Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008IR0336

Initiatiefadvies van het Comité van de Regio's over de Intensivering van de strijd tegen terrorisme: deelname van de regionale en lokale overheden

OJ C 325, 19.12.2008, p. 1–5 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

19.12.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 325/1


Initiatiefadvies van het Comité van de Regio's over de „Intensivering van de strijd tegen terrorisme: deelname van de regionale en lokale overheden”

(2008/C 325/01)

Het Comité van de Regio's is het er volstrekt mee eens dat de wereldwijde terroristische dreiging een ernstig gevaar vormt voor de democratie, de mensenrechten en de economische en sociale ontwikkeling binnen de internationale gemeenschap.

De lokale en regionale overheden zullen van cruciaal belang zijn voor de uitvoering van de EU-terrorismebestrijdingsstrategie. Zij zullen de drijvende uitvoerende kracht zijn achter de pijler „Voorkomen” en achter toekomstige initiatieven in de lidstaten tegen terrorisme en radicalisering.

De EU-strategie tegen radicalisering, die gelijktijdig met de terrorismebestrijdingsstrategie ten uitvoer wordt gelegd, is zonder meer belangrijk. Wel moet er ruimte zijn om deze strategieën op lokaal niveau te implementeren, uitgaande van plaatselijke ervaringen en inzichten, en moet er een duidelijk kader voor inlichtingenwerk worden vastgesteld en de lokale en regionale overheden ondersteuning en middelen worden geboden om waar nodig projecten tegen gewelddadige radicalisering op te zetten. De rol van de regionale en lokale overheden bij terrorismebestrijding en gewelddadige radicalisering moet in samenwerking met de EU en de landelijke regeringen worden vormgegeven.

De plaatselijke bevolking zou geraadpleegd moeten worden om de uiteenlopende lokale ervaringen, opvattingen over terrorisme en redenen voor extremisme in kaart te brengen. De lidstaten zouden erop moeten toezien dat ook mensen die gewoonlijk niet aan het plaatselijke democratische leven deelnemen geraadpleegd moeten worden en moeten kunnen meedoen.

Het CvdR is ingenomen met de tweede peer review van de crisisbeheersplannen die momenteel door de Commissie wordt ondernomen. De Commissie zou er echter wel op moeten toezien dat de lokale en regionale overheden volledig en actief bij deze evaluatie worden betrokken.

De Unie moet ervoor zorgen dat gelijke behandeling en mensenrechten bij alle terrorismebestrijdingsmaatregelen in aanmerking worden genomen. Ook moet worden voorkomen dat maatregelen voor bepaalde gemeenschappen negatief uitpakken en daarmee vervreemding in de hand werken en mensen in de armen van extremisten drijven.

Rapporteur

:

Lord Graham TOPE (UK/ALDE), Raadslid van de gemeente Sutton en lid van de Metropolitan Police Authority

Referentiedocumenten

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad — Intensivering van de strijd tegen terrorisme

COM(2007) 649 final

Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad tot wijziging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake terrorismebestrijding

COM(2007) 650 final

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Versterking van de pijler „Voorkomen”

1.

Het Comité van de Regio's is het er volstrekt mee eens dat de wereldwijde terroristische dreiging een ernstig gevaar vormt voor de democratie, de mensenrechten en de economische en sociale ontwikkeling binnen de internationale gemeenschap.

2.

Het is onvermijdelijk dat de aandacht vooral uitgaat naar terrorisme dat door Al Qaeda geïnspireerd is en naar de radicalisering in de richting van gewelddadig extremisme die in onze samenleving plaatsvindt. Het Comité wijst er echter op dat veel terroristische aanslagen de laatste tijd gepleegd zijn door mensen die ofwel in het land waarin zij de aanslag pleegden — vaak in reactie op situaties in dat land — ofwel elders in de EU geboren en opgegroeid zijn, en die wellicht niet in de eerste plaats om redenen van geloof handelden. Dit neemt niet weg dat de dreiging van door Al Qaeda geïnspireerd terrorisme thans een belangrijke veiligheidskwestie voor de EU is.

3.

De maatregelen van de EU tegen terrorisme moeten een tweeledig doel hebben: de rechtstreekse bestrijding van terroristische activiteiten en preventie. Hoe eerder de keten die tot terrorisme leidt doorbroken kan worden, hoe beter. Hier kan meer onderzoek naar de oorzaken van terrorisme en naar beweegredenen van mensen om terroristische activiteiten te steunen, te financieren of uit te voeren, van groot nut zijn.

