EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006DC0618

Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie: beslag op bankrekeningen {SEC(2006) 1341}

/* COM/2006/0618 def. */

52006DC0618

Groenboek over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie: beslag op bankrekeningen {SEC(2006) 1341} /* COM/2006/0618 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 24.10.2006

COM(2006) 618 definitief

GROENBOEK

OVER EEN EFFICIËNTERE TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN IN DE EUROPESE UNIE: BESLAG OP BANKREKENINGEN

(door de Commissie ingediend){SEC(2006) 1341}

GROENBOEK

OVER EEN EFFICIËNTERE TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN IN DE EUROPESE UNIE: BESLAG OP BANKREKENINGEN

Dit groenboek heeft ten doel een brede raadpleging op gang te brengen van de belanghebbenden over hoe de inning van geldvorderingen in Europa kan worden verbeterd. Het groenboek beschrijft de problemen die in de huidige situatie bestaan en stelt als mogelijke oplossing voor een Europees systeem voor beslag op bankrekeningen in te voeren.

De Commissie verzoekt belanghebbenden om hun opmerkingen vóór 31 maart 2007 aan het volgende adres toe te zenden:

Europese CommissieDirectoraat-generaal Justitie, vrijheid en veiligheidEenheid C1 – Civiel rechtB - 1049 BrusselFax: +32-2/299 64 57E-mail: jls-coop-jud-civil@cec.eu.int

Belanghebbenden die niet willen dat hun opmerkingen op de website van de Commissie worden geplaatst, dienen dit uitdrukkelijk te vermelden.

De Commissie is voornemens een openbare hoorzitting over het in dit groenboek behandelde onderwerp te houden. Al degenen die reageren, zullen worden uitgenodigd deze hoorzitting bij te wonen.

1. INLEIDING

1.1. Tekortkomingen in de huidige situatie

Het tenuitvoerleggingsrecht wordt vaak de ‘achilleshiel’ van de Europese civiele rechtsruimte genoemd. Hoewel er reeds meerdere communautaire instrumenten bestaan betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de procedure voor de erkenning en uitvoerbaarverklaring van rechterlijke beslissingen en mechanismen voor samenwerking tussen gerechten in civiele procedures, is er met betrekking tot de tenuitvoerleggingsmaatregelen zelf nog steeds geen wetgevingsinitiatief genomen. Tot op heden wordt de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een rechterlijke beslissing die in een andere lidstaat uitvoerbaar is verklaard, nog steeds uitsluitend door het nationale recht beheerst.

De huidige versnippering van nationale tenuitvoerleggingsregels vormt een ernstige belemmering voor de grensoverschrijdende invordering van schuldvorderingen. Schuldeisers die een beslissing in een andere lidstaat trachten ten uitvoer te leggen, worden geconfronteerd met onderscheiden rechtsstelsels, verschillende procedurevoorschriften en taalbarrières, waardoor de kosten voor tenuitvoerleggingsprocedures oplopen en deze langer duren. In de praktijk zal een schuldeiser die in Europa een geldvordering wil invorderen meestal beslag[1] trachten te leggen op een of meer bankrekeningen van zijn schuldenaar. Dergelijke procedures bestaan in de meeste lidstaten en kunnen, mits zij efficiënt zijn, een doeltreffend wapen zijn tegen onwillige of bedrieglijke schuldenaars.

Momenteel kunnen schuldenaars echter bijna onmiddellijk het geld op hun rekeningen die bekend zijn bij hun schuldeisers, overmaken naar andere rekeningen in dezelfde of een andere lidstaat, terwijl hun schuldeisers deze tegoeden niet even snel kunnen laten blokkeren. In het kader van de bestaande communautaire instrumenten is het niet mogelijk een beslag op bankrekeningen te verkrijgen dat in de gehele Europese Unie kan worden uitgevoerd. Met name Verordening (EG) nr. 44/2001 (‘Brussel I’)[2] garandeert niet dat een conservatoire maatregel zoals een eenzijdig verkregen beslag op een bankrekening, in een andere lidstaat dan die waar hij is uitgevaardigd[3], wordt erkend en uitgevoerd.

