voormalig syntheseverslag en jaarlijks evaluatieverslag) van de Commissie, het jaarverslag, de accountantsverklaring en de speciale verslagen van de Rekenkamer, en de antwoorden van de Commissie op vragen en verdere informatieverzoeken.

Deze kwijtingsprocedure kan drie resultaten opleveren: het verlenen, het uitstellen of het weigeren van de kwijting. De hoorzittingen waarbij commissarissen vragen moeten beantwoorden van de leden van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement over de beleidsterreinen die onder hun verantwoordelijkheid vallen, vormen een integrerend deel van de jaarlijkse kwijtingsprocedure in het Europees Parlement. Het definitieve kwijtingsverslag, met daarin specifieke aanbevelingen aan de Commissie om maatregelen te nemen, wordt in plenaire zitting door het EP aangenomen. De aanbevelingen tot kwijting van de Raad worden door Ecofin aangenomen. Het kwijtingsverslag van het Europees Parlement en de aanbevelingen tot kwijting van de Raad krijgen navolging in een jaarlijks verslag waarin de Commissie uiteenzet welke concrete maatregelen zij heeft genomen om de gedane aanbevelingen uit te voeren.

8.De geconsolideerde financiële staten van de EU: de financiële situatie in 2015

9.Ontvangsten

De meeste ontvangsten van de instellingen en organen van de Unie zijn ontvangsten uit niet-ruiltransacties. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de voornaamste ontvangstencategorieën.

Vijfjarige trend van de ontvangsten uit niet-ruiltransacties in miljoen EUR:

De bni-middelen in 2014 bevatten belangrijke herzieningen van het bni die teruggingen tot 2002. Daarom was de aanpassing van de bijdragen, voor een totaal van 10 miljard EUR voor alle EU-lidstaten, van ongekende omvang. Dit verklaart grotendeels de daling in 2015 ten opzichte van het voorgaande jaar.

Terugvordering van uitgaven omvat door de Commissie opgestelde invorderingsopdrachten die zijn geïnd of verrekend met latere betalingen die in het boekhoudsysteem van de Commissie zijn opgenomen, teneinde eerder betaalde uitgaven uit de algemene begroting terug te vorderen.

10.Uitgaven

De uitgaven – 155,9 miljard EUR – bedroegen minder dan vorig jaar (2014: 165,3 miljard EUR). Er was een daling van 4,6 miljard EUR voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds (CF), te wijten aan de trage start van de uitvoering van de programmeringsperiode 2014-2020. De uitgaven van het Europees Sociaal Fonds (ESF) daalden met 2,8 miljard EUR omdat minder kostendeclaraties werden ingediend voor de periode 2007-2013 van het meerjarig financieel kader.

De belangrijkste uitgavenpost (112,4 miljard EUR) zijn betalingen in het kader van het gedeeld beheer. De belangrijkste fondsen zijn: het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling, het EFRO en CF en het ESF. In het begrotingsjaar 2015 waren deze goed voor bijna 71 % van de totale uitgaven.

Uitgaven onder direct beheer betreffen in hoofdzaak het door de Commissie, de uitvoerende agentschappen en, nieuw vanaf 2015, trustfondsen uitgevoerde deel van de begroting. Onder direct beheer staan ook de administratieve uitgaven van alle EU-instellingen en -agentschappen. De begrotingsuitvoering onder indirect beheer wordt gedaan door agentschappen en organen van de EU, derde landen, internationale organisaties en andere entiteiten. De uitgaven onder direct en indirect beheer maakten tezamen ongeveer 14 % (22 miljard EUR) van de totale uitgaven uit.

Daarnaast beschouwt de EU toekomstige betalingsverplichtingen als uitgaven die nog niet in de begrotingsboekhouding op kasbasis zijn opgenomen. Zij worden in het bijzonder opgevoerd onder verplichtingen voor landbouw- en plattelandsontwikkeling en de toekomstige betalingsverplichtingen voor pensioenrechten die door commissarissen, leden van het EP en personeelsleden zijn verworven, en leiden doorgaans tot een negatief economisch resultaat (deze betalingen worden gefinancierd uit toekomstige begrotingen en zijn nog niet opgenomen in de ontvangsten).

11.Economisch resultaat

Het economisch resultaat voor de periode (d.w.z. het tekort) van (13 033) miljoen EUR bleef ten opzichte van vorig jaar op een vergelijkbaar niveau.

12.Activa

154 miljard EUR activa op de geconsolideerde balans van de EU

De belangrijkste posten aan de actiefzijde van de balans zijn financiële activa (leningen, voor verkoop beschikbare financiële activa en geldmiddelen) en voorfinancieringsbedragen die alles bij elkaar goed zijn voor bijna 83 % van de activa van de EU. Het bedrag aan leningen daalde met 1,6 miljard tot 57 miljard EUR, terwijl het bedrag van de voor verkoop beschikbare financiële activa gefinancierd uit de EU-begroting (begrotingsinstrumenten), met ongeveer 460 miljoen EUR toenam. De activa die onder de vaste bedrijfsmiddelen zijn opgenomen, zijn activa die verband houden met het Copernicus-programma (1,7 miljard EUR) en Galileo-activa in aanbouw (2,1 miljard EUR).

In de afgelopen jaren zijn EU-instellingen en -organen erin geslaagd de posten geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar op een laag niveau te houden. Het hoge kassaldo van 21,7 miljard EUR op 31 december 2015 is vooral toe te schrijven aan:

de uitgestelde betalingen van bni- en btw-saldi van 2014 (5,4 miljard EUR), die werden gespreid over 2015, met een zeer groot deel uitbetaald in september 2015. De bijdrage van de lidstaten aan de EU-begroting op basis van btw en bni is onderworpen aan een jaarlijkse aanpassing die ieder jaar plaatsvindt op de eerste werkdag van december. De aanpassing in 2014 omvatte ingrijpende herzieningen van het bni die teruggingen tot 2002, wat resulteerde in een ongekende aanpassing van 9,5 miljard EUR voor alle EU-lidstaten;

het bni- en btw-saldo van 2015 (1,4 miljard EUR);

de door twee lidstaten vooraf betaalde bni-bijdrage voor 2016 (0,7 miljard EUR);

boetes en andere ontvangsten (1,5 miljard EUR).

Op grond van de eigenmiddelenverordening konden deze tegoeden alleen in 2016 aan de lidstaten worden terugbetaald via een gewijzigde begroting.

Voorfinanciering

Er zij op gewezen dat het niveau van de voorfinanciering sterk wordt beïnvloed door de MFK-cyclus: aan het begin van een MFK-periode kan men verwachten dat er omvangrijke voorschotten worden betaald aan lidstaten in het kader van het cohesiebeleid. De Commissie stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de niveaus van voorfinanciering op een passend niveau worden gehouden. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen het waarborgen van toereikende financiering voor projecten en de tijdige erkenning van de uitgaven.

De totale voorfinanciering (exclusief andere voorschotten aan de lidstaten en bijdragen aan trustfondsen) op de balans van de EU bedraagt 40 miljard EUR (2014: 45 miljard EUR), die nagenoeg volledig betrekking hebben op activiteiten van de Commissie. Ongeveer 70 % van de voorfinanciering door de Commissie betreft gedeeld beheer, wat wil zeggen dat de uitvoering van de begroting aan de lidstaten wordt gedelegeerd (waarbij de Commissie haar rol van toezichthouder behoudt).

Voorfinanciering door de Commissie via de beheersvorm

Het grootste deel van de voorfinanciering onder gedeeld beheer betreft het EFRO & CF.

Voorfinanciering op lange termijn is gestegen met 12,6 miljard EUR in verband met het nieuwe MFK, terwijl de kortetermijnvoorfinanciering daalde met 17,7 miljard EUR. De stijging van de voorfinanciering op lange termijn is vooral toe te schrijven aan de nieuwe voorfinancieringen onder gedeeld beheer voor het MFK 2014-2020 (in totaal 10 miljard EUR, waarvan 7 miljard EUR bestemd is voor het cohesiebeleid). Ook de daling van de kortetermijnbedragen is hoofdzakelijk voor rekening van het gedeeld beheer: omdat het MFK 2007-2013 in de afsluitingsfase zit, wordt de daarmee verband houdende voorfinanciering geleidelijk vereffend.

Financieringsinstrumenten onder direct en indirect beheer

De volgende posten worden als financieringsinstrumenten in de jaarrekening van de EU opgevoerd:

uit begrotingskredieten verstrekte leningen;

uit geleende middelen verstrekte leningen;

eigenvermogensinstrumenten;

garantie-instrumenten en

garantiefondsen: aan externe entiteiten (voornamelijk de EIB-groep) verstrekte garanties voor instrumenten die niet door de EU-begroting zijn gecreëerd.

Het belang en de omvang van de financieringsinstrumenten die uit de EU-begroting worden gefinancierd onder direct en indirect beheer neemt van jaar tot jaar toe. In tegenstelling tot de traditionele begrotingsuitvoeringsmethode van subsidieverstrekking is de grondgedachte achter deze aanpak dat voor elke via de financiële instrumenten uitgegeven euro de eindbegunstigde meer dan 1 euro aan financiële steun ontvangt als gevolg van het hefboomeffect. Dit intelligente gebruik van de EU-begroting is gericht op het maximaliseren van het effect van de beschikbare middelen. Eigenvermogensinstrumenten en beleggingen (in aandelen en schuldtitels) in garantie-instrumenten en de garantiefondsen worden in de jaarrekening van de EU opgevoerd als voor verkoop beschikbare financiële activa.

Voor verkoop beschikbare financiële activa van budgettaire financieringsinstrumenten

Garantiefondsen

Garantiefondsen worden door de EU opgezet voor specifieke doeleinden en gevoed met overmakingen uit de EU-begroting, om een liquiditeitsbuffer te vormen tegen potentiële verliezen op gegarandeerde verrichtingen betreffende garanties die uit de EU-begroting aan de EIB-groep worden verstrekt. Het belangrijkste in 2015 nieuw gecreëerde garantiefonds is het EFSI-garantiefonds.

Het EFSI is een initiatief ter vergroting van de risicodragende capaciteit van de EIB-groep, waardoor de EIB tot 61 miljard EUR in de EU kan investeren. Het EFSI is geen afzonderlijke rechtspersoon of een investeringsfonds in de strikte zin van het woord. De EFSI-risicoreserve biedt bescherming aan de EIB tegen mogelijke verliezen op de onderliggende verrichtingen. Het bestaat uit een inbreng van 5 miljard EUR uit het eigen kapitaal van de EIB en een begrotingsgarantie van de EU ten belope van 16 miljard EUR (maximaal bedrag). Het is de bedoeling dat extra middelen van de lidstaten, nationale stimuleringsbanken en particuliere investeerders voor een totaal van 315 miljard EUR aan investeringen in de EU opleveren.

Het EFSI opereert in twee "vensters": het venster voor infrastructuur en innovatie (IIW), waarvan de uitvoering door de EIB wordt gedaan, en het mkb-venster (SMEW), uitgevoerd door het EIF, die beide zullen beschikken over een schuldportefeuille (EU-garantie van 12.25 miljard EUR) en een aandelenportefeuille (EU-garantie van 3,75 miljard euro). Het EIF opereert op grond van een overeenkomst met de EIB en op basis van een garantie van de EIB, die op haar beurt weer wordt gegarandeerd door de EU.

De EU en de EIB hebben binnen het EFSI elk een andere rol. Het EFSI is opgericht in de schoot van de EIB, die de operaties (leningen en eigenvermogensinstrumenten) financiert met op de kapitaalmarkten geleende middelen. Wat het IIW betreft, neemt de EIB de investeringsbesluiten onafhankelijk en beheert zij de operaties overeenkomstig haar regels en procedures, op dezelfde wijze als voor haar eigen (risicodragende) operaties. Om erop toe te zien dat de investeringen in het kader van het EFSI gericht blijven op de specifieke doelstelling het marktfalen te verhelpen dat investeringen in de EU belemmert en dat zij in aanmerking komen voor de bescherming van de EU-garantie, is een specifieke governancestructuur opgezet. Het investeringscomité van onafhankelijke deskundigen beoordeelt of elk project dat door de EIB wordt voorgesteld voldoet aan de voorwaarden voor dekking door de EU-garantie. Indien dat bevestigd wordt en de operatie de garantie van het EFSI krijgt; worden de voortzetting van het project en het beheer ervan onderworpen aan de normale projectcyclus en het governanceproces van de EIB.

De rol van de EU behelst het verstrekken van de EU-garantie voor een deel van de potentiële verliezen die de EIB zou kunnen lijden op haar investeringen (leningen en eigenvermogensinstrumenten). De EU bemoeit zich met andere woorden niet met de definitieve selectie en het beheer van de EFSI-operaties, investeert geen geld in die operaties en is niet direct contractpartij bij de onderliggende instrumenten. Omdat de controlecriteria en de boekhoudkundige vereisten voor consolidatie van de boekhoudregels van de EU (en de IPSAS) niet zijn vervuld, worden de daarmee verband houdende activa niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de EU (zie ook toelichting 5.2 bij de geconsolideerde jaarrekening).

De EU-garantie is beperkt tot 16 miljard EUR op eender welk moment en de totale nettobetalingen uit de EU-begroting mogen dat bedrag niet overschrijden. De garantiebetalingen van de EU zouden worden gedaan door een nieuw opgericht garantiefonds dat fungeert als liquiditeitsbuffer tegen potentiële nettoverliezen (verwachte verliezen niet gedekt door verwachte ontvangsten) op door het EFSI gegarandeerde operaties. Het EFSI-garantiefonds wordt vanaf 2016 gefinancierd uit de EU-begroting en zal tegen 2022 geleidelijk aangroeien tot  8 miljard EUR, ofwel 50 % van de maximumgarantie van de EU. Op 31 december 2015 is voor het garantiefonds 1 350 miljoen EUR vastgelegd, te storten in 2016 (500 miljoen EUR) en 2017 (850 miljoen EUR); dit bedrag is opgenomen in de "RAL" (reste à liquider - nog betaalbaar te stellen vastleggingen) die in toelichting 5.3.1 bij de geconsolideerde jaarrekening worden behandeld.

De volgende tabellen geven een overzicht van de financieringsinstrumenten van de EU, per MFK

miljoenen EUR

MFK 2014-2020

Activa

Passiva

Garanties

Eigenvermogensinstrumenten:

 

 

 

Eigenvermogensfaciliteit voor groei (COSME)

39

(2)

 

Horizon 2020 InnovFin Equity Facility for R&I

108

(2)

 

 

146

(4)

 

Garantie-instrumenten

 

 

 

COSME-leninggarantiefaciliteit

125

(43)

*

Werkgelegenheid en sociale innovatie

10

(3)

*

Garantiefaciliteit voor studentenleningen

16

(1)

*

Horizon 2020 – InnovFin Loan & Guarantee Service for R&I

638

(97)

(442)

Horizon 2020 – InnovFin SME Guarantee

294

(22)

(17)

Faciliteit voor de financiering van natuurlijk kapitaal

12

-

 

Instrument voor particuliere financiering van energie-efficiëntie (PF4EE)

12

-

 

 

1 107

(166)

(459)

Totaal

1 253

(170)

(459)

MFK vóór 2014

Activa

Passiva

Garanties

Leningen/Eigenvermogensinstrumenten/Instrumenten voor technische bijstand:

 

 

 

Instrument voor economische en financiële samenwerking in het kader van het Europees-mediterraan partnerschap (MEDA)

251

(2)

Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI)

153

(4)

 

404

(6)

 

Leninginstrumenten: Steunkrediet voor kleine en middelgrote ondernemingen

19

Eigenvermogensinstrumenten:

 

 

 

Faciliteit voor snelgroeiende, innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen in het kader van het programma voor concurrentievermogen en innovatie

413

-

 

Europese technologie-startersregeling 1998 (ETF)

11

-

 

Wereldwijd Fonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie (GEEREF)

76

-

 

Meerjarig kaderprogramma (MAP) eigenvermogensfaciliteit

192

-

 

Margueritefonds

50

-

 

Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit (PMF) voor werkgelegenheid en sociale insluiting

71

-

 

Europees Fonds voor energie-efficiëntie

128

(22)

 

Technologieoverdracht proefprojecten

1

 

 

943

(22)

 

Garantie-instrumenten:

 

 

Garantiefaciliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen in het kader van het programma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP SMEG)

108

(215)

 *

Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten (LGTT)

238

(3)

(209)

Meerjarenprogramma (MAP) voor ondernemingen

23

(35)

*

Projectobligatie-initiatief (PBI)

236

(1)

(220)

Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit

13

(11)

*

Financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF)

927

(94)

(845)

Garantiefaciliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen

16

(16)

*

 

1 561

(375)

1 274

Totaal

2 927

(403)

1 274

* Het door de EU gedragen risico is volledig gedekt (d.w.z. opgenomen in de passiva).



miljoenen EUR 

Meer dan één MFK betreffend

Activa

Passiva

Garanties

Eigenvermogensinstrumenten:

 

 

 

Europees Fonds voor Zuidoost-Europa (EFSE)

118

-

 

Fonds voor bedrijfsuitbreiding in het kader van de faciliteit voor bedrijfsontwikkeling en innovatie voor de Westelijke Balkan

10

-

 

Fonds voor bedrijfsinnovatie (EIF) in het kader van de faciliteit voor bedrijfsontwikkeling en innovatie voor de Westelijke Balkan

21

-

 

Green for Growth Fund voor de landen van het Oostelijk Nabuurschap (SE4F)

52

-

 

Microfinance Initiative for Asia Debt Fund (Microfinancieringsfonds voor Azië)

9

-

 

MENA-fonds voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (SANAD)

10

-

 

 

220

-

 

Garantie-instrumenten

 

Garantiefaciliteit in het kader van de faciliteit voor bedrijfsontwikkeling en innovatie voor de Westelijke Balkan (EDIF)

20

(14)

*

 

20

(14)

 

Garantiefondsen

 

Garantiefonds voor externe acties

2 108

(25)

19 450

Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI).

1

-

(202)

 

2 109

(25)

19 652

Totaal

2 349

(39)

19 652

Totaal

6 529

(612)

21 385

* Het door de EU gedragen risico is volledig gedekt (d.w.z. opgenomen in de passiva).

Uit geleende middelen verstrekte leningen

Krachtens het EU-Verdrag is de EU gemachtigd om leningtransacties te doen waarmee de financiële middelen kunnen worden ingezet die nodig zijn om specifieke opdrachten uit te voeren. Namens de EU voert de Commissie momenteel drie belangrijke programma's uit, namelijk macrofinanciële bijstand (MFB), betalingsbalanssteun (BBS) en het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), in het kader waarvan zij leningen kan toekennen en de middelen daartoe kan ophalen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen. In 2015 heeft Ierland officieel verzocht om een verlenging van de termijn voor terugbetaling van zijn eerste EFSM-lening. De tranche van 5 miljard EUR is opgesplitst in drie nieuwe tranches van 2 miljard EUR, 1 miljard EUR en 2 miljard EUR, met vervaldag in respectievelijk 2023, 2029 en 2035. In januari 2016 heeft Portugal officieel verzocht om een verlenging van de termijn voor terugbetaling (3 juni 2016) van zijn eerste EFSM-lening. De tranche van 4,75 miljard EUR is geherfinancierd met drie nieuwe tranches van 1,5 miljard EUR, 2,25 miljard EUR en 1 miljard EUR, met vervaldag in respectievelijk 2023, 2031 en 2036. Op 17 juli 2015 is aan Griekenlandin het kader van het EFSM een overbruggingslening toegestaan als tijdelijke lening voorafgaand aan de leningsovereenkomst tussen Griekenland en het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). De eerste en enige uitbetaling heeft plaatsgevonden op 20 juli 2015 en werd volledig terugbetaald nadat het ESM-akkoord was bekrachtigd door de nationale parlementen van de lidstaten van de eurozone. Deze terugbetaling heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2015.



Overzicht van de uit geleende middelen verstrekte leningen tegen nominale bedragen

miljarden EUR

BBS

EFSM

Andere*

TOTAAL

Hon-garije

Letland

Roemenië

Totaal

Ierland

Portugal

Grie-ken-land

Totaal

Totaal

Totaal verstrekt

6,5

3,1

8,4

18,0

22,5

26,0

7,2

55,7

5,1

78,8

Uitbetaald op 31.12.2014

5,5

2,9

5,0

13,4

22,5

24,3

-

46,8

2,4

62,6

Uitbetaald in 2015

-

-

-

-

5,0

-

7,2

12,2

1,3

13,5

Totaal uitbetaald op 31.12.2015

5,5

2,9

5,0

13,4

27,5

24,3

7,2

59,0

3,6

76,0

Terugbetaalde leningen op 31.12.2015

(4,0)

(2,2)

(1,5)

(7,7)

(5,0)

-

(7,2)

(12,2)

(0,1)

(20,0)

Uitstaand bedrag op 31.12.2015

1,5

0,7

3,5

5,7

22,5

24,3

0

46,8

3,5

56,0

*    Macrofinanciële bijstand, Euratom en EGKS in vereffening

**    Met inbegrip van anticiperende bijstand.

13.Passiva

226 miljard EUR passiva op de geconsolideerde balans van de EU voor 2015

De passiefzijde bestaat voornamelijk uit vier belangrijke elementen: pensioenen en andere personeelsbeloningen, ontleningen, betaalbaar te stellen vorderingen en toegerekende lasten. De grootste verandering ten opzichte van 2014 is de stijging met bijna 12,4 miljard EUR van de toegerekende lasten in verband met het begin van de uitvoering van het meerjarig financieel kader 2014-2020, waarbij deze lasten zijn geraamd omdat er nog geen declaraties van de lidstaten zijn. Een andere belangrijke verandering is de afname van de te betalen schulden in het cohesiebeleid met circa 12,5 miljard EUR doordat de lidstaten voor de programmeringsperiode 2007-2013 minder kostendeclaraties hebben ingediend. Een andere reden is dat er minder kostendeclaraties zijn ingediend als gevolg van de trage start van het MFK 2014-2020 wegens vertragingen bij de aanwijzing van de beheers- en controleautoriteiten door de lidstaten.

Totaal ontvangen en betaalbaar te stellen kostendeclaraties en facturen

Het feit dat de passiva de activa overschrijden, betekent niet dat de EU-instellingen en -organen zich in financiële moeilijkheden bevinden, maar eerder dat bepaalde passiva ten laste komen van toekomstige jaarlijkse begrotingen. Heel wat uitgaven worden volgens de boekhoudregels op transactiebasis aan 2015 toegerekend, hoewel zij effectief pas in 2016 (of later) uit de begroting van latere jaren zullen worden betaald en de overeenkomstige ontvangsten slechts in de toekomst zullen worden geboekt. De meest significante te vermelden bedragen, zijn die betreffende de activiteiten van het ELGF (betaald in 2016) en personeelsbeloningen (te betalen in de komende 30 jaar of meer).

14.BESCHERMING VAN DE EU-BEGROTING

Overzicht van financiële correcties en terugvorderingen in 2015

Bij de uitvoering van de EU-begroting is het zeer belangrijk dat systeemtekortkomingen die leiden tot fouten, onregelmatigheden en fraude worden voorkomen, ontdekt en vervolgens gecorrigeerd. De Rekenkamer verstrekt in haar jaarverslag een betrouwbaarheidsverklaring over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen die aan de rekeningen ten grondslag liggen, evenals het percentage materiële fouten in de betalingen. De bekendmaking van de EU-jaarrekening in het Publicatieblad gaat vergezeld van deze betrouwbaarheidsverklaring.

De impact van deze fouten wordt door de Commissie getemperd door middel van twee mechanismen:

(1)    preventieve maatregelen (bijvoorbeeld controles vooraf, onderbrekingen en opschortingen van betalingen); en

(2)    corrigerende maatregelen (voornamelijk financiële correcties die aan de lidstaten worden opgelegd of met hen zijn overeengekomen en, in mindere mate, terugvorderingen van ontvangers van EU-betalingen).

Onder gedeeld beheer (uitgaven op het gebied van landbouw en structuurmaatregelen) is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten om via de uitgavencyclus ervoor te zorgen dat de uit de EU-begroting betaalde uitgaven wettig en regelmatig zijn.

De corrigerende maatregelen, d.w.z. financiële correcties en terugvorderingen, vinden hun oorsprong in controles en verificaties van de Commissie en, in het geval van uitgaven onder gedeeld beheer, ook van de lidstaten met betrekking tot de subsidiabiliteit van uitgaven die uit de EU-begroting worden gefinancierd. De Commissie houdt bij het besluit over het bedrag van een financiële correctie of terugvordering rekening met de aard en de ernst van de inbreuk op het toepasselijk recht en de financiële gevolgen voor de begroting, ook in geval van tekortkomingen in de beheers- en controlesystemen. De meeste correcties vinden plaats nadat betaling heeft plaatsgevonden.

Procedure van financiële correctie en terugvordering:

Financiële correcties en terugvorderingen worden voorgesteld in twee procedurestadia. Beide stadia kunnen in hetzelfde jaar of in verschillende jaren plaatsvinden:

(1) Financiële correcties en terugvorderingen in het stadium van bevestiging: deze bedragen zijn ofwel goedgekeurd door de betrokken lidstaat of in een besluit van de Commissie. De totale in 2015 bevestigde financiële correcties en terugvorderingen bedroegen 3 499 miljoen EUR (2014: 4 728 miljoen EUR).

In 2015 bevestigde financiële correcties en terugvorderingen — uitsplitsing per beleidsterrein

(2) Financiële correcties en terugvorderingen in het stadium van tenuitvoerlegging: die bedragen vormen de laatste stap in het proces waarbij de waargenomen situatie van onterechte uitgaven definitief wordt gecorrigeerd. De sectorale regelgevingskaders voorzien in verschillende uitvoeringsmechanismen. De totale in 2015 ten uitvoer gelegde financiële correcties en terugvorderingen bedroegen 3 853 miljoen EUR (2014: 3 285 miljoen EUR). De tenuitvoerlegging van financiële correcties en terugvorderingen kan een aantal jaar in beslag nemen, voornamelijk omdat in het landbouwbeleid aan de lidstaten kan worden toegestaan om in tranches of met uitstel te betalen. Het rechtskader van het cohesiebeleid voorziet in tenuitvoerlegging bij of na de afsluiting van de programmeringsperiode.

In 2015 ten uitvoer gelegde financiële correcties en terugvorderingen — uitsplitsing per beleidsterrein

De toelichting hierboven bevat aanvullende informatie die niet vereist is volgens de boekhoudkundige normen en gegevens die niet altijd rechtstreeks uit de boekhouding zijn afgeleid. Nadere informatie over deze cijfers en over de preventie- en correctiemechanismen kan worden gevonden in de jaarlijkse mededeling over de bescherming van de EU-begroting die door de Commissie wordt opgesteld en die aan de kwijtingsautoriteit wordt toegezonden. Die mededeling kan worden gevonden op de Europa-website van het directoraat-generaal Begroting.

15.Beheer van risico’s en onzekerheden ten aanzien van de uitvoering van de EU-begroting

Risico’s en onzekerheden in de begrotingsuitvoering kunnen worden onderverdeeld in twee grote categorieën:

algemene en verwachte risico’s en onzekerheden; en

uitzonderlijke risico’s en onzekerheden.

16.Algemene en verwachte risico’s en onzekerheden

In de loop van het begrotingsjaar opgedoken problemen

Macro-economisch klimaat

Het macro-economisch klimaat in de EU beïnvloedt het vermogen van de lidstaten om te voldoen aan hun financiële verplichtingen jegens de instellingen en organen van de EU en bijgevolg het vermogen van de EU om het EU-beleid te blijven uitvoeren zoals aangegeven in deel 2 hiervoor. De Europese economie wordt nog steeds geschraagd door een aantal positieve factoren, zoals de olieprijs, de wisselkoers van de euro en de financieringskosten, die de uitvoer en particuliere consumptie hebben bevorderd. De investeringen daarentegen, worden nog altijd gehinderd door economische en politieke onzekerheid en een buitensporige schuldenlast in sommige landen. Thans, in het vierde jaar van herstel, wordt de Europese economie geconfronteerd met de negatieve gevolgen en aanzienlijke risico’s van de groeivertraging in de opkomende economieën. Economische groei die krachtig genoeg is om de werkloosheid substantieel terug te dringen, is tot dusver uitgebleven en de tekenen dat de investeringen aantrekken, wat van cruciaal belang is voor de duurzaamheid van het herstel, blijven bescheiden. Bovendien ligt het tempo van uitvoering van de EU-begroting in het MFK 2014-2020 tamelijk traag en zijn er de aanhoudende problemen met Griekenland en de vluchtelingencrisis die het algemene beeld vervolledigen.

Het economische herstel in de eurozone blijft beperkt, ondanks de wezenlijke impuls van de hierboven beschreven positieve factoren, die nu waarschijnlijk iets krachtiger en langduriger zullen zijn dan eerder verwacht. In het bijzonder, voornamelijk als gevolg van een overvloedig aanbod, is de olieprijs weer gedaald en is de verwachting dat hij beduidend lager zal blijven en pas later weer zal opveren. Het begrotingsbeleid in de eurozone wordt iets groeibevorderlijker, voornamelijk als gevolg van overheidsuitgaven in verband met de instroom van asielzoekers in sommige lidstaten. Bovendien betekent de combinatie van kwantitatieve versoepeling en kredietversoepeling door de Europese Centrale Bank (ECB) dat de financieringskosten in de eurozone wellicht gedurende een langere periode dan eerder was verwacht laag zullen blijven en mede ertoe zal bijdragen de financiële versnippering en de verschillen tussen de lidstaten te verminderen. De stimulans die van deze factoren uitgaat wordt echter in toenemende mate tenietgedaan door een verslechtering van het mondiale klimaat en een zekere nasleep van de crisis (voornamelijk sterke politieke onzekerheid, schulden en werkeloosheid) blijft de groei drukken.



Reëel bbp (raming), inflatie en werkloosheid in%, en EU-gemiddelden 1

Reëel bbp

Inflatie

Werkloosheid

2015

2016

2017

2015

2016

2017

2015

2016

2017

België

1,3

1,3

1,7

0,6

1,4

1,7

8,3

8,0

7,4

Duitsland

1,7

1,8

1,8

0,1

0,5

1,5

4,8

4,9

5,2

Estland

0,9

2,1

2,3

0,1

1,0

2,5

6,3

6,3

7,5

Ierland

6,9

4,5

3,5

0,0

0,6

1,4

9,4

8,5

7,8

Griekenland

0,0

(0,7)

2,7

(1,1)

0,5

0,8

25,1

24,0

22,8

Spanje

3,2

2,8

2,5

(0,6)

0,1

1,5

22,3

20,4

18,9

Frankrijk

1,1

1,3

1,7

0,1

0,6

1,3

10,5

10,5

10,3

Italië

0,8

1,4

1,3

0,1

0,3

1,8

11,9

11,4

11,3

Cyprus

1,4

1,5

2,0

(1,6)

0,2

1,3

15,5

14,5

13,2

Letland

2,7

3,1

3,2

0,2

0,4

2,0

9,9

9,2

8,6

Litouwen

1,6

2,9

3,4

(0,7)

(0,1)

2,1

9,0

8,0

7,2

Luxemburg

4,7

3,8

4,4

0,1

0,4

2,4

6,1

6,0

6,0

Malta

4,9

3,9

3,4

1,2

1,7

2,1

5,4

5,4

5,4

Nederland

2,0

2,1

2,3

0,2

0,9

1,5

6,9

6,6

6,4

Oostenrijk

0,7

1,7

1,6

0,8

0,9

1,8

6,0

6,2

6,4

Portugal

1,5

1,6

1,8

0,5

0,7

1,1

12,6

11,7

10,8

Slovenië

2,5

1,8

2,3

(0,8)

(0,3)

1,1

9,1

8,8

8,4

Slowakije

3,5

3,2

3,4

(0,3)

0,3

1,7

11,5

10,3

9,3

Finland

0,0

0,5

0,9

(0,2)

0,1

1,5

9,5

9,4

9,3

Eurozone

1,6

1,7

1,9

0,0

0,5

1,5

11,0

10,5

10,2

Bulgarije

2,2

1,5

2,0

(1,1)

(0,1)

0,9

10,1

9,4

8,8

Tsjechië

4,5

2,3

2,7

0,3

0,4

1,4

5,1

4,8

4,7

Denemarken

1,2

1,7

1,9

0,2

0,9

1,7

6,0

5,8

5,6

Kroatië

1,8

2,1

2,1

(0,3)

0,3

1,6

16,2

15,1

13,8

Hongarije

2,7

2,1

2,5

0,1

1,7

2,5

6,7

6,0

5,2

Polen

3,5

3,5

3,5

(0,7)

0,6

1,7

7,5

7,0

6,5

Roemenië

3,6

4,2

3,7

(0,4)

(0,2)

2,5

6,7

6,6

6,5

Zweden

3,6

3,2

2,9

0,7

1,1

1,4

7,4

6,9

6,7

Verenigd Koninkrijk

2,3

2,1

2,1

0,0

0,8

1,6

5,2

5,0

4,9

EU

1,9

1,9

2,0

0,0

0,5

1,6

9,5

9,0

8,7

De bbp-groei in de eurozone zal naar verwachting lichtjes versnellen van 1,6 % in 2015 tot 1,7 % in 2016. Zodra de mondiale economische activiteit begint aan te trekken, zouden de positieve effecten later in 2016 en in 2017 voelbaar moeten worden. Ook zouden een aantal van de in de lidstaten uitgevoerde structurele hervormingen de groei positief moeten blijven beïnvloeden. De consumptie en de investeringen zouden moeten profiteren van het wegebben van de nasleep van de crisis. Hoewel de schuldenlast hoog blijft in sommige delen van de economie, zouden tegemoetkomende financieringsvoorwaarden acute druk om de schulden af te bouwen binnen de perken moeten houden. De groei van het bbp van de eurozone zou verder moeten stijgen tot 1,9 % in 2017. In 2016 zouden de lidstaten het pad van herstel moeten blijven volgen, met inbegrip van Griekenland, waar de groei naar verwachting weer zal aantrekken in de loop van het jaar. Het investeringsplan voor Europa is uitgetekend om iets te doen aan het huidige tekort aan investeringen in de EU door particuliere financiering voor strategische investeringen in belangrijke gebieden vrij te maken, en zou eveneens een positief effect moeten sorteren op de publieke en private investeringen. In 2017 zou de economische activiteit in alle lidstaten moeten aantrekken.

Er wordt aangenomen dat het overheidstekort in de eurozone in 2015 is gedaald tot 2,2 % van het bbp en verder zal afnemen tot 1,9 % en 1,6 % in respectievelijk 2016 en 2017. Bij ongewijzigd beleid zal het structurele saldo naar verwachting vrijwel stabiel blijven, zowel in de eurozone als in de EU. De schuldquote van de eurozone zal naar verwachting dalen van haar piek van 94,5 % in 2014 tot 91,3 % in 2017.

De verbetering van de arbeidsmarkt zet zich voort, en de getemperde economische opleving zorgt voor een bescheiden toename in de groei van de werkgelegenheid. De verwachting is dat de werkgelegenheid in de eurozone met 1,1 % is gestegen in 2015 en in ongeveer hetzelfde tempo zal groeien dit en volgend jaar als gevolg van de aantrekkende economische activiteit, het gegroeide ondernemersvertrouwen en de grotere kapitaalvorming.

De economische vooruitzichten voor de eurozone blijven zeer onzeker en de risico’s zijn over het algemeen duidelijk neerwaarts gericht. De risico’s voor de groeivooruitzichten van de mondiale economie en de wereldwijde financiële markten zijn duidelijk toegenomen, met name door de groeivertraging in China en andere opkomende markten, waarvan de overloopeffecten groter dan voorzien zouden kunnen zijn of die erger dan voorspeld zou kunnen uitvallen. In combinatie met de onduidelijkheid over de correctie in China, zou de voortzetting van de normalisering van het monetaire beleid in de VS een negatievere impact kunnen hebben op kwetsbare opkomende markteconomieën, met name die met veel schulden in buitenlandse valuta, en tevens gevolgen hebben voor de stabiliteit van de financiële markten. Mochten deze neerwaartse risico’s werkelijkheid worden, dan zou dit langs verschillende kanalen negatieve overloopeffecten op de lidstaten teweegbrengen. In Europa zijn ook de interne risico’s recentelijk toegenomen. Een onverwachte terugkeer van de Griekse crisis zou zwaarder kunnen wegen op investeringsbeslissingen en dus op de economische groei. Bovendien zou falen om grote politieke uitdagingen op EU-niveau (zoals het beheer van migratiestromen) met succes aan te pakken, aanleiding kunnen geven tot ontwikkelingen die de groei belemmeren.

Garantiefondsen voor verstrekte garanties

De EU heeft garanties verstrekt aan de EIB-groep voor leningen buiten de EU en voor lening- en eigenvermogensoperaties van het EFSI. Per 31 december 2015 vermeldt de EU in de toelichting bij de financiële staten (zie toelichting 5.2.1) voor beide garanties latente verplichtingen van 19,7 miljard EUR. Om het risico van het aanspreken van de garantie door de EIB op de EU-begroting te beperken, heeft de Commissie afzonderlijke garantiefondsen opgericht, d.w.z. het Garantiefonds voor externe maatregelen en het EFSI-garantiefonds.

Het Garantiefonds voor externe maatregelen wordt gefinancierd uit de EU-begroting en dekt 9% van de op het einde van het jaar uitstaande gegarandeerde leningen. Op 31 december 2015 dekken de activa die een totale waarde van 2,1 miljard EUR hebben, een maximale blootstelling van de EU van 19,45 miljard EUR. Het EFSI garantiefonds zal vanaf 2016 geleidelijk aangroeien tot 8 miljard EUR in 2022, ofwel 50 % van de maximale blootstelling van de EU-garantie van 16 miljard EUR.

Opgenomen en verstrekte leningen

Krachtens het EU-Verdrag is de EU gemachtigd om leningtransacties te doen waarmee de financiële middelen kunnen worden ingezet die nodig zijn om specifieke opdrachten uit te voeren. Namens de EU voert de Commissie momenteel drie belangrijke programma's uit, namelijk macrofinanciële bijstand (MFB), betalingsbalanssteun (BBS) en het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), in het kader waarvan zij leningen kan toekennen en de middelen daartoe kan ophalen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen. De opgenomen en verstrekte leningactiviteiten van de EU zijn verrichtingen buiten begrotingsverband. De aangetrokken middelen worden back-to-back, d.w.z. met dezelfde coupon en looptijd en voor hetzelfde bedrag, uitgeleend aan het begunstigde land. Wel blijft de schuldendienst van de financieringsinstrumenten een juridische verbintenis voor de EU, die ervoor moet zorgen dat alle betalingen volledig en op tijd geschieden.

De Commissie heeft, om het risico te beperken dat zij niet in staat de leningen af te lossen, procedures invoeren om ervoor te zorgen dat de terugbetaling van de leningen, zelfs in het geval van wanbetaling. Voor elk landprogramma worden het globale toegekende bedrag, het (maximum)aantal te betalen termijnen en de maximale (gemiddelde) looptijd van het leningpakket bij besluiten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie vastgesteld. Vervolgens moeten de Commissie en de begunstigde lidstaat overeenstemming bereiken over de lenings-/financieringsparameters, de termijnen en de betaling van tranches. Daarnaast hangen alle termijnen van de lening (met uitzondering van de eerste) af van de naleving van strenge voorwaarden, met soortgelijke voorwaarden als voor steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), in het kader van gezamenlijke EU/IMF-financiële steun, wat een andere factor is die de timing van de financiering beïnvloedt. De timing en looptijden van emissies hangen dus af van de desbetreffende EU-leningsactiviteit. De financiering is uitsluitend in euro en de looptijden variëren van 3 tot 30 jaar.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het geplande terugbetalingsschema in nominale waarde voor uitstaande EFSM- en betalingsbalansleningen op de datum van ondertekening van deze rekening:

miljarden EUR

BBS

EFSM

TOTAAL

Hongarije

Letland

Roemenië

Totaal

Ierland

Portugal

Totaal

2017

1,15

1,15

1,15

2018

1,35

1,35

3,9

0,6

4,5

5,85

2019

0,5

1,0

1,5

1,5

2021

3,0

6,75

9,75

9,75

2022

2,7

2,7

2,7

2023

2,0

1,5

3,5

3,5

2024

0,8

1,8

2,6

2,6

2025

0,2

0,2

0,2

2026

2,0

2,0

4,0

4,0

2027

1,0

2,0

3,0

3,0

2028

2,3

2,3

2,3

2029

1,0

0,4

1,4

1,4

2031

2,25

2,25

2,25

2032

3,0

3,0

3,0

2035

2,0

2,0

2,0

2036

1,0

1,0

1,0

2038

1,8

1,8

1,8

2042

1,5

1,5

3,0

3,0

Totaal

0

0,7

3,5

4,2

22,5

24,3

46,8

51,0

Opgenomen leningen van de EU zijn directe en onvoorwaardelijke verbintenissen van de EU en worden gegarandeerd door de 28 lidstaten. Leningen die zijn opgenomen voor de financiering van leningen aan landen buiten de EU zijn gedekt door het Garantiefonds. Mocht een begunstigde lidstaat in gebreke blijven, dan zal de schuldendienst worden onttrokken uit het beschikbare kassaldo van de Commissie, indien mogelijk. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zal de Commissie de nodige middelen bij de lidstaten ophalen. De EU-lidstaten zijn op grond van de EU-wetgeving inzake eigen middelen (artikel 12 van Verordening nr. 1150/2000 van de Raad) wettelijk verplicht om voldoende middelen ter beschikking te stellen om te voldoen aan de verplichtingen van de EU. De investeerders zijn dus alleen blootgesteld aan het kredietrisico van de EU, en niet aan dat van de begunstigde van de gefinancierde leningen. Met „back-to-back”-leningen loopt de EU-begroting geen rente- of wisselkoersrisico's.

De intergouvernementele mechanismen voor financiële stabiliteit Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) en het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) vallen buiten het kader van het EU-Verdrag en zijn dus niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de EU.



17.Uitzonderlijke risico’s en onzekerheden

De EU krijgt elk jaar te maken met onvoorziene risico’s en onzekerheden waarvoor de EU-instellingen en -organen snelle oplossingen proberen te vinden. In het begrotingsjaar 2015 waren de vluchtelingencrisis, de problemen van de Europese landbouwers en de situatie met betrekking tot de onbetaalde kostendeclaraties en rekeningen aan het einde van het jaar de belangrijkste risico’s en onzekerheden die dienden te worden aangepakt.

