EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003XC1231(01)

Aantekeningen bij bijlage III — Omschrijving van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking — bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

OJ C 321, 31.12.2003, p. 22–25 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52003XC1231(01)

Aantekeningen bij bijlage III — Omschrijving van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking — bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Publicatieblad Nr. C 321 van 31/12/2003 blz. 0022 - 0025


Aantekeningen bij bijlage III - Omschrijving van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking - bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

(2003/C 321/06)

Artikel 1, onder f) - Prijs af fabriek

In de prijs af fabriek van een product zijn begrepen:

- de waarde van alle bij de vervaardiging gebruikte materialen; en

- alle kosten (voor materialen en andere) die de fabrikant daadwerkelijk heeft gemaakt. Bijvoorbeeld: in de prijs af fabriek van opgenomen videocassettes, diskettes, software en soortgelijke producten die een element intellectuele eigendom bevatten, moeten, voor zover mogelijk, alle kosten zijn begrepen die de fabrikant, om bedoelde producten te kunnen vervaardigen, voor het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten heeft betaald, ongeacht het feit of de houder van deze rechten in het land van productie is gevestigd.

Er wordt geen rekening gehouden met kortingen (bijvoorbeeld kwantumkortingen of kortingen voor vervroegde betaling).

Artikel 4, lid 1, onder e) - "geheel en al verkregen producten" - Jacht

Het begrip "jacht" in artikel 4, lid 1, onder e), is ook van toepassing op de visserij op de binnenwateren (dat wil zeggen rivieren en meren) in de Gemeenschap of in Chili.

Artikel 9 - Stellen en assortimenten

De oorsprongsregel voor stellen en assortimenten is uitsluitend van toepassing op stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem.

Volgens deze regel moet elk product waaruit het stel of assortiment bestaat, met uitzondering van de producten waarvan de waarde niet meer dan 15 % van de totale waarde van het stel of assortiment bedraagt, voldoen aan de oorsprongsregels die gelden voor de post waaronder het zou zijn ingedeeld indien het een afzonderlijk product was en geen deel uitmaakte van een stel of assortiment, ongeacht de post waaronder het volledige stel of assortiment op grond van voornoemde algemene regel is ingedeeld.

Deze bepalingen blijven van toepassing zelfs indien op het uitzonderingspercentage van 15 % een beroep wordt gedaan voor een product dat, overeenkomstig voornoemde algemene regel, bepalend is voor de indeling van het volledige stel of assortiment.

Artikel 14 - Terugbetaling in geval van een vergissing

Wanneer het bewijs van de oorsprong niet correct is opgesteld of afgegeven, kan de terugbetaling of vrijstelling van rechten uitsluitend worden verleend indien aan de drie volgende voorwaarden is voldaan:

a) het onjuist afgegeven of opgestelde bewijs van de oorsprong wordt aan de autoriteiten van het land van uitvoer teruggezonden of de autoriteiten van het land van invoer geven een schriftelijke verklaring af dat geen preferentie werd verleend of zal worden verleend;

b) de bij de vervaardiging van het product gebruikte materialen zouden op grond van de geldende bepalingen voor een terugbetaling of vrijstelling van rechten in aanmerking zijn gekomen indien het bewijs van de oorsprong niet was gebruikt om de preferentie aan te vragen;

c) de terugbetalingstermijn is niet overschreden en aan de voorwaarden voor terugbetaling volgens het nationale recht van het betrokken land is voldaan.

Artikel 16 - Bewijsstukken voor gebruikte goederen

Het bewijs van de oorsprong kan eveneens worden afgegeven voor gebruikte of andere goederen waarvoor de gebruikelijke bewijsstukken, vanwege het lange tijdsverloop tussen de datum van productie, enerzijds, en de datum van uitvoer, anderzijds, niet meer beschikbaar zijn, mits:

a) de datum van productie of van invoer van de goederen vóór de periode ligt gedurende welke de bedrijven, volgens de wetgeving van het land van uitvoer, gehouden zijn boekhoudkundige bescheiden te bewaren;

b) de goederen op grond van ander bewijsmateriaal als van oorsprong beschouwd kunnen worden, zoals verklaringen van de fabrikant of van een ander bedrijf, het oordeel van deskundigen, merktekens op de goederen, beschrijving van de goederen enz.; en

c) er geen aanwijzingen zijn dat de goederen niet aan de oorsprongsregels voldoen.

