Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008AE1218

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over Het opzetten van netwerken van maatschappelijke organisaties in de Zwarte Zeeregio

OJ C 27, 3.2.2009, p. 144–151 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

3.2.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 27/144


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over Het opzetten van netwerken van maatschappelijke organisaties in de Zwarte Zeeregio

(2009/C 27/29)

Mevrouw Ferrero-Waldner, commissaris voor externe betrekkingen en het Europese nabuurschapsbeleid, heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité in een brief d.d. 15 juli 2007 verzocht overeenkomstig artikel 262 van het EG-Verdrag een verkennend advies op te stellen over

Het opzetten van netwerken van maatschappelijke organisaties in de Zwarte Zeeregio.

De gespecialiseerde afdeling Externe betrekkingen, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 12 juni 2008 goedgekeurd. Rapporteur was de heer Manoliu; corapporteur was de heer Mitov.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn 446e zitting op 9 en 10 juli 2008 (vergadering van 9 juli) het volgende advies uitgebracht, dat met 143 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 4 onthoudingen werd goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1

Het initiatief Synergie voor het Zwarte Zeegebied is bedoeld om de regio in de politieke schijnwerpers te zetten en de nieuwe mogelijkheden die zijn ontstaan door de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU ten volle te benutten. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de volgende vijf gebieden: goed bestuur, vervoer, energie, milieu en de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit.

1.2

Voorts wordt er in het kader van Synergie voor het Zwarte Zeegebied naar gestreefd het Europees sociaal model en het beginsel van sociale en burgerdialoog te promoten. Een andere doelstelling is armoedebestrijding in het gebied, dit in samenwerking met de bevoegde internationale organisaties.

1.3

Het EESC roept de regeringen van het Zwarte Zeegebied en de regionale en internationale organisaties op om het middenveld te betrekken bij de regionale dialoog en samenwerking: de maatschappelijke organisaties kunnen immers een nieuw licht werpen op belangrijke thema's als politieke stabiliteit, democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, het stimuleren van economische hervormingen, ontwikkeling en handel, vervoer, energie en milieu, en het bevorderen van contacten tussen de burgers.

1.4

Het Zwarte Zeegebied is een regio van grote mogelijkheden en uitdagingen, die vragen om een gecoördineerd optreden op regionaal niveau, o.m. in sleutelsectoren als energie, vervoer, milieu, verkeer en veiligheid. Ook hier dienen de maatschappelijke organisaties een stem in het kapittel te krijgen.

1.5

Het Comité staat achter de diverse particuliere en overheidsinitiatieven die zijn opgezet om de maatschappelijke organisaties ertoe aan te zetten hun stem te laten horen in het debat over de toekomst van de regio. M.n. steunt het de aansluiting van de bestaande samenwerkingsnetwerken van de maatschappelijke organisaties bij het Zwarte Zeeforum voor partnerschap en dialoog en de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied (BSEC).

1.6

Het EESC zou graag zien dat in alle landen van het Zwarte Zeegebied nationale SER's en tripartiete commissies worden opgericht en pleit ervoor dat deze een grotere rol gaan spelen. Ook is het voorstander van meer regionale samenwerking tussen de tripartiete structuren in de regio. In de landen waar geen nationale SER bestaat moeten de sociale partners ertoe worden aangezet deel te nemen aan het raadplegingsproces en zich in te zetten voor de oprichting van dergelijke raden.

1.7

Het zou nuttig zijn een studie uit te voeren waarin de situatie van het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in de landen van het Zwarte Zeegebied vanuit alle hoeken wordt belicht.

1.8

Het EESC en de IAO organiseren in november 2008 een gezamenlijke conferentie over „De rol van de maatschappelijke organisaties in de landen van het Zwarte Zeegebied: het opzetten van regionale netwerken en het aanzwengelen van de sociale dialoog”. Aan deze conferentie, die in het verlengde ligt van onderhavig verkennend advies, zal ook worden deelgenomen door regionale afgevaardigden.

2.   Inleiding

2.1

Het EESC gaat met genoegen in op het verzoek van de Europese commissaris voor externe betrekkingen en Europees nabuurschapsbeleid, mevrouw Ferrero-Waldner, om een verkennend advies over synergie in het Zwarte Zeegebied op te stellen. De Commissie zou m.n. graag zien dat het EESC nagaat hoe de maatschappelijke organisaties nauwer kunnen worden betrokken bij de tenuitvoerlegging van de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Synergie voor het Zwarte Zeegebied — een nieuw regionaal samenwerkingsinitiatief” (COM(2007) 160 final).

