Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016DC0058

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Tweede jaarverslag betreffende de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia/Peru

COM/2016/058 final

Brussel, 10.2.2016

COM(2016) 58 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Tweede jaarverslag betreffende de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia/Peru


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Tweede jaarverslag betreffende de uitvoering van de handelsovereenkomst tussen de EU en Colombia/Peru

1.INLEIDING

Tussen 11 en 19 juni 2015 heeft in Bogotá (Colombia) de tweede bijeenkomst van het Handelscomité en van de acht subcomités plaatsgevonden. Deze bijeenkomsten markeren het tweede jaar van de voorlopige toepassing van de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds 1 (hierna "de overeenkomst"), sinds maart 2013 voor Peru en sinds augustus 2013 voor Colombia 2 .

Op 30 juni 2015 hebben de partijen een Protocol ondertekend tot wijziging van de Overeenkomst in verband met de toetreding van Kroatië tot de EU. Dat Protocol doorloopt momenteel interne ratificatieprocedures in de drie partijen.

Op 12 december 2014 werd het Protocol inzake de toetreding van Ecuador tot de Overeenkomst getekend door de EU en Ecuador. Alvorens het Protocol de interne ratificatieprocedures van de partijen kan ondergaan, moet het worden goedgekeurd door het bij de overeenkomst ingestelde Handelscomité.

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 19/2013 3 (hierna "de verordening") heeft de Commissie zich ertoe verbonden bij het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een verslag in te dienen over de toepassing, uitvoering en naleving van de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en de verordening.

Dit is het tweede verslag dat wordt voorgelegd. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de verordening bestaat het uit drie delen:

een algemene evaluatie van de handelsstromen;

informatie over de activiteiten van de instanties die de overeenkomst uitvoeren;

informatie over de toezichtactiviteiten als bedoeld in de verordening.

2.ALGEMENE EVALUATIE: ONTWIKKELING VAN DE HANDEL

2.1.Methode

De analyse van de bilaterale handelsstromen is gebaseerd op een vergelijking van de gegevens voor het kalenderjaar 2014 en die voor het kalenderjaar voorafgaand aan de overeenkomst (2012). De hieronder weergegeven cijfers geven weliswaar een eerste indicatie van de wijze waarop de handel tussen de EU, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds, zich heeft ontwikkeld, maar die conclusies kunnen niet als definitief worden beschouwd. Evenmin kunnen de waargenomen veranderingen louter aan het effect van de overeenkomst worden toegeschreven.

2.2.Ontwikkeling van de handelsstromen met Peru

De invoer van Peru 4 uit de EU is in 2014 met 4 % gedaald (3 716 miljoen EUR) ten opzichte van 2012 (3 891 miljoen EUR). Dit komt grofweg overeen met de afname van de invoer van Peru uit de rest van de wereld (3 %). De daling doet zich evenwel met name voor bij de producten die onder het meestbegunstigingsrecht worden ingevoerd (10 % afname). De invoer van producten die krachtens de overeenkomst geheel zijn geliberaliseerd, steeg juist met 19 %, terwijl de invoer van gedeeltelijk geliberaliseerde producten met 15 % steeg en de invoer onder preferentiële tariefcontingenten (weliswaar ten opzichte van een zeer laag beginniveau) zelfs met 86 %. Het is interessant dat de invoer door Peru uit de EU van producten die niet profiteren van een voorkeursbehandeling uit hoofde van de overeenkomst en waarvoor derhalve een meestbegunstigingsrecht geldt, met 14 % is gestegen terwijl de invoer door Peru van dezelfde producten uit de rest van de wereld met slechts 3 % is gestegen.

Wat productcategorieën betreft, is de grootste afname van de invoer van Peru uit de EU te zien bij minerale producten (25 %) en onedele metalen (25 %), hoewel de grootste afname in absolute cijfers te zien is bij machines en mechanische werktuigen (159 miljoen EUR, ofwel 9 %). Dit geldt met name voor hoofdstuk 84 (kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan), waar de invoer van Peru uit de EU een kwart van de totale invoer van Peru bedraagt en met 11 % is afgenomen. De grootste stijging is te zien bij kunstvoorwerpen (184 %), dieren en dierlijke producten (47 %) en producten van de voedselindustrie (46 %). In absolute cijfers vertonen alleen voedingsmiddelen en chemische producten een significante toename (elk met 43 miljoen EUR). Binnen die laatste groep zien we de grootste stijging bij farmaceutische producten (31 %).

