EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013XR6693

Resolutie van het Comité van de Regio’s — Beleidsprioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2014 in het licht van het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie

OJ C 114, 15.4.2014, p. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

15.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 114/1


Resolutie van het Comité van de Regio’s — Beleidsprioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2014 in het licht van het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie

2014/C 114/01

HET COMITÉ VAN DE REGIO’S,

gelet op de Mededeling over het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2014 (1),

gelet op zijn Resolutie van 4 juli 2013 over de prioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2014 in het licht van het wetgevings- en werkprogramma van de Europese Commissie (2),

gelet op het op 16 februari 2012 overeengekomen Protocol voor samenwerking tussen de Europese Commissie en het Comité van de Regio’s,

Voornaamste beleidsprioriteiten voor 2014

1.

beschouwt de bevordering van duurzame groei, de waarborging van sociale, economische en territoriale samenhang, de bevordering van werkgelegenheid en de vergroting van het vertrouwen van de burgers in het Europese project als de grootste uitdagingen voor de Europese Unie;

2.

dringt aan op meer coördinatie van economisch en sociaal beleid om het verschil in concurrentievermogen tussen de lidstaten te helpen overbruggen; wijst nogmaals op de dringende noodzaak om de jeugdwerkloosheid en de bestaande geografische ongelijkheden tussen EU-regio’s aan te pakken, zodat kan worden voorkomen dat nog meer menselijk kapitaal verloren gaat;

3.

dringt aan op een grondige tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie in 2014, met dien verstande dat daarin worden opgenomen: i) een territoriale dimensie, zodat er naar gelang van de omstandigheden in de regio’s subnationale streefcijfers kunnen worden vastgelegd; ii) governance waarin lokale en regionale overheden bij de vaststelling van streefcijfers en de toepassing van de strategie worden betrokken; iii) adequate financiering voor langetermijninvesteringen, zodat die investeringen niet worden opgeofferd aan het streven naar begrotingsconsolidering;

4.

benadrukt het belang van de democratische werking in de Europese Unie in het verkiezingsjaar 2014 en zal blijven bijdragen aan de lopende discussie over de toekomst van de Europese Unie, teneinde lokale en regionale overheden een grotere rol in de Europese eenwording te laten spelen; zal daartoe vaart zetten achter discussies over Verdragshervorming door politieke debatten te organiseren en beter te laten uitkomen dat het subsidiariteitsbeginsel en het begrip „meerlagig bestuur” (multilevel governance) belangrijke instrumenten zijn voor de verwezenlijking van die doelstellingen;

5.

benadrukt dat het subsidiariteitsbeginsel een erkend instrument is om te waarborgen dat beleidsbesluiten zo dicht mogelijk bij de burgers worden genomen; roept daarom de Europese Commissie op om in haar wetgevingsvoorstellen de meerwaarde van EU-maatregelen beter te motiveren; wijst erop dat het een bijdrage zal leveren aan het subsidiariteitstoezicht op de EU-initiatieven uit het werkprogramma van de Commissie voor 2014 die een lokale of regionale dimensie hebben;

6.

is ermee ingenomen dat de Europese Commissie het zwaartepunt bij resultaten en tenuitvoerlegging legt en verbindt zich ertoe om aan de vergroting van de territoriale dimensie van de effectbeoordeling bij te dragen.

Economische en Monetaire Unie

7.

benadrukt dat economische beleidsmaatregelen nog beter moeten worden gecoördineerd en is daarom van oordeel dat regionale en lokale overheden in de lidstaten bij het Europees Semester moeten worden betrokken en dat het CvdR zelf daarbij moet worden betrokken op het niveau van de instellingen van de Europese Unie;

8.

is verheugd dat erkenning is gegeven aan de noodzaak om de sociale dimensie van de Economische en Monetaire Unie kracht bij te zetten, met name middels het voorstel van de Europese Commissie om een scorebord van werkgelegenheids- en sociale indicatoren op te zetten dat in de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (PMO) moet worden verwerkt; gaat ervan uit dat de Europese Commissie zich nog meer zal gaan bezighouden met de kwaliteit van overheidsbestedingen;

9.

