EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52001XC0924(01)

Aanwijzingen in verband met titel III "Economische douaneregelingen" van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

OJ C 269, 24.9.2001, p. 1–50 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52001XC0924(01)

Aanwijzingen in verband met titel III "Economische douaneregelingen" van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

Publicatieblad Nr. C 269 van 24/09/2001 blz. 0001 - 0050


Aanwijzingen

in verband met titel III "Economische douaneregelingen" van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

(2001/C 269/01)

De hieronder genoemde verwijzingen verwijzen naar die titel.

Inleidende opmerkingen

Zoals vermeld in de mededeling van de Commissie betreffende een strategie voor de douane-unie en zoals gevraagd door de vertegenwoordigers van de douaneadministraties van de lidstaten, dienen zowel voor de administraties als voor bedrijven aanwijzingen te worden opgesteld om het proces van vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures aan te vullen.

Deze aanwijzingen zijn wettelijk niet bindend en hebben een verklarend karakter. Hun doel is een middel te verschaffen dat de correcte toepassing door de lidstaten van de gemoderniseerde wettelijke bepalingen inzake economische douaneregelingen moet vergemakkelijken.

HOOFDSTUK 1

BASISBEPALINGEN DIE VERSCHILLENDE REGELINGEN GEMEEN HEBBEN

AFDELING 3

Grensoverschrijdende vergunning

(Artikel 500)

Behalve in geval van tijdelijke invoer moet een aanvraag voor een grensoverschrijdende vergunning worden ingediend bij de douaneautoriteiten die bevoegd zijn voor de plaats waar de hoofdboekhouding van de aanvrager wordt bijgehouden, teneinde controle van de regeling aan de hand van de boekhouding te vereenvoudigen, en waar ten minste een deel van de door de vergunning te dekken opslag, veredeling, bewerking of behandeling wordt verricht of vanwaar de tijdelijke uitvoer plaatsvindt.

De hoofdboekhouding zou de boekhouding kunnen zijn die als de hoofdboekhouding voor douanedoeleinden kan worden beschouwd en aan de hand waarvan de douaneautoriteiten toezicht kunnen uitoefenen op de regeling en deze kunnen controleren.

AFDELING 5

De vergunning

(Artikel 506)

Binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag, of binnen 60 dagen indien de aanvraag betrekking heeft op de regeling douane-entrepots, of nadat de douaneautoriteiten de nog ontbrekende of de door hen gevraagde aanvullende inlichtingen hebben ontvangen, wordt de aanvrager van de afgifte van de vergunning in kennis gesteld of van de redenen waarom de aanvraag is afgewezen.

De aanvraag zou kunnen worden geacht te zijn ingediend op de dag waarop de douaneautoriteiten deze ontvangen.

Geldigheidsduur van de vergunning

(Artikel 507)

Vergunningen voor actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht en passieve veredeling kunnen vanaf de datum van inwerkingtreding niet meer dan drie jaar geldig zijn, tenzij geldige redenen worden aangevoerd voor afwijkingen op deze regel. Voor onder de in bijlage 73, deel A, bedoelde goederen die onder de regeling actieve veredeling zijn geplaatst, bedraagt de geldigheidsduur evenwel niet meer dan zes maanden. Voor de in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad bedoelde melk en zuivelproducten mag de geldigheidsduur niet langer zijn dan drie maanden.

Goederen zouden uitsluitend tijdens de geldigheidsduur van de vergunning onder de regeling mogen worden geplaatst. In geval van voorafgaande uitvoer onder actieve veredeling, zouden uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten echter enkel ten uitvoer kunnen worden aangegeven tijdens de geldigheidsduur van de vergunning.

Vergunning achteraf

(Artikel 508, lid 3, onder a))

Voorbeelden van klaarblijkelijke nalatigheid

Er is met name sprake van klaarblijkelijke nalatigheid (of kennelijke nalatigheid) wanneer een persoon, of zijn vertegenwoordiger, niet de procedurele eisen in acht heeft genomen die hij in beginsel in acht had moeten nemen om de vergunning te verkrijgen, terwijl deze persoon bekend had kunnen zijn met het bestaan van die eisen of zich reeds in een dergelijke situatie heeft bevonden en daarom op de hoogte was van de wettelijke voorwaarden voor het verkrijgen van de verguning.

Voorbeeld van het verlenen van een vergunning achteraf overeenkomstig artikel 508, lid 3

Voorbeeld 1

Op 1 februari 2002 worden onderdelen uit derde landen (als bedoeld in bijlage 73, deel A) in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebracht om daar verder te worden bewerkt en op de binnenlandse markt te worden verkocht. Na invoer en bewerking van deze onderdelen uit derde landen, verneemt het bedrijf dat de persoon in de Gemeenschap die deze bewerkte goederen zou kopen, failliet is gegaan. Daar er geen andere kopers zijn in de Gemeenschap besluit het bedrijf de veredelingsproducten op 15 juli 2002 uit te voeren.

Op grond van de regeling actieve veredeling (systeem inzake schorsing) zou dit bedrijf in aanmerking zijn gekomen voor de terugbetaling van de invoerrechten. In dit geval zou de transactie bij wijze van uitzondering door een vergunning achteraf geregeld kunnen worden.

Het bedrijf vraagt daarom op 1 juli 2002 achteraf een vergunning aan. Op grond van artikel 508, lid 3, kunnen de douaneautoriteiten dus een vergunning afgeven die op 1 februari 2002 in werking treedt en die tot en met 31 juli 2002 geldig is.

Een vergunning achteraf kan echter uitsluitend worden afgegeven indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, namelijk:

- De bepaling geldt uitsluitend in buitengewone omstandigheden en de aanvrager moet de economische noodzaak aantonen.

- De aanvraag mag geen verband houden met pogingen tot bedrog of kennelijke nalatigheid.

- De in artikel 507 vermelde geldigheidsduur moet in acht worden genomen. In geval van de in bijlage 73, deel A, bedoelde goederen kan de vergunning niet meer dan zes maanden geldig zijn.

- Uit de administratie van de aanvrager moet blijken dat aan alle voorwaarden van de regeling is voldaan. Onder meer moet de toepassing van de regeling gecontroleerd kunnen worden.

- De situatie van de goederen moet geregulariseerd worden door de ongeldigmaking van de aangifte voor het vrije verkeer en het opstellen van een nieuwe aangifte tot plaatsing onder de regeling actieve veredeling, overeenkomstig artikel 251, lid 1, onder c).

Voorbeeld 2

Op 1 juli 2001 kan een bedrijf om een vergunning achteraf verzoeken voor een periode die ten hoogste één jaar teruggaat.

Indien dit bedrijf de aanvraag vóór 1 juli 2001 indient, bijvoorbeeld op 28 juni, kan geen vergunning achteraf op grond van de nieuwe voorschriften worden verleend, omdat de rechtsbasis dan nog niet van toepassing is.

Voorbeeld 3

Op 1 juli 2001 dient een bedrijf een aanvraag in voor een vergunning voor behandeling onder douanetoezicht voor een periode die voor 1 juli 2001 ligt.

- De voorwaarden van artikel 508, lid 3, zouden van toepassing kunnen zijn, met name de nieuwe geldigheidsduur die niet mag worden overschreden en de eis een administratie te voeren.

- De "nieuwe" procedurevoorschriften zouden van toepassing kunnen zijn, zoals, bijvoorbeeld, het gebruik van het nieuwe model in bijlage 67 of, bijvoorbeeld, de procedure voor de afgifte van een grensoverschrijdende vergunning overeenkomstig artikel 500.

- De "oude" inhoudelijke voorschriften zouden van toepassing kunnen zijn. Dit betekent dat toepassing van de regeling alleen mogelijk is voor de in de oude bijlage 87 genoemde goederen en behandelingen.

Voorbeeld 4

Een EG-bedrijf heeft communautaire goederen (textielproducten) onder de regeling passieve veredeling naar een derde land uitgevoerd. Bij het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsproducten in de Gemeenschap heeft het bedrijf een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 voorgelegd, op grond waarvan volledige vrijstelling van invoerrechten werd verkregen.

Bij een controle achteraf blijkt dat bij vergissing is vermeld dat de goederen van preferentiële oorsprong zijn omdat de oorsprongsregels niet goed zijn begrepen. De douanerechten moesten worden nagevorderd overeenkomstig de regels die van toepassing zijn in het kader van een vergunning passieve veredeling.

Daar de veredelingsproducten echter in de Gemeenschap een verdere bewerking hebben ondergaan en daarna zijn uitgevoerd, kon het EG-bedrijf toch in aanmerking komen voor een volledige vrijstelling van invoerrechten doordat achteraf een vergunning actieve veredeling werd verleend.

Voorbeeld 5

Een EG-bedrijf heeft communautaire goederen (textielproducten) voor veredeling naar een derde land uitgevoerd. Bij het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsproducten in de Gemeenschap heeft het bedrijf een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 voorgelegd, op grond waarvan volledige vrijstelling van invoerrechten werd verkregen.

Bij een controle achteraf blijkt dat bij vergissing is vermeld dat de goederen van preferentiële oorsprong zijn omdat de oorsprongsregels niet goed zijn begrepen. De douanerechten moesten worden nagevorderd; bij de berekening van douanerechten moest de totale waarde van de veredelingsproducten in aanmerking worden genomen.

Daar het bedrijf echter wel voor een vergunning passieve veredeling in aanmerking was gekomen indien het die vergunning had aangevraagd voordat de goederen tijdelijk werden uitgevoerd (indien het bedrijf had geweten dat niet aan de oorsprongsregels werd voldaan), kon het toch voor een gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten in aanmerking komen doordat achteraf een vergunning passieve veredeling werd verleend.

AFDELING 6

Andere bepalingen over de werking van de regelingen

Overdracht

(Artikel 512, lid 3)

Goederen die wederuitgevoerd zullen worden, mogen onder dekking van de regeling naar het kantoor van uitgang worden overgedragen. In dit geval wordt de regeling niet aangezuiverd tot de voor wederuitvoer aangegeven goederen of producten het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten.

Het bewijs dat de voor wederuitvoer aangegeven goederen of producten het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten, kan worden geleverd aan de hand van het visum van het kantoor van uitgang op exemplaar 3 van de aangifte voor wederuitvoer waaruit blijkt dat de goederen of producten het douanegebied fysiek hebben verlaten. Bij gebruik van een vereenvoudigde procedure voor wederuitvoer kan het kantoor van uitgang deze verklaring ook aanbrengen op een handelsdocument of een administratief document.

Informatie over het toestaan van de aanzuivering overeenkomstig artikel 512, lid 3, zou door middel van een verwijzing naar artikel 512, lid 3 kunnen worden gegeven, in vak 44 van het enig administratief document of op het handelsdocument of administratief document.

Forfaitaire opbrengstpercentages

(Artikel 517, lid 3 - Bijlage 69)

In sommige gevallen zijn de be- of verwerkingen op grond van de regeling actieve veredeling dezelfde als die welke worden verricht om uitvoerrestituties te verkrijgen. In deze gevallen wordt naar een gelijke behandeling gestreefd van de bedrijven die goederen op grond van de regeling actieve veredeling verwerken en de bedrijven die voor uitvoerrestituties in aanmerking wensen te komen. In de graan- en rijstsector moeten de forfaitaire opbrengstpercentages daarom worden berekend op grond van de overeenkomstige coëfficiënt in bijlage E van Verordening (EG) nr. 1520/2000 van de Commissie (PB L 177 van 15.7.2000, blz.1) waarnaar in voetnoet (*) van bijlage 69 wordt verwezen.

Om de coëfficiënt van het uitvoerrestitutiesysteem te gebruiken, zou een omrekening kunnen worden gemaakt waarvan hierna een voorbeeld wordt gegeven:

Voorbeeld

I.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

II.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

III. Gebruik van de coëfficiënt vanuit het oogpunt van uitvoerrestituties:

Voor de verwerking van 100 kg mout, worden uitvoerrestituties voor 127 kg zachte tarwe verleend.

IV. Gebruik van de coëfficiënt vanuit het oogpunt van de actieve veredeling:

Bij plaatsing van 100 kg zachte tarwe onder de regeling, vindt na verwerking aanzuivering plaats voor 78,74 kg mout.