De invoer door de EU 5 uit Peru is afgenomen met 21 %, van 6 072 miljoen EUR in 2012 tot 4 789 miljoen EUR in 2014. Ook hier betreft de afname vooral producten die al onder het meestbegunstigingsrecht de EU binnenkomen (afname van 34 %). Alle overige productcategorieën vertonen juist een stijging, met name de categorieën die krachtens de overeenkomst geheel zijn geliberaliseerd (stijging van 22 %), de categorieën die gedeeltelijk zijn geliberaliseerd (stijging van 11 %), de categorieën waarvoor een meestbegunstigingsrecht geldt en die niet krachtens de overeenkomst zijn geliberaliseerd (stijging van 12 %) en de categorieën waarvoor preferentiële tariefcontingenten gelden (stijging van 102 %).

Gezien de sterke concentratie van de invoer uit Peru wat productcategorieën betreft, is er een opmerkelijke afname waargenomen in de invoer door de EU uit Peru in de categorie minerale producten (een afname van 1 062 miljoen EU, ofwel 38 %), wat toe te schrijven is aan de wereldwijde daling van de prijzen van mineralen, en in de categorie parels, edelstenen en halfedelstenen en metalen (een afname van 145 miljoen EUR, ofwel 75 %). Een significante toename van 47 miljoen EUR (24 %) zien we bij dieren en dierlijke producten, en dan met name producten uit hoofdstuk 03 (vis, schaaldieren, weekdieren of andere ongewervelde waterdieren). Ook voor hoofdstuk 08 (eetbare vruchten en noten, schillen van citrusvruchten en van meloenen) zien we een belangrijke toename van 157 miljoen EUR (38 %).

Gedurende de eerste twee jaar van de overeenkomst hebben 1 133 nieuwe bedrijven vanuit Peru naar de EU uitgevoerd, waarvan 38 % in de landbouwsector. De meeste van die nieuwe exporteurs zijn kmo's (97,4 %), maar de grote nieuwe exporteurs (de overige 2,6 %, ofwel 30 bedrijven) nemen 68 % voor hun rekening van de totale waarde van producten die door nieuwe bedrijven zijn uitgevoerd. Gedurende dezelfde periode werd vanuit Peru naar de EU uitgevoerd in 370 nieuwe tarieflijnen (10 cijfers) voor een totale waarde van 60 miljoen USD (0,5 % van de totale uitvoer, waarvan de helft bestaat uit ruwe aardolie).

2.3.Ontwikkeling van de handelsstromen met Colombia

De invoer van Colombia 6 uit de EU is tussen 2012 en 2014 sterk gestegen, van 4 870 miljoen EUR tot 6 602 miljoen EUR (36 %). Opgemerkt zij echter dat de grootste stijging zich voordeed in 2013 (23 %), terwijl de overeenkomst pas vanaf augustus van dat jaar werd toegepast en dus niet de enige oorzaak van die toename kan zijn. Dit wordt bevestigd door het feit dat de grootste stijging te zien was bij producten die al onder het meestbegunstigingsrecht werden ingevoerd (toename van 1 133 miljoen EUR, ofwel 42 %). Desalniettemin vertoont ook de Colombiaanse invoer uit de EU van producten die krachtens de overeenkomst geheel zijn geliberaliseerd een aanzienlijke stijging van 306 miljoen EUR, ofwel 43 %. De invoer van producten die krachtens de overeenkomst gedeeltelijk zijn geliberaliseerd, is met 27 % toegenomen, en de invoer van producten onder preferentiële tariefcontingenten – weliswaar ten opzichte van een zeer laag beginniveau van 21 miljoen EUR – met 71 %. Als gevolg van deze positieve ontwikkelingen is het aandeel van de EU in de invoer van Colombia toegenomen van 11 % in 2012 tot 14 % in 2014.

Voor vrijwel alle productcategorieën waarin significant wordt gehandeld, is de invoer door Colombia uit de EU toegenomen. De grootste stijgingen zijn waargenomen in de categorieën vervoermaterieel (951 miljoen EUR, ofwel 146 %), chemische producten (294 miljoen EUR, ofwel 22 %) en meet- en muziekinstrumenten (116 miljoen EUR, ofwel 42 %). Wat productgebieden betreft, werd de grootste stijging in de Colombiaanse invoer waargenomen voor de categorieën 88 (luchtvaart en ruimtevaart) en 30 (farmaceutische producten), te weten respectievelijk 980 miljoen EUR (450 %) en 235 miljoen EUR (35 %).

