EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52007AE0796

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 78/855/EEG van de Raad betreffende fusies van naamloze vennootschappen en Richtlijn 82/891/EEG van de Raad betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen, wat betreft de verplichte opstelling van een verslag van een onafhankelijke deskundige bij fusies of splitsingen COM(2007) 91 final — 2007/0035 (COD)

OJ C 175, 27.7.2007, p. 33–36 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 175/33


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het „Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 78/855/EEG van de Raad betreffende fusies van naamloze vennootschappen en Richtlijn 82/891/EEG van de Raad betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen, wat betreft de verplichte opstelling van een verslag van een onafhankelijke deskundige bij fusies of splitsingen”

COM(2007) 91 final — 2007/0035 (COD)

(2007/C 175/08)

De Raad heeft op 29 maart 2007 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 95 van het EG-Verdrag te raadplegen over het bovengenoemde voorstel.

De gespecialiseerde afdeling Interne markt, productie en consumptie, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 3 mei 2007 goedgekeurd. Rapporteur was mevrouw Sánchez Miguel.

Het Comité heeft tijdens zijn op 30 en 31 mei 2007 gehouden 436e zitting (vergadering van 30 mei) het volgende advies uitgebracht, dat met 143 stemmen vóór en 26 stemmen tegen, bij 13 onthoudingen, is goedgekeurd.

1.   Inleiding

1.1

Het voorstel van de Commissie inzake de regelgeving voor fusies en splitsingen van naamloze vennootschappen (NV's) maakt deel uit van het plan om het vennootschapsrecht te moderniseren en de corporate governance te verbeteren (1). Het bevat een actieprogramma voor een ingrijpende wijziging van de wetgeving op de korte, middellange en lange termijn dat meer om het lijf heeft dan het afronden van nog hangende richtlijnvoorstellen.

1.2

Meer in het algemeen staan in bijlage III van het programma ter vermindering van de administratieve lasten in de Europese Unie (2) tien concrete voorstellen voor dringende maatregelen om relatief onbelangrijke voorschriften af te zwakken zonder de beschermende werking hiervan aan te tasten. Dat is ook het doel van dit voorstel, omdat daarmee uitsluitend wordt beoogd, af te zien van het deskundigenverslag over fusie- of splitingsvoorstellen als alle aandeelhouders het daarmee eens zijn.

1.3

Overigens voorziet artikel 8.4 van Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (3) al in de mogelijkheid om af te zien het deskundigenverslag over die voorstellen indien alle aandeelhouders het daarmee eens zijn. En Richtlijn 77/91/EEG betreffende de oprichting een NV, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal (4) bevat sinds de laatste wijziging twee nieuwe artikelen, 10bis en 10ter, waarin staat dat er geen deskundigenverslag nodig is voor een inbreng anders dan in geld indien de werkelijke waarde van de ingebrachte goederen gewaarborgd is.

2.   Inhoud van het voorstel

2.1

De Richtlijnen betreffende fusies en splitsingen van NV's moeten gewijzigd worden om ze op één lijn te brengen met de Richtlijn inzake grensoverschrijdende fusies, en wel wat betreft de mogelijkheid om geen deskundigenverslag op te stellen over fusies- of splitsingsvoorstellen indien alle aandeelhouders en houders van andere effecten waaraan stemrecht is verbonden hiermee instemmen.

3.   Opmerkingen over het voorstel

3.1

Het EESC volgt met interesse de vereenvoudigng van de wetgeving, en met name de vermindering van de administratieve lasten voor het Europese bedrijfsleven. Tegen deze achtergrond moet ook dit voorstel worden gezien, dat met name aandeelhouders de nodige garanties biedt dankzij de voorwaarde dat alleen van een deskundigenverslag mag worden afgezien als zij hier allen mee instemmen.