Aanpak van de vluchtelingencrisis

De afgelopen zes maanden heeft de Europese Commissie zich ingezet voor een snelle, gecoördineerde Europese respons op de risico’s en onzekerheden in verband met de vluchtelingencrisis, en een aantal voorstellen ingediend om de lidstaten de nodige instrumenten te geven voor een beter beheer van het grote aantal migranten. De aanwezigheid op zee is verdrievoudigd; er is een nieuw systeem voor solidariteit in noodgevallen opgezet, waarmee asielzoekers vanuit de meest getroffen landen worden herplaatst; uit de EU-begroting is een ongekende tien miljard EUR vrijgemaakt om de vluchtelingencrisis aan te pakken en de meest getroffen landen bij te staan; er is een nieuw kader voor coördinatie en samenwerking opgezet voor de landen van de Westelijke Balkan; er is een nieuw partnerschap met Turkije in de steigers gezet; en last but not least is de Commissie met een ambitieus voorstel gekomen voor een nieuwe Europese grens- en kustwacht. Met al deze voorstellen versterkt de Europese Unie het asiel- en migratiebeleid van Europa, zodat het de nieuwe uitdagingen aankan. Ondanks deze maatregelen, blijven de onzekerheid over de sterke instroom van asielzoekers en de economische impact ervan groot.

Als eerste onmiddellijke stap heeft de Commissie de financiering voor de jaren 2015 en 2016 opgetrokken voor Frontex, Europol en het EASO (170 miljoen EUR) en de financiële bijdragen aan het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF) van 2 miljard EUR oorspronkelijk verhoogd tot 3,7 miljard EUR. Directe financiële steun voor activiteiten die verband houden met de vluchtelingencrisis buiten de EU hebben geleid tot een verhoging van de kredieten voor humanitaire hulp (2,2 miljard EUR), de oprichting van een EU-trustfonds voor Syrië (500 miljoen EUR), van het noodtrustfonds voor Afrika (1,8 miljard EUR), van een vluchtelingenfaciliteit voor Turkije (1 miljard EUR) en andere maatregelen op het gebied van veiligheid en grenscontrole (300 miljoen EUR), bestrijding van terrorisme (100 miljoen EUR) en de terugkeer van ontheemden en vluchtelingen (280 miljoen EUR).

Steunpakket voor Europese landbouwers

Het algemene politieke klimaat en de marktomstandigheden (toenemende onstabiliteit van de markten) gedurende het begrotingsjaar 2015 brachten de Europese landbouwers in een lastige cashflowsituatie. De moeilijkheden vormden niet alleen een risico voor de Europese landbouw, maar ook voor een succesvolle implementatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid door de EU-instellingen. De Commissie heeft hierop gereageerd door 420 miljoen EUR vrij te maken voor steun om de komende jaren problemen in de sectoren zuivel en varkensvlees aan te pakken. Andere maatregelen die zijn genomen, zijn de invoering van nieuwe steunregelingen voor particuliere opslag van zuivel en varkensvlees en de mogelijkheid om de rechtstreekse betalingen aan landbouwers te vervroegen. Door de maatregelen die in 2015 zijn genomen, komt het totale pakket voor de Europese landbouwers (toekomstige begrotingen) op ongeveer 500 miljoen EUR. Deze onmiddellijke reactie bewijst dat de Commissie haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de landbouwers zeer ernstig neemt en bereid is daarvoor de nodige middelen uit te trekken.

Te betalen kostendeclaraties en rekeningen

De uitdaging op het vlak van te betalen kostendeclaraties en rekeningen was in 2015:

de onverwachte snelheid waarmee kostendeclaraties en rekeningen werden ingediend, die niet overeenstemde met de prognoses, waardoor de EU-instellingen met onvoorziene betalingsbehoeften werden geconfronteerd; en

het tekort aan betalingskredieten aan het einde van het jaar om kostendeclaraties en rekeningen te voldoen, dat moest worden gefinancierd door middel van gewijzigde begrotingen.

Na verscheidene jaren van aanhoudende druk op de betalingskredieten kon in het begrotingsjaar 2015 een aanzienlijke verbetering met betrekking tot de betalingen worden vastgesteld. Het bedrag van de aan het einde van het jaar te betalen kostendeclaraties en rekeningen daalde van 25,8 miljard EUR in 2014 tot 15,2 miljard EUR eind 2015. Het grootste deel van deze daling houdt verband met de voorgaande programmeringsperiodes van het cohesiebeleid. Het bedrag van de te betalen kostendeclaraties en rekeningen voor de programma’s 2014-2020 was eind 2014 en 2015 te verwaarlozen.

Binnen de Commissie is er wekelijks (soms dagelijks) sprake van prognoses van de kasmiddelen op korte termijn, om ervoor te zorgen dat voldaan kan worden aan de directe betalingsverplichtingen van de EU, met inachtneming van de grenzen van de in de begroting opgenomen betalingskredieten. Deze prognose op korte termijn vormt de basis voor het schatten van het bedrag aan eigen middelen dat maandelijks bij de lidstaten wordt opgevraagd. Op de eerste werkdag van elke maand moeten de lidstaten een twaalfde van het totale bedrag van de in de Uniebegroting opgenomen btw- en bni-middelen bijschrijven op de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie. Afhankelijk van de kaspositie van de Commissie kan aan de lidstaten worden gevraagd in het eerste kwartaal van het jaar de btw- en bni-middelen met één of twee maanden te vervroegen. Deze voorschotten worden in mindering gebracht op afroepingen van middelen in de volgende maanden, afhankelijk van de geraamde behoeften aan kasstromen.

Voor de middellange en lange termijn controleert de Commissie nauwgezet de betalingsbehoeften van de EU als onderdeel van haar reguliere werkzaamheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de voorbereiding van voorstellen van de Commissie over het MFK als onderdeel van de opstelling van de jaarlijkse begroting en bij het opstellen van gewijzigde begrotingen. In de onderhandelingsfase van het MFK worden de gebruikte modellen en de onderliggende hypothesen op gezette tijden gecontroleerd en wanneer nodig geactualiseerd. De resultaten van de modelsimulatie worden doorgeleid naar de begrotingsonderhandelingen voor de vaststelling van het betalingsplafond van het MFK.

Gebeurtenis na de balansdatum — referendum in het Verenigd Koninkrijk

Op 23 juni 2016 stemden de burgers van het Verenigd Koninkrijk ervoor de Europese Unie te verlaten. Om uitvoering te geven aan dit besluit van het Britse volk, moet artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden ingeroepen. Dit artikel beschrijft de procedure die moet worden gevolgd wanneer een lidstaat besluit de Europese Unie verlaten, en alleen wanneer dit artikel wordt geactiveerd kunnen de onderhandelingen over het vertrek van het Verenigd Koninkrijk beginnen. Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Op het tijdstip van aftekening van deze rekeningen, heeft nog geen formele kennisgeving van de inleiding van artikel 50 plaatsgehad.

 

NOTA BIJ DE GECONSOLIDEERDE JAARREKENING

De geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het jaar 2015 is opgesteld op basis van de inlichtingen die de instellingen en organen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie hebben verstrekt. Ik verklaar dat de jaarrekening is opgesteld overeenkomstig titel VII van dit Financieel Reglement en de in de toelichtingen bij de financiële staten beschreven boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.

Ik heb van de rekenplichtigen van deze instellingen en organen, die voor de betrouwbaarheid instaan, alle inlichtingen verkregen die nodig zijn voor het opstellen van de jaarrekening die een beeld van de activa en de passiva van de Europese Unie en de uitvoering van de begroting geeft.

Ik verklaar dat ik op basis van deze inlichtingen en op basis van de controles die ik noodzakelijk achtte om de jaarrekening van de Europese Commissie te kunnen aftekenen, redelijke zekerheid heb dat de jaarrekening in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstromen van de Europese Unie geeft.

[ondertekend]

Manfred Kraff

Rekenplichtige van de Europese Commissie

8 juli 2016

 

EUROPESE UNIE

BEGROTINGSJAAR 2015

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN EN TOELICHTINGEN DAARBIJ

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn opgeteld.

INHOUD

BALANS    

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN    

KASSTROOMOVERZICHT    

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA    

TOELICHTINGEN BIJ DE FINANCIËLE STATEN    

1.DE BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

2.TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS

 

BALANS

 

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

VASTE ACTIVA

Immateriële activa

2,1

337

282

Materiële vaste activa

2,2

8 700

7 937

Beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

2,3

497

409

Financiële activa

2,4

56 965

56 438

Voorfinanciering

2,5

29 879

18 358

Vorderingen met tegenprestatie en verhaalbare bedragen zonder tegenprestatie

2,6

870

1 198

97 248

84 623

VLOTTENDE ACTIVA

Financiële activa

2,4

9 907

11 811

Voorfinanciering

2,5

15 277

34 237

Vorderingen met tegenprestatie en verhaalbare bedragen zonder tegenprestatie

2,6

9 454

14 380

Voorraden

2,7

138

128

Geldmiddelen en kasequivalenten

2,8

21 671

17 545

56 448

78 101

TOTAAL ACTIVA

153 696

162 724

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Pensioenen en andere personeelsbeloningen

2,9

63 814

58 616

Voorzieningen

2,10

1 716

1 537

Financiële verplichtingen

2,11

51 764

51 851

117 293

112 005

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Voorzieningen

2,10

(314)

(745)

Financiële verplichtingen

2,11

7 939

8 828

Crediteuren

2,12

32 191

43 180

Overlopende posten

2,13

68 402

55 973

108 846

108 726

TOTAAL PASSIVA

226 139

220 730

NETTOACTIVA

72 442

58 006

Reserve

2,14

4 682

4 435

Bij de lidstaten op te vragen bedragen*

2,15

77 124

62 441

NETTOACTIVA

72 442

58 006

* Het Europees Parlement heeft op 25 november 2015 een begroting goedgekeurd waarin is bepaald dat de verplichtingen op korte termijn van de Unie worden betaald uit eigen middelen die in 2016 bij de lidstaten worden geïnd of opgevraagd. Aanvullend waarborgen de lidstaten overeenkomstig artikel 83 van het Statuut (Verordening 259/68 van de Raad van 29 februari 1968, gewijzigd) gezamenlijk de uitbetaling van de pensioenen.

 

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

 

miljoenen EUR

Aantekening

2015

2014

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-ruiltransacties

Bni-middelen

3,1

95 355

104 688

Traditionele eigen middelen

3,2

18 649

17 137

Btw-middelen

3,3

18 328

17 462

Geldboeten

3,4

531

2 297

Teruggevorderde uitgaven

3,5

1 547

3 418

Overige

3,6

5 067

5 623

Subtotaal

139 478

150 625

Ontvangsten uit ruiltransacties

Financiële baten

3,7

1 846

2 298

Overige

3,8

1 562

1 066

Subtotaal

3 408

3 364

Totale ontvangsten

142 886

153 989

UITGAVEN*

Uitgevoerd door de lidstaten

3,9

Europees Landbouw- en Garantiefonds

45 032

44 465

Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en andere toepasselijke instrumenten voor plattelandsontwikkeling

16 376

14 046

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

38 745

43 345

Europees Sociaal Fonds.

9 849

12 651

Overige

2 380

2 307

Implemented by the Commission, executive agencies and trust funds

3,10

15 626

15 311

Uitgevoerd door andere EU-agentschappen en -organen

3,11

1 209

1 025

Uitgevoerd door derde landen en internationale organisaties

3,11

3 031

2 770

Uitgevoerd door andere entiteiten

3,11

2 107

1 799

Personeels- en pensioenkosten

3,12

10 273

9 662

Wijzigingen in actuariële hypothesen personeelsbeloningen

3,13

2 040

9 170

Financieringskosten

3,14

1 986

2 926

Aandeel in het nettotekort van gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen

3,15

(641)

(640)

Overige kosten

3,16

6 623

5 152

Totaal uitgaven

155 919

165 269

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR

13 033

11 280

*

Uitgevoerd door de lidstaten: gedeeld beheer

Uitgevoerd door de Commissie, de uitvoerende agentschappen en trustfondsen: direct beheer

Uitgevoerd door andere EU-agentschappen en -organen, derde landen, internationale organisaties en andere entiteiten: indirect beheer

 

KASSTROOMOVERZICHT

 

miljoenen EUR

Aantekening

2015

2014

Economisch resultaat van het jaar

13 033

11 280

Beleidsactiviteiten

4,2

Afschrijving

74

61

Afschrijving

489

408

(Toename)/afname leningen

1 591

1 298

(Toename)/afname voorfinanciering

7 439

6 844

(Toename)/afname van vorderingen met tegenprestatie en verhaalbare bedragen zonder tegenprestatie

5 253

1 898

(Toename)/afname voorraden

(10)

-

Toename/(afname) verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen

5 198

11 798

Toename/(afname) voorzieningen

(253)

414

Toename/(afname) financiële verplichtingen

(977)

1 146

Toename/(afname) crediteuren

10 989

6 967

Toename/(afname) in overlopende posten

12 429

(309)

Begrotingsoverschot van vorig jaar opgevoerd als non-cash ontvangsten

1 435

1 005

Overige non-cash mutaties

32

130

Beleggingsactiviteiten

4,3

(Toename)/afname immateriële activa en materiële vaste activa

1 381

2 347

(Toename)/afname beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

(87)

(60)

(Toename)/afname voor verkoop beschikbare financiële activa

(213)

1 536

NETTOKASSTROOM

4 126

8 035

Nettotoename/(afname) geldmiddelen en kasequivalenten

4 126

8 035

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar*

2,8

17 545

9 510

Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar*

2,8

21 671

17 545

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

 

miljoenen EUR

Reserves (A)

Bij de lidstaten op te vragen bedragen (B)

Nettoactiva = (A)+(B)

Reëlewaarde-reserve

Andere reserves

Gecumuleerd overschot/(tekort)

Economisch resultaat van het jaar

SALDO OP 31.12.2013

99

3 974

45 560

4 365

45 852

Mutatie in reserve Garantiefonds

247

(247)

Mutaties reële waarde

139

139

Overige

(24)

16

(8)

Toewijzing economisch resultaat 2013

(0)

4 365

4 365

Begrotingsresultaat 2013 gecrediteerd aan de lidstaten

1 005

1 005

Economisch resultaat van het jaar

11 280

11 280

SALDO OP 31.12.2014

238

4 197

51 161

11 280

58 006

Mutatie in reserve Garantiefonds

189

(189)

Mutaties reële waarde

54

54

Overige

2

(24)

(22)

Toewijzing economisch resultaat 2014

3

11 283

11 280

Begrotingsresultaat 2014 gecrediteerd aan de lidstaten

1 435

1 435

Economisch resultaat van het jaar

13 033

13 033

SALDO OP 31.12.2015

292

4 390

64 091

13 033

72 442

TOELICHTINGEN BIJ DE FINANCIËLE STATEN

 

1.DE BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

 

1.1.RECHTSGRONDSLAG EN BOEKHOUDREGELS

De boekhouding van de EU wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1) (hierna "het Financieel Reglement" genoemd) en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften van dat Financieel Reglement (PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1).

Overeenkomstig artikel 143 van het Financieel Reglement heeft de EU haar financiële staten voorbereid op grond van boekhoudregels op transactiebasis die zijn afgeleid van de internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (Ipsas). De door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels moeten worden toegepast in alle Europese instellingen en organen die binnen het consolidatiebereik vallen en moeten uitgroeien tot een uniform kader voor het opstellen en presenteren van de rekeningen om tot een geharmoniseerde financiële verslaglegging en consolidatie te komen. De rekeningen worden per kalenderjaar en in euro gevoerd.

1.2.BOEKHOUDBEGINSELEN

De financiële staten zijn bedoeld om een breed scala van gebruikers nuttige informatie te verschaffen over de vermogenspositie, de resultaten en de kasstromen van een bepaalde organisatie. Voor de EU als een organisatie in de openbare sector moeten deze staten meer in het bijzonder informatie verschaffen die nuttig is voor de besluitvorming en getuigen van de controleerbaarheid van de organisatie met betrekking tot de middelen die aan haar zijn toevertrouwd. Het spreekt voor zich dat dit document in deze geest is opgesteld.

De globale overwegingen (of boekhoudbeginselen) die bij de voorbereiding van de financiële staten moeten worden gevolgd, zijn vastgesteld in EU-boekhoudregel 1 en zijn dezelfde als die welke in IPSAS 1 zijn beschreven, namelijk: juiste weergave, transactiebasis, continuïteit, consistentie van de presentatie, hergroepering, verrekening en vergelijkende informatie. Volgens artikel 144 van het Financieel Reglement moet de financiële verslaglegging informatie verschaffen die relevant, betrouwbaar, vergelijkbaar en begrijpelijk is (kwalitatieve kenmerken).

Bij de voorbereiding van de financiële staten overeenkomstig bovengenoemde regels en beginselen moet het management ramingen maken die van invloed zijn op de bedragen die worden opgegeven voor bepaalde posten in de balans en in de staat van de financiële resultaten, evenals informatie verschaffen over financiële instrumenten en de voorwaardelijke activa en passiva.

1.3.CONSOLIDATIE

Consolidatiebereik

De geconsolideerde financiële staten van de EU omvatten alle betekenisvolle entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend (d.w.z. de EU-instellingen (met inbegrip van de Commissie) en de EU-agentschappen), geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen. De volledige lijst van geconsolideerde entiteiten kan worden gevonden in toelichting 9 van de EU-jaarrekening. Het omvat thans 52 entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, 7 gemeenschappelijke ondernemingen en één geassocieerde deelneming. In vergelijking met 2014 is het consolidatiebereik ongewijzigd zijn, met dien verstande dat één nieuwe gemeenschappelijke ondernemingen is opgenomen en één is opgeheven (zie toelichting 2.3).

Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend

Het besluit een entiteit in het consolidatiebereik op te nemen, is gebaseerd op het concept "zeggenschap". Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn entiteiten waarin de EU direct of indirect de macht heeft om het financiële en operationele beleid te sturen teneinde voordelen uit hun activiteiten te verwerven. Deze macht moet actueel uitoefenbaar zijn. Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn volledig geconsolideerd. De consolidatie begint op de eerste datum waarop de zeggenschap bestaat, en eindigt wanneer die zeggenschap niet langer bestaat.

De meeste gebruikelijke indicatoren van zeggenschap binnen de EU zijn de volgende: oprichting van de entiteit bij de oprichtingsverdragen of afgeleide wetgeving, financiering van de entiteit uit de algemene begroting, het bestaan van stemrechten in de bestuursorganen, controle door de Rekenkamer en kwijting door het Europees Parlement. Voor elke entiteit apart wordt nagegaan of één of alle van de bovengenoemde criteria voldoende zijn om tot zeggenschap te leiden.

Vanuit deze optiek worden de EU-instellingen (met uitzondering van de ECB) en -agentschappen (met uitsluiting van de agentschappen van de vroegere tweede pijler) geacht onder de uitsluitende zeggenschap van de EU te staan. Daarom zijn zij in het consolidatiebereik opgenomen. Ook de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) wordt beschouwd als een entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend.

Alle materiële verrichtingen en posities tussen entiteiten waarover door de EU zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn buiten beschouwing gelaten. Niet-gerealiseerde baten en verliezen op dergelijke verrichtingen zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten.

Gemeenschappelijke ondernemingen

Een gemeenschappelijke onderneming is een contractuele afspraak waarbij de EU en een of meer partijen (de "ondernemers") een economische activiteit aangaan waarover zij gezamenlijke zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de directe of indirecte zeggenschap over een activiteit met dienstenpotentieel. Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie 1.5.4 hieronder).

Geassocieerde deelnemingen

Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarover de EU geen zeggenschap uitoefent, doch waarin zij direct of indirect betekenisvolle invloed uitoefent. Er wordt aangenomen dat er sprake is van betekenisvolle invloed wanneer de EU direct of indirect 20 % of meer van de stemrechten bezit. Belangen in geassocieerde deelnemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie 1.5.4 hieronder).

Niet-geconsolideerde entiteiten waarvan de Commissie de middelen beheert

De middelen van het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering voor personeelsleden van de EU, het Europees Ontwikkelingsfonds en het Garantiefonds voor deelnemers worden namens hen door de Commissie beheerd. Maar omdat deze entiteiten niet onder zeggenschap van de EU staan, worden zij niet in haar jaarrekening geconsolideerd.

1.4.OPSTELLINGSGRONDSLAG

Munteenheid en omrekeningsbeginselen

Functionele en rapporteringsvaluta

De financiële staten worden opgemaakt in miljoen euro, aangezien de euro de functionele en rapporteringsvaluta van de EU is.

Verrichtingen en saldi

Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de op de transactiedatum geldende wisselkoers. Wisselkoersbaten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van verrichtingen in vreemde valuta's en uit de omrekening aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire activa en passiva worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen.

Er worden verschillende omrekeningsmethoden toegepast voor de vaste bedrijfsmiddelen en de immateriële activa, die hun waarde in euro behouden tegen de bij de aankoop geldende koers.

De saldi aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire activa en passiva worden omgerekend in euro tegen de op 31 december geldende wisselkoersen.

Wisselkoersen met de euro

Valuta

31.12.2015

31.12.2014

Valuta

31.12.2015

31.12.2014

BGN

1,9558

1,9558

PLN

4,2639

4,2732

CZK

27,0230

27,7350

RON

4,5240

4,4828

DKK

7,4626

7,4453

SEK

9,1895

9,3930

GBP

0,7340

0,7789

CHF

1,0835

1,2024

HRK

7,6380

7,6580

JPY

131,0700

145,2300

HUF

315,9800

315,5400

USD

1,0887

1,2141

Veranderingen in de reële waarde van monetaire, in vreemde valuta luidende financiële instrumenten die als beschikbaar voor verkoop staan aangemerkt, die verband houden met een onderscheid gemaakt in omrekeningsverschillen, worden opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Omrekeningsverschillen betreffende niet-monetaire financiële activa en passiva die tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening zijn gewaardeerd, worden opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Omrekeningsverschillen betreffende niet-monetaire financiële instrumenten die als beschikbaar voor verkoop staan aangemerkt, worden opgenomen in de reëlewaardereserve.

Gebruik van ramingen

Overeenkomstig de IPSAS en algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen bevatten de financiële staten onvermijdelijk bedragen die steunen op ramingen en hypothesen die op basis van de meest betrouwbare beschikbare informatie door het management zijn gedaan. Belangrijke ramingen betreffen onder andere, maar niet uitsluitend: de bedragen voor verplichtingen inzake personeelsbeloningen, voorzieningen, financiële risico's verbonden aan voorraden en vorderingen, toegerekende baten en lasten, voorwaardelijke activa en verplichtingen, waardeverminderingen van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen en bedragen die in de toelichting over de financiële instrumenten zijn opgenomen. De werkelijke bedragen kunnen van deze ramingen afwijken. Veranderingen in ramingen worden weergegeven in de periode waarin zij bekend worden.

1.5.BALANS

Immateriële activa

Aangekochte licenties voor computersoftware worden geboekt tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De activa worden lineair afgeschreven over hun geraamde nuttige levensduur. De geraamde nuttige levensduur van immateriële activa hangt af van hun specifieke economische levensduur of van hun juridische levensduur op grond van een overeenkomst. Intern geproduceerde immateriële activa worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen als zij aan de relevante criteria van de EU-boekhoudregels voldoen en hebben uitsluitend betrekking op de ontwikkelingsfase van het actief. De opneembare kosten omvatten alle direct toerekenbare kosten die nodig zijn om het actief te creëren, te produceren en voor te bereiden zodat het kan worden gebruikt op de manier die het management beoogt. De kosten voor onderzoeksactiviteiten en de niet-opneembare kosten voor ontwikkeling en onderhoud worden als uitgaven geboekt wanneer ze zich voordoen.    

Materiële vaste activa

Alle materiële vaste activa worden geboekt tegen historische kostprijs verminderd met afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De historische kostprijs omvat uitgaven die direct aan de aanschaf, bouw of overdracht van het actief kunnen worden toegerekend.

De daarna gemaakte kosten worden, naargelang het geval, slechts in de boekwaarde van het actief opgenomen of als afzonderlijk actief geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de daaruit in de toekomst voortkomende economische baten of het daaruit voortkomende dienstenpotentieel aan de EU zullen toevloeien en de kosten op betrouwbare wijze kunnen worden gemeten. De herstel- en onderhoudskosten worden in de staat van de financiële resultaten geboekt tijdens de begrotingsperiode waarin ze zich voordoen.

Op terreinen en kunstwerken worden geen afschrijvingen toegepast, aangezien ervan wordt uitgegaan dat zij een onbeperkte levensduur hebben. Activa in aanbouw worden niet afgeschreven, aangezien deze activa nog niet beschikbaar zijn voor gebruik. De afschrijvingen op andere activa worden voor de toerekening van de kosten aan de restwaarde over hun geraamde levensduur als volgt berekend volgens de lineaire methode:

Type actief

Lineair afschrijvingspercentage

Gebouwen

4 % tot 10 %

Materieel en apparatuur

10 % tot 25 %

Meubilair en wagenpark

10 % tot 25 %

Computerhardware

25 % tot 33 %

Overige

10 % tot 33 %

Baten en verliezen van vervreemdingen worden bepaald door de opbrengsten verminderd met de verkoopkosten te vergelijken met de boekwaarde van het verkochte actief. Ze worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen.

Leaseovereenkomsten

Leases van materiële activa waarbij de EU in wezen alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen heeft, worden ingedeeld als financiële leases. Financiële leases worden gekapitaliseerd bij het begin van de leaseovereenkomst tegen de reële waarde van het geleasede actief of de huidige waarde van de minimale leasebetalingen, afhankelijk van welke waarde de laagste is. Het rentebestanddeel van de leasebetalingen wordt gespreid over de leaseperiode ten laste van de uitgaven gebracht volgens een constant periodiek percentage in verhouding tot het uitstaande saldo. De huurverplichtingen, zonder financieringslasten, worden opgenomen onder financiële verplichtingen (vlottend en niet-vlottend). Het rentebestanddeel van de financieringslasten wordt gespreid over de leaseperiode in de staat van de financiële resultaten opgenomen, zodat voor elke periode een constante periodieke rente over het resterende saldo van de verplichting wordt verkregen De via financiële lease verkregen activa worden afgeschreven over de levensduur van het actief of de leaseperiode, afhankelijk van welke periode het kortst is.

Leases waarbij de leasegever een significant deel van de aan eigendom verbonden risico's en voordelen houdt, worden als operationele leases geclassificeerd. Operationele-leasebetalingen worden als last opgenomen in de staat van de financiële resultaten, lineair gespreid over de leaseperiode.

Waardevermindering van niet-financiële activa

Op activa zonder beperkte levensduur worden geen afschrijvingen/waardeverminderingen toegepast; ze worden jaarlijks op waardevermindering beoordeeld. Activa waarop afschrijvingen/waardeverminderingen worden toegepast, worden op waardevermindering gecontroleerd telkens als er op grond van gebeurtenissen of veranderde omstandigheden aanleiding is om te veronderstellen dat de boekwaarde niet realiseerbaar is. Een waardeverminderingsverlies is het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare (dienst)waarde overtreft. De realiseerbare (dienst)waarde is de reële waarde van een actief verminderd met de verkoopkosten of de gebruikswaarde ervan, afhankelijk van welke waarde het hoogst is.

De restwaarde en de nuttige levensduur van de immateriële activa en de vaste bedrijfsmiddelen worden ten minste éénmaal per jaar beoordeeld en zo nodig aangepast. De boekwaarde van een actief wordt onmiddellijk verminderd tot de realiseerbare waarde indien de boekwaarde groter is dan de geraamde realiseerbare (dienst)waarde. Indien de gronden voor waardeverminderingen waarmee tijdens de vorige jaren rekening is gehouden, niet langer gelden, worden de waardeverminderingsverliezen dienovereenkomstig teruggeboekt.

Beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode

Participaties in geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen

Belangen in geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode en de eerste maal tegen kostprijs. Het belang van de EU in de resultaten van haar geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen wordt opgenomen in de staat van de financiële resultaten van de EU, en haar aandeel in mutaties van de reserves in de reserves. De boekwaarde van de geassocieerde deelneming of gemeenschappelijke onderneming in de financiële staten op balansdatum wordt bepaald door de oorspronkelijke kostprijs samen met alle mutaties (verdere bijdragen, aandeel in de economische resultaten en mutaties van de reserves, waardeverminderingen en dividenden). Uitkeringen die van een geassocieerde deelneming of gemeenschappelijke onderneming worden ontvangen, verlagen de boekwaarde van het actief.

Indien het aandeel van de EU in de tekorten van een gemeenschappelijke onderneming gelijk is aan of groter is dan haar belang in de gemeenschappelijke onderneming, neemt de EU haar aandeel in verdere verliezen niet langer op ("verborgen verliezen"). Het niet-opgenomen aandeel van verliezen is het resultaat van een technische boekhoudkundige verrichting die nodig is wanneer de vermogensmutatiemethode wordt toegepast. Die niet-opgenomen verliezen vormen geen verliezen voor de EU en zijn verschuldigd door het feit dat de opname van de uitgave normaal gezien plaatsvindt vóór de kapitaalverhoging voor de bijdrage in natura van de andere deelnemers dan de EU.

Niet-gerealiseerde baten en verliezen op verrichtingen tussen de EU en haar geassocieerde deelnemingen of gemeenschappelijke ondernemingen zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten. De boekhoudregels van geassocieerde deelnemingen of gemeenschappelijke ondernemingen kunnen met betrekking tot gelijksoortige verrichtingen en gebeurtenissen onder gelijke omstandigheden verschillen van die van de EU.

Indien er aanwijzingen van waardeverminderingen bestaan, moet worden afgeschreven tot de laagst mogelijke realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde wordt bepaald zoals beschreven in toelichting 1.5.3. Indien de grond voor waardevermindering later niet meer geldt, wordt het waardeverminderingsverlies teruggeboekt tot de boekwaarde die zou zijn bepaald als er geen waardeverminderingsverlies was geboekt.

Bij participaties van 20 % of meer in een durfkapitaalfonds streeft de EU er niet naar betekenisvolle invloed uit te oefenen. Dergelijke fondsen worden derhalve als financiële instrumenten behandeld en als voor verkoop beschikbare financiële activa ingedeeld.

Financiële activa

Classificatie

De EU deelt haar financiële activa in de volgende categorieën in: Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening leningen en vorderingen; tot einde looptijd aangehouden beleggingen; en voor verkoop beschikbare financiële activa. De indeling van de financiële instrumenten wordt bepaald bij de eerste opname en op elke balansdatum herbekeken.

(I)Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

Financiële activa worden in deze categorie ingedeeld als ze hoofdzakelijk zijn verworven om op korte termijn te worden verkocht of als ze als zodanig door de EU zijn aangewezen. Derivaten worden ook in deze categorie ingedeeld. Activa in deze categorie worden ingedeeld als vlottende activa indien verwacht wordt dat zij binnen de twaalf maanden na de balansdatum zullen worden gerealiseerd. De EU had in dit begrotingsjaar geen financiële activa van deze categorie.

(II)Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of te verwachten betalingen die niet op een actieve markt zijn genoteerd. Zij ontstaan wanneer de EU geld, goederen of diensten rechtstreeks aan een debiteur verstrekt zonder de bedoeling de vordering te verhandelen, of indien de EU is gesubrogeerd in de rechten van de oorspronkelijke kredietverstrekker na een betaling door de EU in het kader van een garantieovereenkomst. Betalingen die verschuldigd zijn binnen 12 maanden na de balansdatum worden ingedeeld als vlottende activa. Betalingen die verschuldigd zijn binnen 12 maanden na de balansdatum worden ingedeeld als niet-vlottende activa. Leningen en kortlopende vorderingen omvatten termijndeposito’s met een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden.

(III)Tot het einde van de looptijd aangehouden beleggingen

Tot einde looptijd aangehouden beleggingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of te verwachten betalingen en vaste vervaldagen, die de EU voornemens en bij machte is om tot het einde van de looptijd aan te houden. De EU had in dit begrotingsjaar geen beleggingen van deze categorie.

(IV)Voor verkoop beschikbare financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide instrumenten die in deze categorie zijn ingedeeld of die niet in een van de andere categorieën zijn ingedeeld. Ze worden opgenomen onder de vlottende of niet-vlottende activa, naargelang de termijn waarbinnen de EU verwacht om ze van de hand te doen, wat doorgaans de resterende looptijd is. Investeringen in entiteiten die noch geconsolideerd, noch verwerkt worden volgens de vermogensmutatiemethode en andere investeringen van het type eigen vermogen (bv. durfkapitaalverrichtingen), worden ook ingedeeld als voor verkoop beschikbare financiële activa.

Eerste opname en waardering

Aan- en verkopen van financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, tot einde looptijd aangehouden beleggingen en voor verkoop beschikbare financiële activa (m.u.v. geldmiddelen en kasequivalenten) worden opgenomen op de transactiedag, de dag waarop de EU tot de aankoop of de verkoop van het actief overgaat. Leningen worden opgenomen wanneer geld wordt uitbetaald aan de leningnemer. Financiële instrumenten worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde. In het geval van financiële activa die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, wordt de reële waarde bij de eerste opname met de transactiekosten vermeerderd. Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde en de transactiekosten worden onder de uitgaven opgenomen in de staat van de financiële resultaten.

De reële waarde van een financieel actief bij de eerste opname is gewoonlijk de transactieprijs (d.w.z. de reële waarde van de ontvangen vergoeding). Wanneer een langlopende lening echter renteloos of tegen een rentevoet beneden de marktvoorwaarden wordt verstrekt, kan de reële waarde worden geraamd als de contante waarde van alle toekomstige ontvangsten van kasmiddelen, verdisconteerd met de geldende marktrentevoet voor een vergelijkbaar instrument met een vergelijkbare kredietrating.

Leningen die worden verstrekt, worden gewaardeerd tegen hun nominale bedrag, dat geacht wordt de reële waarde van de lening te zijn. De redenen hiervoor zijn de volgende:

-- De "marktomgeving" waarin de EU leningen opneemt, is zeer specifiek en verschilt van de kapitaalmarkt die wordt gebruikt om bedrijfs- of staatsobligaties uit te geven. Omdat de leners op deze markten uit verschillende beleggingen kunnen kiezen, wordt de opportuniteitskost in de marktprijzen verrekend. De EU kan echter niet uit verschillende beleggingen kiezen, omdat zij geen geld mag beleggen op de kapitaalmarkten; zij neemt alleen leningen op om leningen te verstrekken tegen hetzelfde tarief. Dit betekent dat de EU voor de geleende bedragen niet over alternatieve leningen of beleggingen beschikt. Er is dus geen opportuniteitskost en derhalve geen grondslag voor vergelijking met de markttarieven. De leningsoperatie van de EU vormt op zichzelf de markt. Omdat de "optie" van de opportuniteitskost niet van toepassing is, weerspiegelt de marktprijs niet correct het wezen van de leningstransacties van de EU. Daarom is het niet aangewezen om de reële waarde van de door de EU opgenomen leningen te bepalen door naar bedrijfs- of staatsobligaties te verwijzen.

-Aangezien er geen actieve markt of soortgelijke transacties zijn om mee te vergelijken, moet de rentevoet die de EU moet gebruiken om de reële waarde van haar leningsoperaties in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme of betalingsbalans of van soortgelijke leningen te bepalen, de aangerekende rentevoet zijn.

-- Daarnaast is er voor deze leningen het effect van compensatie tussen de opgenomen en de verstrekte leningen, omdat het om back-to-backverrichtingen gaat. De werkelijke rentevoet van de verstrekte lening is gelijk aan de rentevoet waartegen de lening wordt opgenomen. De transactiekosten van de EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in de staat van de financiële resultaten opgenomen.

Financiële instrumenten worden uitgeboekt wanneer de rechten op kasstromen uit de beleggingen zijn vervallen en de EU in wezen alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen aan een andere partij heeft overgedragen.

Waardering na eerste opname

(I)Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde van de categorie „financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening” worden opgenomen in de economische resultatenrekening van de periode waarin zij zich voordoen. De EU heeft momenteel geen beleggingen van deze categorie.

(II)Leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode. In het geval van leningen die verstrekt worden uit geleende middelen, wordt dezelfde effectieverentemethode op beide leningen toegepast, aangezien deze leningen de kenmerken hebben van back-to-back-verrichtingen en de verschillen tussen de voorwaarden van beide leningen niet materieel zijn. De transactiekosten van de EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in de staat van de financiële resultaten opgenomen.

(III)Tot einde looptijd aangehouden beleggingen – De EU heeft momenteel geen tot einde looptijd aangehouden beleggingen.

(IV)Voor verkoop beschikbare financiële activa worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare activa worden opgenomen in de reëlewaardereserve, behalve voor omrekeningsverschillen op monetaire activa die worden opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Wanneer activa die als voor verkoop beschikbare financiële activa zijn ingedeeld, worden uitgeboekt of in waarde worden verminderd, worden de voordien in de reëlewaardereserve opgenomen gecumuleerde waardeaanpassingen opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Rente over voor verkoop beschikbare financiële activa die volgens de effectieverentemethode is berekend, wordt in de staat van de financiële resultaten opgenomen. Dividenden op voor verkoop beschikbare vermogensinstrumenten worden opgenomen wanneer het recht van de EU om de betaling te ontvangen is vastgesteld.

De reële waarden van op actieve markten genoteerde beleggingen is gebaseerd op de actuele biedkoers. Indien de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), stelt de EU een reële waarde vast met gebruikmaking van waarderingstechnieken. Daarbij gaat het onder meer om het gebruik van recente, vergelijkbare zakelijke verrichtingen als vergelijkingsbasis, vergelijking met de actuele marktwaarde van een ander instrument dat in wezen hetzelfde is, contantewaardeberekeningen en optiewaarderingsmodellen en andere courant door marktdeelnemers gebruikte waarderingstechnieken.

Wanneer de reële waarde van beleggingen in vermogensinstrumenten die niet op een actieve markt zijn genoteerd niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, worden de betrokken beleggingen gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met waardeverminderingsverliezen.

Waardevermindering van financiële activa

De EU gaat op elke balansdatum na of er objectief bewijs voorhanden is om te besluiten dat de waarde van een financieel actief verminderd is. De waarde van een financieel actief is verminderd en er worden waardeverminderingsverliezen geleden als, en alleen dan, er objectief bewijs voorhanden is van een waardevermindering als gevolg van gebeurtenissen na de eerste opname van het actief die een weerslag hebben op de op betrouwbare wijze geraamde toekomstige kasstromen van dat financieel actief.

(a)Activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Indien er objectief bewijs voorhanden is dat een waardeverminderingsverlies is geleden op leningen, vorderingen of tot einde looptijd aangehouden beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs zijn gewaardeerd, is het bedrag van dat verlies het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geraamde toekomstige kasstromen (exclusief toekomstige kredietverliezen), verdisconteerd met de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het financiële instrument (realiseerbare waarde). De boekwaarde van het actief wordt verlaagd en het bedrag van het verlies wordt opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Indien een lening of tot einde looptijd aangehouden belegging een variabele rente draagt, is de disconteringsvoet voor het bepalen van een eventueel waardeverminderingsverlies de actuele effectieve rentevoet bepaald op basis van het contract. In de berekening van de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen van een financieel actief tegen onderpand wordt rekening gehouden met de kasstromen die uit executie kunnen voortvloeien, verminderd met de kosten van het verwerven en verkopen van het onderpand, ongeacht of executie waarschijnlijk is. Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen afneemt en de daling objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de afboeking, wordt de afboeking van het financieel actief teruggeboekt via de staat van de financiële resultaten.

(b)Activa gewaardeerd tegen reële waarde

In het geval van als voor verkoop beschikbare financiële activa ingedeelde beleggingen in eigenvermogensinstrumenten wordt rekening gehouden met een significante of blijvende (aanhoudende) afname van de reële waarde van het instrument beneden de kostprijs om te bepalen of er sprake is van een waardevermindering. Indien dergelijk bewijs aanwezig is met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa wordt het gecumuleerde verlies – gewaardeerd als het verschil tussen de verwervingsprijs en de actuele reële waarde verminderd met eventuele eerder in de staat van de financiële resultaten opgenomen waardeverminderingsverliezen op die activa - uit de reserves verwijderd en in de staat van de financiële resultaten opgenomen. In de staat van de financiële resultaten opgenomen waardeverminderingsverliezen worden niet teruggeboekt via de staat van de financiële resultaten. Indien in een latere periode de reële waarde van een schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar financieel actief is ingedeeld, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, dient het verlies te worden teruggeboekt via de staat van de financiële resultaten.

Beleggingen in durfkapitaalfondsen

Beleggingen in durfkapitaalfondsen worden als voor verkoop beschikbare activa ingedeeld en worden bijgevolg geboekt tegen reële waarde met verwerking van in de reëlewaardereserve tot uiting komende waardeveranderingen (inclusief omrekeningsverschillen). Omdat zij niet op een actieve markt zijn genoteerd, worden de beleggingen in durfkapitaalfondsen post voor post gewaardeerd tegen kostprijs of toerekenbare intrinsieke waarde ("net asset value") afhankelijk van welke waarde het laagst is. Niet-gerealiseerde baten die voortvloeien uit de waardering van de reële waarde worden opgenomen via de reserves en niet-gerealiseerde verliezen worden getoetst op waardevermindering, teneinde te bepalen of ze als waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de staat van de financiële resultaten of als veranderingen in de reëlewaardereserve.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of de realiseerbare nettowaarde, afhankelijk van welke waarde het laagst is. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de FIFO-methode (first in, first out). De kosten van afgewerkte goederen en werk in uitvoering omvatten de grondstoffen, directe arbeidskosten, andere directe kosten en gerelateerde indirecte productiekosten (gebaseerd op de normale bedrijfscapaciteit). De realiseerbare nettowaarde is de geraamde verkoopprijs in het gewone zakelijke verkeer, verminderd met de afwerkings- en verkoopkosten. Wanneer de voorraden worden aangehouden voor distributie zonder kosten of tegen een nominaal bedrag, worden zij gewaardeerd tegen kostprijs of tegen de actuele vervangingswaarde. De actuele vervangingswaarde is wat de EU zou moeten betalen om het actief op de verslagdatum aan te schaffen.

Voorfinanciering

Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. Zij kan worden opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in het desbetreffende contract, besluit, overeenkomst of basisrechtshandeling is vastgesteld. Het voorschot wordt gebruikt voor het doel waarvoor het gedurende de in de overeenkomst vastgestelde periode is verstrekt of terugbetaald. Indien de begunstigde geen subsidiabele uitgaven doet, moet hij de voorfinanciering aan de EU terugbetalen. Het voorfinancieringsbedrag kan (geheel of gedeeltelijk) worden verminderd naarmate subsidiabele kosten worden aanvaard (die als uitgaven worden opgenomen).

Voorfinanciering wordt op latere balansdata gewaardeerd tegen het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen op de balans min subsidiabele uitgaven (inclusief geschatte bedragen waar nodig) gedurende de periode.

Rente op voorfinanciering wordt opgenomen wanneer zij verworven is volgens de bepalingen van de overeenkomst. Aan het einde van het jaar wordt op basis van de meest betrouwbare informatie een raming van de aan de periode toerekenbare renteopbrengsten gemaakt, die in de balans wordt opgenomen.

Andere voorschotten aan lidstaten die afkomstig zijn van terugbetaling door de EU van de door de lidstaten als voorschot aan hun begunstigden betaalde bedragen (met inbegrip van "financieringsinstrumenten onder gedeeld beheer") worden opgenomen als activa en in de rubriek voorfinanciering opgenomen. Andere voorschotten aan de lidstaten worden vervolgens gewaardeerd tegen het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen op de balans, verminderd met een beste raming van de subsidiabele uitgaven die door de eindbegunstigden zijn gedaan, berekend op basis van redelijke en gefundeerde hypothesen.