De Commissie wees reeds in haar in 1998 aangenomen mededeling "Naar meer doelmatigheid bij het verkrijgen en uitvoeren van rechterlijke beslissingen binnen de Europese Unie"[4] op de moeilijkheden bij de grensoverschrijdende invordering van schuldvorderingen. Gezien de verscheidenheid van de wetgeving van de lidstaten en het complexe karakter van het onderwerp, werd voorgesteld het overleg in de beginfase te beperken tot de problematiek van het beslag op banktegoeden[5]. In het twee jaar later aangenomen programma betreffende wederzijdse erkenning werd de Commissie verzocht de maatregelen inzake beslag op banktegoeden te verbeteren[6]. In 2002 schreef de Commissie een aanbesteding uit voor een studie over een efficiëntere tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie ( study on making more efficient the enforcement of judicial decisions within the European Union ). In het verslag over deze studie werd de situatie in de toenmalige 15 lidstaten geanalyseerd en werden meerdere maatregelen gepresenteerd om de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in de Europese Unie te verbeteren, met name de invoering van een Europees bevel tot beslaglegging op bankrekeningen, een Europees conservatoir bevel met hetzelfde gevolg en een reeks maatregelen om de transparantie van het vermogen van de schuldenaar te verhogen[7]. Deze laatste kwestie zal in een afzonderlijk groenboek worden behandeld, dat in 2007 zal worden gepubliceerd.

De problemen bij de grensoverschrijdende invordering van schuldvorderingen kunnen het vrije verkeer van betalingsopdrachten in de Europese Unie en de goede werking van de interne markt belemmeren. Laattijdige betaling en niet-betaling schaden de belangen van zowel de ondernemingen als de consumenten. Het feit dat schuldvorderingen niet overal in de Europese Unie even efficiënt kunnen worden ingevorderd, kan er ook toe leiden dat de mededinging tussen ondernemingen die in lidstaten actief zijn, wordt verstoord (sommige lidstaten beschikken op dat gebied immers over efficiënte tenuitvoerleggingssystemen en andere niet). Er moet dus worden nagegaan of het nodig is op dat gebied communautaire maatregelen te treffen.

2. Een mogelijke oplossing: een Europees systeem voor beslag op bankrekeningen

Een mogelijke oplossing zou zijn een Europees bevel tot beslaglegging op bankrekeningen in te voeren. Op basis van een dergelijk bevel zou een schuldeiser de betaling van een geldbedrag dat aan hem verschuldigd is of dat door hem wordt gevorderd, kunnen veilig stellen door te verhinderen dat tegoeden die door zijn schuldenaar worden aangehouden op een of meer bankrekeningen in de Europese Unie worden opgevraagd of overgemaakt[8]. Een dergelijk bevel zou een louter conservatoir karakter hebben, d.w.z. de op een bankrekening aangehouden tegoeden van de schuldenaar zouden slechts worden geblokkeerd en zouden niet worden overgemaakt aan een schuldeiser. De procedure om een dergelijk bevel te verkrijgen, zou aan bepaalde voorwaarden worden onderworpen, waaronder een adequate bescherming van de schuldenaar. Een in een lidstaat gegeven beslagleggingsbevel zou in de gehele Europese Unie worden erkend en uitvoerbaar zijn zonder dat er een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist.

Met het oog op de invoering van een dergelijk systeem kan een nieuwe, zelfstandige Europese procedure worden ontwikkeld die beschikbaar zou zijn naast de bestaande nationaalrechtelijke maatregelen of kunnen de nationale voorschriften van de lidstaten inzake beslag op bankrekeningen via een richtlijn worden geharmoniseerd. In dat laatste geval zouden aanvullende voorschriften moeten worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat een in een lidstaat gegeven beslagleggingsbevel in de gehele Europese Unie wordt erkend en uitgevoerd.

De beslissing of er op dat gebied wetgevingsinitiatieven nodig zijn, zal worden genomen op basis van een effectbeoordeling, waarin zal worden geanalyseerd hoe groot de problemen zijn op het gebied van de grensoverschrijdende invordering van schuldvorderingen en of mogelijke alternatieven voor Europese regelgeving efficiënt zijn. De in dit groenboek geformuleerde voorstellen lopen niet vooruit op het resultaat van de effectbeoordeling.