2.2

Het EESC is ingenomen met de eerste bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-lidstaten en hun collega's uit het Zwarte Zeegebied, die op 14 februari 2008 plaatsvond in Kiev. De deelname van het EESC, dat als waarnemer aanwezig was op deze bijeenkomst, is een belangrijke stap in de tenuitvoerlegging van de strategie voor regionale samenwerking in het Zwarte Zeegebied.

2.3   Geïntegreerde ontwikkeling in het Zwarte Zeegebied

2.3.1

Het Zwarte Zeegebied (1) is rijk aan natuurlijke hulpbronnen en strategisch van groot belang: het ligt nl. op het punt waar Europa, Centraal-Azië en het Midden-Oosten samen komen. Meer dan ooit tevoren zijn de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid in onze buurlanden rond de Zwarte Zee (2) van onmiddellijk strategisch belang voor de EU. Het Zwarte Zeegebied, dat nagenoeg 200 miljoen inwoners telt, is een markt met een groot ontwikkelingspotentieel en een belangrijk knooppunt voor energie en vervoer. De regio kent een grote culturele verscheidenheid maar is ook een broeinest van conflicten.

2.3.2

Drie EU-beleidsgebieden zijn in dit verband relevant: het pretoetredingsproces voor Turkije, het Europees Nabuurschapsbeleid voor de vijf oostelijke ENB-partners die betrokken zijn bij de Zwarte Zeesamenwerking (Oekraïne, de Republiek Moldavië, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan) en het strategisch partnerschap met Rusland, dat gebaseerd is op vier „gemeenschappelijke ruimtes”.

2.3.3

Het EESC is ingenomen met de manier waarop de Commissie zich inzet voor een hele reeks sectorgebonden initiatieven van regionaal belang. Het gaat om de volgende terreinen: mensenrechten en individuele vrijheden; de rechtsstaat en samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht; integratie op economisch en handelsgebied en onderlinge aanpassing van de regelgeving; vervoer, maritiem beleid, energie; milieu; informatiemaatschappij; werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen; menselijk kapitaal en onderwijs; volksgezondheid.

2.3.4

Het Zwarte Zeegebied is een regio van grote mogelijkheden en uitdagingen, die vragen om een gecoördineerd optreden op regionaal niveau, m.n. in sleutelsectoren als energie, vervoer, milieu, verkeer en veiligheid.

2.3.5

De regionale organisaties en samenwerkingsinitiatieven in het Zwarte Zeegebied verschillen alle in opzet, aanpak en beleid. Hieruit blijkt duidelijk wat samenwerking op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van synergieën voor de regio kan betekenen. Een lijst van de bestaande regionale organisaties, samenwerkingsinitiatieven en -programma's en centra voor beleidsanalyse is opgenomen in de bijlage.

2.4   De EU-doelstellingen voor de Zwarte Zeeregio

2.4.1

De EU heeft zich de afgelopen 15 jaar enorm ingezet voor het Zwarte Zeegebied. Zo heeft zij de democratische en economische hervormingen en de sociale ontwikkeling gesteund, mee toegezien op de stabiliteit en een impuls gegeven aan regionale samenwerking.

2.4.2

De EU moet haar inspanningen in de regio nog opvoeren om zo de bilaterale betrekkingen aan te vullen, de regionale samenwerking te versterken, de samenhang te vergroten, de beleidskoers mee te bepalen en de aandacht van de beleidsmakers op het regionale niveau te vestigen. Dit lijkt de snelste weg naar de totstandkoming van een ruimte van stabiliteit, welvaart en samenwerking, waarvan zowel de EU als al haar toekomstige buren deel zouden uitmaken.

2.4.3

De regionale strategie voor de Zwarte Zee moet doelgericht zijn; zij mag niet worden gebruikt als zoethoudertje voor de landen die nog geen EU-lid zijn en evenmin om de grenzen van de EU definitief vast te leggen.

3.   Kenmerken van de maatschappelijke organisaties in het Zwarte Zeegebied

3.1

De tien landen van het Zwarte Zeegebied hebben elk hun eigen specifieke historische, politieke en sociaal-economische achtergrond, zodat ook het klimaat waarin de maatschappelijke organisaties zich ontwikkelen in elk van die landen verschillend is. Tijdens de Sovjetperiode werden de „sociale actoren” of „beroepsorganisaties” door het regime teruggebracht tot eenvoudige „doorgeefluiken”. Behalve in Turkije en Griekenland was dit de algemene tendens in het hele Zwarte Zeegebied. Sinds het begin van de jaren negentig echter zijn alle Midden- en Oost-Europese landen in een politieke en economische stroomversnelling terecht gekomen, wat ook belangrijke gevolgen heeft gehad voor de maatschappelijke organisaties.

