Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010AP0271

Macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en de instelling van een Europees Comité voor systeemrisico’s ***I Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautair macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (COM(2009)0499 – C7-0166/2009 – 2009/0140(COD))

OJ C 351E , 2.12.2011, p. 321–337 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

2.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 351/321


Woensdag 7 juli 2010
Macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en de instelling van een Europees Comité voor systeemrisico’s ***I

P7_TA(2010)0271

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautair macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (COM(2009)0499 – C7-0166/2009 – 2009/0140(COD))

2011/C 351 E/37

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Dit voorstel werd op 7 juli 2010 als volgt gewijzigd (1):

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT (2)

op het voorstel van de Commissie

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 114,

Gelet op het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (3),

Gezien het advies van Europees Economisch en Sociaal Comité (4),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (5),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het bieden van banen, krediet en groei door de reële economie kan alleen plaatsvinden indien er sprake is van financiële stabiliteit. De financiële crisis heeft grote tekortkomingen aan het licht gebracht in het financiële toezicht, dat er niet is in geslaagd de accumulatie van buitensporige risico's binnen het financiële stelsel te voorkomen. De crisis heeft enorme gevolgen voor de belastingbetalers, voor vele burgers van de Unie die hun baan zijn kwijtgeraakt, alsmede voor een groot aantal kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's). De lidstaten kunnen het zich niet veroorloven om bij een nieuwe crisis van vergelijkbare omvang de financiële instellingen opnieuw te redden, zonder de regels van het stabiliteits- en groeipact te overtreden.

(1 bis)

Reeds geruime tijd voor de financiële crisis heeft het Europees Parlement er met regelmaat toe opgeroepen om nog beter te zorgen voor een echt gelijk speelveld voor alle actoren op EU-niveau. Tegelijkertijd heeft het niet nagelaten te wijzen op belangrijke omissies in het toezicht van de Unie op de steeds sterker geïntegreerde financiële markten (in zijn resoluties van 13 april 2000 over de mededeling van de Commissie – Tenuitvoerlegging van het kader voor financiële markten: een actieplan  (6) , van 21 november 2002 over de regels inzake bedrijfseconomisch toezicht in de Europese Unie  (7) , van 11 juli 2007 over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010) – Witboek  (8) , van 23 september 2008 met aanbevelingen aan de Commissie inzake hedgefondsen en private equity  (9) , van 9 oktober 2008 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de Lamfalussy follow-up: de toekomstige toezichtstructuur  (10) , van 22 april 2009 over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)  (11) en van 23 april 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over ratingbureaus  (12) ).

(2)

In november 2008 heeft de Commissie een groep op hoog niveau onder voorzitterschap van de heer Jacques de Larosière (de „groep de Larosière”) opdracht gegeven aanbevelingen te doen over de wijze waarop de Europese toezichtregelingen kunnen worden versterkt teneinde EU-burgers beter te beschermen en het vertrouwen in het financiële stelsel te herstellen.

(3)

In zijn op 25 februari 2009 gepresenteerde eindrapport (het verslag De Larosière) heeft de groep-De Larosière onder meer aanbevolen een orgaan op Unieniveau op te richten dat belast is met het toezicht op het risico in het financiële stelsel als geheel.

(4)

In haar mededeling met als titel „Op weg naar Europees herstel” van 4 maart 2009 heeft de Commissie zich verheugd getoond over deze aanbevelingen van de groep de Larosière en de strekking ervan grotendeels onderschreven. Op zijn bijeenkomst van 19 en 20 maart 2009 heeft de Europese Raad overeenstemming bereikt over de noodzaak de regulering van en het toezicht op financiële instellingen binnen de EU te verbeteren en het rapport van de groep de Larosière als uitgangspunt voor te nemen maatregelen te hanteren.

(5)

In haar mededeling met als titel „Europees financieel toezicht” van 27 mei 2009 beschreef de Commissie een reeks hervormingen van de huidige regelingen voor het waarborgen van de financiële stabiliteit op Unieniveau, met name de oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) dat verantwoordelijk is voor het macroprudentiële toezicht. De Raad van 9 juni 2009 en de Europese Raad van 18 en 19 juni hebben het standpunt van de Commissie onderschreven en hebben zich verheugd getoond over het voornemen van de Commissie om met wetsvoorstellen te komen zodat het nieuwe kader in de loop van 2010 in werking kan treden. In overeenstemming met het standpunt van de Commissie concludeerde de Raad onder meer dat „de ECB de ESRB analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning dient te verlenen en daarbij ook dient te putten uit technisch advies van de nationale centrale banken en toezichthouders”. De ondersteuning van het ECSR door de ECB, alsook de aan het ECSR toegewezen taken moeten het beginsel van onafhankelijkheid van de ECB bij de uitoefening van haar taken uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) onverlet laten.

(5 bis)

Gelet op de integratie van de internationale financiële markten dient de Unie zich op wereldwijd niveau sterk te laten gelden. Het ECSR moet gebruik maken van de expertise van een wetenschappelijk comité op hoog niveau en moet de mondiale verantwoordelijkheden op zich nemen die nodig zijn om te waarborgen dat de stem van de Unie wordt gehoord op het vlak van financiële stabiliteit, met name door nauw samen te werken met het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Raad voor financiële stabiliteit (FSB) en alle partners van de Groep van 20 (G-20).

(5 ter)

Het ECSR moet onder meer meewerken aan de opname van de aanbevelingen van het IMF, de FSB en de Bank voor internationale betalingen (BIB) aan de G-20 in de inleidende overwegingen van hun rapport „Guidance to Assess the Systemic Importance of Financial Institutions, Markets and Instruments”, van oktober 2009, waarin wordt gesteld dat systeemrisico dynamisch moet worden benaderd teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de financiële sector en de wereldeconomie. Systeemrisico kan worden beschouwd als het risico op verstoring van de financiële dienstverlening door een verzwakking van het gehele financiële stelsel of van delen daarvan, met mogelijk ernstige gevolgen voor de reële economie.

