EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52005XG0525(01)

Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (goederen waarop de op 25 april 2005 door de Raad aangenomen Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer van toepassing is)

OJ C 127, 25.5.2005, p. 1–27 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

25.5.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 127/1


GEMEENSCHAPPELIJKE EU-LIJST VAN MILITAIRE GOEDEREN

(goederen waarop de op 25 april 2005 door de Raad aangenomen Gedragscode van de Europese Unie betreffende wapenuitvoer van toepassing is)

(Actualiseert en vervangt de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen die op 17 november 2003 door de Raad is aangenomen)

(2005/C 127/01)

ALGEMENE CHEMIENOOT

Stoffen zijn vermeld met naam en CAS-nummer. Voor stoffen met dezelfde structuurformule (inclusief hydraten) geldt de vergunningplicht, ongeacht naam of CAS-nummer. De CAS-nummers zijn vermeld om gemakkelijker te kunnen nagaan of een bepaalde stof of een bepaald mengsel onder de vergunningplicht valt, ongeacht de nomenclatuur. CAS-nummers kunnen niet als eenduidige identificatienummers gebruikt worden, omdat sommige vormen van de op de lijst vermelde stoffen andere CAS-nummers hebben en ook mengsels die een op de lijst voorkomende stof bevatten, andere CAS-nummers kunnen hebben.

ML1   Wapens met gladde loop met een kaliber van minder dan 20 mm, andere wapens en machinegeweren met een kaliber van 12,7 mm (kaliber 0,50 inch) of minder en toebehoren, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Geweren, karabijnen, revolvers, pistolen, machinepistolen en machinegeweren:

Noot:

In ML1.a) worden niet bedoeld:

1.

musketten, geweren en karabijnen die van vóór het jaar 1938 dateren;

2.

replica's van musketten, geweren en karabijnen waarvan de originelen van vóór het jaar 1890 dateren;

3.

revolvers, pistolen en machinegeweren die van vóór het jaar 1890 dateren en replica's daarvan.

b)

Wapens met gladde loop, zoals hieronder:

1.

Speciaal voor militair gebruik ontworpen wapens met gladde loop.

2.

Andere wapens met gladde loop, als hieronder:

a)

van het volautomatische type;

b)

van het halfautomatische of pomptype.

c)

Wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van munitie zonder huls.

d)

Geluiddempers, speciale statieven, klemmen, wapenvizieren en vlamonderdrukkers voor wapens bedoeld in ML1.a), ML1.b) of ML1.c).

Noot 1:

In ML1 worden niet bedoeld wapens met gladde loop die worden gebruikt voor jacht- of sportdoeleinden. Dergelijke wapens mogen niet speciaal zijn ontworpen voor militair gebruik en ook niet volautomatisch zijn.

Noot 2:

In ML1 worden niet bedoeld vuurwapens die speciaal zijn ontworpen voor exercitiemunitie en die geen enkele soort vergunningplichtige munitie kunnen afvuren.

Noot 3:

In ML1 worden niet bedoeld wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van randvuurmunitie en die niet volautomatisch zijn.

ML2   Wapens met gladde loop met een kaliber van 20 mm of meer, andere wapens met een kaliber groter dan 12,7 mm (kaliber 0,50 inch), werpers en toebehoren daarvoor, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Kanonnen, houwitsers, vuurmonden, mortieren, antitankwapens, projectielwerpers en raketlanceerinrichtingen, militaire vlammenwerpers, terugstootloze vuurmonden en signatuurreductietoestellen daarvoor.

Noot:

ML2.a) omvat mede injectors, meetapparaten, opslagtanks en andere speciaal ontworpen onderdelen voor gebruik met vloeibare stuwstoffen voor in ML2.a) bedoelde apparatuur.

b)

Toestellen voor het gericht verspreiden of voortbrengen van rook, gas en pyrotechnische stoffen, voor militaire doeleinden.

Noot:

In ML2.b) worden geen signaalpistolen bedoeld.

c)

Wapenvizieren.

ML3   Munitie en ontstekingsinstellingsinrichtingen, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Munitie voor wapens genoemd in ML1, ML2 of ML12.

b)

Ontstekingsinstellingsinrichtingen die speciaal zijn ontworpen voor munitie genoemd in ML3.a).

Noot 1:

Onder speciaal ontworpen onderdelen worden mede begrepen:

a)

van metaal of plastic gefabriceerde onderdelen zoals slaghoedjes, kogelmantels, schakels, geleibanden en metalen munitiedelen;

b)

wapeningsmechanismen, ontstekers, sensors en contacten voor „exploding bridge wire”;

c)

stroombronnen met een hoge eenmalige stootkracht;

d)

brandbare hulzen voor ladingen;

e)

submunitie waaronder granaatjes en mijnen en tot aan het doel geleide projectielen.

Noot 2:

In ML3.a) worden niet bedoeld losse flodders (blankstar) en exercitiemunitie met geperforeerde huls.

Noot 3:

In ML3.a) worden niet bedoeld patronen die speciaal zijn ontworpen voor de volgende doeleinden:

a)

het geven van signalen;

b)

het afschrikken van vogels, of

c)

het ontsteken van affakkelvlammen bij oliebronnen.

ML4   Bommen, torpedo's, raketten, geleide projectielen, andere ontploffingsmechanismen en -ladingen en toebehoren, zoals hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

NB:

Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Bommen, torpedo's, granaten, rookbussen, raketten, mijnen, geleide projectielen, dieptebommen, vernielingsladingen, -toestellen en -sets, „pyrotechnische” middelen, patronen en simulatoren (dat wil zeggen uitrusting die de kenmerken van een van deze goederen simuleert).

Noot:

In ML4.a) worden ook bedoeld:

1.

rookgranaten, brandbommen en ontploffingsmechanismen;

2.

raketstraalpijpen en uit de ruimte terugkerende neuskegels.

b)

Uitrusting, speciaal ontworpen voor het hanteren, besturen, in werking stellen, eenmalig toedienen van energie, lanceren, leggen, vegen, ontsteken, misleiden, storen, detoneren of opsporen van in ML4.a) bedoelde voorwerpen.

Noot:

In ML4.b) worden ook bedoeld:

1.

mobiele uitrusting voor het vloeibaar maken van gas, geschikt voor het produceren van 1 000 kg of meer vloeibaar gas per dag;

2.

drijvende elektrische stroomkabel geschikt voor het vegen van magnetische mijnen.

Technische noot:

Handapparatuur die qua ontwerp alleen geschikt is voor het detecteren van metalen voorwerpen en geen onderscheid kan maken tussen mijnen en andere metalen voorwerpen, wordt geacht niet speciaal ontworpen te zijn voor het detecteren van goederen bedoeld in ML4.a).

ML5   Vuurleidingssystemen en aanverwante alarm- en waarschuwingssystemen, en aanverwante systemen, controle- en uitrichtingsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen, zoals hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

Wapenvizieren, computers gebezigd bij bombardementen, geschutrichtapparaten en boordbesturingssystemen voor wapens.

b)

Systemen voor het opsporen, aanwijzen, verkennen of volgen van het doelwit en voor het bepalen van de schootsafstand; toestellen voor opsporing, herkenning en identificatie, en toestellen voor sensorintegratie.

c)

Apparatuur voor tegenmaatregelen voor goederen zoals bedoeld onder ML5.a) en ML5.b).

d)

Veldtest- en uitlijnapparatuur, speciaal ontworpen voor goederen zoals bedoeld onder ML5.a) en ML5.b).

ML6   Voertuigen en onderdelen daarvoor, zoals hieronder:

NB:

Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Voertuigen en onderdelen daarvoor, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

Technische noot:

In ML6.a) omvat de term „voertuigen” tevens trailers.

b)

Alle voertuigen met wielaandrijving die geschikt zijn voor gebruik buiten de wegen en vervaardigd of voorzien zijn van materialen om ballistische bescherming te bieden tot niveau III (NIJ-norm 0108.01 van september 1985, of een vergelijkbare nationale norm) of beter.

NB:

Zie ook ML13.a).

Noot 1:

In ML6.a) worden ook bedoeld:

a)

tanks en andere militaire bewapende voertuigen en militaire voertuigen met voorzieningen voor het daarop monteren van vuurwapens of apparatuur voor het leggen van mijnen of voor het lanceren van munitie bedoeld onder ML4;

b)

gepantserde militaire voertuigen;

c)

amfibievoertuigen en voertuigen voor het doorwaden van diep water;

d)

bergingsvoertuigen en voertuigen voor het trekken of vervoeren van munitie of wapensystemen en aanverwante apparatuur voor ladingoverslag.

Noot 2:

Onder speciale aanpassingen aan een in ML6.a) bedoeld voertuig voor militair gebruik wordt verstaan een structurele, elektrische of mechanische wijziging die inhoudt dat een onderdeel wordt vervangen door ten minste één speciaal ontworpen militair onderdeel. Deze componenten zijn onder meer:

a)

luchtbanden die speciaal zodanig zijn geconstrueerd dat zij kogelbestendig zijn of in leeggelopen toestand kunnen rijden;

b)

drukregelsystemen voor het oppompen van banden die van binnen uit een zich voortbewegend voertuig worden bediend;

c)

bepantsering van vitale delen (zoals brandstoftanks of de cabine van het voertuig);

d)

speciale versterkingsplaten of bevestigingspunten voor wapens;.

e)

verduisteringslichten.

