EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015XC0808(01)

Kennisgeving van de Commissie — Richtsnoeren voor risicobeheersingsvermogen

OJ C 261, 8.8.2015, p. 5–24 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

8.8.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 261/5


KENNISGEVING VAN DE COMMISSIE

Richtsnoeren voor risicobeheersingsvermogen

(2015/C 261/03)

Inhoudsopgave

1.

Inleiding 5

2.

Toepassingsgebied en doelstellingen 6

2.1.

Toepassingsgebied van de richtsnoeren 6

2.2.

Doelstellingen 6

3.

Methode 6

3.1.

Actoren en termijnen 6

3.2.

Procedure 7

3.2.1.

Risicobeoordeling 7

3.2.2.

Risicobeheersingsplanning 7

3.2.3.

Uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen 7

3.3.

Rol van de richtsnoeren 8

4.

Inhoud van de beoordeling 8

4.1.

Risicobeoordeling 8

4.2.

Risicobeheersingsplanning 11

4.3.

Uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen 14

5.

Samenvatting 18

6.

Lijst met referenties en relevante documenten 23

1.   INLEIDING

Aangezien het aantal en de ernst van de door de mens of de natuur veroorzaakte rampen de laatste jaren aanzienlijk zijn toegenomen, grotendeels door de klimaatverandering, in een situatie waar toekomstige rampen nog extremer en complexer zullen zijn en verreikende gevolgen op de langere termijn zullen hebben, is rampenpreventie van cruciaal belang om een verhoogd beschermingsniveau en een vergrootte rampbestendigheid te bewerkstelligen. Dit vereist verdere maatregelen en een geïntegreerde aanpak inzake rampenrisicobeheer, waarbij preventie-, paraatheids- en responsacties aan elkaar zijn gerelateerd.

Krachtens het besluit betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming („het besluit”) (1), dat in werking trad op 1 januari 2014, stellen de lidstaten een aantal maatregelen inzake rampenpreventie in, onder meer door het gezamenlijk uitvoeren van de „…beoordeling op nationaal of passend subnationaal niveau van hun risicobeheersingsvermogen, om de drie jaar na de opstelling van de desbetreffende richtsnoeren (2). Het besluit bepaalt dat de Commissie, samen met de lidstaten, richtsnoeren zal ontwikkelen „betreffende de inhoud, de methode en de structuur van deze beoordelingen (3).

De volgende richtsnoeren werden daarom samen met deskundigen van de lidstaten voorbereid, gebaseerd op het nieuwe besluit en rekening houdend met de bestaande goede praktijken in de lidstaten, evenals recente ervaringen met de ontwikkeling van nationale risicobeoordelingen (4). De richtsnoeren bouwen ook voort op de bevindingen van een workshop die in juli 2014 werd georganiseerd door het Italiaanse voorzitterschap van de Raad en de daaropvolgende conclusies van de Raad betreffende de beoordeling van het risicobeheersingsvermogen („Conclusies van de Raad”), aangenomen in oktober 2014 (5). Bovendien worden de richtsnoeren gevoed door de richtsnoeren van de Commissie inzake nationale risicobeoordelingen voor rampenbeheer („richtsnoeren voor risicobeoordeling”) (6).

Het doel van deze richtsnoeren is om de lidstaten een niet-bindende, alomvattende en flexibele methode beschikbaar te stellen die hen kan helpen bij de zelfbeoordeling van hun risicobeheersingsvermogen.

De richtsnoeren kunnen worden herzien in het licht van praktijkervaringen met de uitvoering in de lidstaten.

2.   TOEPASSINGSGEBIED EN DOELSTELLINGEN

2.1.   Toepassingsgebied van de richtsnoeren

Risicobeheersingsvermogen wordt in het besluit gedefinieerd als het vermogen van een lidstaat of van zijn regio’s om de in zijn risicobeoordelingen vastgestelde risico’s te beperken, zich er aan aan te passen of deze te verzachten, met name wat betreft de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan, tot een voor die lidstaat aanvaardbaar niveau.

Iedere lidstaat dient zelf te bepalen welke niveaus aanvaardbaar zijn in een specifieke context en voor de verschillende risico’s. Deze flexibiliteit werd door het besluit geïntroduceerd met het oog op de verschillende situaties in verschillende lidstaten. Welke niveaus aanvaardbaar zijn, is normaal een impliciet element in elke capaciteitsbeoordeling. Met tijd en ervaring kunnen sommige keuzes die derhalve werden gemaakt, explicieter worden in de nationale beoordelingen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling („OESO”) heeft onlangs aanbevolen dat methoden dienen te worden vastgelegd om alle belanghebbenden te ondersteunen bij het vaststellen van acceptabele risiconiveaus en dat deze methoden en hun resultaten duidelijk moeten worden gepubliceerd om het bewustzijn bij alle belanghebbenden te versterken (7).

Het besluit specificeert dat risicobeheersingsvermogen wordt beoordeeld in termen van de technische, financiële en bestuurlijke capaciteit van een lidstaat, op nationaal of gepast subnationaal niveau, tot het uitvoeren van adequate a) risicobeoordelingen; b) risicobeheersingsplanning voor preventie en paraatheid; en c) preventie- en paraatheidsmaatregelen. De beoordeling van het risicobeheersingsvermogen bestrijkt daarom de hele risicobeheersingscyclus.

De lidstaten kunnen het risicobeheersingsvermogen beoordelen voor individuele risico’s of voor het algemene risicobeheersingsvermogen door middel van een multirisicoaanpak. In de richtsnoeren wordt aanbevolen om de risico’s te dekken die verbonden zijn aan door de mens of de natuur veroorzaakte rampen, overeenkomstig artikel 1, lid 2, van het besluit betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming.

2.2.   Doelstellingen

De richtsnoeren hebben de volgende doelstellingen:

1)

de autoriteiten van de lidstaten ondersteunen bij het verder vergroten van het bewustzijn inzake de sterke en mogelijke zwakke punten van hun rampenbeheersingssysteem, het identificeren van goede praktijken en het op gang brengen van een verbeteringsproces;

2)

bijdragen tot de ontwikkeling en het delen van op kennis en op feiten gebaseerde beleidskaders voor rampenbeheersing en werkwijzen tussen de relevante bestuurlijke niveaus in de lidstaten en tussen de verschillende sectoren en de verschillende, maar onderling samenhangende beleidsbevoegdheden;

3)

samenwerking tussen de lidstaten vergemakkelijken bij het beheersen van risico’s in de context van het Uniemechanisme voor civiele bescherming en andere relevante rampenbeheersingssystemen.

Zoals bepaald in het besluit, zal de Commissie de lidstaten op een aantal manieren ondersteunen bij het verwezenlijken van deze doelstellingen, onder andere door het vereenvoudigen van de uitwisseling van ervaringen inzake risicobeheersingsvermogen en de beoordeling hiervan (8).

3.   METHODE

3.1.   Actoren en termijnen

Uit de ervaringen van lidstaten en andere landen is gebleken dat er aanzienlijke voordelen verbonden zijn aan de coördinatie van de nationale beoordelingen van het risicobeheersingsvermogen door één entiteit. De aanwijzing van een coördinerende instantie om de beoordeling te begeleiden, kan met name bijdragen tot het toepassen van een coherente methode en bevordert de uitwisseling van goede praktijken. Tegelijkertijd zal het — nationaal of gepast subnationaal — beoordelingsniveau worden vastgesteld door elke lidstaat, op basis van het eigen governance-systeem.

De lidstaten zijn overeengekomen om deze beoordelingen om de drie jaar uit te voeren, waarbij de eerste beoordelingen drie jaar na de voltooiing van de richtsnoeren zullen plaatsvinden. Een periodieke beoordeling is belangrijk om een voortdurende verbetering van het risicobeheersingsvermogen te waarborgen, met inbegrip van de vaststelling van de behoeften en de daaropvolgende uitvoering van de relevante maatregelen.

3.2.   Procedure

De beoordeling van het risicobeheersingsvermogen bestrijkt de volledige risicobeheersingscyclus, met name risicobeoordeling, risicobeheersingsplanning voor preventie en paraatheid en de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen.

