Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014XG1223(01)

Conclusies van de Raad over participatief beheer van cultureel erfgoed

OJ C 463, 23.12.2014, p. 1–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

23.12.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 463/1


Conclusies van de Raad over participatief beheer van cultureel erfgoed

(2014/C 463/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

HERINNEREND AAN:

1.

de conclusies van de Raad van 26 november 2012 over cultuurbeheer (1), waarin wordt onderstreept dat het belangrijk is cultuurbeheer opener, participatiever, doeltreffender en samenhangender te maken, en waarin de lidstaten wordt verzocht een participatieve benadering van cultuurbeleidsvorming te bevorderen;

2.

de conclusies van de Raad van 21 mei 2014 over cultureel erfgoed als een strategische hulpbron voor een duurzaam Europa (2), waarin wordt erkend dat cultureel erfgoed een sectordoorsnijdende beleidsrelevantie heeft en een specifieke rol speelt in het verwezenlijken van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, en waarin de lidstaten worden opgeroepen langetermijnmodellen voor erfgoedbeleid te stimuleren die empirisch onderbouwd zijn en voortkomen uit de maatschappij en de burgers;

ZICH VERHEUGEND OVER:

3.

de mededeling van de Commissie „Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa” waarin wordt erkend dat cultureel erfgoed een gedeelde rijkdom en een gemeenschappelijk goed is, en dat zorg voor erfgoed daarom een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid is (3);

GEZIEN:

4.

het groeiend internationaal besef dat een op mensen gerichte en op cultuur gebaseerde aanpak duurzame ontwikkeling bevordert, en het belang van transparante, participatieve en empirisch onderbouwde beheersystemen voor cultuur teneinde aan de behoeften van alle leden van de samenleving tegemoet te komen (4);

5.

het toegenomen bewustzijn op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau van de maatschappelijke dimensie van cultureel erfgoed en het belang van het activeren van synergieën tussen de verschillende belanghebbenden om cultureel erfgoed in stand te houden, te ontwikkelen en over te dragen aan toekomstige generaties (5);

6.

de keuze voor een lokaal verankerde en op mensen gerichte benadering van cultureel erfgoed in verschillende EU-programma’s, onder meer in het onderzoeksprogramma Horizon 2020 en in de vanuit de gemeenschap aangestuurde plaatselijke ontwikkelingsbenadering die door de Europese structuur- en investeringsfondsen wordt ondersteund. Deze benadering wordt tevens gedeeld door het initiatief voor gezamenlijke programmering („Joint Programming Initiative”) getiteld „Cultureel erfgoed en veranderingen in het aardsysteem: een nieuwe uitdaging voor Europa”;

7.

de keuze voor participatieve benaderingen in de maatregelen van de EU inzake de Culturele Hoofdsteden van Europa en het Europees erfgoedlabel (6);

ZICH ERVAN BEWUST DAT participatief beheer van cultureel erfgoed (7):

8.

kansen biedt om democratische participatie, duurzaamheid en sociale cohesie te bevorderen, en de maatschappelijke, politieke en demografische uitdagingen van onze tijd het hoofd te bieden;

9.

er in het kader van publieke acties naar streeft belanghebbenden ter zake — m.a.w. overheidsinstanties en -organen, particuliere actoren, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, ngo’s, de vrijwilligerssector en belangstellenden — actief te betrekken bij het beslissen, plannen, uitvoeren, monitoren en evalueren van beleid en programma’s inzake cultureel erfgoed, teneinde de toerekenbaarheid en transparantie van investeringen met overheidsgelden te verhogen en openbaar vertrouwen in beleidsbeslissingen op te bouwen;

10.

bijdraagt tot een groter bewustzijn van de waarden van cultureel erfgoed als gedeelde rijkdom, waardoor het risico op verkeerd gebruik verkleint en de sociale en economische voordelen groter worden;

11.

hedendaagse culturele, artistieke en creatieve werken ondersteunt die nauw verwant zijn met identiteit en waarden en vaak berusten op traditionele kennis en immaterieel erfgoed van mensen, en die om die reden het cultureel erfgoed van toekomstige generaties kunnen vertegenwoordigen;

12.

nieuwe kansen helpt creëren vanuit de globalisering, de digitalisering en de nieuwe technologieën, die de manier waarop cultureel erfgoed gecreëerd wordt, toegankelijk is en gebruikt wordt, aan het veranderen zijn;

VERZOEKT DE LIDSTATEN:

13.

op diverse niveaus en voor diverse belanghebbenden beheerskaders te ontwikkelen die cultureel erfgoed als een gedeelde rijkdom erkennen, door de banden tussen lokale, regionale, nationale en Europese beheersniveaus van cultureel erfgoed te versterken, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, zodat op alle niveaus voordelen voor de mensen in het vooruitzicht kunnen worden gesteld;

14.

de betrokkenheid van de belanghebbenden ter zake te bevorderen door ervoor te zorgen dat zij aan alle fasen van het besluitvormingsproces kunnen deelnemen;

15.

beheerskaders te bevorderen waarin het belang wordt erkend van de interactie tussen materieel, immaterieel en digitaal cultureel erfgoed en die de sociale, culturele, symbolische, economische en ecologische waarden van dat erfgoed aan de orde stellen, naleven en versterken;

