Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012XG1229(01)

EU-drugsstrategie (2013-2020)

OJ C 402, 29.12.2012, p. 1–10 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

29.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 402/1


EU-drugsstrategie (2013-2020)

2012/C 402/01

VOORWOORD

1.

Deze EU-drugsstrategie biedt het alomvattende politieke kader en bevat de prioriteiten voor het drugsbeleid zoals deze door de lidstaten en de EU-instellingen zijn vastgesteld voor de periode 2013-2020. Het kader, het oogmerk en de doelstellingen van deze strategie vormen de grondslag voor twee opeenvolgende drugsactieplannen met een looptijd van vier jaar.

2.

Deze drugsstrategie is in de allereerste plaats gebaseerd op de fundamentele beginselen van het Unierecht en huldigt in alle opzichten de fundamentele waarden van de Unie: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, solidariteit, rechtsstatelijkheid en de mensenrechten. Doel is het welzijn van de maatschappij en van het individu te beschermen en te verbeteren, de volksgezondheid te beschermen, het grote publiek een hoge graad van veiligheid te bieden en een evenwichtige, geïntegreerde en empirisch onderbouwde aanpak van het drugsfenomeen te bewerkstelligen.

3.

De strategie is voorts gebaseerd op het internationaal recht, op de toepasselijke VN-verdragen (1) die het internationale juridisch kader voor de bestrijding van het fenomeen van illegale verdovende middelen vormen en op de Universele Verklaring van de rechten van de mens. Deze EU-drugsstrategie houdt rekening met de relevante politieke documenten van de VN, waaronder de Politieke verklaring en het Actieplan van de VN betreffende internationale samenwerking met het oog op een geïntegreerde en evenwichtige strategie om het drugsprobleem in de wereld te bestrijden, dat in 2009 is aangenomen en waarin wordt gesteld dat het terugdringen van de vraag en het verminderen van het aanbod elkaar versterkende elementen van het beleid inzake illegale verdovende middelen vormen, alsmede met de politieke verklaring van de VN inzake HIV/AIDS. De strategie is opgesteld op basis van de in het Verdrag van Lissabon opgenomen beginselen en de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en de lidstaten. Er wordt terdege rekening gehouden met subsidiariteit en proportionaliteit, aangezien deze EU-strategie tot doel heeft de nationale strategieën een meerwaarde te geven. Bij de toepassing van de strategie worden die beginselen en die bevoegdheidsverdeling in acht genomen. De strategie strookt voorts volledig met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het Handvest van de grondrechten van de Unie.

4.

Tegen 2020 moeten de door middel van deze EU-drugsstrategie aangemoedigde en gecoördineerde prioriteiten en acties op het gebied van illegale verdovende middelen een globaal effect op de voornaamste aspecten van de drugssituatie in de Unie blijken te hebben gehad. De prioriteiten en acties moeten zorgen voor een hoog niveau van gezondheidsbescherming, sociale stabiliteit en veiligheid, door het consistent, effectief en efficiënt uitvoeren van maatregelen, interventies en benaderingen om de vraag naar drugs en het drugsaanbod op nationaal, uniaal en internationaal niveau terug te dringen en door de onbedoelde negatieve gevolgen die zich bij de uitvoering van deze acties zouden kunnen voordoen, tot een minimum te beperken.

5.

Drugs zijn een nationaal en internationaal fenomeen dat in een wereldwijde context dient te worden aangepakt. Gecoördineerde maatregelen die op het niveau van de Unie worden uitgevoerd, spelen in dat verband een belangrijke rol. Deze EU-drugsstrategie verschaft een gemeenschappelijk, empirisch onderbouwd kader om het drugsfenomeen in en buiten de EU aan te pakken. Door een kader voor gezamenlijke en complementaire acties te verschaffen, zorgt de strategie ervoor dat de op dit terrein ingezette middelen effectief en efficiënt worden gebruikt, en dat rekening wordt gehouden met de institutionele en financiële beperkingen en capaciteiten van de lidstaten en de EU-instellingen.

6.

De strategie strekt ertoe bij te dragen tot terugdringing van zowel de vraag naar als het aanbod van drugs in de Unie, alsmede tot beperking van de door drugs aan de maatschappij en aan de gezondheid toegebrachte risico's en schade, door een strategische aanpak ter ondersteuning en aanvulling van nationaal beleid, die een kader biedt voor gecoördineerde en gezamenlijke actie en die de basis en het politieke kader vormt voor de externe EU-samenwerking op dit gebied. Daartoe zal een geïntegreerde, evenwichtige en empirisch onderbouwde aanpak worden gevolgd.

7.

Tot slot bouwt deze strategie voort op de lessen die uit de toepassing van de vorige drugsstrategieën van de Unie en de daaraan gerelateerde actieplannen kunnen worden getrokken, waaronder de bevindingen en aanbevelingen van de externe evaluatie van de EU-drugsstrategie 2005-2012, terwijl ook andere relevante beleidsontwikkelingen en acties op drugsgebied, op uniaal en internationaal niveau, in aanmerking worden genomen.

I.   Inleiding

8.

