Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015XC0304(03)

Toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur van de Europese Unie

OJ C 76, 4.3.2015, p. 1–388 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 76/1


TOELICHTINGEN OP DE GECOMBINEERDE NOMENCLATUUR VAN DE EUROPESE UNIE

(2015/C 076/01)

gepubliceerd op grond van artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1)

INHOUD

Voorwoord 9

A.

Algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur 11

C.

Algemene bepalingen die zowel op de nomenclatuur als op het douanerecht betrekking hebben 11

Afdeling I

Levende dieren en producten van het dierenrijk

1

Levende dieren 13

2

Vlees en eetbare slachtafvallen 16

3

Vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren 30

4

Melk en zuivelproducten; vogeleieren; natuurhonig; eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen 37

5

Andere producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen 41

Afdeling II

Producten van het plantenrijk

6

Levende planten en producten van de bloementeelt 43

7

Groenten, planten, wortels en knollen, voor voedingsdoeleinden 45

8

Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen 53

9

Koffie, thee, maté en specerijen 59

10

Granen 63

11

Producten van de meelindustrie; mout; zetmeel; inuline; tarwegluten 64

12

Oliehoudende zaden en vruchten; allerlei zaden, zaaigoed en vruchten; planten voor industrieel en voor geneeskundig gebruik; stro en voeder 67

13

Gommen, harsen en andere plantensappen en plantenextracten 71

14

Stoffen voor het vlechten en andere producten van plantaardige oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen 72

Afdeling III

Vetten en oliën (dierlijke en plantaardige) en dissociatieproducten daarvan; bewerkt spijsvet; was van dierlijke of van plantaardige oorsprong

15

Vetten en oliën (dierlijke en plantaardige) en dissociatieproducten daarvan; bewerkt spijsvet; was van dierlijke of van plantaardige oorsprong 73

Afdeling IV

Producten van de voedselindustrie; dranken, alcoholhoudende vloeistoffen en azijn; tabak en tot verbruik bereide tabakssurrogaten

16

Bereidingen van vlees, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren 78

17

Suiker en suikerwerk 82

18

Cacao en bereidingen daarvan 85

19

Bereidingen van graan, van meel, van zetmeel of van melk; gebak 87

20

Bereidingen van groenten, van vruchten en van andere plantendelen 90

21

Diverse producten voor menselijke consumptie 94

22

Dranken, alcoholhoudende vloeistoffen en azijn 97

23

Resten en afval van de voedselindustrie; bereid voedsel voor dieren 103

24

Tabak en tot verbruik bereide tabakssurrogaten 107

Afdeling V

Minerale producten

25

Zout; zwavel; aarde en steen; gips, kalk en cement 110

26

Ertsen, slakken en assen 114

27

Minerale brandstoffen, aardolie en distillatieproducten daarvan; bitumineuze stoffen; minerale was 116

Afdeling VI

Producten van de chemische en van de aanverwante industrieën

28

Anorganische chemische producten; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, van radioactieve elementen, van zeldzame aardmetalen en van isotopen 141

29

Organische chemische producten 146

30

Farmaceutische producten 154

31

Meststoffen 158

32

Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; inkt 160

33

Etherische oliën en harsaroma's; parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten 165

34

Zeep, organische tensioactieve producten; wasmiddelen, smeermiddelen, kunstwas, bereide was, poets- en onderhoudsmiddelen, kaarsen en dergelijke artikelen, modelleerpasta's, tandtechnische waspreparaten en tandtechnische preparaten op basis van gebrand gips 167

35

Eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm; enzymen 169

36

Kruit en springstoffen; pyrotechnische artikelen; lucifers; vonkende legeringen; ontvlambare stoffen 171

37

Producten voor fotografie en cinematografie 172

38

Diverse producten van de chemische industrie 175

Afdeling VII

Kunststof en werken daarvan; rubber en werken daarvan

39

Kunststof en werken daarvan 183

40

Rubber en werken daarvan 190

Afdeling VIII

Huiden, vellen, leder en pelterijen, lederwaren en bontwerk; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, handtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen

41

Huiden en vellen (andere dan pelterijen), alsmede leder 193

42

Lederwaren; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, handtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen 198

43

Pelterijen en bontwerk; namaakbont 200

Afdeling IX

Hout, houtskool en houtwaren; kurk en kurkwaren; vlechtwerk en mandenmakerswerk

44

Hout, houtskool en houtwaren 202

45

Kurk en kurkwaren 209

46

Vlechtwerk en mandenmakerswerk 211

Afdeling X

Houtpulp en pulp van andere cellulosehoudende vezelstoffen; papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval); papier en karton, alsmede artikelen daarvan

47

Houtpulp en pulp van andere cellulosehoudende vezelstoffen; papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval) 212

48

Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren 214

49

Artikelen van de uitgeverij, van de pers of van een andere grafische industrie; geschreven of getypte teksten en plannen 219

Afdeling XI

Textielstoffen en textielwaren

50

Zijde 220

51

Wol, fijn haar en grof haar; garens en weefsels van paardenhaar (crin) 223

52

Katoen 225

53

Andere plantaardige textielvezels; papiergarens en weefsels daarvan 226

54

Synthetische of kunstmatige filamenten; strippen en artikelen van dergelijke vorm, van synthetische of van kunstmatige textielstoffen 227

55

Synthetische of kunstmatige stapelvezels 230

56

Watten, vilt en gebonden textielvlies; speciale garens; bindgaren, touw en kabel, alsmede werken daarvan 231

57

Tapijten 232

58

Speciale weefsels; getufte textielstoffen; kant; tapisserieën; passementwerk; borduurwerk 233

59

Weefsels, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen; technische artikelen van textielstoffen 235

60

Brei- en haakwerk aan het stuk 237

61

Kleding en kledingtoebehoren, van brei- of haakwerk 238

62

Kleding en kledingtoebehoren, andere dan van brei- of haakwerk 248

63

Andere geconfectioneerde artikelen van textiel; stellen of assortimenten; oude kleren en dergelijke; lompen en vodden 256

Afdeling XII

Schoeisel, hoofddeksels, paraplu's, parasols, wandelstokken, zitstokken, zwepen, rijzwepen, alsmede delen daarvan; geprepareerde veren en artikelen van veren; kunstbloemen; werken van mensenhaar

64

Schoeisel, beenkappen en dergelijke artikelen; delen daarvan 257

65

Hoofddeksels en delen daarvan 263

66

Paraplu's, parasols, wandelstokken, zitstokken, zwepen, rijzwepen, alsmede delen daarvan 264

67

Geprepareerde veren en geprepareerd dons en artikelen van veren of van dons; kunstbloemen; werken van mensenhaar 265

Afdeling XIII

Werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen; keramische producten; glas en glaswerk

68

Werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen 266

69

Keramische producten 270

70

Glas en glaswerk 275

Afdeling XIV

Echte en gekweekte parels, edelstenen en halfedelstenen, edele metalen en metalen geplateerd met edele metalen, alsmede werken daarvan; fancybijouterieën; munten

71

Echte en gekweekte parels, edelstenen en halfedelstenen, edele metalen en metalen geplateerd met edele metalen, alsmede werken daarvan; fancybijouterieën; munten 280

Afdeling XV

Onedele metalen en werken daarvan

72

Gietijzer, ijzer en staal 284

73

Werken van gietijzer, van ijzer en van staal 293

74

Koper en werken van koper 302

75

Nikkel en werken van nikkel 303

76

Aluminium en werken van aluminium 304

78

Lood en werken van lood 305

81

Andere onedele metalen; cermets; werken van deze stoffen 306

82

Gereedschap; messenmakerswerk, lepels en vorken, van onedel metaal; delen van deze artikelen van onedel metaal 307

83

Allerlei werken van onedele metalen 309

Afdeling XVI

Machines, toestellen en elektrotechnisch materieel, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen

84

Kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan 311

85

Elektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen 331

Afdeling XVII

Vervoermaterieel

86

Rollend en ander materieel voor spoor- en tramwegen, alsmede delen daarvan; mechanische (elektromechanische daaronder begrepen) signaal- en waarschuwingstoestellen voor het verkeer 357

87

Automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen voor vervoer over land, alsmede delen en toebehoren daarvan 359

88

Luchtvaart en ruimtevaart 368

89

Scheepvaart 369

Afdeling XVIII

Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; uurwerken; muziekinstrumenten; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen

90

Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen, voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, -apparaten en -toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen 370

91

Uurwerken 376

92

Muziekinstrumenten; delen en toebehoren van muziekinstrumenten 377

Afdeling XIX

Wapens en munitie; delen en toebehoren daarvan

93

Wapens en munitie; delen en toebehoren daarvan 378

Afdeling XX

Diverse goederen en producten

94

Meubelen (ook voor medisch of voor chirurgisch gebruik); artikelen voor bedden en dergelijke artikelen; verlichtingstoestellen, elders genoemd noch elders onder begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen; geprefabriceerde bouwwerken 379

95

Speelgoed, spellen, artikelen voor ontspanning en sportartikelen; delen en toebehoren daarvan 381

96

Diverse werken 387

VOORWOORD

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (2) werd een nomenclatuur ingesteld die bekend is als de „gecombineerde nomenclatuur” of afgekort de „GN”, gebaseerd op het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (3), bekend als het „geharmoniseerde systeem” of afgekort het „GS”.

Het GS werd aangevuld door zijn eigen toelichtingen (GS-toelichtingen). Deze toelichtingen worden in het Engels en het Frans uitgegeven en bijgehouden door de:

WERELDDOUANEORGANISATIE

Internationale Douaneraad (IDR),

Marktstraat 30,

B-1210 Brussel.

Uit hoofde van de artikel 9, lid 1, onder a), tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 2658/87 stelt de Commissie na bestudering door de afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur van het Comité douanewetboek toelichtingen bij de gecombineerde nomenclatuur (GN-toelichtingen) vast. Hoewel de GN-toelichtingen kunnen refereren aan de GS-toelichtingen nemen zij niet de plaats van laatstgenoemde toelichtingen in, doch moeten zij als complementair worden aangemerkt en in samenhang met deze toelichtingen worden gebruikt.

Deze versie van de GN-toelichtingen omvat die welke zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, serie C, tot en met 16 september 2014 (4), en vervangt deze indien nodig. De GN-toelichtingen die na die datum in het Publicatieblad, serie C, worden gepubliceerd, blijven van kracht en zullen bij de herziening van de GN-toelichtingen hierin worden opgenomen.

Bovendien zijn de GN-codes voor de posten en onderverdelingen waarnaar wordt verwezen een weergave van die codes van de gecombineerde nomenclatuur voor 2015 die in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie (5) zijn vermeld.

Verder is informatie over „Richtsnoeren voor de indeling in de gecombineerde nomenclatuur van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein” in het Publicatieblad van de Europese Unie, serie C, bekendgemaakt (6).

A. Algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur

Algemene regel 5 b)

Verpakkingsmiddelen die normaal worden gebruikt bij het in de handel brengen van dranken, jam, mosterd, specerijen, enz., worden ingedeeld met de goederen die zij bevatten, ook indien zij klaarblijkelijk geschikt zijn voor herhaald gebruik.

 

C. Algemene bepalingen die zowel op de nomenclatuur als op het douanerecht betrekking hebben

Algemene bepaling 3

1.

Onder de term „werkdagen”, die wordt gebruikt in artikel 18, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (7), wordt verstaan alle andere dagen dan zaterdagen, zondagen en de dagen die vrije dagen zijn voor de diensten van de Europese Commissie gevestigd te Brussel.

2.

De in artikel 18, lid 1, van voornoemde verordening bedoelde koers om de euro in de nationale munten om te rekenen, te gebruiken indien er geen bekendmaking heeft plaatsgevonden in het Publicatieblad van de Europese Unie op de voorlaatste werkdag van de maand of de voorlaatste werkdag vóór de 15e van de maand, is de koers die het laatst werd bekendgemaakt voor deze voorlaatste werkdag van de maand respectievelijk vóór de 15e van de maand.

AFDELING I

LEVENDE DIEREN EN PRODUCTEN VAN HET DIERENRIJK

HOOFDSTUK 1

LEVENDE DIEREN

0101

Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels

0101 29 10 en 0101 29 90

paarden

Wilde paarden, zoals het Przewalski-paard of de tarpan (Mongolië), worden ingedeeld onder deze onderverdelingen. Daarentegen vallen zebra's (Equus zebra, Equus grevyi, Equus burchelli, Equus quagga, enz.), ofschoon zij tot de familie der paardachtigen behoren, onder onderverdeling 0106 19 00.

Kruisingen tussen paardemerrie en zebra vallen onder onderverdeling 0106 19 00.

0101 30 00

ezels

Tot deze onderverdeling behoren zowel de huisdieren als alle andere ezels. Van de andere ezels kunnen worden genoemd, bijvoorbeeld de koelan of dziggetal uit Mongolië, de kiang uit Tibet, de onager alsmede de paardezel of halfezel (Equus hemionus).

Kruisingen tussen ezel en zebra vallen onder onderverdeling 0106 19 00.

0101 90 00

andere

Tot deze onderverdeling behoren de dieren omschreven in de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0101.

0102

Levende runderen

0102 21 10 t/m 0102 29 99

runderen

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld de dieren omschreven in de eerste alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 0102.

Yaks bezitten 14 paar ribben, terwijl alle overige runderen (met uitzondering van de Europese en de Amerikaanse bizon) er slechts 13 paar hebben.

0102 31 00 t/m 0102 39 90

buffels

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld de dieren omschreven in de eerste alinea, punt 2, van de GS-toelichting op post 0102.

De Europese bizon (Bison bonasus) en de American bizon (Bison bison) bezitten 14 paar ribben, terwijl alle overige runderen (met uitzondering van yaks) er slechts 13 paar hebben.

0102 39 10

huisdieren

Deze onderverdeling omvat alle runderen van het geslacht Bubalus, die tot de huisdieren behoren, ongeacht het doel waarvoor zij zijn bestemd (gebruiksvee, veeteelt, vetweiderij, fokkerij, slacht, enz.), met uitzondering evenwel van fokdieren van zuiver ras (onderverdeling 0102 31 00).

0102 39 90

andere

Deze onderverdeling omvat runderen van de geslachten Syncerus en Bison, met uitzondering evenwel van fokdieren van zuiver ras (onderverdeling 0102 31 00).

0102 90 20 t/m 0102 90 99

andere

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld de dieren omschreven in de eerste alinea, punt 3, van de GS-toelichting op post 0102.

0102 90 91

huisdieren

Deze onderverdeling omvat alle runderen die niet in bovenstaande lijst zijn opgenomen en die tot de huisdieren behoren, ongeacht het doel waarvoor zij zijn bestemd (gebruiksvee, veeteelt, vetweiderij, fokkerij, slacht, enz.), met uitzondering evenwel van fokdieren van zuiver ras (onderverdeling 0102 90 20).

0103

Levende varkens

0103 91 90

andere

Van de levende varkens die geen huisdieren zijn, kunnen worden genoemd:

1.

het wilde zwijn of ever (Sus scrofa);

2.

het Afrikaanse wilde varken of wratzwijn (Phacochoerus aethiopicus), het rivierzwijn of penseel(oor-)zwijn (Potamochoerus porcus) en het Afrikaanse zwarte bosvarken of woudzwijn (Hylochoerus);

3.

het hertzwijn of babiroesa (Babyrousa babyrussa);

4.

de pekari's (Dicotyles tajacu).

0103 92 90

andere

Zie de toelichting op onderverdeling 0103 91 90.

0104

Levende schapen en geiten

0104 10 10 t/m 0104 10 80

schapen

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld de tot de huisdieren behorende schapen (Ovis aries), de verschillende moeflonvariëteiten, zoals de Europese moeflon (Ovis musimon), het Canadese dikhoornschaap (Ovis canadensis), de Aziatische moeflon, het steppeschaap of urial (Ovis orientalis), het argalischaap uit Pamir (Ovis ammon), alsmede het manenschaap (Ammotragus lervia), ofschoon dit dichter bij de geiten staat.

0104 20 10 en 0104 20 90

geiten

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld de tot de huisdieren behorende geiten, de steenbok (Capra ibex) en de bezoargeit (Capra aegagrus of Capra hircus).

Daarentegen behoren niet tot deze onderverdelingen, doch tot onderverdeling 0106 19 00: het muskusdier (Moschus moschiferus), de dorcas-gazelle (Hyemoschus) en het Aziatische dwerghert of kantjil (Tragulus). Hetzelfde geldt voor de zogenaamde geitantilopen, die tussen de geiten en de antilopen in staan (de Himalaya-tahr of Hemitragus, de gems of klipgeit, enz.)

0105

Levend pluimvee (hanen, kippen, eenden, ganzen, kalkoenen en parelhoenders)

Als pluimvee worden alleen aangemerkt de in de omschrijving van deze post genoemde levende huisdieren, kapoenen daaronder begrepen, alsmede hun jongen, ongeacht of zij voor de leg, om het vlees, om de veren dan wel voor enig ander doel worden gefokt (bijvoorbeeld om te dienen als siervogels in volières, parken of vijvers).

Wilde vogels (bijvoorbeeld wilde kalkoenen — Meleagris gallopavo), ofschoon zij kunnen worden gefokt en geslacht op soortgelijke wijze als bij pluimvee gebruikelijk is, worden ingedeeld onder onderverdeling 0106 39 80.

Tamme duiven worden ingedeeld onder onderverdeling 0106 39 10.

0106

Andere levende dieren

0106 13 00

kamelen en andere kameelachtigen (Camelidae)

Deze onderverdeling omvat de kameel, de dromedaris en andere kameelachtigen (de lama, de alpaca, de guanaco, de vigogne).

0106 14 10

tamme konijnen

Deze onderverdeling omvat slechts tamme konijnen. Zij worden gefokt voor het vlees, het haar of de vacht (bijvoorbeeld het angorakonijn) of voor enig ander doel.

0106 14 90

andere

Deze onderverdeling omvat het wilde konijn (Oryctolagus cuniculus) en de haas.

0106 19 00

andere

Deze onderverdeling omvat alle levende zoogdieren met uitzondering van paarden, ezels, muildieren en muilezels (post 0101), runderen (post 0102), varkens (post 0103), schapen en geiten (post 0104), primaten (onderverdeling 0106 11 00), walvissen, dolfijnen, bruinvissen, lamantijnen en doejongs, zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (onderverdeling 0106 12 00) en konijnen en hazen (onderverdelingen 0106 14 10 en 0106 14 90).

Van de tot deze onderverdeling behorende zoogdieren kunnen worden genoemd:

1.

het hert, het damhert, de ree, de gems of klipgeit (Rupicapra rupicapra), de Europese eland — ook wel Amerikaanse of Canadese eland genoemd — (Alces alces), de geitantilope (de goral (Naemorhedus), de Himalaya-tahr of Hemitragus, enz.) en de gewone antilope;

2.

de leeuw, de tijger, de beer, de neushoorn (rinoceros), het nijlpaard, de olifant, de giraffe, de okapi, de kangoeroe, de zebra's, enz.;

3.

de eekhoorn, de vos, de nerts, de marmot, de bever, de muskus- of bisamrat, de nutria of moerasbever, het Guinees biggetje;

4.

het rendier;

5.

honden en katten.

0106 20 00

reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

Deze onderverdeling omvat alle reptielen zoals slangen, hagedissen, krokodillen en schildpadden (landschildpadden, zee- en zoetwaterschildpadden).

0106 39 10

duiven

Deze onderverdeling omvat alle vogels die tot de familie der Columbidae behoren, zowel de wilde als de tamme duiven, ongeacht de bestemming van deze laatste (slachtduiven, sierduiven, postduiven).

Van de wilde duiven kunnen worden genoemd: de houtduif of woudduif (Columba palumbus), de holduif of hole(n)duif (Columba oenas), de rotsduif (Columba livia), de glansvlekduif (le pigeon bronzé d'Australie), de tortelduif (Streptopelia turtur) en de lachduif (Streptopelia risoria).

Bepaalde soorten die dichter bij de hoenderachtigen staan, zoals de manenduif of kraagduif (Caloenas nicobarica), de vruchtduif, de kroonduif (Goura coronata), de zandhoenders (Pteroclidae) en het steppehoen (Syrrhaptes paradoxus) zijn daarentegen van deze onderverdeling uitgezonderd en worden ingedeeld onder onderverdeling 0106 39 80.

0106 39 80

andere

Deze onderverdeling omvat alle levende vogels met uitzondering van pluimvee (post 0105), van roofvogels (onderverdeling 0106 31 00), van psittaciformes (papegaaiachtigen) (onderverdeling 0106 32 00), struisvogels en emoes (onderverdeling 0106 33 00) en van wilde en tamme duiven (onderverdeling 0106 39 10).

Van de tot deze onderverdeling behorende vogels kunnen worden genoemd:

1.

de wilde of grauwe gans (Anser anser), de rotgans (Branta bernicla), de bergeend (Tadorna tadorna), de gewone wilde eend of blokeend (Anas platyrhynchos), de krakeend (Anas strepera), de smient (Anas penelope), de pijlstaarteend (Anas acuta), de slobeend (Anas clypeata), de zomertaling (Anas querquedula), de wintertaling (Anas crecca), de rouw- of raafeend (Anas nigra), de eidereend (Somateria mollissima);

2.

zwanen en pauwen;

3.

patrijzen, fazanten, kwartels, houtsnippen, watersnippen, korhoenders, hazelhoenders, auerhanen, wilde enten, wilde ganzen, ortolanen (tuingorzen), lijsters, merels, leeuweriken;

4.

vinken, mezen, kanaries, kolibri's, enz.

0106 49 00

andere

Deze onderverdeling omvat zijderupsen, vlinders, schildvleugeligen (Coleoptera) en andere insecten.

0106 90 00

andere

Deze onderverdeling omvat:

1.

alle overige soorten levende dieren met uitzondering van vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren (hoofdstuk 3) en van culturen van micro-organismen (post 3002);

2.

kikkers.

HOOFDSTUK 2

VLEES EN EETBARE SLACHTAFVALLEN

Algemene opmerkingen

1.

Vlees en slachtafvallen die geschikt zijn voor menselijke consumptie blijven ook onder dit hoofdstuk ingedeeld, indien zij bestemd zijn voor de vervaardiging van diervoeders.

2.

Voor de draagwijdte van de termen „vlees” en „slachtafvallen” in de zin van dit hoofdstuk wordt verwezen naar de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.

3.

Met betrekking tot de staat waarin vlees en slachtafvallen van dit hoofdstuk kunnen voorkomen (vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt) wordt eveneens verwezen naar de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk. Er wordt bovendien op gewezen dat diepvriesvlees wordt gelijkgesteld met bevroren vlees. Hetzelfde geldt voor geheel of gedeeltelijk ontdooid vlees. Verder omvat de term „bevroren” niet alleen vlees dat in verse staat bevroren is, maar ook vlees dat eerst licht is gedroogd en vervolgens bevroren, mits de werkelijke verduurzaming voornamelijk het gevolg is van het bevriezen.

4.

Zie voor het onderscheid tussen vlees en slachtafvallen, bedoeld bij dit hoofdstuk, en de producten bedoeld bij hoofdstuk 16 eveneens de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk. Rauw vlees en rauwe slachtafvallen, gehakt doch niet verder bereid, die, alleen om het hanteren en het vervoer ervan te vergemakkelijken, in een folie van kunststof zijn verpakt (ook indien in worstvorm), blijven evenwel onder dit hoofdstuk ingedeeld.

5.

Voor het maken van onderscheid tussen delen zonder been en delen met been worden kraakbeen en pezen niet als been aangemerkt.

Aanvullende aantekening (GN) 1 A d) en aanvullende aantekening (GN) 1 A e)

Voor de toepassing van de aanvullende aantekeningen (GN) 1, letter A, onder d), en (GN) 1, letter A, onder e), op dit hoofdstuk (die moeten worden gelezen in samenhang met aanvullende aantekening (GN) 1, letter C, op dit hoofdstuk), worden bij het bepalen of de voorwaarden met betrekking tot het minimum- en het maximumaantal ribben zijn vervuld, alleen de hele ribben of delen van ribben geteld die direct aan de wervelkolom vastzitten.

Volgens deze toelichting laat de onderstaande schets een rundervoorvoet of rundervoorspan zien die/dat strookt met aanvullende aantekeningen (GN) 1, letter A, onder d) en (GN) 1, letter A, onder e), gelezen in samenhang met aanvullende aantekening (GN) 1, letter C, op dit hoofdstuk.

 

VOORVOET OF -SPAN ACHTERVOET OF -SPAN

Image

Aanvullende aantekening (GN) 2 C

Voor de toepassing van de aanvullende aantekening (GN) 2, letter C, op dit hoofdstuk wordt, voor wat betreft de twee verschillende technieken van versnijden en voor de begrippen „doorregen halsspek”, „kinnebakspek” en „kinnebakspek en doorregen halsspek tezamen”, verwezen naar de onderstaande afbeeldingen:

 

Image

 

Image

Aanvullende aantekening (GN) 6 a)

Voor de toepassing van deze aanvullende aantekening (GN) wordt zout niet aangemerkt als een kruid.

Zie ook aanvullende aantekening (GN) 7 op dit hoofdstuk.

 

0201

Vlees van runderen, vers of gekoeld

Onder deze post valt slechts vers of gekoeld vlees van de dieren bedoeld bij post 0102.

Voor de toepassing van de definities van de voorvoeten en achtervoeten gelden als:

a)

hals: het halsgedeelte met spieren en de zeven halve halswervels;

b)

schouder: het gedeelte van elk der voorste ledematen dat schouderblad, opperarmbeen, spaakbeen en ellepijp alsmede de spieren om deze beenderen omvat;

c)

lendestuk (harst): de dikke en de dunne lendenen, de laatste al dan niet de slip van de lendenen bevattende.

0201 10 00

hele en halve dieren

De begrippen „het hele dier” en „het halve dier” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder a) en b), op dit hoofdstuk. Het is toegestaan de doornuitsteeksels van de eerste acht of negen rugwervels beurtelings bij het linker en het rechter halve dier te laten.

0201 20 20

„compensated quarters”

Het begrip „compensated quarters” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder c), op dit hoofdstuk.

0201 20 30

voorvoeten en voorspannen

De begrippen „voorvoet” en „voorspan” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder d) en e), op dit hoofdstuk. Hieruit volgt dat bijvoorbeeld het voorste deel van het halve dier dat wel alle daartoe behorende beenderen, doch minder dan vier ribben omvat of waaraan de hals of de schouder ontbreekt, of het voorste deel waarvan een been, bijvoorbeeld de atlaswervel, verwijderd is, niet onder deze onderverdeling valt, maar onder de onderverdeling 0201 20 90.

0201 20 50

achtervoeten en achterspannen

De begrippen „achtervoet” en „achterspan”, zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder f) en g), op dit hoofdstuk. Zoals uit deze aanvullende aantekening volgt, valt bijvoorbeeld het achterste deel van het halve dier dat wel alle daartoe behorende beenderen, doch minder dan drie ribben omvat of waaraan de stomp of het lendestuk (harst) ontbreekt, niet onder deze onderverdeling, maar onder de onderverdeling 0201 20 90. Niettemin blijven achtervoeten zonder nieren, niervet en/of zonder de vang of vanglap als achtervoeten ingedeeld.

0201 20 90

andere

Deze onderverdeling omvat met name de schouder, de stomp en de dunne lende of lendepunt, niet uitgebeend. Hiertoe behoren eveneens de voorste en achterste delen van het halve dier (niet uitgebeend) die niet beantwoorden aan de definitie van de zogenaamde „compensated quarters” noch aan die van voor- of achtervoeten.

0201 30 00

zonder been

Deze onderverdeling omvat alle stukken vlees van runderen, vers of gekoeld, die volledig uitgebeend zijn, bijvoorbeeld filet en de vang of vanglap zonder been.

0202

Vlees van runderen, bevroren

Onder deze post valt slechts bevroren vlees van de dieren bedoeld bij post 0102.

0202 10 00

hele en halve dieren

De begrippen „het hele dier” en „het halve dier” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder a) en b), op dit hoofdstuk.

0202 20 10

„compensated quarters”

Het begrip „compensated quarters” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder c), op dit hoofdstuk.

0202 20 30

voorvoeten en voorspannen

De begrippen „voorvoet” en „voorspan” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder d) en e), op dit hoofdstuk.

0202 20 50

achtervoeten en achterspannen

De begrippen „achtervoet” en „achterspan” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder f) en g), op dit hoofdstuk.

0202 20 90

andere

De toelichting op onderverdeling 0201 20 90 is van overeenkomstige toepassing.

0202 30 50

als „crops”, „chucks and blades” en „briskets” aangeduide delen

De begrippen „crops”, „chucks and blades” en „briskets” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 1, letter A, onder h), op dit hoofdstuk.

0202 30 90

ander

Deze onderverdeling omvat alle bevroren stukken vlees van runderen, die volledig zijn uitgebeend, met uitzondering van vriesblokken bedoeld in onderverdeling 0202 30 10 en de delen bedoeld in onderverdeling 0202 30 50.

0203

Vlees van varkens, vers, gekoeld of bevroren

Onder deze post valt slechts het vlees van de dieren bedoeld bij post 0103.

Vlees van varkens, door de bevoegde Australische autoriteiten gecertificeerd als vlees van in Australië in het wild levende varkens, wordt aangemerkt als ander vlees dan vlees van huisdieren.

0203 11 10 t/m 0203 19 90

vers of gekoeld

Onder deze onderverdelingen valt slechts vers of gekoeld vlees van de dieren bedoeld bij post 0103.

0203 11 10

huisdieren

Het begrip „het hele of het halve dier” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder a), op dit hoofdstuk.

0203 12 11

hammen en delen daarvan

Het begrip „ham” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder b), op dit hoofdstuk.

Deze onderverdeling omvat eveneens schenkels (hamschijven) met been, van de achterpoot.

0203 12 19

schouders en delen daarvan

Het begrip „schouder” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder d), op dit hoofdstuk.

Deze onderverdeling omvat eveneens schouderribbetjes, ook wel borstkrabbetjes of „platte ribbetjes” genoemd, en schenkels (hamschijven) met been, van de voorpoot.

0203 19 11

voorstukken en delen daarvan

Het begrip „voorstuk” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder c), op dit hoofdstuk.

Schouderribbetjes, ook wel borstkrabbetjes of „platte ribbetjes” genoemd, zijn van deze onderverdeling uitgezonderd (onderverdeling 0203 12 19).

0203 19 13

karbonadestrengen en delen daarvan

Het begrip „karbonadestreng” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder e), op dit hoofdstuk.

Deze onderverdeling omvat eveneens rugribbetjes („loinribs”).

0203 19 15

buiken (buikspek) en delen daarvan

De begrippen „buik” en „delen” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder f), en letter B, eerste alinea, op dit hoofdstuk.

Delen van buiken worden hier slechts ingedeeld indien zij het zwoerd en het spek bevatten.

Buikribbetjes („spare ribs”) zonder het zwoerd en het spek zijn van deze onderverdeling uitgezonderd (onderverdeling 0203 19 59).

0203 19 59

ander

Buikribbetjes („spare ribs”) zonder het zwoerd en het spek behoren tot deze onderverdeling.

0203 19 90

ander

Onder deze onderverdeling valt slechts het vlees van andere varkens dan huisdieren, met name het vlees van wilde zwijnen, met uitzondering van hele en halve dieren, hammen, schouders en delen daarvan.

0203 21 10 t/m 0203 29 90

bevroren

De toelichtingen op de onderverdelingen 0203 11 10 t/m 0203 19 90, zowel de gemeenschappelijke als de afzonderlijke, zijn op deze onderverdelingen van overeenkomstige toepassing.

0204

Vlees van schapen of van geiten, vers, gekoeld of bevroren

Onder deze post valt slechts vers, gekoeld of bevroren vlees van de dieren bedoeld bij post 0104, dus zowel van huisdieren als van wilde dieren, doch vooral het vlees van schapen (huisdieren en moeflons) en steenbokken.

0204 10 00

hele en halve lammeren, vers of gekoeld

De begrippen „heel dier” en „half dier” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, onder a) en b), op dit hoofdstuk.

Zie voor de omschrijving van lamsvlees de aanvullende GS-toelichting op de onderverdelingen 0204 10 en 0204 30.

0204 21 00

hele en halve dieren

De begrippen „heel dier” en „half dier” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, onder a) en b), op dit hoofdstuk.

0204 22 10

voorstukken en halve voorstukken

De begrippen „voorstuk” en „half voorstuk” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, onder c) en d), op dit hoofdstuk.

0204 22 30

nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

De begrippen „nierstuk en zadel”, „zadel”, „nierstuk”, „half nierstuk en zadel”, „half zadel” en „half nierstuk” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, onder e) en f), op dit hoofdstuk.

0204 22 50

achterstellen en halve achterstellen

De begrippen „achterstel” en „half achterstel” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, onder g) en h), op dit hoofdstuk.