(5 quater)

In het rapport „Guidance to Assess the Systemic Importance of Financial Institutions, Markets and Instruments” wordt eveneens gesteld dat de beoordeling van systeemrisico's waarschijnlijk varieert afhankelijk van de economische context. Daarbij wordt tevens een rol gespeeld door de financiële infrastructuur en de regelingen voor crisisbeheer, alsmede door de mate waarin gebreken kunnen worden opgevangen wanneer die zich voordoen. Instellingen kunnen systematisch belangrijk zijn voor lokale, nationale of internationale financiële stelsels en economieën. De belangrijkste criteria die het mogelijk maken het systematisch belang van markten en instellingen te bepalen zijn omvang (het volume van de verleende financiële diensten door de afzonderlijke component van het financiële stelsel), substitueerbaarheid (de mate waarin andere componenten van het stelsel dezelfde diensten kunnen aanbieden in het geval van falen) en onderlinge vervlechting (verbanden met andere componenten van het stelsel). Een beoordeling aan de hand van deze drie criteria moet worden aangevuld met onderzoek naar de financiële kwetsbaarheid en de mate waarin het institutionele kader in staat is financiële klappen op te vangen.

(5 quinquies)

Het is de taak van het ECSR om de systeemrisico's in normale omstandigheden te controleren en te beoordelen met het oog op enerzijds het beperken van de blootstelling van het systeem aan het risico dat de systeemcomponenten falen, en anderzijds het verbeteren van de veerkracht van het systeem in geval van economische schokken. In dit opzicht moet het ECSR de financiële stabiliteit waarborgen en de negatieve gevolgen voor de interne markt en de reële economie beperken. Om deze doelstellingen te bereiken, dient het ECSR alle relevante informatie te analyseren, met name de wetgeving die potentiële gevolgen voor de financiële stabiliteit heeft, zoals de voorschriften ten aanzien van de boekhouding, en op het gebied van faillissementen en financiële reddingsoperaties.

(6)

Voor een goede werking van de financiële stelsels van de Unie en wereldwijd en de beperking van bedreigingen daarvan is een verbeterde samenhang tussen macro- en microtoezicht onontbeerlijk. Zoals gesteld in de Turner review: „A regulatory response to the global banking crisis” van maart 2009 „zijn voor betere regelingen ofwel versterkte nationale bevoegdheden nodig, met als gevolg een interne markt die minder open is, ofwel een grotere mate van Europese integratie”. Gezien het belang van een deugdelijk financieel stelsel voor wat betreft de bijdrage daarvan aan het concurrentievermogen en de groei in de Unie en de gevolgen ervan voor de reële economie, hebben de instellingen van de Unie, zoals aanbevolen in het rapport van de Groep De Larosière, gekozen voor een grotere mate van Europese integratie .

(6 bis)

Dit nieuw ontworpen stelsel van macrotoezicht vereist een geloofwaardige en duidelijk zichtbare leiding. Om die reden, en met het oog op de essentiële rol en de internationale en interne geloofwaardigheid van het ECSR, en tevens in de geest van het rapport-de Larosière, moet het voorzitterschap van het ECSR bekleed worden door de president van de ECB. Bovendien moeten de verantwoordingsverplichtingen worden uitgebreid en moet de omvang van de ECSR-organen worden vergroot, zodat er ruimte ontstaat voor een brede waaier aan ervaringen, achtergronden en meningen.

(6 ter)

In het rapport-de Larosière wordt tevens gesteld dat macroprudentieel toezicht zinloos is als dit niet van invloed is op toezicht op microniveau, terwijl microprudentieel toezicht alleen doeltreffend kan zijn voor het waarborgen van financiële stabiliteit indien daarbij in afdoende mate rekening wordt gehouden met ontwikkelingen op macroniveau.

(6 quater)

Er moet een Europees systeem van financiële toezichthouders (ESFT) worden ingevoerd waarbij actoren op het gebied van financieel toezicht op zowel nationaal als Unieniveau bijeen worden gebracht om als netwerk op te treden. Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie dienen de partijen bij het ESFT samen te werken en elkaar te vertrouwen en te respecteren, in het bijzonder waar het gaat om de uitwisseling van passende en betrouwbare informatie. Op Unieniveau omvat het netwerk het ECSR en drie microtoezichthoudende autoriteiten: de Europese toezichthoudende autoriteit (Bankwezen), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010, de Europese toezichthoudende autoriteit (Effecten en markten), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010 en de Europese toezichthoudende autoriteit (Verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010.

(7 bis)

Het ECSR dient uit een algemene raad, een stuurcomité, een secretariaat en een raadgevend wetenschappelijk comité te bestaan.

(8)

Het ECSR moet, indien nodig, waarschuwingen en aanbevelingen afgeven en openbaar maken die van algemene aard zijn en op de Unie als geheel, individuele lidstaten of groepen van lidstaten betrekking hebben, met een welbepaalde termijn voor de beleidsreactie op de waarschuwingen en aanbevelingen. Indien dergelijke waarschuwingen of aanbevelingen gericht zijn aan individuele lidstaten of groepen van lidstaten heeft het ECSR te mogelijkheid adequate ondersteunende maatregelen voor te stellen. In voorkomend geval kan de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van het ECSR, een autoriteit, het Europees Parlement of de Raad een tot de Autoriteit gericht besluit nemen waarin bepaald wordt dat er sprake is van een noodsituatie.

(8 bis)

Het ECSR moet uitmaken of een aanbeveling vertrouwelijk moet blijven dan wel openbaar moet worden gemaakt, rekening houdend met het feit dat openbaarmaking in bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot het opvolgen van aanbevelingen.

(8 ter)

Het ECSR moet een kleurencode ontwikkelen om belanghebbenden beter in staat te stellen de aard van het risico te beoordelen.