De strategie volgt nieuwe benaderingen en pakt nieuwe uitdagingen aan die de afgelopen jaren zijn gesignaleerd, zoals:

de toenemende trend om verschillende drugs tegelijk te gebruiken, en ook om illegale verdovende middelen te combineren met legale middelen, zoals alcohol en op recept afgeleverde gereglementeerde geneesmiddelen;

de trends naar het gebruiken van niet-opioïde drugs, alsook de opkomst en de verspreiding van nieuwe psychoactieve middelen;

de noodzaak de toegang tot op recept geleverde gereglementeerde geneesmiddelen te waarborgen en te verbeteren;

de noodzaak de kwaliteit, het bereik en de diversifiëring van ter vermindering van de vraag naar drugs aangeboden diensten te verbeteren;

de aanhoudend hoge incidentie van via bloed overdraagbare aandoeningen, vooral het hepatitis-C-virus, onder intraveneuze drugsgebruikers en de potentiële risico's van nieuwe uitbraken van hiv-infecties en andere via bloed overdraagbare aandoeningen die met intraveneus drugsgebruik samenhangen;

het aanhoudend hoge aantal drugsgerelateerde doden in de Unie;

de noodzaak drugsgebruik gericht aan te pakken door middel van geïntegreerde zorgbenaderingen, met aandacht voor, onder meer, psychiatrische comorbiditeit;

de dynamiek van de illegale verdovende middelenmarkten, onder meer verschuivingen in de aanvoerroutes voor drugs, grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en het gebruik van nieuwe communicatietechnologieën om de distributie van illegale verdovende middelen en nieuwe psychoactieve middelen te vergemakkelijken;

de noodzaak te voorkomen dat precursoren, pre-precursoren en andere essentiële chemische stoffen die voor de illegale vervaardiging van drugs worden gebruikt, vanuit de legale handel op de illegale markt terechtkomen en dat bepaalde chemische stoffen via sluikhandel als versnijdingsmiddel worden gebruikt.

9.

Met de EU-drugsstrategie worden de volgende doelstellingen beoogd:

bijdragen tot een meetbare terugdringing van de vraag naar drugs, drugsverslaving en de drugsgerelateerde aan de maatschappij en aan de gezondheid toegebrachte risico's en schade;

bijdragen tot een verstoring van de markt voor illegale verdovende middelen en een meetbare vermindering van de beschikbaarheid van illegale verdovende middelen;

coördinatie aanmoedigen door actief van gedachten te wisselen en analyses te verrichten van de ontwikkelingen en uitdagingen op drugsgebied op uniaal en internationaal niveau;

de dialoog en de samenwerking in drugskwesties tussen de EU en derde landen en internationale organisaties verder intensiveren;

bijdragen tot een betere verspreiding van de monitoring-, onderzoeks- en evaluatieresultaten en een beter inzicht in alle aspecten van het drugsfenomeen en in het effect van interventies, teneinde een degelijke en alomvattende empirische onderbouwing voor beleid en acties te verschaffen.

10.

De strategie bouwt voort op de verwezenlijkingen (2) van de Unie op het gebied van illegale verdovende middelen en wordt van input voorzien door een continue, alomvattende evaluatie van de actuele drugssituatie, met name de van het EWDD afkomstige evaluatie, en onderkent tevens dat proactief op de ontwikkelingen en uitdagingen moet worden ingespeeld.

11.

De strategie is opgebouwd rond twee beleidsgebieden: terugdringing van de vraag naar drugs en terugdringing van het drugsaanbod, en rond drie transversale thema's: a) coördinatie, b) internationale samenwerking en c) onderzoek, informatie, monitoring en evaluatie. De twee opeenvolgende actieplannen, die in 2013 en 2017 door de respectieve voorzitterschappen zullen worden opgesteld, zullen een lijst van specifieke acties, met een tijdschema, verantwoordelijke partijen, indicatoren en evaluatie-instrumenten bevatten.

12.

Terdege rekening houdend met de huidige situatie op drugsgebied en de uitvoeringsbehoeften van de strategie, zal op elk van de twee beleidsgebieden en de drie transversale thema's een beperkt aantal gerichte acties worden geselecteerd om in de actieplannen te worden opgenomen, op basis van onder meer de volgende criteria:

a)

de acties moeten empirisch onderbouwd, wetenschappelijk verantwoord en kosteneffectief zijn, en realistische en meetbare resultaten opleveren die kunnen worden getoetst;

b)

de acties zullen aan termijnen gebonden zijn, van benchmarks en prestatie-indicatoren worden voorzien en de voor uitvoering, rapportage en evaluatie verantwoordelijke partijen vermelden;

c)

de acties moeten een duidelijke relevantie en meerwaarde voor de Unie hebben.

13.

Teneinde de aandacht doorlopend op de uitvoering van de strategie en de bijbehorende actieplannen gericht te houden, dient elk voorzitterschap, met de steun van de Commissie en de technische input van het EWDD en Europol, te bepalen welke prioriteiten en acties tijdens zijn voorzitterschap follow-up in de HGD vergen en de voortgang dienaangaande te monitoren. De Commissie dient, rekening houdend met de door de lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) verstrekte informatie, de van het EWDD, Europol en andere EU-instanties afkomstige informatie en de uit het maatschappelijk middenveld ontvangen informatie, tweejaarlijkse voortgangsverslagen op te stellen waarin wordt geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen en de prioriteiten van de EU-drugsstrategie en het (de) bijbehorende actieplan(nen) verwezenlijkt zijn.

14.

De Commissie zal, rekening houdend met de door de lidstaten verstrekte informatie en de van het EWDD, van Europol en andere relevante EU-instellingen en organen en van het maatschappelijk middenveld afkomstige informatie, uiterlijk in 2016 een externe tussentijdse evaluatie van de strategie initiëren, met het oog op het opstellen van een tweede actieplan voor de periode 2017-2020. Wanneer de drugsstrategie en de bijbehorende actieplannen in 2020 aflopen, zal de Commissie een alomvattende externe evaluatie van de uitvoering initiëren. In deze evaluatie moet tevens rekening worden gehouden met informatie die is vergaard bij de lidstaten, het EWDD, Europol en andere relevante EU-instellingen en organen en bij het maatschappelijk middenveld, en uit vorige evaluaties, teneinde te zorgen voor input en aanbevelingen voor de toekomstige ontwikkeling van het drugsbeleid van de Unie.