3.2

Het EESC pleit voor meer samenwerking tussen de EU en het Zwarte Zeegebied. Voorwaarden daartoe zijn dat beide partijen elkaars gemeenschappelijke waarden delen, de fundamentele vrijheden eerbiedigen en streven naar een open maatschappij, en dat er sprake is van een dialoog met onafhankelijke maatschappelijke organisaties.

3.3

Het EESC gelooft dat de trage ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld in het Zwarte Zeegebied te wijten is aan de volgende factoren: een zwak rechtssysteem dat nauw verweven is met de overheid en over het algemeen niet de belangen van de burger maar die van de autoriteiten behartigt; de onevenwichtige verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de centrale en de lokale autoriteiten; al te ruime fiscale en strafbevoegdheden van de overheid; een corrupt overheidsapparaat waar manipulatie en omkoperij welig tieren; de verwording van burgerrechten en vrijheden tot fictieve begrippen; de beperkte toegang tot informatie; de schijndialoog die de overheid aangaat met een selecte groep vertegenwoordigers van het zogenaamde maatschappelijk middenveld; het ontbreken van een wettelijk en economisch klimaat waarin echt vrije maatschappelijke organisaties zouden kunnen opbloeien; het feit dat de maatschappelijke organisaties financieel afhankelijk zijn van internationale geldschieters of van het bedrijfsleven; en ten slotte de democratische cultuur die nog in de kinderschoenen staat.

3.4

Het is aangewezen een algemene en vergelijkende studie op te zetten over de situatie van de maatschappelijke organisaties in het Zwarte Zeegebied. Daarin dient te worden ingegaan op de problemen die voortvloeien uit de huidige situatie in de regio, de mogelijkheden van de maatschappelijke organisaties en de rol die een regionaal netwerk zou kunnen vervullen, en de regionale en Europese initiatieven ter versterking van de maatschappelijke organisaties. Daarnaast dient te worden nagegaan hoe het staat met de vrijheid van vereniging, de regels en procedures voor registratie en belastingen, de vrijheid van meningsuiting en de werking van het tripartiet overleg.

4.   Netwerken van maatschappelijke organisaties in de Zwarte Zeeregio

4.1

Het EESC herinnert eraan dat de maatschappelijke organisaties zelf moeten kunnen beslissen over hun organisatie op regionaal, nationaal en internationaal niveau.

4.2

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de Commissie een nieuwe regionale structuur voor de maatschappelijke organisaties op te richten. Het EESC kan zich vinden in deze benadering en staat achter een sterkere betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties bij de bestaande netwerken. Ook is het voorstander van deelname van de maatschappelijke organisaties aan regionale en transnationale netwerken.

4.3

Voorts breekt het EESC een lans voor nauwere samenwerking tussen regionale netwerken van maatschappelijke organisaties en de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied (BSEC), die het platform voor economische samenwerking en tevens de best ontwikkelde intergouvernementele organisatie in de regio is. Een daadwerkelijk partnerschap met de maatschappelijke organisaties zou bovenaan de agenda van de BSEC moeten staan.

4.4

Het Zwarte Zeeforum zou kunnen fungeren als platform voor een open dialoog tussen de overheid en het maatschappelijk middenveld. In het kader van het forum is immers al ervaring opgedaan met het bijeenbrengen van de ngo's uit de regio en van gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties. Het forum werd in 2006 opgericht door de staatshoofden van verschillende landen uit het Zwarte Zeegebied. Het is echter niet de bedoeling om van het forum een permanent orgaan te maken. Overlapping met de activiteiten van de bestaande regionale mechanismen voor samenwerking moet worden vermeden.

4.5

De netwerken van maatschappelijke organisaties zouden met name op de volgende gebieden moeten samenwerken: afbakenen van gemeenschappelijke belangen, formuleren van middellange- en langetermijnstrategieën voor capaciteitsopbouw van het maatschappelijk middenveld, stimuleren van het synergie-effect dat ontstaat door samenwerking tussen de maatschappelijke organisaties om zo de basis te leggen voor succesvolle regionale samenwerking, evalueren van het bestaande instrumentarium, evalueren van het nationaal en regionaal potentieel, in kaart brengen van cruciale vereisten en uitwerken van een proactieve strategie.

4.6

Alle maatschappelijke organisaties uit het Zwarte Zeegebied moeten kunnen toetreden tot het netwerk.

5.   Sociaaleconomische raden in het Zwarte Zeegebied

5.1

Het EESC werkt samen met drie sociaaleconomische raden (SER's) en twee soortgelijke instellingen uit het Zwarte Zeegebied (zie bijlage II voor een gedetailleerde omschrijving), die ook actief zijn in de Internationale Vereniging van sociaaleconomische raden en gelijksoortige instellingen (AICESIS):

Bulgarije — Sociaaleconomische Raad;

Griekenland — Sociaaleconomische Raad;

Roemenië — Sociaaleconomische Raad;

Rusland — Openbare Kamer;

Oekraïne — Nationale Tripartiete Sociaaleconomische Raad.