(9)

Om het gewicht en de legitimiteit ervan te vergroten, moeten dergelijke waarschuwingen en aanbevelingen via het Europees Parlement, de Raad , de Commissie en degenen tot wie de aanbevelingen zijn gericht worden uitgebracht en, indien nodig, de ETA's .

(10)

Om ervoor te zorgen dat zijn waarschuwingen en aanbevelingen daadwerkelijk worden opgevolgd, moet het ECSR ook toezicht houden op de naleving van zijn aanbevelingen op basis van verslagen van degenen tot wie zijn aanbevelingen zijn gericht. Degenen tot wie aanbevelingen zijn gericht, moeten elk verzuim om gevolg te geven aan een aanbeveling van het ECSR afdoende motiveren (het „pas toe of leg uit”-mechanisme). Het ECSR dient een beroep te kunnen doen op het Europees Parlement en de Raad wanneer het niet tevreden is met de reactie op de aanbevelingen door degenen tot wie de aanbevelingen zijn gericht.

(12)

Het ECSR brengt ten minste om het jaar verslag uit aan het Europees Parlement en aan de Raad, en vaker in geval van wijdverspreide financiële onrust.

(13)

Vanwege hun expertise en hun bestaande verantwoordelijkheden op het gebied van financiële stabiliteit moeten de ECB en de nationale centrale banken een hoofdrol spelen in het macroprudentiële toezicht. Het is van essentieel belang dat de microprudentiële toezichthouders deelnemen aan de werkzaamheden van het ECSR om ervoor te zorgen dat de beoordeling van het macroprudentiële risico gebaseerd is op volledige en accurate informatie over ontwikkelingen in het financiële stelsel. Daarom moeten de voorzitters van de Europese toezichthoudende autoriteiten stemgerechtigde leden zijn. In een geest van openheid moeten van de algemene raad zes onafhankelijke personen deel uitmaken die geen lid mogen zijn van de ETA en die zijn gekozen op basis van hun algemene competentie en toewijding aan de Unie, alsmede op basis van hun diverse achtergronden op academische terreinen of in de particuliere sector, met name in KMO's, vakbonden of als aanbieders van consumenten- of financiële diensten, rekening houdend met de nodige garanties op het gebied van onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid. Eén vertegenwoordiger van de nationale toezichthouder van elke lidstaat moet de vergaderingen van de algemene raad bijwonen als niet-stemgerechtigd lid.

(14)

De deelname van een lid van de Commissie helpt een verband te leggen met het macro-economische en financiële toezicht van de Unie , terwijl de aanwezigheid van de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité de rol weerspiegelt die ministeries van Financiën spelen in het handhaven van de financiële stabiliteit.

(14 bis)

Omdat banken en financiële instellingen van derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte of de Europese Vrijhandelsassociatie activiteiten in de Unie mogen verrichten, moet de mogelijkheid bestaan om van elk van die landen een vertegenwoordiger op hoog niveau uit te nodigen om aan de vergaderingen van de algemene raad van het ECSR deel te nemen, mits hun thuisland hier toestemming voor geeft.

(15)

Het is van essentieel belang dat de leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze vervullen en alleen de financiële stabiliteit van de Europese Unie als geheel voor ogen hebben. Indien geen consensus wordt bereikt, mag het stemmen over waarschuwingen en aanbevelingen binnen het ECSR niet worden gewogen en moeten besluiten als regel bij gewone meerderheid worden genomen.

(16)

De onderlinge vervlechting van financiële instellingen en markten houdt in dat bij het opsporen en beoordelen van mogelijke systeemrisico's moet worden uitgegaan van een uitgebreide reeks relevante macro-economische en microfinanciële gegevens en indicatoren. Deze systeemrisico's omvatten het risico op een verstoring van de financiële diensten veroorzaakt door een significante beschadiging van het financiële stelsel (of delen daarvan) van de Unie, met potentiële ernstige negatieve gevolgen voor de interne markt en de reële economie. Alle soorten instellingen, intermediairs, markten, infrastructuren en instrumenten op financieel gebied kunnen van significante invloed op dat stelsel zijn. Het ECSR moet daarom toegang hebben tot alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken, waarbij de verplichte vertrouwelijkheid van deze gegevens in acht wordt genomen.

(17)

Marktdeelnemers kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het inzicht in de ontwikkelingen die van invloed zijn op het financiële stelsel. In voorkomend geval moet het ECSR daarom belanghebbenden uit de particuliere sector raadplegen (vertegenwoordigers van de financiële sector, consumentenorganisaties, door de Commissie of door Uniewetgeving opgerichte gebruikersgroepen op het gebied van financiële diensten, …) en hun een eerlijke kans geven om hun standpunt te vertolken. Bovendien moet het ECSR, gezien het feit dat er geen strikte definitie bestaat van systeemrisico en dat de beoordeling van systeemrisico's waarschijnlijk varieert afhankelijk van de economische context, erop toezien dat zijn personeel en adviseurs beschikken over brede ervaring en vaardigheden.

(19)

De oprichting van het ECSR moet rechtstreeks bijdragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen van de interne markt. Het macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel vormt een integrerend deel van de overwegend nieuwe toezichtsregelingen in de Unie , aangezien het macroprudentiële aspect nauw verbonden is met de aan de Europese toezichthoudende autoriteiten toegewezen microprudentiële toezichthoudende taken. Alleen regelingen die recht doen aan de onderlinge samenhang tussen micro- en macroprudentiële risico's kunnen ervoor zorgen dat alle belanghebbenden voldoende vertrouwen hebben om grensoverschrijdende financiële activiteiten te ontplooien. Het ECSR wordt belast met het toezicht op en de beoordeling van risico's voor de financiële stabiliteit die voortvloeien uit ontwikkelingen waarvan effecten kunnen uitgaan op het niveau van de sector of op het niveau van het financiële stelsel in zijn geheel. Door dergelijke risico's aan te pakken moet het ECSR rechtstreeks bijdragen tot een geïntegreerde toezichtstructuur van de Europese Unie , die noodzakelijk is om tijdige en consistente beleidsreacties van de lidstaten in de hand te werken en op die manier uiteenlopende benaderingen te voorkomen en aldus de werking van de interne markt te verbeteren.