15.

Opdat de EU-drugsstrategie 2013-2020 haar doelstellingen zou bereiken en teneinde de efficiëntie ervan te waarborgen, zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande instrumenten en organen die actief zijn op drugsgebied, binnen het toepasselijke mandaat, of die relevant zijn voor cruciale aspecten van de strategie, zowel binnen de Unie (met name het EWDD, Europol, Eurojust, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en het Europees Geneesmiddelenbureau), alsook van samenwerking buiten de Unie (zoals het UNODC, de WDO, de WHO en de Pompidou-Groep). De Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger, de Raad en het Europees Parlement zorgen ervoor dat de activiteiten van de Unie op het gebied van illegale verdovende middelen gecoördineerd worden en elkaar aanvullen.

16.

Zowel op uniaal als op nationaal niveau moeten passende en specifieke middelen ter verwezenlijkingen van de doelstellingen van deze EU-drugsstrategie worden toegewezen.

II.   Beleidsterrein: terugdringen van de vraag naar drugs

17.

Het terugdringen van de vraag naar drugs bestaat uit een reeks van even belangrijke en elkaar versterkende maatregelen, waaronder preventie (omgevingsgerichte, universele, selectieve en geïndiceerde preventie), vroegtijdige opsporing en interventie, risico- en schadebeperking, behandeling, rehabilitatie, herintegratie in de maatschappij en herstel.

18.

Wat de terugdringing van de vraag naar drugs betreft, heeft de EU-drugsstrategie 2013-2020 ten doel bij te dragen tot een meetbare vermindering van het gebruik van illegale verdovende middelen, het tijdstip waarop met drugsgebruik wordt begonnen tot op latere leeftijd uit te stellen, en problematisch drugsgebruik, drugsverslaving en drugsgerelateerde aan de maatschappij en aan de gezondheid toegebrachte risico's en schade te voorkomen en te verminderen door een geïntegreerde, multidisciplinaire en empirisch onderbouwde aanpak, en door de samenhang tussen het volksgezondheidsbeleid, het sociale beleid en het justitiebeleid te bevorderen en te vrijwaren.

19.

Op het gebied van de terugdringing van de vraag naar drugs gelden de volgende, in willekeurige volgorde vermelde prioriteiten:

19.1.

Verbeteren van de beschikbaarheid, toegankelijkheid en reikwijdte van doeltreffende en gediversifieerde maatregelen ter terugdringing van de vraag naar drugs, bevorderen van het gebruik en de uitwisseling van beste praktijken, en ontwikkelen en uitvoeren van kwaliteitsnormen voor preventie (omgevingsgerichte, universele, selectieve en geïndiceerde preventie), vroegtijdige opsporing en interventie, risico- en schadebeperking, behandeling, rehabilitatie, herintegratie in de maatschappij en herstel.

19.2.

Verbeteren van de beschikbaarheid en de doeltreffendheid van preventieprogramma’s (van eerste impact tot duurzaamheid op lange termijn) en bewustmaking van de risico’s van het gebruik van illegale verdovende middelen en andere psychoactieve middelen en de daaraan verbonden gevolgen. Daartoe dienen preventiemaatregelen vroegtijdige opsporing en interventie te omvatten, alsook het bevorderen van een gezonde leefstijl en gerichte (d.w.z. selectieve en geïndiceerde) preventie, die ook op families en leefgemeenschappen is gericht.

19.3.

Intensiveren en ontwikkelen van doeltreffende maatregelen ter terugdringing van de vraag, als reactie op uitdagingen zoals het gebruik van verschillende drugs tegelijk, inclusief het gecombineerde gebruik van legale en illegale middelen, misbruik van op recept geleverde gereglementeerde geneesmiddelen en het gebruik van nieuwe psychoactieve middelen.

19.4.

Investeren in en stimuleren van onderzoek naar doeltreffende maatregelen ter vermindering van de risico's en schade, met als doel het drastisch verminderen van het aantal directe en indirecte drugsgerelateerde overlijdens en besmettelijke, via bloed overdraagbare aandoeningen die samenhangen met drugsgebruik, maar daartoe niet beperkt zijn, hiv en virale hepatitis, alsook seksueel overdraagbare aandoeningen en tuberculose.

19.5.

Verruimen van de beschikbaarheid, toegankelijkheid en reikwijdte van doeltreffende en gediversifieerde drugsbehandeling in de gehele Unie, naar problematische drugsgebruikers en drugsverslaafden, inclusief gebruikers van niet-opioïden, zodat al degenen die een drugsbehandeling wensen, die onmiddellijk kunnen krijgen op basis van de relevante behoeften.

19.6.

Intensiveren van de ontwikkeling, beschikbaarheid en reikwijdte van maatregelen ter terugdringing van de vraag naar drugs in gevangenissen, waar nodig, op basis van een correcte beoordeling van de gezondheidssituatie en de behoeften van gevangenen, teneinde een zorgniveau te bereiken dat kwalitatief gelijkwaardig is aan dat wat in de gemeenschap wordt verstrekt en dat in overeenstemming is met het recht op gezondheidszorg en menselijke waardigheid zoals neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvest van de grondrechten van de Unie. Er moet worden gezorgd voor zorgcontinuïteit in alle fasen van het strafrechtstelsel, alsook na vrijlating.