V. Hoe wordt het forfaitaire opbrengstpercentage van 78,74 verkregen?

>PIC FILE= "C_2001269NL.000501.TIF">

Verhouding van invoergoederen/tijdelijke uitvoergoederen die in veredelingsproducten zijn verwerkt

(Artikel 518)

Voorbeelden onder de regeling actieve veredeling

>PIC FILE= "C_2001269NL.000502.TIF">

1. Het aandeel invoergoederen in de veredelingsproducten moet worden berekend om het bedrag van de douaneschuld vast te stellen overeenkomstig artikel 121 van het Wetboek. De berekening behoeft niet te worden gemaakt indien alle veredelingsproducten een douanebestemming krijgen die geen heffing van invoerrechten met zich brengt of wanneer de invoerrechten uitsluitend worden geheven van veredelingsproducten op grond van artikel 122 van het Wetboek.

2. De hoeveelheid veredelingsproducten wordt vastgesteld aan de hand van de opbrengstpercentages.

3. Aangezien de toevoeging van communautaire goederen tijdens het fabricageproces geen invloed heeft op het aandeel van de invoergoederen in de veredelingsproducten wordt daarmee geen rekening gehouden.

4. Bij gebruik van de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) stemt de hoeveelheid invoergoederen, overeenkomstig artikel 518 verkregen om de verschuldigde invoerrechten te betalen, overeen met het bedrag aan invoerrechten waarvoor geen terugbetaling kan worden gevraagd.

I. Hoeveelheidssleutel (veredelingsproducten)

a) Invoergoederen:

100 kg A

b) Veredelingsproducten:

90 kg B

c) Douaneschuld ontstaan voor:

20 kg B

d) Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

II. Hoeveelheidssleutel (invoergoederen)

a) Invoergoederen:

100 kg A

b) Veredelingsproducten:

80 kg B, bevattende 80 kg A

10 kg C, bevattende 10 kg A

5 kg D, bevattende 5 kg A

Totaal:95 kg A

c) Toerekening in kg A:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Douaneschuld ontstaan voor:

1. 10 kg B

2. 5 kg D

A. Artikel 122 van het Wetboek is niet van toepassing

Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B. Artikel 122 van het Wetboek is van toepassing

D komt voor op de lijst van artikel 122.

i) Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

ii) Gedeelte van D waarop de rechten en heffingen van artikel 121/artikel 122 van toepassing zijn.

Overeenkomstig artikel 122, lid 1, onder a), worden op product D de voor dit product geldende rechten en heffingen toegepast voor ten hoogste dat deel van product D dat "verhoudingsgewijs overeenstemt met het uitgevoerde deel van de andere veredelingsproducten", dat wil zeggen die welke niet op de lijst voorkomen.

- Hoeveelheid uitgevoerde producten in kg A:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

- Uitgevoerd gedeelte:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

- Rechten en heffingen volgens artikel 122:

88,89 % × 5 kg D = 4,44 kg D

- Rechten en heffingen volgens artikel 121:

5 kg - 4,44 kg = 0,56 kg D = 0,56 × 5,26/5 = 0,59 kg A

iii) Totaal rechten en heffingen:

- Artikel 122: 4,4 kg D

- Artikel 121: 0,59 kg A + 10,53 kg A = 11,12 kg A

III. Waardesleutel

Artikel 122 van het Wetboek is van toepassing.

a) Invoergoederen:

100 kg A

b) Hoeveelheid en waarde van de veredelingsproducten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Toerekening in kg A:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Douaneschuld ontstaan voor:

1. 10 kg B

2. 5 kg D

A. Artikel 122 van het Wetboek is niet van toepassing

Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

B. Artikel 122 van het Wetboek is van toepassing

D komt voor op de lijst van artikel 122.

i) Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

ii) Gedeelte van D waarop de rechten en heffingen volgens artikel 122/artikel 121 van toepassing zijn:

Overeenkomstig artikel 122, lid 1, onder a), worden op product D de voor dit product geldende rechten en heffingen toegepast voor ten hoogste dat deel van product D dat "verhoudingsgewijs overeenstemt met het uitgevoerde deel van de andere veredelingsproducten", dat wil zeggen die welke niet op de lijst voorkomen.

- Waarde van het uitgevoerde gedeelte van de veredelingsproducten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

- Uitgevoerd gedeelte:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

- Rechten en heffingen volgens artikel 122:

88,37 % × 5 kg = 4,42 kg D

- Rechten en heffingen volgens artikel 121:

5 kg - 4,42 kg = 0,58 kg D = 0,58 × 1,43/5 = 0,17 kg A

iii) Totaal rechten en heffingen:

- Artikel 122: 4,42 kg D

- Artikel 121: 0,17 kg A + 11,46 kg A = 11,63 kg A

Voorbeelden onder de regeling passieve veredeling

>PIC FILE= "C_2001269NL.000901.TIF">

I. Uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen wordt slechts één soort veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel (veredelingsproducten)

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A

b) Opbrengst van 100 kg A:

200 kg X

c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X

d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag aan invoerrechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

II. Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen wordt slechts één soort veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel (veredelingsproducten)

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A en 50 kg B

b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B:

300 kg X

c) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X

d) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van het in mindering te brengen bedrag aan invoerrechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

III. Uit een enkele soort tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen)

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A

b) Opbrengst van 100 kg A:

200 kg X, waarin is terug te vinden 85 kg A

30 kg Y, waarin is terug te vinden 10 kg A

95 kg A

c) Toerekening:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van de in mindering te brengen invoerrechten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

IV. Uit slechts één soort tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Waardesleutel

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A

b) Opbrengst van 100 kg A:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Toerekening:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van de in mindering te brengen invoerrechten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

V. Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Hoeveelheidssleutel (tijdelijk uitgevoerde goederen)

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A en 50 kg B

b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B:

200 kg X die 85 kg A en 35 kg B bevat

30 kg Y die 10 kg A en 12 kg B bevat

95 kg A en 47 kg B

c) Berekeningswijze:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van de in mindering te brengen invoerrechten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

VI. Uit verschillende soorten tijdelijk uitgevoerde goederen worden verschillende soorten veredelingsproducten verkregen

Waardesleutel

a) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen:

100 kg A en 50 kg B

b) Opbrengst van 100 kg A en 50 kg B:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) Berekeningswijze:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) Hoeveelheid in het vrije verkeer gebrachte veredelingsproducten:

180 kg X en 20 kg Y

e) Hoeveelheid tijdelijk uitgevoerde goederen die in aanmerking moet worden genomen voor de bepaling van de in mindering te brengen invoerrechten:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Compenserende interesten

(Artikel 519)

Fictieve voorbeelden

Voorbeeld 1

Op 1 juli 2000 worden invoergoederen onder de regeling geplaatst. Op 27 maart 2001 ontstaat een douaneschuld. De eerste bewerking heeft plaatsgevonden in een lidstaat die deel uitmaakt van de euro-zone.

Welke compenserende rente moet worden toegepast?

Maart 2001 is de maand waarin de douaneschuld is ontstaan. Het rentetarief dat moet worden toegepast is dat van twee maanden voor maart 2001 (zie artikel 519, lid 2). Het rentetarief dat van toepassing is, is de driemaandelijkse geldmarktrente voor de euro-zone van januari 2001 die gepubliceerd is in de statistische bijlage van het maandbulletin van de Europese Centrale Bank (zie bijvoorbeeld ECB internetadres: http://www.ecb.int).

Hoe kan dit rentetarief worden gevonden?

Zie statistiek 3 "Financial markets and interest rates in de euro area", tabel 3.1 "Money market interest rates", kolom 3. De rente voor januari 2001 is 4,77 %.

4,77 %

>PIC FILE= "C_2001269NL.001301.TIF">

Voorbeeld 2

Op 1 juli 2000 worden invoergoederen onder de regeling geplaatst. Op 27 maart 2001 ontstaat een douaneschuld. De eerste bewerking heeft plaatsgevonden in een lidstaat die geen deel uitmaakt van de euro-zone.

Welke compenserende interesten zijn van toepassing?

Maart 2001 is de maand waarin de douaneschuld is ontstaan. Het rentetarief dat moet worden toegepast is dat van twee maanden voor maart 2001 (zie artikel 519, lid 2). Het rentetarief dat van toepassing is, is de driemaandelijkse geldmarktrente voor de andere lidstaten die geen deel uitmaken van de euro-zone van januari 2001 die gepubliceerd is in de statistische bijlage van het maandbulletin van de Europese Centrale Bank.

Hoe kan dit rentetarief worden gevonden?

Zie statistiek 11 "Economic and financial developments in the other EU Member States", tabel 11 "Economic and financial developments", kolom 12. De rente voor januari 2001 is 5,34 %.

5,34 %

>PIC FILE= "C_2001269NL.001401.TIF">

Mogelijke methodes voor de berekening van compenserende interesten in het kader van de actieve veredeling wanneer aanzuiveringstermijnen worden samengevoegd (globalisering)

INLEIDING

Om te voorkomen dat ten onrechte een financieel voordeel wordt verkregen door het verschuiven van het tijdstip waarop de douaneschuld ontstaat wanneer onder de regeling actieve veredeling geplaatste goederen (veredelingsproducten of goederen in ongewijzigde staat) in het vrije verkeer worden gebracht, worden compenserende interesten in rekening gebracht.

Het is in het kader van de regeling actieve veredeling mogelijk de aanzuiveringstermijnen samen te voegen (globaliseren) om het beheer te vereenvoudigen en de kosten te beperken.

Zo is het volgens de EG-voorschriften mogelijk dat aanzuiveringstermijnen per maand of kwartaal worden samengevoegd, zoals hierna wordt uitgelegd.

Bij maandelijkse globalisatie verstrijken alle aanzuiveringstermijnen die in een bepaalde maand ingaan op de laatste dag van de kalendermaand waarin de aanzuiveringstermijn voor de laatste plaatsing onder de regeling in die maand zou verstrijken.

Bij globalisatie per kwartaal verstrijken alle aanzuiveringstermijnen die in een bepaald kwartaal ingaan op de laatste dag van het kwartaal waarin de aanzuiveringstermijn voor de laatste plaatsing onder de regeling in dat kwartaal zou verstrijken.

Om dezelfde reden is het ook mogelijk het in het vrije verkeer brengen van onder de regeling geplaatste goederen te globaliseren.

Wanneer een dergelijke algemene vergunning voor het in het vrije verkeer brengen is afgegeven, kunnen de invoergoederen in de Gemeenschap op de markt worden gebracht, hetzij in de vorm van veredelingsproducten hetzij in ongewijzigde staat, zonder dat de formaliteiten voor het in het vrije verkeer brengen vervuld behoeven te worden wanneer de goederen op de markt worden gebracht.

Invoergoederen, hetzij in de vorm van veredelingsproducten hetzij in ongewijzigde staat, waarvoor een algemene vergunning voor het brengen in het vrije verkeer is afgegeven, maar waaraan aan het einde van de opgegeven aanzuiveringstermijn (in dit geval een geglobaliseerde aanzuiveringstermijn) geen douanebestemming is gegeven, worden geacht in het vrije verkeer te zijn gebracht. De aangifte voor het vrije verkeer wordt geacht te zijn ingediend en aanvaard en de vrijgave te zijn verricht op de dag waarop de aanzuiveringsafrekening wordt aangeboden.

Tenslotte is in de communautaire wetgeving bepaald dat wanneer invoergoederen onder dekking van een enkele vergunning, maar door middel van verschillende aangiften onder de regeling zijn geplaatst, de veredelingsproducten of de goederen in ongewijzigde staat die een douanebestemming krijgen, worden geacht te zijn verkregen uit de invoergoederen die met behulp van de oudste aangifte onder de regeling zijn geplaatst (FIFO of "first in, first out"-systeem).

Daar al deze bepalingen van invloed kunnen zijn op het te heffen bedrag aan compenserende interesten en daar de EG-wetgeving, om concurrentievervalsing te voorkomen, op uniforme wijze in alle lidstaten moet worden toegepast, acht de Commissie het wenselijk de volgende voorbeelden te publiceren van de wijze waarop compenserende interesten worden berekend, wanneer de globalisering wordt toegepast.

VOORBEELD 1

Regeling actieve veredeling (schorsingssysteem)

1. BASISGEGEVENS

1.1. Globalisering per kwartaal

1.2. Vergunning actieve veredeling (schorsingssysteem), afgegeven in België:

- hoeveelheid invoergoederen A: 1000 kg,

- waarde van de invoergoederen: 100000 EUR (invoerrecht: 5 % ad valorem),

- opbrengstpercentage: 90 % aan hoofdveredelingsproducten - er zijn geen bijkomende veredelingsproducten

1.3. Er is een algemene vergunning voor het brengen in het vrije verkeer afgegeven.

1.4. De invoergoederen, hetzij in de vorm van veredelingsproducten hetzij in ongewijzigde staat, worden in de Gemeenschap op de markt gebracht.