De EU-bijdragen aan de trustfondsen van het Europees Ontwikkelingsfonds of andere niet-geconsolideerde entiteiten worden ook ingedeeld als voorfinanciering, aangezien zij tot doel hebben contante middelen te geven aan het trustfonds om specifieke acties te financieren in het kader van de doelstellingen van het trustfonds. De EU-bijdragen aan de trustfondsen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke bedrag van de EU-bijdrage min subsidiabele uitgaven, waar nodig inclusief geschatte bedragen, door het trustfonds gedaan tijdens de verslagperiode en toegerekend aan de EU-bijdrage in overeenstemming met de onderliggende overeenkomst.

Vorderingen met tegenprestatie en verhaalbare bedragen zonder tegenprestatie

Omdat de boekhoudregels van de EU vereisen dat ruil- en niet-ruiltransacties afzonderlijk worden weergegeven, worden vorderingen voor het opstellen van de rekening omschreven als afkomstig van ruiltransacties en verhaalbare bedragen als afkomstig van niet-ruiltransacties (waarbij de EU waarde van een andere entiteit ontvangt zonder onmiddellijk een gelijkwaardige tegenprestatie te leveren) die niet voortvloeien uit een contract (bv. op de lidstaten verhaalbare bedragen betreffende de eigen middelen).

Vorderingen uit ruiltransacties voldoen aan de definitie van financiële instrumenten en worden dus beschouwd als leningen en vorderingen en worden dienovereenkomstig gemeten (zie 1.5.5 hierboven). De in de toelichting op de financiële instrumenten vermelde informatie over vorderingen op ruiltransacties bevat overlopende posten van ruiltransacties omdat zij niet materieel zijn.

Verhaalbare bedragen uit niet-ruiltransacties worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke bedrag (gecorrigeerd voor rente en boeten) minus waardeverminderingen. Er wordt een waardevermindering op verhaalbare bedragen op niet-ruiltransacties geboekt wanneer er objectief bewijs bestaat dat de EU niet alle volgens de oorspronkelijke voorwaarden verschuldigde bedragen zal kunnen innen. De waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en het realiseerbare bedrag. De waardevermindering wordt opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Daarnaast wordt op basis van vroegere ervaringen een algemene waardevermindering opgenomen voor uitstaande invorderingsopdrachten waarvoor nog geen specifieke waardevermindering is toegepast Zie toelichting 1.5.14 betreffende de behandeling van aan de periode toerekenbare ontvangsten aan het einde van het jaar. Bedragen weergegeven en opgevoerd als vorderingen op niet-ruiltransacties zijn geen financiële instrumenten omdat zij niet voortvloeien uit een contract waaruit een financiële verplichting of eigenvermogensinstrument ontstaat. In de toelichting bij de financiële staten worden vorderingen op niet-ruiltransacties echter in voorkomend geval samen met vorderingen op ruiltransacties opgevoerd.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële instrumenten en worden gedefinieerd als vlottende activa. Zij omvatten liquide middelen, bij banken onmiddellijk of op korte termijn opvraagbare deposito's, andere kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden.

Pensioenen en andere personeelsbeloningen

Pensioenverplichtingen

Bij de EU worden toegezegd-pensioenregelingen gebruikt. Ofschoon de personeelsleden van hun salaris een derde van de verwachte kosten van deze beloningen betalen, is er geen kapitaaldekking van de verplichting. De in de balans opgenomen verplichting in verband met de toegezegd-pensioenregeling is de contante waarde van de toegezegde pensioenen op de balansdatum minus de reële waarde van de activa van de regeling. De pensioenverplichtingen worden berekend door actuarissen volgens de methode op basis van opgebouwde rechten (projected unit credit method). De contante waarde van de pensioenverplichtingen wordt bepaald door verrekening van de geraamde toekomstige betalingen met de rente op staatsobligaties luidend in de valuta waarin het pensioen zal worden uitbetaald en met een looptijd die vergelijkbaar is met die van de overeenkomstige pensioenverplichting.

Actuariële winsten en verliezen uit ervaringsaanpassingen en veranderingen in actuariële hypothesen worden onmiddellijk in de staat van de financiële resultaten opgenomen. Kosten na pensionering worden onmiddellijk in de staat van de financiële resultaten opgenomen, tenzij werknemers gedurende een bepaalde periode (de wachtperiode) in dienst moeten blijven voordat veranderingen in de pensioenregeling effectief worden. In dat geval worden de kosten na pensionering lineair afgeschreven gedurende de wachtperiode.

Ziektekosten na tewerkstelling

De EU biedt haar personeelsleden verstrekkingen in verband met de gezondheid aan via de terugbetaling van medische uitgaven. Voor de dagelijkse administratie daarvan is een afzonderlijk fonds opgericht. Zowel personeelsleden als gepensioneerden, weduwen en weduwnaars en hun verwanten komen voor het stelsel in aanmerking. De voordelen die aan „inactieven” worden toegekend (gepensioneerden, wezen enz.) worden als „personeelsbeloningen na tewerkstelling” ingedeeld. Gelet op de aard van deze voordelen is een actuariële berekening aangewezen. De verplichting in de balans is bepaald op een soortgelijke grondslag als die voor de pensioenverplichtingen (zie hierboven).

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen wanneer de EU een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting tegenover derden heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het zeer waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig zal zijn om de verbintenis af te wikkelen en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geraamd. Voor toekomstige exploitatieverliezen moeten geen voorzieningen worden opgenomen. Het bedrag van de voorziening is de beste raming van de uitgaven die naar verwachting nodig zullen zijn om de huidige verbintenis op de verslagdatum af te wikkelen. Indien de te waarderen voorziening een groot aantal posten omvat, wordt de verplichting geraamd door alle mogelijke resultaten af te wegen volgens de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen.

Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden ingedeeld als financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening of als financiële verplichtingen die tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd zijn. Opgenomen leningen omvatten leningen van kredietinstellingen en in een waardepapier belichaamde schulden. Ze worden de eerste maal opgenomen tegen reële waarde, zijnde de opbrengsten van de emissie (reële waarde van de ontvangen vergoeding), verminderd met de transactiekosten, en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode; verschillen tussen de opbrengsten verminderd met de transactiekosten en de aflossingswaarde worden gedurende de looptijd van de leningen opgenomen in de staat van de financiële resultaten met gebruikmaking van de effectieverentemethode.

Financiële verplichtingen worden onder de niet-vlottende activa opgenomen, tenzij de looptijd binnen de twaalf maanden na de balansdatum verstrijkt. In het geval van leningen die uit geleende middelen worden verstrekt, mag de effectieverentemethode om materialiteitsoverwegingen niet afzonderlijk voor opgenomen en verstrekte leningen worden toegepast. De transactiekosten van de EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in de staat van de financiële resultaten opgenomen.

Financiële verplichtingen die zijn ingedeeld tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening omvatten derivaten wanneer hun reële waarde negatief is. Zij worden boekhoudkundig op dezelfde manier verwerkt als financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening (zie toelichting 1.5.5). De EU had in dit begrotingsjaar geen financiële activa van deze categorie.

Crediteuren

Een aanzienlijk bedrag van de te betalen posten van de EU heeft geen betrekking op ruiltransacties zoals de aanschaf van goederen of diensten. Het betreft daarentegen onbetaalde kostendeclaraties van begunstigden van subsidies of van andere vormen van EU-financiering (niet-ruiltransacties). Ze worden geregistreerd als crediteuren voor het gevraagde bedrag wanneer de kostendeclaratie wordt ontvangen. Na verificatie en aanvaarding van de subsidiabele kosten, worden de crediteuren gewaardeerd tegen het aanvaarde en subsidiabele bedrag.

Te betalen posten die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden bij ontvangst van de factuur opgenomen voor het oorspronkelijke bedrag en de overeenkomstige uitgaven worden in de boeken opgenomen wanneer de goederen of diensten worden geleverd en door de EU worden aanvaard.

De EU-trustfondsen gecreëerd en beheerd door de Commissie worden beschouwd als onderdeel van de operationele activiteiten en worden in de rekeningen van de Commissie opgenomen. Bijdragen van andere donoren aan de EU-trustfondsen voldoen derhalve aan de criteria van ontvangsten uit niet-ruiltransacties onder bepaalde voorwaarden en worden vermeld als passiva totdat de uitgaven door het trustfonds zijn gedaan. Trustfondsen zijn opgericht om specifieke projecten te financieren en moeten resterende middelen terugstorten op het moment van afwikkeling. Op de balansdatum worden de uitstaande bijdrageverplichtingen gewaardeerd als de ontvangen bijdragen minus de door het trustfonds gedane uitgaven, inclusief waar nodig geschatte bedragen, toegerekend aan de bijdragen van andere donoren overeenkomstig de onderliggende overeenkomsten.

Overlopende posten

Transacties en gebeurtenissen worden in de financiële staten opgenomen in de periode waarop zij betrekking hebben. Wanneer er aan het einde van het jaar geen factuur is opgesteld en de dienst is verstrekt of de goederen zijn geleverd door de EU of er een contractuele overeenkomst bestaat (bv. op grond van een verdrag) worden de aan de periode toerekenbare inkomsten in de financiële staten opgenomen. Wanneer er bovendien aan het einde van het jaar een factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt.

Ook uitgaven worden geboekt in de periode waarop zij betrekking hebben. Aan het einde van de boekhoudkundige periode worden de toegerekende uitgaven opgenomen tegen het geraamde bedrag van de voor de periode verschuldigde overdracht. De berekening van toegerekende uitgaven gebeurt volgens gedetailleerde operationele en praktische richtsnoeren die zijn gepubliceerd door de Commissie en die tot doel hebben te waarborgen dat de financiële staten een getrouw beeld geven van de economische en andere bijzonderheden die zij willen weergeven.

1.6.STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

Ontvangsten

ONTVANGSTEN UIT NIET-RUILTRANSACTIES

De overgrote meerderheid van de ontvangsten van de EU heeft betrekking op niet-ruiltransacties:

Bni- en btw-middelen

De ontvangsten worden opgenomen voor de periode waarvoor de Commissie de door de lidstaten bij te dragen bedragen opvraagt. Ze worden gewaardeerd tegen het opgevraagde bedrag. Omdat de btw- en bni-middelen op ramingen van de gegevens voor het betrokken begrotingsjaar gebaseerd zijn, zijn ze — totdat de lidstaten de definitieve gegevens verstrekken — voor herziening vatbaar naarmate veranderingen optreden. Het effect van een verandering in de raming wordt opgenomen wanneer het netto-overschot of -tekort voor de periode waarin de verandering is opgetreden, wordt bepaald.

Traditionele eigen middelen

De vorderingen op niet-ruiltransacties en de daarmee samenhangende ontvangsten worden opgenomen wanneer de desbetreffende maandelijkse A-boekhouding (met de geïnde rechten en verschuldigde bedragen die gewaarborgd en niet betwist zijn) van de lidstaten wordt ontvangen. Op de verslagdatum worden de voor de periode door de lidstaten geïnde ontvangsten die nog niet aan de Commissie zijn gestort, geraamd en opgenomen als toegerekende inkomsten. De driemaandelijkse B-boekhouding (met de rechten die niet geïnd noch gewaarborgd zijn, en de gewaarborgde bedragen die door de schuldenaar worden betwist) die van de lidstaten is ontvangen, wordt als ontvangsten opgenomen verminderd met de inningskosten waarop de lidstaten recht hebben. Bovendien wordt een waardevermindering opgenomen ten bedrage van het geraamde oninbare gedeelte.

Geldboeten

Ontvangsten uit geldboeten worden opgenomen wanneer het besluit van de EU om een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter kennis is gebracht van de betrokkene. Wanneer er twijfel bestaat omtrent de solvabiliteit van de onderneming, wordt een waardevermindering op het recht opgenomen. Na de kennisgeving van de beschikking waarbij een geldboete is opgelegd, heeft de debiteur twee maanden de tijd om:

-- hetzij het besluit te aanvaarden, waarna hij de geldboete binnen de gestelde termijn moet betalen en het bedrag definitief wordt geïnd door de EU;

-hetzij het besluit niet te aanvaarden, hetgeen betekent dat hij beroep instelt op grond van de EU-wetgeving.

Zelfs indien er beroep is ingesteld, moet de hoofdsom van de geldboete binnen de gestelde termijn van drie maanden worden betaald, want het beroep heeft geen schorsende werking (artikel 278 van het EU-Verdrag). Onder bepaalde omstandigheden kan de onderneming met instemming van de rekenplichtige van de Commissie een bankgarantie voor het bedrag geven.

Indien de onderneming in beroep gaat tegen de beschikking en de geldboete al voorlopig heeft betaald, wordt het bedrag als een voorwaardelijke verplichting geboekt. Aangezien een beroep tegen een besluit van de EU echter geen schorsende werking heeft, wordt het ontvangen geld wel gebruikt om de vordering af te wikkelen. Indien in plaats van betaling een bankgarantie is gegeven, blijft de geldboete een vordering. Indien de kans bestaat dat het Gerecht zich ten nadele van de EU uitspreekt, wordt een voorziening opgenomen die dit risico dekt. Indien een bankgarantie is gegeven, wordt de uitstaande vordering afgeschreven zoals vereist. De gecumuleerde rente die de Commissie ontvangt op de bankrekeningen waarop de ontvangen betalingen worden gestort, wordt als ontvangsten opgenomen en eventuele voorwaardelijke passiva worden evenredig verhoogd.

Sinds 2010 worden alle voorlopig geïnde geldboeten door de Commissie beheerd in een speciaal daartoe opgericht fonds, BUFI genoemd, en belegd in financiële instrumenten die als voor verkoop beschikbare financiële activa worden ingedeeld.

ONTVANGSTEN UIT RUILTRANSACTIES

Ontvangsten uit de verkoop van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de beduidende risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van de goederen op de koper zijn overgegaan. Baten uit een verrichting die de levering van diensten behelst, worden opgenomen in verhouding tot de mate van voltooiing van de verrichting op de verslagdatum.

Rentebaten en -lasten

Rentebaten en -uitgaven worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen volgens de effectieverentemethode. Dit is een methode om de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief of een financiële verplichting te berekenen en om de rentebaten of -lasten toe te rekenen aan de periode waarop zij betrekking hebben. Bij de berekening van de effectieve rente raamt de EU de kasstromen waarbij rekening wordt gehouden met alle contractvoorwaarden van het financieel instrument (bv. vooruitbetalingsopties), maar laat zij toekomstige kredietverliezen buiten beschouwing. Alle vergoedingen betaald of ontvangen door de partijen bij het contract die integraal deel uitmaken van de effectieve rente, transactiekosten en alle andere premies of kortingen, worden in de berekening opgenomen.

Wanneer de boekwaarde van een financieel actief of een groep verwante financiële activa is verlaagd als gevolg van een waardeverminderingsverlies, worden rentebaten opgenomen, vastgesteld aan de hand van de rentevoet waarmee de toekomstige kasstromen zijn verdisconteerd om het waardeverminderingsverlies te bepalen.

Baten uit dividenden

Baten uit dividenden worden opgenomen wanneer het recht om de betaling te ontvangen is vastgesteld.

Uitgaven

De kosten van niet-ruiltransacties maken het merendeel van de uitgaven van de EU uit. Het gaat om overdrachten aan begunstigden, die van drieërlei aard kunnen zijn: rechten, overdrachten bij overeenkomst en discretionaire subsidies, bijdragen en giften.

Overdrachten worden als uitgaven opgenomen in de periode waarin de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de overdracht zich voordoen, mits de overdracht bij besluit (Financieel Reglement, Statuut of ander besluit) is toegestaan of een overeenkomst is ondertekend waarbij de overdracht wordt toegestaan, de begunstigde heeft voldaan aan eventuele subsidiabiliteitscriteria en van het bedrag een redelijke raming kan worden gemaakt.

Betalingsverzoeken of kostendeclaraties die aan de voorwaarden voor erkenning voldoen, worden als uitgaven opgenomen voor het in aanmerking komende bedrag. Aan het einde van het jaar worden in aanmerking komende bedragen die aan de begunstigden verschuldigd zijn, maar waarvoor nog geen declaratie heeft plaatsgevonden, geraamd en geboekt als toegerekende uitgaven.

De kosten van ruiltransacties die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de goederen zijn geleverd en door de EU zijn aanvaard. Ze worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke factuurbedrag. Voorts worden op de balansdatum de uitgaven voor dienstprestaties gedurende de periode waarvoor nog geen factuur is ontvangen of aanvaard, geraamd en opgenomen in de staat van de financiële resultaten.

1.7.VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

Voorwaardelijke activa

Een voorwaardelijk activum is een mogelijk activum dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen zal worden bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover het EOF niet de volledige controle heeft. Een voorwaardelijk actief wordt opgenomen wanneer een instroom van economische voordelen of dienstenpotentieel waarschijnlijk is geworden.

Voorwaardelijke verplichtingen

Een voorwaardelijke verplichting is een mogelijke verplichting die voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen zal worden bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover het EOF niet de volledige controle heeft; of een bestaande verplichting die voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden, maar die niet is opgenomen omdat: het niet waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen of, in zeldzame omstandigheden, omdat het bedrag van de verplichting onvoldoende betrouwbaar kan worden bepaald.

 

2.TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS

 

ACTIVA

 

2.1.IMMATERIËLE ACTIVA

miljoenen EUR

Brutoboekwaarde op 31.12.2014

577

Toevoegingen

134

Afstoting van deelnemingen

(14)

Overdrachten tussen categorieën van activa

0

Andere wijzigingen

0

Brutoboekwaarde op 31.12.2015

698

Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2014

(295)

Afschrijvingskosten voor het jaar

(74)

Afstoting van deelnemingen

9

Overdrachten tussen categorieën van activa

0

Andere wijzigingen

-

Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2015

(361)

Nettoboekwaarde op 31.12.2015

337

Nettoboekwaarde op 31.12.2014

282

Deze bedragen hebben hoofdzakelijk te maken met computersoftware.

 

2.2.MATERIËLE VASTE ACTIVA

De toename van de materiële vaste activa (vaste bedrijfsmiddelen) houdt hoofdzakelijk verband met de verdere ontwikkeling van activa ten behoeve van de ruimteprogramma’s Galileo en Copernicus die met bijstand van het Europees Ruimteagentschap (ESA) worden gebouwd.

Voor Galileo, het wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) van de EU, belopen de activa in aanbouw op 31 december 2015 in totaal 2 110 miljoen EUR (2014: 1 478 miljoen EUR). Een bedrag van 17 miljoen EUR (in 2014: 17 miljoen EUR) aan niet-kapitaliseerbare ontwikkelingskosten is gedurende de periode als uitgave opgenomen. Na voltooiing zal het systeem bestaan uit 30 satellieten en een netwerk van grondstations. Op de balansdatum waren reeds 12 Galileo-satellieten gelanceerd.

Wat betreft Copernicus, het Europees programma voor aardobservatie, zijn de desbetreffende activa opgenomen op de balans van de EU sinds 2014, na de overdracht van het ESA. Op de balansdatum is 1 188 miljoen EUR met betrekking tot de momenteel gebouwde Copernicus-satellieten opgenomen als activa in aanbouw (2014: 1 288 miljoen EUR). Bovendien is 498 miljoen EUR betreffende de Sentinel 1A en 2A satellieten (in een baan) als activa opgenomen onder de rubriek installaties en uitrusting, exclusief de geaccumuleerde afschrijving (2014: 283 miljoen EUR) nadat Sentinel 2A werd gelanceerd en operationeel werd gedurende de verslagperiode. Satellieten Sentinel 1A en 2A worden afgeschreven over de verwachte gebruiksduur van 7 jaar.

 

Materiële vaste activa

miljoenen EUR

Terreinen en gebouwen

Installaties en uitrusting

Meubilair en wagenpark

Computer-hardware

Overige

Financiële leases

Activa in aanbouw

Totaal

Brutoboekwaarde op 31.12.2014

4 768

990

242

623

261

2 693

3 176

12 754

Toevoegingen

41

58

16

54

34

61

998

1 262

Afstoting van deelnemingen

(8)

(25)

(12)

(53)

(8)

(1)

(38)

(145)

Overdrachten tussen categorieën van activa

54

261

-

0

(11)

0

(305)

Andere wijzigingen

1

3

2

2

0

31

1

39

Brutoboekwaarde op 31.12.2015

4 856

1 288

248

627

277

2 784

3 832

13 911

Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2014

2 549

(477)

(168)

(501)

(173)

(950)

4 817

Afschrijvingskosten voor het jaar

(158)

(116)

(18)

(69)

(27)

(103)

(489)

Teruggeboekte afschrijving

-

0

0

1

0

-

1

Afstoting van deelnemingen

6

24

11

52

7

1

101

Overdrachten tussen categorieën van activa

-

(10)

-

0

10

0

Andere wijzigingen

0

(3)

(1)

(1)

0

(2)

(6)

Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2015

2 701

(581)

(176)

(517)

(182)

1 054

5 211

NETTOBOEKWAARDE OP 31.12.2015

2 155

708

72

110

94

1 730

3 832

8 700

NETTOBOEKWAARDE OP 31.12.2014

2 219

513

74

122

89

1 743

3 176

7 937

 

2.3.BELEGGINGEN DIE WORDEN VERWERKT VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen

2.3.1

5

Participaties in geassocieerde deelnemingen

2.3.2

491

409

Totaal

497

409

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode.

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen

miljoenen EUR

GJU

SESAR

BBI

Clean Sky

IMI

ECSEL

FCH

Totaal

Deelnemingen op 31.12.2014

0

0

0

0

0

0

Bijdragen

93

1

224

147

145

67

677

Aandeel van het nettoresultaat

(93)

4

(163)

(147)

(145)

(67)

(611)

Opneming van het voorheen niet-opgenomen aandeel van verliezen

(61)

(61)

Overige vermogensmutaties

0

0

0

0

0

0

(0)

Deelnemingen op 31.12.2015

0

5

0

0

0

0

5

Niet-opgenomen aandeel van verliezen*

(252)

(38)

(161)

(55)

(156)

(662)

* voor een gedetailleerde toelichting van de niet-opgenomen verliezen, zie toelichting 1.5.4.

De volgende bedragen kunnen aan de Commissie worden toegerekend op basis van het percentage van haar belang:

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottende activa

188

250

Vlottende activa

301

178

Niet-vlottende passiva

Vlottende passiva

(856)

(813)

Ontvangsten

13

2

Uitgaven

(811)

(666)

 

Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (ITER)

Na een evaluatie van de manier waarop gemeenschappelijke ondernemingen worden geboekt, is vastgesteld dat de ITER-Organisatie niet voldoet aan de criteria voor opname als gemeenschappelijke onderneming. Vanaf 2015 wordt zij niet langer opgenomen bij de gemeenschappelijke ondernemingen en worden de EU-bijdragen aan de ITER-Organisatie als uitgaven behandeld. Omdat de boekwaarde van de ITER-Organisatie op 31 december 2014 nul was en de impact van de verandering niet materieel is, zijn de resultaten van het voorafgaande jaar niet aangepast.

Gemeenschappelijke Onderneming GALILEO

De gemeenschappelijke onderneming Galileo werd eind 2006 in vereffening gesteld en het proces is nog aan de gang. De entiteit was in 2015 niet actief en nog altijd in vereffening.

gemeenschappelijke onderneming SESAR

Op 31 december 2015 had de Commissie een belang van 41,28 % (2014: 43,53 %) in SESAR.



Gezamenlijke technologie-initiatieven

Om de doelstellingen van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid te bereiken, werden publiek-private partnerschappen (PPP's) in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven opgericht (GTI's), die via gemeenschappelijke ondernemingen in de zin van artikel 187 van het Verdrag ten uitvoer werden gelegd. De biogebaseerde industrieën (BBI), Clean Sky, het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI), ECSEL (samenvoeging van de vroegere ARTEMIS & ENIAC) en brandstofcellen en waterstof (FCH) GO’s zijn PPP’s opgericht in de vorm van een gezamenlijk technologie-initiatief. Het belang aan het einde van het jaar is als volgt: 57,81 % in BBI (in 2014: n.b.), 63,59 % (2014: 61,39 %) in Clean Sky , 67,07 % (2014: 80,47 %) in IMI, 96,29 % (2014: 95,47 %) in ECSEL, en 64,86 % (2014: 70,85 %) in FCH.

Participaties in geassocieerde deelnemingen

Europees Investeringsfonds

Het belang van de Commissie in het Europees Investeringsfonds (EIF) wordt aangemerkt als een geassocieerde deelneming volgens de vermogensmutatiemethode. Het EIF is de financiële instelling van de EU die gespecialiseerd is in het leveren van durfkapitaal en garanties aan kleine en middelgrote ondernemingen.

miljoenen EUR

EIF

Deelnemingen op 31.12.2014

409

Bijdragen

44

Aandeel van het nettoresultaat

31

Overige vermogensmutaties

7

Deelnemingen op 31.12.2015

491

De volgende bedragen kunnen aan de Commissie worden toegerekend op basis van het percentage van haar belang:

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Activa

578

497

Passiva

(87)

(87)

Ontvangsten

51

38

Overschot/(tekort)

26

21

De Commissie heeft 20 % van haar participatie gestort en het niet-opgevraagde saldo bedroeg 909 miljoen EUR.

miljoenen EUR

Totaal kapitaal EIF

Participatie Commissie

Totaal aandelenkapitaal

4 286

1 136

Volgestort

(857)

(227)

Niet-opgevraagd

3 429

909

 


2.4.FINANCIËLE ACTIVA

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottende financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa

2.4.1

7 222

6 550

Verstrekte leningen

2.4.2

49 743

49 888

Totaal

56 965

56 438

Vlottende financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa

2.4.1

2 399

2 856

Verstrekte leningen

2.4.2

7 508

8 955

Totaal

9 907

11 811

Totaal

66 871

68 249

Voor verkoop beschikbare financiële activa

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

BUFI-beleggingen

2 647

3 068

Garantiefonds*

2 002

1 825

EGKS in vereffening

1 699

1 699

Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO)

188

188

Subtotaal

6 536

6 780

Begrotingsinstrumenten:

Financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF)

773

842

Horizon 2020

765

514

ETF-startersregeling

485

399

Projectobligatie-initiatief

217

125

Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten

208

186

Verrichtingen met risicodragend kapitaal

152

145

Europees Fonds voor Zuidoost-Europa

118

117

Other budgetary instruments

366

298

Subtotaal

3 084

2 626

Totaal

9 620

9 406

Niet-vlottend

7 222

6 550

Vlottend

2 399

2 856

BUFI-beleggingen

Voorlopig geïnde geldboeten in mededingingszaken worden in een speciaal fonds (BUFI) gestort en door de Commissie belegd in de schuldinstrumenten die als voor verkoop beschikbare financiële activa worden ingedeeld.

Garantiefonds voor externe maatregelen

Het Garantiefonds voor externe maatregelen dekt de door de EU gegarandeerde leningen, met name leningsoperaties van de EIB buiten de EU, alsmede leningen in het kader van macrofinanciële bijstand (MFB-leningen) en leningen van Euratom buiten de EU. Het is een langlopend instrument (vast deel: 1 614 miljoen EUR), beheerd door de EIB en bedoeld om de door de EU gegarandeerde leningen waarvoor van wanbetaling sprake is, te dekken. Het fonds wordt gevoed met betalingen uit de Gemeenschapsbegroting, met de rente op de belegging van de beschikbare middelen van het fonds en met de bij de in gebreke gebleven debiteuren teruggevorderde bedragen voor wie het fonds tot uitbetaling heeft moeten overgaan in verband met een afgegeven garantie. Een eventueel jaarlijks overschot wordt teruggeboekt als ontvangsten voor de EU-begroting. De EU moet een garantiereserve opnemen die leningen aan derde landen dekt. Deze reserve is bedoeld om de verplichtingen van het Garantiefonds te dekken en, indien nodig, aangesproken garanties waarvoor het in het Fonds beschikbare bedrag niet volstaat, zodat deze bedragen ten laste van de begroting kunnen komen. Deze reserve komt overeen met het richtbedrag van 9 % van de aan het einde van het jaar uitstaande leningen.

EGKS in vereffening

Wat de bedragen voor de EKGS in vereffening betreft, zijn alle voor verkoop beschikbare financiële activa schuldvorderingen in euro die genoteerd zijn op actieve markten.

Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling.

Omdat de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) niet beursgenoteerd is en volgens haar statuten participaties ten hoogste tegen aankoopprijs en uitsluitend aan bestaande aandeelhouders mogen worden verkocht, is de participatie van de Commissie gewaardeerd op de kostprijs verminderd met eventuele afschrijvingen voor waardevermindering.

miljoenen EUR

Totaal kapitaal EBWO

Participatie Commissie

Totaal aandelenkapitaal

29 674

900

Volgestort

6 202

(188)

Niet-opgevraagd

23 472

712

 

Begrotingsinstrumenten:

De EU is voornamelijk de houdster van voor verkoop beschikbare financiële activa in de vorm van schuldtitels (bv. obligaties) en eigenvermogensinstrumenten. De schuldtitels worden voornamelijk gebruikt om aan de EU-garantie- en -risicodelingsinstrumenten toegewezen bedragen tijdelijk te beleggen zolang zij niet worden gebruikt om de aanspraken op garanties te voldoen.

Risicodelende financieringsfaciliteit

De financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF) wordt door de EIB beheerd en de beleggingsportefeuille van de Commissie wordt gebruikt om voorzieningen aan te leggen voor financiële risico's in verband met leningen en garanties die door de EIB worden gegeven aan onderzoeksprojecten die daarvoor in aanmerking komen. In totaal heeft de Commissie in het kader van het MFK 2007-2013 maximaal 1 miljard EUR toegewezen aan de RSFF. In het kader van het MFK 2014-2020 zijn er geen nieuwe bijdragen uit de begroting aan de RSFF gepland. In 2015 werd 65 miljoen EUR van de bijdrage van de EU aan de RSFF overgedragen aan de in het kader van Horizon 2020 ingestelde opvolger ervan. Op 31 december 2015 bedraagt de bijdrage van de Commissie aan de RSFF, inclusief bijdragen van EVA en derde landen, 791 miljoen EUR. Opgemerkt zij dat het totale risico van de Commissie beperkt is tot het bedrag van haar bijdrage aan de faciliteit.

Horizon 2020

Bij de EU-verordening tot vaststelling van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020), zijn nieuwe financieringsinstrumenten ingesteld om de toegang tot financiering te verbeteren voor entiteiten die aan onderzoek en innovatie (O&I) doen. Deze instrumenten zijn: de InnovFin Loan and Guarantee Service for R&I, waarbij de Commissie een deel van het financiële risico draagt dat verbonden is aan een portefeuille van nieuwe financieringsoperaties door de EIB; de InnovFin SME Guarantee including the SME Initiative Uncapped Guarantee Instrument (SIUGI), door het EIF beheerde garantiefaciliteiten die garanties en tegengaranties verstrekken aan financiële intermediairs voor nieuwe leningportefeuilles (onder SIUGI deelt de Commissie het financiële risico dat verbonden is aan garanties met de lidstaten, de EIB en het EIF); en de InnovFin Equity Facility for R&I dat investeert in risicokapitaalfondsen en door het EIF wordt beheerd. Op 31 december 2015 bedraagt de totale EU-bijdrage aan de financiële instrumenten Horizon 2020 1 060 miljoen euro.

ETF-startersregeling

Dit betreft eigenvermogensinstrumenten die werden gefinancierd door het programma voor groei en werkgelegenheid, het meerjarenprogramma, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en het proefproject technologieoverdracht, administratief beheerd door het EIF, ter ondersteuning van de oprichting en financiering van beginnende kleine en middelgrote ondernemingen door middel van investeringen in geschikte gespecialiseerde durfkapitaalfondsen.



Reëlewaardehiërarchie van voor verkoop beschikbare financiële activa

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

niveau 1: prijsnoteringen op actieve markten

8 123

8 183

niveau 2: waarneembare input, anders dan prijsnoteringen

188

76

niveau 3: waarderingstechnieken met niet op waarneembare marktgegevens gebaseerde input

1 310

1 147

Totaal

9 620

9 406

Gedurende de periode is 10 miljoen EUR overgedragen van niveau 2 naar niveau 1.

Afstemming van financiële activa, gewaardeerd aan de hand van waarderingstechnieken met niet op waarneembare marktgegevens gebaseerde input (niveau 3):

miljoenen EUR

Beginbalans op 31.12.2014

1 147

Aan- en verkopen

98

Winsten of verliezen over de periode in financiële inkomsten of financieringskosten

(27)

Baten en verliezen die in de nettoactiva zijn opgenomen

91

Overdrachten naar niveau 3

Overdrachten vanuit niveau 3

Overige

Eindbalans op 31.12.2015

1 310

Verstrekte leningen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Uit geleende middelen verstrekte leningen

56 874

58 509

Uit begrotingskredieten verstrekte leningen

377

334

Totaal

57 251

58 843

Niet-vlottend

49 743

49 888

Vlottend

7 508

8 955

Uit opgenomen leningen verstrekte leningen

miljoenen EUR

MFB

Euratom-faciliteit

BBS

EFSM

EGKS in vereffening

Totaal

Totaal op 31.12.2014

1 842

349

8 590

47 507

221

58 509

Nieuwe leningen

1 245

-

-

12 160

-

13 405

Aflossingen

(67)

(48)

2 700

12 160

-

14 975

Wisselkoersverschillen

-

-

-

-

14

14

Veranderingen in boekwaarde

4

-

(79)

2

(6)

(79)

Bijzondere waardevermindering

-

-

-

-

-

Totaal op 31.12.2015

3 024

301

5 811

47 509

229

56 874

Niet-vlottend

2 937

251

4 200

42 050

218

49 656

Vlottend

87

50

1 611

5 459

11

7 218

De veranderingen in boekwaarde stemmen overeen met de veranderingen in de vervallen rente.

Macrofinanciële bijstand is een financieel beleidsinstrument voor niet-gebonden en niet-specifieke betalingsbalans- en/of begrotingssteun aan derde partnerlanden die momenteel een IMF-programma uitvoeren. Macrofinanciële bijstand wordt verstrekt in de vorm van middellange- of langetermijnleningen of subsidies, of een combinatie daarvan, en dient in het algemeen ter aanvulling van de financiering in het kader van een door het IMF gesteund aanpassings- en hervormingsprogramma. Die leningen zijn gewaarborgd door het Garantiefonds voor externe maatregelen. Op 31.12.2015 is een bedrag van 1 323 miljoen EUR betreffende een leningfaciliteitovereenkomst in het kader van macrofinanciële bijstand toegekend aan Oekraïne (1 200 miljoen euro), Tunesië (100 miljoen EUR), Georgië (13 miljoen EUR) en Kirgizië (10 miljoen EUR), maar nog niet uitbetaald.

De juridische entiteit Euratom (die door de Commissie wordt vertegenwoordigd) verstrekt leningen aan lidstaten en niet-lidstaten voor de financiering van projecten in verband met energie-installaties. Op 31 december 2015 is 300 miljoen EUR aan leningen aan Oekraïne toegekend, maar nog niet uitbetaald. Een bedrag van 301 miljoen EUR (in 2014: 349 miljoen EUR) aan garanties is ontvangen van derden ter dekking van Euratomleningen.

De betalingsbalansfaciliteit, een financieel beleidsinstrument, biedt financiële bijstand op middellange termijn aan de lidstaten van de EU. Er kunnen leningen worden verstrekt aan lidstaten die zich voor feitelijke of ernstig dreigende moeilijkheden met betrekking tot hun betalingsbalans of kapitaalverkeer gesteld zien. Alleen lidstaten die niet deelnemen aan de euro, komen voor dit mechanisme in aanmerking. De betalingsbalansbijstand aan Letland werd toegekend voor de invoering van de euro op 1 januari 2014. Het maximale uitstaande bedrag van in het kader van het instrument toegekende leningen is beperkt tot 50 miljard EUR. De leningen die voor deze leningen worden opgenomen, worden door de EU-begroting gewaarborgd. Ontleningen in het kader van deze betalingsbalansleningen worden gegarandeerd door de EU-begroting; op 31 december 2015 bedraagt het potentiële risico dat de begroting in verband met deze leningen loopt maximaal 5,8 miljard EUR.

Het EFSM maakt het mogelijk financiële bijstand te verlenen aan een lidstaat in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen. De bijstand kan de vorm aannemen van een lening of een kredietlijn. Volgens de conclusies van de Raad (Ecofin) van 9 mei 2010 bedragen de middelen van de faciliteit ten hoogste 60 miljard EUR, maar bij wettelijke bepaling wordt het uitstaande bedrag aan leningen of kredietlijnen beperkt tot de marge die beschikbaar is onder het plafond van de eigen middelen. Ontleningen in het kader van deze EFSM-leningen worden gegarandeerd door de EU-begroting; op 31 december 2015 bedraagt het potentiële risico dat de begroting in verband met deze leningen loopt maximaal 47,5 miljard EUR. Aangezien beide EFSM programma’s zijn verstreken, zijn er geen uitstaande niet-uitbetaalde bedragen beschikbaar. Er zijn geen plannen waarbij het EFSM nieuwe financieringsprogramma's zou aangaan of nieuwe leningfaciliteitsovereenkomsten zou sluiten.

Leningen van de EGKS in vereffening worden verstrekt uit geleende middelen overeenkomstig de artikelen 54 en 56 van het EGKS-Verdrag.

Effectieve rentevoeten van leningen (uitgedrukt als een rente-interval)

Verstrekte leningen

31.12.2015

31.12.2014

Macrofinanciële bijstand (MFB):

0 % - 4.54 %

0.181 % - 4.54 %

Euratom-faciliteit

0.08 % - 5.76 %

0.26 % - 5.76 %

Betalingsbalans

2.375 % - 3.625 %

2.375 % - 3.625 %

Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM)

0,625 % tot 3,75 %

1.875 % - 3.750 %

EGKS in vereffening

5,2354 % tot 5,8103 %

5.2354 % - 5.8103 %

Uit begrotingskredieten verstrekte leningen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Leningen met bijzondere voorwaarden

113

130

Door de EGKS in vereffening verstrekte woningleningen*

6

9

Term deposits between 3 and 12 months

257

195

Totaal

377

334

Niet-vlottend

88

116

Vlottend

290

217

* Verstrekt uit de eigen middelen van de EGKS in vereffening.

Leningen met bijzondere voorwaarden omvatten voornamelijk leningen met een speciale rentevoet die in het kader van de samenwerking met niet-lidstaten zijn verstrekt.

Afschrijvingen op uit begrotingskredieten verstrekte leningen

miljoenen EUR

31.12.2014

Toevoe-gingen

Terug-boekingen

Afschrijving

Overige

31.12.2015

Leningen met bijzondere voorwaarden

6

75

0

0

149

231

Door de EGKS in vereffening verstrekte woningleningen

0

0

0

0

Totaal

6

75

0

0

149

231

Deze post omvat voornamelijk leningen met een speciale, d.w.z. ook gesubrogeerde leningen die werden verstrekt leningen waarvoor van wanbetaling sprake is en die door de EIB zijn gesubrogeerd in alle rechten van de EU na de betaling uit het Garantiefonds voor externe acties, en die volledig worden verminderd voor een bedrag van 217 miljoen EUR (2014: 149 miljoen EUR).


2.5.VOORFINANCIERING

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottende voorfinanciering

Voorfinanciering

2.5.1

28 543

15 980

Overige voorschotten voor de lidstaten

2.5.2

1 332

2 378

Bijdragen aan trustfondsen

4

Totaal

29 879

18 358

Vlottende voorfinanciering

Voorfinanciering

2.5.1

11 498

29 222

Overige voorschotten voor de lidstaten

2.5.2

3 779

5 015

Totaal

15 277

34 237

Totaal

45 156

52 595

Voorfinanciering maakt een groot deel uit van de totale activa van de EU en krijgt daarom regelmatige en passende aandacht. Het niveau van de voorfinancieringen in de verschillende programma’s moet toereikend zijn om de begunstigden te kunnen voorzien van de middelen die zij nodig hebben om hun projecten te kunnen opstarten, maar tegelijkertijd moeten de financiële belangen van de EU worden gevrijwaard en moet er rekening worden gehouden met juridische en operationele beperkingen en overwegingen in verband met kosteneffectiviteit. De Commissie heeft met al deze elementen rekening gehouden om de follow-up van voorfinanciering te proberen te verbeteren.

Voorfinanciering

miljoenen EUR

Brutobedrag

Afgewikkeld in het kader van afsluiting

Netto-bedrag op 31.12.2015

Bruto-bedrag

Afgewikkeld in het kader van afsluiting

Netto-bedrag op 31.12.2014

Gedeeld beheer

Elfpo en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling

4 726

1 629

3 097

5 644

2 115

3 529

EFRO en CF

24 268

7 416

16 852

24 934

2 182

22 752

ESF

7 251

1 325

5 926

6 884

(953)

5 931

Overige

4 359

2 365

1 994

4 626

2 535

2 091

Totaal

40 604

12 735

27 869

42 088

7 785

34 303

Direct beheer

Ten uitvoer gelegd door:

Commissie

12 512

9 536

2 976

13 173

10 215

2 958

Uitvoerende agentschappen van de EU

11 065

7 767

3 298

9 079

6 618

2 461

Trustfondsen

14

(5)

9

-

-

-

Totaal

23 591

17 308

6 283

22 252

16 833

5 419

Indirect beheer

Ten uitvoer gelegd door:

andere EU-agentschappen & -organen

627

(95)

532

548

(98)

450

Derde landen

2 151

1 229

922

1 981

1 169

812

Internationale organisaties

6 640

4 014

2 626

6 236

3 476

2 760

Andere entiteiten

5 330

3 521

1 809

4 370

2 910

1 460

Totaal

14 748

8 859

5 889

13 135

7 653

5 482

Totaal

78 943

38 902

40 041

77 474

32 273

45 202

Niet-vlottend

28 543

28 543

15 980

15 980

Vlottend

50 401

38 902

11 498

61 495

32 273

29 222

 

De afsluiting van programmeringsperiode 2007-2013 en de geleidelijke invoering van programma’s in het kader van de periode 2014-2020 zijn de belangrijkste factoren die van invloed zijn op de omvang van de activa: de voorfinanciering met betrekking tot de oude programma's neemt af naarmate kosten worden aanvaard en voor de nieuwe programmeringsperiode zijn er nieuwe voorschotten uitbetaald.

Wat het gedeeld beheer betreft, verklaart deze overgang van de ene naar de andere programmeringsperiode ook het verloop tussen vlottende en niet-vlottende saldi. De uitbetaalde nieuwe voorfinanciering met betrekking tot de programmeringsperiode 2014-2020 wordt doorgaans geboekt als niet-vlottend: de totale uitbetalingen in 2015 bedragen 10 miljard EUR, waarvan 7 miljard verband houdt met het cohesiebeleid. De programmeringsperiode 2007-2013 bevindt zich in de afsluitende fase en dus zullen binnen twaalf maanden meer bedragen verschuldigd zijn.