Noot 3:

Onder ML6 worden niet bedoeld civiele automobielen of voertuigen, ontworpen of geschikt gemaakt voor geld- of waardetransporten, met bepantsering of ballistische bescherming.

ML7   Chemisch of biologisch toxisch materiaal, „stoffen voor oproerbeheersing”, radioactief materiaal, aanverwante apparatuur, onderdelen en materialen, zoals hieronder:

a)

Biologische en radioactieve stoffen, „aangepast voor oorlogsgebruik” teneinde slachtoffers te veroorzaken onder mensen en dieren, schade toe te brengen aan de werking van apparatuur, aan gewassen of aan het milieu, alsmede stoffen voor chemische oorlogvoering, waaronder:

1.

zenuwgassen:

a)

O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van cycloalkyl) alkyl (methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonofluoridaten, zoals:

 

Sarin (GB): O-isopropylmethylfosfonofluoridaat (CAS 107-44-8) en

 

Soman (GD): O-pinacolylmethylfosfonofluoridaat (CAS 96-64-0);

b)

O-alkyl (gelijk aan of kleiner dan C10, met inbegrip van cycloalkyl) N,N-dialkyl(methyl-, ehtyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosforamidocyanidaten, zoals:

 

Tabun (GA): O-ethyl N,N-dimethylfosforamidocyanidaat (CAS 77-81-6);

c)

O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief cycloalkyl) S-2-dialkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)aminoethylalkyl (methyl-, ethyl-, n-propyl-, of isopropyl-)fosfonothiolaten en overeenkomstige gealkyleerde en geprotoneerde zouten zoals:

 

VX: O-ethyl S-2-diisopropylaminoethylmethylfosfonothiolaat (CAS 50782-69-9);

2.

blaarvormende gassen:

a)

zwavelmosterdgassen, zoals:

1.

2-chloorethylchloormethylsulfide (CAS 2625-75-5);

2.

bis(2-chloorethyl)sulfide (CAS 505-60-2);

3.

bis(2-chloorethylthio)methaan (CAS 63869-13-6);

4.

1,2-bis(2-chloorethylthio)ethaan (CAS 3563-36-8);

5.

1,3-bis(2-chloorethylthio)-n-propaan (CAS 63905-10-2);

6.

1,4-bis(2-chloorethylthio)-n-butaan (CAS 142868-93-7);

7.

1,5-bis(2-chloorethylthio)-n-pentaan (CAS 142868-94-8);

8.

bis(2-chloorethylthiomethyl)ether (CAS 63918-90-1);

9.

bis(2-chloorethylthioethyl)ether (CAS 63918-89-8);

b)

lewisieten, zoals:

1.

2-chloorvinyldichloorarsine (CAS 541-25-3);

2.

tris(2-chloorvinyl)arsine (CAS 40334-70-1);

3.

bis(2-chloorvinyl)chloorarsine (CAS 40334-69-8);

c)

stikstofmosterdgassen, zoals:

1.

HN1: bis(2-chloorethyl)ethylamine (CAS 538-07-8);

2.

HN2: bis(2-chloorethyl)methylamine (CAS 51-75-2);

3.

HN3: tris(2-chloorethyl)amine (CAS 555-77-1);

3.

verdovende gassen, zoals:

a)

3-chinuclidinylbenzilaat (BZ) (CAS 6581-06-2);

4.

ontbladeringsmiddelen, zoals:

a)

butyl 2-chloor-4-fluorofenoxyacetaat (LNF);

b)

2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur gemengd met 2,4-dichloorfenoxyazijnzuur (Agent Orange).

b)

Voorlopers voor binaire stoffen en sleutelvoorlopers voor chemische oorlogvoering, zoals hieronder:

1.

alkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonofluoridaten, zoals: DF: methylfosfonyldifluoride (CAS 676-99-3);

2.

O-alkyl (H of gelijk aan of kleiner dan C10, inclusief cycloalkyl) 0-2-dialkyl- (methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-) aminoethylalkyl(methyl-, ethyl-, n-propyl- of isopropyl-)fosfonieten en overeenkomstige gealkyleerde en geprotoneerde zouten zoals: QL: O-ethyl S-2-diisopropylaminoethylmethylfosfoniet (CAS 50782-69-9);

3.

chloorsarin: O-isopropylmethylfosfonochloridaat (CAS 1445-76-7);

4.

chloorsoman: O-pinacolylmethylfosfonochloridaat (CAS 7040-57-5).

c)

„Stoffen voor oproerbeheersing”, chemische stoffen met werkzame bestanddelen en combinaties daarvan, waaronder:

1.

α-Broombenzeenacetonitril (Broombenzylcyanide) (CA) (CAS 5798-79-8);

2.

[(2-chloorfenyl)methyleen]propaandinitril, (o-chloorbenzylideenmalononitril (CS) (CAS 2698-41-1);

3.

2-chloor-1-phenylethanon, fenylacylchloride (ω-chlooracetofenon) (CN) (CAS 532-27-4);

4.

dibenz-(b,f)-1,4-oxazefine (CR) (CAS 257-07-8).

Noot 1:

In ML7.c) worden niet bedoeld „stoffen voor oproerbeheersing” in individuele verpakkingen die zijn bedoeld voor zelfverdediging.

Noot 2:

In ML7.c) worden niet bedoeld chemische stoffen met werkzame bestanddelen en combinaties daarvan die zijn bestemd en verpakt voor de productie van levensmiddelen of voor medische doeleinden.

d)

Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor verspreiding van de volgende stoffen of middelen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

1.

stoffen of middelen bedoeld in ML7.a) of ML7.c), of

2.

stoffen voor chemische oorlogsvoering gemaakt uit voorlopers bedoeld in ML7.b).

e)

Veiligheids- en decontaminatieapparatuur, speciaal ontworpen onderdelen daarvoor, en speciaal samengestelde chemische mengsels, zoals hieronder:

1.

apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor bescherming tegen de in ML7.a) of ML7.c) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;

2.

apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor de decontaminatie van voorwerpen besmet met de in ML7.a) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;

3.

chemische mengsels, speciaal ontwikkeld/samengesteld voor de decontaminatie van voorwerpen besmet met de in ML7.a) bedoelde stoffen.

Noot:

In ML7.e).1 worden ook bedoeld:

a)

luchtbehandelingseenheden, speciaal ontworpen of aangepast voor nucleaire, biologische of chemische filtratie;

b)

beschermende kleding.

NB:

Voor civiele gasmaskers, veiligheids- en decontaminatieapparatuur, zie ook 1A004 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

f)

Apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor opsporing en identificatie van de in ML7.a) of ML7.c) bedoelde stoffen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Noot:

In ML7.f) worden niet bedoeld individuele dosismeters voor stralingscontrole.

NB:

Zie ook 1A004 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

g)

„Biopolymeren”, speciaal ontworpen of bewerkt voor het opsporen en determineren van chemische stoffen voor oorlogsgebruik zoals bedoeld in ML7.a), en de specifieke celkweken die worden gebruikt voor de vervaardiging daarvan.

h)

„Biokatalysatoren” voor het decontamineren en afbreken van chemische stoffen voor oorlogsgebruik, en biologische systemen daarvoor, zoals hieronder:

1.

„biokatalysatoren”, speciaal ontworpen voor de decontaminatie en het afbreken van de in ML7.a) bedoelde chemische stoffen voor oorlogsgebruik, welke het resultaat zijn van gerichte laboratoriumselectie of van genetische manipulatie van biologische systemen;

2.

biologische systemen, zoals hieronder: „expressievectoren”, virussen of celkweken, die de genetische informatie bevatten die specifiek is voor de productie van „biokatalysatoren” zoals bedoeld in ML7.h).1.

Noot 1:

In ML7.a) en ML7.c) worden niet bedoeld:

a)

cyanogeenchloride(chloorcyaan) (CAS 506-77-4). Zie 1C450.a.5 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik;

b)

hydrogeencyanide (blauwzuur) (CAS 74-90-8);

c)

chloor (CAS 7782-50-5);

d)

carbonylchloride (fosgeen) (CAS 75-44-5). Zie 1C450.a.4 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik;

e)

difosgeen (trichloormethylchloorformiaat) (CAS 503-38-8);

f)

geschrapt;

g)

xylylbromide, ortho-: (CAS 89-92-9), meta: (CAS 620-13-3), para: (CAS 104-81-4);

h)

benzylbromide (CAS 100-39-0);

i)

benzyljodide (CAS 620-05-3);

j)

broomaceton (CAS 598-31-2);

k)

cyanogeenbromide (CAS 506-68-3);

l)

broommethylethylketon (CAS 816-40-0);

m)

chlooraceton (CAS 78-95-5);

n)

ethyljoodacetaat (CAS 623-48-3);

o)

joodaceton (CAS 3019-04-3);

p)

chloorpicrine (CAS 76-06-2). Zie 1C450.a.7 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Noot 2:

De in ML7.g) en ML7.h).2 genoemde celkweken en biologische systemen vormen een limitatieve opsomming en in deze rubrieken worden niet bedoeld cellen of biologische systemen voor civiele doeleinden, zoals toepassingen in de landbouw, farmaceutische industrie, op medisch, veterinair en milieuhygiënisch gebied, in het afvalbeheer en in de voedingsindustrie.