(20)

Aangezien vanwege de integratie van de Europese financiële markten een effectief macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel van de Europese Unie niet op toereikende wijze door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag vastgelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(20 bis)

Zoals aanbevolen in het rapport-De Larosière is een stapsgewijze aanpak noodzakelijk en moeten het Europees Parlement en de Raad uiterlijk …  (13) een grondige evaluatie uitvoeren van het ESFT, het ECSR en de ETA's,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

1.    Er wordt een Europees Comité voor systeemrisico's opgericht, hierna het „ECSR” genoemd. Het ECSR heeft zijn zetel in Frankfurt.

1 bis.     Het ECSR vormt een onderdeel van het Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT), dat tot doel heeft het toezicht op het financiële stelsel van de Unie te waarborgen.

1 ter.     Het ESFT bestaat uit:

(a)

het ECSR;

(b)

de Europese toezichthoudende autoriteit (Effecten en markten), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010 [EAEM];

(c)

de Europese toezichthoudende autoriteit (Verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010 [EAVB];

(d)

de Europese toezichthoudende autoriteit (Bankwezen), opgericht bij Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA];

(e)

het gemengd comité van Europese toezichthoudende autoriteiten, als bedoeld in artikel 40 van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB];

(f)

de autoriteiten in de lidstaten als bedoeld in artikel 1, lid 2 van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB];

(g)

de Commissie, met het oog op de uitvoering van de taken bedoeld in de artikelen 7 en 9 van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB].

De onder de letters (b), (c) en (d) genoemde ETA's hebben hun hoofdkwartier in Frankfurt.

Zij kunnen vertegenwoordigingen hebben in de belangrijkste financiële centra van de Europese Unie.

1 quater.     Krachtens het beginsel van loyale samenwerking overeenkomstig artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie werken de partijen bij het ESFT samen en vertrouwen en respecteren zij elkaar, in het bijzonder waar het gaat om de uitwisseling van passende en betrouwbare informatie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(a)

financiële instelling: een onderneming vallend onder de wetgeving als bedoeld in artikel 1, lid 2 van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB] en alle andere ondernemingen of entiteiten die actief zijn in de Europese Unie waarvan de financiële activiteiten systeemrisico's met zich mee kunnen brengen, zelfs als zij niet direct te maken hebben met het grote publiek;

(b)

financieel stelsel: alle financiële instellingen, markten , producten en de marktinfrastructuren.

(b bis)

systeemrisico: het risico op verstoring van het financiële stelstel met mogelijk ernstige negatieve gevolgen voor de interne markt en de reële economie. Alle soorten financiële intermediairs, markten en infrastructuur kunnen tot op zekere hoogte potentieel systeemrelevant zijn.

Artikel 3

Opdracht, doelstellingen en taken

1.   Het ECSR is verantwoordelijk voor het macroprudentiële toezicht op het financiële stelsel in de Unie teneinde bij te dragen tot het voorkomen of beperken van systeemrisico's voor de financiële stabiliteit in de EU die voortvloeien uit ontwikkelingen binnen het financiële stelsel, waarbij rekening moet worden gehouden met macro-economische ontwikkelingen , zodat perioden van wijdverbreide financiële onrust worden voorkomen en wordt bijgedragen tot een soepele werking van de interne markt en daarmee tot een duurzame bijdrage van de financiële sector aan de economische groei.

2.   Voor de toepassing van lid 1 vervult het ECSR de volgende taken:

(a)

het bepalen en/of vergaren, naar gelang van het geval, en analyseren van alle relevante informatie, met inbegrip van wetgeving die van invloed kan zijn op de financiële stabiliteit, zoals regels op het gebied van accounting, reorganisatie, en liquidatie, die van belang is voor de in lid 1 beschreven doelstellingen ;

(b)

signaleren en prioriteren van systeemrisico's ;

(c)

het uitbrengen van waarschuwingen ingeval dergelijke systeemrisico's significant lijken te zijn en, in voorkomend geval, het openbaar maken van dergelijke waarschuwingen ;

(d)

het aanbevelen van corrigerende maatregelen in reactie op de onderkende risico's en, indien nodig, het openbaar maken van de betreffende maatregelen ;

(d bis)

een vertrouwelijke waarschuwing uitbrengen aan de Commissie indien het ECSR van oordeel is dat er sprake kan zijn van een noodsituatie als omschreven in artikel 10 van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB]. Het ECSR levert een beoordeling van de situatie, zodat de Commissie kan bepalen of er een tot de ETA's gericht besluit moet worden genomen waarin wordt bepaald dat er sprake is van een noodsituatie;

(e)

het volgen van de follow-up van waarschuwingen en aanbevelingen;

(f)

nauw samenwerken met alle andere partijen in het ESFT en, indien nodig, de ETA's voorzien van de informatie over systeemrisico's die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken; in het bijzonder moet het ECSR, in samenwerking met de ETA's, een aantal gemeenschappelijke kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren („risk dashboard”) opzetten, die moeten dienen als basis voor de toewijzing van een score inzake toezicht aan grensoverschrijdende instellingen die een systeemrisico kunnen veroorzaken.

Deze score wordt regelmatig geëvalueerd, waarbij rekening wordt gehouden met inhoudelijke wijzigingen van het risicoprofiel van een instelling. De score inzake het toezicht vormt een cruciaal element voor het besluit om rechtstreeks toezicht te houden op of te interveniëren in een instelling in nood;

(f bis)

indien nodig deelnemen aan het gemengd comité;

(g)

voor coördinatie zorgen met internationale instellingen, in het bijzonder het Internationaal Monetair fonds en de Raad voor financiële stabiliteit, alsook met de bevoegde organen in derde landen, in aan het macroprudentiële toezicht gerelateerde aangelegenheden;

h)

andere daarmee verband houdende taken uitvoeren, zoals bepaald in de Uniewetgeving .