19.7.

Ontwikkelen en uitbreiden van geïntegreerde zorgmodellen, die tegemoetkomen aan behoeften in verband met mentale en/of fysieke gezondheidsgerelateerde problemen, rehabilitatie en sociale ondersteuning, teneinde de maatschappelijke en de gezondheidssituatie, de herintegratie in de maatschappij en het herstel van problematische drugsgebruikers en drugsverslaafden, inclusief gevallen van comorbiditeit, te bevorderen en te verbeteren.

19.8.

Ontwikkelen van doeltreffende en gedifferentieerde maatregelen ter terugdringing van de vraag naar drugs, die ten doel hebben het drugsgebruik te verminderen en/of het tijdstip waarop het drugsgebruik aanvangt, tot op latere leeftijd uit te stellen en die aangepast zijn aan de behoeften van specifieke groepen, patronen van drugsgebruik en omstandigheden, met bijzondere aandacht voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen.

19.9.

Voorkomen van lokale en regionale epidemieën van drugsgebruik die de volkgezondheid in de Unie kunnen bedreigen, door te zorgen voor gecoördineerde en doeltreffende gemeenschappelijke benaderingen.

19.10.

In de prioriteiten op het gebied van het terugdringen van de vraag naar drugs moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken, behoeften en uitdagingen die eigen zijn aan het drugsfenomeen op nationaal en op uniaal niveau. Het is van cruciaal belang dat daartoe toereikende middelen worden uitgetrokken op lokaal, nationaal en uniaal niveau.

III.   Beleidsterrein: terugdringing van het aanbod van drugs

20.

De terugdringing van het drugsaanbod omvat de preventie, ontrading en ontwrichting van drugsgerelateerde criminaliteit, meer bepaald georganiseerde criminaliteit, door middel van samenwerking op het gebied van justitie en rechtshandhaving, interdictie, confiscatie van criminele vermogensbestanddelen, onderzoeken en grensbeheer.

21.

Wat het verminderen van het aanbod van drugs betreft, heeft de EU-drugsstrategie 2013-2020 ten doel bij te dragen tot een meetbare vermindering van beschikbare illegale verdovende middelen, door het ontwrichten van illegale verdovende middelenhandel, het ontmantelen van georganiseerde criminele groepen die bij de vervaardiging van en de handel in drugs betrokken zijn, efficiënt gebruik van het strafrechtsysteem, doeltreffende rechtshandhaving op basis van criminele inlichtingen en toegenomen uitwisseling van criminele inlichtingen. Op uniaal niveau zal de nadruk worden gelegd op grootschalige, grensoverschrijdende en georganiseerde drugsgerelateerde criminaliteit.

22.

Op het gebied van de terugdringing van het aanbod van drugs gelden de volgende, in willekeurige volgorde vermelde prioriteiten:

22.1.

Versterken van de samenwerking en de coördinatie tussen wetshandhavingsinstanties op strategisch en operationeel niveau. Dit dient te omvatten, maar is niet beperkt tot het verbeteren van grensoverschrijdende uitwisseling van informatie (en criminele inlichtingen) „in real time”, alsook van beste praktijken en kennis, en het uitvoeren van gezamenlijke operaties en onderzoeken. Samenwerking met derde landen bij het bestrijden van drugsgerelateerde georganiseerde criminele organisaties waarvan de werkzaamheden gericht zijn op of plaatsvinden binnen de Unie, moet in dit verband belangrijk worden geacht.

22.2.

Verminderen van de grensoverschrijdende en intra-EU-vervaardiging van illegale verdovende middelen, de smokkel en de handel daarin en de distributie en verkoop daarvan, het faciliteren van activiteiten met het oog daarop, alsook terugdringen van de sluikhandel in drugsprecursoren, pre-precursoren en andere essentiële chemische stoffen die bij de vervaardiging van illegale verdovende middelen worden gebruikt.

22.3.

Effectief reageren op veranderende trends, zoals de sluikhandel in bepaalde chemische stoffen die worden gebruikt als versnijdingsmiddelen voor illegale verdovende middelen, en het aanbieden van drugs met gebruikmaking van nieuwe technologieën.

22.4.

Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan nieuwe communicatietechnologieën en de belangrijke rol daarvan bij het vergemakkelijken van de vervaardiging, het op de markt brengen, de handel in en de distributie van drugs (met inbegrip van gereglementeerde nieuwe psychoactieve stoffen).

22.5.

De lidstaten blijven samenwerken en blijven, in voorkomend geval, hun acties coördineren op uniaal niveau, samen met de bevoegde internationale en EU-organen en -agentschappen, zoals Europol, Eurojust en het EWDD, en zij benutten ten volle bestaande instrumenten en methoden op het gebied van justitiële en rechtshandhavingssamenwerking, zoals inlichtingengestuurde wetshandhaving, drugsprofilering, gemeenschappelijke onderzoeksteams, gemeenschappelijke douane- en politieoperaties en relevante initiatieven zoals de Empact-projecten, platforms van verbindingsfunctionarissen en het gebruik van regionale platforms.

22.6.

Op uniaal niveau wordt de nadruk gelegd op inlichtingengestuurde rechtshandhaving die gericht is op grootschalige vervaardiging van en handel in drugs. De coördinatie en de samenwerking tussen wetshandhavingsinstanties in en tussen de lidstaten en met Europol moet nog verder worden geïntensiveerd.

22.7.