0204 30 00

hele en halve lammeren, bevroren

De toelichting op onderverdeling 0204 10 00 is van overeenkomstige toepassing.

0204 41 00 t/m 0204 43 90

ander vlees van schapen, bevroren

De toelichtingen op de onderverdelingen 0204 21 00, 0204 22 10, 0204 22 30 en 0204 22 50 zijn van overeenkomstige toepassing op de onderverdelingen 0204 41 00, 0204 42 10, 0204 42 30 en 0204 42 50.

0204 50 11 t/m 0204 50 79

vlees van geiten

De begrippen „het hele dier” en „het halve dier” (onderverdelingen 0204 50 11 en 0204 50 51), „voorstuk” en „half voorstuk” (onderverdelingen 0204 50 13 en 0204 50 53), „nierstuk en zadel”, „zadel”, „nierstuk”, „half nierstuk en half zadel”, „half zadel” en „half nierstuk” (onderverdelingen 0204 50 15 en 0204 50 55), „achterstel” en „half achterstel” (onderverdelingen 0204 50 19 en 0204 50 59) zijn omschreven in de aanvullende aantekening (GN) 3, letter A, respectievelijk a) en b), c) en d), e) en f), g) en h), op dit hoofdstuk.

0206

Eetbare slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren

Deze post omvat de slachtafvallen van de dieren bedoeld bij de posten 0101 t/m 0104. Slachtafvallen bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten vallen slechts onder de betrokken onderverdelingen voorzover is voldaan aan de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld door de bevoegde autoriteiten.

Zie eveneens de GS-toelichting op post 0206.

0206 10 10 t/m 0206 10 98

van runderen, vers of gekoeld

Deze onderverdelingen omvatten slechts verse of gekoelde slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0102.

0206 10 95

longhaasjes en omlopen

Longhaasjes en omlopen zijn de gespierde delen van het middenrif.

0206 21 00 t/m 0206 29 99

van runderen, bevroren

Deze onderverdelingen omvatten bevroren slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0102.

0206 30 00

van varkens, vers of gekoeld

Deze onderverdeling omvat slechts verse of gekoelde slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0103.

De eerste alinea van de toelichting op onderverdeling 0206 49 00 is van overeenkomstige toepassing.

Deze onderverdeling omvat ook de poten en staarten, levers, nieren, harten, tongen, longen, het eetbare zwoerd, de hersenen en het darmscheil.

0206 41 00 en 0206 49 00

van varkens, bevroren

Deze onderverdelingen omvatten slechts bevroren slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0103.

0206 49 00

andere

Deze onderverdeling omvat bijvoorbeeld koppen of halve koppen, met of zonder de hersenen, de wang of de tong, alsmede delen daarvan (aanvullende aantekening (GN) 2, letter C, op dit hoofdstuk). De delen van koppen zijn omschreven in de derde alinea van genoemde aanvullende aantekening.

Deze onderverdeling omvat ook de poten en staarten, nieren, harten, tongen, longen, het eetbare zwoerd, de hersenen en het darmscheil.

Deze onderverdeling omvat bijvoorbeeld slachtafvallen van wilde zwijnen

0206 80 91

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

Deze onderverdeling omvat slechts verse of gekoelde slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0101.

0206 80 99

van schapen en van geiten

Deze onderverdeling omvat slechts verse of gekoelde slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0104.

0206 90 91

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

Deze onderverdeling omvat slechts bevroren slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0101.

0206 90 99

van schapen en van geiten

Deze onderverdeling omvat slechts bevroren slachtafvallen van de dieren bedoeld bij post 0104.

0207

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105 ), vers, gekoeld of bevroren

0207 11 10

geplukt, ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde kippen 83 %)

Deze onderverdeling omvat voornamelijk hanen, kippen en kuikens, geplukt, met kop en met poten, ontdaan van de darmen, doch waaruit de overige ingewanden (onder meer de longen, de lever, de spiermaag, het hart, de eierstokken) niet verwijderd zijn.

0207 11 30

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %)

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder braadkuikens; dit zijn geplukte kuikens, zonder kop en zonder poten, doch met hals, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn, maar waarin het hart, de lever en de spiermaag teruggelegd zijn.

0207 11 90

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder braadkuikens; dit zijn geplukte kuikens, zonder kop en zonder poten, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn. Deze onderverdeling omvat voorts hanen, kippen en kuikens, die worden aangeboden in een staat die niet overeenkomt met een van de aanbiedingsvormen genoemd in de onderverdelingen 0207 11 10 en 0207 11 30, bijvoorbeeld kippen die niet zijn geplukt en worden aangeboden met kop, poten en darmen.

0207 12 10 en 0207 12 90

niet in stukken gesneden, bevroren

De toelichtingen op de onderverdelingen 0207 11 30 en 0207 11 90 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 13 10

zonder been

Deze onderverdeling omvat het vlees van hanen, kippen en kuikens, waaruit de beenderen zijn verwijderd, ongeacht van welk deel van het lichaam dit vlees afkomstig is.

0207 13 20

helften en kwarten

Het begrip „helften” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en b), op dit hoofdstuk.

Het begrip „kwarten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en c), op dit hoofdstuk. Deze onderverdeling omvat de achterste kwarten, bestaande uit de onderdij (scheenbeen en kuitbeen), de dij (bovendij), het achterste deel van de rug en het zadel of de stuit, alsmede de voorste kwarten, die in hoofdzaak bestaan uit de helft van de borst met de daarbijbehorende vleugel.

0207 13 30

hele vleugels, ook indien zonder spits

Het begrip „hele vleugels, ook indien zonder spits” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en d), op dit hoofdstuk.

0207 13 40

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Zie aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en b), op dit hoofdstuk.

Onder deze onderverdeling vallen onder andere ruggen met halzen, bestaande uit een stuk van de hals, de rug en eventueel de staart (het zadel of de stuit); ruggen; halzen; staarten (zadels of stuiten); vleugelspitsen.

0207 13 50

borsten en delen daarvan

Het begrip „borsten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en e), op dit hoofdstuk.

0207 13 60

dijen en delen daarvan

Het begrip „dijen” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en f), op dit hoofdstuk.

De snede om de dij te scheiden van de rug moet worden aangebracht tussen de twee lijnen die aangeven tot waar de gewrichten komen, overeenkomstig de onderstaande tekening:

 

Image

0207 13 91

levers

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 13 99

andere

Deze onderverdeling omvat de eetbare slachtafvallen, met name harten, kammen en lellen, met uitzondering van levers.

Onder deze onderverdeling vallen eveneens de loopbenen van hanen, kippen en kuikens.

0207 14 10 t/m 0207 14 99

delen en slachtafvallen, bevroren

De toelichtingen op de onderverdelingen 0207 13 10 t/m 0207 13 99 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 24 10

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %)

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder geplukte kalkoenen, zonder kop en zonder poten, doch met hals, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn, maar waarin het hart, de lever en de spiermaag teruggelegd zijn.

0207 24 90

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder geplukte kalkoenen, klaar om gebraden te worden, zonder kop, zonder hals en zonder poten, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn. Deze onderverdeling omvat voorts kalkoenen die worden aangeboden in een staat die niet overeenkomt met een van de aanbiedingsvormen die specifiek zijn vermeld in de onderverdelingen 0207 24 10 en 0207 24 90.

0207 25 10 en 0207 25 90

niet in stukken gesneden, bevroren

De toelichtingen op de onderverdelingen 0207 24 10 en 0207 24 90 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 26 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 26 20

helften en kwarten

De toelichting op onderverdeling 0207 13 20 is van overeenkomstige toepassing.

0207 26 30

hele vleugels, ook indien zonder spits

Het begrip „hele vleugels, ook indien zonder spits” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en d), op dit hoofdstuk.

0207 26 40

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

De toelichting op onderverdeling 0207 13 40 is van overeenkomstige toepassing.

0207 26 50

borsten en delen daarvan

Het begrip „borsten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en e), op dit hoofdstuk.

0207 26 60

onderdijen en delen daarvan

Het begrip „onderdijen” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en g), op dit hoofdstuk.

De snede om de onderdij (in de handel vaak „drumstick” genoemd) te scheiden van de bovendij wordt aangebracht tussen de twee lijnen die aangeven tot waar de gewrichten komen, overeenkomstig de onderstaande tekening:

 

Image

0207 26 70

andere

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder de delen als omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en h), op dit hoofdstuk.

De snede om de bovendij (in de handel vaak „thigh” genoemd) of de hele dij (in de handel vaak „whole leg” genoemd) te scheiden van de rug, moet worden aangebracht tussen de twee lijnen die aangeven tot waar de gewrichten komen, overeenkomstig de tekening in de toelichting bij onderverdeling 0207 13 60.

De snede om de bovendij te scheiden van de onderdij moet worden aangebracht tussen de twee lijnen die aangeven tot waar de gewrichten komen, overeenkomstig de tekening in de toelichting bij onderverdeling 0207 26 60.

0207 26 91

levers

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 26 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0207 27 10 t/m 0207 27 99

delen en slachtafvallen, bevroren

De toelichting op de onderverdelingen 0207 26 10 t/m 0207 26 99 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 41 30

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder geplukte eenden zonder kop en zonder poten, doch met hals, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn, maar waarin het hart, de lever en de spiermaag teruggelegd zijn.

0207 41 80

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder geplukte eenden, klaar om gebraden te worden, zonder kop, zonder hals en zonder poten, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn. Deze onderverdeling omvat voorts eenden die worden aangeboden in een staat die niet overeenkomt met een van de aanbiedingsvormen die specifiek zijn vermeld in de onderverdelingen 0207 41 20, 0207 41 30 en 0207 41 80.

0207 42 30

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

De toelichting op onderverdeling 0207 41 30 is van overeenkomstige toepassing.

0207 42 80

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

De toelichting op onderverdeling 0207 41 80 is van overeenkomstige toepassing.

0207 43 00

vette levers (foies gras), vers of gekoeld

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 44 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 44 21

helften en kwarten

De toelichting op onderverdeling 0207 13 20 is van overeenkomstige toepassing.

0207 44 31

hele vleugels, ook indien zonder spits

Het begrip „hele vleugels, ook indien zonder spits” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en d), op dit hoofdstuk.

0207 44 41

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

De toelichting op onderverdeling 0207 13 40 is van overeenkomstige toepassing.

0207 44 51

borsten en delen daarvan

Het begrip „borsten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en e), op dit hoofdstuk.

0207 44 61

dijen en delen daarvan

Het begrip „dijen” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en f), op dit hoofdstuk.

0207 44 71

zogenaamde eendenpaletots

Het begrip „zogenaamde eendenpaletots” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder ij), op dit hoofdstuk.

0207 44 91

levers, andere dan vette levers (foies gras)

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 44 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0207 45 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 45 21 t/m 0207 45 81

met been

De toelichtingen op de onderverdelingen 0207 13 20 t/m 0207 13 60 en 0207 44 71 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 45 93 en 0207 45 95

levers

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 45 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0207 51 90

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder geplukte ganzen zonder kop en zonder poten, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn, maar waarin het hart en de spiermaag teruggelegd zijn, evenals geplukte ganzen, klaar om gebraden te worden, zonder kop en zonder poten, waaruit alle ingewanden verwijderd zijn. Deze onderverdeling omvat voorts ganzen die worden aangeboden in een staat die niet overeenkomt met een van de aanbiedingsvormen die specifiek zijn vermeld in de onderverdelingen 0207 51 10 en 0207 51 90, bijvoorbeeld geslachte ganzen, uitgelekt, geplukt, waaruit de ingewanden niet zijn verwijderd, zonder kop en zonder poten.

0207 52 90

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

De toelichting op onderverdeling 0207 51 90 is van overeenkomstige toepassing.

0207 53 00

vette levers (foies gras), vers of gekoeld

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 54 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 54 21

helften en kwarten

De toelichting op onderverdeling 0207 13 20 is van overeenkomstige toepassing.

0207 54 31

hele vleugels, ook indien zonder spits

Het begrip „hele vleugels, ook indien zonder spits” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en d), op dit hoofdstuk.

0207 54 41

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

De toelichting op onderverdeling 0207 13 40 is van overeenkomstige toepassing.

0207 54 51

borsten en delen daarvan

Het begrip „borsten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en e), op dit hoofdstuk.

0207 54 61

dijen en delen daarvan

Het begrip „dijen” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en f), op dit hoofdstuk.

0207 54 71

zogenaamde ganzenpaletots

Het begrip „zogenaamde ganzenpaletots” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder ij), op dit hoofdstuk.

0207 54 91

levers, andere dan vette levers (foies gras)

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 54 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0207 55 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 55 21 t/m 0207 55 81

met been

De toelichtingen op de onderverdelingen 0207 13 20 t/m 0207 13 60 en 0207 44 71 zijn van overeenkomstige toepassing.

0207 55 93 en 0207 55 95

levers

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 0207.

0207 55 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0207 60 10

zonder been

De toelichting op onderverdeling 0207 13 10 is van overeenkomstige toepassing.

0207 60 21

helften en kwarten

De toelichting op onderverdeling 0207 13 20 is van overeenkomstige toepassing.

0207 60 31

hele vleugels, ook indien zonder spits

Het begrip „hele vleugels, ook indien zonder spits” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en d), op dit hoofdstuk.

0207 60 41

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

De toelichting op onderverdeling 0207 13 40 is van overeenkomstige toepassing.

0207 60 51

borsten en delen daarvan

Het begrip „borsten” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en e), op dit hoofdstuk.

0207 60 61

dijen en delen daarvan

Het begrip „dijen” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4, onder a) en f), op dit hoofdstuk.

0207 60 99

andere

De toelichting op onderverdeling 0207 13 99 is van overeenkomstige toepassing.

0208

Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren

Deze post omvat uitsluitend vlees en eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren, van de diersoorten bedoeld bij post 0106.

0208 10 10

van tamme konijnen

Deze onderverdeling omvat vlees en eetbare slachtafvallen van de dieren bedoeld bij onderverdeling 0106 14 10.

0208 90 10

van tamme duiven

Deze onderverdeling omvat vlees en eetbare slachtafvallen van tamme duiven (slachtduiven, sierduiven, postduiven). Vlees en eetbare slachtafvallen van duiven die in de toelichting op onderverdeling 0106 39 10 staan genoemd als „wilde duiven”, zijn dus van deze onderverdeling uitgezonderd en moeten onder onderverdeling 0208 90 30 worden ingedeeld.

0208 90 30

van wild (met uitzondering van konijnen of van hazen)

Tot deze onderverdeling behoren onder meer:

1.

van het lopend wild: herten, damherten, reeën, gemzen of klipgeiten (Rupicapra rupicapra), elanden, geitantilopen, antilopen, gazellen, beren en kangoeroes;

2.

van het vederwild: wilde duiven, wilde ganzen, wilde eenden, patrijzen, fazanten, (hout)snippen, watersnippen, korhoenders, ortolanen en struisvogels.

Vlees en eetbare slachtafvallen van dieren waarop gewoonlijk wordt gejaagd (fazanten, struisvogels, damherten, enz.), blijven ingedeeld als vlees en eetbare slachtafvallen van wild, ook indien deze dieren in gevangenschap zijn opgefokt.

Vlees en eetbare slachtafvallen van rendieren zijn van deze onderverdeling uitgesloten (onderverdeling 0208 90 60). Vlees en eetbare slachtafvallen van bepaalde soorten rendieren (bijvoorbeeld van kariboes) blijven echter hier ingedeeld, voorzover wordt aangetoond dat het vlees of eetbare slachtafvallen betreft van in het wild levende dieren waarop is gejaagd.

Deze onderverdeling omvat geen vlees en eetbare slachtafvallen van wilde konijnen (Oryctolagus cuniculus) of van hazen. Deze vallen onder onderverdeling 0208 10 90.

0208 90 60

van rendieren

Zie de derde alinea van de toelichting op onderverdeling 0208 90 30.

0209

Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt

0209 10 11 en 0209 10 19

spek

Het begrip „spek” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter D, op dit hoofdstuk.

0209 10 90

varkensvet

Zie de tweede alinea van de GS-toelichting op post 0209.

0209 90 00

ander

Zie de derde alinea van de GS-toelichting op post 0209.

0210

Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie

Deze post omvat, met uitzondering van spek en van vet bedoeld bij post 0209, vlees en slachtafvallen, gezouten of gepekeld, gedroogd of gerookt, van alle bij de posten 0101 t/m 0106 bedoelde dieren.

Voor de interpretatie van de begrippen „gedroogd of gerookt” en „gezouten of gepekeld” wordt verwezen naar de aanvullende aantekeningen (GN) 2, letter E, en 7 op dit hoofdstuk.

0210 11 11 t/m 0210 11 90

hammen, en schouders, alsmede delen daarvan, met been

Zie voor de definitie van het begrip „met been” de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0210 11.

0210 11 11 t/m 0210 11 39

van varkens (huisdieren)

De begrippen „ham” en „schouder” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder b) en d), op dit hoofdstuk.

0210 11 11 en 0210 11 19

gezouten of gepekeld

Deze onderverdelingen hebben alleen betrekking op hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), die diepgaand zijn gezouten of gepekeld. Dit vlees kan echter licht gedroogd of licht gerookt zijn, maar niet zover dat het als „gedroogd of gerookt” in de zin van onderverdeling 0210 11 31 of 0210 11 39 (aanvullende aantekening (GN) 2, letter E, op dit hoofdstuk) is aan te merken.

0210 11 31 en 0210 11 39

gedroogd of gerookt

Deze onderverdelingen omvatten hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been, van varkens (huisdieren), die zijn verduurzaamd door drogen of roken, ook indien aan deze wijzen van verduurzamen een behandeling als zouten of pekelen is voorafgegaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij hammen die gezouten zijn voordat zij worden onderworpen aan een gedeeltelijke dehydratie, hetzij door drogen in de open lucht (Parma- of Bayonne-hammen), hetzij door roken (bijvoorbeeld Ardeense hammen).

Indien dergelijk vlees gedeeltelijk is gedehydreerd, maar in feite is verduurzaamd door bevriezen of diepvriezen, behoort het daarentegen tot onderverdeling 0203 22 11 of 0203 22 19.

0210 12 11 en 0210 12 19

van varkens (huisdieren)

De begrippen „buik” en „delen” zijn omschreven in aanvullende aantekeningen (GN) 2, de letters A, onder f), en B, op dit hoofdstuk.

0210 12 11

gezouten of gepekeld

De toelichting op de onderverdelingen 0210 11 11 en 0210 11 19 is van overeenkomstige toepassing.

0210 12 19

gedroogd of gerookt

De toelichting op de onderverdelingen 0210 11 31 en 0210 11 39 is van overeenkomstige toepassing.

0210 19 10

halve baconvarkens en „spencers”

De begrippen „half baconvarken” en „spencer” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder g) en h), op dit hoofdstuk.

0210 19 20

„3/4 sides” en „middles”

De begrippen „3/4 side” en „middle” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder ij) en k), op dit hoofdstuk.

0210 19 30

voorstukken en delen daarvan

Het begrip „voorstuk” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder c), op dit hoofdstuk.

0210 19 40

karbonadestrengen en delen daarvan

Het begrip „karbonadestreng” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder e), op dit hoofdstuk.

0210 19 60

voorstukken en delen daarvan

Het begrip „voorstuk” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2, letter A, onder c), op dit hoofdstuk.

0210 20 10 en 0210 20 90

vlees van runderen

Deze onderverdelingen omvatten uitsluitend vlees van de dieren bedoeld bij post 0102, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt. Slachtafvallen van runderen behoren tot onderverdeling 0210 99 51 of 0210 99 59.

0210 99 10

van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd

Deze onderverdeling omvat uitsluitend vlees van de dieren bedoeld bij de onderverdelingen 0101 21 00 t/m 0101 29 90, gezouten, gepekeld of gedroogd. Gerookt paardevlees behoort tot onderverdeling 0210 99 39. Slachtafvallen van paarden behoren tot onderverdeling 0210 99 85.

0210 99 21 en 0210 99 29

van schapen en van geiten

Deze onderverdelingen omvatten vlees van de dieren bedoeld bij post 0104, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt. Slachtafvallen van deze dieren behoren tot onderverdeling 0210 99 85.

0210 99 31

van rendieren

Zie de derde alinea van de toelichting op onderverdeling 0208 90 30.

0210 99 49

andere

Deze onderverdeling omvat in het bijzonder koppen of halve koppen van varkens (huisdieren), met of zonder hersenen, wangen of tong, alsmede delen daarvan (zie aanvullende aantekening (GN) 2, letter C, op dit hoofdstuk). De delen van koppen zijn omschreven in de derde alinea van genoemde aanvullende aantekening.

Zie voor het begrip „slachtafvallen” de GS-toelichting op post 0206.

0210 99 90

meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

Hieronder vallen eveneens pellets van dit meel en dit poeder.

HOOFDSTUK 3

VIS, SCHAALDIEREN, WEEKDIEREN EN ANDERE ONGEWERVELDE WATERDIEREN

Algemene opmerkingen

1.

Diepbevroren vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren worden ingedeeld als bevroren vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren.

2.

Het enkel blancheren, bestaande uit een lichte warmtebehandeling waarbij de producten van dit hoofdstuk niet werkelijk worden gekookt, heeft geen invloed op de indeling van die producten. Vaak vindt het plaats vóór het bevriezen, bijvoorbeeld bij tonijn en bij het vlees van schaal- en weekdieren.

3.

Van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd:

a)

zwemblazen, onbewerkt, gedroogd of gezouten, ongeschikt voor menselijke consumptie (post 0511);

b)

„halfconserven”, zijnde licht gezouten, gedroogde of gerookte vis, in plantaardige olie ter voorlopige bewaring (post 1604);

c)

vis, enkel ingemaakt in olie of azijn, ook indien niet op een andere wijze bereid (post 1604);

d)

weekdieren die een warmtebehandeling hebben ondergaan die voldoende was om de coagulatie van hun proteïnen te bewerkstelligen (post 1605).

0301

Levende vis

0301 11 00 en 0301 19 00

siervis

Zie de aanvullende GS-toelichting op de onderverdelingen 0301 11 en 0301 19.

0301 11 00

zoetwatervis

Tot de vissen die onder deze onderverdeling vallen, behoren onder andere:

1.

de lantaarndrager (Hemigrammus ocellifer);

2.

de goudvis (Carassius auratus);

3.

de mollies en de zwarte variëteit ervan (Mollienisia latipinna en velifera), de zwaarddragers en de rode en albinovariëteiten ervan (Xiphophorus helleri), rode, gele, zwarte en witte plaatjes (Platypoecilus maculatus) en kruisingen van zwaarddragers en plaatjes (Xiphophorus en Okattoiecukys), namelijk de zwarte zwaarddrager en de Berlijner zwaarddrager;

4.

de Siamese kempvis (Betta splendens), de paradijsvissen (Macropodus opercularis of viridi-auratus), de goerami's (Trichogaster trichopterus) en de dwerggoerami's (Colisa lalia en fasciata);

5.

de maanvissen (Pterophyllum scalare en eimckei).

0301 19 00

andere

Tot deze onderverdeling behoren met name:

1.

de koraalvissen;

2.

de lipvissen;

3.

de papegaaivissen (Scares, Pseudoscares, Scarichthys).

0302

Vis, vers of gekoeld, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

0302 11 10 t/m 0302 11 80

forel ( Salmo trutta , Oncorhynchus mykiss , Oncorhynchus clarki , Oncorhynchus aguabonita , Oncorhynchus gilae , Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster )

Tot deze onderverdeling behoren:

1.

de zeeforel (Salmo trutta forma trutta);

2.

de rivierforel of beekforel (Salmo trutta forma fario);

3.

de meerforel (Salmo trutta forma lacustris);

4.

de regenboogforel, ook „Amerikaanse forel” genoemd (Oncorhynchus mykiss);

5.

de cutthroatforel (Oncorhynchus clarki);

6.

de goudforel (Oncorhynchus aguabonita);

7.

de forel van de soort Oncorhynchus gilae;

8.

de forel van de soort Oncorhynchus apache;

9.

de forel van de soort Oncorhynchus chrysogaster.

0302 13 00

Pacifische zalm ( Oncorhynchus nerka , Oncorhynchus gorbuscha , Oncorhynchus keta , Oncorhynchus tschawytscha , Oncorhynchus kisutch , Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus )

Deze onderverdeling omvatten:

1.

rode zalm of sockeye zalm (Oncorhynchus nerka);

2.

roze zalm of humpbackzalm (Oncorhynchus gorbuscha);

3.

ketazalm of hondzalm of chumzalm (Oncorhynchus keta);

4.

koningszalm of „Quinnat” (Oncorhynchus tschawytscha);

5.

zilverzalm of „coho zalm” (Oncorhynchus kisutch);

6.

Japanse zalm of „masou zalm” (Oncorhynchus masou);

7.

zalm van de soort Oncorhynchus rhodurus.

0302 19 00

andere

Van de andere tot de zoetwatervissen behorende zalmachtigen die hier worden ingedeeld, kunnen worden genoemd:

1.

de kleine marene (Coregonus albula) en de grote marene (Coregonus lavaretus, Coregonus clupeaformis, Coregonus fera);

2.

houting (Coregonus oxyrhynchus);

3.

ridderforel (Salvelinus alpinus), Amerikaanse beekforel (Salvelinus fontinalis), Amerikaanse meerforel of namaycush of christivomer (Salvelinus namaycush of Christivomer namaycush).

0302 21 10 t/m 0302 29 80

platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae), met uitzondering van levers, hom en kuit

Het gaat om lateraal afgeplatte vissen (niet dorso-ventraal zoals roggen), die op hun zij liggen en beide ogen aan de bovenkant hebben.

0302 29 80

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de griet (Scophthalmus rhombus), de schar (Pleuronectes limanda of Limanda limanda), de tongschar (Pleuronectes microcephalus of Microstomus kitt), en de bot (Platichthys flesus of Flesus flesus).

0302 31 10 en 0302 31 90

witte tonijn ( Thunnus alalunga )

Witte tonijn is herkenbaar aan de grote borstvinnen die verder dan de aars reiken, de donkerblauwe rug en de blauwgrijze flanken en buik.

0302 32 10 en 0302 32 90

geelvintonijn ( Thunnus albacares )

De geelvintonijn of albacore is gemakkelijk te herkennen aan de aarsvin en de tweede rugvin die de vorm van een sikkel hebben.

0302 33 10 en 0302 33 90

boniet

Kenmerkend voor de boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis) is de aanwezigheid van vier tot zeven donkere lengtestrepen over de buik. De donkerblauwe rug wordt geaccentueerd door een scherp afgetekende groene zone boven de borstvin die naar het midden van het lichaam vervaagt. De flanken en de buik zijn zilverkleurig, de vinnen kort.

Onder deze onderverdelingen valt niet de bonito of boniter (Sarda sarda) met schuingestreepte rug, die vers of gekoeld behoort tot onderverdeling 0302 89 90.

0302 41 00

haring ( Clupea harengus , Clupea pallasii )

Onder „haring”, bedoeld bij deze onderverdeling, worden uitsluitend verstaan de haringachtigen van de soorten Clupea harengus (Atlantische haring) en Clupea pallasii (Pacific-haring). De zogenaamde „Indische haring” (Chirocentrus dorab) behoort derhalve tot onderverdeling 0302 89 90 wanneer hij vers of gekoeld wordt aangeboden.

0302 43 10

sardines van de soort Sardina pilchardus

Tot deze onderverdeling behoren mede volwassen sardines van groot formaat (tot 25 cm), bekend onder de benaming „pelser” of „pilchard”.

0302 43 90

sprot ( Sprattus sprattus )

Onder „sprot”, bedoeld bij deze onderverdeling, worden uitsluitend verstaan de haringachtigen van de soort Sprattus sprattus. Deze vissen, die nauw verwant zijn met haring maar die veel kleiner van formaat zijn, worden vaak ten onrechte „Noorse sardientjes” genoemd.

0302 51 10 en 0302 51 90

kabeljauw ( Gadus morhua , Gadus ogac , Gadus macrocephalus )

De kabeljauw is een vis die een lengte van 1,5 m kan bereiken. De buik is licht van kleur en heeft een witte zijlijn. Kabeljauw heeft drie rugvinnen, een korte buikvin en een baard.

0302 53 00

koolvis ( Pollachius virens )

Koolvis is ook bekend onder de namen „zwarte koolvis”, „zeezalm” en „zwarte pollak”.

0302 74 00

paling of aal ( Anguilla spp.)

Onder „paling of aal”, bedoeld bij deze onderverdeling, wordt uitsluitend verstaan de eigenlijke paling of aal (Anguilla spp.) zoals de Europese paling (Anguilla anguilla) in zijn twee vormen (de aal met stompe kop of „grofaal” en de aal met puntige kop of „snebaal”), alsmede de Amerikaanse paling (Anguilla rostrata), de Japanse paling (Anguilla japonica) en de Australische paling (Anguilla australis).

Van deze onderverdeling zijn derhalve uitgezonderd de vissen die ten onrechte „paling” of „aal” worden genoemd, zoals de kongeraal of zeepaling (Conger conger), de murene of moeraal (Muraena helena), en de smelt of zandspiering (Ammodytes spp.) die vaak met de benaming „zandaal” wordt aangeduid. Laatstgenoemde drie soorten zeevis behoren tot onderverdeling 0302 89 90.

0302 81 10

doornhaai ( Squalus acanthias )

Doornhaaien zijn ronde, gestroomlijnde haaien met laterale kieuwspleten boven de borstvinnen. De beide rugvinnen hebben aan de voorzijde een stekel. De rug is grijs en de buik wit. Zij kunnen een lengte van 1 m bereiken.

0302 81 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren met name de ruwe haai of steenhaai (Galeorhinus galeus of Galeus canis).

0302 89 10

zoetwatervis

Van de tot deze onderverdeling behorende zoetwatervissen kunnen worden genoemd:

1.

zeelt (Tinca tinca);

2.

barbeel (Barbus spp.);

3.

baars: gewone baars of rivierbaars (Perca fluviatilis), forellenbaars (Micropterus spp.), zonnebaars (Lepomis gibbosus) en pos of post (Gymnocephalus cernuus of Acerina cernua);

4.

brasem (Abramis brama) en blei of bliek (Blicca bjoerkna);

5.

snoek (Esox spp.) en beensnoek of kaaimansnoek (Lepisosteus spp.);

6.

alver (Alburnus alburnus), grondel (Gobio gobio en Gobio uranoscopus), grondeling of rivierdonderpad (Cottus gobio) en puitaal of kwabaal (Lota lota);

7.

rivierlamprei of rivierprik en kleine lamprei of negenoog (Lampetra fluviatilis en Lampetra planeri);

8.

witvis van de geslachten Leuciscus, de Rutilus en de Idus: blankvoorn, windvoorn, goudwinde, kopvoorn of meun of hesseling, serpeling of gruis of schieter, enz.;

9.

vlagzalm (Thymallus spp.);

10.

snoekbaars (Stizostedion lucioperca).

0302 89 90

andere

Van de tot deze onderverdeling behorende zeevissen kunnen worden genoemd:

1.

de steenbolk (Trisopterus luscus en Trisopterus esmarki);

2.

schriftbaars (Serranus spp.) en zeeoogje of evertsbaars (Epinephelus spp.);

3.

mul, zeebarbeel en koning van de poon (Mullus barbatus) (Mullus surmuletus);

4.

poon of knorhaan (Trigla spp., Eutrigla spp., Aspitrigla spp., Lepidotrigla spp. en Trigloporus spp.);

5.

de eigenlijke schorpioenvissen (Scorpaena spp.);

6.

zeelamprei of zeeprik of grote negenoog (Petromyzon marinus);

7.

geep (Belone belone) en pieterman (Trachinus spp.);

8.

spieringen (Osmerus spp.);

9.

lodde (Mallotus villosus);

10.

vis van de soort Kathetostoma giganteum.

0302 90 00

levers, hom en kuit

Levers, hom en kuit van vis, vers of gekoeld, die naar hun aard of in de staat waarin zij worden aangeboden, geschikt zijn voor menselijke consumptie, blijven ook onder deze onderverdeling ingedeeld indien zij bestemd zijn voor industrieel gebruik.

0303

Bevroren vis, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

De toelichtingen op de onderverdelingen van post 0302 zijn van overeenkomstige toepassing op de onderverdelingen van deze post.

0304

Visfilets en ander visvlees (ook indien fijngemaakt), vers, gekoeld of bevroren

0304 31 00 t/m 0304 49 90

verse of gekoelde filets

Zie de eerste alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 0304.

Tot deze onderverdelingen behoren ook filets die in stukken zijn gesneden, voorzover kan worden onderkend dat de stukken van filets afkomstig zijn. De soorten die daarvoor het meest worden gebruikt zijn forel, zalm, kabeljauw, schelvis, koolvis, roodbaars, wijting, heek, zeebrasem, tong, schol, tarbot, leng, tonijn, makreel, haring en ansjovis.