HOOFDSTUK II

ORGANISATIE

Artikel 4

Structuur

1.   Het ECSR heeft een algemene raad, een stuurcomité , een secretariaat en een raadgevend wetenschappelijk comité .

2.   De algemene raad neemt de besluiten die nodig zijn om te garanderen dat de aan het ECSR toevertrouwde taken worden vervuld.

3.   Het stuurcomité ondersteunt het besluitvormingsproces van het ECSR door de vergaderingen van de algemene raad voor te bereiden, de te bespreken documenten door te nemen en de voortgang van de lopende werkzaamheden van het ECSR te volgen.

4.    Het secretariaat is verantwoordelijk voor de dagelijkse werkzaamheden van het ECSR en alle personeelsaangelegenheden. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. …/2010 [ECSR] van de Raad verleent het secretariaat analytische, statistische, administratieve en logistieke ondersteuning van hoge kwaliteit aan het ECSR onder leiding van de voorzitter van de algemene raad. Tevens doet het een beroep op technisch advies van ETA's, nationale centrale banken en nationale toezichthouders .

5.   ▐ Het in artikel 12 bedoelde raadgevend wetenschappelijk comité ▐ verleent advies en bijstand over aangelegenheden die van belang zijn voor de werkzaamheden van het ECSR.

Artikel 5

Voorzitterschap

1.    Het voorzitterschap van het ECSR wordt bekleed door de president van de ECB.

1 bis.     De eerste vicevoorzitter wordt door de stemgerechtigde leden van de Algemene Raad van de ECB uit hun midden gekozen voor een termijn van 5 jaar, waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de lidstaten en van de landen binnen en buiten de eurozone. Hij of zij kan éénmaal worden herkozen.

1 ter.     De tweede vicevoorzitter bekleedt het voorzitterschap van het gemengd comité, overeenkomstig artikel [XX] van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB].

1 quater.     De voorzitter en vicevoorzitters lichten op een openbare hoorzitting van het Europees Parlement toe hoe zij voornemens zijn hun taken uit hoofde van deze verordening uit te oefenen.

2.   De voorzitter zit de vergaderingen van de algemene raad en het stuurcomité voor.

3.   Als de voorzitter een vergadering niet kan bijwonen, zitten de vicevoorzitters, in volgorde van rangorde, de vergaderingen van de algemene raad en/of van het stuurcomité voor.

4.   Als de ambtstermijn van de leden van de Algemene Raad van de ECB die als eerste vicevoorzitter zijn verkozen, verstrijkt vóór het einde van de termijn van vijf jaar, of als de eerste vicevoorzitter om welke reden ook zijn taken niet kan vervullen, wordt overeenkomstig lid 1 bis een nieuwe eerste vicevoorzitter verkozen.

5.   De voorzitter vertegenwoordigt het ECSR naar buiten toe.

Artikel 6

Algemene raad

1.   De stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:

(a)

de president en de vicepresident van de ECB;

(b)

de presidenten van de nationale centrale banken;

(c)

een lid van de Europese Commissie;

(d)

de voorzitter van de Europese Bankautoriteit;

(e)

de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen;

(f)

de voorzitter van de Europese Autoriteit voor effecten en markten;

(f bis)

zes onafhankelijke personen die worden benoemd door de leden van de algemene raad met stemrecht, op voorstel van het gemengd comité; deze personen mogen geen lid zijn van de ETA's en worden gekozen op basis van hun algemene competentie, alsmede op basis van hun diverse achtergronden op academische terreinen of in andere sectoren, met name in KMO's, vakbonden of als aanbieders van consumenten- of financiële diensten; bij hun benoeming geeft het gemengd comité aan welke personen zijn aangewezen om tevens lid te zijn van het stuurcomité; bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de benoemde leden instructies van enige regering, instelling, orgaan, dienst, entiteit of particulier persoon; zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.

2.   De niet-stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:

(a)

een vertegenwoordiger per lidstaat op hoog niveau van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten, overeenkomstig lid 3 ;

(b)

de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité.

3.    Met betrekking tot de vertegenwoordiging van nationale toezichthoudende autoriteiten zullen de desbetreffende vertegenwoordigers op hoog niveau , afhankelijk van de te bespreken onderwerpen, rouleren tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten besloten hebben om een gezamenlijke vertegenwoordiger aan te wijzen .

4.   De algemene raad stelt het reglement van orde van het ECSR vast.

Artikel 7

Onpartijdigheid

1.   Bij hun deelname aan de activiteiten van de algemene raad en van het stuurcomité of bij het verrichten van andere met het ECSR verband houdende werkzaamheden vervullen de leden van het ECSR hun taken op onpartijdige wijze en uitsluitend in het belang van de Europese Unie in haar geheel . Zij vragen noch aanvaarden instructies van lidstaten , communautaire instellingen of andere publieke of private organen .

1 bis.     Leden van de algemene raad die tevens lid zijn van de Algemene Raad van de ECB stellen zich bij de uitvoering van hun taken onafhankelijk op.

2.   Lidstaten, de instellingen van de Europese Unie of andere publieke of private organen doen geen pogingen invloed uit te oefenen op de leden bij het vervullen van hun met het ECSR verband houdende taken.

Artikel 8

Beroepsgeheim

1.   Leden van de algemene raad van het ECSR en welke andere personen ook die voor of in verband met het ECSR werkzaamheden verrichten of hebben verricht (onder meer het desbetreffende personeel van centrale banken, het raadgevend wetenschappelijk comité, ETA's en bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten), worden gehouden informatie die onder het beroepsgeheim valt, niet openbaar te maken, zelfs na afloop van hun functie.

2.   Door leden van het ECSR verkregen informatie mag alleen bij de uitoefening van de in artikel 3, lid 2, bedoelde taken worden gebruikt.