Indien noodzakelijk, wanneer dergelijke taken niet via Europol kunnen worden geïnitieerd of uitgevoerd, kunnen binnen de Unie regionale ad-hocsamenwerkingsinitiatieven of -platforms tot stand worden gebracht om het hoofd te bieden aan opkomende dreigingen als gevolg van verschuivingen in de aanvoerroutes voor drugs en opkomende knooppunten van georganiseerde criminaliteit. Dit vindt plaats door middel van gecoördineerde reactieoperaties. Dergelijke acties moeten verenigbaar zijn met en een aanvulling vormen op bestaande juridische en operationele regelingen op uniaal niveau, en moeten worden gebaseerd op dreigingsevaluaties en -analyses. Zulke samenwerkingsstructuren moeten flexibel zijn, kunnen tijdelijk zijn, afhankelijk van de manier waarop de specifieke dreiging waarop zij gericht zijn, zich ontwikkelt, en moeten nauw samenwerken met alle bevoegde EU-agentschappen en -platforms, in het bijzonder Europol.

22.8.

Versterken, waar dat nodig wordt geacht, van de drugsgerelateerde justitiële en rechtshandhavingssamenwerking op uniaal niveau en van het gebruik van beste praktijken, door sneller en nauwkeuriger te reageren. Ondersteunen van activiteiten op het gebied van justitiële en rechtshandhavingssamenwerking en uitwisseling van informatie en inlichtingen.

22.9.

Op gerichte wijze versterken van het wetgevingskader van de Europese Unie waar dat nodig wordt geacht om de EU-reactie op nieuwe tendensen op te voeren, ervoor zorgen dat gezamenlijke inspanningen elkaar aanvullen met het oog op het ontmantelen van grensoverschrijdende georganiseerde criminele groepen, confisqueren van opbrengsten uit drugsgerelateerde misdrijven door onverkort gebruik te maken van het EU-netwerk van bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen en op die manier doeltreffender reageren op de drugshandel. Er kan worden nagegaan of de betrokken rechtshandhavingsinstrumenten verder kunnen worden ontwikkeld.

22.10.

De Unie streeft naar een doeltreffender beleid inzake vermindering van het drugsaanbod, door de evaluatie en analyse van het beleid aan te scherpen en aldus een beter inzicht te krijgen in drugsmarkten, drugsgerelateerde misdrijven en de doeltreffendheid van drugsgerelateerde rechtshandhavingsreacties.

22.11.

Om criminaliteit en recidive te voorkomen en de efficiëntie en effectiviteit van het strafrechtsysteem te verbeteren, met inachtneming van de evenredigheid, stimuleert de Unie waar nodig het gebruik, de monitoring en de doeltreffende uitvoering van drugsmaatregelen en -programma's, waaronder doorverwijzing na arrestatie en passende alternatieven voor dwangmaatregelen (zoals onderwijs, behandeling, rehabilitatie, nazorg en herintegratie in de maatschappij) voor drugsgebruikende delinquenten.

IV.   Transversaal thema: Coördinatie

23.

In het kader van het EU-drugsbeleid wordt met coördinatie een tweeledig doel nagestreefd: zorgen voor synergieën, communicatie en een doeltreffende uitwisseling van informatie en inzichten ter ondersteuning van de beleidsdoelstellingen, en tegelijkertijd aanmoedigen van een actief politiek discours en politieke analyse van ontwikkelingen en uitdagingen op drugsgebied op uniaal en internationaal niveau.

Coördinatie is nodig binnen en tussen EU-instellingen, lidstaten, andere betrokken Europese organen en de civiele samenleving enerzijds, en tussen de EU, internationale organen en derde landen anderzijds.

24.

Op het gebied van coördinatie gelden de volgende, in willekeurige volgorde vermelde prioriteiten:

24.1.

Zorgen voor synergieën, samenhang en doeltreffende werkpraktijken tussen de betrokken lidstaten, EU-instellingen, -organen en -initiatieven, op basis van het beginsel van loyale samenwerking (3), waarbij doublures worden vermeden, een efficiënt systeem voor gegevensuitwisseling wordt verzekerd, middelen doeltreffend worden aangewend en de continuïteit van de acties tussen de verschillende voorzitterschappen wordt gewaarborgd.

24.2.

Gelet op de rol van de HGD als het belangrijkste coördinerende orgaan in de Raad voor het drugsbeleid, moeten haar coördinerende inspanningen verder worden opgevoerd om rekening te houden met de werkzaamheden van de verschillende organen die een drugscomponent omvatten, zoals het Permanent comité operationele samenwerking op het gebied van de binnenlandse veiligheid (COSI) en de Groep volksgezondheid. Voorts noopt een evenwichtige aanpak van de drugsproblematiek, in het kader waarvan zowel de vraag naar als het aanbod van drugs even krachtig worden bestreden, tot nauwe samenwerking, interactie en gegevensuitwisseling met andere bevoegde voorbereidende Raadsinstanties, onder meer die op het gebied van extern beleid, en andere relevante EU-initiatieven op het gebied van justitiële en strafrechtelijke aangelegenheden, rechtshandhaving, volksgezondheid en sociale zaken.

24.3.

Ervoor zorgen dat de Unie en de lidstaten werkmethoden en beste praktijken voor multidisciplinaire samenwerking blijven ontwikkelen en toepassen ter ondersteuning van de doelstellingen van de strategie, en dat deze op nationaal niveau worden gepromoot.

24.4.

