This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52003PC0150
Proposal for a Council Decision concerning the signature of the Agreement on Scientific and Technical Cooperation between the European Community and the State of Israel
Voorstel voor een Besluit van de Raad tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël
Voorstel voor een Besluit van de Raad tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël
/* COM/2003/0150 def. */
Voorstel voor een Besluit van de Raad tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël /* COM/2003/0150 def. */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Betreft: Voorstel voor een besluit van de Raad tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël 1. Bij Besluit 1999/224/EG van 22 februari 1999 heeft de Raad een overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël gesloten, die op 8 maart 1999 in werking is getreden. 2. Bij deze overeenkomst wordt Israël geassocieerd bij alle specifieke programma's van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. In artikel 12, lid 4, van deze overeenkomst wordt bepaald: «Indien de Gemeenschap een nieuw meerjarig kader programma voor onderzoek en ontwikkeling aanneemt, dan kan deze overeenkomst onder onderling overeen te komen voorwaarden worden herzien of hernieuwd.» 3. Op 29 maart 2002 heeft Israël de Commissie officieel verzocht om verlenging van de overeenkomst waarbij Israël wordt geassocieerd bij de activiteiten van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap. Met de hernieuwde overeenkomst zou Israël worden betrokken bij alle activiteiten van de specifieke programma's van het zesde kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie van de Europese Gemeenschap (2002-2006). 4. Aangezien de samenwerking in het kader van de overeenkomst bevredigend is verlopen, lijkt het in het belang van de Gemeenschap de overeenkomst te verlengen, zodat de tenuitvoerlegging van het zesde kaderprogramma te baat kan worden genomen om de Europese onderzoekruimte uit te breiden. 5. Op 12 augustus 2002 heeft de Commissie derhalve de Raad verzocht om machtiging tot het voeren van onderhandelingen over de verlenging van de huidige overeenkomst. Op 5 november 2002 heeft de Raad daarmee ingestemd en voorzien in een voorlopige inwerkingtreding van de hernieuwde overeenkomst. Deze voorlopige toepassing zou het voor de Israëlische gegadigden mogelijk maken deel te nemen aan de eerste uitnodigingen tot het indienen van voorstellen voor het zesde kaderprogramma. 6. Over de verlenging van de overeenkomst is onderhandeld overeenkomstig de richtsnoeren bij het besluit van de Raad van 5 november 2002. De onderhandelingen hebben geresulteerd in de aan deze mededeling gehechte ontwerp-overeenkomst en de bijlagen daarvan, die op 17 december 2002 door de gemachtigde vertegenwoordigers van beide partijen werden geparafeerd. 7. De ontwerp-overeenkomst is gebaseerd op de beginselen van wederzijds profijt, wederkerigheid van mogelijke deelname aan programma's en activiteiten die elke partij uitvoert op de gebieden die onder de overeenkomst vallen, non-discriminatie, doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendom en billijke verdeling van de intellectuele eigendomsrechten. 8. Gezien de bovenstaande overwegingen stelt de Commissie voor dat de Raad besluit - dat de overeenkomst namens de Europese Gemeenschap wordt ondertekend en de voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om de overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen; - dat de overeenkomst onmiddellijk na ondertekening ervan voorlopig in werking treedt. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 170, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Besluit 1999/224/EG [2] van 22 februari 1999 heeft de Raad de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël gesloten, die op 8 maart 1999 in werking is getreden. Bij deze overeenkomst wordt Israël geassocieerd bij alle specifieke programma's van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. [2] PB L 83 van 27.03.1999, blz.50. (2) In artikel 12, lid 4, van deze overeenkomst wordt bepaald: «Indien de Gemeenschap een nieuw meerjarig kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling aanneemt, dan kan deze overeenkomst onder onderling overeen te komen voorwaarden worden herzien of hernieuwd». (3) Op 5 november 2002 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen te voeren over de hernieuwing van de huidige overeenkomst, waarbij tevens diende te worden onderhandeld over de voorlopige toepassing van de hernieuwde overeenkomst. Door deze voorlopige toepassing zullen Israëlische partijen aan de eerste uitnodigingen voor het zesde kaderprogramma deel kunnen nemen. (4) De onderhandelingen hebben geresulteerd in de ontwerp-overeenkomst die op 17 december 2002 door de gemachtigde vertegenwoordigers van beide partijen werd geparafeerd. (5) Onder voorbehoud van de eventuele sluiting van de overeenkomst op een latere datum, dient de op 17 december 2002 geparafeerde overeenkomst te worden ondertekend en te worden voorzien in de voorlopige toepassing van de overeenkomst onmiddellijk na ondertekening ervan, BESLUIT: Artikel 1 Onder voorbehoud van de eventuele sluiting op een latere datum, wordt de voorzitter van de Raad gemachtigd de persoon aan te wijzen die bevoegd is de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël namens de Europese Gemeenschap te ondertekenen. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De overeenkomst is, onmiddellijk na ondertekening ervan, voorlopig van toepassing. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter OVEREENKOMST INZAKE WETENSCHAPPELIJKE EN TECHNISCHE SAMENWERKING TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE STAAT ISRAËL DE EUROPESE GEMEENSCHAP (hierna "de Gemeenschap" te noemen), enerzijds, en DE STAAT ISRAËL (hierna "Israël" te noemen), anderzijds, hierna de "partijen" te noemen, OVERWEGENDE het belang van de huidige wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen Israël en de Gemeenschap en hun wederzijds belang bij de versterking ervan in verband met de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte; OVERWEGENDE dat Israël en de Gemeenschap momenteel onderzoekprogramma's op gebieden van gemeenschappelijk belang ten uitvoer leggen; OVERWEGENDE dat Israël en de Gemeenschap er belang bij hebben in deze programma's tot wederzijds voordeel samen te werken; OVERWEGENDE het belang dat beide partijen erbij hebben de wederzijdse toegang van hun onderzoekinstituten tot onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in Israël enerzijds en de kaderprogramma's van de Gemeenschap voor onderzoek en technologische ontwikkeling anderzijds aan te moedigen; OVERWEGENDE de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en de lidstaten daarvan enerzijds en de staat Israël anderzijds, die op 1 juni 2000 in werking is getreden en krachtens welke partijen beloven hun wetenschappelijke en technologische samenwerking te intensiveren en overeenkomen om via afzonderlijke, speciaal daartoe gesloten overeenkomsten te voorzien in de regelingen die nodig zijn om die doelstelling te realiseren; OVERWEGENDE dat de Gemeenschap en Israël voor de duur van het vijfde kaderprogramma een overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking hebben gesloten, welke voorziet in de mogelijkheid tot hernieuwing onder onderling overeen te komen voorwaarden; OVERWEGENDE dat het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie bij Besluit nr. 1513/2002/EG een kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, dat moet bijdragen tot de totstandkoming van de Europese onderzoeksruimte en tot innovatie (2002-2006), hierna het "zesde kaderprogramma" te noemen, hebben aangenomen; OVERWEGENDE dat, onverminderd de toepasselijke bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, deze overeenkomst en alle daarin vermelde activiteiten op generlei wijze afbreuk zullen doen aan de bevoegdheden van de lidstaten om met Israël bilaterale activiteiten op het gebied van wetenschap, technologie, onderzoek en ontwikkeling uit te voeren en in voorkomend geval daartoe overeenkomsten te sluiten, ZIJN OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT: Artikel 1 Werkingssfeer 1. Israël wordt, onder de voorwaarden als vastgesteld of bedoeld bij deze overeenkomst en de bijlagen daarvan, geassocieerd bij het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2002-2006) (hierna "zesde EG-kaderprogramma" te noemen), zoals vastgesteld bij Besluit nr. 1513/2002/EG [3] en Verordening nr. 2321/2002/EG [4] van het Europees Parlement en de Raad en bij Beschikkingen nrs. 2002/834/EG [5], 2002/835/EG [6] en 2002/836/EG [7] van de Raad. [3] PB L 232 van 29.08.2002, blz. 1 [4] PB L 355 van 30.12.2002, blz. 23. [5] PB L 294 van 29.10.2002, blz. 1. [6] PB L 294 van 29.10.2002, blz. 44. [7] PB L 294 van 29.10.2002, blz. 60. 2. Behalve de in lid 1 bedoelde associatie, kan de samenwerking bovendien de volgende vormen aannemen: - regelmatige discussies over de hoofdlijnen en prioriteiten van het onderzoekbeleid en de onderzoekplanning in Israël en de Europese Gemeenschap; - discussies over de vooruitzichten voor ontwikkeling van de samenwerking; - tijdige verschaffing van informatie over de tenuitvoerlegging van programma's en onderzoekprojecten in Israël en de Europese Gemeenschap en over de resultaten van de in het kader van deze overeenkomst verrichte werkzaamheden; - gezamenlijke vergaderingen; - bezoeken en uitwisselingen van onderzoekers, ingenieurs en technici; - geregelde permanente contacten tussen programma- of projectbeheerders in Israël en de Europese Gemeenschap; - deelname van deskundigen aan seminars, symposia en workshops. Artikel 2 Voorwaarden met betrekking tot de associatie van Israël bij het zesde EG-kaderprogramma 1. Juridische entiteiten uit Israël nemen deel aan werkzaamheden onder contract en activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek met betrekking tot het zesde EG-kaderprogramma onder dezelfde voorwaarden als juridische entiteiten uit de lidstaten van de Europese Unie, met inachtneming van de voorwaarden als bepaald of bedoeld in de bijlagen I en II. Voor Israëlische onderzoekinstituten gelden, rekening houdend met de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en Israël, dezelfde voorwaarden voor de indiening en beoordeling van voorstellen en voor de toekenning en sluiting van contracten onder communautaire programma's als voor contracten die onder dezelfde programma's met onderzoekinstituten in de Gemeenschap worden gesloten. Juridische entiteiten uit de Europese Gemeenschap nemen deel aan onderzoek programma's en -projecten in Israël wat betreft onderwerpen die overeenstemmen met die van het zesde EG-kaderprogramma onder dezelfde voorwaarden als juridische entiteiten uit Israël, met inachtneming van de in de bijlagen I en II bepaalde voorwaarden. 2. Israël betaalt voor elk jaar van de looptijd van het zesde EG-kaderprogramma een financiële bijdrage aan de algemene begroting van de Europese Unie. De financiële bijdrage van Israël wordt toegevoegd aan het bedrag dat jaarlijks op de algemene begroting van de Europese Unie is uitgetrokken voor vastleggingskredieten om te voldoen aan de financiële verplichtingen in verband met de verschillende soorten maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering, het beheer en het functioneren van het zesde EG-kaderprogramma. De regels voor de berekening en de betaling van de financiële bijdrage van Israël zijn in bijlage III uiteengezet. 