4.

Terrorisme kan niet los worden gezien van godsdienst. De boodschap dat terroristische activiteiten op geen enkele manier te rechtvaardigen zijn, moet duidelijker worden overgebracht.

5.

De EU moet dan ook het initiatief nemen tot en steun geven aan inspanningen om terrorisme door middel van een religieuze en culturele dialoog terug te dringen.

6.

Samenwerking tussen de EU en derde landen is van het grootste belang om terrorisme te kunnen bestrijden. Er moeten betere strategieën voor deze samenwerking worden uitgewerkt, zowel voor de uitwisseling van informatie als voor de meer praktische samenwerking tussen politie en douane.

7.

De lokale en regionale overheden zullen van cruciaal belang zijn voor de uitvoering van de EU-terrorismebestrijdingsstrategie. Samen met hun nationale en regionale partners op het vlak van rechtshandhaving en met bevoegdheden inzake de beveiliging van zowel personen als goederen, op zullen zij de drijvende uitvoerende kracht zijn achter de pijler „Voorkomen” en achter toekomstige initiatieven in de lidstaten tegen terrorisme en radicalisering.

8.

Bij de maatregelen uit hoofde van de andere drie pijlers (Beschermen, Achtervolgen en Reageren) is sinds de kaderwetgeving van 2002 aanzienlijke vooruitgang geboekt in de lidstaten. Het Comité staat positief tegenover de onderhavige voorstellen om de strijd tegen terrorisme te intensiveren en een rechtsgrondslag voor bepaalde aspecten van de strategie in te voeren, waaronder voorstellen om het rekruteren en trainen van terroristen en het in het openbaar aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven strafbaar te maken, om het gebruik van explosieven door terroristen tegen te gaan en voorstellen m.b.t. het gebruik van persoonsgegevens van vliegtuigpassagiers t.b.v. de rechtshandhaving, alsook voorstellen om financiering van terrorisme te verhinderen en strafbaar te maken. Het Comité is het ook met de Commissie eens dat er behoefte bestaat aan investeringen in technologisch onderzoek en ontwikkeling ter ondersteuning van de inspanningen van de politie in de Unie om burgers te beschermen tegen terroristische aanvallen.

9.

Toch zou de EU haar activiteiten in het kader van de pijler „Voorkomen” in samenwerking met lidstaten, nationale rechtshandhavingsinstanties en regionale en lokale overheden en hun respectieve rechtshandhavingsinstanties. moeten uitbreiden. Er is meer nodig dan alleen wetgeving en handhaving om terrorisme en gewelddadig extremisme te voorkomen. Ook zullen repressiemaatregelen geen effect hebben en kunnen ze zelfs contraproductief zijn als ze niet worden gecombineerd met maatregelen om mensen die bijzonder gevoelig zijn voor radicalisering en rekrutering positieve uitzichten en een plaats in de samenleving te bieden.

10.

Om terrorisme het hoofd te bieden is het absoluut noodzakelijk preventief te werk te gaan en de nauw met elkaar verweven factoren die radicalisering in de hand werken en mogelijk tot terrorisme leiden, weg te nemen.

11.

Terrorisme heeft vaak een mondiaal karakter en een mondiale voedingsbodem. Tegelijkertijd heeft het echter rechtstreeks concrete en individuele gevolgen voor burgers en samenleving. Zij die gewelddadig extremisme plannen en steunen wonen en bewegen zich vrij in onze samenleving; als Europese burgers en inwoners maken zij gebruik van plaatselijke diensten, gaan zij om met medeburgers en leven zij in de lokale democratie. Op basis van de ervaringen die in de EU zijn opgedaan erkennen de lidstaten dan ook de noodzaak de redenen, oorzaken en processen die Europese burgers ertoe brengen zich tot gewelddadig extremisme en de Al Qaeda-beweging te wenden, grondig te onderzoeken, te begrijpen en te bestrijden.

12.

Om gewelddadige radicalisering tegen te gaan moet op lokaal niveau gericht worden gereageerd. De rol van regionale en lokale overheden die het dichtst bij kwetsbare groepen staan, is van bijzonder belang om een zo groot mogelijke sociale integratie van inwoners van de EU te waarborgen, zonder enige discriminatie en in een context van vrede en democratie.

13.

In 2003 nam het Congres van de Raad van Europa specifieke aanbevelingen over de rol van de lokale overheden bij de bestrijding van terrorisme aan.