3.2.1.   Risicobeoordeling

Bij het ondernemen van een risicobeoordeling moet worden gestreefd naar het bereiken van een algemene consensus, tussen alle belanghebbenden, inzake de specifieke risico’s en hun relatieve prioriteit. De geïdentificeerde risico’s vormen, na de beoordeling en rangschikking naar prioriteit, de basis voor de risicobeheersingsplanning en de opeenvolgende uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen (9). Zoals aanbevolen in de richtsnoeren voor risicobeoordeling dienen lidstaten die voor het eerst een nationale risicobeoordeling uitvoeren, zich te concentreren op de belangrijkste risicoscenario’s (10).

3.2.2.   Risicobeheersingsplanning

Risicobeheersingsplanning kan per individueel risico worden ondernomen, of in het kader van een geïntegreerde sectoroverschrijdende benadering of zelfs een multirisicobenadering. De specifieke doelstelling tijdens de planning is om uiteen te zetten hoe elk risico kan worden beperkt, verzacht of hoe de lidstaten zich hier aan kunnen aanpassen wat betreft de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan, door de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen (11). De planning zou ook de vereiste middelen en termijnen moeten vermelden en dient op passende wijze verantwoordelijkheden toe te wijzen.

De gepaste maatregelen dienen eerst te worden geïdentificeerd, geordend en vervolgens geselecteerd in een besluitvormingsproces waarbij alle relevante belanghebbenden voldoende worden betrokken, om een goed begrip van de maatregelen, hun noodzakelijkheid en prioriteit te verzekeren en zodoende brede steun te bewerkstelligen. De eerste aanwijzingen inzake de methode voor het identificeren en omschrijven van deze maatregelen zijn opgenomen in de richtsnoeren voor risicobeoordeling in het onderdeel betreffende „risicobeoordeling” (12). Andere voorbeelden die de lidstaten kunnen raadplegen, zijn de „Civil Defence Emergency Management (CDEM) Capability Assessment Tool” die werd ontwikkeld door het Ministerie van Civiele bescherming & crisisbeheersing van Nieuw-Zeeland (13), de Nederlandse Strategie Nationale Veiligheid, of de Franse „Direction de la Défense et de la Sécurité Civile” (14) van de Organisation de la Réponse de Sécurité Civile (ORSEC). Een vollediger overzicht van goede praktijken is beschikbaar op het Climateadapt-forum van de EU (15). Het in de loop der tijd uitbreiden van de lijst met goede praktijken en voorbeelden kan bijdragen aan het beoordelingsproces.

Methoden voor risicobeheersingsplanning op nationaal of subnationaal niveau moeten aan de specifieke behoeften en bestuursstructuren van de lidstaten worden aangepast. Dit kan een risicobeheersingsplan voor één bepaald risico of voor alle risico’s omvatten, waarbij de voornaamste risico’s worden uitgesplitst in uitvoerbare activiteiten — bijvoorbeeld preventie- en paraatheidsmaatregelen — om zich zodoende aan de geïdentificeerde risico’s aan te passen of deze te beperken en te verzachten tot een aanvaardbaar niveau. Dit kan ook een vergelijking van verschillende maatregelen inhouden, met betrekking tot hun positieve netto-effect en de kosten die vereist zijn voor de uitvoering.

Het is belangrijk dat het planningsproces leidt tot de identificatie en de selectie van gepaste en concrete preventie- en paraatheidsmaatregelen. Dit proces moet gebruikmaken van de resultaten van de risicobeoordelingen.

3.2.3.   Uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen

Onder de derde dimensie van de evaluatie van het risicobeheersingsvermogen dienen lidstaten te beoordelen of ze in staat zijn de maatregelen die worden geïdentificeerd in de risicobeheersingsplanning, ten uitvoer te brengen. De uitvoering omvat de verdeling van verantwoordelijkheden en middelen, de controletaken, evenals een evaluatie en een leerproces.

3.3.   Rol van de richtsnoeren

In de richtsnoeren wordt een niet-exhaustieve methode voor de beoordeling voorgesteld die moet worden aangepast aan de behoeften van elke lidstaat. Deze methode moet worden beschouwd als een gemeenschappelijk uitgangspunt en moet een gemeenschappelijk inzicht in de noodzakelijke elementen van de nationale beoordelingen van het risicobeheersingsvermogen bevorderen.

De beoordeling van het risicobeheersingsvermogen dient te vertrekken vanuit een gedetailleerde (kwalitatieve en, waar relevant, kwantitatieve) beschrijving van de risicobeheersingscyclus. De in punt 4 vermelde vragen zijn ontworpen als leidraad om de nationale en subnationale entiteiten van lidstaten te helpen bij het beoordelen van hun risicobeheersingsvermogen, op basis van een aantal criteria voor de bestuurlijke, technische en financiële capaciteit. Bij het beantwoorden van deze vragen is het belangrijk om de situatie, de geïdentificeerde behoeften en de mogelijke of genomen maatregelen in kwalitatieve en, voor zover mogelijk, kwantitatieve termen te omschrijven.

Om de drie dimensies van de risicobeoordelingscyclus adequaat te evalueren, is het belangrijk om niet enkel de algemene bestuurlijke, technische en financiële capaciteit te beoordelen, maar ook de capaciteit met betrekking tot de belangrijkste risico’s (inclusief de risico’s die werden geïdentificeerd gedurende het nationale risicobeoordelingsproces), om tot een realistische evaluatie van de beheersing van concrete risico’s te komen.

De evaluatie van het risicobeheersingsvermogen kan worden samengevat met behulp van het model dat wordt omschreven in deel 5, dat werd ontworpen om een kort overzicht te bieden van de zelfbeoordeling van het risicobeheersingsvermogen.

4.   INHOUD VAN DE BEOORDELING

In overeenstemming met het besluit, dient de evaluatie op nationaal en/of het gepaste subnationale niveau drie delen te omvatten — risicobeoordelingen, risicobeheersingsplanning, en de uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen. Elk deel moet gericht zijn op een aantal elementen, die verband houden met bestuurlijke, technische en financiële capaciteiten. Dit omvat onder andere het kader, de coördinatie, de expertise, belanghebbenden, informatie en communicatie, methode, infrastructuur, uitrusting en financiering.

4.1.   Risicobeoordeling

Dit deel omvat een reeks vragen die de bestuurlijke, technische en financiële capaciteiten bestrijken die vereist zijn om risicobeoordelingen uit te voeren.

Voor de beoordeling van de administratieve capaciteit is het belangrijk om te focussen op het bestaan van een relevant kader, de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, het bestaan van de vereiste expertise, de mate van betrokkenheid van externe belanghebbenden en communicatie.

Voor de beoordeling van de technische capaciteit is het belangrijk om te focussen op het evalueren van de gepaste methode en infrastructuur. Bij de uitvoering van een algemene risicobeoordeling kunnen ook de grens- en sectoroverschrijdende dimensies van risico’s worden opgenomen, wanneer deze relevant zijn, evenals de impact op infrastructuur.

Voor de beoordeling van de financiële capaciteit is het belangrijk om te focussen op het evalueren van de beschikbaarheid van financiële middelen.

Voldoende gedetailleerde antwoorden op elke vraag omvatten een verklaring inzake wat, hoe en wanneer risicobeoordelingen worden uitgevoerd, evenals voldoende beschikbare gegevens, cijfers en referenties.

Kader

Risicobeoordelingen moeten worden omschreven en moeten deel uitmaken van een algemeen kader.

Vraag 1: Past de risicobeoordeling binnen een algemeen kader?

Toelichting: Geef aan of dit kader juridisch of procedureel is, en of het op nationaal en/of gepast subnationaal niveau wordt vastgelegd.

Coördinatie

Een risicobeheersingsstructuur wijst duidelijke verantwoordelijkheden toe aan alle entiteiten die bij de risicobeoordeling worden betrokken, zodat overlappingen en verkeerde afstemmingen tussen verantwoordelijkheden en mogelijkheden worden vermeden.

Vraag 2: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de risicobeoordeling?

Toelichting: Omschrijf op welke basis de verantwoordelijkheden voor de risicobeoordeling worden toegewezen binnen de administratie. Zijn deze basis of de daarmee overeenstemmende procedures schriftelijk vastgelegd (bijvoorbeeld in wetgeving)? Is er sprake is van overlappingen of behoeften en hoe zullen deze worden aangepakt?

Vraag 3: Wordt de verantwoordelijkheid voor het beoordelen van specifieke risico’s toegewezen aan de meest relevante entiteiten?