Tijdens elk voorzitterschap de gelegenheid bieden om aangelegenheden als coördinatie, samenwerking, opkomende trends, effectieve interventies en andere beleidsontwikkelingen met een meerwaarde voor de EU-drugsstrategie te bespreken, te monitoren en te evalueren, bijvoorbeeld tijdens de nationale vergaderingen van drugscoördinatoren.

24.5.

Bevorderen en aanmoedigen van de actieve en betekenisvolle deelname en betrokkenheid van de civiele samenleving, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties, jongeren, drugsgebruikers en cliënten van drugsgerelateerde diensten, aan de uitwerking en uitvoering van het drugsbeleid op nationaal, uniaal en internationaal niveau. Tevens zorgen voor betrokkenheid van het EU-drugsforum op uniaal en internationaal niveau.

24.6.

Ervoor zorgen dat de Unie met één krachtige stem spreekt in internationale fora zoals de Commissie voor verdovende middelen (CND) en in dialogen met derde landen, waarbij zij de geïntegreerde, evenwichtige en empirisch onderbouwde EU-aanpak ter bestrijding van drugs propageert. In dit verband kunnen de EU-delegaties een nuttige rol spelen bij het bevorderen van deze aanpak op het gebied van drugs en bij het faciliteren van een samenhangend discours over het drugsbeleid.

V.   Transversaal thema: internationale samenwerking

25.

Internationale samenwerking is een belangrijk gebied waar de Unie een meerwaarde geeft aan de inspanningen van de lidstaten om het drugsbeleid te coördineren en drugsproblemen aan te pakken. De externe betrekkingen van de Unie op drugsgebied zijn gebaseerd op de beginselen gedeelde verantwoordelijkheid, multilateralisme, een geïntegreerde, evenwichtige en empirisch onderbouwde aanpak, het integreren van ontwikkeling in het beleid op andere terreinen, eerbiediging van de mensenrechten en de menselijke waardigheid, en eerbiediging van internationale verdragen.

26.

Op het gebied van internationale samenwerking bestaat de doelstelling van de EU-drugsstrategie 2013-2020 erin om, met betrekking tot drugsvraagstukken, de dialoog en de samenwerking tussen de EU en derde landen en internationale organisaties op een alomvattende en evenwichtige manier verder te versterken.

27.

De EU-drugsstrategie is een onderdeel van een algemene aanpak die de EU in staat stelt om op internationaal niveau en met de partnerlanden met één stem te spreken. De Unie zal zich blijven inzetten voor internationale samenwerking en overleg over de uitgangspunten van het drugsbeleid, en zal actief de verwezenlijkingen van de EU-aanpak in het drugsbeleid delen; die aanpak houdt het evenwicht tussen het terugdringen van de vraag naar en van het aanbod van drugs, is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en inlichtingen, en eerbiedigt de mensenrechten.

Daarom moet er samenhang zijn tussen het beleid en de acties op uniaal niveau, onder meer wat betreft de externe samenwerking inzake terugdringing van de vraag naar drugs, met inbegrip van risico- en schadebeperking, terugdringing van het drugsaanbod, alternatieve ontwikkeling, de uitwisseling en overdracht van kennis en de betrokkenheid van zowel gouvernementele als niet-gouvernementele actoren.

28.

De Unie en haar lidstaten moeten ervoor zorgen dat de EU-drugsstrategie en de doelstellingen ervan geïntegreerd worden in het algemene kader van het extern beleid van de Unie, als onderdeel van een alomvattende aanpak die op samenhangende en gecoördineerde wijze ten volle gebruik maakt van de diverse beleidsmaatregelen en de diplomatieke, politieke en financiële instrumenten die de Unie ter beschikking heeft. De hoge vertegenwoordiger, met de ondersteuning van de EDEO, dient dit proces te vergemakkelijken.

29.

Op het gebied van drugs is de aanpak van het extern optreden van de Unie gericht op de verdere versterking en ondersteuning van de inspanningen die derde landen zich getroosten om af te rekenen met de problemen op het stuk van volksgezondheid, veiligheid en beveiliging. Een en ander krijgt gestalte door de uitvoering van in deze strategie omschreven initiatieven en daarna van actieplannen, waaronder alternatieve ontwikkeling, terugdringing van de vraag naar drugs, terugdringing van het drugsaanbod, bevordering en bescherming van de mensenrechten, rekening houdend met regionale initiatieven. Gelet op de gevolgen van de vervaardiging van en de handel in drugs voor de interne stabiliteit en de veiligheidssituatie van bron- en transitlanden, zullen de acties ook gericht zijn op het aanpakken van corruptie, witwassen en de opbrengsten uit drugsgerelateerde misdrijven.

30.

Op het gebied van internationale samenwerking gelden de volgende, in willekeurige volgorde vermelde prioriteiten:

30.1.

Verbeteren van de samenhang tussen de interne en externe aspecten van het EU-drugsbeleid, en de respons op drugsgebied ten aanzien van derde landen.

30.2.

Een grotere inzet en meer coördinatie vanwege de Unie in het internationale overleg over drugsbeleid, zowel in de onderhandelingen met internationale organisaties en structuren waaronder de VN, de G8 en de Raad van Europa, en in de betrekkingen met derde landen, door tot gemeenschappelijke EU-standpunten te komen, en te zorgen voor een effectieve rol in het proces van het VN-drugsbeleid.

30.3.

