Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016AP0146

P8_TA(2016)0146 Indices die als benchmarks worden gebruikt voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende indices die als benchmarks worden gebruikt voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten (COM(2013)0641 — C7-0301/2013 — 2013/0314(COD)) P8_TC1-COD(2013)0314 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 april 2016 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2016/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014

OJ C 66, 21.2.2018, p. 68–68 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

21.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 66/68


P8_TA(2016)0146

Indices die als benchmarks worden gebruikt voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 april 2016 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende indices die als benchmarks worden gebruikt voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten (COM(2013)0641 — C7-0301/2013 — 2013/0314(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2018/C 066/14)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0641),

gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0301/2013),

gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door het Lagerhuis van het Verenigd Koninkrijk, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 7 januari 2014 (1),

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 21 januari 2014 (2),

gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 9 december 2015 om het standpunt van het Europees Parlement goed te keuren, overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien artikel 59 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A8-0131/2015),

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast (3);

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


(1)  PB C 113 van 15.4.2014, blz. 1.

(2)  PB C 177 van 11.6.2014, blz. 42.

(3)  Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 19 mei 2015 (Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0195).


P8_TC1-COD(2013)0314

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 april 2016 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2016/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2016/1011.)


Top