3.2

Toch zijn er vooral wat de fusies van grote NV's betreft wel problemen als gevolg van de diversiteit van de aandeelhouders, die voor het merendeel beleggers zijn. Is er geen sprake van een direct aandelenbeheer, dan is het mogelijk dat minderheidsaandeelhouders machteloos overgeleverd zijn aan overeenkomsten van instellingen die de waardepapieren beheren. Weliswaar hebben zij het recht om bezwaar aan te tekenen of zich terug te trekken als de economische resultaten van dergelijke operaties (met name aandelenruil) hun niet aanstaan, maar zonder een deskundigenverslag over een voorgenomen fusie wordt de uitoefening van dit recht wel ernstig bemoeilijkt.

3.3

Wat dit betreft zijn ook de schuldeisers en werknemers van dergelijke NV's kwetsbaar als zij het zonder informatie moeten stellen doordat er geen objectief deskundigenverslag wordt opgesteld. Schuldeisers hebben het recht om bezwaar te maken zodra de aankondiging van een fusie gepubliceerd is, mits hun vorderingen niet gewaarborgd zijn. Maar in de Richtlijnen over fusies en splitsingen wordt met geen woord gerept van werknemersrechten, terwijl zij bij grensoverschrijdende fusies het recht op medezeggenschap hebben (artikel 16), wat dankzij goede informatiekanalen betere resultaten mogelijk maakt.

3.4

Wil de wetgeving effectief zijn, dan moeten de rechten van iedereen die bij juridische operaties — in dit geval fusies en splitsingen — betrokken is worden gegarandeerd. Juist omdat deze complex zijn, dient er voor instrumenten te worden gezorgd die de operaties transparant maken en geen conflicten tussen de betrokkenen veroorzaken. Van een deskundigenverslag zou moeten worden afgezien (bij unaniem besluit van alle aandeelhouders) in de gevallen die in artikel 10bis van Richtlijn 2006/68/EG worden genoemd, namelijk wanneer het gaat om vermogensbestanddelen in de vorm van overdraagbare waardepapieren, geldmarktinstrumenten of recentelijk door onafhankelijke deskundigen gewaardeerde goederen, omdat de waarde dan verifieerbaar is en in overeenstemming met de relevante normen.

4.   Conclusies

4.1

De voorgestelde richtlijn past in het streven om de administratieve lasten van Europese bedrijven terug te dringen. Wel is het zo dat bij fusies en splitsingen vaker grote kapitaalvennootschappen betrokken zijn met zowel beheerders als beleggers, die niet dezelfde belangen hebben. Beleggers zijn uit op een zo hoog mogelijk rendement van hun aandelen.

4.2

Bij de hervorming dient het algemeen belang van alle bij fusies en splitsingen betrokken partijen voorop te staan. Het voordeel van deskundigen was juist dat hun evaluaties zorgden voor een grotere transparantie en betrouwbaarheid van fusie- en splitsingsplannen, aangezien zij werkten met objectieve criteria waaraan deze plannen moesten voldoen.

4.3

Verder is de rechtsgrond voor het optreden van deskundigen volgens het EESC te vinden in de artikelen 10, 10bis en 10ter van de tweede Richtlijn, op basis waarvan alleen mag worden afgezien van een deskundigenverslag als de goederen recentelijk zijn gewaardeerd.

4.4

Ten slotte moet tevens rekening worden gehouden met de tiende Richtlijn, niet alleen omdat deze onlangs is gepubliceerd, maar ook omdat deze beter aansluit bij de betere belangenbescherming van de nieuwe vennootschapswetgeving. In de Richtlijn gaat de aandacht namelijk niet slechts uit naar aandeelhouders en schuldeisers, maar ook naar de werknemers, die deel uitmaken van de bedrijfsstructuur (artikel 16). Dit zou ook in de voorgestelde richtlijn moeten gebeuren, wat bovendien beter aansluit bij de nagestreefde harmonisatie van de nationale wetteksten inzake fusies en splitsingen.

Brussel, 30 mei 2007.

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

D. DIMITRIADIS


(1)  Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, COM(2003) 284 final.

(2)  COM(2007) 23 final.

(3)  PB L 310 van 25.11.2005, blz. 1.

(4)  Richtlijn 2006/68/EG, PB L 264 van 25.9.2006.