3.   Onverminderd artikel 16 en de toepassing van het strafrecht, mogen vertrouwelijke gegevens waarvan de in lid 1 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, aan geen enkele persoon of autoriteit worden vrijgegeven, behalve in een samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd.

4.   Het ECSR stelt samen met de Europese toezichthoudende autoriteiten specifieke vertrouwelijkheidsprocedures vast en voert deze in, ter beveiliging van informatie over individuele financiële instellingen of informatie waarbij individuele financiële instellingen kunnen worden geïdentificeerd.

Artikel 9

Vergaderingen van de algemene raad

1.   Gewone plenaire vergaderingen van de algemene raad worden door de voorzitter van de algemene raad bijeengeroepen en hebben ten minste vier maal per jaar plaats. Buitengewone vergaderingen kunnen worden bijeengeroepen op initiatief van de voorzitter van de algemene raad, of op verzoek van ten minste een derde van de stemgerechtigde leden.

2.   Elk lid is persoonlijk op de vergaderingen van de algemene raad aanwezig en mag niet worden vertegenwoordigd.

3.   In afwijking van lid 2 mag een lid dat gedurende lange tijd de vergaderingen niet kan bijwonen, een vervanger aanwijzen. Dat lid mag ook worden vervangen door een persoon die formeel is aangesteld overeenkomstig de voor de desbetreffende instelling geldende regels aangaande het tijdelijk vervangen van vertegenwoordigers.

3 bis.     In voorkomend geval kunnen vertegenwoordigers op hoog niveau van internationale instellingen die soortgelijke taken vervullen uitgenodigd worden om de vergaderingen van de algemene raad bij te wonen.

3 ter.     In voorkomend geval en op ad-hocbasis kan een vertegenwoordiger op hoog niveau van een derde land, met name een lidstaat van de Europese economische ruimte of de Europese Vrijhandelsassociatie, worden uitgenodigd om de vergaderingen van de algemene raad bij te wonen, afhankelijk van de agendapunten.

4.   De besprekingen van de vergaderingen zijn vertrouwelijk.

Artikel 10

Stemregelingen voor de algemene raad

1.   De stemgerechtigde leden van de algemene raad hebben elk één stem.

2.    Zonder afbreuk te doen aan de stemprocedures in artikel 18, lid 1, neemt de algemene raad zijn besluiten met een gewone meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend.

3.   Voor elke stemming in de algemene raad is een quorum van tweederde van de stemgerechtigde leden vereist. Indien het quorum niet bereikt is, kan de voorzitter een buitengewone vergadering bijeenroepen waarin besluiten kunnen worden genomen met een quorum van een derde van de stemgerechtigde leden . Het reglement van orde bevat een passende kennisgeving voor het bijeenroepen van een buitengewone vergadering.

3 bis.     In afwijking van lid 2 is een meerderheid van tweederde van de stemmen nodig om een waarschuwing of aanbeveling openbaar te maken.

Artikel 11

Stuurcomité

1.   Het stuurcomité bestaat uit de volgende leden:

(a)

de voorzitter van het ECSR;

(b)

de eerste vice-voorzitter van het ECSR;

(b bis)

de vicepresident van de ECB;

(c)

vier andere leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB , rekening houdend met de noodzakelijke evenwichtige vertegenwoordiging van lidstaten onderling en van lidstaten binnen en buiten de eurozone . Zij worden voor een termijn van drie jaar verkozen door en onder de leden van de algemene raad die ook lid zijn van de Algemene Raad van de ECB;

(d)

een lid van de Europese Commissie;

(e)

de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Bankwezen) ;

(f)

de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Verzekeringen en bedrijfspensioenen) ;

(g)

de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Effecten en markten) ;

(h bis)

drie van de in artikel 6, lid 1, letter f bis, bedoelde zes onafhankelijke personen .

Elke vacature voor een verkozen lid van het stuurcomité wordt vervuld via verkiezing van een nieuw lid door de algemene raad.

2.   De vergaderingen van het stuurcomité worden door de voorzitter ten minste één keer per kwartaal bijeengeroepen, vóór elke vergadering van de algemene raad. De voorzitter kan ook ad-hocvergaderingen bijeenroepen.

Artikel 12

Raadgevend wetenschappelijk comité

1.   Het raadgevend wetenschappelijk comité bestaat uit de volgende leden:

(a)

negen deskundigen met erkende bekwaamheid en gegarandeerde onafhankelijkheid, voorgesteld door het stuurcomité, die beschikken over brede ervaring en vaardigheden en worden goedgekeurd door de algemene raad voor een verlengbare ambtstermijn van vier jaar. bij de vervulling van hun taken vragen noch aanvaarden de benoemde leden instructies van enige regering, instelling, orgaan, dienst, entiteit of particulier persoon; zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak ;

(c)

een vertegenwoordiger van de Europese toezichthoudende autoriteit (Bankwezen) ;

(d)

een vertegenwoordiger van de Europese toezichthoudende autoriteit (Verzekeringen en bedrijfspensioenen) ;

(e)

een vertegenwoordiger van de Europese toezichthoudende autoriteit (Effecten en markten) ;

(f)

twee vertegenwoordigers van de Commissie;

(g)

een vertegenwoordiger van het Economisch en Financieel Comité.

2.   De voorzitter van het raadgevend wetenschappelijk comité wordt op voorstel van de voorzitter van de algemene raad door de algemene raad aangesteld.

3.   Het comité vervult de in artikel 4, lid 5, genoemde taken op verzoek van de voorzitter van de algemene raad.

4.   Het secretariaat van het ECSR ondersteunt de werkzaamheden van het raadgevend wetenschappelijk comité en het hoofd van het secretariaat neemt aan de vergaderingen deel.

4 bis.     In voorkomend geval pleegt het raadgevend wetenschappelijk comité in een vroeg stadium overleg met belanghebbenden zoals marktdeelnemers, consumentenorganisaties en academici, waarbij openheid en transparantie wordt nagestreefd, tegelijkertijd rekening houdend met het vereiste van vertrouwelijkheid.