Daar staat tegenover dat de invoer door de EU uit Colombia 7 tussen 2012 (8 040 miljoen EUR) en 2014 (7 867 miljoen EUR) licht is gedaald. Dit is met name toe te schrijven aan de afname (met 197 miljoen EUR) van de invoer van producten die vallen onder het meestbegunstigingsrecht. Tegelijkertijd zien we een opmerkelijke stijging (met 71 miljoen EUR) van de invoer door de EU van producten die krachtens de overeenkomst geheel zijn geliberaliseerd. Opgemerkt zij evenwel dat de daling plaatsvond in 2013, terwijl de EU-invoer vanuit Colombia in 2014 juist met 533 miljoen EUR (ofwel 7 %) is toegenomen ten opzichte van 2013. Als we het eerste jaar van toepassing van de overeenkomst in beschouwing nemen, d.w.z. van augustus 2013 tot en met juli 2014, en die periode vergelijken met dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan is de EU-invoer uit Colombia zelfs met 10 % gestegen.

Op het niveau van de productcategorieën deed de grootste afzonderlijke daling zich voor bij onedele metalen en werken daarvan (265 miljoen EUR, ofwel 78 %). Vrijwel de gehele afname in deze categorie – 264 miljoen EUR, ofwel 88 % – had betrekking op hoofdstuk 72 (ijzer en staal). Opvallende stijgingen zijn te zien voor plantaardige producten (toename van 73 miljoen EUR, ofwel 5 %) en dierlijke en plantaardige vetten (45 miljoen EUR, ofwel 66 %). Voor hoofdstuk 09 (koffie, thee, maté en specerijen) zien we de grootste toename, en wel van 113 miljoen EUR (28 %).

Een andere belangrijke ontwikkeling is dat tussen het begin van de toepassing van de overeenkomst en eind 2014 526 nieuwe bedrijven producten van Colombia hebben uitgevoerd naar de EU, waarvan 328 voor een bedrag van minder dan 10 000 USD en slechts 8 voor een bedrag van meer dan 1 miljoen USD. Dit wijst erop dat het waarschijnlijk om kleine bedrijven gaat. In dezelfde periode werden er in 336 nieuwe tarieflijnen producten uitgevoerd van Colombia naar de EU, waarvan de belangrijkste variëren van tonijn (4 615 647 USD gedurende de beoordeelde periode) tot machines en toestellen met eigen beweegkracht (3 109 501 USD) en anijslikeur (1 691 638 USD) 8 .

2.4.Gebruik van tariefcontingenten (TC’s)

Tabel 1 geeft de benuttingsgraad weer van tariefcontingenten (TC's) die door de EU voor Colombia en Peru zijn ingesteld 9 . Alleen het TC voor rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose wordt daadwerkelijk door Colombia en Peru gebruikt, alsmede – tot op zekere hoogte – het TC voor suikermais door Peru; de overige TC's 10 worden sterk onderbenut of in het geheel niet gebruikt.

Tabel 1: Benuttingsgraad van TC's in Colombia en Peru

Gebruik van TC's door Colombia

Gebruik van TC's door Peru

2013

2014

2013

2014

Rietsuiker en chemisch zuivere sacharose

88,40 %

85,72 %

100 %

100 %

Ander suikerwerk

1,37 %

1,32 %

0,02 %

0,01 %

Mais

0,7 %

3 %

Suikermais

21 %

76 %

Bron: TARIC

Anderzijds zien we dat de EU gebruikmaakt van de door Colombia ingestelde TC's voor paddenstoelen, zuivelproducten zoals melk en room in poedervorm, wei en kaas alsmede bereidingen voor de voeding van kinderen, suikermais en in mindere mate consumptie-ijs en suikerwerk. In het geval van Peru werd in 2014 alleen het TC voor consumptie-ijs benut, en in de eerste helft van 2015 ook dat voor melk en boter. Tabel 2 toont alle door Colombia en Peru ingestelde TC's die door de EU zijn benut.



Tabel 2: Benuttingsgraad van TC's in de EU

Gebruik van door Colombia ingestelde TC's door de EU

Gebruik van door Peru ingestelde TC's door de EU

2013

2014

2013

2014

Paddenstoelen

1,57 %

4,95 %

Melk en room in poedervorm

0,00 %

34,92 %

Wei

57,60 %

49,96 %

Bereidingen voor de voeding van kinderen

40,45 %

67,50 %

Suikermais

0,42 %

54,18 %

Consumptie-ijs

5,26 %

13,35 %

0 %

90 %

Kaas

9,07 %

8,02 %

Suikerwerk

1,82 %

3,41 %

Melk

   4 %

Bron: DIAN (Colombia) en SUNAT (Peru)

2.5.Handel in diensten en buitenlandse directe investeringen (BDI) 11

De gegevens over de handel in diensten komen met een aanzienlijke vertraging beschikbaar. Ten tijde van dit verslag waren er alleen gegevens beschikbaar voor het jaar 2013. Dat betekent dat er slechts een gedeeltelijke analyse kan worden gemaakt, aangezien de overeenkomst pas sinds maart 2013 wordt toegepast voor Peru en sinds augustus 2013 voor Colombia.