BIJLAGE

bij het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité

De volgende, als één geheel in stemming gebrachte wijzgingsvoorstellen werden verworpen, maar kregen wel een vierde van alle uitgebrachte stemmen:

1)   Paragraaf 3.2 schrappen:

3.2

Toch zijn er vooral wat de fusies van grote NV's betreft wel problemen als gevolg van de diversiteit van de aandeelhouders, die voor het merendeel beleggers zijn. Is er geen sprake van een direct aandelenbeheer, dan is het mogelijk dat minderheidsaandeelhouders machteloos overgeleverd zijn aan overeenkomsten van instellingen die de waardepapieren beheren. Weliswaar hebben zij het recht om bezwaar aan te tekenen of zich terug te trekken als de economische resultaten van dergelijke operaties (met name aandelenruil) hun niet aanstaan, maar zonder een deskundigenverslag over een voorgenomen fusie wordt de uitoefening van dit recht wel ernstig bemoeilijkt.

Motivering

Het voorstel tot wijziging van de Richtlijnen inzake fusies en splitsingen van NV's is bedoeld om deze Richtlijnen in overeenstemming te brengen met de Richtlijn inzake grensoverschrijdende fusies, en wel wat betreft de mogelijkheid om geen deskundigenverslag op te stellen over fusies- of splitsingsvoorstellen indien alle aandeelhouders en houders van andere effecten waaraan stemrecht is verbonden hiermee instemmen. Het voorstel om de procedures te vereenvoudigen komt de efficiency en het concurrentievermogen van ondernemers ten goede zonder dat dit ten koste gaat van de terechte bescherming van de minderheidsaandeelhouders en de schuldeisers van de bedrijven in kwestie.

Als besluiten met algemene stemmen worden goedgekeurd, is er geen sprake meer van de in paragraaf 3.2 aangekaarte problemen. In het management van aandelen gespecialiseerde beheerders worden speciaal door aandeelhouders gekozen om hun belangen te behartigen. Het probleem dat besluiten indruisen tegen de belangen van minderheidsaandeelhouders doet zich dan ook niet voor, omdat deze aandeelhouders ook akkoord moeten gaan met die besluiten.

2)   Paragraaf 3.3 schrappen:

3.3

Wat dit betreft zijn ook de schuldeisers en werknemers van dergelijke NV's kwetsbaar als zij het zonder informatie moeten stellen doordat er geen objectief deskundigenverslag wordt opgesteld. Schuldeisers hebben het recht om bezwaar te maken zodra de aankondiging van een fusie gepubliceerd is, mits hun vorderingen niet gewaarborgd zijn. Maar in de Richtlijnen over fusies en splitsingen wordt met geen woord gerept van werknemersrechten, terwijl zij bij grensoverschrijdende fusies het recht op medezeggenschap hebben (artikel 16), wat dankzij goede informatiekanalen betere resultaten mogelijk maakt.

Motivering

Zowel fusies als splitsingen zijn problemen waar bedrijven specifiek mee te maken hebben. Schuldeisers hebben het onvervreemdbare recht om hun veto uit te spreken als een voorstel voor een fusie is gepubliceerd. Met de regels die de Commissie voorstelt wil zij dit recht niet afschaffen, maar eerder de procedures vereenvoudigen. Wat de rechten van werknemers betreft: of er een voorstel op tafel ligt dan wel of er een deskundigenverslag is opgesteld verandert niets aan de situatie. Sterker nog, de vaak aanzienlijke middelen die nodig zijn voor het laten opstellen van een deskundigenrapport kunnen gebruikt worden om de arbeidsomstandigheden en de salarissen van de werknemers te verbeteren.