1.5. In dit voorbeeld is de aanzuiveringstermijn drie maanden.

1.6. Toepasselijke rente: 9,36 %

1.7. Plaatsing van 1000 kg A onder de regeling op de volgende data:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

1.8. Hoeveelheid verkregen hoofdveredelingsproducten B: 900 kg

2. PROCEDURE

2.1. De aanzuiveringstermijn voor alle onder de regeling geplaatste goederen is 31 december; de aanzuiveringsafrekening moet uiterlijk op 30 januari worden ingediend.

De heffingsgrondslagen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 121 van het Wetboek. De in aanmerking te nemen datum is 31 december.

2.2. Bij het indienen van de aanzuiveringsafrekening dient de vergunninghouder uitsluitend een aangifte ten uitvoer voor 600 kg veredelingsproduct B in; de resterende 300 kg wordt geacht in het vrije verkeer te zijn gebracht.

3. BEREKENING

3.1. Er is een douaneschuld ontstaan voor 300 kg B.

3.2. De hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.3. Waarde van de invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.4. Verschuldigde rechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.5. Compenserende interesten:

3.5.1. Hoeveelheid van A die zonder betaling van douanerechten als gezuiverd kan worden beschouwd:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.5.2. De plaatsing van 600 kg onder de regeling van 1 juli tot en met 15 augustus, en de plaatsing van 66,67 kg onder de regeling op 31 augustus kunnen daarom als aangezuiverd worden beschouwd.

3.5.3. Bij de berekening van de compenserende interesten in aanmerking genomen hoeveelheden en perioden:

33,33 kg - 4 maanden (1 september tot en met 31 december)

300,00 kg - 3 maanden (1 oktober tot en met 31 december)

333,33 kg

3.5.4. Berekening:

3.5.4.1. Invoerrechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Verschuldigde rechten: = 1666,65 EUR

3.5.4.2. Compenserende interesten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Totaal: 40,3 EUR

VOORBEELD 2

Regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) voor onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatste goederen

1. BASISGEGEVENS

1.1. Maandelijkse globalisering

1.2. Vergunning actieve veredeling (terugbetalingssysteem), afgegeven in Frankrijk:

- hoeveelheid invoergoederen B: 5000 kg

- waarde van de invoergoederen: 50000 EUR (invoerrecht: 9 % ad valorem)

- opbrengstpercentage:

80 % hoofdveredelingsproducten

10 % bijkomende veredelingsproducten.

1.3. De aanzuiveringstermijn is drie maanden.

1.4. Rente: de rente die van toepassing is voor de lidstaat waar de eerste bewerking (onder het schorsingssysteem) heeft plaatsgevonden, bv. Verenigd Koninkrijk (14,51 %).

1.5. Gegevens van de vergunning actieve veredeling (schorsingssysteem) die eerder in het Verenigd Koninkrijk was afgegeven:

1.5.1. hoeveelheid invoergoederen A: 15000 kg

1.5.2. waarde van de invoergoederen: 45000 EUR (invoerrecht: 6 % ad valorem)

1.5.3. opbrengstpercentage: 50 % hoofdveredelingsproducten, geen bijkomende veredelingsproducten

1.5.4. plaatsing onder de regeling van 15000 kg A op:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

1.5.5. maandelijkse globalisering

1.5.6. algemene vergunning voor het brengen in het vrije verkeer

1.5.7. de invoergoederen, in de vorm van veredelingsproducten of in ongewijzigde staat, worden in de Gemeenschap op de markt gebracht

1.5.8. de aanzuiveringstermijn is drie maanden.

1.6. Veredelingsproducten B die in het kader van een vergunning actieve veredeling (schorsingssysteem) in het Verenigd Koninkrijk zijn verkregen: 7500 kg.

1.7. Plaatsing onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) in Frankrijk:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. FORMALITEITEN BIJ DE PLAATSING ONDER DE REGELING ACTIEVE VEREDELING (TERUGBETALINGSSYSTEEM) IN FRANKRIJK

2.1. Geldigmaking van twee IM 4-aangiften, vak 37 code 4151, op 1 en 30 september

2.2. Toezending van twee bladen INF 1 door de Franse douane aan de douane van het Verenigd Koninkrijk

3. FORMALITEITEN IN HET VERENIGD KONINKRIJK

3.1. Drie plaatsingen onder de regeling die in het Verenigd Koninkrijk zijn samengevoegd (geglobaliseerd).

De aanzuiveringstermijn voor deze plaatsingen loopt af op 31 oktober; indiening van de zuiveringsafrekening op 30 november.

De heffingsgrondslagen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 121 van het Wetboek. De in aanmerking te nemen datum is 31 oktober.

3.2. Berekeningen worden uitgevoerd bij ontvangst van inlichtingenblad.

3.2.1. Er is een douaneschuld ontstaan voor 2000 kg en 3000 kg B.

3.2.2. Hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

en

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.2.3. Waarde van de invoergoederen die overeenstemmen met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.2.4. Verschuldigde rechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.2.5. Compenserende interesten:

Voor de berekening van de compenserende interesten in aanmerking te nemen hoeveelheden en perioden:

2000 kg - 2 maanden (1 augustus tot en met 30 september)

en

3000 kg - 2 maanden (1 augustus tot en met 30 september)

3.2.6. Compenserende interesten:

Invoerrechten × periode × rentepercentage

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

3.2.7. Aan de Franse autoriteiten mee te delen bedragen:

eerste INF 1: vak 9a: 720 EUR

vak 9b: 17,41 EUR

tweede INF 1: vak 9a: 1080 EUR

vak 9b: 26,12 EUR

4. FORMALITEITEN IN FRANKRIJK

Na van de bedragen in kennis te zijn gesteld, gaat de Franse douane over tot de invordering van zowel de invoerrechten als de compenserende interesten.

5. FORMALITEITEN TER AANZUIVERING VAN DE REGELING ACTIEVE VEREDELING (SCHORSINGSSYSTEEM) IN HET VERENIGD KONINKRIJK

Bij het indienen van de aanzuiveringsafrekening (30 november) legt de vergunninghouder uitsluitend de T1-aangiften voor verzending naar Frankrijk over voor 5000 kg veredelingsproducten B; de overige 2500 kg worden geacht in het vrije verkeer te zijn gebracht.

5.1. In het Verenigd Koninkrijk is daarom een douaneschuld voor 2500 kg van product B ontstaan.

5.2. De hoeveelheid invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

5.3. Waarde van de invoergoederen die overeenstemt met de hoeveelheid B waarvoor een douaneschuld is ontstaan:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

5.4. Verschuldigde rechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

5.5. Compenserende interesten:

5.5.1. Hoeveelheid A die geacht wordt te zijn aangezuiverd:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

5.5.2. De plaatsingen onder de regeling op 1 juli en 15 juli kunnen dus worden beschouwd te zijn aangezuiverd.

5.5.3. Voor de berekening van de compenserende interesten in aanmerking te nemen hoeveelheid en periode:

5000 kg, drie maanden(1 augustus tot en met 31 oktober)

5.5.4. Compenserende interesten:

invoerrechten × periode × rentepercentage

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

6. VERDERE FORMALITEITEN IN FRANKRIJK

6.1. De vergunninghouder vraagt om terugbetaling en legt twee aangiften ten uitvoer over voor 3000 kg veredelingsproduct C.

Berekeningen:

6.2. Hoeveelheidssleutel (invoergoederen)

a) invoergoederen: 5000 kg B

b) verkregen producten:

- 4000 kg C, bevattende 4000 kg B

- 500 kg D, bevattende 500 kg B

Totaal: 4500 kg B

c) verdeling in kg B:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

d) hoeveelheid veredelingsproducten die niet voor terugbetaling in aanmerking komt:

1000 kg C en 500 kg D

e) hoeveelheid invoergoederen B die overeenstemt met 1000 kg C:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

f) hoeveelheid invoergoederen B die overeenstemt met 500 kg D:

eerste mogelijkheid: product D komt voor heffing op grond van artikel 122 van het Wetboek in aanmerking:

De op product D toe te passen invoerrechten worden slechts toegepast op dat deel van D dat verhoudingsgewijs overeenstemt met het uitgevoerde deel van de andere veredelingsproducten (dat wil zeggen die niet op de lijst voorkomen).

- hoeveelheid uitgevoerde producten in kg B:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

- uitgevoerd deel:

3333,33/(5000 - 555,6) × 100 % = 75 %

- heffing volgens artikel 122 van het Wetboek:

75 % × 500 kg D = 375 kg D

- heffing volgens artikel 121:

500 kg - 375 kg = 125 kg D

- hoeveelheid invoergoederen B die overeenstemt met de hoeveelheid D voor de toepassing van artikel 121:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

- conclusie:

i) toepassing van artikel 122 van het Wetboek voor 375 kg D

ii) toepassing van artikel 121 van het Wetboek voor 138,89 kg B

iii) geen terugbetaling mogelijk voor 1111,11 kg B + 138,89 kg B = 1250 kg B

tweede mogelijkheid: op product D worden geen rechten geheven overeenkomstig artikel 122 van het Wetboek:

geen terugbetaling mogelijk voor 1111,11 kg B + 555,56 kg B = 1666,67 kg B

6.3. Terug te betalen invoerrechten:

eerste mogelijkheid: op product D worden rechten geheven overeenkomstig artikel 122 van het Wetboek

a) geen terugbetaling mogelijk voor 1111,11 kg B + 138,89 kg B = 1250 kg B

b) rechten betaald bij plaatsing van 5000 kg B onder de regeling: 720 EUR + 1080 EUR = 1800 EUR

c) terugbetaalbaar deel:

5000 kg - 1250 kg = 3750 kg

d) terugbetaling van:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

tweede mogelijkheid: op product D worden geen rechten geheven overeenkomstig artikel 122 van het Wetboek:

a) geen terugbetaling mogelijk voor 1111,11 kg B + 555,56 kg B = 1666,67 kg B

b) rechten betaald bij plaatsing van 5000 kg B onder de regeling: 720 EUR + 1080 EUR = 1800 EUR

c) terugbetaalbaar deel: 5000 kg B - 1666,67 kg B = 3333,33 kg B

d) totaal terugbetaalbare invoerrechten:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

6.4. Terugbetaalbare compenserende interesten:

Berekening (compenserende interesten bij plaatsing onder de regeling 17,41 EUR + 26,12 EUR = 43,53 EUR):

eerste mogelijkheid: op product D worden rechten geheven overeenkomstig artikel 122 van het Wetboek: terugbetaling van compenserende interesten van in totaal:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

tweede mogelijkheid: op product D worden geen rechten geheven overeenkomstig artikel 122 van het Wetboek: terugbetaling van de compenserende interesten ten bedrage van:

>REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK>

Mogelijke methodes voor de toepassing van compenserende interesten wanneer goederen buiten de Gemeenschap een verdere veredeling ondergaan

(Artikel 123 van het Wetboek)

I. INLEIDING

Om te voorkomen dat ten onrechte een financieel voordeel wordt verkregen door de verplaatsing van de datum waarop de douaneschuld ontstaat wanneer veredelingsproducten of goederen in ongewijzigde staat in het vrije verkeer worden gebracht, dienen compenserende interesten te worden betaald over het bedrag van de verschuldigde invoerrechten.

Met het oog op de uniforme toepassing van de desbetreffende bepalingen wordt een aantal voorbeelden gegeven van de wijze waarop deze interesten berekend moeten worden in geval van globalisering.

Bij het berekenen van het bedrag van de compenserende interesten moet met drie factoren rekening worden gehouden, namelijk:

- het bedrag van de invoerrechten,

- het rentepercentage,

- de periode waarover interesten verschuldigd zijn.

Wanneer interesten verschuldigd zijn, worden deze berekend tegen het percentage dat van toepassing is in de lidstaat waar de eerste veredeling of het eerste deel daarvan heeft plaatsgevonden.

Compenserende interesten gaan in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de aangezuiverde invoergoederen onder de regeling werden geplaatst en lopen tot de laatste dag van de maand waarin de douaneschuld is ontstaan. De interesten worden per maand aangerekend, met een minimum van één maand.

Om concurrentievervalsing te voorkomen worden de volgende voorbeelden gepubliceerd waaruit blijkt hoe de voorschriften van invloed zijn op de compenserende interesten die in de verschillende gevallen van toepassing zijn.

Om de verschillende mogelijkheden duidelijker te illustreren wordt een aantal gevallen beschreven en wordt aangegeven of interesten verschuldigd zijn en, indien dit het geval is, over welke periode.

Er is een onderscheid gemaakt tussen de twee regelingen actieve veredeling: het schorsingssysteem (de toepassing van invoerrechten wordt geschorst) en het terugbetalingssysteem (de rechten worden betaald wanneer de goederen onder de regeling worden geplaatst).

