Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008PC0558R(01)

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft

/* COM/2008/0558 def./2 - AVC/2008/0186 */

52008PC0558R(01)

Voorstel voor een verordening (EG) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft /* COM/2008/0558 def./2 - AVC/2008/0186 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 18.9.2008

COM(2008)558 definitief/22008/0186 (AVC)

CORRIGENDUM Absence de l'acronymeAnnule et remplace le COM(2008)558 final du 15.9.2008ajout de l'acronyme 2008/0186 (AVC) sur les pages 1 et 7.Concerne toutes les versions linguistiques.

Voorstel voor een

VERORDENING (EG) VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Achtergrond van het voorstel |

Motivering en doel van het voorstel De bepalingen van artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 lijken niet geëigend te zijn voor de projecten die worden medegefinancierd door het Europees Sociaal Fonds (ESF), dat hoofdzakelijk immateriële acties en geen infrastructuurwerken (niet-subsidiabel) financiert. Weinig projecten genereren inkomsten en meestal alleen tijdens de uitvoeringsfase van de actie. Bij door het EFRO/Cohesiefonds medegefinancierde kleine acties of door het ESF medegefinancierde acties komen de na te leven nadere voorschriften voor het toezicht – de inkomsten kunnen in aanmerking worden genomen tot drie jaar na de afsluiting van het operationele programma – verder over als een administratieve last die in geen verhouding staat tot de bedragen in kwestie en als een belangrijke risicofactor bij de uitvoering van de programma's. |

Algemene context De bij Verordening (EG) nr. 1083/2006 vastgestelde nieuwe voorschriften voor het financiële beheer omvatten bepalingen betreffende de financiële bijdrage uit de fondsen (Titel V), met name die betreffende inkomstengenererende projecten (artikel 55). In de zin van artikel 55, lid 1, van die verordening worden onder "inkomstengenererend project" concrete acties verstaan die betrekking hebben op een investering in infrastructuur voor het gebruik waarvan de gebruikers een vergoeding betalen, of concrete acties die betrekking hebben op de verkoop of de verhuur van land of gebouwen of de levering van diensten tegen betaling. Gezien de risico's van overfinanciering van inkomstengenererende projecten, zijn deze projecten altijd op specifieke wijze behandeld voor medefinanciering uit de Fondsen. Wegens het effect van de gegenereerde inkomsten op het maximumbedrag van de communautaire steun is het nodig dat een berekeningsmethode voor de betrokken projecten wordt opgesteld. Hierover gaat artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006. |

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Voor de vorige programmeringsperiode (2000-2006) is dit beginsel ten uitvoer gelegd door een forfaitaire aanpak. Artikel 29, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 betreffende de programma's 2000-2006 (structuurfondsen) bepaalde met name dat voor de projecten voor "investeringen in infrastructuur die aanzienlijke netto-inkomsten opleveren" het maximumpercentage van de communautaire medefinanciering, bijvoorbeeld voor Doelstelling 1, niet meer mocht bedragen dan 40% in plaats van het normaliter toegestane maximumpercentage van 75%. Het bestaan van "aanzienlijke inkomsten" leidde bijgevolg tot een vermindering van het maximumpercentage van de communautaire medefinanciering. Deze vermindering van het medefinancieringspercentage was forfaitair en automatisch. Onder deze drempel van "aanzienlijke inkomsten" bestond er daarentegen geen enkele beperking van de communautaire steun. De Commissie heeft voorgesteld en de Raad heeft besloten om voor de periode 2007-2013 te kiezen voor een preciezere en veeleisender aanpak, gebaseerd op de berekening van de maximale subsidiabele uitgaven, in plaats van een forfaitaire vermindering van het medefinancieringspercentage. Artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 is voortaan van toepassing op een uitgebreid scala van als inkomstengenererend beschouwde projecten (omschreven in lid 1 van het artikel) en niet alleen op projecten voor investeringen in infrastructuur die "aanzienlijke netto-inkomsten" opleveren zoals in 2000-2006. Wanneer voor de inkomstengenererende projecten de gegenereerde inkomsten onvoldoende zijn om de financiële levensvatbaarheid van de investering te garanderen, bestaan de maximale subsidiabele uitgaven voor een communautaire medefinanciering uit het gedeelte van de investering waarvoor een subsidie nodig is. |