Actieplan: rol van de lokale en regionale overheden

14.

Het Comité is ingenomen met de inspanningen van de Europese Commissie om de aandacht op de pijler „Voorkomen” te richten en met het voornemen om in 2008 een mededeling over de bestrijding van gewelddadige radicalisering te publiceren. Het wijst er echter op dat „Voorkomen” een cultuuromslag met zich meebrengt voor de terrorismebestrijdingsdiensten; de kennis, ervaring en medewerking van de lokale en regionale overheden is in dit verband onontbeerlijk.

15.

Het Comité is ingenomen met het initiatief van de EU om 2008 uit te roepen tot Europees Jaar van de interculturele dialoog omdat dit een uitstekende manier is om een doeltreffende dialoog, tolerantie en begrip tussen verschillende culturen, beschavingen en godsdiensten te bevorderen.

16.

De rol van de regionale en lokale overheden bij terrorismebestrijding en gewelddadige radicalisering moet in samenwerking met de EU en de landelijke regeringen worden vormgegeven. Daartoe zou in iedere lidstaat samen met de landelijke regering, de politie (met de medewerking van de regionale instanties die bevoegd zijn voor de beveiliging van personen en goederen) en plaatselijke gemeenschappen een netwerk van lokale en regionale overheden opgezet moeten worden om te komen tot uitwisseling van goede praktijken inzake sociale integratie, alsook gedegen kennis van en inzicht in gewelddadig extremisme dat in sommige wijken ontstaat.

17.

De plaatselijke bevolking zou geraadpleegd moeten worden om de uiteenlopende lokale ervaringen, opvattingen over terrorisme en redenen voor extremisme in kaart te brengen. De lidstaten zouden erop moeten toezien dat ook mensen die gewoonlijk niet aan het plaatselijke democratische leven deelnemen geraadpleegd moeten worden en moeten kunnen meedoen.

18.

In aanvulling op dit advies wil het Comité de Commissie en de Coördinator voor terrorismebestrijding bijstaan bij het opstellen van praktische richtsnoeren waarin voorbeelden van geslaagde participatie- en partnerschapsprojecten tegen radicalisering zijn opgenomen.

19.

Het CvdR zou een jaarlijks evenement moeten organiseren waar lokale en regionale overheden op pan-Europees niveau ervaringen kunnen uitwisselen en zo strategische kennis kunnen opdoen en waar ondersteuning geboden kan worden bij de verdere uitwerking van lokale maatregelen ter voorkoming van terrorisme en ontsporing in de richting van gewelddadig extremisme.

Tenuitvoerlegging

Leren door middel van participatie en samenwerking

20.

De EU-strategie tegen radicalisering, die gelijktijdig met de terrorismebestrijdingsstrategie ten uitvoer wordt gelegd, is zonder meer belangrijk. Wel moet er ruimte zijn om deze strategieën op lokaal niveau te implementeren, uitgaande van plaatselijke ervaringen en inzichten, en moet er een duidelijk kader voor inlichtingenwerk worden vastgesteld en de lokale en regionale overheden ondersteuning en middelen worden geboden om waar nodig projecten tegen gewelddadige radicalisering op te zetten.

21.

Het Comité beveelt aan de bepalingen van het Verdrag van Prüm goed te keuren betreffende de versterking van de grensoverschrijdende samenwerking inzake terrorismebestrijding.

Inlichtingenwerk

22.

De lidstaten en de politie zouden duidelijke en veilige systemen moeten ontwikkelen voor de uitwisseling van inlichtingen tussen de lokale en regionale partners (waaronder lokale en regionale politieteams) en bestrijdingsdiensten van terrorisme en gewelddadige radicalisering.

23.

Bij de uitwisseling van inlichtingen tussen de lokale partners en de politie moet men duidelijk oog hebben voor de veiligheid, de fundamentele burgerrechten en gegevensbescherming. Burgers moet de mogelijkheid worden geboden om op anonieme wijze informatie te verstrekken aan de politie en aan de lokale autoriteiten over mogelijke terroristische aanslagen.

24.

Ook moeten de grenzen tussen politie, politiekorpsen en lokale en regionale overheden op het gebied van inlichtingenwerk duidelijk worden afgebakend. Er moeten systemen komen om de lokale en regionale partners ervan te verzekeren dat deelname de betrekkingen binnen de plaatselijke gemeenschap niet zal schaden, dat de inlichtingenbronnen worden beschermd en dat partners buiten de politie vrijwillig een aanvullende bijdrage leveren.