is in afwachting van de met spoed vereiste voorstellen van de Europese Commissie voor de totstandbrenging van een bankenunie door een hervorming van het bankwezen, waardoor verbetering zou moeten worden gebracht in het ondernemingsbestuur, afwikkeling en herstel van banken daadwerkelijk mogelijk zouden moeten worden gemaakt, het bankkapitaal zou moeten worden vergroot en het zwaartepunt zou moeten worden gelegd bij kredietverlening voor de reële economie, en wat een verplichte scheiding tussen retail- en investeringsactiviteiten van banken met zich mee zou moeten brengen;

10.

steunt alle inspanningen om de bankenunie tot stand te brengen, waarbij rekening moet worden gehouden met de lokale en regionale dimensie ervan en de belangrijke rol van regionale banken als verleners van kapitaal aan kleine en middelgrote ondernemingen en voor investeringsprojecten van de overheid.

Groei, banen en integratie

11.

vindt net als de Europese Commissie dat de werkloosheidscijfers, vooral onder jongeren, nog steeds zowel in economisch als in sociaal opzicht onaanvaardbaar hoog zijn; dringt er bij de Europese Commissie op aan om lokale en regionale overheden in haar voorstellen voor de bevordering van banengroei voor jongeren te vermelden en de voorbeelden van geslaagde methoden (best practices) van die overheden op dit gebied in aanmerking te nemen; juicht toe dat de strijd tegen jeugdwerkloosheid als prioriteit is aangemerkt, omdat Europa’s sociaal model daadwerkelijk lijkt te worden bedreigd; wijst op het belang van de Jeugdgarantie als maatregel om jongeren op de arbeidsmarkt gelijke kansen te bieden;

12.

is ingenomen met het door de Europese Commissie aangekondigde maatregelenpakket voor arbeidsmobiliteit waarin de nadruk op betere coördinatie tussen de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten zal worden gelegd, maar beschouwt het doorbreken van de impasse rond de handhaving van Richtlijn 96/71/EG inzake de detachering van werknemers (3) als een voorwaarde vooraf. Dit laatste kan leiden tot herziene maatregelen om fraude te bestrijden, zoals de opschorting van de erkenning van het A1-formulier; gaat ervan uit dat het toekomstige maatregelenpakket een wetgevingsvoorstel betreffende de voorlichting en raadpleging van werknemers met het oog op de voorbereiding en het beheer van herstructureringen zal omvatten, alsmede voorstellen om de erkenning van diploma’s en kwalificaties beter te coördineren;

13.

staat achter de inspanningen van het Europees Parlement om het Trojka-systeem te herzien, teneinde daarop democratisch toezicht te garanderen en te waarborgen dat daarover rekenschap wordt afgelegd;

14.

doet een beroep op de Europese Commissie en de lidstaten om gebruik te maken van de nieuwe MFK-programma’s als middel om het hoofd te bieden aan demografische uitdagingen, verbetering te brengen in de combinatie van werk en gezinsleven en sociale samenhang te bevorderen;

15.

acht het een goede zaak dat wordt geijverd voor modernisering van het staatssteunbeleid om dit beter op de Europa 2020-strategie af te stemmen en de administratieve rompslomp te verminderen, waarbij niet mag worden vergeten dat met voorrang moet worden gestreefd naar de verbetering van het concurrentievermogen van regio’s die qua nijverheid en ondernemerschap het minst ontwikkeld zijn en hoge werkloosheid kennen; verzoekt de Europese Commissie echter nogmaals om formeel te worden geraadpleegd over verdere richtsnoeren voor staatssteunregels van de Europese Unie en vooral over de op stapel staande richtsnoeren voor staatssteun voor infrastructuur;

16.

is ingenomen met de aangekondigde Europese toegankelijkheidswet en benadrukt dat de toegankelijkheid van goederen en diensten van doorslaggevend belang is voor de bestaanskwaliteit van personen met een handicap.

Cohesiebeleid

17.

doet een beroep op de Europese Commissie om, in overeenstemming met de desbetreffende verordeningen en de gedragscode, te bevorderen dat lokale en regionale overheden bij de uitwerking van de partnerschapsovereenkomsten en de bijbehorende operationele programma’s worden betrokken en om daarnaar onderzoek te doen, en vraagt de Europese Commissie om hierover in februari 2014 verslag uit te brengen. De partnerschapsovereenkomsten moeten uitgroeien tot de spil voor meerlagig bestuur bij de toepassing van de Europa 2020-strategie of van welke andere Europese strategie voor groei en banen dan ook;

18.