ML8   „Energetische materialen”, en aanverwante substanties, zoals hieronder:

NB:

Zie ook 1C011 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik

Technische noten:

1.

In deze rubriek betekent de term „mengsel” een samenstelling van twee of meer stoffen waarvan er ten minste een voorkomt in de rubrieken van ML8.

2.

Bedoeld in deze lijst zijn alle stoffen die voorkomen in de ML8-rubrieken, ook wanneer deze gebruikt worden in een andere toepassing dan vermeld. (Zo wordt TAGN voornamelijk als springstof gebruikt, maar kan deze stof ook als brandstof of oxidatiemiddel dienen.)

a)

„Springstoffen” zoals hieronder, en mengsels daarvan:

1.

ADNBF (aminodinitrobenzofuroxan of 7-amino-4-6-dinitrobenzofurazan-1-oxide (CAS 97096-78-1);

2.

BNCP (cis-bis(5-nitrotetrazolato) tetraaminekobalt (III) perchloraat) (CAS 117412-28-9);

3.

CL-14 (diaminodinitrobenzofuroxan of 5,7-diamino-4,6-dinitrobenzofurazaan-1-oxide (CAS 117907-74-1);

4.

CL-20 (HNIW of hexanitrohexaazaisowurtzitaan) (CAS 135285-90-4); chlatraten van CL-20 (zie ook ML8.g).3 en ML8.g).4 voor de „voorlopers”);

5.

CP (2(5-cyaantetrazolato) pentaaminekobalt (III) perchloraat) (CAS 70247-32-4);

6.

DADE (1,1-diamino-2,2-dinitroethyleen, FOX7);

7.

DATB (diaminotrinitrobenzeen) (CAS 1630-08-6);

8.

DDFP (1,4-dinitrodifurazanpiperazine);

9.

DDPO (2,6-diamino-3,5-dinitropyrazine-1-oxide, PZO) (CAS 194486-77-6);

10.

DIPAM (3,3'-diamino-2,2',4,4',6,6'-hexanitrobifenyl of dipicramide) (CAS 17215-44-0);

11.

DNGU (DINGU of dinitroglycoluril ) (CAS 55510-04-8);

12.

furazanen, zoals hieronder:

a)

DAAOF (diaminoazoxyfurazan);

b)

DAAzF (diaminoazofurazan) (CAS 78644-90-3);

13.

HMX en derivaten (zie ook ML8.g).5 voor de „voorlopers”), zoals hieronder:

a)

HMX (cyclotetramethyleentetranitramine, octahydro-1,3,5,7-tetranitro-1,3,5,7-tetrazine, 1,3,5,7-tetranitro-1,3,5,7-tetraza-cyclooctaan, octogen of octogeen) (CAS 2691-41-0);

b)

difluorgeamineerde analoga van HMX;

c)

K-55 (2,4,6,8-tetranitro-2,4,6,8-tetraazabicyclo[3,3,0]-octanon-3, tetranitrosemiglycouril of keto-bicylisch HMX) (CAS 130256-72-3);

14.

HNAD (hexanitroadamantaan) (CAS 143850-71-9);

15.

HNS (hexanitrostilbeen) (CAS 20062-22-0);

16.

imidazolen, zoals hieronder:

a)

BNNII (Octahydro-2,5-bis(nitroimino)imidazo [4,5-d]imidazool);

b)

DNI (2,4-dinitroimidazool) (CAS 5213-49-0);

c)

FDIA (1-fluoro-2,4-dinitroimidazool);

d)

NTDNIA (N-(2-nitrotriazolo)-2,4-dinitroimidazool);

e)

PTIA (1-picryl-2,4,5-trinitroimidazool);

17.

NTNMH (1-(2-nitrotriazolo)-2-dinitromethyleenhydrazine);

18.

NTO (ONTA of 3-nitro-1,2,4-triazool-5-on) (CAS 932-64-9);

19.

polynitrocubanen met meer dan vier nitrogroepen;

20.

PYX (2,6-bis(picrylamino)-3,5-dinitropyridine) (CAS 38082-89-2);

21.

RDX en derivaten, zoals hieronder:

a)

RDX (cyclotrimethyleentrinitramine, cycloniet, T4, hexahydro-1,3,5-trinitro-1,3,5-triazine, 1,3,5-trinitro-1,3,5-triazacyclohexaan, hexogen of hexogeen) (CAS 121-82-4);

b)

keto-RDX (K-6 of 2,4,6-trinitro-2,4,6-triazacyclohexanon) (CAS 115029-35-1);

22.

TAGN (triaminoguanidinenitraat) (CAS 4000-16-2);

23.

TATB (triaminotrinitrobenzeen) (CAS 3058-38-6) (zie ook ML8.g).7 voor de „voorlopers”);

24.

TEDDZ (3,3,7,7-tetrabis(difluoramine)octahydro-1,5-dinitro-1,5-diazocine);

25.

tetrazolen, zoals hieronder:

a)

NTAT (nitrotriazoolaminotetrazool);

b)

NTNT (1-N-(2-nitrotriazolo)-4-nitrotetrazool);

26.

tetryl (trinitrofenylmethylnitramine) (CAS 479-45-8);

27.

TNAD (1,4,5,8-tetranitro-1,4,5,8-tetraazadecaline) (CAS 135877-16-6) (zie ook ML8.g).6 voor de „voorlopers”);

28.

TNAZ (1,3,3-trinitroazetidine) (CAS 97645-24-4) (zie ook ML8.g).2 voor de „voorlopers”);

29.

TNGU (SORGUYL of tetranitroglycoluril) (CAS 55510-03-7);

30.

TNP (1,4,5,8-tetranitro-pyridazino[4,5-d]pyridazine) (CAS 229176-04-9);

31.

triazinen, zoals hieronder:

a)

DNAM (2-oxy-4,6-dinitroamino-s-triazine) (CAS 19899-80-0);

b)

NNHT (2-nitroimino-5-nitro-hexahydro-1,3,5-triazine) (CAS 130400-13-4);

32.

triazolen, zoals hieronder:

a)

5-azido-2-nitrotriazool;

b)

ADHTDN (4-amino-3,5-dihydrazino-1,2,4-triazooldinitramide) (CAS 1614-08-0);

c)

ADNT (1-amino-3,5-dinitro-1,2,4-triazool);

d)

BDNTA ([bis-dinitrotriazool]amine);

e)

DBT (3,3'-dinitro-5,5-bis-1,2,4-triazool) (CAS 30003-46-4);

f)

DNBT (dinitrobistriazool) (CAS 70890-46-9);

g)

NTDNA (2-nitrotriazool-5-dinitramide) (CAS 75393-84-9);

h)

NTDNT (1-N-(2-nitrotriazolo)-3,5-dinitrotriazool);

i)

PDNT (1-picryl-3,5-dinitrotriazool);

j)

TACOT (tetranitrobenzeentriazoolbenzeentriazool) (CAS 25243-36-1);

33.

elke springstof die niet elders in ML8.a) is opgenomen met een detonatiesnelheid groter dan 8 700 m/s bij maximale dichtheid of een detonatiedruk in de schokgolf van groter dan 34 Gpa (340 kbar);

34.

andere organische springstoffen die niet elders in ML8.a) zijn opgenomen, die een detonatiedruk in de schokgolf van 25 Gpa (250 kbar) of meer opleveren en die gedurende vijf minuten of langer stabiel blijven bij een temperatuur van 523 K (250 °C) of hoger.

b)

„Stuwstoffen”, zoals hieronder:

1.

elke vaste „stuwstof” uit VN-klasse 1.1 met een theoretische specifieke impuls (onder standaardomstandigheden) van meer dan 250 sec. bij niet-gemetalliseerde samenstellingen, of meer dan 270 sec. bij gealumineerde samenstellingen;

2.

elke vaste „stuwstof” uit VN-klasse 1.3 met een theoretische specifieke impuls (onder standaardomstandigheden) van meer dan 230 sec. bij niet-gehalogeniseerde samenstellingen, 250 sec. bij niet-gemetalliseerde samenstellingen of meer dan 266 sec. bij gemetalliseerde samenstellingen;

3.

„stuwstoffen” met een krachtconstante groter dan 1 200 kJ/kg;

4.