Toelichting: Omschrijf via welk proces de relevante entiteiten worden betrokken bij de risicobeoordeling, hoe de verantwoordelijkheid of het eigenaarschap wordt verzekerd bij het behandelen van specifieke risico’s.

Vraag 4: Werd de sectoroverschrijdende dimensie van risico’s geïntegreerd in de risicobeoordelingen?

Toelichting: Omschrijf welke beoordeelde risico’s een sectoroverschrijdende en een multirisicobenadering bevatten en in welke mate die wordt inbegrepen bij het definiëren van het risicoscenario. Omschrijf, indien van toepassing, de aard van de samenwerking met andere nationale en/of gepaste subnationale autoriteiten bij het uitvoeren van deze risicobeoordelingen.

Expertise

De deskundigen die de risicobeoordeling uitvoeren, dienen de hiertoe benodigde vaardigheden en verantwoordelijkheden te hebben en moeten voldoende training hebben genoten om de risicobeoordeling uit te voeren.

Vraag 5: Wordt de verdeling van de verantwoordelijkheden voor de risicobeoordeling geregeld herzien?

Toelichting: Omschrijf welke entiteiten of departementen deelnemen aan de risicobeoordeling, hoe deze worden geïdentificeerd/geselecteerd, welke competenties in acht worden genomen wanneer de verantwoordelijkheden worden verdeeld.

Vraag 6: Worden de deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeoordeling(en) voldoende geïnformeerd, getraind en hebben ze voldoende ervaring met het beoordelen van risico’s?

Toelichting: Omschrijf of, en wat voor, training beschikbaar is voor deskundigen, de mate van ervaring van deskundigen, en welke technische expertise en hulpmiddelen worden gebruikt en als noodzakelijk worden beschouwd bij het uitvoeren van risicobeoordelingen.

Andere belanghebbenden

De capaciteit om risico’s te beoordelen is in toenemende mate afhankelijk van de betrokkenheid van verschillende publieke en private belanghebbenden. Entiteiten die risicobeoordelingen uitvoeren, kunnen samenwerken met verschillende belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector, de academische wereld en andere overheidsinstellingen die niet rechtstreeks zijn betrokken bij het beoordelingsproces.

Vraag 7: Worden alle relevante belanghebbenden betrokken bij het risicobeoordelingsproces?

Toelichting: Omschrijf de verschillende relevante belanghebbenden die worden betrokken bij het risicobeoordelingsproces. Hierbij valt te denken aan de academische wereld, onderzoeksorganisaties, de particuliere sector, evenals overheidsinstanties die niet direct bijdragen aan het beoordelingsproces. Deze kunnen eveneens afkomstig zijn uit andere lidstaten of internationale organisaties. De lidstaten kunnen geleerde lessen onderstrepen die gedeeld moeten worden.

Informatie en communicatie

De beoordeling van risico’s vereist effectieve informatie- en communicatiesystemen. Een goed inzicht in de bestuurlijke capaciteit die vereist is om de resultaten van risicobeoordelingen en hun relevantie bij een algemene risicocommunicatiestrategie te communiceren, kan leiden tot een verbeterde informatie-uitwisseling, gegevensuitwisseling en effectievere communicatie met relevante belanghebbenden.

Vraag 8: Is de noodzakelijke bestuurlijke capaciteit beschikbaar om de resultaten van de risicobeoordelingen openbaar te maken?

Toelichting: Preciseer hoe de communicatie met burgers is georganiseerd met betrekking tot het verspreiden van de resultaten van risicobeoordelingen.

Vraag 9: Is de noodzakelijke bestuurlijke capaciteit beschikbaar om de resultaten van de risicobeoordelingen, inclusief scenario’s, geleerde lessen enz. intern te communiceren?

Toelichting: Omschrijf hoe de informatiestroom tussen verschillende openbare instanties en de verschillende niveaus van de administratie is georganiseerd.

Vraag 10: Worden de resultaten van de risicobeoordelingen geïntegreerd in een risicocommunicatiestrategie?

Toelichting: Omschrijf hoe de verspreiding van de openbaar gemaakte resultaten wordt opgenomen in een nationale en/of subnationale risicocommunicatiestrategie.

Methode

Vraag 11: Heeft de nationale of subnationale entiteit een methode voor risicobeoordeling ontwikkeld? Is deze methode neergelegd in de wetgeving of gepubliceerd en wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze methode?

Toelichting: Omschrijf de nationale of subnationale aanpak inzake risicobeheersing (risico-per-risico, scenario’s, concrete voorbeelden, algemeen). Omschrijf de methode die wordt gebruikt om de mogelijke impact te analyseren, de methode om de waarschijnlijkheid te berekenen, de overwegingen of de methode die wordt gehanteerd om risico’s prioriteit te geven of naast zich neer te leggen. Omschrijf of risicobeoordelingen worden herzien, en binnen welk tijdsbestek dit gebeurt, of de methode wordt gebundeld in een document, of de risicobeoordelingsmethode openbaar wordt gemaakt en aan wie, en of een deel van de informatie uit de risicobeoordeling toegankelijk is voor het publiek.

Vraag 12: Werd de sectoroverschrijdende dimensie van risico’s geïntegreerd in de risicobeoordelingen?

Toelichting: Omschrijf welke beoordeelde risico’s een grensoverschrijdende dimensie omvatten en in welke mate deze grensoverschrijdende dimensie wordt opgenomen in de risicobeoordeling (zoals het opstellen van scenario’s). De lidstaten kunnen, waar toepasselijk, de aard van de samenwerking met andere lidstaten bij het uitvoeren van risicobeoordelingen met een grensoverschrijdende dimensie omschrijven.

Vraag 13: Wordt infrastructuur opgenomen in de beoordeling van risico’s?

Toelichting: Identificeer welke soorten kritieke (zowel nationale als Europese) infrastructuur worden opgenomen bij het ontwikkelen van scenario’s en het beoordelen van de risico’s. Deze kunnen onder meer wegen, gebouwen, dammen, spoorwegen, bruggen, satellieten, ondergrondse systemen, kabels, ziekenhuizen en schuilmogelijkheden omvatten.

Informatie- en communicatietechnologie

Vraag 14: Is de relevante ICT-infrastructuur beschikbaar om risicobeoordelingen uit te voeren?

Toelichting: Omschrijf welke infrastructuur beschikbaar is om risicobeoordelingen uit te voeren, zoals ICT-hulpmiddelen, satellieten enz. De lidstaten kunnen lopende onderzoeken beschrijven die verband houden met de ontwikkeling van nieuwe ICT-infrastructuren om risicobeoordelingen te ondersteunen. Indien de infrastructuur wordt gedeeld met andere landen kunnen de lidstaten ook omschrijven welke samenwerkingsverbanden er bestaan (zoals het delen van satellietbeelden).

Vraag 15: Zijn er voldoende informatie en gegevens (onder meer historische gegevens) beschikbaar om risicobeoordelingen uit te voeren?

Toelichting: Omschrijf welke informatiebronnen en gegevens worden gebruikt en of er databanken bestaan om risicobeoordelingen uit te voeren. De lidstaten kunnen nieuwe ontwikkelingen omschrijven die de verzameling van gegevens en informatie verbeteren.

Financiering

Financiering omvat de algemene identificatie, raming en reservering van middelen die vereist zijn om risicobeoordelingen uit te voeren en bij te werken.

Vraag 16: Is er voldoende financiële capaciteit beschikbaar om de werkzaamheden met betrekking tot risicobeoordelingen uit te voeren en bij te werken?

Toelichting: Omschrijf of er financiële middelen beschikbaar zijn om risicobeoordelingen te ontwikkelen en het bijwerken van bestaande beoordelingen te verzekeren.

4.2.   Risicobeheersingsplanning

Dit deel omvat een reeks vragen die de bestuurlijke, technische en financiële capaciteiten bestrijken die vereist zijn om risicobeheersingsplanning uit te voeren.

Voor de evaluatie van de bestuurlijke capaciteit is het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de coördinatie van het proces, het bestaan van de vereiste expertise, het bestaan van relevante methoden, de mate van betrokkenheid van externe belanghebbenden en communicatie.

Voor de evaluatie van de technische capaciteit is het belangrijk om aandacht te besteden aan het evalueren van het gebruik van geschikt materiaal.