stelt vast dat de EU steeds meer ongecoördineerde initiatieven m.b.t. stadsontwikkelingsbeleid ontplooit; dringt erop aan dat er een Witboek over een geïntegreerde agenda voor stadsbeleid in de EU wordt opgesteld en zou hierbij graag worden betrokken;

19.

verbindt zich ertoe om de uitvoering van maatregelen onder de plattelandsontwikkelingspijler van het hervormde Gemeenschappelijk Landbouwbeleid op de voet te volgen, met name als die maatregelen gericht zijn op de diversifiëring en modernisering van economische activiteiten op het platteland. Ook neemt het zich voor om nauwe samenwerking tussen landelijke en stedelijke gemeenten te ondersteunen door middel van territoriale functionele partnerschappen;

20.

verzoekt de lidstaten en de Europese Commissie met klem om zich op de ontwikkeling van mogelijke nieuwe macroregionale strategieën te bezinnen, omdat bepaalde geografische gebieden nu eenmaal voor dezelfde uitdagingen en kansen staan en vanwege de Europese meerwaarde van dergelijke strategieën; wijst op het belang van rationalisering van de huidige governance-structuren en van een daadkrachtigere toepassing van het beginsel van meerlagig bestuur.

De begroting van de Europese Unie

21.

pleit opnieuw voor een hervorming van het huidige systeem van eigen middelen zoals neergelegd in het Verdrag, als middel om de rechtstreekse bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting te verminderen, de transparantie te verhogen en de houdbaarheid van de EU-financiën te garanderen; gaat er daarom vanuit dat de groep op hoog niveau inzake eigen middelen een mandaat zal krijgen om hervormingsvoorstellen te doen met het oog op de tussentijdse herziening van het MFK;

22.

verbindt zich ertoe om een advies over de uitvoering van de EU-begroting uit te brengen waarin de bestedingen van de EU horizontaal en vanuit de invalshoek van lokale en regionale overheden worden bezien;

23.

wijst op het ontbreken van een geconsolideerde visie op de voor ondersteuning van de Europa 2020-strategie beschikbare begrotingsmiddelen; benadrukt nogmaals dat synergiewerking tussen de EU-, nationale en subnationale begrotingen voorwaarde is voor de verwezenlijking van de doelstellingen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de gevolgen van de crisis voor de beschikbaarheid van financiële middelen voor langetermijninvesteringen en verzoekt de Europese Commissie om deze dimensie bij de tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie te onderzoeken.

Landbouw en maritiem beleid

24.

verzoekt de Europese Commissie om Richtlijn 2004/18/EG betreffende de coördinatie van de procedures voor de gunning van overheidsopdrachten zodanig te wijzigen dat „lokaal product” standaard een selectiemaatstaf wordt bij aanbestedingen voor de levering van voedsel aan scholen, verpleeghuizen, openbare instellingen e.d. (4);

25.

dringt aan op zorgvuldige beoordeling van de territoriale gevolgen van voorstellen voor de opheffing van systemen om landbouwmarkten te ordenen, waaronder bilaterale handelsovereenkomsten en associatieovereenkomsten. Ook zou steeds moeten worden nagegaan of die voorstellen niet in strijd zijn met de in het Verdrag van Lissabon vastgelegde doelstelling van territoriale samenhang.

Vervoer

26.

verzoekt de Europese Commissie om erop te letten dat de regionale en lokale overheden bij de governance-platforms van de prioritaire corridors van het kernvervoersnetwerk en de voorbereiding van projecten met gevolgen voor hun bestuursgebieden of met een grensoverschrijdende dimensie worden betrokken;

27.

zal actief deelnemen aan de initiatieven van de Europese Commissie op vervoersgebied die het gebruik van efficiënte multimodale netwerken stimuleren en bijdragen aan de consolidering van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte en het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Milieu, klimaatverandering en energie

28.

doet een beroep op de Europese Commissie om een ambitieus nieuw kader voor een klimaat- en energiebeleid tot 2030 te scheppen, met bindende streefcijfers voor broeikasgassen, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie;

29.

wijst op de noodzaak van stabiele EU-rechtskaders voor de justitiële afhandeling van milieuzaken en bodembescherming;

30.

rekent erop dat het initiatief van de Europese Commissie voor hulpbronnenefficiëntie en afval niet alleen indicatoren voor hulpbronnenefficiëntie zal omvatten, maar ook op die indicatoren gebaseerde streefcijfers;