Ervoor zorgen dat de internationale samenwerking op drugsgebied geïntegreerd is in de algemene politieke betrekkingen en in de kaderovereenkomsten tussen de EU en haar partners, op nationaal en/of regionaal niveau. Die samenwerking moet een weerspiegeling zijn van de geïntegreerde, evenwichtige en empirisch onderbouwde aanpak van de Unie, en dient de volgende aspecten te omvatten: politieke dialoog, coördinatie van de drugsbestrijding, terugdringing van de vraag (met inbegrip van risico- en schadebeperking), terugdringing van het aanbod, met inbegrip van alternatieve ontwikkeling en rechtshandhaving, integratie van het drugsbeleid in de ruimere agenda van de ontwikkelingssamenwerking, informatie, onderzoek, monitoring en evaluatie.

30.4.

Ervoor zorgen dat de internationale respons en acties van de Unie in prioritaire derde landen en regio's wereldwijd alomvattend zijn, en dat daarin rekening wordt gehouden met alle dimensies van het drugsfenomeen, en door middel van een versterkt partnerschap de ontwikkeling, stabiliteit en veiligheid van deze landen en regio's aanpakken.

30.5.

Ervoor zorgen dat de internationale respons van de Unie op drugsgebied gebaseerd is op feiten en een monitoringsproces omvat van de situatie, door middel van verschillende informatie-instrumenten van de Europese Commissie, de EDEO, alsook van de EU-delegaties, de lidstaten, het EWDD, Europol, Eurojust en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, in nauwe samenwerking met het UNODC.

30.6.

Ervoor zorgen dat de hulp aan kandidaatlidstaten en mogelijke kandidaatlidstaten en aan de landen van het Europees nabuurschapsbeleid gericht is op capaciteitsopbouw voor terugdringing van zowel de vraag als het aanbod en op een op empirisch onderbouwd, doeltreffend en evenwichtig drugsbeleid, door middel van versterkte samenwerking, waaronder het delen van beste EU-praktijken en, in voorkomend geval, deelname aan agentschappen van de Unie zoals het EWDD, Europol en Eurojust.

30.7.

Zorgen voor een houdbaar niveau van beleidsdialoog en het delen van informatie over de strategieën, doelstellingen en relevante initiatieven door middel van drugsdialogen met internationale partners op regionaal en op bilateraal niveau. Er worden belangrijke partners bepaald op basis van de status van hun samenwerking met de Unie en hun relevantie bij het aanpakken van het mondiale fenomeen van illegale verdovende middelen, waarbij rekening wordt gehouden met partners die aantreden als resultaat van ontwikkelingen in de drugswereld. De politieke dialogen moeten een aanvulling vormen op en sporen met andere structuren van externe samenwerking en de effecten daarvan, en in voorkomend geval een forum bieden voor de bespreking van prioriteiten inzake samenwerking en voortgang betreffende met Uniemiddelen gefinancierde projecten.

30.8.

Zorgen voor een passend niveau van financiering en deskundigheid (geleverd door de Unie en haar lidstaten), onder meer door de coördinatie, monitoring en evaluatie van financiële en technische bijstand te versterken en tegelijkertijd te zoeken naar synergieën en voortdurend te streven naar een evenwicht bij de transparante spreiding van de samenwerking, de middelen en de financiële en technische bijstand, alsook tussen de maatregelen ter terugdringing van de vraag en die ter vermindering van het aanbod, die de EU-benadering weerspiegelen. De Unie moet toewerken naar het aanbieden van toepasselijke expertise in EU-delegaties met het oog op de uitvoering van drugsgerelateerde maatregelen die op derde landen zijn gericht. In de tussentijdse en de definitieve evaluatie van deze EU-drugsstrategie moet nagedacht worden over het effect van de uitgaven van de Unie en de lidstaten in derde landen, en de EDEO dient in voorkomend geval de lidstaten actuele gegevens te verstrekken over de prioriteiten en de voortgang inzake EU-bestedingen in derde landen.

30.9.

Wanneer zij financiële en technische hulp aan bronlanden verstrekken, zorgen de Unie en de lidstaten er in het bijzonder voor dat alternatieve ontwikkelingsprogramma's aan de volgende voorwaarden voldoen:

zij zijn onvoorwaardelijk, niet-discriminerend en indien zij in verdelging voorzien, deugdelijk gefaseerd;

zij bevatten realistische doelstellingen op het gebied van plattelandsontwikkeling en indicatoren om de programma's te doen slagen, zorgen ervoor dat doelgemeenschappen een eigen inbreng hebben, en

zij ondersteunen de plaatselijke ontwikkeling en houden rekening met factoren zoals menselijke veiligheid, governance, geweld, mensenrechten, ontwikkeling en voedselzekerheid.

30.10.

Ervoor zorgen dat de bescherming van de mensenrechten volledig wordt geïntegreerd in de politieke dialogen, en in de uitvoering en de resultaten van de betrokken programma's en projecten inzake drugsbestrijding.

VI.   Transversaal thema: informatie, onderzoek, monitoring en evaluatie

31.

Het doel van de EU-drugsstrategie 2013-2020 inzake informatie, onderzoek, monitoring en evaluatie bestaat erin bij te dragen tot een beter inzicht in alle aspecten van het drugsfenomeen en het effect van maatregelen, teneinde een deugdelijke en alomvattende feitelijke grondslag voor beleid en acties te verschaffen. Voorts moet de EU-drugsstrategie 2013-2020 bijdragen tot een betere verspreiding van de monitoring, het onderzoek en de evaluatie van de resultaten op uniaal en nationaal niveau, zorgen voor sterkere synergieën, voor een evenwichtige toewijzing van financiële middelen en vermijden dat dubbel werk wordt verricht. Dit kan worden bereikt door de harmonisatie van methodes, netwerking en een nauwere samenwerking.

32.