In 2013 beliep de EU-uitvoer van diensten naar Peru 1 215 miljoen EUR, een daling van 18 % vergeleken met het jaar daarvoor. Tegelijkertijd beliep de EU-invoer van diensten uit Peru 839  miljoen EUR, een daling van 4 % vergeleken met 2012. In 2013 bedroegen de totale BDI van de EU in Peru 7 678 miljoen EUR, en de totale BDI van Peru in de EU 218 miljoen EUR.

Wat Colombia betreft, beliep de EU-uitvoer van diensten 2 581 miljoen EUR, een daling van 10 % vergeleken met het jaar daarvoor. Tegelijkertijd beliep de EU-invoer van diensten uit Colombia 1 475 miljoen EUR, een stijging van 3 % vergeleken met 2012. In 2013 bedroegen de totale BDI van de EU in Colombia 15 622 miljoen EUR, en de totale BDI van Colombia in de EU 3 839 miljoen EUR.

3.ACTIVITEITEN VAN DE UITVOERENDE ORGANEN

De overeenkomst voorziet in de instelling van een Handelscomité en acht gespecialiseerde instanties die toezicht houden op de uitvoering ervan. De tweede ronde van bijeenkomsten vond tussen 11 en 19 juni plaats in Bogotá (Colombia), en wordt hieronder samengevat weergegeven.



Subcomité Technische handelsbelemmeringen – 10 juni 2015

Tijdens deze bijeenkomst hebben de partijen specifieke kwesties aan de orde gesteld en de andere partijen om een toelichting verzocht. Wat Colombia betreft, gaf de EU haar bezorgdheid te kennen ten aanzien van de noodzaak van onafhankelijke certificering in Colombia en de aanstaande implementatie van het nationale kwaliteitssysteem. De EU sprak ook haar bezorgdheid uit omtrent het nationaal ontwikkelingsplan, waarin prijsstelling lijkt te worden opgenomen als een van de vereisten voor de uitgifte of verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van medicijnen en medische apparatuur. Wat Peru betreft, stelde de EU de kwestie van de lopende aanvraag voor de status "hoogwaardig gezondheidstoezicht" (Alta Vigilancia Sanitaria) voor de uitvoer van farmaceutische producten en medische apparatuur aan de orde.

Subcomité Intellectuele eigendom – 11 juni 2015

De discussie aangaande geografische aanduidingen (GA's) heeft geresulteerd in een correct overzicht van de stand van zaken omtrent de bescherming van GA's. Er zijn kritieke gebieden ten aanzien van effectieve bescherming in kaart gebracht en extra inspanningen van Colombia en Peru waargenomen om het proces voor het toevoegen van nieuwe GA's op gang te brengen. De partijen zijn overeengekomen om te pogen de procedure voor het uitbreiden van de lijst met nieuwe GA's te stroomlijnen.

Verder hebben Colombia en Peru de lijst met vragen van de EU over diverse IER-kwesties beantwoord. In dit verband is met name van belang de bevestiging door Colombia van de mogelijkheid voor de EU om bij te dragen aan een aanstaande openbare raadpleging omtrent de definitie van nationale noodsituaties in de gezondheidszorg en van de bijeenroeping van een bijeenkomst tussen de betrokkenen inzake het in licentie uitgeven van digitaal materiaal.

Subcomité Landbouw – 12 juni 2015

De bijeenkomst bood de gelegenheid statistieken over handelsstromen en de benutting van contingenten uit te wisselen. Tijdens de bijeenkomst werd met name bevestigd dat Peru en Colombia moeilijkheden ondervinden bij het naleven van hun verplichtingen krachtens de overeenkomst op het gebied van alcoholhoudende dranken – een terrein waar producten uit de EU (en elders) last hebben van handelsverstorende maatregelen.  Noch Peru noch Colombia was in staat een routekaart te presenteren om deze gebreken te verhelpen. Aan EU-zijde werd duidelijk gesteld dat alle opties worden overwogen om dit probleem op te lossen, waaronder het gebruik van mechanismen voor geschillenbeslechting. Andere punten op de agenda waren onder meer het stabilisatiemechanisme voor bananen en het verzoek van Colombia om gelijkwaardigheid in de biologische landbouw.