5.2

Het EESC heeft een memorandum van overeenstemming afgesloten met de Russische Openbare Kamer. Daarnaast wil het in de toekomst nauwer gaan samenwerken met de Nationale Tripartiete Sociaaleconomische raad van Oekraïne. Overigens komen de sociale partners in Rusland bijeen in een tripartiete commissie, waarmee het Comité de dialoog zou moeten aangaan.

5.3

De samenwerking tussen het EESC en Turkije verloopt via het Gemengd Raadgevend Comité. Het EESC steunt de hervorming van de Turkse Sociaaleconomische Raad, die op institutionele leest moet worden geschoeid en de kans moet krijgen deel te nemen aan internationale netwerken van de sociaaleconomische raden.

5.4

In de Republiek Moldavië is er het Nationaal Comité voor overleg en collectieve onderhandelingen, een tripartiet orgaan dat is ingesteld op basis van de wet op collectieve onderhandelingen. Dit comité wordt voorgezeten door de eerste vicepremier; het ministerie voor economie en handel, dat zich tevens bezighoudt met arbeidskwesties, is verantwoordelijk voor het secretariaat. Georgië heeft sinds kort ook een sociaaleconomische raad waarmee het EESC evenwel nog niet samenwerkt.

5.5

In de landen waar geen nationale SER bestaat moeten de sociale partners ertoe worden aangezet deel te nemen aan het raadplegingsproces en zich in te zetten voor de oprichting van dergelijke raden.

5.6

Versterking van de samenwerking op regionaal niveau en de internationale samenwerking tussen het EESC en de SER's van het Zwarte Zeegebied moet worden aangemoedigd. Op lange termijn kan het EESC bijdragen aan de oprichting van een netwerk van de sociaaleconomische raden (ook de pas opgerichte) en andere tripartiete organen uit het Zwarte Zeegebied.

6.   Betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitwerking van het regionaal, nationaal en internationaal beleid

6.1

Het EESC roept de regeringen van het Zwarte Zeegebied en regionale en internationale organisaties op om het maatschappelijk middenveld nauwer te betrekken bij de regionale dialoog: de maatschappelijke organisaties kunnen immers een nieuw licht werpen op belangrijke thema's. De volgende vier gebieden dienen volgens het EESC bovenaan de agenda voor dialoog en samenwerking te worden gezet:

veiligstellen van politieke stabiliteit, democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

stimuleren van economische hervormingen, ontwikkeling en handel;

samenwerking op het gebied van vervoer, energie en milieu;

contacten tussen de burgers.

6.2   Veiligstellen van politieke stabiliteit, democratie, rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden

6.2.1

Het EESC dringt erop aan dat de Commissie voor de volle 100 % gebruik maakt van de Synergie voor het Zwarte Zeegebied en het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten, om zo grensoverschrijdende en regionale samenwerking tussen de maatschappelijke organisaties te bevorderen. Het beklemtoont dat de interculturele dialoog onmisbaar is om conflicten op te lossen en een gebied af te bakenen dat gegrondvest is op duurzame democratie, de rechtsstaat en goed bestuur op lokaal en regionaal niveau.

6.2.2

Bilaterale betrekkingen en regionale strategieën moeten in het teken staan van respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, inclusief de eerbiediging van de onafhankelijkheid van de sociale partners en de maatschappelijke organisaties, en de persvrijheid. Deze waarden dienen immers centraal te staan in het extern beleid van de EU.

6.2.3

Voorts wordt er in het kader van Synergie voor het Zwarte Zeegebied naar gestreefd het Europees sociaal model en het beginsel van sociale en burgerdialoog te promoten. Een andere doelstelling is armoedebestrijding in het gebied, dit in samenwerking met de bevoegde internationale organisaties en m.n. de Wereldbank en de IAO.

6.3   Stimuleren van economische hervormingen, ontwikkeling en handel

6.3.1

Het afgelopen decennium hebben in het Zwarte Zeegebied ingrijpende hervormingen plaatsgevonden op politiek, institutioneel, macro-economisch en regelgevend gebied. Economisch gezien zijn er aanzienlijke verschillen tussen de landen in de regio: we denken aan de beschikbaarheid van productiefactoren, natuurlijke hulpbronnen, productiecapaciteit en omvang van de markt. Ook vallen de Zwarte Zeelanden niet met elkaar te vergelijken wat betreft hun ontwikkeling, de voortgang van de hervormingen, hun economisch en sociaal evenwicht en hun vermogen om in te spelen op de basisbehoeften van hun burgers. Een aantal landen krijgt af te rekenen met problemen die samenhangen met de schaduweconomie, corruptie, migratie en armoede.