Garanties met betrekking tot voorfinanciering

Dit zijn garanties die de Commissie in bepaalde gevallen verlangt bij de betaling van voorschotten (voorfinanciering) aan begunstigden die geen lidstaten zijn. Er zijn twee waarden om voor dit soort garantie op te nemen: de "nominale waarde" en de "lopende waarde". Voor de „nominale” waarde houdt de gebeurtenis die de waarborg doet ontstaan, verband met het bestaan van de waarborg. Voor de "lopende" waarde is de gebeurtenis die de waarborg doet ontstaan de betaling van voorfinanciering en/of latere verrekeningen. Op 31 december 2015 beliep de "nominale waarde" van de ontvangen garanties in verband met voorfinanciering 844 miljoen EUR. De "lopende waarde" van die garanties beliep 626 miljoen EUR (in 2014: respectievelijk 957 miljoen EUR en 605 miljoen EUR).

Bepaalde voorfinancieringen die in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) en in het kader van Horizon 2020 worden betaald, worden daadwerkelijk gedekt door het Garantiefonds voor deelnemers. Het Garantiefonds voor deelnemers is een instrument voor onderlinge verzekering, dat is opgezet om de risico's te dekken met betrekking tot bedragen die niet worden betaald door deelnemers tijdens de uitvoering van indirecte maatregelen van KP7 en Horizon 2020. Alle deelnemers aan indirecte maatregelen die een subsidie van de EU ontvangen, dragen 5 % bij aan de totale bijdrage aan het kapitaal van het Garantiefonds voor deelnemers.

Op 31 december 2015 bedroegen de door het Garantiefonds voor de deelnemers gedekte voorfinancieringen in totaal 1,7 miljard EUR (2014: 1,8 miljard EUR). De EU (vertegenwoordigd door de Commissie) treedt voor de deelnemers op als uitvoerend orgaan van het Garantiefonds, maar het fonds is eigendom van de deelnemers.

Aan het einde van het jaar beliepen de activa van het Garantiefonds in totaal 1 838 miljoen EUR (2014: 1 640 miljoen EUR). De activa van het Garantiefonds voor de deelnemers bevatten ook financiële activa die door het directoraat-generaal Economische en Financiële zaken worden beheerd. Omdat het Garantiefonds voor de deelnemers een aparte entiteit is, worden de activa van het fonds niet in deze EU-jaarrekening geconsolideerd.

Overige voorschotten voor de lidstaten

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Voorschotten aan de lidstaten voor financiële instrumenten in het kader van gedeeld beheer

3 287

3 823

Steunregelingen

1 824

3 570

Totaal

5 111

7 393

Niet-vlottend

1 332

2 378

Vlottend

3 779

5 015

Onder de kaderregeling voor programma’s van de structuurfondsen en ook onder het Elfpo 2007-2013 was het mogelijk om uit de EU-begroting voorschotten te betalen aan de lidstaten om hen in staat te stellen bij te dragen aan financieringsinstrumenten (in de vorm van leningen, eigen vermogen of garanties). Deze financieringsinstrumenten worden opgezet en beheerd onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, niet van de Commissie. Bedragen die aan het einde van het jaar niet door deze instrumenten zijn gebruikt, zijn evenwel eigendom van de EU (zoals bij alle voorfinanciering) en worden daarom als actief in de balans van de EU opgenomen. In de rechtsgrondslagen is echter niet bepaald dat de lidstaten periodiek over het gebruik van die voorschotten verslag moeten uitbrengen aan de Commissie, en in sommige gevallen zijn die voorschotten niet eens opgenomen in de bij de Commissie ingediende uitgavenstaten.

Inzake plattelandsontwikkeling heeft de Commissie informatie over de ongebruikte bedragen rechtstreeks bij de betaalorganen in de lidstaten opgevraagd. Op basis van deze informatie wordt geraamd dat op 31 december 2015 56 miljoen EUR nog ongebruikt was.

Voor het cohesiebeleid verzamelt de Commissie bij de lidstaten informatie over deze financieringsinstrumenten, die zij in een jaarlijks uitvoeringsverslag consolideert. De termijn voor het volgende verslag over de eind 2015 ongebruikte bedragen is 1 oktober 2016, zodat de informatie niet op tijd beschikbaar zal zijn voor verwerking in deze rekeningen. Bijgevolg moet de waarde van deze activa wordt geraamd op basis van de meest recent beschikbare betrouwbare informatie, d.w.z. het jaarlijkse uitvoeringsverslag per 31 december 2014 en de in 2015 verrichte betalingen. De raming berust deels op de aanname dat de middelen volledig en gelijkmatig zullen worden gebruikt over de resterende looptijd (tot 31 maart 2017). Geschat wordt dat aan het einde van het begrotingsjaar 2015 nog 3 231 miljoen EUR overbleef voor investeringen in de eindbegunstigden.

Omdat de periode van activiteit het einde nadert, is gericht informatie opgevraagd bij de lidstaten over de middelen die niet zijn uitgegeven op 31 december 2015. Uit de verstrekte gegevens blijkt duidelijk dat de door de Commissie berekende raming betrekkelijk juist is.

De totale bijdrage die de lidstaten van de Commissie vroegen aangaande deze instrumenten, bedroeg 10 938 miljoen EUR. 1 353 miljoen EUR daarvan bleef aan het einde van het jaar onbetaald. In 2015 zijn beperkte sommen uitbetaald voor de programmeringsperiode 2014-2020.

Net als de bedragen hierboven worden de door de lidstaten voor de diverse steunregelingen (staatssteun, marktmaatregelen van het ELGF) betaalde voorschotten die aan het einde van het jaar niet zijn gebruikt, als activa opgenomen in de balans van de Commissie. De Commissie heeft de waarde van die voorschotten gebaseerd op informatie die door de lidstaten is verstrekt; de daaruit voortvloeiende bedragen zijn opgenomen onder de subrubrieken steunregelingen hierboven. Geraamd wordt dat van het totale bedrag 972 miljoen EUR voor voorschotten in het kader van plattelandsontwikkeling einde 2015 ongebruikt is gebleven.

 

2.6.VORDERINGEN MET TEGENPRESTATIE EN VERHAALBARE BEDRAGEN ZONDER TEGENPRESTATIE

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottend

Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties

2.6.1

857

1 158

Vorderingen uit wisseltransacties

2.6.2

13

40

Totaal

870

1 198

Vlottend

Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties

2.6.1

8 882

13 828

Vorderingen uit wisseltransacties

2.6.2

572

551

Totaal

9 454

14 380

Totaal

10 324

15 578

Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottend

Lidstaten

857

305

Overlopende posten

2.6.1.3

853

Totaal

857

1 158

Vlottend

Lidstaten

2.6.1.1

6 845

10 679

Geldboeten

2.6.1.2

1 601

2 270

Overlopende posten

2.6.1.3

369

832

Andere verhaalbare bedragen

67

48

Totaal

8 882

13 828

Totaal

9 739

14 987



3.Op de lidstaten verhaalbare bedragen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Vastgesteld in de A-boekhouding

3 041

2 789

Vastgesteld in de specifieke boekhouding

1 283

1 617

Te ontvangen eigen middelen

5 413

Bijzondere waardevermindering

(760)

1 144

Overige

10

12

Verhaalbare bedragen uit eigen middelen

3 573

8 686

Europees Landbouwgarantiefonds

3 846

2 250

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);

750

52

Tijdelijk instrument voor plattelandsontwikkeling

26

27

Speciaal toetredingsprogramma op het gebied van landbouw en plattelandstonwikkeling (Sapard)

175

166

Bijzondere waardevermindering

1 092

(840)

Verhaalbare bedragen ELGF en plattelandsontwikkeling

3 705

1 655

Verwachte terugvordering van voorfinanciering

313

437

Betaalde en terugvorderbare btw

36

44

Overige op de lidstaten verhaalbare bedragen

75

161

Totaal

7 701

10 984

Niet-vlottend

857

305

Vlottend

6 845

10 679

De door de lidstaten verschuldigde niet-vlottende bedragen houden verband met niet-uitgevoerde besluiten tot goedkeuring van de rekeningen voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) die in jaarlijkse tranches en/of latenties moeten worden uitgevoerd.

Verhaalbare bedragen uit eigen middelen

De bijdrage van de lidstaten aan de EU-begroting op basis van btw en bni is onderworpen aan een jaarlijkse aanpassing die ieder jaar plaatsvindt op de eerste werkdag van december. De aanpassing in 2014 omvatte grote bni-herzieningen die teruggingen tot 2002, voor een ongekend bedrag van 9,5 miljard EUR, gespreid over alle lidstaten, waarvan op het einde van het jaar nog 5,4 miljard EUR te innen was. De uitstaande bedragen werden ontvangen in 2015, in overeenstemming met de plannen voor gespreide betaling.

De aanpassing van 2015 gaf geen aanleiding tot bij de lidstaten te innen bedragen.

Verhaalbare bedragen ELGF en plattelandsontwikkeling

Deze post betreft voornamelijk de bedragen die op 31 december verschuldigd zijn door de lidstaten, zoals die op 15 oktober door de lidstaten zijn ingediend en gecertificeerd. Er werd een raming gemaakt voor de verhaalbare bedragen die in de periode gaande van de indiening tot 31 december ontstonden. De Commissie raamt ook een afschrijving van de bedragen die begunstigden verschuldigd zijn en die zij waarschijnlijk niet zal kunnen innen. Dat een dergelijke aanpassing wordt gedaan, betekent niet dat de Commissie afziet van een toekomstige inning van de betrokken bedragen. In de aanpassing is ook een vermindering van 20 % opgenomen, die overeenstemt met het bedrag dat de lidstaten mogen inhouden om de administratieve kosten te dekken.

4.Geldboeten

Dit betreft door de Commissie opgelegde geldboeten die (voorlopig) niet werden geïnd aan het einde van het jaar (2 165 miljoen EUR) minus de afgeschreven bedragen (181 miljoen EUR) en de bedragen van rechterlijke beslissingen ten gunste van een onderneming (384 miljoen EUR). Voor de geldboeten die aan het einde van het jaar uitstonden, is voor in totaal 1 428 miljoen EUR aan garanties ontvangen (2014: 1 916 miljoen EUR). Opgemerkt zij dat op 31 december 2015 116 miljoen EUR van deze vorderingen nog niet vervallen was.

De daling van het saldo van de openstaande boetes aan het eind van het jaar is toe te schrijven aan het feit dat geldboeten definitief werden en naar de begroting werden overgeboekt in 2015, en dat sommige geldboeten door het Hof van Justitie zijn verlaagd.

5.Overlopende posten

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Cohesie-, landbouw en plattelandsontwikkelingsfondsen: financiële correcties

10

1 502

Overige toegerekende baten

162

83

Uitgestelde lasten in verband met niet-ruiltransacties

196

101

Totaal

369

1 686

Niet-vlottend

853

Vlottend

369

832

Vorderingen uit ruiltransacties

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottend

Andere vorderingen

13

40

Totaal

13

40

Vlottend

Klanten

225

211

Waardevermindering van vorderingen op afnemers

(107)

(103)

Uitgestelde lasten in verband met ruiltransacties

228

219

Overige

227

224

Totaal

572

551

Totaal

585

591

De hierboven vermelde waardevermindering van vorderingen op afnemers omvat een waardevermindering van 39 miljoen EUR vastgesteld op individuele basis.

 

5.1.VOORRADEN

 

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Wetenschappelijk materieel

55

66

Overige

83

62

Totaal

138

128

 


5.2.GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Rekeningen bij schatkisten en centrale banken

17 119

11 840

Rekeningen-courant

110

303

Gelden ter goede rekening

4

4

Transfers (geld in omloop)

Andere termijndeposito's

28

28

Bankrekeningen voor de begrotingsuitvoering en andere termijndeposito's

2.8.1

17 262

12 174

Geldmiddelen van financieringsinstrumenten

2.8.2

1 298

1 275

Geldmiddelen betreffende geldboeten

2.8.3

1 908

2 738

Geldmiddelen met betrekking tot andere instellingen, agentschappen en organen

1 012

1 358

Geldmiddelen van trustfondsen

192

Totaal

21 671

17 545

Bankrekeningen voor de begrotingsuitvoering en andere termijndeposito's

Deze rubriek omvat de middelen van de Commissie op haar rekeningen in de lidstaten en de EVA-landen (bij de schatkist of de centrale bank), op zichtrekeningen bij commerciële banken, haar gelden ter goede rekening en kleine kassen.

Het belangrijke saldo aan het einde van 2015 is vooral toe te schrijven aan de hoge eigenmiddelenbijdragen voor het deel van de btw- en bni-saldi van 2014 dat door de lidstaten pas in de loop van 2015 is betaald, aan de in 2015 betaalde btw- en bni-saldi van 2015 en aan een groot, definitief geworden boetebedrag wegens inbreuk op de mededingingsregels. De gewijzigde begroting op basis van de eigenmiddelenverordening waarbij de bijdragen van de lidstaten dienovereenkomstig zijn verlaagd, is pas laat in 2015 goedgekeurd, zodat de betrokken bedragen – in totaal 9,5 miljard EUR – maar in januari 2016 aan de lidstaten zijn teruggestort. Ook hebben twee lidstaten hun bni-saldo voor 2016 vooruitbetaald.

Geldmiddelen van financieringsinstrumenten

De bedragen in deze rubriek betreffen voornamelijk kasequivalenten die namens de Commissie door fiduciaires worden beheerd voor de uitvoering van bepaalde programma's met financiële instrumenten die uit de EU-begroting worden gefinancierd. De tot financiële instrumenten behorende geldmiddelen kunnen alleen worden gebruikt voor het betrokken programma.

Geldmiddelen betreffende geldboeten

Dit zijn geldmiddelen die worden ontvangen uit door de Commissie opgelegde geldboeten in nog niet afgesloten zaken. Deze bedragen staan op speciaal daarvoor bestemde rekeningen die niet voor andere activiteiten worden gebruikt. Wanneer beroep is aangetekend of wanneer het niet bekend is of door de andere partij beroep zal worden aangetekend, wordt het onderliggende bedrag getoond als een vlottend passief in toelichting 5.2.

De daling in dit saldo is toe te schrijven aan het feit dat alle voorlopig geïnde geldboeten sinds 2010 door de Commissie worden beheerd in een speciaal daartoe opgericht fonds (BUFI) en worden belegd in financiële instrumenten die als voor verkoop beschikbare activa worden ingedeeld (zie toelichting 2.4.1).

 

VERPLICHTINGEN

 

5.3.PENSIOENEN EN ANDERE PERSONEELSBELONINGEN

Nettoverplichtingen voor personeelsbeloningen

miljoenen EUR

Pensioen-regeling van de Europese ambtenaren

Andere pensioen-stelsels

Gemeenschap-pelijk stelsel van ziektekosten-verzekering

Totaal op 31.12.2015

Totaal op 31.12.2014

Verplichtingen uit hoofde van op vaste toezeggingen gebaseerde regelingen

54 967

1 613

7 662

64 242

59 053

Fondsbeleggingen

(149)

(280)

(428)

(437)

Nettoverplich-tingen

54 967

1 465

7 382

63 814

58 616

De toename van de totale verplichtingen voor personeelsbeloningen is vooral toe te schrijven aan veranderingen in de twee belangrijkste regelingen:

de pensioenregeling van de Europese ambtenaren:

er was een aanzienlijke impact van de verdere verlaging van de reële disconteringsvoet van 0,7 % tot 0,6 %. Door de verlaging van de disconteringsvoet zijn de actuele waarde van de uitkeringen en de aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten toegenomen.

Er was ook een mutatie in het verwachte percentage van de salarisaanpassingen, van 1,1 % naar 1,2 %.

Andere wijzigingen in de actuariële hypothesen en parameters (bijvoorbeeld actuariële winsten/verliezen op basis van ervaring en veranderingen in de populatie) hadden een invloed op de berekening van de verplichtingen.

Voor het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering zijn de financiële aannames geactualiseerd.

De brutoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten is een theoretische schatting van de bijdrage van de werkgever aan het stelsel om te voldoen aan de verplichtingen ten aanzien van deelnemers aan de pensioenregeling op dat moment. Omdat de regelingen "ongoing" zijn, moeten alle uit hoofde van de regeling in een jaar te verrichten betalingen elk jaar worden opgenomen in de EU-begroting.

Pensioenregeling van de Europese ambtenaren

Zoals artikel 83 van het ambtenarenstatuut bepaalt, komen de uitkeringen krachtens de pensioenregeling ten laste van de begroting van de EU. Er is voor deze regeling geen kapitaaldekking, maar de lidstaten waarborgen gezamenlijk de betaling. Tevens dragen de ambtenaren door middel van een verplichte bijdrage van hun salaris voor een derde bij in de langetermijnfinanciering van deze pensioenregeling.

De verplichtingen van de pensioenregeling werden op basis van het aantal personeelsleden en gepensioneerden op 31 december 2015 en de regels van het op die datum van toepassing zijnde statuut geëvalueerd. Deze waardering werd uitgevoerd volgens de methodiek van IPSAS 25 (en derhalve ook boekhoudregel 12 van de EU). De Commissie zal de processen die worden gebruikt voor de berekening van de verplichting voor personeelsbeloningen in 2016 verder verfijnen; de resultaten zullen in voorkomend geval worden weerspiegeld in de jaarrekening van 2016.

Andere pensioenstelsels

Dit betreft de verplichting opgenomen betreffende de pensioenverplichtingen voor de leden en gewezen leden van de Commissie, het Hof van Justitie (en het Gerecht van eerste aanleg), de Rekenkamer, de secretarissen-generaal van de Raad, de Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie. In deze rubriek is ook een verplichting opgenomen betreffende de pensioenen van bepaalde Parlementsleden.

Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering

Niet alleen voor de pensioenstelsels, maar voor het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering wordt een waardering gemaakt van de geraamde verplichting van de EU met betrekking tot de medische kosten van personeelsleden die niet meer in actieve dienst zijn (na aftrek van hun bijdragen).

Mutatie in contante waarde van de brutoverplichting personeelsbeloningen

De contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde rechten is de contante waarde, zonder aftrek van fondsbeleggingen, van verwachte toekomstige betalingen die vereist zijn om de verplichting af te wikkelen die resulteert uit werknemersprestaties in de lopende periode en in voorgaande perioden.

De mutatie voor het lopende jaar van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde rechten is als volgt:

miljoenen EUR

Pensioen-regeling van de Europese ambtenaren

Andere pensioen-stelsels

Gemeen-schappelijk stelsel van ziektekosten-verzekering

Totaal

Contante waarde op 31.12.2014

50 897

1 488

6 668

59 053

Aan het dienstjaar toegerekende kosten

3 323

77

243

3 643

Rentekosten

1 170

27

140

1 337

Netto actuariële winsten en verliezen

1 429

91

674

2 194

Bijdragen van leden

21

21

Betaalde uitkeringen

1 244

(52)

(85)

1 380

Toename/(afname) van de verplichting als gevolg van belastingen op pensioenen

(608)

(17)

(625)

Contante waarde op 31.12.2015

54 967

1 613

7 662

64 242

 

De aan het dienstjaar toegerekende kosten vertegenwoordigen de toename van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde rechten van de huidige leden in de lopende periode.

Rentekosten verwijst naar de toename van de contante waarde van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde rechten omdat de vergoedingen één periode dichter bij de afwikkeling liggen.

Netto actuariële winsten en verliezen omvatten:

-ervaringsaanpassingen (de gevolgen van verschillen tussen de voorgaande actuariële hypothesen en wat er daadwerkelijk heeft plaatsgevonden); en

-de gevolgen van wijzigingen in actuariële hypothesen zoals financiële hypothesen, sterftecijfers en verwachte loonontwikkeling. Deze aannamen zijn inherent onzeker en kunnen derhalve aanzienlijke schommelingen van jaar tot jaar vertonen.

Betaalde uitkeringen zijn in de loop van het jaar betaalde uitkeringen volgens het reglement van de regeling (bv. pensioenen aan gepensioneerden). Deze betaalde uitkeringen leiden tot een afname van de brutoverplichting uit hoofde van toegezegde rechten als zij niet langer in de toekomst te betalen zijn.

Actuariële hypothesen — personeelsbeloningen

De belangrijkste actuariële hypothesen die zijn gebruikt bij de waardering van de twee belangrijkste regelingen van de EU, worden in de tabel hierna weergegeven:

Pensioenregeling van de Europese ambtenaren

Gemeenschappelijk stelsel van ziektekosten-verzekering

2015

Nominale disconteringsvoet

2,0 %

2,1 %

Verwacht inflatiepercentage

1,4 %

1,4 %

Reële disconteringsvoet

0,6 %

0,7 %

Verwacht percentage van loonsverhogingen

1,2 %

1,2 %

Trend van de medische kosten (in %)

N.v.t.

3,0 %

Pensioengerechtigde leeftijd****

63/64/65

63/64/66

2014

Nominale disconteringsvoet

2,0 %

2,1 %

Verwacht inflatiepercentage

1,3 %

1,3 %

Reële disconteringsvoet

0,7 %

0,8 %

Verwacht percentage van loonsverhogingen

1,1 %

1,1 %

Trend van de medische kosten (in %)

N.v.t.

3,0 %

Pensioengerechtigde leeftijd****

63/64/65

63

 

Sterftecijfers gebaseerd op de International Civil Servants Life Table (ICSLT 2013).

De nominale disconteringsvoet wordt bepaald aan de hand van de waarde van de nulcouponobligaties in euro (met een looptijd van 18 jaar, in december 2015, voor het pensioenstelsel van de Europese ambtenaren en een looptijd van 20 jaar voor het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering). De inflatie is de verwachte inflatie in de overeenkomstige periode. Zij moet empirisch worden vastgesteld, gebaseerd op de voorspelde waarde zoals deze tot uiting komt in aan een index gekoppelde obligaties op de Europese financiële markten. De reële disconteringsvoet wordt berekend aan de hand van de nominale disconteringsvoet en het verwachte inflatiepercentage op lange termijn.

Mutatie in contante waarde van fondsbeleggingen

miljoenen EUR

Andere pensioenstelsels

Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering

Totaal

Contante waarde op 31.12.2014

165

272

437

Nettomutatie van fondsbeleggingen

(16)

8

(8)

Contante waarde op 31.12.2015

149

280

428

5-jarige trend

miljoenen EUR

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichting personeelsbeloningen

34 835

42 503

46 818

58 616

63 814

De aanzienlijke toename van de verplichting voor werknemersbeloningen over een periode van vijf jaar kan grotendeels worden verklaard door een verlaging van de reële disconteringsvoet voor de toekomstige kasstromen. Deze verlaging houdt verband met de uitzonderlijke onderliggende economische omstandigheden, met name de lage rente. Voor de belangrijkste pensioenregeling voor de Europese ambtenaren bijvoorbeeld, is de reële disconteringsvoet gedaald van 3,0 % eind 2011 tot 0,6 % eind 2015.

In de staat van de financiële resultaten opgenomen bedragen

miljoenen EUR

Pensioen-regeling van de Europese ambtenaren

Andere pensioen-stelsels

Gemeen-schappelijk stelsel van ziektekosten-verzekering

Totaal

2015

Aan het dienstjaar toegerekende kosten

2 981

68

243

3 293

Rentekosten

1 050

24

140

1 214

Verandering in de fondsbeleggingen

(71)

(71)

Subtotaal — opgenomen in personeels- en pensioenkosten

4 031

92

312

4 435

Actuariële winsten en verliezen

1 282

84

674

2 040

Opgenomen totaal

5 313

176

986

6 475

 

Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering

Een verandering van één procentpunt in de veronderstelde procentuele ontwikkeling van de kosten voor medische verzorging zou het volgende effect hebben:

miljoenen EUR

toename met één procentpunt

vermindering met één procentpunt

Het totaal van de componenten 'aan het dienstjaar toegerekende pensioenkosten' en 'rentekosten' van de nettoperiodekosten voor medische verzorging na uitdiensttreding;

88

(54)

De geaccumuleerde brutoverplichting uit hoofde van de vergoeding na uitdiensttreding van kosten voor medische verzorging.

2 765

1 686

5.4.VOORZIENINGEN

miljoenen EUR

Bedrag op 31.12.2014

Aanvul-lende voorzie-ningen

Terug-geboekte ongebruikte bedragen

Gebruikte bedragen

Over-dracht naar vlottend

Wijziging in raming

Bedrag op 31.12.2015

Rechtszaken

728

252

(52)

(469)

0

459

Ontmanteling kerninstal-laties

1 091

(32)

19

1 078

Financieel

332

262

(0)

(179)

(5)

411

Geldboeten

30

4

(30)

4

Overige

102

19

(19)

(24)

0

79

Totaal

2 282

537

(101)

(703)

15

2 030

Niet-vlottend

1 537

315

(48)

(22)

(87)

20

1 716

Vlottend

745

222

(53)

(681)

87

(6)

314

 

Rechtszaken

Dit is de raming van de bedragen die waarschijnlijk aan het einde van het jaar moeten worden betaald in verband met een aantal lopende rechtszaken. De afname in 2015 is het gevolg van het aanspreken van eerder aangelegde voorzieningen voor rechtszaken in verband met financiële correcties in het kader van het EFRO (457 miljoen EUR). Deze zaken zijn verloren en het merendeel van de sommen is tegen het einde van het jaar betaald. In 2015 zijn nieuwe voorzieningen opgenomen voor rechtszaken betreffende cohesie (120 miljoen EUR) en landbouw (123 miljoen EUR).

Ontmanteling kerninstallaties

In 2014 is dit uitgangspunt voor de voorziening geactualiseerd in de in 2104 geactualiseerde JRC-strategie inzake ontmanteling en afvalbeheer. Dit vormt de follow-up van de opmerkingen die in 2012 zijn gemaakt door externe deskundigen bij de herziening van het JRC-programma inzake ontmanteling en afvalbeheer. In overeenstemming met de boekhoudregels van de EU is deze voorziening voor inflatie geïndexeerd en vervolgens omgerekend naar de netto contante waarde ervan (met behulp van de swapcurve van de nulcoupon in euro). Op 31 december 2015 resulteerde dat in een voorziening van 1 078 miljoen EUR, gesplitst in het bedrag dat naar verwachting in 2016 zal worden betaald (25 miljoen EUR) en het bedrag dat daarna zal worden betaald (1 053 miljoen EUR).

Gezien de geraamde duur van dit programma (ongeveer twintig jaar) moet worden opgemerkt dat er enige onzekerheid bestaat ten aanzien van deze raming, en dat de uiteindelijke kosten van de huidige raming kunnen afwijken.

Financiële voorzieningen

Dit zijn voornamelijk voorzieningen voor de geraamde verliezen die zullen worden opgelopen in verband met de door de verschillende financiële instrumenten verstrekte garanties. Het EIF en de EIB zijn bevoegd om in eigen naam, maar namens en voor rekening van de Commissie, garanties te verstrekken. Het financiële risico dat verbonden is aan de opgevraagde en de niet-opgevraagde garanties is echter beperkt. De niet-vlottende financiële voorzieningen worden omgerekend tot hun netto contante waarde (met behulp van de swapcurve van de nulcoupon in euro).


5.5.FINANCIELE VERPLICHTINGEN

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottende financiële verplichtingen

Opgenomen leningen

2.11.1

49 642

49 743

Overige financiële verplichtingen

2.11.2

2 122

2 108

Totaal

51 764

51 851

Vlottende financiële verplichtingen

Opgenomen leningen

2.11.1

7 218

8 727

Overige financiële verplichtingen

2.11.2

721

101

Totaal

7 939

8 828

Totaal

59 703

60 680

Opgenomen leningen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Opgenomen leningen

56 860

58 491

Eliminatie: Garantiefonds*

-

(20)

Totaal

56 860

58 470

* Op 31.12.2014 was het Garantiefonds houder van EFSM-obligaties die door de Commissie zijn uitgegeven en daarom buiten beschouwing dienden te worden gelaten.

Opgenomen leningen per financieel instrument

miljoenen EUR

MFB

Euratom-faciliteit

BBS

EFSM

EGKS in vereffe-ning

Totaal

Totaal op 31.12.2014

1 842

349

8 590

47 507

203

58 491

Nieuwe leningen

1 245

-

-

12 160

-

13 405

Aflossingen

(67)

(48)

2 700

12 160

-

14 975

Wisselkoersverschillen

-

-

-

-

13

13

Veranderingen in boekwaarden

4

-

(79)

2

(1)

(74)

Totaal op 31.12.2015

3 024

301

5 811

47 509

215

56 860

Niet-vlottend

2 937

251

4 200

42 050

204

49 642

Vlottend

87

50

1 611

5 459

11

7 218

De leningen omvatten de in een waardepapier belichaamde schulden, die 3,131 miljard EUR belopen (in 2014: EUR 58 261 million). De veranderingen in boekwaarde stemmen overeen met de veranderingen in de vervallen rente.

Effectieve rentevoeten leningen (uitgedrukt als een rente-interval)

Opgenomen leningen

31.12.2015

31.12.2014

Macrofinanciële bijstand (MFB):

0 % - 4.54 %

0.181 % - 4.54 %

Euratom-faciliteit

0 % - 5.6775 %

0.138 % - 5.6775 %

Betalingsbalans

2.375 % - 3.625 %

2.375 % - 3.625 %

Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM)

0,625 % tot 3,75 %

1.875 % - 3.750 %

EGKS in vereffening

6.92 % - 9.78 %

6.92 % - 9.78 %

 



Overige financiële verplichtingen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Niet-vlottend

Financiëleleaseschulden

1 648

1 674

Gebouwen betaald in termijnen

352

371

Verplichting uit hoofde van de financiële garantie voor het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

-

Overige

122

63

Totaal

2 122

2 108

Vlottend

Terug te betalen geldboeten

625

Financiëleleaseschulden

75

81

Gebouwen betaald in termijnen

21

20

Totaal

721

101

Totaal

2 842

2 209

Financiëleleaseschulden

miljoenen EUR

Omschrijving

In de toekomst te betalen bedragen

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal verplich-tingen

Terreinen en gebouwen

69

385

1 256

1 711

Overige materiële activa

6

7

13

Totaal op 31.12.2015

75

392

1 256

1 723

Rentebestanddeel

57

265

352

674

Totale toekomstige minimale leasebetalingen op 31.12.2015

132

658

1 608

2 396

Totale toekomstige minimale leasebetalingen op 31.12.2014

151

638

1 700

2 489

 


5.6.CREDITEUREN

miljoenen EUR

Brutobedrag

Aan-

passingen*

Netto-bedrag op 31.12.2015

Bruto-bedrag

Aan-

passingen*

Netto-bedrag op 31.12.2014

Kostendeclaraties & facturen ontvangen van:

lidstaten:

het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling

2 621

(230)

2 391

318

(23)

295

het Europees fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

8 361

(950)

7 411

19 928

2 306

17 622

het Europees Sociaal Fonds

3 355

(2)

3 353

5 893

(272)

5 621

Overige

434

(102)

332

751

(93)

658

particuliere ondernemingen en publiekrechtelijke entiteiten

1 928

(223)

1 705

1 718

(106)

1 612

Totaal aan ontvangen kostendeclaraties en facturen

16 699

1 507

15 192

28 608

2 800

25 808

Europees Landbouw- en Garantiefonds

6 851

N.v.t.

6 851

11 066

N.v.t.

11 066

Schulden uit eigen middelen

9 506

N.v.t.

9 506

5 945

N.v.t.

5 945

Diverse crediteuren

356

N.v.t.

356

156

N.v.t.

156

Overige

286

N.v.t.

286

204

N.v.t.

204

Totaal

33 698

1 507

32 191

45 980

2 800

43 180

* Geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen

De crediteuren omvatten kostendeclaraties die de Commissie in het kader van subsidieactiviteiten heeft ontvangen. Ze worden gecrediteerd voor het gevraagde bedrag op het moment dat de declaratie wordt ontvangen. Indien de tegenpartij een lidstaat is, worden zij als zodanig ingedeeld. Dezelfde procedure wordt gevolgd voor facturen en kredietnota's bij opdrachten. Bij de afsluitprocedure aan het einde van het jaar is rekening gehouden met de betrokken kostendeclaraties. Bij deze afsluitingsboekingen zijn de geraamde subsidiabele bedragen daarom als uitgaven vermeld, terwijl de niet-subsidiabele bedragen zijn vermeld als "geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen" (zie hieronder).

De belangrijkste mutatie in crediteuren betreft het cohesiebeleid (10 763 miljoen EUR in 2015 tegenover 23 243 miljoen EUR in 2014) en komt hoofdzakelijk doordat de lidstaten voor de programmeringsperiode 2007-2013 minder kostendeclaraties hebben ingediend. De ingediende kostendeclaraties met betrekking tot de programmeringsperiode 2014-2020 zijn eveneens beperkt omdat de lidstaten vertraging hebben opgelopen bij de naleving van een essentiële voorwaarde — de aanwijzing van de beheers- en controleautoriteiten.

Schulden uit eigen middelen hebben betrekking op de bijdrage van de lidstaten aan de EU-begroting die aan het einde van het jaar, na de achtste gewijzigde begroting van 2015, diende te worden teruggestort. De beduidende toename in vergelijking met vorig jaar is toe te schrijven aan de late vaststelling van gewijzigde begroting nr. 8/2015 op basis van de eigenmiddelenverordening, die pas in januari 2016 aan de lidstaten is betaald.

Geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen

Deze schulden worden verminderd met dat deel van de verzoeken om terugbetaling dat ontvangen maar nog niet gecontroleerd werd, dat niet-subsidiabel werd geraamd. De grootste bedragen betreffen de DG's die instaan voor de structuurmaatregelen. De crediteuren worden ook verminderd met dat deel van de verzoeken om terugbetaling dat is ontvangen met betrekking tot andere voorschotten aan de lidstaten (zie toelichting 2.5.2) die aan het einde van het jaar nog moeten worden betaald (770 miljoen EUR).

Verzoeken om voorfinanciering

In aanvulling op de bovenstaande bedragen, is voor 711 miljoen EUR aan verzoeken om voorfinanciering ontvangen en deze zijn nog niet betaald aan het einde van het jaar. Overeenkomstig de boekhoudregels van de EU zijn deze bedragen niet als schulden geboekt.

5.7.OVERLOPENDE POSTEN

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Toegerekende lasten

67 358

55 798

Uitgestelde baten

869

56

Overige

175

118

Totaal

68 402

55 973

De stijging van de toegerekende lasten houdt verband met het begin van de uitvoering van het meerjarig financieel kader 2014-2020; de Commissie heeft de kosten uit hoofde van het nieuwe MFK geraamd, maar er zijn nog geen kostendeclaraties ontvangen.

De toename in uitgestelde baten is het gevolg van voorschotbetalingen ten belope van 726 miljoen EUR op eigenmiddelenbijdragen. Dergelijke betalingen zijn vrij gebruikelijk; in 2014 is 557 miljoen EUR vooruitbetaald, maar het bedrag maakte deel uit van de verschuldigde bedragen. In 2015 werd besloten dat deze bedragen naar hun aard uitgestelde baten vormen en als zodanig moeten worden vermeld.

De toegerekende lasten zijn als volgt verdeeld:

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Europees Landbouw- en Garantiefonds

38 263

33 667

het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling

14 806

13 414

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

5 026

3 157

het Europees Sociaal Fonds

2 636

976

Overige

6 627

4 584

Totaal

67 358

55 798

 


NETTO-ACTIVA

5.8.RESERVES

miljoenen EUR

Aantekening

31.12.2015

31.12.2014

Reëlewaarde-reserve

2.14.1

292

238

Reserve Garantiefonds

2.14.2

2 561

2 372

Andere reserves

2.14.3

1 829

1 825

Totaal

4 682

4 435

Reëlewaarde-reserve

Overeenkomstig de boekhoudregels van de EU wordt de aanpassing aan de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa geboekt door middel van de reëlewaardereserve.

Mutaties in de reëlewaardereserve betreffende voor verkoop beschikbare financiële activa in de periode:

miljoenen EUR

2015

2014

Opgenomen in de reëlewaardereserve

79

135

Opgenomen in de staat van de financiële resultaten

(33)

(10)

Totaal

46

125

Daarnaast heeft een bedrag van 7 miljoen EUR (2014: 15 miljoen EUR) in het totale overzicht van de mutatie in de reëlewaardereserve betrekking op beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode.

Reserve Garantiefonds

Deze reserve vormt de neerslag van het streefbedrag van 9 % van de uitstaande en door het Fonds gegarandeerde bedragen, die als activa moeten worden gehouden.

Andere reserves

Het bedrag heeft in hoofdzaak betrekking op de reserve van de EGKS in vereffening (1 534 miljoen EUR) voor de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Die reserve werd gecreëerd in de context van de opheffing van de EGKS.

5.9.BIJ LIDSTATEN OP TE VRAGEN BEDRAGEN

miljoenen EUR

Bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31.12.2014

62 441

Terugbetaling van het begrotingsoverschot van 2014 aan de lidstaten

1 435

Mutatie in reserve Garantiefonds

189

Overige mutaties in reserves

26

Economisch resultaat van het jaar

13 033

Bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31.12.2015

77 124

Dit bedrag vertegenwoordigt dat deel van de uitgaven dat de EU op 31 december heeft opgelopen en dat ten laste komt van toekomstige begrotingen. Heel wat uitgaven worden volgens de boekhoudregels op transactiebasis aan jaar n toegerekend, hoewel zij maar effectief in jaar n+1 (of later) zullen worden betaald en daarom met de begroting van jaar n+1 (of later) zullen worden betaald. De boeking van de betrokken uitgaven bij deze passiva heeft, in combinatie met het feit dat de overeenkomstige bedragen uit toekomstige begrotingen worden gefinancierd, tot gevolg dat de passiva aan het einde van het jaar veel groter zijn dan de activa. De meest significante bedragen waarop moet worden gewezen, zijn activiteiten in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds. In feite wordt het grootste deel van de op te vragen bedragen door de lidstaten betaald binnen twaalf maanden na het einde van het betrokken begrotingsjaar als onderdeel van de begroting van het daaropvolgende jaar.

Opgemerkt zij dat het voorgaande geen effect heeft op het begrotingsresultaat. De begrotingsontvangsten moeten altijd gelijk zijn aan of groter dan de begrotingsuitgaven, aangezien elk overschot op de ontvangsten aan de lidstaten wordt terugbetaald.

 

(1)

Bron: Europese Commissie, European Economic Forecast, najaar 2016.

Top

Brussel, 11.7.2016

COM(2016) 475 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE 2015


INHOUD DEEL II

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN EN TOELICHTINGEN DAARBIJ

3.    TOELICHTINGEN BIJ DE STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN    

4.    TOELICHTINGEN BIJ HET KASSTROOMOVERZICHT    

5.    VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN PASSIVA EN ANDERE BELANGRIJKE INFORMATIEVERSCHAFFING    

6.    FINANCIEEL RISICOBEHEER    

7.    INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN    

8.    GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM    

9.    CONSOLIDATIEBEREIK    

SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ    



3.TOELICHTINGEN BIJ DE STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

 

ONTVANGSTEN

ONTVANGSTEN UIT NIET-RUILTRANSACTIES

 

3.1BNI-MIDDELEN

De ontvangsten uit eigen middelen vormen het hoofdelement van de beleidsontvangsten van de EU. Van de drie categorieën eigen middelen (traditionele eigen middelen (TEM), btw-middelen en bni-middelen), zijn de bni-middelen met 95 355 miljoen EUR (2014: 104 688 miljoen EUR) het meest significant.

 

3.2TRADITIONELE EIGEN MIDDELEN

miljoenen EUR

2015

2014

Douanerechten

18 524

17 204

Suikerheffingen

125

(67)

Totaal

18 649

17 137

De traditionele eigen middelen omvatten douanerechten en suikerheffingen. De lidstaten houden als inningskosten 20 % van de traditionele eigen middelen in. De bovenvermelde bedragen zijn nettobedragen.

3.3BTW-MIDDELEN

De btw-middelen worden geheven op basis van de voor dit doel hypothetisch geharmoniseerde btw-grondslagen van de lidstaten. De btw-bijdrage wordt berekend aan de hand van een uniform afroepingspercentage van 0,3 % van de grondslag van elke lidstaat. Voor de periode 2014-2020 is bij Besluit 5602/14 van de Raad een verlaagd percentage (0,15 %) vastgesteld voor Duitsland, Nederland en Zweden.

 

ONTVANGSTEN UIT NIET-RUILTRANSACTIES: TRANSFERS

 

3.4GELDBOETEN

Deze ontvangsten van 531 miljoen EUR (in 2014: 2 297 miljoen EUR) hebben betrekking op geldboeten die zijn opgelegd door de Commissie voor inbreuken op de regelgeving, hoofdzakelijk mededingingsregels. Vorderingen en de daarmee samenhangende baten worden opgenomen wanneer het besluit van de Commissie om een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter kennis is gebracht van de betrokkene. De belangrijkste bedragen in 2015 betroffen de markten voor optische schijfstations (116 miljoen EUR) en levensmiddelenverpakkingen (116 miljoen EUR).

3.5TERUGGEVORDERDE UITGAVEN

miljoenen EUR

2015

2014

Gedeeld beheer

1 465

3 328

Direct beheer

76

45

Indirect beheer

6

45

Totaal

1 547

3 418

Deze rubriek omvat voornamelijk de door de Commissie opgestelde invorderingsopdrachten, geïnd of verrekend met (d.w.z. afgetrokken van) de volgende betalingen, die in het boekhoudsysteem van de Commissie zijn opgenomen en die ertoe strekken eerder uit de algemene begroting betaalde uitgaven terug te vorderen. De terugvorderingen zijn het resultaat van controles, audits en subsidiabiliteitsonderzoeken en vormen een belangrijke overweging bij de uitvoering van de EU-begroting. Zij beschermen de EU-begroting tegen onwettige uitgaven en bekleden een bijzonder belang omdat de Europese Rekenkamer bij controles een materieel foutenniveau heeft aangetroffen in betalingen uit de EU-begroting (zie het jaarverslag van de Rekenkamer, dat de betrouwbaarheidsverklaring over de wettigheid en de rechtmatigheid van de onderliggende verrichtingen bevat).

De invorderingsopdrachten die door lidstaten zijn afgegeven tegen begunstigden van uitgaven van het ELGF, evenals de wijziging van de ramingen van de toegerekende baten vanaf het einde van vorig jaar tot nu, zijn ook meegenomen.

De bedragen in de bovenstaande tabel vertegenwoordigen ontvangsten die voortvloeien uit de afgifte van invorderingsopdrachten. Om deze reden tonen deze cijfers niet de volledige omvang van maatregelen die zijn genomen om de EU-begroting te beschermen, en kunnen zij die ook niet tonen, met name voor het cohesiebeleid waarin specifieke mechanismen van kracht zijn die ervoor zorgen dat niet-subsidiabele uitgaven worden gecorrigeerd, doorgaans zonder dat een invorderingsopdracht hoeft te worden opgesteld. Niet inbegrepen zijn bedragen die zijn teruggevorderd via verrekening met uitgaven, bedragen die zijn teruggevorderd door middel van inhouding en terugvorderingen van voorfinancieringen.