Subcomité Overheidsopdrachten – 16 juni 2015

De voornaamste punten met betrekking tot Colombia waren de toegang tot de markt voor opdrachten van lagere overheden en het gebruik, door aanbestedende instanties, van ongebruikelijke en soms buitengewoon hoge indicatoren voor het vaststellen van de economische capaciteit van inschrijvers. De besprekingen over deze punten dienen te worden voortgezet. Peru heeft laten weten dat er momenteel een hervorming wordt doorgevoerd die het onmogelijk zal maken om overheidsopdrachten te delegeren aan internationale organisaties – thans het grootste probleem op dit terrein.

Subcomité Sanitaire en fytosanitaire maatregelen – 16-17 juni 2015

Ten aanzien van Colombia is tijdens de vergadering de voortgang vastgesteld die is geboekt met betrekking tot een uniforme goedkeuringsprocedure voor dierlijke producten uit de EU. Ten aanzien van Peru bleek het vanwege de afwezigheid van een van de verantwoordelijke instanties (SENASA) niet mogelijk oplossingen te bespreken en te vinden voor het ontbreken van een goedkeuringsprocedure die strookt met de overeenkomst.

Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling (zie ook punt 4 hieronder) – 16-17 juni 2015

De tweede bijeenkomst diende als overgang naar een meer inhoudelijke agenda, met name over arbeidsgerelateerde kwesties. De partijen hebben een lijst opgesteld van mogelijke onderwerpen voor vervolgacties die nader bestudeerd en geprioriteerd moeten worden. Er is ook een openbare zitting met het maatschappelijk middenveld gehouden (circa 80 deelnemers). De twee partijen gaven daarbij een samenvatting van de besprekingen op regeringsniveau van de voorgaande dag. Tijdens deze zitting richtten de maatschappelijk organisaties zich met name op de gevolgen van de handelsovereenkomst voor Colombia. (Zie ook punt 4 hieronder.)

Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels – 17 juni 2015

Deze bijeenkomst was een gelegenheid om de meest recente ontwikkelingen omtrent dit onderwerp te presenteren en enkele actuele aandachtspunten te bespreken. Speciale aandacht werd besteed aan de interpretatie van de bepaling inzake de definitie van rechtstreeks transport, al werd hierover geen definitieve overeenstemming bereikt. Ook werd een aanvang gemaakt met besprekingen over een mogelijke uitgebreide cumulatie met Chili en Mexico.

Subcomité Markttoegang – 19 juni 2015

Teneinde het functioneren van de overeenkomst beter te kunnen evalueren, zijn de partijen overeengekomen op reguliere basis invoerstatistieken te gaan uitwisselen. Wat markttoegang betreft, heeft de EU gewezen op de zorgen die er bestaan omtrent het beleid voor het slopen van vrachtwagens in Colombia.

Handelscomité – 19 juni 2015

Het Handelscomité werd gebruikt voor inventarisatie van de voortgang van de subcomités en om enkele van de belangrijkste zorgen opnieuw onder de aandacht te brengen, waaronder de aanhoudende discriminatie van ingevoerde alcoholische dranken met name in Colombia maar ook in Peru, toegang voor de EU tot opdrachten van lagere overheden in Colombia en problemen inzake de certificering van de EU-uitvoer van dierlijke producten in Peru.

De EU heeft de laatste stand van zaken gepresenteerd aangaande de ratificatie van de overeenkomst door de EU. De bijeenkomst diende ook om de ondertekening van het Protocol inzake Kroatië bij de Overeenkomst naderbij te brengen, die vervolgens plaatsvond op 30 juni 2015. Wat het Protocol inzake de toetreding van Ecuador tot de Overeenkomst betreft, is overeengekomen de besprekingen voort te zetten teneinde zo spoedig mogelijk een voor alle partijen bevredigende oplossing te vinden, en ook dat Colombia en Peru nader commentaar zouden verstrekken.

4. NALEVING VAN VERPLICHTINGEN OP HET GEBIED VAN HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING

Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling

De tweede bijeenkomst van het Subcomité Handel en duurzame ontwikkeling (het subcomité) vond plaats op 16 en 17 juni 2015 in Bogotá. Daarbij zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen:

4.1.Uitvoering van de arbeidsgerelateerde bepalingen

Colombia heeft gewezen op het nationale ontwikkelingsplan dat het land onlangs heeft aangenomen en dat onder meer bestaat uit een nationaal beleid voor fatsoenlijk werk, en naar inspanningen ter versterking van arbeidsinspecties, verbetering van het innen van boetes en de aanpak van ongepaste uitbestedings- en cao-praktijken door sommige bedrijven. Er is voortgang geboekt in de sociale dialoog via mechanismen zoals het Comité voor de beslechting van geschillen (CETCOIT), en een grootschalig cao-project in de publieke sector is met succes uitgevoerd. Colombia heeft erkend dat er nog veel moet worden gedaan, maar heeft ook laten weten dat er extra middelen zijn aangewend ter bescherming van vakbondsleiders die met geweld worden bedreigd en heeft herhaald dat het alles zou doen wat nodig is om een eind te maken aan straffeloosheid.