Vraag 1: Moet er volgens u een communautair instrument worden ingevoerd inzake beslag op bankrekeningen als middel om de invordering van schuldvorderingen in de EU te verbeteren? Zo ja, moet er dan een zelfstandige Europese procedure worden ingesteld of moet de wetgeving van de lidstaten inzake beslag op bankrekeningen worden geharmoniseerd?

Vraag 2: Bent u het ermee eens dat een communautair instrument moet worden beperkt tot een conservatoir bevel dat verhindert dat tegoeden op bankrekeningen worden opgevraagd of overgemaakt?

3. PROCEDURE VOOR HET VERKRIJGEN VAN EEN BESLAGLEGGINGSBEVEL

3.1 . Omstandigheden waarin een schuldeiser om een beslagleggingsbevel kan verzoeken

De vraag rijst in welke fase van de invorderingsprocedure de schuldeiser de mogelijkheid moet worden geboden om om een Europees beslagleggingsbevel te verzoeken. Er zijn vier mogelijke tijdstippen waarop de schuldeiser ter vrijwaring van zijn rechten om een dergelijk conservatoir bevel kan verzoeken:

- vooraleer een gerechtelijke procedure over de gronden van de schuldvordering wordt ingesteld;

- samen met het instellen van de hoofdvordering;

- in elke latere fase van de gerechtelijke procedure en

- in de periode tussen het uitvaardigen van een beschikking in een lidstaat en de verklaring van uitvoerbaarheid van deze beschikking in de lidstaat waar de rekening van de schuldenaar loopt.

Er kan worden verdedigd dat de schuldeiser een maximale flexibiliteit moet worden geboden en dat hij dus in elke fase van de procedure om een beslagleggingsbevel moet kunnen verzoeken. In dit verband moet bijzondere aandacht worden besteed aan een adequate bescherming van de belangen van de schuldenaars, met name bij de behandeling van een verzoek om voorlopige maatregelen dat is ingediend vóór het instellen van de hoofdprocedure. Een Europees beslagleggingsbevel zou een aanvulling vormen op en verenigbaar zijn met de bestaande Europese instrumenten op het gebied van civiel recht.

Vraag 3: Moet een beslagleggingsbevel beschikbaar zijn in elk van de vier fasen die hierboven onder punt 3.1 zijn beschreven dan wel slechts in enkele van die fasen?

3.2. Voorwaarden voor het geven van een beslagleggingsbevel

Een beslagleggingsbevel zou in het kader van een summiere procedure op verzoek van de schuldeiser door een gerecht kunnen worden gegeven, met behulp van een in alle talen van de Gemeenschap beschikbaar formulier. De schuldeiser zou het gerecht er eerst van moeten overtuigen dat hij ten aanzien van de schuldenaar beschikt over een op het eerste gezicht gerechtvaardigde en gegronde schuldvordering (" fumus boni juris "). Een uitvoerbare titel - een rechterlijke beslissing of een authentieke akte – zou voldoende moeten zijn als bewijs van de schuldvordering. Een schuldeiser die om een beslagleggingsbevel verzoekt vooraleer hij een uitvoerbare titel heeft verkregen, zou tot staving van zijn schuldvordering bewijsmateriaal moeten overleggen.

Vervolgens zou de schuldeiser het spoedeisende karakter van de zaak moeten aantonen, zoals het reële risico dat bij gebreke van de gevraagde maatregel de inning van de schuldvordering onmogelijk wordt (" periculum in mora "). Daar de rechtsstelsels van de lidstaten onderling verschillen, moet zorgvuldig worden nagegaan wat het precieze karakter is van dit vereiste en daarbij moet worden gezorgd voor een billijk evenwicht tussen de belangen van de schuldeiser en die van de schuldenaar.

Tot slot zou het gerecht de schuldeiser moeten kunnen verplichten een zekerheid te stellen of een garantie te verstrekken teneinde de schuldenaar te beschermen tegen verlies of schade wanneer de maatregel nietig zou worden verklaard in de hoofdprocedure. In dit verband rijst de vraag of de bepaling van het bedrag van de zekerheid aan de beoordeling van de rechter moet worden overgelaten dan wel in de nationale wetgeving moet worden vastgelegd en ook of een zekerheidsstelling kan worden opgelegd zonder dat wordt gezorgd voor een geharmoniseerde regeling inzake de aansprakelijkheid van de schuldeiser voor het verlies dat de schuldenaar kan lijden wanneer de schuldeiser het beslagleggingsbevel onrechtmatig gebruikt en hij er uiteindelijk niet in slaagt zijn schuldvordering te staven.