6.3.2

De bijzonder dynamische privé-sector in het Zwarte Zeegebied is doorslaggevend voor het concurrentievermogen en het groeipotentieel op lange termijn. Met het oog op een beter sociaal en economisch evenwicht moeten kleine en middelgrote ondernemingen meer steun krijgen.

6.3.3

Het EESC is van oordeel dat de duurzaamheid van de regionale economie op lange termijn rechtstreeks verband houdt met de milieusituatie, de toenemende impact van ongunstige externe factoren, de problematiek van maatschappelijke verantwoordelijkheid, de naleving van gemeenschappelijke sociale normen en het groeiend besef van milieuverantwoordelijkheid. Het EESC beklemtoont dat sociale dienstverlening, onderwijs en cultuur wapens zijn in de strijd tegen armoede en ongelijkheid, en dat alle burgers toegang moeten krijgen tot deze diensten.

6.3.4

Het EESC wijst op de noodzaak om het investeringsklimaat te verbeteren, de hervorming van de markteconomie te bevorderen en liberaliseringsmaatregelen te promoten, en steunt de oprichting van een vrijhandelszone in het Zwarte Zeegebied, in overeenstemming met de WTO-beginselen. Technologische innovatie kan de deur openzetten voor meer internationale samenwerking, buitenlandse investeringen en een betere dienstverlening.

6.4   Samenwerking op het gebied van vervoer, energie en milieu

6.4.1

Het Zwarte Zeegebied is vanuit geopolitiek en strategisch oogpunt (productie en doorvoer) van groot belang voor de diversificatie van de energiebevoorrading van de EU. Diversificatie van de energievoorziening dient te worden aangemoedigd, o.m. door meer steun te verlenen aan het ontwerpen en aanleggen van nieuwe, duurzame en veilige infrastructuur, vervoercorridors en wegen en door nieuwe en betrouwbare leveranciers te zoeken.

6.4.2

De stijgende olie- en gasprijzen, de toenemende afhankelijkheid van de EU van een handvol externe leveranciers en de opwarming van de aarde zijn ook voor de Zwarte Zeelanden problematisch. In de EU is een debat op gang gebracht over de noodzaak van een Europees energiebeleid dat gericht is op duurzame ontwikkeling, een sterk concurrentiepositie en energiezekerheid (3). Het EESC is zich ervan bewust dat de stijgende energieprijzen het economische en sociale evenwicht in de regio ernstig in gevaar dreigen te brengen.

6.4.3

Nieuwe bevoorradingsroutes zoals de energiecorridor door het Kaspische Zeegebied en het Zwarte Zeegebied (4) en de Nabuccopijplijn (5) (die 3 400 km zal overbruggen en jaarlijks 31 miljard kubieke meter aardgas zal leveren) zullen samen met het INOGATE- en het TRACECA-project de pijlers vormen onder een sterke energiemarkt. Rusland is van start gegaan met de werkzaamheden aan de Zuidstroom, een pijplijn die van Rusland via de Zwarte Zee naar de Balkan en Midden-Europa loopt, en de Noordstroom, een pijplijn in de Oostzee.

6.4.4

Een doeltreffend extern beleid, m.n. t.a.v. mogelijke nieuwe olie- en gascorridors vanuit het Zwarte Zeegebied en het Kaspische Zeegebied, moet gericht zijn op steun aan de ontwikkeling van de nationale olie- en gasindustrie van Azerbeidzjan, dat zich als energieleverancier volledig onafhankelijk moet kunnen opstellen. Ook moet steun worden verleend aan Georgië, de Republiek Moldavië, Roemenië en Oekraïne, die een cruciale rol spelen bij de opening van nieuwe energiecorridors naar de Europese ruimte. Bij dit alles mag niet worden vergeten dat ook Rusland betrokken partij is. Het EESC stelt voor om Europese bedrijven die meewerken aan de ontwikkeling van de olie- en gassector en de constructie van pijplijnen in Oost-Europa en Centraal-Azië onvoorwaardelijk te steunen. Ten slotte is het zaak de stabiliserende rol van Turkije in de regio te versterken.

6.4.5

Beleidsmaatregelen voor een zuinig energieverbruik in het Zwarte Zeegebied moeten in de EU-programma's voor ontwikkeling en technische bijstand worden aangemerkt als absoluut prioritair. Specifieke programma's op energiegebied kunnen bijdragen aan de doelstellingen van energie- en kostenbesparing en inperking van de verontreiniging.

6.5   Contacten tussen de burgers

6.5.1

Het EESC staat achter het programma voor grensoverschrijdende samenwerking voor het Zwarte Zeegebied dat binnenkort zal worden uitgevoerd en gefinancierd in het kader van het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI 2007-2013). Met name de jongere generaties in de Zwarte Zeelanden moeten worden aangezet tot het leggen van contacten.