0304 49 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer filets van haring.

0304 61 00 t/m 0304 89 90

bevroren filets

Zie de toelichting op de onderverdelingen 0304 31 00 t/m 0304 49 90.

Deze onderverdelingen omvatten eveneens diepgevroren blokken filets of filets in stukken (gewoonlijk van kabeljauw), ook indien daarin een kleine hoeveelheid (niet meer dan 20 gewichtspercenten) vlees van dezelfde vissoort voorkomt, die dient om de lege ruimten in de blokken op te vullen. De blokken zijn bestemd om in kleinere stukken (porties, vissticks, enz.) te worden gesneden, die vervolgens verpakt worden voor de verkoop in het klein.

0304 93 10

surimi

Surimi, een tussenproduct dat wordt verhandeld in bevroren toestand, is een reuk- en smaakloze witachtige pasta die is verkregen uit fijngemaakt, gewassen en gezeefd visvlees. Door het herhaaldelijk wassen is het grootste deel van het vet en van de in water oplosbare eiwitten verwijderd. Voor het invriezen worden kleine hoeveelheden additieven toegevoegd (bijvoorbeeld suiker, zout, D-glucitol (sorbitol) en di- of trifosfaten) ter verbetering van de vastheid en ter stabilisering van het product in bevroren toestand.

Van deze onderverdeling zijn uitgezonderd bereidingen op basis van surimi (onderverdeling 1604 20 05).

0304 94 10

surimi

Zie de toelichting op onderverdeling 0304 93 10.

0304 95 10

surimi

Zie de toelichting op onderverdeling 0304 93 10.

0304 99 10

surimi

Zie de toelichting op onderverdeling 0304 93 10.

0305

Vis, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte vis, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

0305 10 00

meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

Meel en poeder van vis worden meestal voor menselijke consumptie geschikt gemaakt door de olie eraan te onttrekken en door desodorisatie. Zij worden in de handel vaak ten onrechte „geconcentreerd viseiwit” genoemd.

Tot deze onderverdeling behoort eveneens zogenaamd instantvispoeder, verkregen door verse vis te bevriezen, in stukjes te snijden en vervolgens zeer fijn te hakken en te drogen.

0305 31 00 t/m 0305 39 90

visfilets, gedroogd, gezouten of gepekeld, doch niet gerookt

De toelichting op de onderverdelingen 0304 31 00 t/m 0304 49 90 is van overeenkomstige toepassing. Gerookte visfilets behoren tot de onderverdelingen 0305 41 00 t/m 0305 49 80.

0305 41 00 t/m 0305 49 80

gerookte vis, filets daaronder begrepen, andere dan eetbaar slachtafval van vis

Zie de vierde alinea van de GS-toelichting op post 0305.

0305 63 00

ansjovis ( Engraulis spp.)

De tot deze onderverdeling behorende gepekelde ansjovis heeft geen verdere bewerking ondergaan. Hij wordt aangeboden in vaatjes of potten, vaak zelfs in luchtdicht gesloten blikken, die na het dichtmaken geen warmtebehandeling meer hebben ondergaan.

0306

Schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; schaaldieren in de schaal, gestoomd of in water gekookt, ook indien gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

Schaaldieren die zijn ontdaan van de schaal en zijn gekookt (bijvoorbeeld gekookte gepelde garnalenstaarten, meestal bevroren), worden ingedeeld onder post 1605.

Delen van krabben die gedeeltelijk zijn ontdaan van de schaal (bijvoorbeeld scharen) en zijn gestoomd of in water gekookt en die zonder verder van de schaal te worden ontdaan voor dadelijke consumptie geschikt zijn, worden eveneens ingedeeld onder post 1605.

0306 11 05 t/m 0306 11 90

langoesten ( Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.)

In tegenstelling tot zeekreeften zijn langoesten roodachtig van kleur en bezitten slechts kleine scharen, maar wel uiterst lange voelsprieten. Hun schaal is bezaaid met knobbeltjes en stekels.

0306 11 10

staarten van langoesten

Tot deze onderverdeling behoren „queues” of staarten van langoesten, in de schaal, in tweeën gesneden, alsmede gepelde staarten.

0306 11 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren langoesten in de schaal, in gehele staat of overlangs doorgesneden, alsmede het vlees van langoesten.

0306 12 05 t/m 0306 12 90

zeekreeften ( Homarus spp.)

Zeekreeften zijn schaaldieren met grote scharen. Wanneer zij niet gekookt zijn, zijn ze donkerblauw van kleur met witte of gelige marmeringen. Zij worden pas rood tijdens het koken.

Zeekreeften worden in nagenoeg dezelfde vormen in de handel gebracht als langoesten.

0306 14 05 t/m 0306 14 90

krabben

Met de term „krabben” wordt een grote verscheidenheid van schaaldieren met scharen, van zeer uiteenlopende afmetingen bedoeld, die van langoesten, zeekreeften, garnalen, langoustines en rivierkreeften te onderscheiden zijn door de afwezigheid van de gelede, vlezige staart die kenmerkend is voor de laatstgenoemde soorten.

0306 14 90

andere

Naast de Europese zeekrabben, zoals de zwemkrab (Portunus puber) en de spinkrab of zeespin (Maia squinado), omvatten deze onderverdelingen een groot aantal andere soorten (met name Cancer spp., Carcinus spp., Portunus spp., Neptunus spp., Charybdis spp., Scylla spp., Erimacrus spp., Limulus spp., Maia spp., Menippi spp.), alsmede een zoetwaterkrab, „Chinese wolhandkrab” genaamd (Eriocheir sinensis).

0306 15 10 en 0306 15 90

langoustines ( Nephrops norvegicus )

Langoustines of Noorse kreeften zijn kleine schaaldieren die herkenbaar zijn aan hun lange slanke prismatische scharen.

0306 16 10 t/m 0306 17 99

koudwatergarnalen ( Pandalus spp., Crangon crangon ); andere garnalen

Tot deze onderverdelingen behoren met name:

1.

steurkrab of steurgarnaal, ook roze garnaal genoemd (hoewel sommige variëteiten eerst bij het koken werkelijk roze of rood worden), van de familie „Pandalidae”;

2.

gewone garnaal van het geslacht Crangon;

3.

garnalen van de families „Palaemonidae” en „Penaeidae”. Bij deze garnalen wordt vaak onderscheid gemaakt tussen de eigenlijke steurkrab of steurgarnaal (Palaemon serratus) en de koninklijke garnaal (Penaeus caramote of Penaeus kerathurus).

0306 19 10

rivierkreeften

De belangrijkste soorten rivierkreeft, een zoetwaterschaaldier, behoren tot de geslachten Astacus, Cambarus, Orconectes en Pacifastacus.

Tot deze onderverdeling behoren ook „queues” of staarten van rivierkreeften.

0306 21 10 en 0306 21 90

langoesten ( Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.)

Zie de toelichtingen op de onderverdelingen 0306 11 05 t/m 0306 11 90.

0306 22 10 t/m 0306 22 99

zeekreeften ( Homarus spp.)

Zie de toelichting op de onderverdelingen 0306 12 05 t/m 0306 12 90.

0306 24 10 t/m 0306 24 80

krabben

Zie de toelichtingen op de onderverdelingen 0306 14 05 t/m 0306 14 90.

0306 24 80

andere

Naast de Europese zeekrabben, zoals de zwemkrab (Portunus puber) en de spinkrab of zeespin (Maia squinado), omvat deze onderverdeling een groot aantal andere soorten (met name Paralithodes camchaticus, Callinectes sapidus, Chionoecetes spp., Cancer spp., Carcinus spp., Portunus spp., Neptunus spp., Charybdis spp., Scylla spp., Erimacrus spp., Limulus spp., Maia spp., Menippi spp.), alsmede een zoetwaterkrab, „Chinese wolhandkrab” genaamd (Eriocheir sinensis).

0306 25 10 en 0306 25 90

langoustines ( Nephrops norvegicus )

Zie de toelichting op de onderverdelingen 0306 15 10 en 0306 15 90.

0306 26 10 t/m 0306 27 99

koudwatergarnalen ( Pandalus spp., Crangon crangon ); andere garnalen

Zie de toelichting op de onderverdelingen 0306 16 10 t/m 0306 17 99.

0306 29 10

rivierkreeften

Zie de toelichting op onderverdeling 0306 19 10.

0307

Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie

0307 11 10 t/m 0307 19 90

oesters

Deze onderverdelingen hebben uitsluitend betrekking op tweeschalige weekdieren van de geslachten Ostrea, Crassostrea (ook Gryphaea genoemd) en Pycnodonta.

Gewoonlijk wordt onderscheid gemaakt tussen de platte oesters (Ostrea spp.) en de oesters met onregelmatige schelpen, zoals de Portugese oester (Crassostrea angulata) en de Noord-Amerikaanse oester (Crassostrea virginica).

0307 11 10

levende platte oesters ( Ostrea spp.), wegende, in de schelp, niet meer dan 40 g per stuk

Tot deze onderverdeling behoren uitsluitend de jonge oesters van het geslacht Ostrea die niet meer dan 40 g per stuk wegen (inclusief de schelp). De in Europa geoogste zaaloesters (platte oesters) zijn gewoonlijk van de soort Ostrea edulis. Er bestaan ook andere soorten, bijvoorbeeld de Ostrea lurida van de Noord-Amerikaanse westkust en de Ostrea chilensis van Chili.

0307 11 90 t/m 0307 19 90

andere

Onder deze onderverdelingen worden ingedeeld de oesters van het geslacht Ostrea, die meer dan 40 g per stuk wegen, alsmede alle jonge of volwassen oesters van het geslacht Crassostrea (voorheen Gryphaea) en van het geslacht Pycnodonta.

Tot het geslacht Crassostrea behoren met name de Portugese oester (Crassostrea angulata), de Japanse oester (Crassostrea gigas) en de Noord-Amerikaanse oester (Crassostrea virginica).

0307 71 00 t/m 0307 79 90

tweekleppigen, kokkels en arkschelpen (de families „Arcidae”, „Arcticidae”, „Cardiidae”, „Donacidae”, „Hiatellidae”, „Mactridae”, „Mesodesmatidae”, „Myidae”, „Semelidae”, „Solecurtidae”, „Solenidae”, „Tridacnidae” en „Veneridae”)

Tot deze onderverdelingen behoren onder meer:

1.

platte slijkgaper of slijkmossel (Scrobicularia plana), grote strandschelp (Mactra spp.) en hartschelp of kokhaan of kokkel (Cardium spp.);

2.

messchelpen (Solen spp.), met name mesheft en messchede (Solen marginatus, Solen siliqua en Solen ensis), alsmede venusschelpen (Venus mercenaria en Venus verrucosa).

0307 91 10 t/m 0307 99 80

andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

Tot deze onderverdelingen behoren onder meer:

1.

zeeslakken, zoals de wulk of kinkhoren (Buccinum undatum);

2.

alikruik (Littorina en Lunatia spp.);

3.

inktvissen van de soort Sepia pharaonis;

4.

reuzenpijlinktvis (Dosidicus gigas) en Japanse vliegende pijlinktvis (Todarodes pacificus).

HOOFDSTUK 4

MELK EN ZUIVELPRODUCTEN; VOGELEIEREN; NATUURHONIG; EETBARE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

Algemene opmerkingen

Uit melkcaseïne verkregen caseïnaten worden ondermeer als emulgator (natriumcaseïnaat) of eiwitbron (calciumcaseïnaat) gebruikt. Producten die meer dan 3 gewichtspercenten caseïnaten, berekend op de droge stof, bevatten, worden van de posten 0401 t/m 0404 uitgezonderd, aangezien deze caseïnaten van nature niet in deze hoeveelheden in melk voorkomen (zie met name post 1901).

0401

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Voorzover zij geen andere dan de in de tweede alinea van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op hoofdstuk 4 van bedoelde bewerkingen hebben ondergaan, behoren onder meer de volgende producten tot deze post:

1.

niet-behandelde volle melk en geheel of gedeeltelijk afgeroomde melk;

2.

gepasteuriseerde melk. Dit is melk waarvan de houdbaarheid is verbeterd door gedeeltelijke vernietiging van de bacteriën door thermische behandeling;

3.

gesteriliseerde melk, ultrahogetemperatuurmelk (UHT-melk) daaronder begrepen, die langer houdbaar is en die vrijwel geheel bacterievrij is gemaakt door een verder voortgezette thermische behandeling;

4.

gehomogeniseerde melk, waarin de vetbolletjes van de natuurlijke emulsie door een mechanische behandeling onder zeer hoge druk, gepaard gaande met een thermische behandeling, zijn gereduceerd tot bolletjes met een veel geringere diameter zodat roomvorming ten dele wordt voorkomen;

5.

gepeptoniseerde melk. Dit is melk die lichter verteerbaar is gemaakt door toevoeging van pepsine, waardoor de eiwitten worden afgebroken;

6.

room. Dit is de vetrijke laag die zich langs natuurlijke weg aan het oppervlak van melk vormt door de langzame samenklontering van de vetbolletjes van de emulsie. De room wordt met de hand afgeschept (scheproom) of verkregen door centrifugeren in ontromers of separatoren (centrifugeroom). Hij bevat, naast de overige bestanddelen van de melk, een vrij grote hoeveelheid vetstoffen (gewoonlijk meer dan 10 gewichtspercenten). Door bepaalde moderne centrifugeerprocessen kan room met een vetgehalte van meer dan 50 gewichtspercenten worden verkregen.

Voor de toepassing van deze post wordt room als „niet ingedikt” aangemerkt indien hij, ongeacht het vetgehalte, uitsluitend is verkregen:

a)

door het afromen aan het oppervlak van de melk, of

b)

door het centrifugeren.

Room die is ingedikt, bijvoorbeeld door indampen door een thermische behandeling, behoort daarentegen tot post 0402.

0402

Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Deze post omvat melkpoeder waaraan achteraf weer gedesinfecteerd centrifugaat is toegevoegd, op voorwaarde dat de verhouding van natuurlijke melkbestanddelen niet wordt verstoord (anders post 0404).

Producten die meer dan 3 gewichtspercenten sojalecithine (emulgator), berekend op de droge stof, bevatten, zijn van deze post uitgezonderd.

Zie ook de GS-toelichting op post 0404, uitzondering d).

0403

Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

Dikvloeibare producten die gewoonlijk met een lepel worden gegeten, worden niet aangemerkt als producten „in poeder, in korrels of in andere vaste vorm”.

Het begrip „karnemelk” bedoeld bij deze post omvat zowel zoete karnemelk (dat wil zeggen niet-aangezuurde) als via aanzuring verkregen karnemelk.

0403 10 11 t/m 0403 10 99

yoghurt

Tot deze onderverdelingen behoren slechts de producten die zijn verkregen door melkzuurfermentatie van uitsluitend Streptococcus thermophilus en Lactobacillus delbrueckii subsp. bulgaricus.

Tot deze onderverdelingen behoren niet de producten die na gisting een warmtebehandeling hebben ondergaan waardoor de yoghurtbacteriën echter volledig inactief zijn (onderverdeling 0403 90).

0403 90 11 t/m 0403 90 99

andere

Zie de toelichting bij de onderverdelingen 0403 10 11 t/m 0403 10 99.

Onder deze onderverdelingen vallen niet de producten van de soort „cagliata” zoals omschreven in de toelichting op de onderverdelingen 0406 10 30 t/m 0406 10 80, derde alinea.

0404

Wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen; producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

Zie de eerste alinea van de toelichting op post 0402.

0404 90 21 t/m 0404 90 89

andere

De toelichting op post 0402 is van overeenkomstige toepassing.

Onder deze onderverdelingen vallen met name melkproteïneconcentraten, die in het algemeen worden gewonnen uit afgeroomde melk, door een gedeeltelijke verwijdering van de lactose en de minerale zouten, en die een proteïnegehalte hebben, berekend op de droge stof, van 85 gewichtspercenten of minder. Het proteïnegehalte wordt berekend door het stikstofgehalte te vermenigvuldigen met de factor 6,38.

Melkproteïneconcentraten met een proteïnegehalte van meer dan 85 gewichtspercenten, berekend op de droge stof, vallen onder post 3504 (zie de aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 35).

0405

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta's

0405 10 11 t/m 0405 10 90

boter

Het begrip „boter” is omschreven in aantekening 2, onder a), en in aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk.

Zie eveneens letter A van de GS-toelichting op post 0405.

Boter is een emulsie van water in melkvet, waarin het water de disperse of discontinue fase en de vetstof de dispergerende of continue fase vormt.

Room (posten 0401 en 0402) — waarvan het vetgehalte in sommige gevallen dat van boter kan evenaren — is daarentegen een emulsie van vetbolletjes in water, waarin het water de dispergerende fase en de vetstof de disperse fase vormt.

Uit dit verschil in structuur volgt, dat bij room, door eenvoudige toevoeging van een bepaalde hoeveelheid water, de melk nagenoeg in haar oorspronkelijke toestand kan worden teruggebracht, terwijl dit bij boter niet mogelijk is.

0405 20 10 t/m 0405 20 90

zuivelpasta's

Het begrip „zuivelpasta's” is omschreven in aantekening 2, onder a), op dit hoofstuk.

Zie eveneens letter B van de GS-toelichting op post 0405.

0405 90 10 en 0405 90 90

andere

Zie aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk en letter C van de GS-toelichting op post 0405.

0406

Kaas en wrongel

Producten waarvan het melkvet geheel of gedeeltelijk is vervangen door andere vetstoffen (bijvoorbeeld plantaardige vetstoffen), worden niet aangemerkt als kaas van post 0406 (in het algemeen post 2106).

0406 10 30 t/m 0406 10 80

verse (niet gerijpte) kaas, weikaas daaronder begrepen, en wrongel

Zie voor weikaas de tweede alinea van de GS-toelichting op post 0406.

Wrongel of kwark wordt verkregen uit gestremde melk waarvan de wei grotendeels is afgescheiden (bijvoorbeeld door uitlekken of uitpersen). Wrongel (anders dan in poedervorm) waaraan suiker en vruchten zijn toegevoegd, behoudt het karakter van wrongel in de zin van deze onderverdelingen voorzover het totale gehalte aan suiker en vruchten niet meer dan 30 gewichtspercenten bedraagt.

Onder deze onderverdelingen vallen de producten van de soort „cagliata”, dat wil zeggen producten verkregen door volle melk, gedeeltelijk afgeroomde melk of geheel afgeroomde melk, waaruit het merendeel van de wei is weggehaald, met stremsel, andere enzymen of met een zuurbehandeling te doen stremmen. Deze producten worden aangeboden in de vorm van een nog niet kneedbare stremselbrij, soepel, gemakkelijk in korrels te scheiden, met een intense kenmerkende geur en met een gehalte aan natriumchloride (keukenzout) van niet meer dan 0,3 gewichtspercenten. Het zijn tussenproducten die een verdere bewerking behoeven, voornamelijk voor de vervaardiging van kaas.

0406 20 00

kaas van alle soorten, geraspt of in poeder

Deze onderverdeling omvat:

1.

geraspte kaas, gewoonlijk gebruikt als smaakstof of voor andere doeleinden in de levensmiddelenindustrie. Hij wordt meestal verkregen uit harde kaas, (bijvoorbeeld Grana, Parmigiano Reggiano, Emmentaler, Reggianito, Sbrinz, Asiago, Pecorino, enz.). Aan deze kaas kan het water gedeeltelijk onttrokken zijn teneinde een zo lang mogelijke houdbaarheid te verzekeren.

Kaas die na het raspen geheel of gedeeltelijk klonterig is geworden, valt eveneens onder deze onderverdelingen;

2.

kaas in poedervorm, gewoonlijk gebruikt in de voedselindustrie. Hij wordt verkregen uit kaas van alle soorten, die ofwel vloeibaar gemaakt en verstoven is, ofwel tot pasta verwerkt en vervolgens gedroogd en vermalen is.

0406 30 10 t/m 0406 30 90

smeltkaas, niet geraspt noch in poeder

Zie de eerste alinea, punt 3, van de GS-toelichting op post 0406.

0406 40 10 t/m 0406 40 90

blauw-groen geaderde kaas en andere kaas die aders bevat die zijn verkregen door gebruik te maken van Penicillium roqueforti

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0406 40.

Deze kaas wordt gekenmerkt door een onregelmatige pigmentering van het kaasdeeg als gevolg van inwendige schimmelvorming.

0406 40 90

andere

Deze onderverdeling omvat eveneens kaas met een duidelijk zichtbare, onregelmatige, wit-grijsachtige pigmentering van het kaasdeeg, verkregen door het gebruik van kleurloze schimmels Penicillium roqueforti.

0407

Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt

Deze post omvat eveneens bedorven eieren in de schaal, alsmede eieren die licht zijn bebroed.

Het verduurzamen kan geschieden door de schaal van de eieren te behandelen met vetstoffen, was of paraffine, door inleggen in kalkwater of waterglas (een oplossing van natrium- of kaliumsilicaat) of op een andere wijze.

Wordt aangemerkt als „pluimvee” de vogels bedoeld bij post 0105.

0407 11 00 t/m 0407 19 90

Broedeieren

Deze onderverdelingen omvatten uitsluitend eieren van pluimvee die beantwoorden aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde voorwaarden en bepalingen.

0408

Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0408 11 80

ander

Onder deze onderverdeling valt eigeel dat geschikt is voor menselijke consumptie, alsook eigeel dat daarvoor niet geschikt is, andere dan vallende onder onderverdeling 0408 11 20.

Hieronder valt eveneens gedroogd eigeel dat is verduurzaamd door toevoeging van kleine hoeveelheden chemicaliën en bestemd is voor het vervaardigen van gebak, deegwaren en soortgelijke producten.

0408 19 81 en 0408 19 89

ander

De eerste zin van de toelichting op onderverdeling 0408 11 80 is van overeenkomstige toepassing.

0408 91 80

andere

De toelichting op onderverdeling 0408 11 80 is van overeenkomstige toepassing.

0408 99 80

andere

De toelichting op onderverdeling 0408 11 80 is van overeenkomstige toepassing.

Deze onderverdeling heeft niet alleen betrekking op verse eieren uit de schaal, maar ook op alle soortgelijke eieren die zijn verduurzaamd, bijvoorbeeld door toevoeging van zout of chemische conserveermiddelen (vloeibaar heel ei) of door bevriezing (bevroren heel ei). Hiertoe behoren ook gestoomde of in watergekookte eieren alsmede gevormde eieren (zogenaamde langeieren of eiworsten, die bijvoorbeeld rond zijn en worden verkregen uit het eiwit en het eigeel van verscheidene eieren).

HOOFDSTUK 5

ANDERE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

0505

Vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt; poeder en afval, van veren of van delen van veren

0505 10 10 en 0505 10 90

veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt; dons

De in deze onderverdelingen bedoelde producten zijn omschreven in de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0505 10.

0505 10 10

ruw

Tot deze onderverdeling behoren de veren van de als opvulmateriaal gebruikte soorten en het dons zoals zij worden verkregen bij het plukken, ongeacht of zulks al dan niet in vochtige toestand is geschied. Hieronder vallen eveneens de veren en het dons die na het plukken stofvrij gemaakt of gedesinfecteerd zijn, dan wel uitsluitend ter voorkoming van bederf een behandeling hebben ondergaan.

Voorts behoren tot deze onderverdeling teruggewonnen veren in een staat waarin zij als zodanig niet als opvulmateriaal gebruikt kunnen worden. De tot deze onderverdeling behorende producten worden veelal in balen samengeperst.

0505 10 90

andere

Onder deze onderverdeling vallen bijvoorbeeld de veren van de als opvulmateriaal gebruikte soorten en het dons die een grondiger reiniging hebben ondergaan dan die bedoeld bij de toelichting op onderverdeling 0505 10 10, bijvoorbeeld wassen met water of stoom en drogen met hete lucht.

0505 90 00

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer:

1.

vogelhuiden en andere delen van vogels (koppen, vleugels, halzen, enz.) met veren of met dons bezet, die bijvoorbeeld worden gebruikt voor het vervaardigen van garnituren voor hoofddeksels;

2.

vogelhuiden ontdaan van de dekveren en in het bijzonder die delen van ganzehuiden die „zwanehuid” worden genoemd en voornamelijk gebruikt worden voor het vervaardigen van poederdonsjes;

3.

de grote vleugel- en staartveren en andere delen van het gevederte, die in verband met hun grootte en de stijfheid van de schacht niet geschikt zijn als opvulmateriaal;

4.

sierveren, in hoofdzaak bestemd om na bewerking te dienen voor de vervaardiging van versieringsmotieven voor hoofddeksels, van kunstbloemen, enz. Dit zijn bijvoorbeeld de veren van struisvogels, zilverreigers, blauwe reigers, fazanten, maraboe's, ibissen, pauwen, paradijsvogels, flamingo's, gaaien, kolibries, eksters, gieren, meeuwen en ooievaars;

5.

veren, meestal de langere, gebruikt voor de vervaardiging van plumeaus en veren stoffers;

6.

sommige delen van veren zoals de spoelen en de schachten, ook indien gespleten (voor de vervaardiging van tandenstokers, hengelbenodigdheden, enz.), de baarden, al dan niet bijgesneden, gestript van de schacht, ook indien zij van onderen bijeengehouden worden door een vlies dat van de schacht afkomstig is (getrokken veren). Indien zij echter, ondanks de bewerkingen die zij hebben ondergaan, in wezen opvulmateriaal zijn gebleven, vallen zij onder onderverdeling 0505 10 10 of 0505 10 90.

Tot deze onderverdeling behoren eveneens de producten, die „gerissene Hahnenhälse” worden genoemd. Dit zijn schachten die, met uitzondering van het niet afstripbare pluimpje aan de top, ontdaan zijn van de baard;

7.

poeder (of meel) en afval van veren of van delen van veren.

0506

Beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet of eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van gelatine; poeder en afval van deze stoffen

0506 10 00

osseïne en met zuur behandelde beenderen

Zie de tweede alinea, punt 3, van de GS-toelichting op post 0506.

0506 90 00

andere

Zie de tweede alinea, de punten 1, 2, 4 en 5, van de GS-toelichting op post 0506.

0510 00 00

Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd

Naast de in de GS-toelichting op post 0510 genoemde producten omvat deze post placentaweefsels in gekoelde of bevroren staat, ook in steriele recipiënten.

0511

Producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 1 of 3, niet geschikt voor menselijke consumptie

0511 91 10

visafvallen

Zie punt 6, de nummers 1 t/m 4, van de GS-toelichting op post 0511.

0511 91 90

andere

Deze onderverdeling omvat:

1.

niet-eetbare kuit en hom (zie in dit verband punt 5, de alinea's 1 en 2, van de GS-toelichting op post 0511);

2.

afvallen van schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren, bijvoorbeeld garnalenschalen, ook indien in poedervorm;

3.

dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3, niet eetbaar of ongeschikt geacht voor menselijke consumptie, bijvoorbeeld daphnia's, ook watervlooien genoemd, en andere ostracoden of phyllopoden, gedroogd, om als voer voor aquariumvissen te dienen.

0511 99 31 en 0511 99 39

Echte sponsen

Zie punt 14, van de GS-toelichting op post 0511.

0511 99 31

ruw

Deze onderverdeling omvat, behalve de sponsen die worden aangeboden in de staat waarin ze zijn opgevist, echte sponsen die door middel van slaan of kneden en wassen in zeewater zijn ontdaan van hun omhulsel, slijmerige weke delen en van een gedeelte van hun onzuiverheden (kalk, zand, enz.).

Deze onderverdeling omvat eveneens echte sponsen die, in het bijzonder door snijden, zijn ontdaan van onbruikbare delen (bijvoorbeeld rotte delen) en, in het algemeen, alle sponsen die nog geen enkele chemische behandeling hebben ondergaan.

0511 99 39

andere

Onder deze onderverdeling vallen sponsen die een verdere bewerking hebben ondergaan, met het doel ze geheel van kalkinsluitsels te ontdoen, ze te ontkleuren (behandeling met broom of natriumthiosulfaat), te ontvetten (in een bad met ammoniakoplossing), te bleken (oxaalzuurbad van 2 %) of ze voor gebruik geschikt te maken door andere chemische behandelingen.

0511 99 85

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten genoemd in de punten 2, 3, 4, 7, 8 en 13 van de GS-toelichting op post 0511, alsmede dode dieren van de soorten bedoeld in hoofdstuk 1, niet eetbaar of niet geschikt geacht voor menselijke consumptie.

Dierlijk bloedplasma valt niet onder deze onderverdeling (bijvoorbeeld post 3002).

AFDELING II

PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK

HOOFDSTUK 6

LEVENDE PLANTEN EN PRODUCTEN VAN DE BLOEMENTEELT

0601

Bollen, knollen en wortelstokken, ook indien in blad of in bloei; cichoreiplanten en -wortels, andere dan die bedoeld bij post 1212

0601 20 30

orchideeën, hyacinten, narcissen en tulpen

Tot deze onderverdeling behoren eveneens epifytische orchideeën (bijvoorbeeld van het geslacht Cattleya of Dendrobium).

0602

Andere levende planten (wortels daaronder begrepen), stekken en enten; champignonbroed

0602 10 10 en 0602 10 90

stekken zonder wortels en enten

Tot deze onderverdelingen behoren:

1.

levende plantendelen zonder wortels, die van de moederplant werden gescheiden om er een nieuwe plant uit te laten groeien (stekken);

2.

de levende delen van planten voorzien van knoppen (ogen) en bestemd voor het enten van planten (enten).

0602 40 00

rozen, ook indien geënt

Tot deze onderverdelingen behoren niet enkel gecultiveerde rozen, maar ook wilde rozen.

0602 90 10

champignonbroed

Onder champignonbroed (thallus of mycelium) wordt verstaan een min of meer samenhangende massa ragfijne celdraden (hyphen), die — vaak ondergronds — leven en gedijen op compost van dierlijke of plantaardige stoffen, of zich in de dradenmassa zelf ontwikkelen en waaruit champignons ontstaan.

Champignonbroed in handelskwaliteit wordt geleverd in de vorm van kleine platen (plakken) bestaande uit half vergane stukjes stro waarop zich een laag reproductieve celdraden (hyphen) heeft ontwikkeld.

Onder deze onderverdeling valt eveneens het product dat bestaat uit nog niet volledig ontwikkeld champignonbroed, in microscopisch kleine deeltjes op een voedingsbodem van graankorrels, in een compost van gesteriliseerde paardenmest (een mengsel van stro en paardenvijgen).

0602 90 41

woudbomen en woudheesters (zogenaamd bosplantsoen)

Deze onderverdeling omvat jonge planten uit zaden van naald- en loofbomen en heesters, die in de regel dienen voor bebossing. Zij worden meestal zonder aardkluit geleverd.

0602 90 45

bewortelde stekken en jonge planten

Deze onderverdeling omvat jonge planten, elders genoemd noch elders onder begrepen, die, alvorens te worden uitgeplant, in een boomkwekerij moeten worden opgekweekt. Het betreft een- of tweejarige zaailingen, bewortelde stekken, afleggers en planten die in de regel niet ouder zijn dan twee tot drie jaar.

0602 90 49

andere

Deze onderverdeling omvat bomen en struiken van Europese of exotische oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen, die in de regel niet voor bebossing dienen. Zij worden meestal met aardkluit geleverd.

0602 90 50

andere planten voor de open grond

Deze onderverdeling omvat meerjarige winterharde planten, waarvan de bovengrondse niet-verhoute delen in de herfst afsterven en in het voorjaar opnieuw uitlopen.

Deze onderverdeling omvat ook tuinvarens en moeras- en waterplanten (andere dan bedoeld bij post 0601 of bij onderverdeling 0602 90 99).

Deze onderverdeling omvat ook grasrollen en -zoden voor het aanleggen van grasperken.

0603

Afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

0603 11 00 t/m 0603 19 80

vers

Deze onderverdelingen omvatten ook bloemen, bloesems en bloemknoppen waarvan de natuurlijke kleur is gewijzigd of verlevendigd, bijvoorbeeld door absorptie van kleurstofoplossingen voor of na het afsnijden, dan wel door eenvoudige onderdompeling, voorzover deze producten vers worden aangeboden.

0603 19 80

andere

Deze onderverdeling omvat bijvoorbeeld zonnebloemen en reseda's. Stengels en bladeren van deze planten (zonder bloemen) vallen onder onderverdeling 1404 90 00.

Deze onderverdeling omvat ook wilgentakken met knoppen of bloesem (wilgenkatjes). Wilgentakken zonder knoppen of bloesem vallen daarentegen onder onderverdeling 1401 90 00.

0604

Loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, mossen en korstmossen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

0604 20 11

rendiermos

Rendiermos is een plant van de familie der Cladoniaceae (Cladonia rangiferina, Cladonia silvatica en Cladonia alpestris).

0604 20 90

andere

Verse aren van graangewassen vallen onder hoofdstuk 10 of, wanneer het om suikermais (Zea mays var. saccharata) gaat, onder hoofdstuk 7.