Gedeeld beheer vormt het grootste deel van het totaal:

Landbouw: ELGF en plattelandsontwikkeling

In het kader van het ELGF en het Elfpo zijn de bedragen die in deze rubriek als ontvangsten van het jaar zijn geboekt, financiële correcties van het jaar en terugbetalingen die de lidstaten gedeclareerd hebben en tijdens het jaar geïnd hebben, evenals de nettostijging van de uitstaande bedragen betreffende fraude en onregelmatigheden die aan het einde van het jaar voor terugvordering door de lidstaten zijn gedeclareerd.

Cohesiebeleid

De voornaamste bedragen onder de rubriek cohesiebeleid omvatten invorderingsopdrachten die door de Commissie zijn afgegeven om onverschuldigde uitgaven in de vorige jaren terug te vorderen en inhoudingen op uitgaven; de afname van de toegerekende ontvangsten aan het einde van het jaar is in mindering gebracht.

3.6OVERIGE ONTVANGSTEN UIT NIET-RUILTRANSACTIES

miljoenen EUR

2015

2014

Belastingen en bijdragen personeel

1 115

1 276

Budgettaire aanpassingen

984

794

Bijdragen van derde landen

946

726

Landbouwheffingen

814

409

Overdracht van activa

197

1 448

Aanpassing van voorzieningen

71

369

Overige

939

600

Totaal

5 067

5 623

De ontvangsten uit belastingen en bijdragen van het personeel vloeien met name voort uit inhoudingen op de salarissen van het personeel en bestaan uit twee significante bedragen: pensioenbijdragen en belastingen op inkomen.

De budgettaire aanpassingen omvatten het begrotingsoverschot uit 2014 (1 435 miljoen EUR), dat indirect aan de lidstaten wordt terugbetaald door het in mindering te brengen op de bedragen aan eigen middelen die zij het volgende jaar aan de EU moeten betalen. Het betreft dus ontvangsten voor 2015.

Bijdragen van derde landen betreffen bijdragen van EVA-landen en toetredingslanden.

Landbouwheffingen betreffen melkheffingen die een instrument zijn om de markt te beheren en waarmee melkproducenten die hun referentiehoeveelheden overschrijden, kunnen worden gestraft. Aangezien ze niet samenhangen met eerdere betalingen door de Commissie, worden ze in de praktijk beschouwd als ontvangsten voor een specifiek doeleinde. De toename van de melkheffingen dit jaar is vooral het gevolg van de extra heffing van 811 miljoen EUR.

De overdracht van opbrengsten uit activa heeft voornamelijk betrekking op de overdracht van satellieten in het kader van het Copernicus-programma (voormalige GMES-programma) van het Europees Ruimteagentschap (ESA) naar de Commissie (zie toelichting 2.2). Deze overdracht is overeenkomstig de boekhoudregels van de EU een niet-ruiltransactie en zal in toekomstige perioden plaatsvinden voor de resterende Copernicus-satellieten die momenteel in aanbouw zijn.

ONTVANGSTEN UIT RUILTRANSACTIES

 

3.7FINANCIËLE OPBRENGSTEN

miljoenen EUR

2015

2014

Rentebaten op/over:

Voorfinanciering

9

16

Te late betalingen

20

387

Voor verkoop beschikbare financiële activa

56

65

Verstrekte leningen

1 616

1 722

Geldmiddelen en kasequivalenten

14

10

Aan een bijzondere waardevermindering onderhevige financiële activa

7

Overige

0

1

Rentebaten

1 721

2 202

Baten uit dividenden

8

6

Op de verkoop van financiële activa gerealiseerde winsten

50

30

Overige financiële baten

66

61

Totaal

1 846

2 298

Ontvangsten uit rente op leningen hebben hoofdzakelijk betrekking op de uit geleende middelen verstrekte leningen (zie toelichting 2.4.2).

Nettobaten en -verliezen op financiële activa

miljoenen EUR

2015

2014

Nettobaten/(-verliezen) op voor verkoop beschikbare financiële activa

3

13

 

3.8OVERIGE ONTVANGSTEN UIT RUILTRANSACTIES

miljoenen EUR

2015

2014

Wisselkoerswinsten

970

478

Fee revenue for rendering of services

358

323

Verkoop van goederen

43

44

Ontvangen vergoedingen en premies i.v.m. financiële instrumenten

43

59

Ontvangsten in verband met vaste bedrijfsmiddelen

4

16

Overige

145

146

Totaal

1 562

1 066

UITGAVEN

BETALINGEN EN SUBSIDIES PER BEHEERSVORM

 

3.9GEDEELD BEHEER

miljoenen EUR

Uitgevoerd door de lidstaten

2015

2014

Europees Landbouw- en Garantiefonds

45 032

44 465

het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling

16 376

14 046

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

38 745

43 345

het Europees Sociaal Fonds

9 849

12 651

Overige

2 380

2 307

Totaal

112 382

116 814

De vermindering van de uitgaven voor cohesie kan worden verklaard door de overgang van de vorige programmeringsperiode 2007-2013 naar 2014-2020: er worden minder kosten gedeclareerd voor de vorige periode, terwijl die van de lopende periode laag zijn wegens het traag op gang komen van de uitvoering.

De subrubriek "overige" omvat met name: interne veiligheid (509 miljoen EUR), maritieme zaken en visserij (503 miljoen EUR), het instrument voor pretoetredingssteun (492 miljoen EUR) en asiel en migratie (299 miljoen EUR).

 

3.10DIRECT BEHEER

miljoenen EUR

2015

2014

Uitgevoerd door de Commissie

10 089

10 431

Uitgevoerd door uitvoerende EU-agentschappen

5 532

4 880

Uitgevoerd door trustfondsen

6

Totaal

15 626

15 311

Deze bedragen hebben voornamelijk betrekking op de uitvoering van onderzoeksbeleid (6,9 miljard EUR) en programma's voor netwerken (1,7 miljard EUR), en Europees nabuurschapsbeleid (1,6 miljard EUR) en instrumenten van ontwikkelingssamenwerking (1,3 miljard EUR).

3.11Indirect beheer

miljoenen EUR

2015

2014

Uitgevoerd door andere EU-agentschappen en -organen

1 209

1 025

Uitgevoerd door derde landen

905

1 005

Uitgevoerd door internationale organisaties

2 127

1 765

Uitgevoerd door andere entiteiten

2 107

1 799

Totaal

6 348

5 594

 

3.12PERSONEELS- EN PENSIOENKOSTEN

miljoenen EUR

2015

2014

Personeelskosten

5 838

5 693

Pensioenkosten

4 435

3 970

Totaal

10 273

9 662

De pensioenkosten zijn deels ontstaan door de actuariële herwaardering van de personeelsbeloningen die niet zijn gebaseerd op actuariële veronderstellingen.

3.13WIJZIGINGEN IN ACTUARIËLE VERONDERSTELLINGEN PERSONEELSBELONINGEN

Het actuariële verlies van 2 miljard EUR netto onder deze rubriek houdt verband met de in de balans opgenomen personeelsbeloningen (zie toelichting 2.9).

3.14 FINANCIERINGSKOSTEN

miljoenen EUR

2015

2014

Rentelasten:

Opgenomen leningen

1 607

1 712

Overige

21

22

Financiële leases

91

90

Waardeverminderingsverliezen op voor verkoop beschikbare financiële activa

27

3

Waardevermindering op leningen en vorderingen

174

1 030

Op de verkoop van financiële activa gerealiseerde verliezen

3

17

Overige financiële kosten

63

51

Totaal

1 986

2 926

Het bedrag aan rente-uitgaven op leningen komt overeen met de ontvangsten uit rente op leningen (back-to-backtransacties).

3.15AANDEEL IN HET NETTORESULTAAT VAN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN

Overeenkomstig de vermogensmutatiemethode neemt de EU in haar staat van de financiële resultaten het aandeel in het nettoresultaat van haar gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen op (zie ook de toelichtingen 2.3.1 en 2.3.2).

 

3.16OVERIGE UITGAVEN

miljoenen EUR

2015

2014

Administratieve en IT-uitgaven

2 419

2 070

Uitgaven in verband met vaste bedrijfsmiddelen

1 304

1 186

Vermindering van geldboeten door het Hof van Justitie

1 137

Wisselkoersverliezen

785

370

Aanpassing van voorzieningen

520

688

Overige

458

839

Totaal

6 623

5 152

De toename van de overige uitgaven is hoofdzakelijk het gevolg van de afschrijving van boetes in gevallen waarin het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan ten gunste van de beboete onderneming. Deze bedragen werden in vorige jaren onder financiële kosten vermeld. In 2015 is besloten dat deze bedragen naar hun aard geen waardevermindering op financiële instrumenten vormen en daarom zijn ze onder deze rubriek opgenomen.

De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn opgenomen in administratieve en IT-uitgaven en deze zijn als volgt:

miljoenen EUR

2015

2014

Kosten voor onderzoek

384

353

Niet-gekapitaliseerde kosten voor ontwikkeling

60

54

Totaal

443

406

In de rubriek "uitgaven in verband met vaste bedrijfsmiddelen" is 373 miljoen EUR (2014: 369 miljoen EUR) opgenomen in verband met operationele leases. De volgende bedragen zijn vastgelegd voor betaling tijdens de verdere looptijd van deze leasecontracten:

miljoenen EUR

In de toekomst te betalen bedragen

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Gebouwen

366

1 086

1 040

2 491

IT-materiaal en overige uitrusting

8

11

0

20

Totaal

374

1 097

1 040

2 511

 

3.17GESEGMENTEERDE INFORMATIE PER RUBRIEK VAN HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER (MFK)

miljoenen EUR

Slimme en inclusieve groei

Duurzame groei

Veiligheid en burger-schap

Europa als wereld-speler

Administratie

Niet toegewe-zen aan een MFK-rubriek*

Totaal

Bni-middelen

95 355

95 355

Traditionele eigen middelen

18 649

18 649

Btw

18 328

18 328

Geldboeten

531

531

Teruggevorderde uitgaven

103

1 408

14

21

0

0

1 547

Overige

875

869

3

1

4 522

1 204

5 067

Ontvangsten uit niet-ruiltransacties

978

2 278

18

22

4 522

131 659

139 478

Financiële baten

61

2

0

29

1

1 753

1 846

Overige

105

(10)

(9)

34

289

1 153

1 562

Ontvangsten uit ruiltransacties

167

(8)

(9)

63

290

2 906

3 408

Totale ontvangsten

1 144

2 270

9

85

4 812

134 565

142 886

Door de lidstaten uitgevoerde uitgaven:

ELGF

45 032

45 032

Elfpo en andere instrumenten voor plattelandsontwikkeling

16 376

16 376

EFRO en CF

38 745

38 745

ESF

9 849

9 849

Overige

(181)

(517)

(908)

(773)

2 380

Uitgevoerd door de Commissie, de uitvoerende agentschappen en trustfondsen

9 813

(464)

(799)

4 545

(13)

8

15 626

Uitgevoerd door andere EU-agentschappen en -organen

(994)

(51)

(551)

(19)

407

1 209

Uitgevoerd door derde landen en internationale organisaties

(343)

(0)

1

2 661

0

(29)

3 031

Uitgevoerd door andere entiteiten

1 552

(0)

(555)

(0)

2 107

Personeels- en pensioenkosten

1 534

(329)

(370)

(569)

6 617

(854)

10 273

Wijzigingen in actuariële hypothesen personeelsbeloningen

2 040

2 040

Financieringskosten

(89)

(63)

(1)

(18)

(136)

1 678

1 986

Aandeel in het nettotekort van gemeenschappelijke ondernemingen / geassocieerde deelnemingen

(641)

(641)

Overige uitgaven

1 223

(181)

(122)

(121)

4 104

(872)

6 623

Totaal uitgaven

64 964

63 014

2 750

9 262

12 911

3 019

155 919

Economisch resultaat van het jaar

63 820

60 744

2 741

9 177

8 098

131 547

13 033

*    "Niet toegewezen aan een MFK-rubriek" omvat de begrotingsuitvoering van geconsolideerde entiteiten en consolidatie-uitsluitingen, niet-budgettaire verrichtingen en niet-toegewezen immateriële programma's.

De weergave van de ontvangsten en uitgaven per MFK-rubriek is gebaseerd op een schatting omdat niet alle vastleggingen aan een MFK-rubriek zijn gekoppeld.

 

4.TOELICHTINGEN BIJ HET KASSTROOMOVERZICHT

4.1DOEL EN SAMENSTELLING VAN HET KASSTROOMOVERZICHT

Informatie over de kasstroom wordt gebruikt om een basis te verschaffen voor het beoordelen van het vermogen van de EU om geldmiddelen en kasequivalenten te genereren, en van haar behoeften om deze kasstromen te gebruiken.

Voor het opstellen van het kasstroomoverzicht is gebruik gemaakt van de indirecte methode. Dat betekent dat het economisch resultaat voor het begrotingsjaar wordt aangepast om rekening te houden met de gevolgen van transacties van niet-contante aard, latenties of voorzieningen voor reeds of nog te ontvangen of betalen kasstromen uit de beleidsactiviteiten, en baten of lasten die verband houden met beleggings- of financieringskasstromen.

Kasstromen die voortkomen uit transacties in vreemde valuta moeten worden gepresenteerd in de rapporteringsvaluta van de EU (de euro) door op het bedrag in de vreemde valuta de wisselkoers toe te passen die op de datum van de kasstroom geldt tussen de euro en de vreemde valuta.

Het kasstroomoverzicht geeft een overzicht van de kasstromen tijdens de periode, ingedeeld volgens beleidsactiviteiten en beleggingsactiviteiten (de EU heeft geen financieringsactiviteiten).

4.2BELEIDSACTIVITEITEN

Beleidsactiviteiten zijn de activiteiten van de EU die geen beleggingsactiviteiten zijn. Het betreft het grootste deel van de activiteiten. Aan begunstigden verstrekte leningen (en de daarmee samenhangende opgenomen leningen, indien van toepassing) worden niet beschouwd als investerings- of financieringsactiviteiten, aangezien zij deel uitmaken van de algemene doelstellingen en derhalve van de dagelijkse activiteiten van de EU. Onder de beleidsactiviteiten vallen ook beleggingen zoals het EIF, de EBWO en durfkapitaalfondsen. Het doel van deze activiteiten is immers om bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsgerichte resultaten.

4.3BELEGGINGSACTIVITEITEN

Investeringsactiviteiten zijn de verwerving en vervreemding van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen en van andere investeringen die niet in kasequivalenten zijn vervat. Aan begunstigden verstrekte leningen vallen niet onder de investeringsactiviteiten. Het doel is een overzicht te geven van de beleggingen van de EU.

 

5.VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN PASSIVA EN ANDERE BELANGRIJKE INFORMATIEVERSCHAFFING

5.1VOORWAARDELIJKE ACTIVA

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Ontvangen garanties:

Uitvoeringsgaranties

398

400

Overige garanties

27

27

Overige voorwaardelijke activa

48

49

Totaal

474

476

Uitvoeringsgaranties worden verlangd om ervoor te zorgen dat de begunstigden van middelen van de EU voldoen aan de verplichtingen van hun contract met de EU.

5.2 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

miljoenen EUR

Toelichting

31.12.2015

31.12.2014

Verstrekte garanties

5.2.1

21 401

20 862

Geldboeten

5.2.2

3 951

5 602

ELGF, plattelandsontwikkeling en pretoetreding

5.2.3

1 377

505

Cohesiebeleid

5.2.4

3

9

Rechtszaken en andere geschillen

5.2.5

795

789

Overige voorwaardelijke verplichtingen

58

5

Totaal

27 584

27 772

Alle voorwaardelijke passiva zouden, indien ze zich realiseren, door de EU-begroting van de volgende jaren worden gedragen.

5.2.1Verstrekte garanties

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Garanties voor door de EIB verstrekte leningen

Garantie 65 %

18 712

18 283

Garantie 70 %

356

447

Garantie 75 %

112

168

Garantie 100 %

270

300

Totaal

19 450

19 198

Garantie voor de EFSI-portefeuille

202

-

Overige verstrekte garanties

1 749

1 664

Totaal

21 401

20 862

Garanties voor leningen verstrekt door de EIB — Garantiefonds voor externe maatregelen

De begroting van de EU staat borg voor de door de EIB ondertekende en aan derde landen toegestane leningovereenkomsten uit eigen middelen (met inbegrip van de leningen die aan lidstaten werden toegekend voor hun toetreding). De EU-garantie is evenwel beperkt tot een percentage van het maximum van de toegestane kredieten: 65 % (voor tot 2007 ondertekende overeenkomsten), 70 %, 75 % of 100 %. Indien het maximum niet bereikt is, geldt de EU-garantie voor het gehele uitstaande bedrag. Voor overeenkomsten die na 2007 zijn ondertekend (de mandaten 2007-2013 en 2014-2020), is de EU-garantie beperkt tot 65 % van de uitstaande saldi en niet op de toegestane kredietlijnen. Op 31 december 2015 beliep het uitstaande bedrag 19 450 miljoen EUR, hetgeen derhalve het maximumrisico vertegenwoordigt dat de EU moet dragen. Op 31 december 2015 was ongeveer 82 % van de door de EIB verstrekte leningen (soevereine en subsoevereine leningsoperaties) gedekt door een alomvattende garantie, terwijl voor de overige operaties van de EIB alleen het politieke risico is gedekt.

EU-garantie voor de portefeuille van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

De EU-garantie die voor het EFSI aan de EIB-groep is verstrekt, is geboekt als verplichting uit hoofde van financiële garanties voor wat de schuldportefeuille betreft, en als voorwaardelijke verplichting voor zowel de schuldportefeuille als de portefeuille eigenvermogensinstrumenten. De rekenplichtige heeft met unanieme instemming van de adviserende groep van deskundigen van de EU inzake boekhoudkundige normen geconcludeerd dat niet is voldaan aan de controlecriteria en de boekhoudkundige vereisten voor consolidatie van de EU-boekhoudregels (en de IPSAS). De desbetreffende financiële activa zijn bijgevolg niet opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de EU.

De EU-garantie voor de EFSI-schuldportefeuille dekt de eersteverliestranche van een portefeuille financieringsoperaties van de EIB, die voornamelijk bestaat uit traditionele leningen en garanties. Deze garantie wordt aangesproken wanneer de debiteur in gebreke blijft of in geval van herschikkingsverliezen. De vergoeding die EU ontvangt in verhouding tot het gelopen risico, neemt de vorm van een verdeling – tussen de EIB en de EU – van de uit hoofde van het risico aan de EIB toevallende ontvangsten uit gegarandeerde EFSI-operaties. De ontvangsten van de EU moeten eerst de verliezen op gegarandeerde EFSI-operaties dekken. De EU-garantie wordt aldus in aanmerking genomen als verplichting uit hoofde van financiële garanties en bij de eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde, zijnde de netto contante waarde van de te ontvangen premies (de ontvangsten van de EU). Op latere balansdata wordt de verplichting uit hoofde van financiële garanties geherwaardeerd tegen de verwachte verliezen of het bedrag dat oorspronkelijk is opgenomen, afhankelijk van wat het hoogste is, in voorkomend geval verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen van de inkomsten. De weergegeven verplichting uit hoofde van financiële garanties is na aftrek van de nog te ontvangen inkomsten van de EU.

In het kader van de portefeuille eigenvermogensinstrumenten in het venster voor infrastructuur en innovatie (IIW) van het EFSI, die eigenvermogens- of quasi-eigenvermogensdeelnemingen of achtergestelde leningen omvat, investeert de EIB op pari passu-basis voor eigen risico en voor risico van de EU. Bijgevolg dekt de EU-garantie – voor het gedeelte van de eigenvermogensinvesteringen die door de EU worden gegarandeerd – de negatieve waardeaanpassingen (niet-gerealiseerde verliezen) op elke balansdatum, de gerealiseerde verliezen op desinvesteringen en de financieringskosten van de EIB. In gevallen waarin de waarde van een investering waarop eerder een negatieve waardeaanpassing werd toegepast, op daaropvolgende verslagdatums vermeerdert, wordt het bedrag tot de oorspronkelijke kostprijs van de investering door de EIB aan de EU terugbetaald. Wanneer de investering van de hand wordt gedaan, heeft de EU ook recht op investeringswinsten op de oorspronkelijke kostprijs. De EU wordt vergoed uit inkomsten die de EIB ontvangt voor de gegarandeerde operaties, inclusief rente, dividenden en gerealiseerde winsten. De vereffening tussen de EU en de EIB gebeurt jaarlijks, na verrekening van verliezen en inkomsten. Op 31 december 2015 was voor 7,6 miljoen EUR aan door de EU-gegarandeerde operaties in een IIW-portefeuille van eigenvermogensinstrumenten geïnvesteerd en in de boeken opgenomen als voorwaardelijke verplichting.

Over de eigenvermogensinvesteringen in het venster voor kleine en middelgrote ondernemingen (SMEW) - een portefeuille waarvoor in 2015 geen operaties werden verricht - zijn de besprekingen tussen de Commissie en de EIB-groep nog aan de gang. De boekhoudkundige behandeling van de eigenvermogensoperaties zal door de rekenplichtige na raadpleging van de adviserende groep van deskundigen van de EU inzake boekhoudnormen worden bepaald zodra de gewijzigde rechtsgrondslag helemaal klaar is.

Het als voorwaardelijke verplichting opgevoerde bedrag vertegenwoordigt bedragen die aan het einde van het jaar daadwerkelijk zijn vastgelegd en uitbetaald door de EIB/het EIF voor gegarandeerde EFSI-operaties (zowel leningportefeuille als portefeuille eigenvermogensinstrumenten), maar die de verwachte nettoverliezen overtreffen. Door de EIB/het EIF vastgelegde en uitbetaalde bedrdagen voor gegarandeerde EFSI-operaties die gelijk zijn aan de verwachte nettoverliezen zijn opgenomen als verplichting uit hoofde van financiële garanties (nulwaarde op 31 december 2015) (zie toelichting 2.11.2). De totale ongebruikte EU-garantie tot het maximum van 16 miljard EUR is vermeld als significante juridische verbintenissen (zie toelichting 5.3.2). Dit bedrag omvat de operaties in de programma’s COSME en H2020 die tijdelijk door -EFSI-garantie van de EU worden gedekt.

Overige verstrekte garanties

"Overige verstrekte garanties" omvat in hoofdzaak 845 miljoen EUR voor de financieringsfaciliteit met risicodeling RSFF (2014: 883 miljoen EUR), 459 miljoen EUR voor Horizon 2020 (2014: 365 miljoen EUR), 220 miljoen EUR voor het initiatief voor projectobligaties (2014: 138 miljoen EUR) en 209 miljoen EUR voor het leninggarantie-instrument voor TEN-T-projecten (2014: 209 miljoen EUR).



5.2.2Geldboeten

Deze bedragen betreffen door de Commissie opgelegde geldboeten voor inbreuken op de mededingingsregels die voorlopig zijn betaald en waartegen ofwel beroep is aangetekend of waarvan niet bekend is of er beroep tegen zal worden aangetekend. Deze voorwaardelijke verplichting zal behouden blijven totdat in de zaak definitief uitspraak is gedaan door het Hof van Justitie. De rente op voorlopige betalingen wordt opgenomen in het economisch resultaat van het jaar en tevens als een voorwaardelijk passief vanwege de onzekerheid of de Commissie recht heeft op deze bedragen.

5.2.3ELGF, plattelandsontwikkeling en pretoetreding

Dit zijn voorwaardelijke passiva tegenover de lidstaten in verband met de ELGF-conformiteitsbesluiten en de financiële correcties voor plattelandsontwikkeling en pretoetreding, waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan. De vaststelling van het definitieve bedrag van de verplichting alsook het jaar waarin het effect van een succesvol beroep ten laste van de begroting zal komen, zijn afhankelijk van de duur van de procedure voor het Hof van Justitie.

5.2.4Cohesiebeleid

Dit zijn voorwaardelijke passiva tegenover de lidstaten in verband met acties in het kader van het cohesiebeleid, waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan of waarvoor het nog een hoorzitting moet vaststellen.

5.2.5Rechtszaken en andere geschillen

Deze rubriek heeft betrekking op twee schadevergoedingszaken die momenteel tegen de EU zijn ingeleid, op andere rechtsgeschillen en de geraamde gerechtskosten. Opgemerkt zij dat de eiser in een schadevordering krachtens artikel 288 van het EG-Verdrag moet aantonen dat de instelling een rechtsregel waarbij aan particulieren rechten worden verleend, op voldoende ernstige wijze heeft geschonden, dat hij zelf reële schade heeft geleden en dat er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen de onwettige handeling en de schade.

 

5.3ANDERE SIGNIFICANTE VERMELDINGEN

5.3.1Begrotingsvastleggingen met betrekking tot nog niet gebruikte kredieten

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Begrotingsvastleggingen met betrekking tot nog niet gebruikte kredieten

177 477

144 741

Dit bedrag bestaat uit de budgettaire RAL („reste à liquider”) verminderd met de daarmee verband houdende bedragen die in de staat van de financiële resultaten 2015 zijn opgenomen als uitgaven. De budgettaire RAL is een bedrag dat de openstaande vastleggingen vertegenwoordigt waarvoor nog geen betalingen en/of vrijmakingen zijn gedaan. Dit is het normale gevolg van het bestaan van meerjarenprogramma’s. Op 31 december 2015 was met de RAL een bedrag van in totaal 217 692 miljoen  EUR gemoeid (2014: 189 585 miljoen EUR).

5.3.2Significante juridische verbintenissen

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Meerjarige acties in het kader van gedeeld beheer

343 715

433 527

Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

16 000

Connecting Europe Facility (CEF)

10 051

Copernicus

2 939

3 476

Visserijovereenkomsten

373

176

Galileo

124

719

Protocol met de mediterrane landen

264

Overige contractuele verbintenissen

3 101

3 127

Totaal

376 303

441 288

Deze verbintenissen zijn het gevolg van juridische verbintenissen op lange termijn die door de EU werden aangegaan voor bedragen die nog niet door vastleggingskredieten in de begroting waren gedekt. Het kan gaan om meerjarenprogramma's zoals structurele maatregelen of om bedragen die de Commissie in de toekomst zal moeten betalen uit hoofde van administratieve contracten die op de balansdatum bestaan (bv. voor het verstrekken van diensten als beveiliging, poetsen enz, maar ook contractuele verbintenissen in verband met specifieke projecten zoals bouwwerken). De aanzienlijke toename van juridische verbintenissen met betrekking tot structurele maatregelen komt doordat het MFK 2014-2020 gedurende de verslagperiode van start is gegaan.

Meerjarige acties in het kader van gedeeld beheer

De onderstaande tabel toont een vergelijking tussen de juridische verbintenissen waarvoor nog geen bedragen in de begroting zijn vastgelegd en de maximale vastleggingen van de bedragen die opgenomen zijn in de rubrieken 1B, 2 en 3 van het MFK 2014-2020. De toekomstige verbintenissen zijn de uitstaande bedragen waarvoor de Commissie nog betalingen moet uitvoeren na 31 december 2015.

 

miljoenen EUR

Geldmiddelen (funds)

Financieel kader 2014-2020 (A)

Gesloten juridische verbintenis-sen (B)

Vastgelegd in de begroting
(C)

Geannu-leerd
(D)

Juridische verbintenissen minus vastleggingen (=B–C+D)

Toekom-stige verbinte-nissen (=A-C)

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en Cohesiefonds

259 802

259 802

66 572

193 230

193 230

Europees Sociaal Fonds

89 624

89 624

26 410

63 213

63 213

Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD)

3 814

3 814

1 036

2 777

2 777

RUBRIEK 1B: MIDDELEN VOOR HET COHESIEBELEID

353 239

353 239

94 018

259 221

259 221

Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling

99 348

98 786

23 414

75 371

75 933

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

5 749

5 749

1 586

4 163

4 163

RUBRIEK 2: NATUURLIJKE HULPBRONNEN

105 097

104 535

25 000

79 535

80 096

Fonds voor asiel en migratie

3 371

631

631

0

2 741

Fonds voor interne veiligheid

2 195

538

538

1 657

RUBRIEK 3: VEILIGHEID EN BURGERSCHAP

5 566

1 169

1 169

0

4 398

Totaal

463 902

458 943

120 187

338 755

343 715

 

Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)

Deze toezeggingen hebben betrekking op de juridische verplichtingen die niet zijn gebruikt aan het einde van het begrotingsjaar ten opzichte van de totale garantie van 16 miljard EUR.

miljoenen EUR

31.12.2015

EFSI legal commitment outstanding at year-end

16 000

waarvan

Financial guarantee liability relating to EFSI

Contingent liability relating to EFSI

202

Connecting Europe Facility

De CEF verstrekt financiële steun aan trans-Europese netwerken voor projecten van gemeenschappelijk belang in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie-infrastructuur.

Copernicus

Copernicus is het Europese programma aardobservatie - zie ook toelichting 2.2.



Visserijovereenkomsten

Dit zijn verbintenissen met derde landen uit hoofde van internationale visserijovereenkomsten.

Protocollen met mediterrane landen

Een recente verificatie heeft geleerd dat er geen rechtsgrondslag meer is voor lopende verplichtingen, voorwaardelijke of andere, in verband met deze protocollen.

Galileo

Dit zijn bedragen die zijn vastgelegd voor het Galileo-programma voor de ontwikkeling van een Europees wereldwijd systeem voor nagivatie per satelliet - zie ook toelichting 2.2.

Overige contractuele verbintenissen

De opgegeven bedragen stemmen overeen met bedragen waarvoor verbintenissen zijn aangegaan die nog in de loop van de contracten moeten worden betaald. De grootste bedragen die hier zijn opgenomen betreffen 2 023 miljoen EUR voor de Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy in het kader van het ITER-project, en 388 miljoen EUR voor met name bouwcontracten van het Europees Parlement.

 

6.FINANCIEEL RISICOBEHEER

De hieronder verschafte informatie met betrekking tot het beheer van de financiële risico's van de EU heeft betrekking op:

-leningactiviteiten van de Commissie via: het EFSM, de BB, de MFB en Euratom-acties en de EGKS in liquidatie;

-de kasverrichtingen die door de Commissie zijn verricht om de EU-begroting uit te voeren, met inbegrip van het ontvangen van geldboeten;

-het Garantiefonds voor externe maatregelen;

-Het EFSI-garantiefonds en

-financieringsinstrumenten die uit de begroting worden gefinancierd.

6.1TYPES RISICO

Marktrisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van variaties in de marktprijzen. Marktrisico bestaat niet alleen uit potentieel verlies, maar ook uit potentiële baten. Het omvat het valutarisico, het renterisico en overige prijsrisico's (de EU heeft geen materiële overige prijsrisico's).

(1)Valutarisico is het risico dat de verrichtingen van de EU of de waarde van haar investeringen beïnvloed zullen worden door veranderingen in de wisselkoers. Dit risico vloeit voort uit de verandering van de koers van de ene valuta tegenover een andere.

(2)Renterisico is de mogelijkheid dat de waarde van een effect, en dan vooral een obligatie, vermindert, door een stijging van de rentevoet. Over het algemeen leiden hogere rentevoeten tot lagere prijzen van obligaties met vaste rentevoet en omgekeerd.

Kredietrisico is het risico van verlies doordat een schuldenaar/leningnemer een lening of een andere kredietlijn (hoofdsom of rente (coupon) of beide) niet betaalt of op een andere manier zijn contractuele verplichtingen niet nakomt. Het kan gaan om laattijdige terugbetalingen, herstructurering van de terugbetalingen van de leningnemenr en faillissement.

Liquiditeitsrisico is het risico dat een actief moeilijk te gelde kan worden gemaakt; bv. het risico dat een bepaald effect of actief niet snel genoeg kan worden verhandeld op de markt om een verlies te voorkomen of een verplichting na te komen.

6.2BELEID INZAKE RISICOBEHEER

De uitvoering van de EU-begroting berust steeds meer op het gebruik van financieringsinstrumenten. In tegenstelling tot de traditionele begrotingsuitvoeringsmethode van subsidieverstrekking is de grondgedachte achter deze nieuwe aanpak dat voor elke via de financieringsinstrumenten uitgegeven euro de eindbegunstigde meer dan 1 EUR aan financiële steun ontvangt als gevolg van het hefboomeffect. Dit intelligente gebruik van de EU-begroting maximaliseert het effect van de beschikbare middelen. Zie toelichting 2.4 voor meer informatie over de betrokken bedragen.

Voor de meeste financieringsinstrumenten geldt dat de uitvoering ofwel aan de EIB-groep (inclusief het EIF), op basis van een overeenkomst tussen de Europese Commissie en de EIB, ofwel aan andere financiële intermediairs wordt gedelegeerd. Deze overeenkomsten leggen strikte voorwaarden en verplichtingen aan deze intermediairs op om te garanderen dat EU-gelden naar behoren worden beheerd en gerapporteerd. Als eenmaal een financiële bijdrage aan een van de instrumenten is toegewezen, worden de middelen naar een speciaal hiervoor geopende bankrekening (d.w.z. een fiduciaire rekening) van de financiële intermediair overgedragen. De financiële intermediair kan, afhankelijk van het instrument in kwestie, de middelen op deze fiduciaire rekening gebruiken om leningen te verstrekken, schuldinstrumenten uit te geven, enz. De opbrengsten uit financiële instrumenten moeten, als algemene regel, aan de EU-begroting worden terugbetaald.

Het risico ten aanzien van deze instrumenten is doorgaans beperkt tot een maximum, dat in de onderliggende overeenkomsten is vastgesteld en dat overeenkomt met het in de begroting opgenomen bedrag dat voor het instrument is voorzien. Omdat de Commissie vaak het eerste verlies draagt, en omdat de instrumenten bedoeld zijn om risicovollere begunstigen te financieren (die moeilijkheden ondervinden om middelen van commerciële kredietverstrekkers te verkrijgen), ligt het in de lijn der verwachtingen dat de EU-begroting met ten minste een aantal verliezen te maken zal krijgen.

Leningactiviteiten

De leningtransacties alsmede het daarmee samenhangende beheer van de kasmiddelen worden door de EU verricht overeenkomstig de respectieve besluiten van de Raad, indien van toepassing, en interne richtsnoeren. Er zijn schriftelijke procedurehandleidingen opgesteld die betrekking hebben op specifieke terreinen, zoals opgenomen leningen, verstrekte leningen en het beheer van kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden gebruikt. In de regel worden geen afdekkingsactiviteiten („hedging”) verricht om rente- of valutaschommelingen te compenseren, aangezien verstrekte leningen doorgaans door middel van opgenomen back-to-back-leningen worden gefinancierd en er dus geen open rente- of valutaposities ontstaan. De toepassing van het back-to-back-beginsel wordt op gezette tijden gecontroleerd.

Kasverrichtingen

De voorschriften en beginselen voor het beheer van de kasverrichtingen van de Commissie zijn vastgelegd in Verordening nr. 1150/2000 van de Raad (gewijzigd bij Verordeningen nr. 2028/2004 en nr. 105/2009 van de Raad) en in het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarvan.

Als gevolg van de bovenvermelde regelgeving zijn de volgende hoofdprincipes van toepassing:

-de eigen middelen worden door de lidstaten betaald op rekeningen die daartoe op naam van de Commissie werden geopend bij de schatkist van elke lidstaat of bij het orgaan dat de lidstaat aangewezen heeft. De Commissie mag slechts geld van de bovenvermelde rekeningen afhalen om aan haar behoeften aan kasmiddelen te voldoen;

-de eigen middelen worden door de lidstaten betaald in hun eigen nationale munt, terwijl de betalingen door de Commissie meestal in euro luiden;

-bankrekeningen die zijn geopend in naam van de Commissie mogen niet overschreden worden; Deze beperking geldt niet voor de eigenmiddelenrekening van de Commissie in geval van wanbetaling met betrekking tot leningen die overeenkomstig de verordeningen en besluiten van de Raad van de EU zijn gesloten of gewaarborgd;

-het saldo van rekeningen die luiden in andere munten dan de euro, wordt ofwel gebruikt voor betalingen in dezelfde munt, ofwel periodiek omgezet in euro.

Naast de eigenmiddelenrekeningen heeft de Commissie nog andere bankrekeningen geopend bij centrale banken en commerciële banken om andere betalingen te verrichten en te ontvangen dan de bijdragen van de lidstaten aan de begroting.

De kasverrichtingen en de betalingen zijn sterk geautomatiseerd en maken gebruik van moderne informaticasystemen. Er worden specifieke procedures toegepast om de veiligheid van het systeem te waarborgen en om te garanderen dat de taken gescheiden worden conform het Financieel Reglement, de internecontrolenormen van de Commissie en de controleprincipes.

Een op schrift gestelde reeks richtsnoeren en procedures regelt het beheer van de kasverrichtingen en betalingen van de Commissie met als doel het operationele en financiële risico te beperken en een gepast controleniveau te waarborgen. Zij betreffen de verschillende werkingsgebieden (bv. uitvoering van betalingen en beheer van de liquide middelen, prognoses van de kasmiddelen, bedrijfscontinuïteit enz.) en de naleving van de richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd. Daarnaast vindt gegevensuitwisseling plaats tussen het directoraat-generaal Begroting en het directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken over risicobeheer en beste praktijken.

Geldboeten

Voorlopig geïnde geldboeten: deposito's

Vóór 2010 ontvangen bedragen blijven op bankrekeningen staan bij banken die specifiek geselecteerd zijn voor het deponeren van voorlopig geïnde geldboeten. De selectie van banken vindt plaats volgens de aanbestedingsprocedures die in het Financieel Reglement zijn vastgesteld. De plaatsing van middelen bij specifieke banken wordt bepaald op grond van het intern risicobeheerbeleid waarin bepaalde eisen zijn vastgesteld qua kredietrating en het bedrag van de middelen die in verhouding tot het vermogen van de tegenpartij kunnen worden geplaatst. Financiële en operationele risico's worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van het interne beleid en de interne procedures wordt periodiek gecontroleerd.

Voorlopig geïnde geldboeten: BUFI-portefeuille

Met ingang van 2010 worden voorlopig geïnde geldboeten gestort in een speciaal daartoe opgericht fonds, BUFI genoemd. De belangrijkste doelstellingen van het fonds zijn de vermindering van de risico's die met de financiële markten gepaard gaan, en de gelijke behandeling van alle entiteiten waaraan een geldboete is opgelegd door een gewaarborgd rendement aan te bieden dat op dezelfde grondslag is berekend. De Commissie verricht het activabeheer voor voorlopig geïnde geldboeten overeenkomstig interne richtsnoeren inzake activabeheer. Er zijn procedurehandleidingen opgesteld die betrekking hebben op specifieke terreinen, zoals het beheer van kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden gebruikt. Financiële en operationele risico's worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van de interne richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd.

Het activabeheer is erop gericht de aan de Commissie voorlopig betaalde boeten op zodanige wijze te beleggen dat:

a)gemakkelijk over het geld kan worden beschikt wanneer dat nodig is; en

b)het in normale omstandigheden een rendement oplevert dat gemiddeld gelijk is aan het rendement van de BUFI-referentiebelegging minus gemaakte kosten.

Beleggingen blijven in beginsel beperkt tot de volgende categorieën: termijndeposito's bij de centrale banken van de eurozone, de agentschappen voor de schuld van de landen van de eurozone, banken die volledig in handen van de overheid zijn of onder staatswaarborg werken, of supranationale instellingen, en obligaties, depositocertificaten en ander papier uitgegeven door ofwel nationale ofwel supranationale instellingen.

Bankgaranties

Er zijn voor aanzienlijke bedragen garanties van financiële instellingen verstrekt aan de Commissie in verband met de geldboeten die zij oplegt aan bedrijven die de EU-mededingingsregels niet naleven (zie toelichting 2.6.1.2). De ondernemingen die een geldboete moeten betalen, verstrekken deze garanties als een alternatief voor voorlopige betalingen. De garanties worden beheerd overeenkomstig het interne risicobeheerbeleid. Financiële en operationele risico's worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van het interne beleid en de interne procedures wordt periodiek gecontroleerd.

Garantiefonds voor externe maatregelen

De regels en beginselen voor het beheer van de activa van het Garantiefonds zijn vastgelegd in de overeenkomst tussen de Commissie en de EIB van 25 november 1994 en de latere wijzigingen daarvan van 17/23 september 1996, 8 mei 2002, 25 februari 2008 en 9 november 2010. Dit garantiefonds werkt enkel met de euro als valuta. Het belegt uitsluitend in deze valuta teneinde wisselkoersrisico’s te vermijden. Het beheer van de activa is gebaseerd op de traditionele regels inzake behoedzaamheid die worden gehanteerd voor financiële activiteiten. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de vermindering van de risico’s en er wordt voor gezorgd dat de beheerde activa een voldoende mate van liquiditeit en overdraagbaarheid hebben, gelet op de gedekte verplichtingen.

EFSI-garantiefonds

Het EFSI garantiefonds werd opgericht bij Verordening (EU) 2015/2017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015. De regels en beginselen voor het beheer van de activa van het fonds zijn vastgelegd in Besluit van de Commissie C(2016)165 van 21 januari 2016. Er waren geen middelen in het EFSI-garantiefonds op 31 december 2015; overmakingen aan het fonds zijn gepland vanaf april 2016.

 

6.2.1Aansluiting van de boekwaarde met de reële waarde van financiële instrumenten

Aansluiting van de boekwaarden met de reële waarde van de financiële activa per categorie

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Boek-waarde

Reële waarde

Boek-waarde

Reële waarde

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde

Voor verkoop beschikbare financiële activa

9 620

9 620

9 406

9 406

Geldmiddelen en kasequivalenten

21 671

21 671

17 545

17 545

Totaal

31 292

31 292

26 951

26 951

Financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Verstrekte leningen

57 251

57 252

58 843

58 843

Vorderingen met tegenprestatie en verhaalbare bedragen zonder tegenprestatie

10 324

10 324

15 578

15 578

Totaal

67 575

67 576

74 421

74 421

Totaal

98 867

98 868

101 372

101 372

 

Aansluiting van de boekwaarden met de reële waarde van de financiële verplichtingen per categorie:

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

Boek-waarde

Reële waarde

Boek-waarde

Reële waarde

Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde

Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Opgenomen leningen

56 860

56 860

58 470

58 470

Financiëleleaseschulden

1 723

1 723

1 755

1 755

Crediteuren

32 191

32 191

43 180

43 180

Overige

1 120

1 120

454

454

Totaal

91 894

91 894

103 859

103 859

 

6.3VALUTARISICO

Valutarisico voor de financiële instrumenten van de EU aan het einde van het jaar - nettopositie

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

USD

GBP

DKK

SEK

EUR

Overige

Totaal

USD

GBP

DKK

SEK

EUR

Overige

Totaal

Financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa

81

76

11

8

9 416

28

9 620

68

77

7

9

9 203

42

9 406

Leningen*

5

0

354

18

377

2

303

28

334

Vorderingen en verhaalbare bedragen

10

542

53

85

9 555

78

10 324

2

4 102

50

88

11 197

140

15 578

Geldmiddelen en kasequivalenten

36

1 785

368

1 287

17 342

853

21 671

44

1 157

471

928

14 180

764

17 545

Totaal

132

2 403

433

1 380

36 667

977

41 992

116

5 336

528

1 024

34 883

974

42 862

Financiële verplichtingen

Crediteuren

(1)

(2)

0

(0)

32 187

(1)

32 191

(10)

43 168

(2)

43 180

Totaal

(1)

(2)

0

(0)

32 187

(1)

32 191

(10)

43 168

(2)

43 180

Totaal

131

2 401

433

1 380

4 480

976

9 801

116

5 326

528

1 024

8 284

972

(318)

* Met uitzondering van back-to-backleningen.