„stuwstoffen” die een onveranderlijke verbrandingssnelheid kunnen onderhouden groter dan 38 mm per seconde onder standaardomstandigheden (gemeten in de vorm van een geïnhibeerde enkele streng) van een druk van 6,89 Mpa (68,9 bar) en een temperatuur van 294 K (21 °C);

5.

met elastomeer gemodificeerde gegoten „stuwstoffen” op basis van twee stuwstoffen (EMCDB) met een uitrekbaarheid bij maximale spanning groter dan 5 % bij 233 K (-40 °C);

6.

elke „stuwstof” die in ML8.a) opgenomen substanties bevat.

c)

„Pyrotechnische stoffen” zoals hieronder, en mengsels daarvan:

1.

brandstoffen voor vliegtuigen die speciaal voor militaire doeleinden zijn samengesteld;

2.

alane (aluminiumhydride) (CAS 7784-21-6);

3.

carboranen; decaboraan (CAS 17702-41-9); pentaboranen (CAS 19624-22-7 en 18433-84-6) en derivaten;

4.

hydrazine en derivaten, zoals hieronder (zie ook ML8.d).8 en ML8.d).9 voor oxiderende hydrazinederivaten):

a)

hydrazine (CAS 302-01-2) in concentraties van 70 % of meer;

b)

monomethylhydrazine (CAS 60-34-4);

c)

symmetrisch dimethylhydrazine (CAS 540-73-8);

d)

asymmetrisch dimethylhydrazine (CAS 57-14-7);

5.

metaalbrandstoffen in deeltjesvorm, hetzij bolvormig, verstoven, sferoïdisch, in vlokkenvorm of gemalen, vervaardigd van materiaal dat voor 99 % of meer bestaat uit één of meer van de volgende stoffen:

a)

metalen en mengsels daarvan, zoals hieronder:

1.

beryllium (CAS 7440-41-7) met een deeltjesgrootte van 60 μm of minder;

2.

fijn ijzerpoeder (CAS 7439-89-6) met een deeltjesgrootte van 3 μm of minder, vervaardigd door reductie van ijzeroxide met waterstof;

b)

mengsels die één van de volgende stoffen bevatten:

1.

zirkonium (CAS 7440-67-7), magnesium (CAS 7439-95-4) en hun legeringen met een deeltjesgrootte van minder dan 60 μm;

2.

brandstoffen van borium (CAS 7440-42-8) of boriumcarbide (CAS 12069-32-8) met een zuiverheid van 85 % of hoger en een deeltjesgrootte van minder dan 60 μm;

6.

militaire materialen welke verdikkingsmiddelen voor koolwaterstofbrandstoffen bevatten die speciaal zijn samengesteld voor gebruik in vlammenwerpers of pyrogene munitie, zoals metaalstearaten of -palminaten (bv. octal (CAS 637-12-7)) en M1, M2 en M3 verdikkingsmiddelen;

7.

perchloraten, chloraten en chromaten, samengesteld met verpoederd metaal of andere brandstofcomponenten met hoge energie;

8.

bolvormig aluminiumpoeder (CAS 7429-90-5) met een deeltjesgrootte van 60 μm of kleiner, vervaardigd van materiaal met een aluminiumgehalte van 99 % of meer;

9.

titaansubhybride (TiHn) met de stoichiometriewaarde n = 0,65 - 1,68.

Noot 1:

De in ML8.c).1 bedoelde brandstoffen voor vliegtuigen betreffen de eindproducten en niet de bestanddelen daarvan.

Noot 2:

In ML8.c).4.a) zijn niet bedoeld hydrazinemengsels die speciaal zijn samengesteld voor corrosiebestrijding.

Noot 3:

Explosieven en brandstoffen die de in ML8.c).5 vermelde metalen of legeringen bevatten zijn vergunningplichtig, ongeacht of de metalen of legeringen zijn ingekapseld in aluminium, magnesium, zirkonium of beryllium.

Noot 4:

In ML8.c).5.b).2 worden niet bedoeld borium en boriumcarbide verrijkt met borium-10 (20 % of meer borium-10 bevattend).

d)

Oxidatiemiddelen, zoals hieronder, en mengsels daarvan:

1.

ADN (ammoniumdinitramide of SR 12) (CAS 140456-78-6);

2.

AP (ammoniumperchloraat) (CAS 7790-98-9);

3.

samenstellingen bestaande uit fluor en één of meer van de volgende stoffen:

a)

andere halogenen;

b)

zuurstof, of

c)

stikstof;

Noot 1:

In ML8.d).3 is niet bedoeld chloortrifluoride. Zie 1C238 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Noot 2:

In ML8.d).3 is niet bedoeld stikstoftrifluoride in gasvormige toestand.

4.

DNAD (1,3-dinitro-1,3-diazetidine) (CAS 78246-06-7);

5.

HAN (hydroxylammoniumnitraat) (CAS 13465-08-2);

6.

HAP (hydroxylammoniumperchloraat) (CAS 15588-62-2);

7.

HNF (hydraziniumnitroformaat) (CAS 20773-28-8);

8.

hydrazinenitraat (CAS 37836-27-4);

9.

hydrazineperchloraat (CAS 27978-54-7);

10.

vloeibare oxidatiemiddelen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit geïnhibeerd roodrokend salpeterzuur (IRFNA) (CAS 8007-58-7).

Noot:

In ML8.d).10 is niet bedoeld niet-geïnhibeerd rokend salpeterzuur.

e)

Bindmiddelen, weekmakers, monomeren en polymeren, zoals hieronder:

1.

AMMO (azidomethylmethyloxetaan en de polymeren daarvan) (CAS 90683-29-7) (zie ook ML8.g).1 voor de „voorlopers”);

2.

BAMO (bisazidomethyloxetaan en de polymeren daarvan) (CAS 17607-20-4) (zie ook ML8.g).1 voor de „voorlopers”);

3.

BDNPA (bis(2,2-dinitropropyl)acetaal) (CAS 5108-69-0);

4.

BDNPF (bis(2,2-dinitropropyl)formal) (CAS 5917-61-3);

5.

BTTN (butaantriooltrinitraat (CAS 6659-60-50) (zie ook ML8.g).8 voor de „voorlopers”);

6.

energetische monomeren, weekmakers en polymeren die nitro-, azido-, nitraat-, nitraza- of difluoraminogroepen bevatten die speciaal voor militaire doeleinden zijn samengesteld;

7.

FAMAO (3-difluoroaminomethyl-3-azidomethyloxetaan) en de polymeren daarvan;

8.

FEFO (bis-(2-fluoro-2,2 dinitroethyl)formal) (CAS 17003-79-1);

9.

FPF-1 (poly-2,2,3,3,4,4-hexafluorpentaan-1,5-diol formal) (CAS 376-90-9);

10.

FPF-3 (poly-2,4,4,5,5,6,6-heptafluor-2-trifluormethyl-3-oxaheptaan-1,7-diol formal);

11.

GAP (glycidylazidepolymeer) (CAS 143178-24-9) en derivaten daarvan;

12.

HTPB (hydroxyl eindstandig polybutadieen) met een hydroxylfunctionaliteit gelijk aan of groter dan 2,2 en minder dan of gelijk aan 2,4, een hydroxylwaarde van minder dan 0,77 meq/g, en een viscositeit bij 30 °C van minder dan 47 P (CAS 69102-90-5);

13.

poly(epichloorhydrine) met een laag molecuulgewicht (minder dan 10 000) en voorzien van alcoholfuncties; poly(epichloorhydrinediol) en triol;

14.

NENAs (nitratoethylnitramineverbindingen) (CAS 17096-47-8, 85068-73-1, 82486-83-7, 82486-82-6 en 85954-06-9);

15.

PGN (poly-GLYN, polyglycidylnitraat of poly(nitratomethyloxiraan) (CAS 27814-48-8);

16.

poly-NIMMO (polynitraatmethylmethyloxetaan) of poly-NMMO (poly[3-nitraatmethyl, 3-methyloxetaan]) (CAS 84051-81-0);

17.

polynitroorthocarbonaten;

18.

TVOPA (1,2,3-tris[1,2-bis(difluoramino)ethoxy]propaan of tris vinoxypropaanadduct (CAS 53159-39-0).

f)

Toevoegingen, zoals hieronder:

1.

basisch kopersalicylaat (CAS 62320-94-9);

2.

BHEGA (bis-(2-hydroxyethyl) glycolamide) (CAS 17409-41-5);

3.

BNO (butadieennitriloxide) (CAS 9003-18-3);

4.

ferroceenderivaten, zoals hieronder:

a)

butaceen (CAS 125856-62-4);

b)

catoceen (2,2-bis-ethylferrocenylpropaan) (CAS 37206-42-1);

c)

ferroceencarboxylzuren;

d)

n-butyl-ferroceen (CAS 31904-29-7);

e)

andere additiepolymeren van ferroceenderivaten;

5.

lood-beta-resorcylaat (CAS 20936-32-7);

6.

loodcitraat (CAS 14450-60-3);

7.

lood/koperchelaten van betaresorcylaat of salicylaten (CAS 68411-07-4);

8.

loodmaleaat (CAS 19136-34-6);

9.

loodsalicylaat (CAS 15748-73-9);

10.

loodstannaat (CAS 12036-31-6);

11.

MAPO (tris-1-(2-methyl) aziridinylfosfineoxide (CAS 57-39-6); BOBBA 8 (bis(2-methylaziridinyl)-2-(2-hydroxypropanoxy) propylaminofosfineoxide); en andere MAPO-derivaten;

12.

methyl BAPO (bis(2-methylaziridinyl)methylaminofosfineoxide (CAS 85068-72-0);

13.

N-methyl-p-nitroaniline (CAS 100-15-2);

14.