Artikelen 16 en 23 - Overlegging van het bewijs van de oorsprong bij elektronische verzending van de aangifte ten invoer

Wanneer de aangifte ten invoer op elektronische wijze aan de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt verzonden, is het aan deze autoriteiten voorbehouden, in het kader van en krachtens de douanewetgeving van hun land, te besluiten wanneer en in hoeverre de documenten ten bewijze van de oorsprong daadwerkelijk dienen te worden aangeboden.

Artikel 16 - Omschrijving van de goederen in de certificaten voor goederenverkeer EUR.1

Voor omvangrijke zendingen of bij een algemene omschrijving van de goederen

Indien het vak voor de omschrijving van de goederen op het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 niet voldoende ruimte biedt om alle gegevens te vermelden die nodig zijn om de goederen te kunnen identificeren, met name in geval van omvangrijke zendingen, kan de exporteur de goederen waarop het certificaat betrekking heeft omschrijven op de aangehechte facturen voor die goederen en, zo nodig, op andere handelsdocumenten, mits:

a) de factuurnummers in vak 10 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden vermeld;

b) de facturen en, in voorkomend geval, de andere handelsdocumenten aan het certificaat worden vastgehecht voordat deze bij de douane of de bevoegde overheidsinstantie van het land van uitvoer wordt aangeboden;

en,

c) de douane of de bevoegde overheidsinstantie op de facturen en, in voorkomend geval, de andere handelsdocumenten een stempel aanbrengt waardoor deze één geheel vormen met het certificaat.

Artikel 16 - Uitvoer door een douane-expediteur

Een douane-expediteur kan optreden als gemachtigd vertegenwoordiger van de eigenaar van de goederen of van de persoon die een soortgelijk recht heeft om over de goederen te beschikken, zelfs indien deze persoon niet in het land van uitvoer is gevestigd, mits de douane-expediteur de oorsprong van de goederen kan aantonen.

Artikel 16 - Documenten die gevoegd zijn bij een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Een factuur die betrekking heeft op goederen die in het kader van een preferentieregeling uit het gebied van een van de partijen is uitgevoerd en bij het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 is gevoegd kan in een derde land zijn opgesteld.

Artikel 16 - Termen en afkortingen voor landen, groepen landen of gebieden in een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

Goederen van oorsprong uit de Gemeenschap kunnen in vak 4 van het certificaat(1) worden aangegeven als van oorsprong in:

- de Gemeenschap, of

- zowel een lidstaat als de Gemeenschap.

Ook andere termen die duidelijk naar de Gemeenschap verwijzen kunnen worden gebruikt, zoals, onder meer, Europese Gemeenschap, Europese Unie of een afkorting daarvan, zoals EG, EU enz. (of een gelijkwaardige vertaling in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld).

Dat Chili het land van oorsprong is kan dus zowel worden aangegeven door de officiële afkorting CL (ISO-tweelettercode) of de officiële afkorting CHL (drielettercode van de ISO)(2).

Artikel 17 - Technische redenen

Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan om "technische redenen" worden geweigerd wanneer het niet volgens de regels is opgesteld. In bepaalde gevallen kan een achteraf geviseerd certificaat worden voorgelegd, bijvoorbeeld in de volgende gevallen:

- het EUR.1-certificaat is niet op het voorgeschreven formulier opgesteld (bijv. het formulier heeft geen geguillocheerde ondergrond; het wijkt duidelijk af, wat afmetingen of kleur betreft, van het voorgeschreven model; het volgnummer ontbreekt; het is in een niet-toegelaten taal gedrukt);

- een verplicht in te vullen vak is niet ingevuld (bijv. vak 4), met uitzondering van vak 8;

- in vak 8 ontbreekt de tariefindeling van de goederen op het niveau van ten minste vier cijfers(3);

- de afwezigheid van stempel en ondertekening (bijv. vak 11);

- visering door een niet gemachtigde instantie;

- visering met behulp van een nieuw, nog niet doorgegeven stempel;

- voorlegging van een kopie of fotokopie in plaats van het origineel;

- in vak 5 is een land vermeld dat geen partij is bij de overeenkomst (bijv. Israël of Cuba).

Te volgen handelwijze

Het certificaat wordt van de aantekening "DOCUMENT GEWEIGERD" voorzien, onder opgave van de reden(en) van de weigering, en aan de importeur teruggezonden zodat deze om de afgifte achteraf van een nieuw certificaat kan verzoeken. De douane kan een kopie of fotokopie van het geweigerde certificaat bewaren met het oog op een controle achteraf of indien zij redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van fraude.