 

Indien de euro ten opzichte van andere munteenheden met 10 % zou zijn toegenomen, zou dit het volgende effect hebben:

miljoenen EUR

Economisch resultaat

USD

GBP

DKK

SEK

31.12.2015

(5)

(212)

(38)

(125)

31.12.2014

(4)

(483)

(47)

(92)

miljoenen EUR

Nettoactiva

USD

GBP

DKK

SEK

31.12.2015

(7)

(7)

(1)

(1)

31.12.2014

(6)

(7)

(1)

(1)

Indien de EUR 10 % zwakker was ten opzichte van deze munteenheden, zou dit het volgende effect hebben:

miljoenen EUR

Economisch resultaat

USD

GBP

DKK

SEK

31.12.2015

6

259

47

152

31.12.2014

5

591

58

113

miljoenen EUR

Nettoactiva

USD

GBP

DKK

SEK

31.12.2015

9

8

1

1

31.12.2014

8

9

1

1

Opgenomen en verstrekte leningen

De meeste financiële activa en verplichtingen zijn in euro uitgedrukt, dus in die gevallen staat de EU niet bloot aan een valutarisico. Via het financiële instrument Euratom verstrekt de EU echter leningen die in Amerikaanse dollar (USD) zijn uitgedrukt en die gefinancierd zijn met leningen van hetzelfde bedrag in USD (back-to-back-verrichtingen). Op de balansdatum staat de EU niet bloot aan een valutarisico in verband met Euratom.

Kasverrichtingen

De eigen middelen die door de lidstaten in andere valuta's dan de euro worden betaald, worden overeenkomstig het eigenmiddelenbesluit aangehouden op de eigenmiddelenrekeningen. Ze worden in euro omgezet wanneer dat nodig is om betalingen uit te voeren. De procedures die voor het beheer van deze middelen moeten worden gevolgd, zijn in bovengenoemde verordening vastgesteld. Af en toe worden zij onmiddellijk gebruikt voor betalingen die in dezelfde valuta worden uitgevoerd.

De Commissie houdt een aantal rekeningen in andere Europese munten dan de euro, en in Amerikaanse dollar en Zwitserse frank aan bij commerciële banken om betalingen in deze valuta's te verrichten. Deze rekeningen worden aangevuld naargelang het bedrag van de te verrichten betalingen, zodat er geen blootstelling van het saldo aan valutarisico's aanwezig is.

Wanneer diverse bedragen (behalve eigen middelen) in andere munten dan de euro worden ontvangen, worden zij ofwel overgeschreven naar andere rekeningen van de Commissie in dezelfde valuta wanneer dat nodig is om de uitvoering van betalingen te dekken, ofwel omgezet in euro en overgeschreven naar andere rekeningen in euro. Gelden ter goede rekening in andere munten dan de euro worden aangevuld naargelang de verwachte behoefte aan plaatselijke betalingen op korte termijn in dezelfde munten. De saldi op deze rekeningen worden onder hun respectieve bovengrenzen gehouden.

Geldboeten

Voorlopig geïnde geldboeten (deposito’s en BUFI-portefeuille) en bankgaranties

Aangezien alle opgelegde boeten in euro worden betaald, is er geen valutarisico.

Garantiefonds voor externe maatregelen

De financiële activa van dit fonds zijn in euro uitgedrukt en daarom is er geen valutarisico. De leningen waarvoor subrogatie door de EU heeft plaatsgevonden door een beroep te doen op het fonds na wanbetalingen door de ontvanger van een lening, worden in de oorspronkelijke munteenheid verricht en daarom wordt de EU aan valutarisico blootgesteld. Er zijn geen afdekkingsactiviteiten ("hedging") om valutaschommelingen te compenseren door de onzekerheid over de timing van de terugbetaling van leningen.

6.4RENTERISICO

De onderstaande tabel illustreert de rentegevoeligheid van voor verkoop beschikbare financiële activa bij een mogelijke wijziging in de rentevoet van +/- 100 basispunten (1 %).

miljoenen EUR

Stijging (+)/daling (-) in basispunten

Effect op het economische resultaat en nettoactiva

31.12.2015: Voor verkoop beschikbare financiële activa

+100

(206)

-100

223

31.12.2014: Voor verkoop beschikbare financiële activa

+100

(138)

-100

149

Leningactiviteiten

Opgenomen en verstrekte leningen met variabele rentevoeten

Gezien de aard van de verstrekte en opgenomen leningen heeft de EU aanzienlijke rentedragende activa en passiva. De MFB- en Euratomleningen tegen variabele rentevoeten stellen de EU bloot aan renterisico. De renterisico's die voortvloeien uit opgenomen leningen worden echter gecompenseerd door verstrekte leningen waarvan de termijnen en voorwaarden vergelijkbaar zijn (back-to-back-verrichtingen). Op de balansdatum beloopt het bedrag aan verstrekte leningen van de EU met variabele rente (uitgedrukt in nominale bedragen) 380 miljard EUR (in 2014: 484 miljard EUR). Aanpassingen vinden om de zes maanden plaats.

Opgenomen en verstrekte leningen met vaste rentevoeten

De EU heeft ook MFB- en Euratomleningen met vaste rentevoeten voor in totaal 2 927 miljoen EUR in 2015 (2014: 1 692 miljoen EUR), die een looptijd hebben van minder dan één jaar (13 miljoen EUR), tussen één en vijf jaar (760 miljoen EUR) en meer dan vijf jaar (2 154 miljoen EUR). Belangrijker is dat de EU onder het financieringsinstrument voor betalingsbalanssteun negen leningen met vaste rentevoeten heeft voor in totaal 5,7 miljard EUR in 2015 (2014: 8,4 miljard EUR), die een looptijd hebben van minder dan één jaar (1,5 miljard EUR), tussen één en vijf jaar (4,0 miljard EUR) en meer dan vijf jaar ( 0,2 miljard EUR). In het kader van het financieringsinstrument EFSM heeft de EU 23 leningen met vaste rentevoeten voor in totaal 46.8 miljard EUR in 2015 (2014: 46.8 miljard EUR), die een looptijd hebben van minder dan een jaar (4.75 miljoen EUR), tussen één en vijf jaar (4.5 miljard EUR) en meer dan vijf jaar (37.55 miljard EUR).

Kasverrichtingen

Voor de kasverrichtingen van de Commissie worden geen leningen opgenomen. Bijgevolg is zij niet blootgesteld aan een renterisico. De rente wordt echter berekend op saldi die op verschillende bankrekeningen worden aangehouden. De Commissie heeft daarom maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de verkregen rente overeenstemt met de marktrente en de mogelijke schommelingen daarvan.

Rekeningen geopend bij schatkisten van lidstaten leveren geen rente op en zijn vrij van kosten. Voor rekeningen bij nationale centrale banken kan een vergoeding worden ontvangen volgens de door elke instantie gehanteerde officiële tarieven. Aangezien sommige van de vergoedingen voor deze rekeningen momenteel negatief kunnen zijn, worden procedures voor kasmiddelenbeheer toegepast om de op deze rekeningen aangehouden saldi zo klein mogelijk te houden.

Overnightsaldi op rekeningen die bij commerciële banken worden aangehouden, leveren dagelijks rente op. Die is gebaseerd op de variabele marktrente waarop een contractuele marge (positief of negatief) wordt toegepast. De tarieven die door commerciële banken worden toegepast kennen over het algemeen contractueel een bodemrente van nul. De Commissie loopt dus geen risico dat zij een rente ontvangt die lager ligt dan de geldende markttarieven.

Geldboeten

Voorlopig geïnde geldboeten (deposito’s en BUFI-portefeuille) en bankgaranties

Deposito's en bankgaranties zijn niet blootgesteld aan renterisico's. De rente op deposito’s is een weerspiegeling van de rentevoeten op de markt en volgt de ontwikkeling ervan. Obligaties met een nominale waarde van 225 miljoen EUR met variabele rentevoeten maken 8,76 % van de BUFI-portefeuille uit. De rentegevoeligheidsparameter, de duur van de portefeuille, volgt van zeer nabij de duur van de BUFI-index. Alle negatieve effecten op de waardering van de activa zouden derhalve worden weerspiegeld aan de zijde van het BUFI-passief. Er blijft slechts een kleine blootstelling aan het renterisico in het geval dat die negatieve effecten tijdens de looptijd van de geldboete zouden leiden tot een globaal negatief indexresultaat.

Garantiefonds voor externe maatregelen

Schuldeffecten in het Garantiefonds die met variabele rentevoeten zijn uitgegeven, ondergaan de volatiliteitseffecten van die rentevoeten, terwijl schuldeffecten met vaste rentevoeten een risico lopen wat hun reële waarde betreft. Op de balansdatum maken obligaties met vaste rentevoet ongeveer 88 % uit van de beleggingsportefeuille (in 2014: 65 %).

6.5KREDIETRISICO

De bedragen die de blootstelling van de EU aan kredietrisico's aan het eind van de verslagperiode weerspiegelen, zijn de boekwaarden van de financiële instrumenten als vermeld in toelichting 2.

Leeftijdsanalyse van de financiële activa die geen bijzondere waardevermindering hebben ondergaan

miljoenen EUR

Totaal

Niet vervallen en evenmin in waarde verminderd

Vervallen maar niet in waarde verminderd

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Verstrekte leningen

57 251

57 251

0

Vorderingen en verhaalbare bedragen

10 324

8 672

120

1 384

148

Totaal op 31.12.2015

67 575

65 922

120

1 384

148

Verstrekte leningen

58 843

58 843

Vorderingen en verhaalbare bedragen

15 578

7 968

5 624

1 847

138

Totaal op 31.12.2014

74 421

66 811

5 624

1 847

138

Vorderingen en verhaalbare bedragen op 1 tot 5 jaar omvatten verhaalbare bedragen in verband met boetes in mededingingszaken ten belope van 1 305 miljoen EUR die in belangrijke mate gezekerd zijn met bankgaranties, waardoor de Commissie geen kredietrisico loopt. De ondernemingen die een geldboete moeten betalen, verstrekken deze garanties als alternatief voor voorlopige betalingen.



Kredietkwaliteit van financiële activa die noch vervallen zijn, noch een waardevermindering hebben ondergaan

miljoenen EUR

31.12.2015

31.12.2014

AFS*

Ontvan-gen leningen

Con-tanten

Totaal

AFS*

Ontvan-gen leningen

Con-tanten

Totaal

Tegenpartijen met externe kredietrating

Beste en uitstekende rating

5 945

3 256

16 147

25 349

7 511

2 951

13 947

24 409

Rating hoge middenklasse

1 087

23 818

4 503

29 409

359

25 045

2 932

28 335

Rating lage middenklasse

1 247

4 527

263

6 037

347

6 001

301

6 649

Non-investment grade

32

29 371

732

30 136

42

28 191

317

28 550

Totaal

8 310

60 973

21 646

90 930

8 259

62 188

17 497

87 944

Tegenpartijen zonder externe kredietrating

Groep 1

-

4 855

25

4 880

4 488

48

4 537

Groep 2

95

95

136

136

Totaal

4 950

25

4 975

4 624

48

4 673

Totaal

8 310

65 922

21 671

95 905

8 259

66 812

17 545

92 616

* Voor verkoop beschikbare financiële activa (m.u.v. eigenvermogensinstrumenten)

In bovenstaande tabel zijn voor verkoop beschikbare financiële activa in de vorm van eigenvermogensinstrumenten zonder externe kredietrating niet meegenomen. De vier hierboven vermelde risicocategorieën zijn in beginsel gebaseerd op de ratingcategorieën van externe ratingagentschappen en hebben betrekking op:

Prime en high grade: Moody P-1, Aaa – Aa3; S&P A-1+, A-1, AAA – AA -; Fitch F1+, F1, AAA – AA- en gelijkwaardig

Rating hoge middenklasse Moody P-2, A1 – A3; S&P A-2, A+ - A-; Fitch F2, A+ - A- en gelijkwaardig

Rating lage middenklasse Moody P-3, Baa1 – Baa3, S&P A-3, BBB+ - BBB-; Fitch F-3, BBBB+ - BBB- en gelijkwaardig

Non-investment grade Moody not prime, Ba1 – C; S&P B, C, BB+ - D; Fitch B, C, BB+ - D en gelijkwaardig

De EU gebruikt deze ratingcategorieën van externe agentschappen voornamelijk als referentie voor financiële instrumenten en commerciële banken, maar kan de bedragen na haar eigen analyse van individuele gevallen ook in een van de bovengenoemde risicocategorieën houden, ook al heeft een van de bovengenoemde ratingagentschappen de rating van de desbetreffende tegenpartij verlaagd. Wat de tegenpartijen zonder rating betreft, heeft groep 1 betrekking op debiteuren zonder wanbetalingen in het verleden en groep 2 op debiteuren met wanbetalingen in het verleden.

De hierboven weergegeven bedragen onder "leningen en vorderingen", ingedeeld in "non-investment grade", hebben voornamelijk betrekking op financieel steunkrediet van de Commissie aan lidstaten in financiële moeilijkheden en vorderingen op bepaalde lidstaten op basis van het eigenmiddelenbesluit of een andere rechtsgrondslag. Het bedrag onder "Contanten" heeft betrekking op bij de schatkist of in de centrale banken van de lidstaten geopende eigenmiddelenrekeningen om de eigenmiddelenbijdragen aan te houden zoals voorzien in de verordening. De Commissie mag slechts geld van deze rekeningen afhalen om aan haar behoeften aan kasmiddelen als gevolg van de uitvoering van de begroting te voldoen.

Leningactiviteiten

De blootstelling aan kredietrisico wordt in de eerste plaats beheerd door garanties van landen te krijgen in het geval van Euratom, dan via het Garantiefonds voor externe maatregelen (MFB en Euratom), dan via de mogelijkheid de nodige middelen te onttrekken uit de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten en uiteindelijk via de begroting van de EU. In de eigenmiddelenwetgeving is het plafond voor betalingen van eigen middelen vastgesteld op 1,23 % van het bni van de lidstaten en in 2015 werd 0,92 % daadwerkelijk gebruikt om betalingskredieten te dekken. Dit betekent dat er op 31 december 2015 een beschikbare marge van 0,31 % bestond om die garanties te dekken. Het Garantiefonds voor externe maatregelen werd in 1994 ingesteld ter dekking van risico’s van wanbetaling in verband met opgenomen leningen waaruit leningen aan landen buiten de EU worden gefinancierd. In elk geval wordt de blootstelling aan kredietrisico verminderd doordat een beroep kan worden gedaan op de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten naast de activa op die rekeningen wanneer een schuldenaar een verschuldigd bedrag niet volledig kan terugbetalen. Hiervoor mag de EU een beroep doen op alle lidstaten om ervoor te zorgen dat de juridische verbintenis van de EU ten opzichte van haar leners kan worden nageleefd.

Wat de kasmiddelen betreft, moeten de richtsnoeren inzake de keuze van de tegenpartijen worden toegepast. De operationele eenheid zal bijgevolg alleen overeenkomsten kunnen sluiten met in aanmerking komende banken, die als tegenpartij over voldoende limieten beschikken.

Kasverrichtingen

De meeste kasmiddelen van de Commissie worden conform Verordening nr. 1150/2000 van de Raad aangehouden op rekeningen die geopend zijn door de lidstaten voor de betaling van hun bijdragen (eigen middelen). Al deze rekeningen worden aangehouden bij de schatkist of de nationale centrale banken van de lidstaten. Deze instellingen houden voor de Commissie zo goed als geen krediet- of tegenpartijrisico in, aangezien het gaat om blootstelling op de lidstaten. Voor het deel van de kasmiddelen van de Commissie dat wordt aangehouden bij commerciële banken ter dekking van betalingen, worden de rekeningen precies op tijd aangevuld. Dit gebeurt automatisch door het kasmiddelenbeheersysteem van de afdeling thesaurie. Op elke rekening wordt het laagst mogelijk saldo aangehouden, rekening houdende met het gemiddelde bedrag van de betalingen die dagelijks vanaf die rekening worden verricht. Daarom is het totale bedrag dat overnight op deze rekeningen staat, voortdurend zeer laag (gemiddeld om en bij de 60 miljoen EUR, gespreid over 20 rekeningen). Hierdoor wordt de Commissie hier slechts in beperkte mate blootgesteld aan kredietrisico. Deze bedragen moeten worden gezien in het licht van het dagelijkse totaal van de kasmiddelensaldi, dat in 2015 schommelde tussen 300 miljoen EUR en 34 miljard EUR, en in het licht van het totale bedrag van de in 2015 verrichte betalingen (ruim 142 miljard EUR).

Bovendien worden specifieke richtsnoeren toegepast voor de selectie van de commerciële banken om het kredietrisico waaraan de Commissie is blootgesteld, nog verder te minimaliseren:

-Alle commerciële banken worden via openbare aanbestedingen geselecteerd. Om toegelaten te worden tot de aanbestedingsprocedures, moeten de banken minimaal over een kortetermijnrating beschikken van Moody's P-1 of gelijkwaardig. In bepaalde, naar behoren gerechtvaardigde, omstandigheden kan een lagere rating worden aanvaard.

-de kredietrating van de commerciële banken waarbij de Commissie rekeningen heeft, wordt dagelijks bekeken. Naar aanleiding van de financiële crisis werden strengere toezichtsmaatregelen en dagelijkse controles van de ratings van commerciële banken ingevoerd, die van toepassing zijn gebleven.

-In delegaties buiten de EU worden gelden ter goede rekening aangehouden bij lokale banken die geselecteerd worden met behulp van een vereenvoudigde aanbestedingsprocedure. De vereiste ratings zijn afhankelijk van de plaatselijke situatie en kunnen aanzienlijk verschillen van land tot land. Om de blootstelling aan kredietrisico te beperken worden de saldi op deze rekeningen zo laag mogelijk gehouden (waarbij rekening wordt gehouden met de operationele behoeften), worden deze rekeningen periodiek aangevuld en worden de toegepaste bovengrenzen jaarlijks herzien.

Geldboeten

Voorlopig geïnde geldboeten: deposito's

De banken die deposito’s houden voor de vóór 2010 ontvangen voorlopig geïnde geldboeten worden geselecteerd in een aanbestedingsprocedure volgens het risicobeheerbeleid waarin bepaalde eisen zijn vastgesteld qua kredietrating en het bedrag van de middelen die in verhouding tot het vermogen van de tegenpartij kunnen worden geplaatst.

Voor commerciële banken die specifiek zijn geselecteerd voor het deponeren van voorlopig geïnde geldboeten geldt als algemene regel een minimale langetermijnrating A (S&P of gelijkwaardig) en een minimale kortetermijnrating A-1 (S&P of gelijkwaardig). Er gelden specifieke maatregelen ingeval de rating van de banken in die groep wordt verlaagd. Daarnaast is het bedrag dat bij elke bank wordt gedeponeerd beperkt tot een bepaald percentage van haar eigen middelen, dat varieert volgens het ratingniveau van elke instelling. Bij de berekening van die limieten wordt ook rekening gehouden met de uitstaande garanties die diezelfde instelling aan de Commissie heeft verstrekt. Op gezette tijden wordt nagegaan of de uitstaande garanties voldoen aan de geldende eisen van het beleid.

Voorlopig geïnde geldboeten: BUFI-portefeuille

Voor de beleggingen uit voorlopig geïnde boeten neemt de Commissie het kredietrisico over. De blootstelling is het grootst op Frankrijk en Italië, die respectievelijk 32 % en 16 % van de totale nominale waarde van de portefeuille uitmaken.

Bankgaranties

Er zijn ook voor aanzienlijke bedragen aan garanties van financiële instellingen verstrekt aan de Commissie in verband met de geldboeten die zij oplegt aan ondernemingen die de EU-mededingingsregels niet naleven (zie toelichting 2.6.1.2). De ondernemingen die een geldboete moeten betalen, verstrekken deze garanties als alternatief voor voorlopige betalingen. In 2012 is het risicobeheerbeleid bij de aanvaarding van dergelijke garanties herzien en zijn er in het licht van de huidige financiële omgeving in de EU nieuwe eisen in verband met de kredietrating en beperkingen van het percentage per tegenpartij (volgens de eigen middelen van elke tegenpartij) vastgesteld. Op die manier blijft de Commissie zich verzekeren van een hoge kredietkwaliteit. Op gezette tijden wordt nagegaan of de uitstaande garanties voldoen aan de geldende eisen van het beleid.

Garantiefonds voor externe maatregelen

Overeenkomstig de tussen de EU en de EIB gesloten overeenkomst betreffende het beheer van het Garantiefonds dienen alle beleggingen (effecten, deposito's, enz.) de vereiste "investment grade” rating te hebben.

6.6Liquiditeitsrisico

Vervaldagenanalyse van de financiële verplichtingen op basis van de resterende tijd tot de contractuele vervaldag

miljoenen EUR

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Opgenomen leningen

7 218

9 660

39 982

56 860

Financiëleleaseschulden

75

392

1 256

1 723

Crediteuren

32 191

32 191

Overige

645

120

353

1 120

Totaal op 31.12.2015

40 130

10 173

41 591

91 894

Opgenomen leningen

8 727

15 386

34 357

58 470

Financiëleleaseschulden

81

366

1 309

1 755

Crediteuren

43 180

43 180

Overige

20

97

336

454

Totaal op 31.12.2014

52 008

15 849

36 002

103 859

Leningactiviteiten

Het liquiditeitsrisico dat voortvloeit uit leningsactiviteiten wordt meestal geneutraliseerd door leningen tegen soortgelijke voorwaarden (back-to-back-verrichtingen). Voor MFB en Euratom dient het Garantiefonds voor externe maatregelen als liquiditeitsreserve (of vangnet) ingeval de leners niet of laattijdig betalen. Voor het betalingsbalansmechanisme voorziet Verordening nr. 431/2009 in een procedure die voldoende tijd laat om middelen uit de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten te mobiliseren. Voor het EFSM voorziet Verordening nr. 407/2010 van de Raad in een soortgelijke procedure.

Kasverrichtingen

De begrotingsbeginselen van de EU garanderen dat de totale kasmiddelen voor het jaar volstaan om alle betalingen uit te voeren. De totale bijdragen van de lidstaten zijn in feite gelijk aan het bedrag van de betalingskredieten van het begrotingsjaar. De bijdragen van de lidstaten worden echter in de loop van het jaar ontvangen in twaalf maandelijkse tranches, terwijl de betalingen tot op zekere hoogte seizoensgebonden zijn. Verder worden de bijdragen van de lidstaten in verband met (gewijzigde) begrotingen die na de 16e van een bepaalde maand (N) zijn goedgekeurd, overeenkomstig Verordening nr. 1150/2000 van de Raad (eigenmiddelenverordening) pas in maand N+2 ter beschikking gesteld, terwijl de daarmee verband houdende betalingskredieten onmiddellijk beschikbaar zijn. Om ervoor te zorgen dat in elke maand de beschikbare kasmiddelen altijd toereikend zijn om de uit te voeren betalingen te dekken, worden procedures gevolgd om periodiek een prognose van de kasmiddelen te maken. Onder bepaalde voorwaarden en tot op zekere hoogte kunnen eigen middelen of aanvullende financiering vroegtijdig bij de lidstaten worden afgeroepen. Omdat de uitgaven seizoensgebonden zijn en er de voorbije jaren globale budgettaire beperkingen zijn, moet het tempo van de betalingen in de loop van het jaar meer van nabij worden gevolgd. Daarnaast zorgen automatische instrumenten voor kasmiddelenbeheer ervoor dat er dagelijks op elke bankrekening van de Commissie voldoende liquiditeit is om de dagelijkse verrichtingen te kunnen doen.

Garantiefonds voor externe maatregelen

Het fonds wordt beheerd volgens het beginsel dat de activa voldoende liquide moeten zijn om voor de betrokken verbintenissen te kunnen worden gemobiliseerd. Het fonds moet minstens 100 miljoen EUR in portefeuille houden met een looptijd van minder dan 12 maanden, die in monetaire instrumenten moeten worden belegd. Op 31 december 2015 beliepen deze beleggingen inclusief geldmiddelen, 173 miljoen EUR. Voorts moet minstens 20 % van de nominale waarde van het fonds bestaan uit monetaire instrumenten, obligaties met vaste rentevoet met een resterende looptijd van minder dan een jaar en obligaties met variabele rentevoet. Op 31 december 2015 bedroeg dit aandeel 28 %.

 

7.INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

7.1VERBONDEN PARTIJEN

De verbonden partijen van de EU zijn de andere geconsolideerde EU-entiteiten, de geassocieeerde deelnemingen en de leidinggevenden van die entiteiten. Verrichtingen tussen deze entiteiten maken deel uit van de normale verrichtingen van de EU en derhalve gelden er overeenkomstig de boekhoudregels van de EU geen specifieke verplichtingen tot informatieverschaffing voor deze verrichtingen.

7.2RECHTEN VAN LEIDINGGEVENDEN

Voor de informatieverschaffing over verrichtingen met verbonden partijen met betrekking tot de leidinggevenden van de EU, werden deze in vijf categorieën onderverdeeld:

Categorie 1: de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van het Hof van Justitie.

Categorie 2: de vicevoorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de andere vicevoorzitters van de Commissie.

Categorie 3: de secretaris-generaal van de Raad, de leden van de Commissie, de rechters en de advocaten-generaal van het Hof van Justitie, de voorzitter en de leden van het Gerecht van eerste aanleg, de voorzitter en de leden van het Gerecht voor ambtenarenzaken, de Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Categorie 4: de voorzitter en de leden van de Rekenkamer.

Categorie 5: de topambtenaren van de instellingen en agentschappen.

Overige informatie kan ook worden gevonden in het Statuut dat bekendgemaakt is op de Europa-website. Het Statuut is het officiële document waarin de rechten en plichten van alle ambtenaren van de EU zijn beschreven. Leidinggevenden hebben geen preferentiële leningen van de EU ontvangen.

GELDELIJKE RECHTEN VAN LEIDINGGEVENDEN

 

EUR

Rechten (per personeelslid)

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

Basissalaris (per maand)

26 167,89

23 702,80

18 962,24

20 479,22

12 057,21

24 650,91

21 332,52

21 806,58

18 962,24

Verblijfstoelage/Ontheemdingstoelage

15 %

15 %

15 %

15 %

0 – 4 % - 16 %

Gezinstoelagen:

Kostwinnerstoelage (% salaris)

2 % + 176,01

2 % + 176,01

2 % + 176,01

2 % + 176,01

2 % + 176,01

Kindertoelage

384,60

384,60

384,60

384,60

384,60

Voorschoolse toelage

93,95

93,95

93,95

93,95

93,95

Schooltoelage of

260,95

260,95

260,95

260,95

260,95

Schooltoelage buiten standplaats

521,90

521,90

521,90

521,90

521,90

Voorzitterstoelage

n.v.t.

n.v.t.

607,71

n.v.t.

n.v.t.

Representatietoelage

1 418,07

911,38

607,71

n.v.t.

n.v.t.

Jaarlijkse reiskosten

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Overdrachten naar lidstaten:

Schooltoelage*

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

% salaris*

5 %

5 %

5 %

5 %

5 %

% salaris zonder correctiecoëfficiënt

max. 25 %

max. 25 %

max. 25 %

max. 25 %

max. 25 %

Representatiekosten

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

n.v.t.

n.v.t.

Ambtsaanvaarding:

Inrichtingskosten

52 335,78

47 405,60

37 924,50

40 958,44

terugbetaald

49 301,82

42 665,04

43 613,16

Reiskosten familie

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

Verhuiskosten

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

Ambtsneerlegging:

Inrichtingskosten

26 167,89

23 702,80 -

18 962,24 -

20 479,22 -

terugbetaald

24 650,91

21 332,52

21 806,58

Reiskosten familie

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

Verhuiskosten

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

terugbetaald

Overbrugging (% salaris)**

40 % tot 65 %

40 % tot 65 %

40 % tot 65 %

40 % tot 65 %

n.v.t.

Ziektekostenverzekering

Gedekt

Gedekt

Gedekt

Gedekt

Gedekt

Pensioen (% salaris, vóór belastingen)

max. 70 %

max. 70 %

max. 70 %

max. 70 %

max. 70 %

Inhoudingen:

Belasting op salaris

8 % - 45 %

8 % - 45 %

8 % - 45 %

8 % - 45 %

8 % - 45 %

Ziektekostenverzekering (% salaris)

1,7 %

1,7 %

1,7 %

1,7 %

1,7 %

Speciale heffing op salaris

7 %

7 %

7 %

7 %

6 – 7 %

Pensioenbijdrage

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

10,1 %

Aantal personen aan het einde van het jaar

3

8

93

28

112

* Met toepassing van de correctiecoëfficiënt.

** Betaald gedurende de eerste drie jaar na vertrek.

8.GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM

Op de datum van aftekening van deze rekeningen zijn er buiten de hierna beschreven aangelegenheid geen relevante punten onder de aandacht gekomen van de rekenplichtige van de Commissie die een afzonderlijke vermelding in deze rubriek zouden vereisen. Evenmin waren dergelijke punten bij hem gemeld. Bij het opstellen van de rekeningen en de bijbehorende toelichtingen werd gebruikgemaakt van de recentste beschikbare gegevens en dit komt tot uiting in de hierboven opgenomen informatie.

Op 23 juni 2016 stemden de burgers van het Verenigd Koninkrijk ervoor de Europese Unie te verlaten. Om uitvoering te geven aan dit besluit van het Britse volk, moet artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden ingeroepen. Dit artikel beschrijft de procedure die moet worden gevolgd wanneer een lidstaat besluit de Europese Unie verlaten, en alleen wanneer dit artikel wordt geactiveerd kunnen de onderhandelingen over het vertrek van het Verenigd Koninkrijk beginnen. Overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Op het tijdstip van aftekening van deze rekeningen, heeft nog geen formele kennisgeving van de inleiding van artikel 50 plaatsgehad.

9.CONSOLIDATIEBEREIK

A. ENTITEITEN WAAROVER ZEGGENSCHAP WORDT UITGEOEFEND (52)

1. Instellingen en raadgevende organen (11)

Europees Parlement

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

Europese Raad

Europees Economisch en Sociaal Comité

Europese Commissie

Europese Ombudsman

Europese Rekenkamer

Comité van de Regio's

Hof van Justitie van de Europese Unie

Raad van de Europese Unie

Europese Dienst voor extern optreden

2. EU-agentschappen (39)

2.1. Uitvoerende agentschappen (6)

Uitvoerend Agentschap Onderwijs, audiovisuele media en cultuur

Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen

Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding

Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken

Uitvoerend Agentschap Onderzoek

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad

2.2. Gedecentraliseerde agentschappen (33)

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

Europees Geneesmiddelenbureau

Europees Spoorwegbureau

Europese Toezichtautoriteit voor het GNSS

Communautair Bureau voor plantenrassen

Europees Chemicaliënagentschap

Europees Bureau voor visserijcontrole

Fusion for Energy (Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie)

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

Eurojust

Europese Politieacademie (EPA)

Europees Genderinstituut

Europese Politiedienst (EUROPOL)

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging

Europees Milieuagentschap

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen

Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

Europese Bankautoriteit

Europese Autoriteit voor effecten en markten

Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

Europese Stichting voor opleiding

Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie

Europese Stichting voor de verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de EU

Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

EU-LISA (Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht)

3. Overige entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend (2)

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (in vereffening)

Europees Instituut voor innovatie en technologie

B. GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN (7)

Gemeenschappelijke onderneming SESAR

Gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake IMI2

Gemeenschappelijke onderneming brandstofcellen en waterstof 2

Gemeenschappelijke onderneming Ecsel

Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky 2

Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën*

Gemeenschappelijke onderneming Galileo in vereffening

C. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN (1)

Europees Investeringsfonds

*    Voor het eerst geconsolideerd in 2015.

 

EUROPESE UNIE

BEGROTINGSJAAR 2015

SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn opgeteld.

INHOUD

EU-BEGROTINGSRESULTAAT    

AANSLUITING TUSSEN HET ECONOMISCH RESULTAAT EN HET BEGROTINGSRESULTAAT    

STAAT VAN VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BEDRAGEN    

TOELICHTINGEN BIJ DE SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING    

1.    DE EU-BEGROTINGSCYCLUS    

1.1.    MEERJARIG FINANCIEEL KADER 2014-2020    

1.2.    BELEIDSTERREINEN    

1.3.    JAARLIJKSE BEGROTING    

2.    TOELICHTINGEN BIJ HET BEGROTINGSRESULTAAT VAN DE EU    

2.1.    BEREKENING VAN HET BEGROTINGSRESULTAAT    

2.2.    UITVOERING VAN DE EU-BEGROTING 2015    

3.    TOELICHTINGEN BIJ DE AANSLUITING TUSSEN HET ECONOMISCH RESULTAAT EN HET BEGROTINGSRESULTAAT    

4.    UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE EU-BEGROTING    

4.1.    OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING    

4.2.    UITVOERING VAN ONTVANGSTEN    

5.    UITVOERING VAN DE UITGAVENZIJDE VAN DE EU-BEGROTING    

5.1.    MFK: SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN    

5.2.    MFK: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN    

5.3.    MFK: BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN    

5.4.    MFK: ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL")    

5.5.    MFK: NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL") NAAR JAAR VAN OORSPRONG    

5.6.    PER BELEIDSGEBIED: SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN    

5.7.    PER BELEIDSGEBIED: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN    

5.8.    PER BELEIDSGEBIED: BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN    

5.9.    PER BELEIDSGEBIED: ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL")    

5.10.    PER BELEIDSGEBIED: NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL") NAAR JAAR VAN OORSPRONG    

5.11.    UITVOERING VAN DE UITGAVEN IN 2015    

6.    UITVOERING VAN DE BEGROTING VAN DE INSTELLINGEN EN AGENTSCHAPPEN    

6.1.    INSTELLINGEN: OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING    

6.2.    INSTELLINGEN: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN    

6.3.    INKOMSTEN AGENTSCHAPPEN: BEGROTINGSRAMINGEN, VASTGESTELDE RECHTEN EN ONTVANGEN BEDRAGEN    

6.4.    VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER AGENTSCHAP    

6.5.    BEGROTINGSRESULTAAT MET INBEGRIP VAN DE AGENTSCHAPPEN    



EU-BEGROTINGSRESULTAAT

miljoenen EUR

Toelichting

2015

2014

Ontvangsten van het begrotingsjaar

4.1

146 624

143 940

Betalingen uit de kredieten van het lopende jaar

5.3

(143 485)

(141 193)

Naar jaar n+1 overgedragen betalingskredieten

1 299

1 787

Annulering niet-bestede kredieten overgedragen uit jaar n-1

29

25

Ontwikkeling van bestemmingsontvangsten

(704)

336

Wisselkoersverschillen voor het jaar

182

110

Begrotingsresultaat*

2.2

1 347

1 432

* Waarvan de EVA goed is voor (2) miljoen EUR in 2015 en (3) miljoen EUR in 2014.

 

AANSLUITING TUSSEN HET ECONOMISCH RESULTAAT EN HET BEGROTINGSRESULTAAT

miljoenen EUR

2015

2014

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR

13 033

11 280

Ontvangsten

Rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld, maar nog niet geïnd zijn

(318)

(6 573)

Rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn

7 943

4 809

Toegerekende baten (netto)

(359)

(4 877)

Uitgaven

Toegerekende uitgaven (netto)

9 920

9 223

Uitgaven van een vorig jaar betaald in het lopende jaar

1 208

(821)

Netto-effect voorfinanciering

(4 831)

457

Betalingskredieten overgedragen naar volgend jaar

(2 195)

(1 979)

Betalingen gedaan uit overdrachten en annulering van niet-gebruikte betalingskredieten

1 979

1 858

Mutaties in voorzieningen

4 950

12 164

Overige

(1 671)

(1 719)

Economisch resultaat agentschappen en EGKS

169

170

BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR

1 347

1 432

Zie toelichting 3 voor meer uitleg over de aansluiting tussen het economisch resultaat en het begrotingresultaat.

Zie ook tabel 6.5, Begrotingsresultaat m.i.v. de agentschappen

 

STAAT VAN VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BEDRAGEN

BEGROTINGSONTVANGSTEN

miljoenen EUR

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen

Definitief goedge-keurde begroting

Ontvang-sten

1

Eigen middelen

139 639

9 971

129 667

130 738

waarvan douanerechten

16 701

1 934

18 635

18 607

waarvan btw

18 264

(241)

18 023

18 269

waarvan bni

104 548

11 664

92 884

94 009

3

Overschotten, saldi en correcties op eigen middelen

8 568

8 568

8 031

4

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

1 301

1 301

1 329

5

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instellingen

54

40

94

563

6

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma's van de Unie

60

60

4 198

7

Achterstandsrente en geldboeten

123

1 400

1 523

1 703

8

Opgenomen en verstrekte leningen

7

30

37

42

9

Diverse ontvangsten

30

30

19

Totaal

141 214

66

141 280

146 624

Zie toelichting 4 voor meer informatie over de uitvoering van de ontvangsten in 2015.


BEGROTINGSUITGAVEN: VASTLEGGINGEN PER RUBRIEK VAN HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER (MFK)

miljoenen EUR

Rubriek MFK

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedgekeur-de begroting

Aanvullen-de kredieten*

Totaal beschikbare kredieten

Gedane vastleggingen

1

Slimme en inclusieve groei

66 782

11 173

77 955

11 429

89 384

88 151

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

17 552

0

17 552

2 538

20 090

18 905

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

49 230

11 173

60 403

8 890

69 293

69 246

2

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

58 809

5 069

63 877

5 262

69 140

67 375

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

43 456

(1)

43 455

2 841

46 296

44 948

3

Veiligheid en burgerschap

2 147

375

2 522

347

2 869

2 826

4

Europa als wereldspeler

8 408

386

8 795

979

9 774

9 397

5

Administratie

8 660

(0)

8 660

765

9 425

9 154

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

3 667

(0)

3 667

420

4 087

3 954

6

Compensaties

8

Negatieve reserve

9

Speciale instrumenten

515

(51)

465

231

696

288

Totaal

145 322

16 952

162 273

19 013

181 286

177 190

* De aanvullende kredieten bevatten kredieten die zijn overgedragen van vorig jaar, bestemmingsontvangsten en kredieten die als gevolg van vrijmakingen beschikbaar komen.



BEGROTINGSUITGAVEN: BETALINGEN PER RUBRIEK VAN HET MEERJARIG FINANCIEEL KADER (MFK)

miljoenen EUR

Rubriek MFK

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedgekeur-de begroting

Aanvullen-de kredieten*

Totaal beschikbare kredieten

Gedane betalingen

1

Slimme en inclusieve groei

66 923

(347)

66 576

3 740

70 316

68 009

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

15 798

(189)

15 609

3 375

18 984

16 802

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

51 125

(158)

50 967

365

51 332

51 207

2

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

55 999

214

56 213

3 276

59 489

58 066

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

43 448

(1)

43 447

2 857

46 304

44 940

3

Veiligheid en burgerschap

1 860

104

1 963

92

2 055

2 019

4

Europa als wereldspeler

7 422

229

7 652

576

8 228

7 884

5

Administratie

8 659

0

8 659

1 526

10 185

8 978

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

3 667

(0)

3 667

877

4 543

3 791

6

Compensaties

8

Negatieve reserve

9

Speciale instrumenten

352

(134)

218

105

322

288

Totaal

141 214

66

141 280

9 314

150 595

145 243

* De aanvullende kredieten bevatten kredieten die zijn overgedragen van vorig jaar, bestemmingsontvangsten en kredieten die als gevolg van vrijmakingen beschikbaar komen.

Zie voor meer informatie over de uitvoering van de uitgaven in 2015 toelichting 5 en voor de uitleg hierover toelichting 5.11.

 

TOELICHTINGEN BIJ DE SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING

1.DE EU-BEGROTINGSCYCLUS

De begrotingsboekhouding wordt gevoerd overeenkomstig het Financieel Reglement (FR) en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. De algemene begroting, het voornaamste instrument van het financiële beleid van de Unie, is het besluit waarbij elk jaar de ontvangsten en uitgaven van de Unie worden geraamd en toegestaan. In overeenstemming met het FR zijn er twee belangrijke onderdelen: het meerjarig financieel kader (MFK), waarin de belangrijkste maxima voor een periode van 7 jaar zijn vastgesteld, en de jaarlijkse begrotingsprocedure.

1.1.MEERJARIG FINANCIEEL KADER 2014-2020

miljoenen EUR

Rubriek

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal

1. Slimme en inclusieve groei

52 756

77 986

69 304

72 386

75 271

78 752

82 466

508 921

1a. Concurrentievermogen voor groei en banen

16 560

17 666

18 467

19 925

21 239

23 082

25 191

142 130

1b. Economische, sociale en territoriale samenhang

36 196

60 320

50 837

52 461

54 032

55 670

57 275

366 791

2. Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

49 857

64 692

64 262

60 191

60 267

60 344

60 421

420 034

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

43 779

44 190

43 950

44 145

44 162

44 240

44 263

308 729

3. Veiligheid en burgerschap

1 737

2 456

2 546

2 578

2 656

2 801

2 951

17 725

4. Europa als wereldspeler

8 335

8 749

9 143

9 432

9 825

10 268

10 510

66 262

5. Administratie

8 721

9 076

9 483

9 918

10 346

10 786

11 254

69 584

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

7 056

7 351

7 679

8 007

8 360

8 700

9 071

56 224

6. Compensaties

29

29

8. Negatieve reserve

9. Speciale instrumenten

Vastleggingskredieten:

121 435

162 959

154 738

154 505

158 365

162 951

167 602

1 082 555

Totaal betalingskredieten:

135 762

142 007

144 685

142 771

149 074

153 362

156 295

1 023 956

In de bovenstaande tabel worden de maxima van het MFK tegen de huidige prijzen getoond. 2015 was het tweede begrotingsjaar onder het nieuwe MFK voor de periode 2014-2020. Het totale maximum van de vastleggingskredieten voor 2015 bedroeg 162 959 miljoen EUR, hetgeen overeenkomt met 1,17 % van het bni, en het overeenkomstige maximum voor betalingskredieten bedroeg 142 007 miljoen EUR, oftewel 1,02 % van het bni.