25.

De Europese Unie zou richtsnoeren kunnen opstellen om de ontwikkeling van de informatie-uitwisseling te ondersteunen en ervoor te zorgen dat de systemen solide, billijk en veilig zijn.

Maatregelen tegen radicalisering

26.

De lidstaten moeten lokale en regionale overheden helpen de banden met politie en justitie (op zowel nationaal als regionaal niveau) aan te halen om samen projecten tegen radicalisering op te zetten. Op basis van inlichtingen van de politie en lokale en regionale kennis en ervaring moet de situatie daartoe eerst goed in kaart worden gebracht.

27.

Het Comité beveelt aan de interculturele dialoog en de tenuitvoerlegging van projecten voor sociale integratie op lokaal niveau te ondersteunen teneinde fenomenen van radicalisering en gebruik van geweld tegen te gaan.

28.

Hoeveel middelen de lidstaten ter beschikking stellen, hangt natuurlijk af van deze situatieschets. Er moet echter wel sprake zijn van een blijvende verbintenis, willen lopende projecten beoordeeld kunnen worden op hun doeltreffendheid, willen burgers, rechtshandhavingsinstanties en regeringen ook op langere termijn de handen ineen kunnen slaan om terrorisme te bestrijden en willen veranderende standpunten en demografische ontwikkelingen meegenomen kunnen worden. De middelen en de projecten moeten hierop worden afgestemd.

29.

Lidstaten en lokale en regionale overheden zouden in samenwerking met de plaatselijke gemeenschap projecten moeten opzetten om extremistische ideologieën tegen te werken en het gematigde meerderheidsstandpunt te steunen. Dit soort projecten zouden op degelijke, professionele wijze begeleid moeten worden en door onafhankelijke derden op hun doeltreffendheid beoordeeld moeten worden. Het CvdR stelt daarom voor dat de lidstaten en de lokale en regionale overheden gematigde leiders vinden om gewelddadige radicalen ongeloofwaardig te maken en overtuigende alternatieven voor de boodschap van deze extremisten te bieden.

30.

Een bekende voedingsbodem voor terrorisme is ongenoegen over de samenleving en een gevoel van machteloosheid en buitengesloten zijn. In een goed functionerende democratische samenleving is het gevaar minder groot dat ideeën over terrorisme en terroristische netwerken vaste voet aan de grond krijgen en een grotere aanhang krijgen. Het is daarom van cruciaal belang dat democratische activiteiten en handhaving van de politieke en burgerrechten een wezenlijk onderdeel van terorismebestrijding uitmaken.

31.

Terminologie is een complexe en gevoelige materie waarvan degenen die verantwoordelijk zijn voor antiradicaliseringsinitiatieven veel moeten afweten.

32.

De lidstaten zouden kwetsbare lokale en regionale instanties, zoals scholen, universiteiten, moskeeën en religieuze centra moeten helpen alert te zijn op gewelddadige radicalisering in hun gemeenschap, radicalisering tegen te gaan en degenen die gevoelig zijn voor gewelddadige radicalisering te helpen weerstand te bieden aan de lokroep van extremisten door positieve en aantrekkelijke alternatieven te bieden.

33.

De lidstaten zouden nauw moeten samenwerken met gevangenissen en reclasseringsinstanties om gedetineerden die gewelddadig extremisme aanhangen, op te sporen, tegen te houden en af te schrikken.

34.

Dit soort projecten moet in samenwerking met de politie en de politiekorpsen op regionaal niveau worden gecoördineerd en onder toezicht staan van de lokale en regionale overheden of gelijkwaardige organen. Ook moet worden gezorgd voor terugkoppeling naar de landelijke overheid, die de situatie dan in het oog kan houden.

35.

Het is van cruciaal belang dat de Europese Unie, de lidstaten en de politie netwerken in de EU vormen — waarvan onder het regionale gezag vallende politieapparaten met bevoegdheden inzake de bescherming van personen en goederen of terrorismebestrijdingseenheden deel uitmaken — om diegenen die voor de uitvoering van deze projecten op lokaal niveau verantwoordelijk zijn, bij te staan met best practices, begeleiding, en training.

Participatie van de burgers en leiderschap

36.

Het is voor de tenuitvoerlegging van terrorismepreventiestrategieën van essentieel belang dat de lokale en regionale overheden een leidende rol krijgen.