3. Vertegenwoordigers van Israël nemen als waarnemers deel aan de comités van het zesde EG-kaderprogramma als ingesteld bij Besluit nr. 1999/468/EG. De vertegenwoordigers van Israël mogen echter niet aanwezig zijn bij de stemmingen in de comités. Israël wordt in kennis gesteld van het resultaat. De deelname als bedoeld in dit lid heeft dezelfde vorm, met inbegrip van de procedures voor het ontvangen van informatie en documentatie, als de deelname van vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie. De vertegenwoordigers van Israël kunnen deelnemen aan de vergaderingen van het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (CREST). Dit comité komt bijeen zonder de aanwezigheid van de vertegenwoordigers van Israël in geval van stemming en anders uitsluitend in bijzondere omstandigheden. Israël wordt in kennis gesteld. 4. Vertegenwoordigers van Israël nemen als waarnemers deel aan de raad van bestuur van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek. De deelname als bedoeld in dit lid heeft dezelfde vorm, met inbegrip van de procedures voor het ontvangen van informatie en documentatie, als de deelname van vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie. 5. Reis- en verblijfkosten van Israëlische vertegenwoordigers die deelnemen aan vergaderingen van de in dit artikel genoemde comités en instanties of aan vergaderingen in verband met de tenuitvoerlegging van het zesde EG-kaderprogramma die door de Gemeenschap worden georganiseerd, worden door de Europese Gemeenschap op dezelfde grondslag als de vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie vergoed, en zulks volgens de momenteel geldende procedures. Artikel 3 Versterking van de samenwerking 1. Partijen stellen alles in het werk om in het kader van hun toepasselijke wetgeving het vrije verkeer en het verblijf van onderzoekers die aan de onder deze overeenkomst vallende activiteiten deelnemen, alsook het grensoverschrijdende vervoer van goederen die bestemd zijn om in het kader van die activiteiten te worden gebruikt, te vergemakkelijken. 2. Partijen zorgen ervoor dat geen belasting wordt geheven over geldoverdracht transacties tussen de Gemeenschap en Israël, voorzover dit geld benodigd is voor de uitvoering van onder deze overeenkomst vallende activiteiten. Artikel 4 Comité onderzoek Europese Gemeenschap-Israël 1. Er wordt een gemeenschappelijk comité opgericht, het "Comité onderzoek EG-Israël", dat onder meer de volgende taken heeft: - de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst bewerkstelligen, evalueren en aan een onderzoek onderwerpen; - alle maatregelen die de samenwerking kunnen verbeteren en uitbreiden, bestuderen; - regelmatige discussies houden over de hoofdlijnen en prioriteiten van het onderzoekbeleid en de onderzoekplanning in Israël en de Gemeenschap en over de vooruitzichten voor toekomstige samenwerking. 2. Het Comité onderzoek EG-Israël, dat wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de Commissie en van Israël, stelt zijn reglement van orde vast. 3. Het Comité onderzoek EG-Israël komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Buitengewone vergaderingen worden op verzoek van een van beide partijen gehouden. Artikel 5 Slotbepalingen 1. De bijlagen I, II en III vormen een integrerend deel van deze overeenkomst. 2. Deze overeenkomst wordt hierbij gesloten voor de duur van het zesde EG-kaderprogramma. De overeenkomst wordt van kracht op de datum waarop beide partijen elkaar in kennis stellen van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures en treedt in werking op 16.12.02. Deze overeenkomst kan alleen schriftelijk worden gewijzigd met instemming van beide partijen. Voor de vankrachtwording van de wijzigingen geldt dezelfde procedure als voor de overeenkomst zelf. Elk van beide partijen kan deze overeenkomst te allen tijde beëindigen met een opzegtermijn van twaalf maanden. Projecten en activiteiten die op het ogenblik waarop deze overeenkomst afloopt of wordt beëindigd, gaande zijn, worden onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden voortgezet totdat zij zijn voltooid. 3. In afwachting dat partijen hun interne procedures voor sluiting van deze overeenkomst voltooien, passen zij, zodra hij is ondertekend, de overeenkomst voorlopig toe. Indien een partij de andere partij meedeelt dat hij de overeenkomst niet zal sluiten, wordt hierbij onderling overeengekomen dat: - de Gemeenschap Israël zijn bijdrage aan de algemene begroting van de Europese Unie, als bedoeld in artikel 2, lid 2, zal terugbetalen; - bedragen die door de Gemeenschap zijn vastgelegd in verband met de deelname van Israëlische juridische entiteiten aan werkzaamheden op contract, met inbegrip van in artikel 2, lid 5, bedoelde vergoedingen, worden evenwel door de Gemeenschap afgetrokken van de bovengenoemde terugbetaling; - projecten en activiteiten die in het kader van deze voorlopige toepassing zijn opgezet en die op het ogenblik van de bovengenoemde mededeling gaande zijn, worden onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden voortgezet totdat zij zijn voltooid. 4. Indien de Europese Gemeenschap besluit het zesde EG-kaderprogramma te herzien, stelt zij binnen één week na de vaststelling van deze herzieningen door de Europese Gemeenschap Israël in kennis van de juiste inhoud ervan. In afwijking van lid 2, derde en vierde alinea, kan deze overeenkomst onder onderling overeen te komen voorwaarden worden beëindigd, indien een van de partijen binnen één maand na de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde herzieningen de andere partij in kennis stelt van haar voornemen deze overeenkomst te beëindigen. 5. Indien de Europese Gemeenschap een nieuw meerjarig kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie vaststelt, kan deze overeenkomst op verzoek van een van de partijen onder onderling overeen te komen voorwaarden worden herzien of hernieuwd. 6. Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is en onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, enerzijds, en op het grondgebied van de staat Israël, anderzijds. 7. Deze overeenkomst wordt in twee exemplaren opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Hebreeuwse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Gedaan te ..., ... Gedaan te ..., ... Voor de regering van de staat Israël Voor de Europese Gemeenschap BIJLAGE I Voorwaarden voor de deelname van juridische entiteiten uit de lidstaten van de Europese Unie en uit Israël Voor de doeleinden van deze overeenkomst wordt onder juridische entiteit verstaan natuurlijke persoon of rechtspersoon die overeenkomstig het nationale recht van zijn vestigingsplaats of het Gemeenschapsrecht is opgericht en die rechtspersoonlijkheid bezit en in eigen naam ongeacht welke rechten en plichten kan hebben. I. Voorwaarden voor de deelname van juridische entiteiten uit Israël aan werkzaamheden onder contract van het zesde EG-kaderprogramma 1. Voor deelname en financiering van in Israël gevestigde juridische entiteiten aan werkzaamheden onder contract van het zesde EG-kaderprogramma gelden de voorwaarden die voor "geassocieerde landen" zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 2321/2002 van het Europees Parlement en de Raad [8]. [8] PB L 355 van 30.12.2002, blz. 23. Israël wordt net zoals de lidstaten van de Europese Unie in aanmerking genomen voor de tenuitvoerlegging van alle werkzaamheden onder contract van het zesde EG-kaderprogramma op grond van artikel 169 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, mits ten minste twee van deze lidstaten of geassocieerde kandidaat-lidstaten, zoals omschreven in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2321/2002, aan dergelijke werkzaamheden onder contract deelnemen. 2. Juridische entiteiten uit Israël worden net zoals juridische entiteiten uit de Europese Gemeenschap in aanmerking genomen voor de selectie van onafhankelijke deskundigen voor de taken en onder de voorwaarden, als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 18 van Verordening (EG) nr. 2321/2002 en voor deelname aan diverse werkgroepen en raadgevende comités van het zesde EG-kaderprogramma. 3. In overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2321/2002 en het Financieel Reglement van de Europese Gemeenschap dienen contracten die door de Europese Gemeenschap worden gesloten met een juridische entiteit uit Israël met het oog op de uitvoering van werkzaamheden onder contract, te voorzien in controles en audits welke door of op gezag van de Commissie of de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen worden uitgevoerd. Met het oog op de samenwerking en de wederzijdse belangen verlenen de bevoegde Israëlische autoriteiten alle redelijkerwijs mogelijke assistentie die in de gegeven omstandigheden voor het uitvoeren van bedoelde controles en audits nodig of nuttig is. II. Voorwaarden voor de deelname van juridische entiteiten uit de lidstaten van de Europese Unie aan Israëlische onderzoekprogramma's en -projecten 1. Een voorwaarde voor de deelname van in de Europese Gemeenschap gevestigde juridische entiteiten, die krachtens het nationale recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of het Gemeenschapsrecht zijn opgericht, aan projecten van Israëlische programma's voor onderzoek en ontwikkeling kan zijn dat hieraan tevens wordt deelgenomen door ten minste één Israëlische juridische entiteit. Voorstellen voor deze deelname moeten, indien nodig, gezamenlijk met de Israëlische juridische entiteit(en) worden ingediend. 2. Rekening houdend met de aard van de samenwerking tussen Israël en de Europese Gemeenschap op dit gebied zijn, met inachtneming van het bepaalde in punt 1 en bijlage II, de rechten en plichten van in de Europese Gemeenschap gevestigde juridische entiteiten die aan onderzoekprojecten van Israëlische programma's voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen en de voorwaarden voor de indiening en beoordeling van voorstellen en voor de toekenning en sluiting van contracten in dergelijke projecten, onderworpen aan de Israëlische wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die de tenuitvoerlegging van programma's voor onderzoek en ontwikkeling regelen en in voorkomend geval de voorschriften inzake de nationale veiligheid, die ook voor Israëlische juridische entiteiten gelden, zodat gelijke behandeling gewaarborgd is. Financiering van in de Europese Gemeenschap gevestigde juridische entiteiten die aan onderzoekprojecten van Israëlische programma's voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen, is onderworpen aan de Israëlische wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die de tenuitvoerlegging van programma's voor onderzoek en ontwikkeling regelen en in voorkomend geval de voorschriften inzake de nationale veiligheid, die voor niet-Israëlische juridische entiteiten gelden die aan onderzoekprojecten van Israëlische programma's voor onderzoek en ontwikkeling deelnemen. Indien niet in financiering voor niet-Israëlische juridische entiteiten wordt voorzien, dragen Europese juridische entiteiten hun eigen kosten, met inbegrip van hun relatieve aandeel in de kosten van algemeen beheer en administratie van het project. 