3)   Paragraaf 3.4 schrappen:

3.4

Wil de wetgeving effectief zijn, dan moeten de rechten van iedereen die bij juridische operaties — in dit geval fusies en splitsingen — betrokken is worden gegarandeerd. Juist omdat deze complex zijn, dient er voor instrumenten te worden gezorgd die de operaties transparant maken en geen conflicten tussen de betrokkenen veroorzaken. Van een deskundigenverslag zou moeten worden afgezien (bij unaniem besluit van alle aandeelhouders) in de gevallen die in artikel 10bis van Richtlijn 2006/68/EG worden genoemd, namelijk wanneer het gaat om vermogensbestanddelen in de vorm van overdraagbare waardepapieren, geldmarktinstrumenten of recentelijk door onafhankelijke deskundigen gewaardeerde goederen, omdat de waarde dan verifieerbaar is en in overeenstemming met de relevante normen.

Motivering

Deze paragraaf heeft betrekking op artikel 10 a) van Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal. Deze Richtlijn is hier echter niet van toepassing en valt ook niet onder de voorgestelde richtlijn. Artikel 10 a) van Richtlijn 2006/68/EG voorziet in een waardering vooraf door een erkende onafhankelijke deskundige en in een latere herwaardering op initiatief en onder verantwoordelijkheid van het bestuurs- of leidinggevend orgaan. Bij het ontbreken van een dergelijke herwaardering kunnen minderheidsaandeelhouders (die gezamenlijk ten minste 5 % van het geplaatste kapitaal van de vennootschap in hun bezit hebben) een waardering door een onafhankelijke deskundige eisen. Aangezien het voorstel betrekking heeft op een uiterst zeldzame maar duidelijk omschreven situatie (de unanimiteit van alle aandeelhouders), zal het in paragraaf 3.4 aangekaarte probleem — het creëren van conflicten tussen verschillende partijen — zich niet voordoen.

4)   Paragraaf 4.1 als volgt wijzigen:

„4.1

De voorgestelde richtlijn past in het streven om de administratieve lasten van Europese bedrijven terug te dringen, en kan daarom op bijval van het EESC rekenen. Wel is het zo dat bij fusies en splitsingen vaker grote kapitaalvennootschappen betrokken zijn met zowel beheerders als beleggers, die niet dezelfde belangen hebben. Beleggers zijn uit op een zo hoog mogelijk rendement van hun aandelen.

Motivering

Wordt mondeling toegelicht.

5)   Paragraaf 4.2 schrappen:

4.2

Bij de hervorming dient het algemeen belang van alle bij fusies en splitsingen betrokken partijen voorop te staan. Het voordeel van deskundigen was juist dat hun evaluaties zorgden voor een grotere transparantie en betrouwbaarheid van fusie- en splitsingsplannen, aangezien zij werkten met objectieve criteria waaraan deze plannen moesten voldoen.

Motivering

Voor het voorstel om de paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4 te schrappen gelden de argumenten die ook al zijn aangedragen voor het schrappen van de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4.

6)   Paragraaf 4.3 schrappen:

4.3

Verder is de rechtsgrond voor het optreden van deskundigen volgens het EESC te vinden in de artikelen 10, 10bis en 10ter van de tweede Richtlijn, op basis waarvan alleen mag worden afgezien van een deskundigenverslag als de goederen recentelijk zijn gewaardeerd.

Motivering

Voor het voorstel om de paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4 te schrappen gelden de argumenten die ook al zijn aangedragen voor het schrappen van de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4.

7)   Paragraaf 4.4 schrappen:

4.4

Ten slotte moet tevens rekening worden gehouden met de tiende Richtlijn, niet alleen omdat deze onlangs is gepubliceerd, maar ook omdat deze beter aansluit bij de betere belangenbescherming van de nieuwe vennootschapswetgeving. In de Richtlijn gaat de aandacht namelijk niet slechts uit naar aandeelhouders en schuldeisers, maar ook naar de werknemers, die deel uitmaken van de bedrijfsstructuur (artikel 16). Dit zou ook in de voorgestelde richtlijn moeten gebeuren, wat bovendien beter aansluit bij de nagestreefde harmonisatie van de nationale wetteksten inzake fusies en splitsingen.

Motivering

Voor het voorstel om de paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4 te schrappen gelden de argumenten die ook al zijn aangedragen voor het schrappen van de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4.

Stemuitslag

stemmen voor 44

stemmen tegen 104

onthoudingen 28


Top