0604 90 11

rendiermos

Zie de toelichting op onderverdeling 0604 20 11.

0604 90 91

enkel gedroogd

Onder deze onderverdeling vallen niet de gedroogde takken en twijgen die ineen zijn gedraaid of spiraalvormig ineen zijn gevlochten, ongeacht of zij voorafgaande aan het drogen ineen waren gedraaid of spiraalvormig ineen waren gevlochten (onderverdeling 0604 90 99).

Van deze onderverdeling zijn uitgezonderd de enkel gedroogde aren, kolven en pluimen van suikermais (Zea mays var. saccharata) (hoofdstuk 7) of van graangewassen (hoofdstuk 10).

0604 90 99

andere

Tot deze onderverdeling behoren gedroogde aren van graangewassen (bijvoorbeeld maiskolven) die zijn gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze behandeld om voor versiering te worden gebruikt. Deze onderverdeling omvat ook gedroogde takken en twijgen die ineen zijn gedraaid of die spiraalvormig ineen zijn gevlochten.

HOOFDSTUK 7

GROENTEN, PLANTEN, WORTELS EN KNOLLEN, VOOR VOEDINGSDOELEINDEN

Algemene opmerkingen

Scheuten (groentescheuten en andere scheuten) zijn gekiemde zaden die bestemd zijn voor menselijke consumptie en rauw of gekookt worden gegeten. Voor het ontkiemen worden de zaden vochtig gemaakt (dit verhoogt het watergehalte in de zaden en beëindigt de rusttoestand ervan) tot een nieuwe plant begint te groeien en bladeren ontwikkelt.

Over het algemeen kunnen scheuten die gereed zijn voor menselijke consumptie op drie manieren worden aangeboden:

a)

als een ontkiemende plant met kiemblaadjes (cotyledonen, de eerste bladeren in een embryonaal stadium), met resten van de zaden en wortels;

b)

als een plant bestaande uit een ontkiemende graankorrel, bijv. gekiemde gerst, zogenoemde groenmout (zie eveneens de toelichtingen bij de onderverdelingen 1107 10 11 t/m 1107 10 99), die rauw in salades of, na verdere verwerking, voor de productie van voornamelijk bier of whisky kan worden gebruikt;

c)

als een „babyplant”, uitsluitend bestaande uit kiemblaadjes, zonder resten van de zaden en wortels en zonder „volwassen bladeren” (echte bladeren, gevormd na het embryonale stadium). Dit soort scheuten wordt doorgaans in kleine doosjes met kweekmedium aangeboden.

Bij het indelen van de scheuten gelden de volgende beginselen:

scheuten van de in hoofdstuk 7 genoemde groenten moeten onder hun respectieve posten als verse groenten onder hoofdstuk 7 worden ingedeeld, omdat verse groenten onder dit hoofdstuk vallen, ongeacht of ze bestemd zijn te worden gebruikt als voedingsmiddel, om te zaaien of te planten, met uitzondering van plantgoed van groenten dat geschikt is om opnieuw te planten in de zin van post 0602 (zie de tiende alinea van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op hoofdstuk 7),

bonen die worden gebruikt voor de productie van kiemgroenten worden ingedeeld onder post 0713 als gedroogde zaden van peulgroenten (zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0713 31). De scheuten die uit deze bonen ontkiemen, evenals de scheuten van andere gedroogde peulgroenten, worden echter als verse peulgroenten ingedeeld onder post 0708,

hoewel sommige planten in de vorm van slechts zaden in aanmerking komen voor een indeling onder andere hoofdstukken van de gecombineerde nomenclatuur, zoals de hoofdstukken 9 en 12, zijn zij, eenmaal ontkiemd, als groente geschikt voor consumptie en dienen zij daarom dienovereenkomstig te worden ingedeeld onder hoofdstuk 7, omdat de planten niet meer de objectieve kenmerken van de hoofdstukken 9 en 12 bezitten. Zie de eerste alinea, punt 14, van de GS-toelichting op post 0709, met betrekking tot bamboescheuten en sojaboonscheuten,

scheuten van granen van hoofdstuk 10 (post 1001, 1002, 1003, 1004, 1006 of 1008), bijvoorbeeld gekiemde gerst, moeten worden ingedeeld in onderverdeling 1107 10 (gekiemde gerst is uitgezonderd van hoofdstuk 10, zie de uitzondering a) van de GS-toelichting op post 1003), wat de meest specifieke post is voor ontkiemde granen omdat de post niet beperkt is tot ontkiemde en gedroogde granen (mout). „Groenmout” wordt ingedeeld onder de onderverdelingen 1107 10 11 t/m 1107 10 99 (zie de eerste alinea van de toelichting op onderverdelingen 1107 10 11 t/m 1107 10 99) en wordt gekenmerkt als graan dat aan het ontkiemen is, maar nog niet is gedroogd,

scheuten van de variëteit Zea mays var. saccharata (suikermais) moeten bij toepassing van aantekening 2 op hoofdstuk 7 en aantekening 2 op hoofdstuk 10, worden ingedeeld onder post 0709 (onderverdeling 0709 99 60).

Niet-limitatieve lijst van scheuten en hun GN-codes:

GN-code

Omschrijving (Latijnse naam)

0703 10 19

scheuten van ui (Allium cepa)

0703 20 00

scheuten van knoflook (Allium sativum)

0703 90 00

scheuten van prei (Allium porrum)

0704 90 90

scheuten van broccoli (Brassica oleracea var. italica)

0704 90 90

scheuten van rucola (Eruca sativa; syn. Eruca vesicaria ssp. sativa (Miller) Thell., Brassica eruca L.)

0706 90 90

scheuten van biet (Beta vulgaris ssp. vulgaris)

0706 90 90

scheuten van radijs (Raphanus sativus)

0708 10 00

scheuten van erwten (Pisum sativum)

0708 20 00

adzukiboonscheuten (Phaseolus angularis)

0708 20 00

mungboonscheuten (Vigna radiata)

0708 20 00

rijstboonscheuten (Phaseolus pubescens)

0708 90 00

kikkererwtscheuten (Cicer arietinum)

0708 90 00

hauwklaverscheuten (Lotus maritimus)

0708 90 00

linzescheuten (Lens culinaris)

0708 90 00

duivenerwtscheuten (Cajanus cajan)

0709 99 50

venkelscheuten (Foeniculum vulgare var. azoricum)

0709 99 60

suikermaisscheuten (Zea mays var. saccharata)

0709 99 90

basilicumscheuten (Ocimum spp.)

0709 99 90

zwarte mosterdscheuten (Brassica nigra, syn.: Sinapis nigra L., Sisymbrium nigrum (L.) Prantl.)

0709 99 90

dropplantscheuten (Agastache foeniculum)

0709 99 90

bernagiescheuten (Borago officinalis)

0709 99 90

Chinese mahoniescheuten (Toona sinensis)

0709 99 90

kortarige zeekraalscheuten (Salicornia europaea)

0709 99 90

korianderscheuten (Coriandrum sativum)

0709 99 90

tuinkersscheuten (Lepidium sativum)

0709 99 90

fenegriekscheuten (Trigonella foenum-graecum)

0709 99 90

scheuten van groene shiso of paarse shiso (Perilla frutescens)

0709 99 90

zonnebloemscheuten (Helianthus annuus)

0709 99 90

wit mosterdzaadscheuten (Sinapis alba)

1107 10 19

groenmout van tarwe (Triticum aestivum)

1107 10 99

groenmout van gerst (Hordeum vulgare)

1107 10 99

groenmout van gierst (Panicum miliaceum)

1107 10 99

groenmout van haver (Avena sativa)

1107 10 99

groenmout van rijst (Oryza sativa)

1107 10 99

groenmout van rogge (Secale cereale)

1214 90 90

luzernescheuten (Medicago sativa)

 

0701

Aardappelen, vers of gekoeld

0701 90 50

nieuwe aardappelen (primeurs), van 1 januari tot en met 30 juni

Nieuwe aardappelen (primeurs) onderscheiden zich door hun lichte kleur (meestal wit of bleekrood) en hun dunne of nauwelijks gevormde schil die maar los aan de knol zit en door schrapen gemakkelijk kan worden verwijderd. Bovendien vertonen zij geen sporen van kieming.

0703

Uien, sjalotten, knoflook, prei en andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld

0703 10 11 t/m 0703 10 90

uien en sjalotten

Deze onderverdelingen omvatten alle als groente gegeten variëteiten uien (Allium cepa) en sjalotten (Allium ascalonicum).

0703 10 11

plantuitjes

Deze onderverdeling omvat eenjarige uit zaad gewonnen uien voor het uitplanten. Hun diameter is gewoonlijk 1 tot 2 cm.

0703 20 00

knoflook

Deze onderverdeling omvat alle als groente gegeten variëteiten knoflook (Allium sativum).

Onder deze onderverdeling valt ook knoflook bestaande uit één bol zonder aparte tenen, met een diameter van ongeveer 25 tot 50 mm en in de handel omschreven als „solo garlic”, „pearl garlic”, „single clove garlic” of „monobulb garlic” (of andere vergelijkbare handelsbenamingen). Onder deze onderverdeling valt niet de zogenaamde „reuzenknoflook” of „olifantenknoflook” (Allium ampeloprasum, die onder onderverdeling 0703 90 00 valt), die bestaat uit een bol met een diameter van ongeveer 60 mm of meer (dat wil zeggen aanzienlijk groter en zwaarder dan een knoflookbol met verschillende tenen). Ook wat hun genenpool betreft, verschillen de soorten Allium sativum en Allium ampeloprasum van elkaar.

0703 90 00

prei en andere eetbare looksoorten

Deze onderverdeling omvat bijvoorbeeld gewone prei (Allium porrum), bieslook (Allium fistulosum) en klein bieslook (Allium schoenoprasum).

0704

Rodekool, wittekool, bloemkool, spruitjes, koolrabi, boerenkool en dergelijke eetbare kool van het geslacht „Brassica”, vers of gekoeld

0704 10 00

bloemkool

Zie de eerste alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 0704.

0704 90 10

wittekool en rodekool

Deze onderverdeling omvat wittekool (Brassica oleracea L. var. capitata L. f. alba D. C.), alsmede spitskool (Brassica oleracea L. var. capitata L. f. var. alba D. C. subvar. conica en subvar. piramidalis) en rodekool (Brassica oleracea L. var. capitata L. f. rubra (L.) Thell).

0704 90 90

andere

Deze onderverdeling omvat onder meer savooiekool (Brassica oleracea var. bullata D. C. en var. sabauda L.), Chinese kool of pe-tsai (bijvoorbeeld Brassica sinensis en Brassica pekinensis), koolrabi (Brassica oleracea var. gongylodes), alsmede broccoli (Brassica oleracea L. convar. botrytis (L.) Alef var. italica Plenck).

Onder deze onderverdeling vallen daarentegen niet:

a)

eetbare wortelen van het geslacht „Brassica” (de rapen bedoeld bij post 0706 en de koolrapen of rutabagas (Brassica napus var. napobrassica) bedoeld bij post 1214);

b)

voederkolen, zoals witte en rode mergkool (Brassica oleracea var. medullosa) en de koolsoort Brassica oleracea var. viridis, die onder post 1214 vallen.

0706

Wortelen, rapen, kroten, schorseneren, knolselderij, radijs en dergelijke eetbare wortelen en knollen, vers of gekoeld

0706 10 00

wortelen en rapen

Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op de als groente gegeten rapen en wortelen (rode of bleekrode). Onder onderverdeling 1214 90 10 vallen daarentegen voederwortelen met meestal wit of lichtgeel vlees, voederrapen (Brassica campestris var. rapa), alsmede koolrapen of rutabagas (Brassica napus var. napobrassica).

0706 90 90

andere

Van de andere eetbare wortelen en knollen die onder deze onderverdeling vallen, kunnen worden genoemd:

1.

kroten (Beta vulgaris var. conditiva);

2.

haverwortels (Tragopogon porrifolius) en schorseneren (Scorzonera hispanica);

3.

radijzen van alle soorten: witte, bleekrode, enz. (Raphanus sativus var. sativus), ramanas (Raphanus sativus var. niger);

4.

knolpeterselie (Petroselinum crispum var. tuberosum) en knolkervel (Chaerophyllum bulbosum);

5.

pastinaken (Pastinaca sativa);

6.

Japanse andoorns (Stachys affinis of Stachys sieboldii), die bestaan uit langwerpige wortelstokken, geelachtig-wit van kleur, in de regel ter grootte van een pink en met een reeks insnoeringen.

Eetbare wortels en knollen met een hoog zetmeel- of inulinegehalte, zoals aardperen, zoete aardappelen of bataten, taro's en yams (broodwortels), vallen echter onder post 0714.

0707 00

Komkommers en augurken, vers of gekoeld

0707 00 90

augurken

Deze onderverdeling omvat augurken, zijnde een variëteit kleine komkommers (85 of meer stuks per kg).

0708

Peulgroenten, ook indien gedopt, vers of gekoeld

0708 10 00

erwten ( Pisum sativum ), peultjes daaronder begrepen

Deze onderverdeling heeft betrekking op alle erwten, peultjes daaronder begrepen, van de soort Pisum sativum, dus ook op voedererwten (Pisum sativum var. arvense).

Hieronder vallen daarentegen geen zogenaamde ogenbonen of „cow-peas” (black-eyebonen daaronder begrepen), die in werkelijkheid bonen zijn van het geslacht Vigna en behoren tot onderverdeling 0708 20 00, en kekers (een soort grauwe erwt) van het geslacht Cicer, die onder onderverdeling 0708 90 00 vallen.

0708 90 00

andere peulgroenten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten bedoeld in de eerste alinea, de punten 3 t/m 6, van de GS-toelichting op post 0708.

0709

Andere groenten, vers of gekoeld

0709 20 00

asperges

Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op de wortelspruiten van de asperge (Asparagus officinalis).

0709 40 00

selderij, andere dan knolselderij

Hieronder vallen selderij van de variëteiten „Apium graveolens L. var. dulce (Mill.) Pers.” (bleekselderij) en „Apium graveolens var. secalinum Alef.” (snij- of bladselderij).

0709 59 10

cantharellen

Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op cantharellen (ook hanenkammen of dooier-zwammen genoemd), in het algemeen met eigele kleur, van de soorten „Cantharellus cibarius Fries” en „Cantharellus friesii Quélet”. Soortgelijke eetbare soorten, zoals de valse dooierzwam (Clitocybe aurantiaca) en de hoorn des overvloeds (Craterellus cornucopioides), die soms in vleeswaren wordt verwerkt ter vervanging van truffels, vallen onder onderverdeling 0709 59 90.

0709 59 30

eekhoorntjesbrood

Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op boleten, behorende tot het geslacht „Boletus”, en met name het gewone eekhoorntjesbrood (Boletus edulis).

0709 60 10 t/m 0709 60 99

vruchten van de geslachten „Capsicum” en „Pimenta

Zie de eerste alinea, punt 5, van de GS-toelichting op post 0709.

0709 92 10 en 0709 92 90

olijven

Deze onderverdelingen omvatten mede de olijven die een behandeling voor het winnen van olie hebben ondergaan, maar waarvan het gehalte aan vetstoffen nog meer dan 8 gewichtspercenten bedraagt.

0709 99 10

sla, andere dan „Lactuca sativa” en andere dan cichoreigroenten (Cichoriumspp.)

Deze onderverdeling omvat alle soorten sla, met uitzondering van kropsla („Lactuca sativa”) en cichoreigroenten (Cichorium spp.). Genoemd kunnen worden:

1.

veldsla;

2.

paardebloemsla of molsla (Taraxacum officinale).

0709 99 20

snijbiet en kardoen

Deze onderverdeling omvat enerzijds snijbiet (Beta vulgaris subvar. cicla) en anderzijds kardoen (Cynara cardunculus).

0709 99 40

kappers

Kappers zijn de bloemknoppen van de kapperstruik (Capparis spinosa).

0709 99 90

andere

Van de onder deze onderverdeling vallende groenten kunnen worden genoemd:

1.

okra of comboux (Hibiscus esculentus);

2.

rabarber;

3.

zuring (Rumex acetosa);

4.

klaverzuring (Oxalis crenata);

5.

suikerwortel (Sium sisarum);

6.

de diverse soorten kers: tuinkers (Lepidium sativum), waterkers (Nasturtium officinale), Amerikaanse winterkers (Barbarea verna), Oost-Indische kers (Tropaeolum majus), enz.;

7.

postelein (Portulaca oleracea);

8.

peterselie en kervel, andere dan knolpeterselie en knolkervel die onder onderverdeling 0706 90 90 vallen;

9.

dragon (Artemisia dracunculus) en bonenkruid (Satureja hortensis en Satureja montana);

10.

marjolein (Origanum majorana);

11.

verse bollen van de familie der lelieachtigen, behorende tot de soort „Muscari comosum” (gebruikelijke benamingen „kuif- of pluimhyacint”, „wilde uien”, „lampasciolo”, „lilas de terre”, „feather hyacinth”).

Er wordt voorts op gewezen dat:

a)

wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline onder post 0714 vallen;

b)

een aantal planten van dit hoofdstuk is uitgezonderd, hoewel zij voor voedingsdoeleinden worden gebruikt; dit geldt onder meer voor de volgende soorten:

1.

tijm (Thymus vulgaris) (wilde tijm of kruiptijm daaronder begrepen) die onder de onderverdelingen 0910 99 31 t/m 0910 99 39 vallen;

2.

laurierbladeren die onder onderverdeling 0910 99 50 vallen;

3.

wilde marjolein (Origanum vulgare), salie (Salvia officinalis), bazielkruid of basilicum (Ocimum basilicum), munt van alle soorten, ijzerhard of verbena (Verbena spp.), wijnruit (Ruta graveolens), hysop (Hyssopus officinalis) en bernagie of borage (Borago officinalis), die onder post 1211 vallen.

0710

Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren

De uitdrukking „bevroren” zoals gedefinieerd in de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem op dit hoofdstuk, derde alinea, moet ook worden gezien in het licht van de criteria als uiteengezet in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak 120/75. Overeenkomstig de interpretatie van het Hof van deze criteria in zijn arrest in zaak C-423/09 moet het bevriezingsproces leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare veranderingen, met als gevolg dat het product niet langer in zijn natuurlijke staat is.

Bijgevolg zijn producten „bevroren” wanneer de producten die aan het bevriezingsproces worden onderworpen, als gevolg daarvan bepaalde onomkeerbare veranderingen ondergaan, met name in de celstructuur, met het gevolg dat deze producten niet langer in hun natuurlijke staat zijn, ook nadat zij zijn begonnen te ontdooien of ontdooid zijn.

0711

Groenten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

0711 20 10 en 0711 20 90

olijven

Deze onderverdelingen hebben betrekking op voorlopig verduurzaamde (over het algemeen gepekelde) olijven die nog niet van de bittere bestanddelen ontdaan zijn. Voor de consumptie geschikt gemaakte olijven — ook indien enkel door langdurig onderdompelen in water waaraan zout is toegevoegd — zijn van deze onderverdelingen uitgezonderd en dienen onder onderverdeling 2005 70 00 te worden ingedeeld.

0711 40 00

komkommers en augurken

Onder deze onderverdeling vallen komkommers en augurken die slechts verpakt zijn in grote vaten waarin zich pekel bevindt, eventueel nog met toevoeging van azijn of azijnzuur, ter voorlopige verduurzaming tijdens het vervoer en de opslag, waardoor zij als zodanig niet geschikt zijn voor consumptie. Deze producten hebben doorgaans een zoutgehalte van ten minste 10 gewichtspercenten.

Vóór de consumptie ondergaan deze producten over het algemeen de volgende behandelingen, waardoor zij tot hoofdstuk 20 gaan behoren:

gedeeltelijke ontzouting, gevolgd door toebereiding met kruiden (meestal bestaande uit toevoeging van een gearomatiseerde vloeistof op basis van azijn);

pasteurisatie ter aanvulling van de stabiliserende werking van het zout en de azijn nadat de producten in kleine bergingsmiddelen zijn verpakt (blikken, potten, glazen, enz.).

Komkommers en augurken, ook indien op pekel, die een volledige melkzuurgisting hebben ondergaan, worden evenwel ingedeeld onder hoofdstuk 20. Komkommers en augurken die een volledige melkzuurgisting hebben ondergaan, worden gekenmerkt door het feit dat de dwarsdoorsnede van het vruchtvlees glazig is (d.w.z. enigszins transparant).

0711 51 00

paddestoelen van het geslacht „Agaricus

De paddestoelen van deze onderverdeling mogen voorlopig zijn verduurzaamd in een sterke zoutoplossing waaraan azijn of azijnzuur is toegevoegd.

0711 90 70

kappers

De onder deze onderverdeling vallende kappers zijn meestal in vaten verpakt, met toevoeging van pekel.

0712

Gedroogde groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

Van deze post zijn uitgezonderd producten die in gedroogde vorm niet als groenten worden gegeten, maar hoofdzakelijk worden gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden (post 1211).

0712 90 30

tomaten

Zie voor de indeling van tomatenpoeder de toelichting op de onderverdelingen 2002 90 11 t/m 2002 90 99.

0712 90 90

andere

Van deze onderverdeling zijn onder meer uitgezonderd gedroogde bladeren en wortels van paardebloemen (Taraxacum officinale), gedroogde veldzuring (Rumex acetosa) en gedroogde Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) die voor medische doeleinden worden gebruikt (onderverdeling 1211 90 86).

0713

Gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (bijvoorbeeld spliterwten)

De producten bedoeld bij deze post die voor zaaidoeleinden zijn bestemd, zijn geselecteerde producten die in het algemeen worden gekenmerkt door hun opmaak (bijvoorbeeld zakken met etiketten die de bestemming aangeven), alsmede door hun hogere prijs.

0713 10 10 en 0713 10 90

erwten ( Pisum sativum )

De toelichting op onderverdeling 0708 10 00 is van overeenkomstige toepassing.

0713 20 00

kekers

Deze onderverdeling omvat kekers (een soort grauwe erwt) van het geslacht „Cicer” (voornamelijk Cicer arietinum) die zijn bestemd voor zaaidoeleinden, voor menselijke consumptie of voor de voeding van dieren.

0713 31 00

bonen van de soort „Vigna mungo (L.) Hepper” of „Vigna radiata (L.) Wilczek”

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0713 31.

0713 32 00

bonen van de soort „Phaseolus angularis” of „Vigna angularis” (adzukibonen)

Deze bonen worden altijd gedroogd in de handel gebracht. Zolang de adzukiplant nog niet tot wasdom is gekomen, zijn de bonen groen en bevatten ze veel water. Wanneer de plant tot wasdom is gekomen, wordt de boon rood en droog.

0713 35 00

koeienerwten ( Vigna unguiculata )

Deze onderverdeling omvat hauwklaver (voorheen Dolichos sinensis ssp. sesquipedalis), te beschouwen als bonen van het geslacht Vigna. De namen „Dolichos unguiculata” respectievelijk „Dolichos sinensis” zijn synoniemen die niet langer in gebruik zijn voor bonen van het geslacht Vigna. Daarom wordt hauwklaver nu correct „Vigna unguiculata (L.) Walp. ssp. sesquipedalis” genoemd.

0713 40 00

linzen

Deze onderverdeling heeft alleen betrekking op linzen van de geslachten Ervum en Lens, bijvoorbeeld de diverse variëteiten van de gewone linze (Ervum lens of Lens esculenta) en de erve of linzenwikke (Ervum ervilia).

0713 90 00

andere

Deze onderverdeling omvat, met uitzondering van de hauwklaver van onderverdeling 0713 35 00 en de struikerwt of duivenerwt (Cajanus cajan) van onderverdeling 0713 60 00, dolichos van het geslacht dolichos zoals de komak (Dolichos lablab), de zwaardboon (Canavalia ensiformis), de fluweelboon (Mucuna utilis) en de zaden van de guar (Cyamopsis tetragonoloba).

Zaad van wikken (onderverdeling 1209 29 45), andere dan die van de soort Vicia faba en zaad van lupinen (Lupinus), zijn van deze onderverdeling uitgezonderd en worden onder onderverdeling 1209 29 50 ingedeeld.

0714

Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm

De term „pellets” is omschreven in aantekening 1 op afdeling II.

0714 10 00

maniokwortel

Deze onderverdeling omvat:

1.

knolwortels van maniok (cassave), waarvan twee hoofdvariëteiten bestaan (Manihot utilissima en Manihot aipi); deze wortels zijn gegroepeerd als de spaken van een wiel; bij de oogst varieert hun gewicht tussen 500 g en 3 kg of meer;

2.

pellets die zijn vervaardigd uit fragmenten van de knollen bedoeld onder punt 1 of uit meel of gries van deze knollen (zie de tweede alinea van de GS-toelichting op post 0714).

0714 20 10 en 0714 20 90

bataten (zoete aardappelen)

Dit zijn naar gelang van de variëteit de witte, gele of rode wortelknollen van een kruidachtige plant met lange, kruipende stengels (Ipomea batatas).

0714 90 20

arrowroot (pijlwortel), salepwortel en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel

Deze onderverdeling omvat:

1.

wortels van de arrowroot (pijlwortel) die naar gelang van hun oorsprong tot diverse plantensoorten behoren: uit Brazilië (Maranta arundinacea), uit India (Maranta indica), uit Tahiti (Tacca pinatifida) en uit de Antillen of uit Queensland (Canna edulis);

2.

salepwortels van diverse variëteiten planten van het geslacht „Orchis”;

3.

dode dahliaknollen en andere dergelijke dode knollen van bloemen;

4.

knollen van chufa (Cyperus esculentus), ook bekend als „tijgernoot (knolcyperus)”.

0714 90 90

andere

Deze onderverdeling omvat onder meer de diverse variëteiten aardperen (bijvoorbeeld Helianthus tuberosus, Helianthus strumosus en Helianthus decapetalus) en merg van de sagopalm, een zetmeelhoudend product verkregen uit de stam van diverse palmsoorten (Metroxylon, Rumphii, Raphia ruffia, Arenga, enz.).

HOOFDSTUK 8

FRUIT; SCHILLEN VAN CITRUSVRUCHTEN EN VAN MELOENEN

Algemene opmerkingen

Dit hoofdstuk omvat eveneens voor distillatie bestemde vruchtenpulp, ook indien in natuurlijke gisting.

0801

Kokosnoten, paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal

0801 21 00 en 0801 22 00

paranoten

Dit zijn noten met een harde schaal die in vorm en grootte lijken op een partje van een mandarijn. Ze bevatten grote driehoekige zaden in een bruinachtig, grauw, vezelig omhulsel.

0802

Andere noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, al dan niet gepeld

0802 21 00 en 0802 22 00

hazelnoten ( Corylus spp.)

Deze onderverdelingen omvatten hazelnoten (vruchten van de Corylus avellana), hazelnoten van de Levant (vruchten van de Corylus colurna) en lambertsnoten (vruchten van de Corylus maxima).

0802 41 00 en 0802 42 00

kastanjes ( Castanea spp.)

Deze onderverdeling omvat alleen eetbare kastanjes van het geslacht Castanea. Deze onderverdeling omvat dus niet waternoten (vruchten van de Trapa natans), die tot onderverdeling 0802 90 85 behoren, en wilde kastanjes (Aesculus hippocastanum), bedoeld bij post 2308.

0802 51 00 en 0802 52 00

pimpernoten (pistaches)

Pimpernoten of pistaches zijn de vruchten van de pistacheboom of groene-amandelboom (Pistacia vera), die voornamelijk wordt gekweekt op Sicilië, in Griekenland en in de Levant.

De pistache is zo groot als een kleine olijf en bestaat uit een tere, dunne dop, gewoonlijk vochtig, roodachtig, zeer ruw en licht aromatisch, een witte houtachtige schaal bestaande uit twee kleppen en een hoekige pit die is bedekt met een roodachtige zaadhuid, van binnen bleekgroen is en een aangename smaak heeft.

0802 90 50

pingels of pignolen

Deze onderverdeling omvat pingels of pignolen (zaadjes van een pijnboom, de Pinus pinea), al dan niet in de pijnappel.

0802 90 85

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer zaden van de alpenden (Pinus cembra), al dan niet in de pijnappel.

0803

Bananen, „plantains” daaronder begrepen, vers of gedroogd

0803 10 10

vers

„Plantains” (bakbananen) worden tot 50 cm lang en zijn groter en hoekiger dan de bananen van onderverdeling 0803 90 10. Het zetmeel in „plantains” verschilt hierin dat het, in tegenstelling tot het zetmeel in andere bananen, tijdens de rijping niet versuikert. „Plantains” hebben geen opvallend aroma. Zij zijn ongeschikt om rauw te worden gegeten. Ze worden meestal groen geoogst en gekookt of gebakken.

0804

Dadels, vijgen, ananassen, advocaten (avocado's), guaves, manga's en manggistans, vers of gedroogd

0804 40 00

advocaten (avocado's)

Advocaten (avocado's) zijn de vruchten van de advocaatboom (Persea americana Mill.); het zijn steenvruchten, vaak van grote omvang, al naar gelang van de variëteit in de vorm van een bol, een peer of een fles met lange hals, waarin zich een vaak grote pit bevindt. De schil is donkergroen of min of meer violet, purper of geel getint. Het stevige vruchtvlees is bij een rijpe vrucht groenachtig wit onder de schil en witachtig in de buurt van de pit.

0804 50 00

guaves, manga's en manggistans

Guaves zijn de vruchten van de guaveboom (Psidium guayava L.); het zijn bessen met vruchtvlees van uiteenlopende kleur (witachtig, roze, roomkleurig, rood- of groenachtig) met daarin talrijke pitten.

Manga's of mango's zijn de vruchten van de mangoboom (Mangifera indica); het zijn steenvruchten met een pit waarvan draden uitgaan. Er bestaan diverse variëteiten manga's, die meer of minder zwaar (van 150 g tot 1 kg) en meer of minder zoet en aromatisch zijn (sommige hebben zelfs enigszins de smaak van terpentijnolie).

Manggistans zijn vruchten van een boom uit de familie der guttiferae (Garcinia mangostana). Het zijn, bij rijpheid, violette bessen met een dikke vruchtwand waarin zich enkele zaden bevinden omgeven door een vlezige, witte, zoete zaadrok met een bijzonder delicaat aroma.

0805

Citrusvruchten, vers of gedroogd

0805 10 20

andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers

Deze onderverdeling heeft uitsluitend betrekking op sinaasappelen van de soort Citrus sinensis.

Hiertoe behoren bijvoorbeeld bloedsinaasappelen en halfbloedsinaasappelen.

Bloedsinaasappelen zijn sinaasappelen waarvan de schil (veelal over de helft van het oppervlak), het vruchtvlees en het sap een pigmentatie hebben die te wijten is aan de aanwezigheid van caroteen. Bij halfbloedsinaasappelen is de pigmentatie in het algemeen minder sterk en beperkt tot het vruchtvlees en het sap.

Van de bloedsinaasappelen kunnen in het bijzonder worden vermeld: „Blood ovals”, „Sanguinas redondas” of „ronde sanguinas”, „Navels sanguinas”, „Sanguinelli”, „Doubles fines”, „Washington sanguines”, „veredelde Doubles fines” of „grote sanguines” en „Portugese”.

0805 10 80

andere

Van de onder deze onderverdeling vallende sinaasappelen kunnen worden genoemd de bittere oranjeappelen (pomeransen). Dit zijn vruchten van de soort Citrus aurantium. Zij worden voornamelijk gebruikt voor de vervaardiging van jam.

0805 20 30

monreales en satsuma's

Satsuma's (Citrus reticulata Blanco var. unshiu (Swing)) zijn een vroeg ras van mandarijnen. De vrucht is groot, geel-oranje van kleur, sappig, niet zuur en zonder pitten.

0805 20 50

mandarijnen en wilkings

Mandarijnen (Citrus nobilis Lour. of Citrus reticulata Blanco) kunnen worden onderscheiden van gewone sinaasappelen door hun kleinere, afgeplatte vorm, door het makkelijker pellen, door een duidelijkere deling in partjes en door hun zoetere, meer aromatische smaak.

Wilkings zijn een kruising tussen een variëteit (cultivar) mandarijn Willows Leaf en Tempel (King mandarijn) (zelf een kruising van mandarijnen en bittere sinaasappelen). Ze lijken op mandarijnen, maar zijn groter en hebben aan één zijde een toegespitste vorm.

0805 20 70

tangerines

Tot deze onderverdeling behoren de tangerines (Citrus reticulata Blanco var. tangerina).

0805 20 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer:

1.

tangelo's, kruising tussen tangerine en pomelo (grapefruit);

2.

ortanica's, kruising tussen sinaasappel en tangerine;

3.

malaquina's, kruising tussen sinaasappel en mandarijn;

4.

tangors, kruising tussen zoete mandarijn (honingmandarijn), Perl-Tangelo en Dancy-Tangerine.

