EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004AB0019

Advies van de Europese Centrale Bank van 24 mei 2004 op verzoek van de Raad van de Europese Unie inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad inzake kortetermijnstatistieken (COM(2003) 823 definitief) (CON/2004/19)

OJ C 158, 15.6.2004, p. 3–4 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

15.6.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 158/3


ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 24 mei 2004

op verzoek van de Raad van de Europese Unie inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad inzake kortetermijnstatistieken

(COM(2003) 823 definitief)

(CON/2004/19)

(2004/C 158/03)

1.

Op 30 april 2004 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Raad van de Europese Unie voor een advies inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad inzake kortetermijnstatistieken (hierna de „ontwerpverordening” genoemd).

2.

De bevoegdheid van ECB om een advies uit te brengen is gebaseerd op het eerste streepje van artikel 105, lid 4 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van Orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur van de ECB dit advies goedgekeurd.

3.

De ontwerpverordening beoogt de kortetermijn-bedrijfsstatistieken van de Europese Unie (EU) te verbeteren. Met name vereist de ontwerpverordening de samenstelling van een invoerprijsindex voor industriële producten en een afzetprijsindex voor diensten. Ze vereist ook dat bepaalde belangrijke economische indicatoren met hogere frequentie worden samengesteld en binnen kortere termijnen worden ingediend.

A.

Algemene opmerkingen

4.

De ECB heeft aangegeven welke kortetermijnstatistieken zij nodig heeft voor het uitvoeren van monetair beleid (1). De ontwerpverordening volgt uit het Actieplan betreffende de statistische vereisten van de Economische en Monetaire Unie (EMU) (hierna het „EMU-Actieplan” te noemen), dat de Europese Commissie (Eurostat) in nauwe samenwerking met de ECB op verzoek van de Eocofin-Raad heeft opgesteld. Het EMU-Actieplan vroeg om verbetering van de door Verordening (EG) nr. 1165/98 bestreken statistieken. De ontwerpverordening is ook belangrijk in verband met de voornaamste Europese Economische Indicatoren (VEEI), die op 18 februari 2003 door de Ecofin-Raad werden goedgekeurd en waartoe acht in de ontwerpverordening opgenomen indicatoren behoren. De ECB verwelkomt het bestaande 'gentlemen's agreement' tussen nationale instellingen voor statistiek en Eurostat die beoogt te verzekeren dat de VEEI's in de ontwerpverordening zullen worden gepubliceerd in overeenstemming met de VEEI-streefdatums, ongeacht de datum waarop de ontwerpverordening wordt goedgekeurd.

5.

De ECB is een sterk voorstander van de ontwerpverordening waarin indicatoren zijn opgenomen die van het grootste belang zijn voor het beoordelen van de conjunctuurcyclus en het voeren van monetair beleid. Bovendien is het een belangrijke stap vooruit naar de vaststelling van essentiële maandelijkse en driemaandelijkse statistieken betreffende omzet en afzetprijzen van diensten. De ontwerpverordening weerspiegelt de gezamenlijke, in februari 2003 gedane voorstellen van het Comité statistisch programma en het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek.

6.

De ECB verwelkomt met name de hogere frequentie en de strakkere termijnen voor het verstrekken van veel indicatoren. Voor het beoordelen van de economische situatie door de ECB zijn tijdig geaggregeerde indicatoren belangrijker dan gedetailleerde uitsplitsingen.

7.

De ECB is ook een voorstander van de in de ontwerpverordening voorgestelde invoering van de uitsplitsing van nieuwe orders en prijzen naar herkomst, d.w.z. van binnen of buiten het eurogebied. De ECB heeft deze uitsplitsingen nodig om een onderscheid te kunnen maken tussen economische ontwikkelingen binnen en buiten het eurogebied. De ECB is het ermee eens dat deze uitsplitsing alleen hoeft te worden gemaakt door de lidstaten die de euro hebben aangenomen. Het is echter belangrijk dat de lidstaten die de euro in de toekomst zullen aannemen, tegen die tijd ook in staat zijn voldoende lange reeksen historische gegevens te verstrekken.

8.

De ECB verwelkomt de in de ontwerpverordening uiteengezette optie om bepaalde indicatoren van het eurogebied samen te stellen door middel van zogenaamde „Europese steekproefprogramma's”. In het licht van de beperkte middelen en de noodzaak om prioriteiten te stellen, draagt dit bij tot de verbetering van de statistieken van het eurogebied en kan dit tegelijkertijd de op nationaal niveau benodigde middelen verminderen. Om dezelfde reden ondersteunt de ECB dat de ontwerpverordening de eisen voor gegevensverstrekking voor kleine EU-landen aanzienlijk vermindert, door hen toe te staan zich te concentreren op het samenstellen van de voornaamste aggregaten.