3. Afhankelijk van de aard van het project kunnen voorstellen worden ingediend bij: (i) het Kantoor van het Wetenschappelijk Hoofd van het Ministerie van Industrie en Handel voor gezamenlijke industriële onderzoek- en ontwikkelingsprojecten waaraan Israëlische bedrijven deelnemen. Er zijn geen van te voren vastgestelde gebieden voor projecten in dit programma voor onderzoek en ontwikkeling. Voorstellen voor gezamenlijke projecten kunnen op elk gebied van industrieel onderzoek en ontwikkeling worden ingediend. Bovendien kunnen in het kader van het Magnet-programma door Israëlische bedrijven voorstellen worden ingediend voor samenwerking met in de Gemeenschap gevestigde onderzoekinstituten. Voor dit soort samenwerking is de instemming vereist van het betrokken consortium en van de beheersinstanties van het Magnet-programma; (ii) het ministerie van Wetenschappen, Cultuur en Sport voor strategisch onderzoek op prioriteitsgebieden. De thema's worden jaarlijks vastgesteld en worden nader omschreven in een open uitnodiging tot het indienen van voorstellen; (iii) het Kantoor van het Wetenschappelijk Hoofd van het Ministerie van Landbouw - Fonds voor de stimulering van landbouwkundig onderzoek; (iv) het Kantoor van het Wetenschappelijk Hoofd van het Ministerie van Nationale Infrastructuur voor voorstellen op het gebied van energie, infrastructuur ontwikkeling en aardwetenschappen; (v) het kantoor van het Wetenschappelijk Hoofd van het ministerie van Volksgezondheid en de pas opgerichte Raad voor medisch onderzoek, waarin het agentschap voor biomedisch onderzoek is opgenomen. 4. Israël houdt de Europese Gemeenschap en de Israëlische juridische entiteiten regelmatig op de hoogte van de lopende Israëlische programma's en de mogelijkheden voor in de Europese Gemeenschap gevestigde juridische entiteiten om daaraan deel te nemen. BIJLAGE II Beginselen inzake de toekenning van intellectuele-eigendomsrechten I. Toepassing In de zin van deze overeenkomst heeft "intellectuele eigendom" de betekenis als gedefinieerd in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor intellectuele eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967. In de zin van deze overeenkomst wordt onder kennis verstaan de resultaten, met inbegrip van informatie, al dan niet beschermbaar, alsmede de auteursrechten of aan de genoemde resultaten verbonden rechten ten gevolge van de aanvraag of eventuele toekenning van octrooien, tekeningen en modellen, kwekersrechten, aanvullende beschermings certificaten of soortgelijke vormen van bescherming. II. Intellectuele eigendomsrechten van juridische entiteiten van de partijen 1. Elke partij zorgt ervoor dat de intellectuele eigendomsrechten van juridische entiteiten van de andere partij die deelnemen aan activiteiten die overeenkomstig deze overeenkomst worden uitgevoerd, en aanverwante rechten en plichten die uit een dergelijke deelname voortvloeien, worden behandeld in overeenstemming met de terzake geldende internationale overeenkomsten die op partijen van toepassing zijn, met inbegrip van de TRIPS-overeenkomst (overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die door de Wereldhandelsorganisatie wordt beheerd), de Conventie van Bern (Akte van Parijs 1971) en de Conventie van Parijs (Akte van Stockholm 1967). 2. Juridische entiteiten uit Israël die aan werkzaamheden onder contract van het zesde EG-kaderprogramma deelnemen, hebben met betrekking tot intellectuele eigendom rechten en plichten onder de voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 2321/2002 [9] van het Europees Parlement en de Raad en in het dienovereenkomstig met de Europese Gemeenschap gesloten contract, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1. [9] PB L 355 van 30.12.2002, blz. 23. Indien Israël deelneemt aan werkzaamheden onder contract van het zesde EG-kaderprogramma die op grond van artikel 169 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap ten uitvoer worden gelegd, heeft Israël dezelfde rechten en plichten met betrekking tot intellectuele eigendom als de deelnemende lidstaten, zoals vastgelegd in de desbetreffende verordening van het Europees Parlement en de Raad en in het dienovereenkomstig met de Europese Gemeenschap gesloten contract, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1. 3. Juridische entiteiten uit de Europese Gemeenschap die aan Israëlische onderzoekprojecten of programma's deelnemen, hebben met betrekking tot intellectuele eigendom dezelfde rechten en plichten als in Israël gevestigde juridische entiteiten die aan deze onderzoekprojecten of programma's deelnemen, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in punt 1. III. Intellectuele eigendomsrechten van de partijen 1. Tenzij door de partijen uitdrukkelijk anderszins overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op kennis die door de partijen is verkregen in het kader van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, lid 2, van deze overeenkomst: a) De partij die dergelijke kennis genereert is eigenaar van die kennis. Indien het respectieve aandeel in het werk niet kan worden vastgesteld, is die kennis de gezamenlijke eigendom van de partijen. b) De partij die eigenaar is van die kennis, verleent de andere partij toegangsrechten daartoe voor de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, lid 2, van deze overeenkomst. Deze toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend. 2. Tenzij door de partijen uitdrukkelijk anderszins overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op wetenschappelijke publicaties van de partijen: a) Indien een partij in tijdschriften, artikelen, rapporten, boeken, video-opnamen of computerprogramma's wetenschappelijke en technische gegevens, informatie en resultaten publiceert, die het resultaat zijn van en betrekking hebben op in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde werkzaamheden, wordt de andere partij een wereldwijd geldend, niet-exclusief, onherroepelijk recht met vrijstelling van royalty's verleend om die werken te vertalen, te reproduceren, te bewerken, te verspreiden en openbaar te maken. b) Op alle voor publicatie bestemde exemplaren van gegevens en informatie die door het auteursrecht worden beschermd en die in het kader van dit punt tot stand zijn gekomen, dient de naam van de auteur(s) van het werk te worden vermeld, tenzij de auteur uitdrukkelijk daarvan af wenst te zien. Ook moet op een duidelijk zichtbare plaats worden verwezen naar de medewerking en de steun van de partijen. 