31.

vraagt de Europese Commissie om erop toe te zien dat er bij de herziening in 2014 van de afvalwetgeving en van de bestaande streefcijfers voor preventie, hergebruik, recycling, terugwinning en het voorkómen van het storten van afval (als onderdeel van het initiatief van de Europese Commissie voor hulpbronnenefficiëntie en afval) naar behoren rekening wordt gehouden met zijn door de Europese Commissie zelf aangevraagde verkennende advies; stelt dat die herziening niet mag onderdoen voor de „niet-verplichte streefcijfers” uit het stappenplan voor hulpbronnenefficiëntie waarmee de weg wordt bereid voor een op hergebruik en recycling gebaseerde economie; wenst dat bij die herziening voldoende aandacht wordt geschonken aan plastic afval en dat zijn eigen advies daarover naar behoren wordt meegewogen;

32.

gaat ervan uit dat de Europese Commissie een ambitieuze agenda voor de totstandbrenging van een volledig geïntegreerde en concurrentiekrachtige interne energiemarkt zal voorstellen; vraagt de Europese Commissie om maatregelen te promoten die de verspreiding van kleinschalige energieproductie en de verdeling daarvan via de distributienetten bevorderen, en om erop toe te zien dat de consumenten zich dankzij die agenda op de kleinhandelsmarkt tegen betaalbare prijzen van energie kunnen voorzien en dat lokale en regionale investeringen in duurzame energie worden vergemakkelijkt door gemoderniseerde regels voor staatssteun op energiegebied; kondigt aan dat het op verzoek van het Griekse EU-voorzitterschap met suggesties zal komen voor een EU-strategie voor betaalbare energie voor iedereen;

33.

doet een beroep op de Europese Commissie om erop toe te zien dat de nationale regelgeving in de energiesector stabiel blijft en in lijn met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie;

34.

ziet uit naar de voorstellen van de Europese Commissie voor het rechtskader inzake schaliegas en in laagpermeabel gesteente opgesloten gas (tight gas), dat nodig is om de veiligheid en duurzaamheid van de exploratie van niet-conventionele koolwaterstoffen in de Europese Unie te waarborgen.

Onderzoek en innovatie

35.

kijkt met belangstelling uit naar het initiatief van de Europese Commissie „Onderzoek en innovatie als nieuwe bronnen van groei”, naar het oordeel van de Europese Commissie over de vraag hoe innovatie in een economie het concurrentievermogen kan bevorderen en naar de onderbouwing van de vraag welke investeringen met voorrang door Horizon 2020 moeten worden medegefinancierd;

36.

zal actief blijven deelnemen aan het Platform voor slimme specialisatie en daaraan gerelateerde projecten in de regio’s en zal de volgende fase op de voet volgen, te weten: de uitstippeling en toepassing in de regio’s van strategieën voor slimme specialisatie.

ICT

37.

is ingenomen met de nadruk die op digitale economie, innovatie en dienstverlening wordt gelegd en vraagt de Raad en de Europese Commissie om vorderingen te maken bij de uitvoering van deze agenda, zodat investeringen op dit gebied worden gestimuleerd, de interne digitale markt in 2015 een feit wordt en er maatregelen worden genomen om de vaardigheden op dit gebied te verbeteren en de digitale kloof tussen regio’s in lidstaten minder groot te maken; verbindt zich ertoe om te bevorderen dat lokale en regionale overheden hun administratie moderniseren door diensten te verlenen als e-government, e-health, e-invoicing en e-procurement.

Onderwijs, cultuur en toerisme

38.

beklemtoont dat het toekomstige Erasmus+-programma alle doelgroepen van eerdere programma’s adequate steun en gelijke kansen moet bieden, en zal aspecten als de verdeling van de financiële middelen en het programmabeheer zorgvuldig in het oog blijven houden; zal steun geven aan verdere maatregelen om de inzetbaarheid van jongeren te vergroten (bv. het voorstel voor een kwaliteitskader voor stages en initiatieven om schoolbeleid en het beroep van leerkracht te moderniseren); wacht op voorstellen van de Europese Commissie voor een echte Europese ruimte van vaardigheden en kwalificaties;

39.

vraagt de Europese Commissie nogmaals om een Mededeling over duurzaam en concurrentiekrachtig cultureel toerisme in de Europese Unie, omdat een overzichtelijk strategisch kader op dit gebied erg bevorderlijk kan zijn voor de ontwikkeling van lokale kleine en middelgrote ondernemingen, het promoten en de instandhouding van diverse vormen van Europees cultureel erfgoed en de verdere integratie van Europa’s burgers.

Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en mensenrechten

40.

is benieuwd naar de reactie van de Europese Commissie op de eerste reeks van succesvolle burgerinitiatieven en herhaalt zijn aanbod aan de Europese Commissie om bij de beoordeling daarvan te helpen en deel te nemen aan de hoorzittingen hierover in het Europees Parlement;

41.

wacht op de voorstellen van de Europese Commissie over het vervolg dat aan het Stockholmprogramma moet worden gegeven en zal verwoorden wat het zelf verwacht van de toekomstige ontwikkeling van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht;

42.

dringt aan op een alomvattend EU-beleid op het gebied van migratie, mobiliteit en asielrecht dat eenieders grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigt en waarmee de buitengrenzen van de Europese Unie kunnen worden beschermd, de strijd tegen mensensmokkel en illegale immigratie kan worden opgevoerd, de samenwerking met herkomst- en transitlanden buiten de Europese Unie kan worden geïntensiveerd en er tussen de lidstaten, maar ook tussen lokale en regionale overheden van de Europese Unie echte solidariteit tot stand kan worden gebracht; zou vooral graag zien dat de Dublin II-Verordening wordt herzien om ervoor te zorgen dat asielzoekers eerlijk over alle lidstaten worden herverdeeld; stelt dat deze overwegingen ook van toepassing moeten zijn op de geplande EU-strategie voor maritieme veiligheid;

43.

is voornemens bij te dragen aan de opzet van de prioritaire acties waarom de Europese Raad heeft gevraagd en die tot doel hebben om de Europese strategie inzake migratie en de inburgering van migranten kracht bij te zetten; is van mening dat de beheersing van de migratiestromen, vooral in het Middellandse Zeegebied, alomvattend moet worden aangepakt, d.w.z. dat moet worden gestreefd naar duurzame oplossingen waarbij alle belanghebbenden (met name niet-EU-landen en lidstaten en lokale en regionale overheden van de EU) betrokken zijn.

Europa op het wereldtoneel

44.

zal ervoor blijven ijveren dat de lokale en regionale overheden van (potentiële) kandidaat-lidstaten de kans krijgen om hun stempel te drukken op de procedures voor toetreding; vestigt de aandacht op de activiteiten van ARLEM (Euro-mediterrane vergadering van lokale en regionale overheden) en CORLEAP (Conferentie van lokale en regionale overheden van het Oostelijk partnerschap) en op de kansen die deze organisaties bieden om de democratie te versterken door economische, sociale en territoriale samenwerking met buurlanden van de Europese Unie;

45.

is verheugd dat de Europese Commissie opnieuw haar steun voor de democratische overgang in de mediterrane partnerlanden heeft toegezegd en herinnert eraan dat die overgang staat of valt met het draagvlak ervoor (ownership) op alle niveaus; is zonder meer bereid om steun te geven aan pogingen om te decentraliseren, zodat lokale en regionale overheden hun eigen beleid voor meer economische groei en sociale en territoriale samenhang kunnen uitwerken en voeren;

46.

is ingenomen met het voorstel om 2015 tot Europees Jaar voor ontwikkeling uit te roepen en het aanstaande besluit daarover. Zo kan worden verzekerd dat verder werk wordt gemaakt van de Millenniumontwikkelingsdoelen en kan de nieuwe internationale agenda voor duurzame ontwikkeling worden opgestart; wijst er eens te meer op dat de lokale en regionale overheden volwaardig bij de tenuitvoerlegging van de toekomstige agenda voor de periode na 2015 en van 2015 als Europees Jaar voor ontwikkeling dienen te worden betrokken; dringt er daarom nogmaals op aan dat er in de begroting voldoende middelen voor steun aan initiatieven van lokale en regionale overheden worden uitgetrokken.

Gedaan te Brussel, 29 november 2013.

De voorzitter van het Comité van de Regio’s

Ramón Luis VALCÁRCEL SISO


(1)  COM(2013) 739 final.

(2)  CdR 4044/2013.

(3)  Voorstel voor een richtlijn betreffende de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, COM(2012) 131 final.

(4)  Zie CdR 341/2010.


Top