EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004XC0219(03)

Bericht van inleiding van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van polyethyleentereftalaatfolie (PET) van oorsprong uit, onder andere, India

OJ C 43, 19.2.2004, p. 14–15 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52004XC0219(03)

Bericht van inleiding van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van polyethyleentereftalaatfolie (PET) van oorsprong uit, onder andere, India

Publicatieblad Nr. C 043 van 19/02/2004 blz. 0014 - 0015


Bericht van inleiding van een gedeeltelijke tussentijdse herziening van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van polyethyleentereftalaatfolie (PET) van oorsprong uit, onder andere, India

(2004/C 43/11)

De Commissie heeft een verzoek om een gedeeltelijke tussentijdse herziening ontvangen op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96(1) van de Raad, zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002(2) van de Raad ("de basisverordening").

1. Verzoek om herziening

Het verzoek werd ingediend door de volgende producenten van de Gemeenschap: DuPont Teijin Films, Mitsubishi Polyester Film GmbH en Nuroll SpA ("de indieners").

Het verzoek heeft alleen betrekking op een onderzoek naar dumping wat Jindal Polyester Limited betreft.

2. Product

Het verzoek heeft betrekking op polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie) van oorsprong uit India ("het onderzochte product"), die doorgaans wordt ingedeeld bij GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90. De GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.

3. Thans geldende maatregelen

De maatregel die thans voor Jindal Polyester Limited geldt, is een definitief antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1676/2001(3) van de Raad ten aanzien van PET-folie van oorsprong uit, onder andere, India.

4. Motivering

Het verzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, is gebaseerd op bewijsmateriaal dat werd verstrekt door de indieners waaruit blijkt dat, wat Jindal Polyester Limited betreft, de omstandigheden met betrekking tot de dumping ingrijpend zijn gewijzigd.

De verzoekers stellen dat de thans geldende maatregel ten aanzien van het onderzochte product van Jindal Polyester Limited niet langer toereikend is om de schadeveroorzakende dumping teniet te doen. De bewering dat de dumping is toegenomen is gebaseerd op een vergelijking van de binnenlandse prijzen en de berekende normale waarde met de prijzen bij uitvoer van het betrokken product naar de Gemeenschap. Uitgaande van deze bedragen ligt de dumpingmarge aanzienlijk hoger dan de marge die werd vastgesteld in het eerdere onderzoek dat leidde tot de instelling van het thans geldende recht.

5. Procedure voor de vaststelling van dumping

Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een gedeeltelijke tussentijdse herzieningsprocedure in te leiden en opent zij hierbij een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening.

a) Vragenlijsten

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig acht, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan Jindal Polyester Limited en aan de autoriteiten van India. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

b) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

Belanghebbenden wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten, andere informatie dan de antwoorden op de vragenlijst en bewijsmateriaal toe te zenden. Deze informatie en het bewijsmateriaal moeten binnen de in punt 6 a) genoemde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

Bovendien kan de Commissie de belanghebbenden horen die hierom schriftelijk verzoeken indien deze kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet binnen de in punt 6 b).

6. Termijnen

a) Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, contact met de Commissie op te nemen, hun standpunt uiteen te zetten en antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. De meeste procedurele rechten van de basisverordening kunnen alleen worden uitgeoefend indien partijen zichzelf binnen voornoemde periode aanmelden.

b) Om een monding onderhoud vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de informatie waarom in deze verordening wordt verzocht, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die als vertrouwelijk is verstrekt, moeten van het opschrift "Limited"(4) zijn voorzien en moeten, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld "For inspection by interested parties".

Correspondentieadres van de Commissie: Europese Commissie Directoraat-generaal Handel

Directoraat B

Kamer: J-79, 5/16 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex COMEU B 21877.

8. Medewerking

Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

Indien blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt kan de Commissie deze buiten beschouwing laten en overeenkomstig artikel 1 van de basisverordening gebruik maken van de beschikbare gegevens. Indien een belanghebbende geen of slechts ten dele medewerking verleent en gebruik wordt gemaakt van de beste beschikbare gegevens kan het resultaat voor de belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.

(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

(2) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1.

(3) PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

(4) Dit betekent dat het document slechts voor intern gebruik is bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en van de Raad (PB L van 31.5.2001, blz. 43). Dit document is vertrouwelijk in de zin van artikel 29 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (PB L 56 van 6.3.1999, blz. 1) en artikel 6 van de WTO-overeenkomst inzake de uitvoering van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).

Top