Op het gebied van informatie, onderzoek, monitoring en evaluatie gelden de volgende, in willekeurige volgorde vermelde prioriteiten:

32.1.

De Unie en haar lidstaten moeten blijven investeren in de uitwisseling van informatie, het verzamelen van gegevens en monitoring, alsook in onderzoek en evaluatie van de situatie op drugsgebied en de nationale en uniale respons daarop. Alle aspecten van het drugsfenomeen moeten worden bestreken, ook de vraag naar en het aanbod van drugs. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar het aanhouden en verder versterken van het verzamelen van gegevens en de rapportering conform de sleutelindicatoren van het EWDD inzake terugdringing van de vraag naar drugs.

32.2.

Het EWDD moet, binnen de grenzen van zijn mandaat, de kennisinfrastructuur verder verstevigen en moet een sleutelrol blijven spelen als centrale facilitator, steunverlener en dienstverlener van informatie, onderzoek, monitoring en evaluatie met betrekking tot illegale verdovende middelen in de gehele Unie. Het moet tijdige, holistische en alomvattende analyses blijven leveren van de Europese situatie op drugsgebied en van de desbetreffende respons, en moet blijven samenwerken met andere betrokken agentschappen, onder meer — wanneer dit zinvol en passend is — met het Uitvoerend Agentschap voor Gezondheid en Consumenten (EAHC), het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, en de WGO.

32.3.

Europol moet zich blijven inzetten voor het verzamelen van gegevens en het analyseren van drugsgerelateerde misdaad, terwijl de lidstaten Europol informatie op dit gebied moeten verschaffen. Europol moet regelmatig dreigingsevaluaties van hoge kwaliteit (bijv. EU SOCTA) over drugsgerelateerde misdaad blijven opstellen.

32.4.

De lidstaten en de instellingen en agentschappen van de Unie moeten intensiever informatie en gegevens verzamelen over alle aspecten van het drugsaanbod, met inbegrip van de drugsmarkt, drugsgerelateerde misdrijven en terugdringing van het drugsaanbod, ten einde tot een betere analyse en een besluitvorming met kennis van zaken te komen. De lidstaten, de Commissie, het EWDD, Europol en, waar passend, andere EU-agentschappen moeten samenwerken om de gegevensverzameling en de ontwikkeling van beleidsrelevante en vanuit wetenschappelijk oogpunt deugdelijke indicatoren te verbeteren.

32.5.

Het is noodzakelijk dat de instellingen en organen van de Unie en de lidstaten de capaciteit verbeteren om de opkomst van nieuwe psychoactieve stoffen te detecteren en te evalueren, en snel en doeltreffend daarop te reageren, alsook op gedragswijzigingen in drugsgebruik en uitbraken van epidemieën en andere opkomende trends die een risico vormen voor de volksgezondheid en de veiligheid. Dit kan onder meer worden bereikt door de bestaande EU-wetgeving te versterken en door informatie, inlichtingen, kennis en beste praktijken uit te wisselen.

32.6.

De lidstaten en de instellingen en agentschappen van de Unie moeten onderzoek, inclusief toegepast onderzoek, naar nieuwe psychoactieve middelen bevorderen en ondersteunen en zorgen voor samenwerking en coördinatie tussen netwerken op nationaal en uniaal niveau om het fenomeen inzichtelijker te maken. De monitoring op dit gebied moet in nauwe coördinatie met het EWDD worden opgevoerd. De nadruk moet in het bijzonder komen te liggen op de ontwikkeling van forensische en toxicologische capaciteit en op verbetering van de beschikbaarheid van epidemiologische informatie.

32.7.

De lidstaten moeten zich blijven inspannen om de resultaten binnen de Unie op het gebied van monitoring en uitwisseling van informatie aan te houden, onder meer via het Reitox-netwerk van nationale contactpunten, en moeten steun verlenen aan de verdere ontwikkeling van een uniale gestandaardiseerde gegevensverzameling en -analyse inzake de vraag naar en het aanbod van drugs.

32.8.

Ervoor zorgen dat er op uniaal en nationaal niveau voldoende financiering voorhanden is voor drugsgerelateerde O&O-projecten, in overeenstemming met de financiële middelen, onder meer de financieringsprogramma's van de Unie voor de periode 2014-2020. Op uniaal niveau ontwikkelde projecten moeten rekening houden met de prioriteiten van de strategie en de bijbehorende actieplannen, en moeten een duidelijke Europese meerwaarde bieden, samenhang en synergieën garanderen en vermijden dat programma's elkaar overlappen of EU-organen dubbel werk verrichten.

32.9.

De instellingen en organen van de Unie en de lidstaten moeten de rol van de wetenschappelijke evaluatie van beleid en optreden (met de nadruk op resultaten) erkennen als een belangrijk element in de versterking van de EU-aanpak van drugs, en moeten het gebruik ervan op nationaal, uniaal en internationaal niveau bevorderen.

32.10.

Zorgen voor de opleiding van mensen die beroepsmatig met drugs te maken hebben, en die opleiding versterken, zowel wat de terugdringing van de vraag naar drugs als wat de terugdringing van het aanbod van drugs betreft.


(1)  Het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 1961, als gewijzigd bij het Protocol van 1972, het Verdrag inzake psychotrope stoffen (1971) en het Verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (1988).

(2)  Verslag van de onafhankelijke evaluatie van de EU-drugsstrategie 2005-2012 en de actieplannen in het kader daarvan, te raadplegen op http://ec.europa.eu/justice/anti-drugs/files/rand_final_report_eu_drug_strategy_2005-2012_en.pdf

(3)  Artikel 4 VEU.


Top