3-nitraza-1,5-pentaandiisocyanaat (CAS 7406-61-9);

15.

organometaal-koppelaars, zoals hieronder:

a)

neopentyl[diallyl] oxy, tri [dioctyl]fosfaattitanaat (CAS 103850-22-2); ook wel bekend onder de benaming titaan IV, 2,2[bis 2-propenolato-methyl, butanolaat, tris(dioctyl) fosfato] (CAS 110438-25-0); of LICA 12 (CAS 103850-22-2);

b)

titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanolatomethyl]butanolaat-1, tris[dioctyl]pyrofosfaat of KR3538;

c)

titaan IV [(2-propenolato-1)methyl, n-propanolatomethyl]butanolaat-1, tris(dioctyl)fosfaat;

16.

polycyaandifluoraminoethyleenoxide;

17.

polyfunctionele aziridineamiden: met ketenstructuren van isoftaalzuur, trimesinezuur (BITA of butyleeniminetrimesamide), isocyanuurzuur of trimethyladipinezuur en 2-methyl of 2-ethylsubstituenten aan de aziridine-ring;

18.

propyleenimine (2-methylaziridine) (CAS 75-55-8);

19.

superfijn ijzeroxide (Fe2O3) met een specifiek oppervlak groter dan 250 m2/g en een gemiddelde deeltjesgrootte van 3,0 nm of kleiner;

20.

TEPAN (tetraethyleenpentamineacrylnitril) (CAS 68412-45-3); gecyaanethyleerde polyamines en de zouten daarvan;

21.

TEPANOL (tetraethyleenpentamineacrylnitrilglycidol) (CAS 68412-46-4); cyaanethyl-gesubstitueerde polyamines geaddeerd met glycidol en de zouten daarvan;

22.

TBP (trifenylbismut) (CAS 603-33-8).

g)

„Voorlopers”, zoals hieronder:

NB:

In ML8.g) zijn bedoeld van deze substanties vervaardigde „Energetische materialen” die onder de vergunningplicht vallen.

1.

BCMO (bischloormethyloxetaan) (CAS 142173-26-0) (zie ook ML8.e).1 en ML8.e).2);

2.

dinitroazetidine-t-butylzout (CAS 125735-38-8) (zie ook ML8.a).28);

3.

HBIW (hexabenzylhexaazaisowurtzitaan) (CAS 124782-15-16) (zie ook ML8.a).4);

4.

TAIW (tetraacetyldibenzylhexaazaisowurtzitaan) (zie ook ML8.a).4);

5.

TAT (1,3,5,7-tetraacetyl-1,3,5,7,-tetraaza-cyclooctaan) (CAS 41378-98-7) (zie ook ML8.a).13);

6.

1,4,5,8-tetraazadecaline (CAS 5409-42-7) (zie ook ML8.a).27)

7.

1,3,5 trichloorbenzeen (CAS 108-70-3) (zie ook ML8.a).23);

8.

1,2,4 trihydroxybutaan (1,2,4 butaantriol) (CAS 3068-00-6) (zie ook ML8.e).5).

Noot 5:

Voor ladingen en mechanismen, zie ML4.

Noot 6:

De volgende stoffen, wanneer niet samengesteld of gemengd met het „energetisch materiaal” vermeld in ML8.a) of metalen in poedervorm vermeld in ML8.c), zijn niet bedoeld in ML8:

a)

ammoniumpicraat;

b)

zwart kruit;

c)

hexanitrodifenylamine;

d)

difluoramine;

e)

nitrostijfsel;

f)

kaliumnitraat;

g)

tetranitronaftaleen;

h)

trinitroanisol;

i)

trinitronaftaleen;

j)

trinitroxyleen;

k)

N-pyrrolidinon; 1-methyl-2-pyrrolidinon;

l)

dioctylmaleaat;

m)

ethylhexylacrylaat;

n)

triethylaluminium (TEA), trimethylaluminium (TMA) en andere pyrofore metaalalkylen en metaalarylen van lithium, natrium, magnesium, zink en borium;

o)

nitrocellulose;

p)

nitroglycerine (of glyceroltrinitraat, trinitroglycerine) (NG);

q)

2,4,6-trinitrotolueen (TNT);

r)

ethyleendiaminedinitraat (EDDN);

s)

pentaerytritoltetranitraat (PETN);

t)

loodazide, normaal en basisch loodstyfnaat, en primaire explosieven of ontstekingsmengsels die aziden of azidecomplexen bevatten;

u)

triethyleenglycoldinitraat (TEGDN);

v)

2,4,6-trinitroresorcinol (styfninezuur);

w)

diethyldifenylureum; dimethyldifenylureum; metylethyldifenylureum [Centralites];

x)

N,N-difenylureum (asymmetrisch difenylureum);

y)

methyl-N,N-difenylureum (asymmetrisch methyldifenylureum);

z)

ethyl-N,N-difenylureum (asymmetrisch ethyldifenylureum);

aa)

2-nitrodifenylamine (2-NDPA);

bb)

4-nitrodifenylamine (4-NDPA);

cc)

2,2-dinitropropanol;

dd)

nitroguanidine (zie 1C011.d) op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik).

ML9   Oorlogsschepen, speciale scheepsuitrusting en toebehoren, zoals hieronder, en onderdelen daarvoor, speciaal ontworpen voor militair gebruik:

NB:

Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Gevechtsvaartuigen of vaartuigen speciaal ontworpen of aangepast voor offensieve of defensieve actie (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten), al of niet omgebouwd voor niet-militair gebruik en ongeacht de staat van onderhoud of de gebruiksconditie, en al of niet voorzien van systemen voor het lanceren van wapens of voorzien van bepantsering, alsmede rompen of delen van rompen voor deze schepen.

b)

Motoren, zoals hieronder:

1.

dieselmotoren, speciaal ontworpen voor onderzeeboten met beide onderstaande kenmerken:

a)

een uitgangsvermogen van 1,12 MW (1 500 pk) of meer, en

b)

een omwentelingssnelheid van 700 omwentelingen per minuut of meer;

2.

elektromotoren, speciaal ontworpen voor onderzeeboten met alle volgende kenmerken:

a)

een uitgangsvermogen van meer dan 0,75 MW (1 000 pk);

b)

snel omkeerbaar;

c)

met vloeistofkoeling, en

d)

geheel gesloten;

3.

niet-magnetische dieselmotoren met een uitgangsvermogen van 37,3 kW (50 pk) of meer, speciaal ontworpen voor militair gebruik en met een niet-magnetisch gehalte van meer dan 75 % van het totale gewicht.

c)

Toestellen voor opsporing onder water, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en besturingsapparaten daarvoor.

d)

Onderzeeboot- en torpedonetten.

e)

Niet gebruikt.

f)

Doorvoeren of doorvoerkoppelingen voor rompen, speciaal ontworpen voor militair gebruik waardoor interactie mogelijk is met apparatuur buiten het schip.

Noot:

In ML9.f) zijn mede bedoeld doorvoerkoppelingen voor vaartuigen voor eendraads-, meerdraads- of coaxiaalkabel of voor golfgeleiders, en doorvoeren voor rompen, beide geschikt om bij een onderwaterdiepte groter dan 100 m ondoordringbaar te blijven voor lekkage van buitenaf en met behoud van de vereiste eigenschappen, alsmede vezeloptische doorvoerkoppelingen en optische doorvoeren voor rompen speciaal ontworpen voor de transmissie van „laser”-bundels ongeacht de diepte. Niet bedoeld worden gewone doorvoeren voor rompen voor voortstuwingsaandrijfassen en hydrodynamische besturingsstangen.

g)

Geruisloze kogellagers, met gas of magnetische ophanging of met actieve onderdrukkingsregelingen van herkenningstekens of trillingen, en apparatuur welke deze lagers bevat, speciaal ontworpen voor militair gebruik.