Artikel 20 - Praktische toepassing van de bepalingen inzake factuurverklaringen

Hierbij moet het volgende in acht worden genomen:

a) Producten die niet van oorsprong zijn en waarop de factuurverklaring dus geen betrekking heeft, moeten niet in de factuurverklaring worden vermeld. Op de factuur moet echter wel duidelijk worden aangegeven welke producten niet van oorsprong zijn, om misverstanden te voorkomen.

b) Verklaringen op fotokopieën van de facturen kunnen worden aanvaard indien deze verklaringen op dezelfde wijze zijn ondertekend als het origineel. Toegelaten exporteurs die de factuurverklaringen niet behoeven te ondertekenen, behoeven de factuurverklaringen op fotokopieën van de facturen ook niet te ondertekenen.

c) Een factuurverklaring op de achterzijde van de factuur kan worden aanvaard.

d) De factuurverklaring kan op een afzonderlijk, bij de factuur gevoegd blad worden opgesteld, mits dit blad als een deel van de factuur kan worden beschouwd. Een afzonderlijk formulier is niet toegestaan.

e) Een op een etiket gestelde verklaring die op de factuur is geplakt kan uitsluitend worden aanvaard indien er geen twijfel bestaat dat dit etiket door de exporteur is aangebracht, bijvoorbeeld doordat de handtekening of het stempel van de exporteur zowel het etiket als de factuur bedekken.

Artikel 20 - Waardebasis voor de afgifte en aanvaarding van door exporteurs opgestelde factuurverklaringen

De prijs af fabriek kan als waardebasis dienen om te besluiten wanneer een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 door een factuurverklaring kan worden vervangen, rekening houdend met de in artikel 21, lid 1, onder b) genoemde waardelimiet. Indien de prijs af fabriek als waardebasis wordt aangehouden, dient het land van invoer de factuurverklaringen die onder verwijzing naar deze prijs zijn opgesteld, te aanvaarden.

Indien er geen prijs af fabriek is, omdat de zending gratis is, wordt de door de autoriteiten van het land van invoer vastgestelde douanewaarde als basis voor de vaststelling van de waardelimiet aangehouden.

Artikel 21 - Toegelaten exporteur

Onder "exporteurs" worden personen of bedrijven verstaan, ongeacht het feit of zij producenten of handelaars zijn, voor zover zij aan de voorwaarden van bijlage III voldoen. Een douane-expediteur kan geen toegelaten exporteur zijn in de zin van bijlage III.

De status van toegelaten exporteur kan uitsluitend op schriftelijk verzoek van de exporteur worden toegekend. Bij het onderzoek van de aanvraag dienen de douaneautoriteiten of andere bevoegde overheidsinstanties vooral met het volgende rekening te houden:

- of de exporteur regelmatig goederen uitvoert; de douaneautoriteiten of andere bevoegde overheidsinstanties moeten daarbij vooral het regelmatige karakter van de uitvoer in aanmerking nemen, en niet zozeer het aantal zendingen of een bepaald bedrag;

- of de exporteur de oorsprong van de uit te voeren goederen te allen tijde kan aantonen. In dit verband is het nodig te bezien of de exporteur de toepasselijke oorsprongsregels kent en in het bezit is van alle bewijsstukken inzake de oorsprong. Bij producenten moet erop worden toegezien dat het aan de hand van de voorraadadministratie van de onderneming mogelijk is de oorsprong vast te stellen of, in geval van nieuwe ondernemingen, dat de onderneming een administratie heeft opgezet aan de hand waarvan de oorsprong kan worden vastgesteld. Bij handelaars moeten de normale handelsstromen van het bedrijf op meer diepgaande wijze worden onderzocht;

- of de exporteur, gelet op zijn exportactiviteiten in het verleden, de nodige waarborgen biedt ten aanzien van de oorsprong van de producten en de nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen.

Indien een vergunning is afgegeven moeten de exporteurs:

- zich ertoe verbinden uitsluitend factuurverklaringen af te geven voor goederen waarvoor zij, op het moment van afgifte, over alle nodige bewijsstukken of boekhoudkundige gegevens beschikken;

- de volledige verantwoordelijkheid op zich nemen voor het gebruik van de vergunning, met name wanneer er sprake is van onjuiste oorsprongsverklaringen of wanneer er op andere wijze misbruik van de vergunning is gemaakt;

- de verantwoordelijkheid op zich nemen dat de persoon die binnen de onderneming verantwoordelijk is voor de opstelling van factuurverklaringen de oorsprongsregels kent en begrijpt;

- zich ertoe verbinden de administratieve bewijsstukken van de oorsprong ten minste drie jaar te bewaren vanaf de datum van opstelling van de factuurverklaring;

- zich ertoe verbinden de douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties te allen tijde inzage te geven in de bewijsstukken en toe te staan dat deze autoriteiten of instanties te allen tijde de controles kunnen verrichten die zij dienstig achten.

De douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties moeten de toegelaten exporteurs regelmatig controleren. Bij deze controle, die op vastgestelde tijdstippen kan plaatsvinden, moet worden nagegaan dat de vergunning op correcte wijze wordt gebruikt, indien mogelijk met behulp van de risico-analysemethode.

De douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties stellen de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van het nationale systeem volgens welke de toegelaten exporteurs een nummer wordt toegewezen. De Commissie geeft deze gegevens door aan de douaneautoriteiten van de andere landen.

Artikel 24 - Invoer in deelzendingen

Een importeur die voor het bepaalde in dit artikel in aanmerking wenst te komen, dient de exporteur, vóór de uitvoer van de eerste deelzending, te laten weten dat slechts een enkel bewijs van oorsprong voor het volledige product is vereist.

Indien elke deelzending uitsluitend uit producten van oorsprong bestaat en deze deelzendingen van oorsprongsbewijzen vergezeld gaan, worden deze afzonderlijke oorsprongsbewijzen door de douaneautoriteiten van het land van invoer voor de deelzendingen aanvaard in plaats van het enkele oorsprongsbewijs voor het volledige product.

Artikel 31 - Weigering van de preferentiële behandeling zonder verificatie

Soms moet het bewijs van oorsprong als niet van toepassing worden beschouwd, onder meer om de volgende redenen:

- het vak "Omschrijving van de goederen" (vak 8 van het EUR.1-certificaat) is niet ingevuld of heeft betrekking op andere dan de aangeboden goederen;

- het bewijs van de oorsprong is afgegeven door een land dat geen partij is bij de overeenkomst, zelfs indien het goederen betreft van oorsprong uit de Gemeenschap of Chili (bijv. afgifte van een EUR.1-certificaat door Israël voor goederen van oorsprong uit Chili);

- een verplicht in te vullen vak van het EUR.1-certificaat (bijv. "Omschrijving van de goederen", "Aantal colli", "Land van bestemming", "Land van oorsprong") vertoont sporen van niet-gewaarmerkte raderingen of wijzigingen;

- de geldigheidstermijn van het EUR.1-certificaat is om andere redenen verstreken dan die welke in de wetgeving zijn voorzien (bijv. buitengewone omstandigheden), tenzij de goederen voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het certificaat werden aangeboden;

- het oorsprongsbewijs wordt achteraf voorgelegd voor goederen die aanvankelijk op frauduleuze wijze werden ingevoerd;

- in vak 4 van het EUR.1-certificaat is een land vermeld dat geen partij is bij de overeenkomst op grond waarvan de preferentiële behandeling wordt aangevraagd.

Te volgen handelwijze

Het bewijs van de oorsprong wordt van de aantekening "NIET VAN TOEPASSING" voorzien en bewaard door de douaneadministratie waarbij het werd aangeboden, om te voorkomen dat getracht zal worden het opnieuw te gebruiken. Onverminderd eventuele gerechtelijke maatregelen overeenkomstig het nationale recht, stellen de douaneautoriteiten van het land van invoer de douaneautoriteiten of bevoegde overheidsinstanties van het land van uitvoer terstond van de weigering in kennis, indien zij zulks dienstig achten.

Artikel 31 - Termijnen voor de controle van de oorsprongsbewijzen

Een land behoeft geen gevolg meer te geven aan een verzoek om een controle achteraf op grond van artikel 31, indien dit verzoek meer dan drie jaar na de afgifte van het EUR.1-certificaat of de opstelling van de factuurverklaring wordt ontvangen.

Aanhangsel I - Aantekening 6.1

De bijzondere regel voor textielmaterialen is niet van toepassing op voeringen en tussenvoeringen. Stof voor zakken wordt gemaakt uit een bijzondere stof die uitsluitend voor het maken van zakken in kledingstukken wordt gebruikt en kan dus niet als een normale voering of tussenvoering worden beschouwd. De bijzondere regel is dus van toepassing op stof voor zakken. De regel is van toepassing op weefsels aan het stuk en op complete zakken van oorsprong uit derde landen.

Artikelen 17 en 31

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Dezelfde termen en afkortingen kunnen rechtsgeldig worden gebruikt in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

(2) Dezelfde termen en afkortingen kunnen rechtsgeldig worden gebruikt in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

(3) Op het bewijs van de oorsprong mogen de goederen wel met een meer specifieke tariefindeling zijn vermeld.

Top