6.5.2

Het EESC is voorstander van nauwere samenwerking zodat beide regio's elkaar beter leren kennen, de economische, sociale en culturele banden worden aangehaald en de volkeren nader tot elkaar komen. Een en ander zal de duurzame groei, welvaart, stabiliteit en veiligheid in het Zwarte Zeegebied alleen maar ten goede komen.

6.5.3

Het EESC wijst op de noodzaak van een doeltreffende uitvoering van de regelingen voor de uitreiking van visa en overnameovereenkomsten, zodat de programma's voor uitwisseling tussen scholen en jongeren en voor de mobiliteit van onderzoekers in het kader van de toenemende samenwerking op onderzoeksgebied beter van de grond kunnen komen en er meer contacten kunnen worden gelegd binnen het bedrijfsleven en tussen regionale en lokale autoriteiten, ngo's en culturele verenigingen.

6.5.4

Contacten tussen burgers kunnen een stimulans zijn voor de samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding en onderzoek. In dit verband dient gebruik te worden gemaakt van de beschikbare EU-programma's (6) om de interculturele dialoog te bevorderen. Ook contacten binnen het bedrijfsleven en samenwerking tussen werkgeversorganisaties moeten actief worden aangemoedigd om de banden aan te halen en de uitwisseling van ervaringen en normen mogelijk te maken.

Brussel, 12 juni 2008

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

D. DIMITRIADIS


(1)  Het Zwarte Zeegebied omvat Griekenland, Bulgarije, Roemenië en de Republiek Moldavië in het westen, Oekraïne en Rusland in het noorden, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan in het oosten en Turkije in het zuiden. Armenië, Azerbeidzjan, de Republiek Moldavië en Griekenland liggen weliswaar niet direct aan de Zwarte Zee, maar maken gezien hun geschiedenis, hun ligging en hun nauwe banden met de andere landen toch deel uit van het gebied.

(2)  Met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU is de Zwarte Zee een Europese zee geworden.

(3)  Ook op de Europese Raad van 8 en 9 maart 2007 werd gepleit voor een Europees energiebeleid. Daarop is een tweejarig actieplan (2007-2009) uitgewerkt.

(4)  Tot deze corridor behoren al voltooide projecten zoals de Bakoe-Tbilisi-Seyhan-pijplijn en energie-infrastructuur waaraan nog wordt gewerkt, zoals de Brody-Odessa-pijplijn, die wordt doorgetrokken tot Plock, en de pijplijnen Constanța-Omisalj-Trieste, Burgas-Vlorë en Burgas-Alexandroupolis.

(5)  Dit project wordt ernstig gehinderd door logistieke vertragingen, geschillen over de financiering en het gebrek aan politieke wil.

(6)  Tempus, Erasmus Mundus, het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek en het programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het Zwarte Zeegebied.


BIJLAGE I

OVERZICHT VAN DE REGIONALE SAMENWERKING IN HET ZWARTE ZEEGEBIED

1.

De organisaties zijn opgedeeld in vier categorieën; er wordt telkens vermeld welke landen lid zijn en wat de doelstellingen zijn van de regionale samenwerking.

1.1   De eerste categorie: officiële organisaties met een duidelijk afgebakende structuur

De Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied (BSEC) (Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Georgië, Griekenland, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Rusland, Servië en Turkije; 13 waarnemers, inclusief de EU en de VS) ontplooit multilaterale politieke en economische initiatieven om de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.

De Commissie voor de Zwarte Zee (Bulgarije, Georgië, Oekraïne, Roemenië, Rusland en Turkije) is opgericht om de Zwarte Zee te beschermen tegen verontreiniging en ziet toe op de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Boekarest en het Strategisch Actieplan voor de Zwarte Zee

De Organisatie voor democratie en economische ontwikkelingGUAM (Azerbeidzjan, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne) is gericht op de totstandbrenging van een Euro-Aziatische trans-Kaukasische vervoerscorridor en een gemeenschappelijke ruimte van integratie en veiligheid.

De Taskforce voor marinesamenwerking op de Zwarte ZeeBLACKSEAFOR (Bulgarije, Georgië, Oekraïne, Roemenië, Rusland en Turkije) zet zich in voor samenwerking tussen de zeemachten en versterkt zo het wederzijds vertrouwen en de stabiliteit in de regio.

Het Gemenebest van onafhankelijke statenGOS (Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Rusland, Tadzjikistan en Wit-Rusland; Turkmenistan is buitengewoon lid) streeft naar de oprichting van een gemeenschappelijke economische ruimte die stoelt op vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal.