II. MOGELIJKE GEVALLEN

Geval nr. 1: Goederen die onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) zijn geplaatst, worden tijdelijk uitgevoerd om een verdere veredeling te ondergaan; de wederingevoerde producten worden rechtstreeks in het vrije verkeer gebracht (zonder opnieuw onder de regeling actieve veredeling te worden geplaatst).

De invoerrechten worden berekend volgens de regels van de differentiële heffing die voor de regeling passieve veredeling gelden.

Daar de over de invoergoederen verschuldigde invoerrechten bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling zijn betaald, is er geen sprake van een onterecht verkregen voordeel bij verschuiving van de datum waarop de douaneschuld ontstaat (en behoeven er dus geen compenserende interesten te worden betaald).

Daar de regeling actieve veredeling niet voor de tijdelijk uitgevoerde goederen kan worden aangezuiverd, kan geen terugbetaling worden aangevraagd van de invoerrechten die voor deze goederen zijn betaald.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst (wederuitvoertermijn: een jaar);

2. 15 juni: katoenen weefsels worden uitgevoerd om verder te worden veredeld;

3. 15 oktober: de eindproducten (kledingstukken van katoen) worden weer ingevoerd en in het vrije verkeer gebracht.

Conclusies

1. De invoerrechten die op 15 oktober verschuldigd zijn, worden berekend volgens de voorschriften van de regeling passieve veredeling.

2. De vergunninghouder heeft niet ten onrechte een financieel voordeel verkregen. Wanneer de producten op 15 oktober in het vrije verkeer worden gebracht, worden dus geen compenserende interesten aangerekend.

Geval nr. 2: Dezelfde goederen worden onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst, maar nu worden de wederingevoerde producten - na verdere veredeling buiten de Gemeenschap - opnieuw onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst.

Volgens de voorschriften van de regeling passieve veredeling (differentiële heffing) worden de invoerrechten betaald wanneer de goederen weer onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) worden geplaatst; ook hier zijn geen compenserende interesten verschuldigd.

Wanneer de veredelingsproducten vervolgens worden uitgevoerd, moet bij het verzoek om terugbetaling rekening worden gehouden met de beide soorten betaalde rechten.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: een jaar;

2. 15 juni: katoenen weefsels worden voor verdere veredeling uitgevoerd;

3. 15 oktober: geverfde en bedrukte katoenen weefsels worden wederingevoerd en weer onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst;

4. 15 december: sommige eindproducten (kledingstukken van katoen) worden uitgevoerd.

Conclusies

1. Invoerrechten zijn op 15 oktober verschuldigd, overeenkomstig de voorschriften van de regeling passieve veredeling.

2. De vergunninghouder kan om terugbetaling verzoeken van de op 15 januari en 15 oktober betaalde rechten voor dat deel van het garen en het weefsel dat verwerkt was in de kledingstukken die op 15 december werden uitgevoerd.

3. De rechten op kledingstukken die in de Gemeenschap zijn verkocht worden niet terugbetaald, maar omdat niet ten onrechte een financieel voordeel werd verkregen, zijn geen compenserende interesten verschuldigd.

Geval nr. 3: Dezelfde goederen die onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) zijn geplaatst, worden na een bijkomende veredeling buiten de Gemeenschap weer ingevoerd en opnieuw onder de regeling actieve veredeling geplaatst, maar ditmaal onder het schorsingssysteem.

Daar door de plaatsing van de goederen onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) wordt gezuiverd, kan de vergunninghouder om terugbetaling verzoeken van de invoerrechten die waren betaald toen de goederen onder het terugbetalingssysteem werden geplaatst.

In dit geval wordt het bedrag van de geschorste invoerrechten, wanneer de goederen voor de tweede maal onder de regeling actieve veredeling worden geplaatst, vastgesteld overeenkomstig artikel 123 van het Wetboek.

Indien de goederen uiteindelijk in het vrije verkeer worden gebracht, moeten compenserende interesten worden betaald over de periode die ingaat op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goederen onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) werden geplaatst (in dit geval toen zij na verdere veredeling weer werden ingevoerd) tot en met de laatste dag van de maand waarin de douaneschuld is ontstaan.

Met andere woorden, er wordt geen rekening gehouden met de voorgaande periode toen de goederen onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) waren geplaatst en toen zij zich buiten de Gemeenschap bevonden.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden in Frankrijk onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: twaalf maanden

2. 15 juni: katoenen weefsels worden voor verdere veredeling uitgevoerd

3. 15 oktober: geverfde en bedrukte katoenen weefsels worden in het Verenigd Koninkrijk wederingevoerd en weer onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: drie maanden

4. 15 december: sommige eindproducten (kledingstukken van katoen) worden uitgevoerd

5. 15 januari: de niet wederuitgevoerde kledingstukken worden in het vrije verkeer gebracht

6. 14 februari: de aanzuiveringsafrekening wordt ingediend

Conclusies

1. Bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) op 15 oktober kan de terugbetaling worden aangevraagd van de invoerrechten die op 15 januari bij plaatsing onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) zijn betaald.

2. Artikel 123 van het Wetboek is van toepassing op het bedrag aan invoerrechten dat werd geschorst toen de goederen voor de tweede maal onder de regeling actieve veredeling (maar nu in het kader van het schorsingssysteem) werden geplaatst.

3. Het schorsingssysteem kan worden aangezuiverd voor de goederen die in de uitgevoerde kledingstukken zijn verwerkt.

4. Door de verkoop van sommige kledingstukken in de Gemeenschap ontstaat een douaneschuld. In dit geval zijn zowel invoerrechten als compenserende interesten verschuldigd.

5. Bij het in het vrije verkeer brengen van deze kledingstukken op 15 januari, wordt de rente berekend tegen het percentage dat van toepassing is in de lidstaat waar de goederen onder het schorsingssysteem werden geplaatst (dat wil zeggen het Verenigd Koninkrijk).

Wat de periode betreft gedurende welke interesten verschuldigd zijn, dient te worden opgemerkt dat er, voordat de goederen onder het schorsingssysteem werden geplaatst, geen sprake was van een onterecht verkregen voordeel. Compenserende interesten zijn dus verschuldigd over de periode van 1 november tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar, dat wil zeggen over drie kalendermaanden.

Geval nr. 4: Goederen worden onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst en vervolgens voor een verdere veredeling tijdelijk uitgevoerd. De wederingevoerde eindproducten worden rechtstreeks in het vrije verkeer gebracht (zonder opnieuw onder de regeling actieve veredeling te worden geplaatst).

Bij het in het vrije verkeer brengen van de producten die een verdere veredeling hebben ondergaan, ontstaat een douaneschuld. Er moeten niet alleen invoerrechten, maar ook compenserende interesten worden betaald, tegen het percentage dat van toepassing is in de lidstaat waar de goederen onder de regeling werden geplaatst. De periode waarover compenserende interesten moeten worden betaald omvat niet alleen de periode gedurende welke de goederen onder het schorsingssysteem waren geplaatst, maar ook de periode gedurende welke zij buiten de Gemeenschap waren om een verdere veredeling te ondergaan.

Bij de berekening van het bedrag aan verschuldigde interesten moet in dit geval dus ook rekening worden gehouden met de periode gedurende welke de goederen zich buiten het douanegebied van de Gemeenschap bevonden.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden in Frankrijk onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: één jaar

2. 15 juni: katoenen weefsels worden voor verdere veredeling uitgevoerd

3. 15 oktober: kledingstukken van katoen worden in het Verenigd Koninkrijk wederingevoerd en in het vrije verkeer gebracht

Conclusies

1. De invoerrechten die op het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen (15 oktober) van toepassing zijn, worden berekend overeenkomstig artikel 123 van het Wetboek.

2. Er moeten ook compenserende interesten worden betaald. Daarbij moet het rentepercentage in aanmerking worden genomen dat voor Frankrijk geldt. Deze interesten moeten worden betaald over de periode van 1 februari tot en met 31 oktober, dat wil zeggen voor negen maanden.

Geval nr. 5: Dezelfde goederen worden onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst en vervolgens voor verdere veredeling tijdelijk uitgevoerd. De wederingevoerde goederen worden weer onder het schorsingssysteem geplaatst.

In dit geval worden de rechten met betrekking tot de verdere verdeling weer geschorst wanneer de goederen voor de tweede maal onder de schorsingsregeling worden geplaatst.

Wanneer de regeling wordt aangezuiverd door het in het vrije verkeer brengen van de eindproducten, worden de compenserende interesten op de gebruikelijke wijze vastgesteld. De periode gedurende welke compenserende interesten verschuldigd zijn, gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goederen voor het eerst onder de regeling actieve veredeling werden geplaatst en loopt af op de laatste dag van de maand waarin de douaneschuld is ontstaan.

Bij de berekening van het bedrag aan verschuldigde interesten moet in dit geval dus ook rekening worden gehouden met de periode gedurende welke de uitgevoerde goederen een verdere veredeling ondergingen.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden in Frankrijk onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: twaalf maanden

2. 15 juni: katoenen weefsels worden voor verdere veredeling uitgevoerd

3. 15 oktober: geverfde en bedrukte katoenen weefsels worden in het Verenigd Koninkrijk wederingevoerd en weer onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: drie maanden

4. 15 december: sommige eindproducten (kledingstukken van katoen) worden uitgevoerd

5. 15 januari: de overige kledingstukken worden in het vrije verkeer gebracht

6. 14 februari: de aanzuiveringsafrekening wordt ingediend.

Conclusies

1. Wanneer de goederen op 15 oktober weer onder het schorsingssysteem worden geplaatst, worden de geschorste invoerrechten berekend overeenkomstig artikel 123 van het Wetboek.

2. Het schorsingssysteem kan worden aangezuiverd voor de goederen die waren verwerkt in de uitgevoerde kledingstukken.

3. Door de verkoop van de overige kledingstukken in de Gemeenschap ontstaat een douaneschuld. In dit geval zijn zowel invoerrechten als compenserende interesten verschuldigd.

Daar sommige van deze kledingstukken op 15 januari in het vrije verkeer werden gebracht, worden de interesten berekend tegen het percentage dat op dat tijdstip in Frankrijk van toepassing was. Interesten zijn dus verschuldigd over de periode van 1 februari tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar, dat wil zeggen over twaalf maanden.

Geval nr. 6: Dezelfde goederen worden onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst en vervolgens voor verdere veredeling tijdelijk uitgevoerd. De wederingevoerde producten worden weer onder de regeling actieve veredeling geplaatst, doch deze maal onder het terugbetalingssysteem.

Invoerrechten en compenserende interesten zijn verschuldigd op het tijdstip dat de goederen onder het terugbetalingssysteem worden geplaatst.

De invoerrechten worden berekend overeenkomstig artikel 123 van het Wetboek.

Interesten zijn verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goederen voor het eerst onder de regeling werden geplaatst tot en met de laatste dag van de maand waarin zij onder het terugbetalingssysteem werden geplaatst.

Compenserende interesten zijn ook verschuldigd voor de periode waarin de uitgevoerde goederen buiten de Gemeenschap een verdere veredeling ondergingen.

De compenserende interesten en de invoerrechten kunnen worden terugbetaald wanneer het terugbetalingssysteem uiteindelijk door de uitvoer van de veredelingsproducten wordt aangezuiverd.

Voorbeeld

1. 15 januari: katoenen garens worden in Frankrijk onder de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: twaalf maanden

2. 15 juni: katoenen weefsels worden voor verdere veredeling uitgevoerd

3. 15 oktober: geverfde en bedrukte katoenen weefsels worden in het Verenigd Koninkrijk wederingevoerd en onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatst - wederuitvoertermijn: drie maanden

4. 15 december: sommige eindproducten (kledingstukken van katoen) worden uitgevoerd

Conclusies

1. Bij de plaatsing onder het terugbetalingssysteem op 15 oktober worden de goederen in het vrije verkeer gebracht en worden de overeenkomstig artikel 123 van het Wetboek berekende invoerrechten betaald, plus de compenserende interesten.

De interesten worden berekend tegen het voor Frankrijk geldende percentage op het tijdstip dat de goederen in het vrije verkeer werden gebracht.

Deze interesten moeten worden betaald over de periode van 1 februari tot en met 31 oktober, dat wil zeggen voor negen maanden.

2. De uitvoer van sommige kledingstukken op 15 december kan aanleiding geven tot de terugbetaling van invoerrechten en compenserende interesten die betaald waren toen de goederen onder de terugbetalingsregeling werden geplaatst. Een verzoek om terugbetaling moet binnen zes maanden na uitvoer worden ingediend.