Vraag 4: Wat moet de precieze omvang zijn van de op de schuldeiser rustende verplichting om het gerecht ervan te overtuigen dat hij ten aanzien van de schuldenaar over een schuldvordering beschikt die voldoende is om het geven van een beslagleggingsbevel te rechtvaardigen?

Vraag 5 : Moet spoedeisendheid een voorwaarde zijn wanneer een beslagleggingsbevel wordt gegeven vóór het verkrijgen van een uitvoerbare titel? Zo ja, hoe dient deze voorwaarde te worden omschreven?

Vraag 6: Moet het gerecht wanneer het een beslagleggingsbevel geeft, de schuldeiser kunnen verplichten een zekerheid te stellen of een bankgarantie te verstrekken? Hoe dient het bedrag van een dergelijke zekerheid/garantie te worden berekend?

3.3. Hoorzitting met de schuldenaar

In de lijn van de huidige praktijk in sommige lidstaten is het verdedigbaar dat er geen hoorzitting over het verzoek en geen betekening van het verzoek aan de schuldenaar dient plaats te vinden vóór de uitvoering van het beslagleggingsbevel. Anders zou de verwezenlijking van het doel van de maatregel in gevaar worden gebracht: er moet immers worden vermeden dat er ten nadele van de schuldeiser gelden worden overgeheveld en de maatregel moet een “verrassingseffect” hebben. Het beslagleggingsbevel zou dan aan de schuldenaar worden betekend wanneer het wordt uitgevoerd en de schuldenaar zou pas dan de uitvoering ervan kunnen betwisten.

Vraag 7: Moet de schuldenaar worden gehoord of moet het verzoek aan hem worden betekend vóór het geven van een beslagleggingsbevel?

3.4. Te verstrekken bankrekeninggegevens

De vraag rijst welke en hoeveel gegevens de schuldeiser over de bankrekening(en) van de schuldenaar moet verstrekken wanneer hij om een beslagleggingsbevel verzoekt. Uiteraard moet de exacte naam van de schuldenaar worden vermeld, maar het is moeilijker te bepalen welke detailgegevens over de bankrekening moeten worden verstrekt. Bijzonder controversieel is de vraag of de schuldeiser het/de exacte rekeningnummer(s) moet verstrekken. Aangezien dit in sommige lidstaten geen voorwaarde is voor het geven van een beslagleggingsbevel en het voor de schuldeiser vaak onmogelijk is het/de betrokken rekeningnummer(s) te verkrijgen, kan worden verdedigd dat het vermelden van het/de exacte rekeningnummer(s) geen dwingend vereiste moet zijn. Niettemin moeten de door de schuldeiser verstrekte gegevens gedetailleerd genoeg zijn om de bank in staat te stellen haar cliënt te identificeren en om zoveel mogelijk te vermijden dat er als gevolg van identificatiefouten beslag wordt gelegd op verkeerde bankrekeningen. Er moet worden overwogen of het voldoende zou zijn dat de schuldeiser wordt verplicht om naast de exacte naam van de schuldenaar ook de gegevens te verstrekken van het bankfiliaal waar de bankrekening(en) loopt/lopen.

Vraag 8 : Welke gegevens over de bankrekening(en) moeten minimaal worden verstrekt om een beslagleggingsbevel te kunnen verkrijgen?

3.5. Bevoegdheidskwesties

Aangezien het voor de hoofdprocedure bevoegde gerecht in de meeste lidstaten tevens bevoegd is om te beslissen over conservatoire maatregelen, kan worden verdedigd dat een gerecht dat overeenkomstig de relevante bepalingen van het Gemeenschapsrecht bevoegd is uitspraak te doen over de grond van de zaak ook bevoegd moet zijn voor de behandeling van een verzoek om een Europees conservatoir bevel.

Naast het voor de hoofdvordering bevoegde gerecht, zou een beslagleggingsbevel ook kunnen worden gegeven door het gerecht van de woonplaats van de verweerder (mits het om een ander gerecht gaat) en/of door het gerecht van een lidstaat waar een bankrekening loopt waarop de schuldeiser beslag wenst te leggen.