16.

beheerskaders te bevorderen die de uitvoering van horizontale beleidsmaatregelen faciliteren, zodat cultureel erfgoed kan bijdragen tot het verwezenlijken van doelstellingen op andere beleidsdomeinen, onder meer tot slimme, duurzame en inclusieve groei;

17.

synergieën te ontwikkelen tussen strategieën voor duurzaam toerisme en de lokale culturele en creatieve sectoren, onder andere door beheerskaders te stimuleren waarbij de plaatselijke bevolking actief wordt betrokken, teneinde het aanbod van duurzaam en kwaliteitsvol cultuurtoerisme te bevorderen en bij te dragen tot de revitalisering van stedelijke en rurale gebieden, zonder afbreuk te doen aan de integriteit en de culturele waarde van het erfgoed, en zonder aan het evenwicht tussen economische opportuniteiten en het welzijn van burgers te tornen;

18.

passend gebruik te maken van EU- en nationale financiering voor deze doelstellingen;

ROEPT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE OP OM, BINNEN HUN BEVOEGDHEDEN EN MET INACHTNEMING VAN HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:

19.

samen te werken op het gebied van participatief beheer van cultureel erfgoed, onder meer in het kader van het werkplan voor cultuur 2015-2018 (8), teneinde beste praktijken te bepalen en te verspreiden en de cultureel-erfgoedsector beter te wapenen om een en ander doeltreffend aan te pakken;

20.

de overdracht van traditionele vaardigheden en kennis over de generaties heen te bevorderen, net als het innovatief gebruik en de kruisbestuiving ervan door wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen;

21.

gebruik te maken van digitale middelen om de toegang tot en de deelname aan het beheer van cultureel erfgoed voor alle maatschappelijke groepen te verhogen;

22.

de rol van virtuele gemeenschappen te onderzoeken bij het ontwikkelen en uitvoeren van cultureel-erfgoedbeleid, bij het ondersteunen van het beheer van cultureel erfgoed, bij kennisontwikkeling en bij financiering (bijvoorbeeld via crowdsourcing en crowdfinanciering);

23.

concrete vooruitgang te boeken in het beheer van Europeana (9), om de duurzaamheid op lange termijn en de ontwikkeling ervan als een op cultureel erfgoed geïnspireerd project te garanderen en het verband met onderwijs, cultuurtoerisme en andere sectoren te bevorderen; waar passend het hergebruik van digitaal cultureel erfgoed te stimuleren teneinde culturele verscheidenheid te versterken en ervoor te zorgen dat erfgoedkennis vaker wordt gebruikt in de hedendaagse artistieke expressie en in de culturele en de creatieve sectoren;

24.

de burgerparticipatie te bevorderen in het kader van een slim ontwikkelingsmodel voor Europese steden, dat cultureel erfgoed op actieve wijze integreert, teneinde bij te dragen tot de vernieuwing en revitalisering van Europese steden, door hen met verwante sites en gebieden te verbinden, hun aantrekkelijkheid te promoten, en er nieuwe investeringen, economische activiteiten en ondernemingen voor aan te trekken;

25.

de mededeling „Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa” ter harte te nemen om samen te werken aan de ontwikkeling van een brede Europese strategie voor cultureel erfgoed;

26.

de samenwerking met internationale organisaties zoals de Raad van Europa en Unesco te versterken om een participatieve aanpak van het beheer van cultureel erfgoed te bevorderen;

VERZOEKT DE COMMISSIE:

27.

empirisch onderbouwd onderzoek aan te moedigen over de effecten van participatieve benaderingen in het cultureel-erfgoedbeleid en -beheer, teneinde bij te dragen tot het ontwikkelen van strategische benaderingen van cultureel erfgoed;

28.

de dialoog voort te zetten met organisaties en platformen van het maatschappelijk middenveld op beleidsgebieden die met cultureel erfgoed te maken hebben en te overwegen een voorstel in te dienen voor een „Europees Jaar van het cultureel erfgoed”.


(1)  PB C 393 van 19.12.2012, blz. 8.

(2)  PB C 183 van 14.6.2014, blz. 36.

(3)  Document 12150/14.

(4)  VN-conferentie „The Future We Want” (Rio de Janeiro, juni 2012); Unesco-congres „Placing Culture at the Heart of Sustainable Development Policies” (Hangzhou, mei 2013); Unesco-forum „Culture, Creativity and Sustainable Development. Research, Innovation, Opportunities” (Florence, oktober 2014).

(5)  Kaderverdrag van de Raad van Europa over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (conventie van Faro, 2005).

(6)  PB L 132 van 3.5.2014, blz. 1, en PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1.

(7)  Cultureel erfgoed kan materieel, immaterieel of digitaal zijn, zoals bepaald in de conclusies van de Raad van 21 mei 2014.

(8)  PB C 463 van 23.12.2014, blz. 4.

(9)  Zoals verklaard in de conclusies van de Raad van 10 mei 2012 betreffende de digitalisering en onlinetoegankelijkheid van cultureel materiaal en digitale bewaring (PB C 169 van 15.6.2012, blz. 5).


Top