0805 40 00

pompelmoezen, grapefruits en pomelo's

Deze onderverdeling omvat vruchten van de soort Citrus grandis en pomelo's of grapefruits (Citrus paradisi). Het zijn vruchten met een lichtgele schil, in de regel groter dan een sinaasappel, rond of lichtelijk afgeplat, met geel of lichtroze vruchtvlees en met een zure smaak.

0805 50 90

lemmetjes ( Citrus aurantifolia , Citrus latifolia )

Deze onderverdeling omvat alle variëteiten van de soorten Citrus aurantifolia en Citrus latifolia.

Lemmetjes zijn kleine vruchten, min of meer bolvormig of ovaal, met een zeer dunne, vastgegroeide gele schil. Het sappige vruchtvlees is groen en zeer zuur.

0805 90 00

andere

De voornaamste citrusvruchten van deze onderverdeling zijn:

1.

cederappelen of sukadecitroenen (Citrus medica), een soort omvangrijke citroenen met een zeer dikke, bobbelige schil en zeer geurig, zuur vruchtvlees, waarvan de schil gekonfijt vaak wordt gebruikt voor gebak en suikergoed;

2.

kumquats (Fortunella japonica, Fortunella hindsii en Fortunella margarita), zeer kleine vruchten ter grootte van een grote olijf, rond of langwerpig, aan boven- en onderzijde niet afgeplat, met een dunne schil, zeer weinig vruchtvlees en een enigszins zure smaak. Deze vruchten zijn vooral in trek wegens hun zoete schil, die rauw of als compote wordt gegeten; soms worden kumquats ook gebruikt in suikerwerk;

3.

chinotto's (Citrus aurantium var. myrtifolia);

4.

bergamotten (Citrus aurantium var. bergamia), een soort peervormige sinaasappelen met bleekgele kleur en enigszins zure smaak, die voornamelijk worden gebruikt voor de vervaardiging van een etherische olie.

5.

oroblanco of sweetie (Citrus grandis Osbeck × Citrus paradisi Macf.), een kruising tussen een niet-zure pomelo en een witte grapefruit, met een dikke felgroene of goudkleurige schil; deze vrucht is iets groter dan een grapefruit maar heeft minder zaden en is zoeter van smaak.

0806

Druiven, rozijnen en krenten

0806 10 10

voor tafelgebruik

Tafeldruiven verschillen in de regel van wijndruiven door hun uiterlijk en de wijze van verpakking. Terwijl druiven voor tafelgebruik meestal worden verzonden in kistjes, op plateaus of in gesloten mandjes, worden wijndruiven vervoerd in grote open manden of kisten, of in fusten waarin de druiven vaak zijn samengeperst of geplet.

0806 20 10

krenten

Krenten zijn het gedroogde product dat wordt verkregen uit druiven van de wijnstokrassen (cultivars) Korinthiaki N. (Black Corinth) (Vitis vinifera L.). Het zijn kleine, gedroogde bessen zonder steeltjes, bijna zonder pitten, donkerpaars, bijna zwart en zeer zoet.

0806 20 30

sultana's

Sultana's zijn het gedroogde product dat wordt verkregen uit druiven van de wijnstokrassen (cultivars) Soultanina B. (of Thompson Seedless) (Vitis vinifera L.). Het zijn middelgrote bessen, zonder pitten, goudkleurig, bijna bruin en zoet..

0806 20 90

andere rozijnen

Deze onderverdeling omvat alle andere gedroogde druiven dan krenten en sultana's.

Gedroogde moscateldruiven zijn het gedroogde product dat wordt verkregen uit druiven van de wijnstokrassen (cultivars) Moschato Alexandreias B. (of Muscatel, of Malaga) (Vitis vinifera L.). Zij bevatten pitten.

0807

Meloenen (watermeloenen daaronder begrepen) en papaja's, vers

0807 11 00

watermeloenen

Watermeloenen zijn vruchten van de soort Citrullus vulgaris Schrad. Ze kunnen wel 20 kg worden. Het vruchtvlees is niet erg zoet, zeer waterig en meestal helderrood met zwarte zaden.

0807 19 00

andere

Tot deze onderverdeling behoren vruchten van de soort Cucumis melo. Van de verschillende variëteiten kunnen in het bijzonder worden genoemd: netmeloenen (var. reticulatus Naud.) en suikermeloenen (var. saccharus Naud.), beide met een netvormige schil, kanteloepen (var. cantalupensis Naud.) met diepe overlangse groeven, honigmeloenen (var. inodorus Naud.) en meloenen met gladde schil. De vrucht is gewoonlijk groot, rond of ovaal, glad of oneffen. Het vruchtvlees is stevig en sappig, oranjegeel of wit en zoet. In het binnenste gedeelte van de vrucht, dat meer vezelig is en waarin zich holten bevinden, bevindt zich een groot aantal ovale, platte, glanzende, geelachtige witte zaden.

0807 20 00

papaja's

Papaja's (Carica papaya) zijn lange of bolvormige vruchten, enigszins gerimpeld of glad, bij rijpheid geelachtig groen tot oranje en met een gewicht dat kan variëren van een paar honderd gram tot een paar kilo. Het vruchtvlees, dat de consistentie van dat van de meloen heeft, is oranjegeel, enigszins zoet en geurig en omgeeft een holte met talrijke zwarte ronde zaden die zijn omgeven door slijm.

0808

Appelen, peren en kweeperen, vers

0808 10 10

persappelen, los verladen, van 16 september tot en met 15 december

Deze onderverdeling omvat appelen die naar hun uiterlijk en hoedanigheid (niet gesorteerd naar grootte of kwaliteit en doorgaans kleiner dan het tafelfruit, zure of weinig aangename smaak, geringe waarde, enz.) alleen kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van al dan niet gegiste dranken. Zij moeten los verladen, in niet gescheiden lagen, in de vervoermiddelen (bijvoorbeeld spoorwagons, containers, vrachtwagens of schuiten) worden aangeboden.

0808 30 10

persperen, los verladen, van 1 augustus tot en met 31 december

De toelichting op onderverdeling 0808 10 10 is van overeenkomstige toepassing.

0809

Abrikozen, kersen, perziken (nectarines daaronder begrepen), pruimen en sleepruimen, vers

0809 21 00 en 0809 29 00

kersen

Deze onderverdelingen omvatten kersen van alle variëteiten, wilde kersen daaronder begrepen, en met name de gewone kersen (vruchten van de Prunus cerasus), de morellen (vruchten van de Prunus cerasus var. austera), de krieken (vruchten van de Prunus avium var. juliana), de knapkersen of Spaanse kersen (vruchten van de Prunus avium var. duracina) en de vogelkersen (vruchten van de Prunus avium of Cerasus avium).

0809 30 10 en 0809 30 90

perziken (nectarines daaronder begrepen)

Anders dan perziken hebben nectarines een gladde schil.

0809 40 90

sleepruimen

Dit zijn vruchten van de sleedoorn van de soort Prunus spinosa.

0810

Ander fruit, vers

0810 20 10

frambozen

Dit betreft met name vruchten van de soorten Rubus idaeus, Rubus illecebrosus, Rubus occidentalis en Rubus strigosus. Er zijn variëteiten met rode en met witte vruchten.

0810 30 10

zwarte aalbessen

Deze onderverdeling omvat de bolvormige vruchten van de Ribes nigrum L.

0810 30 30

rode aalbessen

Deze onderverdeling omvat de vruchten van de Ribes rubrum L.

0810 40 10

rode bosbessen (vruchten van de Vaccinium vitis-idaea )

Deze vruchten zijn rood of roze.

0810 40 30

blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus )

Deze vruchten zijn blauw-zwart.

0810 50 00

kiwi's

Deze onderverdeling omvat kiwi's van de soort Actinidia chinensis Planch. of Actinidia deliciosa.

Deze vruchten, die de grootte van een ei hebben, zijn vlezig, hebben een bitterzoete smaak en de harige schil heeft een groen-bruine kleur.

0810 90 20

Tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka's („jackfruit”), sapodilla's, passievruchten, carambola’s en pitahaya’s

Tamarindevruchten (vruchten van de Tamarindus indica en van de Tamarindus officinalis), zoals deze gewoonlijk in de internationale handel worden aangeboden (in de vorm van peulen of pulp zonder toegevoegde suiker of andere stoffen of niet op een andere wijze behandeld), worden ingedeeld onder onderverdeling 0813 40 65.

Nangka's („jackfruit”) zijn vruchten van Artocarpus heterophylla en van Artocarpus integrifolia. Lychees zijn vruchten van Litchi chinensis. Sapodilla's (sawo's of sapote's) zijn vruchten van Achras sapota.

Deze onderverdeling omvat onder meer passievruchten of vruchten van de passiebloem (bijvoorbeeld „maracuja”) en onder meer de volgende soorten paarse passievrucht (Passiflora edulis), markoeza (Passiflora quadrangularis) en passievruchten van de soort Passiflora ligularis.

0810 90 75

ander

Behalve de producten (met uitzondering van litchis en sapodilla's) bedoeld bij de tweede alinea, punt 8, van de GS-toelichting op post 0810, behoren tot deze onderverdeling onder meer:

1.

vruchten van de aardbeiboom (vruchten van de Arbutus unedo);

2.

zuurbessen (vruchten van de Berberis vulgaris);

3.

vruchten van de duindoorn (vruchten van de Hippophäe rhamnoides);

4.

sorben of peerlijsterbessen (bijvoorbeeld de vruchten van de Sorbus domestica en van de Sorbus aria);

5.

vruchten van de Annona-soorten, zoals cherimoya's (vruchten van de Annona cherimola), custardappel of ossehart (Annona reticulata);

6.

vruchten van Physalis-soorten (bijvoorbeeld vruchten van de Physalis alkekengi (lampionplant) of van de Physalis pubescens);

7.

vruchten van de Flacourtiaceae, zoals de ramontschi (Flacourtia cataphracta en Idesia polycarpa);

8.

mispels (vruchten van de Mespilus germanica) en Japanse mispels (vruchten van de Eriobotrya japonica);

9.

vruchten van verschillende soorten van de (Sapotaceae, bijvoorbeeld vruchten van de Lucuma mammosa, met uitzondering van sapodilla's (sawo's of sapote's) die onder onderverdeling 0810 90 20 vallen;

10.

eetbare vruchten van de soorten van de Actinidia, met uitzondering van kiwi's (Actinidia chinensis Planch. of Actinidia deliciosa), die onder de onderverdeling 0810 50 00 vallen;

11.

vruchten van verschillende soorten van de Sapindaceae, bijvoorbeeld ramboetans (vruchten van Nephelium lappaceum), kapulasans (vruchten van de Nephelium mutabile), met uitzondering van litchis (vruchten van Litchi chinensis) die onder onderverdeling 0810 90 20 vallen.

0811

Vruchten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, al dan niet met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

De uitdrukking „bevroren” zoals gedefinieerd in de GS-toelichtingen op dit hoofdstuk, tweede alinea, moet ook worden gezien in het licht van de criteria als uiteengezet in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak 120/75. Overeenkomstig de interpretatie van het Hof van deze criteria in zijn arrest in zaak C-423/09 moet het bevriezingsproces leiden tot aanzienlijke en onomkeerbare veranderingen, met als gevolg dat het product niet langer in zijn natuurlijke staat is.

Bijgevolg zijn producten „bevroren” wanneer de producten die aan het bevriezingsproces worden onderworpen, als gevolg daarvan bepaalde onomkeerbare veranderingen ondergaan, met name in de celstructuur, met het gevolg dat deze producten niet langer in hun natuurlijke staat zijn, ook nadat zij zijn begonnen te ontdooien of ontdooid zijn.

Zie voor de toepassing van de onderverdelingen die betrekking hebben op het suikergehalte de aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

0811 20 31

frambozen

Zie de toelichting op onderverdeling 0810 20 10.

0811 20 39

zwarte aalbessen

Zie de toelichting op onderverdeling 0810 30 10.

0811 20 51

rode aalbessen

Zie de toelichting op onderverdeling 0810 30 30.

HOOFDSTUK 9

KOFFIE, THEE, MATÉ EN SPECERIJEN

Algemene opmerkingen

De indeling van specerijen die onderling vermengd zijn of waaraan andere stoffen zijn toegevoegd, wordt geregeld in aantekening 1 op dit hoofdstuk.

Overeenkomstig die aantekening zijn mengsels van specerijen met andere stoffen, indien zij het essentiële karakter van specerijen hebben verloren, van dit hoofdstuk uitgezonderd. Zij worden onder post 2103 ingedeeld indien zij het karakter hebben van samengestelde kruiderijen of dergelijke producten. Zie voor mengsels die als zodanig worden gebruikt voor het aromatiseren van dranken of voor het bereiden van extracten voor de vervaardiging van dranken, en die bestaan uit specerijen en planten, plantendelen, zaden of vruchten (geheel, in stukken, fijngemaakt of in poedervorm) van de soorten die tot andere hoofdstukken (7, 11, 12, enz.) behoren, de zesde en de zevende alinea van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.

Breuk en afvallen die normaal ontstaan bij het oogsten van specerijen en de daaropvolgende bewerkingen (zoals het sorteren en het drogen), de opslag of het vervoer, dienen te worden beschouwd als „niet fijngemaakt en niet gemalen”, behalve wanneer (bijvoorbeeld door het homogene karakter) duidelijk te zien is dat ze opzettelijk zijn fijngemaakt.

De in verschillende posten van dit hoofdstuk gebruikte uitdrukking „fijngemaakt of gemalen” heeft geen betrekking op in stukjes gesneden producten.

0901

Koffie, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen, ook indien gebrand; bolsters en schillen, van koffie; koffiesurrogaten die koffie bevatten, ongeacht de mengverhouding

0901 11 00 en 0901 12 00

koffie, ongebrand

Deze onderverdelingen omvatten ongebrande koffie van alle soorten, al dan niet cafeïnevrij gemaakt (met inbegrip van hele of gebroken bonen, afgescheiden bij het sorteren, het zeven, enz.), ook indien niet voor consumptie bestemd (bijvoorbeeld extractie van cafeïne).

0901 11 00

waaruit geen cafeïne is verwijderd

Deze onderverdeling omvat ongebrande koffie voorzover die geen enkele bewerking heeft ondergaan waardoor cafeïne is verwijderd.

0901 12 00

waaruit cafeïne is verwijderd

Deze onderverdeling omvat ongebrande koffie waaruit door extractie cafeïne is verwijderd. Gewoonlijk heeft aldus bewerkte koffie een cafeïnegehalte van niet meer dan 0,2 gewichtspercenten, berekend op de droge stof.

0901 21 00 en 0901 22 00

koffie, gebrand

Deze onderverdelingen omvatten de in de toelichting op de onderverdelingen 0901 11 00 en 0901 12 00 bedoelde koffie, gebrand, ook indien geglansd, gemalen of samengeperst.

0901 21 00

waaruit geen cafeïne is verwijderd

De toelichting op onderverdeling 0901 11 00 is van overeenkomstige toepassing.

0901 22 00

waaruit cafeïne is verwijderd

De toelichting op onderverdeling 0901 12 00 is van overeenkomstige toepassing.

0901 90 10

bolsters en schillen, van koffie

Onder bolsters worden verstaan de dunne omhulsels waarin zich, in de vrucht (bes), de zaden of bonen, in de regel twee, bevinden.

De schillen zijn de vliezen die iedere boon omhullen en die bij het branden worden verwijderd.

0901 90 90

koffiesurrogaten die koffie bevatten

Deze onderverdeling omvat de producten bedoeld in de eerste alinea, punt 5, van de GS-toelichting op post 0901. Deze mengsels kunnen gemalen of ongemalen zijn, of zelfs in samengeperste vorm voorkomen.

0904

Peper van het geslacht Piper ; vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta , gedroogd, fijngemaakt of gemalen

0904 11 00

niet fijngemaakt en niet gemalen

Deze onderverdeling omvat de producten, bedoeld onder punt 1 van de GS-toelichting op post 0904. Gebroken peperkorrels blijven onder deze onderverdeling ingedeeld, voorzover zij kennelijk niet opzettelijk zijn gebroken of geplet. Hetzelfde geldt voor stof en veegsel, bestaande uit onzuivere peper.

Groene peper geconserveerd in een mengsel van water en azijnzuur of in pekel (eventueel met een geringe toevoeging van citroenzuur), behoort tot deze onderverdeling.

0904 21 10 t/m 0904 22 00

vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta

Deze onderverdelingen omvatten de producten bedoeld onder punt 2 van de GS-toelichting op post 0904, indien ze gedroogd, fijngemaakt of gemalen zijn.

0904 21 10

niet-scherpsmakende pepers ( Capsicum annuum )

De pepers van deze onderverdeling (Capsicum annuum) zijn relatief groot en hebben een zoet aroma (zonder een scherpe smaak). Zij kunnen verschillende kleuren hebben. Deze onderverdeling omvat alleen droge pepers, geheel of in stukken, maar niet fijngemaakt en niet gemalen.

0906

Kaneel en kaneelknoppen

0906 11 00 en 0906 19 00

niet fijngemaakt en niet gemalen

Deze onderverdelingen omvatten bijvoorbeeld:

1.

de stokjes bestaande uit verscheidene repen kaneelbast, ineengerold tot pijpen, die een lengte van 110 cm kunnen bereiken;

2.

de stukken die ontstaan wanneer de kaneelstokken op een bepaalde lengte gesneden worden (bijvoorbeeld stukken van 5 tot 10 cm);

3.

de stukken bast van verschillende lengte en dikte, zoals de „quillings” (stukken en afvallen ontstaan bij het snijden van kaneel in stokjes van een bepaalde lengte) en afvallen van kaneel, „featherings” of „chips” genaamd (kleine stukjes kaneel die ontstaan bij het verwijderen van de bast en die vooral gebruikt worden voor het vervaardigen van kaneelolie).

0906 11 00

Kaneel ( Cinnamomum zeylanicum Blume)

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 0906 11.

0907

Kruidnagels, moernagels en kruidnagelstelen

Deze post omvat ook fijngemaakte of gemalen producten.

0908

Muskaatnoten, foelie, amomen en kardemom

0908 11 00

niet fijngemaakt en niet gemalen

Zie onder a) van de GS-toelichting op post 0908.

De muskaatnoot is het zaad van de muskaatboom (Myristica fragrans).

Deze onderverdeling omvat eveneens hele muskaatnoten bestemd voor de industriële vervaardiging van etherische oliën of van harsaroma's, die dikwijls behandeld zijn met kalkmelk ter bescherming tegen insecten, alsmede muskaatnoten van mindere kwaliteit, zoals verschrompelde noten en bij het oogsten gebroken noten, die verhandeld worden onder de benamingen „afval” of „BWP” („broken, wormy, punky”).

0908 21 00 en 0908 22 00

foelie

Zie onder b) van de GS-toelichting op post 0908.

0908 31 00 en 0908 32 00

amomen en kardemom

Zie onder c), de punten 1 t/m 4, van de GS-toelichting op post 0908.

0909

Anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad en karwijzaad; jeneverbessen

0909 21 00 en 0909 22 00

korianderzaad

Zie de eerste en de derde en alinea van de GS-toelichting op post 0909.

Dit betreft ronde zaden, helder geel-bruin van kleur, met een zoete, enigszins scherpe smaak.

0909 31 00 en 0909 32 00

komijnzaad

Zie de eerste en de derde en alinea van de GS-toelichting op post 0909.

Komijnzaad is ovaal en gerimpeld.

0909 61 00 en 0909 62 00

anijszaad, steranijszaad, karwijzaad en venkelzaad; jeneverbessen

Zie de eerste en de derde en alinea van de GS-toelichting op post 0909.

Karwijzaad is ovaal, langwerpig en gerimpeld.

0910

Gember, saffraan, kurkuma, tijm, laurierbladeren, kerrie en andere specerijen

0910 11 00 en 0910 12 00

gember

Zie onder a) van de GS-toelichting op post 0910.

Tot deze onderverdelingen behoren de wortelstokken van gember (Amomum zingiber L.), vers, gedroogd of gemalen. Gember kan worden aangeboden als grijze (ook bekend als „zwarte”) gember waarvan de opperhuid nog niet is verwijderd, of als witte (geschilde) gember.

0910 20 10 en 0910 20 90

saffraan

Zie onder b) van de GS-toelichting op post 0910.

0910 30 00

kurkuma

Zie onder c) van de GS-toelichting op post 0910.

Ronde kurkuma is afkomstig van de dikke, ronde hoofdwortelstok en lange kurkuma van de ovale of cilindervormige vertakkingen van deze wortelstok.

0910 91 05 t/m 0910 91 90

Mengsels bedoeld bij aantekening 1, onder b), op dit hoofdstuk

Zie onder e) en g) van de GS-toelichting op post 0910.

0910 91 05

kerrie

Kerriepoeder wordt beschreven onder e) van de GS-toelichting op post 0910; de toevoeging van geringe hoeveelheden andere producten (bijvoorbeeld zout, mosterdzaad, meel van peulgroenten) is niet van invloed op de indeling van die mengsels.

0910 99 31 t/m 0910 99 39

tijm

Deze onderverdelingen hebben betrekking op tijm, waarvan er verscheidene soorten bestaan (Thymus vulgaris, Thymus zygis, Thymus serpyllum L. of wilde tijm of kruiptijm), ook indien gedroogd.

0910 99 31

wilde tijm ( Thymus serpyllum L.)

Deze onderverdeling omvat alleen tijm van de soort Thymus serpyllum L.

0910 99 33

andere

Hiertoe behoren bijvoorbeeld de afgeplukte en gedroogde bladeren en bloesems van Thymus vulgaris of van Thymus zygis.

0910 99 50

laurierbladeren

Deze onderverdeling omvat de bladeren van de laurier (Laurus nobilis), ook indien gedroogd.

0910 99 91 en 0910 99 99

andere

Deze onderverdelingen omvatten dillezaad (Anethum graveolens) en morenpeper, verkregen uit de vruchten van de Xylopia aethiopica.

Daarentegen vallen de hierna genoemde producten, hoewel zij als specerij worden gebruikt, niet onder deze onderverdelingen:

a)

mosterdzaad (post 1207);

b)

wortelstokken van alle galanga- of galgant-soorten (post 1211);

c)

saffloer- of carthamusbloemen, roder dan echte saffraan en verkregen uit de saffloer (Carthamus tinctorius of Carthamus oxyacantha of Carthamus palaestinus) (post 1404).

Een groot aantal kruiderijplanten, die geen eigenlijke specerijen vormen, zijn eveneens van dit hoofdstuk uitgezonderd en worden onder meer onder de hoofdstukken 7 en 12 ingedeeld (zie de toelichtingen betreffende die hoofdstukken).

HOOFDSTUK 10

GRANEN

Algemene opmerkingen

Gedroogde aren van graangewassen (bijvoorbeeld maiskolven), die zijn gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze behandeld om te worden gebruikt voor versiering, dienen te worden ingedeeld onder onderverdeling 0604 90 99.

De tot dit hoofdstuk behorende granen mogen ter verbetering van de houdbaarheid een warmtebehandeling hebben ondergaan, waardoor het zetmeel gedeeltelijk wordt gegelatineerd en de graankorrels soms openspringen. De gedeeltelijke gelatinering (voorgelatinering) gebeurt tijdens het droogproces en betreft slechts een kleine hoeveelheid van de graankorrels. De transformatie van het zetmeel is niet het doel maar slechts een neveneffect van de armtebehandeling. Deze behandeling is niet aan te merken als „op andere wijze bewerkt” in de zin van aantekening 1, onder B, op hoofdstuk 10.

1001

Tarwe en mengkoren

1001 11 00 en 1001 19 00

harde tarwe

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk de eerste alinea, punt 2, van de GS-toelichting op post 1001.

1001 91 20

zachte tarwe en mengkoren, zaaigoed

Zaaigoed is speciaal geselecteerd en onderscheidt zich in de regel door zijn opmaak (bijvoorbeeld in zakken met gegevens over het gebruik als zaaigoed) en zijn hogere prijs.

Zaaigoed kan ook zijn behandeld om het, na het uitzaaien, te beschermen tegen insecten en vogels.

1003

Gerst

1003 10 00

zaaigoed

Zie de toelichting op onderverdeling 1001 91 20.

1006

Rijst

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1008

Boekweit, gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad; andere granen

1008 60 00

triticale

Triticale is een kruising van tarwe en rogge, die in het algemeen grotere korrels dan rogge en dikwijls ook grotere korrels dan tarwe heeft en waarvan de zaadwand rimpelig is.

HOOFDSTUK 11

PRODUCTEN VAN DE MEELINDUSTRIE; MOUT; ZETMEEL; INULINE; TARWEGLUTEN

Aanvullende aantekening (GN) 2

Wat kokosnoot betreft, is aanvullende aantekening (GN) 2 bij dit hoofdstuk alleen van toepassing op meel, gries en poeder van kokos. Gedroogd en geraspt vrucht vlees van kokosnoot wordt ingedeeld onder onderverdeling 0801 11 00 en valt buiten het toepassingsgebied van post 1106, zelfs als het voldoet aan de voor waarden van aanvullende aantekening (GN) 2, onder b), bij dit hoofdstuk.

Gedroogd en geraspt vruchtvlees van kokosnoot wordt aangeboden in schijven, kleine stukjes of smalle reepjes. Meel, gries of poeder van kokosnoot bestaat uit fijne deeltjes.

 

1101 00

Meel van tarwe of van mengkoren

Zie aantekening 2 op dit hoofdstuk.

Meel van deze post kan geringe hoeveelheden zout, in het algemeen niet meer dan 0,5 %, en geringe hoeveelheden amylase en gemalen kiemen bevatten, alsmede gebrande mout.

1102

Meel van granen, andere dan van tarwe of van mengkoren

Zie aantekening 2 op dit hoofdstuk.

Meel van deze post kan geringe hoeveelheden zout, in het algemeen niet meer dan 0,5 %, en geringe hoeveelheden amylase en gemalen kiemen bevatten, alsmede gebrande mout.

1102 20 10 en 1102 20 90

maismeel

Voor de bepaling van het vetgehalte dient overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1748/85 van de Commissie (PB L 167 van 27.6.1985, blz. 26) de analysemethode te worden toegepast als omschreven in bijlage III, deel H, van Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie (PB L 054 van 26.2.2009, blz. 1).

Deze onderverdelingen omvatten eveneens maïsmeel dat „masameel” wordt genoemd, verkregen door de „nixtamalisatie”-methode, dat wil zeggen dat de maïskorrels in een calciumhydroxideoplossing worden gekookt en geweekt en vervolgens worden gedroogd en gemalen.

Een eventuele aanvullende behandeling, zoals het roosteren, leidt er echter toe dat het product niet meer kan worden ingedeeld onder post 1102 (in het algemeen hoofdstuk 19).

1103

Gries, griesmeel en pellets van granen

1103 11 10 t/m 1103 19 90

gries en griesmeel

1.

Zie de aantekeningen 2 en 3 op dit hoofdstuk.

2.

Zie de eerste zes alinea's van de GS-toelichting op post 1103.

3.

Producten die niet voldoen aan de in aantekening 3 op dit hoofdstuk voor het zeven gestelde voorwaarden, vallen onder post 1104.

Producten die voldoen aan de in aantekening 3 op dit hoofdstuk voor het zeven gestelde voorwaarden, maar die gepareld werden en daardoor het voorkomen hebben van afgeronde stukjes graankorrels, behoren tot een van de onderverdelingen van post 1104 voor geparelde granen.

1103 13 10 en 1103 13 90

van maïs

Voor de bepaling van het vetgehalte, zie de toelichting op de onderverdelingen 1102 20 10 en 1102 20 90.

Deze onderverdelingen omvatten eveneens gries en griesmeel van maïs dat „masameel” wordt genoemd, verkregen door de „nixtamalisatie-”methode, dat wil zeggen dat de maiskorrels in een calciumhydroxideoplossing worden gekookt en geweekt en vervolgens worden gedroogd en gemalen.

Een eventuele aanvullende behandeling, zoals het roosteren, leidt er echter toe dat het product niet meer kan worden ingedeeld onder post 1103 (in het algemeen hoofdstuk 19).

1103 20 25 t/m 1103 20 90

pellets

Zie de laatste alinea van de GS-toelichting op post 1103.

1104

Op andere wijze bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, geplet, in vlokken, gepareld, gesneden of gebroken), andere dan rijst bedoeld bij post 1006 ; graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

De onder de onderverdelingen 1104 12 90, 1104 19 69 en 1104 19 91 bedoelde vlokken bestaan uit gepelde graankorrels die tussen walsen zijn geplet.

1104 22 40 t/m 1104 29 89

andere bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, gepareld, gesneden of gebroken)

Zie de tweede alinea, de punten 2 t/m 5, van de GS-toelichting op post 1104.

1104 22 50

gepareld

Naast de geparelde granen bedoeld in de tweede alinea, punt 4, van de GS-toelichting op post 1104, vallen onder deze onderverdeling ook deeltjes van graankorrels die na te zijn gepareld een afgeronde vorm hebben verkregen.

1104 22 95

andere

Tot deze onderverdeling behoren de door het breken van niet-gepelde graankorrels verkregen producten, die niet voldoen aan de in aantekening 3 op dit hoofdstuk voor het zeven gestelde voorwaarden.

1104 23 40

gepeld, al dan niet gesneden of gebroken; gepareld

Zie voor de definitie van het begrip „gepareld” de toelichting op onderverdeling 1104 22 50.

1104 23 98

andere

Zie de toelichting op onderverdeling 1104 22 95.

Gebroken maiskorrels die worden verkregen bij het zeven van gereinigde ongepelde maiskorrels en die voldoen aan de bij aantekening 2, letter A, op dit hoofdstuk gestelde voorwaarden, worden onder deze onderverdeling ingedeeld als „enkel gebroken”.

1104 29 05

gepareld

Zie de toelichting op onderverdeling 1104 22 50.

1104 29 08

andere

Zie de toelichting op onderverdeling 1104 22 95.

1104 29 30

gepareld

Zie de toelichting op onderverdeling 1104 22 50.

1104 29 51 t/m 1104 29 59

enkel gebroken

Zie de toelichting op onderverdeling 1104 22 95.

1104 30 10 en 1104 30 90

graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

Zie de tweede alinea, punt 6, van de GS-toelichting op post 1104.

1106

Meel, gries en poeder, van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713 , van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714 en van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8

De begrippen „meel”, „gries” en „poeder” zijn omschreven in aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk.

Producten in de vorm van een pasta zijn van deze post uitgezonderd.

1107

Mout, ook indien gebrand

1107 10 11 t/m 1107 10 99

niet gebrand

Tot deze onderverdelingen behoort alle mout waarvan de diastase het enzymatisch vermogen bezit om het in de korrel aanwezige zetmeel in suiker om te zetten. Hieronder vallen bijvoorbeeld groenmout, aan de lucht gedroogd mout en bepaalde door eesten gedroogde moutsoorten. Deze laatste worden in de handel vaak onderverdeeld in licht mout (Pilsener type) en donker mout (Münchener type).

Deze onderverdelingen bevatten ook groenmout die bestemd is voor menselijke consumptie en die op dezelfde manier als groentescheuten wordt geconsumeerd, zijnde een graankorrel die aan het ontkiemen is, maar nog niet is gedroogd.

Het ongemalen mout van deze onderverdelingen wordt gekenmerkt door een wit en bros meellichaam. Bij donker mout (Münchener type) kan evenwel de kleur van het meellichaam bij ongeveer 10 % van de korrels variëren van geel tot bruin. Het meellichaam is droog en brokkelig en geeft bij het malen een zacht griesmeel.

1107 20 00

gebrand

Hieronder valt mout waarvan het enzymatisch vermogen door het branden is verminderd of verloren gegaan en dat daarom bij het brouwen uitsluitend aan het ongebrande mout wordt toegevoegd om het bier een bepaalde kleur en smaak te geven.

De kleur van het meellichaam van het gebrande mout kan naar gelang van de soort mout variëren van vaalwit tot zwart.

Hieronder vallen bijvoorbeeld:

1.

mout dat gebrand werd zonder voorafgaande versuikering of na voorafgaande gedeeltelijke versuikering, naar gelang van het vochtgehalte van het gebruikte lichte mout. Dit mout ziet er glanzend uit en heeft een zwart, niet-glazig meellichaam;

2.

karamelmout, waarbij de bij een voorafgaande versuikering gevormde suikers gekarameliseerd zijn. Dit mout is matgeel tot bleekbruin van kleur; bij minstens 90 % van de korrels is het meellichaam glazig en vaalwit tot donkerbruin van kleur. Bij karamelmout, dat zeer licht van kleur is, blijft het enzymatisch vermogen gedeeltelijk behouden; dit mout kan 10 % niet-gekarameliseerde korrels bevatten.