Aangezien het Europese instrument ten doel zou hebben verandering te brengen in de huidige situatie waarin de schuldeiser zich moet wenden tot de gerechten van de lidstaat waar de rekening loopt, zou het nuttig kunnen zijn de schuldeiser de keuze te laten tussen de verschillende bovenvermelde rechterlijke instanties.

Vraag 9: Bent u het ermee eens dat de gerechten die overeenkomstig de relevante bepalingen van het Gemeenschapsrecht bevoegd zijn om uitspraak te doen over de grond van de zaak en/of de gerechten van de plaats waar de betrokken bankrekening loopt, bevoegd moeten zijn om een beslagleggingsbevel te geven? Moet het gerecht van de woonplaats van de verweerder altijd bevoegd zijn om een beslagleggingsbevel te geven, ook al is het op grond van Verordening (EG) nr. 44/2001 niet bevoegd?

4. BEDRAGEN EN GRENZEN VAN EEN EUROPEES BESLAGLEGGINGSBEVEL

4.1 . Het veilig te stellen bedrag

Door het beslag te beperken tot een specifiek bedrag en dus niet de volledige door de schuldenaar aangehouden tegoeden op de in beslag genomen rekening(en) te blokkeren, zou misbruik worden tegengegaan en zou het evenredigheidsbeginsel worden geëerbiedigd. Dit bedrag zou moeten worden bepaald op basis van het geldbedrag dat door de schuldeiser wordt gevorderd (met inbegrip van de aan de schuldeiser verschuldigde rente en de gerechtskosten). Er moet worden nagegaan of er nog andere bedragen onder het beslagleggingsbevel moeten vallen, met name nog te vervallen rente en kosten die de schuldeiser heeft gemaakt om het beslagleggingsbevel te verkrijgen en uit te voeren (honoraria van advocaten, kosten van uitvoerende functionarissen en bankkosten).

Vraag 10: Bent u het ermee eens dat een beslagleggingsbevel moet worden beperkt tot een specifiek bedrag? Zo ja, hoe dient dit bedrag te worden bepaald?

4.2. Kosten van de banken

Er kan worden beargumenteerd dat de uitvoering van een beslagleggingsbevel alsook de controle van de creditsaldi op de rekeningen van een schuldenaar voor de banken bepaalde kosten meebrengen. Er kan echter ook worden verdedigd dat de uitvoering van beslagleggingsbevelen door banken een vorm van publieke dienstverlening is en dat de banken de daaruit voortvloeiende kosten als exploitatiekosten ten laste moeten nemen. De banken zijn zelf ook soms schuldeiser of hebben schuldeisers als cliënten, zodat zij zelf ook belang hebben bij een efficiënte invordering van schuldvorderingen. Bijgevolg rijst de vraag of de banken moeten worden vergoed voor de taken die zij uitvoeren in verband met beslagleggingsbevelen en, zo ja, of het bedrag van deze vergoeding op nationaal of Europees niveau moet worden begrensd. Er zal ook moeten worden nagegaan of een schuldeiser de bank reeds vóór de uitvoering van een beslagleggingsbevel moet vergoeden dan wel of de bank de te betalen vergoeding in mindering moet brengen van het saldo op de in beslag genomen rekening.

Vraag 11: Bent u van mening dat banken moeten worden vergoed voor de uitvoering van een beslagleggingsbevel? Zo ja, moet het bedrag van deze vergoeding dan worden begrensd? Moet de schuldeiser de bank vooraf vergoeden of moet de vergoeding in mindering worden gebracht van het creditsaldo op de in beslag genomen bankrekening?

4.3. Beslaglegging op meerdere rekeningen, op gezamenlijke rekeningen en op derdenrekeningen

Indien de schuldeiser tegelijkertijd meerdere rekeningen in een of meer lidstaten wil laten blokkeren omdat het tegoed op één rekening wellicht niet toereikend zal zijn ter dekking van zijn schuldvordering, rijst de vraag of en hoe de op elk van deze bankrekeningen in beslag genomen bedragen kunnen worden beperkt om te voorkomen dat een veelvoud van het verschuldigde bedrag in beslag zou worden genomen. Een soortgelijk probleem doet zich reeds voor in sommige rechtsgebieden waar een beslagleggingsbevel dat aan het hoofdkantoor van een bank is betekend, ook geldt voor alle bij de lokale vestigingen van die bank aangehouden bankrekeningen. Dit probleem zou kunnen worden aangepakt door het verschuldigde bedrag naar een afzonderlijke rekening over te hevelen en de in beslag genomen rekeningen daarna te deblokkeren. In dit verband dient te worden nagegaan hoe een dergelijk systeem - waarbij meerdere banken zijn betrokken die in verschillende lidstaten actief zijn – in de praktijk kan werken.