4 ter.     Het raadgevend wetenschappelijk comité krijgt de beschikking over de nodige middelen om zijn taken succesvol af te ronden, met name in de vorm van analyse- en ICT-instrumenten.

Artikel 13

Andere bronnen van advies

Bij het vervullen van zijn taken informeert het ECSR indien nodig ook naar de mening van belanghebbenden uit de particuliere of publieke sector , met name, maar niet beperkt tot, de leden van de ETA's .

Artikel 14

Toegang tot documenten

1.   Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie  (14) is van toepassing op de documenten die bij het ECSR berusten.

2.   De algemene raad stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening de praktische regelingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

3.   Tegen de beslissingen van het Agentschap uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan beroep worden ingesteld door middel van een klacht bij de Ombudsman of door middel van een beroep bij het Hof van Justitie, volgens de voorwaarden van respectievelijk artikel 228 en 263 VWEU .

HOOFDSTUK III

TAKEN

Artikel 15

Vergaring en uitwisseling van informatie

1.   Het ECSR voorziet de Europese toezichthoudende autoriteiten van de informatie over systeemrisico's die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken.

2.   Overeenkomstig de wetgeving van de Europese Unie werken de Europese toezichthoudende autoriteiten, het ESCB, de Commissie, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de nationale statistische autoriteiten nauw met het ECSR samen en verstrekken zij alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken.

3.    Onverminderd artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) nr. …/2010 [EBA], van Verordening nr. …/2010 [EAEM] en van Verordening nr. …/2010 [EAVB] mag het ECSR de Europese toezichthoudende autoriteiten om informatie vragen, in de regel in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat de individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd. ▐

3 bis.     Alvorens overeenkomstig dit artikel om informatie te verzoeken, gaat het ECSR eerst na welke bestaande statistieken reeds door het Europees statistisch systeem en door het ESCB zijn opgesteld, verspreid en ontwikkeld.

3 ter.     Als deze autoriteiten niet over de gevraagde gegevens beschikken of als deze niet tijdig beschikbaar worden gesteld, mag het ECSR de gegevens opvragen bij het ESCB, de nationale toezichthoudende autoriteiten of de nationale statistische autoriteiten. Als deze autoriteiten niet over de gegevens beschikken, kan het ECSR de betrokken lidstaat om de gegevens verzoeken.

3 quater.     Als het ECSR verzoekt om gegevens in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, moet in het met redenen omklede verzoek worden uitgelegd waarom gegevens over de desbetreffende individuele financiële instelling systeemrelevant en noodzakelijk worden geacht in het licht van de bestaande marktsituatie.

5.    Alvorens in te gaan op een verzoek om informatie in niet-samengevatte of -geaggregeerde vorm , raadpleegt het ECSR de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit om zeker te zijn dat het verzoek gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit het verzoek niet gerechtvaardigd en evenredig acht, zal zij het verzoek onverwijld aan het ECSR retourneren en om een aanvullende motivering vragen. Nadat het ECSR de aanvullende motivering heeft verstrekt aan de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteit, worden de gevraagde gegevens aan het ECSR toegezonden door degene tot wie het verzoek is gericht, mits deze rechtmatige toegang heeft tot de betreffende gegevens.

Artikel 16

Waarschuwingen en aanbevelingen

1.   Indien er significante risico's voor de verwezenlijking van het in artikel 3, lid 1, genoemde doel zijn gedetecteerd, geeft het ECSR vroegtijdige waarschuwingen en doet het indien nodig aanbevelingen voor het nemen van corrigerende maatregelen , inclusief, waar van toepassing, aanbevelingen voor wetgevingsinitiatieven .

2.   De waarschuwingen en aanbevelingen die het ECSR overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder c) en d), afgeeft, kunnen van algemene of van specifieke aard zijn en worden met name gericht tot de Unie als geheel of aan een of meer lidstaten, een of meer ETA's , of aan een of meer Europese toezichthoudende autoriteiten, of aan een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten. Indien een waarschuwing of aanbeveling tot een of meer toezichthoudende autoriteiten is gericht, wordt de desbetreffende lidstaat daarvan op de hoogte gebracht. Bij aanbevelingen wordt een welbepaalde termijn voor beleidsreactie vermeld. Aanbevelingen kunnen ook tot de Commissie worden gericht met betrekking tot de desbetreffende wetgeving van de Unie.

3.   De waarschuwingen en aanbevelingen worden ook toegezonden aan het Europees Parlement , de Raad , de Commissie, de instanties die in lid 2 worden genoemd , en, wanneer zij tot een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten zijn gericht, ook aan de ETA's .

4.    Teneinde de alertheid op risico's in de Europese economie te vergroten en dergelijke risico's prioriteit te verlenen stelt het ECSR in nauwe samenwerking met het ESFT een kleurensysteem op dat de verschillende risiconiveaus kan weergeven.

Na het opstellen van criteria voor een dergelijke classificatie kan met waarschuwingen en aanbevelingen van geval tot geval en waar passend worden aangegeven tot welke categorie een risico behoort.

Artikel 16 bis

Maatregelen in noodsituaties

Indien zich negatieve ontwikkelingen voordoen die de goede werking en de integriteit van de financiële markten of de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van de Europese Unie of een deel daarvan ernstig bedreigt, kan het ECSR een noodwaarschuwing afgeven.

De Commissie kan op eigen initiatief of op verzoek van het ECSR, een autoriteit, het Europees Parlement of de Raad een tot de Autoriteit gericht besluit nemen waarin bepaald wordt dat er sprake is van een noodsituatie. De Commissie evalueert haar besluit te gepasten tijde en ten minste elke maand, en verklaart zodra dit passend is, de noodsituatie voor beëindigd.

Indien de Commissie bepaalt dat er sprake is van een noodsituatie, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan onverwijld naar behoren in kennis.