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. |

Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten De lidstaten zijn herhaaldelijk informeel geraadpleegd over de wijze van toepassing van de bepalingen van artikel 55, de in de praktijk ondervonden moeilijkheden en de verschillende opties om deze te verhelpen: - over de nota voor de interpretatie van artikel 55: de vergaderingen van het coördinatiecomité van de Fondsen op 27 februari en 21 mei 2008 hebben het mogelijk gemaakt de omvang van de door de tekst van de verordening toegestane flexibiliteit te onderzoeken; - over de mogelijkheid tot herziening van de verordening: de lidstaten zijn twee keer geraadpleegd, namelijk op 25 juni 2008 in het coördinatiecomité van de Fondsen en op 3 juli 2008 in de Groep structuurmaatregelen van de Raad. |

Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden Uit al deze raadplegingen is gebleken dat de lidstaten van oordeel waren dat de door de interpretatie van Verordening (EG) nr. 1083/2006 gegeven antwoorden niet helemaal voldeden. Bijgevolg heeft een zeer grote meerderheid van de lidstaten zich uitgesproken voor een tot artikel 55 beperkte herziening van de verordening. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |

Effectbeoordeling De Commissie heeft onderzocht welke speelruimte de tekst van de verordening zelf biedt om de door de lidstaten aan de orde gestelde moeilijkheden op interpretatieve wijze op te lossen. Het voordeel van de keuze voor een oriëntatienota leek de eenvoud daarvan te zijn. De door de diensten van de Commissie opgestelde oriëntatienota heeft het weliswaar mogelijk gemaakt de mogelijke flexibiliteit bij de uitvoering van het toezicht te onderzoeken, maar voorzag niet in de mogelijkheid van de toepassing van een proportionaliteit bij de berekening van de maximale subsidiabele uitgaven voor kleine acties of de uitsluiting van de ESF-acties. Een tot artikel 55 beperkte herziening maakt het mogelijk de discussie te concentreren op een bepaling van technische aard en schept de voorwaarden voor een snelle herziening, de enige mogelijkheid om de rechtsonzekerheid strikt in de tijd te beperken. |

Juridische elementen van het voorstel |

Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) De Commissie stelt bijgevolg voor alleen lid 5 van artikel 55 te wijzigen, waarbij de rest van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 ongewijzigd blijft. Deze wijziging bestaat in de vervanging van de bepaling betreffende de proportionaliteit voor het toezicht op kleine acties (totale kosten minder dan 200 000 euro) door de niet-toepassing van de bepalingen van artikel 55 op de door het ESF medegefinancierde acties en de door het EFRO en het Cohesiefonds medegefinancierde acties waarvan de totale kosten minder bedragen dan 1 miljoen euro. Verder wordt voorgesteld om deze bepaling met terugwerkende kracht toepasselijk te maken met ingang van 1 augustus 2006. |

Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 stelt gemeenschappelijke voorschriften voor de drie Fondsen vast. Op grond van het beginsel van het gedeeld beheer tussen de Europese Commissie en de lidstaten stelt deze verordening een nieuw programmeringsproces en nieuwe normen voor het beheer, inclusief het financiële beheer, het toezicht, de controle en de evaluatie van de projecten vast. |

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. |

Een tot artikel 55 beperkte herziening maakt het mogelijk de discussie te concentreren op een bepaling van technische aard en schept de voorwaarden voor een snelle herziening, de enige mogelijkheid om de rechtsonzekerheid strikt in de tijd te beperken. De vast te stellen drempel moet voldoende laag zijn om de algemene strekking van artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006, die beantwoordt aan de beginselen van goed financieel beheer, niet ter discussie te stellen. De drempel van 1 miljoen euro is gekozen ter beperking van het relatieve gedeelte van de communautaire financieringen die van toepassing van artikel 55 zouden worden uitgesloten. |

Een dergelijke wijziging toont aan dat er een echte wil tot vereenvoudiging van het beheer van de Fondsen bestaat en zal ontegenzeggelijk een positief effect hebben op het tempo van de uitvoering van de programma's, aangezien het beheer van de door het EFRO/Cohesiefonds medegefinancierde kleine acties en de door het ESF medegefinancierde acties aanzienlijk zal worden verlicht en vereenvoudigd. Zij zal ook de uitvoering van meer innovatieve projecten vergemakkelijken, met name op het gebied van milieu, sociale inclusie, energie en onderzoek. |