ML10   „Vliegtuigen”, „luchtschepen”, luchtvaartuigen voor onbemand gebruik, vliegtuigmotoren, en uitrusting voor „vliegtuigen”, aanverwante uitrustingsstukken en onderdelen, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, zoals hieronder:

NB:

Voor geleidings- en navigatieapparatuur, zie ML11, noot 7.

a)

Gevechts-„vliegtuigen” en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

b)

Andere „vliegtuigen” en „luchtschepen”, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, zoals het uitvoeren van militaire verkenningsvluchten, aanvalsvluchten, militaire opleidingen, troepenverplaatsingen en het afwerpen van troepen of militaire uitrustingsstukken, logistieke ondersteuning, alsmede speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

c)

Onbemande luchtvaartuigen en aanverwante apparatuur speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

1.

onbemande luchtvaartuigen, met inbegrip van op afstand geleide luchtvaartuigen (RPV's), autonome, programmeerbare luchtvaartuigen en „luchtschepen”;

2.

aanverwante lanceerinrichtingen en ondersteuningsapparatuur op de grond;

3.

aanverwante apparatuur voor commando en besturing.

d)

Vliegtuigmotoren, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

e)

Uitrusting bestemd voor gebruik in de lucht, met inbegrip van uitrusting voor het in de lucht bijvullen van brandstof, speciaal ontworpen voor gebruik met de in ML10.a) en ML10.b) bedoelde „vliegtuigen” of met de in ML10.d) bedoelde vliegtuigmotoren, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

f)

Toestellen werkend onder druk voor het bijvullen van brandstof, uitrustingsstukken voor deze toestellen, apparatuur speciaal ontworpen voor het kunnen verrichten van werkzaamheden in beperkte ruimten, en grondmaterieel, speciaal ontwikkeld voor de in ML10.a) en ML10.b) bedoelde „vliegtuigen” of voor de in ML10.d) bedoelde vliegtuigmotoren.

g)

Militaire valhelmen en veiligheidsmaskers en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor, ademhalingstoestellen werkend bij overdruk, en partiële drukkleding voor gebruik in „vliegtuigen”, anti-g-kleding, toestellen (convertors) voor het omzetten van vloeibare zuurstof in gasvormige voor „vliegtuigen” of projectielen, en katapulten en schietstoelen voor redding van bemanning uit „vliegtuigen”.

h)

Parachutes en aanverwante uitrustingsstukken voor gevechtstroepen en voor het afwerpen van lading, en remparachutes voor „vliegtuigen”, zoals hieronder, en daarvoor speciaal ontworpen onderdelen:

1.

parachutes voor:

a)

het met uiterste precisie afwerpen van commando's;

b)

het afwerpen van parachutisten;

2.

parachutes voor het afwerpen van vracht;

3.

zweefparachutes, remparachutes, stabilisatieparachutes voor het stabiliseren en het regelen van de stand van vallende lichamen (bijv. te bergen capsules, schietstoelen, bommen);

4.

stabilisatieparachutes voor gebruik met schietstoelsystemen voor het in werking stellen en regelen van de volgorde van opblazen van noodparachutes;

5.

bergingsparachutes voor geleide projectielen, radiografisch bestuurde luchtvaartuigen en ruimtevaarttuigen;

6.

aanvliegparachutes en remparachutes voor gebruik bij landingen;

7.

andere militaire parachutes;

8.

uitrustingstukken speciaal ontworpen voor parachutisten die van grote hoogte springen (bijv. pakken, speciale helmen, ademhalingssystemen, navigatieapparatuur).

i)

Automatische besturingssystemen voor aan een parachute afgeworpen ladingen; apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, voor het gestuurd openen van de parachute bij sprongen van willekeurige hoogte, met inbegrip van zuurstofapparatuur.

Noot 1:

In ML10.b) zijn niet bedoeld „vliegtuigen” of varianten van deze „vliegtuigen”, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik; die:

a)

niet zijn geconfigureerd voor militair gebruik en niet zijn uitgerust met apparatuur, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik, en

b)

zijn gecertificeerd voor civiel gebruik door de civiele luchtvaartautoriteiten in een lidstaat van het Wassenaar Arrangement.

Noot 2:

In ML10.d) zijn niet bedoeld:

a)

vliegtuigmotoren, ontworpen of aangepast voor militair gebruik, die zijn gecertificeerd door de civiele luchtvaartautoriteiten in een lidstaat van het Wassenaar Arrangement voor gebruik in „civiele vliegtuigen”, of speciaal ontworpen onderdelen daarvoor;

b)

zuigermotoren of speciaal ontworpen onderdelen daarvoor, behalve die welke speciaal ontworpen zijn voor onbemande luchtvaartuigen.

Noot 3:

De in ML10.b) en ML10.d) bedoelde speciaal ontworpen onderdelen en aanverwante apparatuur voor niet-militaire „vliegtuigen” of voor militair gebruik aangepaste vliegtuigmotoren zijn uitsluitend van toepassing op die militaire onderdelen en aanverwante militaire apparatuur die noodzakelijk zijn voor de aanpassing voor militair gebruik.

ML11   Elektronische apparatuur en speciaal ontworpen onderdelen die nergens anders in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen zijn bedoeld, zoals hieronder:

a)

Elektronische apparatuur die speciaal is ontworpen voor militair gebruik en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Noot:

In ML11 worden ook bedoeld:

1.

elektronische apparatuur voor het hinderen en tegenhinderen (ECM- en ECCM-apparatuur, dat wil zeggen apparatuur, ontworpen om vreemde of onjuiste signalen in te voeren in radar of radiocommunicatieontvangers of om op andere wijze de ontvangst, werkzaamheid of doeltreffendheid van vijandelijke elektronische ontvangers en hun apparatuur voor tegenmaatregelen te hinderen);

2.

buizen met „frequency agility”;

3.

elektronische systemen of apparatuur ontworpen voor ofwel het observeren en volgen van het elektromagnetische spectrum voor militaire inlichtingen of veiligheidsdoeleinden, ofwel het tegengaan van dergelijke observatie- en volgactiviteiten;

4.

apparatuur voor tegenmaatregelen voor onderwatergebruik, met inbegrip van apparatuur voor het akoestisch en magnetisch hinderen en misleiden, speciaal ontworpen om vreemde of onjuiste signalen in te voeren in sonarontvangtoestellen;

5.

beveiligingsapparatuur voor gegevensverwerking, voor gegevens en voor transmissie- en signaallijnen, waarbij gebruik wordt gemaakt van coderingsprocedures;

6.

apparatuur voor identificatie, authentificatie en het invoeren van identificatiesleutels en apparatuur voor het beheren, vervaardigen en distribueren van identificatiesleutels;

7.

geleidings- en navigatieapparatuur.

b)

Apparatuur voor het storen van wereldwijde satellietnavigatiesystemen (GNSS).

ML12   Hoge kinetische energiewapensystemen (High Velocity Kinetic Weapon Systems) en aanverwante apparatuur, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Kinetische energiewapensystemen, speciaal ontworpen ter vernietiging of ter bewerkstelliging van vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit.

b)

Speciaal ontworpen test- en evaluatievoorzieningen en testmodellen, met inbegrip van diagnostische instrumenten en doelwitten, voor het dynamisch testen van kinetische energieprojectielen en -systemen.

NB:

Voor wapensystemen die submunitie gebruiken of alleen werken met chemische voortstuwing en munitie daarvoor, zie ML1 tot en met ML4.

Noot 1:

In ML12 zijn mede de onderstaande systemen bedoeld wanneer deze speciaal zijn ontworpen voor kinetische energiewapensystemen:

a)

Lanceervoortstuwingssystemen geschikt om een massa groter dan 0,1 g te versnellen tot een snelheid hoger dan 1,6 km/s, bij enkelschots- of snelvuurstand.

b)

Apparatuur voor de opwekking van primaire energie, voor elektronische bewapening, energieopslag, thermische beheersing, conditionering, schakelingen en brandstofbehandeling, en elektrische verbindingsdelen tussen energiebron, kanon en andere elektrische aandrijffuncties van de toren.

c)

Systemen voor het bereiken en opsporen van doelwitten, voor vuurleiding en voor schadevaststelling.

d)

Systemen voor doelzoeken, geleiden en koersverleggende voortstuwing (laterale versnelling) voor projectielen.

Noot 2:

In ML12 zijn bedoeld wapensystemen waarbij één of meer van de volgende voorstuwingsmethoden worden gebruikt:

a)

elektromagnetisch;

b)

elektrothermisch;

c)

plasma;

d)

licht gas of

e)

chemisch (wanneer gebruikt in combinatie met één van bovenstaande methoden).

ML13   Gepantserde of beschermende apparatuur en onderdelen, zoals hieronder:

a)

Pantserplaten zoals hieronder:

1.

gefabriceerd om te voldoen aan een militaire standaard of specificatie, of

2.

geschikt voor militair gebruik.

b)

Combinaties en constructies van metallische en niet-metallische materialen speciaal ontworpen voor ballistische bescherming van militaire systemen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

c)

Militaire helmen.

d)

Kogelvrije kleding en beschermende kleding welke voldoen aan militaire standaarden of specificaties, of gelijkwaardig, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

NB:

Voor „stapel- en continuvezelmateriaal” dat gebruikt wordt voor de vervaardiging van kogelvrije kleding, zie 1C010 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

Noot 1:

In ML13.b) zijn mede bedoeld materialen speciaal ontworpen voor het vormen van op explosie reagerende pantsering of voor het construeren van militaire schuilplaatsen.

Noot 2:

In ML13.c) zijn niet bedoeld conventionele stalen helmen welke niet zijn uitgerust met, of ontworpen of aangepast voor het bergen van enig hulptoestel.

Noot 3:

In ML13.d) zijn niet bedoeld kogelvrije kleding en beschermende kleding die de gebruiker bij zich heeft voor zijn eigen bescherming.

NB:

Zie ook 1A005 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

ML14   Speciaal militair oefenmaterieel of apparatuur voor het nabootsen van militaire scenario's, simulatoren speciaal ontworpen voor opleiding in het gebruik van vuurwapens of andere wapens die onder ML1 of ML2 vallen, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor.