3. Tenzij door de partijen uitdrukkelijk anderszins overeengekomen, zijn de volgende regels van toepassing op niet openbaar te maken informatie van de partijen: a) Wanneer aan de andere partij informatie betreffende in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde werkzaamheden wordt meegedeeld, stelt elke partij vast welke informatie zij niet openbaar wenst te maken. b) De ontvangende partij kan onder eigen verantwoordelijkheid speciaal ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst niet openbaar te maken informatie meedelen aan instanties of personen die onder haar gezag vallen. c) Indien de partij die niet openbaar te maken gegevens verstrekt, hiermee schriftelijk instemt, mag de ontvangende partij deze gegevens op een ruimere schaal verspreiden dan volgens punt 2 is toegestaan. De partijen werken samen procedures uit voor het aanvragen en verkrijgen van voorafgaande schriftelijke toestemming voor die verspreiding op ruimere schaal; elke partij verleent deze goedkeuring voorzover dit in het kader van haar binnenlands beleid en haar nationale voorschriften en wetten mogelijk is. d) Niet op schrift gestelde niet openbaar te maken gegevens of andere vertrouwelijke informatie die worden verstrekt tijdens studiedagen en andere bijeenkomsten tussen vertegenwoordigers van de partijen, welke in het kader van deze overeenkomst plaatsvinden, of gegevens verkregen door de indienstneming van personeel, het gebruik van voorzieningen of werkzaamheden onder contract, blijven vertrouwelijk, wanneer de ontvanger van dergelijke niet openbaar te maken of anderszins vertrouwelijke gegevens is gewezen op het vertrouwelijke karakter van de meegedeelde informatie, op het tijdstip waarop deze mededeling plaatsvindt, overeenkomstig punt 1. e) Elke partij probeert ervoor te zorgen dat niet openbaar te maken informatie die zij in overeenstemming met de punten 1 en 3 ontvangt, wordt beheerd zoals in die punten is bepaald. Indien één van de partijen zich realiseert dat zij niet in staat is, of redelijkerwijs verwacht niet in staat te zullen zijn, om de in de punten 1 en 3 vervatte bepalingen inzake niet-verspreiding na te leven, stelt zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis. De partijen plegen vervolgens overleg om een passende gedragslijn vast te stellen. BIJLAGE III Regels voor de financiële bijdrage van Israël aan het zesde EG-kaderprogramma I. Berekening van de financiële bijdrage van Israël 1. De financiële bijdrage van Israël aan het zesde EG-kaderprogramma wordt elk jaar vastgesteld in evenredigheid met en als aanvulling op het bedrag dat jaarlijks op de algemene begroting van de Europese Unie beschikbaar is voor vastleggingskredieten die benodigd zijn voor de tenuitvoerlegging, het beheer en het functioneren van het zesde EG-kaderprogramma. 2. De evenredigheidsfactor voor het bepalen van de Israëlische bijdrage wordt bepaald door de verhouding tussen het bruto binnenlands product van Israël tegen marktprijzen en de som van de bruto binnenlandse producten van de lidstaten van de Europese Unie en Israël samen tegen marktprijzen. Deze verhouding wordt berekend op basis van de meest recente statistische gegevens, voor datzelfde jaar, van de Internationale Bank voor herstel en ontwikkeling die op het tijdstip waarop het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, beschikbaar zijn. 3. Zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 september van het jaar voor elk begrotingsjaar deelt de Commissie Israël, samen met de nodige achtergrondinformatie, het volgende mee: - de bedragen van de vastleggingskredieten op de staat van uitgaven van het voorontwerp van begroting van de Europese Gemeenschappen die betrekking hebben op het zesde EG-kaderprogramma; - het op basis van het voorontwerp van begroting geraamde bedrag van de bijdrage van Israël in verband met zijn deelname aan het zesde EG-kaderprogramma overeenkomstig de punten 1, 2 en 3. Zodra de algemene begroting definitief is vastgesteld, deelt de Commissie Israël de in de eerste alinea bedoelde met de deelname van Israël corresponderende definitieve bedragen op de staat van uitgaven mee. II. Betaling van de financiële bijdrage van Israël 1. Uiterlijk op 1 januari en 15 juni van elk begrotingsjaar doet de Commissie aan Israël een verzoek tot storting in verband met de bijdrage van Israël in het kader van deze overeenkomst. Dit verzoek tot storting betreft de betaling van onderscheidenlijk: - zes twaalfden van de bijdrage van Israël uiterlijk op 20 februari; - zes twaalfden van de bijdrage van Israël uiterlijk op 15 juli. De uiterlijk op 20 februari te betalen zes twaalfden worden evenwel berekend op basis van het bedrag dat in de staat van ontvangsten van het voorontwerp van algemene begroting is opgenomen. Het aldus betaalde bedrag wordt geregulariseerd bij de betaling van de uiterlijk op 15 juli te betalen zes twaalfden. Voor het eerste jaar van de uitvoering van deze overeenkomst doet de Commissie binnen dertig dagen na de inwerkingtreding ervan een eerste verzoek tot storting. Indien dit verzoek na 15 juni wordt gedaan, dan betreft het de betaling, binnen 30 dagen, van twaalf twaalfden van de bijdrage van Israël, berekend op basis van het bedrag dat in de staat van ontvangsten van de begroting is opgenomen. 2. De bijdrage van Israël wordt uitgedrukt en betaald in euro. Betalingen van Israël worden als in de begroting opgenomen ontvangsten geboekt voor de Gemeenschapsprogramma's onder de passende begrotingslijn van de staat van ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Het financieel reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op het beheer van de kredieten. 