HOOFDSTUK 2

DOUANE-ENTREPOTS

Gebruikelijke behandelingen

(Artikel 531)

Het mengen van olijfolie

Olijfolie mag worden vermengd overeenkomstig de voorwaarden van bijlage 72 die de lijst bevat van gebruikelijke behandelingen die kunnen worden toegepast op goederen die onder de regeling douane-entrepots zijn geplaatst.

Volgens punt 12 van bijlage 72 zou een kleine hoeveelheid van een product aan de goederen mogen worden toegevoegd, mits de aard van de goederen hierdoor niet wordt gewijzigd. In dit geval mogen uitsluitend de toegevoegde producten onder een andere achtcijfercode van de GN zijn ingedeeld (dat wil zeggen onder een andere GN-code dan die van de voornaamste goederen waaraan zij zijn toegevoegd).

Voor olijfolie zou deze behandeling daarom kunnen worden toegestaan wanneer een kleine hoeveelheid olijfolie van eerste persing van GN-code 1509 10 10 of 1509 10 90 wordt toegevoegd aan geraffineerde olijfolie van GN-code 1509 90 00 voorzover laatstgenoemde olie hierdoor niet zijn fysieke en chemische parameters verliest en het verkregen product ook onder GN-code 1509 90 00 wordt ingedeeld. Hetzelfde zou kunnen gelden voor de toevoeging van olijfolie van de posten 1509 of 1510 aan olijfolie die onder GN-code 1510 00 90 is ingedeeld.

Wat de in punt 14 van bijlage 72 genoemde gebruikelijke behandelingen betreft, zou slechts onder dezelfde achtcijfercode van de GN ingedeelde olijfolie kunnen worden vermengd.

Gezamenlijke opslag

(Artikel 534)

Volgens artikel 106, lid 1, onder a), van het Wetboek mogen niet onder de regeling geplaatste communautaire goederen in dezelfde ruimte worden opgeslagen met onder de regeling geplaatste goederen. Deze goederen moeten evenwel te allen tijde geïdentificeerd kunnen worden.

Indien "gezamenlijke opslag" is toegestaan, is het evenwel mogelijk van dit beginsel af te wijken.

Onverminderd bijzondere voorschriften op andere gebieden betreffende de opslag van goederen (zie artikel 1 van het Wetboek) of de bepalingen inzake de preferentiële behandeling van goederen, is "gezamenlijke opslag" in artikel 534, lid 2, van de uitvoeringsbepalingen van het Wetboek omschreven als het geval waarin het door de opslag van niet onder de regeling geplaatste communautaire goederen en onder de regeling geplaatste niet-communautaire goederen in dezelfde opslagruimte niet mogelijk is op ieder moment de douanestatus van deze goederen te kennen.

"Gezamenlijke opslag" kan worden toegestaan mits het gaat om goederen die onder dezelfde achtcijfercode van de GN zijn ingedeeld en die dezelfde handelskwaliteit en dezelfde technische kenmerken hebben.

Wanneer goederen die zich in gezamenlijke opslag bevinden voor een andere douanebestemming worden aangegeven, kunnen zij als communautaire of niet-communautaire goederen worden beschouwd, naar keuze van de belanghebbende, mits de oorspronkelijke hoeveelheid van elke soort goederen voor gezamenlijke opslag in acht wordt genomen.

Voorbeeld

10000 l minerale olie (onder de regeling douane-entrepots geplaatste niet-communautaire goederen) en 10000 l minerale olie (niet onder de regeling geplaatste communautaire goederen) zouden samen in een tank mogen worden opgeslagen wanneer beide hoeveelheden olie onder dezelfde achtcijfercode van de GN zijn ingedeeld en dezelfde handelskwaliteit en technische kenmerken hebben.

Wanneer 10000 l minerale olie voor wederuitvoer wordt aangegeven, zou de regeling kunnen worden geacht te zijn aangezuiverd.

HOOFDSTUK 3

ACTIEVE VEREDELING

Bij de productie gebruikte hulpmiddelen

(Artikel 538)

Voorbeelden van de behandeling van hulpmiddelen bij de productie

1. Wanneer bij de productie gebruikte hulpmiddelen in het productieproces geheel worden opgebruikt en 100 % van de veredelingsproducten worden (weder-)uitgevoerd, zou volledige vrijstelling van rechten op die hulpmiddelen kunnen worden verleend.

2. Wanneer bij de productie gebruikte hulpmiddelen in het productieproces geheel worden opgebruikt, doch slechts 50 % van de veredelingsproducten worden (weder-)uitgevoerd, zou vrijstelling van rechten kunnen worden verleend voor 50 % van die hulpmiddelen.

Invoerrechten en interesten zouden verschuldigd kunnen zijn op de hoeveelheid hulpmiddelen die gebruikt zijn bij de productie van de overige hoeveelheid veredelingsproducten waarvoor een douaneschuld is ontstaan.

3. Wanneer de bij de productie gebruikte hulpmiddelen slechts gedeeltelijk worden opgebruikt en slechts een deel van de veredelingsproducten wordt (weder-)uitgevoerd en de overige, niet-gebruikte productiehulpmiddelen worden in het vrije verkeer gebracht, zou vrijstelling van rechten kunnen worden verleend voor de hoeveelheid hulpmiddelen die zijn gebruikt bij de productie van (weder-)uitgevoerde veredelingsproducten.

Invoerrechten en interesten zouden verschuldigd kunnen zijn op de overige niet-gebruikte en in het vrije verkeer gebrachte productiehulpmiddelen.

4. Wanneer productiehulpmiddelen worden gebruikt, maar niet worden opgebruikt voor een hoeveelheid wederuitgevoerde veredelingsproducten en wanneer voor de productiehulpmiddelen een douaneschuld ontstaat, zouden invoerrechten en interesten verschuldigd kunnen zijn voor die productiehulpmiddelen. De evenredige "economische" waarde van de productiehulpmiddelen die in de wederuitgevoerde veredelingsproducten zijn opgenomen zou evenwel op de douanewaarde in mindering kunnen worden gebracht.

Voorbeeld

Er wordt uitgegaan van de volgende vereenvoudigde veronderstellingen: een onder de regeling geplaatste katalysator wordt tien jaar gebruikt en de waarde ervan wordt geraamd op 10000 EUR. Voorts worden in het eerste jaar tien veredelingsproducten geproduceerd en wederuitgevoerd, terwijl het productiehulpmiddel in het vrije verkeer wordt gebracht. Wat is dan de evenredige waarde van de veredelingsproducten en de overblijvende katalysator.

De waarde van de katalysator zou dan zijn: 10 jaar/10000 EUR, dus 1000 EUR per jaar. De evenredige waarde van de veredelingsproducten zou dan 1000 EUR kunnen zijn. Deze waarde zou op de 10000 EUR in mindering moeten worden gebracht. De "resterende" evenredige waarde van de katalysator zou dan 9000 EUR kunnen zijn, waarmee bij het vaststellen van de douanewaarde rekening moet worden gehouden.

Equivalente goederen

(Artikel 541, lid 3)

De bijzondere bepalingen van bijlage 74 zijn van toepassing op de daarin genoemde goederen.

Het gebruik van equivalente goederen voor melk en melkproducten is slechts mogelijk indien het gehalte aan melkdrogestof, melkvetstof en melkproteïnen van de equivalente goederen niet lager is dan van de invoergoederen.

Het gehalte aan deze stoffen in de invoergoederen en equivalente goederen moet op de aangifte ten invoer (IM/EX) of de aangiften ten uitvoer (EX/IM) en op de desbetreffende inlichtingenbladen (INF9 of INF5) worden vermeld, zodat de equivalentie kan worden gecontroleerd.

Bij fysieke controles kan als volgt te werk worden gegaan:

1. Bij steekproefsgewijze fysieke controles van een enkele zending uit te voeren (EX/IM) equivalente goederen mag de betrokken zending invoergoederen geen hoger gehalte hebben aan een van deze stoffen. Indien een deel van de ingevoerde zending een hoger gehalte heeft aan een van deze stoffen, zou de equivalentie voor dat deel niet kunnen worden toegestaan.

Voorbeeld

Indien 1000 kg melkpoeder (GN-code 0402 21 17 ) met een vetgehalte van 3 gewichtspercenten als equivalente goederen worden uitgevoerd, dan kan 1000 kg melkpoeder (GN-code 0402 21 17 ) met een vetgehalte van ten hoogste 3 gewichtspercenten onder de regeling worden geplaatst. Indien echter 250 kg melkpoeder een vetgehalte heeft van 6 gewichtspercenten, kan deze 250 kg niet onder de regeling worden geplaatst en zou zij niet kunnen worden vervangen door een andere levering van 250 kg die wel aan de criteria voldoet.

2. Wanneer in een referentieperiode representatieve monsters worden genomen, bijvoorbeeld van alle goederen die op grond van een enkele vergunning worden uitgevoerd en onder de regeling geplaatst, dan zou toezicht bijvoorbeeld aan de hand van de aanzuiveringsafrekening kunnen worden uitgeoefend. In dit geval zou op de aanzuiveringsafrekening het totaal van al deze stoffen van alle zendingen uitgevoerde equivalente goederen dienen te worden vermeld om te worden vergeleken met alle ingevoerde zendingen in die referentieperiode, waarbij rekening moet worden gehouden met de natuurlijke afwijkingen van de gehaltes.

Geglobaliseerde aanzuivering

(Artikel 546)

Voorbeelden van globalisering per maand en per kwartaal

Gecombineerde toepassing van artikel 118, lid 2, tweede alinea, van het Wetboek en artikel 546.

De hieronder gegeven voorbeelden zijn gebaseerd op de volgende veronderstellingen:

a) dat vergunning is verleend voor gebruik van de regeling actieve veredeling (schorsingssysteem);

b) dat een algemene vergunning voor het brengen in het vrije verkeer overeenkomstig artikel 546 is afgegeven;

c) dat de invoergoederen, in ongewijzigde staat of in de vorm van veredelingsproducten, overeenkomstig artikel 546 van de uitvoeringsbepalingen in de Gemeenschap op de markt zijn gebracht;

d) dat de aanzuiveringstermijn in het gegeven voorbeeld drie maanden bedraagt.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Voorbeeld A: Globalisering per maand

Drie zendingen goederen die in januari onder de regeling zijn geplaatst moeten worden geglobaliseerd (1, 15 en 31 van de maand).

De aanzuiveringstermijn voor al deze zendingen is 30 april; de aanzuiveringsafrekening moet uiterlijk op 30 mei worden ingediend.

Overeenkomstig artikel 218, lid 1, van het Wetboek wordt de aangifte voor het vrije verkeer geacht te zijn ingediend en te zijn aanvaard en het in het vrije verkeer brengen toegestaan op het tijdstip dat de aanzuiveringsafrekening wordt ingediend. De heffingsgrondslag wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 121 of 122 van het Wetboek.

Voorbeeld B: Globalisering per kwartaal

Negen zendingen goederen die in de loop van het kwartaal onder de regeling zijn geplaatst moeten worden geglobaliseerd:

- 1, 15 en 31 januari,

- 1, 15 en 28 februari,

- 1, 15 en 31 maart.

De aanzuiveringstermijn voor al deze zendingen is 30 juni; de aanzuiveringsafrekening moet uiterlijk op 30 juli worden ingediend.

Overeenkomstig artikel 218, lid 1, van het Wetboek wordt de aangifte voor het vrije verkeer geacht te zijn ingediend en te zijn aanvaard en het in het vrije verkeer brengen toegestaan op het tijdstip dat de aanzuiveringsafrekening wordt ingediend. De heffingsgrondslag wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 121 of 122 van het Wetboek.

HOOFDSTUK 4

BEHANDELING ONDER DOUANETOEZICHT

(Artikel 552, lid 1)

BIJLAGE 76, DEEL A

Volgnummer 8

Voorbeeld van de verwerking tot producten voor burgerluchtvaartuigen waarvoor een luchtwaardigheidscertificaat zou kunnen worden afgegeven

Een bedrijf vraagt een vergunning aan om printplaten onder de regeling behandeling onder douanetoezicht te gebruiken bij de productie van navigatie-instrumenten voor de burgerluchtvaartuigen.

Dit bedrijf heeft van een Europese luchtvaartautoriteit de vergunning verkregen voor deze navigatie-instrumenten luchtwaardigheidscertificaten af te geven.

Daar voor de navigatie-instrumenten een luchtwaardigheidscertificaat zou kunnen worden afgegeven, zou geacht kunnen worden aan de economische voorwaarden voor printplaten te zijn voldaan, overeenkomstig volgnummer 8 van bijlage 76, deel A.