Het Verbond van ondernemingen van het Zwarte en het Kaspische Zeegebied (UBCCE) (vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en werkgeversorganisaties van Albanië, Azerbeidzjan, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Georgië, Griekenland, Iran, Kazachstan, Oostenrijk, Roemenië, Servië, Turkije en de Voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië) zet zich in voor de goedkeuring van beleidsmaatregelen ter bevordering van een betere werking van de markteconomie en voor de ontwikkeling van een concurrerend klimaat dat een hefboom kan zijn voor duurzame groei in het gebied van de Zwarte en de Kaspische Zee.

1.2   De tweede categorie: forums zonder officiële besluitvormingsstructuur

Het Zwarte Zeeforum voor partnerschap en dialoog  (1) (Armenië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Georgië, Griekenland, de Republiek Moldavië, Oekraïne,Roemenië en Turkije) is een platform voor samenwerking dat zich inzet voor de ontwikkeling van een nieuwe regionale strategie en een gemeenschappelijke visie.

De Parlementaire vergadering van de EU en haar buren uit het Oosten (EURO-NEST). Het EP heeft in november 2007 besloten een gemeenschappelijk multilateraal forum op te richten met de parlementen van Oekraïne, de Republiek Moldavië, Armenië, Georgië en Azerbeidzjan; ook pro-democratische waarnemers uit Wit-Rusland hebben zitting in dit forum.

De Gemeenschap van de democratische keuzeCDC (leden: Estland, Letland, Litouwen, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Rusland, Slovenië en de Voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië; deelnemers: Azerbeidzjan, Bulgarije, Hongarije, Polen en Tsjechië; waarnemers: de VS, de EU, de Raad van Europa en de OVSE) streeft naar versterking van de duurzame ontwikkeling door meer regionale samenwerking en verbetering van de democratie en de mensenrechten.

Het Netwerk van ngo's uit het Zwarte ZeegebiedBSNN (een vereniging van 60 ngo's uit Bulgarije, Georgië, Oekraïne, Roemenië, Rusland en Turkije) is een maatschappelijke organisatie die zich inzet voor milieubescherming, de bevordering van de democratische waarden en duurzame ontwikkeling.

Het Bakoe-initiatief  (2) (partners: Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Iran, Kazachstan, Kirgizië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkije, Turkmenistan en Wit-Rusland; waarnemer: Rusland; EU-vertegenwoordigers: DG vervoer en energie, DG externe betrekkingen en EuropeAid Cooperation Office) streeft naar geleidelijke integratie van de energiemarkten van het gebied van de Zwarte Zee en de Kaspische Zee met de EU-markten.

1.3   De derde categorie — programma's die hoofdzakelijk in handen zijn van de EU

Het programma Grensoverschrijdend olie- en gasvervoer naar EuropaINOGATE (Bulgarije, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Turkije en 15 andere landen) is een internationaal samenwerkingsprogramma ter bevordering van de regionale integratie van pijplijntransport en ter verbetering van het olie- en gasvervoer.

Transportcorridor EuropaKaukasusAzië (TRACECA) (Armenië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan, Roemenië, Tadzjikistan, Turkije en Turkmenistan) is opgericht ter verbetering van de handel en het vervoer langs de corridor Europa — Kaukasus — Azië.

De Task Force Donau Zwarte ZeeDABLAS (Bulgarije, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Rusland, Turkije en 9 andere landen, het secretariaat van de Internationale Commissie voor de bescherming van de Donau — ICPDR, de Zwarte Zeecommissie, internationale kredietinstellingen en de Europese Commissie) houdt zich bezig met de coördinatie van alle financieringsinstrumenten in de regio. Het maatschappelijk middenveld is betrokken bij alle werkzaamheden van de DABLAS Task Force.

1.4   De vierde categorie — analyse en financiering van beleidsmaatregelen

De Black Sea Trust (BST) for Regional Cooperation van het German Marshall Fund (actief in Bulgarije, Georgië, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Rusland en Turkije) is een publiek-privaat partnerschap dat werd opgericht om het vertrouwen in de overheidsinstellingen te herstellen en hun positie te versterken, de nadruk te leggen op het belang van burgerparticipatie in het democratische proces en regionale en grensoverschrijdende samenwerking tussen de openbare, de privé- en de non-profitsector te bevorderen.

Het Internationale Studiecentrum voor het Zwarte ZeegebiedICBSS (Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Georgië, Griekenland, de Republiek Moldavië, Oekraïne, Roemenië, Rusland, Servië en Turkije) is een onafhankelijk onderzoeks- en opleidingsinstituut voor toegepast, beleidsgericht onderzoek, dat zich richt op capaciteitsopbouw en kennisvermeerdering in het Zwarte Zeegebied. Het instituut heeft banden met de BSEC (Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte-Zeegebied).