HOOFDSTUK 12

OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN; ALLERLEI ZADEN, ZAAIGOED EN VRUCHTEN; PLANTEN VOOR INDUSTRIEEL EN VOOR GENEESKUNDIG GEBRUIK; STRO EN VOEDER

1201

Sojabonen, ook indien gebroken

Sojabonen (zaden van de Glycine max) lijken op kleine bonen van de Phaseolus-soorten. Hun kleur loopt uiteen van bruin tot groen- of zwartachtig. Ze bevatten bijna geen zetmeel, maar hebben een hoog gehalte aan eiwitten en vetten.

Bijzondere aandacht is geboden bij de indeling van gedopte peulvruchten die in de handel worden gebracht onder de benaming „green soja beans” of „green beans”. Vaak betreft het hier geen sojabonen, maar bonen van de Phaseolus-soorten die onder post 0713 worden ingedeeld.

1202

Grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, ook indien gedopt of gebroken

Grondnoten (zaden van Arachis hypogaea) hebben een hoog vetgehalte.

1205

Kool- en raapzaad, ook indien gebroken

1205 10 10 en 1205 10 90

kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk, alsmede de GS-toelichting op post 1205.

1206 00

Zonnebloempitten, ook indien gebroken

1206 00 91

gedopt; ongedopt en grijs/wit gestreept

Tot deze onderverdeling behoren zonnebloempitten die gewoonlijk gebruikt worden voor de vervaardiging van snoepgoed, als vogelvoer of voor directe consumptie. In het algemeen is hun lengte slechts de helft van de lengte van de dop, die meer dan 2 cm lang kan zijn. Doorgaans hebben de pitten een oliegehalte van ongeveer 30 tot 35 gewichtspercenten.

1206 00 99

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer zonnebloempitten die gewoonlijk gebruikt worden voor de vervaardiging van spijsolie. De pitten worden gewoonlijk ongedopt in een effen zwarte dop geleverd. In het algemeen is de lengte van de pitten en de doppen bijna gelijk. Doorgaans hebben de pitten een oliegehalte van ongeveer 40 tot 45 gewichtspercenten.

1207

Andere oliehoudende zaden en vruchten, ook indien gebroken

1207 40 10 en 1207 40 90

sesamzaad

Tot deze onderverdelingen behoort het zaad van verscheidene variëteiten Sesamum indicum.

1207 50 10 en 1207 50 90

mosterdzaad

Tot deze onderverdelingen behoort het zaad van verscheidene mosterdsoorten, bijvoorbeeld witte mosterd (Sinapis alba en Brassica hirta), zwarte mosterd (Brassica nigra) of sareptamosterd (Brassica juncea).

1207 99 96

andere

Voorzover zij niet zijn begrepen onder een voorgaande onderverdeling van deze post, omvat deze onderverdeling met name de vruchten en zaden genoemd in de tweede alinea van de GS-toelichting op post 1207.

Tot deze onderverdeling behoren eveneens de zaden van de groene pompoen met zachte schil, waarbij de verkurkte buitenlaag genetisch ontbreekt (Cucurbita pepo L. convar. citrullinia Greb. var. styriaca en Cucurbita pepo L. var. oleifera Pietsch). Pompoenen van deze rassen worden hoofdzakelijk geteeld voor de winning van olie en niet om als groenten te worden gegeten; zaden van pompoenen die als groenten worden gegeten, behoren tot onderverdeling 1209 91 80.

Deze onderverdeling omvat geen pompoenzaden die zijn geroosterd (onderverdeling 2008 19 of 2008 97).

1208

Meel van oliehoudende zaden en vruchten, ander dan mosterdmeel

Zie aantekening 2 op dit hoofdstuk.

1209

Zaaigoed, sporen daaronder begrepen

1209 10 00

suikerbietenzaad

Deze onderverdeling heeft uitsluitend betrekking op zaad van suikerbieten (Beta vulgaris var. altissima).

Tot deze onderverdeling behoren mede de zogenaamde eenkiemige zaden, verkregen door selectie of door het segmenteren van de kluwen (gesegmenteerd zaad), ook indien de korrels zijn voorzien van een omhulsel, meestal op basis van klei.

1209 29 60

voederbietenzaad ( Beta vulgaris var. alba )

Deze onderverdeling omvat eveneens de zogenaamde eenkiemige zaden, verkregen door selectie of door het segmenteren van de kluwen (gesegmenteerd zaad), ook indien de korrels zijn voorzien van een omhulsel, meestal op basis van klei.

1209 30 00

zaad van kruidachtige planten hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen

Deze onderverdeling heeft betrekking op zaad van kruidachtige planten die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gekweekt voor de bloemen (snijbloemen, sierbloemen, enz.). Dergelijk zaad mag zijn aangebracht op een drager, bijvoorbeeld van cellulosewatten of van turf. Zaden van de reukerwt (Lathyrus odoratus) vallen onder deze onderverdeling.

1209 91 80

ander

Tot deze onderverdeling behoren bijvoorbeeld de zaden van pompoenen die worden gebruikt als zaaigoed.

Zie eveneens de toelichting op onderverdeling 1207 99 96 en op onderverdeling 1212 99 95.

1209 99 10

zaden van woudbomen en van woudheesters

Deze onderverdeling heeft betrekking op zaden en ander zaaigoed van woudbomen en woudheesters, ook indien zij bestemd zijn voor de teelt van sierbomen of van sierheesters in het land van invoer.

Onder bomen en heesters worden hier verstaan alle bomen, heesters en struiken waarvan stam, takken en twijgen een houtachtige structuur vertonen.

Deze onderverdeling omvat zonder onderscheid het zaaigoed (zaden en vruchten):

1.

van zowel Europese als exotische bomen en heesters, bestemd voor de bebossing van gronden ten behoeve van de houtproductie, of ter bestrijding van erosie;

2.

van de bomen en heesters die worden gebruikt voor de versiering of de aanleg van parken, plantsoenen en tuinen, dan wel voor het planten van rijen bomen en heesters op pleinen en langs stadslanen, wegen, kanalen, enz.

De bomen en heesters van de tweede groep — die grotendeels tot dezelfde soorten behoren als die van de eerste groep — omvatten zowel die welke worden gebruikt wegens hun vorm of de kleur van hun bladeren (sommige variëteiten populieren, esdoorns, coniferen, enz.), als die welke worden gebruikt wegens hun bloemen (mimosa's, tamarisken, magnolia's, seringen, goudenregen, Japanse sierkersen, judasbomen, rozen, enz.) of wegens de felle kleur van hun vruchten (laurierkers, cotoneaster of dwergmispel, pyracantha of vuurdoorn, enz.).

Van deze onderverdeling zijn echter uitgezonderd, ook indien bestemd voor zaaidoeleinden:

a)

vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8 (het gaat hier hoofdzakelijk om tamme kastanjes, walnoten, hazelnoten, pecannoten, amandelen, enz.);

b)

zaden en vruchten, bedoeld bij hoofdstuk 9 (bijvoorbeeld jeneverbessen);

c)

oliehoudende zaden en vruchten, bedoeld bij de posten 1201 t/m 1207 (bijvoorbeeld beukennootjes en palmpitten).

Van deze onderverdeling zijn eveneens uitgezonderd:

a)

tamarindezaad (onderverdeling 1209 99 99);

b)

eikels en wilde kastanjes (onderverdeling 2308 00 40).

1210

Hopbellen, vers of gedroogd, ook indien fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline

1210 20 10

hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets, met lupuline verrijkt; lupuline

Naast lupuline omvat deze onderverdeling de producten met een hoger lupulinegehalte, die zijn verkregen door het malen van hopbellen na mechanische verwijdering van de bladeren, stengels, schutbladeren en hopspillen.

1211

Planten, plantendelen, zaden en vruchten, van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm

1211 20 00

ginsengwortel

Tot deze onderverdeling behoren de wortels van Panax quinquefolium en Panax ginseng. Deze wortels zijn cilinder- of spoelvormig, hebben enkele ringvormige verdikkingen in het bovenste derde deel en zijn meestal verdeeld in verschillende takken. De oppervlakte is geelachtig wit of bruinachtig geel en de doorsnede is wit en melig (of hoornachtig na behandeling in kokend water). Deze onderverdeling omvat eveneens fijngemaakte (gemalen) ginsengwortel.

1211 90 30

tonkabonen

Tot deze onderverdeling behoort het zaad van de Dipteryx odorata, ook tonkabonen, guajaknoten of coumarounoten genoemd. Zij leveren cumarine en worden gebruikt voor de vervaardiging van parfums of essences voor dieetdranken.

1211 90 86

andere

Mits zij niet zijn begrepen onder een voorgaande onderverdeling van deze post behoren tot deze onderverdeling onder meer planten, delen van planten, zaden en vruchten, als vermeld in de elfde alinea van de GS-toelichting op post 1211, alsmede:

1.

delen van de hennepplant (Cannabis), al dan niet vermengd met anorganische of organische substanties, die enkel ertoe dienen om de hoeveelheid te vergroten;

2.

orangettes, zijnde onrijpe, oneetbare sinaasappelen die kort na de bloei van de boom zijn gevallen en in droge toestand worden verzameld, voornamelijk met het oog op de extractie van de etherische olie (petit-grain);

3.

gedroogde bladeren van paardebloemen (Taraxacum officinale);

4.

gedroogde veldzuring (Rumex acetosa);

5.

gedroogde Oost-Indische kers (Tropaeolum majus).

Van deze onderverdeling zijn onder meer uitgezonderd pompoenzaad (post 1207 of 1209) en algen (post 1212).

1212

Sint-jansbrood, zeewier en andere algen, suikerbieten en suikerriet, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm; vruchtenpitten, ook indien in de steen en andere plantaardige producten (ongebrande cichoreiwortels van de variëteit Cichorium intybus sativum daaronder begrepen) hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen

1212 21 00 en 1212 29 00

zeewier en andere algen

Zie letter A van de GS-toelichting op post 1212.

1212 91 20 en 1212 91 80

suikerbieten

Tot deze onderverdelingen behoren slechts de niet-ontsuikerde suikerbieten, die in het algemeen een suikergehalte hebben van meer dan 60 gewichtspercenten berekend op de droge stof. Geheel of gedeeltelijk ontsuikerde suikerbieten behoren tot de onderverdeling 2303 20 10 of 2303 20 90.

1212 92 00

sint-jansbrood

Zie letter C, eerste en tweede alinea, van de GS-toelichting op post 1212.

1212 99 41 en 1212 99 49

sint-jansbroodpitten

Zie letter C, derde alinea, van de GS-toelichting op post 1212.

1212 99 95

andere

Behalve de producten bedoeld bij letter D, derde, vierde en vijfde alinea, van de GS-toelichting op post 1212, behoren tot deze onderverdeling onder meer:

1.

Konnyaku-knollen, geheel, gemalen of fijngemaakt;

2.

het product „pollen flour”, bestaande uit door bijen verzameld stuifmeel dat door middel van nectar, honing en door de bijen afgescheiden speeksel in de vorm van bolletjes (zogenaamde pollenzakjes) is gebonden.

Deze onderverdeling omvat geen pompoenzaden (post 1207 of 1209), met uitzondering van gepelde zaden van pompoenen, die worden ingedeeld onder post 1212 overeenkomstig het bepaalde in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-229/06.

1214

Koolrapen, voederbieten, voederwortels, hooi, luzerne, klaver, hanenkammetjes (esparcette), mergkool, lupine, wikke en dergelijke voedergewassen, ook indien in pellets

1214 90 10

mangelwortels (voederbieten), voederrapen en andere voederwortels

Tot deze onderverdeling behoren:

1.

mangelwortels (voederbieten) (Beta vulgaris var. alba);

2.

koolrapen (Brassica napus var. napobrassica);

3.

andere voederwortels (bijvoorbeeld voederpenen).

De verschillende soorten en variëteiten aardperen (bijvoorbeeld Helianthus tuberosus) vallen onder post 0714, terwijl pastinaken (Pastinaca sativa) worden aangemerkt als groente bedoeld bij hoofdstuk 7 (post 0706 indien vers of gekoeld).

HOOFDSTUK 13

GOMMEN, HARSEN EN ANDERE PLANTENSAPPEN EN PLANTENEXTRACTEN

1301

Gomlak (schellak); gommen, harsen, gomharsen en oleoharsen (bijvoorbeeld balsems), van natuurlijke oorsprong

1301 20 00

Arabische gom

Arabische gom wordt aangeboden in de vorm van gelige of roodachtige doorschijnende druppels of onregelmatige stukken. Het is oplosbaar in water, maar onoplosbaar in alcohol.

1302

Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd

Plantenextracten bedoeld bij post 1302 zijn ruwe plantaardige materialen, bijvoorbeeld met behulp van oplosmiddelen verkregen, die niet verder chemisch zijn gewijzigd of verwerkt. Inerte additieven (bv. antiklontermiddelen) en verwerking in verband met standaardisering, of fysische behandeling zoals drogen of filtratie, zijn echter wel toegestaan.

1302 11 00

opium

Zie letter A, punt 1, van de GS-toelichting op post 1302.

1302 12 00

van zoethout

Zie letter A, punt 2, van de GS-toelichting op post 1302.

1302 19 70

andere

Zie letter A, de punten 4 t/m 20, van de GS-toelichting op post 1302.

1302 20 10 en 1302 20 90

pectinestoffen, pectinaten en pectaten

Tot deze onderverdelingen behoren de producten, bedoeld bij letter B van de GS-toelichting op post 1302.

1302 31 00

agar-agar

Zie letter C, punt 1, van de GS-toelichting op post 1302.

1302 32 10 en 1302 32 90

plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit sint-jansbrood, uit sint-jansbroodpitten of uit guarzaden

Zie letter C, punt 2, van de GS-toelichting op post 1302.

Onder deze onderverdelingen vallen niet endospermen van guarzaden („guar splits”) in de vorm van kleine onregelmatige lichtgele schilfers (post 1404).

1302 39 00

andere

Behalve de producten bedoeld bij letter C, de punten 3 t/m 5, van de GS-toelichting op post 1302 behoren tot deze onderverdeling:

1.

het extract verkregen uit het wier van de soort Furcellaria fastigiata, dat langs de Deense kust wordt geoogst; het extract wordt op dezelfde wijze verkregen als agar-agar en wordt in dezelfde vormen verhandeld;

2.

plantenslijmen uit pitten van kweeperen;

3.

plantenslijmen uit IJslands mos (of rendiermos);

4.

carrageen, alsmede calcium-, natrium- en kaliumcarraganaat, ook indien zij door toevoeging van suiker (bijvoorbeeld sacharose, glucose) gestandaardiseerd zijn, met het doel een gelijkblijvende werking bij het gebruik te handhaven. Het gehalte aan toegevoegde suiker bedraagt in het algemeen niet meer dan 25 gewichtspercenten.

HOOFDSTUK 14

STOFFEN VOOR HET VLECHTEN EN ANDERE PRODUCTEN VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

1401

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de mandenmakerij of voor vlechtwerk (bijvoorbeeld bamboe, rotting, riet, bies, teen, raffia, lindebast, alsmede gezuiverd, gebleekt of geverfd stro van graangewassen)

1401 10 00

bamboe

Zie de tweede alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 1401.

1401 20 00

rotting

Zie de tweede alinea, punt 2, van de GS-toelichting op post 1401.

1401 90 00

andere

Onder deze onderverdeling vallen onder meer de in de tweede alinea, de punten 3 t/m 7, van de GS-toelichting op post 1401 genoemde producten, alsmede bladeren van verscheidene Typha-soorten (bijvoorbeeld Typha latifolia).

1404

Plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen

1404 20 00

katoenlinters

Zie de tweede alinea, letter A van de GS-toelichting op post 1404.

1404 90 00

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten als bedoeld in de tweede alinea, letters B t/m F van de GS-toelichting op post 1404.

De in de tweede alinea, letter F, punt 7, van de GS-toelichting op post 1404 genoemde kaardenbollen behoren tot de Dipsacus sativussoort.

Tot deze onderverdeling behoren verder endospermen van guarzaden („guar splits”) in de vorm van kleine onregelmatige lichtgele schilfers.

AFDELING III

VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUCTEN DAARVAN; BEWERKT SPIJSVET; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG

HOOFDSTUK 15

VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUCTEN DAARVAN; BEWERKT SPIJSVET; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG

Algemene opmerkingen

Met het begrip „industrieel gebruik” in de zin van de onderverdelingen van dit hoofdstuk waarin dit begrip wordt gebruikt, wordt uitsluitend een gebruik bedoeld waarbij het basisproduct wordt verwerkt.

Daarentegen houdt het begrip „technisch gebruik” waarnaar een aantal onderverdelingen ook verwijst, een dergelijke verwerking niet in.

Bewerkingen zoals reinigen, raffineren of hydr ogeneren vallen niet onder de begrippen „industrieel gebruik” of „technisch gebruik”.

Voor menselijke consumptie geschikte producten kunnen eveneens worden gebruikt voor technische of industriële doeleinden.

Tot de onderverdelingen van dit hoofdstuk die uitsluitend de producten omvatten die bestemd zijn voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie, behoren de oliën en vetten die bestemd zijn voor de vervaardiging van producten voor diervoeding.

Aanvullende aantekening (GN) 1 a)

De vloeibare fractie van plantaardige oliën die is verkregen door het afscheiden van de vaste bestanddelen, bijvoorbeeld door koelen of met behulp van organische oplosmiddelen of tensioactieve stoffen, enz., wordt niet beschouwd als ruwe olie.

 

1502

Rund-, schapen- of geitenvet, ander dan dat bedoeld bij post 1503

Deze post omvat, behalve gesmolten, ook ruwe talk, dat wil zeggen talk in zijn celweefsel.

Onder deze post vallen derhalve:

1.

ruwe talk (zoals verkregen in slachthuizen, slagerijen of bedrijven voor de verwerking van ingewanden);

2.

gesmolten talk, bijvoorbeeld:

a)

premier jus (oleostock), de beste kwaliteit eetbare talk;

b)

talk van kanen (kanevet);

c)

zogenaamde zure talk, die verkregen wordt door ruwe talk van mindere kwaliteit te koken in een waterige oplossing van zwavelzuur, waarbij het zwavelzuur de eiwithoudende stoffen van het weefsel hydrolyseert en zodoende het vet vrijmaakt;

3.

beendervet en kadavervet van runderen, schapen en geiten.

Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd bijvoorbeeld beenderolie, mergpijpvet en klauwolie (post 1506 00 00).

1503 00

Varkensstearine, spekolie, oleostearine, oleomargarine en talkolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid

1503 00 11 en 1503 00 19

varkensstearine en oleostearine

Deze onderverdelingen omvatten de producten genoemd in de tweede en de voorlaatste alinea van de GS-toelichting op post 1503.

1503 00 30

talkolie, bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Deze onderverdeling omvat het in de vijfde alinea van de GS-toelichting op post 1503 genoemde product, voorzover dit bestemd is voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie (zie de algemene opmerkingen op dit hoofdstuk).

1503 00 90

andere

Naast de in de derde en de vierde alinea van de GS-toelichting op post 1503 genoemde producten behoort hiertoe ook talkolie die niet voldoet aan de bij onderverdeling 1503 00 30 gestelde voorwaarden, bijvoorbeeld talkolie die bestemd is voor technisch gebruik.

1504

Vetten en oliën, van vis of van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

Zie voor de fracties van vetten of oliën letter A, de zesde en zevende alinea, van de algemene opmerkingen van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.

1504 10 10 t/m 1504 10 99

oliën uit vislevers en fracties daarvan

Zie de tweede alinea van de GS-toelichting op post 1504.

1504 10 10

met een gehalte aan vitamine A van 2  500 of minder internationale eenheden per gram

Het gehalte aan vitamine A van oliën uit levers van vissen van de Gadussoorten (bijvoorbeeld kabeljauw, schelvis, leng en heek) ligt gewoonlijk niet hoger dan 2  500 internationale eenheden per gram.

1504 10 91 en 1504 10 99

andere

Het gehalte aan vitamine A van oliën uit levers van bijvoorbeeld tonijn, heilbot en een groot aantal haaiensoorten ligt gewoonlijk hoger dan 2  500 internationale eenheden per gram.

Oliën waarvan het vitaminegehalte is verhoogd, blijven hier ingedeeld voorzover zij het karakter van olie uit vislevers niet verloren hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval bij oliën uit vislevers met een gehalte aan vitamine A van niet meer dan 1 00  000 internationale eenheden per gram.

1504 20 10 en 1504 20 90

vetten en oliën van vis, alsmede fracties daarvan, andere dan oliën uit vislevers

Deze onderverdelingen omvatten vetten en oliën van alle vissoorten, alsmede fracties daarvan, met uitzondering van oliën die uitsluitend uit levers worden gewonnen. Genoemd kunnen worden:

1.

olie van haringen en van menhaden (haringachtige vissen die uitsluitend voor de oliewinning gevangen worden);

2.

oliën uit afvallen van de visconservenindustrie die van mindere waarde zijn dan bovengenoemde oliën. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen oliën van afvallen van Clupeidae, oliën uit afvallen van tonijnen en bonieten en oliën uit afvallen van Salmonidae;

3.

oliën uit afvallen van de zeevishandel die van ongelijke samenstelling en van nog mindere kwaliteit zijn;

4.

het in de vijfde alinea van de GS-toelichting op post 1504 beschreven visstearine.

De oliën en vetten die tot deze onderverdelingen behoren, worden vrijwel uitsluitend voor technische of industriële doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld in leerlooierijen, bij de vervaardiging van verf of van snijolie.

1504 30 10 en 1504 30 90

vetten en oliën van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan

Deze onderverdelingen omvatten onder meer:

1.

walvistraan en spermolie, als bedoeld in de derde en vierde alinea van de GS-toelichting op post 1504;

2.

spek van zeezoogdieren;

3.

olie van vinpotigen (zeehonden, walrussen en zeeleeuwen).

Deze onderverdelingen omvatten alle oliën, met inbegrip van de oliën uit levers, van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan, zoals olie uit de lever van de potvis, die zeer rijk aan vitamine A is en soortgelijke eigenschappen bezit als de oliën uit vislevers bedoeld bij de onderverdelingen 1504 10 10, 1504 10 91 en 1504 10 99.

1505 00

Wolvet en daaruit verkregen vetstoffen, lanoline daaronder begrepen

1505 00 10

ruw wolvet

Zie de eerste alinea van de GS-toelichting op post 1505.

1505 00 90

andere

Deze onderverdeling omvat:

1.

lanoline, dat is beschreven in de tweede, derde en vierde alinea van de GS-toelichting op post 1505;

2.

uit wolvet verkregen vetstoffen (wolvetoleïne en wolvetstearine); dit zijn de vloeibare en vaste delen die worden verkregen door distillatie met stoom, gevolgd door persen, van wolvet.

1506 00 00

Andere dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

Van deze post zijn uitgezonderd niet voor menselijke consumptie geschikte mengsels en bereidingen van dierlijke vetten of oliën, zoals mengsels van afvalvetten van verschillende diersoorten, en van dierlijke en plantaardige vetten, zoals afgewerkt frituurvet (post 1518).

1507

Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1507 10 10 en 1507 10 90

ruwe olie, ook indien ontgomd

Zie voor de interpretatie van het begrip „ruw” in de zin van deze onderverdelingen onder a), b) en c) van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1507 90 10 en 1507 90 90

andere

Deze onderverdelingen omvatten onder meer geraffineerde sojaolie.

1508

Grondnotenolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1508 10 10 en 1508 10 90

ruwe olie

Zie onder a) en b) van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1508 90 10 en 1508 90 90

andere

Deze onderverdelingen omvatten onder meer geraffineerde grondnotenolie.

1509

Olijfolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

De olijfolie bedoeld bij deze post moet voldoen aan drie fundamentele voorwaarden:

1.

zij mag uitsluitend verkregen zijn door behandeling van olijven, de vruchten van de olijfboom (Olea europaea L.);

2.

zij mag uitsluitend worden gewonnen langs mechanische of andere fysische weg (bijvoorbeeld persen), derhalve zonder gebruik te maken van oplosmiddelen (zie aantekening 2 op dit hoofdstuk);

3.

zij mag niet opnieuw zijn veresterd, noch zijn gemengd met andere olie, zelfs niet met olie uit afvallen van olijven, bedoeld bij post 1510 00.

1509 10 10

lampolie

Zie punt 1 van aanvullende aantekening (GN) 2, letter B, op dit hoofdstuk.

1509 10 90

andere

Zie punt 2 van aanvullende aantekening (GN) 2, letter B, op dit hoofdstuk.

1509 90 00

andere

Zie aanvullende aantekening (GN) 2, letter C, op dit hoofdstuk.

Deze onderverdeling omvat niet alleen geraffineerde olijfolie, maar ook geraffineerde olijfolie die is versneden met bij de eerste persing verkregen olijfolie.

1510 00

Andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, mengsels daarvan met olijfolie of fracties daarvan, bedoeld bij post 1509 , daaronder begrepen

De bij deze post bedoelde olie moet voldoen aan de eerste voorwaarde uit de toelichting op post 1509. Evenals de bij post 1509 bedoelde olie mag de olijfolie van post 1510 00 niet opnieuw veresterd zijn of vermengd met olie van andere aard, dat wil zeggen olie, andere dan olijfolie. Maar:

bij de winning mag gebruikt worden gemaakt van oplosmiddelen of fysische methodes;

ze mag gemengd zijn met olie of fracties daarvan bedoeld bij post 1509. Het meest voorkomende mengsel bestaat uit een mengsel van geraffineerde olie uit afvallen van olijven en olijfolie verkregen bij de eerste persing.

1510 00 10

ruwe olie

Zie aanvullende aantekening (GN) 2, letter D, op dit hoofdstuk.

1510 00 90

andere

Deze onderverdeling omvat onder meer geraffineerde olie uit afvallen van olijven en mengsels van geraffineerde olie uit afvallen van olijven en olijfolie verkregen bij de eerste persing.

1511

Palmolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1511 10 10 en 1511 10 90

ruwe olie

Zie onder a) en b) van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

Ruwe palmolie wordt sneller ranzig dan de andere oliesoorten en heeft derhalve een hoog gehalte aan vrije vetzuren.

1511 90 11 en 1511 90 19

vaste fracties

Deze onderverdelingen omvatten palmstearine.

1511 90 91 en 1511 90 99

andere

Deze onderverdelingen omvatten onder andere:

1.

geraffineerde palmolie;

2.

de vloeibare fractie van palmolie, die is verkregen door het afscheiden van de vaste bestanddelen, bijvoorbeeld door koelen of met behulp van organische oplosmiddelen of tensioactieve stoffen. Deze fractie (palmoleïne) onderscheidt zich van de niet-gefractioneerde palmolie door een duidelijk verschil in de samenstelling van de triglyceriden en niet zozeer door de onderlinge verhouding van de in de olie aanwezige vetzuren. De triglyceriden met een groter aantal koolstofatomen (C52 en C54) worden in de vloeibare fractie in hogere concentraties gevonden dan in de niet-gefractioneerde olie, terwijl triglyceriden met een relatief lager aantal koolstofatomen (C50 en C48) in de vaste fractie overheersen.

1512

Zonnebloemzaad-, saffloer- en katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1512 11 91

zonnebloemzaadolie

Zie onder a) en b) van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk tezamen met letter A van de GS-toelichting op post 1512.

1512 11 99

saffloerolie

Zie onder a) en b) van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk tezamen met letter B van de GS-toelichting op post 1512.

1512 19 90

andere

Deze onderverdeling omvat onder meer geraffineerde zonnebloemzaadolie en geraffineerde saffloerolie.

1512 21 10 t/m 1512 29 90

katoenzaadolie en fracties daarvan

Zie letter C van de GS-toelichting op post 1512.

1514

Koolzaad-, raapzaad-, en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1514 11 10 t/m 1514 19 90

koolzaad- en raapzaadolie met een laag gehalte aan erucazuur, alsmede fracties daarvan

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk, alsmede letter A, tweede alinea, tweede zin, van de GS-toelichting op post 1514.

1515

Andere plantaardige vetten en vette oliën (jojobaolie daaronder begrepen), alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1515 30 10 en 1515 30 90

ricinusolie en fracties daarvan

Ricinusolie wordt ook castorolie, wonderolie, palma-christi-olie of kerva-olie genoemd.

Deze onderverdelingen omvatten niet de purgeerolie, die gewonnen wordt uit de zaden van de „Jatropha curcas”-boom van de familie der wolfsmelkachtigen (Euphorbiaccae). Deze olie wordt ook vaak „Amerikaanse ricinusolie” of „wilde ricinusolie” genoemd (onderverdelingen 1515 90 40 t/m 1515 90 99).

1517

Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516

Voor de definitie van de term „margarine”, zie de GS-toelichting bij postonderverdelingen 1517 10 en 1517 90.

1517 10 10 en 1517 10 90

margarine, andere dan vloeibare margarine

Zie de vijfde alinea, onder A, van de GS-toelichting op post 1517.

Het watergehalte is niet doorslaggevend voor de indeling van de producten onder deze onderverdelingen.

1517 90 91

mengsels van vloeibare vette plantaardige oliën

Tot deze onderverdeling behoren ook mengsels van chemisch gewijzigde plantaardige oliën.

1521

Plantaardige was (andere dan triglyceriden), bijenwas, was van andere insecten, alsmede walschot (spermaceti), ook indien geraffineerd of gekleurd

1521 10 00

plantaardige was

Behalve de onder I van de GS-toelichting op post 1521 beschreven wassoorten behoort tot deze onderverdeling koffiewas die zich in alle delen van de koffieplant (bonen, vruchtwanden, bladeren, enz.) bevindt en die een bijproduct van de bereiding van cafeïnevrije koffie is. Deze was is zwart, ruikt naar koffie en wordt gebruikt voor de vervaardiging van bepaalde reinigingsmiddelen.

1521 90 91

ruw

Tot deze onderverdeling behoort met name was die wordt aangeboden in de vorm van raten.

1521 90 99

andere

Deze onderverdeling omvat gesmolten, geperste of geraffineerde was, ook indien gebleekt of gekleurd.

1522 00

Dégras; afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was

1522 00 31 en 1522 00 39

die olie bevatten die de kenmerken van olijfolie heeft

Zie aanvullende aantekening (GN) 3 op dit hoofdstuk waarin de afvallen zijn genoemd die niet tot deze onderverdelingen behoren.

AFDELING IV

PRODUCTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN; TABAK EN TOT VERBRUIK BEREIDE TABAKSSURROGATEN

HOOFDSTUK 16

BEREIDINGEN VAN VLEES, VAN VIS, VAN SCHAALDIEREN, VAN WEEKDIEREN OF VAN ANDERE ONGEWERVELDE WATERDIEREN

Algemene opmerkingen

Voor de indeling van samengestelde voedselbereidingen (zogenaamde gerede maaltijden daaronder begrepen), bestaande uit bijvoorbeeld worst, vlees, slachtafvallen, vis, schaaldieren, weekdieren, andere ongewervelde waterdieren of een combinatie van deze producten samen met groenten, spaghetti, sausen, enz., wordt verwezen naar aantekening 2 op dit hoofdstuk en de algemene opmerkingen, laatste alinea vóór de uitzonderingen, van de GS-toelichting op dit hoofdstuk.

De bepaling van aantekening 2, eerste alinea, tweede zin (indeling onder de post die betrekking heeft op het bestanddeel dat in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt), is ook van toepassing op de indeling in de onderverdelingen. Het voorafgaande is echter niet van toepassing op bereidingen bedoeld bij de posten 1601 00 en 1602 die lever bevatten (zie de tweede alinea van de aantekening).

Aanvullende aantekening (GN) 2

Over het algemeen kan een deel dat van een deelstuk is afgesneden alleen worden geïdentificeerd als de afmetingen van het deel ongeveer 100 × 80 × 2 mm bedragen.

De uitdrukking „delen daarvan” is alleen van toepassing op de delen waarvan met stelligheid en niet door uitsluiting van andere mogelijkheden kan worden vastgesteld van welk deelstuk (bijvoorbeeld ham) zij afkomstig zijn.

 

1601 00

Worst van alle soorten, van vlees, van slachtafvallen of van bloed; bereidingen van deze producten, voor menselijke consumptie

Het feit dat een product in vakkringen wordt aangemerkt als „worst van alle soorten” is voor de indeling onder deze post niet van doorslaggevende betekenis.

Bereidingen samengesteld uit gehakt of gehomogeniseerd vlees, die hun vorm uitsluitend hebben verkregen als gevolg van het verpakken in blikken of andere vaste bergingsmiddelen, ook indien deze een cilindrische vorm hebben, worden niet aangemerkt als „worst” in de zin van deze post.

1601 00 10

van lever

Deze onderverdeling omvat worst van alle soorten die lever bevat, ook indien vlees, slachtafvallen, spek, vet, enz., zijn toegevoegd, voorzover de producten hun wezenlijke karakter aan de lever ontlenen. Deze producten, gewoonlijk gekookt en soms gerookt, zijn vooral te herkennen aan de kenmerkende leversmaak.