Artikel 17

Follow-up van de aanbevelingen van het ECSR

1.   Indien een in artikel 3, lid 2, onder d), bedoelde aanbeveling is gericht tot een of meer lidstaten, een of meer Europese toezichthoudende autoriteiten of een of meer nationale toezichthoudende autoriteiten, delen degenen tot wie de aanbeveling is gericht, het ECSR mee welke maatregelen zij in reactie op de aanbevelingen hebben genomen of leggen zij uit waarom zij geen maatregelen hebben genomen. Het Europees Parlement, de Raad en, indien van toepassing, de Europese toezichthoudende autoriteiten worden hiervan op de hoogte gebracht.

2.   Als het ECSR besluit dat degene tot wie een van zijn aanbevelingen is gericht deze aanbeveling niet of op ontoereikende wijze heeft opgevolgd en deze nalatigheid niet heeft uitgelegd , stelt het ECSR het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en, indien van toepassing, de betrokken Europese toezichthoudende autoriteiten hiervan in kennis.

2 bis.     Na het nemen door het ECSR van een besluit als bedoeld in lid 2, kan het Europees Parlement, waar passend, degene tot wie de aanbeveling is gericht uitnodigen voor een gedachtewisseling met een van zijn bevoegde commissies. Deze gedachtewisseling, in aanwezigheid van het ECSR, is met name van belang waar het gaat om nationale besluiten die gevolgen hebben voor een of meerder lidstaten (spill over effect).

Artikel 18

Openbare waarschuwingen en aanbevelingen

1.   De algemene raad van het ECSR maakt per afzonderlijk geval uit of een waarschuwing of aanbeveling openbaar moet worden gemaakt. In afwijking van artikel 10, lid 2, is een tweederdemeerderheid nodig om een waarschuwing of aanbeveling openbaar te maken. Niettegenstaande artikel 10, lid 3, is een quorum van tweederde vereist voor beslissingen die overeenkomstig dit lid worden genomen.

2.   Als de algemene raad van het ECSR beslist een waarschuwing of aanbeveling openbaar te maken, moet hij degene(n) tot wie deze is gericht, hiervan vooraf in kennis stellen.

2 bis.     Degenen tot wie een aanbeveling of waarschuwing van het ECSR is gericht, dienen hun standpunten en argumentatie openbaar te kunnen maken in reactie op de door het ECSR gepubliceerde waarschuwing en aanbeveling.

3.   Als de algemene raad van het ECSR besluit een waarschuwing of aanbeveling niet openbaar te maken, neemt degene tot wie de waarschuwing of aanbeveling is gericht en, indien van toepassing, de Raad en de Europese toezichthoudende autoriteiten alle nodige maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter ervan. ▐

3 bis.     Alle gegevens waarop de algemene raad van het ECSR zijn analyse baseert alvorens een waarschuwing of aanbeveling uit te brengen, zullen op een gepaste anonieme vorm openbaar worden gemaakt. In het geval van vertrouwelijke waarschuwingen wordt de betreffende informatie beschikbaar gesteld na een passende periode, die wordt vastgesteld in het reglement van het ECSR.

HOOFDSTUK IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Verantwoordings- en rapportageverplichtingen

1.   Ten minste elk jaar, maar vaker in geval van wijdverspreide financiële onrust, wordt de voorzitter van het ECSR uitgenodigd voor een jaarlijkse hoorzitting van het Europees Parlement ter gelegenheid van de presentatie van het jaarverslag van het ECSR aan het Europees Parlement en de Raad. Deze hoorzittingen vinden plaats buiten het kader van de monetaire dialoog tussen het Europees Parlement en de president van de ECB.

1 bis.     De in dit artikel bedoelde verslagen bevatten de informatie die overeenkomstig artikel 18 op besluit van de algemene raad van het ECSR openbaar moet worden gemaakt. De verslagen worden toegankelijk gemaakt voor het publiek.

2.   Het ECSR onderzoekt ook specifieke kwesties op verzoek van het Europees Parlement, de Raad of de Commissie.

2 bis.     Het Europees Parlement kan de voorzitter van het ECSR en de overige leden van het stuurcomité verzoeken te worden gehoord door de bevoegde commissies van het Europees Parlement.

Artikel 20

Evaluatieclausule

Het Europees Parlement en de Raad onderzoeken …  (15) deze verordening op basis van een verslag van de Commissie en bepalen, na het advies van de ECB te hebben ingewonnen, of de doelstellingen en de organisatie van het ECSR moeten worden herzien.

In het verslag wordt in het bijzonder beoordeeld of:

(a)

de architectuur van het ESFT moet worden vereenvoudigd of versterkt, teneinde de samenhang tussen de macro- en microniveaus, alsmede tussen de ETA's, te vergroten;

(b)

de regelgevende bevoegdheden van de ETA's moeten worden uitgebreid;

(c)

de ontwikkeling van het ESFT gelijke tred houdt met de wereldwijde ontwikkelingen op dit gebied;

(d)

er binnen het ESFT afdoende diversiteit en topkwaliteit voorhanden is;

(e)

er in voldoende mate sprake is van verantwoording en transparantie met betrekking tot publicatievoorschriften.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag die volgt op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement

De Voorzitter

Voor de Raad

De Voorzitter


(1)  De zaak werd terugverwezen naar de commissie overeenkomstig artikel 57, lid 2, tweede alinea (A7-0168/2010).

(2)  Politieke amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief , schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)  PB C 270 van 11.11.2009, blz. 1.

(4)  Advies van 22 januari 2010 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(5)  Standpunt van het Europees Parlement van ….

(6)   PB C 40 van 07.02.2001, blz. 453.

(7)   PB C 25 E van 29.01.2004, blz. 394.

(8)   PB C 175 E van 10.7.2008, blz. 392.

(9)   PB C 8 E van 14.01.2010, blz. 26.

(10)   PB C 9 E van 15.1.2010, blz. 48.

(11)   Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0251.

(12)   Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0279.

(13)   Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

(14)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

(15)   Drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.


Top