Wanneer de navigatie-instrumenten in het vrije verkeer worden gebracht, zou het luchtwaardigheidscertificaat bij het kantoor van aanzuivering kunnen worden voorgelegd.

Volgnummer 10

Voorbeeld van de berekening van het "voordeel aan invoerrechten"

>PIC FILE= "C_2001269NL.003301.TIF">

Formule:

Bedrag aan invoerrechten zonder behandeling onder douanetoezicht - bedrag aan invoerrechten met behandeling onder douanetoezicht = voordeel voor de onderneming op het gebied van de invoerrechten

HOOFDSTUK 5

TIJDELIJKE INVOER

CARNET ATA

Toekenning van de regeling

Deel 1

1. De overlegging van het carnet ATA aan een door de douaneautoriteiten aangewezen douanekantoor met het oog op het gebruik van de regeling tijdelijke invoer geldt als indiening van de aanvraag om een vergunning en de aanvaarding van dit carnet (strook tijdelijke invoer) geldt als vergunning om van deze regeling gebruik te maken.

2. In een volgende lijst zijn de goederen vermeld die tijdelijk kunnen worden ingevoerd volgens de in lid 1 bedoelde procedure.

3. De douanekantoren aanvaarden uitsluitend carnets ATA:

a) die zijn afgegeven in een van de landen die overeenkomstsluitende partij zijn:

- bij de ATA-Overeenkomst(1) of

- bij de Overeenkomst van Istanboel, welk land de aanbevelingen van 25 juni 1992 van de Internationale Douaneraad betreffende de aanvaarding van carnets ATA en CPD in het kader van de tijdelijke invoer heeft aanvaard binnen de in deze aanbevelingen vermelde termijnen en op de daarin vermelde voorwaarden,

en door een maatschappij die deel uitmaakt van een internationale keten van organisaties op het gebied van de zekerheidstelling, zijn geviseerd en gegarandeerd.

b) waarop de verklaring van de douaneautoriteiten voorkomt in het daarvoor bestemde vak op de omslag van het carnet,

en

c) die geldig zijn in het douanegebied van de Gemeenschap.

Plaatsing van goederen onder de regeling

Deel 2

De overlegging van het carnet ATA geschiedt met het oog op de plaatsing van goederen onder de regeling tijdelijke invoer bij een terzake bevoegd kantoor van binnenkomst. Het kantoor van binnenkomst vervult dan de functie van kantoor van plaatsing.

Wanneer evenwel:

a) het terzake bevoegde kantoor van binnenkomst niet in staat is na te gaan of aan alle voorwaarden voor het gebruik van de regeling tijdelijke invoer is voldaan, of

b) het kantoor van binnenkomst niet bevoegd is de functie van kantoor van plaatsing te vervullen,

staat dit kantoor toe dat de goederen worden vervoerd onder dekking van het als douanevervoerdocument dienst doende carnet ATA van het kantoor van bestemming dat in staat is na te gaan of aan deze voorwaarde is voldaan.

Deel 3

Het kantoor van plaatsing vervult de volgende formaliteiten:

a) het verifieert de gegevens in de vakken A tot en met G van de invoerstrook;

b) het vult de stam en vak H van de invoerstrook in en vermeldt daarin, onder meer, onder letter b) van dit vak, de termijn voor de wederuitvoer van de goederen, die de geldigheidsduur van het carnet niet mag overschrijden, onverminderd de bijzondere termijnen bedoeld in artikel 140, lid 2, van het Wetboek;

c) het vermeldt de naam en het adres van het kantoor van plaatsing in vak H, onder e), van de wederuitvoerstrook, en

d) het behoudt de invoerstrook.

Aanzuivering van de regeling

Deel 4

Het carnet ATA wordt overgelegd bij een aangewezen kantoor van aanzuivering.

Deel 5

Het kantoor van aanzuivering vervult de volgende formaliteiten:

a) het vult de stam en vak H van de wederuitvoerstrook in;

b) het behoudt de wederuitvoerstrook en zendt deze onverwijld naar het in vak H, onder e), van deze strook vermelde kantoor terug.

Rechten en heffingen

Deel 6

Wanneer een overtreding of onregelmatigheid is begaan tijdens de periode van of in verband met tijdelijke invoer onder geleide van een carnet ATA, zijn de artikelen 454 en 455, alsmede de artikelen 458 tot en met 461 voor de gevallen dat het carnet ATA wordt gebruikt als vervoerdocument, van overeenkomstige toepassing op de invordering van de verschuldigde rechten bij invoer.

Overbrengen van goederen

Deel 7

Onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste goederen die van een carnet ATA vergezeld gaan mogen binnen het douanegebied van de Gemeenschap zonder het vervullen van douaneformaliteiten worden vervoerd tot de regeling wordt aangezuiverd. Artikel 452 is van overeenkomstige toepassing.

Verlenging van de geldigheidsduur van carnets ATA

Deel 8

1. Wanneer wordt verwacht dat de tijdelijke invoer langer zal duren dan de geldigheidsduur van het carnet ATA, daar de houder ervan niet in staat is de goederen weder uit te voeren, kan de instantie die dit carnet heeft afgegeven, een vervangend carnet afgeven. Het oorspronkelijke carnet wordt door de houder aan de instantie van afgifte teruggezonden.

2. Het vervangende carnet wordt aangeboden bij het bevoegde douanekantoor van de plaats waar de goederen zich bevinden. Dit kantoor verricht dan de volgende formaliteiten:

a) het zuivert het oorspronkelijke carnet door de wederuitvoerstrook onverwijld aan het oorspronkelijke douanekantoor van tijdelijke invoer te zenden;

b) het neemt het vervangende carnet in ontvangst en behoudt de invoerstrook na daarop de in het oorspronkelijke carnet genoemde wederuitvoertermijn te hebben vermeld, de eventuele verlenging daarvan, alsmede het nummer van het oorspronkelijke carnet.

3. Bij de aanzuivering van de regeling tijdelijke invoer vervult het kantoor van wederuitvoer de in deel 5 omschreven formaliteiten door de wederuitvoerstrook van het vervangende carnet onverwijld aan het douanekantoor dat het vervangende carnet in ontvangst heeft genomen, terug te zenden.

4. De instantie van afgifte is verantwoordelijk voor de afgifte van een vervangend carnet. Indien de geldigheidsduur van een carnet ATA verloopt, terwijl de houder ervan niet in staat is de goederen weder uit te voeren en de instantie van afgifte weigert een vervangend carnet af te geven, eisen de douaneautoriteiten dat de omschreven douaneformaliteiten worden vervuld.

Lijst van goederen waarvoor op vertoon van een ATA-carnet, de regeling tijdelijke invoer in het bijzonder kan worden doorgevoerd

1. Beroepsuitrusting.

2. Goederen om op een tentoonstelling, beurs, bijeenkomst of dergelijk evenement te worden vertoond of gebruikt.

3. Opvoedkundig en wetenschappelijk materiaal, onderdelen en toebehoren, gereedschap dat speciaal is ontworpen voor het onderhoud, de controle, het afstellen of herstellen van dergelijk materiaal.

4. Medisch, chirurgisch en laboratoriummateriaal.

5. Materiaal voor hulpverlening bij rampen.

6. Verpakkingsmateriaal waarvoor een schriftelijke aangifte kan worden geëist.

7. Goederen om aan proeven, demonstraties of experimenten te onderwerpen, met inbegrip van proeven en experimenten voor type-goedkeuringsprocedures, maar met uitsluiting van proeven, experimenten of demonstraties met winstoogmerk.

8. Goederen om proeven, demonstraties of experimenten mee uit te voeren, met uitsluiting van proeven, experimenten of demonstraties met winstoogmerk.

9. Stalen en monsters, dat wil zeggen artikelen die representatief zijn voor een bepaalde groep reeds vervaardigde producten of die voorbeelden zijn van te vervaardigen producten. Uitgesloten zijn identieke artikelen die door dezelfde persoon worden ingevoerd of die aan eenzelfde geadresseerde worden verzonden in zulke hoeveelheden dat zij, tezamen genomen volgens de normale handelspraktijken niet als stalen en monsters kunnen worden beschouwd.

10. Vervangende productiemiddelen die tijdelijk gratis ter beschikking van de importeur worden gesteld door of op initiatief van de leveranciers van soortgelijke, later in te voeren en in het vrije verkeer te brengen productiemiddelen of van productiemiddelen die na herstelling weer zullen worden geïnstalleerd.

11. Kunstvoorwerpen die voor een tentoonstelling, met het oog op de verkoop, worden ingevoerd.

12. Positieve cinematografische films, afgedrukt en ontwikkeld, voor vertoning voorafgaand aan commercieel gebruik.

13. Films, magneetbanden en gemagnetiseerde films die van een geluidsspoor moeten worden voorzien, moeten worden gesynchroniseerd of gekopieerd.

14. Films waarmee de aard en werking van buitenlandse producten of uitrusting wordt gedemonstreerd, mits zij niet bestemd zijn om tegen betaling aan het publiek te worden vertoond.

15. Gegevensdragers die kosteloos worden toegezonden voor gebruik in de automatische gegevensverwerking.

16. Artikelen (met inbegrip van voertuigen) die, vanwege hun aard, niet geschikt zijn voor enig ander doel dan het adverteren van bepaalde artikelen en voor reclame voor een bepaald doel.

17. Levende dieren die voor dressuur, het africhten of fokken of voor veterinaire behandeling worden ingevoerd.

18. Toeristisch reclamemateriaal.

19. Welzijnsartikelen voor zeelieden.

20. Verschillende soorten uitrusting die onder toezicht en verantwoordelijkheid van een overheidsinstantie, voor de bouw, herstelling of het onderhoud van de infrastructuur van algemeen belang in grensgebieden worden gebruikt.

Gebruik van onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers in het interne verkeer

(Artikel 557, lid 2)

1. Onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers die zich in het douanegebied van de Gemeenschap bevinden kunnen zonder beperking worden gebruikt voor het vervoer van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap worden geladen en gelost.

2. Het gebruik van onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste containers voor het interne verkeer binnen elke lidstaat (vervoer van goederen die in een lidstaat worden geladen om binnen die lidstaat te worden gelost) zou echter kunnen worden beperkt tot een enkele reis gedurende elk verblijf in een lidstaat en uitsluitend om te voorkomen dat bedoelde containers anders leeg zouden worden. Het zou mogelijk kunnen zijn verschillende malen naar een bepaalde lidstaat terug te keren in de periode waarin de containers zich in het douanegebied van de Gemeenschap bevinden.

Voorbeeld: Een container wordt op 1 januari door lidstaat A in het douanegebied van de Gemeenschap binnengebracht en wordt op 31 december vanuit lidstaat B wederuitgevoerd. In het jaar waarin de container zich onder de regeling bevond heeft hij het volgende vervoer verricht:

- Lidstaat A: komt geladen binnen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - gaat naar lidstaat B

- Lidstaat B: komt geladen binnen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - wordt gelost - gaat ongeladen naar lidstaat C

- Lidstaat C: komt ongeladen binnen - reis naar plaats van lading - wordt geladen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - gaat naar lidstaat A

- Lidstaat A: komt geladen binnen - vervoer - wordt gelost - reist zonder lading - wordt geladen - vervoer - gaat naar lidstaat B

- Lidstaat B: komt geladen binnen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - wordt gelost - wordt geladen - vervoer - wederuitvoer.

Persoonlijke bezittingen en goederen voor sportdoeleinden van reizigers

(Lijst van voorbeelden)

(Artikel 563)

A. Persoonlijke bezittingen van reizigers

1. Kleding.

2. Toiletartikelen.

3. Persoonlijke sieraden.

4. Fototoestellen en filmcamera's, met een redelijke hoeveelheid films en accessoires.

5. Draagbare dia- en filmprojectors en bijbehorende accessoires, en een redelijke hoeveelheid diapositieven of films.

6. Videocamera's en draagbare videorecorders, met een redelijke hoeveelheid banden.

7. Draagbare muziekinstrumenten.

8. Draagbare platenspelers met platen.

9. Draagbare geluidsopname- en -weergaveapparaten (met inbegrip van dictafoons), met banden.

10. Draagbare radio-ontvangers.

11. Draagbare televisietoestellen.

12. Draagbare schrijfmachines.

13. Draagbare rekenmachines.

14. Draagbare personal computers.

15. Verrekijkers.

16. Kinderwagens.

17. Rolstoelen voor invaliden.

18. Sportuitrusting zoals tenten en verdere kampeeruitrusting, visuitrusting, bergbeklimmersuitrusting, duikersuitrusting, jachtgeweren met munitie, rijwielen zonder motor, kano's en kajaks met een lengte van niet meer dan 5,5 m, ski's, tennisrackets, surfplanken, zeilplanken, deltavleugels en -vliegers, golfuitrusting.