9.

Er zijn verdere inspanningen nodig om de vergelijkbaarheid van bestaande door Verordening (EG) nr. 1165/98 bestreken statistieken te verbeteren. Sinds 1998 is weliswaar veel vooruitgang geboekt, maar er zijn nog verscheidene factoren die de kwaliteit van de aggregaten van het eurogebied nadelig beïnvloeden en de vergelijkbaarheid van de nationale gegevens (zoals de verschillende nationale praktijken voor werkdag- en seizoenscorrecties en voor herzieningen) in de weg staan.

B.

Specifieke opmerkingen

10.

De ECB is voorstander van de nieuwe invoerprijzenvariabele (Bijlage, deel A) die vanaf 2005 moet worden samengesteld, en van de termijn die gepland is voor het verstrekken ervan. Deze variabele zal belangrijke extra informatie opleveren voor een prijzenanalyse van het eurogebied. De ECB heeft deze variabele nodig om prijzen te bepalen van industriële importen van buiten het eurogebied door het eurogebied als geheel.

11.

Voor gegevens over werkgelegenheid, gewerkte uren en bruto lonen en salarissen vereist de ontwerpverordening kwartaalgegevens, met een termijn van drie maanden voor het verstrekken van de gegevens (twee maanden voor werkgelegenheid). Voor ECB-doeleinden is deze driemaandelijkse frequentie in combinatie met de lange termijnen voor het verstrekken van de gegevens onbevredigend. Voor de voornaamste aggregaten van het eurogebied zouden deze gegevens maandelijks beschikbaar moeten zijn en met een termijn van ten hoogste één maand voor het verstrekken van de gegevens.

12.

De ECB verheugt zich over de verkorte termijn voor het verstrekken van gegevens en de wijziging van een driemaandelijkse naar een maandelijkse frequentie voor statistieken betreffende productie in de bouwsector (Bijlage, deel B).

13.

De ECB verwelkomt de geplande haalbaarheidsstudie voor het vaststellen van een variabele voor afzetprijzen in de bouw. Een dergelijke variabele zou de huidige variabele voor bouwkosten – hetgeen een inputprijsindex is – aanvullen aangezien de afzetprijsindex meer geschikt is voor prijsanalyse.

14.

De ECB verwelkomt de belangrijke verbeteringen die gepland zijn voor dienstenstatistieken, met name de invoering van een afzetprijsindex. Deze index zal een waardevolle component leveren voor een prijsanalyse van het eurogebied, en zal tevens bijdragen tot verbetering van de kwaliteit van groeiramingen in de nationale rekeningen. Aangezien de VEEI-streefdatum voor publicatie van de afzetprijsindex niet later is dan twee maanden na het kwartaal van rapportage, doet de ECB de suggestie de vereiste termijn voor gegevensverstrekking in de ontwerpverordening (drie maanden) gelijk te trekken met de meer geëigende VEEI-streefdatum. Bovendien zal de ontwerpverordening een datum vaststellen tot wanneer de lijst van door afzetprijsstatistieken bestreken dienstenactiviteiten kan worden gewijzigd (Bijlage, deel D). Aangezien geheel nieuwe statistieken worden ontwikkeld, kan deze beperking een averechts effect sorteren. Het dient mogelijk te zijn de reikwijdte van afzetprijsstatistieken voor diensten, indien nodig, te wijzigen naar gelang informatievereisten veranderen. De ECB zou daarom in overweging willen geven de termijn te schrappen.

15.

Wat betreft de omzetvariabele voor diensten verkort de ontwerpverordening de termijn voor gegevensverstrekking van drie tot twee maanden, hetgeen wordt verwelkomd. De ECB ondersteunt ook de geplande haalbaarheidsstudies voor het maandelijks samenstellen van omzetvariabelen voor diensten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 24 mei 2004.

De President van de ECB

Jean-Claude TRICHET


(1)  Statistische vereisten van de Europese Centrale Bank op het gebied van algemene economische statistieken, Europese Centrale Bank, augustus 2000. Zie ook het advies van het Europees Monetair Instituut betreffende een voorstel voor een verordening van de Raad inzake kortetermijnstatistieken (CON/97/19).


Top