Technische noot:

De uitdrukking „speciaal militair oefenmaterieel” omvat onder meer militaire aanvalstrainers, trainers voor operationele vluchten, trainers voor radardoelen, radardoelgeneratoren, toestellen voor schietoefeningen, trainingstoestellen voor duikbootbestrijding, vluchtnabootsers (waaronder centrifuges geschikt voor mensen voor de training van piloten en astronauten), radartrainingstoestellen, trainingstoestellen voor het vliegen op instrumenten, navigatietrainingstoestellen, trainers voor het lanceren van raketten, richtapparatuur, onbemande „vliegtuigen”, trainingstoestellen voor het gebruik van wapens en voor het besturen van onbemande „vliegtuigen”, mobiele trainingseenheden alsmede oefenmaterieel voor militaire grondoperaties.

Noot 1:

ML14 omvat mede systemen voor kunstmatige beeldontwikkeling (SIG) en interactieve omgevingssystemen voor simulatoren wanneer deze speciaal zijn ontworpen of geschikt gemaakt voor militair gebruik.

Noot 2:

In ML14 is niet bedoeld apparatuur die speciaal ontworpen is voor oefening in het gebruik van jacht- of sportwapens.

ML15   Beeldvormingsapparatuur en apparatuur voor tegenmaatregelen, zoals hieronder, speciaal ontworpen voor militair gebruik, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

Opnameapparatuur en beeldverwerkingsapparatuur.

b)

Camera's, fotografische apparatuur en apparatuur voor het bewerken van films.

c)

Beeldversterkerapparatuur.

d)

Infrarood- en warmtebeeldapparatuur.

e)

Apparatuur met beeldradarsensoren.

f)

Apparatuur voor hinderen en tegenhinderen voor de apparatuur bedoeld in ML15.a) tot en met ML15.e).

Noot:

In ML15.f) is mede begrepen apparatuur ontworpen om de werking of doeltreffendheid van militaire beeldvormingssystemen te hinderen of voor het minimaliseren van een dergelijke hinderende uitwerking.

Noot 1:

Het begrip „speciaal ontworpen onderdelen” omvat onder andere het volgende, mits speciaal voor militair gebruik ontworpen:

a)

infraroodbeeldomvormerbuizen;

b)

beeldversterkerbuizen (niet zijnde van de eerste generatie);

c)

microkanaalplaten;

d)

televisiecamerabuizen voor lage lichtintensiteiten;

e)

„detector arrays” (met inbegrip van elektronische verbindings- of uitleessystemen);

f)

pyro-elektrische televisiecamerabuizen;

g)

koelsystemen voor beeldvormingssystemen;

h)

elektrisch aangestuurde sluiters van het fotochrome of elektro-optische type met een sluitertijd van minder dan 100 μs, met uitzondering van sluiters welke een wezenlijk onderdeel uitmaken van hogesnelheidscamera's;

i)

vezeloptische beeldomvormers;

j)

fotokathoden met samengestelde halfgeleiders.

Noot 2:

In ML15 zijn niet bedoeld „eerstegeneratiebeeldversterkerbuizen” of apparatuur die speciaal is ontworpen voor het bevatten van „eerstegeneratiebeeldversterkerbuizen”.

NB:

Voor wapenvizieren met „eerstegeneratiebeeldversterkerbuizen”, zie ML1, ML2 en ML5.a).

NB:

Zie ook 6A002.a).2 en 6A002.b) op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik.

ML16   Smeedstukken, gietstukken en andere halffabrikaten waarvan het gebruik in een in deze militaire lijst bedoeld product identificeerbaar is door de compositie, geometrie of functie van het materiaal, en welke speciaal ontworpen zijn voor de producten welke bedoeld zijn in ML1 tot en met ML4, ML6, ML9, ML10, ML12 of ML19.

ML17   Militaire uitrustingsstukken, materialen en bibliotheekprogramma's, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

Geheel zelfstandig werkende toestellen voor het duiken en zwemmen onder water, zoals hieronder:

1.

Toestellen met gesloten en met halfgesloten kringloop (herinademingstoestellen) speciaal ontworpen voor militair gebruik (d.w.z. speciaal ontworpen als zijnde niet-magnetisch).

2.

Onderdelen speciaal ontworpen voor de ombouw van toestellen met open kringloop tot toestellen voor militair gebruik.

3.

Artikelen die uitsluitend zijn ontworpen voor militair gebruik met bovengenoemde geheel zelfstandig werkende toestellen voor duiken en zwemmen onder water.

b)

Constructieapparatuur, speciaal ontworpen voor militair gebruik.

c)

Uitwendige hulpstukken, bekledingen en bewerkingen voor het onderdrukken van herkenningstekens, speciaal ontworpen voor militair gebruik.

d)

Technische veldapparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik in een gevechtszone.

e)

„Robots”, en besturingsapparatuur en „eindeffectoren” voor „robots”, met één of meer van de volgende kenmerken:

1.

speciaal ontworpen voor militair gebruik;

2.

met de middelen om de hydraulische leidingen te beschermen tegen van buitenaf toegebrachte gaatjes veroorzaakt door ballistische scherven (bijv. met zelfdichtende leidingen) en ontworpen voor gebruik van hydraulische vloeistoffen met een vlampunt hoger dan 839 K (566 °C), of

3.

speciaal ontworpen of gespecificeerd om te werken in een omgeving met elektromagnetische impulsen (EMP).

f)

Bibliotheekprogramma's (parametrische technische gegevensbestanden), speciaal ontworpen voor militair gebruik met apparatuur bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

g)

Apparatuur voor het opwekken van nucleaire energie of voortstuwingsapparatuur, met inbegrip van „nucleaire reactors”, speciaal ontworpen voor militair gebruik en onderdelen daarvoor, speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

h)

Apparatuur en materiaal bekleed of behandeld voor het onderdrukken van herkenningstekens, speciaal ontworpen voor militair gebruik, andere dan die reeds elders bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

i)

Simulators speciaal ontworpen voor militaire „nucleaire reactors”.

j)

Mobiele reparatiewerkplaatsen speciaal ontworpen of aangepast voor het onderhouden van militaire apparatuur.

k)

Veldgeneratoren speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

l)

Containers speciaal ontworpen of aangepast voor militair gebruik.

m)

Veerboten die nergens anders in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen voorkomen, bruggen en pontons, speciaal ontworpen voor militair gebruik.

n)

Testmodellen speciaal ontworpen voor de „ontwikkeling” van goederen die vallen onder ML4, ML6, ML9 of ML10.

Technische noten:

1.

In ML17 wordt onder de uitdrukking „bibliotheekprogramma's” (parametrische technische gegevensbestanden) verstaan een verzameling technische gegevens van militaire aard, welker raadpleging de prestaties van militaire uitrusting of systemen kan verhogen.

2.

In ML17 betekent „aangepast” een structurele, elektrische, mechanische of andere wijziging die goederen voor niet-militair gebruik militaire vermogens verleent die gelijkwaardig zijn aan die van goederen die speciaal voor militair gebruik zijn ontworpen.

ML18   Apparatuur en technologie voor de productie van goederen, genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, zoals hieronder:

a)

Speciaal ontworpen of aangepaste productieapparatuur voor de productie van goederen bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

b)

Speciaal ontworpen voorzieningen voor omgevingsproeven en speciaal ontworpen apparatuur daarvoor, voor het verkrijgen van een certificaat of bewijs van geschiktheid voor of voor het testen van producten bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

Technische noot:

In ML18 omvat de term „productie” ontwikkeling, onderzoek, vervaardiging, testen en controleren.

Noot 1:

ML18.a) en ML18.b) omvatten mede de volgende apparatuur:

a)

nitratoren van het continue type;

b)

centrifugale testapparatuur of apparatuur met één of meer van de volgende kenmerken:

1.

aangedreven door een motor of door motoren met een vastgesteld vermogen van meer dan 298 kW (400 pk);

2.

in staat om een nuttige last van 113 kg of meer te dragen, of

3.

in staat om een centrifugale versnelling van 8 g of meer uit te oefenen op een nuttige last van 91 kg of meer;

c)

dehydratiepersen;

d)

schroefextrusiemachines, speciaal ontworpen of aangepast voor de extrusie van militaire explosieven;

e)

snijmachines voor het op maat maken van geëxtrudeerde stuwstoffen;

f)

„sweetie” polijsttrommels (tuimelinrichtingen) met een doorsnede van 1,85 m of meer en met een productcapaciteit van meer dan 227 kg;

g)

continumengapparatuur voor vaste stuwstoffen;

h)

stromingsmolens voor het polijsten of slijpen van de bestanddelen van militaire explosieven;

i)

apparatuur voor het verkrijgen van zowel bolvormigheid als eenvormige deeltjesgrootte van metaalpoeders zoals genoemd in ML8.c).8;

j)

convectiestroomomvormers voor het omvormen van materialen genoemd in ML8.c).3.