Het Initiatief voor crisisbeheer is een non-profitorganisatie die het initiatief „Participatie van het maatschappelijk middenveld in het Europese nabuurschapsbeleid (ENB) — een regionale benadering van het oplossen van conflicten” heeft opgezet. Bedoeling is een regionaal partnerschapsnetwerk op te richten met vier grote ngo's/denktanks uit Armenië, Azerbeidzjan, Georgië en de Republiek Moldavië, om zo de dialoog tussen het maatschappelijk middenveld en de overheid aan te zwengelen.


(1)  Het Zwarte Zeeforum is een Roemeens initiatief.

(2)  Verwant met het samenwerkingsprogramma INOGATE.


BIJLAGE II

SAMENWERKING TUSSEN HET EESC EN DE SOCIAALECONOMISCHE RADEN IN HET ZWARTE ZEEGEBIED

De Sociaaleconomische Raad van Bulgarije werd in 2001 opgericht bij de wet op de sociaaleconomische raad. Deze raad is een adviesorgaan dat bestaat uit een voorzitter en 36 leden die worden aangewezen door de nationale representatieve organisaties: 12 leden van werkgeversorganisaties, 12 van werknemersorganisaties en 12 van andere organisaties, waaronder ook twee door de ministerraad aangewezen onafhankelijke universitaire vertegenwoordigers. De raad spreekt zich uit over wetten, nationale programma's en plannen en besluiten van de plenaire vergadering. Ook publiceert hij jaarlijkse memoranda over de economische en sociale ontwikkeling en analyses van het sociaaleconomisch beleid.

De Sociaaleconomische Raad (OKE) van Griekenland is opgericht bij wet 2232/1994. Het gaat om een tripartiet orgaan van werkgevers, werknemers en diverse belangengroepen, waaronder landbouwers en vertegenwoordigers van onafhankelijke beroepen, lokale autoriteiten en consumenten. De raad bestaat uit een voorzitter en 48 leden, die zijn opgedeeld in drie gelijke groepen. Doel van de raad is het aanzwengelen van de sociale dialoog; daartoe worden gemeenschappelijke standpunten bepaald over algemene maatschappelijke problemen of kwesties die een bepaalde groep aanbelangen.

De Sociaaleconomische Raad (SER) van Roemenië is een adviesorgaan voor regering en parlement waarin is voorzien in de grondwet (herzien in 2003). De raad spreekt zich uit over een aantal gebieden die zijn vastgelegd in de wet op de organisatie en werking van de SER. De SER van Roemenië telt 45 leden: 15 daarvan zijn aangewezen door de nationale werkgeversorganisaties, 15 door de nationale vakverenigingen en 15 door de regering. De SER brengt advies uit over het economisch en sociaal beleid en fungeert als tussenpersoon bij geschillen tussen de sociale partners.

De Openbare Kamer van de Russische Federatie is opgericht bij wet nr. 32 van 4 april 2005. De kamer telt 126 leden: 42 daarvan worden aangewezen door de president en verkiezen op hun beurt 42 andere leden uit de nationale maatschappelijke organisaties; deze 84 leden kiezen samen de overblijvende 42 leden uit de lijst van regionale maatschappelijke organisaties. De leden werken in 18 commissies en werkgroepen waaraan ook door externe deskundigen wordt deelgenomen. De kamer bespreekt nieuwe wetgevingsvoorstellen, herziet bestaande wetgeving en publiceert rapporten.

De Nationale Tripartiete Sociaaleconomische Raad van Oekraïne (NTSEC) is opgericht bij een presidentieel besluit van 2005 en fungeert als adviesorgaan voor de president van de republiek. De raad bestaat uit 66 leden: 22 daarvan zijn vertegenwoordigers van diverse beroepsverenigingen, 22 vertegenwoordigen de werkgevers en 22 zijn viceministers die het kabinet vertegenwoordigen. De raad zet zich in voor de ontwikkeling van de sociale en burgerdialoog op nationaal niveau en wordt daarin gesteund door de IAO.

Het Gemengd Raadgevend Comité EU-Turkije telt 18 EESC-leden en 18 vertegenwoordigers van het Turkse maatschappelijk middenveld. Het Comité vergadert twee keer per jaar (een keer in Brussel en een keer in Turkije) over verschillende thema's van gemeenschappelijk belang die verband houden met het middenveld. Hoofddoel van het comité is ervoor te zorgen dat de maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de toetredingsonderhandelingen: het volgt de onderhandelingen over de verschillende hoofdstukken, maakt een analyse op van de economische en sociale gevolgen van de tenuitvoerlegging van het communautaire acquis, organiseert ontmoetingen met de Turkse en EU-autoriteiten en formuleert aanbevelingen.


Top