Peru heeft zijn strategie en actieplan inzake de formalisering van de arbeid gepresenteerd en heeft verslag uitgebracht over de voortgang bij de uitvoering van beleid tegen dwangarbeid en de uitvoering van zijn strategie voor de preventie en uitbanning van kinderarbeid. Peru heeft er in dit verband met name op gewezen dat het regime voor arbeidsinspecties onder de Nationale toezichtsraad voor arbeidsinspectie (SUNAFIL) is versterkt. Verder zijn enkele positieve ontwikkelingen inzake de beslechting van arbeidsconflicten en de sociale dialoog voor het voetlicht gebracht. Er is een landelijke prijs ingesteld ter erkenning van bedrijven met goede werkmethoden.

De EU heeft een overzicht gegeven van de laatste stand van zaken omtrent de bekrachtiging van IAO-verdragen. De EU heeft benadrukt er alles aan te doen om fatsoenlijk werk te bevorderen en heeft verslag uitgebracht van maatregelen die zijn genomen ten behoeve van de snelle bekrachtiging door de lidstaten van het IAO-protocol betreffende gedwongen arbeid. De Unie heeft ook gevraagd om een nadere toelichting inzake verschillende punten die in deskundigenrapporten van de IAO inzake Colombia en Peru aan de orde zijn gesteld.

4.2.Uitvoering van milieugerelateerde bepalingen

Colombia heeft verwezen naar zijn nationale ontwikkelingsplan, waarin een horizontale strategie voor groene groei is opgenomen, zijn nationale plan voor vergroening van het bedrijfsleven en zijn beleid inzake duurzaamheid bij overheidsopdrachten.

Peru heeft een presentatie gegeven over zijn milieuagenda met maatregelen voor 2015-2016 en heeft gewezen op de nationale milieuprijs die het land heeft ingesteld ter bevordering van goede praktijken.

De EU heeft informatie verschaft omtrent de ontwikkeling van een nieuw horizontaal beleid voor een cyclische economie, over ontwikkelingen binnen CITES en het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel, over de plannen voor een nieuw actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren, en over de herziening van het Actieplan van de EU voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Flegt).

4.3.Interne raadpleging en subcomitébijeenkomsten met het maatschappelijk middenveld

Het interne mechanisme van de EU voor overleg met het maatschappelijk middenveld ("interne adviesgroep") is verschillende keren bijeengekomen en heeft zijn reglement van orde vastgesteld. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) levert het secretariaat en drie leden van de groep en heeft op zijn website een speciale webpagina ingericht. Colombia en Peru hebben de EU tussentijds ingelicht over hun voornemen om gebruik te maken van bestaande interne overlegmechanismen op het gebied van arbeid en milieu. De EU en Colombia hebben met elkaar en met Peru gegevens uitgewisseld over de leden van hun respectieve groepen.

In Bogotá is op 17 juni 2015 een openbare zitting gehouden met circa 80 vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in Colombia en verschillende leden van de interne adviesgroep van de EU. Deze zitting was aangekondigd op verschillende websites, waaronder die van het Colombiaanse ministerie van Handel. De vertegenwoordigers van de partijen hebben het maatschappelijk middenveld via een mondeling en schriftelijk verslag geïnformeerd over hun besprekingen in het subcomité Handel en duurzame ontwikkeling. Vertegenwoordigers van het Colombiaanse maatschappelijk middenveld hebben een aantal algemene verklaringen afgelegd, waarin zij met name hun zorg uitten over de algehele impact van de overeenkomst. Verder hebben enkele sprekers de aandacht gevestigd op problemen in verband met vakbondsrechten, arbeidsomstandigheden, informele arbeid en arbeidsinspecties. In een gezamenlijke verklaring hebben vertegenwoordigers van de EU en Colombia gepleit voor meer interactie tussen de groepen.