Keuze van instrumenten |

Voorgesteld(e) instrument(en): Verordening. |

Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn. De Commissie heeft onderzocht welke speelruimte de tekst van de verordening zelf biedt om de door de lidstaten aan de orde gestelde moeilijkheden op interpretatieve wijze op te lossen. De door de diensten van de Commissie opgestelde oriëntatienota heeft het weliswaar mogelijk gemaakt de mogelijke flexibiliteit bij de uitvoering van het toezicht te onderzoeken, maar voorzag niet in de mogelijkheid van de toepassing van een proportionaliteit bij de berekening van de maximale subsidiabele uitgaven voor kleine acties of de uitsluiting van de ESF-acties. |

Gevolgen voor de begroting |

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. |

Aanvullende informatie |

Vereenvoudiging |

Het voorstel voert een vereenvoudiging in van het wetgevende kader en de administratieve procedures die van toepassing zijn voor de (nationale en Europese) overheidsinstanties. |

Ten aanzien van de doelstellingen van het cohesiebeleid is de Commissie van mening dat deze moeilijkheden moeten worden verholpen door een herziening van Verordening (EG) nr. 1083/2006, die is beperkt tot artikel 55, lid 5, en slechts betrekking heeft op twee punten: de uitsluiting van de door het ESF medegefinancierde acties van de bepalingen van artikel 55 en de vaststelling van een drempel waaronder de door het EFRO of het Cohesiefonds medegefinancierde projecten van die bepalingen worden uitgesloten, zowel voor de berekening van de maximale subsidiabele uitgaven als voor het toezicht. De andere bepalingen van artikel 55 worden niet gewijzigd. |

Deze wijziging bestaat in de vervanging van de bepaling betreffende de proportionaliteit voor het toezicht op kleine acties (totale kosten minder dan 200 000 euro) door de niet-toepassing van de bepalingen van artikel 55 op de door het ESF medegefinancierde acties en de door het EFRO en het Cohesiefonds medegefinancierde acties waarvan de totale kosten minder bedragen dan 1 miljoen euro. |

Intrekking van bestaande wetgeving De vaststelling van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg. |

1. 2008/0186 (AVC)

Voorstel voor een

VERORDENING (EG) VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat bepaalde inkomstengenererende projecten betreft

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 161,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Gezien de instemming van het Europees Parlement[2],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[3],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[4],

Overwegende hetgeen volgt:

2. Het regelgevende kader voor de programmeringsperiode 2007-2013 is opgesteld en was het voorwerp van onderhandelingen met het oog op de versterking van de vereenvoudiging van de programmering en het beheer van de Fondsen, de doeltreffendheid van de steunverlening en de subsidiariteit bij de uitvoering.

3. Er is een preciezere en veeleisender aanpak, gebaseerd op de berekening van de maximale subsidiabele uitgaven, ontwikkeld voor de behandeling van de inkomstengenererende projecten, als bedoeld in artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999[5].

4. Er is gewezen op verscheidene moeilijkheden bij de toepassing van de bepalingen van dat artikel, waaronder een onevenredig grote administratieve last, met name voor de door het Europees Sociaal Fonds medegefinancierde acties en de door het EFRO of het Cohesiefonds gefinancierde kleine acties.

5. Die moeilijkheden kunnen nadelige gevolgen hebben voor het beheerstempo van de acties, met name voor projecten op gebieden die overeenkomen met communautaire prioriteiten zoals milieu, sociale inclusie, onderzoek, innovatie of energie, en voor het aantal fouten bij de toepassing van de bepalingen van artikel 55. Dat artikel moet bijgevolg worden vereenvoudigd.

6. De vereenvoudiging moet gelden voor elk project dat tijdens de programmeringsperiode 2007-2013 financiële steun uit de structuurfondsen of uit het Cohesiefonds ontvangt. Er moet bijgevolg worden voorzien in toepassing met terugwerkende kracht.

7. Verordening (EG) nr. 1083/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt lid 5 vervangen door:

"5. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn alleen van toepassing op de door het EFRO of het Cohesiefonds medegefinancierde acties waarvan de totale kosten meer dan 1 miljoen euro bedragen."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Zij is met ingang van 1 augustus 2006 van toepassing op elke actie die tijdens de programmeringsperiode 2007-2013 financiële steun uit de structuurfondsen of uit het Cohesiefonds ontvangt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De voorzitter […]

[1] PB C [...] van [...], blz. [...].

[2] PB C [...] van [...], blz. [...].

[3] PB C [...] van [...], blz. [...].

[4] PB C [...] van [...], blz. [...].

[5] PB L 210 van 31.7.2006, blz. 25. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1989/2006 (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 6).

Top