3. Israël betaalt zijn bijdrage in het kader van deze overeenkomst volgens het in punt 1 vermelde tijdschema. Voor elke te late betaling van de bijdrage wordt door Israël moratoire interest op het resterende bedrag vanaf de vervaldatum betaald. Als interest geldt de rentevoet die de Europese Centrale Bank hanteert voor haar belangrijkste herfinancieringsoperaties in euro op de vervaldatum, verhoogd met 1,5 procentpunten. Ingeval de betaling van de bijdrage zo lang uitblijft dat de uitvoering en het beheer van het programma ernstig in gevaar komen, wordt de deelname van Israël aan het programma voor het betreffende begrotingsjaar door de Commissie geschorst als na 20 werkdagen na verzending van een formele aanmaningsbrief aan Israël de bijdrage nog steeds niet is betaald, onverminderd de verplichtingen van de Gemeenschap uit hoofde van reeds gesloten contracten die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van geselecteerde werkzaamheden onder contract. 4. Uiterlijk op 31 mei van het jaar na een begrotingsjaar wordt de staat van de kredieten voor het zesde EG-kaderprogramma in verband met dat begrotingsjaar opgesteld en ter informatie aan Israël toegezonden in de voor de jaarrekening van de Commissie gebruikelijke opmaak. 5. Bij de afsluiting van de rekeningen over elk begrotingsjaar gaat de Commissie in het kader van de opstelling van de jaarrekening over tot regularisering van de rekeningen in verband met de deelname van Israël. Bij deze regularisering wordt rekening gehouden met wijzigingen die zich in de loop van het begrotingsjaar hebben voorgedaan door overschrijvingen, annuleringen, overboekingen, vrijgekomen kredieten of aanvullende en gewijzigde begrotingen. Deze regularisering vindt plaats ten tijde van de tweede betaling voor het volgende begrotingsjaar en voor het laatste begrotingsjaar in juli 2007. Verdere regulariseringen vinden ieder jaar plaats tot en met juli 2010. FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT Beleidsgebied(en): ONDERZOEK & TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING Activiteit(en): Internationale samenwerking op het gebied van wetenschap en techniek Benaming van de actie: Voorstel voor een besluit van de Raad tot ondertekening van de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël 1. Begrotingsplaats(en) + Omschrijving(en) De deelname van Israëlische juridische entiteiten aan eigen werkzaamheden en werkzaamheden onder contract, alsmede de kosten in verband met de uitvoering van de overeenkomst (reiskosten van Europese deskundigen en van EG-ambtenaren voor dienstreizen, workshops, seminars en vergaderingen) komen ten laste van de specifieke begrotingsplaatsen van de specifieke programma's van het kaderprogramma voor OTO van de Europese Gemeenschap (deel B, artikel B6 601). Deelname van Israël (inkomsten) Hoofdstuk 60 (inkomsten), artikelen B6-451 en B6-551 (uitgaven). De bijdrage van Israël in de begroting van het kaderprogramma zal evenredig zijn met de verhouding tussen het bruto binnenlands product (BBP) van Israël en de som van de bruto binnenlandse producten van de lidstaten van de Europese Unie en van Israël samen. 2. Algemene cijfers 2.1. Totale toewijzing voor de actie (deel B): miljoen EUR aan vastleggingskredieten (VK) 2.2. Duur 2002-2006. De regeling voor de hernieuwing is vastgelegd in artikel 12 van de overeenkomst. 2.3. Meerjarenraming van de uitgaven a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (cf. punt 6.1.1) in miljoen euro (tot op 3 decimalen nauwkeurig) >RUIMTE VOOR DE TABEL> (b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (cf. punt 6.1.2) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> (c) Financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (cf. punten 7.2 en 7.3) >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten [JA] Voorstel verenigbaar met de bestaande financiële programmering. 2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten [10] [10] Zie het afzonderlijke oriënterend document voor meer informatie. [JA] Financiële gevolgen: financiële bijdrage van een derde land in de begroting van het zesde kaderprogramma. Het effect op de ontvangsten is als volgt: De bijdrage van Israël in de begroting van het kaderprogramma zal evenredig zijn met de verhouding tussen het bruto binnenlands product (BBP) van Israël en de som van de bruto binnenlandse producten van de lidstaten van de Europese Unie en van Israël samen. Geraamde bijdrage in 6KP op grond van het BBP van 1999: BBP EUR 15 // 8.498.599 [11] [11] Bron: « World Development Indicators », Wereldbank, Washington, februari 2002, tabel 12 - « Structure of output », blz. 296-297. BBP Israël // 100.840 evenredigheidsfactor: >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >RUIMTE VOOR DE TABEL> 3. BEGROTINGSKENMERKEN >RUIMTE VOOR DE TABEL> 4. RECHTSGRONDSLAG Artikelen 170 en 300 van het EG-Verdrag. 4.1. Benamingen en verwijzingen - Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 170, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en lid 3, eerste alinea. - Besluit nr. 1513/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende het zesde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, ter bevordering van de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte en van innovatie (2002-2006). 5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING 5.1. Noodzaak van een communautair optreden Financiering door de Gemeenschap is onmisbaar aangezien de geplande samenwerking deel uitmaakt van de uitvoering van het kaderprogramma, evenals van het begrotingsonderdeel betreffende de huishoudelijke uitgaven voor rekening van de Gemeenschap (dienstreizen van deskundigen en EU-ambtenaren, organisatie van workshops, seminars en vergaderingen in de Europese Gemeenschap en Israël). 