4.4    Follow-up

Na een presentatie door de EU wilden Colombia en Peru meer weten over de manier waarop de EU de arbeids- en milieueffecten van handelsovereenkomsten beoordeelt – en dit werd aangemerkt als een potentieel onderwerp voor toekomstige samenwerking. Het subcomité verwees naar een breed scala van onderwerpen voor potentiële samenwerking, zoals goede praktijken bij de arbeidsinspectie, arbeidsmarkt, overgang van informeel naar formeel werk, preventie en beslechting van arbeidsconflicten en preventie en uitbanning van kinderarbeid en dwangarbeid. Rond het thema milieu was er interesse in samenwerking op het gebied van handel en biodiversiteit, met inbegrip van CITES, handel in bosbouwproducten, chemicaliën en gevaarlijk afval, en milieu-informatiesystemen. Ook maatschappelijk verantwoord ondernemen werd in dit kader genoemd, en de EU bevestigde haar steun voor de werkzaamheden van de OESO op dit punt, met name wat de sectoren textiel en mineralen betreft. Overeengekomen is om tussentijds overleg te plegen om te bepalen van welke onderwerpen de implementatie prioriteit moet krijgen.



 

4.5    Overige activiteiten

De Commissie heeft op 5 mei 2015 een bijeenkomst bijgewoond van de door de Commissie internationale handel van het Europees Parlement ingestelde speciale toezichtgroep inzake de handelsovereenkomst EU-Colombia-Peru. Het thema van die bijeenkomst was arbeidsrechten in Colombia en Peru.

De EU-delegatie in Colombia heeft op 18 juni 2015, met steun van DG Handel en in samenwerking met de kamer van koophandel van Bogotá, een evenement georganiseerd rond het thema handel en duurzame ontwikkeling. Dat evenement werd door meer dan 400 mensen bezocht. Het bestond onder meer uit presentaties over hernieuwbare energie, geografische aanduidingen, handelsbevordering, eerlijke handel en certificering van biologische producten. Er waren ook stands waarin Colombiaanse organisaties van fairtradeproducenten en distributeurs van Europese voedingsmiddelen en dranken hun producten presenteerden.

5.    UITVOERING VAN VERORDENING (EU) NR. 19/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT UITVOERING VAN DE BILATERALE VRIJWARINGSCLAUSULE EN HET STABILISATIEMECHANISME VOOR BANANEN

De verordening voorziet in de mogelijkheid een vrijwaringsonderzoek te beginnen of voorafgaande toezichtmaatregelen in te voeren onder voorwaarden die in de verordening werden vastgelegd. Overeenkomstig de artikelen 3 en 13 van de verordening heeft de Commissie toezicht gehouden op de ontwikkeling van de invoer van bananen uit Colombia en Peru. Toen zij dit verslag opstelde had de Commissie noch een vrijwaringsonderzoek begonnen of voorafgaande toezichtmaatregelen ingevoerd, noch een verzoek ontvangen om dit te doen.

5.1.Ontwikkeling van de Colombiaanse en Peruaanse uitvoer van verse bananen naar de EU

De invoer van verse bananen uit Peru is in 2014 met 14 % gedaald ten opzichte van 2013; van 112 396 ton in 2013 tot 96 136 ton in 2014. Desalniettemin heeft Peru ook in 2014 wederom het drempelvolume bereikt zoals vastgesteld in de overeenkomst (te weten 82 500 ton), vooral dankzij de maand november – zie het onderstaande diagram. Overeenkomstig artikel 15, lid 3, van de verordening heeft de Commissie het effect op de markt voor bananen in de EU beoordeeld met inachtneming van factoren als de gevolgen voor het prijspeil, de ontwikkeling van de invoer uit overige bronnen en de algehele stabiliteit van de markt in de Unie.

Daar de invoer van verse bananen uit Peru slechts 1,9 % van de totale invoer van verse bananen in de EU uitmaakte, de invoer van verse bananen uit andere traditionele uitvoerlanden grotendeels onder de drempelwaarden bleef die daarvoor in vergelijkbare stabilisatiemechanismen zijn vastgesteld, de gemiddelde groothandelsprijs van bananen niet noemenswaardig is gewijzigd en er geen aanwijzingen waren voor een negatief effect op de stabiliteit van de markt in de EU, voor EU-producenten of voor de ultraperifere regio's van de EU, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de schorsing van het preferentiële douanerecht op de invoer van bananen uit Peru niet passend was.

Ook de invoer van verse bananen uit Colombia daalde in 2014 ten opzichte van het voorgaande jaar, en wel met 6 % vergeleken met 2013; van 1 150 980 ton in 2013 tot 1 086 096 ton in 2014. Zoals te zien in het onderstaande diagram bleef de invoer uit Colombia ruim beneden de drempelwaarde zoals vastgesteld in de overeenkomst (slechts 64 % van het drempelvolume werd bereikt).