Voor de evaluatie van de financiële capaciteit is het belangrijk om aandacht te besteden aan de beschikbaarheid van financiële middelen.

Voldoende gedetailleerde antwoorden op elke vraag omvatten verklaringen over wat er gedaan is, hoe dit gedaan werd, wanneer dit gedaan werd en zo volledig mogelijke data, gegevens en referenties.

Coördinatie

Een risicobeheersingsstructuur wijst duidelijke verantwoordelijkheden toe aan alle entiteiten die worden betrokken bij de risicobeheersingsplanning, zodat overlappingen en verkeerde afstemmingen tussen verantwoordelijkheden en mogelijkheden worden vermeden.

Vraag 17: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de planning van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Omschrijf op welke basis de verantwoordelijkheden voor het planningsproces worden toegewezen binnen de administratie, of deze basis of de daarmee overeenstemmende procedures schriftelijk zijn vastgelegd (bijvoorbeeld in wetgeving), of er sprake is van overlappingen of tekortkomingen, hoe deze worden zullen worden aangepakt en of de sectoroverschrijdende dimensie in acht wordt genomen.

Vraag 18: Worden de verantwoordelijkheden om te plannen voor specifieke risico’s gewaarborgd en regelmatig geëvalueerd?

Toelichting: Omschrijf hoe de verantwoordelijkheid om te plannen voor specifieke risico’s wordt gewaarborgd, of er sprake is van een proces om de taakverdeling voor specifieke risico’s te evalueren.

Expertise

Er dienen methoden voor personeelsplanning te worden ingesteld zodat een optimale personeelsbezetting wordt gegarandeerd. De deskundigen die worden belast met het uitvoeren van de risicobeheersingsplanning, moeten toegang hebben tot de nodige informatie en moeten voldoende training ontvangen.

Vraag 19: Zijn er voldoende deskundigen om de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, gebaseerd op de geïdentificeerde risico’s uit de risicobeoordeling, uit te voeren?

Toelichting: Omschrijf welke entiteiten of departementen deelnemen aan het planningsproces, hoe deze worden geïdentificeerd/geselecteerd en of er voldoende personeel beschikbaar is.

Vraag 20: Is er effectieve training beschikbaar voor deskundigen, op de verschillende niveaus die verantwoordelijk zijn voor de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Omschrijf of, en welke, training beschikbaar is voor deskundigen die planningsactiviteiten uitvoeren.

Vraag 21: Worden de deskundigen die betrokken zijn bij de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, geïnformeerd over de algemene beleidsdoelstellingen en -prioriteiten met betrekking tot risicobeheersing?

Toelichting: Omschrijf of er een risicobeheersingsstrategie bestaat. Zo ja, omschrijf hoe de doelstellingen, prioriteiten en processen worden gecommuniceerd naar de deskundigen die betrokken zijn bij de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen.

Vraag 22: Is er voorzien in een proces om te verzekeren dat de kennis van de deskundigen die zijn belast met de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, wordt behouden en verder wordt ontwikkeld?

Toelichting: Omschrijf hoe kennis wordt gedeeld tussen de deskundigen die bij het planningsproces zijn betrokken en hoe wordt verzekerd dat die kennis behouden blijft.

Methode

De nationale of subnationale entiteit dient een methode te hebben ontwikkeld om risicobeheersingsplanning uit te voeren voor de verwachte gevolgen van geïdentificeerde risico’s, die worden ingeschat volgens een ontwikkelde methode en vervolgens op basis hiervan worden gerangschikt.

Vraag 23: Hebben de verschillende verantwoordelijke entiteiten methoden ontwikkeld voor risicobeheersingsplanning? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze methoden?

Toelichting: Omschrijf de nationale of subnationale benaderingen voor het plannen, omschrijf de methoden die worden gebruikt om preventie- en paraatheidsmaatregelen te ontwikkelen en om de mogelijke impact op de risicobeperking te analyseren.

Vraag 24: Omvatten methoden voor risicobeheersingsplanning de identificatie van infrastructuur die relevant is voor de mitigatie van geïdentificeerde risico’s?

Toelichting: Omschrijf hoe de relevante infrastructuur wordt geïdentificeerd, hoe de toestand met het oog op de beperking van risico’s wordt geëvalueerd, of er een lijst met relevante infrastructuur wordt opgesteld en of deze regelmatig wordt herzien, of investeringsbehoeften worden geïdentificeerd.

Andere belanghebbenden

Het risicobeheersingsvermogen is in toenemende mate afhankelijk van de betrokkenheid van en samenwerking met verschillende publieke en private belanghebbenden. Voorbeelden hiervan zijn rampenbeheersingsorganisaties, gezondheidsdiensten, brandweer- en politiediensten, exploitanten van vervoers-/elektriciteits-/communicatienetwerken, vrijwilligersorganisaties, burgers/vrijwilligers, wetenschappelijke experts, strijdkrachten, of organisaties in andere lidstaten.

Vraag 25: Worden de relevante publieke en private belanghebbenden geïnformeerd en betrokken bij het planningsproces?

Toelichting: Omschrijf de benadering die wordt gehanteerd inzake de inspraak van publieke/private belanghebbenden, welke belanghebbenden bijdragen aan het planningsproces en geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Vraag 26: Worden de risico’s die zijn geïdentificeerd in de risicobeoordelingen gedeeld met publieke of particuliere bedrijven? Zo ja, hoe wordt ervoor gezorgd dat de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen bij het publiek en bij deze bedrijven wordt aangemoedigd?

Toelichting: Omschrijf de interactie met partnerorganisaties gedurende het planningsproces, of er, en zo ja welke, overeenkomsten bestaan om toereikende kwaliteit te bevorderen, hoe de preventie- en paraatheidsmaatregelen die door deze organisaties worden gepland, effectief bijdragen tot de verwachte risicobeperking.

Vraag 27: Worden de nationale of subnationale entiteiten betrokken bij de grensoverschrijdende planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Omschrijf aan welke grensoverschrijdende planningsacties deze entiteiten recent hebben deelgenomen, of er concrete regelingen voor verdere samenwerking zijn ontstaan uit dit gezamenlijk planningsproces (zoals memoranda van overeenstemming of dienstverleningsovereenkomsten) en mogelijke ervaringen of geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Informatie en Communicatie

Het beheren van complexe risico’s vereist effectieve informatie- en communicatiesystemen voor de risicobeheersingsplanning van preventie- en paraatheidsmaatregelen. De nationale of subnationale entiteiten dienen te verzekeren dat er regels en procedures zijn ingesteld die het delen van informatie en gegevens en de communicatie met verschillende belanghebbenden mogelijk maken.

Vraag 28: Worden alle relevante belanghebbenden, inclusief burgers, geïnformeerd over de belangrijkste onderdelen van risicobeheersingsplanning?

Toelichting: Omschrijf hoe de informatie-uitwisseling tussen de verschillende publieke en private belanghebbenden en tussen de verschillende niveaus van de administratie wordt georganiseerd om te verzekeren dat de relevante belanghebbenden op de hoogte zijn en hun kennis kunnen delen. De lidstaten kunnen ook aangeven hoe de communicatie met burgers inzake de planning van bepaalde preventie- en paraatheidsmaatregelen wordt georganiseerd en geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Uitrusting

Dit deel van de technische capaciteitsbeoordeling evalueert of de uitrusting die noodzakelijk is om preventie- en paraatheidsmaatregelen te plannen, aanwezig is. Dit kunnen softwaretoepassingen zijn die worden gebruikt om het planningsproces te ondersteunen.

Vraag 29: Zijn de uitrusting en apparatuur beschikbaar die vereist zijn om de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen te ondersteunen en/of uit te voeren?

Toelichting: Omschrijf of, en welke, uitrusting en apparatuur beschikbaar is, of er verdere behoeften, discrepanties en/of overlappingen zijn.

Financiering

Financiering omvat het vinden, inschatten en vastleggen van de financiële middelen die noodzakelijk worden geacht om mogelijke financiële verplichtingen die voortkomen uit risicobeheersing na te komen (financiering van preventie- en paraatheidsmaatregelen), volgend op de prioritering van risico’s. Dit omvat eveneens de participatie van belanghebbenden bij het financieren van risicobeheersing, indien gepast.