Er rijzen ook vragen met betrekking tot de inbeslagneming van gezamenlijke rekeningen, bijvoorbeeld rekeningen op naam van beide echtgenoten of met betrekking tot derdenrekeningen, d.w.z. rekeningen waarop de titularis van de rekening tegoeden aanhoudt namens de schuldenaar.

Vraag 12: Indien een beslagleggingsbevel betrekking heeft op meerdere rekeningen, hoe moet het in beslag te nemen bedrag dan worden verdeeld over deze rekeningen?

Vraag 13 : Hoe moet de inbeslagneming van gezamenlijke rekeningen en derdenrekeningen worden geregeld?

4.4. Niet voor beslag vatbare bedragen

Om de waardigheid van de schuldenaar en diens gezinsleven te beschermen, mogen bepaalde bedragen niet vatbaar zijn voor beslag. Dit is met name het geval voor de bedragen die de schuldenaar nodig heeft om voor hem en zijn gezin voedsel te kopen. Er moet dus worden nagegaan op welk ogenblik en hoe dit bedrag moet worden vastgesteld en door wie (door de rechter die het beslagleggingsbevel geeft, of door de met de uitvoering ervan belaste autoriteiten dan wel door de bank waar de bankrekening loopt). Moet deze kwestie ambtshalve aan de orde worden gesteld of alleen op verzoek van de schuldenaar? Tot slot rijst de vraag hoe dit bedrag moet worden bepaald en berekend: overeenkomstig het recht van de lidstaat waar het beslagleggingsbevel is gegeven, overeenkomstig het recht van de lidstaat waar de rekening loopt, of overeenkomstig een geharmoniseerde Europese regeling op grond waarvan het betrokken bedrag op adequate wijze zou worden vastgesteld bijvoorbeeld aan de hand van een algemene of een aan de index gekoppeld regeling?

Vraag 14: Moet de vraag of bepaalde bedragen niet voor beslag vatbaar zijn ambtshalve aan de orde worden gesteld wanneer een beslagleggingsbevel wordt gegeven/uitgevoerd of staat het aan de schuldenaar om op deze grond verzet aan te tekenen? Hoe en door wie moet worden berekend welk bedrag niet voor beslag vatbaar is en op welke basis?

5. GEVOLGEN VAN EEN BESLAGLEGGINGSBEVEL

5.1. Uitvoering

Zodra een gerecht in een lidstaat een beslagleggingsbevel heeft gegeven, rijst de vraag hoe het moet worden uitgevoerd. Aangezien er snel moet worden opgetreden en gelet op het louter conservatoire karakter van het instrument, wordt voorgesteld dat een beslagleggingsbevel rechtstreekse gevolgen zou hebben in de gehele Europese Unie zonder dat daartoe een intermediaire procedure (zoals een verklaring van uitvoerbaarheid) zou moeten worden doorlopen.

Er moet worden nagegaan hoe een beslagleggingsbevel kan worden verzonden van het uitvaardigende gerecht naar de bank die de in beslag te nemen rekening onder zich heeft. Daarbij moet het belang van de schuldeiser, die een snelle verzending wenst, worden afgewogen tegen de belangen van de schuldenaar en de bank, die zoveel mogelijk wensen te vermijden dat er onrechtmatige inbeslagnemingen plaatsvinden. De grensoverschrijdende verzending van stukken wordt geregeld bij Verordening (EG) nr. 1348/2000[9], op grond waarvan beslagleggingsbevelen rechtstreeks per post kunnen worden verzonden van het betrokken gerecht naar de betrokken bank. Hoewel deze methode het reeds mogelijk maakt rechterlijke beslissingen relatief snel door te zenden, moet toch nog worden nagegaan of het gebruik van elektronische communicatiemiddelen de verzending nog verder kan versnellen. Om de beleidsdoelstelling van een meer efficiënte bevriezing van bankrekeningen te realiseren, zou het mogelijk moeten zijn beslagleggingsbevelen elektronisch te verzenden en dit in alle of bijna alle fasen van de procedure, d.w.z. van bij het gerecht dat een beslagleggingsbevel geeft tot bij de bank die de betrokken rekening onder zich heeft. Onderzocht moet worden welke mechanismen er dienen te worden ingesteld om bij de verzending te zorgen voor een passende beveiliging. Voorts moet worden nagegaan of het gebruik van een elektronische handtekening volstaat om de identiteit en de bevoegdheid van de uitvaardigende instantie te bevestigen en om de juistheid van de verzonden gegevens te garanderen.