19. Draagbare dialyseapparatuur en soortgelijke medische apparatuur en de daarbij te gebruiken wegwerpartikelen.

20. Andere voorwerpen die duidelijk een persoonlijk karakter hebben.

B. Goederen voor sportdoeleinden

A. Atletiekbenodigdheden, zoals:

- horden;

- speren, discussen, polsstokken, kogels, hamers.

B. Balspelbenodigdheden, zoals:

- alle soorten ballen;

- rackets, hamers, clubs, sticks, slaghouten en dergelijke;

- alle soorten netten;

- doelpalen.

C. Wintersportbenodigdheden, zoals:

- ski's en stokken;

- schaatsen;

- bobsleeën;

- curlingbenodigdheden.

D. Alle soorten sportkleding, -schoenen en -handschoenen en hoofddeksels voor sportbeoefening.

E. Watersportbenodigdheden, zoals:

- kano's en kajaks;

- zeil- en roeiboten, zeilen, roeiriemen en peddels;

- surfplanken en zeilen.

F. Voer- en vaartuigen zoals auto's, motorfietsen, boten.

G. Benodigdheden voor diverse sportevenementen, zoals:

- sportwapens en munitie;

- rijwielen zonder motor;

- pijlen en bogen;

- schermbenodigdheden;

- gymnastiekbenodigdheden;

- kompassen;

- matten voor vechtsporten en tatami's;

- gewichthefbenodigdheden;

- paardrijbenodigdheden, sulky's;

- deltavliegers, deltavleugels, zeilplanken;

- bergbeklimmersuitrusting;

- muziekcassettes ter begeleiding van het optreden.

H. Bijkomende benodigdheden, zoals:

- meetapparatuur en scoreborden;

- apparatuur voor het uitvoeren van bloed- en urinetesten.

Welzijnsgoederen voor zeelieden

Lijst van voorbeelden

(Artikel 564)

a) Boeken en drukwerken zoals:

- boeken;

- schriftelijke cursussen;

- dagbladen en tijdschriften;

- brochures over welzijnszorg in de havens.

b) Audiovisueel materiaal, zoals:

- toestellen voor het weergeven van beeld en geluid;

- bandrecorders;

- radio- en televisietoestellen;

- projectietoestellen;

- opnamen op schijven of magneetbanden (talencursussen, radioprogramma's, groeten, muziek en ontspanning);

- belichte en ontwikkelde films;

- diapositieven;

- videobanden.

c) Sportartikelen, zoals:

- sportkleding;

- ballen;

- rackets en netten;

- dekspelen;

- atletiekuitrusting;

- gymnastiekuitrusting.

d) Artikelen voor spelbeoefening en andere vormen van vrijetijdsbesteding, zoals:

- gezelschapsspelen;

- muziekinstrumenten;

- benodigdheden voor amateurtoneel;

- benodigdheden voor schilderen, beeldhouwen, hout- en metaalbewerking, het maken van tapijten, enz.

e) Artikelen voor het houden van een eredienst

f) Delen, onderdelen en toebehoren van welzijnsgoederen.

Activiteiten die met behulp van uitrusting of dieren worden uitgevoerd

(Lijst van voorbeelden)

(Artikel 567)

1. Dressuur.

2. Africhten.

3. Fokken.

4. Beslaan of wegen.

5. Veterinaire behandeling.

6. Keuring (bijvoorbeeld met het oog op aankoop).

7. Deelneming aan shows, tentoonstellingen, concours, wedstrijden of demonstraties.

8. Vermaak (circusdieren, enz.).

9. Toeristische reizen (met inbegrip van huisdieren van reizigers).

10. Uitoefening van een functie (politiehonden of -paarden; speurhonden, blindegeleidehonden, enz.).

11. Reddingsoperaties.

12. Weiden of verweiden.

13. Werk als trek-, rij- of lastdier.

14. Medische doeleinden (het leveren van slangengif, enz.).

Toeristisch reclamemateriaal

Lijst van voorbeelden

(Artikel 568)

a) Voorwerpen, bestemd om te worden uitgestald in de kantoren van erkende vertegenwoordigers of correspondenten van officiële nationale organisaties voor toerisme, of op andere plaatsen die door de douaneautoriteiten van de lidstaat van tijdelijke invoer zijn goedgekeurd: platen en tekeningen, ingelijste foto's en fotografische vergrotingen, boeken op het gebied van kunst, schilderijen, gravures of lithografieën, beeldhouwwerken, kleden en ander soortgelijke kunstvoorwerpen.

b) Materiaal bestemd om te worden tentoongesteld (uitstalkasten, stands en soortgelijke goederen), met inbegrip van elektrische en mechanische uitrusting om dit materiaal te doen werken.

c) Documentaire films, grammofoonplaten, bandopnamen en andere geluidsopnamen, bestemd om te worden gebruikt bij kosteloze voorstellingen, met uitzondering van materiaal dat zich leent voor handelsreclame en van materiaal dat in de lidstaat van tijdelijke invoer algemeen wordt verkocht.

d) Een redelijk aantal vlaggen.

e) Diorama's, maquettes, diapositieven, clichés, fotonegatieven.

f) Een redelijke hoeveelheid stalen van voorwerpen van nationale kunstnijverheid, nationale kostuums en andere soortgelijke artikelen van folkloristische aard.

Beroepsuitrusting

(Lijst van voorbeelden)

(Artikel 569)

A. Materiaal voor pers, radio en televisie

a) Materiaal voor de pers, zoals:

- personal computers;

- telefaxapparatuur;

- schrijfmachines;

- alle soorten camera's (filmcamera's en elektronische camera's);

- toestellen voor het opnemen of weergeven van geluid en beeld (band- en videorecorders, videoafspeelapparaten, microfoons, mengpanelen, luidsprekers);

- geluid- of beelddragers, al dan niet met opnamen;

- meet- en controle-instrumenten en -toestellen (oscillografen, controlesystemen voor band- en videorecorders, multimeters, gereedschapskisten en tassen, vectorscopen, beeldsignaalgeneratoren, enz.);

- verlichtingsapparatuur (schijnwerpers, omzetters, standaards);

- bedieningsinstrumenten, -apparaten en -toestellen (cassettes, belichtingsmeters, lenzen, statieven, accumulatoren, drijfriemen, batterijladers, monitors).

b) Materiaal voor de radio, zoals:

- telecommunicatieapparatuur, zoals zend-ontvangapparatuur of zenders, terminals die kunnen worden aangesloten op een netwerk of kabel; satellietverbindingen;

- productieapparatuur voor audiofrequenties (apparatuur voor het opvangen, opnemen en weergeven van geluid);

- meet- en controle-instrumenten en -toestellen (oscillografen, controlesystemen voor band- en videorecorders, multimeters, gereedschapskisten en tassen, vectorscopen, beeldsignaalgeneratoren, enz.);

- bedieningsinstrumenten, -apparaten en -toestellen (klokken, stophorloges, kompassen, microfoons, mengpanelen, geluidsbanden, generatoren, transformatoren, batterijen en accumulatoren, batterijladers, verwarmings-, luchtbehandelings- en ventilatieapparatuur, enz.);

- geluiddragers, al dan niet met opnamen.

c) Materiaal voor de televisie, zoals:

- televisiecamera's;

- filmaftasters;

- meet- en controle-instrumenten en -toestellen;

- zend- en doorgiftetoestellen;

- communicatieapparatuur;

- toestellen voor het opnemen of weergeven van geluid of beeld (band- en videorecorders, videoafspelers, microfoons, mengpanelen, luidsprekers);

- verlichtingsapparatuur (schijnwerpers, omzetters, standaards);

- montageapparatuur;

- bedieningsinstrumenten, -apparaten en -toestellen (klokken, stophorloges, kompassen, lenzen, belichtingsmeters, statieven, batterijladers, cassettes, generatoren, transformatoren, batterijen en accumulatoren, verwarmings-, luchtbehandelings- en ventilatieapparatuur, enz.);

- geluid- of beelddragers, al dan niet met opnamen (titelrollen, pauzetekens, herkenningsmelodieën, enz.);

- "film rushes";

- muziekinstrumenten, kostuums, decors en andere rekwisieten, podia, grimeerartikelen, haardrogers.

d) Voertuigen bestemd of speciaal ingericht voor de bovenstaande doeleinden, zoals voertuigen:

- voor televisie-uitzendingen;

- voor televisieaccessoires;

- voor het maken van video-opnamen;

- voor het opnemen en weergeven van geluid;

- voor vertragingseffecten;

- voor de verlichting.

B. Filmmateriaal

a) Materiaal zoals:

- alle soorten camera's (filmcamera's en elektronische camera's);

- meet- en controle-instrumenten en -toestellen (oscillografen, controlesystemen voor band- en videorecorders, multimeters, gereedschapskisten en tassen, vectorscopen, beeldsignaalgeneratoren, enz.);

- camerawagens en microfoonhengels;

- verlichtingsapparatuur (schijnwerpers, omzetters, standaards);

- montageapparatuur;

- toestellen voor het opnemen of weergeven van geluid of beeld (band- en videorecorders, videoafspelers, microfoons, mengpanelen, luidsprekers);

- geluid- of beelddragers, al dan niet met opnamen (titelrollen, pauzetekens, herkenningsmelodieën, enz);

- "film rushes";

- bedieningsinstrumenten, -apparaten en -toestellen (klokken, stophorloges, kompassen, microfoons, mengpanelen, geluidsbanden, generatoren, transformatoren, batterijen en accumulatoren, batterijladers, verwarmings-, luchtbehandelings- en ventilatieapparatuur, enz.);

- muziekinstrumenten, kostuums, decors en andere rekwisieten, podia, grimeerartikelen, haardrogers.

b) Voertuigen bestemd of speciaal ingericht voor de bovenstaande doeleinden.

C. Andere beroepsuitrusting

a) Materiaal voor montage, tests, indienststelling, controle, verificatie, onderhoud of reparatie van machines, installaties, vervoermiddelen, enz., zoals:

- gereedschappen;

- meet-, controle en verificatietoestellen en instrumenten (voor temperatuur, druk, afstand, hoogte, oppervlakte, snelheid, enz.), daaronder begrepen elektrische apparaten en toestellen (voltmeters, ampèremeters, meetkabels, gelijkrichters, transformatoren, registrators, enz.) en mallen;

- toestellen en materiaal om foto's te nemen van machines en installaties tijdens en na de montage;

- toestellen voor onderzoek van schepen.

b) Materiaal voor zakenlieden, deskundigen op het gebied van bedrijfsorganisatie, productiviteit en boekhouding en beoefenaars van soortgelijke beroepen, zoals:

- personal computers;

- schrijfmachines;

- toestellen voor het zenden, opnemen of weergeven van geluid of beeld;

- rekenmachines en -instrumenten.

c) Materiaal voor deskundigen belast met topografisch onderzoek of geofysisch grondonderzoek, zoals:

- meetinstrumenten, -apparaten en -toestellen;

- boormateriaal;

- zend- en communicatieapparatuur.

d) Materiaal ten behoeve van deskundigen belast met de bestrijding van vervuiling.

e) Instrumenten en toestellen voor artsen, chirurgen, dierenartsen, vroedvrouwen en beoefenaars van soortgelijke beroepen.

f) Materiaal voor archeologen, paleontologen, geografen, zoölogen en beoefenaars van soortgelijke beroepen.

g) Materiaal voor kleinkunstenaars, toneelgezelschappen en orkesten, met inbegrip van alle voorwerpen voor openbare of besloten voorstellingen (muziekinstrumenten, kostuums, decors, enz.).

h) Materiaal waarmede sprekers hun lezing illustreren.

i) Materiaal voor fotoreizen (alle soorten camera's, cassettes, belichtingsmeters, lenzen, statieven, accumulatoren, drijfriemen, batterijladers, monitors, verlichtingsapparatuur, modeartikelen en accessoires voor fotomodellen, enz.).

j) Voertuigen bestemd of speciaal ingericht voor de bovenstaande doeleinden, zoals mobiele inspectie-eenheden, mobiele werkplaatsen en laboratoria.