Noot 2:

a)

De term „goederen”, genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen omvat mede:

1.

goederen die niet vergunningplichtig zijn indien zij de gespecificeerde concentraties niet overschrijden,zo als hieronder:

a)

hydrazine (zie ML8.c).4);

b)

„springstoffen” (zie ML8);

2.

producten waarvoor geen vergunningplicht geldt indien zij inferieur zijn aan technische limieten (d.w.z. „supergeleidende” materialen die niet onder 1C005 van de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik vallen; „supergeleidende” elektromagneten die niet vallen onder 3A001.e).3 op de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik; „supergeleidende” elektrische apparatuur die is vrijgesteld van vergunningplicht ingevolge ML20.b));

3.

metaalbrandstoffen en -oxidatiemiddelen die in lagen uit de dampfase zijn afgezet (zie ML8.c).5).

b)

De term „goederen, genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen” omvat niet:

1.

signaalpistolen (zie ML2.b));

2.

de stoffen die zijn vrijgesteld van vergunningplicht ingevolge noot 3 bij ML7;

3.

voor persoonlijk gebruik bestemde stralingsmeters (zie ML7.f)) en maskers ter bescherming tegen bepaalde industriële gevaren, zie ook de EU-lijst van goederen voor tweeërlei gebruik;

4.

difluoramine en kaliumnitraatpoeder (zie noot 6 bij ML8);

5.

vliegtuigmotoren die zijn vrijgesteld van vergunningplicht ingevolge ML10;

6.

conventionele stalen helmen die niet zijn uitgerust, gewijzigd of ontworpen om te worden voorzien van enig toebehoren (zie noot 2 bij ML13);

7.

apparatuur die is uitgerust met niet-vergunningplichtige industriële onderdelen zoals niet elders gespecificeerde onderdelen bestemd voor het aanbrengen van deklagen en materiaal voor het vormgeven van plastics;

8.

musketten, geweren en karabijnen daterend van vóór 1938, replica's van musketten, geweren en karabijnen waarvan de originelen dateren van vóór 1890, revolvers, pistolen en machinegeweren die dateren van vóór 1890 en replica's daarvan.

Noot 3:

Productiemateriaal voor niet-antieke lichte wapens is ingevolge noot 2.b).8 van ML18 niet vrijgesteld van de vergunningplicht, zelfs niet als dat productiemateriaal wordt gebruikt voor de reproductie van antieke lichte wapens.

ML19   Gerichte energiewapensystemen, daarmee verbonden apparatuur of apparatuur voor tegenmaatregelen en testmodellen, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a)

„Laser”-systemen speciaal ontworpen voor de vernietiging of voor de bewerkstelliging van vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit.

b)

Deeltjesbundel- en microgolfsystemen die in staat zijn tot vernietiging of vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit.

c)

Radiofrequentiesystemen met een hoog vermogen die in staat zijn tot vernietiging of vroegtijdige missiebeëindiging van een doelwit.

d)

Apparatuur, speciaal ontworpen voor de verdediging tegen alsmede de opsporing c.q. identificatie van systemen bedoeld in ML19.a) tot en met ML19.c).

e)

Fysische testmodellen en gerelateerde testresultaten voor de systemen, apparatuur en onderdelen bedoeld in deze rubriek.

f)

Continugolf- of gepulseerde „laser”-systemen speciaal ontworpen voor het veroorzaken van permanente blindheid aan het onversterkte gezichtsvermogen, d.w.z. aan het blote oog of aan het oog met zichtcorrectie.

Noot 1:

Gerichte energiewapensystemen zoals bedoeld in ML19 omvatten mede systemen waarvan het vermogen is afgeleid van de gecontroleerde toepassing van:

a)

„lasers” met voldoende continugolf- of impulsenergie ter uitvoering van een vernietiging vergelijkbaar met die door conventionele munitie;

b)

deeltjesversnellers die een geladen of neutrale deeltjesbundel met vernietigingskracht schieten;

c)

radiofrequentie-straalzenders met hoge impulsie-energie of hoge gemiddelde energie die velden van voldoende intensiteit produceren om de elektronische schakelingen op een verafgelegen doelwit onklaar te maken.

Noot 2:

ML19 omvat onderstaande apparatuur wanneer deze speciaal is ontworpen voor gerichte energiewapensystemen:

a)

apparatuur voor de opwekking van primaire energie, energieopslag, -schakelingen en -conditionering en brandstofbehandeling;

b)

systemen voor het bereiken en opsporen van doelwitten;

c)

systemen die in staat zijn tot het vaststellen van de schade aan een doelwit of de vernietiging of vroegtijdige missiebeëindiging daarvan;

d)

bundelbehandelings-, voortplantings- en richtapparatuur;

e)

apparatuur voor snelle bundelzwenking ten behoeve van snelle meerdoelige operaties;

f)

adaptieve optica en faseafstemmers;

g)

stroominjectoren voor negatieve waterstofionenbundels;

h)

versnelleronderdelen die zijn „gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte”;

i)

apparatuur voor het bundelen van een negatieve ionenstraal;

j)

apparatuur voor het besturen en doen zwenken van ionenbundels met hoge energie;

k)

voor „gebruik in de ruimte gekwalificeerde” folie voor het neutraliseren van negatieve waterstofisotopenbundels.

ML20   Cryogene en „supergeleidende” apparatuur, zoals hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

Apparatuur speciaal ontworpen of samengesteld om geïnstalleerd te worden in een voertuig voor militaire grond-, zee-, lucht- of ruimtetoepassing en in staat om te werken terwijl zij in beweging is en om temperaturen te produceren of te handhaven lager dan 103 K (-170 °C).

Noot:

ML20.a) omvat mede mobiele systemen waarin zijn vervat of waarin gebruik wordt gemaakt van toebehoren of onderdelen vervaardigd van niet-metallische of niet-elektrische geleidende materialen, zoals plastics of met epoxyhars geïmpregneerde materialen.

b)

„Supergeleidende” elektrische apparatuur (roterende apparatuur en transformatoren) speciaal ontworpen of samengesteld om geïnstalleerd te worden in een voertuig voor militaire grond-, zee-, lucht- of ruimtetoepassing en in staat om te werken terwijl zij in beweging is.

Noot:

In ML20.b) zijn niet bedoeld hybride homopolaire gelijkstroomgeneratoren met normale enkelpolige metalen armaturen die draaien in een magnetisch veld dat wordt opgewekt door supergeleidende windingen, mits die windingen de enige supergeleidende component in de generatoren zijn.

ML21   „Programmatuur”, zoals hieronder:

a)

„Programmatuur” speciaal ontworpen of aangepast voor „ontwikkeling”, „productie” of „gebruik” van apparatuur of materialen bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

b)

Specifieke „programmatuur”, zoals hieronder:

1.

„programmatuur” speciaal ontworpen voor:

a)

het vormgeven, nabootsen of evalueren van militaire wapensystemen;

b)

het „ontwikkelen”, controleren, onderhouden of bijwerken van „programmatuur” die onlosmakelijk is vastgelegd in militaire wapensystemen;

c)

het vormgeven of nabootsen van scenario's voor militaire acties die niet zijn bedoeld in ML14;

d)

toepassingen voor commando, communicatie, controle en informatie (C3I), of voor commando, communicatie, controle, computer en informatie (C4I);

2.

„programmatuur” voor het vaststellen van de gevolgen van het gebruik van wapens voor conventionele, nucleaire, chemische of biologische oorlogvoering;

3.

„programmatuur” die niet onder ML21.a), ML21.b).1 of ML21.b).2 valt en speciaal ontworpen of aangepast is om apparatuur die niet op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen staat, in staat te stellen de militaire taken uit te voeren van goederen die onder ML5, ML7.f), ML9.c), ML9.e), ML10.e), ML11, ML14, ML15, ML17.i) of ML18 vallen.

ML22   „Technologie”, zoals hieronder:

a)

„Technologie”, anders dan omschreven in ML22.b), welke „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van goederen bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

b)

„Technologie”, zoals hieronder:

1.

„technologie” die „noodzakelijk” is voor het ontwerpen van, het samenstellen van onderdelen tot, en de bediening, het onderhoud en de reparatie van complete installaties voor de productie van goederen bedoeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, zelfs indien de onderdelen van dergelijke productie-installaties niet onder de vergunningplicht vallen;

2.

„technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling” en de „productie” van lichte wapens, zelfs als die technologie wordt gebruikt voor de reproductie van antieke lichte wapens;

3.

„technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van toxicologische middelen, aanverwante apparatuur en onderdelen bedoeld in ML7.a) tot en met ML7.f);

4.

„technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van de „biopolymeren” of specifieke celkweken, bedoeld in ML7.g);

5.

„technologie”, die uitsluitend „noodzakelijk” is „voor het integreren van” biokatalysatoren zoals bedoeld in ML7.h).1 in militaire draagstoffen of in militair materiaal.

Noot 1:

„Technologie” die „noodzakelijk” is voor de „ontwikkeling”, de „productie” of het „gebruik” van in de munitielijst bedoelde goederen, is ook aan vergunningplicht onderworpen als deze wordt toegepast op niet aan vergunningplicht onderworpen goederen.

Noot 2:

In ML22 is niet bedoeld „technologie”zo als hieronder:

a)

de minimaal noodzakelijke „technologie” voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van niet onder de vergunningplicht vallende goederen of de goederen waarvan de uitvoer is toegestaan;

b)

„technologie”„die voor iedereen beschikbaar” is, of betrekking heeft op „fundamenteel wetenschappelijk onderzoek” of op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie;

c)

„technologie” voor magnetische inductie voor de ononderbroken voortstuwing van civiele transportmiddelen.


Top