De niet-bestede vastleggingskredieten van 2014 zijn voor 2015 en 2016 opnieuw geprogrammeerd (overeenkomstig artikel 19 MFK) bij Verordening (EU, Euratom) 2015/623 van 21 april 2015 (PB L 103 van 22 april 2015, blz. 1) en ging gepaard met een herziening van de MFK-maxima en een overeenkomstige gewijzigde begroting voor 2015. Dit had in 2015 vooral gevolgen voor rubriek 1b (11,2 miljard EUR) en rubriek 2 (5 miljard EUR), en in 2016 had de belangrijkste wijziging betrekking op rubriek 2 (4,4 miljard EUR).

Voor het MFK 2014-2020 zijn nieuwe flexibiliteitsbepalingen overeengekomen. Een van de nieuwe bepalingen maakt het mogelijk onbenutte marge onder de maxima voor de betalingskredieten over de dragen naar volgende jaren, via de globale marge voor betalingen in het kader van de technische aanpassing van het MFK voor het volgende jaar. Het niet-bestede bedrag van 2014 (104 miljoen EUR in lopende prijzen van 2014) is overgedragen naar 2015 (106 miljoen EUR in lopende prijzen van 2015) en de maxima van 2014 en 2015 zijn dienovereenkomstig aangepast – zie de technische aanpassing van het MFK voor 2016 (COM(2015) 320 final van 22 mei 2015).

Hieronder wordt uitleg gegeven over de verschillende rubrieken van het MFK:

Rubriek 1 - Slimme en inclusieve groei

Deze rubriek is onderverdeeld in twee afzonderlijke, maar onderling afhankelijke componenten:

(3)concurrentiekracht ter bevordering van groei en banen, die uitgaven bevat voor onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding, financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, sociaal beleid, de interne markt en bijbehorende beleidslijnen;

(4)economische, sociale en territoriale samenhang, bedoeld om de convergentie van de minst ontwikkelde lidstaten en regio's te verhogen, om de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling buiten de minder welvarende regio's aan te vullen en om de interregionale samenwerking te steunen.

Rubriek 2 – Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

Rubriek 2 omvat gemeenschappelijke beleidslijnen voor landbouw en visserij, maatregelen voor plattelandsontwikkeling en milieu, meer bepaald Natura 2000.

Rubriek 3 - Veiligheid en burgerschap

Rubriek 3 (veiligheid en burgerschap) weerspiegelt het groeiend belang dat wordt gehecht aan bepaalde domeinen waarin de EU nieuwe opdrachten heeft gekregen, meer bepaald justitie en binnenlandse zaken, bescherming van de grenzen, immigratie- en asielbeleid, gezondheidszorg en consumentenbescherming, cultuur, jeugd, informatie en de dialoog met de burgers.

Rubriek 4 - Europa als wereldspeler

Rubriek 4 heeft betrekking op alle externe maatregelen, inclusief ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, pretoetredings- en nabuurschapsinstrumenten. Het EOF maakt geen deel uit van de EU-begroting en evenmin van het MFK.

Rubriek 5 — Administratie

Deze rubriek heeft betrekking op de administratieve uitgaven van alle instellingen, de pensioenen en de Europese Scholen. Voor de andere instellingen dan de Commissie vormen de administratieve uitgaven al hun uitgaven.

Rubriek 6 — Compensaties

Overeenkomstig het politieke akkoord dat nieuwe lidstaten helemaal aan het begin van hun lidmaatschap geen nettobetalers aan de begroting zouden worden, is hiervoor in deze rubriek voorzien in een compensatie. Dit bedrag zal beschikbaar worden gesteld via overschrijvingen om hun begrotingsontvangsten en -bijdragen in evenwicht te brengen.

1.2.BELEIDSTERREINEN

Als onderdeel van het activiteitsgestuurd beheer (activity based management, afgekort ABM) voert de Commissie voor haar plannings- en beheersprocessen de activiteitsgestuurde begroting (activity based budgeting, afgekort ABB) in. Het gaat daarbij om een begrotingsstructuur waarin de begrotingstitels overeenkomen met beleidsterreinen en de begrotingshoofdstukken met activiteiten. Met de activiteitsgestuurde begroting wordt beoogd een duidelijk kader te verschaffen voor de omzetting van de beleidsdoelstellingen van de Commissie in acties door wetgeving, door financiële middelen of door andere middelen van openbaar beleid. Door alles wat de Commissie doet, te structureren in termen van activiteiten, wordt een duidelijk beeld gegeven van wat de Commissie onderneemt en tegelijkertijd een gemeenschappelijk kader geboden voor de vaststelling van prioriteiten. In de begrotingsprocedure worden middelen toegewezen aan prioriteiten, waarbij de activiteiten worden gebruikt als de bouwstenen voor budgetteringsdoeleinden. Door een verband te leggen tussen activiteiten en de aan deze activiteiten toegewezen middelen wordt met de activiteitsgestuurde begroting getracht binnen de Commissie de efficiëntie en de doeltreffendheid bij het gebruik van de middelen te verhogen.

Een beleidsterrein kan worden gedefinieerd als een homogene groep activiteiten die een onderdeel van de werkzaamheden van de Commissie vormt, wat van belang is voor het besluitvormingsproces. Elk beleidsterrein stemt doorgaans met een directoraat-generaal overeen en omvat gemiddeld ongeveer zes of zeven afzonderlijke activiteiten. Bij de meeste van deze beleidsterreinen gaat het om activiteiten ten behoeve van derden. De beleidsbegroting wordt aangevuld met de nodige administratieve uitgaven voor elk beleidsterrein.

1.3.JAARLIJKSE BEGROTING

Elk jaar maakt de Commissie voor het komende jaar een raming op van de ontvangsten en uitgaven van alle instellingen en stelt zij een ontwerpbegroting op die zij bij de begrotingsautoriteit indient. Op basis van deze ontwerpbegroting stelt de Raad zijn standpunt vast, waarover de twee takken van de begrotingsautoriteit vervolgens onderhandelen. De vaststelling van het gemeenschappelijk ontwerp wordt geconstateerd door de voorzitter van het Europees Parlement, die daarmee de begroting uitvoerbaar maakt. De gewijzigde begrotingen worden in de loop van het jaar in kwestie goedgekeurd. De uitvoering van de begroting is een opdracht die vooral toevalt aan de Commissie.

De begrotingsstructuur voor de Commissie bestaat uit administratieve en beleidskredieten. De overige instellingen hebben alleen administratieve kredieten. De begroting onderscheidt nog twee soorten kredieten: niet-gesplitste en gesplitste. Niet-gesplitste kredieten zijn bestemd voor de financiering van verrichtingen die beperkt zijn tot het jaar (en voldoen aan het jaarperiodiciteitsbeginsel). Gesplitste kredieten worden gebruikt om het jaarperiodiciteitsbeginsel te verzoenen met de financiering van meerjarenacties. De gesplitste kredieten bestaan uit vastleggingskredieten en betalingskredieten:

vastleggingskredieten: dekken de totale kosten van de juridische verbintenissen die tijdens het begrotingsjaar zijn aangegaan voor maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over verschillende begrotingsjaren uitstrekt. De begrotingsvastleggingen voor acties die zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekken, mogen echter door middel van jaartranches over verschillende jaren worden gespreid wanneer het basisbesluit daarin voorziet;

betalingskredieten: dekken de uitgaven die voortvloeien uit de nakoming van de verplichtingen die in het begrotingsjaar en/of in vorige begrotingsjaren zijn aangegaan.

Herkomst van de kredieten

De belangrijkste bron van kredieten is de goedgekeurde begroting van de Unie van het lopende jaar. Er zijn daarnaast nog andere soorten kredieten die voortvloeien uit de bepalingen van het Financieel Reglement. Het gaat om kredieten die afkomstig zijn van voorgaande begrotingsjaren of van externe bronnen. Derhalve kunnen kunnen naar herkomst de volgende soorten kredieten worden onderscheiden:

begrotingskredieten van de oorspronkelijk goedgekeurde begroting en de gewijzigde begrotingen;

van vorig jaar overgedragen kredieten;

bestemmingsontvangsten, bestaande uit terugbetalingen, EVA-kredieten, ontvangsten van derden/andere landen, werkzaamheden voor derden en wederopgevoerde kredieten na terugbetaling van voorschotten.

Samenstelling van de totale beschikbare begroting

Oorspronkelijk goedgekeurde begroting = kredieten goedgekeurd in jaar n–1;

Gewijzigde goedgekeurde begrotingen;

Aanvullende kredieten = bestemmingsontvangsten + van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten en na vrijmakingen wederopgevoerde kredieten.

 

2.TOELICHTINGEN BIJ HET BEGROTINGSRESULTAAT VAN DE EU

2.1.BEREKENING VAN HET BEGROTINGSRESULTAAT

Het begrotingsresultaat van de EU wordt in de loop van het volgende jaar terugbetaald aan de lidstaten door een vermindering van de bedragen die zij voor dat jaar zijn verschuldigd.

De eigen middelen worden geboekt op basis van de bedragen waarmee de door de lidstaten voor de Commissie geopende rekeningen in de loop van het jaar worden gecrediteerd. In het geval van een overschot omvatten de ontvangsten ook het begrotingsresultaat van het vorige begrotingsjaar. De overige ontvangsten worden geboekt op basis van de in de loop van het jaar werkelijk geïnde bedragen.

Voor de berekening van het begrotingsresultaat van het jaar worden onder uitgaven verstaan de betalingen uit de kredieten van het jaar, vermeerderd met de kredieten van hetzelfde jaar die naar het volgende jaar zijn overgedragen. De betalingen uit de kredieten van het jaar zijn die welke uiterlijk op 31 december van dat begrotingsjaar door de rekenplichtige worden verricht. Voor het ELGF worden als betalingen die betalingen geboekt die de lidstaten tussen 16 oktober n–1 en 15 oktober n hebben verricht, voor zover de vastlegging en de betalingsopdracht uiterlijk op 31 januari n+1 door de rekenplichtige zijn ontvangen. Ten aanzien van de uitgaven van het ELGF kan een latere conformiteitsbeschikking worden genomen, nadat in de lidstaten controles zijn verricht.

Het begrotingsresultaat omvat twee elementen: het resultaat van de EU en het resultaat van de deelneming van de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER). Overeenkomstig artikel 15 van Verordening nr. 1150/2000 betreffende de eigen middelen is dit resultaat het verschil tussen:

de totale begrotingsontvangsten van het begrotingsjaar en

het bedrag van de betalingen uit de kredieten van het begrotingsjaar, vermeerderd met de kredieten van hetzelfde jaar die naar het volgende jaar zijn overgedragen.

Dit verschil wordt vermeerderd of verminderd met:

het nettobedrag dat voortvloeit uit de annulering van uit vorige jaren overgedragen betalingskredieten en de bij de betalingen door veranderingen van de wisselkoersen van de euro opgetreden overschrijdingen van de niet-gesplitste kredieten die van het vorige jaar zijn overgedragen;

de ontwikkeling van de bestemmingsontvangsten en

de gedurende het jaar geboekte netto wisselkoerswinsten en -verliezen.

Van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten die betrekking hebben op bijdragen van en werkzaamheden voor derden worden uiteraard nooit geannuleerd en worden opgenomen als aanvullende kredieten voor het begrotingsjaar. Dit verklaart het verschil tussen de van het voorafgaande jaar overgedragen kredieten in de verslagen over de uitvoering van de begroting 2015 en de naar het volgende jaar overgedragen kredieten in de verslagen over de uitvoering van de begroting 2014. Wederopgevoerde kredieten na terugstorting van vooruitbetalingen maken geen deel uit van het resultaat van het begrotingsjaar.

De overgedragen betalingskredieten omvatten: overdrachten van rechtswege en overdrachten bij besluit. De annulering van niet-bestede betalingskredieten die van het vorige jaar zijn overgedragen toont de annuleringen van kredieten die van rechtswege zijn overgedragen en kredieten die bij besluit zijn overgedragen.

2.2.UITVOERING VAN DE EU-BEGROTING 2015

Begrotingsoverschot van 1,3 miljard EUR:

Het overschot is hoofdzakelijk afkomstig van de ontvangstenzijde, met name van de herziening van de bni- en btw-middelen van 2014 die door de lidstaten in 2015 is vereffend.

De rest van het overschot (182 miljoen EUR) is afkomstig van wisselkoerswinsten.

Ontvangsten:

De ontvangsten, ten bedrage van 146,6 miljard EUR, vielen 5,3 miljard EUR hoger uit dan de definitief goedgekeurde begroting, voornamelijk als gevolg van de bestemmingsontvangsten onder de rubrieken 5 en 6 — zie tabel 4.1 hieronder;

De ontvangsten uit geldboeten van 1,3 miljard EUR zijn gebruikt om de toegenomen behoefte aan betalingskredieten te financieren.

Er was in 2014 sprake van een uitermate hoge herziening van de eigen middelen op basis van het bni (9,5 miljard EUR) voor de periode tot 2002. Dit had een aanzienlijke impact op de begrotingsontvangsten voor 2015, aangezien deze bedragen pas in 2015 werden betaald.

Uitgaven:

De definitief goedgekeurde betalingskredieten, exclusief speciale instrumenten, bedroegen in totaal 141,1 miljard EUR, of 1,6 % meer dan in 2014 — zie tabel 5.1).

Er werden in totaal 145,2 miljard EUR betalingen gedaan (2014: 142,5 miljard EUR) – zie tabel 5.3.

Vastleggingen en RAL:

De uitvoering van de beschikbare vastleggingskredieten van 181,3 miljard EUR beliep 97,7 % — zie tabel 5.2.

De nog betaalbaar te stellen vastleggingen ("RAL") stegen van 189,6 miljard EUR eind 2014 tot 217,7 miljard EUR eind 2015 — zie tabel 5.4. Dit weerspiegelt de toenemende uitvoering van vastleggingen van de nieuwe programmeringsperiode.

In het verslag over het begrotings- en financieel beheer — Begrotingsjaar 2015 van de Commissie, deel A (overzicht op begrotingsniveau) en deel B (over elke rubriek van het meerjarig financieel kader afzonderlijk), is een gedetailleerde analyse opgenomen van de begrotingsaanpassingen, hun specifieke context, hun motivering en hun effect.

 

3.TOELICHTINGEN BIJ DE AANSLUITING TUSSEN HET ECONOMISCH RESULTAAT EN HET BEGROTINGSRESULTAAT

In overeenstemming met het Financieel Reglement wordt het economisch resultaat van het jaar berekend op transactiebasis, terwijl het begrotingsresultaat op het gewijzigdekasbeginsel wordt gebaseerd. Aangezien het economisch resultaat en het begrotingsresultaat het gevolg zijn van dezelfde onderliggende verrichtingen, is het nuttig om de aansluiting tussen beide te controleren.

Afstemmingsposten — ontvangsten

De werkelijke begrotingsontvangsten van een begrotingsjaar zijn gelijk aan de bedragen die worden geïnd van in de loop van het jaar vastgestelde rechten en de bedragen die worden geïnd van rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld. Daarom moeten de rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld maar nog niet geïnd zijn ten behoeve van de aansluiting van het economisch resultaat worden afgetrokken, aangezien ze geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn, ten behoeve van de aansluiting bij het economisch resultaat worden opgeteld.

De netto toegerekende baten bestaan hoofdzakelijk uit toegerekende baten voor de landbouw, eigen middelen en rente en dividenden. Alleen het netto-effect, d.w.z. de toegerekende baten voor het lopende jaar verminderd met de teruggeboekte toegerekende baten van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

Afstemmingsposten — uitgaven

De netto toegerekende uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit uitgaven die toegerekend zijn met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar, d.w.z. subsidiabele uitgaven die begunstigden van EU-middelen hebben gedaan, maar nog niet aan de Commissie hebben gedeclareerd. Hoewel toegerekende uitgaven niet als begrotingsuitgaven worden beschouwd, maken de betalingen die in het lopende jaar zijn verricht in verband met facturen die in vorige jaren zijn geboekt, wel deel uit van de begrotingsuitgaven van het lopende jaar.

Het netto-effect van voorfinanciering is de combinatie van 1) de nieuwe voorfinancieringsbedragen die in het lopende jaar zijn betaald en als begrotingsuitgaven van het jaar geboekt zijn, en 2) de goedkeuring van de voorfinancieringen die in het lopende jaar of in vorige jaren werden betaald ten gevolge de aanvaarding van subsidiabele kosten. De laatste zijn wel toegerekende uitgaven, doch geen uitgave in de begrotingsboekhouding, aangezien de aanvankelijke voorfinanciering reeds als een begrotingsuitgave werd beschouwd op het ogenblik van de betaling.

Naast de betalingen die verricht zijn uit de kredieten van het jaar, dienen de kredieten voor dat jaar die naar het volgende jaar worden overgedragen ook in aanmerking te worden genomen voor de berekening van het begrotingsresultaat van het jaar (overeenkomstig artikel 15 van Verordening nr. 1150/2000). Hetzelfde geldt voor begrotingsbetalingen die in het lopende jaar zijn gedaan uit van voorgaande jaren overgedragen kredieten en de annulering van niet-bestede betalingskredieten.

De mutatie in de voorzieningen heeft betrekking op ramingen die aan het einde van het jaar in de financiële staten zijn gedaan (hoofdzakelijk personeelsbeloningen) die geen invloed hebben op de begrotingsboekhouding. Andere afstemmingsbedragen zijn verschillende elementen zoals de waardevermindering van activa, de aankoop van activa, financiële leaseverplichtingen en financiële participaties, waarvan de behandeling in de begrotingsboekhouding en in de boekhouding op transactiebasis verschilt.

 

4.UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE EU-BEGROTING

 

4.1.OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING

miljoenen EUR

Titel

Begrotingskredieten

Vastgestelde rechten

Ontvangsten

Ontvangsten als %

Nog te ontvangen

Oorspron-kelijk goedge-keurde begroting

Definitief goedge-keurde begroting

Lopend jaar

Overge-dragen

Totaal

Op rechten van lopend jaar

Op overgedra-gen rechten

Totaal

% van de begroting

1

Eigen middelen

139 639

129 667

130 733

32

130 766

130 729

9

130 738

100,83 %

28

3

Overschotten, saldi en aanpassingen

8 568

2 624

5 407

8 031

2 624

5 407

8 031

93,74 %

4

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie

1 301

1 301

1 334

8

1 343

1 320

8

1 329

102,12 %

14

5

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instellingen

54

94

560

21

581

548

15

563

596,25 %

17

6

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma's van de Unie

60

60

4 202

271

4 473

4 065

133

4 198

6996,33 %

275

7

Achterstandsrente en geldboeten

123

1 523

480

8 016

8 497

256

1 447

1 703

111,82 %

6 793

8

Opgenomen en verstrekte leningen

7

37

45

3

48

39

3

42

114,97 %

6

9

Diverse ontvangsten

30

30

21

9

30

18

1

19

64,21 %

10

Totaal

141 214

141 280

139 999

13 768

153 768

139 599

7 024

146 624

103,78 %

7 144



miljoenen EUR

Detail titel 1: Eigen middelen

Hoofdstuk

Begrotingskredieten

Vastgestelde rechten

Ontvangsten

Ontvangsten als

Nog te ontvangen

Oorspron-kelijk goedge-keurde begroting

Definitief goedge-keurde begroting

Lopend jaar

Overge-dragen

Totaal

Op rechten van lopend jaar

Op overgedra-gen rechten

Totaal

% van de begroting

11

Suikerheffingen

125

125

124

124

124

124

99,21 %

12

Douanerechten

16 701

18 635

18 602

32

18 634

18 597

9

18 607

99,85 %

28

13

Btw

18 264

18 023

18 269

18 269

18 269

18 269

101,36 %

14

Bni

104 548

92 884

94 009

94 009

94 009

94 009

101,21 %

15

Correctie van begrotingsonevenwichtigheden

(270)

(270)

(270)

(270)

-

Totaal

139 639

129 667

130 733

32

130 766

130 729

9

130 738

100,83 %

28

miljoenen EUR

Detail titel 3: Overschotten, saldi en aanpassingen

Hoofdstuk

Begrotingskredieten

Vastgestelde rechten

Ontvangsten

Ontvangsten als

Nog te ontvangen

Oorspron-kelijk goedge-keurde begroting

Definitief goedge-keurde begroting

Lopend jaar

Overge-dragen

Totaal

Op rechten van lopend jaar

Op overgedra-gen rechten

Totaal

% van de begroting

30

Overschot van het voorgaande begrotingsjaar

1 435

1 435

1 435

1 435

1 435

100,00 %

31

Btw-saldi

(193)

24

(205)

(182)

24

(205)

(182)

94,40 %

32

Bni-saldi

7 326

1 346

5 613

6 958

1 346

5 613

6 958

94,98 %

(0)

34

Aanpassing i.v.m. niet-participatie in het beleid inzake justitie en binnenlandse zaken

(7)

(7)

(7)

(7)

-

35

Correctie voor het Verenigd Koninkrijk – aanpassing

(27)

(27)

(27)

(27)

-

36

Correctie voor het Verenigd Koninkrijk - tussentijdse berekening

(146)

(146)

(146)

(146)

-

Totaal

8 568

2 624

5 407

8 031

2 624

5 407

8 031

93,74 %

 

4.2.UITVOERING VAN ONTVANGSTEN

5.Overzicht van de ontvangsten in 2015

De vastleggingskredieten bedroegen in de oorspronkelijk goedgekeurde EU-begroting, die op 17 december 2014 door de voorzitter van het Europees Parlement werd ondertekend, 141 214 miljoen EUR, voor 139 639 miljoen EUR uit eigen middelen te financieren. De geraamde ontvangsten en uitgaven in de oorspronkelijke begroting worden doorgaans in de loop van het begrotingsjaar aangepast en die wijzigingen worden in gewijzigde begrotingen opgenomen. Wijzigingen in de eigenmiddelenbetalingen op basis van het bni garanderen dat de begrote ontvangsten precies overeenstemmen met de begrote uitgaven. In overeenstemming met het evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten en de uitgaven van de begroting (betalingskredieten) in evenwicht zijn.

In 2015 werden acht gewijzigde begrotingen goedgekeurd. Daarmee rekening gehouden bedroegen de totale definitieve ontvangsten voor 2015 141 280 miljoen EUR. Die werden voor een totaal van 129 667 miljoen EUR (dus 9 972 miljoen EUR minder dan aanvankelijk geraamd) uit eigen middelen gefinancierd en voor de rest uit andere ontvangsten. Het verschil is in hoofdzaak toe te schrijven aan het overschot van het vorige begrotingsjaar, de buitengewone inkomsten uit btw- en bni-aanpassingen van voorgaande jaren en boetes, die voor een aanzienlijke vermindering van de aanvullende bni-bijdrage van de lidstaten zorgden. Wat het resultaat van de eigen middelen betreft, lag de inning van traditionele eigen middelen zeer dicht bij de geraamde bedragen. Dit komt voornamelijk doordat de begrotingsramingen werden gewijzigd bij het opstellen van gewijzigde begroting nr. 6/2015 (verhoging met 1 134 miljoen EUR volgens de nieuwe prognoses van het voorjaar 2015). Bij de gewijzigde begroting nr. 8/2015 werden de begrotingsramingen opnieuw gewijzigd om rekening te houden met het werkelijke ritme van inning. Ze werden daarom een tweede keer verhoogd, met 800 miljoen EUR.

De definitieve btw- en bni-betalingen van de lidstaten lagen ook dicht bij de laatste begrotingsraming. De verschillen tussen de geraamde bedragen en de werkelijk betaalde bedragen worden veroorzaakt door de verschillen tussen de eurokoersen die voor begrotingsdoeleinden zijn gebruikt en de koersen die golden op het ogenblik waarop de lidstaten die geen deel uitmaken van de EMU, hun betalingen daadwerkelijk hebben verricht.

De saldi van de btw- en bni-middelen in 2014 bevatten belangrijke herzieningen van het bni die teruggingen tot 2002. Daarom was de aanpassing, voor een totaal van 9,5 miljard EUR voor alle EU-lidstaten, van ongekende omvang. Om het hoofd te bieden aan de buitengewone situatie, heeft de Raad op 18 december 2014 een voorstel van de Commissie (Verordening (EU, Euratom) nr. 1377/2014 van de Raad van 18 december 2014) goedgekeurd op grond waarvan de lidstaten de betaling onder strikte voorwaarden tot 1 september 2015 rentevrij konden uitstellen. Dienovereenkomstig kozen zes lidstaten ervoor hun aanpassingen in 2015 te betalen. Het ging bij de uitgestelde betaling om 5,4 miljard EUR. De normale aanpassing voor 2015 bedroeg 1,4 miljard EUR. De rubriek "Ontvangsten, bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma's van de EU" betreft voornamelijk ontvangsten van het ELFG en het Elfpo (uit hoofde van de goedkeuring van de rekeningen en onregelmatigheden), de deelname van derde landen aan onderzoeksprogramma's en andere bijdragen en terugbetalingen aan programma's/activiteiten van de EU. Een aanzienlijk deel van dit totaal bestaat uit bestemmingsontvangsten, wat doorgaans aanleiding geeft tot de opname van aanvullende kredieten op de uitgavenzijde.

Gewijzigde begroting nr. 8/2015 bevat voor in totaal 1 345 miljoen EUR aan aan ondernemingen opgelegde boeten en daarmee verband houdende rente opgenomen die bekend waren toen het overeenkomstige ontwerp van gewijzigde begroting werd opgesteld. Op 31 december 2015 werden andere geldboeten definitief, ofwel na een definitief arrest of omdat de ondernemingen geen beroep instelden tegen nieuwe besluiten inzake geldboeten.

6.Ontvangsten uit eigen middelen

De grote meerderheid van ontvangsten komt voort uit eigen middelen. Dit is vastgelegd in artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat bepaalt: "De begroting wordt, onverminderd andere ontvangsten, volledig uit eigen middelen gefinancierd." Het grootste deel van de begrotingsuitgaven wordt uit de eigen middelen gefinancierd.

De eigen middelen kunnen worden ingedeeld in de volgende categorieën:

(1)De traditionele eigen middelen omvatten douanerechten en suikerheffingen. Deze eigen middelen zijn verschuldigd door marktdeelnemers en worden geïnd door de lidstaten in naam van de EU. De lidstaten behouden echter 25 % als vergoeding voor hun inningskosten (20 % volgens Besluit 2014/335/EU van de Raad van 26 mei 2014 in afwachting van voltooiing van het ratificatieproces voor toepassing met terugwerkende kracht vanaf 2014). Douanerechten worden geheven op de invoer van producten die uit derde landen komen, aan tarieven die gebaseerd zijn op het gemeenschappelijk douanetarief. Suikerheffingen worden door de suikerproducenten betaald om de uitvoerrestituties voor suiker te financieren. De traditionele eigen middelen zijn gewoonlijk goed voor circa 13 % van de totale ontvangsten uit eigen middelen.

(2)De eigen middelen gebaseerd op de belasting op de toegevoegde waarde (btw) worden geheven op basis van de btw-grondslagen van de lidstaten, die voor dit doel geharmoniseerd worden volgens de regels van de EU. Hetzelfde percentage wordt geheven op de geharmoniseerde grondslag van elke lidstaat. De btw-grondslag die in aanmerking dient te worden genomen, wordt echter afgetopt op 50 % van het bni van elke lidstaat. De btw-middelen zijn gewoonlijk goed voor ongeveer 13 % van de ontvangsten uit eigen middelen.

(3)De bni-middelen worden gebruikt om de ontvangsten en uitgaven van de begroting in evenwicht te brengen, d.w.z. om dat deel van de begroting te financieren dat niet gedekt wordt door andere bronnen van ontvangsten. Op het bni van elke lidstaat wordt hetzelfde percentage geheven, dat wordt vastgesteld volgens de regels van de EU. De bni-middelen zijn gewoonlijk goed voor ongeveer 74 % van de ontvangsten uit eigen middelen.

De toewijzing van eigen middelen gebeurt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld in Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de EU (EMB 2007). Voor de periode 2014-2020 is een nieuw besluit tot vaststelling van het systeem van eigen middelen van de EU vastgesteld (EMB 2014: Besluit 2014/335/EU, Euratom van de Raad van 26 mei 2014). Het EMB 2014 treedt in werking zodra het door alle lidstaten is geratificeerd volgens hun grondwettelijke voorschriften (naar verwachting in 2016). Tot dan blijft het EMB 2007 geldig. Wanneer het besluit in werking treedt, zal er in het begrotingsjaar rekening worden gehouden met de terugwerkende effecten (het EMB 2014 is per 1 januari 2014 van toepassing).

7.Traditionele eigen middelen

Elk vastgesteld bedrag aan traditionele eigen middelen moet in één van beide door de bevoegde autoriteiten gevoerde boekhoudingen worden opgenomen:

in de "normale" boekhouding als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000: elk geïnd of gegarandeerd bedrag;

in de "specifieke" boekhouding als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder b), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000: elk nog niet geïnd en/of niet gegarandeerd bedrag; de gegarandeerde, maar betwiste bedragen kunnen ook in deze boekhouding worden opgenomen.

Voor de specifieke boekhouding zenden de lidstaten de Commissie een kwartaaloverzicht toe, met daarin:

het saldo dat in het vorige kwartaal nog moest worden geïnd;

de in het betrokken kwartaal geïnde bedragen,

rectificaties van de grondslag (correcties/annuleringen) in het betrokken kwartaal;

de afgeschreven bedragen (die overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening nr. 1150/2000 niet ter beschikking kunnen worden gesteld);

de in het betrokken kwartaal geïnde bedragen;

het aan het eind van het betrokken kwartaal nog te innen saldo.

Traditionele eigen middelen moeten uiterlijk op de eerste werkdag na de 19e van de tweede maand die volgt op de maand waarin het recht is vastgesteld (of geïnd in het geval van de specifieke boekhouding), worden geboekt op de rekening van de Commissie bij de schatkist of het door de lidstaat aangewezen orgaan. De lidstaten behouden 25 % van de traditionele eigen middelen als vergoeding voor hun inningskosten (20 % volgens Besluit 2014/335/EU van de Raad van 26 mei 2014 in afwachting van voltooiing van het ratificatieproces voor toepassing met terugwerkende kracht vanaf 2014). De voorwaardelijke rechten op eigen middelen worden aangepast naargelang het waarschijnlijk is dat ze zullen worden geïnd.

8.Bni- en btw-middelen

De btw-middelen vloeien voort uit de toepassing van een voor alle lidstaten geldend uniform percentage op de geharmoniseerde btw-grondslag, die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van het eigenmiddelenbesluit van 2007. Het uniforme percentage is vastgesteld op 0,30 %, met uitzondering van de periode 2007-2013, waarin het percentage was vastgesteld op 0,225 % voor Oostenrijk, 0,15 % voor Duitsland en 0,10 % voor Nederland en Zweden. De btw-grondslag wordt voor alle lidstaten afgetopt op 50 % van het bni. Volgens het EMB 2014 blijft het percentage op 0,3 %, met uitzondering van de periode 2014-20 waarin het afdrachtpercentage voor Duitsland, Nederland en Zweden op 0,15 % is vastgesteld Deze lagere tarieven met terugwerkende kracht zal worden toegepast zodra de bekrachtiging van het eigenmiddelenbesluit van 2014 zal worden voltooid.

De bni-middelen vormen een variabele middelenbron die tijdens een gegeven begrotingsjaar de ontvangsten moet leveren ter dekking van de uitgaven die boven het bedrag liggen dat is geïnd uit hoofde van traditionele eigen middelen, btw-middelen en diverse ontvangsten. De ontvangsten worden bepaald door toepassing van een uniform percentage op de som van de bni's van alle lidstaten. De btw- en bni-middelen worden vastgesteld op basis van ramingen van de btw- en bni-grondslagen die tijdens de opstelling van het ontwerp van begroting worden gemaakt. Deze ramingen worden later bijgesteld. Dit gebeurt tijdens het betrokken begrotingsjaar via een gewijzigde begroting. De definitieve gegevens met betrekking tot de btw- en bni-grondslagen zijn beschikbaar tijdens het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar. De Commissie berekent de verschillen tussen de bedragen die de lidstaten verschuldigd zijn op grond van de werkelijke grondslagen en de bedragen die zij daadwerkelijk hebben betaald op grond van de (bijgestelde) ramingen. Deze btw- en bni-saldi, die positief of negatief kunnen zijn, worden voor de eerste werkdag van december van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar in kwestie door de Commissie bij de lidstaten afgeroepen. De Raad heeft op 18 december 2014 Verordening (EU, Euratom) nr. 1377/2014 vastgesteld, op grond waarvan de lidstaten de beschikbaarheid van de bedragen van btw- en bni-saldi kunnen uitstellen tot de eerste werkdag van september van het volgende jaar. Gedurende de volgende vier jaar kunnen nog correcties worden aangebracht op de werkelijke btw- en bni-grondslagen, tenzij er voorbehoud is gemaakt. De eerder berekende saldi worden dan aangepast en het verschil wordt tegelijk met de btw- en bni-saldi voor het vorige begrotingsjaar afgeroepen.

Bij het verrichten van controles van btw-overzichten en bni-gegevens kan de Commissie tegen de lidstaten voorbehoud formuleren ten aanzien van bepaalde punten, die gevolgen kunnen hebben voor hun bijdragen aan eigen middelen. Deze punten van voorbehoud kunnen bv. gebaseerd zijn op een gebrek aan aanvaardbare gegevens of de noodzaak een passende methodiek te ontwikkelen. Deze punten van voorbehoud moeten worden beschouwd als mogelijke vorderingen op de lidstaten voor onzekere bedragen, aangezien de financiële impact niet precies kan worden geraamd. Wanneer het precieze bedrag kan worden vastgesteld, worden de overeenstemmende btw- en bni-middelen afgeroepen, hetzij in het kader van btw- en bni-saldi of via afzonderlijke afroepingen van middelen.

9.Correctie voor het Verenigd Koninkrijk

Dit mechanisme vermindert de stortingen van eigen middelen van het Verenigd Koninkrijk in verhouding tot de „begrotingsonevenwichtigheid” ten nadele van dit land en vermeerdert de stortingen van eigen middelen van de andere lidstaten in dezelfde mate. Het mechanisme ter correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk is ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te compenseren door een vermindering van de door dit land aan de EU af te dragen middelen. Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Nederland dragen in mindere mate aan die correctie bij (beperkt tot een vierde van hun normale aandeel).

10.Brutovermindering

De Europese Raad van 7-8 februari 2013 heeft besloten dat Denemarken, Nederland en Zweden uitsluitend voor de periode 2014-2020 in aanmerking komen voor een brutovermindering van hun jaarlijkse bijdrage op basis van het bni en dat Oostenrijk uitsluitend voor de periode 2014-2016 in aanmerking komt voor een brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage. Denemarken, Nederland en Zweden genieten een brutovermindering van hun jaarlijkse bni-bijdrage ten belope van respectievelijk 130 miljoen EUR, 695 miljoen EUR en 185 miljoen EUR. Oostenrijk geniet een brutovermindering van zijn jaarlijkse bni-bijdrage met 30 miljoen EUR in 2014, 20 miljoen EUR in 2015 en 10 miljoen EUR in 2016 (alle bedragen in prijzen van 2011). Deze bepalingen zijn opgenomen in het EMB 2014 en worden (met terugwerkende kracht) toegepast na de inwerkingtreding ervan.

 

11.UITVOERING VAN DE UITGAVENZIJDE VAN DE EU-BEGROTING

 

11.1.MFK: SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

MFK-rubriek

Oor-spronke-lijk goedge-keurde begro-ting

Gewijzig-de begrotin-gen en over-schrij-vingen

Definitief goedge-keurde begroting

Over-drachten

Bestem-mings-ontvang-sten

Beschik-bare kredieten

Oorspronkelijk goedgekeurde begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Overdrach-ten

Bestem-mings-ont-vangsten

Beschik-bare kredieten

1

2

3.+2

4

5

6=3+4+5

7

8

9.+8

10

11

12=9+10+11

1. Slimme en inclusieve groei

66 782

11 173

77 955

8 480

2 949

89 384

66 923

(347)

66 576

128

3 612

70 316

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

17 552

0

17 552

2 538

20 090

15 798

(189)

15 609

112

3 263

18 984

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

49 230

11 173

60 403

8 480

411

69 293

51 125

(158)

50 967

16

349

51 332

2. Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

58 809

5 069

63 877

2 867

2 395

69 140

55 999

214

56 213

902

2 374

59 489

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

43 456

(1)

43 455

868

1 973

46 296

43 448

(1)

43 447

884

1 973

46 304

3. Veiligheid en burgerschap

2 147

375

2 522

254

93

2 869

1 860

104

1 963

8

84

2 055

4. Europa als wereldspeler

8 408

386

8 795

335

644

9 774

7 422

229

7 652

42

534

8 228

5. Administratie

8 660

(0)

8 660

93

672

9 425

8 659

0

8 659

845

681

10 185

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

3 667

(0)

3 667

93

327

4 087

3 667

(0)

3 667

543

334

4 543

6. Compensaties

8. Negatieve reserve

9. Speciale instrumenten

515

(51)

465

162

69

696

352

(134)

218

36

69

322

Totaal

145 322

16 952

162 273

12 191

6 822

181 286

141 214

66

141 280

1 960

7 354

150 595

11.2.MFK: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Gedane vastleggingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

MFK-rubriek

Totaal beschik-bare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

van be-stem-mings-ont-vang-sten

Totaal

%

Be-stem-mings-ont-vang-sten

Over-drachten bij besluit

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drach-ten

van be-stem-mings-ont-vang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9=7+8

10=9/1

11

12

13

14=11+12+13

15=14/1

1.

Slimme en inclusieve groei

89 384

77 917

8 480

1 754

88 151

98,62 %

1 190

7

1 198

1,34 %

30

5

35

0,04 %

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

20 090

17 542

1 364

18 905

94,10 %

1 170

0

1 170

5,83 %

10

5

14

0,07 %

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

69 293

60 375

8 480

391

69 246

99,93 %

20

7

27

0,04 %

21

21

0,03 %

2.

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

69 140

63 432

2 853

1 090

67 375

97,45 %

1 306

410

1 716

2,48 %

35

14

49

0,07 %

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

46 296

43 018

854

1 077

44 948

97,09 %

896

410

1 306

2,82 %

27

14

42

0,09 %

3.

Veiligheid en burgerschap

2 869

2 520

254

53

2 826

98,49 %

41

41

1,42 %

2

0

0

3

0,09 %

4.

Europa als wereldspeler

9 774

8 745

335

317

9 397

96,15 %

327

17

344

3,52 %

32

1

33

0,34 %

5.

Administratie

9 425

8 577

92

484

9 154

97,12 %

187

2

189

2,01 %

82

1

82

0,87 %

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

4 087

3 585

92

276

3 954

96,74 %

51

2

53

1,29 %

80

1

0

81

1,97 %

6.

Compensaties

0,00 %

0,00 %

0,00 %

8.

Negatieve reserve

0,00 %

0,00 %

0,00 %

9.

Speciale instrumenten

696

126

162

288

41,46 %

69

219

288

41,43 %

119

119

17,11 %

Totaal

181 286

161 317

12 175

3 698

177 190

97,74 %

3 119

656

3 775

2,08 %

301

15

5

321

0,18 %

 

11.3.MFK: BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Gedane betalingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

MFK-rubriek

Totaal beschik-bare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drach-ten

van bestem-mings-ontvang-sten

Totaal

%

Over-drachten van rechts-wege

Over-drachten bij besluit

Bestem-mingsontvangsten

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

Bestem-mings-ontvang-sten (EVA)

Totaal

10=7+8+9

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9

10=7+8+9

11=10/1

12

13

14

15=12+13+14

16=15/1

1.

Slimme en inclusieve groei

70 316

66 429

114

1 466

68 009

96,72 %

119

2

2 144

2 264

3,22 %

27

14

2

42

0,06 %

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

18 984

15 482

100

1 221

16 802

88,50 %

104

2

2 041

2 147

11,31 %

22

12

2

36

0,19 %

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

51 332

50 947

14

246

51 207

99,76 %

15

103

118

0,23 %

5

2

7

0,01 %

2.

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

59 489

55 748

885

1 432

58 066

97,61 %

20

410

942

1 372

2,31 %

35

17

51

0,09 %

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

46 304

42 995

868

1 077

44 940

97,05 %

14

410

896

1 320

2,85 %

28

16

44

0,10 %

3.

Veiligheid en burgerschap

2 055

1 951

7

60

2 019

98,22 %

9

23

32

1,58 %

3

1

0

4

0,20 %

4.

Europa als wereldspeler

8 228

7 611

37

237

7 884

95,82 %

33

297

330

4,02 %

8

5

13

0,16 %

5

Administratie

10 185

7 871

680

427

8 978

88,14 %

704

2

255

961

9,44 %

82

165

246

2,42 %

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

4 543

3 129

408

254

3 791

83,43 %

456

2

80

537

11,83 %

80

135

215

4,74 %

6.

Compensaties

0,00 %

0,00 %

0,00 %

8.

Negatieve reserve

0,00 %

0

0,00 %

0,00 %

9.

Speciale instrumenten

322

217

36

35

288

89,41 %

1

33

34

10,51 %

0

0

0

0,08 %

Totaal

150 595

139 827

1 759

3 657

145 243

96,45 %

886

413

3 695

4 994

3,32 %

154

202

2

358

0,24 %

 

11.4.MFK: ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL")

miljoenen EUR

RAL eind vorig jaar

Vastleggingen van het jaar

Totaal vastleggingen

MFK-rubriek

van vorig jaar overgedragen vastleggingen

vrijmakingen/

herwaarderingen/annuleringen

betalingen

RAL aan het einde van het jaar

vastleggingen tijdens het jaar

betalingen

annulering van niet-overdraagbare vastleggingen

RAL aan het einde van het jaar

uitstaand aan het einde van het jaar

1.

Slimme en inclusieve groei

143 009

2 320

57 944

82 746

88 151

10 066

(4)

78 081

160 827

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

33 532

1 177

10 967

21 389

18 905

5 835

(4)

13 066

34 455

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

109 477

1 143

46 977

61 357

69 246

4 230

(0)

65 015

126 372

2.

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

19 382

(500)

8 803

10 079

67 375

49 263

(0)

18 112

28 191

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

43

(2)

(30)

11

44 948

44 910

38

49

3.

Veiligheid en burgerschap

2 582

(252)

(864)

1 466

2 826

1 155

1 671

3 137

4.

Europa als wereldspeler

23 846

(685)

5 934

17 227

9 397

1 951

(0)

7 446

24 673

5.

Administratie

781

(97)

(683)

1

9 154

8 294

5

864

865

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

469

(67)

(401)

0

3 954

3 389

5

570

570

6.

Compensaties

8.

Negatieve reserve

9.

Speciale instrumenten

0

(0)

(0)

288

(288)

1

1

Totaal

189 600

3 855

74 227

111 518

177 190

71 016

106 175

217 692

 

11.5.MFK: NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL") NAAR JAAR VAN OORSPRONG

miljoenen EUR

MFK-rubriek

2009

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Totaal

1.

Slimme en inclusieve groei

1 949

710

1 446

2 995

11 077

35 400

29 168

78 081

160 827

1a: Concurrentievermogen voor groei en banen

295

672

1 209

1 541

3 885

5 942

7 844

13 066

34 455

1b: Economische, sociale en territoriale samenhang

1 653

38

237

1 455

7 191

29 459

21 324

65 015

126 372

2.