Vraag 30: Worden financieringsbehoeften voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen geraamd en worden mogelijke bronnen van financiering geïdentificeerd als onderdeel van het planningsproces?

Toelichting: Omschrijf of er een methode bestaat om financieringsbehoeften in te schatten, welke financieringsbronnen worden geïdentificeerd, of Europese financiering zal worden of werd aangevraagd.

Vraag 31: Worden toekomstige investeringsplannen en de mogelijke rol van financiering door de particuliere sector overwogen als onderdeel van het planningsproces?

Toelichting: Omschrijf of, en hoe, het planningsproces helpt bij het identificeren van toekomstige investeringsprioriteiten, in welke mate private organisaties worden betrokken bij dit proces, of medewerking van de particuliere sector wordt gevraagd voor de financiering van investeringen waaraan prioriteit werd toegekend.

Vraag 32: Worden op voorhand procedures of plannen geïdentificeerd of opgesteld als onderdeel van het planningsproces om financiering te verzekeren voor preventie- en paraatheidsmaatregelen die nodig zijn om de geïdentificeerde risico’s te verzachten?

Toelichting: Omschrijf hoe begrotings- en juridische vraagstukken inzake de flexibele toewijzing van middelen worden behandeld in het planningsproces, of er concrete maatregelen worden genomen of opgezet die flexibiliteit mogelijk maken, of er juridische of politieke belemmeringen bestaan tegen een dergelijke aanpak.

4.3.   Uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen

Dit deel omvat een reeks vragen die de bestuurlijke, technische en financiële capaciteiten bestrijken die vereist zijn om preventie- en paraatheidsmaatregelen uit te voeren.

Voor de beoordeling van de bestuurlijke capaciteit is het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan het bestaan van de vereiste strategie, beleid en methoden, het bestaan van de vereiste expertise, de coördinatie van het proces, de mate van betrokkenheid van belanghebbenden en de voorziene communicatie en procedures.

Voor de beoordeling van de technische capaciteit is het belangrijk om te focussen op het evalueren van de gepaste infrastructuur, uitrusting en voorraden en het bestaan en de gepastheid van technische expertise.

Voor de beoordeling van de financiële capaciteit is het belangrijk om aandacht te besteden aan de beschikbaarheid van financiële middelen.

Voldoende gedetailleerde antwoorden op elke vraag omvatten verklaringen over wat er gedaan is, hoe dit gedaan werd, wanneer dit gedaan werd en zo volledig mogelijke data, gegevens en referenties.

Strategie/Beleid/Methode

De nationale of subnationale entiteiten hebben werkwijzen ontwikkeld om risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen uit te voeren. De verwachte effecten van geplande preventie- en paraatheidsmaatregelen op risicobeperking worden beoordeeld en de maatregelen worden dienovereenkomstig geprioriteerd en aangepast.

Vraag 33: Wordt de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen gelinkt aan de risicobeheersingsplanning? Vormt dit een onderdeel van een strategie of beleid en werd hiertoe een methode gedefinieerd?

Toelichting: Omschrijf de nationale of subnationale werkwijze die het planningsproces koppelt aan de uitvoering van maatregelen, omschrijf hoe de tenuitvoerlegging gebeurt, hoe de resulterende effecten op risicobeheersing, aanpassing en mitigatie worden geanalyseerd en opnieuw worden gebruikt als input voor de planning en risicobeoordeling, rekening houdend met de coherentie met bestaande preventie- en paraatheidsmaatregelen inzake de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering.

Vraag 34: Worden methoden voor schademeldingen en meldingen van het verlies van mensenlevens ontwikkeld en worden de kosten van schade geraamd, gedocumenteerd en opgeslagen?

Toelichting: Omschrijf welke methoden worden ontwikkeld voor schademeldingen en meldingen van het verlies van mensenlevens, of deze gegevens worden gedeeld met belanghebbenden en burgers, of belanghebbenden bijdragen aan het melden van schade en/of aan de kostenraming, of de schade regelmatig of bij gelegenheid wordt gedocumenteerd en opgeslagen, welke periode wordt gedekt en of deze verslagen openbaar worden gemaakt.

Coördinatie

Een risicobeheersingsstructuur wijst duidelijke verantwoordelijkheden toe aan alle entiteiten die worden betrokken bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, zodat overlappingen en verkeerde afstemmingen tussen verantwoordelijkheden en mogelijkheden worden vermeden.

Vraag 35: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Beschrijf op welke basis de verantwoordelijkheden tijdens het uitvoeringsproces worden toegewezen binnen de administratie, of de daarmee overeenstemmende procedures schriftelijk zijn vastgelegd (bijvoorbeeld in wetgeving), of er sprake is van overlappingen, verdere behoeften en/of discrepanties, hoe deze zullen worden aangepakt en of de sectoroverschrijdende dimensie in acht wordt genomen.

Expertise

Er zijn methoden voor personeelsplanning ingesteld zodat een optimale personeelsbezetting wordt gegarandeerd. Er zijn instrumenten voor het prestatiebeheer van het personeel ingesteld, waaronder regelmatige toetsing van training en ontwikkelingsbehoeften.

Vraag 36: Is de verdeling van de verantwoordelijkheden onder deskundigen die zijn betrokken bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen up-to-date en zijn er voldoende middelen beschikbaar voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, gebaseerd op het planningsproces?

Toelichting: Omschrijf welke entiteiten (zoals afdelingen, agentschappen) deelnemen aan de uitvoering van maatregelen, hoe deze entiteiten worden geïdentificeerd/geselecteerd, welke professionele vaardigheden van het personeel in acht worden genomen wanneer de verantwoordelijkheden worden toegewezen, of de personeelsbezetting toereikend is.

Vraag 37: Zijn de deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen voldoende geïnformeerd, opgeleid, ervaren?

Toelichting: Omschrijf of, en wat voor, training beschikbaar is voor personeel dat betrokken is bij de uitvoering van maatregelen, hoe vaak de betrokken personen reeds hebben deelgenomen aan de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, hoe de doelstellingen, prioriteiten of processen worden meegedeeld aan het personeel dat betrokken is bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen.

Andere belanghebbenden

Het risicobeheersingsvermogen is in toenemende mate afhankelijk van de betrokkenheid van en samenwerking met verschillende publieke en private belanghebbenden. Voorbeelden hiervan zijn rampenbeheersingsorganisaties, gezondheidsdiensten, brandweer- en politiediensten, exploitanten van vervoers-/elektriciteits-/communicatienetwerken, vrijwilligersorganisaties, burgers en vrijwilligers, wetenschappelijke experts, strijdkrachten of organisaties in andere lidstaten (grensoverschrijdende risicobeheersing). Het omgaan met nieuwe risico’s vereist daarom de oprichting van een reactienetwerk dat alle benodigde capaciteiten kan mobiliseren bij verschillende belanghebbenden.

Vraag 38: Worden de relevante belanghebbenden geïnformeerd en betrokken bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Omschrijf de werkwijze die wordt gehanteerd met betrekking tot de betrokkenheid van publieke/private belanghebbenden of netwerkbeheer, welke soorten belanghebbenden bijdragen aan de uitvoering van maatregelen en geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Vraag 39: Is de nationale of subnationale entiteit betrokken bij de uitvoering van grensoverschrijdende preventie- en paraatheidsmaatregelen?

Toelichting: Omschrijf welke grensoverschrijdende preventie- en paraatheidsmaatregelen worden uitgevoerd, welke andere belanghebbenden betrokken zijn, of er concrete regelingen voor verdere samenwerking zijn ontstaan uit de gezamenlijke uitvoering van maatregelen (zoals memoranda van overeenstemming of dienstverleningsovereenkomsten) en mogelijke ervaringen of geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Vraag 40: Is de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen van voldoende kwaliteit om de verwachte resultaten inzake risicobeperking te bereiken?

Toelichting: Zijn er overeenkomsten gesloten om voldoende kwaliteit aan te moedigen, hoe dragen de door deze organisatie uitgevoerde preventie- en paraatheidsmaatregelen bij aan de verwachte risicobeperking en omschrijf mogelijke ervaringen die kunnen worden gedeeld.

Procedures

Risicobeheersing moet rekening houden met ontwikkelingen binnen gevestigde processen om de werking van het risicobeheersingssysteem te garanderen. De uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen moet daarom procedures vastleggen die bijdragen aan de risicobeperking.