6.    CONCLUSIE

Twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst is het implementatieproces in volle gang en functioneert de Overeenkomst over het algemeen naar tevredenheid van alle partijen. Het blijft moeilijk om op bepaalde punten een beoordeling te maken, bijvoorbeeld omdat de gegevens over de handel in diensten of investeringsstromen nog niet of slechts gedeeltelijk beschikbaar zijn. De vertraging van de economie in Latijns-Amerika en de daling van de grondstoffenprijzen op de wereldmarkt hebben ook gevolgen gehad voor de handelsstromen tussen de EU en Colombia en Peru. Over het geheel genomen vertoont zowel de EU-invoer uit Peru als de EU-uitvoer naar Peru een waardedaling, wat aansluit bij de algemene tendens in de Peruaanse handel. Het aandeel van de EU in de invoer van Colombia is tussen 2012 en 2014 toegenomen, terwijl ook de uitvoer vanuit Colombia naar de EU in 2014 is gestegen, na een daling in 2012 en 2013.

Een positief effect van de uitvoering van de overeenkomst zien we terug in de handel in producten die krachtens de overeenkomst zijn geliberaliseerd. De invoer in de EU van producten uit Peru en Colombia die krachtens de overeenkomst zijn geliberaliseerd, is toegenomen – in sommige gevallen zelfs aanzienlijk. De EU heeft haar uitvoer naar zowel Colombia als Peru van producten die krachtens de overeenkomst geheel, gedeeltelijk dan wel door middel van preferentiële tariefcontingenten zijn geliberaliseerd, significant verhoogd. Wat diversificatie betreft, heeft er sinds 2012 invoer plaatsgevonden in een aanzienlijk aantal nieuwe tarieflijnen.

Dat 526 Colombiaanse en 1 133 Peruaanse bedrijven sinds de inwerkingtreding van de overeenkomst voor het eerst naar de EU hebben uitgevoerd, is een welkome ontwikkeling, te meer nu zich daaronder een aanzienlijk aantal kmo's bevindt. Met ontwikkelingsprogramma's van de EU ten behoeve van de uitvoering van de overeenkomst wordt beoogd deze tendens verder te versterken.

Hoewel het uitvoeringsproces op de meeste gebieden goed verloopt, zijn er ook enkele aspecten die urgent aandacht vereisen. Dit betreft bijvoorbeeld de uitvoering door Peru van zijn verplichtingen inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de belasting op alcoholische dranken met name in Colombia, maar ook in Peru. Een andere bron van zorg is de uitvoering van de verplichtingen inzake toegang tot de markt voor opdrachten van lagere overheden in Colombia.

De mechanismen voor uitvoering van het hoofdstuk inzake Handel en duurzame ontwikkeling van de Overeenkomst – een prioriteit voor de EU – zijn inmiddels beschikbaar, met concrete bijdragen van het maatschappelijk middenveld. Colombia heeft gewezen op de voortgang ten aanzien van de sociale dialoog, en Peru heeft de aandacht gevestigd op zijn strategie ter preventie en uitbanning van kinderarbeid en voor formalisering van de arbeid.

Wat het stabilisatiemechanisme voor bananen betreft, is de gemiddelde groothandelsprijs van verse bananen op de EU-markt niet noemenswaardig gewijzigd en waren er geen aanwijzingen dat de stabiliteit van de markt in de EU of de situatie van EU-producenten is beïnvloed door de toename van de Peruaanse uitvoer. De Commissie is derhalve tot de conclusie gekomen dat een schorsing van het preferentiële douanerecht op bananen van oorsprong uit Peru niet passend was. Dit geeft aan dat de zorgvuldige monitoring van de bananeninvoer en de evaluatie van de marktsituatie effectief zijn.

De Commissie blijft zich richten op maatregelen die volledige uitvoering van alle aspecten van de overeenkomst waarborgen, ten behoeve van de wederzijdse handel en investeringen en in nauwe samenwerking met de partnerlanden.

(1)  PB L 354 van 21.12.2012, blz. 3.
(2) De stands van de ratificatie van de overeenkomst door de EU-lidstaten is beschikbaar op de website van de Raad: http://www.consilium.europa.eu/en/documents-publications/agreements-conventions/agreement/?aid=2011057  
(3) Verordening (EU) nr. 19/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausule en het stabilisatiemechanisme voor bananen in de handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (PB L 17 van 19.1.2013, blz. 1).
(4) Bron: ITC/ Comext (R1)
(5) Bron: Comext (R1)
(6) Bron: ITC/ Comext (R1)
(7) Bron: Comext (R1)
(8) Bron: PROCOLOMBIA
(9) Uitsluitend de TC's die zijn gebruikt worden vermeld.
(10) De EU heeft 8 TC's ingesteld voor Colombia en 18 voor Peru.
(11) Bron: Eurostat en Eenheid Hoofdeconoom van DG Handel
Top