37.

Door een sterk leiderschap aan de dag te leggen zouden de lokale en regionale overheden de plaatselijke gemeenschap in staat moeten stellen meer weerstand aan gewelddadig extremisme te bieden. Zij zouden zich moeten inzetten om:

te laten zien welke waarden in de plaatselijke gemeenschap worden gedeeld, in samenwerking met groepen, partnerschappen en leiders in de gemeenschap, om zo cohesie op te bouwen;

aan te geven hoe grieven die kunnen bijdragen aan vervreemding en de weg vrijmaken voor gewelddadig extremisme, weerlegd of juist erkend en aangepakt kunnen worden;

haatmisdaden daadwerkelijk aan te pakken door nauwe samenwerking met politie en op basis van ondersteuningsprojecten voor de plaatselijke gemeenschap;

een bemiddelingsrol te spelen als er veiligheidsmaatregelen op stapel staan;

stellen, ondersteuning en begeleiding te bieden.

38.

Een transparant politieapparaat dat verantwoording verschuldigd is, is van fundamenteel belang om vertrouwen in terrorismebestrijding te kweken en publieke steun te genereren voor terrorismebestrijdingsoperaties en nationale en lokale maatregelen om gewelddadig extremisme tegen te gaan. Zowel de lidstaten als de regionale instanties met bevoegdheden inzake de bescherming van personen en goederen en uitgerust met terrorismebestrijdingseenheden of -commando's moeten daarom nagaan hoe de verantwoordingsplicht van de politie op lokaal niveau versterkt kan worden; daarbij moeten zij zonodig kunnen terugvallen op de kennis en bijstand van Europese en internationale partners.

39.

De Commissie zou moeten aangeven hoe zij de lidstaten kan helpen na te gaan hoe terrorismebestrijding in het hele politiewerk geïntegreerd kan worden, zonodig door de uitwisseling van kennis tussen lidstaten en politieapparaten te vergemakkelijken.

40.

Het is voor het vertrouwen in de politie en voor een goede communicatie tussen politie en burgers van belang dat het politiekorps een afspiegeling vormt van de bevolking. Op lokaal niveau moet constructief overleg worden gevoerd ter verbetering van de verscheidenheid en het gelijkekansenbeleid binnen de politie.

Paraatheid en rampenplannen

41.

Het CvdR is ingenomen met de tweede peer review van de crisisbeheersplannen die momenteel door de Commissie wordt ondernomen.

42.

De Commissie zou er echter wel op moeten toezien dat de lokale en regionale overheden volledig en actief bij deze evaluatie worden betrokken. Er zou lering moeten worden getrokken uit de bomaanslagen in Londen in juli 2005 en er zou voor moeten worden gezorgd dat er zo snel mogelijk een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling en hiërarchie komt tussen de verschillende diensten en organen die belast zijn met het opstellen van rampenplannen en het verlenen van noodhulp.

43.

Het CvdR vindt het een uitstekend idee om netwerken te vormen van organisaties die slachtoffers van terroristische aanslagen hulp bieden. Zelf kan het in dit verband de uitwisseling van kennis tussen de lidstaten bevorderen.

44.

Het CvdR is ingenomen met plannen om het onderzoek naar en de ontwikkeling van technische oplossingen voor de politie om burgers in de Unie beter tegen terroristische aanvallen te kunnen beschermen, te steunen. Het roept de Unie op om technologische oplossingen in het kader van alle vier pijlers te ondersteunen, waaronder maatregelen om Internet voor extremisten tot een vijandige omgeving te maken door initiatieven die verder gaan dan louter rechtshandhaving. De lidstaten zouden voldoende middelen voor deze ontwikkelingsprojecten beschikbaar moeten stellen.

45.

De lidstaten zouden de mogelijkheid moeten onderzoeken om op communautair niveau een wettelijk kader vast te stellen waarin de voorwaarden worden bepaald voor toegang, verblijf en uitzetting van personen die gewelddadige radicalisering in de hand werken.

46.

De Unie moet ervoor zorgen dat gelijke behandeling en mensenrechten bij alle terrorismebestrijdingsmaatregelen in aanmerking worden genomen. Ook moet worden voorkomen dat maatregelen voor bepaalde gemeenschappen negatief uitpakken en daarmee vervreemding in de hand werken en mensen in de armen van extremisten drijven.

Brussel, 8 oktober 2008

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

L. VAN DEN BRANDE


Top