Vraag 41: Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen onderdelen zoals de ontwikkeling van procedures van vroegtijdige waarschuwing, activering, melding, deactivering of monitoring?

Toelichting: Omschrijf of er procedures gelden, hoe deze in de praktijk werken, of operationele standaardprocedures worden ontwikkeld, voor welke operaties deze procedures worden ontwikkeld en mogelijke geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Informatie en Communicatie

Het beheren van complexe risico’s vereist effectieve informatie- en communicatiesystemen voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen. De nationale of subnationale entiteiten dienen te verzekeren dat er regels en procedures zijn ingesteld die het te allen tijde delen van informatie en gegevens mogelijk maken en de communicatie over de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen met relevante belanghebbenden, inclusief burgers, vergemakkelijkt.

Vraag 42: Is de noodzakelijke informatie beschikbaar en wordt deze regelmatig uitgewisseld binnen de nationale of subnationale entiteit?

Toelichting: Omschrijf hoe de informatie-uitwisseling tussen de verschillende publieke entiteiten en tussen de verschillende niveaus van de administratie wordt georganiseerd om te verzekeren dat de relevante diensten op de hoogte zijn en hun kennis kunnen delen.

Vraag 43: Zijn er communicatiestrategieën opgesteld, met inbegrip van het gebruik van verschillende media-instrumenten (waaronder sociale media) om doeltreffend informatie te delen met burgers en zo het bewustzijn te verhogen en vertrouwen te wekken?

Toelichting: Preciseer hoe de informatiestroom en communicatie met burgers voor, tijdens en na de uitvoering van maatregelen wordt georganiseerd en mogelijke geleerde lessen die kunnen worden gedeeld.

Infrastructuur met inbegrip van IT

Dit deel van de beoordeling van de technische capaciteit evalueert of de huidige infrastructuur, zoals wegen, gebouwen, dammen, spoorwegen, bruggen, satellieten, ondergrondse buizen, kabels, ziekenhuizen, schuilkelders, systemen voor vroegtijdige waarschuwing enz. die als relevant wordt beschouwd voor de mitigatie van de geïdentificeerde risico’s, voldoet aan bepaalde veiligheids- en prestatienormen.

Vraag 44: Wordt de toestand van de voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen relevante infrastructuur geanalyseerd?

Toelichting: Omschrijf hoe de infrastructuur die van kritiek belang is voor de mitigatie van specifieke risico’s, wordt geïdentificeerd, hoe de toestand wordt beoordeeld met het oog op de mitigatie van risico’s, of een lijst van relevante infrastructuur wordt opgesteld en of deze regelmatig wordt herzien, of investeringsbehoeften worden geïdentificeerd, of de lidstaten een beleid inzake kritieke infrastructuur hebben vastgelegd.

Uitrusting en benodigdheden

Dit deel van de technische capaciteitsbeoordeling evalueert of de uitrusting voor preventie- en paraatheidsmaatregelen voldoet aan de vereiste normen voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen.

Vraag 45: Bestaat er een inventaris van de beschikbare uitrusting die is vereist voor de uitvoering van geplande preventie- en paraatheidsmaatregelen? Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen de identificatie van mogelijke uitrustingsbehoeften, gebaseerd op de bestaande inventaris?

Toelichting: Omschrijf of er een inventaris bestaat van de beschikbare uitrusting en of het gebruik van deze uitrusting wordt bijgehouden en bijgewerkt. Omschrijf of, en welke, uitrustingsbehoeften in het uitvoeringsproces worden geïdentificeerd om de risico’s die worden aangehaald in het planningsproces voldoende te verzachten, of een inventaris van de beschikbare uitrusting wordt opgesteld en geanalyseerd met het oog op de geschiktheid om bijkomende behoeften of verkeerde afstemmingen te ontdekken, welke stappen worden ondernomen om aan de behoeften te voldoen.

Vraag 46: Worden risico’s voor de toeleveringsketen geïdentificeerd tijdens de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen en werden er maatregelen genomen om het risico op bevoorradingsproblemen te verkleinen?

Toelichting: Omschrijf of, en welke, risico’s in de toeleveringsketen worden geïdentificeerd, hoe de impact van deze risico’s wordt geanalyseerd, of en welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te verkleinen, of grensoverschrijdende overeenkomsten of samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten om dergelijke risico’s te verkleinen.

Technische expertise

De technische expertise omvat de beschikbare competenties en de methoden die werden ontwikkeld voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen. Aangezien technische expertise een immateriële capaciteit is, omvat deze vereiste ook de vrijwaring van deze capaciteit door deze neer te leggen of te delen en het opstarten van leerprocessen.

Vraag 47: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, de nodige technische expertise om de passende uitvoering van de maatregelen te waarborgen en worden er maatregelen genomen om te verzekeren dat deze kennis wordt behouden en verder wordt ontwikkeld?

Toelichting: Omschrijf welke technische expertise wordt gebruikt en als noodzakelijk wordt beschouwd voor de uitvoering van de preventie- en paraatheidsmaatregelen, of en welke technische hulpmiddelen worden gebruikt voor de uitvoering, of deskundigen opleidingen krijgen om continu hun kennis bij te werken om in staat te zijn technische hulpmiddelen adequaat te gebruiken, hoe kennis wordt gedeeld tussen de personen die betrokken zijn bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, hoe professionele ontwikkeling wordt aangemoedigd.

Vraag 48: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, de kennis om aanbestedings- en logistieke procedures toe te passen bij het uitvoeren van deze taken en zijn de deskundigen voldoende opgeleid om deze procedures toe te passen?

Toelichting: Omschrijf hoe en welke training beschikbaar wordt gesteld om deze expertise op te bouwen of te ontwikkelen, of andere maatregelen van toepassing zijn die kunnen helpen om deze kennis te verwerven.

Vraag 49: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, de kennis om levenscyclus- en piekcapaciteitsplanning toe te passen en worden deze methoden gehanteerd om het functioneren van uitrusting en systemen te beoordelen en om de capaciteit in geval van nood te verhogen?

Toelichting: Omschrijf of deze methoden worden toegepast ten aanzien van preventie- en paraatheidsmaatregelen, of en welke training beschikbaar wordt gesteld om deze expertise op te bouwen of te ontwikkelen, of andere maatregelen van toepassing zijn die kunnen helpen om deze kennis te verwerven.

Financiering van uitvoeringsmaatregelen

Deze vereiste evalueert of er wordt gegarandeerd dat financiële middelen beschikbaar zijn en snel toegankelijk zijn om vermoedelijke noodsituaties te financieren zoals aangegeven in de risicobeoordeling en planning.

Vraag 50: Worden bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen die vereist zijn om de geïdentificeerde risico’s te beperken, verzachten of zich er aan aan te passen, een budget, een rechtsgrondslag en procedures geïdentificeerd of ingesteld om vooruit te plannen met het oog op een flexibele toewijzing van middelen?

Toelichting: Omschrijf hoe begrotings- en juridische vraagstukken inzake de flexibele toewijzing van middelen worden behandeld in het uitvoeringsproces, of er concrete maatregelen worden genomen of gelanceerd die flexibiliteit mogelijk maken, of er verkeerde afstemmingen of verdere noden, juridische of politieke belemmeringen bestaan tegen een dergelijke aanpak.

Vraag 51: Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen de voorbereiding van overeenkomsten met belanghebbenden die een verdeling van de kosten reguleren?

Toelichting: Omschrijf of er plannen zijn opgesteld met betrekking tot het verdelen van de financiële lasten, of lidstaten belanghebbenden hebben benaderd, welke belanghebbenden werden benaderd en of er overeenkomsten worden onderhandeld of zijn vastgesteld om deze kosten te dekken.

5.   SAMENVATTING

Op het einde van de beoordeling zouden de lidstaten een goed sectoroverschrijdend overzicht moeten hebben van de verschillende risico’s die moeten worden aangepakt, een zicht op de geschiktheid en werkelijke prestatie van het proces van risicobeheersingsplanning, met inbegrip van het identificeren van de gepaste preventie- en paraatheidsmaatregelen, evenals een duidelijk beeld van het uitvoeringsproces van de relevante maatregelen.