1601 00 91

gedroogde worst en smeerworst, niet gekookt en niet gebakken

Deze onderverdeling omvat worst, niet gekookt en niet gebakken, voorzover zij een rijping heeft ondergaan (bijvoorbeeld door luchtdroging) en voor directe consumptie geschikt is.

Deze producten mogen bovendien zijn gerookt. Hun eiwitten mogen echter niet door enige thermische behandeling (bijvoorbeeld roken bij hoge temperatuur) volledig gecoaguleerd zijn.

Tot deze onderverdeling behoort zowel worst die gewoonlijk in plakjes wordt geconsumeerd (zoals salami, saucisson d'Arles, plockworst) als smeerworst (bijvoorbeeld theeworst).

1601 00 99

andere

Deze onderverdeling omvat onder meer:

1.

worst en bepaalde specialiteiten, vers, die geen rijpingsproces hebben ondergaan;

2.

gekookte worst, bijvoorbeeld Frankfurter worstjes, Straatsburger worstjes, Wener worstjes, mortadelles (metworst), witte pens, zwarte pens, andouilles en andouillettes en andere dergelijke specialiteiten.

1602

Andere bereidingen en conserven, van vlees, van slachtafvallen of van bloed

Zie aanvullende aantekening (GN) 6, onder a), op hoofdstuk 2 ten aanzien van de indeling van niet-gekookt en niet-gebakken gekruid vlees van pluimvee in hoofdstuk 16. Of niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee al dan niet is gekruid, zal worden bepaald door de toepassing van de methoden voor sensorisch onderzoek naar niet-gekookt en niet-gebakken vlees van pluimvee zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1362/2013 (8).

1602 10 00

gehomogeniseerde bereidingen

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk.

1602 20 10 en 1602 20 90

van levers van dieren van alle soorten

Deze onderverdelingen omvatten bereidingen en conserven die lever bevatten, ook indien gemengd met vlees of andere slachtafvallen, voorzover de producten hun wezenlijke karakter aan de lever ontlenen. De belangrijkste producten bedoeld bij deze onderverdelingen zijn bereid uit ganzen- of eendenlever (onderverdelingen 1602 20 10).

1602 31 11 t/m 1602 39 85

van pluimvee bedoeld bij post 0105

Deze onderverdelingen omvatten onder meer pluimvee en delen van pluimvee die, na koking, zijn geconserveerd.

Van deze producten kunnen worden genoemd:

1.

kip in gelei;

2.

helften en vierendelen van kippen in jus en hele dijen van kalkoenen, ganzen of kuikens, ook indien bevroren;

3.

pastei van pluimvee (voornamelijk samengesteld uit vlees van pluimvee waaraan kalfsvlees, varkensvet, truffels en specerijen zijn toegevoegd), ook indien bevroren;

4.

gereedgemaakte gerechten op basis van vlees van pluimvee die, naast het vlees van pluimvee, tevens een portie groenten, rijst, deegwaren, enz., bevatten. Tot deze categorie behoren bijvoorbeeld gerechten als „kip met rijst” of „kip met champignons”, alsmede diepvriesschotels op basis van vlees van pluimvee, waarbij het eigenlijke vleesgerecht en de verschillende aanvullende gerechten op één schotel — gescheiden — worden aangeboden.

Bij het bepalen van het aantal gewichtspercenten vlees van pluimvee wordt het gewicht van de beenderen niet in aanmerking genomen.

1602 31 11

uitsluitend niet-gekookt en niet-gebakken vlees van kalkoenen bevattend

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1602 32 11

niet gekookt en niet gebakken

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1602 39 21

niet gekookt en niet gebakken

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1602 41 10 en 1602 41 90

hammen en delen daarvan

Zie voor de draagwijdte van het begrip „delen daarvan” aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk, alsmede de toelichting daarop.

Van deze onderverdelingen zijn uitgezonderd grof en fijn gehakte producten en producten in de vorm van pastei of gehomogeniseerd, ook indien zij zijn verkregen uit ham of uit delen daarvan.

1602 42 10 en 1602 42 90

schouders en delen daarvan

Zie voor de draagwijdte van het begrip „delen daarvan” de aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk, alsmede de toelichting daarop.

Van deze onderverdelingen zijn uitgezonderd grof en fijn gehakte producten en producten in de vorm van pastei of gehomogeniseerd, ook indien zij zijn verkregen uit schouders of uit delen daarvan.

1602 49 11 t/m 1602 49 50

van varkens (huisdieren)

Bij het bepalen van het aantal gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, ongeacht van welke soort, spek en vet ongeacht van welke aard of herkomst daaronder begrepen, zie Verordening (EEG) nr. 226/89 van de Commissie (PB L 029 van 31.1.1989, blz. 11).

Bij het bepalen van het aantal gewichtspercenten worden gelatine en jus niet in aanmerking genomen.

1602 49 15

andere mengsels die ham, schouder, karbonadestreng of halskarbonade, alsmede delen daarvan bevatten

Zie voor de draagwijdte van het begrip „delen daarvan” aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk, alsmede de toelichting daarop.

Deze onderverdeling omvat mengsels die ten minste een van de in de tekst van de onderverdeling genoemde deelstukken of delen daarvan bevatten, zonder dat het noodzakelijk is dat dat deelstuk of deel daarvan aan het mengsel het wezenlijke karakter verleent. De mengsels kunnen ook vlees of slachtafvallen van andere dieren bevatten.

1602 50 10

niet gekookt en niet gebakken; mengsels van gekookt of gebakken met niet gekookt en niet gebakken

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1602 50 31

corned beef in luchtdichte verpakkingen

Met betrekking tot de onderverdeling 1602 50 31 worden onder de uitdrukking „in luchtdichte verpakkingen” de producten bedoeld die in verpakkingsmiddelen al dan niet vacuüm zijn verpakt om te voorkomen dat lucht of andere gassen erin dan wel eruit zouden kunnen. Zodra de verpakking eenmaal is geopend, is de oorspronkelijke sluiting voorgoed verbroken.

Deze onderverdelingen omvatten producten die onder meer in verzegelde zakken van kunststof zijn verpakt, al dan niet vacuüm.

1602 90 61

niet gekookt en niet gebakken; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte en niet-gebakken slachtafvallen

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

1604

Bereidingen en conserven van vis; kaviaar en kaviaarsurrogaten bereid uit kuit

Zie aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk.

1604 12 91

in luchtdichte verpakkingen

Zie de toelichting op de onderverdeling 1602 50 31.

1604 14 26

filets, zogenaamde „loins”

Tot deze onderverdeling behoren uitsluitend visfilets bedoeld onder punt 1 van de GS-toelichting op post 0304, die de volgende drie kenmerken bezitten:

gekookt of gebakken;

zonder toevoeging van vocht verpakt in een zak van of omgeven door kunststof van de soort gebruikt voor voedingsmiddelen, ook indien vacuüm verpakt of gelast, en

bevroren.

1604 14 36

filets, zogenaamde „loins”

Zie de toelichting op de onderverdeling 1604 14 26.

1604 14 46

filets, zogenaamde „loins”

Zie de toelichting op de onderverdeling 1604 14 26.

1604 19 31

filets, zogenaamde „loins”

Zie de toelichting op de onderverdeling 1604 14 26.

1604 20 05

bereidingen van surimi

Zie de toelichting op de onderverdeling 0304 93 10.

Bereidingen van deze onderverdeling zijn verkregen op basis van surimi die, vermengd met andere producten (bijvoorbeeld meel, zetmeel, eiwitten, vlees van kreeftachtigen, kruiderijen en smaak- en kleurstoffen), een warmtebehandeling heeft ondergaan. Zij worden in het algemeen aangeboden in bevroren toestand.

1605

Bereidingen en conserven van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren

Zie aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk.

1605 29 00

andere

Deze onderverdeling omvat garnaal in luchtdichte verpakkingen (zie de toelichting op de onderverdeling 1602 50 31).

1605 53 10

in luchtdichte verpakkingen

Zie de toelichting op de onderverdeling 1602 50 31.

HOOFDSTUK 17

SUIKER EN SUIKERWERK

1701

Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm

1701 12 10 t/m 1701 14 90

ruwe suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk.

Deze onderverdelingen omvatten onder meer:

1.

bepaalde witte, niet-geraffineerde suiker;

2.

in de suikerfabriek verkregen suiker van het tweede en derde product, ook wel genoemd „suiker van lage titratie”, met een lichtbruine tot donkerbruine kleur vanwege de daarin aanwezige melasse, en met een sacharosegehalte dat gewoonlijk ligt tussen 85 en 98 gewichtspercenten;

3.

suiker die minder zuiver is, afkomstig van de raffinage of de vervaardiging van kandij, bijvoorbeeld basterd- en bruine suiker.

1701 12 10 en 1701 12 90

beetwortelsuiker

Zie de aanvullende GS-toelichting op de onderverdelingen 1701 12, 1701 13 en 1701 14.

1701 13 10 en 1701 13 90

rietsuiker bedoeld bij aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk

Zie de aanvullende GS-toelichting op de onderverdelingen 1701 12, 1701 13 en 1701 14.

1701 14 10 en 1701 14 90

andere rietsuiker

Zie de aanvullende GS-toelichting op de onderverdelingen 1701 12, 1701 13 en 1701 14.

1701 91 00

gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen

Suiker, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, valt onder deze onderverdeling, ook indien het gehalte aan sacharose lager is dan 99,5 gewichtspercenten.

1701 99 10

witte suiker

Zie aanvullende aantekening (GN) 3 op dit hoofdstuk.

Witte suiker van deze onderverdeling is al dan niet geraffineerde suiker, waarvan de kleur in verband met het hoge sacharosegehalte (99,5 gewichtspercenten of meer) gewoonlijk wit is.

Voor de bepaling van het aantal gewichtspercenten sacharose van witte suiker, zoals bedoeld in aanvullende aantekening (GN) 3 op hoofdstuk 17, moet de polarisatiemethode worden toegepast zoals omschreven in bijlage II, methode 10, behorende bij Richtlijn 79/796/EEG van de Commissie (PB L 239 van 22.9.1979, blz. 24).

1702

Andere suiker, chemisch zuivere lactose, maltose, glucose en fructose (levulose) daaronder begrepen, in vaste vorm; suikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen; kunsthonig, ook indien met natuurhonig vermengd; karamel

1702 11 00 en 1702 19 00

lactose (melksuiker) en melksuikerstroop

Zie letter A, punt 1, en letter B, eerste alinea, van de GS-toelichting op post 1702.

1702 30 10

isoglucose

Zie aanvullende aantekening (GN) 5 op dit hoofdstuk.

1702 30 50 en 1702 30 90

andere

Voor de berekening van het gewichtspercentage glucose in het product sluit het begrip „in droge toestand” de aanwezigheid van niet kristallijn gebonden water en kristalwater uit.

1702 40 10

isoglucose

Zie aanvullende aantekening (GN) 5 op dit hoofdstuk.

1702 60 10

isoglucose

Zie aanvullende aantekening (GN) 5 op dit hoofdstuk.

1702 60 80

inulinestroop

Zie aanvullende aantekening (GN) 6, onder a), op dit hoofdstuk.

1702 90 30

isoglucose

Zie aanvullende aantekening (GN) 5 op dit hoofdstuk.

1702 90 80

inulinestroop

Zie aanvullende aantekening (GN) 6, onder b), op dit hoofdstuk.

1702 90 95

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer:

1.

maltose, andere dan chemisch zuivere;

2.

invertsuiker;

3.

sacharosestroop andere dan ahornsuikerstroop, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen;

4.

de oneigenlijk als „high test molasses” aangeduide producten, verkregen door het hydrolyseren en indikken van ruw suikerrietsap, die voornamelijk worden gebruikt als voedingsbodem voor micro-organismen bij de vervaardiging van antibiotica en eveneens voor de vervaardiging van ethylalcohol;

5.

lactulose, andere dan chemisch zuivere.

1703

Melasse verkregen bij de extractie of de raffinage van suiker

1703 10 00

van rietsuiker

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 1703 10.

1704

Suikerwerk zonder cacao (witte chocolade daaronder begrepen)

1704 10 10 en 1704 10 90

kauwgom, ook indien bedekt met een laagje suiker

Onder deze onderverdelingen valt gesuikerde kauwgom, die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van „chicle” of andere soortgelijke niet-eetbare producten, ongeacht in welke vorm (tabletten, dragees, ballen, enz.), zogenaamde „klapkauwgom” daaronder begrepen.

1704 90 10

zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten sacharose, zonder andere toegevoegde stoffen

Deze onderverdeling omvat slechts zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten sacharose, zonder dat daaraan andere suikers, aromatische stoffen of andere stoffen zijn toegevoegd, ook indien in de vorm van broden, blokken, pijpen, tabletten, enz.

Zoethoutextract dat door toevoeging van andere stoffen als suikergoed is toebereid, valt, ongeacht het sacharosegehalte, onder onderverdeling 1704 90 99.

1704 90 30

witte chocolade

Zie de tweede alinea, punt 6, van de GS-toelichting op post 1704.

1704 90 51 t/m 1704 90 99

ander

Deze onderverdelingen omvatten een groot deel van de gesuikerde eetbare bereidingen, die onder de verzamelnaam „suikerwerk” of „suikergoed” bekend zijn. Indien deze producten een gedistilleerde drank of likeur bevatten, blijven ze onder deze onderverdelingen.

Deze onderverdelingen omvatten eveneens suikerbereidingen (pasta's of spijs) die in het algemeen voorkomen in de vorm van klompen of broden en die als halffabrikaten gebruikt worden voor het maken van fondants, marsepein, noga, enz. Deze halffabrikaten blijven eveneens onder deze onderverdelingen ingedeeld indien hun suikergehalte bij de verwerking tot eindproduct nog moet worden verhoogd, zulks voorzover zij op grond van hun samenstelling specifiek en definitief bestemd zijn voor een bepaalde soort suikerwerk.

Van deze onderverdelingen bijvoorbeeld zijn uitgezonderd:

a)

consumptie-ijs, ook indien aangeboden op een stokje (ijslollies) (post 2105 00);

b)

mengsels in uiteenlopende verhoudingen, van suikergoed dat cacao bevat met suikergoed zonder cacao, verpakt om als zodanig te worden verkocht (post 1806).

1704 90 51

pasta's en spijs, marsepein daaronder begrepen, in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van 1 kg of meer

Zie de tweede alinea, de punten 4 en 9, van de GS-toelichting op post 1704.

Deze onderverdeling omvat eveneens suikerpreparaten, zoals suikerglazuur, voor het glaceren.

1704 90 55

keelpastilles en hoestbonbons

Zie de tweede alinea, punt 5, van de GS-toelichting op post 1704.

1704 90 61

dragees en dergelijke met een suikerlaag omhulde artikelen

Deze onderverdeling omvat geglaceerde artikelen, bijvoorbeeld amandelen omgeven door een suikerlaag.

1704 90 65

gom- en geleiproducten, vruchtenpasta's toebereid als suikergoed daaronder begrepen

Gom- en geleiproducten zijn artikelen die zijn gemaakt van geleiachtige stoffen (zoals Arabische gom, gelatine, pectine en bepaalde zetmelen), suiker en smaakstoffen. Zij komen voor in verschillende vormen, bijvoorbeeld als dierfiguurtjes.

1704 90 71

zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk, ook indien gevuld

Deze onderverdeling omvat harde, soms ook brosse, doorzichtige of ondoorzichtige producten. Zij worden voornamelijk verkregen door suiker in te koken onder toevoeging van kleine hoeveelheden andere stoffen (met uitzondering van vetstoffen), teneinde een grote verscheidenheid aan smaken, structuren en kleuren te verkrijgen. In bepaalde gevallen zijn de producten ook gevuld.

1704 90 75

karamels, toffees en dergelijke

Karamels, toffees en dergelijke zijn producten die evenals zuurtjes en dergelijk hardgekookt suikerwerk zijn verkregen door het koken van suikers, maar met toevoeging van vetstoffen.

1704 90 81

verkregen door samenpersing

Deze onderverdeling omvat suikerwerk dat in verschillende vormen wordt aangeboden en dat wordt verkregen door samenpersing, al dan niet met een bindmiddel.

1704 90 99

ander

Voorzover niet meer specifiek omschreven in een van de voorgaande onderverdelingen, behoren tot deze onderverdeling bijvoorbeeld:

1.

fondant;

2.

marsepein in onmiddellijke verpakking met een netto-inhoud van minder dan 1 kg (marsepein in andere verpakkingen: onderverdeling 1704 90 51);

3.

noga;

4.

zoethoutextract aangeboden (dat wil zeggen toebereid) in de vorm van suikergoed.

HOOFDSTUK 18

CACAO EN BEREIDINGEN DAARVAN

1801 00 00

Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand

De cacaoboon bevat 49 tot 54 gewichtspercenten vet, cacaoboter genoemd, 8 tot 10 gewichtspercenten zetmeel, 8 tot 10 gewichtspercenten eiwit, 1 tot 2 gewichtspercenten theobromine, 5 tot 10 gewichtspercenten looistoffen (catechine of cacaorood), 4 tot 6 gewichtspercenten cellulose, 2 tot 3 gewichtspercenten mineralen, sterolen (vitamine D) en verschillende fermenten.

1803

Cacaopasta, ook indien ontvet

Cacaopasta, ook indien in stukken, behandeld met alkalische stoffen teneinde de oplosbaarheid daarvan te verbeteren, blijft ingedeeld onder deze post. Deze post omvat evenwel niet cacaopasta dat aldus is behandeld maar in poedervorm wordt aangeboden (post 1805 00 00).

1805 00 00

Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Hiertoe behoort ook cacaopoeder waaraan kleine hoeveelheden (ongeveer 5 gewichtspercenten) lecithine is toegevoegd. Deze toevoeging heeft enkel tot gevolg dat het cacaopoeder beter in vloeistoffen dispergeert, waardoor het bereiden van dranken op basis van cacao gemakkelijker wordt (oplosbare cacao).

1806

Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten

Uitsluitend producten die cacaobonen, cacaopasta of cacaopoeder bevatten worden geacht cacao te bevatten in de zin van post 1806.

1806 20 10

met een gehalte aan cacaoboter van 31 of meer gewichtspercenten of met een totaalgehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van 31 of meer gewichtspercenten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten die in het algemeen „couverture-chocolade” of „couverture-melkchocolade” worden genoemd.

1806 20 30

met een totaalgehalte aan cacaoboter en van melk afkomstige vetstoffen van 25 of meer doch minder dan 31 gewichtspercenten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten die in het algemeen „melkchocolade” worden genoemd.

1806 20 50

met een gehalte aan cacaoboter van 18 of meer gewichtspercenten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten die in het algemeen „bittere chocolade” of „pure chocolade” worden genoemd.

1806 20 70

zogenaamde „chocolate milk crumb”

„Chocolate milk crumb” genoemde bereidingen worden verkregen door het vacuüm drogen van een innig waterig mengsel van suikers, melk en cacao. Deze bereidingen worden in de regel gebruikt voor de vervaardiging van melkchocolade. Het product kan worden aangeboden in de vorm van onregelmatige, brosse stukken of in poedervorm. In het algemeen bedraagt het suikergehalte tussen 35 en 70 gewichtspercenten, het gehalte aan vaste stoffen afkomstig uit melk tussen 15 en 50 gewichtspercenten en het cacaogehalte tussen 5 en 30 gewichtspercenten.

Door het speciale procédé dat bij de vervaardiging wordt aangewend, kristalliseren de suikers.

1806 20 95

andere

Tot deze onderverdeling behoren de andere cacaobevattende bereidingen zoals pralinepasta, cacaoglazuur en boterhampasta met cacao.

1806 31 00

gevuld

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 1806 31.

1806 32 10

met toegevoegde granen, noten of andere vruchten

Tot deze onderverdeling behoort onder meer chocolade, aangeboden in de vorm van tabletten of repen, die granen, noten of andere vruchten, geheel of in stukken, die door de massa verdeeld zijn, bevat.

1806 90 11 en 1806 90 19

bonbons of pralines, ook indien gevuld

Voor de toepassing van het begrip „gevuld” is de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 1806 31 van overeenkomstige toepassing.

Tot deze onderverdelingen behoren eenhapsproducten bestaande uit:

gevulde chocolade, of

chocolade en andere voedingsmiddelen in verschillende lagen, of

een mengsel van chocolade en andere voedingsmiddelen.

1806 90 11

alcohol bevattend

Assortimenten van bonbons of pralines met alcohol en bonbons of pralines zonder alcohol moeten worden ingedeeld met toepassing van algemene regel 3, onder b), voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur.

1806 90 19

andere

Zie de toelichting op onderverdeling 1806 90 11.

1806 90 31

gevuld

Voor de toepassing van het begrip „gevuld” is de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 1806 31 van overeenkomstige toepassing.

Tot deze onderverdeling behoren onder meer gevulde chocolade paaseieren en gevulde kerstartikelen.

1806 90 39

niet gevuld

Tot deze onderverdeling behoren onder meer hagelslag, chocoladevlokken, geraspte chocolade en massieve of holle chocoladefiguurtjes.

1806 90 50

suikerwerk en overeenkomstige bereidingen op basis van suiker vervangende stoffen, die cacao bevatten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de suikerwerken bedoeld bij post 1704 die cacao bevatten, met name karamels, toffees en dragees waaraan cacao is toegevoegd.

1806 90 60

boterhampasta die cacao bevat

Tot deze onderverdeling behoren boterhampasta's die cacao bevatten in onmiddellijke verpakkingen met een netto-inhoud van niet meer dan 2 kg.

1806 90 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer cacaobevattende poeders voor de vervaardiging van vla, consumptie-ijs, desserts en dergelijke bereidingen, voorzover zij niet blijkens de algemene opmerkingen van de toelichtingen op dit hoofdstuk zijn uitgezonderd.

HOOFDSTUK 19

BEREIDINGEN VAN GRAAN, VAN MEEL, VAN ZETMEEL OF VAN MELK; GEBAK

Algemene opmerkingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt het aantal gewichtspercenten cacaopoeder gewoonlijk berekend door vermenigvuldiging van de som van het aantal gewichtspercenten theobromine en het aantal gewichtspercenten cafeïne met de factor 31.

Het aantal gewichtspercenten theobromine en het aantal gewichtspercenten cafeïne dienen te worden bepaald door middel van hogedrukvloeistofchromatografie.

Voor producten die cafeïne of theobromine bevatten uit andere bronnen dan cacao, moet bij het berekenen van het gehalte aan cacao geen rekening worden gehouden met deze extra hoeveelheden cafeïne of theobromine.

1901

Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 , geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen

Uitsluitend producten die cacaobonen, cacaopasta of cacaopoeder bevatten worden geacht cacao te bevatten in de zin van post 1901.

1901 20 00

mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905

Tot deze onderverdeling behoort onder meer het bereide deeg bedoeld onder punt II, achtste alinea, punt 7 en 8, van de GS-toelichting op post 1901.

Van deze onderverdeling zijn uitgezonderd dunne bladen gebakken en gedroogd meel- of zetmeeldeeg, ook indien bestemd voor het bedekken van bepaald gebak (post 1905).

1901 90 11 en 1901 90 19

moutextract

Zie punt I van de GS-toelichting op post 1901.

Moutextract bevat dextrine, maltose, eiwitten, vitamines, enzymen en aromatische bestanddelen.

Deze onderverdelingen omvatten geen bereidingen voor kindervoeding, verpakt voor de verkoop in het klein, die moutextract bevatten, ook al is het moutextract een wezenlijk bestanddeel (onderverdeling 1901 10 00).

1902

Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden) dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; koeskoes, ook indien bereid

1902 20 91

gekookt of gebakken

Deze onderverdeling omvat eveneens voorgekookte deegwaren.

1902 30 10

gedroogd

Voor de toepassing van deze onderverdeling wordt onder „gedroogd” verstaan producten in droge en breekbare staat met een laag vochtgehalte (tot circa 12 %), die ofwel direct in de zon zijn gedroogd ofwel een industrieel droogproces hebben ondergaan (bijvoorbeeld tunneldrogen, roosteren of bakken).

1902 40 90

andere

Deze onderverdeling omvat bereide koeskoes, dat wil zeggen koeskoes die wordt aangeboden met bijvoorbeeld vlees, groenten en andere ingrediënten, op voorwaarde evenwel dat de bereiding niet meer dan 20 gewichtspercenten vlees bevat.

1904

Graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (bijvoorbeeld cornflakes); granen (andere dan mais) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen

Zie de aantekeningen 3 en 4 op dit hoofdstuk.

Uitsluitend producten die cacaobonen, cacaopasta of cacaopoeder bevatten worden geacht cacao te bevatten in de zin van post 1904.

1904 10 10 t/m 1904 10 90

graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren

De preparaten die zijn verkregen door middel van het procédé bedoeld onder letter A, vierde alinea, van de GS-toelichting op post 1904, daaronder begrepen de preparaten verkregen uit andere granen, blijven onder deze onderverdelingen ingedeeld ook indien zij na het poffen zijn verwerkt tot meel, gries of pellets.

Tot deze onderverdelingen behoort ook onregelmatig gevormd verpakkingsvulmateriaal, vervaardigd voor de extrusie van bijvoorbeeld maisgries, ook indien het door denaturering ongeschikt is gemaakt voor menselijke consumptie.

1904 20 10 t/m 1904 20 99

bereidingen voor menselijke consumptie verkregen uit ongeroosterde graanvlokken of uit mengsels van ongeroosterde graanvlokken en geroosterde graanvlokken of gepofte granen

Zie letter B van de GS-toelichting op post 1904.

1904 30 00

bulgurtarwe

Zie letter C van de GS-toelichting op post 1904.

1904 90 10 en 1904 90 80

andere

Zie letter D van de GS-toelichting op post 1904.

1905

Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel

Tot deze post behoren gebruiksklare cocktailsnacks in de vorm van bv. droge erwten of pinda's die volledig met een laag deeg bedekt zijn indien de deeglaag, gelet op de dikte en smaak, het wezenlijke karakter van het product bepaalt.

Uitsluitend producten die cacaobonen, cacaopasta of cacaopoeder bevatten worden geacht cacao te bevatten in de zin van post 1905.

Bereid deeg, in vorm gebracht deeg daaronder begrepen, ook indien dit cacao bevat, voor de vervaardiging van brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, is van deze post uitgezonderd (onderverdeling 1901 20 00).

1905 10 00

bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd

Zie letter A, punt 4, van de GS-toelichting op post 1905.

Deze onderverdeling omvat ook dergelijke producten verkregen door extrusie.

1905 20 10 t/m 1905 20 90

ontbijtkoek

Zie letter A, punt 6, van de GS-toelichting op post 1905.

Speculaas en „Russisch-Brot” (Patience-Gebäck) vallen niet onder deze onderverdelingen.

1905 31 11 t/m 1905 31 99

koekjes en biscuits, gezoet

Zie de aanvullende aantekeningen (GN) 1 en 2 op dit hoofdstuk, alsmede letter A, punt 8, onder b), van de GS-toelichting op post 1905.

Deze onderverdelingen omvatten ook dergelijke producten verkregen door extrusie.

1905 31 30

met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van 8 of meer gewichtspercenten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer boterkoekjes en boterbiscuits.

1905 31 91

dubbele koekjes of biscuits, met tussenlaag

Tot deze onderverdeling behoren producten bestaande uit twee biscuits met daartussen een laag vulling, bijvoorbeeld chocolade, jam, fondant, crème of notenpasta.

1905 32 05 t/m 1905 32 99

wafels en wafeltjes

Zie de aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk, alsmede letter A, punt 9, van de GS-toelichting op post 1905.

1905 32 91

gezouten, ook indien gevuld

Tot deze onderverdeling behoren onder meer kaaswafels en -wafeltjes.

1905 40 10 en 1905 40 90

beschuit, geroosterd brood en dergelijke geroosterde producten

Zie letter A, punt 5, van de GS-toelichting op post 1905.

1905 90 20

ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten, van meel of van zetmeel

Zie letter B van de GS-toelichting op post 1905.

1905 90 30

brood waaraan geen honig, eieren, kaas of vruchten zijn toegevoegd, met een gehalte aan suikers en aan vetstoffen van elk niet meer dan 5 gewichtspercenten, berekend op de droge stof

De term „brood” omvat het product in verschillende afmetingen.

Deze onderverdeling omvat niet alleen gewoon brood, zoals volkorenbrood, maar ook speciale producten zoals glutenbrood voor diabetici en scheepsbeschuiten.

1905 90 45

koekjes en biscuits

Zie letter A, punt 8, onder a) en c), van de GS-toelichting op post 1905.

1905 90 55

geëxtrudeerde en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd

Zie letter A, de punten 7 en 15, van de GS-toelichting op post 1905.

1905 90 60

gezoet

Tot deze onderverdeling behoren de banketbakkerijproducten die niet onder een van de vorengenoemde onderverdelingen vallen, zoals taart, rozijnen- en krentenbrood, schuimpjes, brioches en croissants.

1905 90 90

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer quiches, pizza's en brood dat niet bedoeld is bij de onderverdelingen 1905 90 30 en 1905 90 60.

Tot deze onderverdeling behoort eveneens onregelmatig gevormd verpakkingsvulmateriaal, vervaardigd door de extrusie van zetmeel, ook indien het door denaturering ongeschikt is gemaakt voor menselijke consumptie.

HOOFDSTUK 20

BEREIDINGEN VAN GROENTEN, VAN VRUCHTEN EN VAN ANDERE PLANTENDELEN

Algemene opmerkingen

Tot dit hoofdstuk behoren gebruiksklare cocktailsnacks in de vorm van bv. droge erwten of pinda's die slechts gedeeltelijk met een laag deeg bedekt zijn en waarbij het wezenlijke karakter van het product bijgevolg bepaald wordt door de groenten, vruchten, noten of andere plantendelen.

Dit hoofdstuk omvat ook komkommers en augurken die een volledige melkzuurgisting hebben ondergaan.

Komkommers en augurken die daarentegen geen volledige melkzuurgisting hebben ondergaan en voorlopig zijn verduurzaamd in pekel, moeten worden ingedeeld onder onderverdeling 0711 40 00 indien zij niet geschikt zijn voor dadelijke consumptie. Deze producten hebben doorgaans een zoutgehalte van ten minste 10 gewichtspercenten.

Aantekening 4

Voor de bepaling van het aantal gewichtspercenten droge stof van tomatensap dient de analysemethode te worden toegepast als omschreven in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1979/82 van de Commissie (PB L 214 van 22.7.1982, blz. 12).

Aanvullende aantekening (GN) 1

Bij het bepalen van het zuurgehalte moeten evenredige delen van de vloeistof en de vaste stoffen van het product worden gehomogeniseerd.

 

2001

Groenten, vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur

Zie aantekening 3 op dit hoofdstuk.

2001 90 10

mangochutney

Onder mangochutney, in de zin van deze onderverdeling en van onderverdeling 2103 90 10, wordt verstaan een bereiding van mango's waaraan diverse producten zijn toegevoegd, zoals gember, rozijnen, peper en suiker.

Terwijl de mangochutney van deze onderverdeling nog stukken vruchten bevat, komt de mangochutney van onderverdeling 2103 90 10 voor in de vorm van een min of meer vloeibare, volledig gehomogeniseerde saus.

2001 90 50

paddestoelen

Deze onderverdeling omvat niet paddenstoelen die enkel voorlopig zijn verduurzaamd door middel van de behandelingen genoemd in post 0711, bijvoorbeeld door middel van een sterke pekeloplossing vermengd met azijn of azijnzuur.

2002

Tomaten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur

2002 10 10 en 2002 10 90

tomaten, geheel of in stukken

Deze onderverdelingen hebben onder meer betrekking op door sterilisatie verduurzaamde tomaten, geheel of in stukken, ook indien gepeld.

2002 90 11 t/m 2002 90 99

andere

Deze onderverdelingen hebben onder meer betrekking op tomatenpuree, ook in de vorm van broden, op tomatenpasta, alsmede op tomatensap dat 7 of meer gewichtspercenten droge stof bevat. Verder valt hieronder tomatenpoeder dat is verkregen door het dehydreren van tomatensap. Tomatenpoeder dat is vervaardigd door in schijfjes gesneden tomaten te drogen en de verkregen vlokken vervolgens te vermalen, moet daarentegen worden ingedeeld onder onderverdeling 0712 90 30.

2004

Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

Zie aantekening 3 op dit hoofdstuk.

Deze post heeft geen betrekking op bereidingen van de producten bedoeld bij post 0714, die niet als groenten worden beschouwd (onderverdeling 2001 90 40, 2006 00 38, 2006 00 99 of 2008 99 91).

2004 10 10

enkel gekookt of gebakken

Tot deze onderverdeling behoren onder meer de producten bedoeld in de tweede alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 2004.

2004 10 91 en 2004 10 99

andere

Tot deze onderverdelingen behoren onder meer de producten bedoeld in de tweede alinea, punt 3, van de GS-toelichting op post 2004.