Er moet ook worden onderzocht binnen welke termijn de bank een beslagleggingsbevel moet uitvoeren, d.w.z. of de bankrekening onmiddellijk moet worden geblokkeerd dan wel binnen een voorgeschreven termijn na de ontvangst van een beslagleggingsbevel door de bank, en wat er moet gebeuren met transacties die zijn ingeleid vóór de betekening van een beslagleggingsbevel aan de bank.

De banken zouden moeten worden verplicht de bevoegde uitvoerende instantie mee te delen of het beslag tegoeden op de in beslag genomen rekening(en) van de schuldenaar heeft ‘gevat’. Idealiter zou ook deze mededeling elektronisch worden verzonden. In dit verband moet worden onderzocht hoe een passende bescherming van gegevens en van het bankgeheim kan worden gewaarborgd.

Vraag 15: Bent u het ermee eens dat voor beslagleggingsbevelen de exequaturprocedure moet worden opgeheven?

Vraag 16 : Hoe moet een beslagleggingsbevel worden verzonden van het uitvaardigende gerecht naar de bank waar de rekening loopt? Binnen welke termijn moet de bank een beslagleggingsbevel uitvoeren? Wat moet het effect zijn op lopende transacties?

Vraag 17: Bent u het ermee eens dat de banken de uitvoerende instantie na de ontvangst van een beslagleggingsbevel moeten meedelen of en in welke mate een beslagleggingsbevel ertoe heeft geleid dat er gelden zijn geblokkeerd waarmee de schuldenaar de schuldeiser kan betalen?

5.2. Bescherming van de schuldenaar

Zodra een beslagleggingsbevel is uitgevoerd, moet de schuldenaar ervan in kennis worden gesteld dat zijn bankrekening is geblokkeerd en moet hij het recht krijgen het beslagleggingsbevel te betwisten of het bedrag ervan te laten beperken. Er moet worden onderzocht wie deze kennisgeving aan de schuldenaar moet doen. Voorgesteld wordt dat de schuldenaar formeel in kennis zou worden gesteld door het betrokken gerecht of de betrokken uitvoerende instantie. Daarnaast wordt verwacht dat ook de banken in het kader van hun zakelijke betrekkingen met hun cliënten, de schuldenaar na de uitvoering van een beslagleggingsbevel daarvan in kennis zullen stellen.

Uiteraard moet de schuldenaar het recht hebben een beslagleggingsbevel te betwisten, maar er moet worden nagegaan welke instantie bevoegd is om dit verzet te behandelen: het gerecht dat het beslagleggingsbevel heeft gegeven of het gerecht van de plaats waar de rekening loopt. Er moet ook worden nagegaan of de gronden voor verzet (vb. betaling van de schuld, verjaring van de schuldvordering) op Europees niveau moeten worden geharmoniseerd om de doeltreffendheid van het geplande instrument te waarborgen. Er wordt voorgesteld dat de toegestane gronden voor verzet zouden verschillen naargelang het beslagleggingsbevel op basis van een bestaande uitvoerbare titel of los van een dergelijke titel is gegeven. Voorts wordt voorgesteld dat een beslagleggingsbevel dat wordt gegeven vóór de aanvang van de gerechtelijke procedure ten principale, vervalt indien de schuldeiser de hoofdvordering niet instelt binnen een voorgeschreven termijn (vb. één maand).

Tot slot rijst de vraag in hoeverre de schuldeiser aansprakelijk moet worden gesteld wanneer een beslagleggingsbevel ongegrond blijkt te zijn en of deze aansprakelijkheid op Europees niveau moet worden geharmoniseerd dan wel aan het nationale recht moet worden overgelaten.