De onderstaande tabel kan worden gebruikt als hulpmiddel om een overzicht te bieden van de verschillende onderdelen van nationale beoordelingen van risicobeheersingscapaciteiten. De tabel zou de beoordeling van het risicobeheersingsvermogen op nationaal of gepast subnationaal niveau aanvullen, welke de lidstaten krachtens het besluit moeten uitvoeren en om de drie jaar ter beschikking moeten stellen aan de Commissie na de opstelling van deze richtsnoeren.

Voor elk van de onderstaande vragen dient het passende niveau te worden geïdentificeerd, op basis van de volgende onderverdeling:

—   n.v.t.: Capaciteit niet geïdentificeerd of ontwikkeling niet toepasbaar geacht;

—   (1): Capaciteit toepasbaar — ontwikkeling nog niet gestart;

—   (2): Capaciteit geïdentificeerd — eerste resultaten bereikt;

—   (3): Capaciteit ten uitvoer gelegd op essentiële terreinen;

—   (4): Capaciteit verankerd en wordt verbeterd;

—   Opmerkingen: Nadere motivering over de keuze van het niveau.

 

Vragen

Niveaus

Opmerkingen

Risicobeoordeling

Vraag 1: Past de risicobeoordeling binnen een algemeen kader?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 2: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de risicobeoordeling?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 3: Wordt de verantwoordelijkheid voor het beoordelen van specifieke risico’s toegewezen aan de meest relevante entiteiten?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 4: Werd de sectoroverschrijdende dimensie van risico’s geïntegreerd in de risicobeoordelingen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 5: Wordt de verdeling van de verantwoordelijkheden voor de risicobeoordeling geregeld herzien?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 6: Worden de deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeoordeling(en) voldoende geïnformeerd, getraind en hebben ze voldoende ervaring met het beoordelen van risico’s?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 7: Worden alle relevante belanghebbenden betrokken bij het risicobeoordelingsproces?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 8: Is de noodzakelijke bestuurlijke capaciteit beschikbaar om de resultaten van de risicobeoordelingen openbaar te maken?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 9: Is de noodzakelijke bestuurlijke capaciteit beschikbaar om de resultaten van de risicobeoordelingen, inclusief scenario’s, geleerde lessen, enz. intern te communiceren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 10: Worden de resultaten van de risicobeoordelingen geïntegreerd in een risicocommunicatiestrategie?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 11: Heeft de nationale of subnationale entiteit een methode voor risicobeoordeling ontwikkeld? Is deze methode neergelegd in de wetgeving of gepubliceerd en wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze methode?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 12: Werd de grensoverschrijdende dimensie van risico’s geïntegreerd in de risicobeoordeling?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 13: Wordt infrastructuur opgenomen in de beoordeling van de risico’s?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 14: Is de relevante ICT-infrastructuur beschikbaar om risicobeoordelingen uit te voeren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 15: Zijn er voldoende informatie en gegevens (onder meer historische gegevens) beschikbaar om risicobeoordelingen uit te voeren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 16: Is er voldoende financiële capaciteit beschikbaar om de werkzaamheden met betrekking tot risicobeoordelingen uit te voeren en bij te werken?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Risicobeheersingsplanning

Vraag 17: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de planning van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 18: Worden de verantwoordelijkheden om te plannen voor specifieke risico’s gewaarborgd en regelmatig geëvalueerd?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 19: Zijn er voldoende deskundigen om de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, gebaseerd op de geïdentificeerde risico’s uit de risicobeoordeling, uit te voeren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 20: Is er effectieve training beschikbaar voor deskundigen, op de verschillende niveaus die verantwoordelijk zijn voor de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 21: Worden de deskundigen die betrokken zijn bij de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, geïnformeerd over de algemene beleidsdoelstellingen en -prioriteiten met betrekking tot risicobeheersing?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 22: Is er voorzien in een proces om te verzekeren dat de kennis van de deskundigen die zijn belast met de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen, wordt behouden en verder wordt ontwikkeld?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 23: Hebben de verschillende verantwoordelijke entiteiten methoden ontwikkeld voor risicobeheersingsplanning? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze methoden?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 24: Omvatten methoden voor risicobeheersingsplanning de identificatie van infrastructuur die relevant is voor de mitigatie van geïdentificeerde risico’s?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 25: Worden de relevante publieke en private belanghebbenden geïnformeerd en betrokken bij het planningsproces?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 26: Worden de risico’s die zijn geïdentificeerd in de risicobeoordelingen gedeeld met publieke of particuliere bedrijven? Zo ja, hoe wordt ervoor gezorgd dat de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen bij het publiek en bij deze bedrijven wordt aangemoedigd?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 27: Worden de nationale of subnationale entiteiten betrokken bij de grensoverschrijdende planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 28: Worden alle relevante belanghebbenden, inclusief burgers, geïnformeerd over de belangrijkste onderdelen van risicobeheersingsplanning?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 29: Zijn de uitrusting en apparatuur beschikbaar die vereist zijn om de planning van preventie- en paraatheidsmaatregelen te ondersteunen en/of uit te voeren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 30: Worden financieringsbehoeften voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen geraamd en worden mogelijke bronnen van financiering geïdentificeerd als onderdeel van het planningsproces?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 31: Worden toekomstige investeringsplannen en de mogelijke rol van financiering door de particuliere sector overwogen als onderdeel van het planningsproces?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 32: Worden op voorhand procedures of plannen geïdentificeerd of opgesteld als onderdeel vaan het planningsproces om financiering te verzekeren voor preventie- en paraatheidsmaatregelen die nodig zijn om de geïdentificeerde risico’s te verzachten?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Tenuitvoerlegging van preventie- en paraatheidsmaatregelen

Vraag 33: Wordt de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen gelinkt aan de risicobeheersingsplanning? Vormt dit een onderdeel van een strategie of beleid en werd hiertoe een methode gedefinieerd?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 34: Worden methoden voor schademeldingen en meldingen van het verlies van mensenlevens ontwikkeld en worden de kosten van schade geraamd, gedocumenteerd en opgeslagen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 35: Worden er duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden en rollen/functies toegekend aan de entiteiten die deelnemen aan de uitvoering van risicopreventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 36: Is de verdeling van de verantwoordelijkheden onder deskundigen die zijn betrokken bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen up-to-date en zijn er voldoende middelen beschikbaar voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, gebaseerd op het planningsproces?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 37: Zijn de deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen voldoende geïnformeerd, opgeleid, ervaren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 38: Worden de relevante belanghebbenden geïnformeerd en betrokken bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 39: Is de nationale of subnationale entiteit betrokken bij de uitvoering van grensoverschrijdende preventie- en paraatheidsmaatregelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 40: Is de uitvoering van de preventie- en paraatheidsmaatregelen van voldoende kwaliteit om de verwachte resultaten inzake risicobeperking te bereiken?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 41: Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen onderdelen zoals de ontwikkeling van procedures van vroegtijdige waarschuwing, activering, melding, deactivering of monitoring?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 42: Is de noodzakelijke informatie beschikbaar en wordt deze regelmatig uitgewisseld binnen de nationale of subnationale entiteit?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 43: Zijn er communicatiestrategieën opgesteld, met inbegrip van het gebruik van verschillende media-instrumenten (waaronder sociale media), om doeltreffend informatie te delen met burgers en zo het bewustzijn te verhogen en vertrouwen te wekken?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 44: Wordt de toestand van de voor de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen relevante infrastructuur geanalyseerd?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 45: Bestaat er een inventaris van de beschikbare uitrusting die vereist is voor de uitvoering van de geplande preventie- en paraatheidsmaatregelen? Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen het identificeren van mogelijke uitrustingsbehoeften, gebaseerd op een bestaand inventaris?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 46: Worden risico’s voor de toeleveringsketen geïdentificeerd tijdens de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen en werden er maatregelen genomen om het risico op bevoorradingsproblemen te verkleinen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 47: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, de nodige technische expertise om de passende uitvoering van de maatregelen te waarborgen en worden er maatregelen genomen om te verzekeren dat deze kennis wordt behouden en verder wordt ontwikkeld?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 48: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen, de kennis om aanbestedings- en logistieke procedures toe te passen bij het uitvoeren van deze taken en zijn de deskundigen voldoende opgeleid om deze procedures toe te passen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 49: Hebben de deskundigen die worden belast met de uitvoering van de preventie- en paraatheidsmaatregelen, de kennis om levenscyclus- en piekcapaciteitsplanning uit te voeren en worden deze methoden toegepast om het functioneren van uitrusting en systemen te beoordelen en om de capaciteit in geval van nood te verhogen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 50: Worden bij de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen die vereist zijn om de geïdentificeerde risico’s te beperken, verzachten of zich er aan aan te passen, een budget, een rechtsgrondslag en procedures geïdentificeerd of ingesteld om vooruit te plannen met het oog op een flexibele toewijzing van middelen?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

Vraag 51: Omvat de uitvoering van preventie- en paraatheidsmaatregelen de voorbereiding van overeenkomsten met belanghebbenden die een verdeling van de kosten reguleren?

n.v.t.