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

223

62

82

127

213

7 231

2 140

18 112

28 191

waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

0

3

8

38

49

3.

Veiligheid en burgerschap

21

39

62

136

277

580

350

1 671

3 137

4.

Europa als wereldspeler

938

522

883

1 412

3 364

4 719

5 390

7 446

24 673

5.

Administratie

0

0

864

865

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

0

0

0

0

0

0

0

570

570

9.

Speciale instrumenten

1

1

Totaal

3 130

1 333

2 473

4 671

14 931

47 931

37 049

106 175

217 692

 

11.6.PER BELEIDSGEBIED: SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

Beleidsgebied

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Overge-dragen

Bestem-mings-ontvang-sten

Beschik-bare kredieten

Oorspronkelijk goedgekeurde begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Overge-dragen

Bestemmings-ontvangsten

beschikbare kredieten

1

2

3=1+2

4

5

6=3+4+5

7

8

9=7+8

10

11

12=9+10+11

01

Economische en financiële zaken

371

1 281

1 652

118

1 770

459

(43)

416

7

121

544

02

Ondernemingen en industrie

2 536

(19)

2 517

298

2 815

2 266

(120)

2 147

19

369

2 534

03

Concurrentie

98

(1)

97

6

103

98

(1)

97

7

6

110

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

13 096

2 817

15 913

2 161

83

18 157

10 929

(305)

10 625

51

175

10 850

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

57 603

4 347

61 951

2 912

2 382

67 245

54 942

298

55 240

892

2 376

58 508

06

Mobiliteit en vervoer

3 281

(699)

2 582

178

2 760

2 056

(96)

1 960

5

174

2 139

07

Milieu

431

0

432

17

448

397

(3)

395

16

14

425

08

Onderzoek en innovatie

6 699

(501)

6 198

769

6 967

5 987

(144)

5 843

23

1 223

7 089

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

1 727

0

1 728

169

1 897

1 727

21

1 748

16

254

2 018

10

Eigen onderzoek

404

(11)

393

551

944

402

(5)

397

44

492

933

11

Maritieme zaken en visserij

1 082

724

1 806

29

31

1 866

1 007

(49)

958

3

14

975

12

Interne markt en diensten

119

(3)

116

12

128

115

(4)

111

4

12

127

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

35 347

8 393

43 739

6 481

422

50 642

40 721

131

40 851

11

267

41 130

14

Belastingen en douane-unie

161

(0)

161

9

170

137

13

151

5

8

163

15

Onderwijs en cultuur

2 918

(26)

2 892

447

3 339

2 661

164

2 825

14

610

3 450

16

Communicatie

245

2

247

12

259

240

5

244

12

12

269

17

Gezondheid en consumentenbescherming

616

(14)

601

7

24

632

567

(31)

536

10

25

572

18

Binnenlandse zaken

1 172

389

1 560

247

53

1 860

972

161

1 133

3

41

1 178

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

759

(51)

708

15

51

774

578

(22)

556

10

47

612

20

Handel

115

(1)

114

0

3

117

124

(10)

114

3

3

121

21

Ontwikkeling en samenwerking

5 023

391

5 414

7

281

5 702

4 308

74

4 382

26

212

4 620

22

Uitbreiding

1 524

1

1 525

40

15

1 580

976

(13)

963

5

11

980

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

1 019

164

1 183

199

173

1 555

999

277

1 275

10

140

1 426

24

Fraudebestrijding

80

(0)

79

1

80

76

(0)

76

7

1

83

miljoenen EUR

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

Begrotingsmiddelen

Aanvullende kredieten

Totaal

Beleidsterrein

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Overge-dragen

Bestem-mings-ontvang-sten

Beschik-bare kredieten

Oorspronkelijk goedgekeurde begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Overge-dragen

Bestemmings-ontvangsten

beschikbare kredieten

1

2

3=1+2

4

5

6=3+4+5

7

8

9=7+8

10

11

12=9+10+11

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

192

1

192

11

204

192

1

192

14

11

218

26

Administratie van de Commissie

997

16

1 013

162

1 176

992

19

1 011

158

166

1 335

27

Begroting

70

(14)

57

8

64

70

(14)

57

7

8

71

28

Controle

12

0

12

1

13

12

0

12

0

1

13

29

Statistieken

134

1

135

14

149

116

1

117

5

22

144

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 567

(4)

1 563

0

1 563

1 567

(4)

1 563

0

1 563

31

Talendiensten

389

(5)

384

70

454

389

(5)

384

18

70

471

32

Energie

1 064

(100)

964

114

1 078

1 035

(43)

992

6

125

1 123

33

Justitie

209

2

211

9

220

195

(20)

175

3

10

188

34

Klimaatactie

127

0

128

1

129

84

(18)

66

3

1

70

40

Reserve

465

(127)

338

338

150

(150)

90

Andere instellingen

3 667

(0)

3 667

93

327

4 087

3 667

(0)

3 667

543

334

4 543

Totaal

145 322

16 952

162 273

12 191

6 822

181 286

141 214

66

141 280

1 960

7 354

150 595

12.PER BELEIDSGEBIED: VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BEDRAGEN

miljoenen EUR

Beleidsgebied

Oorspronke-lijk goedgekeur-de begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedgekeur-de begroting

Aanvul-lende kredieten*

Totaal beschikbare kredieten

Gedane vastleggingen

01

Economische en financiële zaken

371

1 281

1 652

118

1 770

1 654

02

Ondernemingen en industrie

2 536

(19)

2 517

298

2 815

2 704

03

Concurrentie

98

(1)

97

6

103

100

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

13 096

2 817

15 913

2 244

18 157

18 069

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

57 603

4 347

61 951

5 294

67 245

65 492

06

Mobiliteit en vervoer

3 281

(699)

2 582

178

2 760

2 683

07

Milieu

431

0

432

17

448

443

08

Onderzoek en innovatie

6 699

(501)

6 198

769

6 967

6 674

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

1 727

0

1 728

169

1 897

1 833

10

Eigen onderzoek

404

(11)

393

551

944

504

11

Maritieme zaken en visserij

1 082

724

1 806

60

1 866

1 834

12

Interne markt en diensten

119

(3)

116

12

128

126

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

35 347

8 393

43 739

6 903

50 642

50 599

14

Belastingen en douane-unie

161

(0)

161

9

170

165

15

Onderwijs en cultuur

2 918

(26)

2 892

447

3 339

3 249

16

Communicatie

245

2

247

12

259

253

17

Gezondheid en consumentenbescherming

616

(14)

601

30

632

622

18

Binnenlandse zaken

1 172

389

1 560

300

1 860

1 837

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

759

(51)

708

66

774

706

20

Handel

115

(1)

114

3

117

116

21

Ontwikkeling en samenwerking

5 023

391

5 414

288

5 702

5 596

22

Uitbreiding

1 524

1

1 525

55

1 580

1 573

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

1 019

164

1 183

372

1 555

1 484

24

Fraudebestrijding

80

(0)

79

1

80

79

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

192

1

192

11

204

199

26

Administratie van de Commissie

997

16

1 013

162

1 176

1 121

27

Begroting

70

(14)

57

8

64

60

28

Controle

12

0

12

1

13

12

29

Statistieken

134

1

135

14

149

141

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 567

(4)

1 563

0

1 563

1 563

31

Talendiensten

389

(5)

384

70

454

425

32

Energie

1 064

(100)

964

114

1 078

980

33

Justitie

209

2

211

9

220

212

34

Klimaatactie

127

0

128

1

129

128

40

Reserve

465

(127)

338

338

90

Andere instellingen

3 667

(0)

3 667

420

4 087

3 954

Totaal

145 322

16 952

162 273

19 013

181 286

177 190

* De aanvullende kredieten bevatten kredieten die zijn overgedragen van vorig jaar, bestemmingsontvangsten en kredieten die na vrijmakingen opnieuw beschikbaar zijn gekomen.

 

12.1.PER BELEIDSGEBIED: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Gedane vastleggingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

Beleidsgebied

Totaal beschik-bare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

van be-stem-mings-ont-vang-sten

Totaal

%

Be-stem-mings-ont-vang-sten

Over-drachten bij besluit

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drach-ten

Be-stem-mings-ont-vang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9=7+8

10=9/1

11

12

13

14=11+12+13

15=14/1

01

Economische en financiële zaken

1 770

1 651

3

1 654

93,42 %

115

115

6,51 %

1

1

0,06 %

02

Ondernemingen en industrie

2 815

2 521

184

2 704

96,07 %

110

110

3,91 %

(4)

5

1

0,02 %

03

Concurrentie

103

97

3

100

97,52 %

3

3

2,46 %

0

0

0,02 %

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

18 157

15 902

2 161

6

18 069

99,51 %

77

77

0,42 %

12

12

0,06 %

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

67 245

61 508

2 898

1 086

65 492

97,39 %

1 296

410

1 705

2,54 %

33

14

47

0,07 %

06

Mobiliteit en vervoer

2 760

2 579

104

2 683

97,22 %

74

74

2,67 %

3

3

0,11 %

07

Milieu

448

431

12

443

98,81 %

5

5

1,04 %

1

1

0,14 %

08

Onderzoek en innovatie

6 967

6 197

477

6 674

95,79 %

292

292

4,19 %

1

1

0,02 %

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

1 897

1 728

105

1 833

96,63 %

64

64

3,37 %

0

0

0,00 %

10

Eigen onderzoek

944

393

111

504

53,44 %

439

439

46,56 %

0

0

0,00 %

11

Maritieme zaken en visserij

1 866

1 803

29

2

1 834

98,32 %

29

0

29

1,56 %

2

2

0,12 %

12

Interne markt en diensten

128

116

10

126

98,15 %

2

2

1,77 %

0

0

0,08 %

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

50 642

43 725

6 481

393

50 599

99,91 %

29

29

0,06 %

14

14

0,03 %

14

Belastingen en douane-unie

170

161

4

165

96,71 %

5

0

5

3,17 %

0

0

0,13 %

15

Onderwijs en cultuur

3 339

2 891

358

3 249

97,31 %

89

89

2,67 %

1

1

0,02 %

16

Communicatie

259

246

7

253

97,89 %

5

5

1,99 %

0

0

0,12 %

17

Gezondheid en consumentenbescherming

632

601

7

15

622

98,52 %

9

9

1,44 %

0

0

0

0,05 %

18

Binnenlandse zaken

1 860

1 559

247

31

1 837

98,74 %

22

22

1,20 %

1

0

1

0,05 %

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

774

663

15

28

706

91,12 %

23

17

40

5,18 %

28

0

29

3,70 %

20

Handel

117

114

2

116

98,46 %

2

2

1,30 %

0

0

0

0,24 %

21

Ontwikkeling en samenwerking

5 702

5 406

7

183

5 596

98,15 %

98

7

105

1,85 %

0

0

0,01 %

22

Uitbreiding

1 580

1 524

40

9

1 573

99,56 %

6

6

0,37 %

1

1

0,07 %

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

1 555

1 182

199

103

1 484

95,39 %

70

70

4,51 %

2

2

0,11 %

24

Fraudebestrijding

80

79

0

79

98,44 %

1

1

1,18 %

0

0

0,37 %

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

204

192

6

199

97,32 %

5

0

5

2,61 %

0

0

0,07 %

26

Administratie van de Commissie

1 176

1 013

107

1 121

95,30 %

55

55

4,68 %

0

0

0,02 %

27

Begroting

64

57

4

60

94,03 %

4

4

5,85 %

0

0

0,12 %

28

Controle

13

12

0

12

96,96 %

0

0

3,00 %

0

0

0,05 %

29

Statistieken

149

135

6

141

94,86 %

7

7

4,92 %

0

0

0

0,22 %

miljoenen EUR

Gedane vastleggingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

Beleidsgebied

Totaal beschik-bare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

van be-stem-mings-ont-vang-sten

Totaal

%

Be-stem-mings-ont-vang-sten

Over-drachten bij besluit

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drach-ten

Be-stem-mings-ont-vang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9=7+8

10=9/1

11

12

13

14=11+12+13

15=14/1

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 563

1 563

0

1 563

99,99 %

0

0

0,01 %

0

0

0,00 %

31

Talendiensten

454

384

40

425

93,55 %

29

29

6,43 %

0

0

0,02 %

32

Energie

1 078

961

19

980

90,96 %

95

95

8,78 %

3

3

0,27 %

33

Justitie

220

210

2

212

96,29 %

7

7

3,36 %

1

0

1

0,36 %

34

Klimaatactie

129

128

1

128

99,57 %

0

0

0,34 %

0

0

0,09 %

40

Reserve

338

0,00 %

219

219

64,84 %

119

119

35,16 %

90

Andere instellingen

4 087

3 585

92

276

3 954

96,74 %

51

2

53

1,29 %

80

1

0

81

1,97 %

Totaal

181 286

161 317

12 175

3 698

177 190

97,74 %

3 119

656

3 775

2,08 %

301

15

5

321

0,18 %

13.PER BELEIDSGEBIED: VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BETALINGEN

miljoenen EUR

Beleidsgebied

Oorspronke-lijk goedge-keurde begroting

Gewijzigde begrotingen en overdrach-ten

Definitief goedge-keurde begroting

Aanvul-lende kredieten*

Totaal beschikbare kredieten

Gedane betalingen

01

Economische en financiële zaken

459

(43)

416

128

544

424

02

Ondernemingen en industrie

2 266

(120)

2 147

388

2 534

2 234

03

Concurrentie

98

(1)

97

13

110

98

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

10 929

(305)

10 625

226

10 850

10 711

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

54 942

298

55 240

3 267

58 508

57 093

06

Mobiliteit en vervoer

2 056

(96)

1 960

179

2 139

2 055

07

Milieu

397

(3)

395

30

425

416

08

Onderzoek en innovatie

5 987

(144)

5 843

1 246

7 089

6 229

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

1 727

21

1 748

270

2 018

1 855

10

Eigen onderzoek

402

(5)

397

536

933

517

11

Maritieme zaken en visserij

1 007

(49)

958

17

975

960

12

Interne markt en diensten

115

(4)

111

16

127

121

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

40 721

131

40 851

278

41 130

41 078

14

Belastingen en douane-unie

137

13

151

12

163

154

15

Onderwijs en cultuur

2 661

164

2 825

624

3 450

3 176

16

Communicatie

240

5

244

25

269

250

17

Gezondheid en consumentenbescherming

567

(31)

536

35

572

552

18

Binnenlandse zaken

972

161

1 133

45

1 178

1 163

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

578

(22)

556

56

612

589

20

Handel

124

(10)

114

6

121

116

21

Ontwikkeling en samenwerking

4 308

74

4 382

238

4 620

4 523

22

Uitbreiding

976

(13)

963

17

980

962

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

999

277

1 275

150

1 426

1 325

24

Fraudebestrijding

76

(0)

76

8

83

74

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

192

1

192

25

218

195

26

Administratie van de Commissie

992

19

1 011

324

1 335

1 120

27

Begroting

70

(14)

57

15

71

60

28

Controle

12

0

12

1

13

12

29

Statistieken

116

1

117

27

144

125

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 567

(4)

1 563

0

1 563

1 563

31

Talendiensten

389

(5)

384

87

471

424

32

Energie

1 035

(43)

992

130

1 123

1 035

33

Justitie

195

(20)

175

13

188

179

34

Klimaatactie

84

(18)

66

4

70

64

40

Reserve

150

(150)

90

Andere instellingen

3 667

(0)

3 667

877

4 543

3 791

Totaal

141 214

66

141 280

9 314

150 595

145 243

* De aanvullende kredieten bevatten kredieten die zijn overgedragen van vorig jaar, bestemmingsontvangsten en kredieten die na vrijmakingen opnieuw beschikbaar zijn gekomen.

 

13.1.PER BELEIDSGEBIED: BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN

miljoenen EUR

Beleidsgebied

Gedane betalingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

Totaal beschik-bare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

van bestem-mings-ontvang-sten

Totaal

%

Over-drachten van rechts-wege

Over-drachten bij besluit

Be-stem-mings-ont-vang-sten

Totaal

%

van definitief goed-gekeurde begroting

van over-drach-ten

Bestem-mings-ontvang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9

10=7+8+9

11=10/1

12

13

14

15=12+13+14

16=15/1

01

Economische en financiële zaken

544

410

6

8

424

77,95 %

6

113

119

21,81 %

0

1

1

0,24 %

02

Ondernemingen en industrie

2 534

2 130

17

87

2 234

88,13 %

15

282

296

11,69 %

2

2

0

4

0,17 %

03

Concurrentie

110

88

7

3

98

89,16 %

8

3

11

10,31 %

0

1

1

0,53 %

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

10 850

10 602

47

61

10 711

98,72 %

13

113

126

1,16 %

9

4

13

0,12 %

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

58 508

54 778

875

1 440

57 093

97,58 %

21

410

936

1 366

2,34 %

32

17

48

0,08 %

06

Mobiliteit en vervoer

2 139

1 947

4

104

2 055

96,05 %

4

69

73

3,42 %

9

1

1

11

0,53 %

07

Milieu

425

390

15

11

416

97,99 %

4

3

7

1,56 %

1

1

2

0,46 %

08

Onderzoek en innovatie

7 089

5 811

21

397

6 229

87,86 %

30

826

856

12,08 %

2

2

4

0,06 %

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

2 018

1 736

15

104

1 855

91,91 %

10

151

161

7,98 %

1

1

2

0,11 %

10

Eigen onderzoek

933

357

39

121

517

55,46 %

39

371

411

44,03 %

0

5

5

0,51 %

11

Maritieme zaken en visserij

975

955

2

2

960

98,39 %

3

12

15

1,52 %

1

0

1

0,09 %

12

Interne markt en diensten

127

107

3

10

121

94,97 %

3

2

6

4,64 %

0

0

1

0,40 %

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

41 130

40 840

10

228

41 078

99,87 %

11

39

50

0,12 %

0

1

2

0,00 %

14

Belastingen en douane-unie

163

146

4

4

154

94,87 %

5

3

8

5,02 %

0

0

0

0,12 %

15

Onderwijs en cultuur

3 450

2 812

13

351

3 176

92,07 %

13

259

272

7,89 %

0

1

1

0,03 %

16

Communicatie

269

233

11

6

250

92,97 %

11

6

17

6,42 %

0

1

2

0,61 %

17

Gezondheid en consumentenbescherming

572

526

9

16

552

96,48 %

9

9

19

3,24 %

1

1

0

2

0,28 %

18

Binnenlandse zaken

1 178

1 127

3

33

1 163

98,77 %

5

8

13

1,11 %

1

0

1

0,12 %

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

612

551

9

29

589

96,24 %

3

18

21

3,43 %

2

0

2

0,32 %

20

Handel

121

112

3

2

116

96,43 %

2

2

4

3,31 %

0

0

0

0,26 %

21

Ontwikkeling en samenwerking

4 620

4 357

22

143

4 523

97,89 %

24

69

93

2,02 %

0

4

4

0,09 %

22

Uitbreiding

980

951

4

7

962

98,19 %

6

4

10

1,07 %

6

1

7

0,74 %

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

1 426

1 268

9

47

1 325

92,94 %

6

93

100

6,98 %

1

0

1

0,08 %

24

Fraudebestrijding

83

68

5

1

74

88,81 %

6

2

0

7

8,94 %

0

1

2

2,25 %

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

218

178

12

6

195

89,85 %

14

0

6

20

9,31 %

0

2

2

0,84 %

26

Administratie van de Commissie

1 335

893

144

83

1 120

83,88 %

118

83

200

15,01 %

0

15

15

1,11 %

27

Begroting

71

50

7

3

60

83,84 %

7

5

11

15,52 %

0

0

0

0,64 %

28

Controle

13

11

0

0

12

90,64 %

1

0

1

8,50 %

0

0

0

0,85 %

29

Statistieken

144

112

5

8

125

86,78 %

5

14

18

12,78 %

0

1

0

1

0,44 %

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 563

1 563

0

1 563

99,99 %

0

0

0

0,01 %

0

0

0,00 %

31

Talendiensten

471

371

17

37

424

90,04 %

14

33

46

9,82 %

0

1

1

0,14 %

32

Energie

1 123

985

5

45

1 035

92,22 %

5

80

84

7,51 %

2

1

3

0,27 %

33

Justitie

188

171

3

6

179

95,52 %

4

4

7

3,92 %

0

1

0

1

0,56 %

34

Klimaatactie

70

61

3

0

64

91,31 %

4

0

4

6,02 %

1

0

2

2,68 %

40

Reserve

0,00 %

0,00 %

0,00 %

90

Andere instellingen

4 543

3 129

408

254

3 791

83,43 %

456

2

80

537

11,83 %

80

135

215

4,74 %

Totaal

150 595

139 827

1 759

3 657

145 243

96,45 %

886

413

3 695

4 994

3,32 %

154

202

2

358

0,24 %

13.2.PER BELEIDSGEBIED: ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL")

miljoenen EUR

Beleidsgebied

RAL eind vorig jaar

Vastleggingen van het jaar

Van vorig jaar overgedragen vastleggingen

Vrijmakingen/

herwaarderingen/annuleringen

Betalingen

RAL aan het einde van het jaar

Vastleggingen tijdens het jaar

Betalingen

Annulering van niet-overdraagbare vastleggingen

RAL aan het einde van het jaar

Totaal RAL aan het eind van het jaar

01

Economische en financiële zaken

667

(14)

(140)

513

1 654

(284)

1 370

1 883

02

Ondernemingen en industrie

2 204

(50)

1 219

935

2 704

1 015

(2)

1 688

2 623

03

Concurrentie

7

(1)

(7)

100

(91)

9

9

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

26 124

(215)

9 635

16 274

18 069

1 076

(0)

16 993

33 266

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

17 308

(282)

8 054

8 971

65 492

49 039

(0)

16 453

25 424

06

Mobiliteit en vervoer

5 647

(393)

1 642

3 613

2 683

(413)

2 270

5 883

07

Milieu

1 093

(1)

(292)

800

443

(125)

318

1 118

08

Onderzoek en innovatie

14 826

(84)

4 535

10 207

6 674

1 693

(2)

4 978

15 185

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

3 305

(36)

1 295

1 975

1 833

(560)

(0)

1 273

3 247

10

Eigen onderzoek

208

(21)

(131)

56

504

(387)

(0)

118

174

11

Maritieme zaken en visserij

1 571

(244)

(644)

682

1 834

(315)

(0)

1 519

2 201

12

Interne markt en diensten

21

(3)

(15)

3

126

(105)

21

23

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

84 237

1 085

37 414

45 738

50 599

3 664

(0)

46 935

92 673

14

Belastingen en douane-unie

122

(8)

(76)

39

165

(79)

86

125

15

Onderwijs en cultuur

2 879

(52)

1 312

1 515

3 249

1 864

(0)

1 386

2 901

16

Communicatie

110

(7)

(83)

21

253

(167)

(0)

86

107

17

Gezondheid en consumentenbescherming

535

(68)

(262)

206

622

(290)

333

538

18

Binnenlandse zaken

1 586

(147)

(403)

1 036

1 837

(760)

1 076

2 113

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

862

(73)

(333)

456

706

(256)

(0)

449

905

20

Handel

22

(1)

(15)

6

116

(101)

(0)

14

20

21

Ontwikkeling en samenwerking

16 379

(387)

3 772

12 220

5 596

(751)

(0)

4 845

17 066

22

Uitbreiding

3 669

(53)

(857)

2 759

1 573

(105)

(0)

1 468

4 227

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

671

(3)

(400)

268

1 484

(925)

559

827

24

Fraudebestrijding

31

(5)

(18)

8

79

(56)

(0)

23

31

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

14

(2)

(12)

199

(184)

(0)

15

15

26

Administratie van de Commissie

201

(17)

(171)

13

1 121

(948)

(0)

172

185

27

Begroting

7

(0)

(7)

60

(53)

7

7

28

Controle

0

(0)

(0)

12

(12)

1

1

29

Statistieken

105

(6)

(45)

54

141

(80)

(0)

61

115

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

1 563

1 563

(0)

31

Talendiensten

18

(1)

(17)

425

(408)

17

17

32

Energie

4 416

(509)

(914)

2 993

980

(121)

(0)

859

3 853

33

Justitie

181

(22)

(66)

94

212

(114)

99

193

34

Klimaatactie

105

(1)

(40)

64

128

(25)

104

168

40

Reserve

90

Andere instellingen

469

(67)

(401)

0

3 954

3 389

5

570

570

Totaal

189 600

3 855

74 227

111 518

177 190

71 016

0

106 175

217 692

13.3. PER BELEIDSGEBIED: NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN ("RAL") NAAR JAAR VAN OORSPRONG

miljoenen EUR

< 2009

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Totaal

01

Economische en financiële zaken

14

0

60

178

244

16

1 370

1 883

02

Ondernemingen en industrie

11

20

34

60

184

304

323

1 688

2 623

03

Concurrentie

0

9

9

04

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie

515

36

26

448

1 662

6 383

7 203

16 993

33 266

05

Landbouw en plattelandsontwikkeling

75

0

3

206

6 830

1 856

16 453

25 424

06

Mobiliteit en vervoer

76

44

85

402

695

700

1 612

2 270

5 883

07

Milieu

49

61

74

102

136

177

202

318

1 118

08

Onderzoek en innovatie

70

87

283

584

2 005

3 160

4 017

4 978

15 185

09

Communicatienetwerken, inhoud en technologie

17

20

40

82

284

551

980

1 273

3 247

10

Eigen onderzoek

9

1

3

2

3

15

24

118

174

11

Maritieme zaken en visserij

99

8

25

47

454

49

1 519

2 201

12

Interne markt en diensten

0

0

3

21

23

13

Regionaal beleid en stadsontwikkeling

1 365

3

216

1 020

5 918

23 611

13 606

46 935

92 673

14

Belastingen en douane-unie

0

1

2

4

31

86

125

15

Onderwijs en cultuur

56

32

43

109

199

461

615

1 386

2 901

16

Communicatie

0

0

0

1

0

2

17

86

107

17

Gezondheid en consumentenbescherming

6

11

9

14

15

39

112

333

538

18

Binnenlandse zaken

14

28

50

110

245

491

99

1 076

2 113

19

Instrumenten voor het buitenlands beleid

7

5

14

17

76

96

242

449

905

20

Handel

0

0

0

2

3

14

20

21

Ontwikkeling en samenwerking

555

448

706

1 108

2 304

3 246

3 853

4 845

17 066

22

Uitbreiding

140

55

138

252

411

616

1 146

1 468

4 227

23

Humanitaire hulp en civiele bescherming

9

13

25

25

24

30

142

559

827

24

Fraudebestrijding

0

0

0

2

5

23

31

25

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie

0

15

15

26

Administratie van de Commissie

0

7

6

172

185

27

Begroting

7

7

28

Controle

1

1

29

Statistieken

0

0

1

1

4

12

35

61

115

30

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven

0

31

Talendiensten

0

17

17

32

Energie

41

467

717

238

324

469

737

859

3 853

33

Justitie

1

1

5

9

22

57

99

193

34

Klimaatactie

1

3

60

104

168

40

Reserve

90

Andere instellingen

570

570

Totaal

3 130

1 333

2 473

4 671

14 931

47 931

37 049

106 175

217 692

 

13.4.UITVOERING VAN DE UITGAVEN IN 2015

2015 was het tweede jaar van de nieuwe programmeringsperiode 2014-2020.

Vastleggingen:

de oorspronkelijk goedgekeurde begroting voor alle instellingen, exclusief speciale instrumenten, was vastgesteld op 144 806 miljoen EUR.

Als gevolg van de lage uitvoeringsgraad van de vastleggingen in 2014 doordat de operationele programma’s van de fondsen onder gedeeld beheer bij het begin van de nieuwe programmeringsperiode pas laat werden goedgekeurd, was deze begroting vanaf het begin voorwerp van aanzienlijke wijzigingen. Er werd 12 miljard EUR naar 2015 overgedragen en voor 16 miljard EUR aan niet-gebruikte vastleggingskredieten van 2014 geherprogrammeerd.

Door de verhoging van de vastleggingskredieten in 2015 kwamen de nog betaalbaar te stellen vastleggingen ("RAL") weer op het niveau van vóór 2014 (217 miljard EUR). De in 2014 vastgestelde daling was dus van tijdelijke aard, zoals verwacht.

In 2015 werd het nieuw opgerichte Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) toegevoegd aan rubriek 1a met 1 360 miljoen EUR (waarvan 10 miljoen EUR voor de Europese investeringsadvieshub) aan vastleggingskredieten (afkomstig via herschikking van de Connecting Europe Facility, Horizon 2020 en het ITER-programma, zoals bepaald bij gewijzigde begroting 2/2015).

De andere aanpassingen van de vastleggingskredieten dan herprogrammering betroffen hoofdzakelijk migratie en de vluchtelingenstromen: versterking van het Frontex-agentschap, het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF) en het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) en het instrument voor humanitaire hulp voor Syrië en de omringende landen.

De definitief goedgekeurde begroting voor vastleggingen, met uitzondering van speciale instrumenten, bedroeg 161 808 miljoen EUR, waarvan voor 161 191 miljoen EUR verplichtingen werd aangegaan (uitvoeringsgraad van 99,6 %).

202 miljoen EUR ongebruikte kredieten en de ongebruikte reserve van 119 miljoen EUR voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering vervielen eind 2015.

 Betalingen:

de oorspronkelijk goedgekeurde begroting, exclusief speciale instrumenten, was vastgesteld op 140 862 miljoen EUR (een toename met 1,6% ten opzichte van de uiteindelijk goedgekeurde begroting van 2014). De initiële betalingskredieten kwamen overeen met 1,01 % van het bni van de EU. In de loop van het jaar werden zij verhoogd met 66 miljoen EUR; de nieuwe behoeften in verband met de migratie- en vluchtelingencrisis werden hoofdzakelijk gedekt door herschikking.

Er werd 1 960 miljoen EUR overgedragen van 2014.

De definitief goedgekeurde begroting bedroeg 141 280 miljoen euro, waarvan 139 827 miljoen euro (99 %) werd betaald in 2015.

In totaal verviel 358 miljoen EUR, waaronder 0.5 miljoen EUR van de reserves, eind 2015.

In het verslag over het begrotings- en financieel beheer — Begrotingsjaar 2015 van de Commissie, deel A (overzicht op begrotingsniveau) en deel B (over elke rubriek van het meerjarig financieel kader afzonderlijk), is een gedetailleerde analyse opgenomen van de begrotingsaanpassingen, hun specifieke context, hun motivering en hun effect.

 

14.UITVOERING VAN DE BEGROTING VAN DE INSTELLINGEN EN AGENTSCHAPPEN

 

14.1.INSTELLINGEN: OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING

miljoenen EUR

Begrotingskredieten

Vastgestelde rechten

Ontvangsten

Ontvangsten als

Instelling

Oorspronkelijk goedgekeurde begroting

Definitief goedgekeurde begroting

Lopend jaar

Overgedragen

Totaal

Op rechten van lopend jaar

Op overgedragen rechten

Totaal

% van de begroting

Nog te ontvangen

Europees Parlement

149

149

176

21

198

173

3

176

118,49 %

21

Europese Raad en Raad

57

57

73

4

77

71

3

74

129,14 %

3

Commissie

140 885

140 951

139 403

13 743

153 147

139 010

7 018

146 027

103,60 %

7 119

Hof van Justitie

45

45

50

0

50

49

0

50

110,39 %

0

Rekenkamer

20

20

19

0

19

19

0

19

96,20 %

0

Economisch en Sociaal Comité

11

11

15

15

15

0

15

138,57 %

Comité van de Regio's

8

8

10

10

10

0

10

127,90 %

0

Europese Ombudsman

1

1

1

1

1

0

1

101,02 %

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1

1

1

1

1

0

1

102,41 %

Europese Dienst voor extern optreden

38

38

251

0

251

250

0

250

661,85 %

1

Totaal

141 214

141 280

139 999

13 768

153 768

139 599

7 024

146 624

103,78 %

7 144

Net als in de voorbije jaren is de uitvoering van de begroting van alle instellingen opgenomen in de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de algemene begroting van de EU, aangezien binnen de EU-begroting een afzonderlijke begroting voor iedere instelling is vastgesteld. Agentschappen hebben geen afzonderlijke begroting binnen de EU-begroting en zij worden gedeeltelijk gefinancierd met een begrotingssubsidie van de Commissie.

De EDEO ontvangt naast zijn eigen begrotingsmiddelen ook bijdragen van de Commissie (138 miljoen EUR; 2014: 208 miljoen EUR) en uit het EOF (61 miljoen EUR; 2014: 56 miljoen EUR). Deze begrotingskredieten worden ter beschikking gesteld van de EDEO (als bestemmingsontvangsten), in de eerste plaats ter dekking van de kosten van de personeelsleden van de Commissie die in de EU-delegaties werken. Deze delegaties worden administratief beheerd door de EDEO.

 

14.2.INSTELLINGEN: BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN

Vastleggingskredieten

Gedane vastleggingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

Instelling

Totaal beschikbare kredieten

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drach-ten

van bestem-mings-ontvang-sten

Totaal

%

van be-stem-mings-ont-vang-sten

Over-drachten bij be-sluit

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

Bestemmings-ont-vang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9=7+8

10=9/1

11

12

13

14=11+12+13

15=14/1

Europees Parlement

1 929

1 779

86

34

1 899

98,45 %

14

14

0,72 %

16

16

0,83 %

Europese Raad en Raad

589

500

3

25

528

89,53 %

20

20

3,36 %

42

0

42

7,10 %

Commissie

177 199

157 732

12 083

3 422

173 236

97,76 %

3 068

654

3 723

2,10 %

221

15

5

240

0,14 %

Hof van Justitie

359

354

1

355

98,83 %

1

1

0,23 %

3

3

0,94 %

Rekenkamer

133

131

0

131

98,62 %

0

0

0,06 %

2

2

1,32 %

Economisch en Sociaal Comité

134

124

4

128

95,98 %

0

0

0,08 %

5

5

3,93 %

Comité van de Regio's

91

87

2

89

98,17 %

0

0

0,02 %

2

2

1,81 %

Europese Ombudsman

10

10

10

92,32 %

0,00 %

1

1

7,68 %

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

9

8

8

95,60 %

0,00 %

0

0

4,40 %

Europese Dienst voor extern optreden

833

592

3

210

806

96,72 %

16

2

18

2,16 %

9

1

9

1,13 %

Totaal

181 286

161 317

12 175

3 698

177 190

97,74 %

3 119

656

3 775

2,08 %

301

15

5

321

0,18 %



Betalingskredieten

miljoenen EUR

Gedane betalingen

Naar 2016 overgedragen kredieten

Vervallen kredieten

Instelling

Totaal beschikbare kredieten

van definitief goedgekeur-de begroting

van over-drachten

van bestem-mings-ontvang-sten

Totaal

%

Over-drachten van rechtswege

Over-drachten bij besluit

van bestem-mings-ontvang-sten

Totaal

%

van definitief goedge-keurde begroting

van over-drachten

Be-stem-mings-ont-vang-sten (EVA)

Totaal

%

1

2

3

4

5=2+3+4

6=5/1

7

8

9

10=7+8+9

11=10/1

12

13

14

15=12+13+14

16=15/1

Europees Parlement

2 207

1 489

253

29

1 771

80,24 %

289

19

309

13,99 %

16

111

127

5,77 %

Europese Raad en Raad

639

454

48

24

527

82,43 %

46

20

65

10,25 %

42

5

47

7,32 %

Commissie

146 051

136 698

1 351

3 404

141 453

96,85 %

430

412

3 615

4 456

3,05 %

74

66

2

142

0,10 %

Hof van Justitie

376

334

15

1

350

93,10 %

20

1

21

5,49 %

3

2

5

1,41 %

Rekenkamer

141

122

7

0

129

91,70 %

9

0

9

6,62 %

2

1

2

1,68 %

Economisch en Sociaal Comité

142

114

6

3

124

87,24 %

9

1

11

7,48 %

5

2

7

5,28 %

Comité van de Regio's

99

79

6

2

86

87,37 %

9

0

9

8,97 %

2

2

4

3,66 %

Europese Ombudsman

11

9

0

9

86,37 %

1

1

5,91 %

1

0

1

7,72 %

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

10

8

0

8

82,61 %

1

1

8,24 %

0

0

1

9,15 %

Europese Dienst voor extern optreden

920

520

73

194

787

85,53 %

72

2

38

112

12,20 %

9

12

21

2,27 %

Totaal

150 595

139 827

1 759

3 657

145 243

96,45 %

886

413

3 695

4 994

3,32 %

154

202

2

358

0,24 %

 

14.3.INKOMSTEN AGENTSCHAPPEN: BEGROTINGSRAMINGEN, VASTGESTELDE RECHTEN EN ONTVANGEN BEDRAGEN

Agentschap

Definitief goedgekeurde begroting

Vastgestelde rechten

Ontvangen bedragen

Nog te ontvangen

Financiering van de Commissie (per beleidsgebied)

Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators

11

11

11

06

Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

16

14

14

18

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

185

150

150

0

06

Frontex

143

147

147

18

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

18

18

17

2

15

Europese Politieacademie

8

9

9

0

18

Europees Chemicaliënagentschap

34

38

38

0

02

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding

58

59

59

0

17

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

18

19

19

18

Europese Bankautoriteit

33

34

34

0

12

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen

20

21

21

0

12

Europees Milieuagentschap

42

53

43

10

07

Europol

95

103

103

0

18

Europese Autoriteit voor effecten en markten

37

37

37

12

Communautair Bureau voor visserijcontrole

9

9

9

11

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

79

80

80

0

17

Europees Instituut voor gendergelijkheid

8

8

8

04

Toezichthoudende Autoriteit Galileo

23

361

361

0

06

Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie

414

493

493

0

08

EU-agentschap voor justitiële samenwerking (Eurojust)

34

34

34

0

33

eu.LISA

68

74

71

2

18

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

65

65

65

0

06

Harmonisatiebureau voor de interne markt

384

216

216

0

12

Europees Geneesmiddelenbureau

308

350

304

45

02

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging

10

10

10

09

Bureau van het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

4

4

4

09

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten

22

22

22

18

Europees agentschap voor de veiligheid van het vervoer per spoor

26

27

27

0

06

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

15

16

16

04

Europees Instituut voor innovatie en technologie

243

229

229

0

15

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

50

42

42

0

15

Europese Stichting voor opleiding

20

21

21

0

15

Communautair Bureau voor plantenrassen

15

13

13

17

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

21

21

21

0

04

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur

47

47

47

15

Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie

36

36

36

06

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad

40

40

40

0

08

Uitvoerend Agentschap Onderzoek

55

55

55

0

08

Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten

7

7

7

17

Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk

18

18

18

06

Totaal

2 740

3 007

2 946

61

miljoenen EUR

Soort ontvangsten

Definitief goedge-keurde begroting

Vastge-stelde rechten

Ontvangen bedragen

Nog te ontvangen

Subsidie van de Commissie

1 715

1 700

1 698

2

Inkomsten uit heffingen

588

647

602

45

Overige baten

438

660

646

14

Totaal

2 740

3 007

2 946

61

 

14.4.VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER AGENTSCHAP

miljoenen EUR

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Agentschap

Totaal beschik-bare kredieten

Gedane vast-leg-gingen

Over-gedra-gen naar 2016

Totaal beschik-bare kredieten

Gedane beta-lingen

Over-gedra-gen naar 2016

Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators

11

11

0

14

11

2

Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

17

16

1

18

13

2

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

208

140

65

213

127

84

Frontex

152

151

1

180

125

50

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

19

19

0

20

17

2

Europese Politieacademie

9

9

0

10

8

2

Europees Chemicaliënagentschap

115

113

0

126

111

13

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding

60

56

0

71

55

11

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

19

18

1

20

18

1

Europese Bankautoriteit

33

33

39

35

3

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen

20

20

0

26

22

3

Europees Milieuagentschap

68

58

10

73

55

17

Europol

103

100

3

109

93

15

Europese Autoriteit voor effecten en markten

37

35

2

43

35

7

Communautair Bureau voor visserijcontrole

9

9

10

9

1

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

81

81

0

87

79

8

Europees Instituut voor gendergelijkheid

8

8

0

10

7

3

Toezichthoudende Autoriteit Galileo

1 582

144

1 438

616

211

404

Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie

792

791

0

531

524

6

EU-agentschap voor justitiële samenwerking (Eurojust)

34

34

0

38

34

4

eu.LISA

82

81

1

87

64

22

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

70

64

6

70

58

10

Harmonisatiebureau voor de interne markt

424

266

424

231

29

Europees Geneesmiddelenbureau

308

290

6

349

291

43

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging

10

10

11

11

1

Bureau van het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

4

4

5

4

1

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten

22

22

0

28

22

6

Europees agentschap voor de veiligheid van het vervoer per spoor

27

26

0

30

27

3

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

17

15

1

21

15

5

Europees Instituut voor innovatie en technologie

276

251

0

247

224

1

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

50

44

54

43

5

Europese Stichting voor opleiding

21

21

0

22

21

1

Communautair Bureau voor plantenrassen

17

15

15

14

1

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

22

22

0

26

23

3

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur

47

46

52

46

5

Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie

36

36

40

34

5

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad

40

39

42

39

2

Uitvoerend Agentschap Onderzoek

55

54

59

54

3

Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten

7

7

9

7

1

Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk

18

18

20

18

2

Totaal

4 930

3 175

1 538

3 864

2 835

787

miljoenen EUR

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Soort uitgaven

Totaal beschik-bare kredie-ten

Gedane vastleg-gingen

Overge-dragen naar 2016

Totaal beschik-bare kredie-ten

Gedane betalingen

Overge-dragen naar 2016

Personeel

975

956

1

991

953

18

Administratieve lasten

412

392

2

467

356

85

Beleidsuitgaven

3 543

1 827

1 535

2 406

1 526

685

Totaal

4 930

3 175

1 538

3 864

2 835

787

 

14.5.BEGROTINGSRESULTAAT MET INBEGRIP VAN DE AGENTSCHAPPEN

miljoenen EUR

Europese Unie

Agent-schappen

Uitsluiting van de subsidies voor de agent-schappen

Totaal

Ontvangsten van het begrotingsjaar

146 624

2 946

1 698

147 872

Betalingen uit de begrotingskredieten van het lopende jaar

139 827

2 233

1 698

140 363

Betalingen ten laste van kredieten uit bestemmingsontvangsten

3 657

(375)

4 032

Naar jaar n+1 overgedragen betalingskredieten

1 299

(787)

2 086

Annulering niet-bestede kredieten overgedragen uit jaar n-1

29

268

297

Ontwikkeling van bestemmingsontvangsten

(704)

145

(559)

Wisselkoersverschillen voor het jaar

182

2

184

Begrotingsresultaat [2015]

1 347

(34)

1 313

Om alle relevante begrotingsgegevens voor de agentschappen te kunnen verstrekken, zijn in de geconsolideerde jaarrekening afzonderlijke verslagen opgenomen over de uitvoering van de afzonderlijke begrotingen van de traditionele geconsolideerde agentschappen.

 

Top