5.1.1. Doelstellingen De overeenkomst moet Israël en de Gemeenschap in staat stellen wederzijds profijt te trekken van de wetenschappelijke en technische vorderingen die via hun respectieve onderzoekprogramma's worden geboekt, waarbij de Israëlische wetenschappelijke wereld en industrie deelnemen aan programma's van de kaderprogramma's voor OTO van de Europese Gemeenschap en in de Gemeenschap gevestigde partijen zonder subsidie deelnemen aan onderzoekactiviteiten die door de Israëlische overheid worden gefinancierd. Begunstigden in de Europese Gemeenschap en Israël zijn de wetenschappelijke wereld, het bedrijfsleven en de bevolking in het algemeen, dank zij de directe en indirecte effecten van de samenwerking. 5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting De wijze van financiering zal gebaseerd zijn op de aard van de voorgestelde samenwerking (associatie van een derde land bij specifieke communautaire onderzoekprogramma's). 5.3. Tenuitvoerlegging Rechtstreeks beheer door de Commissie. 6. FINANCIËLE GEVOLGEN 6.1. Totale financiële gevolgen voor deel B (voor de gehele programmeringsperiode) 6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in deel B (voor de gehele programmeringsperiode) 7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 7.1. Gevolgen voor de personele middelen De Commissie vraagt geen extra ambten voor het beheer van de overeenkomst. Er worden geen ambtenaren specifiek voor het beheer van de overeenkomst aangesteld. De overeenkomst zal worden beheerd door het personeel dat voor het zesde kaderprogramma is toegewezen. 7.2. Algemene financiële gevolgen in verband met de personele middelen 7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien >RUIMTE VOOR DE TABEL> De bedragen stemmen overeen met de totale uitgaven gedurende 12 maanden. I. Jaartotaal (7.2 + 7.3) II. Duur van de actie III. Totale kosten van de actie (I x II) // EUR 660 000 4 jaar EUR 2 640 000 8. TOEZICHT EN EVALUATIE 8.1. Follow-upsysteem De samenwerkingsovereenkomst zal periodiek door de betrokken diensten van de Commissie worden geëvalueerd en zal één keer per jaar door de Gemeenschap en Israël gezamenlijk worden geëvalueerd. De evaluatie behelst: (a) Meetpunten het aantal per specifiek programma door Israël ingediende voorstellen vergeleken met het aantal voor financiering binnen het programma geselecteerde voorstellen; het aantal door Israël ingediende voorstellen vergeleken met het aantal voor financiering binnen het kaderprogramma geselecteerde voorstellen; het aantal binnen de specifieke programma's van het kaderprogramma ingediende voorstellen vergeleken met het relatieve aandeel (1%) van de deelname van Israël aan deze programma's; het aantal voor financiering binnen de specifieke programma's van het kaderprogramma geselecteerde Israëlische voorstellen vergeleken met de relatieve deelname van Israël aan deze programma's. (b) Verzameling van informatie: Op basis van gegevens over de specifieke programma's van het kaderprogramma. (c) Correcties: Via informatie aan de betrokken partners aan beide kanten over de praktische regeling voor deelname aan de specifieke programma's van het kaderprogramma. De informatie zal worden doorgegeven overeenkomstig de aanbevelingen van het Gemengd samenwerkingscomité. 8.2. Evaluatie Aan het einde van het zesde kaderprogramma zal de Commissie alle samenwerkingsactiviteiten die onder de overeenkomst vallen, evalueren. 9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Wanneer voor de uitvoering van het kaderprogramma externe contractanten moeten worden gebruikt of financiële bijdragen aan derden worden verstrekt, zal de Commissie waar nodig financiële controles uitvoeren, met name wanneer zij redenen heeft om te twijfelen aan de realistische aard van de uitgevoerde of in de activiteitsrapporten beschreven werkzaamheden. De financiële controles van de Gemeenschap worden uitgevoerd door eigen personeel of door accountants, erkend volgens de wetgeving van de gecontroleerde partij. De Gemeenschap kiest deze laatsten vrij, maar vermijdt risico's van belangenconflicten die haar door de gecontroleerde partij kunnen worden meegedeeld. Bovendien zal de Commissie er bij het uitvoeren van de onderzoeksactiviteiten voor zorgen dat de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden beschermd door effectieve controles en, wanneer onregelmatigheden worden ontdekt, maatregelen alsmede afschrikkende en evenredige sancties. Om deze doelstelling te verwezenlijken zullen regels in verband met controles, maatregelen en sancties, onder verwijzing naar de Verordeningen nrs. 2988/95, 2185/96, 1073/99 en 1074/99, in alle bij de tenuitvoerlegging van het kaderprogramma gebruikte contracten worden opgenomen. Met name moeten in de contracten de volgende punten worden opgenomen: - de opname van specifieke contractuele clausules om de financiële belangen van de EG te beschermen bij het uitvoeren van controles en controlemaatregelen in verband met de verrichte werkzaamheden; - de inzet van administratieve controleurs op het gebied van fraudebestrijding, in overeenstemming met Verordeningen nrs. 2185/96, 1073/1999 en 1074/1999; - de toepassing van administratieve sancties voor alle opzettelijke of nalatige onregelmatigheden bij de tenuitvoerlegging van de contracten, in overeenstemming met Kaderverordening nr. 2988/95, inclusief een mechanisme voor plaatsing op een zwarte lijst; - het feit dat mogelijke invorderingsopdrachten in geval van onregelmatigheden en fraude executoriale titel vormen overeenkomstig artikel 164 van het EGA-Verdrag. Bovendien zal, bij wijze van routinemaatregel, een intern audit- en controleprogramma met betrekking tot wetenschappelijke en budgettaire aspecten worden uitgevoerd door het bevoegde personeel van het DG Onderzoek, zal door de eenheid Interne audit van het DG Onderzoek interne financiële controle worden uitgevoerd en zullen lokale inspecties door deze eenheid en de Rekenkamer worden uitgevoerd.