(1)

(2)

(3)

(4)

 

6.   LIJST MET REFERENTIES EN RELEVANTE DOCUMENTEN

A Simple Guide to Risk and its Management, Broadleaf Capital International PTY Ltd, 2012 (based on ISO 31000:2009)

http://broadleaf.com.au/old/pdfs/trng_tuts/Tut_Simple_Guide_to_Risk_v11.pdf

An overview of the EFQM Excellence Model, EFQM, Brussel; Het model kan worden gebruikt om de huidige mogelijkheden van een organisatie in te schatten

http://www2.efqm.org

Best Practices on Flood Prevention and Mitigation, presented at the meeting of the Water Directors in Athens in June 2003, prepared by The Netherlands and France (an update of the United Nations and Economic Commission for Europe (UN/ECE) Guidelines on Sustainable Flood Prevention of 2000)

http://ec.europa.eu/environment/water/flood_risk/pdf/flooding_bestpractice.pdf

Civil Defence Emergency Capability Assessment Tool v. 4.2 (final) — CDEM Capability Assessment Tool, based on the National CDEM Strategy of New Zealand, Excel tool focusing on organisational capability covering questions of compliance, performance and outcomes

http://www.civildefence.govt.nz/cdem-sector/monitoring-and-evaluation/cdem-capability-assessment-tool-/

Core Capabilities Crosswalk, U.S. Department of Homeland Security, Federal Emergency Management Agency (FEMA), update: June 2013;

http://www.fema.gov/core-capabilities

Conclusies van de Raad van 26 april 2010 Raadsdocument 7788/10. De EU-interneveiligheidsstrategie in actie: Vijf stappen voor een veiliger Europa, COM(2010) 673 van 22.11.2010

Conclusies van de Raad van 26 september betreffende de beoordeling van het Risicobeheersingsvermogen (13375/14)

Department of Homeland Security Risk Lexicon, Risk Steering Committee/USA, September 2010;

https://www.dhs.gov/xlibrary/assets/dhs-risk-lexicon-2010.pdf

Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13)

Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1)

Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s (PB L 288 van 6.11.2007, blz. 27)

Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren (PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75)

Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1)

Emergency Management Planning Guide 2010-2011, Public Safety Canada, 2010;

http://www.publicsafety.gc.ca/cnt/rsrcs/pblctns/mrgnc-mngmnt-pnnng/index-eng.aspx

EN-Eurocodes zijn een reeks van 10 Europese normen, EN 1990 — EN 1999, die een gemeenschappelijke aanpak omvatten voor het ontwerp van gebouwen en andere civieltechnische werken en bouwproducten;

http://eurocodes.jrc.ec.europa.eu/home.php

Europese Commissie: Richtsnoeren voor effectbeoordeling, SEC(2009) 92;

http://ec.europa.eu/smart-regulation/impact/commission_guidelines/commission_guidelines_en.htm

Europese Commissie: Overzicht van door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen in de EU, Europese Commissie, SWD(2014) 134 final van 8.4.2014

Europese Commissie: Een communautaire benadering van de preventie van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, Mededeling COM(2009) 82 final van 23.2.2009

Guidance on Implementing the Capacity Development Provisions of the Safe Drinking Water Act amendments of 1996, United Environmental Protection Agency, USA, July 1998;

http://www.epa.gov/ogwdw/smallsystems/pdfs/guidfin.pdf

Guide ORSEC Départemental, Direction générale de la sécurité civile et de la gestion des crises;

http://www.interieur.gouv.fr/Le-ministere/Securite-civile/Documentation-technique/Planification-et-exercices-de-Securite-civile

ISO 22300:2012 Societal Security — Terminology;

http://www.iso.org/iso/catalogue_detail.htm?csnumber=56199

ISO/CD 22325 Societal Security: Emergency management — Guidelines for emergency management capability assessment (for businesses)

ISO/IEC/FDIS International Standard 31010: Risk Management — Risk Assessment Techniques (2009)

Internationale ISO-norm 31000 (2009): Risk Management — Principles and Guidelines;

Methode für die Risikoanalyse im Bevölkerungsschutz, Bundesamt für Bevölkerungsschutz und Katastrophenhilfe, Wissenschaftsforum Band 8, 2010

http://www.bbk.bund.de/SharedDocs/Downloads/BBK/DE/Publikationen/Wissenschaftsforum/Bd8_Methode-Risikoanalyse-BS.pdf?__blob=publicationFile

OECD Risk Management, OECD Working Papers on Public Governance no. 23 prepared by Charles Baubion, 2013;

http://www.oecd-ilibrary.org/governance/oecd-working-papers-on-public-governance_19934351

OECD Reviews of Risk Management Policies, Italy — Review of the Italian National Civil Protection System, OECD, 2010;

http://www.oecd.org/italy/oecdreviewsofriskmanagementpoliciesitaly.htm

OECD Recommendations of the Council on the Governance of Critical Risks, Meeting of the OECD Council at Ministerial Level, Paris, 6-7 May 2014

http://www.oliverwyman.com/content/dam/oliver-wyman/global/en/2014/may/OECD%20-%20Recommendations%20on%20the%20governance%20of%20critical%20risks%20-%202014.pdf

Risk Management Assessment Framework — A tool for departments, HM Treasury, UK, July 2009, a tool for assessing the standard of risk management in an organisation based on the EFQM excellence model

https://www.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/191516/Risk_management_assessment_framework.pdf

UNISDR Terminology on Disaster Risk Reduction, Verenigde Naties 2009;

http://www.unisdr.org/we/inform/terminology


(1)  Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013).

(2)  Ibid, artikel 6, onder c).

(3)  Ibid, artikel 5, onder f).

(4)  Zie Overzicht van door de natuur en door de mens veroorzaakte rampen in de EU, SWD(2014) 134 final van 8.4.2014.

(5)  13375/14.

(6)  Richtsnoeren voor het beoordelen en in kaart brengen van risico’s met het oog op rampenbeheersing, SEC(2010) 1626 final van 21.12.2010.

(7)  Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, „Boosting Resilience through Innovative Risk Governance”, OECD Reviews of Risk Management Policies, 2014, blz. 48-51, ISBN 978-92-64-20910-7.

(8)  Het kan daarbij gaan om het samenbrengen van een internationale deskundigengroep, die de beoordeling van alle fasen van het proces kan ondersteunen, evenals programma’s voor collegiale toetsing waarbij lidstaten van elkaar kunnen leren met betrekking tot het beheren van rampenrisico’s.

(9)  De gevolgen van gevaren zijn ten dele afhankelijk van de mitigatie- en preventiemaatregelen die reeds werden ingesteld. De risicobeoordeling houdt rekening met bestaande maatregelen bij het beoordelen van de gevolgen, de waarschijnlijkheid en de prioriteit van risico’s.

(10)  SEC(2010) 1626 final van 21.12.2010, blz. 29.

(11)  De planning dient rekening te houden met opgestelde plannen voor sectorale risico’s, bijvoorbeeld de overstromingsrisicobeheersplannen conform de overstromingsrichtlijn (Richtlijn 2007/60/EG).

(12)  Bladzijde 30 van de richtsnoeren voor risicobeoordeling.

(13)  http://www.civildefence.govt.nz/cdem-sector/monitoring-and-evaluation/cdem-capability-assessment-tool-/

(14)  Guide ORSEC Départemental, Direction générale de la sécurité civile et de la gestion des crises, http://www.interieur.gouv.fr/Le-ministere/Securite-civile/Documentation-technique/Planification-et-exercices-de-Securite-civile

(15)  http://climate-adapt.eea.europa.eu/data-and-downloads?searchtext=&searchsectors=DISASTERRISKREDUCTION&searchtypes=ACTION#


Top