Opvoedkundig materiaal

Lijst van voorbeelden

(Artikel 570)

a) Apparaten voor het opnemen of voor het weergeven van geluid of beeld zoals:

- projectietoestellen voor dia's en filmstroken;

- filmprojectietoestellen;

- overheadprojectoren en episcopen;

- band- en videorecorders en videoapparatuur;

- gesloten televisiecircuits.

b) Klank- en beelddragers zoals:

- dia's, filmstroken en microfilms;

- cinematografische films;

- geluidsopnamen (magneetbanden, schijven);

- videobanden.

c) Specialistisch materiaal zoals:

- bibliotheekuitrusting en audiovisueel materiaal voor bibliotheken;

- rijdende bibliotheken;

- talenpractica;

- uitrusting voor simultaanvertaling;

- geprogrammeerde mechanische of elektronische machines voor onderwijs;

- materiaal dat speciaal is ontworpen voor het onderwijs aan of de beroepsopleiding van gehandicapte personen.

d) Ander materiaal zoals:

- wandkaarten, maquettes, grafieken, kaarten, plattegronden, foto's en tekeningen;

- instrumenten, apparaten en modellen ontworpen voor demonstratiedoeleinden;

- pakketten audiovisueel lesmateriaal gemaakt voor het onderwijs van een bepaald onderwerp (studiepakketten);

- instrumenten, apparaten, gereedschap en machinewerktuigen voor het leren van een ambacht of een beroep;

- uitrusting, met inbegrip van speciaal aangepaste of ontworpen voertuigen voor gebruik bij hulpacties, bestemd voor de opleiding van bij hulpacties betrokken personen.

Andere goederen voor opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele doeleinden

Lijst van voorbeelden

Goederen zoals:

1. Kostuums en decorstukken die kosteloos worden uitgeleend aan toneelverenigingen of theaters.

2. Bladmuziek die kosteloos wordt uitgeleend aan muziektheaters of orkesten.

Tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van rechten

De plaatsing van goederen onder de regeling tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling van rechten zou afhankelijk kunnen zijn van de betaling van het bedrag dat eventueel op grond van artikel 143 van het Wetboek is verschuldigd.

HOOFDSTUK 6

PASSIEVE VEREDELING

Berekening van de vrijstelling van rechten met de kosten van de veredeling als waardebasis

Artikel 591

1. De belanghebbende kan om gedeeltelijke vrijstelling verzoeken van invoerrechten door de kosten van de veredeling als waardebasis te nemen (hierna "rechten op de toegevoegde waarde" genoemd). Deze methode kan evenwel niet worden gebruikt wanneer de tijdelijke-uitvoergoederen die niet van communautaire oorsprong zijn, voordat zij onder de regeling passieve veredeling worden geplaatst, tegen het nulrecht in het vrije verkeer zijn gebracht. In dit verband kunnen zich verschillende situaties voordoen:

a) De toegevoegdewaardemethode wordt toegepast in geval van tijdelijke-uitvoergoederen die aan een "erga omnes" (normaal recht) nulrecht zijn onderworpen. De rechten op de toegevoegde waarden mogen uitsluitend worden toegepast wanneer de tijdelijke-uitvoergoederen van communautaire oorsprong zijn.

b) De toegevoegdewaardemethode wordt toegepast in geval van tijdelijke-uitvoergoederen die aan een preferentieel nulrecht zijn onderworpen. De toegevoegdewaardemethode kan uitsluitend worden toegepast wanneer:

- de tijdelijke-uitvoergoederen van communautaire oorsprong zijn, of

- de tijdelijke-uitvoergoederen tegen een hoger recht dan het nulrecht in het vrije verkeer zijn gebracht.

2. Wanneer de toegevoegdewaardemethode wordt aangevraagd voor verscheidene soorten tijdelijke-uitvoergoederen waarvan sommige niet van communautaire oorsprong zijn en evenmin tegen een hoger recht dan het nulrecht in het vrije verkeer zijn gebracht, kan de toegevoegdewaardemethode toch worden gebruikt door deze goederen van de regeling uit te sluiten. In dit geval zou de waarde van deze tijdelijke-uitvoergoederen aan de veredelingskosten van de veredelingsproducten kunnen worden toegevoegd.

Voorbeeld

De toegevoegdewaardemethode wordt gebruikt voor veredelingsproducten die uit twee verschillende soorten tijdelijke-uitvoergoederen bestaan. We gaan uit van de volgende vereenvoudigde veronderstellingen:

a) veredelingsproducten: motorvoertuigen, GN-code 8703, recht: 10 %, veredelingskosten 15000 EUR;

b) tijdelijke-uitvoergoederen I: kogellagers, GN-code 8482, waarde: 1000 EUR;

c) tijdelijke-uitvoergoederen II: versnellingsbakken, GN-code 8708, waarde: 1000 EUR, die, voordat zij de passieve veredeling ondergingen, tegen een nulrecht in het vrije verkeer werden gebracht en die niet de communautaire oorsprong hebben.

In dit geval kan de toegevoegdewaardemethode worden gebruikt door als heffingsbasis de veredelingskosten van de motorrijtuigen te nemen (15000 EUR) en daaraan de waarde van de versnellingsbakken toe te voegen (1000 EUR) en daarop het gemeenschappelijk douanetarief toe te passen: 10 % × (15000 EUR + 1000 EUR) = 1600 EUR. De verschuldigde invoerrechten zouden dus op 1600 EUR kunnen worden geraamd.

Globale aanzuivering

(Artikel 592)

I. INLEIDING

1. Globalisering heeft het voordeel dat de formaliteiten bij het in het vrije verkeer brengen van veredelingsproducten worden beperkt, omdat de bedragen van de invoerrechten niet voor elke zending moeten worden berekend. De inklaring en het in het vrije verkeer brengen van de veredelingsproducten verloopt daarom vlotter.

In het kader van de passieve veredeling komen een groot aantal veredelingsproducten de Gemeenschap binnen en om ervoor te zorgen dat deze producten zo snel mogelijk kunnen worden ingeklaard werd een vereenvoudigde procedure ingevoerd, waarbij er nochtans op moest worden gelet dat alle voorschriften in acht worden genomen. Om ervoor te zorgen dat voorschriften op eenvormige wijze worden toegepast, worden de beginselen die aan de vereenvoudigde procedure ten grondslag liggen hieronder nogmaals uiteengezet en met voorbeelden geïllustreerd.

1.2. GRONDBEGINSELEN

1.2.1. Voorwaarden

a) het bedrijf moet over een vergunning passieve veredeling beschikken, die echter geen betrekking mag hebben op herstellingen;

b) het bedrijf moet veelvuldig werkzaamheden in het kader van de regeling passieve veredeling laten verrichten;

c) het bevoegde douanekantoor kan, in overleg met de vergunninghouder, een gemiddeld heffingspercentage vaststellen;

d) de vergunninghouder moet het douanekantoor regelmatig laten weten hoeveel goederen hij tijdelijk heeft uitgevoerd en de waarde daarvan.

1.2.2. Vaststelling van een gemiddeld heffingspercentage

1.2.2.1. Definitie

Het gemiddelde heffingspercentage is het percentage aan invoerrechten dat naar raming in een bepaalde periode moeten worden betaald. Dit percentage kan ook worden geraamd aan de hand van de invoerrechten die in een vergelijkbare periode van ten hoogste zes maanden zijn betaald. Het is gelijk aan een percentage van de kosten van veredeling van producten die over een referentieperiode van dezelfde duur in het vrije verkeer zijn gebracht.

1.2.2.2. Verhoging

Dit percentage wordt op passende wijze verhoogd om te voorkomen dat het geboekte bedrag aan rechten niet lager is dan het verschuldigde bedrag.

1.2.3. Vereenvoudiging

1.2.3.1. Voorlopige berekening van de invoerrechten

Telkens wanneer een zending veredelingsproducten in het vrije verkeer wordt gebracht wordt het gemiddelde bedrag aan rechten voorlopig op de veredelingskosten toegepast - het verschuldigde bedrag behoeft niet elke keer nauwkeurig te worden berekend. Het gemiddelde percentage is van toepassing op alle producten die onder dekking van een vergunning zijn veredeld in de in punt 1.2.2.1 bedoelde referentieperiode die gelijk is aan de periode over welke de raming van de invoerrechten werd gemaakt (ten hoogste twaalf maanden).

1.2.3.2. Boeking van de invoerrechten

Het bedrag aan invoerrechten dat wordt verkregen door toepassing van het gemiddelde heffingspercentage wordt geboekt.

1.2.4. Formaliteiten bij de aanzuivering van de regeling

1.2.4.1. Definitieve toepassing van het passende heffingspercentage

Aan het einde van elke referentieperiode gaat de douane over tot de globale aanzuivering van de regeling en de definitieve berekening van het bedrag aan rechten overeenkomstig de bepalingen inzake gedeeltelijke vrijstelling van invoerrechten, dat wil zeggen zij berekent het bedrag aan rechten dat verschuldigd is voor elke zending die in de referentieperiode werd ingevoerd.

Wanneer bij de definitieve berekening blijkt dat het geboekte bedrag te hoog is of, ondanks de in punt 1.2.2.2 vermelde verhoging, toch te laag, wordt de nodige correctie toegepast.

1.2.4.2. Vaststelling van een nieuw heffingspercentage

Volgens de hierboven beschreven regels wordt een nieuw heffingspercentage vastgesteld dat van toepassing zal zijn wanneer zendingen veredelingsproducten in de nieuwe referentieperiode in het vrije verkeer moeten worden gebracht.

II. VOORBEELD

2.1. FEITELIJKE GEGEVENS

Een textielbedrijf in de Gemeenschap voert regelmatig goederen tijdelijk uit naar een derde land waar ze tot kledingstukken worden verwerkt, waarna deze weer in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Om aan de eisen van de mode te kunnen voldoen is het van belang dat het bedrijf de vervaardigde kledingstukken zo spoedig mogelijk weer kan invoeren.

Ter verkorting van de inklaringstermijnen neemt het bedrijf contact op met de douane. Het kan aantonen dat het in het kader van de lopende vergunning in de voorgaande zes maanden 1000000 EUR heeft betaald voor de verwerking van de goederen tot kledingstukken. De totale waarde van de tijdelijk uitgevoerde goederen (stoffen, knopen, garen, toebehoren) die in de veredelingsproducten zijn verwerkt bedraagt 2500000 EUR.

Op de veredelingsproducten (kledingstukken) zijn 14 % invoerrechten verschuldigd.

De invoerrechten op de tijdelijk uitgevoerde goederen verschillen al naar gelang de aard van de goederen. In dit voorbeeld hebben we het voor de tijdelijk uitgevoerde goederen in mindering te brengen bedrag op 300000 EUR gesteld. De kosten van vervoer en verzekering werden in overeenstemming met de regels inzake de vaststelling van de douanewaarde geraamd op 70000 EUR.

2.2. VASTSTELLING VAN HET GEMIDDELDE HEFFINGSPERCENTAGE

2.2.1. Douanewaarde van de veredelingsproducten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.2.2. Verschuldigde invoerrechten

- op de veredelingsproducten:

3570000 EUR × 14 % = A = 499800 EUR

- in mindering te brengen rechten (op de tijdelijk uitgevoerde goederen): B = 300000 EUR

- verschil: verschuldigde invoerrechten: (A - B) = 199800 EUR

2.2.3. Gemiddeld percentage van de rechten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De 20 % worden verhoogd met bijvoorbeeld 1 procentpunt, tot 21 %, om te voorkomen dat het geboekte bedrag aan invoerrechten lager is dan het verschuldigde bedrag.

2.3. INKLARING EN INNING VAN DE INVOERRECHTEN

In de referentieperiode (bv. zes maanden) kan de vergunninghouder de kledingstukken invoeren en elke zending in het vrije verkeer brengen tegen betaling van een bedrag van 21 % van de kosten van veredeling, het bedrag van de rechten behoeft niet voor elke zending apart te worden berekend (zie punt 1.2.3.1).

2.4. AANZUIVERING AAN HET EINDE VAN DE REFERENTIEPERIODE

2.4.1. Feitelijke gegevens

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4.2. Douanewaarde van de veredelingsproducten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4.3. Verschuldigde invoerrechten

- A = rechten op de veredelingsproducten:

4350000 EUR × 14 % = A = 609000 EUR

- B = in mindering te brengen rechten op de tijdelijk uitgevoerde goederen: 350000 EUR

- verschuldigde invoerrechten = (A-B) = 259000 EUR

- teveel aan geheven rechten:

262500 EUR - 259000 EUR = 3500 EUR (terug te betalen of kwijt te schelden)

2.4.4. Bepaling van een nieuw gemiddeld percentage voor de volgende referentieperiode:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De 21 % wordt met bv. 1 procentpunt verhoogd tot 22 % om ervoor te zorgen dat geen lager dan het verschuldigde recht wordt geboekt.

(1) De conctracterende partijen kan men vinden op de webpagina: http//www.iccwbo.org (subsite: chambers - ATA carnets).

Top