2004 90 50

erwten (Pisum sativum) en bonen in de dop (Phaseolus spp.)

Als „bonen” in de zin van deze onderverdeling worden alleen aangemerkt bonen van de Phaseolus- of Vigna-soorten, die in onrijpe toestand geoogst worden en die in hun geheel eetbaar zijn. De peulen kunnen verschillend van kleur zijn: bijvoorbeeld effen groen, groen met grijze of met blauwe strepen en geelachtig (boterbonen).

2005

Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

De toelichting op post 2004 is van overeenkomstige toepassing.

Onder deze post valt eveneens het zogenaamde „papad”, bestaande uit vellen van gedroogd deeg, bereid op basis van meel van peulvruchten, zout, kruiden, olie, rijsmiddelen en soms kleine hoeveelheden meel van graan of van rijst.

2005 10 00

gehomogeniseerde groenten

Zie aanvullende aantekening 1 op dit hoofdstuk.

2005 20 80

andere

Tot deze onderverdeling behoren onder meer aardappelen in schijfjes of in staafjes, in vet of in olie voorgebakken, gekoeld en vacuüm verpakt.

2005 70 00

olijven

Deze onderverdeling omvat olijven bedoeld in de vierde alinea, punt 1, van de GS-toelichting op post 2005, ook indien ze gevuld zijn met groenten (bijvoorbeeld scherp- of niet-scherpsmakende pepers), met vruchten (bijvoorbeeld amandelen) of met een mengsel van groenten en vruchten.

2006 00

Groenten, vruchten, vruchtenschillen en andere plantendelen, gekonfijt met suiker (uitgedropen, geglaceerd of uitgekristalliseerd)

2006 00 31 t/m 2006 00 38

met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

Zie voor de bepaling van het suikergehalte aanvullende aantekening (GN) 2, onder a), op dit hoofdstuk.

2007

Jam, vruchtengelei, marmelade, vruchtenmoes en vruchtenpasta, door koken of stoven verkregen, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Het begrip „door koken of stoven verkregen” is omschreven in aantekening 5 op dit hoofdstuk.

Zie voor de bepaling van het suikergehalte aanvullende aantekening (GN) 2, onder a), op dit hoofdstuk.

2007 10 10 t/m 2007 10 99

gehomogeniseerde bereidingen

Zie aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk.

2008

Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen

Zie voor de bepaling van het suikergehalte aanvullende aantekening (GN) 2, onder a), op dit hoofdstuk.

Het begrip „met toegevoegde suiker” wordt omschreven in aanvullende aantekening (GN) 3 op dit hoofdstuk.

Het begrip „met een effectief alcohol-massagehalte” wordt omschreven in aanvullende aantekening (GN) 4 op dit hoofdstuk.

2008 11 10 t/m 2008 19 99

noten, grondnoten en andere zaden, ook indien onderling vermengd

Deze onderverdelingen omvatten onder meer de producten bedoeld in de tweede alinea, de punten 1 en 2, van de GS-toelichting op post 2008, alsmede mengsels daarvan.

Tot deze onderverdelingen behoren eveneens producten die:

1.

voorkomen in de vorm van schilfers en kleine stukjes; zij worden onder meer in de banketbakkerij gebruikt;

2.

fijngemaakt of gemalen zijn in de vorm van een pasta, ook indien andere stoffen zijn toegevoegd.

Daarentegen zijn van deze onderverdelingen pasta's of spijs voor de vervaardiging van marsepein, noga, enz., bedoeld bij post 1704, uitgezonderd.

2008 19 12 t/m 2008 19 99

andere, mengsels daaronder begrepen

Deze onderverdelingen omvatten noten en andere zaden met uitzondering van grondnoten. Hiertoe behoren ook mengsels van de verschillende noten en andere zaden, die waarbij grondnoten het hoofdbestanddeel vormen daaronder begrepen.

2008 30 51

partjes van pompelmoezen en van pomelo's

Als partjes in de zin van deze onderverdeling worden beschouwd de natuurlijke partjes van de vrucht die niet verder in stukken zijn verdeeld.

De aanwezigheid van een geringe hoeveelheid gebroken partjes, die niet het gevolg is van een specifieke behandeling, heeft geen invloed op de indeling van deze producten.

2008 30 71

partjes van pompelmoezen en van pomelo's

Zie de toelichting op onderverdeling 2008 30 51.

2009

Ongegiste vruchtensappen (druivenmost daaronder begrepen) en ongegiste groentensappen, zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

Het begrip „ongegiste sappen, zonder toegevoegde alcohol” is omschreven in aantekening 6 op dit hoofdstuk.

Het begrip „brixwaarde” is omschreven in aanvullende aantekening 3 op dit hoofdstuk.

Het begrip „gehalte aan toegevoegde suiker” is omschreven in aanvullende aantekening (GN) 5, onder a), op dit hoofdstuk.

Voor de toepassing van aanvullende aantekening (GN) 5, onder b), op dit hoofdstuk worden producten waaraan suiker is toegevoegd in een zodanige hoeveelheid dat zij minder dan 50 gewichtspercenten vruchtensap bevatten, geacht hun oorspronkelijke karakter van vruchtensap als bedoeld bij post 2009 te hebben verloren.

Om vast te stellen of de producten door de toevoeging van suiker hun oorspronkelijke karakter al of niet hebben verloren, moeten uitsluitend de aanvullende aantekeningen (GN) 2 en 5 op dit hoofdstuk worden toegepast. Het gehalte aan diverse suikers, berekend als sacharose, wordt bepaald overeenkomstig de genoemde aanvullende aantekening (GN) 2. Indien het gehalte aan toegevoegde suiker, berekend overeenkomstig aanvullende aantekening (GN) 5, onder a), op dit hoofdstuk, meer bedraagt dan 50 gewichtspercenten, is het berekende gehalte aan vruchtensap minder dan 50 gewichtspercenten, zodat het product niet onder post 2009 moet worden ingedeeld.

Aanvullende aantekening (GN) 5, onder b), op dit hoofdstuk moet niet worden toegepast op geconcentreerde natuurlijke vruchtensappen.

Geconcentreerde natuurlijke vruchtensappen worden daarom niet van post 2009 uitgesloten.

Zie wat betreft de toevoeging van andere stoffen aan producten van post 2009 de GS-toelichting op post 2009.

VOORBEELD

De analyse van een monster sinaasappelsap geeft het volgende resultaat:

refractometerwaarde bij een temperatuur van 20 °C: 65,3;

berekend gehalte aan diverse suikers, berekend als sacharose (aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk): 62,0 (65,3 × 0,95);

berekend gehalte aan toegevoegde suiker (aanvullende aantekening (GN) 5 op dit hoofdstuk): 49 gewichtspercenten (62,0–13);

berekend gehalte aan vruchtensap: 51 gewichtspercenten (100–49).

Conclusie: het monster wordt geacht zijn oorspronkelijke karakter van vruchtensap in de zin van aanvullende aantekening (GN) 5, onder b), op dit hoofdstuk te hebben behouden, omdat het berekend gehalte aan vruchtensap meer is dan 50 gewichtspercenten.

2009 11 11 t/m 2009 11 99

bevroren

Zie de aanvullende GS-toelichting op onderverdeling 2009 11.

2009 50 10 en 2009 50 90

tomatensap

Zie aantekening 4 op dit hoofdstuk alsmede de toelichting daarop.

2009 69 51

geconcentreerd

Zie aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

2009 69 71

geconcentreerd

Zie aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

HOOFDSTUK 21

DIVERSE PRODUCTEN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE

Algemene opmerkingen

De indeling van „voedingssupplementen” (als bedoeld in punt 16 van de GS-toelichting op post 2106), met name van andere producten voor menselijke consumptie die zijn opgemaakt in afgemeten hoeveelheden zoals capsules, tabletten, pastilles en pillen, en die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedingssupplement, moet ook worden getoetst aan de criteria die zijn vastgesteld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de gevoegde zaken C-410/08 tot C-412/08 („Swiss Caps”).

 

Aanvullende aantekening (GN) 1

Deze aanvullende aantekening (GN) betreft met name maltodextrine.

 

2101

Extracten, essences en concentraten, van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie, van thee of van maté; gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan

2101 11 00

Extracten, essences en concentraten

Tot deze onderverdeling behoren onder meer extracten, essences en concentraten, van koffie, in de vorm van poeder, korrels, vlokken, blokken of in andere vaste vorm.

Tot deze onderverdeling behoren onder meer extracten, essences en concentraten, van koffie, in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, ook indien bevroren. Deze producten worden voornamelijk gebruikt bij de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie (bijvoorbeeld bij de vervaardiging van bonbons, gebak, consumptie-ijs).

2101 30 19

andere

Tot deze onderverdeling behoort ook niet-gekiemde, gebrande gerst, ontdaan van het kafje, die in de bierbrouwerij kan worden gebruikt voor het op kleur en op smaak brengen van het bier en die eveneens als koffiesurrogaat kan dienen.

2102

Gist, ook indien inactief; andere eencellige micro-organismen, dood (andere dan de vaccins bedoeld bij post 3002 ); samengesteld bakpoeder

2102 10 10

reinculturen van gist

Zie letter A, derde alinea, punt 4, van de GS-toelichting op post 2102.

Deze gist wordt op een speciale voedingsbodem gekweekt voor specifieke doeleinden. Hij wordt vooral gebruikt voor de bereiding van gedistilleerde dranken en wijn. Met behulp ervan kunnen vergiste producten met een eigen karakter worden verkregen.

2102 20 11 en 2102 20 19

inactieve gist

Deze gist wordt omschreven in letter A, vierde en de vijfde alinea, van de GS-toelichting op post 2102. De gist wordt in de handel gebracht als voedingsgist en meestal aangeboden in de vorm van poeder, schilfers of korrels.

2102 20 90

andere

Zie letter B van de GS-toelichting op post 2102.

2102 30 00

samengesteld bakpoeder

Zie letter C van de GS-toelichting op post 2102.

2103

Sausen en preparaten voor sausen; samengestelde kruiderijen en dergelijke producten; mosterdmeel en bereide mosterd

2103 90 10

mangochutney, vloeibaar

Onder mangochutney in de zin van deze onderverdeling wordt verstaan een bereiding van mango's waaraan diverse producten zijn toegevoegd, zoals gember, rozijnen, peper en suiker.

De mangochutney van deze onderverdeling komt voor in de vorm van een min of meer vloeibare, volledig gehomogeniseerde saus.

2103 90 30

aromatische bitters met een alcohol-volumegehalte van 44,2 of meer doch niet meer dan 49,2 % vol, bevattende 1,5 of meer doch niet meer dan 6 gewichtspercenten gentianine, kruiden en diverse ingrediënten en met een suikergehalte van 4 of meer doch niet meer dan 10 gewichtspercenten in verpakkingen met een inhoudsruimte van niet meer dan 0,5 l

De bij deze onderverdeling bedoelde producten zijn geconcentreerde vloeibare alcoholische preparaten die hun tegelijk bittere en sterk aromatische smaak ontlenen aan de bij de vervaardiging van deze bitters gebruikte gentiaanwortels, kruiden en aromatische stoffen.

Deze geconcentreerde aromatische bitters worden gebruikt om een bijzondere smaak te geven aan dranken (bijvoorbeeld cocktails, siropen of limonades) of, zoals met sausen of samengestelde kruiden het geval is, in de keuken of de banketbakkerij om de smaak van bepaalde spijzen te verfijnen (bijvoorbeeld van soepen, vlees-, vis- of groentegerechten, sausen, worst en vleeswaren, compotes en vruchtensalades, vruchtentaarten, nagerechten en sorbets).

Deze aromatische bitters worden in het algemeen in de handel gebracht met de benaming „Angostura bitter”.

2104

Preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon; samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie

2104 20 00

samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie

Zie voor het begrip „samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie” aantekening 3 op dit hoofdstuk.

De zin „Die bereidingen mogen kleine hoeveelheden zichtbare deeltjes bevatten.” in aantekening 3 bij hoofdstuk 21 impliceert geen grenswaarde in het percentage in gewicht of grootte van deze zichtbare deeltjes om het product onder onderverdeling 2104 20 00 in te delen. Het begrip „kleine hoeveelheden zichtbare deeltjes” moet op basis van de objectieve kenmerken van het product worden geïnterpreteerd: er moet worden beoordeeld of de zichtbare deeltjes in een dusdanige hoeveelheid zijn toegevoegd dat zij een aanzienlijke volume van het product vormen. Als dat het geval is, dient het product elders te worden ingedeeld (bijvoorbeeld bij post 2005) aangezien het zijn karakter van samengesteld gehomogeniseerd product voor menselijke consumptie heeft verloren.

2105 00

Consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend

Als „consumptie-ijs” in de zin van deze post worden aangemerkt voedingsmiddelen, al dan niet gereed voor de verkoop in het klein, die al dan niet cacao of chocolade (ook als omhulling) bevatten, waarvan de vaste of pasteuze toestand door bevriezing is verkregen en die als zodanig kunnen worden gebruikt als consumptie-ijs.

Deze producten kenmerken zich door de eigenschap, dat zij overgaan in vloeibare of halfvloeibare toestand indien zij in een omgeving worden geplaatst met een temperatuur van ongeveer 0 °C.

Daarentegen worden bereidingen die er weliswaar uitzien als consumptie-ijs, doch niet de voornoemde kenmerkende eigenschap bezitten, naar gelang van het geval onder post 1806, 1901 of 2106 ingedeeld.

De onder deze onderverdeling vallende producten hebben allerlei benamingen (ijs, ijscrème, cassata, Napolitaanse schijven, enz.) en worden in verschillende vormen in de handel gebracht; zij kunnen cacao of chocolade, suiker, plantaardige of van melk afkomstige vetstoffen, al dan niet afgeroomde melk, vruchten, stabilisatiemiddelen, aromatiserende bestanddelen, kleurstoffen, enz., bevatten.

Het totale gehalte aan vetstoffen gaat in het algemeen 15 gewichtspercenten van het gerede product niet te boven. Bepaalde soorten consumptie-ijs, waarvoor bij de vervaardiging een aanzienlijke hoeveelheid room wordt gebruikt, kunnen echter een totaal vetgehalte van ongeveer 20 gewichtspercenten vertonen.

Bij de vervaardiging van sommige soorten consumptie-ijs wordt, ter verhoging van het volume, lucht in de gebruikte grondstof geblazen.

Uitsluitend producten die cacaobonen, cacaopasta of cacaopoeder bevatten worden geacht cacao te bevatten in de zin van post 2105 00.

Zie ook de GS-toelichting op post 2105, in het bijzonder met betrekking tot de uitzonderingen.

2106

Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen

2106 10 20 en 2106 10 80

proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen

Zie de tweede alinea, punt 6, van de GS-toelichting op post 2106 (met uitzondering van het gedeelte betreffende de proteïnehydrolysaten).

Melkproteïneconcentraten zijn van deze onderverdelingen uitgezonderd (onderverdeling 0404 90 of post 3504 00).

Bij de bepaling van het sacharosegehalte voor de indeling van goederen onder deze onderverdelingen dient tevens rekening te worden gehouden met de aanwezige invertsuiker berekend als sacharose.

2106 90 20

samengestelde alcoholhoudende preparaten, andere dan op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken

Zie de tweede alinea, punt 7, van de GS-toelichting op post 2106.

Zie aanvullende aantekening (GN) 2 op dit hoofdstuk.

Van deze onderverdeling zijn uitgezonderd soortgelijke samengestelde preparaten met een alcoholvolumegehalte van niet meer dan 0,5 % vol (onderverdeling 2106 90 92 of 2106 90 98).

2106 90 30

isoglucose

Zie aanvullende aantekening (GN) 3 op dit hoofdstuk.

2106 90 92 en 2106 90 98

andere

Zie de tweede alinea, de punten 1 t/m 5, 8 t/m 11 en 13 t/m 16, van de GS-toelichting op post 2106, evenals de derde alinea van de toelichting op de onderverdelingen 2106 10 20 en 2106 10 80.

HOOFDSTUK 22

DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN

Algemene opmerkingen

Indien in dit hoofdstuk een onderscheid wordt gemaakt tussen producten in verpakkingen met een inhoud van 2 liter of minder en een inhoud van meer dan 2 liter, dient de hoeveelheid vloeistof die zich in deze verpakking bevindt, in aanmerking te worden genomen en niet de inhoudsmaat van de verpakking.

Onder dit hoofdstuk vallen eveneens, voorzover het geen geneesmiddelen betreft, opwekkende middelen (tonica) die, ook indien zij slechts in kleine hoeveelheden (bijvoorbeeld met een lepel) worden ingenomen, onmiddellijk drinkbaar zijn. Niet-alcoholhoudende opwekkende bereidingen die voor het gebruik als drank dienen te worden verdund, behoren niet tot dit hoofdstuk, maar in het algemeen tot post 2106.

Aanvullende aantekening (GN) 2 b)

Het potentieel alcoholvolumegehalte wordt berekend door de in 100 liter van het product aanwezige suiker (uitgedrukt in kilogrammen invertsuiker) met de factor 0,6 te vermenigvuldigen.

 

<

2201

Water, natuurlijk of kunstmatig mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, noch gearomatiseerd; ijs en sneeuw

2201 10 11 t/m 2201 10 90

mineraalwater en spuitwater

Deze onderverdelingen omvatten de producten die genoemd zijn onder de letters B en C van de GS-toelichting op post 2201.

Onder deze onderverdelingen wordt bijvoorbeeld niet ingedeeld natuurlijk mineraalwater in spuitbussen dat gebruikt wordt voor de huidverzorging (post 3304).

2201 10 11 en 2201 10 19

natuurlijk mineraalwater

Als „natuurlijk mineraalwater” wordt beschouwd mineraalwater dat beantwoordt aan de desbetreffende versie van Richtlijn 2009/54/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 164 van 26.6.2009, blz. 45).

2201 90 00

andere

Deze onderverdeling omvat de producten die genoemd zijn onder de letters A en D van de GS-toelichting op post 2201.

Ze omvat verder waterdamp, alsmede natuurlijk water dat is gefiltreerd, kiemvrij gemaakt, gezuiverd of onthard.

2202

Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009

Zie voor het begrip „alcoholvrije dranken” aantekening 3 op dit hoofdstuk.

2202 10 00

water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd

Tot deze onderverdeling behoren de frisdranken bedoeld bij letter A van de GS-toelichting op post 2202.

De aanwezigheid van antioxidanten, vitaminen, stabilisators of kinine verandert de indeling als frisdranken niet.

Hieronder vallen bijvoorbeeld vloeibare producten bestaande uit water, suiker en aromatische stoffen, in zakjes van kunststof, die dienen om er thuis, door het bevriezen in een koelkast, zogenaamde ijslolly’s van te maken.

Zie ook aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

2202 90 10

geen producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 of vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend

Deze onderverdeling omvat de in de tweede alinea van de algemene opmerkingen van de toelichting bij dit hoofdstuk beschreven opwekkende middelen (tonica). Deze alcoholvrije dranken, vaak voedingssupplementen genoemd, kunnen gebaseerd zijn op plantenextracten (zoals kruiden) en bevatten toegevoegde vitamines en/of mineralen. Deze preparaten houden over het algemeen de gezondheid en het welzijn op peil. Daarom verschillen ze van de gearomatiseerde of gezoete waters en andere frisdranken van onderverdeling 2202 10 00, bedoeld bij letter A van de GS-toelichting op post 2202.

2202 90 91 t/m 2202 90 99

andere, met een gehalte aan vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404

Deze onderverdelingen omvatten onder meer een in de handel met de naam „filled milk” aangeduid vloeibaar product, voorzover dit een gebruiksklare drank is. „Filled milk” is een product van magere melk of magere-melkpoeder, waaraan geraffineerde plantaardige vetten of oliën zijn toegevoegd in een hoeveelheid die ongeveer overeenkomt met de aan de volle melk onttrokken vetstoffen. Binnen deze onderverdelingen wordt die drank ingedeeld volgens het gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen.

Zie de toelichting op onderverdeling 2202 90 10.

2204

Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivenmost, andere dan bedoeld bij post 2009

Zie voor het begrip „effectief alcohol-volumegehalte” aanvullende aantekening (GN) 2, onder a), op dit hoofdstuk.

2204 10 11 t/m 2204 10 98

mousserende wijn

Zie aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk.

2204 10 11

champagne

Champagne is een mousserende wijn die uitsluitend wordt vervaardigd in de Franse wijnstreek Champagne van druiven die zijn geoogst in deze streek.

2204 21 06 t/m 2204 21 09

wijn, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2204 10 , verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop, terwijl de afsluiting daarvan door draden, banden of anderszins is geborgd; anders verpakte wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van 1 of meer doch minder dan 3 bar

Deze onderverdelingen omvatten:

1.

wijn, verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop, voorzover deze wijn geen mousserende wijn is in de zin van aanvullende aantekening (GN) 1 op dit hoofdstuk;

2.

wijn, anders aangeboden, met een overdruk van ten minste 1 doch minder dan 3 bar bij 20 °C.

Onder champignonvormige stoppen in de zin van deze onderverdeling worden uitsluitend de op onderstaande afbeelding weergegeven stoppen van kurk verstaan, alsmede soortgelijke stoppen van kunststof.

 

Image

2204 21 11 t/m 2204 21 98

andere

Zie de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 op dit hoofdstuk.

Tot de niet in dampvorm overgaande stoffen die samen het totaalgehalte aan droge stof in de zin van aanvullende aantekening (GN) 4, letter A, op dit hoofdstuk vormen, behoren bijvoorbeeld suiker, glycerol, looistoffen, wijnsteenzuur, kleurstoffen en zouten.

2204 21 11 t/m 2204 21 78

wijnen met beschermde oorsprongsbenaming (BOB)

Zie onder a) van aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

2204 21 23

Tokaj

Zie aanvullende aantekening (GN) 4, letter B, onder b), op dit hoofdstuk.

2204 21 79 en 2204 21 80

wijnen met beschermde geografische aanduiding (BGA)

Zie onder a) van aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

2204 29 10

wijn, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2204 10 , verpakt in flessen, gesloten door middel van een champignonvormige stop, terwijl de afsluiting daarvan door draden, banden of anderszins is geborgd; anders verpakte wijn die bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing van 1 of meer doch minder dan 3 bar

De toelichting op de onderverdelingen 2204 21 06 tot en met 2204 21 09 is van overeenkomstige toepassing.

2204 29 11 t/m 2204 29 98

andere

Zie de aanvullende aantekeningen (GN) 4 en 5 op dit hoofdstuk.

2204 29 11 t/m 2204 29 58

wijnen met beschermde oorsprongsbenaming (BOB)

Zie onder a) van aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

2204 29 11

Tokaj

Zie aanvullende aantekening (GN) 4, letter B, onder b), op dit hoofdstuk.

2204 29 79 en 2204 29 80

wijnen met beschermde geografische aanduiding (BGA)

Zie onder a) van aanvullende aantekening (GN) 6 op dit hoofdstuk.

2204 30 10

gedeeltelijk gegiste druivenmost, ook indien de gisting op andere wijze dan door toevoegen van alcohol is gestuit

Zie aanvullende aantekening (GN) 3 in combinatie met de aanvullende aantekening (GN) 2, onder a), b) en c), op dit hoofdstuk.

2204 30 92

geconcentreerd

Zie aanvullende aantekening (GN) 7 op dit hoofdstuk.

2204 30 96

geconcentreerd

Zie aanvullende aantekening (GN) 7 op dit hoofdstuk.

2205

Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen

Van de tot deze post behorende wijn, die in de GS-toelichting op post 2205 omschreven is, kunnen worden genoemd:

1.

marsala all'uovo, marsala alla mandorla en crema di marsala all'uovo, zijnde dranken op basis van marsalawijn, waaraan eigeel, amandelen en andere aromatische stoffen zijn toegevoegd;

2.

sangria, zijnde een drank op basis van wijn, gearomatiseerd met bijvoorbeeld citroenen of sinaasappelen.

Zie aanvullende aantekening (GN) 8 op dit hoofdstuk. De producten waarvan het effectief alcohol-volumegehalte lager is dan 7 % vol, vallen onder post 2206 00.

2206 00

Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honigdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen

Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-150/08 betreffende de indeling van dranken op basis van gegiste alcohol waaraan gedistilleerde alcohol, water en andere stoffen (zoals siroop, diverse aroma's en kleur- en smaakstoffen en, in sommige gevallen, een roombase) zijn toegevoegd. Als deze toevoegingen leiden tot een verlies van de smaak, de geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of bepaald natuurproduct vervaardigde drank, dat wil zeggen een gegiste drank in de zin van post 2206, vindt overeenkomstig het arrest indeling onder post 2208 plaats.

2206 00 10

piquette

Zie aanvullende aantekening (GN) 9 op dit hoofdstuk.

2206 00 31 t/m 2206 00 89

andere

Tot deze onderverdelingen behoren bijvoorbeeld de gegiste dranken die zijn bedoeld in de tweede alinea, de punten 1 t/m 10, van de GS-toelichting op post 2206.

2206 00 31 en 2206 00 39

mousserend

Zie voor het begrip „mousserend” aanvullende aantekening (GN) 10 op dit hoofdstuk.

Voor de interpretatie van de term „champignonvormige stop” in de bovengenoemde aanvullende aantekening, wordt verwezen naar de laatste alinea van de toelichting op de onderverdelingen 2204 21 06 t/m 2204 21 09.

2206 00 51 t/m 2206 00 89

niet mousserend, in verpakkingen inhoudende

Hiertoe behoren eveneens dranken die niet het product zijn van de natuurlijke gisting van most van verse druiven, maar die vervaardigd worden uit geconcentreerde druivenmost. Deze most is houdbaar en kan worden opgeslagen voor later gebruik.

Het gistingsproces wordt later in het algemeen door toevoeging van gist op gang gebracht. Aan de most wordt soms vóór of tijdens de gisting suiker toegevoegd. Het op deze wijze verkregen product kan bovendien gezoet, met alcohol op sterkte gebracht of versneden worden.

2207

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of meer; ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte

2207 10 00

ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of meer

Zie de GS-toelichting op post 2207, met uitzondering van de vierde alinea.

Gedistilleerde dranken (bijvoorbeeld gin, wodka) vallen ongeacht hun alcohol-volumegehalte onder een der onderverdelingen 2208 20 12 t/m 2208 90 78.

2207 20 00

ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte

Zie de vierde alinea van de GS-toelichting op post 2207.

2208

Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten

Gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten in de zin van deze post zijn in het algemeen voor menselijke consumptie bestemde alcoholhoudende vloeistoffen die verkregen worden:

hetzij door rechtstreeks distilleren (al dan niet onder toevoeging van aromatische stoffen) uit gegiste natuurlijke vloeistoffen, zoals wijn en cider, of uit gegiste vruchten, gegiste draf, gegiste granen of andere gegiste producten van plantaardige oorsprong;

hetzij door het enkel toevoegen van bepaalde aromatische stoffen en eventueel suiker aan door distillatie verkregen alcohol.

Verschillende gedistilleerde dranken zijn omschreven in de derde alinea, de punten 1 t/m 18, van de GS-toelichting op post 2208.

Opgemerkt wordt dat niet-gedenatureerde gedistilleerde dranken onder deze post blijven ingedeeld, ook indien zij een alcoholgehalte hebben van 80 % vol of meer, en ongeacht of het al dan niet gebruiksklare dranken betreft.

Door gisting verkregen alcoholhoudende dranken vallen niet onder deze onderverdeling (posten 2203 00 t/m 2206 00).

2208 30 11 t/m 2208 30 88

whisky

Whisk(e)y is een drank gedistilleerd uit een beslag van granen, die in de handel gebracht wordt met een alcohol-volumegehalte van 40 % vol of meer, in flessen of in andere bergingsmiddelen.

Zogenaamde Scotch whisky is whisky die in Schotland gedistilleerd en gerijpt is.

Whisky waaraan sodawater is toegevoegd (whisky-soda) is van deze onderverdelingen uitgezonderd en valt onder de onderverdeling 2208 90 69 of 2208 90 78.

2208 30 30

zogenaamde single malt whisky

Single malt Scotch whisky is een gedistilleerde drank die in maar één distilleerderij (single distillery) wordt vervaardigd in grote, koperen tanks, veelal met een peervorm en een grote zwanenhals (pot-stills), door distillatie van een gegist beslag van uitsluitend gemoute gerst.

2208 30 41 en 2208 30 49

zogenaamde blended malt whisky, in verpakkingen inhoudende

Blended malt Scotch whisky wordt verkregen door het mengen (blending) van twee of meer single malt Scotch whisky's die werden gedistilleerd/vervaardigd in verschillende distilleerderijen.

2208 30 61 en 2208 30 69

zogenaamde single grain whisky en zogenaamde blended grain whisky, in verpakkingen inhoudende

Single grain Scotch whisky is een gedistilleerde drank, andere dan single malt Scotch whisky of blended malt Scotch whisky, die in maar één distilleerderij wordt vervaardigd door distillatie van een gegist beslag van gemoute gerst met of zonder hele korrels van andere granen (hoofdzakelijk tarwe of mais).

Blended grain Scotch whisky wordt verkregen door het mengen (blending) van twee of meer single grain Scotch whisky's die werden gedistilleerd/vervaardigd in verschillende distilleerderijen.

2208 30 71 en 2208 30 79

andere zogenaamde blended whisky, in verpakkingen inhoudende

Andere blended Scotch whisky („Blended Scotch Whisky”) wordt verkregen door het mengen (blending) van één of meer single malt Scotch whisky's met één of meer single grain Scotch whisky's.

2208 40 11 t/m 2208 40 99

rum en andere gedistilleerde dranken verkregen door het distilleren van gegiste suikerrietproducten

Tot deze onderverdelingen behoren bijvoorbeeld de rum en tafia bedoeld in de derde alinea, punt 3, van de GS-toelichting op post 2208, voorzover zij de typische organoleptische kenmerken van deze dranken niet verloren hebben.

2208 50 11 en 2208 50 19

gin, in verpakkingen inhoudende

Gin is een gedistilleerde drank die gewoonlijk vervaardigd wordt door gerectificeerde graanalcohol of gerectificeerde ethylalcohol eenmaal of meermalen te distilleren over jeneverbessen en andere aromatische stoffen (bijvoorbeeld koriander, engelwortel, anijs en gember).

Onder gin in de zin van deze onderverdelingen worden uitsluitend gedistilleerde dranken verstaan die de typische organoleptische kenmerken van gin bezitten.

Van deze onderverdelingen zijn derhalve uitgezonderd:

a)

jenever (genièvre) (onderverdeling 2208 50 91 of 2208 50 99);

b)

aquavit (onderverdeling 2208 90 56 of 2208 90 77);

c)

kranawitter (onderverdeling 2208 90 56 of 2208 90 77).

2208 60 11 t/m 2208 60 99

wodka

Zie de derde alinea, punt 5, van de GS-toelichting op post 2208.

2208 70 10 en 2208 70 90

likeuren

Zie de eerste alinea, letter B en de derde alinea, van de GS-toelichting op post 2208.

2208 90 11 en 2208 90 19

arak, in verpakkingen inhoudende

Arak is een gedistilleerde drank die met behulp van een bijzonder soort gist vervaardigd wordt uit melasse van suikerriet of suikerhoudende plantensappen en rijst.

Arak moet niet worden verward met raki, die vervaardigd wordt door herdistillatie over anijszaad van uit rozijnen (of krenten) of gedroogde vijgen verkregen alcohol en die behoort tot onderverdeling 2208 90 56 of 2208 90 77.

2208 90 33 en 2208 90 38

pruimenbrandewijn, perenbrandewijn en kersenbrandewijn, in verpakkingen inhoudende

Pruimen-, peren- en kersenbrandewijn zijn gedistilleerde dranken die uitsluitend vervaardigd worden door distillatie van gegiste most van pruimen, peren of kersen.

Voor de interpretatie van de begrippen „pruimen” en „kersen” wordt verwezen naar de GS-toelichting op post 0809.

2208 90 48

andere

Voor de toepassing van deze onderverdeling worden als „gedistilleerde dranken uit fruit” uitsluitend aangemerkt gedistilleerde dranken die zijn verkregen door alcoholische gisting en distillatie van vruchten (andere dan pruimen, peren of kersen), bijvoorbeeld van abrikozen, bosbessen, bramen, frambozen, aalbessen, aardbeien, appelen, uit cider gestookte brandewijn daaronder begrepen. Calvados valt onder onderverdeling 2208 90 45.

2208 90 56

andere

Tot deze onderverdeling behoren bijvoorbeeld anijsbrandewijn, raki, gedistilleerde drank van agave andere dan tequila (bijvoorbeeld mezcal), gedistilleerde dranken van aromatische planten, maagbitters, aquavit, kranawitter, gedistilleerde dranken van plantenwortels (bijvoorbeeld gedistilleerde drank van gentiaan), gedistilleerde drank van sorgho.