Vraag 18: Wanneer en door wie moet de schuldenaar formeel worden meegedeeld dat een beslagleggingsbevel is gegeven en uitgevoerd?

Vraag 19: Moet een beslagleggingsbevel herroepbaar zijn of automatisch vervallen wanneer de schuldeiser de hoofdvordering niet instelt binnen een specifieke termijn?

Vraag 20: Op welke gronden en in welke mate moet de schuldenaar het recht hebben een beslagleggingsbevel aan te vechten? Welk gerecht moet bevoegd zijn om het verzet van de schuldenaar tegen een beslagleggingsbevel te behandelen?

Vraag 21: Moet de aansprakelijkheid van de schuldeiser wanneer een beslagleggingsbevel ongegrond blijkt te zijn op Europees niveau worden geharmoniseerd en, zo ja, hoe?

5.3. Rangorde tussen schuldeisers

Indien meerdere schuldeisers aanspraak maken op de op een bankrekening van de schuldenaar aangehouden tegoeden, rijst de vraag hoe buiten het kader van een insolventieprocedure de rangorde tussen de verschillende schuldeisers moet worden geregeld. Hoewel sommige lidstaten voorrang geven aan de schuldeiser die het eerst het conservatoire bevel aan de bank laat betekenen, passen andere lidstaten voor de verdeling van gelden een soortgelijk groepsbeginsel toe als in insolventieprocedures. Derhalve moet worden nagegaan of deze kwestie op Europees niveau moet worden geharmoniseerd dan wel of deze kwestie moet worden overgelaten aan het recht van de lidstaat waar de uitvoering plaatsvindt. Een soortgelijke vraag rijst met betrekking tot de rangorde van een in het kader van een strafrechtelijke of administratieve procedure gegeven bevel tot bevriezing.

Vraag 22: Moet de rangorde tussen meerdere schuldeisers op Europees niveau worden geregeld? Zo ja, welk beginsel moet dan worden toegepast?

5.4. “Omzetting” in een executoire maatregel

Een schuldeiser die via een beslagleggingsbevel een rekening van zijn schuldenaar heeft laten blokkeren, kan in de procedure ten principale uiteindelijk een beschikking verkrijgen die uitvoerbaar is in de lidstaat waar de rekening loopt, hetzij door een verklaring van uitvoerbaarheid op grond van Verordening (EG) nr. 44/2001 hetzij door een certificaat afgegeven op basis van de regeling voor de nieuwe Europese procedures voor geringe of niet-betwiste schuldvorderingen. Deze schuldeiser zal dan willen dat de in beslag genomen tegoeden naar zijn eigen rekening worden overgeheveld of dat hij het geld op een andere wijze ontvangt. Er moet worden nagegaan hoe in dit geval een beslagleggingsbevel kan worden omgezet in een executoire maatregel die leidt tot de overheveling van het in beslag genomen geldbedrag naar de schuldeiser.

Vraag 23: Hoe moet een beslagleggingsbevel worden omgezet in een executoire maatregel wanneer de schuldeiser een beschikking heeft verkregen die uitvoerbaar is in de lidstaat waar de rekening loopt?

[1] Opmerking over de gebruikte terminologie: in dit groenboek wordt onder de term “beslag” verstaan een procedure waarbij een roerend goed van een schuldenaar dat een derde onder zich houdt, in beslag wordt genomen of wordt bevroren en die belet dat de derde het bezit van dat goed afstaat.

[2] Verordening (EG) nr. 44/2001 van 22 december 2000, PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[3] Arrest van 21 mei 1980 in zaak 125/79, Denilauer.

[4] Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, PB C 33 van 31.1.1998, blz. 3.

[5] Zie mededeling blz. 14.

[6] Programma van maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PB C 12 van 15.1.2001, blz. 1, 5.

[7] Studie nr. JBZ/A3/2002/02. Het eindverslag is beschikbaar op:

http://europa.eu.int/comm/justice_home/doc_centre/civil/studies/doc_civil_studies_en.htm.

[8] Een Europees beslagleggingsbevel zou ook kunnen worden gebruikt voor civiele vorderingen in verband met frauduleuze of criminele activiteiten.

[9] Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, PB L 160 van 30.6.2000, blz. 37.

Top